37. 2026-023931 SVHW 1e begrotingswijziging 2026 & begroting 2027.pdf
Tekst van het document
8 april 2026
Pagina 9 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 De Vereniging werken voor waterschappen (Vwvw) en de vakbonden FNV en CNV Overheid bereikten op 1 april 2025 overeenstemming over een onderhandelingsakkoord van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026. Per 1 januari 2026 worden de salarissen met 1,0% verhoogd en per 1 maart 2026 worden de salarissen verhoogd met het gemiddelde prijsindexcijfer (cpi). Dit betreft 3,5%. In de
begroting 2026 was rekening gehouden met een indexatie van de loonkosten van het jaar 2026 naar
2027 van 1%. De salarisstijging per 1 januari 2026 is hiermee al verwerkt. De stijging per 1 maart 2026
moet worden doorberekend over een periode van 10 maanden. Dit bekent een verhoging van de kosten ten opzichte van de begroting van € 268.000. Hierdoor verwachten wij dat de personele kosten uitkomen voor 2027 op € 9.467.000.
In onderstaand overzicht zijn de details van de indexering van de personele kosten weergegeven:
(bedragen x € 1.000)
Ontwikkeling personele kosten
2027
Totaal personele kosten in begroting 2026
9.065
Totaal voor indexatie
9.065
Prijsindex 2025: 5,3% minus al doorgerekend 4,7%
54
Bij 1e begrotingswijziging 2026 (structureel)
80
Personele kosten 2026 geïndexeerd t/m 2025
9.199
Prijsindex 2026: 3,5% (10 maanden) minus al doorgerekend 1%
268
Begrote personele kosten
9.467
Onderstaand overzicht geeft alle effecten weer uit de eerste begrotingswijziging 2026 en de Kadernota 2027 ten opzichte van die jaren in de oorspronkelijke meerjarenbegroting 2026:
(bedragen x € 1.000)
Omschrijving
Gewijzigde
begroting 2026
Kadernota 2027
Incidenteel / structureel
Ontwikkelingen opgenomen in de kadernota 2027: Materiële kosten indexering
33
99 Structureel
Personele kosten indexering
54
268 Structureel
Kosten gebruik Basisregistratie Personen
13
13 Structureel
Stelpost EU-aanbestedingen
25
25 Structureel
80
80 Structureel
Mutatiesignalering vanwege Omgevingswet
-
150 Structureel
Totaal ontwikkeling lasten kadernota 2027
205
Lagere (overige) personeelskosten i.v.m. in te vullen vacatures
-646
- Incidenteel
Lagere kosten aanslagen
-272
-272 Structureel
79
79 Structureel
Lagere proceskosten
-403
-403 Structureel
Lagere telefoonkosten
-71
-71 Structureel
Vrijval kapitaallasten
-82
- Incidenteel
Lagere kosten voor controle belastingen
-15
-15 Structureel
Hogere kosten voor contributies
26
26 Structureel
Extra werkzaamheden nieuwe belastingen
(verblijfsbelasting, ondernemersfonds etc.)
Hogere kosten dwanginvordering
635
Totaal 1e begrotingswijziging 2026
-1.384
-656
Totaal ontwikkeling lasten
-1.179
-21
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 10 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 De bovenstaande posten zijn in de eerste begrotingswijziging 2026 en de begroting 2027 toegepast. In de eerste begrotingswijziging 2026 zijn ook de kosten voor mutatiesignalering niet opgenomen.
Hierover vindt in 2026 overleg plaats met de deelnemers en effecten zijn pas voor het eerst in 2027 merkbaar.
Daarnaast is uit de jaarrekening 2025 een aantal posten naar voren gekomen met een structureel
karakter. Ook deze zijn gewijzigd ten opzichte van hetgeen in de kadernota 2027 was opgenomen. Dit betreft de volgende posten: •
De kosten aanslagen zijn lager dan begroot. Dit is met name, omdat het gewicht van de
enveloppen lager is. Er worden geen bijsluiters meer verzonden en we betalen binnen het nieuwe contract een lager tarief bij tijdige aanlevering van bestanden. Door tijdig aan te leveren kunnen de kosten structureel worden verlaagd met € 272.000 en kan deze post worden afgeraamd. •
Er is een substantiële stijging in het gemiddelde bedrag van een dwangbevel, terwijl het aantal dwangbevelen nagenoeg gelijk blijft. Het aantal beslagleggingen van 2023 en 2025 is
nagenoeg gelijk, maar doordat het tarief in 2025 40 euro hoger is dan in 2023 is er meer
opbrengst. Het aantal exploten is ook toegenomen ten opzichte van 2023. Dat leidt naast een hogere opbrengst invorderingskosten ook tot extra kosten voor de deurwaarder. Hieruit volgt een structurele verhoging van kosten voor dwanginvordering met € 79.000.
•
In de jaarrekening 2025 zijn de proceskosten aanzienlijk lager uitgevallen dan begroot en ook in voorgaande verslagjaren is uitgegeven. Hier ligt een aantal ontwikkelingen aan ten
grondslag. Allereerst is in de belastingwet de proceskostenvergoeding voor NCNP-bezwaren
verlaagd met een factor 25%, waardoor de kosten dalen. Daarnaast is het percentage gegronde bezwaren van NCNP-bureaus ook aanzienlijk gedaald en dus het recht op deze vergoeding. Voor 2026 verwachten we tenslotte dat het aantal NCNP bezwaren zal dalen, omdat enkele
grotere NCNP-bureaus hebben aangegeven dat ze geen of minder bezwaren aanleveren. In die zin lijkt het rijksbeleid om de proceskostenvergoeding te verlagen mede bij te dragen aan het terugdringen van de hoeveelheid NCNP bezwaren. Door deze ontwikkelingen ramen we vanaf
2026 de proceskosten met € 403.000 af. Dit doen we structureel. Uiteraard hebben eventuele
toekomstige groei of krimp van NCNP bezwaren effect op deze kosten. We melden dit tijdig bij
het Algemeen Bestuur als dit speelt. •
Als gevolg van een scherpe aanbesteding in 2024 en de werkelijke uitgaven in 2025 worden de kosten voor de telefoonsoftware voor het klant contactcentrum (KCC) structureel bijgesteld met € 71.000.
•
De controle op enkele belastingen is de afgelopen jaren efficiënter ingezet en leidt tot een jaarlijkse besparing van € 15.000.
•
De post kantoorkosten wordt met € 26.000 opgehoogd gelet op o.a. de stijgende
contributiekosten voor bijvoorbeeld deelname aan landelijke branche gerichte organisaties als de LVLB en LLBP (Landelijke Vereniging Lokale Belastingen en Landelijke Lokale Belasting Processen) en ESBL (Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden).
Met de berekening zoals opgenomen in bovenstaande tabel werd in de kadernota voor 2027 de
deelnemers bijdrage berekend op € 17.981.000. Hierbij is geen rekening meer gehouden met de WOZ-
kostenbijdrage voor het waterschap. De vergelijkbare deelnemersbijdrage bedraagt nu in de
voorliggende begroting 2027, € 16.860.000. Dat is ca. € 1.121.000 lager dan de kadernota 2027.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 11 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
2.3
Nadere toelichting op de wijzigingen in de Begroting 2027 2.3.1
Toelichting op de ontwikkeling van de opbrengsten
Deelnemers
In 2027 zal geen nieuwe deelnemer toetreden. Eventuele te maken kosten voor potentiële nieuwe toetreders worden aan hen doorbelast. Toename aanslagregels
In deze begroting 2027 zijn de aantallen uit de jaarrekening 2025 geactualiseerd door bijvoorbeeld
rekening te houden met nieuwe belastingsoorten die een gemeente in gaat voeren of gevoerd heeft.
Door voornoemde aanpassingen ontstaat er in de Begroting 2027 een zuiver beeld van de toerekening van de kosten.
Bijdrage deelnemers
Voor het bepalen van de deelnemersbijdrage worden per programma de volgende tarieven gehanteerd. Tariefomschrijving
Kosten
Eenheid
BAG administratie – tarief per BAG-object (BAG-deelnemers)
€ 1,623
Per WOZ-object
BAG administratie – tarief bijdrage efficiencykorting per WOZ-object (alle
€ 0,626
Per WOZ-object
WOZ administratie – tarief per object (gemeenten)
€ 14,585
Per WOZ-object
Gegevensbeheer algemeen – tarief per object (gemeenten en waterschap)
€ 5,106
gemeenten)
Dienstverlening – tarief per gewogen aanslagregel (gemeenten en waterschap)
€ 1,859
Per belastbaar object
Per aanslagregel
Toelichting tarieven 2027
De tarieven zijn vastgesteld door de programmakosten per programma te delen door het totaal aantal
eenheden binnen het programma. Hierbij is geen rekening meer gehouden met de opbrengsten vanuit
de dwanginvordering. Deze wordt apart afgedragen. Het BAG-tarief bestaat uit twee componenten: •
Een tarief per BAG-object voor de BAG-deelnemers, hiermee wordt 50% van de aan de BAG toe
te rekenen kosten gedekt; •
Een tarief per WOZ-object voor alle gemeentelijke deelnemers, aangezien alle gemeentelijke
deelnemers profiteren van het synergie-effect van de gecombineerde BAG-WOZ uitvoering bij SVHW. Hiermee wordt de andere 50% gedekt.
Het gecombineerde tarief voor het programma Dienstverlening is gebaseerd op het totaal aantal
gewogen aanslagregels. Afhankelijk van de bewerkelijkheid van de belastingsoort wordt een weging gegeven aan de aanslagregel. Op deze wijze wordt een relatie gelegd tussen de inspanning en de kosten voor de belastingsoort. SVHW hanteert de volgende wegingsfactoren: •
Wegingsfactor 1: Het proces is nagenoeg geautomatiseerd en invoer is eenmalig en eenvoudig (veelal naar aanleiding van basisregistraties);
•
Wegingsfactor 2: Jaarlijks optredende mutaties; het analyseren en verhelpen van de uitval is
•
Wegingsfactor 3: Het invoeren van jaarlijkse mutaties is complex en aanvullende
noodzakelijk en de invoer van de mutaties is redelijk eenvoudig;
controlewerkzaamheden voor de volledigheid van de belastingheffing zijn nodig.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 12 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 We gingsfa ctor 1
We gingsfa ctor 2
We gingsfa ctor 3
OZB
DifTar eindafrekening
RZB
Rioolheffing gebruiker Afvalstoffenheffing
BIZ Baatbelasting
(Dag)toeristenbelasting Watertoeristenbelasting
Ondernemersfonds Rioolheffing eigenaar
DifTar vastrecht / voorschot Reinigingsrechten Watersysteemheffing Wegenheffing
Grafrechten Precariobelasting
Hondenbelasting Forensenbelasting
Zuiveringsheffing niet-woningen Verontreinigingsheffing niet-woningen
Reclamebelasting Vermakelijkheidsretributie
Zuiveringsheffing woningen Verontreinigingsheffing woningen
Gebleken is dat er door SVHW werkzaamheden worden uitgevoerd, waarvoor nog geen kosten aan
deelnemers in rekening worden gebracht en ook nog geen extra formatie is ingezet. Dit betreft de werkzaamheden voor het ondernemersfonds. De wijze waarop dit nu aan de belastingaanslag is
toegevoegd (als tekst bij de aanslagregel voor OZB) leidt niet tot een extra aanslagregel (want het
betreft een aanvullend percentage op het OZB-percentage). Deze belastingsoort zal hoewel het geen
aparte aanslagregel wel als zodanig worden meegeteld. De hiermee samenhangende formatie was al in
de kadernota opgenomen.
Binnen de toeristenbelasting wordt sinds 2025 door sommige deelnemers ook verblijfsbelasting geheven, bijvoorbeeld vanwege het verblijf van arbeidsmigranten in de gemeente. De hiermee
samenhangende kosten bij een wegingsfactor van 3 wegen niet op tegen de extra formatie die hiervoor
nodig is. In 2026 wordt onderzocht op welke wijze deze kosten correct kunnen worden verrekend. De hiermee samenhangende formatie was al in de kadernota opgenomen. Verloop tarieven
In onderstaand overzicht is het verloop van de tarieven ten opzichte van 2026 weergegeven. Er is geen volumegroei meegenomen, waardoor hiervoor in de begroting geen dalend effect zichtbaar is.
Voorheen werd 1% volumegroei meegenomen, maar hier is vanaf de begroting 2025 vanaf gestapt.
Achteraf bleek de volumegroei toch steeds veel lager, waardoor de deelnemers een onjuist voorschot
betaalden. In de begroting 2027 stijgen de kosten voor programma Gegevensbeheer BAG in lijn met de jaarrekening 2025 en de gewijzigde begroting 2026. In de begroting 2025 en primaire begroting 2026 zijn de kosten voor de toetreding van Geertruidenberg globaal verbijzonderd. Door de extra
werkzaamheden voor de BAG is de formatie hiervoor omhooggegaan. Omdat de verdeling van de
automatiserings- en ondersteuningskosten over de programma’s op basis van fte plaatsvindt leidt dit ook op deze kostenposten tot een stijging in dit programma.
Overzicht ontwikkeling tarieven begroting 2027 ten opzichte van de primaire begroting 2026 Tariefomschrijving
Begroting 2026
Begroting 2027
Verschillen Nominaal
Percentage
Gegevensbeheer algemeen – tarief per object
€ 5,196
€ 5,106
€ - 0,090
-1,73%
BAG administratie – tarief per BAG-object
€ 1,360
€ 1,623
€ 0,263
19,35%
BAG administratie – tarief bijdrage
€ 0,523
€ 0,626
€ 0,103
19,79%
WOZ administratie – tarief per object
€ 14,074
€ 14,585
€ 0,511
3,63%
Dienstverlening – tarief per gewogen
€ 1,959
€ 1,859
€ -0,100
-5,11%
(gemeenten en waterschap) (BAG-deelnemers)
efficiencykorting per WOZ-object (alle gemeenten)
(gemeenten)
aanslagregel (gemeenten en waterschap)
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 13 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 De onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de deelnemersbijdrage. Deelnemer
Begroting 2026
Gewijzigde begroting 2026
(bedragen x 1.000 euro)
Begroting 2027
Alblasserdam
305
291
310
Albrandswaard
377
354
377
Barendrecht
665
625
667
Altena
960
Drimmelen
909
510
Geertruidenberg
966
446
474
417
351
374
Goeree-Overflakkee
1.031
984
1.047
Hoeksche Waard
1.579
1.494
1.590
Lansingerland
992
915
975
Nieuwkoop
494
483
514
Voorne aan Zee
1.157
1.113
1.186
Totaal
17.084
15.905
16.860
Hardinxveld-Giessendam
261
Krimpenerwaard
274
956
Ridderkerk
900
781
Hollandse Delta
292 958
733
6.599
781
6.033
6.349
De WOZ-kostenfactuur voor het waterschap is vanaf 2026 niet meegenomen. De opbrengst
invorderingskosten wordt vanaf 2025 met de belastingopbrengsten aan de deelnemers uitgekeerd. Hierbij wordt de verdeling van het programma Dienstverlening aangehouden.
In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de deelnemersbijdrage meerjarig weergeven. Na 2027 wordt de deelnemersbijdrage alsook de terugbetaling van de opbrengst invorderingskosten geïndexeerd met 2%. Deelnemersbijdrage
(bedragen x € 1.000)
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Alblasserdam
310
318
324
331
337
Altena
966
992
1.011
1.031
1.051
Barendrecht
667
685
698
712
726
Geertruidenberg
374
384
391
399
407
Goeree-Overflakkee
1.047
1.075
1.095
1.117
1.139
Hoeksche Waard
1.590
1.632
1.663
1.696
1.730
Lansingerland
975
1.001
1.020
1.040
1.061
Nieuwkoop
514
528
538
548
559
Voorne aan Zee
1.186
1.218
1.241
1.265
1.291
Totaal
16.860
17.309
17.637
17.986
18.347
Albrandswaard
Drimmelen
Hardinxveld-Giessendam Krimpenerwaard
Ridderkerk
Hollandse Delta
Versie 1.0
8 april 2026
377
474
292 958
781 6.349
387
487
300 984
802 6.518
Pagina 14 van 50
394
496
305
1.002
817 6.642
402
506
312
1.022
833 6.773
Begroting 2031
410
516
318
1.042
850 6.909
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 In onderstaande tabel laten wij zien hoe de opbrengst invorderingskosten is toegerekend aan de deelnemers:
(bedragen x € 1.000)
Invorderingsopbrengsten Percentage
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Begroting 2031
Alblasserdam
1,36%
37
38
38
39
40
Altena
4,64%
142
145
148
151
154
Drimmelen
2,46%
75
77
78
80
82
Geertruidenberg
1,50% 4,58%
46
140
47
143
48
146
49
149
152
Hardinxveld-Giessendam
1,41%
44
45
46
47
48
Hoeksche Waard
8,41%
257
262
268
273
278
Lansingerland
4,67%
143
146
149
152
155
Ridderkerk
3,27%
102
104
106
108
110
Albrandswaard Barendrecht
Goeree-Overflakkee
Krimpenerwaard Nieuwkoop
Voorne aan Zee
Hollandse Delta Totaal
1,77% 2,60%
4,24% 2,18% 5,11%
54 80
130 69
156
55 81
132 70
159
56 83
135 72
163
58
59
84
86 50
138
140
73
165
75
168
51,80%
1.585
1.617
1.648
1.681
1.715
100%
3.060
3.121
3.184
3.247
3.312
In de begroting 2027 is rekening gehouden met het besluit van het Algemeen Bestuur om bij het niet tijdig betalen van de belastingverplichtingen gelijk tot een aanmaning met bijbehorende
aanmaningskosten over te gaan. Daarom zijn de opbrengst invorderingskosten ingeschat op basis van
continuïteit van beleid. Het in afwijking hiervan invoeren van een kosteloze herinnering voorafgaand aan de aanmaning zou tot een daling van de opbrengst invorderingskosten kunnen leiden van
ongeveer € 1,7 miljoen op basis van de begroting 2026. Dit is gebleken uit twee uitgevoerde pilots en komt doordat zowel de aanmaningen als dwangbevelen met 40% afnemen bij een kosteloze
herinnering. Er wordt separaat om een zienswijze gevraagd van de vertegenwoordigende organen over
het niet invoeren van een kosteloze herinnering. Mochten de zienswijzen leiden tot aanpassing van het aanmaningsproces, dan wordt de opbrengst invorderingskosten ten opzichte van de begroting met
60% verlaagd. Voor de extra exploitatiekosten van SVHW wordt € 100.000 als stelpost toegevoegd aan het programma Dienstverlening. Bij de aanvraag voor een zienswijze over dit onderdeel van de begroting is een separate memo toegevoegd met meer achtergrondinformatie.
Toelichting overige Opbrengsten
Zoals eerder beschreven worden de opbrengst invorderingskosten niet meer verantwoord in de
begroting van het SVHW, maar worden deze gelijktijdig met de belastingopbrengsten teruggestort naar
de deelnemers. Naast deze opbrengsten is volgens de kadernota 2026 een opbrengst voor rentekosten van € 450.000 en overige opbrengsten van € 10.000 opgenomen.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 15 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
2.3.2
Toelichting op de ontwikkeling van de kosten
Formatie
De formatie van SVHW bedraagt in 2027 95,21 FTE. Totale lasten Omschrijving
(bedragen x € 1.000)
Jaarrekening Gewijzigde 2025
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
Begroting 2026 2027
2028
2029
2030
2031
Personeelskosten
7.387
7.935
8.704
8.878
9.056
9.237
9.421
Automatiseringskosten
2.451
2.734
2.766
2.822
2.878
2.936
2.994
Beeldmateriaal
427
477
483
493
503
513
523
Communicatiekosten
53
72
73
74
76 58
77
598
79
Ingeleend personeel
1.628
1.541
1.562
1.593
1.625
1.658
1.691
Kapitaallasten
247
285
334
497
479
476
478
Kosten aanslagen
511
550
557
568
580
591
603
Kosten kadaster
190
199
202
206
210
214
219
Organisatieontwikkeling
21
50
51
52
53
54
55
Overige kosten
111
109
111
113
115
118
120
Proceskosten
387
400
405
413
421
430
438
Telefoonkosten KCC
69
90
91
93
95
97
99
-
50
50
50
50
50
50
Overige kosten personeel
363
Bankkosten
192
Controle belastingen
329
Kosten dwanginvordering
431
Media campagne
58
Accountantskosten
122
WOZ kosten gemeenten Totaal lasten
200
39
Kantoorkosten
Onvoorzien
693
203
55 436
440 60
100
626 15.642
622
56 442
446 61
101
-
16.476
-
17.320
634
647
207
211
57 451
460
455
464
62
63
103
105
-
17.822
-
18.150
660
673
215
220
61
469
478
473
483
65
66
107
109
-
18.499
-
18.860
Onderstaand worden de verschillen tussen 2025, 2026 en 2027. Hierbij worden alleen verschillen groter dan € 25.000 verklaard. •
Ten opzichte van 2025 stijgen de personele lasten in de eerste begrotingswijziging 2026 met € 548.000. Dit wordt veroorzaakt door indexering en in 2025 niet ingevulde vacatures. Bij de
eerste begrotingswijziging is rekening gehouden met de invulling van deze vacatures vanaf 1 juli. De stijging van de kosten in de begroting 2027 bedraagt € 769.000 en wordt veroorzaakt door
indexering en invulling van de vacatures voor het gehele jaar. In zowel 2026 als 2027 is de extra capaciteit voor nieuwe belastingen verwerkt (€ 80.000).
•
De overige personeelskosten stijgen in 2026 met € 330.000 ten opzichte van 2025. Dit wordt veroorzaakt door indexering, opname reguliere opleidingsbudget en te betalen kosten voor
eigenrisicodrager. De overige personeelskosten dalen in 2027 met € 71.000, omdat de kosten voor
eigenrisicodrager incidenteel zijn voor 2026. •
In 2025 was sprake van een incidenteel voordeel op de totale automatiseringskosten wegens
vacatures bij ICT. Hierdoor zijn niet alle ICT-innovaties opgepakt en een aantal doorgeschoven naar 2026. De automatiseringskosten zijn voor 2027 geïndexeerd. •
In 2025 was er een eenmalig een voordeel op de kosten van beeldmateriaal, vanwege gunstige
uitkomst van de Europese Aanbesteding en het gebruiken van lopende contracten bij de nieuwe deelnemers. Voor 2027 zijn de kosten voor beeldmaterieel geïndexeerd. Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 16 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 •
Ten opzichte van 2025 dalen de kosten voor ingeleend personeel met € 87.000 in de eerste
begrotingswijziging 2026. Dit wordt veroorzaakt doordat er in 2025 eenmalig extra is ingehuurd
voor de certificering ISO 270001 en procesverbeteringen. Voor 2027 zijn de kosten voor ingeleend personeel geïndexeerd. •
De kantoorkosten waren in 2025 lager door uitstel van de werkzaamheden in afwachting van het strategisch huisvestingsplan. Met de uitvoering van het strategisch huisvestingsplan in 2026 en
2027 zijn de kosten voor 2026 € 107.000 hoger, voor de niet activeerbare onderdelen vanuit het plan. De kantoorkosten zijn geïndexeerd voor 2027. •
Op basis van de gedane investeringen 2025 zijn de werkelijke kapitaallasten berekend, dit leidt tot een stijging van € 38.000 in de eerste begrotingswijziging 2026. Voor de begroting 2027 zijn de kapitaallasten inclusief de investeringen in de eerste begrotingswijziging 2026. Voor 2028 en
verder is de afschrijving van de investering in de huisvesting verwerkt. Hiertegenover staat jaarlijks
nog een onttrekking uit de reserve kapitaallasten van € 52.500. •
Op basis van de uitkomsten over 2025 is de post voor de kosten van de aanslagen naar beneden
bijgesteld in 2026. Dit wordt veroorzaakt door met name een lager gewicht van de enveloppen. Er
worden geen bijsluiters meer verzonden en we betalen binnen het nieuwe contract een lager tarief bij tijdige aanlevering van bestanden. Voor 2027 is de post geïndexeerd.
•
•
In 2026 en verder zijn de WOZ kosten derden vervallen; deze worden rechtstreeks aan het waterschap gefactureerd.
De post onvoorzien is weer opgevoerd in de eerste begrotingswijziging 2026 en de begroting 2027.
Per saldo zijn de totale lasten (€ 16.476.000) in de eerste begrotingswijziging 2026 € 1.068.000 lager dan in de begroting 2026 (€ 17.544.000). Dit is exclusief de geraamde vrijval van de voorziening van
€ 111.000 in de eerste begrotingswijziging 2026. Dit geeft een saldo van € 1.179.000. In de kadernota 2027 was voor 2026 rekening gehouden met hogere lasten van € 355.000 ten opzichte van de
primaire begroting 2026. Dit geeft een verschil van € 1.534.000. Bij de kadernota 2027 waren de uitkomsten van de jaarrekening 2025 nog niet bekend.
Per saldo zijn de totale lasten (€ 17.320.000) in de begroting 2027 € 399.000 lager dan in de meerjarenbegroting 2026 (de totale lasten in de meerjarenbegroting 2026 waren voor 2027
€ 17.719.000. Ten opzichte van de bedragen in de kadernota 2027 zijn de totale lasten in de
begroting 2027 € 1.126.000 lager uitgekomen (de totale lasten in de kadernota waren € 18.446.000).
Zoals hierboven al staat vermeld waren bij de kadernota 2027 de uitkomsten van de jaarrekening 2025 nog niet bekend.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 17 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Beleidsbegroting
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 18 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Programma Ondersteuning 3.1
Doel
Een aantal kosten heeft betrekking op alle programma’s. Dit betreffen o.a. huisvestingskosten en
kantoorkosten. Deze worden in eerste instantie verantwoord op de kostenplaats voor het programma
Ondersteuning en aan het einde van het jaar toegerekend aan de overige programma’s. De toerekening
aan de programma’s vindt plaats op basis van de formatie per programma.
3.2
Ontwikkelingen binnen dit programma
Huisvesting Rijksstraatweg 3b te Klaaswaal
Door het AB is in april 2025 het besluit genomen om het pand te renoveren c.q. aan te passen aan de
minimale wettelijk verplichte vereisten voor verduurzaming. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat het pand nog minimaal 15 jaar door geëxploiteerd kan worden. Een interne Stuurgroep Huisvesting,
ondersteund door deskundige externe adviseurs, heeft hiervoor een Plan van Aanpak en de financiële
kaders opgesteld. Het investerings- en financieringsbesluit van het AB uit februari 2026 is opgenomen in de meerjarenbegroting 2027. De formele start van de renovatie en verduurzaming staat gepland in 2026 en het werk loopt door in 2027. (Europese) aanbestedingen
In 2026 met doorloop naar 2027 staan er minimaal vijf Europese aanbestedingen gepland, waaronder de aanbesteding van bancaire betalingsdiensten en vier ICT-gerelateerde aanbestedingen. Hieronder
valt ook de nieuwe bezwarenapplicatie, waarmee in 2025 en 2026 een pilot heeft plaatsgevonden.
Gezien de benodigde specifieke expertise op het gebied van Europese aanbestedingen en de druk op
de huidige organisatie, is extra capaciteit in de vorm van adviseurs noodzakelijk. Hiervoor is € 25.000
structureel opgenomen in deze begroting. Waterbedrijven
Steeds meer waterbedrijven weigeren vanuit AVG-motieven informatie te verstrekken om de
belastingen te kunnen heffen of rekenen daarvoor extra kosten. Omdat de verplichting tot levering uit
de wet volgt en dit een landelijke trend is, heeft de UvW dit in samenspraak met VNG bij het ministerie van I&W geëscaleerd. Een ander samenwerkingsverband heeft een kort geding aangespannen en is in het gelijk gesteld. De informatie moet geleverd worden. Als het opvragen van gegevens bij
waterbedrijven alsnog leidt tot extra kosten worden deze separaat doorbelast aan de betreffende
deelnemers. Dit omdat niet alle waterbedrijven extra kosten rekenen en ook niet alle deelnemers in even grote mate gebruik maken van m3 waterverbruik als heffingsgrondslag.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 19 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
3.3
Financiële toelichting
Lasten
De lasten bestaan in belangrijke mate uit de personele kosten. Daarnaast vormen de gebouw gebonden kosten (kapitaallasten, onderhoud, faciliteiten) en kosten voor inhuur/diensten derden een belangrijk onderdeel. Baten
De totale kosten zijn aan de programma’s toegerekend op basis van de formatie. FTE 26 BAG
1,78
FTE 27 2,10
Dienstverlening
31,10
32,10
Ondersteuning
22,43
23,91
Gegevensbeheer Algemeen WOZ
Totaal
Versie 1.0
8 april 2026
18,09 19,23 92,63
17,87 19,23 95,21
Pagina 20 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Omschrijving
Begroting
Gewijzigde
2027
(bedragen x 1.000 euro) Jaarrekening
begroting 2026
2025
LASTEN Personeelskosten
2.495
2.411
2.407
Kantoorkosten
442
436
329
Communicatiekosten
73
72
53
Accountantskosten
101
100
122
Overige kosten voor personeel
622
693
363
Organisatie ontwikkeling
51
50
21
Inhuur personeel
764
754
840
Kapitaallasten
334
285
247
Onvoorzien
50
50
-
Dotatie aan voorziening verlofsparen
-
-
-
4.932
4.851
4.382
Vergoeding kosten deelnemers
-
-
30
Forfaitaire vergoeding KOTA
-
-
130
Vrijval voorzieningen
-
111
217
Overige opbrengsten
10
10
51
10
121
428
4.922
4.730
3.954
1.234
1.185
965
145
139
123
Productie WOZ
1.327
1.276
1.046
Dienstverlening
2.216
2.129
1.819
Totaal allocatie
4.922
4.730
3.954
Totaal baten
4.932
4.851
4.382
Totaal lasten
4.932
4.851
4.382
-
-
-
Totaal lasten BATEN
Totaal baten Subtotaal Toerekening naar programma's: Gegevensbeheer algemeen Gegevensbeheer BAG
Resultaat
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 21 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Programma 1: Gegevensbeheer algemeen 4.1
Doel
Dit programma heeft betrekking op het verzamelen, registreren en bewerken van de basisgegevens van alle deelnemers van SVHW. Hiervoor verwerkt SVHW kadastrale informatie, bevolkingsmutaties, bouwvergunningen en informatie van de deelnemers.
4.2
Ontwikkelingen binnen dit programma
Mutatiesignalering
Per 1 januari 2025 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet bundelt en
moderniseert de wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het doel van de overheid is dat de regels voor ruimtelijke ontwikkeling worden vereenvoudigd en
samengevoegd. De wet biedt een aantal voordelen, maar heeft veel impact op organisaties. Het vergt namelijk een hoop extra werk om data op orde te brengen en te houden, bijvoorbeeld omdat veel vergunningsvrij gebouwd kan worden.
De Waarderingskamer heeft aangegeven vanaf 2026 scherpere controles uit te voeren. Daarbij is onder
andere als speerpunt benoemd dat de basis moet kloppen. De Waarderingskamer zegt hierover: “De absolute basis van een correcte WOZ-waarde is de juistheid van de objectgegevens”. Het belang van up-to-date geo-basisregistraties in een snel veranderende wereld maken een structurele
mutatiesignalering essentieel voor elke BGT, BAG en WOZ-beheerder.
Mutatiesignalering brengt snel alle mutaties in beeld, kan omgaan met de subjectiviteit van mutaties en waarborgt de kwaliteit en standaard van de registraties. Dit zorgt ook voor automatische kaart/beeld
vergelijkingen en objectdetectie, waarbij het zelf ontwikkelde kunstmatige intelligentie toepast om te signaleren en te duiden waar de kaart niet klopt. Het resultaat is een geografisch of administratief
bestand met de relevante veranderingen, of mutaties, ten opzichte van de huidige BGT, BAG of WOZ.
Voorbeelden hiervan zijn veranderingen ten opzichte van bouwwerken (BGT/BAG), grijs/groen/blauw objecten (BGT), dakkapellen (WOZ) en zonnepanelen.
Zowel voor een BAG deelnemer, als een niet-BAG deelnemer heeft SVHW dus luchtdetectie nodig om de
WOZ en BAG gegevens op orde te hebben. Dit zijn externe kosten die nog niet in de begroting zijn
opgenomen en ook niet in de tarieven. We nemen deze kosten op in de begroting 2027 en zullen in samenspraak met de deelnemers komen tot een zo (kosten)efficiënt mogelijk inrichting van de luchtdetectie activiteiten ten behoeve van mutatiesignalering. Verhoging kosten gebruik Basisregistratie Personen
SVHW maakt als afnemer gebruik van gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). De BRP wordt beheerd door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De RvIG hanteert een abonnementenstructuur om de kosten door te bereken aan afnemers van de BRP. Dit model is wettelijk vastgelegd en jaarlijks vastgesteld door de staatssecretaris van BZK. De belangrijkste kenmerken van deze structuur: •
Indeling in klassen op basis van berichtenvolume: Het aantal verzonden en ontvangen BRPberichten bepaalt in welke klasse een afnemers valt.
•
Vast tarief per klasse: Elke klasse heeft een jaarlijks tarief dat de kosten voor het in stand houden van de centrale voorzieningen dekt.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 22 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 •
Indexering en herziening: Tarieven worden jaarlijks geïndexeerd en kunnen stijgen op basis van verwachte kosten en gebruik.
Door het afschaffen van staffelkortingen, een herijking van de tarieven en hogere exploitatiekosten is door de RvIG een forse tariefstijging doorgevoerd in 2025. SVHW zit in Abonnementsklasse C met berichtenvolume 100.000 – 500.000. De kosten hiervan stegen van € 19.400 in 2024 naar € 36.200 in 2025. Op 1 december 2026 is SVHW door de RvIG geïnformeerd over de kosten voor 2026. Voor Abonnementsklasse C stijgen de kosten in 2026 naar € 38.800. Deze aanvullende indexering (€ 13.000) is verwerkt in de eerste wijziging van de begroting 2026 en de begroting 2027. Abonnementsklasse C heeft een berichtenvolume van 100.000 – 500.000. SVHW zat in 2024 op 421.000 berichten en lijkt in 2025 rond hetzelfde aantal uit te komen. Het is aannemelijk dat de limiet van 500.000 in 2026 en 2027 nog niet geraakt wordt met het huidige aantal deelnemers en de huidige belastingheffingen. Afhankelijk van de ontwikkelingen zal SVHW op termijn mogelijk in Abonnementsklasse D vallen waardoor de kosten aanzienlijk zullen stijgen.
4.3
Lasten
Financiële toelichting
De kosten voor het verwerven van data (gegevens, fotomateriaal) en de ICT kosten drukken op dit
programma. De kosten van Ondersteuning en automatisering worden op basis van aantal fte’s aan de
diverse programma’s toegerekend. Baten
De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een bedrag van 5,106 euro per belastbaar object, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. Kwantitatieve gegevens aantal belastbare objecten
Versie 1.0
8 april 2026
2027 803.133
Pagina 23 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Omschrijving
Begroting
Gewijzigde
2027
(bedragen x 1.000 euro) Jaarrekening
begroting 2026
2025
LASTEN Personeelskosten
1.489
1.328
1.163
Automatiseringskosten
693
687
598
Beeldmateriaal
483
477
427
Kosten kadaster
202
199
190
Subtotaal programmakosten
2.867
2.691
2.378
Toerekening kosten Ondersteuning
1.234
1.185
965
Totaal lasten
4.101
3.877
3.343
Bijdragen deelnemers
4.101
3.877
3.859
Totaal baten
4.101
3.875
3.859
Totaal baten
4.101
3.877
3.859
Totaal lasten
4.101
3.877
3.318
-
-
516
BATEN
Resultaat
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 24 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Programma 1A: Gegevensbeheer BAG 5.1
Doel
Dit programma heeft betrekking op het bijhouden en verbeteren van de BAG-administratie. De BAG
(Basisregistraties Adressen en Gebouwen) bevat gemeentelijke basisgegevens van alle adressen en gebouwen in gemeentes.
5.2
Ontwikkelingen binnen dit programma
De in paragraaf 4.2 beschreven knelpunten voor het gegevensbeheer ten gevolge van de nieuwe omgevingswet gelden dus ook heel specifiek voor de BAG-deelnemers ten aanzien van de BAG-
administratie.
5.3
Lasten
Financiële toelichting
De lasten hebben betrekking op personeelslasten en automatiseringskosten (licenties). De kosten van Ondersteuning en automatisering worden op basis van het aantal fte’s aan de diverse programma’s toegerekend. Baten
De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag van 1,623 euro per BAG object voor de BAG-deelnemers en op een vast bedrag van 0,626 euro per WOZ-object voor alle gemeentelijke deelnemers, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. Kwantitatieve gegevens
Aantal te waarderen WOZ-objecten
Aantal objecten t.b.v. aanslag WSHD
Versie 1.0
8 april 2026
2027
327.574 179.347
Pagina 25 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Omschrijving
Begroting
Gewijzigde
2027
(bedragen x 1.000 euro) Jaarrekening
begroting 2026
2025
LASTEN Personeelskosten
184
174
163
Automatiseringskosten
81
80
76
Subtotaal programmakosten
265
254
239
Toerekening kosten Ondersteuning
145
139
123
Totaal lasten
410
394
362
Bijdragen deelnemers
410
394
330
Totaal baten
410
394
330
Totaal baten
410
394
330
Totaal lasten
410
394
362
-
-
-32
BATEN
Resultaat
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 26 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Programma 2: WOZ administratie
Onder het programma WOZ administratie vallen de activiteiten op het gebied van de WOZ administratie (o.a. WOZ bezwaarafhandeling), de permanente marktanalyse en de herwaardering.
6.1
Doel
Dit programma heeft betrekking op het bijhouden en verbeteren van de waardering van de onroerende zaken ten behoeve van de belastingheffing voor de deelnemers. Hierbij is inbegrepen de (her) taxatie van de onroerende zaken binnen het gebied van de gemeentelijke deelnemers.
6.2
Ontwikkelingen binnen dit programma
Secundaire object kenmerken
Sinds december 2023 is het landelijke project ‘Het nieuwe waarderen’ van start gegaan met als
uitgangspunt het verbeteren en uniformeren van het WOZ-beschikkingsproces. De nadruk ligt op het
belang van het informeel contact voorafgaand aan de waarde vaststelling en het betrekken van burgers
bij de totstandkoming ervan. Vanuit het perspectief dat de woningeigenaar zijn eigen woning het beste kent, checkt de woningeigenaar bij deze nieuwe waarderingsmethode de staat van zijn woning aan de hand van foto’s van de secundaire objectkenmerken in een (online) portaal. Woningeigenaren kiezen
uit drie foto’s van de kenmerken kwaliteit, onderhoud, voorzieningen en ligging – die variëren van zeer slechte staat tot uitstekende staat – de foto die het beste bij hun woning past. Deze algemene fotosets zijn door ons verzameld. De woningeigenaar hoeft zelf geen foto’s in te sturen. Het project wordt getrokken door de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB).
SVHW heeft bovenstaande ontwikkeling op de voet gevolgd en financieel bijgedragen aan de
ontwikkeling hiervan. In 2026 wordt gewerkt aan een pilot om woningeigenaren in gelegenheid te
stellen input te leveren ten aanzien van de secundaire objectkenmerken. Het e-formulier dat hiervoor gebruikt wordt, is verder (door)ontwikkeld intern door ICT en gecombineerd met andere inlichtingenformulieren. De kosten worden opgevangen binnen de begroting. Landelijke voorziening
De nota van BZK met een voor 2025 begroot bedrag van € 639.000 voor het gebruik van de landelijke
voorzieningen door het Waterschap loopt vanaf 2026 niet langer over de administratie van SVHW, maar wordt rechtstreeks bij WSHD in rekening gebracht.
6.3
Financiële toelichting
Lasten
De kosten ingeleend personeel betreffen de kosten van inschakeling van externe organisaties voor de
taxatie van de onroerende zaken. De kosten van Ondersteuning en automatisering worden op basis van
het aantal fte’s aan de diverse programma’s toegerekend. Baten
De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag per te waarderen WOZ-object van 14,585 euro, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. Kwantitatieve gegevens
2027
Aantal WOZ-objecten Bag Deelnemers
126.432
Totaal aantal WOZ-objecten
327.574
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 27 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Omschrijving
Begroting
Gewijzigde
2027
(bedragen x 1.000 euro) Jaarrekening
begroting 2026
2025
LASTEN Personeelskosten
1.990
1.701
1.496
Ingeleend personeel
670
661
704
Automatiseringskosten
746
737
648
Overige kosten
44
43
55
WOZ kosten gemeenten
-
-
626
Subtotaal programma kosten
3.450
3.142
3.529
Toerekening kosten Ondersteuning
1.327
1.276
1.046
Totaal lasten
4.778
4.417
4.575
-
-
626
Bijdragen deelnemers
4.778
4.417
4.630
Totaal baten
4.778
4.417
5.256
Totaal baten
4.778
4.417
5.256
Totaal lasten
4.778
4.417
4.575
-
-
681
BATEN Bijdrage deelnemers-factuur Ministerie BZK
Resultaat
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 28 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Programma 3: Dienstverlening
Onder het programma Dienstverlening vallen: klantcontact, heffingen en invordering.
7.1
Doel klantcontact
Dit onderdeel van het programma heeft als doelstelling het onderhouden van contacten met de klant. Hiervoor worden onder andere de onderstaande activiteiten uitgevoerd:
7.2
Het zoveel mogelijk afhandelen van telefonische vragen van de klant
Het registreren van calls
Klanten in een keer met de juiste persoon doorverbinden voor afhandeling van vragen
Verdiepende klantonderzoeken
Doel Heffingen
Dit onderdeel van het programma heeft als doelstelling het opleggen van aanslagen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften. Hiervoor worden onder andere de onderstaande activiteiten
uitgevoerd:
7.3
het printen van de aanslagen (door een extern bureau); het verzenden van de aanslagen;
het behandelen van bezwaar- en beroepschriften;
het verwerken van de waarde gegevens voor de waterschappen.
Doel Invordering
Dit onderdeel van het programma heeft als doelstelling het innen van de opgelegde belastingbedragen. Hierbij worden volgende activiteiten uitgevoerd:
7.4
bijhouden debiteurenadministratie; bijhouden financiële administratie;
behandelen van kwijtscheldingsverzoeken;
verzenden van aanmaningen en dwangbevelen;
het treffen van overige invorderingsmaatregelen;
beoordelen invorderbaarheid en het doen van voorstellen ten behoeve van oninbaar verklaringen.
Ontwikkelingen binnen dit programma
Harmonisatie belastingverordeningen
De werkgroep harmonisatie belastingverordeningen zag nog meer dan voldoende mogelijkheden om verbeteringen door te voeren. Ook in 2026 zal de werkgroep doorgaan met het adviseren van alle deelnemers over mogelijke harmonisatie van de belastingverordeningen.
Het is vanzelfsprekend dat de Raad het hoogste orgaan is en dat de Raad de verordeningen voor elke deelnemer afzonderlijk vaststelt. Tegelijkertijd heeft de Raad ook de verantwoordelijkheid om
onderzoek te doen naar de uitvoerbaarheid van de verordeningen, waarbij het verbeteren van de kwaliteit en risicobeheersing een rol spelen.
Het aantal belastingen dat wordt geheven bij de deelnemers neemt elk jaar toe. Bovendien worden er regelmatig nieuwe taken overgedragen die aansluiten bij of deel uit maken van de belastingheffing. Voorbeelden hiervan zijn de verblijfsbelasting van arbeidsmigranten, BIZ-bijdragen,
ondernemingsfondsen, registratie van afvalpassen, nieuwe Diftar etc. Deze voorbeelden leiden tot
extra werkzaamheden voor SVHW waarbij een uitbreiding van de formatie noodzakelijk is. SVHW heeft
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 29 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 de impact op de formatie inzichtelijk gemaakt in de begroting 2027 en de kosten worden doorbelast via de tarieven aan de betreffende deelnemers.
Leegstandsbelasting
De Eerste Kamer heeft op 4 december 2025 de Fiscale Verzamelwet 2026 aangenomen. Onderdeel van deze wet is nieuw artikel in de Gemeentewet 221a: leegstandbelasting voor woningen voor eigenaren. De wet treedt in werking op 1 januari 2026 en maakt het mogelijk om voor woningen die langer dan
twaalf maanden leegstaan belasting te heffen. De heffingsmaatstaf voor de leegstandbelasting wordt
vastgesteld door de gemeente. De VNG werkt aan een modelverordening voor deze nieuwe belasting. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om belastingen in te voeren, te wijzigen en in te trekken, maar deze bevoegdheid kan wel rechterlijk worden getoetst. De rechter controleert of de gemeenteraad bij
het vaststellen van belastingverordeningen de algemene rechtsbeginselen heeft gerespecteerd en of er een rechtvaardiging is voor eventuele verschillen tussen gevallen. De rechter kijkt niet of de afweging van de gemeenteraad tot een ander besluit had moeten leiden, maar wel of de benodigde
overwegingen zijn gemaakt. Als blijkt dat de gemeenteraad niet aan de vereisten heeft voldaan, kan de rechter de belastingheffing tegenhouden, wat leidt tot lagere of vernietigde aanslagen en gemiste inkomsten voor de gemeente.
De wet is in werking getreden op 1 januari 2026, waardoor het op zijn vroegst mogelijk is om per 2027 deze belasting te heffen. De VNG heeft op dit moment nog geen model belastingverordening voor deze nieuwe heffing. Deze wordt wel in het tweede kwartaal van 2026 verwacht. De kosten voor het heffen van de leegstandsbelasting zal SVHW doorbelasten via de tarieven aan de betreffende deelnemers. Hiervoor is in de begroting niets opgenomen. Wijziging Waterschapswet
De nieuwe Waterschapswet, trad op 1 januari 2026 in werking. Bij ongeveer een kwart van de bedrijven
bepalen waterschappen de vervuilingswaarde. Dat doen ze door het waterverbruik te vermenigvuldigen met een van de afvalwatercoëfficiënten behorende bij de 15 klassen in de zogenoemde tabel
afvalwatercoëfficiënten. Ongeveer 95% van deze tabelbedrijven is ingedeeld in klasse 8. De wetgever heeft daarom besloten dat alle nieuwe bedrijven in deze klasse worden ingedeeld. Tenzij het waterschap of het bedrijf zelf met een afvalwateronderzoek een lagere of hogere klasse
aantoont. Voor nieuwe bedrijven is een speciaal E-formulier ingericht zodat zij eenvoudig informatie
kunnen verstrekken. De informatie is nodig om het bedrijf op juiste wijze in te delen in een klasse. Inmiddels hebben de eerste nieuwe bedrijven een brief voor het invullen van het E-formulier
ontvangen.
Wij vertalen de financiële consequenties van de wetswijzigingen voor het waterschap en haar belastingoplegging in de juni- en septemberraming die wij verstrekken aan het waterschap. Sociaal invorderen
SVHW volgt de trend met betrekking tot het meer maatschappelijk invorderen. Het beleid van SVHW is
om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problematische schulden of een opeenstapeling van schulden
ontstaan. SVHW heeft hiervoor naast de al bestaande maatregelen recent ook de volgende maatregelen ter besluitvorming aangeboden of getroffen:
•
De kosteloze herinnering is een maatregel die kan worden ingezet als onderdeel van sociaal invorderen. Hiervoor zijn twee pilots uitgevoerd. Uit de evaluatie van de tweede pilot bleek evenals die van de eerste pilot in 2024 een grote daling van de opbrengsten
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 30 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 invorderingskosten door het succes van de pilot. Een heroverweging van het besluit door het AB om de kosteloze herinnering vooralsnog niet in te voeren, vindt plaats nadat hiervoor
tegelijkertijd met de begroting 2027 een zienswijze aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers is gevraagd. Met financiële effecten van de eventuele invoering van de kosteloze herinnering wordt vooralsnog geen rekening gehouden.
•
De mogelijkheid om met een automatische incasso in 10-maandelijkse termijnen te betalen,
waarbij de betaaldatum zelf gekozen kan worden. Vanaf medio 2025 is het als
belastingplichtige mogelijk om de incassodatum te kiezen. Medio 2026 heeft de
softwareleverancier toegezegd het ook mogelijk te maken om het aantal termijnen te kunnen wijzigen. Hiervoor is een aanpassing van de belastingapplicatie noodzakelijk.
•
Het proces voor kwijtschelding wordt verder geoptimaliseerd. We vereenvoudigen de aanvraag voor kwijtschelding. Hierdoor kan de uitvraag sneller naar BIDN (voormalige
Inlichtingenbureau) om te beoordelen of er belemmeringen zijn die kwijtschelding in de weg staan.
•
De goede ervaringen met uitbellen door het KCC naar bedrijven die niet op tijd hadden
betaald, maakt dat we dit jaar ook beoordelen in welke vorm we dit kunnen toepassen voor inwoners.
7.5
Financiële toelichting
Lasten
De lasten bestaan uit externe kosten voor dwanginvordering, proceskostenvergoeding, de kosten voor vervaardigen van aanslagen, portokosten en bankkosten. De toegerekende kosten algemeen beheer
betreffen voornamelijk de eigen personeelskosten, die op basis van een urenregistratie aan de diverse programma’s zijn toegerekend. De kosten van Ondersteuning en automatisering worden op basis van het aantal fte’s aan de diverse programma’s toegerekend. Baten
De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag per gewogen aanslagregel van
1,859 euro, zoals aangeven in de onderstaande tabel. Dit is inclusief de bijdrage aan de kosten voor Invordering.
De onderstaande tabel geeft een aantal kwantitatieve gegevens. Kwantitatieve gegevens aantal aanslagregels
Versie 1.0
8 april 2026
2027 4.073.143
Pagina 31 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Omschrijving
Begroting 2027
Gewijzigde begroting 2026
(bedragen x 1.000 euro) Jaarrekening 2025
LASTEN Personeelskosten Overige kosten Automatiseringskosten Ingeleend personeel
2.546
2.321
2.158
67
66
56
1.245
1.229
1.129
128
126
84
Telefoonkosten KCC
91
90
69
Kosten aanslagen
557
550
511
Controle belastingen
56
55
39
Media campagne
61
60
58
Kosten dwanginvordering
446
440
431
Proceskosten
405
400
387
Bankkosten
203
200
192
Subtotaal programmakosten
5.805
5.537
5.114
Toerekening kosten Ondersteuning
2.216
2.129
1.819
Totaal lasten
8.021
7.667
6.933
Opbrengst invorderingskosten
3.060
3.000
3.531
Teruggave opbrengst invordering
-3.060
-3.000
-3.531
Bijdragen deelnemers
7.571
7.217
7.567
Rentebaten
450
450
471
Totaal baten
8.021
7.667
8.038
Totaal baten
8.021
7.667
8.038
Totaal lasten
8.021
7.667
6.933
-
-
1.105
BATEN
Resultaat
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 32 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Paragrafen 8.1
Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Het weerstandsvermogen is: het vermogen van SVHW om niet-structurele risico's op te vangen zonder het beleid en de bedrijfsvoering aan te hoeven passen.
Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de deelnemers verplicht eventuele tekorten bij een gemeenschappelijke regeling aan te vullen. SVHW verwerkt de kosten in de tarieven van de
producten. Een eventueel overschot/tekort aan het einde van het jaar wordt in rekening of in mindering gebracht op de te ontvangen bedragen van de deelnemers. In formele zin loopt het SVHW geen risico,
omdat het eventuele tekorten afwentelt op de deelnemers, dan wel verrekent met de algemene reserve (buffer) van de gemeenschappelijke regeling.
Op 13 april 2022 heeft het Algemeen bestuur de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen
SVHW 2022 vastgesteld. Deze notitie beschrijft de structuur ten aanzien van het uit te voeren beleid
omtrent risico’s en fraude. SVHW hanteert een risicomijdend profiel voor risico’s en streeft ernaar om
risico 's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel.
De risico’s hebben een intern (SVHW, “eigen” organisatie) en/of een extern (deelnemers) karakter. Op basis van de risico’s zijn/worden (aanvullende) beheersmaatregelen genomen. In de Voor- en
Najaarsnota rapporteert SVHW over de voortgang van de risico’s en de beheersmaatregelen.
SVHW is een belangrijke organisatie voor haar 15 deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is
daarom essentieel. Dit dient op het niveau van directie en Dagelijks Bestuur te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan
continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de nota
Risicomanagement en weerstandsvermogen is daarom besloten de omvang daarvan vast te stellen op minimaal 400.000 euro en maximaal 700.000 euro.
Er doen zich geen juridische procedures voor die aanleiding kunnen geven tot enig financieel nadeel. Eind 2004 is bij de Bank Nederlandse Gemeenten een lening van 2.600.000 euro met een looptijd van 30 jaar aangetrokken. Deze lening heeft gedurende de gehele looptijd van 30 jaar een vast rentepercentage van 4,445%, zodat er geen sprake is van een financieel risico.
In de Begroting 2027 is, op basis van aannames, een aantal ontwikkelingen verwerkt waarvan de
uitkomsten nog onzeker zijn. Deze ontwikkelingen hebben betrekking op de volgende gebieden:
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 33 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 Categorie
Beheersing
Financieel
Verzekeren
100
Risico Nalatigheid of
onrechtmatig handelen
Kans
belang
Risico
Toelichting
score %
Klasse 1
10%
10
De risico’s zijn in de meeste gevallen beperkt, doordat waar
mogelijk verzekeringen zijn afgesloten. Ook hebben wij in de
begroting diverse budgetten beschikbaar, bijvoorbeeld om ons eigen risico af te dekken.
Schadeclaims
Overdragen
100
1
10%
10
Onderhoud gebouw SVHW
Accepteren
100
1
10%
10
Het SVHW loopt altijd het risico op schadeclaims. Over het
algemeen zijn dit langlopende procedures waarvan de risico's moeilijk in te schatten zijn.
Wij voeren voor onze gebouw planmatig beheer en onderhoud
uit. Dit doen wij op basis van actuele inspecties. Echter kan het
altijd voorkomen dat onbegroot onderhoud moet plaatsvinden. Dit risico neemt af na renovatie van het gebouw in 2027. Bedrijfsongevallen
Verzekeren
50
1
10%
5
Wij hebben hiervoor een verzekering afgesloten. Werkgevers hebben de wettelijke zorgplicht voor de veiligheid van
werknemers en die zorgplicht wordt uitgebreid. De werkgever
is aansprakelijk voor bedrijfsongevallen en beroepsziektes van werknemers. Fraude en diefstal
Elimineren
50
1
10%
5
Economische ontwikkelingen kunnen voor medewerkers van
het SVHW leiden tot verhoogde prikkels of gelegenheden tot het doen van of meewerken aan fraude. Er zijn fysieke en/of administratieve maatregelen genomen (functiescheiding,
procesbeschrijvingen). De interne controle richt zich ook op deze zaken. Afwezigheid personeel wegens ziekte of
Reduceren
150
2
30%
45
anderszins
kwaliteit van de organisatie en de door de organisatie geleverde producten lager worden. Uitgangspunt bij ziekteverzuim is een
(zwangerschaps- en
interne oplossing en geen externe inhuur, afhankelijk van de
bevallingsverlof,
duur van de afwezigheid en taak.
zorgverlof)
Vertrek personeel
Kennis en kunde zijn (tijdelijk) niet beschikbaar waardoor de
Reduceren
150
3
50%
75
Als gevolg van vertrek van personeel kunnen er kennis en
kunde verloren gaan. Daarnaast is er bij het huidige personeel
veel ervaring en kennis van de lokale situatie aanwezig, die bij vertrek verloren gaat. Dit kan leiden tot inefficiëntie. ICT
Reduceren
750
2
30%
225
Computer-/ systeemuitval kan tot gevolg hebben dat we onze
dienstverlening niet meer uitvoeren en onze medewerkers niet
meer optimaal kunnen werken. Concreet zijn er dreigingen van cyber aanvallen en datalekken, maar ook overstromingen of internationale dreiging. Informatiebeveiliging en cybercrime
Reduceren
750
2
30%
225
Informatiebeveiliging is steeds actueler. Er is weliswaar steeds meer aandacht voor en zelfs wetgeving in de maak, maar het
risico wordt ook steeds groter. Denk hierbij aan datalekken en
cyberincidenten. SVHW heeft beheersmaatregelen uitgevoerd en toetst periodiek de beveiliging van informatie bijvoorbeeld door de jaarlijkse pentest. Voor 2026 bereidt SVHW zich voor op
ISO27001 certificering voor ICT. Vooralsnog is het risico door Het SVHW niet verzekerd. Loonontwikkelingen
Accepteren
100
2
25%
25
Voor 2026 is een cao vastgesteld. In 2026 vinden opnieuw caoonderhandelingen plaats, waarbij het risico bestaat dat
loonontwikkelingen hoger uitvallen dan geraamd. Dit kan leiden tot een stijging van de personeelslasten. Prijsontwikkelingen
Reduceren
75
2
25%
19
De begroting is zowel aan de baten- als aan de lastenkant
gebaseerd op contante prijzen. Per programma maken we bij
het opstellen van de begroting een reële en actuele inschatting van de kosten. Het kan voorkomen dat de inflatie hoger is dan geraamd. De meerjarige indexering is verhoogd van 1% naar 2%. Bezwaarschriften & Beroep
Reduceren
150
2
25%
38
Door de vele bezwaarschriften die worden ingediend moeten hoge proceskostenvergoedingen worden betaald. Deze zijn
reeds verwerkt in de begroting, echter het is lastig te schatten naar omvang. Uittreden van deelnemers
Accepteren
100
1
10%
10
Risico op verlies van baten bij uittreden van deelnemers uit de
GR. Dit is echter goed afgedekt binnen de gemeenschappelijke regeling waarbij frictiekosten worden opgevangen door de uittredend deelnemer.
Nieuwe wet en regelgeving
Reduceren
100
1
10%
10
Het risico dat wij onvoldoende voorbereid zijn op de invoering van nieuwe wet- en regelgeving waardoor wij onvoorziene kosten moeten maken
Totaal
Versie 1.0
8 april 2026
2.725
712
Pagina 34 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 De risico’s worden in eerste instantie worden opgevangen vanuit de algemene reserve, die 700.000 euro bedraagt.
Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen wordt de verhouding tussen de beschikbare
weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit berekend. De weerstandsratio van SVHW bedraagt:
Beschikbare capaciteit/benodigde capaciteit = 700/ 712 = 0,98. Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen wil SVHW uitkomen op een waarde tussen de 1,0 en 1,4. Een weerstandsratio van minimaal 1 wordt gezien als voldoende. Gezien dan alle risico’s met het
weerstandsvermogen kunnen worden opgevangen. Daar zit SVHW in deze begroting onder.
Wanneer de geïnventariseerde risico’s de bovengrens van € 700.000 structureel overschrijden legt het
Dagelijks Bestuur een plan voor dat gericht is op het aanvullen van de Algemene reserve tot het bedrag uit hoofde van het benodigd weerstandsvermogen. Als de risico’s meerjarig de algemene reserve overstijgen komt er een voorstel.
Op basis van de geprognosticeerde meerjarenbalans zijn de volgende kengetallen berekend: Kengetallen
2027
2028
2029
2030
-12,03%
1,33%
13,68%
11,22%
-12,03%
1,33%
13,68%
11,22%
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Solvailiteitsrisico
8,44%
22,74%
22,84%
22,44%
Strucutrele exploitatieruimte
0,00% n.v.t.
0,00% n.v.t.
0,00% n.v.t.
0,00% n.v.t.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Grondexploitatie
Belastingcapaciteit
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau
van de schuldenlast van SVHW ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf,
maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend en vervolgens weer afgelost. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van
doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto
schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin SVHW in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van SVHW. De mate van
weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 35 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Financiële positie SVHW
De uitkomsten van bovenstaande financiële kengetallen worden beïnvloed door de afspraken die
gemaakt zijn over de omvang van het weerstandsvermogen. Hierdoor beschikt SVHW over een beperkt eigen vermogen. Tegenover dit beperkte eigen vermogen staan kortlopende- en langlopende
verplichtingen die invloed hebben op de uitkomsten van de kengetallen. De financiële bedrijfsvoering van SVHW is onder andere gericht op het voldoen aan de kaders die gesteld worden in de begroting,
exploitatietekorten komen ten laste van het weerstandsvermogen. Indien het weerstandsvermogen niet voldoende is om het tekort op te vangen wordt het exploitatietekort doorbelast aan de deelnemers.
8.2
Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen
Ultimo december 2004 heeft het SVHW voor eigen gebruik het kantoor Rijksstraatweg 3B te Klaaswaal aangekocht. De aankoopprijs bedroeg 2.000.000 euro. Het kantoorpand was bij aankoop in goede staat van onderhoud. Na aankoop is het gehele gebouw voorzien van airconditioning.
Het periodieke onderhoud is in de begroting 2027 verwerkt. Bij de uitgaven wordt terughoudendheid
betracht vanwege de recente besluitvorming over de verduurzaming van het pand. Door het AB is in
november 2025 het besluit genomen om het pand te renoveren c.q. aan te passen aan de minimale
wettelijk verplichte vereisten voor verduurzaming. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat het pand nog zeker 20 jaar door geëxploiteerd kan worden. Het investerings- en financieringsbesluit is
verankerd in deze meerjarenbegroting 2027. De formele start van de renovatie en verduurzaming staat
gepland in de tweede helft van 2026 en het werk loopt door in 2027.
8.3
Paragraaf Financiering
8.3.1
Algemeen
De financieringsparagraaf gaat in op de eisen van de wet Fido. Het moet blijken dat de uitvoering van
de treasuryfunctie alleen de publieke taak dient, het beheer prudent is en dat aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is voldaan.
8.3.2
Treasurybeheer
De volgende risico`s zijn voor de organisatie van belang:
Renterisicobeheer;
Kredietrisicobeheer.
Renterisicobeheer
Het doel van het renterisicobeheer is het beheersen van de risico`s die voortvloeien uit de
mogelijkheid dat de rentelasten van vreemd vermogen in de toekomst hoger zouden worden dan gewenst zou zijn. De aangetrokken geldlening heeft gedurende de looptijd (30 jaar) een vast rentepercentage. Er is dus geen sprake van een renterisico. Kredietrisicobeheer
Per twee weken vinden afgeronde voorschotbetalingen plaats aan de deelnemers. SVHW bepaalt de hoogte van het voorschot aan de hand van de werkelijk ontvangen belastingopbrengsten per
deelnemer. Een gering bedrag reserveren we voor restituties. Elk kwartaal ontvangen de deelnemers
een overzicht van de stand van de invordering alsmede van de ontvangsten en de daarop in mindering gebrachte voorschot afdrachten. Medio van het jaar ontvangt SVHW de geraamde bijdragen van de Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 36 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 deelnemers in de kosten van de dienstverlening. Het verstrekken van gelden aan derden in welke vorm dan ook komt niet voor.
8.3.3
Kasgeldlimiet en renterisiconorm
De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben beiden als doel de leningenportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. De
kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto vlottende schuld van een decentrale overheid in een
bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit 8,2%.
In onderstaande is een prognose opgenomen van de ruimte onder kasgeldlimiet. Uit deze prognose
blijkt dat de gemiddelde ruimte onder het kasgeldgeldlimiet gedurende in 2027 circa 2 miljoen euro bedraagt.
(bedragen x € 1.000)
1
Ka sge ld limie t Omvang begroting Kasgeldlimiet
2
Vlottende schuld Opgenomen gelden < 1 jaar
3 4
1 e kwa rt. 2 e kwa rt. 3 e kwa rt. 4 e kwa rt. 17.320 1.420 1.420 1.420 1.420
0
0
0
0
Vlottende middelen Rekening-courantsaldi < 1 jaar
488
488
488
488
Totaal netto vlottende schuld (2)-(3)
-488
-488
-488
-488
Ruimte onder kasgeldlimiet (1)-(4)
1.908
1.908
1.908
1.908
De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van één jaar of langer te beperken. Dit komt erop neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit 20%.