37. 2026-023931 SVHW 1e begrotingswijziging 2026 & begroting 2027.pdf
Tekst van het document
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 37 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 Uit de onderstaande tabel blijkt, dat SVHW geen renterisico heeft. (bedragen x € 1.000) 1a
Renteherziening vaste schuld o/g
3a 3b
Nieuwe vaste schuld Nieuwe verstrekte lange leningen
1b 2
Renteherziening vaste schuld u/g Netto renteherziening (1a-1b)
4 5
Netto nieuwe vaste schuld Betaalde aflossingen
6
8.3.4
0 0
0 0
0 0
0 0
0
2031
0 0
0 0
0 0
0 0
0 133
0
0
0
0
0
Begrotingstotaal Vastgesteld % (20%)
17.320 20,00%
17.822 20,00%
18.150 20,00%
18.499 20,00%
18.860 20,00%
Ruimte (10-7)
3.464
4.277
4.356
4.440
4.527
0
3.464 0
0
4.277 0
0
4.356 0
0
4.440 0
0
4.527 0
Financiering
Het saldo van de aangetrokken geldleningen is per 1 januari 2027 € 1.048.373. Op de lening van de Bank Nederlandse Gemeenten wordt in 2027 een bedrag van € 111.987 afgelost. Het saldo van de geldlening per 31 december 2027 bedraagt € 936.386. Bij deze lening bedraagt het vaste
rentepercentage 4,445 %.
8.3.5
Relatiebeheer
Het SVHW heeft met de Bank Nederlandse Gemeenten een rekeningcourant verhouding. De bank valt onder Nederlands toezicht. In 2026 wordt de bancaire dienstverlening (EU) aanbesteed.
8.3.6
Toelichting EMU-saldo
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 19) is de verplichting vastgesteld, dat er in de
begroting een overzicht verstrekt moet worden over het boekjaar. Hieronder volgt het EMU-Saldo van SVHW over 2027 tot en met 2030:
Versie 1.0
8 april 2026
0
0 128
Renterisiconorm (minimumnorm) Renterisico vaste schuld
11
0 0
0
2030
0 122
Renterisiconorm
10 7
0 0
0
2029
0 116
Renterisico vaste schuld (2 en 6)
8 9
0
2028
0 112
Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
7
2027
Pagina 38 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Omschrijving 1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie
4
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op
7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden
8
Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze met derden betreffen
10
Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog i t ll d éé b t d t
11 a b
Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op
Paragraaf bedrijfsvoering
8.4.1
Algemeen Bestuur
2028 Begroting x € 1000,-
0
53
53
53
286
399
384
384
0
ja
Berekend EMU-saldo
8.4
(bedragen in x € 1.000) 2029 2030 Begrotin Begroting g x € 1000,x € 1000,-
2027 Begroting x € 1000,-
nee
ja
286
nee
452
ja
nee
437
ja
437
Het Algemeen Bestuur vertegenwoordigt de verschillende deelnemende organisaties en is het hoogste
bestuursorgaan. Het Algemeen Bestuur heeft als taak om het beleid vast te stellen en te controleren of het juist wordt uitgevoerd. De samenstelling van het algemeen bestuur is vastgelegd in de
gemeenschappelijke regeling SVHW. Iedere gemeente heeft één afvaardiging in het algemeen bestuur. Het waterschap heeft 2 deelnemers binnen het algemeen bestuur.
8.4.2
Dagelijks Bestuur
De leden van het Dagelijks Bestuur zijn door en vanuit de leden van het Algemeen Bestuur
aangewezen. Het Dagelijks Bestuur bepaalt onder andere de instructies en de regels voor de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering van SVHW.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 39 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
8.4.3
Organogram
SVHW heeft de werkzaamheden belegd in zelforganiserende procesteams. Deze procesteams houden zich bezig met de operatie en zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren en het continu verbeteren van
het proces en het realiseren van de gewenste output. De processen zijn gegroepeerd in domeinen met
aan het hoofd een domeinmanager. In lijn met doelstellingen van SVHW bepalen de domeinmanager en proceseigenaren de gewenste output, die zoveel mogelijk beschreven wordt in de vorm van meetbare en zichtbare prestatie indicatoren.
Het MT bestaande uit de drie domeinmanagers en de directeur stelt de kaders (richting en doelen), schept de randvoorwaarden voor de procesteams bij de uitvoering van hun taken en bewaakt de samenhang van de processen.
De onderstaande figuur geeft de vereenvoudigde weergave van het organogram weer:
8.4.4
Technologische- en procesontwikkelingen
SVHW heeft net als alle andere organisaties te maken met een steeds sterkere afhankelijkheid van IT oplossingen en moet daarom ook meegaan met de veranderingen daarin. Onze contracten voor
hardware en het onderhoud daarvan zijn in 2025 opnieuw aanbesteed. De komende jaren worden diverse applicaties opnieuw aanbesteed, waarvan de bezwarenapplicatie in 2026 de eerste is.
Daarnaast worden alle contracten door onze contractmanager tegen het licht gehouden in 2026,
waarbij deze beoordeeld worden op de mate waarin de voorwaarden voldoen aan de eisen die gesteld worden om te kunnen voldoen aan wetgeving zoals NIS2 en AVG. De nieuwe Cybersecuritywet is een ontwikkeling met grote impact op onze IT. Het is mede ook daarom dat SVHW zich in 2026 voor het
eerst wil certificeren voor ISO27001. Een aantal andere externe ontwikkelingen is: -
-
Landelijke stelsel van basisregistraties en aansluiting hierop;
Invoering van de omgevingswet en de aanpassing hierdoor van informatie aanlevering en de inzet van luchtdetectie;
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 40 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 -
De ontwikkeling van werken met AI (Artificial Intelligence) neemt een grote vlucht en wordt
-
Het project secundaire objectkenmerken (Check uw woning) die in wetgeving vanaf 2027 is
-
meer gemeengoed;
verankerd. Belastingplichtigen kunnen aangeven wanneer secundaire kenmerken van hun woning in onze registraties niet matchen met de daadwerkelijke situatie;
Steeds meer applicaties worden in de cloud aangeboden, hetgeen de flexibiliteit van SVHW in zal perken omdat minder maatwerk mogelijk is. Op dit moment is de belangrijkste applicatie (Centric) in eigen beheer waardoor SVHW door slim maatwerk en specifieke functionaliteiten
-
-
8.4.5
efficiëntie kan koppelen aan maatwerk;
Doorontwikkeling van MijnOverheid en verdere digitalisering overheidsdienstverlening; Informatiebeveiliging en privacy waarbij SVHW ervoor zorg moet dragen dat de digitale
weerbaarheid op peil wordt gehouden en verder wordt verbeterd waar nodig en passend binnen toenemende nationale en Europese regelgeving (NIS2);
Implementatie van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV).
NIS2
In Europees verband worden sectoren en organisaties die van vitaal belang zijn voor de maatschappij verplicht te voldoen aan de NIS2-richtlijn. Begin 2026 heeft SVHW bij BZK aangegeven dat SVHW als
overheidsinstantie kan worden aangemerkt en daarmee binnen de reikwijdte van de Cybersecuritywet (Cbw) valt en heeft zich hiervoor geregistreerd in het entiteitenregister. Dit betekent voor SVHW de volgende drie verplichtingen: •
Zorgplicht: De zorgplicht bestaat uit een lijst van maatregelen waaraan SVHW minimaal moet voldoen. Denk hierbij aan crisismanagement bij een groot cyberincident en het gebruik van cryptografie en versleuteling.
•
Meldplicht: SVHW moet binnen 24 uur dat SVHW zich bewust is geworden van een incident
melden dat bij SVHW sprake is van een incident bij de toezichthouder (Rijksinspectie Digitale
Infrastructuur (RDI)) en een uitgebreide rapportage over het incident binnen een maand. Een cyberincident moet ook bij het Computer Security Incident Response Team (CSIRT) van SVHW gemeld worden •
Toezicht: Er komt een onafhankelijk toezichthouder (Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)), die naar de naleving van de verplichtingen uit de richtlijn kijkt.
De invoering vindt plaats medio 2026. SVHW anticipeert hier tijdig op en wil ook een ISO certificering
hiervoor behalen. SVHW verzorgt in 2026 een training voor zowel Bestuurders als medewerkers (met de E-learning ARDA) op dat de organisatie NIS2 bestendig wordt gemaakt.
8.4.6
Informatiebeveiliging en privacy
Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van hackers en
cybercriminelen wordt het zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en organisaties steeds
belangrijker. SVHW zal als data gedreven organisatie daarom zijn digitale weerbaarheid op peil dienen
te houden. Dit vergt een toenemende inspanning van SVHW. SVHW maakt op dit gebied (beveiliging en privacy) gebruik van de diensten van de Informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en werkt samen met collega belastingkantoren. Er is een privacy officer binnen het domein
Ondersteuning, die op dit terrein de tweedelijns ondersteuning levert en er is een CISO (Chief
Information Security Officer) en FG (Functionaris Gegevensbescherming) die rechtstreeks aan de
directie rapporteren. SVHW moet voldoen aan NIS2 en wil zich hiervoor ISO certificeren, uiterlijk in 2026.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 41 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
8.4.7
Investeringen in ICT
Voor een gestructureerde aanpak van de benodigde ICT-ontwikkelingen vanwege de strategie en
wetgeving zoals hiervoor beschreven (o.a. NIS2) is een ICT-strategie opgesteld. In 2025 is hiervoor een
roadmap gemaakt. De kosten hiervoor worden opgevangen binnen de begroting. Eventuele meerkosten worden separaat ter besluitvorming aan het AB voorgelegd. Er zijn voor 2027 buiten de hiervoor genoemde exploitatiekosten geen investeringen voorzien.
8.4.8
Huisvesting
Door het AB is in november 2025 het besluit genomen om het pand te renoveren c.q. aan te passen aan de minimale wettelijk verplichte vereisten voor verduurzaming. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat het pand nog zeker 20 jaar door geëxploiteerd kan worden. Het investerings- en
financieringsbesluit is verankerd in deze meerjarenbegroting 2027. De formele start van de renovatie
en verduurzaming staat gepland in de tweede helft van 2026 en het werk loopt door in 2027.
8.4.9
Rechtmatigheidsverantwoording
Over 2023 tot en met 2025 heeft het dagelijks bestuur de rechtmatigheidsverantwoording reeds
opgenomen in de jaarstukken. De onderbouwing van deze rechtmatigheidsverantwoording komt tot
stand vanuit de verbijzonderde interne controle die wordt uitgevoerd op basis van het verbijzonderd intern controleplan. Op basis van de bevindingen uit het verleden verwachten wij niet dat het
Controleplan voor 2026 en 2027 moet worden aangepast. Mocht dit wel noodzakelijk zijn, blijkend uit
de bevindingen uit de controles over het boekjaar 2025, zullen wij dit middels een tussentijdse rapportage kenbaar maken aan het bestuur.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 42 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Financiële begroting Staat van Baten en Lasten (bedragen x € 1.000) Be groting 2 0 2 7
Sta a t va n b a te n e n la ste n
Ba te n
La ste n
G e wij zigd e b e groting 2 0 2 6 Sa ld o
Ba te n
La ste n
Sa ld o
J a a rre ke ning 2 0 2 5 Ba te n
La ste n
Sa ld o
Omschrijving programma: Ondersteuning Gegevensbeheer Algemeen
-
-
-
4.101
3.039
1.062
10
10
3.877
2.835
-
-
-
-
1.042
3.859
2.457
1.402
BAG-administratie
410
286
124
394
271
123
330
249
81
WOZ-administratie
4.778
3.635
1.143
4.417
3.296
1.121
5.256
3.615
1.641
Dienstverlening Sub tota a l p rogra mma ' s
8.021
6.114
1.907
7.667
5.796
1.871
8.038
5.263
2.775
17.310
13.074
4.236
16.365
12.208
4.157
17.483
11.583
5.900
Omschrijving algemene dekkingsmiddelen: Algemene dekkingsmiddelen
-
-
-
-
-
-
Sub tota a l a lge me ne d e kkingsmid d e le n
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Gerealiseerde kosten Overhead
-
4.236
-4.236
-
4.157
-4.157
-
3.631
-3.631
Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
-
-
-
-
17.310
17.310
-
16.365
16.365
17.483
15.214
2.269
G e re a lise e rd e tota a l sa ld o va n b a te n e n la ste n
-
Toevoeging/onttrekking aan reserves: Mutaties in reserves
-
-
-
-
-
-
207
-
207
Sub tota a l muta tie s re se rve s
-
-
-
-
-
-
207
-
207
17.310
17.310
-
16.365
16.365
-
17.690
15.214
2.476
G e re a lise e rd e re sulta a t
Zie voor de toelichting op de staat van baten en lasten de toelichtingen per programma.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 43 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Staat van incidentele baten en lasten Programma
Kostensoort
Omschrijving
2027
Incidentele lasten
Totaal incidentele lasten Incidentele baten
Totaal incidentele baten Incidenteel resultaat
Toelichting
In deze begroting zijn geen incidentele baten en lasten opgenomen.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 44 van 50
2028
(bedragen in x € 1.000)
2029
2030
2031
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Overzicht baten en lasten per taakveld Hieronder is het overzicht baten en lasten per taakveld weergegeven. Categorie
0.4 0.5
0.61 0.62 0.64 0.8 7.2 7.3
Omschrijving
Realisatie 2025
LASTEN
0.61 0.62 0.64 0.8 7.2 7.3
4.157
4.236
OZB-woningen
6.529
6.526
6.997
Belastingen overig
3.130
3.338
3.493
47
OZB-niet woningen Overige baten en lasten Riolering Afval
1.029 -
BATEN
Mutaties reserves
47
1.030 -
48
1.103 -
635
677
709
15.642
16.476
17.320
658
207
701
-
734
-
OZB-woningen
2.918
2.696
2.858
Belastingen overig
9.750
9.009
9.550
Riolering
1.979
1.829
1.939
18.118
16.476
17.320
Totale lasten
15.642
16.476
17.320
Gerealiseerd saldo
2.476
-
-
OZB-niet woningen Overige baten en lasten Afval
527 688
2.049
Totale baten
8 april 2026
na wijziging
3.615
Treasury
Totaal baten
Versie 1.0
Begroting 2027
Overhead
Totaal lasten
0.10
(bedragen in x € 1.000)
Begroting 2026
18.118
Pagina 45 van 50
487 561
1.893
16.476
517 450
2.007
17.320
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
11.1 Meerjaren overzicht baten en lasten per taakveld C ate g o rie Omschrijving LAST EN 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB-woningen 0.62 OZB-niet woningen 0.64 Belastingen overig 0.8 Overige baten en lasten 7.2 Riolering 7.3 Afval
BAT EN 0.10 Mutaties reserves 0.61 OZB-woningen 0.62 OZB-niet woningen 0.64 Belastingen overig 0.8 Overige baten en lasten 7.2 Riolering 7.3 Afval Totale lasten Totale baten Ge re alise e rd sald o
Versie 1.0
8 april 2026
Be g ro ting 2027
Ge wijzig d e b e g ro ting 2026
Be g ro ting 2028
Be g ro ting 2029
(bedragen x € 1.000) Be g ro ting 2030
T o taal laste n
4.157 47 6.526 1.030 3.338 677 701 16.476
4.236 48 6.997 1.103 3.493 709 734 17.320
4.532 45 7.137 1.125 3.563 723 749 17.874
4.545 42 7.280 1.148 3.634 738 764 18.150
4.680 39 7.426 1.171 3.707 752 779 18.553
T o taal b ate n
2.696 487 9.009 561 1.829 1.893 16.476
2.858 517 9.550 450 1.939 2.007 17.320
53 2.928 527 9.791 450 2.027 2.097 17.873
53 2.972 522 9.972 450 2.055 2.126 18.150
53 3.041 543 10.181 450 2.106 2.179 18.553
16.476 16.476 -
17.320 17.320 -
17.874 17.873 -
18.150 18.150 -
18.553 18.553 -
Pagina 46 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Geprognosticeerde balans 2027 - 2030 Hieronder is de balans weergegeven met de geprognosticeerde cijfers voor de jaren 2027-2030. (bedragen x € 1.000) Activa
3 1 -1 2 -2 0 2 5 3 1 -1 2 -2 0 2 6 3 1 -1 2 -2 0 2 7 3 1 -1 2 -2 0 2 8 3 1 -1 2 -2 0 2 9 3 1 -1 2 -2 0 3 0
Vaste activa
1.660
2.453
4.649
4.222
4.100
3.975
Vlottende activa
35.847
4.253
2.068
2.404
2.431
2.458
Liquide middelen
488
480
480
480
480
480
Overlopende activa
965
965
965
965
965
965
38.960
8.151
8.162
8.071
7.976
7.878
T ota a l P a ssiva Eigen vermogen
3 1 -1 2 -2 0 2 5 3 1 -1 2 -2 0 2 6 3 1 -1 2 -2 0 2 7 3 1 -1 2 -2 0 2 8 3 1 -1 2 -2 0 2 9 3 1 -1 2 -2 0 3 0 814
1.864
1.864
1.811
1.758
Gerealiseerd resultaat
2.476
-
-
-
-
-
T ota a l e ige n ve rmoge n
3.290
1.864
1.864
1.811
1.758
1.705 414
Voorzieningen
1.705
525
414
414
414
414
Langlopende schulden
1.156
1.048
936
819
697
570
Vlottende passiva
29.419
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
Overlopende passiva T ota a l
Versie 1.0
8 april 2026
4.570
3.870
3.947
4.026
4.107
4.189
38.960
8.196
8.162
8.071
7.976
7.878
Pagina 47 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Investeringsoverzicht Voor 2027 staat de volgende investering gepland. Afschrijving op deze investering vindt plaats met
ingang van 2028. De start van de investering begint in 2026 en is om deze reden ook opgenomen in de 1e wijziging van de begroting 2026. Investeringsoverzicht
Bedrag
Verbouwing gebouw
€ 3.520.000
Totaal
Afschrijvingstermijn 20 jaar
€ 3.520.000
De totale kapitaalsbehoefte voor de verbouwing van het gebouw betreft €3.700.000. Hiervan komt
€180.000 ten laste van de exploitatie. Het krediet voor de verbouwing betreft zodoende € 3.520.000. De werkzaamheden voor de verbouwing van het gebouw starten na vaststelling van de 1e wijziging
begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027. De verwachting is dat de besteding voor 25% van het krediet in 2026 plaats vindt, de overige 75% in 2027.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 48 van 50
Beleidsindicatoren Begroting 2027 No.
T a a kve ld
1
Bestuur en ondersteuning Formatie
Fte per 1.000 inwoners
0,082 Fte per 1.000 inwoners
2
Bestuur en ondersteuning Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
0,086 mdw. per 1.000 inwoners
3
Bestuur en ondersteuning Apparaatskosten
Kosten per inwoner
4
Bestuur en ondersteuning Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom
15,22% Kosten als % van totale loonsom
+ totale kosten inhuur externen
+ totale kosten inhuur externen
5
Na a m b e le id sind ica tor
Bestuur en ondersteuning Overhead
E e nhe id
Kosten als % van de totale lasten
Pagina 49 van 50
Wa a rd e
€
E e nhe id
15,48 Kosten per inwoner
24,7% % van de totale lasten
Specificatie kosten per deelnemer Specificatie kosten per deelnemer begroting 2027 G e ge ve nsb e he e r
a a nta l ob j e cte n
b e d ra g p e r ob j e ct / tota a l b ij d ra ge
a a nta l WOZob j e cte n
G e ge ve nsb e he e r BAG
b e d ra g p e r ob j e ct / tota a l b ij d ra ge
a a nta l BAG ob j e cte n
b e d ra g T ota a l p e r ob j e ct / ge ge ve nsb e tota a l he e r BAG b ij d ra ge
WOZ-a d ministra tie
a a nta l ob j e cte n
b e d ra g p e r ob j e ct / tota a l b ij d ra ge
Die nstve rle ning
a a nta l a a nsla ge n
b e d ra g p e r re ge l / tota a l b ij d ra ge
P rogra mma koste n
4.101
205
205
4.778
7.571
T a rie f p rogra mma
5,106
0,626
1,623
14,585
1,859
Alblasserdam Albrandswaard Altena
9.961 11.932 28.024
50.863 60.927 143.096
9.961 11.932 28.024
6.241 7.475 17.557
9.961
16.169
28.024
Geertruidenberg Goeree-Overflakkee
11.847 31.912
60.493 162.949
11.847 31.912
7.422 19.993
18.190 19.154 9.807 16.330 24.673
Barendrecht Drimmelen
Hardinxveld-Giessendam Hoeksche Waard Krimpenerwaard Lansingerland Nieuwkoop Ridderkerk Voorne aan Zee
23.143 14.163
8.971 46.912
29.035 30.573 15.653 26.066 39.382
118.172 72.319
45.808 239.541
148.258 156.111 79.927 133.098 201.092
Hollandse Delta
475.559
2.428.293
T ota a l
803.133
4.100.948
23.143 14.163
8.971 46.912
14.499 8.873
5.620 29.390
29.035 30.573 15.653 26.066 39.382
45.488
22.409 7.475 63.045
9.961 11.932 28.024
145.279 174.026 408.724
48.941 72.193 189.007
90.974 134.196 351.337
309.525 376.625 966.202
11.847 31.912
19.230 51.799
26.652 71.792
11.847 31.912
172.786 465.430
61.144 186.491
113.658 346.660
373.589 1.046.830
29.035
47.129
15.653
25.408
320.779 353.820 171.002 251.466 386.700
957.826 974.986 514.439 781.061 1.186.843
14.499 8.873
5.620 29.390
65.320 19.154 35.214 16.330 24.673
23.143 14.163
8.971 46.912
29.035 30.573 15.653 26.066 39.382
337.536 206.564
130.840 684.202
423.469 445.901 228.296 380.167 574.378
105.861 100.312
58.920 342.465
172.568 190.343 91.993 135.280 208.031
2.109.594 327.574
205.223
Pagina 50 van 50
T ota le koste n
126.432
205.223
410.446
327.574
4.777.599
4.073.143
196.780 186.466
109.524 636.593
3.921.433
666.988 474.222
291.792 1.589.727
6.349.726
7.571.389 16.860.381
A.B. 26/34 D.B. 26/12 Aan vertegenwoordigende organen deelnemers GR SVHW Onderwerp: Kosteloze herinnering In de Ontwerpbegroting 2027 van SVHW is ervan uitgegaan, dat er geen nieuw beleid uitgevoerd wordt. Er is echter één beleidsonderwerp waarop het Algemeen Bestuur (AB) van SVHW de
vertegenwoordigende organen vraagt om een zienswijze. Dit betreft het al dan niet toevoegen van de
kosteloze herinnering aan het invorderingsproces bij SVHW. Vooralsnog heeft het AB SVHW naar
aanleiding van een tweetal pilots besloten geen wijziging door te voeren in het invorderingsproces.
Hiervoor zijn meerdere argumenten. Eén argument raakt echter uw budgetrecht, omdat de pilots laten
zien dat bij invoering van een kosteloze herinnering de opbrengsten uit invorderingskosten (en daarmee uw inkomsten) significant kunnen dalen. Daarom heeft het AB SVHW besloten u bij de
begroting 2027 om een zienswijze te vragen. In deze memo wordt u geïnformeerd om tot een goede
zienswijze te kunnen komen.
1. Aanleiding: Sociaal Maatschappelijk Verantwoord Invorderen (SMVI)
SVHW probeert enerzijds de belastingopbrengsten voor haar deelnemers te optimaliseren en anderzijds de menselijke maat in het invorderingsproces toe te passen in het bijzonder voor de kwetsbare belastingplichtigen. Daarom heeft SVHW een pakket aan samenhangende maatregelen om sociaal verantwoord in te vorderen. Waar SVHW nu mee werkt is: • • •
Het hanteren van een betalingstermijn van drie maanden in plaats van de wettelijke zes weken; De mogelijkheid om met een automatische incasso in tien maandelijkse termijnen te betalen;
De mogelijkheid om binnen twee weken na ontvangst van een aanmaning alsnog een automatische incasso af te geven;
• • •
Het op verzoek opsturen van een betaallink via email of sms; Het treffen van individuele betalingsregelingen;
Gebruik Incasso Op Maat voor flexibel incasseren waarbij belastingplichtigen het incassomoment kunnen bepalen;
•
Belacties en huisbezoeken om met een persoonlijke aanpak de kwetsbare mensen in de samenleving te begeleiden naar praktische oplossingen en om kostenstapeling te voorkomen.
Al een aantal jaren wordt overwogen om ook het instrument van de kosteloze herinnering hieraan toe
te voegen. Op dit moment ontvangt de belastingplichtige na het verstrijken van de betalingstermijn van drie maanden gelijk een aanmaning met aanmaningskosten. Voor 2026 bedragen de
aanmaningskosten € 10 voor een openstaand bedrag tot en met € 454 en voor bedragen daarboven zijn de aanmaningskosten € 22. Een volgende stap in het invorderingstraject is het sturen van een
dwangbevel, eveneens met bijbehorende invorderingskosten. Het is mogelijk om voorafgaand aan de aanmaning eerst nog een kosteloze herinnering te sturen aan de belastingplichtige. Op die manier
kunnen aanmaningskosten voorkomen worden. Het is voor overheden wettelijk toegestaan om zonder kosteloze herinnering het aanmaningsproces te starten. De tarieven voor invorderingskosten zijn wettelijk vastgelegd.
Het invoeren van de kosteloze herinnering kent voor SVHW dus al een lange geschiedenis. In november 2023 heeft het AB SVHW zich hier opnieuw over gebogen en uitgesproken de kosteloze
betalingsherinnering in te willen voeren. De ambitie was invoering per 1 januari 2025 en hiervoor in Pagina 1 van 4
A.B. 26/34 2024 een pilot te starten. Uit deze pilot bleek onder meer dat de kosteloze herinnering succesvol is,
voor wat betreft het betaalgedrag van de belastingplichtigen en de door de belastingplichtigen ervaren menselijke maat. Het te verwachten effect op de opbrengsten invorderingskosten is echter groot. Het
AB SVHW heeft daarop besloten de invoering van de kosteloze betalingsherinnering uit te stellen, een tweede bredere pilot uit te voeren en te onderzoeken of het risico op een significante daling van de
opbrengst invorderingskosten verminderd kan worden door in samenhang te treffen andere maatregelen. 2. Pilots
De eerste pilot
In 2024 heeft een pilot plaats gevonden ter onderbouwing van een besluit om voor SVHW de kosteloze
herinnering in te voeren. De pilot omvatte een representatief aantal kosteloze herinneringen uit het aanslagkohier van 31 mei 2024. Dit kohier bevatte in hoofdzaak aanslagen van WSHD (eigenaren
woningen) voor het gebied van niet-SVHW deelnemers. Door deze kosteloze herinnering daalde het
aantal aanmaningen met 40%. Zonder kosteloze herinnering hadden 40% meer belastingplichtigen een
aanmaning ontvangen en aanmaningskosten moeten betalen. Ervaringscijfers wijzen uit dat ongeveer
50% van de niet betaalde vorderingen na een aanmaning uitmondt in een dwangbevel. De
invorderingskosten bij een dwangbevel zijn significant hoger dan bij een aanmaning. Door de kosteloze
herinnering lag het aantal dwangbevelen in de pilot echter ook 40% lager dan normaal gesproken. Dit was vooraf niet verwacht.
Als dit lager aantal aanmaningen en dwangbevelen zou worden geëxtrapoleerd over het totale aantal
aanslagen van SVHW (gesteld op 700.000) zou dit kunnen leiden tot een derving met 40% van de opbrengst invorderingskosten van per saldo bruto ca. € 1,7 miljoen.
De pilot kende positieve reacties vanuit de belastingbetaler: de kosteloze herinnering werd als meer
menselijke maat ervaren en er werd sneller betaald. De derving van de opbrengst invorderingskosten
riep de vraag op of de pilot voldoende representatief was, omdat het voornamelijk eigenaren van woningen betrof en alleen waterschapsbelasting. Tweede pilot
Omdat in eerste pilot voornamelijk eigenaren woningen voor het waterschap betrof, besloot het AB SVHW
om een tweede, meer representatieve pilot uit te voeren. In juni 2025 is een pilot uitgevoerd met een
selectie
van
belastingplichtigen
van
alle
deelnemers
met
aanslagen
voor
gebruikers-
en
eigendomsbelasting. Daarmee is de steekproef zeer representatief voor heel SVHW. Er zijn ruim 10.000
kosteloze herinneringen gestuurd. Ook in de tweede pilot bleek 40% van de belastingplichtigen door de
kosteloze herinnering een betaling te hebben gedaan of regeling te hebben getroffen met SVHW bij de start van het aanmaningsproces in juli (effectief dus een betaaltermijn van ca. vier maanden voor
aanmaning). Dit is dus in lijn met de eerste pilot. Uiteindelijk is er op de steekproef per medio oktober een aantal dwangbevelen uitgestuurd, wat op ongeveer 30% van de oorspronkelijke steekproef lag. Dit
was dus ook 40% lager dan gebruikelijk is in de situatie zonder een kosteloze herinnering. Het beeld uit deze tweede steekproef is dus gelijk aan de eerste steekproef. Het gemiddelde bedrag aan kosten voor
het dwangbevel ligt wel hoger dan bij de eerdere pilot, omdat de februari run voor een groot deel
gecombineerde en dus hogere aanslagen bevat en de wettelijke kosten hoger liggen dan vorig jaar.
Omdat de tweede pilot deel uitmaakte van het grote kohier van februari/ maart is ook een vergelijking mogelijk met de overige openstaande posten die wel gelijk een aanmaning hebben ontvangen. Ook Pagina 2 van 4
A.B. 26/34 daaruit bleek dat ongeveer 50% van de openstaande posten uiteindelijk leidde tot een dwangbevel per medio oktober. Deze verhouding geldt ook voor de februari kohieren uit 2024 en 2023. Van de
openstaande vorderingen die in de pilot voor een kosteloze herinnering in aanmerking kwamen leidde
slechts 30% tot een dwangbevel.
Per saldo zijn de conclusies uit de tweede pilot hetzelfde als uit de eerste pilot: de derving opbrengst
invorderingskosten kan, zoals bij de eerste pilot berekend, meer dan bruto € 1,7 miljoen bedragen.
Hierbij is het resultaat uit de pilots geëxtrapoleerd naar een kosteloze herinnering bij alle niet betaalde
aanslagen uitgaande van 700.000 aanslagen en is geen rekening gehouden met de stijging van het tarief voor dwangbevelen en oninbare vorderingen. De indicatieve effecten per deelnemer zijn opgenomen in de bijlage.
3. Overige overwegingen
Er is naast de derving opbrengst invorderingskosten een aantal andere overwegingen, dat moet worden
meegenomen bij de keuze om wel of geen kosteloze herinnering bij SVHW door te voeren: •
Jaarlijkse ervaringscijfers tot nu toe waren dat 10-11% van het aantal aanslagen leidt tot aanmaningen;
•
Uit twee pilots mogen we concluderen, dat door de kosteloze herinnering de terugval zowel in
het aantal aanmaningen als dwangbevelen ca. 40% bedraagt ten opzichte van andere jaren en
model staat voor alle aanslagen. Het effect op de invorderingsmaatregelen bij kosteloze
herinneringen op de langere termijn is uiteraard onbekend. Wellicht gaat het effect verloren als kosteloze herinneringen “normaal” worden; •
In de toekomst worden kosteloze herinneringen mogelijk wettelijk verplicht. Op dit moment
wordt hier niet actief aan gewerkt. In 2024 heeft de staatssecretaris van BZK wel een oproep
gedaan de kosteloze herinnering in het invorderingsproces op te nemen. Uit een inventarisatie in 2023 is gebleken dat ongeveer de helft van de belastingkantoren met een kosteloze herinnering werkt;
•
Enkele recent toegetreden deelnemers waren tot voor kort gewend aan kosteloze herinneringen en enkele deelnemers doen dit voor overige heffingen/ leges wel;
•
Uitrol van kosteloze herinneringen is alleen mogelijk als alle deelnemers hiertoe besluiten. Dit
vanwege gecombineerde aanslagen en hogere kosten/ inefficiëntie; •
Het is mogelijk om de structurele wanbetalers uit te sluiten van het versturen van een kosteloze herinnering;
• •
De opbrengsten voor invorderingskosten is geen verdienmodel voor deelnemers;
De gemeentelijke deelnemers nemen bezuinigingsmaatregelen voor het ravijnjaar 2026 en verder;
•
Het daarom voor deelnemers wenselijk is om niet eerder dan in 2027 de kosteloze herinnering
•
Bij de invoering van kosteloze herinneringen in samenhang met een aantal andere maatregelen
in te voeren;
zoals gecombineerde aanslagen voor het waterschap, wordt de daling van de opbrengst
invorderingskosten in te beperkte mate gecompenseerd; •
Bedrijven zijn al wel wettelijk verplicht om aan hun klanten altijd eerst een herinnering te sturen
als die niet op tijd de rekening betalen. Pas als klanten dan nog niet betalen, mogen bedrijven
een opgehoogde factuur sturen. Maar voor overheden geldt dat nu niet. Zij mogen meteen aanmaningskosten in rekening brengen. De betaaltermijn voor bedrijven is doorgaans ook korter
en de factuur betreft doorgaans consumptie en geen belastingen;
Pagina 3 van 4
A.B. 26/34 •
De daling van de opbrengst invorderingskosten moet bij de deelnemers gedekt worden. Als dit met belastingverhoging gebeurt, gaat dit ten koste van de belastingplichtigen die wel op tijd betalen of een automatische incasso hebben;
•
De ervaring leert dat de kosteloze herinnering vooral belastingplichtigen activeert, die de verplichting kunnen betalen. Het is dus niet per definitie een maatregel die de kwetsbare belastingplichtige helpt. Daarom is het geëxtrapoleerde bedrag een brutobedrag, dus zonder
aftrek van oninbare verplichtingen; •
Voor de organisatie van SVHW levert de pilot positieve punten op ten aanzien van het
vriendelijker contact met de belastingplichtigen. 4. Conclusies pilots
Uit de pilots kosteloze herinnering en de extrapolatie van de financiële effecten naar jaarniveau kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • • •
Positieve reacties van geadresseerden bij SVHW (menselijke maat);
Kosteloze herinnering leidt tot 40% minder aanmaningen en dwangbevelen;
Beperkte stijging van verzendkosten (gesaldeerd kosteloze herinnering en aanmaningen en dwangbevelen);
•
De daling van de samenhangende in- en externe uitvoeringskosten voor de invordering en het percentage oninbaar (<1%) leidt tot een positief effect van maximaal naar schatting € 100.000;
•
Verwachte daling opbrengst invorderingskosten (aanmaningen en dwangbevelen) met 40 %, zijnde bruto meer dan € 1,7 mln.
Bijlage
Indicatie aandeel in verwachte daling opbrengst invorderingskosten per deelnemer o.b.v. eerste begrotingswijziging 2025 in euro:
Alblasserdam
23.000
Albrandswaard
30.000
Altena
78.000
Barendrecht
44.000
Drimmelen
49.000
Geertruidenberg
25.000
Goeree-Overflakkee
76.000
Hardinxveld-Giessendam
17.000
Hoeksche Waard
141.000
Krimpenerwaard
72.000
Lansingerland
81.000
Nieuwkoop
36.000
Ridderkerk
56.000
Voorne aan Zee
81.000
Hollandse Delta
891.000
Klaaswaal, 14 januari 2026 Pagina 4 van 4