30. 2026-057640 Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) Vaststelling Begroting MRDH 2027 en Nota van beantwoording op 11 september 2026.pdf
Tekst van het document
Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeers- veiligheidsmaatregelen. Dit zijn middelen die in twee tranches door het Rijk ter beschikking zijn gesteld en waar voor de maatregelen uiterlijk in 2028 moeten zijn uitgevoerd. Ook zijn er bijdragen van derden ontvangen ter dekking van onderzoekskosten en projectuitgaven, voor zover daar in de betreffende jaren lasten tegenover staan, zijn deze lasten opgenomen. | (euro’s) Specificatie Mobiliteit | Jaarrekening 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 Toevoeging aan risicoreser ve financieringen | 4.000.000 | 4.000.000 | 0 | 0 | 0 | 0 Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen | 320.047 | 9.411.083 | 5.214.652 | 3.788.440 | 0 | 0 Bijdragen derden aan onderzoek en projecten | 156.537 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 Totaal lasten | 4.476.584 | 13.411.083 | 5.214.652 | 3.788.440 | 0 | 0 Mobiliteit baten Vanuit de Regeling Specifieke Uitkering Transitievergoeding zijn in 2023 subsidies verleend en verkregen voor de Transitievergoeding Openbaar Ver voer. De | ver voerders hebben deze verantwoord in 2024. In 2025 heef t de afrekening plaatsgevonden. Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen.
Dit zijn middelen die in twee tranches door het Rijk ter beschikking zijn gesteld en waar voor de maatregelen uiterlijk in 2028 moeten zijn uitgevoerd. Ook zijn er bijdragen van derden ontvangen ter dekking van onderzoekskosten en projectuitgaven. | (euro’s) Specificatie Mobiliteit | Jaarrekening 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 Beschikbaarheidsvergoeding/ Transitievergoeding | 1. 7 27. 259 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 (TVOV 2023) Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen | 320.047 | 9.411.083 | 5.214.652 | 3.788.440 | 0 | 0 Bijdragen derden aan onderzoek en projecten | 432.971 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 Totaal baten | 2.480.27 7 | 9.411.083 | 5.214.652 | 3.788.440 | 0 | 0 61 Economisch Vestigingsklimaat Incidentele last betref t de inzet voor de Versnellingsaanpak. In totaal heef t het algemeen bestuur voor de Versnellingsaanpak bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2024 €900.000 beschikbaar gesteld. Deze uitgaven worden gedekt uit de Egalisatiereser ve vestigingsklimaat, een incidentele baat. De commissie BBV adviseer t in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten 2025 het structureel begrotingssaldo volgens een voorgeschreven format te presenteren. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjaren- begroting structureel in evenwicht zijn.
| (euro’s) Presentatie van het structureel begrotingssaldo | Jaarrekening 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 Geraamde lasten | 641.319.047 | 852.166.032 | 912.505.606 | 1. 0 23. 516. 59 2 | 914.454.953 | 936.77 3.359 Geraamde baten | 645.836.387 | 855.891.532 | 912.267.140 | 1.023.316.591 | 914.354.953 | 936.77 3.359 Saldo baten en lasten | 4.517.340 | 3.725.500 | -238.465 | -200.000 | -100.000 | 0 (begrotingsssaldo voorbestemming) Beoogde toevoegingen aan reser ves | -4.000.000 | -4.000.000 | 0 | 0 | 0 | 0 Beoogde onttrekkingen aan reser ves | 87.035 | 274. 5 0 0 | 238.465 | 200.000 | 100.000 | 0 Begrotingssaldo na bestemming | 604.375 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 (geraamdresultaat) Waar van incidentele lasten en incidentele | 4.563.619 | 13.685.583 | 5.453.117 | 3.988.440 | 100.000 | 0 toevoegingen aan reser ves Waar van incidentele baten en incidentele | -2.567.312 | -9.685.583 | -5.453.117 | -3.988.440 | -100.000 | 0 onttrekkingen aan reser ves Saldo incidentele baten en lasten | 1.996.307 | 4.000.000 | 0 | 0 | 0 | 0 Structureel begrotingssaldo | 2.600.682 | 4.000.000 | 0 | 0 | 0 | 0 (geraamd structureel resultaat) De cijfers voor het jaar 2026 bestaan uit de vastgestelde begroting 2026 en de tot nu toe | bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrappor tage 2026 ter besluitvorming zijn voorgelegd.
Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is. 62 Begroting 2027 63 5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2027 is opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en berekend volgens de percentages van de Financiële verordening. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single information, Single audit op basis van het baten- en lastenstelsel. Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering ov-bedrijven Eind 2016 besloot de MRDH om de financiering van activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Dit doet de MRDH voor zover de samen- hangende kapitaallasten via de railconcessie worden vergoed. Hiervoor zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam.
Na de opbouw van de nodige risicoreserve blijven hierdoor structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Op 10 februari 2025 heeft het algemeen bestuur van de MRDH de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH vastgesteld en is de Verordening bussenleningen ingetrokken. In de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH is het nu ook mogelijk voor vervoerbedrijven om naast leningen voor zero-emissiebussen en bijbehorende laadinfrastructuur leningen aan te trekken voor de financiering van strategische busstallingslocaties. De financiële gevolgen hiervan worden toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer voldoen aan de wettelijke vereisten. Dit betekent dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De begroting 2026 laat geen overbestedings-tekorten zien. Hiermee voldoet de begroting aan het genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
Geprognosticeerde balanscijfers (euro’s) ACTIVA | Jaarrekening | Raming | Raming | Raming | Raming | Raming 31-12-2025 | 31-12-2026 | 31-12-2027 | 31-12-2028 | 31-12-2029 | 31-12-2030 Vaste activa (ar t. 33) Materiële vaste activa (ar t. 35) | 555.221 | 430.531 | 341.653 | 293.072 | 257.927 | 236.717 Investeringen met economisch nut | 555.221 | 430.531 | 341.653 | 293.072 | 257.927 | 236.717 Financiële vaste activa (ar t. 36) | 1.096.743.349 | 1.060.226.065 | 1.216.7 78.674 | 1.275.743.106 | 1.364.703.504 | 1.295.130.668 Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen | 1.001 | 1.001 | 1.001 | 1.001 | 1.001 | 1.001 Leningen aan deelnemingen en overige | 1.096.742.348 | 1.060.225.064 | 1.216.777.67 3 | 1.275.742.105 | 1.364.702.503 | 1.295.129.667 langlopendeleningen Totaal vaste activa | 1.097.298.570 | 1.060.656.596 | 1.217.120.327 | 1.276.036.178 | 1.364.961.431 | 1.295.367.385 Vlottende activa (ar t. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd kor ter | 795.950.359 | 726.491.382 | 634.395.401 | 458.250.070 | 391.147.334 | 303.238.516 dan één jaar (ar t.
39) Vorderingen op openbare lichamen | 41.025.285 | 47.500.000 | 47.500.000 | 47.500.000 | 47.500.000 | 47.500.000 Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen | 30.000.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een | 723.505.567 | 676.991.382 | 584.895.401 | 408.750.070 | 341.647.334 | 253.7 38.516 rentetypische looptijd kor ter dan één jaar Overige vorderingen | 1.419.507 | 2.000.000 | 2.000.000 | 2.000.000 | 2.000.000 | 2.000.000 Liquide middelen (ar t. 40) | 50.128 | 50.000 | 50.000 | 50.000 | 50.000 | 50.000 Banksaldi | 50.128 | 50.000 | 50.000 | 50.000 | 50.000 | 50.000 Overlopende activa (ar t.
40a) | 54.908.859 | 26.000.000 | 26.000.000 | 26.000.000 | 26.000.000 | 26.000.000 De van Europese en Nederlandse overheidslichamen | 21.314.645 | 6.000.000 | 6.000.000 | 6.000.000 | 6.000.000 | 6.000.000 nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de | 33.594.214 | 20.000.000 | 20.000.000 | 20.000.000 | 20.000.000 | 20.000.000 vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa | 850.909.346 | 752.541.382 | 660.445.401 | 484.300.070 | 417.197.334 | 329.288.516 Totaal activa | 1.948.207.917 | 1.813.197.97 7 | 1.87 7.565.727 | 1.760.336.249 | 1.782.158.766 | 1.624.655.901 64 (euro’s) PASSIVA | Jaarrekening | Raming | Raming | Raming | Raming | Raming 31-12-2025 | 31-12-2026 | 31-12-2027 | 31-12-2028 | 31-12-2029 | 31-12-2030 Vaste passiva (ar t. 41) Eigen vermogen (ar t. 42/43) | 46.551.943 | 49.673.069 | 49.434.604 | 49.234.603 | 49.134.603 | 49.134.603 Algemene reser ve | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 Bestemmingsreser ves | 45.947.568 | 49.67 3.069 | 49.434.604 | 49.234.603 | 49.134.603 | 49.134.603 Gerealiseerde resultaat | 604.375 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (ar t.
46) | 1.075.544.243 | 1.060.225.064 | 1.216.7 7 7.673 | 1.275.742.105 | 1.364.702.503 | 1.295.129.667 Onderhandse leningen van binnenlandse banken | 1.074.762.993 | 1.060.225.064 | 1.216.777.67 3 | 1.275.742.105 | 1.364.702.503 | 1.295.129.667 enoverige financiële instellingen Waarborgsommen | 781.250 Totaal vaste passiva | 1.122.096.186 | 1.109.898.133 | 1.266.212.27 7 | 1.324.976.709 | 1.413.837.106 | 1.344.264.270 Vlottende passiva (ar t. 47) Netto-vlottende schulden met een rentetypische | 25. 3 84. 953 | 37.000.000 | 37.000.000 | 37.000.000 | 37.000.000 | 37.000.000 looptijd kor ter dan één jaar (ar t. 48) Overige schulden | 25. 3 84. 953 | 37.000.000 | 37.000.000 | 37.000.000 | 37.000.000 | 37.000.000 Overlopende passiva (ar t.
49) | 800.726.7 78 | 666.299.844 | 574.353.450 | 398.359.540 | 331.321.660 | 243.391.632 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn | 146.033.716 | 71.537.281 | 71.686.868 | 71.838.289 | 71.903.144 | 71.881.935 opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar totbetaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn | 639.276.748 | 592.762.563 | 500.666.582 | 324.521.251 | 257.418.516 | 169.509.697 opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar totbetaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate | 15.416.314 | 2.000.000 | 2.000.000 | 2.000.000 | 2.000.000 | 2.000.000 vanhet volgende begrotingsjaar komen Totaal vlottende passiva | 826.111.731 | 703.299.844 | 611.353.450 | 435.359.540 | 368.321.660 | 280.391.632 Totaal passiva | 1.948.207.917 | 1.813.197.97 7 | 1.87 7.565.727 | 1.760.336.249 | 1.782.158.766 | 1.624.655.901 65 EMU-saldo (euro’s) EMU saldo | Jaarrekening 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking | 4.517.340 | 3.725.500 | -238.465 | -200.000 | -100.000 | 0 uit reser ves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie | 244.536 | 251.790 | 15 3.
8 15 | 51. 93 1 | 36.821 | 21.210 Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de | -97.503 | -251.000 | 0 | 0 | 0 | 0 balans worden geactiveerd Berekend EMU-saldo | 4.664.373 | 3.726.290 | -84.650 | -148.069 | -63.179 | 21.210 Het berekende EMU-saldo is in een aantal begrotingsjaren negatief als gevolg | Bij het opstellen van deze begroting 2027 waren er geen afspraken of regelingen van onttrekkingen uit reser ves. Deze onttrekkingen worden binnen het | bekend, die leiden tot ontslag- of af vloeiingsuitkeringen in 2027. EMU-kader aangemerkt als uitgaven en leiden daarmee tot een verslechtering van het EMU-saldo, zonder dat sprake is van een negatief begrotingsresultaat. | De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Het betref t een tijdelijk en verklaarbaar effect, samenhangend met de inzet van | Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen behalve eerder gevormde middelen, en geen structureel tekor t in de exploitatie. Het | door hogere premies. EMU-saldo herstelt zich in latere jaren weer naar een neutrale positie. Investeringen Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen | Een overzicht van de waardering en het onderhoud bestaande en toekomstige Het BBV schrijf t voor dat er inzicht wordt gegeven in de jaarlijks terugkerende | materiële vaste activa is te vinden in hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen).
arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waar voor geen voorziening is getroffen. Sinds de verplichte invoering van het Individueel | Financiering Keuzebudget worden de verschuldigde bedragen voor vakantietoeslag, | Een uitgebreide toelichting hierover staat in hoofdstuk 4.1 (Financiering). eindejaars- en levensloopuitkeringen vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar waarin zij verschuldigd zijn. Sinds 2022 biedt de cao de | Reser ves mogelijkheid om verlof te sparen. Vanwege het geringe bedrag worden er | Het verloop van de reser ves in de periode 2025 t/m 2030 staat in hoofdstuk 6 vooralsnog geen voorzieningen opgenomen. | (Staat van reser ves en fondsen). 66 6 | Staat van reser | ves en fondsen 2025-2030 (euro’s) Omschrijving | Saldo jaarrekening | Raming | Raming | Raming saldo | Raming | Raming | Raming saldo 31-12-2025 | toevoeging 2026 | onttrekking 2026 | 31-12-2026 | toevoeging 2027 | onttrekking 2027 | 31-12-2027 Reser ves Reser ve weerstandsvermogen EV | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 Egalisatiereser ve EV | 5.947.569 | 0 | 274. 5 0 0 | 5.67 3.069 | 0 | 238.465 | 5.434.604 Risicoreser ve financieringen | 40.000.000 | 4.000.000 | 0 | 44.000.000 | 0 | 0 | 44.000.000 Subtotaal reser ves | 45.947.569 | 4.000.000 | 274.
5 0 0 | 49.67 3.069 | 0 | 238.465 | 49.434.604 Fondsen BDU | 639.276.748 | 749.534.911 | 796.049.096 | 592.762.563 | 768.207.414 | 860.303.395 | 500.666.582 Subtotaal fondsen | 639.276.748 | 749.534.911 | 796.049.096 | 592.762.563 | 768.207.414 | 860.303.395 | 500.666.582 TOTA AL-GENERA AL | 685.224.317 | 753.534.911 | 796.323.596 | 642.435.632 | 768.207.414 | 860.541.860 | 550.101.186 (euro’s) Omschrijving | Raming | Raming | Raming | Raming | Raming | Raming | Raming | Raming | Raming | Raming saldo | toevoeging | onttrekking | saldo | toevoeging | onttrekking | saldo | toevoeging | onttrekking | saldo 31-12-2027 | 20 28 | 20 28 | 31-12-2028 | 2 0 29 | 2 0 29 | 31-12-2029 | 2030 | 2030 | 31-12-2030 Reser ves Reser ve weerstandsvermogen EV | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 Egalisatiereser ve EV | 5.434.604 | 0 | 200.000 | 5.234.603 | 0 | 100.000 | 5.134.603 | 0 | 0 | 5.134.603 Risicoreser ve financieringen | 44.000.000 | 0 | 0 | 44.000.000 | 0 | 0 | 44.000.000 | 0 | 0 | 44.000.000 Subtotaal reser ves | 49.434.604 | 0 | 200.000 | 49.234.603 | 0 | 100.000 | 49.134.603 | 0 | 0 | 49.134.603 0 Fondsen | 0 BDU | 500.666.582 | 788.609.329 | 964.754.660 | 324.521.251 | 788.642.906 | 855.745.641 | 257.418.516 | 788.633.952 | 876.542.770 | 169.509.697 Subtotaal fondsen | 500.666.582 | 788.609.329 | 964.754.660 | 324.521.251 | 788.642.906 | 855.745.641 | 257.418.516 | 788.633.952 |
876.542.770 | 169.509.697 0 TOTA AL-GENERA AL | 550.101.186 | 788.609.329 | 96 4. 95 4. 6 6 1373.755.854 | 788.642.906 | 855.845.642 | 306.553.119 | 788.633.952 | 876.542.7 71 | 218.644.300 67 Begroting 2027 68 Toelichting staat van reserves en fondsen Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten per jaareinde, op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH. Risicoreserve financieringen Meer informatie over de opbouw van deze reserve en het geraamde verloop daarvan staat in hoofdstuk 4.3 (paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de Wet Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds worden toegelicht in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen hebben betrekking op de BDU-bijdragen aan de exploitatie in het programma Mobiliteit zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten? programma Mobiliteit). Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats om de kosten voor de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer te dekken (zie hiervoor hoofdstuk 3.2).
7 | Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling | Gemeen t e | Aantal inwoners | Bijdrage per | Totaal inwonerbij- Metropoolregio Rotterdam DenHaag betalen in 2027 een bijdrage voor het | 1 januari 2026* | i nwoner | drage 2027 versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel | Albrandswaard | 26.560 | 3,11 | 82.602 staande bijdragen per gemeente. | Barendrecht | 48.678 | 3,11 | 151.389 Capelle aan den IJssel | 69.644 | 3,11 | 2 16. 593 De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2026 met €0,11 per | Delf t | 110.044 | 3,11 | 342.237 inwoner (volgens Kadernota MRDH begroting 2027 ) naar €3,11 per inwoner. | DenHaag | 569.076 | 3,11 | 1. 769. 826 Deinwonerbijdrage EV bedraagt in 2027 €7.775.995 en wordt voor €6.301.247 verantwoord als baten voor de dekking van de lasten binnen het programma | Krimpen aan den IJssel | 29.869 | 3,11 | 92.893 Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.2.2). | Lansingerland | 66.613 | 3,11 | 207.166 Daarnaast wordt er voor de dekking van de kosten van overhead gerelateerd | Leidschendam-Voorburg | 78.915 | 3,11 | 245.426 aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) | Maassluis | 37.136 | 3,11 | 115.493 €1.474.748 ingezet.
| Midden-Delf land | 19.359 | 3,11 | 60.206 Nissewaard | 89.111 | 3,11 | 277.135 Pijnacker-Nootdorp | 58.749 | 3,11 | 182.709 Ridderkerk | 48.070 | 3,11 | 149.498 Rijswijk (ZH.) | 61.874 | 3,11 | 192.428 Rotterdam | 674. 4 8 5 | 3,11 | 2.097.648 Schiedam | 82.055 | 3,11 | 255.191 Vlaardingen | 77.462 | 3,11 | 240.907 Voorne aan Zee | 75.000 | 3,11 | 233.250 Wassenaar | 27.975 | 3,11 | 87.002 Westland | 118.795 | 3,11 | 369.452 Zoetermeer | 130.850 | 3,11 | 406.944 Totaal | 2.500.320 | 7.775.995 (*) bron: CBS StatLine info van 26-3-2026. 69 Begroting 2027 70 8 Besluit Het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag; gelet op artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 september 2026; besluit: • de begroting 2027 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2028-2030; • de bestuurscommissie Vervoersautoriteit te mandateren om begrotingspost- subsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotings programma Mobiliteit; • de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde
begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Economisch Vestigingsklimaat. Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 11 september 2026, de secretaris, Christel Mourik de voorzitter, Jan van Zanen Bijlage 1 – Indicatoren | Ad 1) In de begroting 2027 bedraagt de formatie 106,67 f te. Het aantal inwoners Bijlagen | van de metropoolregio Rotterdam DenHaag bedraagt per 1 januari 2026 In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij | 2.500.320 (zie hoofdstuk 7 ). ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hier voor benodigde informatie met een zo gering | Ad 2) De bezetting per 1 januari 2026 bedraagt 91,14 f te. Dit betref t de mede | - mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). | werkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam DenHaag en niet De ministeriële regeling bevat voor het taakveld Economie de volgende | de ex terne inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Ex terne indicatoren: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze | inhuur.
Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam DenHaag begroting gaan we er van uit dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoor- | bedraagt per 1 januari 2026 2.500.320 (zie hoofdstuk 7 ). ding af leggen over deze indicatoren, omdat dit geen wettelijke taak is van de Metropoolregio Rotterdam DenHaag. De regeling bevat geen indicatoren voor | Ad 3) De totaal begrote apparaatskosten bedragen in 2027 €16.995.792 Mobiliteit. In deze begroting worden wel de indicatoren met betrekking tot | (ziehoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam bestuur en bedrijfsvoering opgenomen. Zie hier voor onderstaande tabel. | DenHaag bedraagt per 1 januari 2026 2.500.320 (zie hoofdstuk 7 ). N | r.Taak veld | Indicator | Periode | Waarde B2027 | Waarde B2026 | Ad 4) De totale loonsom bedroeg in 2025 €10.587.255. De kosten voor ex terne 1 | 0. Bestuur en | Formatie | 2027 per 1000 | 0,043 f te per | 0,038 f te per | inhuur bedroegen in 2025 €1.356.719. Voor 1,9% betref t deze inhuur medewerkers ondersteuning | inwoners | 1000 inwoners | 1000 inwoners | van de aangesloten gemeenten. 2 | 0. Bestuur en | Bezetting | 1 januari 2026 | 0,036 f te per | 0,036 f te per ondersteuning | per 1000 | 1000 inwoners | 1000 inwoners | Ad 5) In de begroting 2027 bedraagt de overhead €9.217.176 (zie hoofdstuk 3.2 inwoners | Overhead).
De totale lasten bedragen €912.267.140 (zie hoofdstuk 1). De indicator 3 | 0. Bestuur en | Apparaats- | 2 0 27 | €6,80 per | €6,10 per | is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan ondersteuning | kosten | inwoner | inwoner | schommelen vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten. 4 | 0. Bestuur en | E x terne | 2 0 25 | 12,81% van de | 12,77% van de | De | kosten van overhead volgen de Notitie Overhead 2026 van de commissie BBV ondersteuning | inhuur | totale loonsom | totale loonsom 5 | 0. Bestuur en | Overhead | 2 0 27 | 1,01% van de | 1,02% van de | en de ver wachte materiële en personele prijsontwikkeling. Daarnaast is de ondersteuning | totale lasten- | totale lasten- | organisatiestructuur per 1 januari 2026 gewijzigd. begroting | begroting 71 Begroting 2027 72 Bijlage 2 – Detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU Hierna volgt het overzicht van de projecten en programma’s uit het meerjarenbeeld. Zoals in hoofdstuk 1 is aangegeven neemt het financieel commitment van de MRDH toe naarmate het project verder is uitgewerkt. De fase waarin een project zich bevindt, bepaalt of het wordt opgenomen in de (meerjaren)begroting (uitwerkings- en realisatiefase) of in de werkvoorraad (fase van onderzoek/ initiatief, verkenningsfase, planstudiefase).
Soms is het nodig om de financiële inzet van de MRDH eerder vast te leggen in de begroting om te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT- projecten (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport), waarbij afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRT-project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de (meerjaren)begroting. In het overzicht wordt dat met een sterretje vermeld bij de projectfase, wat betekent dat het project is opgenomen in de begroting. In het meerjarenbeeld is daarnaast rekening gehouden met de gevolgen die infrastructurele projecten hebben op de exploitatielasten van het ov (zie laatste regel in het overzicht). Grote projecten (> € 10 miljoen subsidiabele kosten) hebben over het algemeen een lange doorlooptijd, waardoor het risico op prijsstijgingen bestaat. Vergelijk- baar met de begroting 2026 indexeren we deze projecten standaard volgens de methode die bij het project is vastgesteld (zoals IBOI of GWW). Als er geen expliciet besluit is genomen over de indexering, indexeren we volgens de indexering van de BDU. De mutaties in het overzicht ten opzichte van de begroting 2026 hangen verder samen met besluitvorming in de bestuurscommissie.
Het gaat dan bijvoorbeeld om besluitvorming over Metropolitane fietsroutes (MFR) en besluitvorming over de toevoeging van projectbudget aan MIRT-projecten in aanloop naar het BO MIRT van januari 2026. Op basis van het uitgangspunt dat de begroting realistisch moet zijn is een enkel project verschoven van begroting naar meerjarenbeeld, bijvoorbeeld de fietsroute N14 Sijtwende, waarvoor het realisatiemoment onzeker is vanwege de koppeling met een gepauzeerd wegenproject van het Rijk. De inzet van de MRDH bij de N57 betreft de invulling van het voormalige budget ‘Gebieds- uitwerking overig’. Het restant van dit budget valt nu vrij.
Projectnaam | Subproject | MRDH | Fase | 20 26 | 20 27 | 20 28 | 2 0 29 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 | 2041 | 2042 | 2043 | 2044 | 2045 | na 2045 bijdrage Lijn 19 | 92 | Realisatie | 9 Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied | 5 | Realisatie | - | 3 | 3 AVLM (Pilot MARTHA) | 8 | Realisatie | 0 | 0 INTHR | 18 3 | Realisatie | 15 | 22 | 32 | 18 | 23 Aanpassing Schiedam ivm 4 sporigheid | 8 | Realisatie | 0 Busstation Nissewaard | 10 | Realisatie | - | 2 Metrostation Nissewaard | 7 | Realisatie | 3 Move- CID Binckhorst no regret | 31 | Realisatie | 4 | 12 | 2 R-net Ridderkerk-Rotterdam (HOV Ridderkerk) | 8 | Realisatie | 4 | 2 Schiedam Fietscorridor Spaanse Polder - M4H fase 1 | 9 | Realisatie | 3 | 4 | 2 Plan toekomstvast tramnet Rotterdam | 58 | Realisatie | 9 | 10 | 10 | 10 | 18 | 2 Metronet | 1 13 | Realisatie | 15 | 34 | 13 | 13 | 13 | 13 | 6 MFR Westland - Rotterdam | 25 | Realisatie | 3 | 1 | 2 | 2 | 3 | 5 | 7 MFR Rotterdam - Zoetermeer | 19 | Realisatie | 4 | 2 | 1 | 1 | 3 | 4 | 2 MFR Delf t - Rotterdam Alexander | 29 | Realisatie | 4 | 2 | - | - | 6 | 11 | 7 Gekoppeld rijden RandstadRail, Spoorbeveiliging en Beurs | 120 | Uitwerking | 4 | 10 | 10 | 20 | 30 | 20 | 10 | 10 | 5 MFR Rotterdam - Ridderkerk | 32 | Planstudie* | 14 | 8 | 1 | 1 | 2 | 6 Nieuwe fietsbrug over de Vliet | 3 | Planstudie* | 3 Beatrix laan fase 1 | 9 |
Planstudie* | 1 | 4 | 4 Kruising Erasmusweg-Lozerlaan | 25 | Planstudie* | 6 | 6 | 6 | 6 Move - Gebiedsuitwerking Greenpor t 3.0. Westland: | MFR Naaldwijk-DenHaag CID | 18 | Planstudie* | 5 | 3 | 1 | 1 | 8 MFR Naaldwijk-Delf t | 19 | Planstudie* | 5 | 3 | - | 4 | 4 | 4 Greenpor t 3.0 | 13 | Verkenning* | 1 | 4 | 4 | 4 Move – Gebiedsuitwerking - Voorne-Putten en Haven | 9 | Uitwerking | 3 | 3 | 3 Rotterdam Move - Regionale inzet restbudget weginfra (N57 ) | 5 | Planstudie* | 1 | 1 | 1 | 1 Move - Vlietlijn | 14 3 | Uitwerking | 3 | 32 | 32 | 32 | 41 | 1 Move - Stadsbrug & HOV | Stadsbrug Rotterdam | 2 28 | Uitwerking | 5 | 4 | 14 | 50 | 50 | 50 | 52 HOV Maastunnel | 8 | Onderzoek / Initiatief* | 1 | 2 | 3 | 2 Algeracorridor | 10 | Uitwerking | 0 | 2 | 2 | 2 | 2 Move - Oude Lijn - Knooppunt Schiedam Centrum | 17 | Planstudie* | 1 | 1 | 2 | 6 | 7 Move - Oude Lijn - Knooppunt Laan van NOI | 17 | Planstudie* | 1 | 1 | 2 | 6 | 6 Move - Oude Lijn - Landschapsversterking Bijzonder | 21 | Verkenning* | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 Provinciaal Landschap Programma kleine projecten | 59 0 | Uitwerking | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 Hobbemaplein | Planstudie Toekomstvast OV Zoetermeer | Verkenning Fietsroute N14 Sijtwende | Onderzoek / Initiatief P+R | Onderzoek / Initiatief Mov v ZoRo | Onderzoek / Initiatief HOV-verkenning
DenHaag-Naaldwijk-Maassluis-Delf t- | Onderzoek / Initiatief Rotterdam Mov v Koningscorridor oost (excl Binckhorst) | Onderzoek / Initiatief Mov v Koningscorridor west (CS - Madurodam) | Onderzoek / Initiatief Mov v Koningscorridor west (Telderstracé) | Onderzoek / Initiatief Beatrix laan fase 2 | Onderzoek / Initiatief HOV Ridderkerk fase 2 | Onderzoek / Initiatief Complexe schakels | Onderzoek / Initiatief Spoorbeveiliging | Onderzoek / Initiatief Uitvoeringsprogramma | Onderzoek / Initiatief Weerbaarheid | Onderzoek / Initiatief Exploitatie OV | Exploitatie 73 Bijlage 3 – Investeringsprogramma Ver voersautoriteit 2027 In ho ud Inleiding | 764 | Investeren in bereikbaarheid om de 1.1 | Inleiding | 76inwonersgroei in de regio te faciliteren | 85 1.2 | Werkgebied van de Ver voersautoriteit | 77 | 4.1 | Programma’s Investeren in bereikbaarheid | 85 No Regret CID-Binckhorst | 85 1.3 | Uitgangspunten en randvoor waarden | 77 | De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid CID-Binckhorst) | 86 1.4 | Budgetten | 78MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten | 88 RandstadRail & Metronet | 89 Programma Toekomstvast Tramnet Rotterdam | 90 2 | Integrale programma’s | 80 | 4.2 | Onderzoeken, initiatieven en verkenningen Investereninbereikbaarheid | 91 Stadsbrug, HOV en station Stadionpark | 91 3 | Afspraken BO MIRT | 81RandstadRail Gekoppeld rijden lijn 2 of lijn 3 | 92 3.1 | Oever verbindingen en
HOV Oostf lank Rotterdam | 81 | Capaciteit Station Beurs | 93 Spoorbeveiliging samenloopdeel | 94 3.2 | De Vlietlijn | 82Verkenning Koningscorridor | 95 3.3 | Oude Lijn, knooppunten, Metronet/RandstadRail | HOV Westland | 96 enLeiZo | 834.3 | Planstudies Investeren in bereikbaarheid | 97 3.4 | Gebiedsuitwerking Greenpor t 3.0 Westland | 83 | RandstadRail Gekoppeld rijden lijn 4 | 97 Knooppunt Schiedam Centrum | 97 3.5 | MIRT Maatregelenpakket Bereikbaarheid | Knooppunt DenHaag Laan van NOI | 98 Voorne-Putten en Haven Rotterdam | 83 | 4.4 | Planuitwerkingen Investeren inbereikbaarheid | 98 3.6. | Mobiliteitspakketten | 84Algeracorridor | 98 Metrowerkplaats Waalhaven | 99 74 4.5.
| Realisatie Investeren in bereikbaarheid | 100 | 6.3 | Planuitwerkingen versterken van het regionale Tramlijn 19b Delf t | 10 0 | mobiliteitsnetwerk | 116 Frequentieverhoging Metronet | 10 1 | HOV Ridderkerk | 1 16 Blankenburgverbinding | 6.4 | Realisatie versterken van het regionale (Kwaliteitsprogramma NieuwWaterland) | 10 2 | mobiliteitsnetwerk | 117 Fietscorridor Schiedam | 10 3 | Busstation Har t van Zuid (Rotterdam) | 1 17 Reconstructie metro- en busstation Spijkenisse Centrum | 1 18 5 | Actieve en collectieve vormen van | Samenloopdeel RandstadRail: Capaciteit en robuustheid | 1 19 mobiliteitstimuleren | 104 5.1 | Programma’s Actieve en collectieve vormen | 7 | Vanaf medio 2025 in gebruik genomen vanmobiliteit | 106pro jec t en | 1 20 Programma Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR) | 10 6 | Viersporigheid Schiedam | 120 Programma InnOVatieroute | 10 7 | A16 Rotterdam (Rotterdam/Lansingerland) | 121 Slim en Schoon naar Stad en Strand | 10 8 Metropolitane Fietsroutes | 10 9 Bijlagen | 122 6 | Versterken van het regionale | Bijlage A1 – Kleine projecten: openstaande mobiliteitsnetwerk | 111verplichtingen per subsidieontvanger | 122 6.1 | Programma’s versterken van het regionale | Bijlage A2 – Kleine projecten: Aanmeldingen2026 | 128 mobiliteitsnetwerk | 111 Ketenmobiliteit op ov-knooppunten | 111 | Bijlage A3 – In 2025 en 2026 afgeslotenprojecten | 132
Samenwerkingsprogramma stimulering | Bijlage B – Afkor tingenlijst | 152 verkeersveiligheidsmaatregelen | 112 A4 Passage Poor ten en Inprikkers en meekoppelkansen | 1 13 6.2 | Onderzoeken en verkenningen versterken van hetregionale mobiliteitsnetwerk | 114 Hoogwaardige busverbinding van Centraal Station naarZuidpleinviadeMaastunnel | 1 14 P+R Rotterdam | 1 14 Toekomstvast openbaar ver voer Zoetermeer | 1 15 75 Inleiding 1.1 | Inleidingver voer zal de in 2026 op te stellen Uitvoeringsagenda duidelijk maken wat de consequenties voor begroting en het IPVa zullen zijn. De bestuurscommissie Ver voersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam DenHaag (MRDH) voer t de verkeer- en ver voerstaken binnen de metropoolregio | In de hoofdstukken 4, 5 en 6 zijn de programma’s en grote projecten gerubriceerd uit. Daaronder vallen het ontwikkelen van beleid en het realiseren en subsidiëren | naar de respectievelijke opdrachten uit de Strategische Agenda: “Investeren in van investeringsmaatregelen binnen het begrotingsprogramma Mobiliteit. | bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren”, “Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren” en “Versterken van het regionale Het Investeringsprogramma Ver voersautoriteit (IPVa) is het overzicht van | mobiliteitsnetwerk”.
Ieder hoofdstuk begint met de programma’s die onder de projecten en programma’s die bij de MRDH in voorbereiding of uitvoering zijn. | opdracht vallen gevolgd door een beschrijving per project per fase. De kleine De begroting (begrotingsprogramma Mobiliteit) is op basis van de voor tgang | projecten staan in de bijlagen, zodat het IPVa compact en leesbaar blijf t. van werkzaamheden. De bijlagen van het IPVa blijven gestoeld op beschikkingen, betalingen en het te ver wachten kasritme. Hiermee willen we duidelijkheid | In november 2022 hebben Rijk en regio in het Bestuurlijk Overleg Meerjaren- geven aan subsidieaanvragers of er al een voorschot is aangevraagd en wat de | programma Infrastructuur, Ruimte en Transpor t (BO MIRT) afspraken gemaakt omvang is van de resterende financiële verplichting. | over ontsluiting van de NOVE X-woningbouwlocaties en over regionale Het IPVa beschrijf t waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: | ov-maatregelen en mobiliteitspakketten. in de vorm van subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Hier voor hebben we met name de 21 gemeenten, de regionale ver voerders, het | Voor de Zuidelijke Randstad, waarin de metropoolregio Rotterdam DenHaag Havenbedrijf Rotterdam, het waterschap Hollandse Delta en de provincie | ligt, heef t het Rijk circa €2,6 miljard gereser veerd, plus maximaal €162 miljoen Zuid-Holland geconsulteerd.
| voor de mobiliteitspakketten. Hoofdstuk 3 geef t daar een kor te beschrijving van. Een aantal van de projecten en programma’s is onder tussen verder gebracht, Op 13 februari 2026 heef t het algemeen bestuur de Mobiliteitsvisie en de Visie | inclusief de voor waarden voor welke overheden welk deel van de benodigde Economisch Vestigingsklimaat vastgesteld. De beide bestuurscommissies zullen | budgetten lever t. de visies in 2026 en 2027 uitwerken in een gezamenlijk uitvoeringsprogramma voor de komende vijf tot tien jaar en op basis daar van wordt de Strategische | In januari 2026 hebben Rijk en regio BO MIRT afspraken gemaakt voor ex tra Agenda geactualiseerd voor de periode 2027-2030. | investeringen in woningbouw en mobiliteit in de metropoolregio. In totaal draagt het Rijk ruim €498 miljoen bij om in onze regio, onder andere langs de In een aantal nieuwe projecten voor het Investeringsprogramma 2027 zijn al | Oude Lijn, woningen te bouwen en deze duurzaam bereikbaar te maken. De aspecten van de nieuwe ambities herkenbaar, zoals de verkenning toekomstvast | MRDH heef t hier voor €64,8 miljoen beschikbaar gesteld. Hier van is €9,8 miljoen openbaar ver voer Zoetermeer, en de proef met een regionaal deelfietsensysteem | bestemd voor knooppunt Schiedam Centrum, €10 miljoen voor knooppunt Laan en de proef publieke mobiliteit in samenwerking met zorgver voer.
Voor andere | van NOI en €25 miljoen voor het Bijzonder Provinciaal Landschap in relatie tot onder werpen zoals de corridoraanpak, publieke mobiliteit en automatisch | de spoor verdubbeling tussen Delf t en Schiedam. Daarnaast hebben we de 76 Begroting 2027 77 reservering voor de Vlietlijn verhoogd met € 20 miljoen voor de scope-uitbreiding tunnelvariant passage sporendriehoek. Deze bedragen zijn inclusief btw en conform de WoMo-aanvragen van de betreffende gemeenten. Hoofdstuk 7 geeft het beeld van grote of bijzondere projecten die in 2025/2026 zijn opgeleverd en in gebruik genomen. 1.2 Werkgebied van de Vervoersautoriteit De geografische grenzen en gemeenten ziet u op onderstaand kaartje. Het werkgebied van de MRDH omvat 21 gemeenten. Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Nissewaard Albrandswaard Barendrecht Maassluis Westland Wassenaar Den Haag Zoetermeer Lansingerland Leidschendam-Voorburg Rijswijk Delft Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp 1.3 Uitgangspunten en randvoorwaarden We willen bereiken dat het IPVa inzicht geeft in de belangrijkste projecten en de relevante wijzigingen ten opzichte van het vorige jaar. We houden het leesbaar door ons in de tekst te beperken tot de hoofdlijnen. In de bijlagen worden de investeringen en bestedingen gedetailleerder weergegeven.
De exploitatiekosten openbaar vervoer, beheer en onderhoud railassets, jaarlijkse bijdragen aan gelieerde partijen, beleidsonderzoek en apparaatslasten worden betaald vanuit de BDU-gelden, maar zijn geen projectmatige investeringen. Om die reden maken deze geen onderdeel uit van het IPVa. Het IPVa heeft een basis in de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH en de bijbehorende Uitvoeringsregeling. In het IPVa worden de bedragen voor verkenningen en planstudies van (grote) infrastructurele projecten niet altijd, of hooguit indicatief, genoemd. Voor de fasering houden we aan: Onderzoek/initiatief Verkenning Werkvoorraad Meerjarenbegroting Planstudie Uitwerking Realisatie Het financieel commitment van de MRDH neemt toe naarmate het project verder is uitgewerkt. De fase waarin het project zich bevindt, bepaalt of het wordt opgenomen in de (meerjaren)begroting of in de werkvoorraad. Begroting 2027 78 Onderzoek/initiatief Er is een probleem geconstateerd. In de onderzoeksfase komen beoogde effecten op de regionale bereikbaarheid, een globale scope en inschatting van de kosten en mogelijke periode van uitvoering aan de orde. Deze fase resulteert in een voorstel aan de bestuurscommissie om een verkenning te starten.
Verkenning Er is een probleem geconstateerd, waarbij in een verkenning het nut en de noodzaak van mogelijke oplossingen wordt onderzocht met een indicatie van de verwachte investeringskosten. Deze fase resulteert in een voorstel aan de bestuurscommissie om in de planstudie een aantal varianten nader te onder- zoeken. Planstudie Na een afgeronde verkenning is een potentiële oplossing voorhanden. De effecten en kosten zijn indicatief bekend, maar er is geen dekking. De planning heeft een bandbreedte van enige jaren en er is nog geen aangewezen projectorganisatie. De planstudie resulteert in een voorstel aan de bestuurscommissie voor een voorkeursvariant met een kostenraming en globale dekking. Uitwerking Voor het project heeft de MRDH een aanmelding van de wegbeheerder getoetst en opgenomen in het IPVa. De planning is tot 1 à 2 jaar nauwkeurig. Het project kan eventueel afvallen als blijkt dat er (nog) geen of onvoldoende geld beschikbaar is om het project uit te voeren en af te ronden. De initiatiefnemer werkt het ontwerp verder uit, organiseert de noodzakelijke processtappen en bereidt de subsidieaanvraag voor. Deze fase resulteert in een voorstel aan de bestuurs- commissie om het definitieve ontwerp en de bijbehorende kostenraming en planning vast te stellen, dan wel goed te keuren. Realisatie Het project is getoetst en (bijna) beschikt in overeenstemming met de verordening.
De planning en uitvoeringstermijn zijn bekend. Met het verlenen van de subsidie of het verstrekken van de opdracht neemt de bestuurscommissie een realisatiebesluit. Vaststelling Het project is afgerond en de eindafrekening wordt ingediend. Ov-projecten maken daarbij onderdeel uit van een concessie met afspraken en middelen voor exploitatie en beheer- en onderhoud. In voorgaande figuur is deze volgordelijkheid schematisch aangegeven, met de momenten dat er budget wordt opgenomen in de (meerjaren)begroting. Iedere fase eindigt met een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (BcVa) over of en hoe een project naar een volgende fase gaat. Door de fasering bereidt de MRDH zich stapsgewijs voor op een mogelijke toekomstige financiële bijdrage aan het project. Het heeft namelijk geen zin om projecten te laten voorbereiden waar uiteindelijke geen budget voor is. Voor het opnemen of wijzigen van budget in de begroting is een besluit van het algemeen bestuur vereist. Dat gebeurt op drie momenten in het jaar: bij de vaststelling van de begroting en bij de begrotingswijzigingen op basis van de eerste en tweede Bestuursrapportage. In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur.
Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRT-project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de (meerjaren)begroting. 1.4 Budgetten De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit MRDH worden groten- deels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage, de zogeheten Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Voor de gehele regio hanteren we voor 2027 een subsidieplafond van € 30 miljoen voor het programma Kleine projecten. Kleine projecten kennen een subsidiegrens van € 5 miljoen subsidiabele kosten voor ov-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor overige projecten. Kleine projecten kunnen uit de gehele range van auto, fiets, ketenmobiliteit, verkeers- Begroting 2027 79 veiligheid en ov-projecten komen. In het budget zitten ook de reserveringen voor verkeerseducatie en investeringen in infrastructuur die de MRDH zelf initieert. Als eerste uitwerking van de Mobiliteitsvisie reserveert dit programma ook budget voor proefprojecten publieke mobiliteit (o.a. regionaal deelfietsen- systeem) in 2026.
In de financiële administratie van de MRDH is de bron van diverse geldstromen en fondsen vastgelegd, zoals extra bijdragen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), het gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) en nog lopende bijdragen voor programma’s. Daarnaast kunnen er ook bijdragen van andere overheden of derden via de MRDH worden ingezet. In dit IPVa is dat alleen zichtbaar wanneer het relevant is voor de programma’s waar budget voor wordt gevoteerd. Afgeronde subsidieprogramma’s waar geen nieuwe subsidies meer uitvloeien, worden niet meer vermeld. Voor het IPVa 2027 gelden de volgende randvoorwaarden: • Binnen het jaarlijkse budget voor kleine projecten is er geen aparte oormerking voor fiets- en ketenmobiliteit, verkeerseducatie, verkeersveiligheid, verkeers- management en wegenstructuur en ov. • Als er ruimte ontstaat binnen enig programma omdat een subsidie niet wordt aangevraagd of lager wordt beschikt, dan blijft deze financiële ruimte gedurende de looptijd van het programma beschikbaar. Begroting 2027 80 2 Integrale programma’s Een programma is een geheel van samenhangende projecten dat op een bepaald beleidsterrein van het verkeer- en vervoerbeleid betrekking heeft.
Een programma wordt opgenomen in het IPVa nadat de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten heeft tot het instellen daarvan. Een programma hoeft niet automatisch een budget te hebben. Voorwaarde voor het instellen van een programmabudget is een besluit van de bestuurscommissie Vervoers- autoriteit inclusief een dekkingsvoorstel dat past binnen de begroting die door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Er zijn ook diverse samenwerkingsprogramma’s. Een samenwerkingsprogramma is een geheel van projecten gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst tussen de MRDH en meerdere partijen, met als doel het realiseren van dat programma. Bijvoorbeeld de afspraken naar aanleiding van het BO MIRT over de Stadsbrug, HOV en station Stadionpark, De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid CID-Binckhorst) en de verkenning Oude Lijn & knooppunten tussen Leiden en Dordrecht. Naast bovenstaande programma’s heeft de MRDH eigen programma’s. Het programma Kleine projecten is gevuld met projecten waarvan de omvang van de subsidie kleiner is dan € 5 miljoen. Deze projecten vallen onder fiets- en ketenmobiliteit, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur, of ov.
Vanwege de relatief beperkte omvang zijn gedragsbeïnvloeding/educatie verkeersveiligheid, de ombouw van VRI tot iVRI’s (intelligente Verkeersregel- installaties) en aanpassingen infra na wijziging ov-lijnen, financieel ondergebracht in het programma Kleine projecten. De metropolitane fietsroutes zijn opgenomen in het programma Metropolitane Fietsroutes (MFR). Voor het verbeteren van overstappunten is er het programma ketenmobiliteit op ov-knooppunten. 3 | Afspraken BO MIRT Het kabinet heef t in het BO MIRT van 2022 een bedrag van €7,5 miljard | Om de verbinding met oorspronkelijke besluiten te houden, noemen we hieronder beschikbaar gesteld voor ontsluiting van nieuwe woningen in de NOVE X- | kor t de projecten en programma’s met ver wijzing naar de indeling binnen het verstedelijkingsgebieden en voor de versnelling van grootschalige woningbouw- | IPVa. Ook geven we aan of de MRDH meebetaalt of dat een project volledig locaties. Hier van is €6 miljard vanuit het Mobiliteitsfonds voor hoofdinfrastructuur | door het Rijk of andere (semi)overheden wordt getrokken. en €1,5 miljard voor kleine bereikbaarheids- en infrastructuurmaatregelen. In januari 2026 hebben Rijk en regio aanvullende afspraken gemaakt en NOVE X staat voor Nationale Omgevingsvisie Ex tra.
Een van de gebieden is de | middelen beschikbaar gesteld in het kader van het programma Woningbouw en Zuidelijke Randstad, waar voor in 2019 een verstedelijkingsakkoord is gesloten. | Mobiliteit (WoMo). Voor de Oude Lijn zijn de verkenningen van de knooppunten Afgesproken is om 70.000 woningen en ruimte voor 80.000 arbeidsplaatsen te | Schiedam Centrum en Laan van NOI afgerond. Ook is voor de uitvoering ex tra realiseren op toplocaties langs de Oude Lijn (spoorlijn Leiden-Dordrecht) en | geld gereser veerd. Zie voor een beschrijving van deze deelprojecten paragraaf 100.000 woningen op goed bereikbare plekken, waaronder de woningbouw- | 4.3. In relatie tot de spoor verdubbeling heef t de MRDH ex tra geld vrijgemaakt locaties CID-Binkhorst DenHaag en Oostf lank Rotterdam. | voor de landschapsversterking van het Bijzonder Provinciaal Landschap. Rijk en regio hebben in het BO MIRT van 2022 besloten om te star ten met een | Voor de uitbreiding van de scope van de Vlietlijn met een tunnelvariant bij de MIRT-verkenning voor de Oude Lijn en knooppunten en stelden daar voor een | passage sporendriehoek is de scope uitgebreid. Hier voor heef t de MRDH ex tra Star tbeslissing vast. Daarnaast is eind 2024 de regionale planstudie | geld gereser veerd.
HOV-corridors RandstadRail/ Metronet gestar t en star t provincie Zuid-Holland de regionale verkenning Bus Rapid Transit (BRT) Leiden - Zoetermeer (LeiZo). Het Rijk heef t, als een van de afspraken in het BO MIRT van 2023, €1 miljard | 3.1 | Oever verbindingen en HOV Oostf lank vanuit het Nationaal Groeifonds overgeheveld naar het Mobiliteitsfonds. Deze | Rotterdam middelen zijn bedoeld voor de Oude Lijn en knooppunten. Samen met de eerder in het Mobiliteitsfonds gereser veerde middelen van €680 miljoen en de €466 | In de Oostf lank (het gebied tussen Prins Alexander en Zuidplein) van de miljoen aan regionale financiering is er €2,145 miljard inclusief btw (prijspeil 2022) | Rotterdamse regio moeten tot en met 2030 circa 19.000 woningen worden beschikbaar voor de Oude Lijn, knooppunten en de regionale HOV-corridors. | gebouwd, daarna komen er mogelijk nog circa 16.000 woningen ex tra. InhetBO MIRT zijn besluiten genomen over de onderstaande deelprojecten Voor de middelen die zijn toegekend aan programma’s en projecten in onze regio, | en-programma’s met de nieuwe benamingen: zijn onder tussen nadere afspraken gemaakt of bestuurlijke overeenkomsten | • Stadsbrug, HOV en station Stadionpark gesloten.
Om die reden hebben we deze programma’s en projecten waar mogelijk | Voor dit project is in december 2023 een bestuurlijke overeenkomst (BOK) in dit IPVa ondergebracht onder de hoofdstukken Investeren in bereikbaarheid | gesloten. Een verdere duiding van de inhoud staat in hoofdstuk 4.2. en Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk en bij de fase waarin het project of programma zich bevindt. 81 Begroting 2027 82 • A16 Van Brienenoordcorridor Het Rijk werkt aan het slimmer inrichten van de weg, het toevoegen van een extra rijstrook op delen van de A16 en het aanpassen van het weefvak bij aansluiting Feijenoord. • Hoogwaardige busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel De kortetermijnmaatregelen, zoals de aanleg van een vrije busbaan, zijn in april 2024 opgeleverd. De maatregelen voor de middellange termijn staan in hoofdstuk 6.2. • Station Stadionpark Dit station viel eerst onder de maatregelen van de Oude Lijn. Het Rijk en de gemeente Rotterdam bouwen het station om van evenementenstation tot regulier station waar de City Sprinter gaat halteren. Dit station is onder- gebracht bij het programma Stadsbrug, HOV en station Stadionpark. • Algeracorridor De maatregelen Algeracorridor worden zonder het Rijk door de regionale partijen uitgewerkt; dit project valt dus niet meer binnen dit programma.
Een beschrijving van de planuitwerking Algeracorridor staat in hoofdstuk 4.4. • Kralingseplein Rijk en regio onderkennen dat het Kralingseplein in de toekomst een knelpunt vormt en spreken af vervolgonderzoek te doen naar mogelijke oplossings- richtingen. Overzicht van de projecten uit de afspraken Oeververbinding 3.2 De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid Central Innovation District (CID)-Binckhorst) In CID-Binckhorst worden zo’n 35.000 woningen gebouwd. In het MIRT zijn besluiten genomen over onderstaande deelprojecten- en programma’s en zijn er bestuursovereenkomsten getekend: • No Regret CID-Binckhorst Voor dit programma is in 2019 een bestuursovereenkomst getekend. Er resteren nog enkele fietsgerichte maatregelen om uit te voeren. Het programma is daarmee ondergebracht bij hoofdstuk 4.1. • De Vlietlijn (voorheen: Bereikbaarheid CID-Binckhorst) Dit gaat om de planuitwerking voor een tramverbinding in Binckhorst plus een aantal mobiliteitsmaatregelen. Over de tramverbinding leest u meer in hoofdstuk 4.1. CID-Binckhorst met op de achtergrond station Den Haag Centraal. Foto: Jurriaan Brobbel
Begroting 2027 83 3.3 Oude Lijn, knooppunten, Metronet/ RandstadRail en LeiZo Langs de Oude Lijn (spoorlijn Leiden - Dordrecht) moeten tot 2030 circa 54.000 woningen worden gebouwd op 11 toplocaties. Daarna komen er mogelijk nog zo’n 23.000 extra woningen. In het BO MIRT van 2023 is besloten dat vier onderdelen, inclusief het Station Stadionpark, los van elkaar kunnen worden gerealiseerd. Dit leidt tot de volgende projecten en programma’s: • Oude Lijn en knooppunten Voor dit programma loopt een verkenning. Hierover leest u meer in hoofdstuk 4.2 en 4.3. • LeiZo De provincie Zuid-Holland en de gemeente Zoetermeer werken aan een verkenning voor openbaar vervoer Leiden - Zoetermeer, waar de MRDH later kennis van zal nemen. • Station Stadionpark Dit station valt onder de maatregelen van de Stadsbrug en maakt geen onderdeel meer uit van dit pakket. • Metronet/RandstadRail Dit onderdeel krijgt vijf programma’s en projecten die de MRDH verder verkent, uitwerkt en realiseert: 1. Gekoppeld rijden RandstadRail 4 2. Gekoppeld rijden RR2/RR3 3. Frequentieverhoging Metronet lijnen C en E 4. Metrostation Beurs 5. Vervangen spoorbeveiliging De onderdelen zijn afzonderlijk beschreven in de paragrafen 4.2, 4.3, 4.4 en 4.5, afhankelijk van de fase van het deelproject.
3.4 Gebiedsuitwerking Greenport 3.0 Westland De gebiedsuitwerking is gericht op slimme combinaties van verschillende mobiliteitsmaatregelen. Een belangrijk deel van het pakket bestaat uit de realisatie van de Metropolitane Fietsroutes Westland-Den Haag via Honselersdijk en Westland-Delft. Hierover leest u meer in hoofdstuk 5.1. Een onderzoek voor de (middel)lange termijn naar hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) is beschreven in hoofdstuk 4.2. 3.5 MIRT Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten en Haven Rotterdam Het Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten Haven Rotterdam is door Rijk en regio vastgesteld in november 2022. Vanwege financiële beperkingen en het ontbreken van personele capaciteit heeft het Rijk nog geen kans gezien om procedures te starten. De projecten waar de MRDH bij betrokken is en die zonder het Rijk kunnen worden opgepakt zijn: • maatregel 8: doortrekken fietsroute langs de Hartelweg (inclusief fietsbrug); • maatregel 10: opwaarderen fietsroute Hellevoetsluis - Zuidland – Spijkenisse; • maatregel 11: studie naar een rechtstreeks fietspad Hellevoetsluis - Rockanje/ Brielle – Maasvlakte; • maatregel 12: extra vrijliggende busbanen Spijkenisse; • maatregel 13 + 14: studie naar verbetering ov tussen Voorne-Putten en Haven Rotterdam en studie naar buslijn via de Blankenburgtunnel (in relatie tot de concessie).
Deze lijndienst is eind 2024 in gebruik genomen. Voor de fietsroute Hellevoetsluis - Zuidland - Spijkenisse is in 2025 een realisatie - overeenkomst gesloten. Deze maatregel wordt in 2026 en 2027 gerealiseerd. Begroting 2027 84 3.6. Mobiliteitspakketten Het Rijk stelt via specifieke uitkeringen budget beschikbaar voor mobiliteits- pakketten. Deze omvatten kleine maatregelen zoals aanpassingen van (regionale) wegen, mobiliteitshubs, fietspaden, rotondes en verkeersveiligheids- maatregelen en worden door het Rijk én gemeenten in de regio bekostigd. De rijksbijdrage is dus een bijdrage aan regionale en lokale maatregelen. Het Rijk geeft hiervoor de volgende voorwaarden mee: • 50% cofinanciering door de regio; • voor de mobiliteitspakketten is de rijksbijdrage taakstellend met een jaarlijkse indexatie conform de IBOI tot het moment van uitbetaling; • afdracht van het btw-deel van de rijksbijdrage aan het Btw-compensatiefonds; • de bijdrage van het Rijk komt beschikbaar via een specifieke uitkering aan gemeenten; • de risico’s blijven voor de regio.
Het Rijk reserveert inclusief btw en op prijspeil 2022 de volgende budgetten: • Oeververbindingen: € 0 miljoen (betrokken bij planuitwerking voorkeurs alternatief) • Binckhorst: € 59 miljoen • Oude Lijn: € 90,5 miljoen (€ 12,5 miljoen overgeheveld naar traverse station Stadionpark) In de komende periode werken Rijk en regio aan de uitwerking van deze mobiliteitspakketten en vullen de volgende voorwaarden in: • concreet zicht op maatregelen en doeltreffendheid voor ontsluiting woningbouw; • effect van deze maatregelen op nationale netwerken; • mate waarin de maatregelen een nationale aanpak vragen (wat is nationaal nodig om de mobiliteitstransitie te ondersteunen?); • de bijdrage van de regio. Deze middelen worden uitgekeerd via een specifieke uitkering. Kostenverhogende scopewijzigingen en verdere risico’s zijn voor rekening van de gemeente of mede-bekostigende partners zoals provincie, vervoerregio en marktpartijen. Als een gemeente een project uit een mobiliteitspakket aanmeldt voor subsidie bij de MRDH, dan volgen we ons reguliere proces voor grote en kleine projecten en hanteren de in de subsidieverordening opgenomen systematiek. Let op! Een aantal gemeenten kan bij het Rijk subsidie aanvragen in het kader van woningbouwversnellingsafspraken. Deze afspraken kennen waarschijnlijk dezelfde voorwaarden en kaders als de mobiliteitspakketten.
Infrastructurele projecten die in deze afspraken worden opgenomen, kunnen eventueel ook in aanmerking komen voor subsidie bij de MRDH. Ook dan volgen we ons reguliere proces voor grote en kleine projecten en hanteren de in de subsidieverordening opgenomen systematiek. 4 | Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 4.1 | Programma’s Investeren in bereikbaarheid No Regret CID-Binckhorst Fase | Planuitwerking tot en met realisatie Planning | Realisatie 2020-2025 (Verlengd tot laatste project isafgerond) Investering | €77,8 miljoen Subsidie MRDH | €17,5 miljoen, plus Rijk via BDU €13,7 miljoen | Gebiedsontwikkeling in de Binckhorst. Foto: | Jurriaan Brobbel Budget prijspeil 2026 | €15,7 miljoen, plus Rijk via BDU €13 miljoen Rol MRDH | Subsidieverlener | In 2024 besloot de stuurgroep de samenwerkingsovereenkomst met twee jaar te verlengen tot en met 2026. Aanleiding is de latere realisatie van een aantal In november 2019 is een bestuursovereenkomst onder tekend over de | projecten. Het programma wordt afgesloten als alle projecten zijn afgerond. No-Regret- | maatregelen voor het Central Innovation District (CID)-Binckhorst. Het Rijk, de MRDH, gemeente DenHaag, provincie Zuid-Holland en de gemeente | Maatr. nr.
| Projectnaam Leidschendam-Voorburg hebben zich gecommitteerd aan bijdragen, planning | 3 | NR-CID B HOV Vrije baan Binckhorstlaan en het oprichten van een uitvoeringorganisatie om de No Regret-maatregelen | HOV 5 | NR-CID B LV Verlengde Velostrada Delf t - Leiden terealiseren. | 6. 1 | Onderdeel 1 - Onderdoorgang Trekvlietbrug 6. 3 | Onderdeel 3 - Tijdelijke fietsroute Binckhorst Noord-west De resterende lijst projecten wordt uitgevoerd tot en met 2028. De financieel | 6. 4 | Onderdeel 4 - Nieuwe Tolbrug (Kippenbruggetje) omvangrijkste projecten zijn de snelfietsroute Verlengde Velostrada en de | Langzaam Verkeer fietsroute Trekvliettracé. Verder is budget geoormerkt voor een tijdelijke | 9 | NR-CID B ST Uitbreiding cap fietsenstal station NOI Stations uitbreiding van de meerlaagse fietsenstalling bij station Laan van NOI. De lijst | 1 | NR-CID B SM Inzichtkaar ten en gebiedsgerichte mobiliteitsaanpak van projecten staat in het rappor t van 16 juli 2019, vastgesteld in het BO MIRT | 10 | NR-CID B SM Pilots AVLM proef tuin en gedragsexperiment van november 2019. | Smar t Mobility 13 | NR-CID B Log Bezorg-, pakketdiensten en bevoorrading Logistiek 0 | Alg.
Prog.kosten No Regret (Verrekening met Reser ve) A | Reser ve No Regret 85 De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid CID-Binckhorst) Opdracht SA | Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Fase: | Uitwerking Planning | Uitvoering 2029 - 2033 Investering | €595 miljoen inclusief btw, inclusief €72 miljoen overheveling No Regret inclusief btw en inclusief €45,88 miljoen inclusief btw voor Basispakket Mobiliteit en €20 miljoen inclusief btw voor scopeuitbreiding sporendriehoek. Subsidie MRDH | €125,8 miljoen exclusief btw maar inclusief overheveling No Regret en scope uitbreiding sporendriehoek Budget prijspeil 2026 | €142,6 miljoen Rol MRDH | Mede-opdrachtgever planstudie, mede-opdracht- gever (railinfrastructuur) en subsidieverlener (overige onderdelen) realisatie In het bestuurlijke overleg Leefomgeving 2023 hebben Rijk en regio de afspraken vastgelegd in een definitief voorkeursbesluit en een bestuursovereenkomst. Indeze overeenkomst staan concrete afspraken over de verdere uitwerking en realisatie van de tramverbinding CID-Binckhorst, plus afspraken over organisatie, | De volgende fase van de stedelijke ontwikkeling moet gelijk oplopen met de financiële risico’s en kostenbeheersing. Hier voor wordt gebruikgemaakt van het | uitwerking en realisatie van het voorgenomen voorkeursalternatief.
Dat bestaat kader van de landelijke afspraken woningbouw en mobiliteit: “Risicoverdeling, | uit een hoogwaardige tramverbinding door de Binckhorstlaan via de Maanweg beheersing, programmasturing en monitoring”. | richting station Voorburg en via de Geestbrugweg richting Rijswijk en Delf t. Dit in combinatie met het aanpassen van de spoor viaducten in de sporendriehoek Op basis van bovenstaande zijn de par tijen de planstudiefase gestar t. In de | en een pakket aan bereikbaarheidsmaatregelen. Voor de passage van sporen- uitwerking van deze fase zet de regio zich in voor verdere stimulering van de | driehoek is de scope uitgebreid met een tunnelvariant. mobiliteitstransitie. Denk aan een samenhangende aanpak gericht op fietsen en | Om deze kosten te dekken heef t het Rijk €268 miljoen, de gemeenten €132,5 lopen, en de inzet van f lankerend beleid op deelmobiliteit en een stringent | miljoen en de MRDH €102,5 miljoen gereser veerd, plus €72 miljoen overheveling parkeerbeleid. HTM en MRDH doen samen met de betrokken gemeenten een | vanuit het No Regret-pakket. Al deze bedragen zijn inclusief btw en prijspeil 2022. studie naar de mogelijke ov-lijnvoering in en rond de Binckhorst. | In januari 2026 hebben Rijk en regio besloten de scope uit te breiden met een tunnelvariant voor de passage sporendriehoek en hier voor €20 miljoen inclusief btw vrij te maken.