26. 766829 Raadsvoorstel zienswijze op jaarstukken 2022 en planning begroting 2024 BAR-organisatie.pdf
Tekst van het document
gemeenten. Vennootschapsbelasting Onze GR BAR betaalt vennootschapsbelasting (Vpb) over de winst die met ondernemingsactiviteiten wordt behaald. Tot en met 2021 zijn definitieve aangiften vennootschapsbelasting ingediend. We hebben van de Belastingdienst de definitieve aanslagen tot en met 2021 eveneens ontvangen. Deze zijn conform de ingediende aangiften vastgesteld en zijn daarmee ook gelijk aan de daarbij gehanteerde standpunten. Voor het belastingjaar 2022 wordt in de loop van het jaar 2023 weer de definitieve aangifte opgesteld en ingestuurd. Hier liggen immers de werkelijke cijfers over het jaar 2022 aan ten grondslag. De Vpb-last 2022 wordt ingeschat op € 2.100 en dit is verwerkt in deze jaarrekening. Afwikkeling lopende geschillen Op het moment van opstellen van deze jaarrekening lopen er geen geschillen.
46
3.3 Overzicht van baten en lasten Raming begrotingsjaar voor wijziging Baten Lasten Saldo
Omschrijving programma Programma Bedrijfsvoering Gerealiseerde kosten Overhead Vennootschapsbelasting
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
665.700
-37.757.000
-37.091.300
1.536.600
-49.840.700
-48.304.100
2.851.800
-49.424.400
-46.572.600
918.200
-38.597.500
-37.679.300
1.308.900
-42.462.500
-41.153.600
1.142.600
-44.295.600
-43.153.000
-21.000
-21.000
-6.500
-6.500
-900
-900
-
Bijdrage deelnemende gemeenten 74.791.600 Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten
Raming begrotingsjaar na wijziging Baten Lasten Saldo
-
74.791.600
76.375.500 -76.375.500
89.464.200
-
-
89.464.200
92.309.700 -92.309.700
89.726.500
-
-
89.726.500
93.720.900 -93.720.900
-
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Gerealiseerd resultaat
-
-
-
-
-
-
-
-
-
47
3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten In het vorige onderdeel 3.3 is het Overzicht van baten en lasten exact zo opgenomen als is voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Hieronder volgt het overzicht zoals dat altijd was opgenomen in de jaarstukken waarbij de baten en lasten zijn gerubriceerd naar kostencategorieën en een kolom verschil is opgenomen. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering
-72.175.400 -786.500 -1.372.300 -16.500 -3.168.500 -1.122.100 3.800 -5.284.800
-64.228.000 -891.100 -1.361.600 -79.000 -2.784.900 -1.315.000 -21.000 -5.694.900
-12.518.500 -106.000 -71.800 58.800 -796.000 -10.800 14.500 -2.504.400
begroting na wijziging -76.746.500 -997.100 -1.433.400 -20.200 -3.580.900 -1.325.800 -6.500 -8.199.300
TOTAAL LASTEN
-83.922.300
-76.375.500
-15.934.200
966.300 100 104.000 901.500 79.186.400 2.764.000 83.922.300
982.700 73.500 527.700 74.791.600 76.375.500
Lasten
Rekening 2021
Begroting 2022
wijziging
werkelijk
verschil
-78.597.200 -745.800 -1.785.800 -15.700 -3.658.100 -1.261.800 -900 -7.655.600
-1.850.700 251.300 -352.400 4.500 -77.200 64.000 5.600 543.700
-92.309.700
-93.720.900
-1.411.200
-601.200 1.862.800 13.448.100 1.224.500
381.500 73.500 2.390.500 88.239.700 1.224.500
1.450.300 108.000 2.436.100 88.882.400 844.100
1.068.800 34.500 45.600 642.700 -380.400
15.934.200
92.309.700
93.720.900
1.411.200
Baten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdrage deelnemende gemeenten Corona bijdrage TOTAAL BATEN Totaal saldo van baten en lasten Saldo
-
-
Rekening 2021
Begroting 2022
Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdragen gemeenten: Coronakosten Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen gemeenten) Bijdrage deelnemende gemeenten Totaal saldo van baten en lasten Reserve mutaties Gerealiseerd resultaat
-
-
-71.209.100 -786.500 -1.372.200 -16.500 -3.064.500 -1.122.100 3.800 -4.383.300 2.764.000
-63.245.300 -891.100 -1.361.600 -79.000 -2.711.400 -1.315.000 -21.000 -5.167.200 -
-13.119.700 -106.000 -71.800 58.800 -796.000 -10.800 14.500 -641.600 1.224.500
begroting na wijziging -76.365.000 -997.100 -1.433.400 -20.200 -3.507.400 -1.325.800 -6.500 -5.808.800 1.224.500
-79.186.400
-74.791.600
-13.448.100
79.186.400
74.791.600 -
13.448.100 -
-
wijziging
werkelijk
verschil
-77.146.900 -745.800 -1.785.800 -15.700 -3.550.100 -1.261.800 -900 -5.219.500 844.100
-781.900 251.300 -352.400 4.500 -42.700 64.000 5.600 589.300 -380.400
-88.239.700
-88.882.400
-642.700
88.239.700 -
88.882.400 -
642.700 -
Rekeningsaldo 2022 Het resultaat van de GR BAR over 2022 is € 642.700 negatief. In dit saldo zit begrepen het voorschot dat op de afrekening van het rekeningsaldo is genomen doordat de in 2022 voor corona gemaakte kosten al op voorhand naar de gemeenten zijn
48
doorberekend. Zie ook de toelichting bij het onderdeel Bijdragen deelnemende gemeenten op bladzijde 54. De totale begrote bijdrage van de deelnemende gemeenten bedraagt € 88.239.700. De werkelijke lasten 2022 voor de GR BAR zijn per saldo € 88.882.400 Het rekeningtekort 2022 ad € 642.700 is vervolgens via de bijdragen verrekend met de gemeenten, c.q. de gemeenten hebben bijbetaald. Dit gebeurt in het dienstjaar 2022. Dit is verwerkt in het Overzicht van baten en lasten waardoor het overzicht in 2022 sluit op € 0. Zes jaaroverschrijdende projecten In het rekeningsaldo zitten de naar het jaar 2023 overlopende bedragen bij zes jaaroverschrijdende projecten verwerkt. Dit zijn incidentele budgetten die op het eind van het jaar tegen de verwachting in niet of nog niet geheel zijn afgerond waardoor het budget doorschuift naar het volgende begrotingsjaar. De gemeenteraden hebben voor deze incidentele projecten middelen beschikbaar gesteld. De afspraak is dat onze GR BAR geen budget mag doorschuiven naar volgende jaren. Het rekeningsaldo wordt ieder jaar verrekend met de gemeenten / de gemeentelijke bijdragen. Met de verrekening van het rekeningsaldo gaan de naar het jaar 2023 overlopende bedragen bij de jaaroverschrijdende projecten ook naar de gemeenten.
Om het mogelijk te maken de al eerder beschikbaar gestelde budgetten ook in 2023 te kunnen gebruiken verzoeken wij de drie gemeenten om bij hun jaarrekeningen via de resultaatbestemming deze zes overlopende bedragen door te schuiven naar 2023 en in 2023 opnieuw ter beschikking te stellen aan onze GR BAR. Dat gebeurt dan in de 1e tussenrapportages 2023 van de gemeenten en de GR BAR. Het gaat dit jaar om de volgende budgetten: 1. Implementatie Omgevingswet: overloop naar het jaar 2023 € 566.000 (dit bedrag bestaat uit € 438.300 voor de algemene implementatie van de Omgevingswet en € 127.700 voor milieutaken in het kader van de Omgevingswet)
In 2022 was er een budget beschikbaar van € 934.000. Vanaf juni 2022 was al bekend dat de voorgenomen invoeringsdatum van 1 januari 2023 voor de Omgevingswet op losse schroeven stond. In oktober 2022 maakte minister de Jonge bekend dat de wet met minstens een half jaar werd uitgesteld omdat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO, dit is een landelijke voorziening) nog niet goed werkte. Het DSO vervangt ons huidige Omgevingsloket. Door dit uitstel schoven de meeste uitgaven door naar 2023. De voorbereidingen voor de implementatie van de wet (techniek, inhoud, procesmatig) gingen onverminderd door, met de voornaamste focus op een goed werkend DSO. In 2023 gaat de voorbereiding op de implementatie van de nieuwe wet verder. Het budget zal worden ingezet voor ICT (Toepasbare regels), processen (vergunningen, Omgevingstafel) en planvorming (Omgevingsplan). Er wordt verder geoefend met het DSO. Ook worden er kosten gemaakt voor training, migratie en advies. Gelet op de werkdruk en het capaciteitstekort zal kritisch bekeken worden wat echt in 2023, voor de invoeringsdatum, moet worden opgepakt en wat later kan. Deze acties worden te zijner tijd overgedragen naar de drie gemeenten. Inmiddels heeft de Eerste Kamer (na zes keer uitstel) op 14 maart 2023 ingestemd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024.
49
2.
Optimalisatie fiscale beheersing: overloop naar het jaar 2023 € 45.000 In 2022 was een budget beschikbaar van € 160.000. Het traject optimalisatie fiscale beheersing (= doorontwikkeling horizontaal toezicht) loopt voorspoedig. Er is goed en doorlopend contact, ook met de Belastingdienst. Eind 2022 is 76% van de fiscale verbeteracties bij de BAR-gemeenten afgerond. Dit op een totaal van meer dan 80 fiscale verbeteracties. Om het hele traject volledig op te kunnen leveren, optimaal te kunnen borgen en ook te voldoen aan de gemaakte afspraken met de Belastingdienst, wordt voorgesteld om het restantbudget 2022 van € 45.000 door te schuiven naar het jaar 2023. Hiermee kan naast de resterende fiscale verbeteracties ook nog (de vereiste) inzet worden gepleegd op de fiscale gevolgen die de reorganisatie met zich meebrengt. Op deze wijze is er werkbudget in 2023 voor de kerngroep fiscaal om voortvarend te kunnen blijven werken. De kleine vertraging bij dit traject heeft te maken met het feit dat de interne communicatie en de integraliteit van de fiscaliteiten wat meer tijd hebben gevergd dan vooraf werd ingeschat. Er is ook een directe afhankelijkheid van de doorlooptijd bij de BAR-reorganisatie en de bestuurlijke aspecten die daarbij spelen. De verwachting is dat het volledige traject medio 2023 is afgerond.
3. Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR): overloop naar het jaar 2023 € 33.700 In 2022 was een budget beschikbaar van € 45.000. In 2022 is gestart met de ontwikkeling van de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). In de LIOR wordt aangegeven aan welke eisen en randvoorwaarden een nieuw of te vernieuwen stuk openbare ruimte moet voldoen. De toepassing van de LIOR is verplicht bij alle nieuwbouw- en herinrichtingsprojecten van de openbare ruimte in Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Het project is in juli 2022 geïnitieerd. Vervolgens zijn alle belanghebbenden in beeld gebracht om te bezien wie er het beste kan participeren in de ontwikkeling van de LIOR. In het 3e en 4e kwartaal van 2022 hebben er werkgroepbijeenkomsten en workshops plaatsgevonden. Om te komen tot een geharmoniseerde en actuele LIOR is op basis van de verzamelde stukken (huidige handboeken) en input een planning gemaakt. De planning van het project loopt tot de zomer van 2023. Dan zal ook de webapplicatie DALI geïmplementeerd worden. Eind 2022 is van het budget van € 45.000 nog maar € 11.300 aangewend. Het restantbudget van € 33.700 is in 2023 nodig om tot een succesvolle afronding van het project te komen. 4. Implementatiekosten nieuwe Wet Inburgering 2021: overloop naar het jaar 2023 € 55.000 In 2022 was een budget beschikbaar van € 110.000.
Deze wet is ingevoerd met ingang van 2022 en sindsdien hebben de gemeenten een regierol bij de begeleiding van nieuwkomers die inburgeringsplichtig zijn. De implementatie van de nieuwe wet ondervond vertraging en is nog niet afgerond omdat de beleidsadviseur belast werd met andere, urgente zaken zoals de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en de Asielboot Ridderkerk. Hierdoor zijn zaken nu nog onvoldoende geregeld en zijn diverse noodzakelijke processen nog niet volledig geïmplementeerd. Ook speelde mee dat de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) nog niet alle procedures op orde hebben. Hierdoor moesten de klantmanagers veel zelf oplossen en herstellen wat de nodige tijd heeft gekost. De implementatie gaat verder in 2023. 5. Uitvoeringskosten ELIP - inzet klantmanager: overloop naar het jaar 2023 € 28.100 In 2022 was een budget beschikbaar van € 28.100. ELIP staat voor: Einde Lening, nog Inburgeringsplicht. Deze regeling maakt onderdeel uit van de overgang van de oude naar de nieuwe Wet Inburgering en is bedoeld voor statushouders 50
die 75% of meer van hun DUO-lening hebben verbruikt en/of bij wie de inburgeringstermijn bijna of helemaal verstreken is. Ze riskeren een boete als zij hun inburgering niet op tijd behalen of afronden. In 2022 waren er weinig gevallen waar deze situatie op van toepassing is, maar naar verwachting is dat in 2023 wel het geval. Vandaar het verzoek om de middelen in 2023 in te mogen zetten. Het budget is bestemd voor een klantmanager omdat de uitvoering niet past binnen de bestaande capaciteit. 6. Uitvoeringskosten Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo): overloop naar het jaar 2023 € 143.900 In 2022 was een budget beschikbaar van € 588.900. Het verzoek is om het budget dat eind 2022 nog niet is uitgegeven mee te mogen nemen naar het volgende jaar omdat de Tozo-bedrijfskredieten nog teruggevorderd moeten worden. Daar wordt nu aan gewerkt. Derhalve worden de werkzaamheden in 2023 voortgezet. De dekking voor dit budget komt uit de middelen die het Rijk aan de gemeenten beschikbaar heeft gesteld in verband met de COVID-19 maatregelen. De uitvoering van de Tozo-regeling is niet gebonden aan de periode waarover de Tozo-regeling heeft gegolden. Ook in de periode daarna zijn diverse vervolgwerkzaamheden noodzakelijk om de regeling goed te kunnen afronden.
Verrekenen (teruggeven) overschotten jaaroverschrijdende projecten met gemeenten De naar het jaar 2023 overlopende bedragen bij de jaaroverschrijdende projecten worden in principe volgens de procentuele verdeelsleutel voor het standaardwerk verrekend met de gemeenten: Barendrecht 38,84%, Albrandswaard 20,43% en Ridderkerk 40,73%. Maar als bij het beschikbaar stellen van het budget een andere verdeelsleutel is gehanteerd wordt die afwijkende verdeelsleutel gebruikt. Rekeningsaldo inclusief jaaroverschrijdende projecten De overschotten bij de hierboven genoemde jaaroverschrijdende projecten tellen op tot € 871.700. Omdat de GR BAR de gemeenten vraagt deze overschotten in hun jaarrekeningen door te schuiven naar 2023 om het in 2023 te mogen besteden (waarbij de gemeenten het geld dus weer ter beschikking stellen aan onze GR BAR) is het voor een volledig inzicht goed om te vermelden dat met inbegrip van die jaaroverschrijdende projecten het rekeningsaldo (€ 642.700 (neg.) + € 871.700 =) € 1.514.400 negatief is. Nadere toelichting rekeningsaldo Dit negatieve rekeningsaldo oogt vreemd omdat door de overschotten bij de jaaroverschrijdende projecten een positief saldo mag worden verwacht. Een belangrijke oorzaak van het negatieve saldo is een drietal forse, niet begrote nadelen. Deze nadelen waren niet begroot door het late tijdstip van bekend worden: december en januari.
Dat was te laat om ze mee te nemen in de 2e Tussenrapportage 2022 en de gemeenten hiervoor een bijdrage te vragen. Als met het bovenstaande rekening wordt gehouden resteert een negatief saldo van € 158.300: Saldo 642.700Jaaroverschrijdende projecten 871.7001.514.400Laat bekend geworden en daardoor niet begrote nadelen: * eenmalige uitkering medewerkers in december vooruitlopend op de nieuwe cao 466.100 51
* toevoeging aan voorziening Regeling Vervroegd Uittreden * toevoeging aan nieuwe voorziening Verlofsparen
357.500 532.500 1.356.100 158.300-
Deze afwijkingen worden nader toegelicht in de financiële analyse die hieronder volgt. Toelichting per kostensoort V = voordeel / N = nadeel
Bedrag
V/N
Salariskosten (inclusief inhuur) € -781.900 N De salariskosten betreffen de loonkosten, vacatureruimte, beloningsdifferentiatie, ambtsjubilea, kosten woon-werkverkeer / dienstreizen en inhuur derden. Het betreft het saldo van flink wat begrotingsposten, namelijk die van alle clusters en teams. En het is de grootste kostenpost van onze GR BAR. Dit jaar is hier per saldo een nadeel van € 781.900 Aan de lastenkant is er een nadeel te zien van € 1.850.700. De belangrijkste oorzaken zijn: In december 2022 hebben de medewerkers vooruitlopend op de nieuwe cao een eenmalige uitkering ontvangen. € 750 voor de medewerkers tot en met schaal 8 en € 375 voor de medewerkers vanaf schaal 9. De door het late tijdstip van bekend worden niet begrote kosten bedroegen € 466.100. Bij de rekening is een toevoeging gedaan van € 357.500 aan de voorziening Regeling Vervroegd Uittreden. Per 1 januari 2021 is de wet “Bedrag ineens, RVU en verlofsparen” in werking getreden. In de jaren 2021 tot en met 2025 kan de werkgever aan werknemers, die zich onvoldoende hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd en die niet in staat zijn gezond werkend de AOW-leeftijd te bereiken, de mogelijkheid bieden eerder te stoppen met werken. Aan deze voorziening is in 2022 € 357.500 toegevoegd om aan toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen.
Bij de rekening is een toevoeging gedaan van € 532.500 aan de nieuwe voorziening Verlofsparen. Op grond van de cao gemeenten 2021-2022 kunnen medewerkers vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Met dit “verlofsparen” kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het gemeentelijke vitaliteitsbeeld. Een medewerker mag maximaal 3.600 uren verlof hebben staan bij een voltijdsdienstverband. Deze vakantie-uren verjaren niet. Het bovenwettelijk verlof dat een medewerker spaart wordt overgeboekt naar een individuele verlofspaarpot in de personeelsadministratie. Volgens het BBV (de gemeentelijke boekhoudvoorschriften: het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) en een uitspraak van de commissie BBV moet hier een voorziening voor gevormd worden. In 2022 is er in onze GR BAR tot een bedrag van € 534.200 aan uren besteed voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Hiervoor is een vergoeding van het Rijk ontvangen. Aan de batenkant is een voordeel van € 1.068.800. Zoals hierboven al vermeld wordt dit voor € 534.200 veroorzaakt door een rijksvergoeding voor de door onze GR BAR gepleegde ureninzet voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Voor het
52
overige wordt dit voordeel veroorzaakt door niet begrote vergoedingen van derden voor uitgeleend en gedetacheerd personeel. Opleidingen € 251.300 V Bij het Centraal opleidingsbudget is in 2022 sprake van een overschot. De belangrijkste oorzaak is dat in de begroting van het centrale budget rekening is gehouden met een contractuitbreiding van onze Arbodienst ten behoeve van de ondersteuning en de ontwikkeling van de teamleiders. De kosten die deze contractuitbreiding met zich meebracht zijn echter verantwoord op de begrotingspost Arbo en heeft daar geleid tot een overschrijding van € 44.000. Zie hiervoor het onderdeel Overige personeelslasten dat hierna volgt. De onder- en overschrijding vallen grotendeels tegen elkaar weg. Voorts is een aantal kleinere opleidingsactiviteiten niet of in aangepaste vorm uitgevoerd. Dit vanwege een gewijzigde prioriteitsstelling in verband met de komende reorganisatie. Overige personeelslasten € -352.400 N De overige personeelslasten bestaan onder meer uit de budgetten voor werving en selectie, personeels- en salarisadministratie (PSA) en HRM-systemen, jubilea en recepties, introductiedagen, dienstkleding en de zogeheten Werkkostenregeling.
Onder de Werkkostenregeling vallen kosten zoals arbo- en verzuimbegeleiding, dienstkleding, representatie en geschenken, bindingsdagen, werklunches, bedrijfskantine, contributie vakvereniging, bijdrage personeelsvereniging, personeelsbijeenkomsten, personeelsfeesten, maaltijdvergoedingen, bloemen en fruit zieke collega’s. Bij dit onderdeel gaat het met name om de volgende twee overschrijdingen: Dit jaar zijn er in vergelijking met andere jaren relatief veel kosten gemaakt voor werving en selectie. Dat heeft geleid tot een nadeel van € 241.000. Bij de Werkkostenregeling is er een nadeel van € 117.100. Voor de Werkkostenregeling zijn op de clusters budgetten geraamd. De uitgaven worden (gedetailleerder) verantwoord op het niveau van de clusters en de teams. Dit leidt tot heel veel kleine plussen en minnen die bij dit onderdeel Overige personeelslasten optellen tot een nadeel van € 117.100. De uitgaven in het kader van de Werkkostenregeling worden echter ook verantwoord bij andere onderdelen van de rekening (Opleidingen en Overige bedrijfsvoering) en per saldo wordt binnen het budget gebleven. In dit nadeel bij de Werkkostenregeling zit ook een overschrijding van € 44.000 bij het onderdeel Arbo (Arbeidsomstandigheden). Dit betreft een uitbreiding van het contract met onze Arbodienstverlener ten behoeve van de ondersteuning en ontwikkeling van de teamleiders.
(zie ook het onderdeel Opleidingen hiervoor) Huisvestingskosten € 4.500 V Onze GR BAR maakt om niet gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). De huisvestingskosten in de BAR-begroting betreffen de kapitaallasten voor een verbouwing van gemeentewerf de Londen (die ten behoeve van alle drie de gemeenten is gedaan) en budget voor klein onderhoud. Er zijn geen bijzondere afwijkingen te melden. ICT Er zijn geen bijzondere afwijkingen te melden.
€ -42.700
N
53
Wagenpark incl. gereedschap/machines € 64.000 V Bij dit onderdeel springen twee afwijkingen in het oog: een voordeel van € 147.700 bij de Lease van het wagenpark en een nadeel van € 94.700 bij Brandstoffen.
Lease wagenpark Eind 2022 staan er nog 8 stuks voertuigen en 4 landbouwwerktuigen in bestelling. Deze worden in het eerste en tweede kwartaal van 2023 geleverd. De vertraagde levering wordt veroorzaakt door de lange levertijden van de voertuigen die mede een gevolg zijn van de oorlog in Oekraïne. Daar worden voertuigonderdelen geproduceerd wat maakt dat toeleveranciers van de hele autobranche last hebben van vertraging. Ook staan de levertijden onder druk vanwege de tekorten aan geavanceerde chips die nodig zijn voor de voertuigen. De verlate leveringen hebben in 2022 geleid tot een overschot van € 147.700 bij het voor de lease van het wagenpark beschikbare budget van € 992.300. Brandstof De brandstofprijzen zijn het afgelopen jaar flink gestegen. Tezamen met een doorgevoerde bezuiniging 2022 van € 50.000 heeft dit geleid tot een nadeel van € 75.200.
Vennootschapsbelasting € 5.600 V Hier is een voordeel van € 5.600. Voor een toelichting wordt verwezen naar onderdeel 3.8 Heffing vennootschapsbelasting (bladzijde 66). Overige bedrijfsvoering € 589.300 De overige kosten voor bedrijfsvoering hebben betrekking op abonnementen, contributies, vakliteratuur, accountantskosten, advieskosten, algemene kosten, algemene opbrengsten, onderhoud, bedrijfshulpverlening, ondernemingsraad, portokosten, verzekeringskosten, kantoorbenodigdheden, schoonmaak en sommige kapitaallasten.
V
Onder dit onderdeel valt een groot aantal posten en er zijn dus vele (kleine) plussen en minnen. De volgende posten vallen op: Bij het budget voor de Implementatie van de Omgevingswet blijft € 566.000 over. Zie de toelichting bij het overzicht van de jaaroverschrijdende projecten op bladzijde 49. In 2022 is - via het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de arbeidsmarktregio Rijnmond - € 291.100 ontvangen in het kader van een subsidie van het Europees Sociaal fonds voor het project “Re-integratie en arbeidsinpassing Rijnmond”. Er is een eenmalig voordeel van € 246.300 bij de kapitaallasten. Dat wordt veroorzaakt door de zogeheten onderuitputting bij de investeringen. Een deel van de begrote investeringen wordt niet uitgegeven omdat de uitvoering vertraging oploopt. Dat levert een eenmalig voordeel op bij de kapitaallasten. Er is een voorziening afvloeiing personeelsbestand voor de verwerking van de financiële gevolgen van gemaakte afspraken met medewerkers over begeleide uitdiensttreding. Aan deze voorziening is in 2022 € 328.300 toegevoegd om aan toekomstige nieuwe verplichtingen te kunnen voldoen. Er is voor € 67.500 over de voorziening beschikt voor de uitgaven die ten laste van 2022 zijn gekomen.
En er is € 66.300 vrijgevallen na het vinden van een nieuwe betrekking door de medewerkers en omdat op basis van nieuwe informatie sommige verplichtingen te hoog waren ingeschat en konden worden verlaagd. Bijdragen deelnemende gemeenten - coronakosten -380.400 N Hier is een nadeel van € 380.400. Normaal gesproken is het saldo bij de gemeentelijke bijdragen altijd 0 omdat naar de gemeenten toe gefactureerd wordt wat hier in de BAR-begroting voor begroot is. En vervolgens wordt het 54
rekeningsaldo met de gemeenten afgerekend. Maar dit jaar is dat - net als in 2021 - anders gegaan en dat komt door de coronakosten. In de 1e en 2e tussenrapportage 2022 was er € 1.224.500 begroot aan coronakosten. De werkelijke uitgaven zijn uitgekomen op € 844.100. Lager dus dan de ramingen, wat een nadeel oplevert voor de GR BAR van € 380.400. De werkelijke uitgaven zijn op voorhand al aan de gemeenten gefactureerd. Hiermee is in feite een voorschot genomen op de afrekening van het rekeningsaldo. Dat apart factureren heeft plaatsgevonden omdat het rekeningsaldo van onze GR BAR met de gemeenten wordt verrekend op basis van de verdeelsleutel voor het standaardwerk terwijl bij de coronabudgetten in sommige gevallen afwijkende verdeelsleutels zijn gehanteerd. COVID-19 (Corona) virus Het COVID-19 (corona) virus heeft financiële gevolgen gehad voor meerdere beleidsterreinen in de jaarrekening 2022. In de rekening zijn nadelen en ook voordelen opgenomen die verband houden met de gevolgen van en maatregelen door het coronavirus. In 2022 is voor wat betreft corona een transitie doorlopen van een ‘crisis gestuurde organisatie’ naar een ‘reguliere organisatie’. In eerste instantie werd de coronacrisissituatie aangemerkt als een zogeheten Brandzaak - een afwijking waar de GR BAR geen invloed op heeft - conform artikel 4 lid 5 van de Financiële regeling BAR-organisatie.
Maar inmiddels is voor de corona-uitgaven weer de gewone procedure van budgetaanvragen via de reguliere P&C cyclus van kracht geworden. De coronakosten worden doorberekend aan de gemeenten omdat de gemeenten de rijksvergoedingen ontvangen. Onze GR BAR heeft het hele jaar haar risico’s en die van haar partners gemonitord. De organisatie heeft geen risico gelopen voor de continuïteit. De liquiditeitspositie is goed bewaakt en indien nodig zijn maatregelen genomen om de taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te kunnen blijven uitvoeren. Daarbij komt dat de financiële impact voor onze GR BAR beperkt blijft omdat de inkomsten vrijwel volledig bestaan uit de gemeentelijke bijdragen en de gemeenten bijdragen in tekorten veroorzaakt door corona. Bijdragen deelnemende gemeenten / verdeelsleutel De percentages van de gemeentelijke bijdragen aan de GR BAR voor het standaardwerk waren in eerste instantie gebaseerd op de bij de oprichting van onze GR BAR door de gemeenten ingebrachte budgetten per 1 januari 2014. Deze percentages worden jaarlijks per 1 januari geactualiseerd op basis van de stand van de begroting op dat moment. De percentages voor 2022 staan in onderstaande tabel. Barendrecht Bijdrage per gemeente
38,84%
Albrandswaard
Ridderkerk
Totaal
20,43%
40,73%
100,00%
Gewijzigde bijdragen op basis van de tussenrapportages In 2022 zijn twee tussentijdse rapportages opgesteld. In deze rapportages zijn voorstellen gedaan voor het ophogen en verlagen van enkele organisatiebudgetten. De begroting na wijziging bedraagt € 89.464.200.
55
Ontwikkeling van gemeentelijke bijdrage
Barendrecht
Albrandswaard
Ridderkerk
Totaal
Oorspronkelijke begroting 2022
29.030.100
15.257.900
30.503.600
74.791.600
Mutaties op basis van 2 tussenrapportages
5.333.000
2.642.600
5.472.500
13.448.100
522.700
260.500
441.300
1.224.500
34.885.800
18.161.000
36.417.400
89.464.200
Bijdragen gemeenten: Coronakosten Begroting na wijziging
Als bijlage is een uitgebreidere versie van dit overzicht opgenomen waarin de mutaties van de tussenrapportages zijn uitgeschreven.
3.5 Verrekenen van standaard en maatwerk - rapportage 2022 Verrekenen in de GR BAR-organisatie In de 'Notitie Verrekenen in de BAR-samenwerking' staan afspraken over de wijze van uren- en loonkostenverrekening tussen de drie gemeenten. Deze afspraken gaan hoofdzakelijk over: - de toerekening en verdeling van de financiële consequenties wanneer meer/aanvullende diensten van onze GR BAR worden gevraagd en - de onderlinge urenverrekening, uitgaande van wat initieel per gemeente is ingebracht. Standaard en maatwerk In de urenbesteding/-toerekening wordt onderscheid gemaakt tussen standaardwerk en maatwerk. Het standaardwerk wordt volgens een jaarlijks bepaalde verdeelsleutel naar rato van ingebracht budget verrekend en het maatwerk wordt aan de betreffende gemeenten in rekening gebracht. Daarbij worden de werkelijk bestede uren en bijbehorende loonkosten afgezet tegen wat was ingebracht voor dit maatwerk. Uren schrijven Om te bepalen in welke mate er voor de afzonderlijke gemeenten is gewerkt, is met ingang van 2014 het uren schrijven ingevoerd. Voor zes clusters is bepaald dat medewerkers hun bestede uren bijhouden in het tijdschrijfsysteem. Hun maatwerk kan variëren door specifieke werkzaamheden. Zo wordt in beeld gebracht of iemand uren heeft gemaakt voor een enkele gemeente of voor de GR BAR gezamenlijk.
Deze verdeling wordt vervolgens gebruikt bij de jaarlijkse afrekening tussen de gemeenten.
56
Urenverdeling 2022 januari tot en met december A.
Te besteden uren Te besteden uren:
Cluster: A00 Directie A01 BBO Barendrecht A02 Regieteam Albrandsw. A03 BBO Ridderkerk A04 Strategie A05 Concern Control A06 Financiën CL01 Vastgoed CL02 Ontw. lfo en regio CL03 Ruimtelijke ontwikk. CL04 Veilig CL05 Uitvoering CL06 Voorbereiding & beh. CL07 Dienstverlening CL08 Ontw. Mens & Org. CL08 Communicatie CL09 Facilitair CL10 Jur. Zkn en Inkoop CL11 Inform. & Automatis. CL12 Maatschappij 1 CL13 Maatschappij 2 CL14 Maatschappij 3 CL15 Maatschappij 0 TOTAAL in %
standaard BAR 5.003 6.710 11.882 43.678 23.079 29.494 46.841 40.771 95.809 58.951 60.791 44.500 7.492 40.977 33.933 89.899 27.954 31.939 30.175 2.007 731.883 60,8%
maatwerk BD
AW
RK
11.285 3.029 5.075 19.978 15.913 14.339 8.781 12.242 10.705 6.445 2.820 1.324 21.070 27.070 21.535 181.609 15,1%
26.398 3.814 2.538 4.165 5.961 1.450 10.170 4.153 1.204 16.082 14.840 12.904 103.679 8,6%
27.563 3.115 7.639 7.008 9.275 10.865 5.425 13.677 12.007 2.084 27.047 33.807 26.194 185.707 15,4%
TOTAAL 5.003 11.285 26.398 27.563 12.854 11.882 60.206 52.603 58.847 78.006 56.427 131.898 85.817 60.791 50.944 10.311 40.977 33.933 94.511 92.153 107.656 90.808 2.007 1.202.879 100%
In de te besteden uren is uitgegaan van 1.450 productieve uren op jaarbasis per fte. Dat is exclusief bijvoorbeeld vakantie-uren en een aanname voor ziekte-uren (op basis van het verzuimpercentage van de GR BAR). Wanneer het maatwerk uitgevoerd wordt voor één gemeente - zoals bijvoorbeeld bij het Regieteam Albrandswaard en de Bureaus Bestuursondersteuning Barendrecht en Ridderkerk - worden de uren automatisch toegerekend aan de betreffende gemeente en wordt er geen tijd geschreven.
57
B.
Geschreven uren
Geschreven uren: Cluster: A00 Directie A01 BBO Barendrecht A02 Regieteam Albrandsw. A03 BBO Ridderkerk A04 Strategie A05 Concern Control A06 Financiën CL01 Vastgoed CL02 Ontw. lfo en regio CL03 Ruimtelijke ontwikk. CL04 Veilig CL05 Uitvoering CL06 Voorbereiding & beh. CL07 Dienstverlening CL08 Ontw. Mens & Org. CL08 Communicatie CL09 Facilitair CL10 Jur. Zkn en Inkoop CL11 Inform. & Automatis. CL12 Maatschappij 1 CL13 Maatschappij 2 CL14 Maatschappij 3 CL15 Maatschappij 0 TOTAAL in %
standaard BAR 5.003 8.119 11.882 43.678 23.337 29.151 48.924 40.771 95.809 59.232 60.791 44.500 40.977 33.933 89.899 27.954 31.939 30.175 2.007 728.078 60,3%
maatwerk BD
AW
RK
11.285 3.056 4.266 17.828 12.712 11.578 8.781 12.242 10.044 6.445 4.108 1.324 21.070 27.070 21.535 173.344 14,4%
26.398 4.077 2.634 3.822 7.700 1.450 10.170 4.784 2.739 1.204 16.082 14.840 12.904 108.805 9,0%
27.563 1.679 8.266 8.978 14.037 11.331 5.425 13.677 13.760 3.464 2.084 27.047 33.807 26.194 197.313 16,3%
TOTAAL 5.003 11.285 26.398 27.563 12.854 11.882 60.287 52.777 59.722 79.533 56.427 131.898 87.821 60.791 50.944 10.311 40.977 33.933 94.511 92.153 107.656 90.808 2.007 1.207.541 100%
Er zijn zes clusters, in totaal 286 personen, waarbinnen door 60 medewerkers tijd wordt geschreven: - A04 Strategie (1 van 11), - A06 Financiën (1 van 51), - CL01 Vastgoed (3 van 39), - CL02 Ontwikkeling leefomgeving en regio (17 van 54), - CL03 Ruimtelijke ontwikkeling (21 van 62), - CL06 Voorbereiding & beheer (17 van 69). Negen communicatiespecialisten die onder cluster 08 Ontwikkeling mens en organisatie vallen zijn exclusief toegewezen aan de Bureaus Bestuursondersteuning Barendrecht en Ridderkerk en het Regieteam. Zij hoeven geen tijd te schrijven maar hun uren, deels ingebracht door de GR BAR, zijn nu in zijn geheel toegeschreven aan het cluster / team waarvoor zij werken. Alle overige maatwerkuren worden verdeeld conform gemaakte afspraken en gaan uit van de productieve urenaanname voor de periode van de rapportage. Omdat er geen overuren uitbetaald of verrekend worden, vindt er een correctie plaats van de werkelijk geschreven uren ten opzichte van de te besteden uren. Uiteindelijk betalen de gemeenten voor de werkelijke loonkosten van de betreffende medewerker, naar rato van verbruik per gemeente. Afwijkingen In 2022 zijn in totaal 4.662 uren meer besteed door de tijdschrijfteams. De belangrijkste verklaring is dat de aanname op voorhand voor de niet-productieve uren hoger is ingeschat dan dat het in de praktijk is geworden.
Deze uren leveren dus geen extra kosten op, maar vallen binnen de opgenomen 58
loonkosten. De meeste van deze 'extra' uren zijn besteed aan Ridderkerk. Vandaar dat de 11.606 meer bestede uren voor Ridderkerk zich niet vertalen in een relatief veel hoger bij te betalen bedrag. In de onderstaande tabel is af te lezen wat het verschil is tussen de te besteden en de geschreven uren, dus wat is ingebracht en hoeveel uren daarvan ook aan de betalende gemeente zijn besteed. - Ridderkerk heeft in 2022 11.606 uur meer afgenomen dan waarvoor betaald is. Dat is een afwijking van 6,2% ten opzichte van te besteden uren. - Albrandswaard heeft 4,9% meer bestede uren. - Bij Barendrecht is het omgekeerde het geval. Er zijn 8.265 minder uren besteed. - Ook voor de GR BAR zijn minder geoormerkte uren besteed. 3.805 uren vertegenwoordigen € 117.600.
Meer/minder geschreven Cluster: A04 Strategie A06 Financiën CL01 Vastgoed CL02 Ontw. lfo en regio CL03 Ruimtelijke ontwikk. CL06 Voorbereiding & beh. CL08 Communicatie TOTAAL
standaard
maatwerk
BAR 1.409 257 -344 2.083 281 -7.492 -3.805
BD
AW
27 -809 -2.149 -3.201 -2.761 -661 1.289 -8.265
RK -1.436 627 1.969 4.763 466 1.753 3.464 11.606
263 97 -343 1.739 631 2.739 5.126
TOTAAL 81 174 876 1.527 2.005 4.662
in% 0,0% 0,1% 0,3% 1,5% 2,0% 2,3% 0,0% 1,3%
Verschil uren te besteden en geschreven (meer/minder)
-3.805
-8.265
5.126
11.606
4.662
-0,5%
-4,6%
4,9%
6,2%
0,4%
in fte's
-2,62
-5,70
3,54
8,00
3,22
Urenverrekening Alle uren die per saldo meer of minder zijn besteed aan maatwerk voor de drie afzonderlijke gemeenten, worden toegerekend aan gezamenlijke BAR-taken en -projecten. Deze worden conform de gemaakte afspraken doorbelast op basis van het voor de GR BAR ingebrachte budget: de jaarlijks vast te stellen procentuele verdeelsleutel voor het standaardwerk. Dit betekent dat de € -117.600 (afgerond) verdeeld wordt over Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Onderaan de streep staat vervolgens wat het saldo van de twee doorbelastingen (maatwerk en standaard) is: voor specifiek het maatwerk van de tijdschrijfclusters krijgt Barendrecht € 749.400 terug, Albrandswaard moet € 197.100 bijbetalen en Ridderkerk € 552.200 (afgeronde bedragen).
59
Verrekening in euro's A04 Strategie A06 Financiën CL01 Vastgoed CL02 Ontw. lfo en regio CL03 Ruimtelijke ontwikk. CL06 Voorbereiding & beh. CL08 Communicatie TOTAAL Verdeling 'standaard' over 3 gemeenten
standaard BAR € 94.894 € € 19.871 € 29.955 € 148.366 € 14.516 € -425.181 € -117.579 €
Verrekening uren in euro's Ingebracht fte's Gemidd. per ingebr. fte
C.
€
maatwerk AW
BD € € € € € € € €
-117.579
1.818 -54.672 -162.237 -239.503 -242.748 -76.248 69.903 -703.687
€ € € € € € € €
16.156 6.011 -48.791 77.001 15.209 155.558 221.144
€ € € € € € € €
RK -96.712 38.516 136.355 258.339 17.382 46.523 199.719 600.122
38,84%
20,43%
40,73%
€
-45.668 €
-24.021 €
-47.890
€
-749.355 €
197.123 €
552.232
167,70 73.449 €
51,09 85.090 €
14,80 84.485 €
37,44 79.959 €
271,02 80.745
Verrekening op basis van aantallen cliënten en indicaties (binnen Cluster Maatschappij)
Voor de teams van het cluster Maatschappij is afgesproken dat verrekening niet op basis van uren schrijven plaats vindt, maar op basis van de ontwikkeling van het aantal cliënten en indicaties.
60
Hieronder volgt de ontwikkeling van de aantallen cliënten en indicaties over de afgelopen jaren, met het pre-BAR-jaar 2013 als uitgangspunt: 2013 1 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Jaar
395
319
608
Totaal 1.322
545 546 692 518 504 515
410 384 550 439 445 388
875 856 1.057 916 916 907
1.830 1.786 2.299 1.873 1.865 1.810
2013 1 2017 2018 2019 2020 2021 2022
3.440
1.775
5.413
10.628
3.733 4.255 6.406 4.965 4.001 5.078
1.862 2.075 3.222 2.519 2.017 2.485
5.019 5.900 9.031 6.682 5.400 6.673
10.614 12.230 18.659 14.166 11.418 14.236
2013 1 in % 2019 in % 2020 in % 2021 in % 2022 in %
3.835
2.094
6.021
11.950
32,1% 7.098 33,9% 5.483 34,2% 4.505 33,9% 5.593 34,9%
17,5% 3.772 18,0% 2.958 18,4% 2.462 18,5% 2.873 17,9%
50,4% 10.088 48,1% 7.598 47,4% 6.316 47,5% 7.580 47,2%
100% 20.958 100% 16.039 100% 13.283 100% 16.046 100%
%-punten
2,8%
0,4%
-3,1%
Participatie (cliënten)
WMO (indicaties)
TOTAAL
Verrekenpercentage
BAR Loonkosten van 'maatwerk #'-
B
A
R
€
B A R Totaal - € 3.239.888 € 2.114.013 € 4.221.786 € 9.575.687
€
- €
medewerkers 2 Verrekening 3 Loonkosten werkelijk
264.671 €
36.556 € -301.227 €
-
€ 3.504.559 € 2.150.569 € 3.920.559 € 9.575.687
Toelichting: 1. Jaar 2013 = situatie pre-BAR 2. Maatwerk # = Cluster Maatschappij 3. Totaal 'verrekening' moet € 0 zijn NB. Er wordt van uitgegaan dat de urenbesteding per Participatie-cliënt en per Wmo-indicatie gelijk is, dan wel gelijk opgaat. De aantallen cliënten 2022 laten de volgende toename zien ten opzichte van 2013: - Barendrecht gestegen met 30,4%: van 395 naar 515 - Albrandswaard gestegen met 21,6%: van 319 naar 388 61
-
Ridderkerk met 49,2%: van 608 naar 907
De aantallen Wmo-indicaties laten een ander beeld zien: - Barendrecht gestegen met 47,6%: van 3.440 naar 5.078 - Albrandswaard gestegen met 40%: van 1.775 naar 2.485 - Ridderkerk gestegen met 23,3%: van 5.413 naar 6.673 voor Ridderkerk een ander beeld dus, de stijging ligt op iets meer dan de helft van de andere gemeenten
Totale verrekening Overzicht verrekening voor in jaarrekening jaar 2022 totaal Verrekening maatwerk en standaard
maatwerk (op basis van uren)
standaard (op basis van ingebracht budget)
Barendrecht 2014 Barendrecht 2015 Barendrecht 2016 Barendrecht 2017 Barendrecht 2018 Barendrecht 2019 Barendrecht 2020 (Deloitte) Barendrecht 2021
€ -541.100 € € -584.000 € € -643.000 € € -713.000 € € -632.000 € € -523.000 € € -1.028.900 € € -622.400 €
503.500 119.000 269.000 387.000 347.000 259.000 587.900 151.000
Barendrecht 2022
€
-703.700 €
-45.700 €
Albrandswaard 2014 Albrandswaard 2015 Albrandswaard 2016 Albrandswaard 2017 Albrandswaard 2018 Albrandswaard 2019 Albrandswaard 2020 (Deloitte) Albrandswaard 2021
€ € € € € € € €
-157.900 202.000 105.000 -74.000 -137.000 -7.000 -155.700 -22.300
222.800 53.000 131.000 195.000 181.000 137.000 306.000 78.900
Albrandswaard 2022
€
221.100 €
-24.000 €
197.100 €
Ridderkerk 2014 Ridderkerk 2015 Ridderkerk 2016 Ridderkerk 2017 Ridderkerk 2018 Ridderkerk 2019 Ridderkerk 2020 (Deloitte) Ridderkerk 2021
€ € € € € € € €
-536.000 90.000 -128.000 -183.000 -115.000 -137.000 -323.300 256.900
509.500 120.000 266.000 388.000 356.000 271.000 614.000 157.900
-27.300 210.000 138.000 205.000 241.000 134.000 290.700 414.800
Ridderkerk 2022
€
600.100 €
€ € € € € € € €
€ € € € € € € €
Subtotaal: verrekening op basis van uren € € € € € € € €
€ € € € € € € €
€ € € € € € € €
-47.900 €
Verrekening 1
maatwerk # (op basis van aantallen) -37.600 € 91.900 -465.000 € 159.000 -374.000 € 152.000 -326.000 € 147.000 -285.000 € 160.000 -264.000 € 130.000 -441.000 € 137.058 -471.400 € 139.600
Totaal verrekening uren en aantallen € € € € € € € €
54.300 -306.000 -222.000 -179.000 -125.000 -134.000 -303.942 -331.800
-749.400 €
264.700 €
-484.700
64.900 255.000 236.000 121.000 44.000 130.000 150.300 56.600
3.000 -17.000 47.000 52.000 35.000 36.655 77.500
€ € € € € € € €
67.900 238.000 236.000 168.000 96.000 165.000 186.955 134.100
36.600 €
233.700
€ € € € € € € €
€ € € € € € € €
552.200 €
-94.900 -142.000 -152.000 -194.000 -212.000 -165.000 -173.712 -217.100
€ € € € € € € €
-122.200 68.000 -14.000 11.000 29.000 -31.000 116.988 197.700
-301.200 €
251.000
1
maatwerk # = sociaal domein (aantallen Participatie-cliënten en WMO-indicaties) BAR/CC/O&S/MHO, 2023-01-27
In de eerste kolom met bedragen staan de loonkosten behorende bij de uren die meer of minder zijn besteed aan maatwerk over de gehele periode van BAR-samenwerking. Een min-bedrag wil zeggen 62
minder besteed, een plus-bedrag is meer besteed. Op basis van de daadwerkelijk gemaakte en geschreven uren is er voor Barendrecht € 703.700 minder aan maatwerk besteed, voor Albrandswaard € 221.100 meer en voor Ridderkerk € 600.100 meer. Per saldo is voor de drie gemeenten een (afgerond) bedrag van € 117.600 meer besteed aan maatwerk (zie tabel bij B. Verrekening in euro's). De oorzaak is het toewijzen van 9 communicatiemedewerkers van cluster 08 aan een afzonderlijke gemeente. Voor drie van de negen medewerkers voor BBO Barendrecht stonden de ingebrachte loonkosten al op Barendrecht geboekt. Voor de andere zes medewerkers is het BAR-budget gewijzigd naar maatwerk per gemeente. De fte-verhouding van deze 9 medewerkers (7,1 fte) is: - Barendrecht 39,8% - Albrandswaard 26,6% - Ridderkerk 33,6% Albrandswaard heeft een relatief groot deel extra maatwerk in verhouding tot de vastgestelde verdeling voor het standaardwerk: - Barendrecht 38,84% - Albrandswaard 20,43% - Ridderkerk 40,73% In de tweede kolom staan de standaardkosten, op basis van ingebracht budget. De samenvoeging van de eerste en tweede kolom geeft in de derde kolom het subtotaal van de verrekening van bestede uren. In de vierde kolom staat de verrekening van het maatwerk van het cluster Maatschappij, gebaseerd op de aantallen cliënten en indicaties.
Tenslotte geeft de vijfde kolom het resultaat van kolom drie en vier, met de eindbedragen voor de bij te betalen of terug te ontvangen bedragen over 2022. Samenvattend en conform de afgesproken methode van verrekenen Barendrecht krijgt per saldo € 234.700 terug.
Dat is de € 484.700 zoals hiervoor berekend minus de in de primitieve begroting 2022 reeds als voorschot ontvangen € 250.000. (*)
Albrandswaard betaalt € 233.700 bij. Ridderkerk betaalt € 251.000 bij.
(*) Al sinds de oprichting van onze GR BAR krijgt de gemeente Barendrecht ieder jaar geld terug bij de jaarlijkse afrekening van het maatwerk. Die afrekening vindt plaats in de jaarrekening van de GR BAR. Op verzoek van Barendrecht is voor het eerst in de begroting 2022 al op voorhand rekening gehouden met een terug te ontvangen bedrag door Barendrecht van € 250.000. Bij deze (eind)verrekening wordt rekening gehouden met dit door Barendrecht vooraf al ontvangen voorschotbedrag.
3.6 Staat van incidentele baten en lasten Structurele lasten dienen gedekt te zijn door structurele baten. Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van een structureel evenwicht is inzicht nodig in welke baten en lasten incidenteel zijn en welke structureel. Daarom is voorgeschreven dat in de begroting en de rekening een overzicht van de incidentele baten en lasten wordt opgenomen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) geeft geen scherpe definitie van wat incidenteel en structureel is. In de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de commissie BBV staat dat bij het beoordelen of baten en lasten incidenteel of structureel zijn, gekeken moet worden naar de aard van de begrotingspost, ofwel naar de soort of de eigenschap van de post. 63
In de Notitie staat dat structurele baten en lasten periodiek zijn opgenomen in de jaarlijkse begroting, voor onbepaalde tijd en er (nog) geen einddatum bekend is. Bij incidentele baten en lasten gaat het om eenmalige zaken, (meerjarige) projecten en subsidies die een tijdelijk karakter, c.q. een eindig doel hebben. In de Toelichting op het BBV wordt incidenteel omschreven als: baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar of minder voordoen. Dit kan als hulpmiddel worden gebruikt. Maar het hierboven geschetste criterium van soort of eigenschap van een begrotingspost gaat boven dit hulpmiddel. In het onderstaande overzicht zijn de incidentele baten en lasten groter dan € 50.000 opgenomen. Werkelijke lasten Werkelijke baten 2022 2022 1. Dienstverlening - Uitvoering Programma Dienstverlening 228.600 2. Terugdringen wachtlijst Wmo 215.800 3. Twee extra BOA's Barendrecht 76.800 4. Tijdelijke vervanging gemeentecontroller Ridderkerk 65.000 5. Veiligheid - formatie-uitbreiding voor cameratoezicht Barendrecht 101.700 6. Projectleider kwaliteitsverbetering Schuldhulpverlening 84.300 7. Herindicaties Wmo Begeleiding, dagbesteding en Hulp bij het huishouden 2022 835.100 8. Eenmalige uitkering medewerkers vooruitlopend op de nieuwe cao 466.100 9. Dienstverlening - gemeenteraadsverkiezingen coronaproof 54.200 10. Middelen Doeluitkering Vrouwenopvang 246.700 11.
Ureninzet Oekraïne a. Urenbesteding ten behoeve van Oekraïne 534.200 b. Rijksvergoeding voor urenbesteding Oekraïne 534.200 12. Koepelvrijstelling - Invorderingsrente a. Van Belastingdienst ontvangen invorderingsrente na gerechtelijke procedure 1.570.000 b. Voordeel invorderingrente ten gunste gebracht van gemeenten 1.570.000 13. Subsidie Europees Sociaal fonds project “Re-integratie en arbeidsinpassing Rijnmond” 291.100 Totaal incidentele baten en lasten jaarrekening 2022 GR BAR
4.478.500
2.395.300
Toelichting bij de incidentele baten en lasten 1. Dienstverlening - Uitvoering Programma Dienstverlening Het Programma Dienstverlening is van start gegaan en de drie colleges hebben ingestemd met het benodigde extra budget voor de GR BAR. Met dit programma wordt de dienstverlening via twee lijnen naar een hoger niveau getild: ‘Online als voorkeurskanaal’ en ‘Mens centraal - samen voor de inwoner’. 2. Terugdringen wachtlijst Wmo Eind 2021 hebben de drie colleges besloten om voor het terugdringen van de wachtlijsten Wmo de capaciteit tijdelijk uit te breiden middels inhuur van personeel. 3. Twee extra BOA's Barendrecht (buitengewoon opsporingsambtenaren) Conform het op 2 maart 2021 door de gemeenteraad van gemeente Barendrecht goedgekeurde plan 'Investeren in verkeers- en sociale zekerheid' zijn gedurende 2021 en 2022 twee extra BOA's 64
aangetrokken. 4. Tijdelijke vervanging gemeentecontroller Ridderkerk In verband met de afwezigheid door ziekte van de gemeentecontroller Ridderkerk wordt deze functie tijdelijk - voor 2021 en 2022 - door een vervanger ingevuld. 5. Veiligheid - formatie-uitbreiding voor cameratoezicht Barendrecht Het college van Barendrecht heeft goedgekeurd dat de formatie incidenteel is uitgebreid voor cameratoezicht ten behoeve van Barendrecht. 6. Projectleider kwaliteitsverbetering Schuldhulpverlening Dit betreft de inhuur van een projectleider die is ingezet ten behoeve van de kwaliteitsverbetering bij de Schuldhulpverlening. 7. Herindicaties Wmo Begeleiding, dagbesteding en Hulp bij het huishouden 2022 Dit betreft incidenteel budget voor het uitvoeren van de wettelijk verplichte herindicaties Wmo Begeleiding, dagbesteding en Hulp bij het huishouden 2022. 8. Eenmalige uitkering medewerkers vooruitlopend op de nieuwe cao In december 2022 hebben de medewerkers vooruitlopend op de nieuwe cao een eenmalige uitkering ontvangen. € 750 voor medewerkers tot en met schaal 8 en € 375 voor medewerkers vanaf schaal 9. 9. Dienstverlening - gemeenteraadsverkiezingen coronaproof Om de gemeenteraadsverkiezingen corona-proof te laten verlopen zijn extra kosten gemaakt. 10.
Middelen Doeluitkering Vrouwenopvang van gemeenten naar GR BAR Dit jaar ontvingen de drie gemeenten middelen uit de Doeluitkering Vrouwenopvang (DUVOmiddelen). Omdat deze taak wordt uitgevoerd door onze GR BAR zijn deze middelen overgeheveld vanuit de gemeentebegrotingen naar de GR BAR. 11. Ureninzet Oekraïne a. In 2022 is er in onze GR BAR tot een bedrag van € 534.200 aan uren besteed ten behoeve van de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. b. Hiervoor is een vergoeding van het Rijk ontvangen. 12. Koepelvrijstelling - invorderingsrente Na een gerechtelijke procedure is van de Belastingdienst € 1.570.000 ontvangen in het kader van de afwikkeling van de Koepelvrijstelling. Dit voordeel is ten gunste gebracht van de gemeenten. 13. Subsidie Europees Sociaal fonds voor het project “Re-integratie en arbeidsinpassing Rijnmond” Via het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de arbeidsmarktregio Rijnmond is een subsidie ontvangen van het Europees Sociaal fonds voor het project “Re-integratie en arbeidsinpassing Rijnmond”. Tegenover de bovengenoemde incidentele lasten en baten staan ook (incidentele) bijdragen van de gemeenten. De exploitatie van de GR BAR wordt altijd sluitend gemaakt met de gemeentelijke bijdragen.
3.7 Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves In 2022 zijn er geen reserves aanwezig. 65
3.8 Heffing vennootschapsbelasting begroting 2022
werkelijk
verschil
Vennootschapsbelasting
-6.500
-900
5.600
Totaal
-6.500
-900
5.600
De aanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) variëren jaarlijks voor onze GR BAR. Dit wordt vooral veroorzaakt door jaarlijkse verschillen in de hoogte van de belastbare winsten bij de detachering van medewerkers aan derde partijen. De verwachte Vpb-last voor het jaar 2022 bedraagt € 2.100. Dit is verwerkt in deze jaarrekening. Tezamen met een voordeel van € 1.200 bij de definitieve Vpb-aangifte 2021 - die in januari 2023 naar de Belastingdienst is verstuurd - komen de werkelijke lasten dit jaar uit op € 900. Dit voordeel had ook te maken met een afwijking bij de belastbare winst bij de detacheringen. Per saldo resteert er een voordeel van € 5.600 op deze begrotingspost.
3.9 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), kortweg: Wet normering topinkomens, is in 2013 in werking getreden. Het doel van de WNT is het tegengaan van excessieve beloningen en ontslagvergoedingen bij instellingen in de (semi)publieke sector. In de WNT worden inkomens en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen bij instellingen met een publieke taak genormeerd en openbaar gemaakt. Jaarlijks worden de bezoldigingsnormen in een ministeriële regeling vastgesteld. Topfunctionarissen binnen onze GR BAR De WNT heeft het begrip ‘topfunctionaris’ gedefinieerd voor de (semi)publieke sector. Op basis van de WNT is bepaald dat voor onze GR BAR de leden van het dagelijks bestuur (DB) en algemeen bestuur (AB) onder het begrip topfunctionaris vallen. Hieronder vallen ook degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 1.800 of minder. WNT-beloningsnorm en topfunctionarissen 2022 Op grond van de WNT mag vanaf 2016 het inkomen van topfunctionarissen in de (semi)publieke sector maximaal 100% van het ministersalaris zijn. Dat komt in 2022 neer op € 216.000 inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioenbijdrage werkgever. Binnen onze GR BAR is geconstateerd dat er geen overschrijding van deze norm heeft plaatsgevonden.
De leden van het DB en AB in 2022 waren: Leden G. Veldhuijzen (waarnemend voorzitter) J.G.H. de Witte A. Attema (voorzitter) P.W.J. Luijendijk
Functie Bestuurder DB
Functie Bestuurder AB
Periode 2022
Beloning onbezoldigd
Bestuurder DB Bestuurder DB
Bestuurder AB Bestuurder AB Bestuurder AB
onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd
M.C.C. Goedknegt
Bestuurder DB
Bestuurder AB
2022 2022 Van 1-1-2022 tot en met 7-4-2022 Van 1-1-2022 tot en met 4-5-2022
onbezoldigd
66
Leden M. Japenga
Functie
Functie Bestuurder AB
Periode Van 1-1-2022 tot en met 12-5-2022 Van 1-1-2022 tot en met 7-4-2022 Van 1-1-2022 tot en met 7-4-2022 Van 1-1-2022 tot en met 7-4-2022 Van 1-1-2022 tot en met 7-4-2022 Van 1-1-2022 tot en met 16-3-2022 Van 1-1-2022 tot en met 13-6-2022 2022
Beloning onbezoldigd
onbezoldigd
Bestuurder AB Bestuurder AB Bestuurder AB Bestuurder AB Bestuurder AB Bestuurder AB Bestuurder AB Bestuurder AB
Van 1-1-2022 tot en met 13-6-2022 Van 1-1-2022 tot en met 12-5-2022 2022 Van 1-1-2022 tot en met 12-5-2022 2022 Vanaf 7-4-2022 Vanaf 7-4-2022 Vanaf 12-5-2022 Vanaf 12-5-2022 Vanaf 13-6-2022 Vanaf 13-6-2022 Vanaf 12-5-2022
Bestuurder AB Bestuurder AB
Vanaf 12-5-2022 Vanaf 12-5-2022
onbezoldigd onbezoldigd
A.J. Proos
Bestuurder AB
R.D. Roopram
Bestuurder AB
C.D. Schaap
Bestuurder DB
Bestuurder AB
T.F. de Jonge
Bestuurder AB
N. Bults
Bestuurder AB
L.M. Heezen
Bestuurder AB
M.P.C. van Ginkel-van Maren R.E. Schneider
Bestuurder AB
L.J. Franzen
Bestuurder AB
P.W.J. Meij C.A. Oosterwijk
Bestuurder AB Bestuurder AB
H. van Os L.P. van der Linden D. Vermaat M.S. de Hoop J.M.M. Stolk M. Bianchi R. Polder C.A. van der Duijn Schouten E.M. Piena F. Stip
Bestuurder AB
Bestuurder DB
Bestuurder DB Bestuurder DB
onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd
onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd onbezoldigd
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen (leden AB en DB) zijn er geen andere functionarissen met een dienstbetrekking die in 2022 een bezoldiging boven het drempelbedrag hebben ontvangen.
3.10 Begrotingsrechtmatigheid Exploitatie In dit onderdeel wordt stilgestaan bij het begrotingscriterium waarmee wordt getoetst of het budgetrecht van het algemeen bestuur is gerespecteerd. Bij een kostenoverschrijding is er in principe sprake van onrechtmatige uitgaven want de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting is dan overschreden. In het “Controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening van de GR BAR” is vervolgens bepaald dat in sommige gevallen de kostenoverschrijdingen - alhoewel ze onrechtmatig 67
zijn - buiten het oordeel van de accountant kunnen blijven. Dit is het geval als de kostenoverschrijdingen: passen binnen het bestaande beleid en niet tijdig (= in de 2e tussenrapportage) gerapporteerd konden worden aan het algemeen bestuur geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde inkomsten een gevolg zijn van exogene, onontkoombare of onvoorziene factoren het gevolg zijn van een open einde (subsidie)regeling Gezien het Overzicht van baten en lasten 2022 op bladzijde 48 is er aan de lastenkant per saldo sprake van een overschrijding van € 1.411.200. Die overschrijding zit bij de volgende kostencategorieën: - Salariskosten (inclusief inhuur): overschrijding € 1.850.700. - Overige personeelslasten € 352.400. - ICT: overschrijding € 77.200. Strikt genomen zijn deze overschrijdingen onrechtmatig. In de financiële verschillenanalyse die is opgenomen vanaf bladzijde 52 zijn deze overschrijdingen toegelicht. - Salariskosten (inclusief inhuur) * In december 2022 hebben de medewerkers vooruitlopend op de nieuwe cao een eenmalige uitkering ontvangen. € 750 voor de medewerkers tot en met schaal 8 en € 375 voor de medewerkers vanaf schaal 9. Door het late tijdstip van bekend worden zijn deze kosten niet begroot. * Bij de rekening is een toevoeging gedaan aan de voorziening Regeling Vervroegd Uittreden om aan toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen.
Deze toevoeging is verplicht op grond van de boekhoudvoorschriften: het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (het BBV). Het exacte bedrag dat moet worden toegevoegd aan de voorziening is pas per 31 december / bij het opmaken van de rekening definitief bekend. Een deel van die uitgaven zijn daardoor niet begroot omdat een aantal medewerkers zich laat in het jaar hebben aangemeld. * Bij de rekening is een toevoeging gedaan aan de nieuwe voorziening Verlofsparen. Deze toevoeging is verplicht op grond van het BBV. Pas in januari 2023 is bekend geworden hoe deze nieuwe regeling voor het Verlofsparen financieel verwerkt moest worden nadat de commissie BVV hier richtlijnen voor had gepubliceerd. Daardoor waren deze lasten niet begroot. * In 2022 is er een flink aantal extra uren besteed aan de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Hiervoor is een vergoeding van het Rijk ontvangen. - Overige personeelslasten * Er zijn in vergelijking met andere jaren relatief veel kosten gemaakt voor werving en selectie. * Bij de Werkkostenregeling is er een nadeel maar de oorzaak is van boekhoudkundige / administratief-technische aard. Voor de Werkkostenregeling zijn op de clusters budgetten geraamd. De uitgaven worden echter verantwoord op meerdere kostencategorieën van het Overzicht van baten en lasten.
Het leidt tot een nadeel bij dit onderdeel Overige personeelslasten maar in zijn totaliteit bezien - met inbegrip van de andere kostencategorieën waar ook uitgaven voor de Werkkostenregeling worden geboekt - wordt binnen het budget gebleven.
68
- ICT Hier is een nadeel te zien van € 77.200. Nader kijkend naar het totaalbudget van € 3.658.100 zijn er diverse kleine plussen en minnen te zien maar bijzondere of grote afwijkingen zijn er niet te melden. Bij deze afwijkingen kan worden geconcludeerd dat ze passen binnen het bestaande beleid van de GR BAR. Dit maakt dat ze niet hoeven mee te wegen bij het oordeel van de accountant over de rechtmatigheid. Kredieten (investeringen) De toets op de begrotingsrechtmatigheid van de kredieten houdt in dat een overschrijding van kredieten moet worden gerapporteerd indien de afwijking groter is dan € 25.000. In de bijlage Staat van kredieten 2022 zijn alle beschikbaar gestelde kredieten opgenomen. En daar is uit af te lezen dat er geen kredieten zijn met een overschrijding groter dan € 25.000. Bij één investering is sprake van een overschrijding. Maar die bedraagt € 3.300 en is niet verder onderzocht. Als het algemeen bestuur de rekening vaststelt worden deze extra bestedingen alsnog geautoriseerd.
3.11 Nieuwe opzet rechtmatigheidsverantwoording met ingang van het boekjaar 2023 Inleiding Hierna ziet u hoe de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur er in de nieuwe situatie gaat uitzien. In de nieuwe situatie geeft de accountant niet langer een rechtmatigheidsverklaring af, maar legt het dagelijks bestuur (DB) verantwoording af over de rechtmatigheid. Dit gaat gelden met ingang van het boekjaar 2023. De rekeningen 2021 en 2022 worden als proef gebruikt om ervaringen op te doen met de nieuwe werkwijze. De verantwoording door het DB gaat op basis van een wettelijk voorgeschreven model. In principe mag deze standaardtekst niet door het bestuur worden aanpast. In de paragraaf Bedrijfsvoering op bladzijde 33 vindt u een bestuurlijke toelichting bij de nieuwe rechtmatigheidsverantwoording en een toelichting op de proefjaren 2021 en 2022 met de nieuwe wetgeving. Voor de zekerheid wordt nog opgemerkt dat voor deze rekening 2022 de accountant nog gewoon een rechtmatigheidsoordeel geeft in zijn controleverklaring. Rechtmatigheidsverantwoording dagelijks bestuur GR BAR De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijkt een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreft: 1. het begrotingscriterium, 2. het voorwaardencriterium en 3.
het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur van de GR BAR toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden- en misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het op 22 februari 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht