20250310 Hof van Poortugaal_vastgesteld_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Figuur 14: Ruimtelijke kwaliteit (Omgevingsvisie Zuid-Holland, herziening 2021) met indicatieve aanduiding plangebied met rode pijl
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 31/93
Omgevingsverordening Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft haar regels staan in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (laatst gewijzigd op 1 januari 2025, te raadplegen via https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR730926). Er zijn meerdere artikelen uit de verordening van toepassing op het bestemmingsplan. Hieronder zijn de artikelen genoemd.
Figuur 15:
Uitsnede Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
Artikel 7.43 (definitie soort ruimtelijke ontwikkeling) Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a. inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied; b. aanpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau; c. transformeren: de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Art. 7.43b aanvaardbaarheid soort ruimtelijke ontwikkeling per beschermingscategorie. 1. Een omgevingsplan voor een locatie met beschermingscategorie 3 als bedoeld in artikel 7.42, derde lid, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder soort inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43h. 2. Een omgevingsplanplan voor een locatie met beschermingscategorie 2 als bedoeld in artikel 7.42, tweede lid, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de soort inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43i, 7.43j of 7.43k. Artikel 7.43c (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling)
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 32/93
1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. 3. Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Artikel 7.43d (motivering locatiekeuze bij aanpassen en transformeren) 1. Voor zover een omgevingsplan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat deze een zorgvuldige afweging over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van de locatie en de effecten van de ontwikkeling daarop. 2. Het eerste lid is alleen van toepassing als: a.
er sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen of transformeren; of b. één of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in bijlage IX, onder A, in het geding zijn. Artikel 7.43e (randvoorwaarden bij aanpassen en transformeren) Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij een ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij: 1. aanvullende maatregelen worden getroffen binnen de locatie van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten de locatie worden betrokken in de motivering; 2. als aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast.
Artikel 7.43e (randvoorwaarden bij aanpassen en transformeren) Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij een ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): e. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; f. wegnemen van verharding; g. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; h. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij: 3. aanvullende maatregelen worden getroffen binnen de locatie van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten de locatie worden betrokken in de motivering; 4. als aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 33/93
Toets aan de verordening De ontwikkeling van Hof van Poortugaal ligt voor het grootste deel binnen het bestaand stedelijk gebied. Een klein deel van de woningbouw, te weten deelgebied 5, is geprojecteerd buiten bestaand stedelijk gebied. Hier gelden meerdere beschermingsregimes uit de verordening, te weten: • Buitengebied (categorie 3) • Groene buffergebied (categorie 2) • Recreatiegebied (categorie 2) Om te beoordelen of sprake is van inpassen, aanpassen of transformeren, is in aanvulling op de tekst uit artikel 7.43c het Werkboek Ruimtelijke kwaliteit geraadpleegd 2. Door de voorgenomen ontwikkeling zal het groengebied blijven functioneren als stedelijk groen aan de rand van het bebouwd gebied, met een recreatieve functie. De recreatieve functie van het gebied zal worden versterkt, wat in overeenstemming is met de gebiedsidentiteit die hier is toegewezen (zie Gebiedsprofiel IJsselmonde, d.d. juli 2013). Met de provincie is afgestemd over het plan in het kader van de ingediende zienswijze en zij geven aan dat de voorgenomen woningbouw in het groene buffergebied gezien dient te worden als ‘transformeren’. In het Werkboek Ruimtelijke kwaliteit is aangegeven dat bij transformatie er een compleet nieuwe toekomst voor het gebied ontstaat; een nieuwe gebiedsidentiteit gebaseerd op nieuwe kwaliteiten, structuren en kenmerken.
Ook al is daar in dit geval geen sprake van en blijft het gebied waarbinnen de woningbouw is voorzien, de bestaande identiteit behouden, is voor de verdere toetsing alsnog uitgegaan van transformatie. Transformatie is niet mogelijk binnen gebieden met beschermingscategorie 2 (groene buffergebied en binnen recreatiegebied). Zodoende is het plan in strijd met artikel 7.43b. In de verordening is onder artikel 7.86 een afwijkingsmogelijkheid opgenomen wanneer een plan in strijd is met een van de bepalingen in afdeling 7.3, waaronder art. 7.43b. Dit betreft de zogenaamde balansregeling: “Een omgevingsplan kan voorzien in activiteiten waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de bepalingen in afdeling 7.3 van deze verordening, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelen van deze bepalingen.” De gemeente kan hier gebruik van maken in situaties waar enige nadere afwegingsruimte nodig is om ontwikkelmogelijkheden niet geheel op slot te zetten, als dit onwenselijk zou zijn vanwege andere aspecten die de provinciale belangen ondersteunen. Dit is het geval. Het plan maakt een fors aantal woningen mogelijk in de sociale sector en per saldo is er sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied.
Het toevoegen van 525 woningen in Hof van Poortugaal is noodzakelijk om de vernieuwing van het zorgterrein te financieren en te voldoen aan de gewenste programmering. Binnen bestaand stads- en dorpsgebied en de kaders die hier gelden is dit aantal niet goed te realiseren. Wat de impact is op het gebied buiten het BSD en hoe de ruimtelijke kwaliteit in totaliteit per saldo verbetert, is nader onderbouwd in de volgende paragrafen. Impact van de ontwikkeling van deelgebied 5 Het bestemmingsvlak waar de woningbouw op is geprojecteerd, is ongeveer 6.500 m2, nog geen 25% van het groengebied. Waar de nieuwe woonbebouwing mag komen is beperkt door 2 https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/30016/werkboekruimtelijkekwaliteit.pdf
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 34/93
uit te gaan van een beperkt bestemmingsvlak. Hier zijn enkel gestapelde woningen toegestaan, zodat de impact op maaiveld ook beperkter is dan wanneer er woningen met tuin zouden komen. In het stedenbouwkundige schetsontwerp is voor deelgebied 5 gekeken naar het Gebiedsprofiel IJsselmonde. In het gebiedsprofiel is op de kaart van het vrijetijdslandschap de locatie aangeduid als ‘Dagrecreatie’. Dit deelgebied is nu echter niet openbaar toegankelijk. De dagrecreatie gaat via het bestaande fietspad om de locatie heen. Dat fietspad vormt geen onderdeel van het plangebied. Met de ontwikkeling wordt het gebied wel openbaar toegankelijk en zal het grotendeels recreatief gebruik krijgen en daarmee invulling geven aan het gebiedsprofiel. De recreatieve ruimte van Hof van Poortugaal wordt sterker verbonden met de Johannapolder. De bestaande waterpartij blijft grotendeels behouden evenals de meeste bomen. Een deel van de bomen zal wel moeten wijken voor de nieuwbouw, maar herplant in het gebied is mogelijk. Zo wordt het onderdeel van het recreatiegebied dat er ten oosten en zuiden ligt. De nieuwe bebouwing zal hier als een compact cluster vrij in het groen komen. Er wordt gedacht aan appartementen, waardoor een beperkter grondoppervlakte bebouwd hoeft te worden en het maaiveld vrij blijft van erfbebouwing en erfafscheidingen. Parkeren zal hier onder de bebouwing worden opgelost.
Dit alles zorgt ervoor dat er sprake blijft van zicht op het groene landschap er omheen. De exacte positie van de bebouwing wordt mede bepaald op basis van de bomeninventarisatie. Bij inrichting van het groen is er aandacht voor bestaande ecologische waarden en het toevoegen van nieuwe waarden door het realiseren van een biodiverse inrichting. De aanwezige recreatiestructuren en kwaliteiten (zie H2 toelichting) worden benut en verder versterkt met de voorgenomen ontwikkeling. Er wordt ingezet op het vergroten van de verbondenheid met het bestaand stedelijk gebied. Met de ontwikkeling van Hof van Poortugaal wordt het gebied wel openbaar toegankelijk en zal het grotendeels recreatief gebruik krijgen en daarmee invulling geven aan het gebiedsprofiel. Nieuwe routes door het gebied worden mogelijk waardoor een intensiever netwerk ontstaat en ook de rest van het groenblauwe raamwerk van Hof van Poortugaal onderdeel gaat vormen van het recreatienetwerk. De ontwikkeling van Hof van Poortugaal en het betrekken van het oostelijk deelgebied past, door het toevoegen van groen en routes in het gebied, goed binnen de ambities van het Gebiedsprofiel IJsselmonde. Het zorgt voor uitbreiding van recreatieve voorzieningen, verbinden van stedelijk groen en vergroten van diversiteit in groengebieden.
Zoals beschreven in de onderbouwing aan de ladder voor duurzame verstedelijking, is dit wooncluster een onlosmakelijk onderdeel van de stedenbouwkundige opzet voor het plangebied Hof van Poortugaal. Er is een totaalvisie voor het plangebied gemaakt, waarbij er in de stedenbouwkundige opzet een evenwichtige verdeling van de woonclusters is uitgedacht. Door een vijfde wooncluster net buiten het bestaand stedelijk gebied vorm te geven, kan de dichtheid op de andere clusters lager blijven, wat zorgt dat er meer ruimte is voor groen en water. Ook zijn er bestaande groene bosplantsoenen die graag behouden worden. Daarnaast zijn er nieuwe groenzones in het middengebied uitgedacht die de kwaliteit en leefbaarheid van het nieuwe woongebied ten goede komen. Het wooncluster aan de oostzijde is dan ook onderdeel van de totale opgave en nodig om bij te dragen aan het oplossen van de grote woningnood in de gemeente en de regio.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 35/93
Figuur 16:
Weergave bestemmingsvlak Woongebied van deelgebied 5
Figuur 17:
indicatief schetsontwerp (Wissing)
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 36/93
Doel voor de locatie is drieledig, namelijk het beschermen van ecologische waarden, het gebied activeren als recreatieruimte en het toevoegen van een compact ensemble woningen. Zoals aangegeven is de wens om hier slechts 25% van het gebied te bebouwen met een cluster van losse gebouwen op een gemeenschappelijke parkeergarage. Deze garage zal afgedekt worden met groen en qua beleving zal dus nog minder dan de 25% gebouwd oppervlak ervaren worden. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten relevant, mede in lijn met de uitgangspunten uit het Gebiedsprofiel IJsselmonde: • De positie van de gebouwen is zodanig dat waardevolle boomstructuren aan de zuidzijde behouden blijven. • Tussen de gebouwen door dienen zichtlijnen open te blijven zodat de totale ruimte ervaarbaar blijft. • Aandacht voor zicht van dijk naar rivier. • Parkeren onder het ensemble, landschappelijk ingepast. • Nieuwe paden worden toegevoegd voor voetgangers zodat het een open recreatief gebied wordt. Impact op beschermingscategorie 2 recreatiegebied Het Gebiedsprofiel IJsselmonde omvat een beschrijving van karakteristieken, ontwikkelingen, kwaliteiten en ambities in het gebied. In het gebiedsprofiel wordt op de kaart van het vrijetijdslandschap de locatie aangeduid als ‘Dagrecreatie’. De locatie is nu echter niet openbaar toegankelijk en er is geen relatie met de haven vanwege de rivierdijk die ertussen ligt.
Door het verloop van de dijk wordt het gebied als onderdeel van Hof van Poortugaal ervaren en niet als onderdeel van de open polder. Met de ontwikkeling van Hof van Poortugaal wordt het gebied wel openbaar toegankelijk en zal het grotendeels recreatief gebruik krijgen en daarmee invulling geven aan het gebiedsprofiel. Nieuwe routes door het gebied worden mogelijk waardoor een intensiever netwerk ontstaat en ook de rest van het groenblauwe raamwerk van Hof van Poortugaal onderdeel gaat vormen van het recreatienetwerk. De ontwikkeling van Hof van Poortugaal en het betrekken van het oostelijk deelgebied past, door het toevoegen van groen en routes in het gebied, goed binnen de ambities van het Gebiedsprofiel IJsselmonde. Het zorgt voor uitbreiding van recreatieve voorzieningen, verbinden van stedelijk groen en vergroten van diversiteit in groengebieden Impact op beschermingscategorie 2 groene buffers Binnen groene buffers zijn geen grootschalige ontwikkelingen toegestaan (zie art. 7.43k lid 1). In dit geval is er geen sprake van een grootschalige ontwikkeling (3 ha of groter), het gaat namelijk om een woonbestemmingsvlak van maximaal 6.500 m2. Ook wordt de bufferfunctie van het gebied met de voorgenomen woningbouw niet onevenredig verstoord, want: • In het voorliggende plan is sprake van een compact ensemble van gebouwen in een groene omgeving.
Slechts 25% van het groene buffergebied wordt benut voor woningen die elders in het gebied geen plek kunnen krijgen. Hierbij is rekening gehouden met open zichtlijnen en het groene karakter van het gebied. a. er is een totaalplan waarbij groen en verstedelijking verweven zijn, zowel binnen het bestaand stedelijk gebied als er buiten (zie rapportage Wissing en bestemmingsplan). Het groene gebied zal door het vergroten van de verbondenheid een meerwaarde krijgen voor het nieuwe woongebied en functioneren als tegenhanger van de stedelijke dynamiek. b. De contrastwaarde met het stedelijk gebied is te vinden in de grote meerwaarde die er ontstaat door het bij de ontwikkeling te betrekken. Dit biedt kansen om te komen tot een meer verweven groenstructuur in plaats van het behouden van het solitaire en besloten karakter die het gebied nu heeft.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 37/93
c.
de verbetering van de recreatiemogelijkheden biedt voor de nieuwbouw in Hof van Poortugaal een grote meerwaarde. De groengebieden binnen en buiten het bestaand stedelijk gebied worden beter aan elkaar verknoopt. De wijziging van een maatschappelijke bestemming met (gesloten) klinieken naar een woongebied zorgt sowieso voor meer connecties en gebruik. Er komt veel openbaar toegankelijk gebied bij waar het prettig verblijven zal zijn. Zie ook de beschrijving hierboven waarin is ingegaan op de impact op de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde.
Conclusie lokale impact ontwikkeling Deelgebied 5 Met de voorgenomen opzet en ruimtelijke uitgangspunten is de impact op de groene buffer functie van het gebied zeer beperkt. Tevens zal door de voorgenomen ontwikkeling de recreatieve functie vergroot worden. Er is zodoende geen sprake van een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het buffergebied en het recreatiegebied. Het gaat dan ook om een relatief beperkte mate van afwijking ten opzichte van artikel 7.43b lid 2. Daarmee is er grondslag voor het gebruik maken van de balansregeling. De onderbouwing voor de balansregeling is hieronder beschreven. Ruimtelijke kwaliteit in het hele plangebied Groenblauwe hoofdstructuur De bestaande groenstructuren (de unieke plek aan het water/ relatie met de rivier en de stevige bosplantsoenen en waardevolle bomen), aangevuld met nieuwe groenstructuren, wordt tot hoofdstructuur van het gebied gemaakt. Binnen de stevige bosranden bevindt zich een open structuur met lange zichtlijnen waardoor de bosranden en het rivierenlandschap volop kunnen worden ervaren. De bestaande (historische) laan die voor het Antes-kantoor loopt tot aan de Albrandswaardsedijk, wordt behouden. Dit is ook één van de vleermuisroutes. Ook de vleermuisroute over de Kijvelandsekade en de oostelijk gelegen route via de bosrand richting de Oude Maas blijven behouden.
Deze laatste wordt versterkt met extra bomen. De dijk langs de Oude Maas is ook onderdeel van de groene hoofdstructuur. Deze structuur vormt een stevige groene rand en tevens een belangrijke recreatieve zone. Hier lopen lange wandel- en fietsroutes die aansluiten op de omgeving en het plangebied. Deze aansluitingen kunnen versterkt en uitgebreid worden. Ook tussen de nieuwe woonvelden en bestaande gebouwen dient straks voldoende groen te blijven. De minimale maat tussen de woonvelden is 20 meter, maar op diverse plekken loopt deze op tot 50 á 100 meter. Aan noord- en zuidrand zijn de groene zones ook robuust van maat. Zo ontstaat ook voldoende ruimte voor de noodzakelijke waterberging, gewenste versterking van de ecologie en recreatie. Omvang bestemming Groen Op gebiedsniveau neemt de omvang van het Groen toe. In het huidige bestemmingsplan Poortugaal Dorp is binnen de plangrens van Hof van Poortugaal 30.100 m2 bestemd als Groen. In het nieuwe bestemmingsplan is sprake van een oppervlakte van 201.800 m2 Groen-1 en Groen-2 samen (dit is inclusief deelgebied 5). Dit is zodoende een enorme toename van het gebied waar planologisch de groene inrichting centraal staat en ook als zodanig is vastgelegd. De bescherming van de groene ruimte is daarmee ook beter geregeld. De afbeelding hieronder maakt dit visueel.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 38/93
Figuur 18:
visualisatie wijziging oppervlakte groen (Wissing)
Recreatie en openbare toegankelijkheid Ook nemen de recreatieve mogelijkheden in het plangebied toe. In het plangebied is ruimte voor diverse aansluitingen op het netwerk van fiets en voetgangers op lokale schaal en ook gebied overstijgend. De feitelijke gebruikswijziging van zorgterrein met klinieken naar een nieuwe woonwijk leidt tot een vergroting van de openbare toegankelijkheid. De nieuwe openbare ruimte en de nieuwe ontsluitingsweg binnen het plangebied leiden ertoe dat er meer en prettigere routes zullen zijn voor recreanten. Icoonsoorten en bevorderen van de biodiversiteit De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende wordt nagedacht over ecologische, waardevolle natuur in de nieuwe situatie. De icoonsoorten gebruiken ze daarvoor als richtlijn. Dit is te implementeren door bijvoorbeeld kruidenrijk gras aan te leggen en te beheren (in plaats van gazons), gefaseerd maaibeheer van sloten (dus rietkragen laten staan bijv.), nestkasten in te bouwen (voor gierzwaluw, huismus, vleermuizen), donkere zones in te richten (geschikt als foerageergebied voor vleermuizen), te werken met hagen van groenblijvers (geschikt voor huismus). Op hoofdlijnen is beoordeeld welke icoonsoorten in het plangebied aanwezig zijn of waar potentie voor is. Bij elke icoonsoort is aangegeven welk type habitat geschikt is voor deze soort.
Kansrijke icoonsoorten voor de gebiedsontwikkeling van Hof van Poortugaal: • Argusvlinder en weidehommel (zit niet meer in de regio, maar is wel het boegbeeld van gefaseerd maaibeheer en kruidenrijk grasland. Andere graslandvlinders kunnen daar wel van profiteren en wie weet op termijn ook de argusvlinder, mochten ze weer toenemen). • Blauwborst (aanleg van natuurvriendelijke oevers, moerasgebiedje)
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 39/93
• • • • • • • • •
Dotterbloem en rietorchis (natuurvriendelijke oevers, vochtig graslandje (kan op hele kleine schaal al voor deze soort)) Egel (veel struweel/strooisel, geen blad opruimen bijv., gefaseerd maaien (kort en lang gras), houtwalletjes) Gierzwaluw en huismus (standaard inbouwkasten van gierzwaluw en huismus in gevels metselen Glassnijder: goede waterkwaliteit, natuurvriendelijke oevers met rietkragen (ook overjarig riet), bredere sloten, bij voorkeur nabij bos/struwelen (dekking) Konijn: kruidenrijk grasland, eventueel aanleg van zandbulten (ook gunstig voor veel bijensoorten en andere insecten) Meervleermuis, rosse vleermuis: vleermuisvriendelijke verlichting, geen verlichting naar grotere waterpartijen laten schijnen, standaard vleermuisvoorzieningen in woningen bouwen, donkere vliegroutes (groenstructuren zoals sloten, bomenrijen) Merel: afwisseling van grasland, struweel en bos. Altijd rekening houden met broedseizoen bijv. Nachtegaal: struwelen, rustige hoekjes in het gebied zonder veel wandelpaden Roerdomp: natuurvriendelijke oevers, lange sloten met veel waterriet (niet, beperkt of gefaseerd baggeren), goede waterkwaliteit, rustige hoekjes zonder wandelpaden en verstoring, geen loslopende honden
In het bestemmingsplan wordt de exacte inrichting van de gronden niet vastgelegd, maar wordt ruimte gegeven aan de ontwikkeling van de woongebieden en de herstructurering van de zorgfuncties. De gemeente hecht grote waarde aan het bevorderen van de biodiversiteit en zal bij de verdere uitwerking tot stedenbouwkundig plan en het inrichtingsplan met de initiatiefnemer zorgen dat er aandacht is voor de icoonsoorten en de benodigde habitat. Hiervoor zal advies worden ingewonnen om te komen tot natuurinclusieve inrichting zoals bloemrijk gras, natuurvriendelijke oevers, mantelzoomvegetaties langs bossen (dus een natuurlijke overgang van bos naar grasland), struwelen, hagen, etc. Er zijn veel manieren om op een klein oppervlak een grote natuurwaarden te creëren. Hoe precies, komt dan ook aan bod in het stedenbouwkundig plan en het inrichtingsplan. In artikel 12.2.3 is wel de verplichting toegevoegd dat in de uitwerking tot deze documenten beschreven wordt hoe de biodiversiteit in het gebied wordt bevorderd. Bomen De bomen in het plangebied zijn geïnventariseerd. Door het behouden van het overgrote deel van de bomen is er voldoende schaduw en wordt oververhitting en verdamping voorkomen. De exacte positie van de bebouwing in deelgebied 5 wordt mede bepaald op basis van de bomeninventarisatie.
Borging in het bestemmingsplan In het nieuwe bestemmingsplan is het oppervlak aan gronden waar gebouwd mag worden drastisch beperkt ten opzichte van het huidige bestemmingsplan Poortugaal Dorp (zie figuur 19). Er zijn twee nieuwe groenbestemmingen opgenomen ten behoeve van het vergroten van de ecologische ruimte en ruimte voor de recreatieve routes. Groen-1 ligt over de hoofdgroenstructuur aan de randen en bestaand bosplantsoen, zoals de dijk, de schapenweide en de zone tussen de achtertuinen van de woningen aan de Albrandswaardsedijk en de nieuwe woongebieden. Groen-2 ligt op het groen tussen de woongebieden en de gebieden waar de zorgklinieken staan en komen. Dit is nieuw aan te leggen groengebied en zal ook meer recreatief medegebruik kennen vanuit de woongebieden en zorgklinieken. De beide bestemmingen hebben in totaal een oppervlakte van ruim 200.000 m2 (nameten). In het huidige bestemmingsplan is dit ongeveer 30.000 m2. Er is zodoende een toename van 170.000 m2 aan
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 40/93
groenbestemming.
Figuur 19: links huidige bestemmingsvlak Maatschappelijk, rechts de situatie in het nieuwe bestemmingsplan Hof van Poortugaal
Het nieuwe bestemmingsvlak Woongebied voor deelgebied 5 kent een beperkt oppervlak, zodat zoveel mogelijk van het gebied groen blijft. Parkeren in gebouwde vorm onder en tussen de bouwblokken, binnen het bouwvlak. In de bestemming Woongebied is opgenomen dat tuinen tot maximaal 50% mogen worden verhard. De bestaande laanstructuur binnen het middelste woongebied is beschermd. Hier is op de verbeelding een aanduiding opgenomen waarmee is geregeld dat de bomen behouden dienen te blijven. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in art. 12.2.3 waarin is geregeld dat er een beeldkwaliteitsplan, stedenbouwkundig plan en een inrichtingsplan voor de openbare ruimte dient te zijn vastgesteld door het college van B&W voordat gebouwd kan worden. In deze documenten wordt nader gestuurd op de ruimtelijke kwaliteit. Dit is aangevuld met de verplichting dat er ingegaan dient te worden op hoe de biodiversiteit in het plangebied wordt bevorderd. Conclusie toets aan verordening en balansregeling De ontwikkeling van woningbouw in deelgebied 5 is in strijd met artikel 7.43b van de provinciale verordening. Daarom wordt gebruik gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid uit artikel 7.86 (Balansregeling).
De gemeente kan hier gebruik van maken in situaties waar enige nadere afwegingsruimte nodig is om ontwikkelmogelijkheden niet geheel op slot te zetten, als dit onwenselijk zou zijn vanwege andere aspecten die de provinciale belangen ondersteunen. Met de ontwikkeling van Hof van Poortugaal wordt de ruimtelijke kwaliteit in het hele plangebied vergroot. Het gesloten Antes-terrein wordt voor een groot deel getransformeerd naar een woongebied met groenblauwe dooradering. Daarmee zal het merendeel openbaar toegankelijk worden en onderdeel worden van het netwerk van groene ruimten en groene routes in aansluiting op de groene bufferzone. Daarmee wordt de functie van de groene buffer versterkt. Ook verbeteren de recreatieve mogelijkheden in het gebied. Per saldo is er sprake van een grote toename aan oppervlakte groenbestemming, van 30.100 naar 201.800 m2 bestemmingsoppervlak (dit is inclusief deelgebied 5). Daarmee is er per saldo sprake van een verbetering op gebiedsniveau. De ontwikkeling leidt per saldo niet tot oppervlakteverlies aan groene bufferfunctie en recreatiefunctie, omdat in het plangebied er in totaliteit meer groen gebied bij komt, dan er in
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 41/93
deelgebied 5 af gaat. De recreatieve verbindingen en mogelijkheden worden vergroot en er ontstaan nieuwe verbindingen met bestaande routes in de omgeving. In deelgebied 5 wordt een stuk uit beide gebieden gehaald, dat elders (binnen de contouren van bestaand stads- en dorpsgebied) wordt gecompenseerd. Dit wordt in het bestemmingsplan vastgelegd door de bestemmingen Groen-1 en Groen-2. Voor de groene gebieden in het bestaande stads- en dorpsgebied wordt ingezet op het bevorderen van de biodiversiteit. Daartoe is een verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Zodoende wordt geconcludeerd dat met het bestemmingsplan geen sprake is van onevenredige schending van provinciale belangen en de balansregeling is toe te passen. Conclusie Provinciaal beleid Er wordt voldaan aan de voorwaarden uit de provinciale verordening en het plan draagt bij aan de opgave om te komen tot beter benutten van het bestaand stedelijk gebied.
3.3
Gemeentelijk beleid
Toekomstvisie 2025 Op 15 april 2013 werd de Toekomstvisie Albrandswaard 2025 goedgekeurd door de gemeenteraad van Albrandswaard. Deze visie stelt de richting vast waarin de gemeente zich wil ontwikkelen op het gebied van werken, wonen, onderwijs, recreatie en bestuur, rekening houdend met de wensen van zowel huidige als toekomstige generaties. De visie is gebaseerd op vijf kernpunten, namelijk ondernemen, ontspannen, ontmoeten, ontplooien en ontketenen. Het bijbehorende Ingrediëntenboek bevat initiatieven en ideeën die laten zien hoe deze ontwikkelingsrichting kan worden bereikt. De uiteindelijke keuzes zullen door de burgers van Albrandswaard worden gemaakt. Het is de taak van de gemeente om initiatieven van burgers, organisaties en bedrijven te ondersteunen en de gewenste ontwikkelingsrichting te bewaken. Initiatieven en ideeën die passen binnen de maatschappelijke en economische omstandigheden tot 2025 zullen door de gemeente worden ondersteund. De prioriteiten van de gemeente bij de uitvoering van de Toekomstvisie zijn als volgt: − Nabijheid van de gemeente tot haar burgers en partners. − Maatwerk in plaats van standaard woningbouw, met nadruk op dorps en levensloopbestendig. − Vernieuwing en verbetering van bedrijvigheid, met nadruk op kleinschalige dienstverlening en ambachtelijke bedrijvigheid.
− Transformatie van puur agrarische productie naar duurzaam en verbreed "natuurlijk" boeren. − Samenwerking tussen gemeente, bewoners, ondernemers, zorginstellingen en vrijwilligersorganisaties om een uitstekende openbare ruimte te creëren. Gelijktijdig met de Toekomstvisie werd ook de Structuurvisie Albrandswaard vastgesteld, die de uitwerking is van de Toekomstvisie. Structuurvisie Albrandswaard 2025 Op 15 april 2013 heeft de gemeenteraad van Albrandswaard de Toekomstvisie Albrandswaard 2025 vastgesteld. In de toekomstvisie wordt aangegeven hoe de gemeente zich op het gebied van werken, wonen, onderwijs, recreatie en bestuur wil ontwikkelen, om aan te sluiten bij de wensen en de opvattingen van huidige en toekomstige generaties. De gewenste ontwikkelingsrichting is gevat in vijf O’s: Ondernemen (werken), Ontspannen
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 42/93
(recreëren), Ontmoeten (wonen), Ontplooien (leren) en Ontketenen (besturen). In de Toekomstvisie en het bijbehorend Ingrediëntenboek zijn initiatieven en ideeën bijeengebracht om te laten zien op welke manieren de gewenste ontwikkelingsrichting bereikt kan worden. Concrete keuzes moeten de komende jaren door de burgers van Albrandswaard zelf gemaakt worden. De gemeente heeft de taak om initiatieven van burgers, organisaties en bedrijven te ondersteunen en de gewenste ontwikkelingsrichting van de visie te bewaken. Aan initiatieven en ideeën die passen in de maatschappelijke en economische omstandigheden op weg naar 2025 worden door de gemeente medewerking verleend. Prioriteiten bij uitvoering van de Toekomstvisie door de gemeente zijn: De gemeente staat dicht bij haar burgers en partners. − Geen standaard woningbouw, maar maatwerk: dorps en levensloopbestendig. − Bedrijvigheid: geen grote hallen, maar vernieuwing en verbetering. Nadruk op kleinschalige dienstverlening (kantoorvilla’s) en dorpse bedrijvigheid (ambachtelijkheid). − Van een puur agrarische productie naar ‘natuurlijk’ boeren (verbreden en duurzaam). − Gemeente, bewoners, ondernemers, zorginstellingen en vrijwilligersorganisaties zorgen samen voor een excellente openbare ruimte.
Tegelijk met de toekomstvisie is door de gemeente Albrandswaard de Structuurvisie Albrandswaard vastgesteld, als uitwerking van de toekomstvisie. De structuurvisie kent een kernkoers die is gericht op vijf pijlers, te weten: 1. Van meer naar beter: In plaats van uitbreiden wordt de aandacht verplaatst naar het verbeteren van de gebieden die er al zijn. 2. Identiteit dorpen versterken: Ieder dorp vanuit zijn eigen uitstraling en identiteit versterken. De omliggende polders worden hierbij betrokken. 3. Clusteren: Elke dorpskern gaat een aantrekkelijke bestemming vormen met een eigen maatschappelijk en commercieel voorzieningenpakket. Slimme clusters zorgen ervoor dat verschillende functies van elkaars aanwezigheid kunnen profiteren. 4. Recreatie verbeteren: Verzilver de potentie van de strategisch gelegen plekken. In wordt gezet op de recreatieve economie. 5. Uitstraling en beleving verbeteren: etaleer Albrandswaard en ondersteun ondernemerschap. Woonvisie 2016-2025 In de woonvisie Albrandswaard 2016-2025 wordt gestreefd naar een kwaliteitsniveau dat gelijk of hoger is dan het huidige niveau. Daarbij wordt (voornamelijk) ingezet op verschillende doelgroepen. Significatie doelgroepen in het huisvestingsbeleid zijn: 1. Inwoners die met een zorgvraag langer zelfstanding moeten blijven wonen; 2. Startende en terugkerende jonge gezinnen; 3.
Doorstromers vanuit sociale huurwoningen; 4. Oudere (senior) doorstromer naar passende woonvorm; 5. Inwoners met de laagste inkomensgroepen; 6. Nog niet settelende bewoners tussen 18 en 30 jaar; 7. Particuliere initiatiefnemers. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 525 woningen over verschillende woongebieden. In lijn met de gemeentelijke woonvisie, wordt daarmee invulling gegeven aan de woningbehoefte van verschillende doelgroepen. Conclusie gemeentelijke beleid Het planvoornemen is niet in strijd met het gemeentelijk beleid van de gemeente
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 43/93
Albrandswaard. Sterker nog, het planvoornemen is in lijn met de uitgangspunten van de verschillende thema’s zoals omgeschreven in de toekomstvisie en de woonvisie. Conclusie beleid Gelet op het bovenstaande, vormt het landelijk, regionaal en gemeentelijk beleid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 44/93
4.
Milieuaspecten
4.1
Archeologie
Nederland heeft zich in 1992 in Europees verband gecommitteerd aan het Verdrag van Valletta, ook wel de Conventie van Malta genoemd. Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In aansluiting op dit verdrag is in Nederland op 1 september 2007 de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. Op 1 juli 2016 is de Wamz met grote delen van de Monumentenwet opgegaan in de Erfgoedwet, sindsdien dé wet voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. De belangrijkste artikelen uit het Verdrag van Valletta zijn in de Nederlandse wetgeving overgenomen, te weten: • • •
Het archeologisch erfgoed dient zo veel mogelijk ter plaatse te worden behouden; Het archeologisch erfgoed dient in de ruimtelijke belangenafweging te worden betrokken; De verstoorder (lees: de initiatiefnemer) is verantwoordelijk voor het vroegtijdig uitvoeren van archeologisch onderzoek alsmede de financiering van dit onderzoek.
Beoordeling In januari 2022 is door IDDS een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar de betreffende locatie. Uit het bureauonderzoek blijkt dat de ondergrond van het plangebied van onder naar boven bestaat uit wadafzettingen van het Laagpakker van Wormer, Hollandveen en getijdeafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Het Laagpakket van Walcheren heeft een lage archeologische verwachting. Het bestaat uit laatmiddeleeuwse overstromingsafzettingen die zich tot aan de inpoldering (mogelijk in de 17 e of 18e eeuw) niet zullen hebben geleend voor bewoning en ook daarna geen gunstige bewoningslocatie vormden. De verwachting voor het Hollandveen is middelhoog. In het westen van het plangebied bevinden zich geulafzettingen die het Hollandveen hebben geërodeerd. In de rest van het plangebied wordt het Hollandveen door de dikte van het afdekkende antropogene pakket en het Laagpakket van Walcheren pas verwacht vanaf een diepte van -2 m NAP en over het algemeen nog veel dieper. De verwachting voor het Laagpakket van Wormer is door de diepteligging onbekend. Dit pakket wordt verwacht vanaf een diepte van -3 m NAP. In het onderzoek is geadviseerd om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor ingrepen die niet dieper reiken dan -2 m NAP. Het onderzoek is beoordeeld geweest en het advies is overgenomen door de gemeente.
Het bureauonderzoek is als separate bijlage 6 aan dit bestemmingsplan toegevoegd. 4.2
Cultuurhistorie
Cultuurhistorie Op grond van artikel 3.1.6, lid 5 onder a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om in het proces tijdig rekening te houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Beoordeling planvoornemen Het plangebied ligt niet op gronden met cultuurhistorische waarde, zoals beschermd kasteel- en landgoedbiotoop. Daarnaast valt het plangebied niet in de nabijheid van een beschermd
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 45/93
molenbiotoop en is er geen dubbelbestemming betreft beschermd stads- en dorpsgezicht. De bestemming voor de woning aan Albrandswaardsedijk 70 krijgt in het bestemmingsplan de aanduiding ‘karakteristiek. Nader onderzoek is niet benodigd. Conclusie archeologie en cultuurhistorie Vanuit archeologisch en cultuurhistorisch oogpunt is er geen belemmering voor het planvoornemen.
4.3
Bodemgeschiktheid
Aanleiding Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Beoordeling planvoornemen Door IDDS B.V. is in voor de te realiseren woongebieden en de nieuwe ontsluitingsroute Sportveldweg bodemonderzoek uitgevoerd. Hierna is eerst ingegaan op de bevindingen van de onderzoeken voor de woongebieden en daarna op de bevindingen voor de Sportveldweg. Woongebieden Voor de woongebieden is een milieu hygiënisch vooronderzoek en een indicatief milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd.
Figuur 20:
Weergave onderzoeksgebied ‘Woongebied’
Geconcludeerd kan worden dat in de grond sprake is van zwakke tot matige bijmenging met baksteen en zwakke bijmenging met sintels, kolengruis, aardewerk, glas, plastic. Plaatselijk is er sprake van zwakke tot matige bijmengingen met brokken beton en metselpuin; −
In de grond is zeer plaatselijk sprake van sporen bijmengingen met baksteen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen;
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 46/93
− − − −
De boven- en ondergrond is over het algemeen licht verontreinigd met enkele zware metalen, minerale olie, PAK en PCB; Er zijn geen verhoogde waarde aangetoond met betrekking tot OCB Ter plaatse van een boring 13-3 (150-200) is een sterke verontreiniging met PCB en PAK aangetroffen; Het grondwater is licht tot plaatselijk sterk (54 (350-450) verontreinigd met barium.
Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrond- en interventiewaarde, dient de hypothese verdacht voor de onderzoekslocatie te worden aangenomen. De plaatselijk aangetroffen sterke verontreinigingen met PCB en PAK geven (in het kader van de Wet bodembescherming) aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. Nader bodemonderzoek is uitgevoerd naar de omvang en mate van de verontreiniging met PAK en PCB en een verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de navolgende conclusies getrokken: • In het vrijgegraven en geïnspecteerde materiaal uit inspectiegaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen; • In de onderzochte grondmengmonsters (fijne fractie) zijn geen verhoogde asbestgehalten aangetoond. Het aangetoonde gewogen gehalte asbest in de grond (<0,4 mg/kg ds) is lager dan 0,5 x de interventiewaarde (50 mg/kg ds), en vormt daarmee geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in de grond. Bestemming maatschappelijk Aan de zuidwestzijde van het plangebied is in de huidige situatie de bestemming maatschappelijk aanwezig. In de toekomstige situatie wijzigt deze niet.
Daarnaast wordt op de bodemkwaliteitskaart op de deze locatie de bodemfunctie omschreven als ‘Wonen’. OntsluitingsrouteSportparkpolder Voor de aan te leggen ontsluitingsroute is een milieu hygiënisch onderzoek uitgevoerd, hierbij is zowel een verkennend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek uitgevoerd.
Figuur 21:
Weergave onderzoeksgebied ‘Sportparkpolder’
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 47/93
Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt het volgende: − De grond bestaat overwegend uit klei. Plaatselijk is sprake van zand; − In de grond is sprake van voornamelijk zwakke bijmengingen met baksteen. Plaatselijk is er sprake van een matige bijmenging met baksteen en een zwakke bijmenging met beton. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen; − Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de grond niet tot licht (MM04) verontreinigd te zijn met minerale olie en PAK; − Het grondwater is overwegend licht verontreinigd met barium en nikkel. Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater afdoende mate vastgelegd. De grond en het grondwater zijn maximaal licht verontreinigd. De onderzoeksresultaten geven daarmee geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Voor de locatie is een waterbodem onderzoek uitgevoerd om de kwaliteit te bepalen. De sliblaag en vaste waterbodem kunnen worden ingedeeld als zijnde klasse ‘landbouw en natuur’. Ten aanzien van PFAS kunnen de sliblaag en vaste waterbodem eveneens worden ingedeeld als zijnde ‘landbouw en natuur’. Conclusie bodemgeschiktheid Vanuit bodemgeschiktheid oogpunt is er geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4 Flora en Fauna en houtopstanden Aanleiding In verband met de voorgenomen sloop en nieuwbouw, is er inzicht nodig in de gevolgen voor (beschermde) soorten en gebieden en houtopstanden. Beoordeling planvoornemen Voor de ontwikkeling van het ‘Hof van Poortugaal’ zijn verschillende ecologische onderzoeken en onderzoeken naar de houtopstanden (bomen) uitgevoerd, bijgevoegd in de bijlagen: • Bijlage 10 Quickscan Wet natuurbescherming Antes-locatie • Bijlage 11 Quickscan Wet natuurbescherming ontsluitingsroutes • Bijlage 12 Nader onderzoek vleermuizen en huismus Antes-locatie • Bijlage 13 Nader onderzoek steenmarter en vleermuizen Sportveldweg • Bijlage 14 Nader onderzoek steenmarter en vleermuizen Antes-locatie (2024) • Bijlage 15 Boominventarisatie 2016 • Bijlage 16 Boominventarisatie 2017 • Bijlage 17 Boominventarisatie 2022 • Bijlage 18 Bomeneffectanalyse Sportparkpolder In de volgende paragrafen is eerst ingegaan op de gebiedsbescherming, dan op de soortenbescherming en vervolgens op de houtopstanden (bomen). Er zijn onderzoeken voor het nieuwe woongebied (Antes-terrein genoemd) en er zijn onderzoeken voor het gebied van de Sportveldweg. Gebiedsbescherming Vanwege de grootte van het plangebied, de afstand van 16 km tot dichtstbijzijnde Natura 2000gebied met stikstofgevoelig habitat en veranderende gebruiksfase dienen de negatieve effecten
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 48/93
van stikstofdepositie in kaart te worden gebracht. In paragraaf 4.5 is hiervoor een verantwoording opgenomen. Nabij het plangebied ligt het Natura 2000-gebied de Oude Maas. De Oude Maas kent voor de bever een instandhoudingsdoelstelling. Indien heiwerkzaamheden of andere trilwerkzaamheden plaatsvinden direct nabij de Oude Maas, dient aanvullende onderzoek te worden uitgevoerd naar de bever. Andere mogelijke negatieve effecten zijn niet te verwachten. Op basis van de afstand en de aard van werkzaamheden is op voorhand uitgesloten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied is niet gelegen in een belangrijk weidevogelgebied. Soortenbescherming Woongebieden (Antes locatie) Voor de Antes locatie is een quickscan uitgevoerd voor 11 te slopen gebouwen. Onderstaande figuur geeft een weergave van het onderzoeksgebied en te slopen gebouwen.
Figuur 22:
Onderzoeksgebied met ter verduidelijking met genummerde gebouwen (bron: Ecoresult)
Uit de quickscan kwam het volgende naar voren: • Vogels met niet-jaarrond beschermde nesten: Gebouw 1 en 2 zijn potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogel met niet-jaarrond beschermde nesten. Daarom dienen werkzaamheden te worden uitgevoerd grofweg buiten de periode 1 maart – 15 augustus. Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Het onderzoeksgebied (Antes locatie) en de directe omgeving is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn onder andere te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus), of een inspectie te laten uitvoeren door een ecologisch deskundige.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 49/93
•
•
•
Vogels met jaarrond beschermde nesten: Potentieel geschikte voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van soorten met jaarrond beschermde nesten in bebouwing zijn in het onderzoeksgebied aanwezig. Huismus kan binnen het onderzoeksgebied (Antes-locatie) tot broeden komen. Hier is nader onderzoek naar uitgevoerd, zie hieronder. Vleermuizen: De gebouwen binnen het onderzoeksgebied (Antes-locatie) bieden potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouw bewonende vleermuizen. Onderstaand figuur geeft een weergave van de vliegroutes van de vleermuizen. Hier is nader onderzoek naar uitgevoerd, zie hieronder. Steenmarter: De Antes-locatie is potentieel geschikt voor steenmarter. Essentieel functioneel leefgebied en vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen van deze soort niet worden uitgesloten. Indien bomen en/of bosschages worden gekapt dient nader onderzoek plaats te vinden om de aanwezigheid van steenmarter vast te stellen.
Samengevat is er nader onderzoek nodig naar het voorkomen van huismussen en vleermuizen. Dit nader onderzoek naar vleermuizen en huismus is inmiddels uitgevoerd (zie bijlage 12). Tijdens het onderzoek zijn binnen en rondom het plangebied geen waarnemingen gedaan van de huismus. Vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied zijn derhalve afwezig. Tijdens het nader onderzoek naar vleermuizen zijn op diverse locatie vleermuizen waargenomen. Onderstaand figuur geeft een weergave van aangetroffen soorten vleermuizen binnen het plangebied.
Figuur 23:
In en rondom onderzoeksgebied aangetroffen soorten vleermuizen (bron: Ecoresults)
Vanuit het vervolgonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: - Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van huismussen aanwezig. - Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. - Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en vliegroute) van laatvlieger en gewone dwergvleermuis aanwezig. Door het handhaven van een groene omgeving op het plangebied zullen negatieve effecten afwezig zijn.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 50/93
Binnen dit nader onderzoek is enkel de sloop van gebouwen getoetst.
Figuur 24:
Vliegroutes vleermuizen (bron: Ecoresult)
Nader onderzoek steenmarter en vleermuizen (2024) De aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen verwijdering van groen binnen het plangebied. Deze activiteiten kunnen schadelijke effecten hebben op vleermuizen en steenmarter. De Omgevingswet kan hierdoor worden overtreden. Ook zijn er maatregelen noodzakelijk in het kader van de specifieke zorgplicht voor soorten. Uit de resultaten blijkt dat de volgende beschermde natuurwaarden aanwezig zijn binnen het plangebied: • Bosuil: 1 vaste rust- en verblijfplaats. • Gewone dwergvleermuis: essentieel functioneel leefgebied. • Ruige dwergvleermuis: essentieel functioneel leefgebied. • Steenmarter: essentieel functioneel leefgebied. Negatieve effecten van de werkzaamheden op deze beschermde waarden zijn niet op voorhand te voorkomen. Er zullen maatregelen worden getroffen in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit . Naast beschermde soorten zijn ook onderstaande soorten in het plangebied aangetroffen waarvoor maatregelen genomen moeten worden onder de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Besluit activiteiten leefomgeving): • Functioneel leefgebied egel, konijn, haas, ree, dwergmuis. De toepassing van de maatregelen volgt uit de wettelijke zorgplicht. omgevingsvergunning is niet noodzakelijk voor deze natuurwaarden. Algemene zorgplicht Ook geldt ten allen tijden de algemene zorgplicht.
Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten, zoals konijn, jaar, ree, dwerg muis, egel, gewone pad, bruine kikker en muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen.. Hierdoor is het nodig maatregelen te nemen om zo te voldoen aan de specifieke zorgplicht, zoals benoemd in art. 11.27 van het Bal.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 51/93
Quickscan en aanvullend onderzoek voor de nieuwe ontsluitingsroute Sportveldweg De quickscan naar beschermde soorten is uitgevoerd voor verschillende varianten van de nieuwe ontsluitingsroute. Uiteindelijk is voor de ontsluiting route C gekozen (zo genoemd in de quickscan). Deze route loopt via de Sportparkpolder. Voor de ontsluitingsroute via de Sportparkpolder geldt dat dit mogelijk een essentiële vliegroute is voor vleermuizen. Voor de steenmarter geldt dat de route via de Sportparkpolder mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied. Zodoende is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de steenmarter en naar vleermuizen voor de nieuwe ontsluitingsweg. Uit het nader onderzoek naar vleermuizen en de steenmarter voor de gronden waar de nieuwe Sportveldweg is geprojecteerd, is naar voren gekomen dat er, onder de voorwaarden en mitigerende maatregelen die in het onderzoek zijn genoemd, er geen ontheffing nodig is voor de aanleg van de nieuwe weg. De belangrijkste voorwaarde is dat de bestaande, opgaande begroeiing en bomenlaan in het plangebied behouden blijft. De structuren die onderdeel uitmaken van de essentiële vliegroute blijven behouden, maar de inrichting verlichting in het plangebied is nog onbekend.
In de nieuwe situatie moet langs de weg de verlichting zoals in de huidige situatie aanwezig is worden geplaatst (dus vergelijkbare hoogte, richting, sterkte). Wanneer de mate van verlichting gelijk is aan de huidige situatie óf als in de nieuwe situatie het plangebied donkerder wordt, zijn negatieve effecten uitgesloten. Dat kan bijvoorbeeld ook het geval zijn met hogere lantarenpalen die vleermuisvriendelijke verlichting uitstralen. Houtopstanden Voor houtopstanden is onderscheid in regels binnen en buiten de bebouwde kom. Het onderzoeksgebied bevindt zich (gedeeltelijk) buiten de bebouwde kom, daar gelden de regels van de provincie. Binnen de bebouwde kom gelden de gemeentelijke regels. Bomen buiten de bebouwde kom - beschermde houtopstanden Wnb Het onderzoeksgebied bevindt zich (gedeeltelijk) buiten de bebouwde kom en er zijn kapwerkzaamheden gepland waarbij houtopstanden groter dan 10 are of 20 bomen in een rij gekapt of gerooid (ontwortelen) worden. Voor dit gedeelte van het plangebied dient ten minste 6 weken vóór het vellen een kapmelding gedaan te worden bij de provincie. Binnen drie jaar nadat een houtopstand is geveld, dient op de plaats van velling te worden herplant of moet er sprake zijn van een natuurlijke verjonging. Als Gedeputeerde Staten het kappen niet toestaan, dan wordt dat binnen 6 weken gemeld aan de melder en de grondeigenaar.
Onderstaande figuren geeft de ligging van het plangebied ten opzichte van de bebouwde kom.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 52/93
Figuur 25:
Ligging onderzoeksgebied ten opzichte van bebouwde kom (bron: Ecoresult)
Figuur 26:
Ligging ontsluitingsroute ten opzichte van bebouwde kom (bron: Ecoresult)
Bomen binnen de bebouwde kom Voor de bomen in de bebouwde kom gelden de regels van de gemeente. Voor het plan zijn meerdere boominventarisaties uitgevoerd in 2016, 2017 en 2022 (zie bijlage 15, bijlage 16 en bijlage 17). Elke boom binnen het onderzoeksgebied is afzonderlijk genummerd met zijn eigen identificatienummer en is ingetekend. Van alle geïnventariseerde bomen zijn 26 als waardevol bestempeld (10 in het zuidelijk deel (zie rapport uit 2017) en 16 in het noordelijk deel (zie rapport uit 2022). Van alle geïnventariseerde bomen is de soort, de diameter, de boomhoogte, de kroonbreedte, de conditie, de toekomstverwachting, de kwaliteit en de structurele opbouw van stamvoet, stam en kroon opgenomen. Vervolgens zijn maatregelen beschreven voor de toekomst.
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 53/93
Voor de gronden waar de nieuwe Sportparkweg komt, is een bomeneffectanalyse uitgevoerd (Arbor Consultancy, 31 juli 2023, zie bijlage 18) aan de hand van het op dit moment beschikbare ontwerp van de nieuwe weg. Hierbij is in beeld gebracht welke bomen moeten wijken voor de nieuwe weg en welke mogelijk te behouden zijn, eventueel met aanvullende maatregelen. De uitkomst van de bomeneffectanalyse worden meegenomen in de verdere uitwerking van het wegontwerp. Dit staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. De bestemming Verkeer is bewust breed opgenomen, zodat eventuele wijzigingen in het wegontwerp mogelijk zijn. Conclusie flora en fauna en houtopstanden Vanuit flora en fauna oogpunt en oogpunt van houtopstanden is er geen belemmering voor het planvoornemen.
4.5
Stikstofdepositie
Wetgeving De Omgevingswet (Ow) is in werking getreden op 1 januari 2024 en bevat alle wetten en regels over onze leefomgeving. Specifiek voor de bescherming van soorten en natuurgebieden geeft de wet uitvoering aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Voor het aspect stikstof is de wetgeving rondom natuurgebieden relevant. De Ow regelt de bescherming van natuurgebieden (Natura 2000) voor plannen en projecten. Voor projecten geldt onder de Ow een vergunningplicht (art. 5.1 lid 1) indien verslechterende of significant verstorende gevolgen niet uitgesloten kunnen worden (Bal art. 11.1), tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. Onder de Omgevingswet is het Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering 2022-2023 actief. In dit programma worden maatregelen opgesteld ter vermindering van stikstofdepositie op stikstof gevoelige habitats, rekening houdend met de verwachte sociaal economische effecten en de weging van de haalbaarheid en betaalbaarheid van de maatregelen. Ook worden tussentijdse doelstellingen opgenomen inclusief een inspanningsverplichting om tijdig te voldoen aan de volgende gestelde doelen: a. In 2025 dient op ten minste 40% van de stikstofgevoelige habitats de kritische depositiewaarde (KDW) niet meer te worden overschreden; b.
In 2030 dient op ten minste 50% van de stikstofgevoelige habitats de KDW niet meer te worden overschreden; en c. In 2035 dient op ten minste 74% van de stikstofgevoelige habitats de KDW niet meer te worden overschreden. Voor plannen en projecten waarbij werkzaamheden plaatsvinden met stikstofemissies als gevolg, is één van de manieren om aan te tonen dat verslechterende of significant verstorende gevolgen uitgesloten kunnen worden, een stikstofberekening. Onderliggende stikstofberekening is opgesteld met behulp van AERIUS Calculator versie 2024 en conform de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024’ van BIJ12. De voornaamste wijzigingen ten opzichte van de vorige Calculator is het toevoegen van koude start bij wegverkeer. Eventuele vervolgstappen Bij een stikstofdepositie uitkomst boven 0,00 mol/ha/jr, oftewel een mogelijke verslechtering, behoeft niet altijd een vergunning te worden aangevraagd. Verschillende vervolgstappen
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 54/93
bestaan om te bepalen of een nieuwe ontwikkeling daadwerkelijk een verslechtering tot gevolg heeft en of hier een eventuele vergunningplicht voor geldt. Beoordeling planvoornemen In de nabijheid van het plangebied liggen de volgende Natura 2000- gebieden: Tabel 1: Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied Natura 2000-gebied
Afstand tot het Natura 2000-gebied
Stikstofgevoeligheid
Oude Maas
0,2 kilometer
Niet gevoelig
Haringvliet
7,7 kilometer
Niet gevoelig
Oudeland van Strijen
9,6 kilometer
Niet gevoelig
Hollands Diep
13,8 kilometer
Niet gevoelig
Krammer-Volkerak
16,2 kilometer
Matig gevoelig
Boezems Kinderdijk
16,5 kilometer
Niet gevoelig
Solleveld & Kapittelduinen
20,1 kilometer
Zeer gevoelig
Bovenstaande laat zien dat dichtstbijzijnde stikstofgevoelig Natura 2000-gebied op 16,2 kilometer afstand ligt van het plangebied. Het voorliggend bestemmingsplan maakt het mogelijk om maximaal 525 woningen over verschillende woongebieden te realiseren, de herontwikkeling van het bestaande zorgcluster en de realisatie van de benodigde infrastructuur, waaronder de nieuwe Sportveldweg. Gelet op dat het plan in een vroeg stadium is, waarbij definitieve invulling nog niet wordt vastgelegd, wordt het uitvoeren van een volledige stikstofberekening als niet doelmatig geacht. Daarnaast bevindt het plangebied zich op een aanzienlijke afstand van stikstofgevoelig Natura 2000-gebied (16,2 kilometer). Daarom is ervoor gekozen om in dit stadium een quickscan uit te voeren om een inzicht te krijgen of stikstof mogelijk een probleem vormt voor het planvoornemen. In een later stadium, tijdens de fase van de omgevingsvergunning, zal een volledige stikstofberekening worden uitgevoerd. Verwacht wordt dat het woonprogramma in het jaar 2031 volledig operationeel zal zijn. Hoewel het precieze woonprogramma nog niet is vastgesteld, wordt in deze notitie uitgegaan van een verkeersonderzoek uitgevoerd door Goudappel. Door Goudappel is in december 2023 een onderzoek uitgevoerd genaamd ‘Nadere uitwerking verkeer en ontwerp Hof van Poortugaal’ (kenmerk: 014408.20230728.R1.07, d.d. 6 december 2023).
Hieronder wordt een ruwe inschatting gegeven van de mogelijke planning met betrekking tot de sloop-, bouw- en gebruiksfases. Voor de berekening van een worst-case scenario is besloten om het volledige effect van het plan tijdens de sloop- en bouwfase in het eerste rekenjaar (2025) te verwerken, en het volledige effect van de gebruiksfase in het rekenjaar 2028. Indien dit mogelijk is, dan kan het projecteffect ook worden uitgevoerd met een spreiding van de invoer over verschillende rekenjaren. De stikstofdepositie per jaar zal dan uiteraard lager zijn door de spreiding. In de praktijk zullen zowel de sloop als de bouw over meerdere jaren gefaseerd worden. Uit de stikstof quickscan (IDDS, januari 2025 zie bijlage 19) volgt dat er geen sprake is van depositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden. Tabel 1: Planning sloop-, bouw- en gebruiksfase voor invoer AERIUS
Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 55/93
Tabel 2: Jaar
Fase
Termijn
2025
Sloop
6 maanden
2026
Sloop
12 maanden
2027
Sloop
6 maanden
Bouw
6 maanden
Sloop
6 maanden
Bouw
12 maanden
Gebruik (25%)
6 maanden
Sloop
6 maanden
Bouw
12 maanden
Gebruik (50%)
12 maanden