CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

20250310 Hof van Poortugaal_vastgesteld_Toelichting.pdf

Gemeenteraad AW 2 juni 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Hof van Poortugaal29.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bouw

12 maanden

Gebruik (75%)

12 maanden

Bouw

6 maanden

Gebruik (100%)

12 maanden

2028

2029

2030

2031

Tabel 3:

Conclusie stikstofdepositie Vanuit stikstof oogpunt is er geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Aanleiding De Wet milieubeheer beoogt milieuhinder ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten in de woonomgeving of ten opzichte van gevoelige functies zoals woningen zoveel mogelijk te voorkomen. Alle bedrijfsmatige activiteiten die in potentie hinder kunnen veroorzaken worden door middel van vergunningen of meldingen op basis van de Wet milieubeheer gereguleerd. In aanvulling op deze vergunningen of meldingen voorziet een 'goede ruimtelijke ordening'

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 56/93

eveneens in het voorkomen van onvoorzienbare hinder bij gevoelige functies zoals wonen. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (bedrijven) en gevoelige functies (wonen) wordt hinder voorkomen. Met milieuzonering worden twee doelen gediend: niet alleen het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen, maar ook het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven zodat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen. Bedrijfsmatige activiteiten zijn in de VNG-publicatie "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende minimaal gewenste afstanden tot milieugevoelige functies. De indeling van de activiteiten is gebaseerd op de standaard bedrijfsindeling (SBI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, een richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. In de VNG-publicatie zijn de richtafstanden uit bijlage 1 ‘Richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten’ afgestemd op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’.

Een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, stiltegebied of natuurgebied) wordt gekenmerkt door functiescheiding: afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen er nauwelijks andere functies zoals bedrijven of kantoren voor. Een locatie kan echter ook behoren tot het tweede omgevingstype ‘gemengd gebied’, dat gekarakteriseerd wordt door een matige tot sterke functiemenging. Hier komen direct naast woningen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als dit type worden beschouwd. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-publicatie kunnen in dat geval met één afstandsstap verlaagd worden zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat van een milieugevoelig object. Dit geldt in het bijzonder voor geluid, het milieuaspect dat voor de te hanteren richtafstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend is. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk of het omgevingstype gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.

Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Binnen gemengd gebied is het mogelijk om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Tabel 4: Richtafstanden milieucategorie per omgevingstype (bron: VNG Brochure Bedrijven en milieuzonering)

Milieucategorie

Richtafstand (rustige woonwijk)

Richtafstand (gemengd gebied)

1 2

10 m 30 m

0m 10 m

3.1 3.2

50 m 100 m

30 m 50 m

4.1 4.2

200 m 300 m

100 m 200 m

5.1 5.2

500 m 700 m

300 m 500 m

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 57/93

In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ is een stappenplan omschreven voor de toetsing van het aspect geluid. Hieronder zijn de stappen beschreven. Stap 1 Indien de richtafstand voor de milieucategorie voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven en is het plan op dit onderdeel inpasbaar geacht. Stap 2 Indien 'stap 1' niet toereikend is, is het nodig om de geluidbelasting te berekenen. Hiervoor gelden de volgende grenswaarden: • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'rustige woonwijk' van maximaal: o 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'gemengd gebied' van maximaal: o 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Stap 3 en 4 Indien 'stap 2' niet toereikend is, is in de VNG-uitgave nog een stap 3 en zelfs een stap 4 beschreven. Daar is in dit bestemmingsplan niet verder op ingegaan.

Beoordeling planvoornemen Gelet op dat in de directe omgeving en op het plangebied zelf bedrijvigheid aanwezig is, worden de richtafstanden voor directe omgeving en het plangebied zelf apart beschreven. Richtafstanden directe omgeving Voor de richtafstanden van de bedrijvigheid van de directe omgeving wordt uitgegaan van een rustige woonwijk. In het kader van milieuzonering in de directe omgeving zijn de onderstaande kadastrale percelen mogelijk relevant: Tabel 5: Overzicht bedrijven in de directe omgeving

Kadastraal perceel

Bestemming

B 1135 B 2755 B 1846 B 255 B 259 B 258 B 257 B 256 B 236

Bedrijf Bedrijven t/m categorie 2 Agrarisch met waarden Grasland met bedrijfsvoering horende bij agrarische gronden

B 1515

Agrarische gronden met functieaanduiding ‘IJsbaan’

Richtafstand rustige woonwijk ten opzichte van de uiterste perceelsgrens van het zoekgebied wonen 30 meter 30 meter

Milieucategorie 2 (akkerbouw en fruitteelt met bedrijfsgebouwen)

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 58/93

300 meter

B 1392 B 964 B 1534 B 1661 En enkele kleine percelen (zie figuur B 956 B 1397 B 1572 B 1573 B 1538 B 1241 B 1024 B 1398

Stadions en open-lucht-ijsbanen Agrarische gronden met functieaanduiding ‘fruitteelt’

30 meter

Milieucategorie 2 (akkerbouw en fruitteelt met bedrijfsgebouwen) Sport (met kantine) Milieucategorie 1

10 meter

Maatschappelijk

50 meter

Milieucategorie 2 (voor een kinderopvang)

De bovenstaande relevante percelen zijn in kaart gebracht. Hierbij is rekening gehouden met de voorwaarden uit de handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG. Voor wat betreft de richtafstand is deze, gelet op de kenmerken van de omgeving, als rustige woonwijk gehanteerd. Voor het overzicht zijn de percelen geclusterd per relevante bestemming. De bovenstaande tabel is in onderstaande kaart weergegeven. Hierbij zijn de perceelgrenzen en de omliggende milieucirkels verbeeld.

Figuur 27:

Milieuzones omliggende bedrijven met weergave woongebieden

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 59/93

Opgemerkt wordt dat een gedeelte van het plangebied, waar de ontsluitingsroute Sportveldweg wordt aangelegd, door de bestemming Sport en de geluidzone - industrie loopt. Onder de bestemming ‘Bedrijf’ staat in artikel 5.1 onder de bestemmingsomschrijving dat onder deze bestemming bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen, detailhandel, horeca en zelfstandige kantoren. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. Onder ‘Agrarisch met waarden’ staat in artikel 4.1 bestemmingsomschrijving dat de gronden onder deze bestemming bestemd zijn voor agrarische bedrijfsvoering behorend bij de gronden en dat de gronden bestemd zijn voor gronden met natuurwaarden, die zich uit in openheid. Om die reden is de richtafstand van akkerbouw en fruitteelt met bedrijfsgebouwen gehanteerd. Onder de bestemming ’Sport’ zijn de gronden bestemd voor sport met bijbehorende ondersteunende horeca als een kantine, zo staat vermeld de bestemmingsomschrijving in artikel 16.1. de richtafstand van een kantine is 10 meter in rustige stedelijk gebied met een milieucategorie 1. Voor de functie fruitteelt, ten noordoosten van het plangebied is de milieucategorie van akkerbouw en fruitteelt met bedrijfsgebouwen aangehouden, gelijk aan de agrarische gronden met waarden.

Voor de functieaanduiding ijsbaan is de richtafstand van stadions en open-lucht-ijsbanen aangehouden als in de VNG-lijst staat beschreven. Hiervoor geldt een richtafstand in een rustige woonwijk van 300 meter (categorie 4.2). Voor de functie maatschappelijk is de richtafstand voor kinderopvang aangehouden als in de VNG-lijst staat omschreven. Hiervoor geldt een richtafstand in een rustige woonwijk van 30 meter, maar door de DCMR wordt geadviseerd 50 meter als richtafstand aan te houden ofwel om onderzoek op maat uit te voeren. Op basis van de milieuzone rondom de relevante bedrijven, kan het volgende worden geconcludeerd. De volgende drie milieuzones vallen binnen het plangebied; de kinderopvang, ijsbaan en agrarisch met waarden. Echter, alleen de milieuzone van de ijsbaan valt ook daadwerkelijk binnen de beoogde woongebieden. Gelet op dat er al woningen op kortere afstand van de ijsbaan aanwezig zijn en dus in de richtafstand vallen, is te concluderen dat de ijsbaan niet zal worden belemmerd door de nieuwe woningen. Ook zal er geen sprake zijn van onevenredige hinder van de ijsbaan op de nieuwe woningen, omdat deze al moet voldoen aan de normen voor dichterbij gelegen woningen en dus op deze grotere afstand de hinder beperkter zal zijn dan voor de dichterbij gelegen woningen.

Voor alle andere relevante omliggende bedrijven geldt dat het plangebied niet binnen de richtafstand valt. Daarmee wordt geen belemmering ervaren van omliggende bedrijven op geluid, geur, stof en gevaar. Richtafstanden binnen het plangebied Voor de noordzijde van het plangebied, waar het plangebied grenst aan de bestaande woningen langs de Albrandswaardsedijk en waar de nieuwe woongebieden op enige afstand van de klinieken liggen, is uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Dit betekent dat voor het kinderdagverblijf op de Albrandswaardsedijk 70a de richtafstand van 30 meter geldt,

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 60/93

maar door de DCMR wordt geadviseerd 50 meter als richtafstand aan te houden ofwel om onderzoek op maat uit te voeren. In het middengebied van het plangebied komen woonfuncties direct nabij de maatschappelijke functies. In de toekomstige situatie is hier sprake van een menging van wonen met maatschappelijke functies. Er is daarom bij de beoordeling voor het middengebied uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Dit betekent dat voor de maatschappelijke functies die hier aan de woongebieden grenzen de richtafstanden met één afstandsstap zijn verlaagd ten opzichte van de richtafstand in het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Tabel 6: Overzicht bebouwing binnen plangebied

Type bedrijf

Adres

Milieucategorie

Omgevingstype

Richtafstand

Stichting Antes

Albrandswaardsedijk 74i

gemengd gebied

10 meter

Antes zorg

Albrandswaardsedijk 74

gemengd gebied

10 meter

Onderwijsinstelling

Albrandswaardsedijk 74

gemengd gebied

30 meter

Kinderopvang

Albrandswaardsedijk 70a

Categorie 2 (artsenpraktijken, klinieken, dagverblijven) Categorie 2 (artsenpraktijken, klinieken, dagverblijven) Categorie 2 (zowel basis-, voortgezet-, beroeps- als hoger onderwijs) Categorie 2 (kinderopvang)

rustige woonwijk

50 meter (advies DCMR)

In de huidige situatie is het gehele gebied bestemd met de bestemming ‘Maatschappelijk’. In de toekomstige situatie blijft op het gedeelte van het plangebied de maatschappelijke bestemming gelden. Onderstaand figuur geeft een weergave van de locaties waar de maatschappelijke bestemming in de toekomstige situatie blijft gelden. Aan de noordelijke zijde van het plangebied is in de bestemming ‘Maatschappelijk-3’ een kinderopvang gerealiseerd en op maat bestemd in het nieuwe bestemmingsplan. Deze kinderopvang staat niet op de gebruikte kaarten doordat deze recent is gerealiseerd. Voor de kinderopvang is de richtafstand van 50 meter gehanteerd op advies van de DCMR. Voor de andere onderdelen met bestemming maatschappelijk wordt de richtafstand van 10 meter gehanteerd.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 61/93

Figuur 28:

Richtafstanden binnen plangebied

Onderstaand figuur geeft een weergave vanwaar de milieuzone van kinderopvang overlappen met de woongebieden.

Figuur 29:

Verduidelijking milieuzones en overlap woongebieden

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 62/93

De richtafstand van het kinderdagverblijf aan de Albrandswaardsedijk 70a overlapt met het hier direct ten zuiden van gelegen woongebied. Voor het kinderdagverblijf is de richtafstand voor het aspect geluid relevant. Door Alcedo is in 2021 een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsniveaus vanwege de kinderopvang op de omliggende bebouwing. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 21 bij de toelichting. Uit het onderzoek kwam naar voren dat er maatregelen nodig waren om ter plaatse van de bestaande kliniek te voldoen aan de richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus. De maatregelen betroffen het aanbrengen van een scherm van 1,8 meter hoog tussen de kinderopvang en de kliniek en het sluiten van de opening in de muur op het dakterras aan de zijde van de kliniek (zuidzijde). Deze maatregelen zijn getroffen, waardoor er ter hoogte van de gevels van de bestaande kliniek wordt voldaan aan de grenswaarden voor gemengd gebied (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 50 dB(A)). Voor het nieuwe woongebied dient echter uit te worden gegaan van de grenswaarden voor het omgevingstype rustige woonwijk. Daarom is gekeken waar de 45 dB(A) geluidcontour ligt. Deze ligt aan de zuidzijde op maximaal 20 meter afstand van de perceelsgrens van het kinderdagverblijf. Met het bouwvlak voor dit woongebied is rekening gehouden met deze afstand.

Gebaseerd op deze bevindingen worden geen belemmeringen voorzien. In het bestemmingsplan is de mogelijkheid geboden om af te wijken van de grens van het bouwvlak, mits met onderzoek aangetoond kan worden dat ter plaatse van de nieuwe woningen voldaan kan worden aan de geldende grenswaarden en de belangen van het zittende bedrijf niet onevenredig worden geschaad. Maatschappelijke instelling Antes Binnen het plangebied zijn verschillende zorginstellingen en een school aanwezig voor specialistische zorg en psychische zorg. In de toekomstige situatie blijven deze zorginstellingen aanwezig. In de huidige situatie wordt door omwonenden overlast ervaren vanuit de zorginstellingen. Gelet op dat in de toekomstige situatie woongebieden worden toegevoegd aan het gebied is het van belang hier zorgvuldig mee om te gaan. Daarnaast is (sociale) veiligheid een belangrijk aandachtspunt. Vanuit de gemeente en de initiatiefnemer zijn doelstelling gedefinieerd. Een concreet voorbeeld van het waarborgen van de veiligheid van omwonende is door een SMS-dienst van Antes en Fivoor. Voor de omwonenden worden bijeenkomsten georganiseerd op gebied van veiligheid. Daarnaast is de initiatiefnemer en de gemeente betrokken bij (bestuurlijke) overleggen met de klinieken, OM en politie.

Het voornemen is om dit voort te zetten en daarbij ook aandacht te hebben voor de te realiseren woningbouwontwikkelingen op de locatie. Door DSP is een beoordeling opgesteld voor de sociale veiligheid in de toekomstige situatie. Hieruit zijn aanbevelingen opgesteld voor de indeling van het plangebied om sociale veiligheid te waarborgen. Voorbeelden hiervan is het voorkomen van grote, onpersoonlijke parkeerplaatsen en zorgen voor zicht vanuit woningen op de straat. In de hoogbouw kan dit worden gerealiseerd doormiddel loggia’s, balkon en erkers om op deze manier sociale ogen en ogen te garanderen vanuit de gebouwen. Dit zijn een aantal voorbeelden waar rekening mee kan worden gehouden bij de indeling van het plangebied om de sociale veiligheid te waarborgen. Conclusie bedrijven en milieuzonering Geconcludeerd kan worden dat ervanuit bedrijven- en milieuzonering geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 63/93

4.7

Geluidhinder

Aanleiding Aangezien woningen geluidgevoelig zijn, dient overeenkomstig de Wet geluidhinder (Wgh) beoordeeld te worden of aan wet- en regelgeving wordt voldaan en sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat ter plaatse van de nieuwe woningen een aangenaam woon- en leefklimaat gewaarborgd dient te zijn. Beoordeling planvoornemen Voor het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen als bijlage 20. Het effect van de verkeersgeneratie van het plan op de geluidsituatie bij de bestaande woningen is inzichtelijk gemaakt. Hiervoor is de geluidbelasting in de autonome situatie (situatie zonder plan) in 2035 en de geluidbelasting in de plansituatie in 2035 met elkaar vergeleken. Door middel van een verschilberekening is het effect van de verkeersgeneratie berekend. Het betreft de geluidbelasting van de gezamenlijke wegen. Binnen de Wet geluidhinder zijn er geen normen voor geluideffecten als gevolg van een toename van het verkeer door ontwikkelingen en/of veranderende bebouwing in de omgeving. De Wet geluidhinder kent wel normen voor situaties waarbij fysieke wijzigingen aan de weg plaatsvinden. In dat geval mag de geluidbelasting toenemen met ten hoogste 1,5 dB. Toename van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde (inclusief aftrek artikel 110g Wgh) wordt altijd toelaatbaar geacht.

In dit onderzoek is ervan uitgegaan dat een toename van de geluidbelasting tot 50 dB (exclusief aftrek artikel 110g Wgh) aanvaardbaar is. Volgens de methode Miedema wordt de omgevingskwaliteit bij een geluidbelasting lager dan 50 dB beoordeeld als ‘Goed’. Op basis van de toename van de geluidbelasting kan ook een uitspraak worden gedaan of sprake is van een verslechtering van de geluidsituatie vanwege de hoorbaarheid van het geluid. In de praktijk blijkt dat een verhoging of verlaging van het geluidniveau met 3 dB nét hoorbaar is en dat een toename vanaf 10 dB wordt ervaren als een verdubbeling van het geluid (bron: brochure ‘Geluid langs rijkswegen’ van RWS, oktober 2014). De etmaalintensiteiten van de wegen Albrandswaardsedijk, Albrandswaardsedijk Delta, Kijvelandsekade en Schroeder van der Kolklaan zijn gebaseerd op de verkeerskundige analyse uitgevoerd door Goudappel getiteld ‘Nadere uitwerking verkeer en ontwerp’. In de volgende figuur zijn de resultaten van de verkeerstudie samengevat.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 64/93

Figuur 30: Resultaten verkeersdruk per etmaal 2020 (huidig) en 2030 (A=autonoom en P= met woningbouwplan Antes locatie) (Bron: Goudappel)

Voor de bepaling van de geluidbelastingen is een rekenmodel opgesteld volgens standaard rekenmethode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In dit driedimensionale model zijn onder andere wegen, verharde vlakken, gebouwen, geluidschermen en kruispunten opgenomen. Geluidssituatie binnen het plan Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder. Een toetsing aan het collegebesluit ‘Beleidsregel vaststellen hogere waarde’ vastgesteld met nummer 2007 1693 is niet aan de orde. De geluidbelasting vanwege de 30 km/uur weg Albrandswaardsedijk Delta-oost is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor gezoneerde wegen, maar lager dan de maximale grenswaarde van 63 dB. In het gemeentelijk geluidbeleid zijn geen voorwaarden gesteld aan de geluidbelasting vanwege 30 km/uur wegen. De geluidsituatie vanwege wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de bouwvlakken volgens het vlekkenplan. Wel wordt geadviseerd om bij de inrichting van het plangebied ervoor te zorgen dat voor de woningen nabij de Albrandswaardsedijk Delta-oost te zorgen voor een buitenruimte aan de geluidsluwe zijde. Bij deze woningen wordt ook geadviseerd om te zorgen voor voldoende geluidswering van de gevel, zodat in de woning voldaan wordt aan een binnenwaarde van 33 dB.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 65/93

Figuur 31: Alcedo)

Schematische weergave van geluidbelasting vanwege Albrandswaardsedijk Deltaoost (Bron:

Aanleg nieuwe ontsluitingsroute (Sportveldweg 30 km/uur) De geluidbelasting vanwege de nieuw aan te leggen Sportveldweg bedraagt ten hoogste 46 dB inclusief aftrek art. 110g Wgh en is berekend op gevels van de bestaande woning aan de Albrandswaardsedijk 138. Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Geluidsituatie buiten het plan als gevolg van verkeersgeneratie Uit de vergelijking van de gecumuleerde geluidsbelasting vanwege de gezamenlijke wegen blijkt op basis van de kwalificering volgens de methode Miedema dat: − −

−

In de plansituatie is voor 30 van de 130 woningen (23%) in het onderzoeksgebied sprake van een verschuiving naar een betere beoordeling van de omgevingskwaliteit; De grootste verschuiving vindt plaats van de geluidklasse ‘Tamelijk slecht’ naar de geluidklasse ‘Matig’. Deze woningen bevinden zich voornamelijk aan de Albrandswaardsedijk. Vanwege de aanleg van de Sportveldweg neemt het verkeer op deze weg significant af; De woningen met de geluidklasse ‘tamelijk slecht’ (autonome situatie) bevinden zich aan de Schroeder van der Kolklaan en de Albrandswaardsedijk. Vanwege de maximale variant neemt het aantal woningen in deze categorie van 36 woningen toe naar een totaal van 12 woningen.

De verkeersgeneratie vanwege het plan leidt tot een afname van de geluidbelasting op de gevels van de bestaande woningen. De afname bedraagt ten hoogste 2,5 dB. Ook op de gevels van de bestaande woningen op korte afstand van de aansluiting met de nieuw aan te leggen weg ‘Sportveldweg’ is sprake van een afname ten opzichte van de autonome situatie. Dit is het gevolg van het omleiden van het verkeer op de Albrandswaardsedijk-oost naar de Sportveldweg. De Sportveldweg ligt op grotere afstand van de woningen dan de Albrandswaardsedijk-Oprit Oost.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 66/93

Conclusie geluidhinder Geconcludeerd kan worden dat er vanuit geluid geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen.

4.8

Luchtkwaliteit

Wet milieubeheer Op 15 november 2007 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Aan hoofdstuk 5 is een titel toegevoegd: titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. Het doel van de wet is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Daartoe zijn in de wet grenswaarden voor onder meer stikstofdioxide (NO 2) en zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5) opgenomen. Dit zijn in ons land de meest kritische luchtverontreinigende componenten met de hoogste kans op overschrijdingen van de grenswaarden. De normen zijn op basis van gezondheidskundige aspecten bepaald, maar ook onder de norm kunnen gezondheidseffecten optreden, zij het vooral bij mensen die er gevoelig voor zijn, zoals kinderen en ouderen. Bij concentraties onder de 40 µg/m 3 neemt de kans op effecten wel geleidelijk af, al is voor fijnstof geen gezondheidskundige grenswaarde vast te stellen. In onderstaande tabel staan de grenswaarden zoals vermeld in bijlage 2 van de Wet milieubeheer weergegeven. Tabel 7: Grenswaarden NO2 en PM10 overeenkomstig bijlage 2 Wet milieubeheer

Stof

Concentratie [μg/m3]

Omschrijving

40

Jaargemiddelde concentratie

200

Uurgemiddelde waarde die max. 18 keer per jaar mag worden overschreden

40

Jaargemiddelde concentratie

Fijnstof (grove deeltjes)

50

24-uursgemiddelde waarde die max. 35 keer per jaar mag worden overschreden

PM2,5 Fijnstof (fijne deeltjes)

25

Jaargemiddelde concentratie

NO2 Stikstofdioxide PM10

Ter correctie van natuurlijk in de lucht voorkomend fijnstof mag een aantal dagen in mindering gebracht worden bij de toetsing van de daggemiddelde grenswaarde: de zogenaamde zeezoutcorrectie. Dit houdt in dat in het geval van overschrijding van de 24-uursgemiddelde grenswaarde van PM10 gecorrigeerd mag worden met een vastgesteld aantal dagen. Het RIVM heeft dit aantal per provincie vastgesteld, vanzelfsprekend mogen voor de kustprovincies meer dagen in mindering worden gebracht dan voor verder inlandse provincies. Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) Om de luchtkwaliteit te monitoren en te verbeteren in Nederland is in 2009 het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht geworden. De NSL-monitoring fungeert als centraal punt waarop overheden de benodigde gegevens voor verkeer, veehouderijen en voortgangsformulieren kunnen inzien, doorrekenen en bijwerken. Vanaf 1 januari 2023 is de NSL-monitoring vervangen door een nieuw systeem het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK).

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 67/93

Het doel van het instrument is het bewaken van de kwaliteit van de buitenlucht en het tijdig signaleren van een overschrijding van de omgevingswaarden. AMvB en regeling niet in betekenende mate De Wet milieubeheer, onderdeel luchtkwaliteit, maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. De AMvB en Regeling “Niet in betekenende mate” bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als ‘in betekenende mate’ moet worden beschouwd. De AMvB is gelijktijdig met het NSL in werking getreden. Er mag rekening worden gehouden met een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarde (= 1,2 µg/m 3 voor zowel stikstofdioxide en fijnstof). NIBM-projecten kunnen, juridisch gezien, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet wel worden bekeken of het realiseren van het plan met betrekking tot de luchtkwaliteit op die locatie gewenst is. Daarbij speelt de mate van blootstelling aan de luchtverontreiniging een rol.

Ook de gevoeligheid van bepaalde groepen mensen voor luchtverontreiniging kan daarbij worden afgewogen. Hierbij gaat het niet alleen om de toekomstige gebruikers van de locatie, maar ook om de personen in de omgeving daarvan. Beoordeling planvoornemen In bijlage 3A van de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met netto maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg (of netto maximaal 3.000 woningen aan twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond hiervan kan gesteld worden dat de voorgenomen planontwikkeling, met de realisatie van maximaal 525 woningen, niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Met behulp van de NIBM-tool is daarom voor de maximaal 525 woningen bepaald of deze in niet betekende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Om te analyseren of het planvoornemen van invloed is op de luchtkwaliteit, is het nodig om het aantal te verwachten verkeersbewegingen te weten. Deze verwachte verkeersbewegingen zijn onderdeel van de gebruiksfase welke van start gaat na de aanlegfase. De beoogde planning van de werkzaamheden (sloop + nieuwbouw) is in 2025-2030. De verwachting is dat de bouw en de in gebruik name gaat plaatsvinden in fases.

Dit houdt in dat het programma op zijn vroegst in 2030 volledig in gebruik is. Voor het aantal verkeersbewegingen wordt uitgegaan van het planmaximum van 525 woningen. Uit de rapportage ‘Nadere uitwerking verkeer en ontwerp Hof van Poortugaal’ (Goudappel, opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting) volgt dat er sprake is van een aantal van 3.000 mvt/etmaal op de Albrandswaardsedijk Delta (oost). Na het invullen van de input in de NIBMtool wordt geconcludeerd dat de bijdrage van het extra verkeer mogelijk in betekenende mate is. Dit is te zien in onderstaande uitsnede van de NIBM-tool.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 68/93

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2023 Jaar van planrealisatie

2030

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

3000

Aandeel vrachtverkeer

1,0%

NO2 in μg/m3

0,90

PM10 in μg/m3

0,27

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

Figuur 32:

Uitsnede NIBM-tool 2024, berekening jaar 2030

De conclusie is dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate bijdraagt en er geen nader onderzoek nodig is. Volledigheidshalve is hieronder de luchtkwaliteit ter plaatse beschreven. Luchtkwaliteit ter plaatse In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn ook de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Deze worden getoetst aan de grenswaarden zoals genoemd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Deze worden getoetst aan de grenswaarden zoals genoemd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Om vaststellen wat de luchtkwaliteit is ter plaatse, is gebruik gemaakt van gegevens van het (CIMLK). In de CIMLK zijn de achtergrondconcentraties langs de belangrijkste wegen bepaald. In de volgende figuur zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 weergegeven ter hoogte van het plangebied voor het peiljaar 2022 (toetspunten gelegen langs de Albrandswaardsedijk en Eikenlaan).

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 69/93

Figuur 33:

Overzicht meetpunten luchtkwaliteit

Tabel 8: Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in peiljaar 2022

Naam meetpunt

NO2 in µg/m3 (Achtergrond concentratie)

PM10 Overschrijdingsdagen

PM10 in µg/m3 (Achtergrond concentratie)

PM2,5 in µg/m3 (Achtergrond concentratie)

Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Schroeder van der Kolklaan Schroeder van der Kolklaan Albrandswaardsedijk Schroeder van der Kolklaan Linnaeusstraat Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk

18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026 18,017

6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6,01

16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365 16,098

9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152 8,958

18,017

6,01

16,098

8,958

18,026 18,026

6 6

16,365 16,365

9,152 9,152

18,017 18,026 18,026 18,026 18,026 18,026

6 6 6 6 6 6

16,098 16,365 16,365 16,365 16,365 16,365

8,958 9,152 9,152 9,152 9,152 9,152

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 70/93

Schroeder van der Kolklaan Schroeder van der Kolklaan Schroeder van der Kolklaan Schroeder van der Kolklaan Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk Albrandswaardsedijk

18,017

6

16,098

8,958

18,017

6

16,098

8,958

18,017

6

16,098

8,958

18,017

6

16,098

8,958

18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017 18,017

6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01 6,01

16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098 16,098

8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958 8,958

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 langs de gemonitorde wegen ter hoogte van het plangebied voor de voornoemde stoffen respectievelijk maximaal 18,017 en 16,365 µg/m3 is. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 wordt niet overschreden. Eenzelfde geldt voor de grenswaarde van 25 µg/m3 voor PM2,5. Deze is in het plangebied maximaal 8,958 µg/m3. De daggemiddelde grenswaarde voor PM10 van 50 μg/m3 mag overeenkomstig de Wet milieubeheer maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. In de nabijheid van het plangebied komen maximaal 6,01 overschrijdingsdagen voor. In onderstaande tabel zijn deze bevindingen kort opgesomd. Tabel 9: Toetsing achtergrondwaarden en grenswaarden NO2, PM2,5 en PM10

Stof

Maximale achtergrondwaarde in de CIMLK monitoringstool [μg/m3]

Jaargemiddelde grenswaarde conform de Wet milieubeheer [μg/m3]

NO2

18,017

40

PM10

16,365

40

PM2,5

8,958

25

De maximale grenswaarden worden bij lange na niet gehaald. Bovendien is de trend dat in de toekomst de emissies en daarmee gepaard gaande achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. De realisatie van de boogde woningbouw is op basis van de CIMLK-monitoringstool niet strijdig met de luchtkwaliteit. Conclusie luchtkwaliteit Het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Ook voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de gestelde grenswaarden in de Wet milieubeheer. Het onderdeel luchtkwaliteit vormt zodoende geen belemmering voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 71/93

4.9

Externe veiligheid

Wetgeving Bij externe veiligheid gaat het om situaties waarbij een ongeval kan plaatsvinden met gevaarlijke stoffen of als gevolg van luchtvaartverkeer nabij luchthavens, waardoor mensen die verder niets met de betreffende activiteit te maken hebben, om het leven kunnen komen. Er wordt gekeken naar de risico’s verbonden aan risicovolle inrichtingen. Hier worden gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of gebruikt. Daarnaast wordt er gekeken naar vervoer van gevaarlijke stoffen via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het belangrijkste instrument om de externe veiligheid te waarborgen is ruimtelijke scheiding aan de hand van veiligheidsafstanden tussen (beperkt) kwetsbare objecten en risicobronnen. Bij (beperkt) kwetsbare objecten dient gedacht te worden aan ruimten waar personen gedurende langere tijd verblijven (zoals een woning of recreatieterrein), gebouwen met grote aantallen personen (winkelcomplex, grote supermarkt, warenhuis) of personen met beperkte zelfredzaamheid (ziekenhuis, school, kinderopvang). Naast maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld Best Beschikbare Technieken voor inrichtingen), dienen afdoende maatregelen in de omgeving te worden genomen door middel van zonering: hoe minder mensen binnen de risicocontouren van een risicovolle activiteit vallen, hoe beter de veiligheidssituatie.

De wettelijke kaders voor externe veiligheid worden gevormd door de volgende wet- en regelgeving: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Besluit externe veiligheid transport van gevaarlijke stoffen (Bevt) Wet luchtvaart (obstakelvrije vlakken en veiligheidszones; voor Schiphol gelden ook het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) en het Luchthavenverkeerbesluit (LVB). Als centrale maatstaf voor het in beeld brengen van de externe veiligheidsrisico’s worden de begrippen plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR) gehanteerd. Deze begrippen zijn in de wet eenduidig gedefinieerd, en in de wetgeving zijn normen opgenomen (grenswaarden en richtwaarden voor het PR, en een oriëntatiewaarde voor het GR) die bepalen welke omvang van een extern veiligheidsrisico onacceptabel is. Zo beoogt de wetgeving te voorkomen dat er (beperkt) kwetsbare objecten (kunnen) worden gerealiseerd op locaties waar het PR als gevolg van risicobronnen in de omgeving hoger is dan 10-6/jaar (één op een miljoen). Verder beoogt de wetgeving het bevoegd gezag een afwegingskader te bieden voor het omgaan met risicobronnen die bij een ongewoon voorval kunnen leiden tot grotere hoeveelheden dodelijke slachtoffers (maatschappelijke ontwrichting). Als het bevoegd gezag een ruimtelijk besluit wil nemen, moet daaraan een analyse van het groepsrisico voorafgaan.

Indien het GR door het (te nemen) ruimtelijke besluit toe zal nemen, dient bij het ruimtelijke besluit een verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. De methodiek waarmee het GR moet worden bepaald, is wettelijk vastgelegd. De uitkomsten daarvan zijn afhankelijk van de hoeveelheid aanwezige personen in de omgeving van de risicobron. Tot hoever die relevante risico-omgeving strekt, is wettelijk gedefinieerd als het invloedsgebied. Doorgaans wordt dit gebied begrensd door de 1% letaliteitsgrens (de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen komt te overlijden als gevolg van de risicovolle activiteit).

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 72/93

Gesteld kan worden dat aanwezigheid van personen buiten het invloedsgebied van een risicobron niet meetelt voor de hoogte van het GR dat door die risicobron wordt veroorzaakt. Gemeentelijk beleid: Beleidsvisie Externe veiligheid 2012-2015 De gemeente Albrandswaard heeft in 2012 een beleidsvisie externe veiligheid (EV visie) vastgesteld in samenwerking met de regionale brandweer en DCMR. In de visie komen de diverse risicobronnen aan bod en geeft de gemeente Albrandswaard enkele uitgangspunten die een bijdrage leveren aan de externe veiligheidssituatie binnen de gemeente. De gemeente neemt, bovenop het geldende Rijksbeleid, nog enkele veiligheidsafstanden in acht om daar waar mogelijk te kunnen voldoen aan een optimale veiligheidssituatie. Een voorbeeld hiervan is het in beginsel uitsluiten van functies met niet zelfredzame personen binnen de 100% letaliteitsgrens. De basis van het in de EV visie Albrandswaard geformuleerde beleid is dat de gemeente het door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) opgestelde kwetsbaarheidzonemodel hanteert bij de beoordeling van nieuwe planologische ontwikkelingen. Het kwetsbaarheidzonemodel is het instrument dat door de VRR gebruikt wordt om te bepalen in hoeverre een bepaalde ontwikkeling acceptabel is en welke aanvullende maatregelen eventueel geadviseerd worden.

Bij een verantwoording van een nieuwe ontwikkeling laat de gemeente volgens deze visie de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid zwaar wegen. Het uitgangspunt is daarom dat het advies voortvloeiende uit het kwetsbaarheidzonemodel in principe gevolgd wordt. Afwijking van dit advies is mogelijk maar dient wel uitgebreid gemotiveerd te worden. Scenarioanalyse Externe Veiligheid Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond Onderdeel van de gemeentelijke visie op Externe veiligheid is zoals beschreven de scenarioanalyse externe veiligheid van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. Voor de beoordeling van ontwikkelingen is door de VRR een kwetsbaarheidszonemodel opgesteld. Het kwetsbaarheidszonemodel van de VRR, koppelt functies (zoals scholen, sportfuncties en winkels) aan: 1. een oordeel over de wenselijkheid van een functie op de geplande locatie; 2. maatregelen die getroffen moeten worden wanneer een functie op de geplande locatie wordt gerealiseerd. De maatregelen die de VRR adviseert volgen uit de scenario’s die op de plaats van de nieuwe functie op kunnen treden. Er worden drie type scenario’s onderscheiden: • hitte (als gevolg van brand); • druk (als gevolg van een explosie); en • toxisch (als gevolg van een ongeval met een giftige stof).

Daarnaast hanteert het kwetsbaarheidszonemodel de volgende richtlijnen voor de scenario’s: • In het gebied rondom een risicobron, waar, na een ongeval volgens het meest geloofwaardige scenario, iedereen komt te overlijden: geen enkele ontwikkeling zonder maatregelen. • Voor objecten waarbij de gebruikers niet zelfredzaam zijn, zoals een ziekenhuis of een kinderdagverblijf (zeer kwetsbare objecten), wordt het “worst case” scenario aangehouden. • Bestemmingen met grote groepen die buiten verblijven (openluchtrecreatie/sport) zijn ongewenst in het gebied waar in het “worst case” scenario iedereen kan komen te overlijden als gevolg van een incident met een toxische stof. In de scenarioanalyse zijn verschillende scenario’s vastgesteld. Dit zijn de scenario’s die ongewenst zijn en de meeste effectafstand hebben. Ze komen overeen met de richtlijnen van

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 73/93

het kwetsbaarheidszonemodel. De scenario’s zijn onderverdeeld in letaliteitsgrenzen: • 1% letaliteit: 1% letaliteitsgrens is de afstand waarop 1% van de bevolking komt te overlijden. • 10% letaliteit: 10% letaliteitsgrens is de afstand waarop 10% van de bevolking komt te overlijden. • 100% letaliteit: 100% letaliteitsgrens is de afstand waarop 100% van de bevolking komt te overlijden. De veiligheidsregio drukt de letaliteitsgrens uit in verschillende contouren, die overeenkomen met de letaliteitsscenario’s. Er is onderscheid gemaakt in LC100, LC50, LC10 en LC01. LC100 houdt in dat, na een ongeval, iedereen komt te overlijden, LC01 houdt in dat, na een ongeval, 1% van de bevolking komt te overlijden. Beoordeling planvoornemen Voor het bestemmingsplan is een onderzoek naar de externe veiligheid uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 22. Hieruit volgt dat er geen belemmering is voor het plan. Wel dient het groepsrisico kwalitatief verantwoord te worden voor het deel van de ontwikkeling dat ligt binnen het 200 meter invloedsgebied van de Oude Maas.

Verantwoording groepsrisico Oude Maas Op basis van de verstrekte informatie van de gemeente kan geconcludeerd worden dat het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Oude Maas, geëvalueerd aan de hand van het maatgevende scenario uit de scenarioanalyse Externe Veiligheid (als onderdeel van de EVvisie gemeente Albrandswaard), geen belemmering vormt voor de realisatie van het planvoornemen. Het groepsrisico ligt lager dan de oriëntatiewaarde. Door de voorgenomen ontwikkeling zal de personendichtheid iets toenemen binnen het invloedsgebied van 200 meter van de Oude Maas, maar er is geen sprake van een overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde. Ook komen de nieuwe woningen in plaats van enkele klinieken. De zelfredzaamheid zal daarom toenemen en het aantal kwetsbare objecten neemt af. In de verdere uitwerking tot stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan wordt rekening gehouden met de mogelijkheden voor de bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de vaarweg. Ook zullen in het gebied ruim voldoende vluchtwegen zijn van de risicobron af (dus in noordelijke richting). En in de verdere uitwerking zal aandacht zijn voor bluswatervoorzieningen. Tevens zullen bij de uitwerking tot stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan de Veiligheidsregio en de hulpdiensten worden betrokken en om advies gevraagd. Als laatste zal goede risicocommunicatie belangrijk zijn.

Door aan de toekomstige bewoners de juiste informatie te verstrekken, wordt de zelfredzaamheid vergroot en de gevolgen van een incident verkleind. Daarmee wordt het risico door de gemeente verantwoord geacht. Conclusie externe veiligheid Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Het groepsrisico wordt, met inachtneming van voldoende maatregelen in de verdere uitwerking, verantwoord geacht.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 74/93

4.10

Watertoets

Algemeen Door extremere neerslagintensiteiten en hogere neerslaghoeveelheden als gevolg van klimaatverandering, neemt de kans op wateroverlast toe. Voldoende ruimte voor waterberging is (zeker in ons land) dan ook cruciaal. Derhalve dient bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan aandacht besteed te worden aan de gevolgen ervan voor de waterhuishoudkundige situatie. Zo zorgen ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Om in dat geval voldoende waterberging te waarborgen, hanteren Waterschappen normen ter compensatie van de aanleg van extra verhard oppervlak. Bijvoorbeeld dat een toename van zoveel m 2 verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden door een toename van zoveel m3 waterberging. Naast de kwantitatieve aspecten, dient er in het geval van een ruimtelijk plan ook aandacht besteed te worden aan de kwalitatieve effecten op het watersysteem. Het instrument dat hiervoor ontwikkeld is, is de Watertoets. De Watertoets komt voort uit het advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het Nationaal Bestuursakkoord Water en berust op twee cruciale uitgangspunten: 1. Stand-still beginsel: negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen.

Uitgangspunt is dat ieder gebied moet voldoen aan de inundatienorm: de wettelijke veiligheidsnorm aangegeven als de gemiddelde kans per jaar op wateroverlast door hevige neerslag. Ook mag een verandering niet tot grotere afvoer naar andere gebieden leiden (afwentelen). Daarnaast moet worden tegengegaan dat de nog beschikbare ruimte in het watersysteem door ruimtelijke ontwikkelingen geleidelijk aan steeds kleiner wordt (normopvulling). 2. Verbetering: in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen, die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau zijn het beleid van het waterschap Hollands Delta en de gemeente Albrandswaard met name relevant voor het plangebied. Dit beleid is in lijn met en in aanvulling op de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. Derhalve wordt hier alleen kort ingegaan op de hoofdpunten uit het beleid van het waterschap en de gemeente.

Waterbeheerplan 5: Waardevol Water In het Waterbeheerprogramma (WBP) (2016-2021) staan de doelen van het waterschap Hollandse Delta voor de taken waterveiligheid (dijken en duinen), voldoende water, schoon water en de waterketen (transport en zuivering van afvalwater). Ook wordt aangegeven welk beleid gevoerd wordt en wat het waterschap in de planperiode wil doen om de doelen te bereiken. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagt de belasting van de afvalwaterzuivering. De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Om de zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan is het brengen van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplicht

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 75/93

gesteld. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer in stedelijk gebied of 1500 m2 of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 14% van de toename van verharding. Opgemerkt wordt dat het Ontwerp Waterbeheerprogramma 2022-2027 ter inzage is geweest. Voor zover bekend is deze nog niet vastgesteld. In aanvulling daarop heeft het waterschap aan dat er (tot 8 maart 2024) een concept beleidsnota ter inzage heeft gelegen waarmee alvast rekening moet worden gehouden (‘Ontwerp herziening Beleidsregel 11 Versnelde afvoer door toename verhard oppervlak’, Waterschapsblad 2024, 1232. Op basis van deze beleidsnota geldt een compensatieplicht van 14% voor nieuwe plannen. Daar is in de gebiedsontwikkeling Hof van Poortugaal rekening mee gehouden. Keur Waterschap Hollandse Delta 2018 Per 19 december 2018 is een nieuwe Keur (gewijzigd vastgesteld) en de daarbij horende uitvoeringsregels in werking getreden. De Keur is benodigd vanuit de Waterwet.

Daarin zijn vastgelegd de bevoegdheden en taken van het Waterschap, zijnde de zorg voor het watersysteem, de zorg voor het zuiveren van afvalwater, de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden en waterbeheer. De Keur dient tevens ter invulling van deze doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Samengevat maken de Keur en de bijbehorende uitvoeringsregels het mogelijk dat het Waterschap Hollandse Delta haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat ge- en verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunning plichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen.

De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het Waterschap Hollandse Delta nader uitgewerkt. Handreiking Watertoets Om te kunnen borgen dat gemeenten bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen of het verlenen van omgevingsvergunningen ter afwijking van een bestemmingsplan worden gehouden aan de regels uit de Keur, is in artikel 3.1.1 Bro de verplichting opgenomen voor gemeenten om nieuwe bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen ter toetsing aan het waterschap voor te leggen. Deze toets wordt ook wel de 'Watertoets' genoemd. De Handreiking Watertoets, die in december 2011 door het Waterschap is vastgesteld, bevat richtlijnen over de waterparagraaf in ruimtelijke besluiten en de manier waarop deze wordt getoetst door het waterschap.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 76/93

Het Waterschap Hollandse Delta biedt gemeenten de gelegenheid de planeigenschappen op een digitaal formulier in te vullen, waarna de watertoets uitwijst of het bestemmingsplan, het wijzigingsplan of de omgevingsvergunning een 'groot waterbelang' omvat en ook feitelijk contact met de afdeling plantoetsing van het waterschap dient te worden opgenomen. Klimaat adaptief bouwen Het klimaat in Nederland is aan het veranderen. De gevolgen van deze veranderingen hebben een grote impact op de maatschappij. De provincie Zuid-Holland heeft samen met verschillende partijen het ‘Convenant Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland’ in het leven geroepen om de delta waarin we liggen adaptief te maken op deze veranderingen. Met klimaat adaptief bouwen wordt er gestreefd naar minder wateroverlast, minder hittestress, minder langdurige droogte inclusief de nodige gevolgen, minder bodemdaling inclusief de nodige gevolgen en meer biodiversiteit in vergelijking met de oude situatie. Er kan gedacht worden aan natuur inclusief bouwen, minder verharding aanleggen, meer groen in de openbare ruimte en in tuinen, zonwering plaatsen, meer regenwateropslag en verhoogde trottoirs. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Deze voorkeursvolgorde is echter geen dogma.

De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan. Gemeentelijk beleid De provincie Zuid-Holland heeft met meerdere partijen een convenant Klimaatadaptief bouwen opgesteld met een programma van eisen (PvE). De gemeente Albrandswaard heeft de wens zoveel mogelijk naar dit PvE te handelen, maar heeft het convenant niet ondertekend. In dit convenant is voor het thema wateroverlast het streven opgenomen om op privaat terrein of in daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied een groot deel van de neerslag van een extreme bui op te vangen (range 40-70 mm). Daarnaast is in het convenant opgenomen dat bij extreem hevige neerslag (70 mm in 1 uur) geen schade optreedt aan bebouwing en infrastructuur. In overleg met de gemeente is afgesproken dat naast de bergingseisen van het waterschap geen aanvullende berging noodzakelijk is, mits voldaan wordt aan het criterium geen schade bij extreme neerslag.

Riolering Uitgangspunten ontwerp riolering: • Aanleggen van een gescheiden stelsel voor de nieuwbouw; • Vuilwater afvoeren naar het bestaande gemaal, eventueel met een tussengemaal in verband met de waterleiding die het gebied doorkruist en/of de diepte; • Hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; • Hemelwater toetsen op bui09 geen water op straat; • Minimale diameter vuilwater en hemelwater 250 mm; • Minimale dekking 1,20 m; • Maximale diepteligging 2,50 m; • Minimale afstand kruisende leidingen 0,20 m; • Geen zinkers in vuilwaterriolering. Beoordeling planvoornemen Door Waterfeit adviseurs is een waterhuishoudkundig plan opgesteld voor de Antes locatie (zie bijlage 15). Daarnaast is ten behoeve van de nieuwe ontsluitingsroute Sportveldweg een notitie opgesteld waarin wordt beschreven op welke wijze de toename van verhard oppervlak wordt gecompenseerd.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 77/93

Watersysteem Binnen de Antes locatie zijn twee peilgebieden aanwezig. Het grootste deel van het plangebied, peilgebied Y05.001, heeft een vast peil van 0,80 m+ NAP. In het uiterste oosten van het plangebied is een klein afzonderlijk peilgebied, Y06.002, aanwezig met een peil van 0,0 NAP.

Figuur 34:

Peilgebieden (bron: Waterfeit)

Het peilgebied voor de Sportveldweg ligt in een lager peilgebied dan voor de Antes locatie. Dit betreft het peilgebied Y06.001 met een zomerpeil van 1,00 m-NAP en winterpeil 1,10 m M-NAP. Peilstijgingen Volgens opgave van het waterschap voor de Antes locatie kan het waterpeil in het grote peilgebied eens in de 10 jaar 1,20 meter stijgen. In het kleine peilgebied zal weinig peilstijging optreden, omdat de vijver bij 2 cm peilstijging al versneld afvoert over de schotbalkstuw en er weinig hemelwater op de vijver afvoert. Waterkeringen De zuidzijde van de Antes locatie wordt begrensd door de primaire waterkering Maasdijk langs de Oude Maas, welke onderdeel uitmaken van de dijkring 17. De beschermingszone overlapt een gedeelte van het plangebied. De Sportveldweg bevindt zich buiten de beschermingszones van de waterkering. Onderstaand figuur geeft een weergave van de waterkeringen rond de Antes-locatie en ontsluitingsweg.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 78/93

Figuur 35:

Waterkeringen rondom plangebied bron: Waterfeit adviseurs)

Riolering Het riool op de Antes locatie voert af naar een rioolgemaal in beheer van Antes. Op het rioolgemaal wordt ook een deel van het hemelwater afgevoerd. Het rioolgemaal voert door middel van een persleiding af naar de vrijvervalriolering van de gemeente, zie afbeelding 3-6. De persleiding is 837 meter lang en heeft een uitwendige diameter van 110 mm.

Figuur 36:

Bestaand gemaal en persleiding (bron: Waterfeit adviseurs)

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 79/93

Voor zowel de Antes locatie en Sportveldweg is het verhard oppervlak in de huidige situatie en toekomstige situatie bepaald. Oppervlakte huidige situatie Antes locatie Voor het bepalen van het verhard oppervlak is gebruik gemaakt van BGT aangevuld met luchtfoto’s. 32% van het gebied is verhard oppervlak.

Figuur 37:

Oppervlaktes huidige situatie (bron: Waterfeit adviseurs) (excl. deel van de Sportveldweg)

Figuur 38:

Oppervlakte huidige situatie (bron: Waterfeit adviseurs) (excl. deel van de Sportveldweg)

Voor het waterhuishoudkundig plan is het plangebied verdeeld over twee peilgebieden. Per peilgebied is het verhard oppervlak en het wateroppervlak aangegeven. Daarbij is ook weer het woongebied onderscheiden, dat verdeeld is over de twee peilgebieden. Het zorggebied bevindt zich volledig in het grote peilgebied.

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 80/93

Figuur 39:

Oppervlaktes huidige situatie (bron: Waterfeit adviseurs) (excl. deel van de Sportveldweg)

Watersysteem toekomstige situatie Antes locatie Het watersysteem wijzigt in principe niet. De bestaande waterpeilen, peilgebiedsgrenzen en afvoeren worden gehandhaafd. Wel wordt het oppervlaktewater uitgebreid. Oppervlakte toekomstige situatie Antes locatie Voor de toekomstige situatie is gebruik gemaakt van de voorkeursvariant uit het schetsontwerp stedenbouwkundig plan. Dit plan heeft geen formele status, maar geeft een goede indruk van de toekomstige situatie. Het verhard oppervlak is 38% van het plangebied.

Figuur 40:

Oppervlaktes toekomstige situatie (bron: Waterfeit adviseurs) (excl. deel van de Sportveldweg)

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 81/93

Figuur 41:

Oppervlakten toekomstige situatie (bron: Waterfeit adviseurs) (excl. deel van de Sportveldweg)

Ten opzichte van de huidige situatie neemt de verharding toe met 2,66 ha en neemt het wateroppervlak toe met 0,24 ha. Dit is exclusief het deel van het plangebied waar de Sportveldweg komt. Daar is apart op ingegaan onder het kopje ‘Watercompensatie ontsluitingsweg’. Wateropgave Antes locatie De toename van verhard oppervlak per peilgebied moet in principe binnen hetzelfde peilgebied worden gecompenseerd volgens het beleid van het waterschap.

Figuur 42:

Wateropgave per peilgebied (bron: Waterfeit adviseurs) (excl. deel van de Sportveldweg)

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 82/93

In principe is de toename van het wateroppervlak binnen het woongebied voldoende om de toename van het verhard oppervlak binnen het woongebied te compenseren. Binnen het kleine peilgebied wordt niet voldaan aan de compensatie-eis. Hier neemt het verhard oppervlak toe maar neemt het wateroppervlak niet toe. In het grote peilgebied wordt daarentegen meer water aangelegd dan benodigd is voor de verhardingstoename in dit peilgebied. Het overschot wordt ingezet voor de toename aan verharding binnen het kleinere peilgebied. Dit resulteert in een opgave binnen het kleine peilgebied van 0,06 ha wateroppervlak en binnen het grote peilgebied nog een opgave van 0,07 ha. Om deze wateropgave te compenseren zijn meerder opties. Deze dienen in later stadium verder te worden uitgewerkt. Watercompensatie ontsluitingsweg Sportveldweg Voor de nieuwe ontsluitingsweg (Sportveldweg) is berekend wat de verhardingstoename is (zie bijlage 24). Op basis hiervan is de compensatieopgave berekend. De benodigde nieuwe waterberging is voorzien binnen de grenzen van het plangebied langs de nieuwe weg, zie Figuur 44:.

Figuur 43:

Oppervlaktes huidige situatie Sportveldweg (bron: Waterfeit adviseurs)

Figuur 44:

Oppervlakte huidige situatie Sportveldweg (bron: Waterfeit adviseurs)

Bestemmingsplan Hof van Poortugaal – A1335-07/VMI/BP 83/93

Figuur 45:

Oppervlaktes toekomstige situatie Sportveldweg (bron: Waterfeit adviseurs)

Figuur 46:

Oppervlakte toekomstige situatie Sportveldweg (bron: Waterfeit adviseurs)

Het waterhuishoudkundig plan en notitie voor de ontsluitingsweg (Sportveldweg) is bijgevoegd als bijlage 21 Conclusie watertoets Geconcludeerd wordt dat het waterhuishoudkundig plan voor de Antes locatie en de nieuwe ontsluitingsweg uitgewerkt is, met aandacht voor peilgebieden, waterkeringen, riolering, en compensatie van toegenomen verhard oppervlak. Op basis van de randvoorwaarden uit het waterhuishoudkundig plan is de wateropgave voor de toekomstige situatie in het stedenbouwkundig plan en het inrichtingsplan nader uit te werken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3811/documents/33950