CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

2. 2025-033307 MRDH Verzoek zienswijze Ontwerpbegroting 2026.pdf

Gemeenteraad AW 2 juni 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken35.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

33

-

In 2025 voerden we met de gemeente Zoetermeer en de HTM een gezamenlijke studie uit naar het toekomstige gebruik van de Krakeling. In 2026 werken we gezamenlijk het vervolg uit.

2.2.1.3 Opdracht 5: versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Autonetwerk en verkeersmanagement We optimaliseren het bestaande wegennetwerk door subsidies te verstrekken aan wegbeheerders voor infrastructurele ingrepen. Daarbij zetten we ook in op andere mobiliteitsoplossingen, zoals gedragsverandering. Welke resultaten willen we bereiken? - Optimaal gebruik van het bestaande wegennetwerk door wegbeheerders. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We bespreken met gemeenten hun voorgenomen aanmeldingen voor het programma Kleine Projecten van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2027. We beoordelen hun subsidieaanvragen uit het programma 2026 en verlenen daarvoor subsidie. Regionaal Basisnetwerk fiets Het Regionaal Basisnetwerk fiets bestaat uit ongeveer 1.400 km fietspad. Gemeenten kunnen de komende jaren tot maximaal 50% subsidie aanvragen om fietspaden in dit netwerk te verbeteren. De MRDH verleent subsidie voor de verbetering van het fietsnetwerk volgens de inhoudelijke randvoorwaarden. Wegbeheerders voeren de verbeteringen aan de fietspaden uit. Welke resultaten willen we bereiken? - De verbetering van circa 100 km fietspad op het Regionaal Basisnetwerk fiets in 2026 (inclusief verkeersveilige inrichting).

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We bespreken met de gemeenten hun voorgenomen aanmeldingen voor het programma Kleine Projecten van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2027. We beoordelen de subsidieaanvragen uit het programma 2026 en verlenen daarvoor subsidie. Voor het halen van de doelstelling zijn we afhankelijk van de initiatieven van de wegbeheerders. Programma Knooppunten De MRDH, stationbeheerders en de individuele gemeenten zetten gezamenlijk in op kwaliteitsverbetering van bestaande knooppunten. De MRDH verstrekt subsidie voor de verbetering van deze ov-knooppunten. De gemeente (als wegbeheerder) of de stationbeheerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de verbetering. Welke resultaten willen we bereiken? - De verbetering van circa 18 ov-knooppunten in 2026. De volgende knooppunten staan op de planning: Capelsebrug, Delft Campus, Den Haag Hoornwijck, Den Haag Ypenburg, Pijnacker Zuid, Nootdorp, Lansingerland Westpolder, Schiedam Vijfsluizen, Maassluis West, Rhoon, Poortugaal, Barendrecht, Zoetermeer Station, Schiedam Centrum, Den Haag Laan van NOI, Rotterdam Beurs, Rotterdam Alexander en Rijswijk Station.

34

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We verlenen subsidies aan wegbeheerders voor projecten die ov-knooppunten verbeteren. Daarbij begeleiden we de wegbeheerders bij het indienen van de aanvragen en beoordelen we die. We volgen het proces van aanmelding van kleine projecten voor opname in het IPVa. Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid Vanuit de aanpak ‘Maak een punt van Nul’ werken we aan de vermindering van het aantal slachtoffers in het verkeer. De MRDH verstrekt financiële middelen aan de gemeenten voor gedragsinterventies en infrastructurele maatregelen. Welke resultaten willen we bereiken? - Er worden circa 160 projecten gerealiseerd voor verbetering van de verkeersveiligheid van het regionale mobiliteitsnetwerk. - Een toename van het aantal deelnemende basisscholen aan SCHOOL op SEEF van 33% naar 62%. - Een toename van het aandeel deelnemende voortgezet onderwijsscholen aan TotallyTraffic van 38% naar 49%. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We verlenen subsidies aan wegbeheerders voor projecten voor de verbetering van de verkeersveiligheid. Daarbij begeleiden we de wegbeheerders bij het indienen van de aanvragen en beoordelen we die. Doorstromingsprojecten uit Ov-Ontwikkelprogramma’s Via deze programma’s werken wij met gemeenten, vervoerders en andere partijen aan een aantal doorstromingsprojecten voor de tram en bus.

De MRDH is concessieverlener van het regionaal ov en werkt met de gemeenten en vervoerders projecten uit voor de ontwikkeling van het ov. Welke resultaten willen we bereiken? - We investeren in doorstromingsmaatregelen voor het ov om ervoor te zorgen dat de reistijd in het ov korter wordt. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We hebben de perrons van de tram verlengd en de iVRI's rondom de Mall of the Netherlands zijn aangepast zodat het ov voorrang krijgt op het autoverkeer. - We realiseren het project Tram Laan op Zuid met extra baanafscheidingen en beveiligde oversteek. Dit komt de gemiddelde snelheid van de trams en de verkeersveiligheid ten goede op deze belangrijke ov-as. - Wij stellen het concept uit 2025 van het toekomstvaste busnetwerk vast in samenwerking met de vervoerder en alle betrokken gemeenten. - Wij geven samen met de gemeente Rotterdam opdrachten en subsidies af voor de uitvoering van het programmaplan Plan Toekomstvast Tramnetwerk en voeren een verkenning uit voor een tramverbinding naar het Kralingse Bos. - Het stadsproject Hofplein van de gemeente Rotterdam is in realisatie, mede met een subsidie van de MRDH. Na realisatie levert dit, naast een verblijfsplein voor de stad, ook reistijdwinst voor de tram op. - Samen met de gemeenten werken wij aan het oplossen van conflicten tussen 30 km/u-straten en het ov.

Dit gebeurt op basis van het Stappenplan ov en 30 uit 2025. 35

2.2.2 Wat gaat het kosten? Programma 2: Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (euro's)

Voorlopige jaarrekening 2024

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2025*

2026

2027

2028

2029

Lasten: Projectk osten Verk eer - Verkeersmanagement en wegenstructuur

13.577.148

13.602.882

3.945.776

7.933.557

18.211.591

20.876.841

- Fiets- en ketenmobiliteit

4.052.448

29.861.926

38.428.526

68.951.310

57.608.278

44.043.531

- Verkeersveiligheid

9.141.859

20.480.656

14.432.873

12.621.823

9.745.008

7.500.000

Subtotaal Verkeer

26.771.455

63.945.464

56.807.175

89.506.691

85.564.877

72.420.372

- Netwerk openbaar vervoer

58.077.444

104.349.472

85.409.168

102.545.765

105.358.533

128.332.518

Subtotaal Openbaar vervoer

58.077.444

104.349.472

85.409.168

102.545.765

105.358.533

128.332.518

- Directe kosten personeel

1.339.164

1.619.421

1.906.902

1.906.902

1.906.902

1.906.902

Subtotaal Apparaatslasten

1.339.164

1.619.421

1.906.902

1.906.902

1.906.902

1.906.902

Totaal lasten

86.188.062

169.914.357

144.123.246

193.959.358

192.830.313

202.659.793

Onttrekking fonds BDU

80.529.630

167.725.349

142.002.263

192.981.767

192.830.313

202.659.793

Overige inkomsten

5.658.432

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

Totaal baten

86.188.062

169.914.357

144.123.246

193.959.358

192.830.313

202.659.793

0

0

0

0

0

0

Projectk osten Openbaar vervoer

Apparaatslasten

Baten:

Saldo van baten en lasten

* De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.

Toelichting financiën De onderdelen Verkeersmanagement en wegenstructuur, Fiets- en ketenmobiliteit, Verkeersveiligheid en Netwerk openbaar vervoer bestaan uit bestedingen voor grote projecten en kleine projecten. Voor de kleine projecten zijn bestedingen opgenomen voor lopende subsidieverleningen, subsidieaanvragen die nog in behandeling zijn (IPVa 2024) en aangemelde projecten voor het IPVa 2025 binnen het subsidieplafond van € 30 miljoen. De resterende ruimte in het jaarlijkse subsidieplafond van € 30 miljoen is nog niet volledig ingevuld met projecten. Voor een compleet overzicht van de grote projecten verwijzen we naar bijlage 2: Projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU. Hierna lichten we per categorie de inhoud van de begrotingsbedragen nader toe. Verkeersmanagement en wegenstructuur  De A16 Rotterdam wordt eind 2025 opgeleverd. In de jaren 2024-2025 wordt hieraan jaarlijks nog € 9,3 miljoen besteed. Vanaf 2026 zijn er geen bestedingen meer.  In de periode 2028-2029 wordt naar verwachting € 17,2 miljoen besteed aan de realisatie van het bovengrondse verstedelijkingsontwerp van de Beatrixlaan en kruising ErasmuswegLozerlaan. Ook de verkenning van een langetermijnoplossing voor de Beatrixlaan wordt opgeleverd.

36

 

Voor infrastructurele maatregelen op de Algeracorridor wordt in de periode 2025-2027 € 7,0 miljoen begroot. In de periode 2028-2029 wordt naar verwachting € 2,3 miljoen besteed aan de doorstroming op de N57 ter hoogte van Hellevoetsluis (Nieuweweg). Deze maatregel is opgenomen in het maatregelpakket van de gebiedsuitwerking van Voorne-Putten en Haven Rotterdam.

Fiets- en ketenmobiliteit  Voor het programma Metropolitane Fietsroutes (MFR) zijn inmiddels voor een totaalbedrag van € 132,5 miljoen reserveringen gemaakt voor de MFR’s Naaldwijk–Rotterdam, Delft–Rotterdam Alexander, Zoetermeer–Rotterdam, Den Haag–Pijnacker en Rotterdam–Ridderkerk. In de periode 2025-2029 worden bestedingen geraamd voor in totaal € 85 miljoen. Voor de MFR’s als onderdeel van de gebiedsuitwerking Greenport 3.0 Westland is in totaal € 55,6 miljoen gereserveerd. Voor de periode 2027-2029 wordt € 49,5 miljoen aan bestedingen verwacht.  In de begrotingsperiode wordt daarnaast gewerkt aan de realisatie van de No Regretmaatregelen voor de CID-Binckhorst. Hiervoor is € 24,9 miljoen (rijksbijdrage en MRDHbijdrage) opgenomen gedurende 2025-2029.  Voor de laatste projecten van de Korte Termijn Aanpak MoVe is subsidie verleend. De laatste projecten zijn de snelfietsroute Algerabrug–Capelsebrug en ontwikkeling van het Entreegebied in Zoetermeer. Het gaat om een bedrag van € 6,7 miljoen in de periode 2025-2027.  Voor de gebiedsuitwerking Voorne-Putten en Haven Rotterdam is de verwachting dat de reservering van € 8,5 miljoen in de periode 2027-2028 wordt besteed.  De bestuurscommissie besloot op 5 maart 2025 de Planstudie voor de eerste fase van de fietscorridor Spaanse Polder-Merwe-Vierhavens fase 1 vast te stellen.

Onder voorbehoud van begrotingswijziging voegde de bestuurscommissie het project toe aan het IPVa 2025 voor een bedrag van € 6,5 miljoen. De realisatie vindt plaats tussen medio 2025 en eind 2028. Verkeersveiligheid De bestedingen voor verkeersveiligheid omvatten lopende projecten en reserveringen voor projecten in het programma Kleine projecten. Daarnaast is in de periode 2025-2027 voor € 10 miljoen aan bestedingen begroot voor verkeersveiligheidsmaatregelen uit de specifieke uitkering van het Rijk (1e en 2e tranche, inclusief rijksbijdrage en MRDH-bijdrage). Voor de 3e tranche van deze regeling is in de periode 2025-2028 € 9 miljoen aan MRDH-bijdrage opgenomen. De rijksbijdrage voor deze 3e tranche wordt opgenomen zodra de beschikking is ontvangen. Ov-netwerk In de jaren 2025-2029 staat de realisatie van twee grote programma’s gepland, namelijk de infrastructurele aanpassingen voor het programma Instroom Nieuwe Trams Haagse regio (INTHR) en de maatregelen van het Plan Toekomstvast Tramnetwerk voor € 137 miljoen. Daarnaast wordt in 2025 onder andere geïnvesteerd in de afronding van lijn 19 (deel TU), Busstation Spijkenisse Centrum en de ov-projecten binnen het No Regret-maatregelenpakket van CID-Binckhorst. De uitvoering van de projecten Metronet, gekoppeld rijden RandstadRail en vernieuwen spoorbeveiliging starten vanaf 2025 en 2027.

De kosten stijgen vanaf 2026 t/m 2029 vooral door een toename aan investeringen richting het einde van de periode in de projecten Vlietlijn en Stadsbrug Rotterdam. Apparaatslasten

37

Dit zijn de directe salariskosten van de formatie die werkt binnen dit programma, met uitzondering van de overheadfuncties. De stijging ten opzichte van de begroting 2025 heeft te maken met de verwachte cao-aanpassing en de toevoeging aan het programma van formatie die voorheen als overhead werd beschouwd. Nu wordt die aan het programma toegerekend, conform de Beleidsnota Overhead MRDH 2024. In hoofdstuk 3.2 Overhead wordt dit verder toegelicht. In hoofdstuk 4.5 paragraaf Bedrijfsvoering lichten we de totale apparaatslasten toe. Overige inkomsten De post ‘overige inkomsten’ bestaat gedurende de hele begrotingsperiode uit de specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen (1e en 2e tranche).

38

2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat De begroting voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is opgezet langs de opdrachten uit de Strategische Agenda voor het vernieuwen van de economie. Het gaat voor dit programma om de volgende twee opdrachten: opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties In de Strategische Agenda zijn bij iedere opdracht resultaten geformuleerd, die beschrijven wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken. 2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Opdracht 2 – Toekomstbestendige economie stimuleren Algemeen Door de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verkleinen en de productiviteit en bedrijvigheid te vergroten, groeit de welvaart en het welzijn. Meer arbeidsplaatsen en de goede invulling van die arbeidsplaatsen met geschikt personeel zorgen voor een hogere arbeidsparticipatie. De extra arbeidsplaatsen en productiviteit dragen bij aan de MRDH-ambitie voor groei van welvaart en welzijn in de regio. Voor een betere aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt zetten we in op twee programma’s: Campusprogramma en het programma Leven Lang Ontwikkelen.

Voor extra productiviteit en bedrijvigheid zetten we in op ‘Versterken mkb en Versterken innovatieecosysteem en innovatieprogramma’s’. Op basis van de Strategische Agenda geven we hierna per aandachtsgebied aan wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen in 2026. Campusprogramma Minstens veertien campussen in de regio richten zich op toekomstbestendige vaardigheden, waaronder ondernemerschap, innovatie en kennisvalorisatie. Vanwege de krappe arbeidsmarkt ligt de focus op de IT-, energie-, techniek-, greenport- en zorgsector en daarnaast het Haven Industrieel Complex. De MRDH richt zich daarbij op de samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en onderwijs op mbo- en hbo-campussen. Driekwart van het aantal studenten in de regio volgt namelijk een mbo- of hbo-opleiding. Ook het merendeel van de banen in deze regio zijn op mbo- en hbo-niveau. Daarom liggen hier de meeste kansen. Welke resultaten willen we bereiken? - Een verbeterde samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven via regionale mboen hbo-campussen. Waar mogelijk doen we dit via nieuwe samenwerkingen met onderwijsinstellingen. - Elk jaar doen minimaal duizend studenten en 250 bedrijven mee aan campusinnovatieopdrachten en -programma’s. - Minstens veertien fysieke mbo- en hbo-campussen, strategisch verspreid en dichtbij regionale bedrijven.

39

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We blijven samenwerken met gemeenten om projecten op te zetten die de relatie tussen onderwijs en het bedrijfsleven in de regio versterken. We cofinancieren minimaal twee projecten. We zetten daarbij in op campussen die van economisch belang en toegevoegde waarde zijn voor de regio. In de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat geven we nadere invulling aan wat voor campussen dit zijn. - Wij stemmen nieuwe transitieopgaven af met het innovatieprogramma en het programma Ruimte voor werken. Het doel is om de samenwerking tussen de onderwijslagen van mbo, hbo en universiteit op elkaar af te stemmen. Hierdoor kan kennisvalorisatie gemakkelijker plaatsvinden. - Om de samenwerking en samenhang in het campusnetwerk te bevorderen organiseren we samen met de gemeenten campusnetwerksessies. In deze sessies staan kennisdeling en de ontwikkelingsvraag van de campussen centraal. We delen deze kennis met de gemeenten, onderwijsinstellingen en de stakeholders. - Omdat campussen belangrijk zijn voor het economisch vestigingsklimaat versterken we de samenwerking met het Rijk, Europese Unie, provincie en andere partners. Zo voeren we strategisch regie op de ontwikkeling van een samenhangend en sterk campusnetwerk.

Programma Leven Lang Ontwikkelen (LLO) LLO zorgt door om- en bijscholing van werkenden en werkzoekenden voor een hoogwaardige beroepsbevolking, die op alle niveaus bijdraagt aan de regionale economie. Welke resultaten willen we bereiken? - Een verbeterd aanbod van LLO op de campussen en bij andere grote mbo- en hbo-opleiders in de regio. - Meer werkenden en werkzoekenden volgen een om- of bijscholingstraject. - Jaarlijks ronden minimaal 1.300 werkenden en zij-instromers een om- of bijscholingstraject af aan een campus. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We werken samen met gemeenten aan projecten die bijdragen aan een leven lang ontwikkelen voor inwoners van de regio. Dit doen wij door minimaal twee projecten te cofinancieren waarbij inwoners de kans krijgen zich verder te ontwikkelen via gecertificeerde opleidingen. - We werken samen met partijen die bijdragen aan de ontwikkeling van de toekomstige arbeidsmarkt. Hierbij zetten we in op werkgelegenheid en opleidingskansen, zodat de inwoners duurzaam inzetbaar blijven. En zodat bedrijven toegang hebben tot gekwalificeerd personeel. Versterken mkb Er zijn veel mkb’ers in de metropoolregio die behoefte hebben aan informatie en advies om tijdig beslissingen te kunnen nemen voor de gezondheid van hun bedrijf. Ondernemers hebben behoefte aan een transparant en samenhangend dienstverleningssysteem met een duidelijk aanbod.

Dit is in de praktijk nog te weinig het geval. Welke resultaten willen we bereiken?

40

-

-

Een groter aandeel mkb-bedrijven is ondersteund. Ondernemers kunnen overheidsinformatie beter vinden, zodat ze effectiever kunnen werken aan de transitieopgaven, zoals digitalisering, verduurzaming en bij het aantrekken en het scholen van hun personeel. Meer samenhang tussen initiatieven voor het mkb in de regio.

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Het mkb speelt een belangrijke rol bij verschillende opgaven, zoals de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt, opgaven rond werklocaties en de ontwikkeling van innovatieve ecosystemen. Daarom versterken we de strategische samenwerking met de mkb-netwerken Zoetermeer, Rotterdam-Rijnmond, Den Haag en Westland, om het mkb zo beter te verbinden aan deze opgaven. - De MRDH levert een financiële bijdrage aan één tot twee projecten waarin wij het mkb stimuleren innovatie toe te passen. - De MRDH draagt bij aan het gemeentelijk accounthouderschap richting het mkb, voor een betere verbinding tussen het mkb en de ambities van de MRDH. Door middel van accounthoudersbijeenkomsten stimuleert de MRDH kennisdeling tussen gemeenten en de verbinding van die kennis met de kennis van andere stakeholders. Versterken innovatie-ecosysteem en innovatieprogramma’s De MRDH stimuleert innovatie door met strategische partners zoals InnovationQuarter en de provincie Zuid-Holland de organisatie van financiering en de schaalvergroting van programma’s op zich te nemen. Hierdoor wordt de maatschappelijke- en economische impact vergroot.

Daarnaast speelt de MRDH een cruciale rol in de samenwerking rondom het creëren van een goed vestigings- en ondernemersklimaat voor startups en scale-ups in sectoren die van belang zijn voor de versterking en ontwikkeling van de metropoolregio. Welke resultaten willen we bereiken? - Een stijging van het percentage van startups en scale-ups binnen de totale bedrijvigheid in de regio. - De adoptie van businesscases uit het innovatie-ecosysteem door minimaal tien gemeenten. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - In 2026 werken we aan de activiteiten en werkpakketten uit het in 2025 vastgestelde samenwerkingsprogramma Startup/Scale-up. Dit doen we in ieder geval samen met de provincie Zuid-Holland, Delft, Den Haag, Rotterdam en Leiden, maar ook kennisinstellingen en partijen uit het ecosysteem. De MRDH levert haar bijdrage aan dit programma, zodat meer startups doorgroeien tot succesvolle scale-ups. De MRDH levert in ieder geval een bijdrage door: o te sturen op voldoende fysieke ruimte voor startups die door kunnen groeien tot scaleups; o met het financiële instrumentarium (de bijdrageregeling) een bijdrage leveren aan projecten die de ontwikkeling van startups naar scale-ups effectief ondersteunen; o samenwerking met het Rijk zoeken om het belang van innovatieve startups en scaleups te benadrukken en daarmee te kijken naar effectievere funding en regelgeving. -

We verlenen InnovationQuarter (IQ) subsidie om te bouwen aan innovatieprogramma’s en projecten en voor de ondersteuning van het innovatieve mkb bij de versnelde ontwikkeling en

41

-

de marktintroductie van technologische oplossingen. Hiermee vergroten we het verdienvermogen van de regio. In 2024 hebben we daarvoor meerjarige financiële afspraken gemaakt. Vanwege de toenemende druk op de gemeentelijke financiën sturen we strakker op de inzet van middelen voor activiteiten die een duidelijke en significante bijdrage leveren aan de doelen en ambities uit de Strategische Agenda en de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat uit 2025. In de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat zullen we expliciet ingaan op de rol van IQ in relatie tot onze inzet om het economisch vestigingsklimaat te versterken en hoe we onze sturing en grip op IQ willen vergroten. Een deel van de subsidie gaat naar het secretariaat van de Economic Board Zuid-Holland dat bijdraagt aan de uitvoering van de Groeiagenda Zuid-Holland en inzet op (economische) vernieuwing en innovatie. Ook beïnvloedt de Economic Board Zuid-Holland de samenwerking met de nationale overheid. De MRDH draagt actief bij aan innovatieve (pilot)projecten die bijdragen aan het vestigingsklimaat in onze regio. Denk bijvoorbeeld aan projecten op het gebied van robotisering (om zo het arbeidsmarktvraagstuk op te lossen) en Artificial Intelligence. Ook levert de MRDH een bijdrage aan projecten op het gebied van de innovatieve defensieindustrie, als dat mogelijk en nodig is.

We zoeken daarbij actief de samenwerking met de provincie en het Rijk.

2.3.1.2 Opdracht 4: vernieuwen van werklocaties Het economische en maatschappelijke belang van winkelgebieden, kantorenlocaties en bedrijventerreinen is groot. Deze locaties bieden werkgelegenheid aan een brede beroepsbevolking. Ook bieden deze locaties ondernemers en bedrijven de ruimte om te produceren, te innoveren en slimme oplossingen te bedenken. Daarmee spelen ze (in potentie) een sleutelrol in grote transities, zoals de energietransitie, circulaire transitie en klimaatadaptatie (waaronder ruimte voor groenblauwe oplossingen op bedrijventerreinen), en digitalisering. Op basis van de Strategie Werklocaties MRDH sturen de 21 gemeenten op een sterkere ruimtelijke en economische structuur van de regio door het marktevenwicht tussen vraag en aanbod van ruimte te stimuleren, bestaande werklocaties beter te benutten en vergroening en verduurzaming te bevorderen. De MRDH organiseert de regionale afstemming tussen de gemeenten om gezamenlijk te sturen op de voorraad van winkels, bedrijventerreinen en kantoren. Welke resultaten willen we bereiken? - De verlaging van het percentage leegstand van kantoren en detailhandel op basis van vloeroppervlakte. - Beter benutten van geschikte locaties voor watergebonden bedrijven en voor HMC-bedrijven op bestaande bedrijventerreinen. - Een toename van het percentage kantoren met minimaal energielabel C.

- De revitalisering of verduurzaming van verouderd of leegstaand vastgoed op bedrijventerreinen voor nieuwe bedrijvigheid.

42

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We organiseren regionale afstemming over werklocaties bij transformaties van bedrijventerreinen en nieuwbouw en van kantoren en detailhandel. In ambtelijke werkgroepen bereiden we dit samen voor met de gemeenten en leggen we het voor aan de bestuurscommissie EV. Hiermee zorgen we dat er voldoende werklocaties op de juiste plek blijven, en voorkomen we tegelijkertijd dat er te veel gebouwd wordt op locaties met veel leegstand. - We monitoren de regionale kantorenmarkt via een dashboard en een kwalitatieve rapportage en delen dit actief met gemeenten. Met de monitor volgen we de ambities en afspraken in de MRDH-kantorenstrategie en blijven we op de hoogte van nieuwe trends en ontwikkelingen op de kantorenmarkt. - We stimuleren gemeenten om projecten in te dienen voor financiering via de bijdrageregeling Economisch Vestigingsklimaat. Deze projecten dienen gericht te zijn op de versterking van de kwaliteit van werklocaties. - We ondersteunen gemeenten bij de uitvoering van de ambities binnen het thema ‘ruimte voor werken’. Dit doen we door proactief kansen te agenderen, gezamenlijk onderzoek en met kennisdeling. - We verwerven extra projectfinanciering uit provinciale, Rijks- en Europese middelen om werklocaties te verbeteren, met een focus op de verduurzaming en de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen.

Om dit te bereiken versterken we ook de samenwerking met het bedrijfsleven, VNO-NCW, de andere metropoolregio’s en het Rijk. - We organiseren drie ambtelijke en één bestuurlijke themasessie voor ‘ruimte voor werken’, voor kennisdeling, netwerkvorming en beleidsvorming. - We monitoren de ontwikkelingen op de bedrijventerreinen in de metropoolregio. Met de monitor volgen we de ambities en afspraken uit de Strategie Bedrijventerreinen 2023-2030. Op basis van de resultaten sturen we het beleid van de MRDH bij met voorstellen. - De MRDH actualiseert de strategie op detailhandel en adviseert de gemeenten over winkelgebieden, om te zorgen voor vitale kernen. - We monitoren het functioneren van de detailhandel in de metropoolregio. - Op basis van de in 2025 vastgestelde Visie op het Economisch Vestigingsklimaat ontwikkelen en implementeren we indien nodig nieuw financieel en juridisch instrumentarium dat bijdraagt aan een beter gebruik van werklocaties.

43

2.3.2 Wat gaat het kosten? Programma 3: Economisch vestigingsklimaat (euro's)

Voorlopige jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025*

2026

2027

2028

2029

Lasten: Subtotaal programmakosten

2.779.871

3.397.880

3.481.225

4.753.791

4.703.791

Subsidie InnovationQuarter

986.081

1.022.566

1.022.566

0

0

0

Subsidie YES!Delft

472.399

374.188

250.000

0

0

0

Subtotaal directe kosten personeel

870.218

1.158.514

1.433.307

1.433.307

1.433.307

1.433.307

5.108.569

5.953.148

6.187.098

6.187.098

6.137.098

6.137.098

5.676.964

5.903.148

6.137.098

6.137.098

6.137.098

6.137.098

44.661

50.000

50.000

50.000

0

0

5.721.625

5.953.148

6.187.098

6.187.098

6.137.098

6.137.098

Saldo van baten en lasten

613.056

0

0

0

0

0

Onttrekking aan Egalisatiereserve EV

218.650

0

0

0

0

0

Toevoeging aan Egalisatiereserve EV

0

0

0

0

0

0

831.706

0

0

0

0

0

Totaal lasten

4.703.791

Baten: Inwonerbijdrage Overige bijdragen gemeenten Totaal baten

Resultaat

* De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.

Toelichting financiën De begroting 2026 omvat € 3.481.225 aan programmakosten en bestaat daarnaast voor € 1.022.566 uit een begrotingspostsubsidie voor InnovationQuarter, voor € 250.000 uit een begrotingspost subsidie voor YES!Delft en voor € 1.433.307 uit directe personeelskosten. Het algemeen bestuur stelt de begroting op deze subtotalen vast. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat voert de begroting binnen deze kaders uit en legt hierover verantwoording af. Programmakosten De programmakosten van € 3.481.225 bestaan uit: - de cofinanciering voor gemeenten van projecten die bijdragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Deze bevoegdheid heeft de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat op grond van de herziene Bijdrageregeling Versterking economisch vestigingsklimaat MRDH, en binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting; - de verstrekking van opdrachten voor verkennend onderzoek en monitoring. Dat kunnen zowel opdrachten aan gemeenten zijn als opdrachten aan externe partijen. Subsidie InnovationQuarter InnovationQuarter (IQ) is sinds de oprichting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) een belangrijke partner in de realisatie van doelstellingen voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat en het innovatie-ecosysteem.

De afgelopen jaren verleende de MRDH jaarlijks subsidie aan InnovationQuarter op de onderwerpen Innoveren, Investor Relations en het Secretariaat van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). Op 28 februari 2024 verleende de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat een meerjarige subsidie aan InnovationQuarter voor de jaren 2024 tot en met 2026. Hierop geldt een begrotingsvoorbehoud voor de jaren 2025 en 2026 en een voorbehoud voor de goedkeuring van een indexering van 3,7% voor de jaren 2025 en 44

2026 via vaststelling van de MRDH-begroting door het algemeen bestuur. IQ legt jaarlijks een activiteitenlijst voor aan de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat ter goedkeuring. De subsidie wordt op basis hiervan verleend. De subsidie voor 2026 is niet geïndexeerd ten opzichte van de begroting 2025. De subsidie is niet geïndexeerd vanwege de korting op de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat voor het jaar 2026 waaruit deze subsidie wordt bekostigd. Subsidie YES!Delft Startups spelen een cruciale rol in de economie en het bedrijfsleven van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Startups creëren banen, stimuleren innovatie en dragen bij aan economische groei. Met investeringen in opkomende technologieën zoals AI, quantumtechnologie en duurzame energieoplossingen versterken startups en scale-ups de concurrentiepositie van de regio. Een sterke basis is nodig om startups succesvol te laten doorgroeien naar scale-ups en uiteindelijk naar internationale marktleiders. YES!Delft speelt hierin een sleutelrol. Maar de positie van YES!Delft staat onder druk door een onevenwichtige financieringsstructuur. Het algemeen bestuur heeft daarom op 4 april 2025 een begrotingspostsubsidie aan YES!Delft verleend voor de periode januari 2025 tot en met december 2026.

Dit betreft een exploitatiesubsidie van € 500.000 in de vorm van 10% van de jaarlijkse exploitatiebegroting met een maximum van € 250.000 per jaar. Deze subsidie biedt financiële zekerheid en continuïteit aan de kernactiviteiten van YES!Delft en stelt YES!Delft in staat om alternatieve financiering te onderzoeken en te realiseren. Directe kosten personeel Deze post omvat de salariskosten van de formatie die werkt voor het programma Economisch Vestigingsklimaat. De stijging ten opzichte van de begroting 2025 heeft te maken met de verwachte cao-aanpassing en formatie die is toegevoegd aan het programma. Die laatste werd voorheen als overhead beschouwd, maar wordt nu aan het programma toegerekend, in lijn met de Beleidsnota Overhead MRDH 2024. Hoofdstuk 3.2 Overhead licht dit verder toe. Hoofdstuk 4.5 (paragraaf Bedrijfsvoering) licht de totale apparaatslasten toe. Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de kaderstelling van de gemeenten. Voor de begroting 2026 doen de gemeenten opnieuw een indexeringsvoorstel (4,2%), maar vragen daarnaast ook om een vermindering van de inwonerbijdrage met 6,2%. De gemeenten hebben daarbij gekeken naar de korting op het gemeentefonds in 2026 voor alle gemeenten tezamen ten opzichte van 2025. Per saldo leidt het voorstel tot een verlaging van de inwonerbijdrage van € 3,07 per inwoner in 2025 naar € 3,00 in 2026.

Dit bezuinigingsvoorstel is verwerkt in de begroting 2026. Voor 2026 bedraagt de totale inwonerbijdrage € 7.466.616. Van deze inwonerbijdrage zal maximaal 40,8% worden ingezet voor de dekking van apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat (in lijn met de kadernota MRDH-begroting 2026). In de begroting 2026 wordt op begrotingsbasis 37% (€ 2.762.825) van de inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten. Dit betreft directe kosten voor personeel in het programma Economisch Vestigingsklimaat (€ 1.433.307) en de overhead van Economisch Vestigingsklimaat (€ 1.329.518). Van de totale inwonerbijdrage van € 7.466.616, wordt € 1.329.518 ingezet voor overhead (zie hoofdstuk 4.2). Binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat wordt de resterende inwonerbijdrage van € 6.137.098 verantwoord voor de dekking van de programmakosten, de subsidies en de directe kosten van het personeel. Overige bijdragen gemeenten

45

De MRDH heeft in 2025 voor de duur van drie jaar opnieuw een licentieovereenkomst met Locatus gesloten, voor de duur van vijf jaar, voor het gebruiksrecht van databestanden met detailhandelsgegevens. Verschillende gemeenten maken gebruik van deze licentieovereenkomst en worden voor hun aandeel doorbelast door de MRDH. Dit gemeentelijke aandeel wordt als budget toegevoegd aan de begroting.

46

Hoofdstuk 3

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN, OVERHEAD EN VENNOOTSCHAPSBELASTING 3.1 Algemene dekkingsmiddelen De MRDH-begroting kent de volgende algemene dekkingsmiddelen: 1. Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) 2. inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat 3. financiering Brede doeluitkering verkeer en vervoer Voor de bekostiging van haar regionaal verkeer- en vervoerbeleid (wettelijke taak) ontvangt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) jaarlijks een vastgesteld deel van de zogenaamde Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Dit geld komt van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en is in overeenstemming met de Uitvoeringsregeling BDU verkeer en vervoer. Onderstaande tabel toont de geraamde jaarbedragen die we ontvangen binnen de kaders van deze begroting op prijspeil 2025: 2024

2025

2026

2027

2028

2029

618.317.054

724.607.800

704.588.434

704.588.434

704.588.434

704.588.434

Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat Het programma Economisch Vestigingsklimaat en de bijbehorende overhead wordt bekostigd door een jaarlijkse bijdrage per inwoner, gebaseerd op het inwonertal per gemeente op 1 januari van het voorgaande begrotingsjaar dat door het CBS is vastgesteld. Per inwoner bedraagt deze bijdrage in 2026 € 3,00. De totale bijdrage in 2026 is geraamd op € 7.466.616,-. In hoofdstuk 7 is een specificatie per gemeente opgenomen. Financiering De financiering van de ov-bedrijven aan wie de MRDH één of meerdere concessies heeft verleend bepalen uitsluitend de opbrengsten van de financieringsfunctie. De ontvangen rente wordt uitsluitend aangewend voor de bekostiging van de rente die de MRDH in dit kader moet betalen aan externe financiers. Daarnaast betalen deze ov-bedrijven een marktconformiteitsopslag, die in eerste instantie wordt aangewend voor de vorming van een risicoreserve voor financieringen. In tweede instantie is deze opslag uitsluitend beschikbaar voor de bekostiging van de programma’s verkeer en openbaar vervoer. Voor een nadere toelichting zie de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). 3.2 Overhead In lijn met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt de overhead apart van de programma’s weergegeven.

De aparte weergave maakt de overhead inzichtelijker en maakt het makkelijker om de uitgaven van de organisaties hieraan onderling te vergelijken. In de programma’s wordt alleen het deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De commissie BBV heeft in december 2023 een nieuwe ‘Notitie Overhead 2023’ gepubliceerd. Dit is een actualisatie van de notitie overhead uit 2016. De

47

nieuwe notitie gaat in op de inhoud en reikwijdte van het begrip ‘overhead’, zoals voorgeschreven in artikel 1 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV). Deze nota legt de kaders vast voor de bepaling van de (toe te rekenen) overhead volgens de nieuwe BBV-notitie Overhead. De definitie van overhead uit artikel 1 van het BBV duidt de nieuwe notitie van de Commissie BBV als volgt: ‘het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen.’ Conform het advies van de commissie BBV, heeft de MRDH een aparte Beleidsnota Overhead 2024 opgesteld. De beleidsnota legt kaders vast voor de bepaling van overhead en de toe te rekenen overhead aan diverse onderdelen. Het algemeen bestuur van de MRDH heeft de beleidsnota op 6 december 2024 vastgesteld. Hierdoor wordt in de Beleidsbegroting en Jaarstukken volstaan met een overzicht van de doelstellingen en de actuele stand van zaken. Deze nota is van toepassing met ingang van het begrotingsjaar 2026, conform de BBV-notitie Overhead. Dit betreft zowel de personele als de materiële kosten. Volgens de Notitie Overhead 2023 van de commissie BBV zijn alle functies die onderdeel zijn van een specifieke taak in een taakveld geen onderdeel meer van de overhead.

Denk hierbij aan de managers, adjunct-managers en secretaresses van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer en de manager en secretaresse van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat. Deze medewerkers hebben een sturende of ondersteunende functie op een veelheid aan inhoudelijke of personele taken in het primaire proces. Vanaf begrotingsjaar 2026 worden deze functies toegerekend aan de betreffende programma’s in plaats van aan overhead. Voor de MRDH betekent dit dat de volgende salarislasten als overhead worden geclassificeerd:  alle functies, ook management en secretarieel, binnen de bureaus Financiën & Control, Strategie & Bestuur en Interne Dienstverlening;  overig management: de secretaris-algemeen directeur. Zie hoofdstuk 4.5 paragraaf bedrijfsvoering voor een toelichting op de organisatie van de MRDH. Daarnaast worden de materiële bedrijfsvoeringsbudgetten ook tot de overhead gerekend. Het wel of niet beschouwen van kosten als overhead heeft geen invloed op financiële dekking. Het betreft alleen een andere manier van presenteren. De salariskosten van alle medewerkers, inclusief management en secretariaat, van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer worden bijvoorbeeld bekostigd door de rijksmiddelen BDU.

De salariskosten, wederom inclusief management en secretariaat, van alle medewerkers van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat worden bekostigd door de inwonerbijdrage EV. Dit is niet gewijzigd op basis van de nieuwe Notitie Overhead 2023. Het relatieve formatiebudget van het primaire proces wordt, net als in de Begroting 2025, gebruikt om de salariskosten van stafbureaus (inclusief secretaris-algemeen directeur) en overige bedrijfsvoeringskosten door te belasten aan de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Het relatieve formatiebudget is verdeeld in 18% Economisch Vestigingsklimaat en 82% Verkeer en Openbaar Vervoer. 18% van deze kosten wordt bekostigd met de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 82% wordt bekostigd met de rijksmiddelen BDU. 48

Bovenstaande uitgangspunten en verdeelsleutels zijn verwerkt in het volgende overzicht van de overhead. Overhead (euro's)

Voorlopige jaarrekening 2024

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten: Personele overhead Va

4.119.195

3.994.595

3.320.352

3.320.352

3.320.352

Materiële overhead Va

2.160.265

2.612.800

2.736.340

2.736.340

2.736.340

2.736.340

6.279.460

6.607.395

6.056.692

6.056.692

6.056.692

6.056.692

Personele overhead EV

1.061.753

1.042.710

728.858

728.858

728.858

728.858

Materiële overhead EV

540.066

653.200

600.660

600.660

600.660

600.660

1.601.819

1.695.910

1.329.518

1.329.518

1.329.518

1.329.518

7.881.279

8.303.305

7.386.209

7.386.209

7.386.209

7.386.209

Totaal lasten overhead

Dekkingsbronnen overhead (euro's)

3.320.352

Voorlopige jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Onttrekking fonds BDU

6.279.460

6.607.395

6.056.692

6.056.692

6.056.692

6.056.692

Inwonerbijdrage EV

1.601.819

1.695.910

1.329.518

1.329.518

1.329.518

1.329.518

Totaal dekkingsbronnen overhead

7.881.279

8.303.305

7.386.209

7.386.209

7.386.209

7.386.209

De overheadkosten in de begroting 2026 zijn lager dan in de begroting 2025. De (geschatte) caostijging van de salarissen en de indexatie van de materiële apparaatslasten (zoals huur) zijn verwerkt. De daling komt echter voort uit de gewijzigde definitie van overhead, conform de Beleidsnota Overhead MRDH 2024. De totale apparaatslasten, inclusief overhead en directe personeelslasten, worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 4.5). 3.3 Vennootschapsbelasting Zie hoofdstuk 4.3 Weerstandsvermogen en risico’s.

49

Hoofdstuk 4

PARAGRAFEN 4.1 Financiering Treasuryfunctie en -beleid De treasuryfunctie richt zich op het sturen, beheersen, verantwoorden en overzien van de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en bijbehorende risico’s. Dit gebeurt op een manier die risico’s minimaliseert en opbrengsten optimaliseert. De uitvoering van de treasuryfunctie is wettelijke vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de bijbehorende ministeriële regelingen: Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO). De MRDH heeft haar treasurybeleid vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Dit statuut beschrijft de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen. De financieringsstructuur van de MRDH wordt grotendeels bepaald door subsidies en projectbijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder voornamelijk afkomstig waren van het Rijk. Omdat we de middelen tot nu toe eerder ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is de liquiditeitspositie qua exploitatie doorgaans goed. Desondanks is er wel sprake van een financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1.

de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale ov-bedrijven HTM en de RET; 2. het verstrekken van leningen voor bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH. Financiering railinvesteringen De MRDH financiert de activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET, zolang de MRDH de bijbehorende kapitaallasten via de railconcessie vergoedt. Voorheen financierden de gemeenten Den Haag en Rotterdam deze vervoerders. Dankzij de rechtstreekse financiering door de MRDH blijven er structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio na de opbouw van de benodigde risicoreserve. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Hiervoor wordt de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal zestig basispunten over de uitstaande leningen en garanties ingezet om de risicoreserve op te bouwen. De MRDH financiert uitstaande leningen door voor hetzelfde bedrag en dezelfde looptijd leningen aan te gaan, om zo een renterisico uit te sluiten.

Bussenleningen De MRDH financiert bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders volgens de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen van de Vervoersautoriteit MRDH. Deze verordening is ingesteld om vervoerbedrijven adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden

50

te bieden voor de gewenste transitie naar zero emissie-busvervoer. Net als bij de financiering van de railinvesteringen bouwt de MRDH voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering op binnen het eigen vermogen. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal zestig basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet. De MRDH financiert ook bussenleningen door voor hetzelfde bedrag en dezelfde looptijd leningen aan te gaan. Meer informatie over de opbouw en het geraamde verloop van de risicoreserve staat in hoofdstuk 4.3, paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s. De financieringsbehoefte van de MRDH wordt bepaald door de financiering van de railinvesteringen en de bussen bij de verschillende concessie houdende vervoerders. In deze begrotingsperiode wordt geen overbesteding geraamd en bestaat uit dien hoofde geen financieringsbehoefte. Onderstaand overzicht geeft de geraamde totale financieringsbehoefte per jaar weer. Financieringsbehoefte (euro's)

Voorlopgie jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

OV-bedrijven

1.146.228.041

1.304.507.137

1.372.725.281

1.407.717.763

1.394.229.891

1.326.682.500

Overbesteding Totalen per jaar

0 1.146.228.041

0 1.304.507.137

0 1.372.725.281

0 1.407.717.763

0 1.394.229.891

0 1.326.682.500

Op basis hiervan zijn de kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie per jaar als volgt samen te vatten: Financieringsfunctie (euro's)

Voorlopgie jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten Rente OV-bedrijven

15.034.585

20.846.020

25.509.932

28.209.887

29.557.245

29.289.533

Totaal

15.034.585

20.846.020

25.509.932

28.209.887

29.557.245

29.289.533

Rente OV-bedrijven

15.034.585

20.846.020

25.509.932

28.209.887

29.557.245

29.289.533

Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven

6.388.287

8.019.723

8.571.587

8.822.624

8.818.829

8.520.571

Totaal

21.422.872

28.865.744

34.081.520

37.032.512

38.376.073

37.810.104

Resultaat voor reservemutaties

-6.388.287

-8.019.723

-8.571.587

-8.822.624

-8.818.829

-8.520.571

Dotatie risicoreserve financieringen

6.000.000

4.000.000

0

0

0

0

Netto resultaat

-388.287

-4.019.723

-8.571.587

-8.822.624

-8.818.829

-8.520.571

Baten

Alle kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie zijn geheel toegerekend aan het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer. Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, afgezien van een klein werkkapitaal, alle liquide middelen in de schatkist van het Rijk worden aangehouden. Renterisicobeheer De MRDH kan het renterisico op haar leningenportefeuille toetsen aan de renterisiconorm. Omdat de MRDH tot nu toe uitsluitend leningen aantrekt die wegens de publieke taak dezelfde omvang

51

hebben en tegen dezelfde rentetypische looptijden worden uitgezet, is deze toetsing aan de renterisiconorm (nog) niet relevant. De renterisiconorm bedraagt voor 2026 20% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 154,2 miljoen. De MRDH voldoet naar verwachting meerjarig aan deze norm. Renterisiconorm en renterisico's 2026-2029

Bedragen x € 1.000

2026 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld 3b. Nieuwe verstrekte lange leningen 4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5. Betaalde aflossingen 6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7. Renterisico op vaste schuld (2+6) Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal 9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 10. Renterisiconorm (8 x 9) Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld 11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)

2027

2028

2029

259.000 259.000 84.091 -

180.000 180.000 83.872 -

142.000 142.000 87.903 -

55.000 55.000 91.418 -

771.013 20% 154.203

875.560 20% 175.112

789.284 20% 157.857

813.250 20% 162.650

154.203 154.203

175.112 175.112

157.857 162.650 157.857 162.650

De maximaal toegestane kasgeldlimiet voor 2026 bedraagt 8,2% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 63,2 miljoen. Naar verwachting wordt in 2026 aan deze norm voldaan. Kasgeldlimiet 2026

Bedragen x € 1.000

kwartaal 1 kwartaal 2 kwartaal 3 kwartaal 4 Omvang korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal netto vlottende schuld Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld Toegestande kasgeldlimiet Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet

-

-

-

-

420.000

416.000

465.847

415.000

420.000

416.000

465.847

415.000

420.000 63.223 483.223

416.000 63.223 479.223

465.847 63.223 529.070

415.000 63.223 478.223

Begrotingstotaal 771.013 Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 8,20% Kasgeldlimiet 63.223

52

4.2 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties). Een bestuurlijk belang betekent dat de MRDH een zetel in het bestuur of stemrecht heeft. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: - een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen, als de verbonden partij failliet gaat; - aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een aanzienlijke bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., de RET N.V. en Zuid-Holland Bereikbaar. De verbonden partijen bestaan uit vennootschappen en coöperaties (HTM en RET) en stichtingen en verenigingen (Zuid-Holland Bereikbaar). Sinds 2022 neemt de MRDH deel aan de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar.

Hier is een stichting voor opgericht waarin alle deelnemende partijen zijn vertegenwoordigd. Binnen deze nieuwe organisatie wordt gewerkt aan het programma Zuid-Holland Bereikbaar. Het programma is een gezamenlijke en langjarige bereikbaarheidsaanpak van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat/Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, de gemeenten Rotterdam en Den Haag, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail en Havenbedrijf Rotterdam. Binnen het programma wordt voortgebouwd op eerdere samenwerking tussen de partners, zoals de samenwerking tot en met 2021 vanuit de uitvoeringsorganisaties De Verkeersonderneming, Bereik! en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland.

53

De volgende tabel bevat de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens van de drie verbonden partijen: Naam

HTM Personenvervoer N.V.

Vestigingsplaats

Den Haag

Visie

Het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V.

Openbaar behartigd belang

Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt.

Deelnemende partijen

De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV.

Rechtsvorm

Naamloze vennootschap

Bestuurlijk belang

Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Financieel belang

Deelneming in HTM Personenvervoer N.V. van € 1

Eigen vermogen

Per 31-12-2023: € 95.503.000

Vreemd vermogen

Per 31-12-2023: € 560.055.000

Financieel resultaat

Over 2023: € 2.226.000

Risico’s

Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering ov-bedrijven.

Beleidsvoornemens

De uitvoering van ov-concessies in regio Haaglanden.

Monitoring prestaties

Via aandeelhoudersvergaderingen.

Programma

Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.

Naam

RET N.V.

Vestigingsplaats

Rotterdam

Visie

Het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio door middel van zeggenschap in de RET N.V..

Openbaar behartigd belang

Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt.

Deelnemende partijen

De andere aandelen van de RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam.

Rechtsvorm

Naamloze Vennootschap

Bestuurlijk belang

Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Financieel belang

Deelneming in de RET van € 1.000

Eigen vermogen

Per 31-12-2023: € 144.170.000

Vreemd vermogen

Per 31-12-2023: € 351.784.000

Financieel resultaat

Over 2023: € - 6.386.000

Risico’s

Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering ov-bedrijven.

Beleidsvoornemens

Uitvoeren ov-concessies regio Rotterdam.

Monitoring prestaties

Via aandeelhoudersvergaderingen.

Programma

Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer. 54

Naam

Zuid-Holland Bereikbaar

Vestigingsplaats

statutair Rotterdam, feitelijk Delft

Visie

De samenwerking tussen partijen heeft tot doel de realisatie van het gezamenlijke Programma Zuid-Holland Bereikbaar (hierna: 'Programma ZHB'). Dit gezamenlijke Programma ZHB borgt de bereikbaarheid (acceptabele hinder) en draagt bij aan de mobiliteitstransitie (duurzame gedragsverandering) in de provincie Zuid-Holland. Dit doen we door samen te organiseren wat beter kan, en door innovatieve oplossingen toe te passen ten dienste van de opgave, als de partners dit niet alleen kunnen ontwikkelen of uitvoeren.

Openbaar behartigd belang

Bereikbaarheid van de provincie Zuid-Holland bij (grootschalige) werkzaamheden. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail B.V., Havenbedrijf Rotterdam N.V. en de Stichting Zuid-Holland Bereikbaar.

Deelnemende partijen

Rechtsvorm

Stichting

Bestuurlijk belang

Portefeuillehouder Investeren in bereikbaarheid van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH is permanente vertegenwoordiger in de Stuurgroep.

Financieel belang

De bekostiging van de in het Jaarplan opgenomen werkzaamheden. Dat bestaat uit de bekostiging van een exploitatiebudget en een werkbudget. Conform afspraken BO MIRT 25/26 november 2020 bedraagt het exploitatiebudget totaal € 4.900.000 per jaar voor de periode 2022 tot en met 2026, waarvan 1/6 deel (€ 816.667 per jaar) voor de MRDH. De bijdrage aan het werkbudget wordt jaarlijks vastgesteld via het jaarplan van Zuid-Holland Bereikbaar en bedraagt voor de MRDH € 616.666 in 2025. De bijdrage aan het exploitatiebudget is onderdeel van de programmabegroting Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Beleid en programmering Verkeer. De bijdrage aan het werkbudget is onderdeel van de programmabegroting Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer, en is onderdeel van Verkeersmanagement en wegenstructuur.

Eigen vermogen

Per 31-12-2023: € 2.453.492 (na bestemming resultaat 2023)

Vreemd vermogen

Per 31-12-2023: € 2.470.537

Financieel resultaat

Over 2023: € 425.244 (negatief)

Risico’s

Er bestaat het risico op overbesteding. Bij zicht op overbesteding wordt overeenkomstig de SOK aan de deelnemende partijen hiervoor toestemming gevraagd. Hierdoor wordt dit risico beperkt.

55

Beleidsvoornemens

Monitoring prestaties

Programma

De beleidsvoornemens staan opgenomen in een Werkplan en worden jaarlijks vertaald in een Jaarplan. Conform de SOK is het eerste Werkplan vastgesteld voor de periode 2022-2024. In het BO MIRT van 6/7 november 2024 is afgesproken dat Rijk en regio ernaar streven om uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025, voorafgaand aan de voorjaarsnota, in de Stuurgroep ZHB tot een voorstel te komen voor (de verdeling van) de financiering van Zuid-Holland Bereikbaar voor de periode 2026-2030. Daarbij worden ook de noodzaak en mogelijkheden voor het maken van indexeringsafspraken besproken en maken de partijen afspraken over de invulling van de detachering van personeel aan ZuidHolland Bereikbaar vanuit de samenwerkende moederorganisaties. Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een Jaarplan opgesteld. Jaarlijks levert de stichting uiterlijk in mei van elk jaar een jaarrekening op over het afgelopen boekjaar met een goedkeurende controleverklaring van een externe accountant. Hierna stelt de Raad van Toezicht deze jaarrekening vast. De vastgestelde jaarrekening en accountantsverklaring worden vervolgens uiterlijk op 1 juli van het desbetreffende jaar ter kennis gebracht van de deelnemende partijen. Programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer.

4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om ‘niet-structurele’ financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur stelde op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vast. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen of financieel te dekken zijn: - het beheersen van risico’s door stuur- en beheersmaatregelen, bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving; - het financieel afdekken van risico’s door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd.

56

Bedrijfsrisico’s komen regelmatig voor en zijn daarom goed voorspelbaar en meetbaar. Hierdoor kun je ze afdekken door beheersmaatregelen of het afsluiten van verzekeringen. Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de versterking van het economisch vestigingsklimaat kan de MRDH alleen met eigen weerstandscapaciteit afdekken. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse uit 2015 is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is vervallen door de vaststelling van uittreedregels. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 vast. Daarin staat dat een uittreedsom wordt bepaald bij uittreding. Hierin staat ook het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH), dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten wordt aangehouden. Hierbij worden ook de financiële risico’s geïdentificeerd.

Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen vanuit de BDU-middelen lager worden of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (meer dan 99%) gefinancierd met rijksmiddelen. De MRDH moet deze middelen beschouwen als vreemd vermogen, als ze nog niet zijn besteed. Daarom bouwt de MRDH voor deze middelen geen risicoreserve op. Financiering ov-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) staat, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale ov-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die nader zijn geanalyseerd in een extern onderzoek uit 2016. Uit dit onderzoek blijkt dat de MRDH een reserve moet vormen om de risico’s af te dekken die de economische waarde van het te financieren materieel direct beïnvloeden. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie had gegund aan de ov-bedrijven RET en HTM. Ook is meegewogen dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht krijgt over de te financieren activa. Het kredietrisico wordt beperkt doordat de afschrijvingen en rente over goedgekeurde railinvesteringen en de verstrekte leningen zijn opgenomen in de concessievergoeding die de MRDH maandelijks betaalt.

Uit een referentievergelijking blijkt dat een waardedaling van 35% een verdedigbaar uitgangspunt voor de risicoberekening is. De risico-inschatting voor de beide ov-bedrijven is daarnaast als ‘laag’ geclassificeerd. Daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. De MRDH financiert ook op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH leningen voor investeringen in bussen en stallingen. Deze verordening is ingesteld om concessiehoudende vervoerbedrijven adequate en betaalbare financieringsmogelijkheden te bieden voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2025 berekend op basis van de maandelijkse concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen in de periode 2025-2029 gemiddeld € 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3811/documents/33759