CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

2. 2025-033307 MRDH Verzoek zienswijze Ontwerpbegroting 2026.pdf

Gemeenteraad AW 2 juni 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken35.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt volgen er vanuit het programma Exploitatie infrastructurele opgaven die onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Het programma Economisch Vestigingsklimaat (hoofdstuk 2.3) werkt de opdrachten voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat uit. 2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer De begroting voor het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer volgt de opdrachten uit de Strategische Agenda om de bereikbaarheid te verbeteren. Het gaat voor dit programma om de volgende drie opdrachten: opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Voor elke opdracht zijn in de Strategische Agenda resultaten beschreven. Deze resultaten laten zien wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken.

13

2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Opdracht 1: investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren De metropoolregio groeit naar bijna drie miljoen inwoners in 2040. Die willen allemaal een baan, en prettig reizen en recreëren. Daarom investeren de 21 samenwerkende gemeenten in de bereikbaarheid, om zo de inwonersgroei in de regio duurzaam te ondersteunen. Het gaat daarbij om de bereikbaarheid van de nieuwe verstedelijkingslocaties, de verbinding tussen kennis- en onderwijsknooppunten, de bereikbaarheid van werklocaties en het behoud van leefbaarheid en open ruimte. Daarnaast is het belangrijk dat de metropoolregio Rotterdam Den Haag verbonden blijft met de omliggende regio’s en gemeenten. We zetten in op een goede bereikbaarheid van, naar en door de metropoolregio. Dat doen we vooral door nu plannen te maken voor de investeringen in het mobiliteitssysteem op de middellange en lange termijn en door te adviseren over de bereikbaarheid bij verstedelijkingsplannen. Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) In het programma MoVe werken regionale partners (provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam en Den Haag en de MRDH) samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan de opgave om verstedelijking en mobiliteit in samenhang op te pakken.

We bepalen samen met Rijk en regio welke investeringen op de middellange en lange termijn nodig zijn om de bereikbaarheid in de groeiende regio te garanderen. Hier dragen we financieel aan bij. Welke resultaten willen we bereiken? - Voorbereiden van een projectbeslissing voor De Vlietlijn en de Stadsbrug en ov Rotterdam, inclusief het uitwerken van het exploitatiebesluit voor het HOV. - Een betrouwbaar en robuust netwerk voor de bereikbaarheid van Westland, Voorne-Putten en Haven Rotterdam. - Voorkeursbeslissingen verkenningen knooppunt Beurs en spoorbeveiliging RandstadRail/E-lijn. - Uitwerking van HOV Leiden-Zoetermeer en verdere verkenning van de HOV-corridors Zoetermeer-Rotterdam en Westland. - Verkenning met als resultaat een voorkeursbeslissing voor de MIRT-verkenning Oude Lijn en de knooppunten. - Een multimodale adaptieve ontwikkelstrategie voor een gedeeld toekomstperspectief op investeringen in het mobiliteitsnetwerk. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - De MRDH werkt samen met het Rijk, de betrokken gemeenten en de provincie aan de planuitwerking van De Vlietlijn. Dit leidt in 2026 tot een projectbesluit. We blijven inwoners en ondernemers actief betrekken voor participatie. De aandacht gaat naar de leefbaarheid in de woonwijken rondom het tracé, de technische inpassing van bijvoorbeeld de sporendriehoek en kostenbeheersing.

- De MRDH continueert met de andere opdrachtgevers gemeente Rotterdam en de ministeries van VRO en IenW de planuitwerkingsfase van het project Stadsbrug en ov Rotterdam. Daarin stellen wij voorlopige ontwerpen op voor de stadsbrug, de HOV-verbinding en het station. Dit leidt in 2028 tot een projectbesluit als afronding van de planning en studiefase.

14

-

-

-

-

-

-

-

-

-

In 2026 ronden we samen met de gemeente Rotterdam de verkenning knooppunt Beurs af, met als doel een breed gedragen voorkeursbeslissing. We ronden de verkenning spoorbeveiliging RandstadRail en E-lijn af en komen tot een voorkeursbeslissing. De besluitvorming in 2025 over de vervangingsopgave spoorbeveiliging wordt in 2026 uitgewerkt samen met HTM en RET. Beide voorkeursbeslissingen zoeken de balans tussen kwaliteitsverbetering voor het ov, de kansen voor stedelijke ontwikkeling, de renovatie- en onderhoudsbehoeften en de beschikbare financiële middelen. Samen met provincie Zuid-Holland, gemeente Capelle aan den IJssel, gemeente Krimpen aan den IJssel en gemeente Krimpenerwaard starten we in 2026 met het opstellen van een bestuursovereenkomst. Deze komt er voor de realisatie van de infrastructurele maatregelen die zorgen voor verbeteringen aan de doorstroming van de Algeracorridor. We zijn bij dit project subsidieverlener. Gebiedsuitwerking Voorne-Putten en Haven Rotterdam: in het BO MIRT 2022 is een pakket met auto-, fiets- en ov-maatregelen afgesproken om de bereikbaarheid van Voorne-Putten en de Haven Rotterdam te verbeteren. We voeren samen met de andere partners een voortgangsmonitor uit, waarin we de uitvoering van de overige gemaakte afspraken met Rijk en regio (BO MIRT 2022) volgen.

Alleen op die manier kunnen we samen met alle partners het hele pakket met maatregelen op Voorne-Putten uitvoeren. Specifiek voor de N57 zetten we actief in op lobby richting het Rijk voor voldoende financiële middelen en capaciteit, zodat afspraken over de N57 worden uitgevoerd. Daarnaast voeren we samen met de andere partners ook een verkeersmonitor uit over het jaar 2025. Binnen het traject NOVEX Haven zetten wij de verbetering van de bereikbaarheid van Voorne-Putten en de Haven op de agenda. Een goede bereikbaarheid is essentieel voor het investeringsklimaat in de Rotterdamse haven en de sociaaleconomische ontwikkeling van Voorne-Putten. In 2026 start de uitvoering van het mobiliteitsmaatregelenpakket Gebiedsuitwerking Westland. De exacte maatregelen zijn nog niet bekend. Dit zal plaatsvinden in nauwe samenwerking met gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en gemeente Westland. Leiden-Zoetermeer Bus Rapid Transit (BRT): de gemeente Zoetermeer, de provincie ZuidHolland en MRDH onderzoeken mogelijke doortrekking van de BRT-buslijn naar station Lansingerland-Zoetermeer. Bij positieve uitkomsten wordt een voorstel tot verdere planuitwerking aan de opdrachtgevende partijen voorgelegd.

MIRT-verkenning Oude Lijn: na vaststelling van het voorkeursalternatief (inclusief bekostigingsafspraken) in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT) 2025 werken we in 2026 aan de vastlegging van de gemaakte afspraken in een bestuursovereenkomst, de planologische verankering in ruimtelijke en omgevingsplannen en starten we met de planuitwerking. In 2026 stellen de MoVe-partners Rijk, provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam, Den Haag en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de Multimodale Adaptieve Ontwikkelstrategie (MAOS) inclusief een uitvoeringsagenda vast. Na vaststelling van de mobiliteitsvisie werken we in 2026 aan de uitwerking en implementatie daarvan. De regionale opgaven, zoals de verstedelijkingsopgave, het verbeteren van de bereikbaarheid en de uitdagingen rondom de arbeidsmarkt, zijn ook bij de uitwerking leidend. We starten met het maken van een opzet voor de uitwerking van de mobiliteitsvisie en we maken een nieuwe propositie met onze partners voor investeringskracht. We zetten onze lobby richting het Rijk voor extra middelen voor het ov onverminderd door. De financiële impact op het openbaar vervoer is de afgelopen jaren aanzienlijk geweest. Minder

15

BDU is onwenselijk omdat dit direct leidt tot verminderde diensten en hogere kosten. We zetten daarom in op een toekomstvast financieel perspectief. De basis moet op orde zijn, waarbij de BDU in balans is met de opgave waarvoor we staan. Dat betekent dat de BDU moet meegroeien met het aantal inwoners en de BDU correct geïndexeerd wordt op basis van de inflatie. We gaan hiervoor met het ministerie van IenW in gesprek. We trekken hiervoor samen op met onze partners, zoals de Vervoerregio Amsterdam, het Samenwerkingsverband decentrale ov-autoriteiten (DOVA) en de vervoerders. Bereikbaarheid van en naar recreatie- en natuurgebieden Het doel is om met actieve en collectieve vormen van mobiliteit de bereikbaarheid en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving van onze regio te versterken. We onderzoeken voor welke recreatieen natuurgebieden we de bereikbaarheid kunnen verbeteren. We delen die kennis met de wegbeheerders en benutten kansen om de multimodale bereikbaarheid naar deze gebieden te verbeteren. De gemeenten, provincie Zuid-Holland of waterschappen (als wegbeheerders) voeren de verbeteringen aan de infrastructuur uit. Welke resultaten willen we bereiken? - Uitvoering van projecten voortkomend uit de vastgestelde aanpak voor de verbetering van bereikbaarheid van recreatie- en natuurgebieden in de regio.

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Met het resultaat uit de haalbaarheidsstudie Groene Haltes en de resultaten uit het onderzoek recreatie- en natuurgebieden van regionaal belang werken we in 2026 een aanpak uit voor het verbeteren van de bereikbaarheid van deze gebieden met actieve en collectieve vormen van mobiliteit. We stemmen hierover af met de provincie en instanties voor natuurbeheer. - Twee haltes van de pilot Groene ov Haltes, metrostation Romeynshof in Rotterdam en bushalte Dillenburgsingel in Vlaardingen, worden in 2026 uitgewerkt tot en gerealiseerd als groene ov-halte door de gemeenten. We maken samen met de provincie Zuid-Holland, vervoerder, natuurbeheerorganisaties en enkele gemeenten een haalbaarheidsstudie voor opschaling van groene ov-haltes nadat de pilothaltes zijn gerealiseerd. Advisering en kennisuitwisseling over mobiliteit bij gebiedsontwikkeling- en economische locaties We adviseren over het verbeteren van de bereikbaarheid en helpen met kennis over integrale gebiedsontwikkeling. Zo dragen we bij aan aantrekkelijke en leefbare stedelijke gebieden en zorgen we ervoor dat investeringen in de bereikbaarheid van de regio optimaal renderen. We onderzoeken in het bijzonder of de bereikbaarheid van bepaalde economische locaties moet worden verbeterd.

De MRDH is gevraagd en ongevraagd adviseur en kennismakelaar en stelt deze kennis via het lidmaatschap van de Verstedelijkingsalliantie beschikbaar aan alle gemeenten. De gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de ruimtelijke ontwikkeling. De MRDH onderzoekt de bereikbaarheid van economische locaties en brengt in kaart of verbeteringen noodzakelijk zijn en hoe deze kunnen worden gerealiseerd. Welke resultaten willen we bereiken? - Kansen benutten rondom de locaties van de Verstedelijkingsalliantie en andere belangrijke gebiedsontwikkelingen. - Kansen benutten rondom de Hoekse Lijn.

16

-

Verbetering uitwerken voor de bereikbaarheid van aanvullende economische locaties in de regio.

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? De MRDH werkt met medeoverheden aan NOVEX Zuidelijke Randstad, NOVEX Rotterdamse Haven en de Verstedelijkingsalliantie om invulling te geven aan de opdrachten uit de Strategische Agenda MRDH. We zorgen ervoor dat deze trajecten aansluiten bij de ambities uit de Strategische Agenda op het gebied van bereikbaarheid en economie. Waar mogelijk dragen we actief bij aan de uitvoering in deze trajecten. Onze bijdrage aan de bereikbaarheid en economie zetten we zo in dat het de ruimtelijke en sociaaleconomische opgaven ten goede komt. In het gebiedsprogramma MoVe verbinden we de ruimtelijke opgaven en de noodzaak om te investeren in bereikbaarheid. De MRDH neemt actief deel aan de regionale en landelijke overlegtafels die hiervoor zijn ingericht. 2.1.1.2 Opdracht 3: actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren We zetten primair in op actieve en/of collectieve vormen van mobiliteit: lopen, fietsen, ov en deelmobiliteit. Deze vormen verbeteren de bereikbaarheid, nemen minder ruimte in dan individuele automobiliteit, zijn toegankelijk en betaalbaar, bevorderen de gezondheid en stoten minder emissies uit.

Hiermee benutten we de bestaande infrastructuur beter, bieden we mensen meer kansen om maatschappelijk mee te doen, ondersteunen we de mobiliteitstransitie die in verschillende (stedelijke) gebieden van de regio is ingezet en dragen we bij aan de klimaatopgave. De aanpak verschilt per gebiedstype, omdat de mogelijkheden en behoeften in het (hoog) stedelijke gebied anders zijn dan in landelijke gebieden. Naast fysieke ingrepen maakt mobiliteitsmanagement het mogelijk om lopen, fietsen, ov en deelmobiliteit te stimuleren en spreiding van mobiliteit over de dag en week aan te moedigen. We stimuleren het toepassen van Mobility as a Service (MaaS), en innovaties en nieuwe technologieën om de gewenste mobiliteitstransitie te bereiken. Efficiënt ruimtegebruik voor verkeer creëert meer ruimte in steden en dorpen voor een prettige leefomgeving. En dat is noodzakelijk met de verwachte groei van inwoners in de aankomende jaren en andere opgaven in de openbare ruimte, zoals meer groen, voorzieningen en klimaatadaptatie. Programma Metropolitane Fietsroutes (MFR) Het programma MFR helpt om hoogwaardige, regionale fietsroutes te realiseren om het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer te stimuleren. Voor de Metropolitane Fietsroutes helpen we de individuele gemeenten bij het opstellen van een voorkeurstracé, schetsontwerp en financiële raming voor de gehele route.

De MRDH levert procesbegeleiding tot en met de samenwerkingsovereenkomst (inclusief planstudie) en verleent subsidie aan wegbeheerders. Wegbeheerders leggen de fietsroutes aan en zorgen voor het beheer en onderhoud van de fietsroutes. Welke resultaten willen we bereiken? - Circa 100 km metropolitane fietsroutes realiseren tot en met 2026. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - In 2026 zijn voor elke Metropolitane Fietsroute de maatwerkafspraken voor complexe schakels met gemeenten afgerond. Dit betreft delen van de route die om specifieke afspraken vragen,

17

-

omdat er een afhankelijkheid met een gebiedsontwikkeling is. Of omdat toestemming van derden nodig is, waardoor meer tijd nodig is om tot uitvoering te komen. We adviseren gemeenten over bewegwijzering specifiek voor doorfietsroutes en over het maken van eenduidige en gezamenlijk afgestemde keuzes. We ondersteunen gemeenten met kennisdeling bij het uitvoeren van regionale activiteiten voor fietsstimulering. We dragen bij aan activiteiten voor fietsstimulering gekoppeld aan Metropolitane Fietsroutes en ketenmobiliteit.

Smart mobility, MaaS en programma AVLM We ontwikkelen en delen kennis over Smart Mobility, Mobility as a Service (Maas) en Automatisch Vervoer op de First en Last Mile (AVLM). We stimuleren het toepassen van innovaties die het regionale mobiliteitssysteem verbeteren en vernieuwen. We hanteren een afweegkader voor Smart Mobility en MaaS, waarbij bijdrage aan de opdrachten uit de Strategische Agenda voorop staat. De MRDH is kennismakelaar en subsidieverlener voor de toepassing van innovaties en nieuwe technologieën. Wegbeheerders voeren de toepassingen uit en andere partijen, zoals vervoerders, realiseren innovatieprojecten, gestimuleerd door de MRDH. Welke resultaten willen we bereiken? - Kennis van Smart Mobility ontwikkelen en het toepassen van innovaties die het regionale mobiliteitssysteem verbeteren en vernieuwen. - Jaarlijks circa zes projecten uitvoeren om nieuwe innovaties en technologieën te testen die het regionale mobiliteitssysteem verbeteren en vernieuwen. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We verkennen of nationale of internationale subsidies en bijdragen kansrijk zijn. - We participeren in rijksprogramma's zoals het programma Hubs, Spreiden en mijden en Draaiende ringen. Daarin denken we mee over financiële subsidieregelingen. - De pilot met de zelfrijdende bus bij Rotterdam-The Hague airport (Martha) loopt nog in 2026.

Voor Capelle Rivium kijken we samen met de partners, in samenhang met de woningbouw, naar een mogelijke uitbreiding van de Parkshuttle. - We organiseren bijeenkomsten voor bestuurders en ambtenaren ter inspiratie voor nieuwe initiatieven en kansen. - We monitoren structureel de kwaliteit van mobiliteitsdata en adviseren gemeenten over de door Rijk en regio afgesproken digitaliseringsopgave. Bij het bestuur van het digitaal stelsel mobiliteitsdata onderzoeken we of deze functie bij de VNG moet liggen in plaats van bij de regio. - De pilot communicatie tram en iVRI in Delft is succesvol afgerond in 2025. We denken in 2026 na over de mogelijkheid om deze pilot om te zetten naar een structurele uitrol, ook naar andere vervoerders. - De pilot ‘Verbonden fietsen’, waarbij fietsers prioriteit krijgen bij verkeerslichten op fietsroutes, is in 2025 gegund. De verdere uitwerking volgt in 2026 en daarna. Wegbeheerders worden hierbij betrokken. Programma Duurzame Mobiliteit We ontwikkelen kennis en monitoren de effecten van duurzame mobiliteit op de reductie van CO2, stikstof en fijnstof. Daarvoor gebruiken we het al ontwikkelde digitale platform: www.mrdh.nl/duurzamemobiliteit. We helpen maatregelen te realiseren die een effectieve bijdrage leveren aan verduurzaming, zoals deelmobiliteit en de werkgeversaanpak. Met deze activiteiten 18

dragen we bij aan de Europese doelstelling: 55% reductie van de CO2 -uitstoot in 2030, zoals onderschreven in het regeerakkoord. De MRDH is kennismakelaar, adviseert gevraagd en ongevraagd de individuele gemeenten over duurzame mobiliteit en stelt de vervoerders in staat om maatregelen voor duurzame mobiliteit uit te voeren. We agenderen uitdagingen en randvoorwaarden voor duurzame mobiliteit bij andere partijen, zoals het Rijk en de provincie ZuidHolland. De individuele gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de maatregelen voor duurzame mobiliteit. Welke resultaten willen we bereiken? - Minimaal 250 emissievrije bussen laten instromen in de concessies. - Kennisontwikkeling en -deling van duurzame mobiliteit en monitoring van de effecten op de reductie van CO2, stikstof en fijnstof. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Samen met vervoerders werken we aan de invulling van de restantopgave van circa 250 ZEbussen voor de periode 2027-2030. - We monitoren onder andere de voortgang van acties uit het plan van aanpak in de regionale samenwerking op ZE-zones. We voegen daar nieuwe acties aan toe, indien gewenst. - Het digitaal platform Duurzame Mobiliteit ontsluit (landelijke) kennis over maatregelen voor duurzame mobiliteit. - We organiseren themabijeenkomsten voor zowel ambtenaren als bestuurders.

Daar koppelen we waar mogelijk een uitvoeringsagenda of plan van aanpak aan op het moment dat regionale samenwerking van meerwaarde is. Of als het een bijdrage levert aan de Europese doelstelling: 55% CO-reductie in 2030. Deelmobiliteit in de regio In de mobiliteitsvisie is de koppeling gelegd met samenhangende thema’s, zoals ketenmobiliteit, verstedelijking en actieve, duurzame en deelmobiliteit. We bieden de gemeenten (als wegbeheerder) en andere partijen (grondeigenaren) de handvatten om zelf aan de slag te gaan met deeldiensten. Wegbeheerders en de andere partijen (grondeigenaren, vervoerders en marktpartijen) voeren projecten uit. Welke resultaten willen we bereiken? - De mobiliteitsvisie positioneert deelmobiliteit in het multimodale regionale vervoersysteem van de metropoolregio Rotterdam Den Haag. - Kennisontwikkeling en kennisdeling over deelmobiliteit om in te kunnen spelen op de kansen die bijdragen aan het behalen van de doelen van gemeenten en de Strategische Agenda. Hierdoor pakken we ook gezamenlijk hinder van deelmobiliteit aan. De MRDHuitvoeringsorganisatie heeft zelf maar beperkte mogelijkheden om hierop te acteren, de individuele gemeenten daarentegen wel. Kennisontwikkeling kan leiden tot een voorstel om beleid en maatregelen in elk van de MRDH-gemeente uniform in te zetten.

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Jaarlijks monitort het landelijke programma Natuurlijk!Deelmobiliteit mede in opdracht van de MRDH het aanbod en gebruik van deelmobiliteit. Dit is geregeld en gefinancierd voor de periode 2024-2029.

19

-

-

-

In 2025 is een besluit genomen over het opstarten van een pilot voor een regionaal deelfietsensysteem als onderdeel van publieke mobiliteit. In 2026 werkt MRDH samen met de gemeenten dit besluit uit onder andere in een programma van eisen. In 2026 neemt de MRDH deel aan het rijksprogramma Natuurlijk!Deelmobiliteit. Daar wordt in 2026 gewerkt aan de volgende onderwerpen: ruimtelijke inpassing, monitoring, buurtinitiatieven, financiering en wettelijke verankering in WP2000. De MRDH houdt gemeenten via digitale kanalen op de hoogte over de voortgang van het landelijke programma Natuurlijk!Deelmobiliteit, zoals het jaarlijkse congres van het programma. De MRDH en andere deelnemers vullen de landelijke kennisbank van KpVV aan met data over deelmobiliteit. De MRDH zit in de kerngroep voor de jaarlijks landelijke monitor Smart Mobility.

Mobiliteitsmanagement via Zuid-Holland Bereikbaar De MRDH is mede-initiatiefnemer van Zuid-Holland Bereikbaar, een samenwerkings- en uitvoeringsorganisatie die de bereikbaarheid (acceptabele hinder) in de regio borgt gedurende de vele infrastructurele beheer-, onderhouds- en aanlegprojecten die in de komende decennia zijn gepland. Dat doen we door maatregelen die de mobiliteitstransitie ondersteunen met de ambitie voor duurzame gedragsverandering. Welke resultaten willen we bereiken? - Duurzame gedragsverandering van reizigers. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We geven Zuid-Holland Bereikbaar de opdracht om mobiliteitsmanagement in de regio uit te voeren, door onder meer bewust reisgedrag en reizen buiten de spits te stimuleren. We sturen op uitvoering van het meerjarige werkplan 2026-2030. - We nemen actief deel aan de klankbordgroep Mobiliteitsmanagement en aan de gebiedstafels. Vanuit de klankbordgroep mobiliteitsmanagement concretiseren we de aanpakken (werkgevers, logistiek en gedrag) om te komen tot optimaal gebruik van het beschikbare netwerk. Dit doen we door onder andere in te zetten op spitsspreiden en spitsmijden. In de gebiedstafels Zuid-Hollandse Eilanden en havengebied, Haaglanden inclusief Westland en Rotterdam en omgeving, bepalen we met de gebiedspartijen welke activiteiten uit de gebiedsprogramma's we uitvoeren.

Ov-concessies: Rail Rotterdam, Rail Haaglanden, Bus Rotterdam en omstreken, Bus Voorne-Putten en Rozenburg, Bus Haaglanden-Stad en Bus Haaglanden Streek en jaarlijkse vervoersplannen Via de ov-concessies en afgesproken jaarlijkse vervoerplannen kunnen wij de ov-maatregelen ‘op straatniveau’ invoeren. De MRDH verleent en managet de concessies voor het ov (per bus, tram en metro). We houden toezicht op de uitvoering en sturen op uitvoeringskwaliteit en reizigerstevredenheid. De vervoerders stellen jaarlijkse vervoerplannen op voor verbeteringen aan het ov en voeren de verbeteringen uit. De vervoerders doen voorstellen, conform de afgesloten concessies, en gemeenten adviseren vanuit lokaal perspectief op de vervoerplannen. De besluiten over de (randvoorwaarden voor de) concessies worden genomen in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. Vervolgens wordt een gedragen vervoerplan na consultatie van gemeenten en consumentenorganisaties goedgekeurd. Welke resultaten willen we bereiken?

20

-

Een verbeterd ov-systeem dat makkelijk en aantrekkelijk is voor de reiziger. En daarnaast een ov-systeem dat is afgestemd op lopen en fietsen en dat past in de buitenruimte.

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - In 2026 gunnen we de nieuwe Railconcessie na een inbestedingsprocedure aan de RET. Deze railconcessie geeft ook invulling aan de ambities en uitgangspunten van de nieuwe mobiliteitsvisie. Dit is ook het moment om nieuwe afspraken te maken over hoe vervoerders communiceren over de jaarlijkse vervoerplannen. Daarbij bekijken we welke participatieacties uit het Actieplan evaluatie MRDH eventueel ingezet kunnen worden bij het concessietraject. - Wij besluiten over een nieuw plan voor het busnet van de regio Rotterdam, dat we in de jaren daarna gaan uitvoeren. Het plan houdt rekening met vraagstukken zoals verstedelijking, toegankelijkheid, integratie met het stedelijke 30 km/u regime, maatwerkvervoer en nieuwe vormen van (toekomstige) publieke mobiliteit. Intensieve samenwerking met de betrokken gemeenten, de RET en andere stakeholders is daar een voorwaarde voor. - In 2026 organiseren we één of meerdere pilots waarbij de MRDH samen met een gemeente een publiek-publieke samenwerking aangaat om te werken aan een combinatie van flexibel ov en gemeentelijke vervoersdiensten. - In 2026 doorlopen we de procedure voor de vervoerplannen 2027. We geven opdracht aan de ov-bedrijven om deze vervoerplannen te maken. De gemeenten kunnen in het tweede kwartaal reageren op deze vervoerplannen.

In juli 2026 leggen we de vervoerplannen 2027 en de Nota van Reactie ter vaststelling voor aan de bestuurscommissie. Binnen de huidige afspraken wordt gekeken wat vervoerders aan extra communicatie over de vervoerplannen kunnen doen. - We monitoren de behaalde kwaliteitsscores en gerealiseerde percentages voor uitval en punctualiteit en bespreken deze in de concessie-overleggen met de ov-bedrijven. Waar nodig vragen we extra aandacht en inzet van de ov-bedrijven om verbeteringen te realiseren. - De MRDH start in 2025 met het uitvoeringsprogramma Toegankelijk ov 2024-2028. Hiervoor hebben wij van het Rijk financiële middelen toegekend gekregen. In het uitvoeringsprogramma staan de activiteiten voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer beschreven waarmee we de komende vier jaar aan de slag gaan. - Project ov-coach: de ov-coach richt zich op de inwoners voor wie het gebruik van ov en fiets niet vanzelfsprekend is, maar dit wel aan te leren is. Door de toegankelijkheid van het ov te verbeteren, vergroten we de betekenis van het ov-systeem voor alle doelgroepen binnen de publieke mobiliteit. De Vervoerregio Amsterdam werkt al enkele jaren met de methodiek van de ov-coach. In die regio wordt een hoge succesratio behaald: na deelname aan het programma blijft meer dan 90% van de deelnemers zelfstandig gebruikmaken van het reguliere ov.

De MRDH start in 2025 voor de komende drie jaren vanuit het uitvoeringsprogramma Toegankelijk ov 2024-2028 het project ov-coach in onze regio. Na de opstarting van het project ov-coach in 2025 zetten we in 2026 in op ‘regionale opschaling’. We streven ernaar dat meerdere gemeenten aan dit project deelnemen. Na 3 jaar staat het project financieel en organisatorisch op eigen benen en wordt het geheel gedragen door de inkoop van ov-coachtrajecten door de deelnemende gemeenten.

2.1.1.3 Opdracht 5: Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk De 21 gemeenten verbeteren de kwaliteit van het bestaande mobiliteitsnetwerk, inclusief de knooppunten van verschillende vervoerssystemen, zodat meer mensen het netwerk gebruiken en

21

hoger waarderen. Zo verbeteren we de bereikbaarheid van de metropoolregio vanuit kwalitatief oogpunt en benutten we het bestaande netwerk beter. Een robuust, betrouwbaar, veilig en samenhangend netwerk in de metropoolregio blijft noodzakelijk. In het bijzonder voor de Mainport en de Greenport. Het vrachtverkeer maakt immers gebruik van hetzelfde autonetwerk. De aankomende decennia worden grootschalige werkzaamheden uitgevoerd voor beheer en onderhoud van de infrastructuur. Dit is noodzakelijk om de kwaliteit van het huidige netwerk op orde te houden. Maar dit betekent structurele en aanzienlijke hinder als gevolg van verminderde capaciteit op het wegennetwerk. Daarom werken we met acht partners samen in Zuid-Holland Bereikbaar om de hinder te beperken en om duurzame gedragsverandering te realiseren (zie opdracht 3). Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid We werken vanuit de aanpak ‘Maak een punt van Nul’ aan het verminderen van het aantal slachtoffers in het verkeer. De vastgestelde verkeersveiligheidsagenda geeft een beeld van de risico’s van de infrastructuur, risico-gedragingen en risicogroepen in het verkeer. Hieruit is duidelijk waarop de komende jaren de focus ligt. De MRDH ondersteunt de individuele gemeenten met kennis, accountmanagement en financiële middelen bij de uitvoering van gedragsinterventies en infrastructurele maatregelen.

De MRDH is gesprekspartner van het Rijk over het nationale verkeersveiligheidsbeleid en diens inzet in nationale kaders en (financiële) middelen. Welke resultaten willen we bereiken? - De realisatie van circa 160 projecten voor de verbetering van de verkeersveiligheid van het regionale mobiliteitsnetwerk. - Een toename van het aantal deelnemende basisscholen aan SCHOOL op SEEF: van 33% naar 62%. - Een toename van het percentage deelnemende voortgezet onderwijsscholen aan TotallyTraffic van 38% naar 49%. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We voeren het programmamanagement op verkeerseducatie en voorlichting, om scholen deel te laten nemen aan programma's zoals SCHOOL op SEEF, TotallyTraffic en #IMPACT. We helpen gemeenten bij het uitvoeren van voorlichtingscampagnes, zoals AAN (fietsverlichting), Houdt rekening met elkaar en BoB. - We stimuleren gemeenten met de inzet van meer uitvoeringskracht, onder andere door MRDH support. Dit draagt bij aan het realiseren van de streefwaarden uit de Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid. - We rapporteren over de regionale ontwikkeling van de verkeersslachtoffers. Deze ontwikkeling wordt onder meer gebruikt om de prioriteiten te stellen in de jaarplannen van ons Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland en als het gaat om de inzet van gedragsmaatregelen.

- Voor de optimalisatie van verkeershandhaving voeren wij gesprekken met politie en gemeenten. Het streven is dat gemeenten verkeersveiligheid opnemen als onderwerp in het lokale integrale veiligheidsplan. Dit draagt bij aan het regionale doel om te komen tot nul verkeerslachtoffers. Daarnaast adviseren wij over het verbeteren van de samenwerking tussen gemeenten en politie. Op landelijk niveau agenderen we verkeershandhaving binnen de Bestuurlijke Afspraken rond het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. - We voeren minimaal één van de ontwikkelde voorlichtingscampagnes tijdens de campagneperiode van zes weken uit in de gehele regio, zoals: ''wij gaan weer naar school''. 22

-

We stimuleren gemeenten om activiteiten uit te voeren die de verkeersveiligheid vergroten, door kennisdeling in het MRDH-verkeersveiligheidsoverleg, subsidies en via de maandelijkse nieuwsbrief Verkeersveiligheid.

Autonetwerk en verkeersmanagement Om het bestaande wegennetwerk te optimaliseren, adviseren wij wegbeheerders bij infrastructurele ingrepen in het netwerk. Daarbij zoeken we naar aanvullende kansen, zoals fietsverbindingen en mobiliteitsoplossingen gericht op duurzame gedragsverandering. Bij de doorstromingsmaatregelen openbaar vervoer kijken we samen met de wegbeheerders waar bus en tram sneller door het netwerk kunnen rijden. We geven opdracht aan Zuid-Holland Bereikbaar voor het verkeersmanagement door de monitoring en informatievoorziening bij ongevallen. Dit doen wij om de programmering van beheer- en onderhoudsprojecten tijdig op elkaar af te stemmen. De MRDH is adviseur voor de wegbeheerders bij infrastructurele ingrepen en is medeinitiatiefnemer van Zuid-Holland Bereikbaar. Gemeenten, provincie Zuid-Holland en het Rijk (als wegbeheerders) zijn verantwoordelijk voor de realisatie van infrastructurele ingrepen en de afstemming van de wegwerkzaamheden met Zuid-Holland Bereikbaar als helpende schakel. Welke resultaten willen we bereiken? - Advisering bij infrastructurele ingrepen en subsidiering voor optimalisatie in het wegennetwerk door wegbeheerders. - Via Zuid-Holland Bereikbaar voeren we het verkeersmanagement uit en organiseren we afstemming rond de multimodale programmering werkzaamheden spoor & weg.

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We voeren een knelpuntenanalyse uit en analyseren de betrouwbaarheid en reistijd van het metropolitaan wegennet over het jaar 2025. - We stellen samen met de wegbeheerders vast of er knelpunten zijn op het metropolitane wegennet waarvoor maatregelen of vervolgonderzoeken nodig zijn voor een oplossing van de knelpunten. - We adviseren bij infrastructurele ingrepen van wegbeheerders door toetsing aan het regionale beleid (Strategische Agenda/mobiliteitsvisie) en het aanleveren van inhoudelijke kennis (verkeerskundig, verkeersdata/monitoring en verkeersmodel). - We werken samen met andere overheden aan een afgestemde planning en programmering van onderhoud en verkeersmanagement binnen uitvoeringsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar. - We beheren en ontwikkelen het verkeer- en vervoermodel zodat het actueel en beschikbaar is voor gebruik door gemeenten en de werkorganisatie. In 2026 werken we aan een grote update (V-MRDH 4.0), met daarin een actueel basisjaar en nieuwere netwerken. Programma Knooppunten De MRDH, stationbeheerders en gemeenten werken samen aan de kwaliteitsverbetering van bestaande knooppunten. Samen onderzochten en bepaalden we al welke knooppunten worden aangepakt. Vervolgens helpt de MRDH samen met betrokken partijen om de opgave uit te werken.

We bespreken de raakvlakken tussen modaliteiten onderling en met de ruimtelijke omgeving en verkennen de oplossingsrichtingen. Ook helpt de MRDH gemeenten en andere partijen met de planvorming en het opstellen van een zogenaamd startdocument. Daarnaast verstrekt de MRDH subsidie voor de verbetering van het ov-knooppunt. De gemeente (als wegbeheerder) of de stationbeheerder is verantwoordelijk voor de realisatie van de verbetering. 23

Welke resultaten willen we bereiken? - Circa achttien ov-knooppunten zijn verbeterd in 2026. De volgende knooppunten staan op de planning: Capelsebrug, Delft Campus, Den Haag Hoornwijck, Den Haag Ypenburg, Pijnacker Zuid, Nootdorp, Lansingerland Westpolder, Schiedam Vijfsluizen, Maassluis West, Rhoon, Poortugaal, Barendrecht, Zoetermeer Station, Schiedam Centrum, Den Haag Laan van NOI, Rotterdam Beurs, Rotterdam Alexander en Rijswijk Station. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Met gemeenten en vervoerders maken we afspraken over de verbetering van bovengenoemde ov-knooppunten en andere ov-knooppunten waar opgaven liggen. Daarbij gaat het om vijf aspecten: de lokale ontsluiting, fietsparkeren, P+R, kwaliteitsbeleving en fysieke ruimte voor deelmobiliteit. Gemeenten werken deze afspraken uit in een subsidieaanvraag en melden zich aan volgens het proces van kleine projecten. - We stellen een toekomstbeeld ketenmobiliteit op ov-knooppunten op als nadere uitwerking van de Mobiliteitsvisie. Ov-concessies, onderdeel assets Binnen de railconcessies HTM en RET maken wij afspraken over het beheer en onderhoud van de gehele portefeuille voor het financiële langeretermijnperspectief. Daarnaast maken we afspraken over de raakvakken met lopen, fietsen, deelmobiliteit, vervoer over water, kwaliteit buitenruimte en verkeersveiligheid.

We faciliteren verbeteringen aan het ov-netwerk door de komende jaren extra remisecapaciteit toe te voegen voor metro en tram, zowel in Den Haag als in Rotterdam en omstreken. Hierdoor is er voldoende ruimte om de nieuwe voertuigen te stallen en onderhouden (onder meer op de locaties GAVI Den Haag, ’s Gravenweg en Waalhaven-Zuid Rotterdam). Door de groei van ons ov-systeem neemt ook het aantal voertuigen toe. De MRDH verleent concessies voor het regionale ov en maakt financiële afspraken met HTM en RET over het benodigde beheer en onderhoud van de assets (inclusief remises) op basis van de kaders die de bestuurscommissie Vervoersautoriteit vaststelt. Welke resultaten willen we bereiken? - We geven de komende vier jaar opdracht voor beheer- en onderhoudsprojecten van het regionaal ov. - De concessiehouders breiden de komende jaren de remisecapaciteit uit voor metro en tram, zodat het ov verder kan groeien. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - De RET en HTM maken op basis van de geactualiseerde beheervisie uit 2025 en het 4jaarlijkse Strategische Asset Management Plan ieder jaar een Asset Management Plan. Hiermee geven de vervoerders aan hoe zij de voertuigen en rails gaan onderhouden en welke doelstellingen, projecten en plannen dat jaar prioriteit hebben. Deze asset managementplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan de MRDH die assetowner is.

- We monitoren en toetsen de uitvoering van de geprogrammeerde beheer- en onderhoudsplannen door de beheerders RET en HTM in 2026 en sturen waar nodig bij. De basis hiervoor is de Beheervisie en de hieruit voortvloeiende strategische assetmanagementplannen.

24

-

-

-

-

De MRDH voert haar wettelijke taak uit om spoorveiligheid te borgen op basis van het veiligheidskader dat de BcVa heeft vastgesteld. We spreken daarover met beheerders RET en HTM en met gemeenten die projecten uitvoeren aan en rondom tram- en metrospoor. Waar nodig maken we afspraken met gemeenten over de beheergrens rond de railinfrastructuur. In 2026 verwachten we meerdere beheerafspraken met gemeenten. Wij zetten de uitwerkingsfase voort en starten de realisatie van de metrowerkplaats Waalhaven-Zuid. De werkplaats maakt deel uit van het programma Metronet (opdracht 1). We coördineren de activiteiten van HTM en de gemeente Den Haag voor de planologische procedures, gericht op de realisatie van remise Guldenpad (voorheen GAVI-terrein Den Haag). Na het afgeven van de omgevingsvergunning door de gemeente Den Haag, verlenen wij op aanvraag van HTM in 2026 subsidie voor het realiseren van de remise. We beslissen over de vervanging van een substantieel deel van de tramvloot RET, waarbij we strategische eisen aan voertuigen stellen. Wij stellen de RET in staat om de nieuwe en extra metrovoertuigen te bestellen. De voertuigen maken deel uit van het programma Metronet (opdracht 1). Wij werken met de HTM en RET aan projecten om onze stroomnetwerken in te zetten bij het verminderen van netcongestie in onze regio.

In 2025 hebben wij daarvoor een energieorganisatie ingericht, die samenwerkt met de gemeenten, Stedin en vele andere partijen, waaronder de ministeries van Klimaat en Groene Groei en Infrastructuur en Waterstaat, ProRail en kennisinstellingen. Waar mogelijk helpen we bedrijven met koppelingen aan energyhubs, of publieke organisaties zoals wooncorporaties, onderwijs en zorg.

25

2.1.2 Wat gaat het kosten? Programma 1: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (euro's)

Voorlopige jaarrekening 2024

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2025*

2026

2027

2028

2029

Lasten: Beleid en programmering Verkeer

6.109.325

8.393.658

4.712.280

4.712.280

5.162.280

5.162.280

Openbaar vervoer

4.310.314

4.310.314

4.310.314

4.310.314

4.760.314

4.760.314

900.000

900.000

900.000

900.000

0

0

11.319.639

13.603.972

9.922.594

9.922.594

9.922.594

9.922.594

504.367.601

580.093.324

550.680.895

607.492.246

521.047.647

538.451.549

7.287.788

34.173.992

22.751.252

17.951.252

17.951.252

14.951.252

511.655.389

614.267.316

573.432.147

625.443.498

538.998.899

553.402.801

Subsidie CROW-KpVV Subtotaal Beleid en programmering Exploitatie openbaar vervoer Concessies Overig Subtotaal Exploitatie OV Apparaatslasten Directe kosten personeel

2.956.888

3.803.899

4.451.115

4.451.115

4.451.115

4.451.115

Subtotaal Apparaatslasten

2.956.888

3.803.899

4.451.115

4.451.115

4.451.115

4.451.115

Financiering Rente

14.830.174

20.846.020

25.509.932

28.209.887

29.557.245

29.289.533

Subtotaal Financiering

14.830.174

20.846.020

25.509.932

28.209.887

29.557.245

29.289.533

Vennootschapsbelasting Heffing vennootschapsbelasting

242

400

400

400

400

400

Subtotaal vennootschapsbelasting

242

400

400

400

400

400

540.762.332

652.521.608

613.316.188

668.027.494

582.930.253

597.066.443

Onttrekking fonds BDU

433.721.923

619.978.612

571.557.417

623.317.731

536.876.928

551.579.087

Rente

14.831.500

20.846.020

25.509.932

28.209.887

29.557.245

29.289.533

Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven

6.919.529

8.019.723

8.571.587

8.822.624

8.818.829

8.520.571

Overige inkomsten

91.289.380

7.677.252

7.677.252

7.677.252

7.677.252

7.677.252

Totaal baten

546.762.332

656.521.608

613.316.188

668.027.494

582.930.253

597.066.443

Saldo van baten en lasten

6.000.000

4.000.000

0

0

0

0

Toevoeging risicoreserve financiering

-6.000.000

-4.000.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten Baten:

Resultaat

* De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.

Toelichting financiën Beleid en programmering De hogere lasten in 2024 en 2025, vergeleken met de begroting 2026 voor Beleid en programmering Verkeer, worden volledig gedekt door incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU voor de rijksbijdrage voor de exploitatie van Zuid-Holland Bereikbaar (€ 2,45 miljoen in 2024 en € 3,68 miljoen in 2025). Vanaf 2026 blijft het totale budget voor Beleid en programmering gelijk. Het KpVV-programma (Kennisplatform Verkeer en Vervoer) ontwikkelt kennis over mobiliteit voor decentrale overheden en wordt uitgevoerd door CROW. Op basis van de subsidieaanvraag en de bijbehorende begroting en het jaarprogramma van CROW, kende de bestuurscommissie op 28 26

februari 2024 een subsidie toe van maximaal € 900.000 per jaar voor 2024-2027. Deze subsidie is onder voorbehoud voor de begroting van 2025-2027. Deze begrotingspostsubsidie van € 900.000 (50% verkeer en 50% openbaar vervoer) is vanaf begrotingsjaar 2024 als meerjarige begrotingspostsubsidie opgenomen als juridische titel voor deze subsidieverlening. Exploitatie openbaar vervoer - Concessies Hierna volgt een nadere specificatie van de bus- en railconcessies (€). 2025

2026

2027

2028

2029

Bus: Totaal OV Concessie Bus Rotterdam e.o. Totaal OV Concessie Haaglanden Stad Totaal OV Concessie Voorne Putten Rozenburg Totaal OV Concessie Haaglanden Streek Totaal busconcessies

48.097.680 46.868.462 63.373.143 41.823.607 77.476.641 44.639.183 24.358.730 24.268.389 24.266.863 24.211.950 21.568.782 18.649.266 17.690.196 17.500.095 14.523.025 38.552.775 37.154.531 34.080.404 32.875.859 32.658.466 152.858.420 127.030.989 139.412.132 116.466.424 148.870.082

Rail: Totaal OV Concessie RET Rail Totaal OV Concessie HTM Rail Totaal railconcessies

234.504.821 234.666.938 228.265.550 205.482.756 200.497.215 177.661.780 164.580.191 218.022.772 178.443.975 170.733.761 412.166.601 399.247.129 446.288.322 383.926.732 371.230.976

Overige concessie afspraken Totaal concessies

15.068.304 23.569.707 21.791.791 20.654.491 18.350.491 580.093.324 549.847.826 607.492.246 521.047.647 538.451.549

Bus De totale subsidie busconcessies is in 2026 € 25 miljoen lager dan in 2025. Het verschil bestaat uit de volgende posten.  De ov-concessie bus Rotterdam is € 1,2 miljoen lager begroot in 2026. Dit komt doordat de meerkosten voor de instroom ZE-bussen in 2025 lager zijn dan de stelposten in de bieding.  De ov-concessie Haaglanden Stad is € 20,3 miljoen lager begroot in 2026. Dit is een gevolg van de instroom van de ZE-bussen. In 2025 zijn er voor € 6,4 miljoen aan extra lasten vanwege directe kosten voor de aanschaf van de ZE-bussen, die niet kunnen worden geactiveerd en eenmalig worden gesubsidieerd. Daarnaast zijn de meerkosten voor de instroom van ZE-bussen in 2025 € 3,2 miljoen hoger dan de stelposten in de bieding. Verder maakt in de HTM in 2025 aanspraak op de 27,5% regeling voor € 10 miljoen. Het resterende verschil komt door een aantal kleinere verrekenposten voor 2025.  De ov-concessie Voorne-Putten en Rozenburg is € 2,1 miljoen lager begroot in 2026, omdat in 2025 meer meerwerk is begroot.  De ov-concessie Haaglanden Streek is € 1,4 miljoen lager begroot in 2026. Dit komt grotendeels door extra lasten door de verplaatsing van de busstallingslocatie voor EBS van de Telexstraat in Den Haag naar Poeldijk. De stijging van de ov-concessie bus Rotterdam in 2027 en 2029 wordt veroorzaakt door investeringen in de instroom van ZE-bussen en laadinfrastructuur.

Rail De totale subsidie voor railconcessies is € 12,9 miljoen lager begroot in 2026 dan in 2025. Het verschil bestaat uit de volgende posten.  De subsidie voor RET Rail is € 0,1 miljoen hoger begroot in 2026 dan in 2025. o In 2024 was de reservering voor het vangnet zoals afgesproken in het kader van de toekomstborging van het ov niet nodig, deze reservering van € 3,3 miljoen is doorgeschoven naar 2026.

27

o o

o

Hier tegenover staat een dalende exploitatiesubsidie met € 8,4 miljoen volgens de groeiafspraken en taakstelling voor sociale veiligheid. Binnen het asset budget is voor de aanpassingen aan Remise Waalhaven staat in 2026 € 10 miljoen meer aan kosten begroot dan in 2025. Daar tegenover staan voor € 5 miljoen kosten voor het naar voren halen van het vervangingsonderhoud van Hofplein naar 2025. Het resterende verschil heeft te maken met diverse kleinere mutaties binnen het exploitatie- en assetbudget.

De subsidie voor HTM Rail is in 2026 € 13,1 miljoen lager dan in 2025. o In 2025 is het budget voor sociale veiligheid € 3 miljoen hoger. Dit is doorgeschoven uit 2024 en blijft beschikbaar voor deze concessie in 2025. o Het resterende verschil heeft te maken met een fluctuatie in jarenschijven binnen het beschikbare assetbudget. Waarbij bijvoorbeeld in 2025 nog een toevoeging aan de risico reservering wordt gedaan en in 2026 niet.

Overige concessieafspraken Onder deze post zijn de volgende concessieafspraken opgenomen: de Parkshuttle, Personenvervoer over water, Regiotaxi, Maatwerkvervoer, de huur van de Telexstraat en de bijdrage in tarieven en chipkaartkosten. Deze posten zijn gedurende de begrotingsjaren vrij constant. Daarnaast bevat deze post de bijdragen aan vervoerders vanuit het Stimuleringsfonds en de groeigelden. De bestedingen dalen vanaf 2026, omdat de stimuleringsmaatregelen vooral in de beginjaren van de begrotingsperiode worden uitgevoerd. Exploitatie openbaar vervoer – Overig Deze post bestaat uit overige assetposten van ongeveer € 10 miljoen per jaar. De abriconcessie vormt hiervan een groot deel: € 6,7 miljoen per jaar. Daarnaast zijn enkele maatregelen uit het BcVa-besluit van december 2024 in deze post opgenomen. Dit besluit gaat over de financiële reservering van diverse ov-projecten, die niet direct binnen de bestaande lopende concessies vallen. Deze post fluctueert over de jaren heen. Vooral in 2025 wordt meer besteed als gevolg van investeringen in het kader van wettelijke taken binnen het ov. Apparaatslasten Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor dit programma, met uitzondering van de overheadfuncties. De stijging ten opzichte van de begroting 2025 heeft te maken met de verwachte cao-stijging en de toevoeging van formatie aan het programma.

Voorheen viel deze formatie onder overhead, maar wordt nu aan het programma toegerekend, in lijn met de Beleidsnota Overhead MRDH 2024. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Rente en marktconformiteitsopslag ov-bedrijven De verantwoorde rente en marktconformiteitsopslag voor ov-bedrijven betreft de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale ov-bedrijven HTM en de RET. Ook de financiering van bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH maakt hier deel van uit. De marktconformiteitsopslag wordt toegevoegd aan de risicoreserve financiering, totdat deze op het juiste niveau is. Zie verder hoofdstuk 4.3 paragraaf weerstandsvermogen. 28

Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor één van haar activiteiten een onderneming drijft. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten. Het uitgangspunt voor de berekening is een cost-plusmethode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Van deze waarde wordt 5% genomen om op een belastbaar resultaat uit te komen. Meerjarig wordt rekening gehouden met een bedrag van € 400. Zie ook hoofdstuk 3.3. Overige inkomsten Daarnaast is in 2025 € 14 miljoen opgenomen voor verwachte rente-inkomsten op de liquide middelen. Het resterende bedrag voor 2025 en latere jaren betreft hier voornamelijk de reclameopbrengsten uit haltevoorzieningen (abri’s).

29

2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Binnen de MRDH-begroting is de ambitie Verbeteren Bereikbaarheid uitgewerkt in twee programma’s: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1) en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Vanuit het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer volgen infrastructurele opgaven die, voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt, onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa 2026, zie bijlage 3 in deze begroting). De begroting voor het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer is gebaseerd op de opdrachten uit de Strategische Agenda om de bereikbaarheid te verbeteren. Het gaat voor dit programma om de volgende drie opdrachten. opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Bij elke opdracht zijn in de Strategische Agenda resultaten beschreven. Deze resultaten beschrijven wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken. De MRDH zet in op het efficiënte en effectieve gebruik van de beschikbare investeringsmiddelen.

Dit betekent dat we keuzes moeten maken en prioriteiten moeten stellen. Daarnaast zoeken we naar nieuwe of alternatieve financieringsvormen. Bij de aanleg van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Gemeenten, provincie, waterschappen, Rijkswaterstaat en ProRail zijn de beherende partijen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een belangrijke partner in de realisatie van projecten als cofinancier en in het ontwikkelen van nieuwe financierings- of bekostigingsmethoden. Afspraken over de rijksbijdragen aan infrastructuur worden jaarlijks gemaakt in het BO MIRT. Investeringsprogramma Vervoersautoriteit In het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2026 zijn alle infrastructuurprojecten en maatregelen samengebracht waar de MRDH een financiële bijdrage aan levert of gaat leveren. Het IPVa is opgesteld op basis van aanmeldingen van gemeenten, vervoersbedrijven en regiobrede programma’s voor bijvoorbeeld (metropolitane) fietsroutes, fietsparkeren en openbaar vervoer. De projecten, subsidies en studies zijn ingedeeld in grote en kleine projecten. De grens ligt bij € 5 miljoen aan subsidiabele kosten voor ov-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor de overige projecten.

Die overige projecten zijn ingedeeld in de categorieën fiets- en ketenmobiliteit (FKM), verkeersmanagement en wegenstructuur (VMWS) en verkeersveiligheid (VV). Voor de Kleine projecten is in 2026 € 30 miljoen beschikbaar gesteld. In het late voorjaar van 2025 worden gemeenten en andere partners gevraagd om projecten aan te melden voor 2026. Na toetsing worden deze ter goedkeuring aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit voorgelegd. De besluitvorming over die aanmeldingen is gepland voor december 2025.

30

2.2.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.2.1.1 Opdracht 1: investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) In het programma MoVe werken regionale partners (provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam en Den Haag en de MRDH) samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan de opgave om verstedelijking en mobiliteit in samenhang op te pakken. We bepalen samen met Rijk en regio welke investeringen op de middellange en lange termijn nodig zijn om de bereikbaarheid in de groeiende regio te garanderen. Hier dragen we financieel aan bij. Welke resultaten willen we bereiken? - De realisatie van viersporigheid bij Schiedam Centrum (emplacement). - De uitvoering van No Regret-maatregelen in de CID-Binckhorst voor de ontsluiting van de woningbouw. - De realisatie van fietsmaatregelen in het kader van Westland Greenport 3.0. - De realisatie van Schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV), zodat metro’s op het metronet vaker en sneller rijden. - De realisatie van Schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV): Gekoppeld Rijden RandstadRail.

- Met het programma Kleine projecten van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit willen we bijdragen aan de Versnellingsafspraken woningbouw en mobiliteit die het Rijk in 2022 met gemeenten heeft gemaakt. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Viersporigheid Emplacement: Door de uitloop van de werkzaamheden aan de viersporigheid Schiedam ronden we het project in 2026 financieel af met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincie Zuid-Holland. - Gemeente Leidschendam-Voorburg, gemeente Den Haag, het Rijk, de provincie en de MRDH werken aan No Regret-maatregelen in de CID-Binckhorst. In 2026 moeten de maatregelen uit het No Regret-pakket zijn gestart als die nog niet zijn uitgevoerd. Wij beogen dat het pakket en de bestuursovereenkomst daarna afgerond zijn. - Voor de Metropolitane Fietsroutes Westland-Delft en Den Haag HS-Westland werken de wegbeheerders in 2026 het schetsontwerp uit naar een definitief ontwerp. De verwachting is dat er in 2026 nog geen subsidies worden aangevraagd voor deze routes. - De RET, MRDH en gemeenten werken verder aan de realisatie van het programma Metronet. Met de projecten uit dit programma kunnen de frequenties op het metronet vanaf 2030 worden verhoogd. Dit vangt de verwachte groei van reizigers op ondersteunt de verstedelijking van het metronet.

Daarnaast werken we aan raakvlakdossiers van MOVV Metronet, zoals vervanging van de bestaande metrovoertuigen (opdracht 5) en de vernieuwing van metrowerkplaats Waalhaven-zuid (opdracht 5). - Na het realisatiebesluit in 2025 voor gekoppeld rijden werken MRDH, HTM en de gemeente Den Haag, in samenspraak met de gemeenten Zoetermeer en Leidschendam-Voorburg de infrastructurele maatregelen verder uit. Denk bijvoorbeeld aan het verlengen van haltes of het nemen van geluidsmaatregelen in 2026.

31

-

We bespreken met de gemeenten hun voorgenomen aanmeldingen voor het programma Kleine Projecten van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2027 en de mogelijkheden voor subsidiëring van projecten uit de Versnellingsafspraken. We beoordelen de subsidieaanvragen uit het programma 2026 en verlenen daarvoor subsidie. Voor het halen van de doelstelling zijn we afhankelijk van de initiatieven van de wegbeheerders.

Ov-ontwikkelprogramma’s In het vervoersgebied van de RET worden dossiers gerealiseerd, bijvoorbeeld het programma Toekomstvast Tramnet, het project Metronet, het plan busnet, project HOV Ridderkerk en diverse knooppunten en ov-doorstromingsprojecten. In het vervoersgebied van de HTM (OV Next) wordt de instroom van nieuwe stadstrams en een remise gerealiseerd, versnellingsprojecten voor het ov, knooppunten en het project gekoppeld rijden RandstadRail uitgevoerd. Beide programma’s dragen bij aan de verstedelijkingsopgave en versterken de samenwerking tussen de gemeenten, de MRDH en de vervoersbedrijven. Welke resultaten willen we bereiken? - De eerste maatregelen van het plan tramnet invoeren via de vervoerplannen 2025 en 2026. - Realisatie van HOV Ridderkerk met sneller en betrouwbaarder openbaar vervoer, inclusief de realisatie van een vrije busbaan voor lijn 70 Rotterdam-Zuid. - De grootschalige renovatie van het knooppunt Spijkenisse Centrum voor metro en bus, gericht op het vervullen van de groeiende regionale betekenis van dit knooppunt. - De realisatie van de instroom van de nieuwe Haagse stadstrams (programma INTHR). Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - De gemeente Ridderkerk past de infrastructuur in Ridderkerk aan met subsidie van de MRDH, zodat in 2027 R-net-bussen kunnen starten met rijden tussen Ridderkerk en Rotterdam.

Dat betekent een snellere verbinding, frequente lijnvoering, meer reiscomfort, meer betrouwbaarheid en uitstekende haltevoorzieningen. Dit verstevigt de mobiliteit en de positie en het beeld van het openbaar vervoer in de hele metropoolregio, maar vooral in de gemeente Ridderkerk. - In 2026 gaan we verder met de uitvoering van maatregelen van het Plan Toekomstvast Tramnet. Hieronder vallen de aanpassing van de lijnvoering en frequenties, en het verkorten van de reistijd met de tram. De implementatie loopt via het vervoerplan voor 2027. We werken samen met Rotterdam en RET aan een verkenning voor nieuw tramtracé naar Nieuw Kralingen. - We stellen het Plan Busnet Rotterdam vast en treffen de eerste voorbereidingen voor het uitvoeren van de maatregelen. - We ronden de verleende subsidiebeschikking en de reconstructie van het busstation Spijkenisse Centrum af. - Voor diverse projecten in het deelprogramma INTHR lijn 6 toetsen we het definitief ontwerp en verleent de MRDH een subsidie. - Voor de diverse projecten in het deelprogramma INTHR lijn 12 toetsen we het definitief ontwerp en verleent de MRDH een subsidie. - Het deelprogramma INTHR lijn 1, met uitzondering van het Haagse deel, is afgerond en wikkelt de MRDH financieel af. - Het test- en proefbedrijf van lijn 19 op de TU-Campus in Delft wordt afgerond. Naar verwachting zal medio 2026 de dienstregeling starten. 32

2.2.1.2 Opdracht 3: actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Programma Metropolitane Fietsroutes (MFR) Dit programma helpt bij het realiseren van hoogwaardige, regionale fietsroutes om het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer te stimuleren. Voor Metropolitane Fietsroutes helpen we de individuele gemeenten bij het opstellen van een voorkeurstracé, schetsontwerp en financiële raming voor de gehele route. De MRDH levert procesbegeleiding tot en met de samenwerkingsovereenkomst (inclusief planstudie) en verleent subsidie aan wegbeheerders. Wegbeheerders leggen de fietsroutes aan en zorgen voor het beheer en onderhoud van de fietsroutes. Welke resultaten willen we bereiken? - De realisatie van circa 100 km Metropolitane Fietsroutes tot en met 2026. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We volgen de voortgang van de planuitwerking en realisatie van de Metropolitane Fietsroutes vanuit onze rol als subsidieverlener. Dit geldt voor de Metropolitane Fietsroutes:  Zoetermeer-Rotterdam  Westland-Rotterdam  Delft-Rotterdam Alexander  Den Haag-Pijnacker  Westland-Delft  Westland-Den Haag HS  (Dordrecht) Ridderkerk-Rotterdam

Verbeterd ov-systeem De ov-maatregelen voeren we ‘op straatniveau’ uit via de ov-concessies en de daarbinnen afgesproken jaarlijkse vervoerplannen. We voeren aanpassingen van het ov-netwerk uit, waarbij we rekening houden met andere opgaven, zoals inrichting van de buitenruimte, omgevingshinder, 30-50 km/u, lopen, fietsen en verkeersveiligheid in de gemeenten. Welke resultaten willen we bereiken? - We werken een verbeterd ov-systeem uit binnen onze nieuwe mobiliteitsvisie, zodat het makkelijker en aantrekkelijk wordt voor de reiziger om het ov te gebruiken. Dit is een ovsysteem dat is afgestemd op lopen en fietsen en past in de buitenruimte. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We werken de vastgestelde mobiliteitsvisie uit in uitwerkingsplannen met aandacht voor brede welvaart, vanuit de relatie met ruimtelijke- en sociaal-economische opgaven. Dit gaat naar verwachting om (onderzoeks)plannen voor de bundeling van ontsluitend en vraagafhankelijk vervoer, HOV en mobiliteitsknooppunten. Op basis hiervan beginnen we met het maken van corridorafspraken met gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3811/documents/33759