2. 2025-033307 MRDH Verzoek zienswijze Ontwerpbegroting 2026.pdf
Tekst van het document
57
miljoen. Bij een worstcasescenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding verloren gaat, als hoog (90%) ingeschat. Hierdoor wordt de ondergrens voor risicoreserve vastgesteld op € 40 miljoen. Het verschil tussen de marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden gebruikt als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). Hierdoor daalt de daarvoor benodigde BDU-bijdrage. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve voor financieringen in cijfers uitgewerkt.
Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)
1.146.228.041
1.304.507.137
1.372.725.281
1.407.717.763
1.394.229.891
1.326.682.500
boekwaarde MVA HTM, RET en EBS
1.408.721.574
1.401.298.446
1.407.431.754
1.415.355.005
1.379.875.889
1.295.806.564
Economische waarde MVA (65% boekwaarde)
915.669.023
910.843.990
914.830.640
919.980.753
896.919.328
842.274.267
Dekkingstekort economische waarde versus financiering
230.559.018
393.663.147
457.894.641
487.737.010
497.310.563
484.408.233
Weging risico
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico
18.444.721
31.493.052
36.631.571
39.018.961
39.784.845
38.752.659
Netto/gewogen risico (ondergrens € 40 miljoen)
36.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief
30.000.000
36.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
40.000.000
In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar
6.919.529
8.019.723
8.571.587
8.822.624
8.818.829
8.520.571
Toevoeging opslag aan risicoreserve
6.000.000
4.000.000
0
0
0
0
Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie
0 919.529
0 4.019.723
0 8.571.587
0 8.822.624
0 8.818.829
0 8.520.571
* Ondergrens tot en met boekjaar 2023, cf. jaarrekening 2023: 30 miljoen
In 2025 wordt de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten bereikt. Er is dan geen dekkingstekort op de vereiste reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2025 geen toevoegingen aan de reserve nodig zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2026: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: Weerstandsvermogen ratio:
€ 40 miljoen € 40 miljoen 1 (voldoende)
Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij een onderneming drijft voor activiteiten. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 sloten de MRDH en de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plusmethode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen.
58
Kengetallen Voorlopgie jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Kengetal
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Netto schuldquote
158,7%
139,4%
161,3%
146,5%
161,3%
148,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-6,4%
-5,3%
-5,8%
-5,2%
-5,7%
-5,6%
Solvabiliteitsratio
2,3%
2,4%
2,4%
2,5%
2,4%
2,5%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
1,9%
1,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Begroting
De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ongeveer 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen.
Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten.
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Toekomstige investeringen worden gepland en begroot op basis van een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting en begrotingswijzigingen. Afschrijvingen
59
Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven over de volgende termijnen: a. maximaal tien jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal tien jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. vijf jaar: telefooninstallaties; d. drie jaar: automatiseringsapparatuur; e. tien jaar: kantoormeubilair; f. maximaal tien jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving van activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaf. Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van tien jaar. In 2017 is € 1,2 miljoen geïnvesteerd voor de verbouwing en herinrichting van dit pand.
In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen worden in tien jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en sloot daarvoor contracten af met gespecialiseerde marktpartijen. Kapitaallast Bedrijfsgebouw
2025 127.101
2026 127.101
2027 64.937
2028 3.350
2029 1.675
Overige materiële vaste activa De kantoorinventaris en ICT-hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 zonder kosten overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 legden we een nieuw datanetwerk aan en schaften we nieuw meubilair aan voor een totaalbedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Dit gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplekhardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (inclusief projectadministratie en verdere digitalisering van werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren investeren we opnieuw in ICT voor nieuwe werkplekken (beeldschermen en dockingstations) en in betere vergaderfaciliteiten. Investeringen in kantoormeubilair worden in tien jaar afgeschreven, ICT-hardware in drie jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in zeven jaar. De MRDH is zelf
60
verantwoordelijk voor het onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 investeerden we in meubilair en het terras. In 2022 investeerden we, in het kader van ‘Het Nieuwe Werken’, in kantoormeubilair en vergaderfaciliteiten. In 2023 investeerde we in nieuwe koffiemachines. In 2024 zijn er diverse veiligheidsmaatregelen geïmplementeerd. Deze maatregelen zijn als één bedrag geactiveerd. Investering Meubilair ICT
Investeringsbedrag 45.000 45.000
2025 45.000 45.000
2026
2027
2028
2029
-
-
-
-
Kapitaallast ICT
2025 50.175
2026 57.675
2027 36.338
2028 14.667
2029 -
Kapitaallast Overige materiële vaste activa
2025 69.756
2026 72.006
2027 57.532
2028 38.573
2029 25.137
Haltevoorzieningen Volgens de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zogenaamde abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen en het beheer en onderhoud zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten. De MRDH heeft hiervoor zelfstandig een contract aanbesteed. Het beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De haltevoorzieningen zijn per 31 december 2021 volledig afgeschreven. Gronden De MRDH bezit diverse percelen grond of heeft daarop een recht van opstal gevestigd voor de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen:
Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432
Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan
Eigenaar Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk MRDH Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH MRDH Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk St. Medisch Centrum Haaglanden
Gerechtigde MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) geen MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) geen geen MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (erfpacht)
Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer
Er zijn geen financiële verplichtingen voor deze gronden.
61
4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, stuurt vijf managers aan en managet zelf het bureau Interne Dienstverlening. De salarislasten van de secretarisalgemeen directeur wordt op dezelfde manier verdeeld als de salarislasten van alle andere staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 18% worden bekostigd uit de inwonerbijdrage EV en voor 82% worden bekostigd uit de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. Twee managers zijn verantwoordelijk en geven dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer. De twee afdelingen tellen gezamenlijk 52 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU. Het aantal fte in de begroting 2026 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2025. Afdeling Economisch Vestigingsklimaat (EV) De manager EV is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding en de uitvoering van het programma Economisch Vestigingsklimaat. Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2025. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. 62
Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID). De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties van HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 32,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2026 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2025. De salarissen van de medewerkers komen voor 18% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 82% ten laste van de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 3,00 (prijspeil 2026) wordt in lijn met de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2026) maximaal € 1,22 (prijspeil 2026) ingezet voor apparaatslasten. De werkelijke begroting voor apparaatslasten bedraagt in 2026 € 2.914.367 (zie tabel kostenverdeling hierna), dat is € 1,17 per inwoner (voor aantal inwoners zie hoofdstuk 7). Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die de Cao Gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam) De huidige cao betreft de periode tot en met 31 maart 2025.
Voor het jaar 2026 houden we rekening met een loonstijging van 2,1%. Dit percentage is gebaseerd op de Loonvoet sector overheid uit de MEV2025-publicatie van het CPB die in september 2024 is verschenen en is opgenomen in de Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen. Naast deze indexering voert de MRDH ook nog een correctie door van -0,2% over voorgaand jaar (2025). In de begroting 2025 was rekening gehouden met een indexatie van 4,9%, maar de MEV 2025 geeft voor 2025 een indexpercentage Loonvoet sector overheid van 4,7%. Onderstaande tabel bevat de begrote personele formatie en de salariskosten die daaraan verbonden zijn (inclusief sociale lasten).
Onderdeel
fte's 2025
fte's 2026
Begroting 2026 (euro’s)
Secretaris-algemeen directeur
1,0
1,0
238.226
Bureaus BFC, BSB en BID
32,6
32,6
3.810.983
Afdeling Verkeer
26,0
26,0
3.183.929
Afdeling Openbaar Vervoer
26,0
26,0
3.174.089
Economisch Vestigingsklimaat
10,0
10,0
1.433.307
Totalen
95,6
95,6
11.840.534
* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten
In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten.
63
De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (zoals ondersteuning, advies en opleidingen), financiën (zoals accountantskosten), facilitair (zoals huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (zoals licenties voor het document-managementsysteem), communicatie (zoals de kosten voor de website), bestuurszaken (zoals vergaderkosten, bekendmakingen, besluiten) en juridische zaken (zoals juridisch advies, bezwaar en beroepskosten). Informatiemanagement De komende jaren staat de implementatie en uitvoering van informatiebeveiliging centraal binnen het IT-team van de MRDH. Deze prioriteit volgt uit de naderende wet- en regelgeving rondom informatiebeveiliging (NIS2/BIO2). Uit het archiefinspectierapport blijkt dat de MRDH op dit gebied achterloopt. De organisatie erkent deze constatering. Om dit te verbeteren, onderzoeken we in 2025 of het mogelijk is formatieruimte vrij te maken voor de vaste aanstelling van een CISO (Chief Information Security Officer). Het doel is om in 2026 grotendeels te voldoen aan de eisen van de BIO2. Naast deze focus op informatiebeveiliging blijven de lopende IT-projecten doorgaan. De informatiemanager voert deze projecten voornamelijk uit. Hieronder volgt de planning voor 2026.
Informatiebeveiliging, AVG en informatiebeheer Op basis van de BIO2 worden beleid en maatregelen ontwikkeld en geïmplementeerd, waaronder: Het ontwikkelen en actueel houden van een informatiebeveiligingsbeleid. Het vaststellen van rollen, verantwoordelijkheden en toegangsrechten. Het uitvoeren van risicoanalyses en het implementeren van bijbehorende maatregelen. Het opstellen van een ISMS (Information Security Management System) volgens de PlanDo-Check-Act-cyclus. Het opzetten van een Incident Response Plan (IRP). Het implementeren van Business Continuity Management (BCM). Het vergroten van bewustzijn bij medewerkers en managers over informatiebeveiliging. In 2024 heeft de archiefinspectie een rapport uitgebracht met aanbevelingen. Deze aanbevelingen worden in de komende periode opgepakt, om deze in 2026 af te ronden en bij de volgende inspectie in datzelfde jaar een betere beoordeling te behalen. Daarnaast wordt het informatiebeheerplan (IBP) geactualiseerd en breed bekendgemaakt binnen de organisatie. Dit plan is de leidraad voor het informatiebeheer binnen de MRDH. 64
IT-projecten Migratie naar SharePoint en Visiedosis De migratie naar SharePoint en Visiedosis wordt in 2025 afgerond. Dit houdt in dat de MRDH volledig overstapt naar werken in SharePoint en het archiveren van documenten in Visiedosis. Het oude documentmanagementsysteem E-docs blijft op de achtergrond functioneren, maar wordt niet langer actief gebruikt. In 2026 wordt de nieuwe werkwijze geëvalueerd, inclusief de structuren in SharePoint en het archiveringsproces in Visiedosis.
Digitaliseren van het besluitvormingsproces Vanwege de uitloop van het SharePoint-project is de start van het project voor het digitaliseren van het besluitvormingsproces uitgesteld naar 2025. Het doel is om in 2026 het besluitvormingsproces volledig gedigitaliseerd te hebben.
Digitale handtekening Als onderdeel van het digitaliseren van het besluitvormingsproces wordt ook de implementatie van de digitale handtekening verder uitgebreid. De bovengenoemde projecten vormen gezamenlijk de basis voor het volledig digitaal werken van de MRDH, wat gepland staat na de afronding van deze projecten.
Implementatie van een CRM-systeem Met het oog op netwerkvorming wordt in 2025 een pilot uitgevoerd voor de implementatie van een CRM-systeem. Deze pilot wordt in 2026 geëvalueerd. Bij positieve resultaten zal het CRM-systeem in 2026 verder worden uitgerold.
4.6 Paragraaf Wet open overheid (Woo) Zoals de Wet open overheid vereist maakt de MRDH veel documenten al actief openbaar. Dit betreft: Agenda’s Vergaderstukken van alle openbare vergaderingen van de bestuursorganen Vergaderverslagen Besluitenlijsten van alle vergaderingen van de bestuursorganen (Bc’s, Ac’s, DB, AB) Beleidsstukken en reglementen Persberichten Overige relevante documenten Verder komt er een toenemend aantal verzoeken met betrekking tot de Woo binnen bij de MRDH. Dit betreft: Woo-verzoeken gericht aan de MRDH; zienswijzeverzoeken, waarbij het Woo-verzoek is gericht aan een andere overheid. Deze overheid verzoekt de MRDH dan om een zienswijze op stukken waarbij de MRDH betrokken is. Om efficiënter te kunnen reageren op Woo-verzoeken heeft de MRDH een digitaal programma in gebruik genomen, dat het weglakken van bepaalde stukken (bijvoorbeeld in verband met privacy) vergemakkelijkt. Na de invoering van het nieuwe archiefsysteem in 2025, staat 2026 in het teken van het opstellen van een actieplan voor uitgebreidere actieve openbaarmaking van stukken van de MRDH vanaf 2015.
65
4.7 Subsidies Op grond van de Financiële verordening van de MRDH geven we in deze paragraaf een overzicht van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen. Deze subsidies zijn niet op grond van een bestaande verordening verleend. De Subsidieverordening Vervoersautoriteit bevat de spelregels voor subsidieverlening binnen de MRDH. Vrijwel alle subsidies binnen de MRDH worden op grond van deze verordening verstrekt. Er zijn enkele uitzonderingen op deze regel. Voor zover subsidieaanvragen niet op basis van de genoemde subsidieverordening worden gehonoreerd, baseert de MRDH zich bij de besluitvorming op de bepalingen rondom subsidieverlening in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Die wet biedt de volgende mogelijkheden voor subsidieverlening buiten de subsidieverordening (Awb 4:23): lid 3 onderdeel c: indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of; lid 3 onderdeel d: in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt. In het eerste geval wordt ook wel gesproken van een begrotingspostsubsidie, in het tweede geval van een incidentele subsidie. Voor de begroting 2026 worden de volgende subsidies begroot: Soort subsidie
Begrotingsprogramma Begunstigde
Begrotingspostsubsidie Exploitatie verkeer en meerjarig openbaar vervoer
Begrotingspostsubsidie Economisch meerjarig Vestigingsklimaat
Begrotingspostsubsidie Economisch meerjarig Vestigingsklimaat
Bedrag 2026 (€) toelichting Subsidie voor het uitvoeren van het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV). Het KpWprogramma is gericht op het ondersteunen van de gezamenlijke decentrale overheden bij het ontwikkelen en realiseren van hun integrale verkeers- en vervoerbeleid door middel van kennisproducten en het organiseren van netwerken. Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Vervoersautoriteit een meerjarige subsidie verleend voor de periode CROW 900.000 2024 tot en met 2027. InnovationQuarter is sinds de oprichting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) een belangrijke partner in het realiseren van doelstellingen van de MRDH als het gaat om versterking van het Economisch Vestigingsklimaat en het innovatie-ecosysteem. De afgelopen jaren heeft de MRDH jaarlijks subsidie verleend aan InnovationQuarter op de onderwerpen Innoveren, Investor Relations en het Secretariaat van de Economic Board ZuidHolland (EBZ). Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat een meerjarige subsidie verleend aan InnovationQuarter voor de jaren 2024 tot en met 2026 met een begrotingsvoorbehoud voor de jaren 2025 en 2026 en een voorbehoud voor goedkeuring van een indexering van 3,7% voor de jaren 2025 en 2026 via vaststelling van de MRDH begroting door het algemeen bestuur.
De subsidie wordt verleend voor de activiteiten die IQ jaarlijks middels een activiteitenlijst ter goedkeuring voorlegt aan de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat. De jaarschijf 2026 bevat geen indexering en is gelijk gebleven ten opzichte van de subsidie voor het jaar 2025. Reden voor het niet indexeren is de korting op de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat voor InnovationQuarter 1.022.566 het jaar 2026 waaruit deze subsidie wordt bekostigd. Het algemeen bestuur verleende op 4 april 2025 een meerjarige begrotingspost subsidie aan YES!Delft voor de periode januari 2025 tot en met december 2026 van € 250.000 per jaar. Het betreft een exploitatiesubsidie van 10% van de exploitatiebegroting tot een maximum van € 250.000 per jaar ter ondersteuning van de kernactiviteiten van YES!Delft en om YES!Delft de mogelijkheid te bieden om alternatieve financiering te onderzoeken en daar YES!Delft 250.000 waar mogelijk te realiseren.
Het algemeen bestuur verstrekt voor het verlenen en vaststellen van deze subsidies een mandaat aan de betreffende bestuurscommissies. Dit mandaatbesluit maakt integraal onderdeel uit van deze begroting.
66
Hoofdstuk 5
FINANCIËLE BEGROTING 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord.
Programmabegroting 2026
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(euro's)
2024
2025*
2026
2027
2028
2029
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
540.762.332
652.521.608
613.316.188
668.027.494
582.930.253
597.066.443
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
86.188.062
169.914.357
144.123.246
193.959.358
192.830.313
202.659.793
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.108.569
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
Overhead
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
0
0
0
0
0
0
639.940.242
836.692.417
771.012.741
875.560.159
789.283.873
813.249.543
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
546.762.332
656.521.608
613.316.188
668.027.494
582.930.253
597.066.443
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
86.188.061
169.914.357
144.123.246
193.959.358
192.830.313
202.659.793
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.721.625
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
Totaal
646.553.297
840.692.418
771.012.741
875.560.159
789.283.873
813.249.543
6.613.055
4.000.000
0
0
0
0
Lasten per programma
Onvoorzien Totaal Baten per programma
Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
218.650
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-6.000.000
-4.000.000
0
0
0
0
Resultaat
831.705
0
0
0
0
0
* . De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.
Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar verwijzen we naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen 20242029).
67
Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren:
Begroting 2026 per taakveld
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(euro's)
2024*
2025*
2026
2027
2028
2029
Lasten per taak veld 2.1 Verkeer en vervoer
34.669.943
74.408.543
63.876.357
96.575.873
92.634.060
79.489.555
2.5 Openbaar vervoer
577.450.035
727.181.001
668.052.744
737.200.692
653.568.861
690.946.748
0.5 Treasury
14.830.174
20.846.020
25.509.932
28.209.887
29.557.245
29.289.533
3.1 Economische ontwikkeling
5.108.569
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
0.4 Overhead
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
242
400
400
400
400
400
639.940.242
836.692.417
771.012.741
875.560.159
789.283.873
813.249.543
0.9 Vennootschapbelasting (Vpb) Totaal Baten per taak veld 2.1 Verkeer en vervoer
30.561.159
74.408.543
63.876.357
96.575.873
92.634.060
79.489.555
2.5 Openbaar vervoer
560.094.283
723.161.678
659.481.557
728.378.467
644.750.433
682.426.577
0.5 Treasury
42.294.951
28.865.744
34.081.520
37.032.512
38.376.073
37.810.104
3.1 Economische ontwikkeling
5.721.625
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
Totaal
646.553.297
840.692.418
771.012.741
875.560.159
789.283.873
813.249.543
6.613.056
4.000.000
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
218.650
0
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-6.000.000
-4.000.000
0
0
0
0
Resultaat
831.706
0
0
0
0
0
* De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is. Dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materiële evenwicht van de begroting. Onder incidentele baten en lasten verstaan we onder meer de volgende posten: stortingen in en onttrekkingen aan reserves; bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 van de commissie BBV en de Handreiking 2021: verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten. Deze komt van de toezichthoudende provincies, waaronder de provincie Zuid-Holland. De grootste geldstroom, de Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt, zijn daarmee ook structurele lasten. Met ingang van het begrotingsjaar 2024 worden de incidentele toevoegingen door het Rijk aan de BDU als structureel gekenmerkt, omdat ze niet van invloed zijn op het structurele begrotingssaldo (baten = lasten). Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel gekenmerkt.
De volgende tabel geeft voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weer.
68
Voorlopige jaarrekening
Incidentele baten en lasten (euro's)
Begroting 2025
2024
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Incidentele lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer
21.509.061
4.000.000
0
0
0
2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
1.585.982
2.189.008
2.120.983
977.591
0
0
3. Economisch Vestigingsklimaat
0
0
0
0
0
0
Overhead
0
0
0
0
0
0
23.095.043
6.189.008
2.120.983
977.591
0
0
0
Totaal
0
Incidentele baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer
15.509.061
0
0
0
0
2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
1.585.982
2.189.008
2.120.983
977.591
0
0
3. Economisch Vestigingsklimaat
218.650
0
0
0
0
0
Overhead
36.871
0
0
0
0
0
17.350.564
2.189.008
2.120.983
977.591
0
0
5.744.479
4.000.000
0
0
0
0
Totaal Saldo van incidentele baten en lasten
Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen. Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU (een incidentele baat). Zoals hiervoor aangegeven worden vanaf het begrotingsjaar 2024 deze incidentele toevoegingen als structureel gekenmerkt en komen deze niet meer terug in het overzicht.
Specificatie Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(euro's)
2024
2025
2026
2027
2028
Toevoeging aan risicoreserve financieringen Bijdragen derden aan onderzoek verkeer en openbaar vervoer Subsidie SOV-herijkingscompensatie Totaal
Begroting 2029
6.000.000
4.000.000
0
0
0
273.874
0
0
0
0
0 0
15.235.187
0
0
0
0
0
21.509.061
4.000.000
0
0
0
0
Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU. Zoals hiervoor aangegeven worden vanaf het begrotingsjaar 2024 deze incidentele toevoegingen als structureel aangemerkt en komen deze niet meer terug in het overzicht. Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Dit zijn middelen die in twee tranches door het Rijk ter beschikking zijn gesteld en waarvoor de maatregelen uiterlijk in 2027 moeten zijn uitgevoerd. Specificatie Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(euro's)
2024
2025
2026
2027
2028
Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen Incidentele bijdragen derden Totaal
Begroting 2029
1.585.982
2.189.008
2.120.983
977.591
0
0
37.570
0
0
0
0
0
1.585.982
2.189.008
2.120.983
977.591
0
0
Economisch Vestigingsklimaat Met ingang van het begrotingsjaar 2022 moet de MRDH, op basis van de Handreiking 2021 van de toezichthoudende provincies, de mutaties in alle reserves als incidentele baten en lasten verantwoorden. Dat betreft hier de onttrekking aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat. Het betreft voor 2024 de onttrekking aan het vrije deel binnen de reserve zodat
69
dit in 2024 kon worden ingezet voor projecten en opdrachten op het gebied van de Strategische Agenda (Toekomstbestendige economie stimuleren en Vernieuwen van werklocaties). De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren volgens een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn. Presentatie van het structureel begrotingssaldo
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(euro's)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Saldo baten en lasten
6.613.055
4.000.000
0
0
0
0
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
-5.781.350
-4.000.000
0
0
0
0
831.705
0
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
5.744.479
4.000.000
0
0
0
0
Structureel begrotingssaldo
6.576.184
4.000.000
0
0
0
0
Begrotingssaldo
Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is. 5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2026 is opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en berekend volgens de percentages van de Financiële verordening. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single information, Single audit op basis van het baten- en lastenstelsel. Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering ov-bedrijven Eind 2016 besloot de MRDH om de financiering van activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Dit doet de MRDH voor zover de samenhangende kapitaallasten via de railconcessie worden vergoed. Hiervoor zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam.
Na de opbouw van de nodige risicoreserve blijven hierdoor structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Op 10 februari 2025 heeft het algemeen bestuur van de MRDH de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH vastgesteld en is de Verordening bussenleningen ingetrokken. In de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH is het nu ook mogelijk voor vervoerbedrijven om naast leningen voor zero-emissiebussen en bijbehorende laadinfrastructuur leningen aan te trekken voor de financiering van strategische busstallingslocaties. De financiële gevolgen hiervan worden toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
70
Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer voldoen aan de wettelijke vereisten. Dit betekent dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De begroting 2026 laat geen overbestedingstekorten zien. Hiermee voldoet de begroting aan het genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Geprognosticeerde balanscijfers ACTIVA
Vaste activa (art. 33) Materiële vaste activa (art. 35) Investeringen met economisch nut
Voorlopige jaarrekening 31-12-2024
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
702.255 702.255
414.099 414.099
182.224 182.224
84.978 84.978
47.437 47.437
28.649 28.649
Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen
1.067.709.055 1.001 1.067.708.054
1.216.508.138 1.001 1.216.507.137
1.288.726.282 1.001 1.288.725.281
1.327.718.764 1.001 1.327.717.763
1.318.230.892 1.001 1.318.229.891
1.254.683.501 1.001 1.254.682.500
Totaal vaste activa
1.068.411.310
1.216.922.237
1.288.908.506
1.327.803.742
1.318.278.329
1.254.712.150
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39)
673.387.024
608.026.261
592.998.324
475.230.569
561.822.826
506.115.689
Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
40.021.824 0 628.229.817 5.135.383
47.500.000 0 558.526.261 2.000.000
47.500.000 0 543.498.324 2.000.000
47.500.000 0 425.730.569 2.000.000
47.500.000 0 512.322.826 2.000.000
47.500.000 0 456.615.689 2.000.000
50.148 50.148
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
52.793.533
26.000.000
26.000.000
26.000.000
26.000.000
26.000.000
27.079.898
6.000.000
6.000.000
6.000.000
6.000.000
6.000.000
25.713.635
20.000.000
20.000.000
20.000.000
20.000.000
20.000.000
726.230.705
634.076.261
619.048.324
501.280.569
587.872.826
532.165.689
1.794.642.015
1.850.998.498
1.907.956.830
1.829.084.311
1.906.151.156
1.786.877.840
Vlottende activa (art. 37)
Liquide middelen (art. 40) Banksaldi
Overlopende activa (art. 40a) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa Totaal activa
71
Voorlopige jaarrekening 31-12-2024
PASSIVA
Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
42.034.603 0 41.202.899 831.704
45.202.898 0 45.202.898 0
45.202.898 0 45.202.898 0
45.202.898 0 45.202.898 0
45.202.898 0 45.202.898 0
45.202.898 0 45.202.898 0
1.068.480.636 1.067.699.386 781.250 1.110.515.239
1.216.507.137 1.216.507.137
1.288.725.281 1.288.725.281
1.327.717.763 1.327.717.763
1.318.229.891 1.318.229.891
1.254.682.500 1.254.682.500
1.261.710.035
1.333.928.179
1.372.920.661
1.363.432.789
1.299.885.398
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48)
36.452.828
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
Overige schulden
36.452.828
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
647.673.947
552.288.463
537.028.651
419.163.650
505.718.367
449.992.441
125.999.765
118.017.589
117.785.714
117.688.468
235.418.683
235.399.895
501.974.430
432.270.874
417.242.937
299.475.182
268.299.684
212.592.546
19.699.752
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
684.126.775
589.288.463
574.028.651
456.163.650
542.718.367
486.992.441
1.794.642.015
1.850.998.498
1.907.956.830
1.829.084.311
1.906.151.156
1.786.877.839
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal vaste passiva Vlottende passiva (art. 47)
(storting plus, ontrekking min) Overlopende passiva (art. 49) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
Totaal vlottende passiva Totaal passiva
EMU-saldo Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
6.613.055
4.000.000
0
0
0
0
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
220.245
237.282
237.282
139.306
37.423
22.312
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
-78.242
-43.000
0
0
0
0
6.755.058
4.194.282
237.282
139.306
37.423
22.312
EMU saldo (euro's) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
Berekend EMU-saldo
Begroting 2029
Voor de begrotingsperiode worden geen negatieve EMU-saldi begroot. Dat betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, lager is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting, maar dat is nu ook niet het geval. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat er inzicht wordt gegeven in de jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. Sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget worden de verschuldigde bedragen voor vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar waarin zij verschuldigd zijn. Sinds 2022 biedt de cao de mogelijkheid om verlof te sparen. Vanwege het geringe bedrag worden er vooralsnog geen voorzieningen opgenomen. Bij het opstellen van deze begroting 2026 waren er geen afspraken of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- of afvloeiingsuitkeringen in 2026. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen behalve door hogere premies.
Investeringen Een overzicht van de waardering en het onderhoud bestaande en toekomstige materiële vaste activa is te vinden in hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen).
72
Financiering Een uitgebreide toelichting hierover staat in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2024 t/m 2029 staat in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen).
73
Hoofdstuk 6
STAAT VAN RESERVES EN FONDSEN 2024-2029 Raming saldo 31-12-2024
Raming toevoeging 2025
Raming onttrekking 2025
0 5.202.898 36.000.000 41.202.898 0
0 0 4.000.000 4.000.000
0 0 0 0
Fondsen BDU Subtotaal fondsen
501.974.430 501.861.929
724.607.800 724.607.800
TOTAAL-GENERAAL
543.064.827
728.607.800
Omschrijving Reserves Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen Subtotaal reserves
Raming onttrekking 2026
0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0
794.311.356 794.311.356
432.270.874 432.158.373
704.588.434 704.588.434
719.616.371 719.616.371
417.242.937 417.130.436
794.311.356
477.361.271
704.588.434
719.616.371
462.333.334
Raming onttrekking 2027
0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Fondsen BDU Subtotaal fondsen
417.242.937 417.130.436
704.588.434 704.588.434
TOTAAL-GENERAAL
462.333.334
704.588.434
Reserves Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen Subtotaal reserves
Raming saldo 31-12-2026
Raming toevoeging 2026
Raming toevoeging 2027
Omschrijving
Raming saldo 31-12-2027
Raming saldo 31-12-2025
Raming saldo 31-12-2026
Raming toevoeging 2028
Raming onttrekking 2028
Raming saldo 31-12-2028
Raming toevoeging 2029
Raming onttrekking 2029
Raming saldo 31-12-2029
0 0 0 0
0 0 0 0
0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0
822.356.189 822.356.189
299.475.182 704.588.434 735.763.932 299.362.681 704.588.434 735.763.932
268.299.684 268.187.183
704.588.434 704.588.434
760.295.571 760.295.571
212.592.546 212.480.045
822.356.189
344.565.579
313.390.081
704.588.434
760.295.571
257.682.943
0 5.202.898 40.000.000 45.202.898 0
704.588.434
735.763.932
74
Toelichting staat van reserves en fondsen Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten per jaareinde, op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH. Risicoreserve financieringen Meer informatie over de opbouw van deze reserve en het geraamde verloop daarvan staat in hoofdstuk 4.3 (paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds worden toegelicht in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen hebben betrekking op de BDU-bijdragen aan de exploitatie in twee programma’s: Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer). Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats om de kosten voor de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer te dekken (zie hiervoor hoofdstuk 3.2).
75
Hoofdstuk 7
INWONERBIJDRAGEN PER GEMEENTE Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2026 een bijdrage voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel staan de bijdragen per gemeente.
Gemeente
Aantal inwoners 1 januari 2025 (*)
Bijdrage per inwoner
Totaal inwonerbijdrage 2026
Albrandswaard
26.710
3,00
80.130
Barendrecht
48.568
3,00
145.704
Capelle aan den IJssel
68.673
3,00
206.019
Delft
110.224
3,00
330.672
Den Haag
568.419
3,00
1.705.257
Krimpen aan den IJssel
29.782
3,00
89.346
Lansingerland
66.093
3,00
198.279
Leidschendam-Voorburg
78.309
3,00
234.927
Maassluis
36.437
3,00
109.311
Midden-Delfland
19.422
3,00
58.266
Nissewaard
88.355
3,00
265.065
Pijnacker-Nootdorp
58.120
3,00
174.360
Ridderkerk
48.011
3,00
144.033
Rijswijk (ZH.)
60.710
3,00
182.130
Rotterdam
672.330
3,00
2.016.990
Schiedam
82.559
3,00
247.677
Vlaardingen
77.234
3,00
231.702
Voorne aan Zee
74.544
3,00
223.632
Wassenaar
27.534
3,00
82.602
Westland
116.897
3,00
350.691
Zoetermeer
129.941
3,00
389.823
Totaal
2.488.872
7.466.616
(*) bron: CBS StatLine info van 1-4-2025.
De inwonerbijdrage daalt ten opzichte van de Begroting 2025 met € 0,07 per inwoner (volgens Kadernota MRDH begroting 2026) naar € 3,00 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2026 € 7.466.616 en wordt voor € 6.137.098 verantwoord als baten voor de dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt er voor de dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1.329.518 ingezet.
76
Hoofdstuk 8
BESLUIT Het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag; gelet op artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 12 september 2025; besluit: -
-
-
de begroting 2026 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2027-2029; de bestuurscommissie Vervoersautoriteit te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer; de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Economisch vestigingsklimaat.
Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 12 september 2025
de secretaris,
de voorzitter,
77