2. 2025-033307 MRDH Verzoek zienswijze Ontwerpbegroting 2026.pdf
Tekst van het document
a
.{,i'í,'fiË'ffi&ffr""
!a-a t.oe a
a
:i':ill.'j.-'."
ro...:."
METROPOOTREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
Postbus 21012 3001 AA Rotterdam Telefoon 088 5445 100 E-mail: informatie@mrdh.nl lnternet: www.mrdh.nl
De raden van de 21 gemeenten die deelnemen aan de gemeenschappel ij ke regel ing Metropool reg io Rotterdam Den H aag
KvK nummer: 62288024 Bankrekeningnummer NL96 BNGH 0285 1651 43
contactpersoon Niels van den Beukel
e-mail n.vandenbeukel@mrdh.nl
telefoonnummer 088 5445 193
Datuml4 aprll2025 Ondenrerp
Vezoek zienswijze MRDH begroting 2026
uw kenmerk
ons kenmerk aantal bijlage(n) 3
Geachte raad, ln bestuurlijk Nederland heeft 2026 een weinig opbeurend motto gekregen: het ravijnjaar. Vanaf kor.nend jaar wordt de pijn duidelijk van de bezuinigingen op het Rijksgeld dat gemeenten ontvangen. De verantwoordelijkheden worden groter en tegelijkertijd nemen de financiële middelen af. Toch gaan we lokaal en regionaal vol aan de bak. De onrust op het wereldtoneel, zorgen over het investeringsklimaat, netcongestie en energieprijzen, de stikstofproblematiek, de grote woningbouwtaak en de daarbij horende investerings- en vervangingsopgave in het mobiliteitssysteem zijn grote opdrachten die geen uitstel verdragen. De handen moeten uit de mouwen. De sociaaleconomische positie van de regio staat onder druk, actie om het economisch vestigingsen ondernemersklimaat te versterken en de bereikbaarheid te verbeteren is nodig. Ook op het gebied van brede welvaart blijft onze regio achter. Uit de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling MRDH (uitgevoerd door Berenschot) blijkt dat de impact van de MRDH op het economisch vestigingsklimaat groter kan en moet worden, waarvoor gezamenlijke keuzes noodzakelijk zijn. Ambities, middelen en ambtelijke capaciteit moeten we beter met elkaar in balans brengen. En dat doen we ook. Het begint met een gemeenschappelijk vertrekpunt. De Strategische Agenda 2023-2026 bepaalt de koers voor de korte termijn.
2Q26 is ook het laatste jaar van de Strategische Agen da 2023-2026. Na de gemeenteraadsverkiezingen gaan we met de nieuwe bestuurders en raadsleden aan de slag om de inzet van de MRDH te bepalen voor de aankomende vier jaar. Voor de langere termijn, 2050 en later, werken we nu aan een Mobiliteitsvisie en een Visie op het Economisch Vestigingsklimaat. Vaststelling van de visies vindt eind 2025 plaats, nadat de gemeenten hun zienswijzen hebben kunnen inbrengen. Beide visies dragen bij aan het verder benutten van de krachten die de 21 gemeenten bundelen. ln de eerstvolgende begrotingswijziging van 2026 venruerken we eventuele consequenties.
Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den lJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den lJssel, Lans¡ngerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, MiddenDelfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, R¡dderkerk, Rìjswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer.
We zien dat de ambtelijke capaciteit bij gemeenten voor het opstellen en uitvoeren van economisch en mobiliteitsbeleid steeds beperkter wordt. Regionale samenwerking biedt dan juist de kans om de lokale en regionale uitdagingen die er zr¡n samen op te pakken en biedt gemeenten voordelen in de realisatie. Alle reden om samen aan de slag te gaan. Dat doen we op basis van een solide begroting. Punt van zorg is de dreigende structurele korting van 1 10 miljoen euro op de Brede doeluitkering voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Vervoerregio Amsterdam samen. Voor de MRDH gaat het om 59 miljoen euro - een korting die rechtstreeks gevoeld wordt door onze inwoners en reizigers. Deze korting is niet verwerkt in de voorliggende begroting, omdat we ervan overtuigd zijn dat deze korting haaks staat op de doelen van het Rijk, zoals de woningbouwtaak. Aanvullend is met het besluit de Brede Doeluitkering naar de vervoerregio's te handhaven ook de grondslag onder de korting weggevallen.
Er zijn mooie en belangrijke projecten, programma's en plannen om onze regio te versterken. Daarom zetten we vol in op de afronding van de beide visies, gaan de schouders onder het herijken van het Verkeers- en vervoermodel en zetten we opnieuw in op verkeersveiligheid. We pakken door op grote projecten als de Vlietlijn, de Stadsbrug in Rotterdam en de ontwikkeling op en langs de spoorlijn Leiden-Dordrecht, de zg. Oude Lijn. We gaan aan de slag met de inbesteding van de Railconcessie Rotterdam. Via het Campusprogramma versterken we de relatie tussen ondenruijs en bedrijfsleven in de regio. Met 12 campussen wordt langdurig samengewerkt, waaronder de Mechatronics lnnovation Campus in Schiedam, Dutch lnnovation Park in Zoetermeer en Energy Cave in Rijswijk. En we zetten verder in op een Leven Lang Ontwikkelen, bijvoorbeeld met het project Gaan voor een Baan, waarin een aanpak wordt ontwikkeld voor een doorlopende loopbaanoriëntatie voor leerlingen in de Waterweggemeenten. We stimuleren het mkb om te innoveren. Bijvoorbeeld via het Global Market Entry Programma waarbijwe het regionale mkb ondersteunen om een internationale markt succesvol te betreden. De MRDH blijft daarnaast het platform voor de regionale afstemming tussen de gemeenten om gezamenlijk te sturen op de voorraad van winkels, bedrijventerreinen en kantoren.
Voor de versterking van de kwaliteit van werklocaties kunnen de gemeenten voorstellen indienen voor een projectbijdrage. Lopende initiatieven in 2026 betreffen pilots voor het intensiveren, beter benutten en verduurzamen van de Plaspoelpolder en Westvlietweg en een aanpak voor het beter benutten, verduurzamen en revitaliseren van de Spaanse Polder. Wanneer vanuit gemeenten extra capaciteit gewenst is om te zorgen voor resultaat op straat, staat ons team MRDH Suppotl ook in 2026 voor uw gemeente klaar. We nodigen elke gemeenten uit gebruik te maken van dit team, waarmee onze doelen - regionaal en lokaal - makkelijker en sneller behaald kunnen worden. Om de gemeenten tegemoet te komen in deze financieel uitdagende tijden hebben we de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat naar beneden bijgesteld tot 3 euro per inwoner. Zo moeten we het doen: met oog voor de situatie van de 21 gemeenten en het belang in gedachten van de mensen die hier nu en in de toekomst wonen, werken en leven, doen wat nu nodig is en werken aan wat in de toekomst wenselijk is. Bij deze de uitnodiging aan u: lees de begroting kritisch en opbouwend en geef uw zienswijze. Want op die manier krijgen we een gemeenschappelijk vertrekpunt voor 2026. Een jaar waarin we ons opnieuw sterk maken voor een betere toekomst van de mensen die hier wonen, werken en leven.
Wij vragen u uiterlijk 7 juli 2025 uw zienswijze schriftelijk per e-mail kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van de MRDH.
2
We zijn van harte bereid om in uw raad een nadere toelichting te geven op de begroting. U kunt dit kenbaar maken aan Niels van den Beukel (n.vandenbeukel@mrdh.nl). We ontvangen graag zo spoedig mogelijk uw zienswijze nadat u daar een besluit over heeft genomen. Maar als u eerder al een concept van de zienswijze kunt sturen, dan is dat welkom. Dan kunnen we voor het zomerreces al met de beantwoording starten. Samen met de ontvangen zienswijzen wordt de begroting op 3 september 2025 besproken door de adviescommissies van de MRDH. Het algemeen bestuur betrekt de zienswijzen vervolgens bij de besluitvorming over de begroting. Die besluitvorming zal plaatsvinden tijdens de vergadering van het algemeen bestuur op 12 september 2025.
elijks bestuur
d
etropoolregio Rotterdam Den Haag,
Mourik secretaris
en
Bijlagen:
1. Ontwerpbegroting MRDH 2026
2. Begroting 2026in één oogopslag 3. Kadernota MRDH begroting 2026
3
Kadernota Begroting 2026
Inhoud 1. Inleiding
3
7. Btw-compensatiefonds
9
2. Opzet programmabegroting
3
8. Vennootschapsbelasting
10
3. Strategisch kader
4
9. Planning begroting 2026
10
4. Financieel kader
4
10. Besluit
11
Bijlagen
12
4.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer 4.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat
5. Begrotingsparagrafen
6. Indicatoren
4 6
8
9
Bijlage 1: Indexeringskader inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen regio Rotterdam‑Rijnmond
12 13
17
1. Inleiding
2. Opzet programmabegroting
In de financiële verordening van de MRDH is opgenomen dat het algemeen bestuur een uitgangspuntennota vaststelt voordat de ontwerpbegroting voor een zienswijze aan de gemeenten wordt aangeboden. Hierin staan de kaders van het volgende begrotingsjaar. Deze kadernota is die uitgangspuntennota en is bedoeld voor het opstellen van de begroting 2026 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna: MRDH).
De begroting 2026 dient te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) en de Financiële verordening van MRDH. Het algemeen bestuur autoriseert de begroting op het niveau van de programma’s.
Programma-indeling In de begroting 2026 staan net als in de begroting 2025 de volgende programma’s: 1. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat De eerste twee programma’s betreffen de wettelijke taak verkeer en vervoer. Deze programma’s worden gefinancierd uit rijksmiddelen (met name BDU: Brede doel uitkering verkeer en vervoer). Het derde programma betreft de taak economisch vestigingsklimaat waarvoor een inwonerbijdrage wordt geheven. De beleidstoelichtingen in de begroting 2026 zullen zoveel mogelijk compact en operationeel van aard zijn. De Strategische Agenda 2023-2026 vormt daarvoor de basis. In overeenstemming met het BBV dient een apart overzicht van de kosten van overhead te worden opgenomen. In de programma’s wordt alleen het deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces, het uitvoeren van de taken van de MRDH.
Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
3
3. Strategisch kader
4. Financieel kader
De Strategische Agenda MRDH 2023-2026 Met elkaar, voor elkaar bepaalt de koers voor de komende vier jaar. Deze agenda bevat zes opdrachten voor het versterken van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. De Strategische Agenda benoemt de volgende zes opdrachten: 1. Investeren in bereikbaarheid 2. Toekomstbestendige economie stimuleren 3. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 4. Vernieuwen van werklocaties 5. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 6. Herstellen van ov-systeem
Voor de jaarschijf 2026 dient het meerjarig kader uit de begroting 2025 als uitgangs‑ punt. Dit meerjarig kader wordt aangepast aan de hand van: de verwachte realisatiecijfers 2024. De jaarrekening 2024 betreft een peilmoment van de meerjarige projecten. Hieruit volgt een eventuele bijstelling van de jaarschijven binnen de projectbegroting; de verwachte bijstellingen 1e begrotingswijziging 2025, voornamelijk in relatie tot de meerjarige projecten. Zie vorige punt; voorstellen vanuit de bestuurscommissies waarover in de begroting nog een besluit moet worden genomen; de indexering (zie 4.1 en 4.2); aanvullende ontwikkelingen (zie 4.1 en 4.2).
Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 besloten opdracht 6 af te ronden en daardoor komt deze opdracht niet meer terug in de begroting 2026. De opdrachten en resultaten uit de Strategische Agenda 2023-2026 worden uitgewerkt in begrotingsprogramma’s met behulp van drie vragen: Wat willen we bereiken? (resultaten) Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten) Wat mag dat kosten?
• • •
• • • • •
Hierna besteden we op programmaniveau aandacht aan het financiële kader.
4.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer Budgettair kader Het budgettaire kader voor de begrotingsprogramma’s verkeer en openbaar vervoer betreft de beschikbare Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU-middelen) van het Rijk. Voor het ramen van de lasten wordt de verwachte daadwerkelijke voortgang van de gesubsidieerde en nog te subsidiëren projecten als maatstaf genomen. Het bevoor‑ schottingsritme kan hiervan afwijken. Voor de kleine investeringsprojecten geldt structureel een subsidieplafond van € 30 miljoen per jaar.
Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
4
Er mag incidenteel sprake zijn van overbesteding op de BDU-middelen. Het kader
Bij het prioriteren gebruiken we leidende principes uit de Strategische Agenda. Deze
voor dit (tijdelijke) tekort sluit aan bij de wettelijke termijn voor structureel evenwicht over een periode van vier jaar. Dit houdt in dat de maximale periode voor het tijdelijke tekort drie achtereenvolgende kalenderjaren bedraagt. Een tekort in 2026 moet dus uiterlijk in 2029 aangezuiverd zijn.
principes vormen de verbinding tussen wat we willen bereiken met onze o pdrachten en de concrete uitvoering in de praktijk. De principes geven richting als we onze inzet moeten prioriteren en worden in de onderstaande volgorde gehanteerd. Bij de eerste stap passen we twee principes toe op één activiteit en vervolgens kijken we in stap 2 naar het totaal van onze inzet.
Meerjarenbegroting Vervoersautoriteit Het algemeen bestuur stelt jaarlijks ook de meerjarenbegroting Vervoersautoriteit vast. Deze meerjarenbegroting geeft een overzicht van beschikbare middelen per jaareinde voor het uitvoeren van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 jaar. De meerjarenbegroting brengt de structurele inkomsten van het Rijk en de structurele uitgaven voor de exploitatie van het openbaar vervoer in beeld. Ook laat het de uitgaven zien voor infrastructurele projecten die in de uitwerking- of realisatie fase zijn, of waarvoor een bestuurlijke toezegging voor een bijdrage is gedaan.
Meerjarenbeeld BDU Het meerjarenbeeld BDU kijkt nog verder vooruit dan de 20 jaar van de meerjaren‑ begroting. Het bevat een overzicht van alle inhoudelijke opgaven die direct bijdragen aan de doelen uit de Strategische Agenda (werkvoorraad). Ook geeft het inzicht in de match tussen deze opgaven en de beschikbare middelen. Dit instrument faciliteert het bestuurlijke gesprek over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn. De begroting en de bestuursrapportages zijn het moment waarop het algemeen bestuur besluit over het toevoegen van aanvullende financiële middelen aan de begroting.
Stap 1: De inzet levert een directe bijdrage aan één of bij voorkeur (in samenhang) meerdere opdrachten uit de Strategische Agenda. De inzet heeft positieve impact op de groei van welvaart en welzijn van de metropoolregio. Hierbij kijken we onder andere naar kosteneffectiviteit.
• •
Stap 2: We zorgen voor een evenwichtige inzet van het totaal aan activiteiten over de regio. We houden daarbij rekening met de vastgestelde gebiedstypen.
•
Voor het meerjarenbeeld BDU hanteren we de volgende uitgangspunten: de vastgestelde begroting dient als basis; het gehanteerde prijspeil is begrotingsjaar t-1; we gaan uit van gelijkblijvende BDU-inkomsten; er worden geen reserveringen opgenomen voor risico’s, met uitzondering van het indexeringsrisico voor de exploitatie van het openbaar vervoer. Dit omdat de MRDH risico loopt op een verschil tussen de indexering van het kostenniveau en het opbrengstenniveau binnen het openbaar vervoer, ten opzichte van indexering van de BDU;
• • • •
De Strategische Agenda is een ambitieuze agenda. Dat vraagt enerzijds om vast houdendheid en anderzijds om wendbaarheid. We moeten onze inzet prioriteren als nieuwe projecten zich aandienen, als de grote negatieve effecten door de corona crisis in het openbaar vervoer blijven, of als we te maken krijgen met geen of lagere indexering van de BDU-gelden ten opzichte van de inflatie. Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
5
• grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases:
Onderzoek/initiatief Verkenning
Werkvoorraad
Planstudie
bij het project vastgestelde methode (bijv. IBOI of GWW). Als er geen expliciet besluit is genomen over indexering wordt er geïndexeerd volgens de indexering van de BDU. Het Rijk kende in 2024 een index op de BDU toe van 4,456%. De druk op de beschik‑ bare middelen neemt hierdoor wel extra toe en leidt tot minder investeringsruimte.
Financiering De MRDH verstrekt op een tweetal terreinen leningen: aan vervoerbedrijven voor de financiering van investeringen in railvoertuigen en railinfrastructuur (op grond van het besluit van het algemeen bestuur op 9 december 2016); aan vervoerbedrijven voor het aanschaffen van bussen, laadinfrastructuur en stallingen (op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH die in 2025 wordt vastgesteld door het algemeen bestuur).
•
Uitwerking Meerjarenbegroting Realisatie
Het financieel commitment van de MRDH neemt toe naarmate het project verder is uitgewerkt. De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen: in de (meerjaren)begroting of in de werkvoorraad. In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting, om op die manier te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)-projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRT-project zich bevindt, maken we zo nodig een reservering in de (meerjaren)begroting.
Indexering programma’s verkeer en openbaar vervoer De BDU-bijdrage van het Rijk en de daarmee samenhangende lasten worden op het verwachte prijspeil t-1 begroot. Dat wil zeggen dat in de Begroting 2026 (jaar t) volgens het verwachte prijspeil 2025 (jaar t-1) wordt begroot. In het begrotingsjaar zelf vindt via een begrotingswijziging de resterende prijspeilcorrectie naar het prijspeil 2026 plaats.
•
Voor het verstrekken van de genoemde financieringen kunnen leningen aange trokken. Daarnaast kunnen er leningen worden aangetrokken om een mogelijk tijdelijk liquiditeitstekort bij de MRDH te financieren. De hiermee samenhangende rentelasten en rentebaten (inclusief de te hanteren opslagen voor marktconformiteit) verwerken we integraal in de begroting 2026.
4.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat Indexering programma Economisch Vestigingsklimaat
Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) hebben over het algemeen een langere doorlooptijd, waardoor het risico op prijsstijgingen groter wordt. In tegen‑ stelling tot eerdere jaren worden deze projecten standaard geïndexeerd volgens de
De MRDH heeft van de colleges in de regio Haaglanden het indexeringskader ontvangen. De indexering van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat van prijspeil 2025 naar prijspeil 2026 sluit daarop aan. Dit kader is gericht aan alle gemeenschappelijke regelingen in de regio Haaglanden en opgenomen als bijlage 2 bij deze kadernota. De colleges in de regio Rotterdam-Rijnmond sluiten zich hierbij aan (zie bijlage 3).
Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
6
De afgelopen jaren heeft de MRDH steeds dit kader gevolgd. Daarbij kijkt de MRDH jaarlijks naar een realistisch niveau van indexeren en houdt daarbij rekening met de financiële positie van de gemeenten. Voor de begroting 2024 heeft de MRDH daarom het voorgestelde indexcijfer voor de materiële kosten verlaagd van 12,2% naar 4,9%. Argument hiervoor was dat de kostenontwikkeling van de materiële budgetten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat relatief minder exogene factoren kent dan voor de loonkosten het geval is. Hierdoor was een dergelijk hoge inflatiecorrectie voor de materiële kosten niet nodig. Voor de begroting 2025 kon de MRDH daarnaast gehoor geven aan de oproep van de gemeenten om te anticiperen op het sombere financiële perspectief van de gemeenten. Voor de begroting 2025 is daarom de actualisatie van de eerdere indexeringen 2022 t/m 2024 achterwege gebleven. De inwonerbijdrage steeg daardoor met € 0,10 per inwoner in plaats van € 0,20, een halvering van de indexering ten opzichte van de standaardsystematiek. Voor de begroting 2026 doen de gemeenten opnieuw een indexeringsvoorstel en vragen daarnaast om een vermindering van de inwonerbijdrage met 6,2%. De gemeenten hebben daarbij gekeken naar de korting op het gemeentefonds in 2026 voor alle gemeenten tezamen ten opzichte van 2025.
Per saldo leidt het voorstel tot een verlaging van de inwonerbijdrage van € 3,07 voor de begroting 2025 naar € 3,00 voor de begroting 2026. Het gemeentelijke bezuinigingsvoorstel verwerken we in de begroting 2026.
Effect van de verlaging van de inwonerbijdrage voor het programmabudget Economisch Vestigingsklimaat In de volgende tabel is rekening gehouden met de bijstelling van de apparaatslasten in overeenstemming met de Loonvoet sector overheid 2026 uit de Macro Economisch Verkenning (MEV) 2025 van september 2024 (indexpercentage 2,1%). Het restant van de inwonerbijdrage is beschikbaar voor het programmabudget Economisch Vestigingsklimaat, waarmee onder meer gemeentelijke projecten worden efinancierd. g Begroting 2025 (€)
Begroting 2026 (€)
% mutatie 2025-2026
Programmabudget Economisch estigingsklimaat V
4.744.634
4.703.791
-0,9%
Apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat (inclusief overhead)
2.854.424
2.762.825
-3,2%
Totale inwonerbijdrage*
7.599.058
7.466.616
-1,7%
* De opgenomen inwonerbijdrage voor de begroting 2026 is nog gebaseerd op de voorlopige aantallen inwoners per 31 december 2024. In de MRDH-begroting 2026 gelden de inwoneraantallen per 1 januari 2025.
Verdere toelichting op de werkwijze van deze gemeentelijke kaderstelling en een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente voor de begroting 2026 is opgenomen in bijlage 1.
Uit de tabel is op te maken dat door de verlaging van de inwonerbijdrage het programmabudget met 0,9% daalt. Bij de start van de MRDH was maximaal € 1 van de inwonerbijdrage van € 2,45 bestemd voor apparaatslasten (afgerond 40,8%). Op basis van bovenstaande inschatting voor de begroting 2026 wordt 37% van de inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat (€ 2.762.825/€ 7.466.616). Dit past nog binnen de afspraken.
Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
7
5. Begrotingsparagrafen De volgende paragrafen maken deel uit van de begroting 2026:
Paragraaf Bedrijfsvoering In de paragraaf Bedrijfsvoering gaan we onder andere in op de MRDH-organisatie en de kostenverdeling van de apparaatslasten. De formatie van de MRDH bedraagt in 2026 - 95,6 fte. De directe salariskosten van de medewerkers Verkeer en Openbaar Vervoer komen ten laste van de rijksmiddelen BDU. De directe salariskosten van de medewerkers Economisch Vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Voor de verdeling van de salariskosten van de medewerkers van de stafbureaus (inclusief secretaris-algemeen directeur) en de overige bedrijfsvoerings kosten is de verdeelsleutel 18% inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 82% BDU. Deze verdeling is gebaseerd op het relatieve formatiebudget van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat ten opzichte van het formatiebudget van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer uit de begroting 2025. Indexering van de begrote bedrijfsvoeringslasten Een aantal onderdelen van de bedrijfsvoeringslasten, waaronder huisvesting en salarislasten kennen een autonome (niet door de MRDH te beïnvloeden) stijging. Om deze lastenstijging te dekken hanteert de MRDH voor 2026 een indexering van 2,2% op de materiële lasten. Deze indexering is gebaseerd op de IMOC 2026 (index materiële overheidsconsumptie) uit de MEV2025-publicatie van het CPB die in september 2024 verscheen.
Deze is ook opgenomen in de Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen (bijlage 2). Voor de salarislasten volgt de MRDH de eigen cao, die de Cao Gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen bij de gemeente Rotterdam). De MRDH hanteert voor 2026 een indexering van 2,1%. De indexering is gebaseerd op de Loonvoet sector overheid Kadernota MRDH-begroting 2026
uit de MEV2025-publicatie van het CPB die is opgenomen in de Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen (bijlage 2). Naast deze indexering voert de MRDH een correctie door van -0,2% over voorgaand jaar (2025). In de begroting 2025 was rekening gehouden met een indexatie van 4,9%, maar de MEV 2025 geeft een indexpercentage Loonvoet sector overheid van 4,7%. De lastenstijging wordt voor het programma Economisch Vestigingsklimaat gedekt uit de inwonerbijdrage en voor de programma’s verkeer en openbaar vervoer uit de BDU-middelen. De BDU-middelen kennen een jaarlijkse indexering. De hoogte hangt af van de middelen die het ministerie van Financiën hiervoor beschikbaar stelt. Ook gaan we in deze paragraaf in op het beleid rondom informatieveiligheid, zoals verzocht in de kaderbrief van de regio Haaglanden (bijlage 2).
Paragraaf Financiering en treasury Zoals het BBV voorschrijft bevat deze paragraaf in ieder geval de beleidsvoornemens op het gebied van risicobeheer van de financieringsportefeuille. Daarnaast geven we in deze paragraaf inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop deze rente aan de programma’s wordt toegerekend.
Paragraaf Verbonden partijen In deze paragraaf beschrijven we de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk en financieel belang heeft.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s De in de begroting 2025 onderkende risico’s en bijbehorende weerstandscapaciteit vormen het uitgangspunt voor de begroting 2026. Zoals verzocht in de kaderbrief van de regio Haaglanden (bijlage 2) en in lijn met de begroting 2025, worden de Naar inhoudsopgave
8
geïnventariseerde risico’s gekwantificeerd. Volgens het BBV dienen de volgende kengetallen aan de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s te worden toegevoegd (inclusief de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie): 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; 5 belastingcapaciteit.
• • • • • •
De genoemde kengetallen worden verwerkt in de begroting 2026, met uitzondering van de kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit omdat die voor de MRDH niet relevant zijn.
6. Indicatoren De indicatoren die vanuit het BBV zijn voorgeschreven voor het taakveld bestuur en bedrijfsvoering nemen we op in de begroting 2026. Dit zijn de indicatoren over formatie, bezetting, apparaatskosten, externe inhuur en overhead.
7. Btw-compensatiefonds
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De MRDH bezit een aantal kapitaalgoederen: oplaadapparatuur voor ov-chipkaarten, rechten van opstal, en abri’s. Daarnaast heeft de MRDH geïnvesteerd in huisvesting, meubilair en ict-faciliteiten. De beleidsuitgangspunten rondom activering en afschrijving zijn in ieder geval onderdeel van deze paragraaf. Daarnaast nemen we eventuele nieuwe investeringsbudgetten in deze paragraaf op.
De btw voor de wettelijke taak verkeer en vervoer kan de MRDH verrekenen via het btw-compensatiefonds. De verschuldigde btw voor het economisch vestigings klimaat wordt verrekend via de zogenoemde transparantiemethode. Concreet betekent dit dat deze btw elk jaar, naar rato van het inwoneraantal, wordt doorge‑ schoven naar de deelnemende MRDH-gemeenten die recht hebben op compensatie.
Paragraaf Subsidies Op grond van de Financiële verordening MRDH 2015 geven we in deze paragraaf een overzicht van de begrote subsidies aan instellingen en ondernemingen. Voorwaarde hiervoor is dat deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening worden verleend.
Paragraaf Wet open overheid (Woo) Op grond van de Wet open overheid (per 1 augustus 2022) dient de MRDH documenten op een bepaalde wijze openbaar te maken. In deze paragraaf geven we aan hoe dat gebeurt. Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
9
8. Vennootschapsbelasting
9. Planning begroting 2026
Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor één van haar activiteiten een onderneming drijft. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellings overeenkomst gesloten. Het uitgangspunt voor de berekening is een cost-plus- methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Van deze waarde wordt 5% genomen om op een belastbaar resultaat uit te komen.
De bestuurlijke behandeling van de begroting 2026 in 2025 is als volgt: Onderwerp
Datum
Bestuurscommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat
2 april
Dagelijks bestuur - vrijgeven voor zienswijze
14 april
Start zienswijzeperiode
14 april
Einde zienswijzeperiode
7 juli
Adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat
3 september
Dagelijks bestuur - behandeling zienswijzen
2 september
Algemeen bestuur - vaststellen begroting en nota van beantwoording bij zienswijzen
12 september
Toelichting op de planning: De begroting 2026 wordt voor een zienswijze voorgelegd aan de MRDH-gemeenten. De zienswijzeperiode voor de begroting 2026 eindigt op 7 juli, op basis van 12 weken. In de kaderbrief van de regio Haaglanden is opgenomen dat de gemeenten streven naar het aanbieden van de zienswijzen op uiterlijk 15 juli 2025. Na de zienswijzeperiode behandelen de adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat de begroting (beiden op 3 september 2025). Tijdens deze behandeling worden de adviescommissies meegenomen in de ‘rode draden’ van de ontvangen zienswijzen. De nota van beantwoording wordt na behandeling in het dagelijks bestuur van 2 september aan de adviescommissies nagezonden.
Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
10
10. Besluit De Kadernota MRDH begroting 2026 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag d.d. 4 april 2025,
de secretaris, Christel Mourik
Kadernota MRDH-begroting 2026
de voorzitter, Carola Schouten
Naar inhoudsopgave
11
Bijlage 1: Indexeringskader inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat
Gemeente
Aantal inwoners 31-12-2024*
Bijdrage per inwoner (€)
Totaal inwoner bijdrage 2026 (€)
Albrandswaard
26.710
3,00
80.130
Tot en met begrotingsjaar 2025 maakten we in de kaderbrief van de gemeenten onderscheid tussen een indexcijfer voor loonkosten (prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers) en een indexcijfer voor materiële kosten (CPI). Vanaf begrotingsjaar 2026 gebruiken we drie indexcijfers: de loonvoet sector overheid, de prijsontwikkeling op overheidsconsumptie (IMOC) en de prijsontwikkeling op overheidsinvesteringen (IBOI). Dit sluit beter aan op de reële kostenontwikkeling. De weging van deze indices wordt voorgeschreven in de gemeentelijke kaderbrief en is respectievelijk 60%, 20% en 20%. Voorheen was de weging afhankelijk van de opbouw van de begroting van de gemeenschappelijke regeling (verhouding loon‑ kosten versus materieel budget). Ook actualiseren we eerdere afgegeven ramingen.
Barendrecht
48.568
3,00
145.704
Capelle aan den IJssel
68.673
3,00
206.019
Delft
110.224
3,00
330.672
Den Haag
568.419
3,00
1.705.257
Krimpen aan den IJssel
29.782
3,00
89.346
Lansingerland
66.093
3,00
198.279
Leidschendam-Voorburg
78.309
3,00
234.927
Maassluis
36.437
3,00
109.311
Midden-Delfland
19.422
3,00
58.266
Op basis van voorgaande uitgangspunten bedraagt het indexeringspercentages voor 2026 ten opzichte van het basisjaar 2025 4,2%. Daarnaast vragen de gemeenten
Nissewaard
88.355
3,00
265.065
Pijnacker-Nootdorp
58.120
3,00
174.360
om de begroting met 6,2% te verlagen ten opzichte van de begroting 2025. Concreet betekent dit dat de berekening voor de inwonerbijdrage als volgt is:
Ridderkerk
48.011
3,00
144.033
Rijswijk
60.710
3,00
182.130
Rotterdam
672.330
3,00
2.016.990
Schiedam
82.559
3,00
247.677
Vlaardingen
77.234
3,00
231.702
Voorne aan Zee
74.544
3,00
223.632
Wassenaar
27.534
3,00
82.602
Westland
116.897
3,00
350.691
Zoetermeer
129.941
3,00
389.823
Begroting 2026 = (Begroting 2025 x indexering) x 93,8% De inwonerbijdrage in de begroting 2025 bedraagt € 3,07. Dat leidt tot de volgende berekening voor de begroting 2026: € 3,07 (begroting 2025) * 1,042 (index 2026) * 0,938 (6,2% verlaging) = € 3,00 ( begroting 2026) Hierna is een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente voor het begrotingsjaar 2026 opgenomen.
Totaal
Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
2.488.872
7.466.616
(*) bron: CBS StatLine info van 5-2-2025. Wordt in de definitieve begroting 2026 nog aangepast naar aantallen per 1-1-2025.
12
Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden
Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
13
Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
14
Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
15
Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
16
Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen regio Rotterdam‑Rijnmond
Kadernota MRDH-begroting 2026
Naar inhoudsopgave
17
Met elkaar, voor elkaar Colofon Metropoolregio Rotterdam Den Haag Postbus 21012 3014 GN Rotterdam 088 5445 100 informatie@mrdh.nl www.mrdh.nl Ontwerp: Leene Communicatie/VormVijf April 2025
Overig
Begroting MRDH 2026 in één oogopslag
€6,2 miljoen
€1,4 mln
€43,9 miljoen
€85,4 mln
Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat
€7,5 miljoen
Overhead verkeer en openbaar vervoer Overhead economisch vestigingsklimaat
Versterken Economisch Vestigingsklimaat (o.a. cofinanciering aan gemeentelijke projecten voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat, monitoring van de ontwikkelingen op werklocaties, verkennende onderzoeken, bijvoorbeeld naar nieuw instrumen tarium dat bijdraagt aan een beter gebruik van werklocaties en subsidie aan InnovationQuarter en YES!Delft) Directe kosten personeel
€144,1 miljoen €14,4 mln
Opbrengsten financiering ov-bedrijven (rente, marktconformiteitsopslag) Overige inkomsten (provincie, gemeenten)
€6,1 mln €1,3 mln
Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
€3,9 mln €38,4 mln
Andere inkomstenbronnen
€9,8 mln
Programma Economisch Vestigingsklimaat
€4,8 mln
De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is een vrijwillige gemeenschappelijke regeling van, voor en door 21 gemeenten en heeft als verlengd lokaal bestuur de status van vervoerregio vanuit de Rijksoverheid gekregen. Daarmee heeft de MRDH wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer. Als opdrachtgever van het regionale en stedelijke openbaar vervoer in de regio Rotterdam Den Haag, verlenen wij concessies aan vervoerbedrijven. Daarnaast verstrekken wij subsidies voor diverse verkeer- en vervoerprojecten en bevorderen wij innovatieve mobiliteitsoplossingen. De MRDH ontvangt hiervoor rechtstreeks middelen van het Rijk. Daarnaast heeft de MRDH taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat in de regio Rotterdam Den Haag, door in te zetten op een toekomstbestendige economie en de vernieuwing van werklocaties. De MRDH ontvangt hiervoor een bijdrage van de 21 gemeenten.
€34,1 mln
€7,4 miljoen
€1,9 mln
Verkeersmanagement en wegenstructuur Fiets- en ketenmobiliteit (o.a. metropolitane fietsroutes) Verkeersveiligheid (o.a. IPVa Kleine projecten, specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen) Netwerk openbaar vervoer (o.a. Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio, tramlijn 19) Directe kosten personeel
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
€613,3 miljoen Inkomsten
€771 miljoen
Brede doeluitkering (BDU)
€719,6 miljoen
€9,9 mln Onderzoek verkeer en openbaar vervoer €550,7 mln Concessies openbaar vervoer (rijden dienst regeling, beheer en (vervangings-)onderhoud infrastructuur) €22,7 mln Exploitatie openbaar vervoer - overig €25,5 mln Rentekosten en belasting (rente financiering ov-bedrijven en vennootschapsbelasting) €4,5 mln Directe kosten personeel
Uitgaven
€771 miljoen
Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029 Metropoolregio Rotterdam Den Haag
‘Met elkaar, voor elkaar’
1
Inhoud Inleiding
4
Leeswijzer
6
Hoofdstuk 1
7
SAMENHANG EN OPBOUW BEGROTING MRDH
7
Hoofdstuk 2
13
Begrotingsprogramma’s
13
2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Opdracht 1: investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 2.1.1.2 Opdracht 3: actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 2.1.1.3 Opdracht 5: Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 2.1.2 Wat gaat het kosten?
2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2.2.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.2.1.1 Opdracht 1: investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 2.2.1.2 Opdracht 3: actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 2.2.1.3 Opdracht 5: versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 2.2.2 Wat gaat het kosten?
2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat 2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Opdracht 2 – Toekomstbestendige economie stimuleren 2.3.1.2 Opdracht 4: vernieuwen van werklocaties 2.3.2 Wat gaat het kosten?
13 14 14 17 21 26
30 31 31 33 34 36
39 39 39 42 44
Hoofdstuk 3
47
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN, OVERHEAD EN VENNOOTSCHAPSBELASTING
47
3.1 Algemene dekkingsmiddelen
47
3.2 Overhead
47
3.3 Vennootschapsbelasting
49
Hoofdstuk 4
50
PARAGRAFEN
50
4.1 Financiering
50
4.2 Verbonden partijen
53
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s
56
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen
59
4.5 Bedrijfsvoering
62 2
4.6 Paragraaf Wet open overheid (Woo)
65
4.7 Subsidies
66
Hoofdstuk 5
67
FINANCIËLE BEGROTING
67
5.1 Overzicht baten en lasten
67
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten
68
5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting
70
Hoofdstuk 6
74
STAAT VAN RESERVES EN FONDSEN 2024-2029
74
Hoofdstuk 7
76
INWONERBIJDRAGEN PER GEMEENTE
76
Hoofdstuk 8
77
BESLUIT
77
Bijlage 1
78
INDICATOREN
78
Bijlage 2
80
DETAIL PROJECTEN EN PROGRAMMA’S MEERJARENBEELD BDU
80
Bijlage 3
81
INVESTERINGSPROGRAMMA VERVOERSAUTORITEIT 2026
81
3
Inleiding
MET ELKAAR, VOOR ELKAAR Met elkaar, voor elkaar; dat is het motto van de Strategische Agenda van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Daarin staat hoe de 21 gemeenten samen de bereikbaarheid verbeteren en de economie vernieuwen. Deze begroting geeft de financiële onderbouwing voor het jaar 2026. 2026 is een jaar dat is aangemerkt als een "ravijnjaar”. Door een korting op het Gemeentefonds beschikken gemeenten over veel minder geld. En dat terwijl de maatschappelijke opgaven in onze metropoolregio immens zijn. Versterking van het economisch vestigingsklimaat is nodig en de bereikbaarheid van de regio moet beter worden. Regionale samenwerking is de schaalgrootte waarop je kunt en moet handelen. De opgaven zijn te groot voor gemeenten om ze alleen op te lossen. De collectieve kracht van de 21 gemeenten is nodig om de opgaven het hoofd te bieden: samen sta je sterker. De Strategische Agenda 2023-2026 wijst de weg. Een beter bereikbare regio zorgt ervoor dat huidige en toekomstige inwoners op een vlotte en duurzame manier van wonen naar werk, studie, familie, vrienden of vrijetijdsbesteding komen. Voor reizen geldt dat ‘snel’ en ‘comfort’ de sleutelwoorden zijn voor een sterke agglomeratie. In een regio waarin ruimte schaars is, is dat precies de inzet en de opdracht voor de MRDH.
Verstedelijking wordt primair gerealiseerd rond ovknooppunten, met een netwerk dat goede aansluitingen en verbindingen heeft. Met deze blik op mobiliteit pakken we bovendien de maatschappelijke opgaven op het gebied van verduurzaming en mobiliteitstransitie aan. We dragen bij aan het vernieuwen van de economie door te zorgen voor een goed vestigings- en ondernemersklimaat. Daarvoor zijn een betere balans tussen onderwijs en arbeidsmarkt nodig en voldoende ruimte voor bedrijven en ondernemers in onze regio. In 2026 gaan we op basis van een regionale Mobiliteitsvisie en onze visie op het Economisch Vestigingsklimaat, versterkt en met hernieuwde energie aan de slag. Beide visies dragen bij aan het verder benutten van de krachten die de 21 gemeenten bundelen. 2026 is ook het laatste jaar van de Strategische Agenda 2023-2026. Na de gemeenteraadsverkiezingen gaan we met de nieuwe bestuurders en raadsleden aan de slag om de inzet van de MRDH te bepalen voor de aankomende vier jaar. Bijna een kwart van de Nederlandse bevolking woont in de Zuidelijke Randstad. Mensen die op zoek zijn naar een woning, naar werk en naar een leefbare omgeving. Een investering in onze metropoolregio is een investering in de toekomst van de mensen die deze regio dragen en verder brengen. En daar is een groter belang mee gediend dan onze regio lang en breed is.
Gaat het in deze regio goed, dan wordt Nederland er beter van. Verder vormt de Zuidelijke Randstad bijna een kwart van de Nederlandse economie. Kortom, wij zijn een krachtige metropoolregio met een belangrijke rol in het verdienvermogen van Nederland. Daar geloven we in en dat maken we waar. Deze begroting met activiteiten is daartoe weer een belangrijke stap. Voldoende middelen krijgen en behouden De beschikbare financiële middelen bepalen in belangrijke mate het succes van de Strategische Agenda 2023-2026. Het is belangrijk om dat al voor het lezen van de begroting mee te geven. De begroting van 2026 is gebaseerd op een inwonerbijdrage die is teruggebracht van € 3,07 tot € 3,00. Dit om de gemeenten enigszins te ontzien omdat zij te maken hebben met de
4
eerdergenoemde korting op het Gemeentefonds. Een lagere inwonerbijdrage betekent wel minder geld voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat. Daarom gaan we met onze gemeenten in gesprek over afspraken voor de duurzame bekostiging van het programma voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Ook de middelen voor Verkeer en Vervoer staan onder druk. Het Rijk dreigt keer op keer te korten op de Brede doeluitkering die de financiële basis vormt onder onze uitgaven. Het is dus een kwestie van passen en meten en vooral prioriteren om zoveel mogelijk regionale ambities waar te maken. We zetten alles op alles en deze begroting weerspiegelt dat. Het belang van brede welvaart en welzijn in onze regio, en daarmee de bijdrage die onze regio levert aan Nederland, benadrukt ook de noodzaak om hiervoor voldoende middelen van het Rijk beschikbaar te krijgen en te behouden. Onze blik is daarbij niet alleen gericht op noodzakelijke investeringen in het regionale mobiliteitssysteem, maar ook op de exploitatie van het openbaar vervoer en het beheer en het onderhoud van de railassets. Met inzet, lef en wederzijds vertrouwen Grote ambities vragen om wederzijdse toewijding en vertrouwen om tot resultaten te komen. De regionale opgaven zijn groot en juist daarom moeten we gezamenlijk meer impact maken.
De inzet is om met lef en vertrouwen samen te werken aan het versterken van het economische vestigingsklimaat en het verbeteren van de bereikbaarheid. De 21 gemeenten vormen samen de MRDH. Elke aangesloten gemeente draagt bestuurlijk en ambtelijk zijn steentje bij. Daarbij werken we intensief samen met bedrijven, vervoerders en kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Holland-Rijnland en met de provincie Zuid-Holland, het Rijk en Europa. De Economic Board Zuid-Holland (EBZ), waarin bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen samen optrekken, en InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij, zijn belangrijke partners. Samen kom je tot resultaat. Lokaal, nationaal, internationaal én regionaal.
5
Leeswijzer Deze begroting bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting, conform de voorschriften in het Besluit begroting en verantwoording (BBV). De beleidsbegroting beslaat de hoofdstukken 2 tot en met 4, met hoofdstuk 1 als introductie van de integrale ambitie van de MRDH in relatie tot de Strategische Agenda. Daar is ook een overzicht aan gekoppeld van de integrale begroting. Hoofdstuk 5 bevat de verdere uitwerking van de financiële begroting en geeft een financiële samenvatting van de baten en lasten vanuit de programma’s, overhead en onvoorzien. Hoofdstuk 2 bevat als onderdeel van de beleidsbegroting (het programmaplan) de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In de programma’s geven we steeds antwoord op drie vragen: (1) wat willen we bereiken, (2) wat gaan we daarvoor doen, en (3) wat gaat het kosten? Daarbij maken we onderscheid tussen programmalasten en apparaatslasten. Hoofdstuk 3 behandelt de overige onderdelen van het programmaplan: het overzicht algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de kosten van overhead en de vennootschapsbelasting. Hoofdstuk 4 bevat het laatste onderdeel van de beleidsbegroting: de paragrafen.
Hierin komen achtereenvolgens financiering, verbonden partijen, weerstandsvermogen en risico’s, onderhoud van kapitaalgoederen, bedrijfsvoering en subsidies aan bod. Hoofdstuk 5, de financiële begroting, bestaat uit drie onderwerpen: (1) het overzicht van baten en lasten, waarin per programma en per taakveld de baten en lasten worden verantwoord. (2) op basis van het overzicht incidentele baten en lasten kan worden beoordeeld of de begroting materieel in evenwicht is. (3) In de uiteenzetting van de financiële positie is de geprognosticeerde meerjarenbalans opgenomen en wordt ingegaan op het EMU-saldo. Hoofdstuk 6 bevat de staat van reserves en fondsen van 2024-2029. Hoofdstuk 7 bevat een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente. In de bijlagen zijn achtereenvolgens de indicatoren, detailprojecten en het meerjarenbeeld BDU en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) opgenomen.
6
Hoofdstuk 1
SAMENHANG EN OPBOUW BEGROTING MRDH De Strategische Agenda 2023-2026 ‘Met elkaar, voor elkaar’ bevat zes opdrachten voor het versterken van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Deze ambities vormen dan ook het kader van deze begroting en worden in samenhang met elkaar gepresenteerd. Versterking van de economie is alleen mogelijk als ook de bereikbaarheid verbetert. Het verbeteren van de bereikbaarheid heeft een maatschappelijk én economisch doel: het verbinden van wonen, werken en recreëren in het belang van de inwoners van de regio. De Strategische Agenda bevat zes opdrachten. Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren De activiteiten om de toenemende verstedelijking te faciliteren leveren een bijdrage aan brede welvaart. Brede welvaart betekent niet alleen kansen voor onze huidige inwoners, maar ook voor toekomstige inwoners. Door de groeiopgave zowel multimodaal als gebiedsgericht aan te pakken, vergroten we de kansen voor onze inwoners. Opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Het aanpakken van de mismatch tussen onderwijs en arbeidsmarkt en het verhogen van de productiviteit en bedrijvigheid zorgt voor de groei van welvaart en welzijn. De groei van het aantal arbeidsplaatsen en de invulling daarvan met geschikt personeel verhoogt de arbeidsparticipatie.
De extra arbeidsplaatsen en productiviteit dragen bij aan de ambitie van extra groei van welvaart en welzijn. Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Collectieve vormen van mobiliteit zorgen voor een prettige, duurzame leefomgeving waarin inwoners van de metropoolregio werk, opleidingen, voorzieningen en ook vrienden en familie makkelijk kunnen bereiken. Daarbij stimuleren we dat inwoners lopen, fietsen en gebruikmaken van het ov, zodat bestaande infrastructuur beter wordt benut en emissies worden verminderd. Hierdoor wordt de auto in sommige gebieden minder gebruikt. Opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Onze inspanningen voor een samenhangend ruimtelijk-economisch beleid zorgen voor een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat dat bijdraagt aan brede welvaart. De aandacht voor duurzame kantorenlocaties in multimodaal bereikbare gebieden draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving. Banen bevinden zich dichtbij huidige en toekomstige inwoners. Door daarnaast winkelgebieden te vitaliseren en een divers winkelaanbod te behouden, blijven voorzieningen op korte afstand van woningen bereikbaar. Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk We houden de kwaliteit van het huidige netwerk op orde en verbeteren het waar dat nodig is.
Zo kunnen meer inwoners op een eenvoudige en prettige manier werk, opleiding, sociale contacten en voorzieningen bereiken. We dragen bij aan het veilig reizen en de gezondheid van onze inwoners. We verlichten de druk op het wegennet, zodat er voldoende ruimte blijft voor autoverkeer waar alternatief vervoer geen oplossing biedt. Opdracht 6 - Herstellen van het ov-systeem
7
Opdracht 6 is een speciale opdracht, omdat ‘het herstellen van het ov-systeem’ de belangrijke opgave is om na de coronaperiode weer een gezonde basis te realiseren. Dit sluit aan bij de afspraak die de MRDH (samen met alle andere decentrale overheden) met het Rijk maakte om de concessies na de coronaperiode weer in balans te brengen. De besluiten in 2023 over een toekomstbestendig ov in de regio geven invulling aan deze doelen. Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 opdracht 6 afgerond. Daardoor komt deze opdracht niet meer terug in de begroting 2026. In de Strategische Agenda zijn voor deze opdrachten beoogde resultaten geformuleerd. In de begroting zijn drie begrotingsprogramma’s opgenomen waarin de opdrachten en bijbehorende resultaten uit de Strategische Agenda zijn uitgewerkt en geconcretiseerd door het beantwoorden van drie vragen. 1. Wat willen we bereiken (resultaten)? 2. Wat gaan we daarvoor doen (activiteiten)? 3. Wat mag dat kosten? Dit zijn de begrotingsprogramma’s: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het programma Economisch Vestigingsklimaat. De eerste twee programma’s bevatten de wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer. Begrotingsprogramma’s In onderstaand schema is opgenomen in welke begrotingsprogramma’s de opdrachten uit de Strategische Agenda worden uitgewerkt.
Programma’s MRDH-begroting 2026
Opdrachten Strategische Agenda MRDH 2023-2026
Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren
V
V
Opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren
V V
V
Opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk
Economisch Vestigingsklimaat
V V
V
8
Verbeteren bereikbaarheid De opgaven binnen de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2) worden grotendeels gefinancierd vanuit de reguliere rijksbijdrage: de Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Jaarlijks ontvangen we ongeveer € 700 miljoen aan BDUmiddelen. Exploitatie ov Jaarlijks wordt ongeveer € 550 miljoen besteed aan de exploitatie van het openbaar vervoer. Hierin zijn ook de kosten van het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur meegenomen. Investeringen Voor investeringen op het gebied van verkeer en openbaar vervoer is jaarlijks ongeveer 20% van de BDU-middelen beschikbaar. De MRDH zet in op een zo efficiënt en effectief mogelijk gebruik van de beschikbare investeringsmiddelen. Dit betekent dat we keuzes moeten maken, prioriteiten moeten stellen en daarnaast naar nieuwe of alternatieve financieringsvormen moeten zoeken. Bij de realisatie van nieuwe of aangepaste infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Via subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten wordt de investeringsruimte beschikbaar gesteld. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden. Voor het programma Kleine projecten (< € 10 miljoen subsidiabele kosten) wordt in 2026 een subsidieplafond van € 30 miljoen ingesteld.
We werken de concrete invulling van dit programma in samenspraak met de gemeenten uit in het voorjaar van 2025, met als doel de vaststelling in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit in december 2025. Naast projecten in de begroting, lopen er diverse studies naar nieuwe projecten. Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases:
Het financieel commitment van de MRDH neemt toe naarmate het project verder is uitgewerkt. De fase waarin een project zich bevindt, bepaalt of het wordt opgenomen in de (meerjaren)begroting of in de werkvoorraad. Soms is het nodig om de financiële inzet van de MRDH eerder vast te leggen in de begroting om te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) waarbij afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRTproject zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de (meerjaren)begroting.
9
Deze meerjarenbegroting geeft een overzicht van de beschikbare middelen per jaareinde voor de uitvoering van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 jaar. De meerjarenbegroting is het resultaat van de structurele inkomsten van het Rijk, de structurele uitgaven voor de exploitatie van het openbaar vervoer en de infrastructurele projecten die in de uitwerking- of realisatiefase zijn, of waarvoor een bestuurlijke toezegging voor een bijdrage is gedaan. Het meerjarenbeeld BDU bevat het overzicht van alle inhoudelijke opgaven die direct bijdragen aan de doelen uit de Strategische Agenda (inclusief werkvoorraad). Het geeft inzicht in de aansluiting tussen deze opgaven en de beschikbare middelen. Dit instrument ondersteunt het bestuurlijke gesprek over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn. Bijlage 2 bevat een gedetailleerd overzicht van de projecten en programma’s uit het meerjarenbeeld. Met deze investeringsopgave en een gelijkblijvende structurele inzet voor de exploitatie van het openbaar vervoer, laat het financiële meerjarenbeeld zien hoeveel BDUmiddelen per jaareinde beschikbaar zijn.
De ambities en opgaven in de regio zijn omvangrijk en tegelijkertijd neemt de druk op investeringsmiddelen toe. De keuzes die we maken vragen om forse investeringen. Nieuwe investeringen zijn op de middellange en lange termijn hard nodig om de agglomeratiekracht te versterken voor economische groei, om de verstedelijkingsopgave mogelijk te maken en om meer en noodzakelijke kansen te creëren voor iedereen in onze regio. Dat vraagt zowel om vasthoudendheid als om wendbaarheid. Als nieuwe projecten zich aandienen, negatieve effecten van de coronacrisis in het openbaar vervoer aanhouden en de indexering van de BDU-gelden achterblijft bij de inflatie, dan moeten we onze inzet prioriteren. Bij het prioriteren gebruiken we leidende principes uit de Strategische Agenda. Deze principes vormen de verbinding tussen wat we willen bereiken met onze opdrachten en de concrete uitvoering in de praktijk. De principes geven richting bij het stellen van prioriteren.
10
Bij de begroting en de bestuursrapportages besluit het algemeen bestuur over het toevoegen van aanvullende financiële middelen aan de begroting. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag hanteert als uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan, mits het saldo van beschikbare middelen en bestedingen over een periode van vier jaar positief is. Dit sluit aan bij de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hanteert. De meerjarenbegroting van de BDU-middelen voldoet aan de wettelijke kaders. Voor 2026 en de daaropvolgende begrotingsjaren verwachten we geen tekort.
Saldo BDU jaareinde 2024-2029 (miljoen €) 600,0
500,0
400,0
300,0
200,0
100,0
0,0 2024
2025
2026
2027
2028
2029
Vernieuwen economie De opgaven van het programma Economisch Vestigingsklimaat worden bekostigd uit de jaarlijkse bijdrage per inwoner die de deelnemende gemeenten betalen. Deze inwonerbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van kaderstelling vanuit de gemeenten. Voor de begroting 2026 stellen de gemeenten een indexering van 4,2% voor, maar vragen daarnaast ook om een verlaging van de inwonerbijdrage met 6,2%. De gemeenten baseerden dit op de korting op het gemeentefonds in 2026 voor alle gemeenten samen ten opzichte van 2025. Per saldo leidt het voorstel tot een verlaging van de inwonerbijdrage van € 3,07 per inwoner voor de begroting 2025 naar € 3,00 per inwoner voor de begroting 2026 (Kadernota MRDH-begroting 2026). Dit gemeentelijke bezuinigingsvoorstel is verwerkt in deze begroting. Dit geld wordt primair besteed als bijdrage en cofinanciering aan gemeentelijke projecten. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat heeft op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat de bevoegdheid om (binnen de begroting) financiële middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten. Dit geldt voor projecten met regionale uitstraling die het economisch vestigingsklimaat versterken. Daarnaast wordt hiermee de regionale ambtelijke inzet bekostigd. Overhead
11
Volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden binnen de programma’s de kosten van direct personeel verantwoord. De overige apparaatslasten vallen onder de categorie ‘overhead’ en deze kosten worden apart en buiten de programma’s om verantwoord. De verdeelsleutel voor stafmedewerkers, de centrale directiefunctie en de overige bedrijfsvoeringskosten is 18% inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 82% BDU. De uitgangspunten voor de overhead zijn gebaseerd op de in december 2023 geactualiseerde Notitie Overhead van de Commissie BBV. Met ingang van begrotingsjaar 2026 is deze actualisatie van toepassing op gemeenschappelijke regelingen zoals de MRDH. De begroting 2026 kent een omvang van € 771,3 miljoen aan lasten. Ter vergelijking zijn actuele cijfers opgenomen over 2024. De cijfers van 2024 zijn gebaseerd op de voorlopige jaarrekening 2024. Voor 2025 zijn de cijfers afkomstig uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die voor besluitvorming worden voorgelegd bij de eerste bestuursrapportage 2025. Hierna volgt de totaalbegroting en de uitsplitsing over de programma’s.
Programmabegroting 2026
Voorlopige jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(euro's)
2024
2025*
2026
2027
2028
2029
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
540.762.332
652.521.608
613.316.188
668.027.494
582.930.253
597.066.443
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
86.188.062
169.914.357
144.123.246
193.959.358
192.830.313
202.659.793
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.108.569
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
Overhead
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
0
0
0
0
0
0
639.940.242
836.692.417
771.012.741
875.560.159
789.283.873
813.249.543
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
546.762.332
656.521.608
613.316.188
668.027.494
582.930.253
597.066.443
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
86.188.061
169.914.357
144.123.246
193.959.358
192.830.313
202.659.793
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.721.625
5.953.148
6.187.098
6.187.098
6.137.098
6.137.098
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
7.881.279
8.303.305
7.386.209
7.386.209
7.386.209
7.386.209
Totaal
646.553.297
840.692.418
771.012.741
875.560.159
789.283.873
813.249.543
6.613.055
4.000.000
0
0
0
0
Lasten per programma
Onvoorzien Totaal Baten per programma
Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
218.650
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-6.000.000
-4.000.000
0
0
0
0
Resultaat
831.705
0
0
0
0
0
De fluctuaties in de meerjarenbegrotingen worden toegelicht in de genoemde programma’s.
12
Hoofdstuk 2
Begrotingsprogramma’s De opdrachten en resultaten uit de Strategische Agenda 2023-2026 zijn uitgewerkt in begrotingsprogramma’s. De MRDH-begroting bevat hiervoor drie programma’s. Dat zijn de programma’s: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In deze programma’s beantwoorden we steeds drie vragen aan de hand van de zes opdrachten: 1. Wat willen we bereiken? (resultaten), 2. Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten) en 3. Wat gaat het kosten? Binnen de MRDH-begroting is het verbeteren van de bereikbaarheid vertaald in twee programma’s: een programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1) en een programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.2). Het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer omvat de uitvoering van wettelijke taken zoals concessieverlening voor het openbaar vervoer, beheer en onderhoud van het openbaar vervoer en de infrastructuur en overig verkeer- en vervoerbeleid op grond van de wet BDU verkeer en vervoer. Voor dit laatste zet de MRDH zich in voor algemene strategie- en beleidsontwikkeling, autonetwerk, verkeersmanagement en ITS, fietsnetwerk, ketenmobiliteit, reisgedrag en logistiek, duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid.