CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

18. 507098 Raadsvoorstel zienswijze 1e begrotingswijziging 2022 en begroting 2023 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.pdf

Gemeenteraad AW 13 juni 2022, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken30.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De kostenverdeelsleutel wordt vanwege de herverdeeleffecten middels een ingroeimodel de komende jaren geïmplementeerd. De uitkomsten van de Ontwikkelagenda zijn verwerkt in de Kadernota 2023 en worden verwerkt in het Meerjaren Beleidsplan 2023 – 2027 en de Begroting 2023. Rechtmatigheid Op het gebied van rechtmatigheid zijn wij in afwachting van de behandeling in de Eerste en Tweede kamer van de Wet versterking decentrale rekenkamers. Bij het opstellen van de jaarrekening wordt op dit moment een controleverklaring verstrekt door een externe accountant. De accountant geeft in deze verklaring een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid van deze jaarrekening. Als de hierboven genoemde wet wordt aangenomen gaat het Dagelijks Bestuur een ‘rechtmatigheidsverantwoording’ af geven bij de jaarstukken. Het doel van deze wet is de politieke verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur voor de rechtmatigheid van de bedrijfsvoering te onderstrepen. Daarnaast beoogt deze wetgeving de kaderstellende en controlerende rol van het Algemeen Bestuur te versterken. De VRR heeft voor het implementeren van deze wijziging een plan van aanpak opgesteld. De verwachting is, dat deze wet begin april 2022 (week 14) in de Tweede Kamer behandeld zal worden.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

50 / 111

Paragraaf Bedrijfsvoering Human Resources Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) Op 1 januari 2020 is de Wnra in werking getreden voor de medewerkers van de ambulancedienst van de VRR. De rest van de medewerkers van de VRR vallen vooralsnog niet onder de Wnra, omdat wij daarvoor uitstel hebben gekregen. Bij de invoering van de Wnra wordt onder andere de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) van toepassing. Deze wet biedt het kader voor Cao-onderhandelingen en stelt eisen aan de onderhandelende partijen. Om een eigen cao af te kunnen sluiten, dient er een werkgeversvereniging opgericht te worden voor de veiligheidsregio’s. In 2020 heeft het Veiligheidsberaad besloten tot op-/inrichting van een zelfstandige werkgeversvereniging voor de 25 veiligheidsregio’s: de Werkgevers Vereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). Op 21 mei 2021 is de WVSV notarieel opgericht. De doelstelling van de WVSV richt zich op collectieve arbeidsvoorwaardenvorming. Uitgangspunt is een één op één transitie van activiteiten van de VNG naar de WVSV. De WVSV neemt daarmee het werk van de Brandweerkamer van de VNG over. Naast de brandweerhoofdstukken zal de WVSV voortaan over het totale pakket van de rechtspositie onderhandelen met de vakbonden en heeft daardoor een bredere scope dan de Brandweerkamer. In 2021 stond de oprichting en inrichting van de WVSV centraal.

Voor 2022 is daarom afgesproken om de bestaande Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) leidend te laten zijn en op hoofdlijnen op gelijke voet door te gaan. Wel dient de WVSV haar ambities als werkgeversorganisatie te bepalen en de thema’s te benoemen waarop met de werknemersorganisaties gesproken zou moeten worden. Deeltijdregeling De huidige rechtspositieregeling voor brandweervrijwilligers kan door Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie niet in zijn huidige vorm blijven bestaan. Vanuit een landelijke denktank is er een oplossingsrichting onderzocht die uitgaat van een fundamenteel onderscheid (taakdifferentiatie) in taken tussen een vrijwilliger en een beroepsmedewerker. Onlangs heeft de minister van Justitie en Veiligheid een finale juridische toets laten doen, waaruit blijkt dat voor het behoud van vrijwilligheid bij de brandweer taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht onder voorwaarde dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid. Dit betekent dat het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps verscherpt moet worden. Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft.

Personele capaciteit Brandweer In het meerjarenbeleidsplan is aangegeven dat het voor de brandweer steeds moeilijker wordt om de onmisbare inzet van vrijwilligers te blijven garanderen en dat naar mogelijkheden wordt gezocht om de personeelsschaarste te verminderen. Vooral het werven van voldoende vrijwilligers die overdag beschikbaar zijn, wordt steeds moeilijker. Afgelopen periode is er bewust voor gekozen om ook dagdienstmedewerkers aan te nemen om tekorten op vrijwilligerskazernes aan te kunnen vullen en flexibel te kunnen zijn voor beroepskazernes. De VRR heeft als prioriteit om de dekking op niveau te krijgen en te houden en denkt na over vormen en manieren van brandweerzorg. In 2019 zijn diverse projecten gestart die betrekking hebben op het op orde houden van de basis brandweerzorg in de regio. Deze lopende initiatieven, zoals pilots en proeftuinen zijn gecontinueerd en worden eind van dit jaar en volgend jaar geëvalueerd (zie ook doelstellingen programma Brandweerzorg). Daarnaast spelen diverse externe ontwikkelingen (zoals de Wnra en deeltijdregeling) een rol. Een ander aspect is het tweede loopbaanbeleid en de 20 jarigenregeling. Een brandweermedewerker in een bezwarende functie mag deze functie niet langer dan 20 jaar uitoefenen. Na deze periode volgt een tweede loopbaan in een andere functie.

De VRR moet de medewerkers hierin faciliteren en medewerkers hebben hierin ook verplichtingen. In 2021 hebben vakbonden en werkgevers een communiqué uitgegeven waarin staat dat er vanuit beide kanten behoefte is om het tweede loopbaanbeleid te herijken. Landelijk zijn partijen elkaars uitgangspunten en gedachten voor nieuw beleid bij elkaar aan het brengen. Momenteel wordt onderzocht of de universiteit van Maastricht een onderzoek kan uitvoeren. Dit onderzoek behelst zowel inzicht in de elementen van het zware werk in de huidige situatie, de samenhang tussen (combinaties van) deze elementen en parameters van duurzame inzetbaarheid alsook de daadwerkelijke oorzaak-gevolg relatie tussen bevorderende en belemmerende factoren van duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie door de tijd heen. Dit maakt het onderzoekstraject langdurig van aard (4 jaar) maar is essentieel om te komen tot gerichte preventieve en interventiemogelijkheden om duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie onder het brandweercorps te faciliteren.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

51 / 111

Paragraaf Bedrijfsvoering

Duurzaamheid van personeel Op het gebied van duurzame inzetbaarheid is de herijking van de 20-jarigen regeling en het 2e loopbaanbeleid vooral gericht op de beroepsmedewerkers van de brandweer. Voor alle andere medewerkers is er ook aandacht voor duurzaamheid. Duurzaam inzetbare werknemers zijn werknemers die nu en in de toekomst gezond, gemotiveerd, competent en productief aan het werk kunnen zijn om de eigen ambities en die van de organisatie waar te maken. Het realiseren van de ambities van werkgever en werknemer is een gedeelde verantwoordelijkheid. Van de werknemers mag verwacht worden dat ze ervoor zorgen vitaal, vakkundig en gemotiveerd zijn om de prestaties te leveren die van ze verwacht mogen worden. Van de werkgever mag verwacht worden dat er een omgeving wordt gecreëerd waar de werknemer optimaal kan presteren. Cruciaal in het realiseren van duurzaam inzetbare medewerkers is faciliteren op 4 pijlers te weten: - Gezondheid en energie. - Kennis en vaardigheden - Balans werk – privé - Motivatie en betrokkenheid. Hierbij is de dialoog tussen werkgever en werknemer zeer belangrijk. In deze dialoog gaan leidinggevende (werkgever) en medewerker met elkaar in gesprek over deze vier elementen, die van invloed zijn op de inzetbaarheid van de medewerker in relatie tot hun eigen ambities en die van de organisatie.

Het afgelopen jaar is gewerkt aan een concreet plan van aanpak Duurzame inzetbaarheid/Vitaliteit 2021. Dit heeft geleid tot een plan waarin 4 thema’s nader zijn uitgewerkt in concrete acties te weten: Verzuim, Hybride werken, vitaliteit en Levensfase Bewust beleid. Duurzaamheid van materiaal Op het gebied van duurzaamheid is de VRR toegetreden tot het manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Daaruit vloeit voort dat er een actieplan opgesteld moet worden. In dit actieplan worden de ambities van de organisatie op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen goed beschreven en worden de ambities vertaald naar concrete doelstellingen. Denk hierbij aan thema’s als klimaatbewust inkopen, internationale sociale voorwaarden, social return on investment, bio-based inkopen, circulair inkopen en innovatiegericht inkopen. Daarnaast worden in het actieplan kansen voor verduurzaming geïdentificeerd en is er een actielijst opgesteld. Omdat Maatschappelijk Verantwoord inkopen nieuw is binnen de organisatie is dit een gezamenlijk leerproces, waar monitoren, evalueren en bijstellen onderdeel van is. Door de voortgang én de knelpunten periodiek te rapporteren en inzicht te geven in de resultaten ontstaat ook steeds meer draagvlak binnen de organisatie

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

52 / 111

Paragraaf Bedrijfsvoering Diversiteit De VRR heeft diversiteit en inclusie aangemerkt als een belangrijk strategische speerpunt. Aandacht geven aan diversiteit en inclusie binnen de VRR is niet alleen een thema voor de directie, maar voor de hele organisatie. Dat kan door met elkaar van gedachten te wisselen over dit thema en afspraken te maken over hoe dit ingebed kan worden in de organisatie. Als VRR willen wij diversiteit omarmen, zodat verschillen juist worden gewaardeerd, omdat het bijdraagt aan de kwaliteit van onze dienstverlening. De regio Rotterdam-Rijnmond kenmerkt zich door een hoge diversiteit aan culturen, kennis en ervaringen, maar ook zienswijzen. Met een inclusieve cultuur en grote verscheidenheid aan medewerkers kunnen we hier goed op aansluiten en ons ontwikkelen tot een wendbare en initiatiefrijke werkomgeving waarin mensen zich thuis voelen. De VRR heeft een inclusieve organisatiecultuur waarin diversiteit gewoon is. Inclusief betekent dat iedereen zich betrokken en gewaardeerd voelt, niet ondanks maar dankzij de verschillen. Niemand wordt op basis van zijn of haar individuele eigenschappen buitengesloten, impliciet of expliciet. Diversiteit betekent dat er op allerlei aspecten verschillen zijn tussen medewerkers, zoals leeftijd, migratieachtergrond, gender, karaktereigenschappen en geaardheid.

Met andere woorden, een inclusieve cultuur zal ervoor zorgen, dat er bij de VRR een veilige, open en aantrekkelijke werkomgeving is, waardoor een verscheidenheid aan mensen zich thuis voelt en een stem heeft binnen de VRR. Middels bewustwording, kennisdeling en institutionalisering willen wij de diversiteit en inclusiviteit binnen de VRR gewoon laten zijn. Binnen de werkgroep zijn een visie en doelstellingen geformuleerd. De visie is via de website met de hele VRR gedeeld. Daarnaast is op het gebied van werving- en selectie gekeken hoe verschillende doelgroepen aangesproken kunnen worden. Verder is er veel aandacht voor thema’s uit de cultuuragenda en wordt dit via het intranet onder de aandacht gebracht bij de medewerkers. Tot slot is gewerkt aan kennisdeling. Zo worden de best practices gedeeld met het Landelijk HR Netwerk en is er samenwerking gezocht met het platform 010inclusief (een platform tegen arbeidsdiscriminatie dat streeft naar inclusieve organisaties).

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

53 / 111

Paragraaf Bedrijfsvoering Kengetallen personeel Formatie VRR

De stijging in het aantal FTE in 2021 komt door de overgang van de ARR naar de VRR.

Ziekteverzuim

Toelichting Het verzuimpercentage is in 2021 met 0,11% gedaald naar 5,97%. Ook in 2021 heeft COVID-19 invloed op het verzuim gehad. Dit jaar is dat vooral terug te zien in de cijfers bij de operationele diensten, waarbij de grootste impact te zien is in het middellange verzuim vanwege thuisisolatie. De niet-operationele afdelingen hebben nog veel thuisgewerkt, waardoor bij deze afdelingen de impact van COVID-19 op het verzuim minder is. Thuiswerkers met milde klachten van griep en/of verkoudheid melden zich minder snel ziek, omdat zij in geval van thuisquarantaine bij milde klachten (grotendeels) door kunnen werken. Het meeste verzuim zit bij het lange verzuim. Het grootste deel betreft psychisch verzuim. Na het psychisch verzuim volgt ziekten van het ademhalingsstelsel met name (long) COVID-19. Om dit lange verzuim terug te dringen worden een aantal maatregelen genomen: -

-

Binnen de ARR is in 2020 gestart met het programma “Grip op Verzuim” in samenwerking met de Arbo Unie. Het programma bestaat uit drie fases, waarbij de implementatiefase nu is aangebroken. Er is een zelfscreener ter beschikking gesteld voor alle medewerkers. Het invullen geeft zicht op de gezondheid van de medewerker. Op intranet staat informatie over het thema Vitaliteit met o.a. een Zorgwijzer voor medewerkers. Er is regelmatig afstemming tussen de bedrijfsarts, de HR-adviseur en leidinggevende waar zorgen over medewerkers preventief besproken worden. Er worden trainingen gegeven aan leidinggevenden over verzuim.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

54 / 111

Bedrijfsvoering Agressiemeldingen

De VRR accepteert vanuit goed werkgeverschap geen geweld en agressie tegen zijn medewerkers. Door het inzetten van gericht beleid hopen wij dat medewerkers het belang van melden van incidenten en het doen van aangifte inzien, zodat agressie en geweld tegen onze medewerkers kan afnemen. In 2021 is het aantal meldingen ten opzichte van 2020 weer licht toegenomen.

In 2021 is het totaal aantal meldingen 66. Zoals ieder jaar zijn er vanuit ambulancemedewerkers aanzienlijk meer meldingen gedaan dan vanuit de brandweermedewerkers. Dit jaar is er voor het eerst één melding gemaakt van een medewerker van een overige afdeling. Dit had betrekking op een medewerker die in een dienstauto werd bedreigd tijdens de rellen van november 2021. In 35 gevallen bestonden de meldingen uit non verbale en fysieke agressie en in 31 gevallen uit verbale agressie. Bij da ambulancemedewerkers komt fysieke agressie in de vorm van trekken, duwen en spugen vaker voor. Bij de brandweer gaat het voornamelijk om bedreigen en bekogeld worden met voorwerpen. . In 2021 zijn er 17 aangiftes gedaan. Dit is een lichte stijging in vergelijking tot voorgaande jaren. De aangiftes zijn als volgt verlopen: • Bij één aangifte is er een vonnis uitgesproken, waarbij de dader een gevangenisstraf is opgelegd van 2 maanden en daarnaast het betalen van smartengeld en schadevergoeding. • Bij één aangifte is uitspraak voorwaardelijke sepot met als voorwaarde betalen schadevergoeding. • Bij twee aangiftes is er geen dader gevonden waardoor het OM hier verder geen zaak van heeft kunnen maken. • Bij twee aangiftes is de officier in hoger beroep gegaan. • Bij drie zaken is de zaak geseponeerd, wegens redenen als gedrag verdachte niet strafbaar en niet genoeg bewijs.

• Bij één aangifte is dader schuldig verklaard zonder oplegging van straf maar officier overweegt om in hoger beroep te gaan. • Bij 5 aangiftes loopt het onderzoek van de politie naar de daders. Dit betreft een ploeg bij de brandweer die tijdens de rellen op de Coolsingel werd bedreigd door een groep relveroorzakers. • Bij één aangifte is de dader bekend en zijn we in afwachting van wanneer de zaak voor de rechter verschijnt • Bij één aangifte is de zitting verplaats naar een nog nader onbekend datum Het aantal aangiftes blijft echter achter bij de daadwerkelijk gebeurde incidenten. Veel melders geven aan teleurgesteld te zijn in de eerdere uitspraken van eerdere meldingen, waardoor ze minder snel geneigd zijn tot het doen van een aangifte.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

55 / 111

Paragraaf Bedrijfsvoering Uit de Ondernemingsraad: Het jaar 2021 is voor de COR, net als voor iedereen, een jaar geweest dat niet verlopen is zoals we gehoopt hadden. Vanaf de zomer zag alles er weer rooskleurig uit en konden wij weer op locatie bijeenkomen voor de vergaderingen, maar in het najaar kropen wij weer terug achter onze computer om via Teams met elkaar te overleggen. Voor het overleg tussen bestuurder en COR was Corona, en alles wat daarmee te maken had, een bijna permanent agendapunt met onderwerpen als de werkdruk, de maatregelen, het thuiswerken, wijziging van de vaste reiskostenvergoeding, thuiswerkvergoeding, strategische huisvesting en het hybride werken. Maar ook ethische dilemma’s en maatschappelijke discussies, waarover we in een informele vorm met elkaar van gedachte hebben kunnen wisselen. Toch is het afgelopen jaar weer voorbijgevlogen. Een wederom bijzonder jaar waarbij de toekomst er weer iets positiever uitziet. Is Corona met de Omikronvariant op zijn retour en kunnen we straks leven met Corona als een van de vele andere griepvarianten? Laten we het hopen. We kijken terug op een jaar waar wij met z’n allen trots zijn op wat we toch weer voor elkaar hebben gekregen.

Het overleg met de Bestuurder is constructief geweest en gebaseerd op wederzijdse respectvolle en open verhoudingen, waarin de ondernemingsraad steeds beter wordt betrokken bij diverse onderwerpen en maatschappelijke discussies. Tijdens de retraite hebben de directie en de COR uitgebreid met elkaar gesproken over ‘Samen Leren en Ontwikkelen’. Het ingezette beleid wordt ook binnen de Medezeggenschap positief benaderd en over de richting zijn we het onderling eens. Het tempo wordt bepaald door de mate waarin ieder zijn eigen zaken op orde heeft voordat we gezamenlijk zaken kunnen oppakken. We moeten zoeken naar hoe we het gezamenlijk kunnen oppakken. Voor de COR is een logische stap in Samen Leren, het samen gebruiken van één gebouw en middelen; de COR ziet het externe advies hiervoor dan ook met belangstelling tegemoet. Mede door het programma BOOS van Tim Hofman staat grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik weer hoog op de agenda bij vele organisaties en de overheid. De COR streeft ernaar om dergelijk grensoverschrijdend gedrag in de kiem te smoren. Om hier ondersteuning bij te krijgen hebben de vertrouwenspersonen, samen met 2 medewerkers van HR en een lid van de COR afgelopen jaar de training ‘Grip op angst in organisaties’ gevolgd. Waarna de COR, samen met de vertrouwenspersonen, een cursus over angst- en machtscultuur heeft gevolgd.

Eén van de speerpunten voor komend jaar is ‘Een veilige werkplek’, waarbij naast ARBO, ook grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik een plek zal krijgen aan de spreektafel. In december 2020 besloot het Veiligheidsberaad tot oprichting van een zelfstandige werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s, de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). Deze vereniging gaat dit jaar namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelen met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maken over het collectief aan arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De COR wil participeren via het Landelijk Overleg Ondernemingsraden Veiligheidsregio’s (LOOV) om de bonden zo goed mogelijk van input te dienen voor de Cao-onderhandelingen. In september 2021 is Maurits de Weerd met pensioen gegaan en in de aanloop naar de overdracht van het voorzitterschap is er vroegtijdig een nieuwe voorzitter gekozen. Dankzij een goede overdracht en ondersteuning van de zittende collega’s en het ambtelijk secretariaat, heeft Rob van Hamersveld het stokje soepel over kunnen nemen. Hij voelt zich op zijn plaats en dat is mede te danken aan alle deelnemers aan de overlegvergaderingen. Dank daarvoor. De verkiezingscommissie organiseerde in 2021 tweemaal tussentijdse verkiezingen, zoals in de ORreglementen staat beschreven.

Er is extra aandacht geschonken aan de campagne om leden te werven en dit heeft tot positieve resultaten geleid. Iedere OR is bij de start van 2022 compleet, op één openstaande zetel in de OR R&C na. De wens is dan ook dat we met z’n allen kunnen blijven bouwen aan een veilige organisatie waarin iedereen zich gehoord voelt en trots kan zijn.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

56 / 111

Paragraaf Bedrijfsvoering Integriteit en omgangsvormen Integriteit is een wezenlijk onderdeel van de kwaliteit van het openbaar bestuur en vormt één van de belangrijkste voorwaarden voor het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur. De bijzondere kenmerken van de overheidstaken, zoals de besteding van publieke middelen en een monopoliepositie op vele terreinen, vereisen van de overheid een extra hoog niveau van integriteit. De VRR, als overheidsorganisatie, moet zich kunnen verantwoorden en zorgen voor doorzichtigheid van het beleid en het handelen. Het is belangrijk, dat iedereen in de organisatie zich daarvan bewust is en daarin wordt ondersteund. Aantal functionarissen integriteit/ongewenste omgangsvormen Voor beleidszaken, overleg en coördinatie heeft VRR 1 integriteitsfunctionaris (0,5 fte). De organisatie beschikte in 2021 over 4 vertrouwenspersonen: 3 vanuit de VRR en 1 externe vertrouwenspersoon. Tussen de VRR en de Gezamenlijke Brandweer is een dienstverleningsovereenkomst gesloten voor de beschikbaarstelling van een van de vertrouwenspersonen ten behoeve van de medewerkers van de Gezamenlijke Brandweer. Midden december 2021 is één van de vertrouwenspersonen gestopt met zijn werkzaamheden. In januari 2022 is de vacature intern opengezet. Er staan momenteel 2 vacatures open. Tot de taken van de functionarissen behoren: 1.

Opvangen, begeleiden informeren van de melder 2. Voorlichten informeren en inspireren van de organisatie 3. Adviseren van bestuur en management Advisering en meldingen door vertrouwenspersonen Onderstaande tabel geeft het aantal meldingen en intakegesprekken weer. Om herleidbaarheid naar personen, teams of casussen te voorkomen, wordt slechts in algemene zin gerapporteerd over de aard van de meldingen. De vertrouwenspersonen registreren via een formulier1. Soort melding / advies

2017

2018

2019

2020

2021

Ongewenste omgangsvormen

6

24

13

13

4

Integriteit

0

6

0

1

1

Combinatie ongewenste omgangsvormen en integriteit

1

0

1

0

0

Arbeidsgeschil

4

6

7

13

14

Overig

1

1

3

2

Totaal

12

37

24

29

19

In 2021 waren er in totaal 19 meldingen. Van het jaar 2020 waren 4 meldingen meegenomen naar 2021.Twee meldingen van 2021 zijn nog niet afgerond en worden meegenomen naar 2022. Medewerkers kunnen zelf kiezen welke vertrouwenspersoon zij benaderen. In sommige gevallen heeft een vertrouwenspersoon zelf een melder naar een andere vertrouwenspersoon verwezen. Dit gebeurt in situaties waar de melder en vertrouwenspersoon nabije collega’s zijn of vanwege de complexiteit van de casus. De melders zijn eenmalig als melding geregistreerd.

1

Bij het opstellen van dit formulier is uitgegaan van het Besluit Melden vermoeden van een misstand, Staatsblad 572, dat geldt voor Rijk en Politie.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

57 / 111

Paragraaf Bedrijfsvoering De meeste meldingen in 2021 gaan over de relatie tussen de leidinggevende en de medewerker. De aard van de meeste meldingen betreft een arbeidsgeschil: In eerste instantie gaat het over de arbeidsrelatie met de werkgever en over de taken, bevoegdheden en scholingsmogelijkheden van medewerkers. In de kern zijn het arbeidsconflicten, maar door de bejegening en toon in de communicatie worden het meldingen van ongewenst gedrag (intimidatie, discriminatie, pesten etc.). Zo wordt een verandering in taken, in zienswijze t.a.v. het functioneren op directieve wijze medegedeeld waardoor melders geen ruimte voelen om zich te verweren of het gesprek aan te gaan. Opvallend is ook dat de verandering in taak en/of verwachting bij medewerkers als onaangekondigd of onbesproken wordt ervaren. Melders ervaren het als een feit dat neergelegd wordt. Zij ervaren dat zij als persoon niet gezien, gehoord of gewaardeerd worden. “Ik heb jarenlang goede beoordelingen gehad en wordt ineens als onvoldoende beoordeeld”. De stap van de medewerker naar de vertrouwenspersoon heeft dan te maken met het gevoel van sociale onveiligheid. Het gaat hierbij om “hoe wordt de boodschap gebracht” en “hoe heeft de melder de boodschap beleefd”. Melders hebben zich geïntimideerd gevoeld door hun leidinggevenden.

Medewerkers hebben zowel bij de Ambulance als bij de Brandweer en bij 3 andere afdelingen zich onheus bejegend gevoeld door de leidinggevenden. Melden buiten de organisatie Medewerkers kunnen extern een misstand melden bij het Huis voor Klokkenluiders (HvK). Er zijn via deze route voor zover bekend geen meldingen gedaan. Voor klachten over ongewenste omgangsvormen is de VRR aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag voor de Decentrale Overheid (LKOG). Er is in 2021 één klacht formeel afgehandeld door de Landelijke Klachtencommissie Ongewenste omgangsvormen LKOG). De klacht is gegrond verklaard en het advies van de klachtencommissie is door de VRR overgenomen. Onderzoek In 2021 zijn er 5 interne onderzoeken gedaan binnen de VRR. Daarnaast is er 1 extern onderzoek afgerond, welke was gestart in 2020. 4 van deze onderzoeken hebben geleid tot ontslag, waarvan één van deze gevallen een ontslag op eigen initiatief is geweest. Eén medewerker heeft voorwaardelijke strafontslag gekregen. Disciplinaire trajecten In 2021 is er bij VRR 3 keer een disciplinaire maatregel opgelegd. Dit betrof 2 keer een schriftelijke berisping en 1 keer het inhouden van periodieken. In 2021 is er bij ARR in totaal 3 keer een disciplinaire maatregel opgelegd: 2 keer een officiële waarschuwing en 1 keer beëindiging van dienstverband.

Ambtseed Voor nieuwe medewerkers wordt kort na hun indiensttreding een integriteitsbijeenkomst georganiseerd. In 2021 heeft één bijeenkomst plaatsgevonden. Dit was een grote bijeenkomst op 28 september 2021 georganiseerd in de Laurenskerk, in Rotterdam. Hierbij zijn in totaal 142 medewerkers beëdigd. Ook in het jaar 2021 hebben we te maken met ‘bijzondere omstandigheden’: het coronavirus. Het kabinet heeft besloten tot verscherping van de coronamaatregelen. Dit betekende ook dat thuiswerken weer verplicht werd gesteld om de contacten zo veel mogelijk te beperken, zodat het virus zich minder snel kon verspreiden. De directie heeft daarom vanaf november het besluit genomen de reguliere integriteitsbijeenkomsten en ambtseedceremonie uit te stellen totdat het fysiek weer mogelijk is (eventueel in aangepaste vorm). Om het inzicht over integriteit te vergroten en nieuwe medewerkers toch bekend te maken met het integriteitsbeleid van de VRR sturen we hen informatie over de ambtseed, de gedragscode, informatie over melden van integriteitskwesties en ongewenst gedrag en de gegevens van onze vertrouwenspersonen. Daarbij wordt benadrukt dat ook al is de eed of belofte nog niet afgelegd, de overige (integriteit)bepalingen van de Ambtenarenwet 2017 en de Gedragscode gewoon gelden.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

58 / 111

Paragraaf Bedrijfsvoering

Beleidsindicatoren In de tabellen hieronder zijn de beleidsindicatoren opgenomen die vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording zijn voorgeschreven aan Veiligheidsregio’s.

Door de overname van de ARR per 1-1-2021 is de formatie gestegen en ook de formatie per 1.000 inwoners.

Door de overname van de ARR per 1-1-2021 zijn de apparaatkosten, externe inhuur en overhead gestegen.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

59 / 111

Paragraaf Bedrijfsvoering COVID-19 De uitbraak van COVID-19 (corona) begin 2020 heeft een enorme impact gehad op het dagelijks leven van iedereen. Om het coronavirus in Nederland te bestrijden en te beheersen heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van de Wet veiligheidsregio’s een beroep gedaan op de veiligheidsregio’s. Om deze extra taken en opdrachten van de minister uit te kunnen voeren, worden de veiligheidsregio’s geconfronteerd met meerkosten. Deze meerkosten worden door het ministerie van VWS vergoed aan de veiligheidsregio’s. Dit geldt voor de jaren 2020 en 2021. Om het coronavirus te bestrijden heeft het VRR-personeel dat zich bezighoudt met de coronabestrijding de nodige overwerkuren gemaakt. Daarnaast heeft de VRR gebruik gemaakt van externe ondersteuning en advisering, voor o.a. het informatieknooppunt, ROT-ondersteuning, logistieke ondersteuning testlocaties etc. . De coronabestrijding vraagt veel van de VRR-medewerkers. Veel medewerkers uit de organisatie zijn ingezet in de crisisorganisatie. Om toch de reguliere werkzaamheden voort te kunnen zetten is op sommige dossiers gemaakt van externe expertise. Onderstaande tabel geeft de meerkosten weer die in 2021 zijn gemaakt. Gedurende 2021 zijn declaraties ingediend bij het ministerie en ook ontvangen. De laatste declaratie voor 2021 wordt in 2022 ingediend.

Kostensoort Coronahotels/centra Inkoop en distributie PBM Overige specifieke meerkosten

Definitieve opgave kosten 2021 €0 -€ 61.889 € 2.135.300

Overige meerkosten

€0

Minder inkomsten (verrekend met minder uitgaven)

€0

Totale uitgaven 2021

€ 2.073.411

Doordat een deel van de ingekochte middelen zijn ingezet door de Ambulancedienst en declaratie van extra kosten in het kader van Corona door de ambulancedienst via een separate vergoeding verloopt, zijn de aanschafkosten doorbelast naar de ambulancedienst. Hierdoor komt het bedrag voor “Inkoop en distributie PBM” op een negatief bedrag uit.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

60 / 111

Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Het begrip verbonden partij is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en is in artikel 1 lid b BBV als volgt gedefinieerd: “Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.” In artikel 1 lid c BBV wordt financieel belang gedefinieerd als: “Een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt”. In artikel 1 lid d BBV tenslotte wordt bestuurlijk belang gedefinieerd als: “Zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht”.

Lijst met verbonden partijen In onderstaande tabel worden de verbonden partijen genoemd waarin de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond een financieel en bestuurlijk belang heeft. Overzicht van verbonden partijen 2021 Naam Stichting FERM

Vestigingsplaats

Rotterdam

Openbaar belang

Beheersing digitale verstoringen

Eigen vermogen (€) 1-1-2021

Resultaat (€)

31-12-2021

€0

2021

€ 109.808

€ 109.808

De jaarcijfers 2021 van de Stichting FERM zijn conceptcijfers. Op het moment van afwikkeling van de jaarrekening 2021 van de VRR konden wij nog niet beschikken over de definitieve cijfers 2021 van de Stichting. Eventuele effecten worden meegenomen in de eerstvolgende begrotingswijziging. Doelstelling verbonden partij De stichting FERM is een 2021 opgerichte stichting gevestigd in Rotterdam met de volgende ambitie: “Rotterdam bevindt zich in 2023 in de top van de wereld ten aanzien van het weerbaar zijn tegen digitale verstoringen.” Dat wil zeggen dat het Haven Industrieel Complex in Rotterdam digitale dreigingen - zoveel als mogelijk is - ziet aankomen en zo georganiseerd is dat het de impact van digitale verstoringen weet te beheersen. Hierdoor wordt de bedrijfscontinuïteit ondersteund, en het veiligheidsrisico voor omwonenden verkleind en wordt eventuele economische schade beperkt gehouden. De Stichting ambieert dat in 2023 relevante partijen samenwerken om de impact van digitale verstoringen bij bedrijven en in de ketens op het Haven Industrieel Complex in Rotterdam te beheersen. De naam van het samenwerkingsverband is ‘FERM’. Relevante betrokken partijen zijn diverse publieke organisaties en alle ondernemingen binnen het Haven Industrieel Complex. Met name de ondernemingen die een kritieke schakel zijn in de functie van de Rotterdamse haven zijn hierbij aangesloten.

FERM wordt door deze partijen als dé onmisbare schakel tussen alle partijen gezien. De meerwaarde van FERM wordt gezien en gewaardeerd en dat vertaalt zich door in operationele en financiële participatie van alle bij FERM aangesloten organisaties

Aansprakelijkheid Behoudens eventuele bestuursaansprakelijkheid welke verzekerd is, is er geen sprake van financiële aansprakelijkheid.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

61 / 111

Jaarrekening 2021 Deel 3 Overzicht van baten en lasten

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

62 / 111

Overzicht van de baten en lasten 2021

Programmarekening (bedragen x € 1.000) Programma's Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en crisisbeheersing Subtotaal programma's Overhead Algemene dekkingsmiddelen Saldo Financieringsfunctie Subtotaal algemene dekkingsmiddelen Totaal van baten en lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en crisisbeheersing Mutatie bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat verslagjaar

Primaire Begroting 2021

2e BW 2021

Realisatie 2021

Begrotingsafwijking

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

27.478 99.593 8.411 135.482 229

25.908 79.433 7.575 112.916 23.233

1.570 20.160 836 22.566 -23.004

56.524 106.915 10.546 173.984 4.242

54.762 85.281 9.847 149.890 26.885

1.762 21.634 699 24.095 -22.643

56.666 109.519 10.885 177.070 3.276

55.136 87.589 10.313 153.038 26.895

1.530 21.930 572 24.032 -23.619

142 2.604 339 3.085 -966

374 2.308 466 3.148 10

-232 296 -127 -63 -976

229 135.711

23.233 136.149

-23.004 -438

4.242 178.226

1.127 28.012 177.902

-1.127 -23.770 325

3.276 180.346

854 27.749 180.787

-854 -24.473 -441

-966 2.119

-273 -263 2.885

273 -703 -766

974

804

170

1.150

821

329

1.067

822

245

-83

1

-84

974 136.685

804 136.953

170 -268

1.150 179.376

821 178.723

329 654

1.067 181.413

822 181.609

245 -196

-83 2.036

1 2.886

-84 -850

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

63 / 111

Baten

Lasten

Saldo

Toelichting op de begrotingsafwijkingen 2021

Ambulancezorg (bedragen * € 1.000) Begroting 2021 (2eBW) Baten 56.524

Lasten 54.762

Saldo 1.762

Realisatie 2021 Baten 56.666

FLO Ambulance 2021 Baten zorgverzekeraars Salarissen Zorgbonus Lagere afschrijvingen FLO Ambulance 2020 Vrijval voorziening ivm gewonnen rechtszaak Extra aanschaf ambulancekleding Extra inhuur Diverse overige baten en lasten

-

-

-

-

Lasten 55.136

Begrotingsafwijking Saldo 1.530

Baten 142

Lasten 374

Saldo -232

-865 1.000

-911

46 1.000 -900 144 -235 262 -152 -102 -295 -232

168

-161 142

900 168 -144 235 -262 152 102 134 374

De FLO Ambulance kwam lager uit dan de begroting welke nog gebaseerd was op het verleende voorschot. De lasten waren navenant lager. De vergoeding bedraagt 95% van de lasten. Omdat de vergoeding voor Overhead 1 mln lager is maar het totale budget vanuit zorgverzekeraars hetzelfde is gebleven, zijn de baten vanuit zorgverzekeraars voor het programma ambulance 1 mln hoger dan begroot. De salarislasten waren o.a. als gevolg van CAO effecten hoger dan begroot. Zorgbonus: de zorgmedewerkers hebben een bonus gekregen voor hun inzet tijdens de Coronacrisis. Deze zorgbonus wordt vergoed door het Rijk op basis van de subsidieregeling van het ministerie van VWS. Lagere afschrijvingen: Door o.a. latere leveringen (o.a. tekort aan materialen en sluiting van fabrieken) waren de afschrijvingen lager dan begroot. FLO ambulance 2020: Dit betreft een nagekomen correctie op de FLO. Vrijval voorziening voormalig personeel: In 2020 is een voorziening getroffen in verband met een zaak tegen een voormalig personeelslid. De VRR heeft deze zaak heeft inmiddels gediend en de VRR is in het gelijk gesteld. Mogelijk moet de VRR nog een gedeelte van de WW uitkering vergoeden. Het restant is vrijgevallen. Kleding: Door vertraging in de aanbesteding van de nieuwe kleding moest in 2021 nog extra (oude) kleding aangeschaft worden.

Vanwege andere eisen heeft de ARR niet deelgenomen aan de landelijke aanbesteding. Extra inhuur: Dit betreft extra inhuur voor een medisch manager ambulancezorg. Er is maar één medisch manager. Deze draait ook piket. Dit betekent dat deze 24 * 7 onafgebroken moet werken. Vanwege deze kwetsbare positie wordt een extra medisch manager ingehuurd. Diverse lasten waren hoger door o.a. hogere schoonmaakkosten van voertuigen.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

64 / 111

Toelichting op de begrotingsafwijkingen 2021

Brandweerzorg (bedragen * € 1.000) Begroting 2021 (2eBW) Baten 106.915

Lasten 85.281

Saldo 21.634

Realisatie 2021 Baten 109.519

Lasten 87.589

Begrotingsafwijking Saldo 21.930

FLO Brandweer Facilitaire ondersteuning LMS Herplaatsing medewerkers. CAO Effect Lagere afschrijving Onderhoud panden en installaties Hogere brandstof- en onderhoudskosten voertuigen door prijsverhoging en inzetbaarheid Detacheringsbaten Projecten UWV Diverse overige baten en lasten

Baten 2.604

Lasten 2.308

Saldo 296

2.164 -484

2.222 -484 -375 174 -248 271

-58 375 -174 248 -271

544

-544

186 226 135 -345 2.308

722 296

186 226 135 377 2.604

Bij programma Brandweerzorg is er sprake van hogere baten en lagere lasten ten opzichte van de 2e Begrotingswijziging. Deze worden voornamelijk veroorzaakt door: -

-

-

-

-

-

FLO: Met name door affinanciering zijn de FLO-kosten in 2021 hoger uitgevallen dan begroot. Deze waren niet begroot. Van deze kosten wordt 2.164k verrekend met de gemeenten en is 58k voor rekening van de VRR. LMS: In de prognose was er nog vanuit gegaan dat de afwikkeling van de financiële overgang van de LMS tot eind 2021 zou duren. Dit is toch nog met terugwerkende kracht afgewikkeld. Hierdoor zijn zowel baten als lasten lager dan in de prognose was opgenomen. Herplaatsing medewerkers: Deze voorziening is ter dekking van een aantal boventallige functionarissen. Twee van deze functionarissen zijn herplaatst. Daarom is het deel van deze voorziening dat hier betrekking op heeft vrijgevallen. CAO effect: Met ingang van 1-12-2021 is een nieuwe CAO in werking getreden. Deze valt hoger uit dan was verwacht in de prognose. Dit heeft met name te maken met de eenmalige uitkering die over 2021 uitgekeerd zal gaan worden. Lagere afschrijving: Door langere levertijden o.a. als gevolg van het chiptekort zijn investeringen later opgeleverd dan wel doorgeschoven naar 2022. Hierdoor zijn de afschrijvingen navenant lager. Voor verdere informatie met betrekking tot de investeringen verwijzen wij naar de toelichting op de balans. Onderhoud panden: In 2021 heeft een inhaalslag plaatsgevonden m.b.t. tot het onderhoud van de panden. Deze extra lasten worden gedekt uit de bestemmingsreserve.

Hogere Brandstof- en onderhoudskosten: De sterk gestegen brandstofprijzen hadden hun weerslag op de exploitatie. Tevens waren de reparatiekosten bij de voertuigen hoger dan gepland als gevolg van algemene prijsstijgingen naast een aantal incidentele zaken zoals vervangen van power take offs bij tankautospuiten, kosten dakisolatie tankautospuiten, extra kosten hoogwerkers en aanpassing containers vakbekwaamheid. Overige baten inc. Detachering en UWV: De baten hiervoor waren conservatief ingeschat bij de prognose. Overige lasten: De overige lasten waren lager door een ontvangen huurincentive en vrijval van reserveringen voor huisvestingsgerelateerde kosten zoals energie en ozb. Projecten: De baten en lasten op projecten waren hoger dan begroot (o.a. Fujairah en Sohar)

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

65 / 111

Toelichting op de begrotingsafwijkingen 2021

Risico- en crisisbeheersing (bedragen * € 1.000) Begroting 2021 (2eBW) Baten 10.546

Lasten 9.847

Saldo 699

Realisatie 2021 Baten 10.885

Lasten 10.313

Minder kosten gemaakt ihkv Covid (vergoeding vanuit VWS) Noodopvang Asielzoekers CAO effect BDUR projecten Diverse overige lasten

Begrotingsafwijking Saldo 572

Baten 339

Lasten 466

Saldo -127

-144 302

-144 302 68

-68 25 -84 -127

25 156 339

156 84 466

Programma Risico- en Crisisbeheersing vertoont nagenoeg geen saldo ten opzichte van de begroting, wel zijn de lasten en de baten hoger dan begroot. Hieronder een toelichting op de afwijkingen: - Minder kosten gemaakt ihkv COVID: Vanwege eerdere afschaling heeft er minder inhuur derden plaats gevonden. Er zullen dan ook minder kosten doorbelast worden aan het ministerie van VWS. - Noodopvang Asielzoekers: Eind 2021 zijn een aantal gemeenten binnen de VRR door de minister aangewezen om noodopvang voor asielzoekers te regelen. De VRR is hierbij als coördinator benoemd. De gemaakte kosten kunnen worden doorbelast aan het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). - CAO effect: Door de bij programma Brandweer al genoemde nieuwe CAO waren er extra salarislasten t.o.v. de begroting. - BDUR: Van het ministerie werd nog een extra loon- en prijsbijstelling ontvangen op de Brede Doel Uitkering. - Projecten: Baten en lasten voor diverse projecten waren hoger dan begroot.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

66 / 111

Toelichting op de begrotingsafwijkingen 2021

Overhead (bedragen * € 1.000) Begroting 2021 (2eBW) Ba ten

La s ten

4.242

26.885

Sa l do

-22.643

Realisatie 2021 Ba ten

3.276

Lagere vergoeding overhead CAO effect Diverse overige baten en lasten

La s ten

26.895

Begrotingsafwijking Sa l do

-23.619

Ba ten

-966

La s ten

Sa l do

10

-976

160 -150 10

-1.000 -160 184 -976

-1.000 34 -966

De overhead heeft een afwijking van 976k ten opzichte van de begroting. Hieronder een toelichting hierop: -

-

Lagere vergoeding overhead: Vanuit de financiering ambulancezorg wordt er 5,3% vergoed aan overhead. De VRR kent een hoger percentage en heeft dit ook opgenomen in de begroting van de ambulancezorg. De zorgverzekeraars hebben tijdens de onderhandelingen aangegeven dat zij onze overhead (7,5%) te hoog vinden. De zorgverzekeraars hebben aangegeven dat de overhead met 1 mln. verlaagd moet worden. Het totale beschikbare budget is door de zorgverzekeraars niet verlaagd. Daarnaast kent de beleidsregel ook geen vergoeding voor ICT. Dit moet bekostigd worden uit het overschot op het budget spreiding en beschikbaarheid. De VRR gaat samen met andere ambulance-vervoerders benchmarken en kijken hoe we de problematiek omtrent ICT en overhead gezamenlijk bespreekbaar kunnen maken Diverse overige lasten: Deze waren lager door al eerder genoemd huurincentive en vrijval van huisvesting gerelateerde reserveringen. CAO effect: Door de bij programma Brandweer al genoemde nieuwe CAO waren er extra salarislasten t.o.v. de begroting.

.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

67 / 111

Toelichting op de programmarekening 2021

Overzicht van de incidentele baten en lasten 2021 Er is sprake van een structureel begrotingstekort in het jaar 2021.

Overzicht van de Incidentele baten en lasten (*1.000,-)

Realisatie 2021

Totaal lasten

Programma

Lasten Covid

R&C

2.179

Opvang Asielzoekers

R&C

302

Afwikkeling LMS

Brandweer

278

Vrijval personeelsvoorzieningen

Brandweer

-375

Vrijval personeelsvoorzieningen

Ambulance

-262

Zorgbonus

Ambulance

168

Dotatie bestemmingsreserves

Brandweer

822

181.609

Totaal incidentele lasten

3.112

Totaal structurele lasten

178.497

Totaal baten

181.413

Lasten Covid

R&C

2.179

Opvang Asielzoekers

R&C

302

Afwikkeling LMS

Brandweer

278

Zorgbonus

Ambul a nce

168

Onttrekking Bestemmingsreserves

Bra ndweer

1.067

Totaal incidentele baten

3.994

Totaal structurele baten

177.419

Saldo

-196

Incidenteel

882

Structureel

-1.078

Presentatie structureel begrotingssaldo (*1.000,-)

2021

Sa l do Ba ten en La s ten

-441

Sa l do Toevoegi ngen en onttrekki ngen res erves

245

Begroti ngs s a l do

-196

Wa a rva n i nci dentel e ba ten en l a s ten (s a l do)

882

Structureel begroti ngs s a l do

-1.078

Het structureel begrotingstekort wordt o.a. veroorzaakt door de effecten van de nieuwe CAO. Deze effecten worden vanaf 2023 gecompenseerd door het toegekende accres. Daarnaast zijn er (incidentele) uitgaven voor groot onderhoud aan panden welke ten laste van een bestemmingsreserve komen, maar conform BBVregels als structureel beschouwd worden. In 2021 zijn er geen structurele mutaties op de bestemmingsreserves geweest. Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

68 / 111

Toelichting op de programmarekening 2021

Lasten covid: Dit zijn de lasten gemaakt ten behoeve van de Covid bestrijding. Deze worden vergoed vanuit het ministerie van VWS Opvang Asielzoekers: Dit betreft de lasten die gemaakt zijn ten behoeve van de acute noodopvang voor asielzoekers. Deze zullen worden vergoed vanuit het COA. Afwikkeling LMS: In 2020 zijn meldkameractiviteiten overgedragen aan de politie. Niet alle contracten waren al overgezet. Dit heeft zijn beslag in 2021 gekregen. Deze kosten zijn doorbelast aan de LMS. Vrijval personeelsvoorzieningen: Voor wat betreft de brandweer betreft dit een vrijval omdat 2 medewerkers herplaatst zijn en de voorziening hiervoor niet meer benodigd was. Voor de ambulancedienst betreft het een voorziening voor een voormalig personeelslid waar een rechtszaak tegen liep. De VRR is hierbij in het gelijk gesteld waardoor een gedeelte van de voorziening kon vrijvallen. Zorgbonus: Dit betreft de in 2021 uitgekeerde zorgbonus welke vanuit het ministerie van VWS vergoed wordt.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

69 / 111

Toelichting op de programmarekening 2021

Toelichting algemene dekkingsmiddelen

Financieringsfunctie 2021

€

LASTEN Betaalde rente op langlopende leningen

854.187

Totaal rentelasten

854.187

BATEN Totaal rentebaten Saldo

0 854.187

Resultatenbestemming

Mutatie bestemmingsreserves 2021 (* € 1.000) Omschrijving Resultaat exploitatie vóór bestemming Groot onderhoud gebouwen 2e Loopbaanbeleid CBRN-steunpunt regio Rotterdam-Rijnmond Spoor Incidentbestrijding

Onttrekking aan de reserves 2e loopbaanbeleid Groot onderhoud Bedrijfskleding

Dotaties op de reserves Resultaat exploitatie ná bestemming

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Begroting Realisatie 325 -443 695 873 124 106 25 307 88 1.151 1.067 363 363 324 323 135 135 822 821 654 -197

70 / 111

Toelichting op de programmarekening 2021

Mutaties op de voorzieningen Omschrijving (bedragen in €)

Stand

Dotatie

Vrijval

Aanwending

Stand

31-12-20

2021

2021

2021

31-12-21

-25.395

25.571

-375.090

-150.737

229.176

Procedures beeindiging dienstverbanden

50.966

Reorganisatie VRR

755.003

Lopende claims Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR)

543.800

-21.600

Voormalig personeel

365.745

-262.021

Totaal

1.715.514

Afwijkingen op de begroting

-

-658.711

522.200 103.724 -176.132

880.672

Begroting

Realisatie

Verschil

2021

2021

2021

Procedures beeindiging dienstverbanden

-27.800

-25.395

-2.405

Reorganisatie VRR

-237.100

-525.827

288.727

Lopende claims Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR)

-21.600

-21.600

0

Voormalig personeel

-365.745

-262.021

-103.724

Totaal

-652.245

-834.843

182.598

In 2021 is de voorziening Reorganisatie VRR geherwaardeerd op basis van de situatie van de medewerkers (detachering, outplacement, ontslag, pensioen) en actuele cijfers. Hierdoor is er een vrijval gedaan, die bij het opstellen van het budget niet voorzien was. Het betreft hier 2 medewerkers die weer actief aan het werk zijn. De Voorziening Lopende claims is een voorziening getroffen voor juridische afwikkeling van faillissementen leveranciers. Een deel van de garantie is in 2021 vrijgevallen. De voorziening voormalig personeel is gevormd voor een mogelijke afkoopsom c.q. achterstallig salaris voor een ontslagen werknemer waar nog een procedure voor liep. De VRR is hierbij in het gelijk gesteld. Er is een kans dat de VRR voor een deel van de WW uitkering verantwoordelijk is. Vandaar dat niet de gehele voorziening is vrijgevallen.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

71 / 111

Toelichting op de programmarekening 2021

Informatie Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector kortweg Wet Normering Topinkomens, legt sinds 1 januari 2013 beperkingen op aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke sector en de semipublieke sector. Het bezoldigingsmaximum voor 2021 bedraagt € 209.000. Sinds 1-1-2021 valt ook de Ambulancezorg Rotterdam Rijnmond onder de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Het bezoldigingsmaximum voor deze branche is € 170.000. De volgende staat geeft een overzicht van de inkomens binnen de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, die onder de meldingsplicht van bovengenoemde wet vallen. 1a. Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking. Tevens leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 2021 Functiegegevens

Mr. Drs. A. Littooij

mevr. A. van Daalen

dhr. M.H.J. van Kruijsbergen

Algemeen directeur

Directeur Risico en Crisisbeheersing

Directeur Brandweer

Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte Dienstbetrekking

1-1-2021 - 31-12-2021 1-1-2021 - 31-12-2021

1-1-2021 - 31-12-2021

1-1-2021 - 31-12-2021

1 fte

1 fte

1 fte

Ja

Ja

Ja

Ja

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum

178.383

135.179

144.561

143.327

23.491

22.099

22.599

22.313

201.874

157.278

167.160

165.641

209.000

209.000

209.000

170.000

n.v.t.

Bezoldiging

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de invordering wegens onverschuldigde betaling

Directeur Ambulancezorg

1 fte

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn subtotaal

-/- onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

dhr. A. Wijten

n.v.t.

201.874

n.v.t.

157.278

n.v.t.

167.160

165.641

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Toelichting overschrijding: Niet van toepassing 1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking Niet van toepassing 1c. Toezichthoudende Topfunctionarissen Niet van toepassing

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

72 / 111

Toelichting op de programmarekening 2021 1d. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 2021 Bestuur

Functie(s)

Burgemeester A. Aboutaleb

DB / AB

Burgemeester A. Attema

DB / AB

Burgemeester A. Grootenboer - Dubbelman

DB / AB

Burgemeester P.H. van de Stadt

DB / AB

Burgemeester C.H.J. Lamers

DB / AB

Burgemeester F. van Oosten

DB / AB

Burgemeester J.G.H. de Witte

AB

Burgemeester J. van Belzen

AB

Burgemeester wnd. G. Veldhuijzen

AB

Burgemeester G.G.J. Rensen

AB

Burgemeester P. Oskam

AB

Burgemeester M. Junius

AB

Burgemeester M. Vroom

AB

Burgemeester T.J. Haan

AB

Burgemeester wnd. H.B. Eenhoorn

AB

Burgemeester B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen

AB

Burgemeester P.E. de Jong

AB

1e De totale bezoldiging van ene topfunctionaris voor al zijn/haar functies bij één WNT-instelling en eventuele aan deze WNT-instelling gelieerde rechtspersonen. Niet van toepassing. 1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 waarop de anticumulatie bepaling van toepassing is. Niet van toepassing. 1g. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder, waar de anticumulatiebepaling van toepassing is. Niet van toepassing. 2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking Niet van toepassing. 3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Er zijn geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individuele Wet normering topinkomens maximum hebben ontvangen.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

73 / 111

Toelichting op de programmarekening 2021

Bezoldiging topfunctionarissen 2020 De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector kortweg Wet Normering Topinkomens, legt sinds 1 januari 2013 beperkingen op aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke sector en de semipublieke sector. Topfunctionarissen in de (semi)publieke sector mochten tot en met 2014 niet meer verdienen dan 130% van het salaris van een minister. Met ingang van 1 januari 2015 is deze norm verlaagd naar 100% van het salaris van een minister. Het bezoldigingsmaximum voor 2020 bedraagt € 201.000. De volgende staat geeft een overzicht van de inkomens binnen de veiligheidsregio RotterdamRijnmond, die onder de meldingsplicht van bovengenoemde wet vallen. 1a. Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking. Tevens leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 2020 Mr. Drs. A. Littooij

Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte Dienstbetrekking

Algemeen directeur

Directeur Brandweer

1-1-2020 - 31-12-2020

13-4-2020 - 31-12-2020

1 fte

1 fte

1 fte

Ja

Ja

Ja

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum

176.303

134.238

103.053

21.911

20.698

15.127

198.214

154.936

118.180

201.000

201.000

144.434

n.v.t.

Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de invordering wegens onverschuldigde betaling

dhr. M.H.J. van Kruijsbergen

1-1-2020 - 31-12-2020

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn subtotaal

-/- onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

mevr. A. van Daalen Directeur Risico en Crisisbeheersing

n.v.t.

198.214

n.v.t.

154.936

118.180

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Toelichting overschrijding: Niet van toepassing 1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking Niet van toepassing 1c. Toezichthoudende Topfunctionarissen Niet van toepassing Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

74 / 111

Toelichting op de programmarekening 2021 1d. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder

1e De totale bezoldiging van ene topfunctionaris voor al zijn/haar functies bij één WNT-instelling en eventuele aan deze WNT-instelling gelieerde rechtspersonen. Niet van toepassing. 1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 waarop de anticumulatie bepaling van toepassing is. Niet van toepassing. 1g. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder, waar de anticumulatiebepaling van toepassing is. Niet van toepassing. 2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking Niet van toepassing. 3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Er zijn geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individuele Wet normering topinkomens maximum hebben ontvangen.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

75 / 111

Jaarrekening 2021 Deel 4 Balans en toelichting

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

76 / 111

Balans per 31 december 2021

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2021 (Bedragen in €) ACTIVA

31-12-21

31-12-20

Vaste Activa Materiële Vaste Activa Investeringen met economisch nut Gronden en gebouwen Overige materiele vaste activa

23.174.325 41.724.400

24.385.265 24.044.104 64.898.725

48.429.369

Financiële Vaste Activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Waarborgsommen

94.711

5.099 94.711

5.099

Vlottende Activa Voorraden Grond en hulpstoffen

824.325

354.037 824.325

354.037

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen

5.683.913

2.900.970

Uitzettingen in 's-Rijks schatkist met een

11.793.436

15.143.195

rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Overige vorderingen

9.108.825

7.549.029 26.586.173

25.593.194

Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen

1.743.239 174.406

5.036.601

6.728.582

4.353.742

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

8.646.227

9.390.343

Liquide middelen Kasgeld

23.287

18.286

Banksaldi

236.692

164.034

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

259.979

182.320

101.310.140

83.954.362

77 / 111

Balans per 31 december 2021

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2021 (Bedragen in €) PASSIVA

31-12-21

31-12-20

Vaste Passiva Eigen vermogen Algemene Reserve Overige bestemmingsreserves Resultaat verslagjaar

383.765

5.966.544

4.897.149 -195.699

5.142.124 1.958.553 5.085.215

13.067.221

Voorzieningen 880.673

Overige voorzieningen

1.715.514 880.673

1.715.514

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Binnenlandse banken en en overige financiële instellingen

60.072.372

Overige binnenlandse sectoren

-

49.216.800 60.072.372

49.216.800

Vlottende Passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar Banksaldi Overige schulden

6.051.040

2.140.243 6.051.040

2.140.243

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

26.345.321

17.154.763

volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen die ten

1.269.067

27.160

bate van volgende begrotingsjaren komen

1.606.452

632.661

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van

29.220.840

17.814.584

101.310.140

83.954.362

Gewaarborgde Leningen

7.466.667

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

78 / 111

Grondslagen voor waardering

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening 2021 is opgemaakt in overeenstemming met het wijzigingsbesluit Besluit begroting en verantwoording (van 17 maart 2016, geplaatst in het Staatsblad, nr. 2016,101) dat voor de VRR van toepassing is vanaf het verslagjaar 2018. Grondslagen voor waardering Algemeen Voor zover niet anders vermeld zijn de activa en passiva verantwoord tegen nominale waarde of verkrijgingsprijs/aanschafwaarde. Materiële vaste activa Conform artikel 59 van het Besluit Begroting en Verantwoording worden alle materiële vaste activa met een economisch nut geactiveerd. Met ingang van 2018 worden ook materiële vaste activa met een maatschappelijk geactiveerd. In 2021 was er geen sprake van Materiële vaste activa met een maatschappelijk nut. Nieuwe investeringen worden opgenomen tegen historische kostprijs of lagere marktwaarde en lineair afgeschreven op basis van de geschatte economische levensduur. Onder de post ‘Activa in ontwikkeling’ is materiële vaste activa opgenomen die nog niet in gebruik zijn genomen. Gemeenschappelijke regelingen zijn op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording vrij in het kiezen van haar afschrijvingsbeleid.

Het afschrijvingsbeleid inclusief de te hanteren lineaire afschrijvingstermijnen per soort investering (categorie) van de VRR zijn vastgelegd in de Financiële Verordening van de VRR 2018 en nader uitgewerkt in de geactualiseerde Beleidsnota Investeringen, Waarderingen en Afschrijvingen (nota IWA). Waarborgsommen Onder de post is een borgstelling ter zekerheid van een huurcontract opgenomen. Voorraden De aanwezige voorraden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingprijs, onder aftrek van een bedrag voor incourant voor zover daartoe aanleiding bestaat. Vorderingen De vorderingen worden opgenomen tegen nominale waarde, voor zover van toepassing onder aftrek van de noodzakelijke geachte voorziening voor het risico van oninbaarheid. De voorziening is vastgesteld op basis van een statische beoordeling van de openstaande facturen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De omvang van de voorzieningen is bepaald op basis van schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen bepaald. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen.

De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Jaarverslag 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3409/documents/27411