16. 320958 Raadsvoorstel Zienswijze begroting 2022 en 1e begrotingswijziging 2021 VRR.pdf
Tekst van het document
29 / 120
Programma Risico- en Crisisbeheersing en GHOR
In het laatste kwartaal van 2020 is in opdracht van de portefeuillehouder Crisisbeheersing en bevolkingszorg een evaluatie van de rol van Bevolkingszorg, burgemeester Grootenboer-Dubbelman, een evaluatie uitgevoerd van de rol van bevolkingszorg tijdens de COVID-19-crisis. De aanbevelingen uit deze evaluatie zullen worden meegenomen in het huidige plan van aanpak. Daarnaast biedt deze evaluatie ook input voor de verdere visie- en beleidsontwikkeling van bevolkingszorg in onze regio. Bevolkingszorg heef zeker niet stilgezeten in 2020. De COVID-19-crisis heeft het belang van bevolkingszorg en een volwaardige oranje kolom weer bewezen.
Incident- en crisiscommunicatie Open en transparant communiceren is een van de kernbegrippen van de VRR. In principe wordt over alle incidenten gecommuniceerd en datgene wat leeft in de ‘buitenwereld’ vormt de basis van de aanpak van de crisiscommunicatie. Het afgelopen jaar stond de crisiscommunicatie volledig in het teken van de COVID-19pandemie. Eind februari kwam voor het eerst het Regionaal Operationeel Team (ROT) bijeen en binnen twee weken werd er opgeschaald van GRIP2 naar GRIP4 met als gevolg dat alle overleggen frequenter en urgenter werden. Het ROT kwam in eerste instantie dagelijks bij elkaar met daarin een strategische communicatie adviseur die tevens het Actiecentrum communicatie aanstuurde. Het afgelopen jaar heeft het Actiecentrum Crisiscommunicatie heel veel werk verzet. Zij hebben als verbinder gefungeerd tussen de gemeenten onderling en tussen de gemeenten en het rijk. Daarnaast hebben zij veel communicatie verzorgd, van strategie tot uitvoering. Zo zijn er ten behoeve van het ROT zo’n 200 omgevingsanalyses gemaakt die ook gedeeld zijn met de regiogemeenten. Met de komst van iedere noodverordening (19 in totaal) fungeerde www.rijnmondveilig.nl als platform voor alle actuele informatie met persberichten, Q&A’s en links naar relevante partijen als de Rijksoverheid, het RIVM etc.
Het klantcontactcenter heeft honderden telefoontjes in behandeling genomen van vooral (boze) burgers en ondernemers naar aanleiding van de verschillende maatregelen. Wij hebben actief meegeschreven aan protocollen voor drukte in winkelgebieden en de landelijke handreiking van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid voor de gemeenten. Daarnaast zijn wij betrokken geweest bij specifieke campagnes zoals communicatie of landelijke maatregelen, de invoering van de mondkapjesplicht, het Coronadashboard en de vaccinatie campagne. De eerste paar maanden van de COVID-19-crisis was de communicatiestrategie vooral gericht op “flatten the curve”; vertaald in social distancing (met name de 1, 5 meter, blijf bij klachten thuis en laat je testen, was je handen, werk zoveel mogelijk thuis en vermijd drukte). Vervolgens werden op 1 juli de maatregelen versoepeld en verschoof de communicatiestrategie meer in de richting van de economische en maatschappelijke gevolgen. Het betekende meer vrijheid en in de communicatie lag vooral de nadruk op hoe daarmee om te gaan. Echter zolang er geen oplossing was voor het Coronavirus blijft social distancing belangrijk om verspreiding van het virus te voorkomen.
Toen in het najaar het aantal besmettingen enorm toenam werden in eerste instantie voor zes regio’s, waaronder Rotterd-Rijnmond, maar later voor heel Nederland, landelijke maatregelen afgekondigd. Na een korte periode van versoepeling in november werd op 8 december een landelijke lockdown afgekondigd. In dit hele proces heeft crisiscommunicatie de coördinerende rol vervuld op het gebied van communicatie rondom alle maatregelen. In de huidige fase van de crisis vinden mensen het steeds moeilijker om zich aan de 1,5 meter te houden. De crisis duurt lang. Hierbij spelen de “sociale norm”, de inschatting van hoe makkelijk/moeilijk kan ik het gewenste gedrag uitvoeren en risicoperceptie voor jezelf én voor de ander een zeer grote rol. Met behulp van gerichte communicatie en gedragsbeïnvloeding kan het naleven van de maatregelen in deze situatie bevorderd worden. Hierbij volgen wij de gedragsbeïnvloedingsmethodiek van het Rijk. Dit betekent dat we vooral focussen op hoe bepaalde momenten/activiteiten wél kunnen met inachtneming van de maatregelen.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
30 / 120
Programma Risico- en Crisisbeheersing en GHOR
In nauwe samenwerking met de regiogemeenten en het Regionale Actiecentrum Crisiscommunicatie is een communicatieplan geschreven waarbij al uitgangspunt geldt dat de communicatie selectiever ingezet gaat worden en er gebruik wordt gemaakt van gedragsbeïnvloedingsmethodieken. De communicatie was momentgericht, gebiedsgericht en doelgroepgericht. Naast alle inzet voor de COVID-19-crisis zijn de communicatieadviseurs het afgelopen jaar ook ingezet tijdens de incidenten. Een van de meest in het oog springende was de ontspoorde metro die op een kunstwerk belandde (Nissewaard). Hiervoor was mondiale aandacht. Tot slot nog een aantal cijfers op een rij. In het afgelopen jaar zijn er tijdens crises en incidenten 93 incidenten op rijnmondveilig.nl geplaatst die bijna 3000 keer zijn gedeeld, 2300 keer geliked en waarop we bijna 500 reacties hebben ontvangen. De 1027 berichten die wij op social media hebben geplaatst zijn 49.575.262 keer gezien op Twitter, Instagram en Facebook. Op onze Facebookberichten waren 41.208 interacties. Er is vier keer een NL-alert bericht verstuurd. Dit aantal is exclusief de landelijke testberichten.
Wat heeft het gekost?
Een toelichting op de verschillen vindt u op pagina 75.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
31 / 120
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
32 / 120
Jaarstukken 2020 Deel 2 Paragrafen
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
33 / 120
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
34 / 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) staat voor ‘samen sterk’ in risicobeheersing, incidentbestrijding en crisisbeheersing. Dit gebeurt door een gezamenlijke inzet van diensten, organisaties, burgers en bedrijfsleven, waardoor schade en leed bij incidenten wordt voorkomen of beperkt. Om deze missie te kunnen uitvoeren, is het wenselijk om risico’s die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Hierbij is de relatie tussen risico’s en de mate waarin de organisatie in staat is om eventuele grote financiële tegenvallers die bij de risico’s horen op te vangen van belang. Door actief naar risico’s te kijken en waar nodig beheersmaatregelen in te stellen, vervult de VRR een actieve rol. Het doel van risicomanagement is dat het structureel bijdraagt aan het in control zijn van de VRR. Beleid De doelstellingen en de kaders waarbinnen risicomanagement zich afspeelt, zijn beschreven in de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement (2017). Risicomanagement is een continu proces dat is opgenomen in de planning- & control cyclus. Zowel in de halfjaarrapportage als in de begrotings- en jaarrekeningstukken worden de actuele risico’s en beheersmaatregelen gerapporteerd.
De VRR tracht een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het benodigde weerstandsvermogen en zal risico’s zoveel mogelijk proberen te kwantificeren. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het vermogen van de organisatie om klappen op te vangen. Het vormt als beheersmaatregel het sluitstuk van risicomanagement. Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico’s). Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio= ------------------------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Wat verstaan wij onder risico en risicomanagement: - Een risico wordt gezien als de kans dat een gebeurtenis zich voordoet met een negatief of een positief gevolg in relatie tot de doelstelling en bedrijfsvoering van de organisatie. - Er wordt een onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele risico’s. Een structureel risico heeft een meerjarig effect op de organisatie. - Risicomanagement bevat alle gecoördineerde activiteiten om een organisatie te sturen en te beheersen met betrekking tot risico’s.
Wat is het doel van risicomanagement: Het inzichtelijk maken en houden van de risico’s die de organisatie loopt om zo een verantwoorde keuze te kunnen maken en hiermee het vertrouwen in de organisatie te vergroten.
Wat willen we met risicomanagement bereiken: - Voldoen aan wet- en regelgeving. - Vergroten van het risicobewustzijn. - Een juist en volledig beeld krijgen en houden van de belangrijkste risico’s die realisatie van de doelstellingen van de organisatie kunnen belemmeren. - Maatregelen nemen om de risico’s zo goed mogelijk te beheersen. - Voor de dekking van de resterende risico’s: een goed onderbouwde en voldoende financiële capaciteit om de risico’s op te vangen.
35 / 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de primaire begroting 2020 is een aantal ontwikkelingen genoemd waarvan destijds de verwachting was dat ze mogelijk een risico voor de VRR-organisatie konden vormen. Risico’s zijn dynamisch, hetgeen betekent dat sommige risico’s uit de begroting 2020 inmiddels vervallen kunnen zijn. Risico s = structureel i = incidenteel
Verwachting van het benodigde weerstandsvermogen per ultimo jaar
Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico's. Het gaat hier om juridische gevolgrisico's, zoals claims. Actiecentra en overdracht (beheer) meldkamer aan LMS.
s
2021 PM
i
440
Wegvallen en niet toereikend zijn van subsidie Impuls omgevingsveiligheid (vervallen risico). Wegvallen en niet toereikend zijn van LEC-gelden.
i
-
i
-
Inwerkingtreding Omgevingswet.
s
-
PM
PM
PM
Spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg.
s
500
500
500
Gevolgen van (veranderde) wet- en regelgeving niet tijdig op kunnen vangen. Vertraagd tempo en of onvoldoende aanpassing bijdragen van stakeholders van de VRR t.b.v. kostenontwikkeling. Aanbesteding ambulancezorg (vervallen risico).
s
250
250
250
500 250
Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (vervallen risico). Deeltijdregeling brandweervrijwilligers. Alarmering bevolking. Personele capaciteit brandweer.
s
Bestaansrecht organisatie / Ontwikkelagenda VRR.
s
-
PM
PM
PM
Duurzame Piketorganisatie
s
-
791
1.063
1.148
Vakbekwaamheid
s
1.490
3.040
4.484
Garantstelling lening Coöperatie AZRR (vervallen risico).
s
-
-
-
-
s
-
i
-
-
-
-
4.790
6.951
8.453
9.982
1. Effecten en kosten als gevolg van grote crises (bv. Grieppandemie). 2. Effecten en kosten als gevolg van grote crises / COVID-19 (vervallen risico). Totaalbedrag risico's (bedrag x €1.000)
2022 PM
2023 PM
2024 PM
-
-
-
-
-
320
i
-
PM
-
-
i
-
s
-
-
-
-
-
-
-
s
3.600
3.600
3.600
3.600
s
-
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
1. Afhankelijk van de ontwikkelingen met betrekking tot het virus (een volgende besmettingsgolf als gevolg van de huidige en gemuteerde coronavarianten en de beschikbaarheid van vaccins om te kunnen vaccineren) kunnen er nog kosten bijkomen. Voor 2020 en 2021 heeft het ministerie van VWS aangegeven dat kosten die gemaakt zijn in het kader van de coronabestrijding voor vergoeding in aanmerking komen. 2. De gemaakte kosten voor de zorghotels Ahoy en Van der Valk zijn op subsidiebasis vergoed door het ministerie van VWS.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
36 / 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Toelichting op risico’s Hierna worden de risico’s uit het overzicht nader toegelicht. Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s Voor het risico ‘Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s’ was voorheen een bedrag opgenomen. Op advies van de auditcommissie (2018) is dit risico als PM-post opgenomen in de risico-inventarisatie. Bij dit risico gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims. Actiecentra en overdracht beheer aan Landelijke meldkamersamenwerking (LMS) In 2020 is het beheer van de meldkamer overgegaan naar de politie. Hierdoor zijn verantwoordelijkheden, middelen en taakuitvoering in één hand bij de politie gekomen. Het gaat hierbij om het beheer op het gebied van huisvesting, administratieve organisatie, informatievoorziening, arbeidsomstandigheden, financiën, inkoop, ICT en lokaal functioneel beheer. Met de overdracht van de meldkamer aan de LMS heeft de VRR een deel van de bijbehorende BDUR-opbrengsten ingeleverd en deze opbrengsten worden nu door de LMS ontvangen. Uit deze BDUR-opbrengsten betaalde de VRR onder meer de actiecentra. De actiecentra zijn ruimtes waar onder meer de coördinatie van grotere incidenten plaatsvindt.
De LMS heeft nog geen duidelijkheid gegeven over de overname van de actiecentra inclusief de beheerskosten meldtafels. De VRR is hierover in gesprek met de LMS. Wegvallen en niet toereikend zijn van subsidie Impuls Omgevingsveiligheid De subsidie Impuls Omgevingsveiligheid is bedoeld om een impuls te geven aan het milieuwerkveld externe veiligheid met als doel een geborgde omgevingsveiligheid. De veiligheidsregio’s voeren met deze financiering enerzijds structurele taken uit en anderzijds worden er branche brede innovaties mee gepleegd. Voor de uitvoering van de taken in het kader van de Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) ontving de VRR tot en met 2020 een vergoeding vanuit de Provincie. Vanaf 2021 verloopt deze bijdrage via een doeluitkering uit het gemeentefonds. De gemeenten zijn hierover in 2020 geïnformeerd. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 10 februari 2021 is besloten om de gemeentelijke bijdragen met ingang van 2021 dienovereenkomstig te verhogen, zodat de wettelijke taken blijvend uitgevoerd kunnen worden. Wegvallen en niet toereikend zijn van gelden Landelijk Expertisecentrum (LEC) Voor 2021 heeft de VRR de toekenning ontvangen voor de subsidie LEC-gelden. Voor 2021 is dit geen risico meer. In Nederland vallen 400 bedrijven onder het Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO).
Deze bedrijven werken met gevaarlijke stoffen die, wanneer deze vrijkomen, kunnen zorgen voor escalatie naar een rampscenario. De veiligheidsregio heeft een wettelijke (brandweer)taak om de bedrijven die onder het BRZO vallen te inspecteren. Daarnaast heeft de veiligheidsregio taken in het beoordelen van veiligheidsrapporten en het adviseren van de omgevingsdienst op het verlenen van de omgevingsvergunning (milieu). Ook heeft de veiligheidsregio een taak in het aanwijzen van en het toezicht houden op bedrijfsbrandweren. Bij de uitvoering van deze BRZO-taken krijgen de veiligheidsregio’s ondersteuning van het Landelijk Expertisecentrum (LEC). Het LEC verstrekt informatie en advies aan veiligheidsregio’s en vertegenwoordigt de veiligheidsregio’s in diverse werkgroepen en overleggen. Ook ondersteunt het LEC het ministerie van Veiligheid & Justitie bij het verzamelen van informatie over de afzonderlijke veiligheidsregio’s en verstrekt inzicht in het landelijk beeld van rampenbestrijding en bedrijfsbrandweren. De VRR voert werkzaamheden uit voor het LEC waarvoor een subsidie wordt ontvangen vanuit het ministerie van Veiligheid & Justitie. Inwerkingtreding Omgevingswet Het omgevingsrecht bestaat uit tientallen wetten en honderden regelingen voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water met allemaal hun eigen uitgangspunten, werkwijzen en eisen.
De nieuwe omgevingswet bundelt al deze bestaande wetten en wordt naar verwachting per 1 januari 2022 van kracht. Het adviesbureau CEBEON voert op dit moment een landelijk onderzoek uit naar de potentiele financiële consequenties van de Omgevingswet voor de Veiligheidsregio’s. Verwacht wordt dat er door het omgevingsrecht een afname in het aantal vergunningverleningen / beschikkingen zal komen. Daarentegen zal de afhandeling van de aanvragen in complexiteit toenemen, doordat integraal geadviseerd moet worden. Daarnaast lijkt er een verschuiving te gaan plaatsvinden in de balans tussen enerzijds vergunning verlenen en adviseren en anderzijds toezicht en handhaving. Een andere manier van werken en een andere manier van denken is als gevolg van het veranderende omgevingsrecht nodig. De verschillende disciplines binnen de VRR moeten gezamenlijk richting het bevoegd gezag één integraal advies uitbrengen middels het Digitaal Stelsel Omgevingswet.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
37 / 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Na invoering van de wet zal afgewacht moeten worden of de effectiviteit van risicobeheersingstaken hetzelfde blijft of verbetert. Indien er een verslechtering optreedt, zal dit uiteindelijk leiden tot een toename van incidenten. Gezien bovenstaande verwachtingen lijkt het erop dat er een stijging in de kosten zal komen door de invoering van de omgevingswet. In de meerjarenraming is vooralsnog geen rekening gehouden met eventuele meerkosten als gevolg van de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving. Momenteel wordt het risicogericht werken in het kader van de Omgevingswet meegenomen in de bestuurlijke discussie over de taak, rol en gewenste ambitieniveau van de VRR (Ontwikkelagenda). Spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg Jaarlijks wordt onderhandeld met zorgverzekeraars over de budgetten inzake spreiding en beschikbaarheid van de ambulancezorg. Het risico bestaat dat de VRR de gemaakte afspraken met de zorgverzekeraars over de spreiding en beschikbaarheid van de ambulancezorg niet kan nakomen. Een mogelijk gevolg is dat de zorgverzekeraars een (straf)korting hanteren als maatregel, waardoor de budgetten niet toereikend zijn voor de VRR.
De afspraken die door ARR met de zorgverzekeraars zijn gemaakt moeten worden gezien in het licht van de COVID-19 crisis die de samenleving en de gezondheidszorg sinds maart 2020 in zijn greep houdt. Als gevolg van de COVID-19 crisis staat de zorg en dus ook de ambulancezorg onder druk. Ondanks deze druk zijn de prestaties en het aantal geleverde diensten over heel 2020 redelijk op niveau gebleven. Het aantal geleverde diensten per week is marginaal lager dan het aantal diensten dat met de zorgverzekeraars is overeengekomen. De verwachting is dat er vanwege de bijzondere omstandigheden van de COVID-19 pandemie geen korting op het budget door de zorgverzekeraars zal plaatsvinden. Gevolgen van (veranderde) wet- en regelgeving niet tijdig op kunnen vangen De VRR heeft bij de uitvoering van haar taken te maken met diverse wetten en regels. Hoewel medewerkers voortdurend worden opgeleid en informatie wordt uitgewisseld met diverse netwerken, bestaat het risico dat niet altijd is voldaan aan relevante wet- en regelgeving. In het afgelopen jaar heeft de VRR niet te maken gehad met (veranderde) wet- en regelgeving die niet tijdig kon worden opgevangen. Vertraagd tempo en of onvoldoende aanpassing bijdragen t.b.v. kostenontwikkeling Bij dit risico gaat het om kostenstijgingen waarmee de VRR te maken krijgt.
De VRR zal deze kostenstijgingen eerst zelf moeten betalen en wordt later (deels) gecompenseerd via de bijdragen van de stakeholders. Aanbesteding ambulancevervoer Vanaf 1 januari 2021 zijn de activiteiten en vergunning van de Coöperatie Ambulancezorg Rotterdam-Rijnmond (AZRR) overgegaan naar de VRR. De AZRR was voorheen door de minister van VWS aangewezen om in de regio Rotterdam-Rijnmond de ambulancezorg te leveren. Naast het spoedvervoer was de AZRR ook verantwoordelijk voor het besteld vervoer binnen de regio. De ambulancezorg gaat verder onder de naam Ambulancezorg Rotterdam-Rijnmond (ARR). Hiermee is een stap gezet in de vorming van één zorgorganisatie die zal bijdragen aan een efficiëntere en kwalitatief hogere zorgverlening. In 2020 is de Wet Ambulancevoorzieningen aangenomen. Het doel van de wet is zekerheid bieden over ambulancezorg in de toekomst en zet dan ook in op continuïteit en kwaliteit. Per regio krijgt de huidige aanbieder het recht en tevens de plicht om ambulancezorg te leveren. Dat wordt een aanwijzing voor onbepaalde tijd. Kwaliteitsnormen hebben een expliciete plek in de Wet Ambulancevoorzieningen. De ambulancezorg wordt aangemerkt als niet-economische dienst van algemeen belang.
De overheid bepaalt de regio-indeling, wijst één aanbieder aan en bepaalt de budgetten, tarieven, stelt eisen aan het bestuur, intern toezicht en transparantie van de aanbieder en legt de kwaliteitseisen vast. De aanbieder heeft het alleenrecht op het leveren van de ambulancezorg maar ook de plicht om kwalitatief goede en tijdige zorg te leveren. De twee grootste verzekeraars in de regio blijven, zoals in de huidige situatie, zorg inkopen bij de aangewezen aanbieder en hebben de plicht om voldoende spoedeisende en niet spoedeisende (of planbare) ambulancezorg in te kopen voor hun verzekerden.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
38 / 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Invoering van de Wnra en het risico dat de vrijwilligersstatus bij de brandweer vervalt (deeltijdregeling) Met de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) zijn de arbeidsvoorwaarden van de gemeentelijke sector geregeld in de cao-gemeenten / Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties. Voor de veiligheidsregio’s is tijdelijk een uitzondering gemaakt en is de huidige publiekrechtelijke regeling van arbeidsvoorwaarden (CAR-UWO) nog steeds van kracht. Verwacht wordt dat de afspraken met de VNG met een jaar kunnen worden verlengd en dat de CAR-UWO tot en met 2021 wordt bijgehouden, maar in de toekomst zullen de veiligheidsregio’s zelf hun arbeidsvoorwaarden vorm moeten geven. Het Veiligheidsberaad heeft in september het principebesluit genomen tot het oprichten van de werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s die namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelt met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maakt over arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s (medewerkers in dienst bij de sector ambulancezorg vallen hier niet onder). Het Algemeen Bestuur van de VRR moet het besluit tot deelname aan deze werkgeversvereniging nemen. Het ontwerpbesluit ligt momenteel voor bij de gemeenten, zodat zij hun zienswijze hierover kunnen geven.
Indien blijkt dat de consequenties van de invoering van de Wnra leiden tot een stijging van de inwonerbijdragen, dan zal deze stijging per gemeente worden berekend naar rato van de bijdrage basis brandweerzorg. Deeltijdregeling Ten aanzien van onze brandweervrijwilligers is inmiddels duidelijk dat de huidige rechtspositieregeling op grond van de deeltijdrichtlijn juridisch niet meer houdbaar is. Dit betekent dat de brandweervrijwilliger in zijn huidige vorm niet kan blijven bestaan. Vanuit de landelijke denktank is er een oplossingsrichting geboden die uitgaat van een fundamenteel onderscheid in taken tussen een vrijwilliger en een beroepsmedewerker. Op dit moment wordt deze oplossingsrichting verkend. Er wordt toegewerkt naar een wijziging in de brandweerorganisatie waarbij de belangen van de vrijwilligers de beroepsmedewerkers, de organisatie als geheel en de burgers van Rotterdam-Rijnmond worden meegewogen. Landelijk vindt onderzoek plaats hoe hiermee omgegaan kan worden. De uitkomsten van dit onderzoek zouden in het najaar bekend zijn, maar dit is door onder andere de coronacrisis vertraagd. Naar verwachting zullen de uitkomsten in februari 2021 bekend zijn. Op basis van een landelijk rekenmodel (Brandweer Nederland en RCDV) is er nu bedrag opgenomen in de bovenstaande tabel.
Omdat het een model betreft en het proces rondom de deeltijdregeling nog niet is uitgelopen moet het genoemde bedrag als een vroege schatting worden gezien. Uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor de consequenties van de deeltijdregeling. Alarmering bevolking Eind 2019 heeft de minister van Veiligheid & Justitie aan de Tweede Kamer laten weten dat het besluit om het luchtalarm per 1 januari 2022 uit te faseren is uitgesteld naar eind 2020. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het luchtalarm per 1 januari 2020 zou verdwijnen en vervangen zou worden door andere communicatiemiddelen zoals NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media. Er wordt momenteel gewerkt aan het verbeteren van het digitale alarmsysteem NL-alert in de grensgebieden. Voorlopig blijft het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in gebruik. Een aantal veiligheidsregio’s waaronder de VRR is in overleg met de minister om sirenes in de buurt van chemisch-industriële complexen over te nemen, zodat de werking van deze sirenes ook na de uitfasering kan worden gegarandeerd. Op het moment van schrijven was er nog geen voorstel ingediend over de uitfasering van het Waarschuwingsen Alarmsysteem. Personele capaciteit brandweer De VRR bouwt in grote delen van de regio op brandweervrijwilligers om haar burgers te voorzien van brandweerzorg.
Zij vervullen een kritieke taak in een zeer omvangrijk deel van de veiligheidsregio en doen dat 24 uur per dag, 365 dagen in het jaar. Het kost de veiligheidsregio’s de laatste jaren meer moeite om voldoende vrijwilligers te werven en te behouden die overdag beschikbaar zijn, vooral in kleinere dorpskernen is het steeds lastiger om 24 uur per dag, 7 dagen in de week de paraatheid te garanderen. De dekking staat hierdoor onder druk. De VRR heeft als prioriteit om de dekking op niveau te krijgen en te houden en denkt na over andere vormen en manieren van brandweerzorg.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
39 / 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Een van de onderwerpen die hierbij speelt is dat de positie van de brandweervrijwilligers op grond van de deeltijdrichtlijn juridisch niet meer houdbaar is. Landelijk wordt onderzocht of een fundamenteel onderscheid in taken tussen een vrijwilliger en een beroepsmedewerker hiervoor een oplossing biedt. De uitkomsten van dit onderzoek zouden in het najaar bekend zijn, maar dit is door onder andere de coronacrisis vertraagd. Naar verwachting zullen de uitkomsten in februari 2021 bekend zijn. Vooralsnog wordt geen rekening gehouden met eventuele meerkosten bij de brandweer als gevolg van deze taakdifferentiatie. Wel is dit als risico meegenomen in de risicoparagraaf van de VRR.(zie deeltijdregeling) Brandweerlieden die na 1 januari 2006 in dienst zijn gekomen, kunnen dit beroep 20 jaar uitoefenen. In die 20 jaar worden zij voorbereid op een tweede loopbaan. Veel brandweermensen willen en kunnen langer doorwerken dan 20 jaar. Met de bonden wordt gekeken naar dit 20-jarigen beleid en wordt er naar een oplossing gezocht. Bestaansrecht organisatie / Ontwikkelagenda VRR De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) is opgericht in 2006, met een sterke focus op fysieke veiligheid. In de afgelopen jaren is er veel vraag ontstaan naar verbreding van onze taken door zowel nieuwe vormen van crises als door maatschappelijke ontwikkelingen.
Voorbeelden hiervan zijn; -
groeiende aandacht voor zelfredzaamheid van burgers, o.a. door bij het langer zelfstandig thuis wonen; meer samenwerking met omgevingsdiensten en inspecties om industriële veiligheid te verhogen; nieuwe dreigingen, ‘ongekende crises’ en vraagstukken van maatschappelijke ontwrichting, zoals het vluchtelingenvraagstuk, terrorisme en het coronavirus.
Door de complexere vraagstukken ontstaat er behoefte aan andere expertise van medewerkers. Daarnaast zijn er veel andere ontwikkelingen met financiële consequenties, waaronder de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), FLO-problematiek, kortere dienstverbanden van vrijwilligers en de deeltijdrichtlijn. Tevens is in de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden dat de huidige financiën, de complexere vraagstukken en exogene ontwikkelingen niet meer op elkaar zijn afgestemd. Daarom is de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond een bestuurlijk traject gestart om samen met het bestuur het gewenste ambitieniveau en de bijbehorende begrotingsomvang van de VRR te bepalen. Het proces van de ontwikkelagenda is opgedeeld in 3 fases:
Fase 1 en 2 zijn inmiddels afgerond. Momenteel vinden de voorbereidingen plaats voor de bestuurlijke conferentie. De bestuurlijke conferentie zal plaatsvinden op 26 mei 2021. In de kadernota 2021 is aangegeven dat de uitkomsten van dit traject in 2020 bekend zouden zijn om vervolgens verwerkt te worden in de kadernota 2022 en het nieuwe meerjarenbeleidsplan van de VRR. Door corona heeft dit traject vertraging opgelopen en zal de begroting worden opgesteld op basis van bestaand beleid.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
40 / 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Duurzame piketorganisatie en vakbekwaamheid Zoals hierboven beschreven is de VRR een bestuurlijk traject gestart om met het bestuur in gesprek te gaan over de taak, rol en het gewenste ambitieniveau van de VRR. Dit traject heeft de naam “ontwikkelagenda van de VRR” gekregen. Zoals hiervoor is aangegeven zouden de uitkomsten van dit traject in de loop van 2020 bekend worden. Door COVID-19 is de bestuurlijke conferentie uitgesteld naar 26 mei 2021. Hierdoor is een jaar vertraging ontstaan. Door het niet doorgaan van de bestuurlijke conferentie is er nog geen richting bepaald en zijn er ook nog geen keuzes gemaakt. De door Berenschot uitgevoerde onderzoeken laten echter zien, dat de kwaliteit op een aantal basistaken wegzakt en de financiën krap zijn. Het oppakken van nieuwe taken is ten koste gegaan van de kwaliteit op een aantal basistaken. Deze discrepantie wordt met improviseren zoveel mogelijk opgelost, maar is niet structureel vol te houden. Daarnaast zien we dat maatschappelijke veranderingen ook invloed hebben op de kwaliteit van een aantal basistaken. De taken waar dit het meest zichtbaar is, zijn de pikettaken en vakbekwaamheid.
Wat betreft de piketorganisatie vinden er steeds meer en meer complexe incidenten plaats, waardoor er meer inzet van piketfunctionarissen vereist is (er is sprake van verdubbeling van incidenten waar piketinzet voor vereist is) en ook steeds meer deskundigheid wordt vereist. Doordat deze functie naast de niet-repressieve taak wordt gedaan, gaat dit ook ten koste van de capaciteit van de niet-repressieve taak. Hieruit volgt een noodzaak tot modernisering van de piketorganisatie. Voor vakbekwaamheid bij de brandweer is de situatie vergelijkbaar. Er is sprake van o.a. een groter verloop van vrijwilligers en beroeps. Hierdoor is de doorloopsnelheid veel groter. Waar vrijwilligers eerder hun werkzame leven ook vrijwilliger bleven, zien we nu dat er na een aantal jaar afscheid genomen wordt. Deze trend is in heel het land waarneembaar. Er moeten dus veel meer vrijwilligers opgeleid en getraind worden voor de basis brandweertaak. Daarnaast is er steeds meer sprake van complexe incidenten waarvoor specifiekere kennis benodigd is. Dit alles leg een grote druk op de vakbekwaamheid, waardoor het kritische niveau nu genaderd is. In deze risicotabel zijn de financiële consequenties opgenomen van het weer op orde krijgen van zowel vakbekwaamheid van de brandweer als de piketorganisatie.
Garantstelling lening Coöperatie AZRR In de Tijdelijke wet ambulancezorg is geregeld dat per regio één ambulancevoorziening is aangewezen die de ambulancezorg uitvoert en de meldkamer Ambulancezorg in stand houdt. In de regio Rotterdam-Rijnmond is dat de Coöperatie AZRR. De VRR voert, in opdracht van deze Coöperatie ambulanceritten uit. De Tijdelijke wet ambulancezorg is sinds 1 januari 2013 van kracht en is verlengd tot en met 2020. Op 1 januari 2021 loopt de Tijdelijke wet ambulancezorg af en zal de Wet ambulancevoorzieningen van kracht worden. De Wet ambulancevoorzieningen beoogt zekerheid te bieden over ambulancevoorzieningen in de toekomst en de continuïteit en kwaliteit, waaronder innovatie, van de ambulancevoorzieningen te waarborgen. Per veiligheidsregio krijgt de huidige aanbieder het recht en de plicht om ambulancezorg te leveren. Dat wordt een aanwijzing voor onbepaalde tijd. Kwaliteitsnormen hebben een expliciete plek in de Wet ambulancevoorzieningen. Per 1 oktober 2019 is het belang van de VRR in de Coöperatie Ambulancezorg Rotterdam-Rijnmond uitgebreid door het uittreden van de BIOS-groep uit de Coöperatie AZRR. Aanleiding tot deze uitbreiding waren aanbevelingen van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en het rapport Holsappel, waarin werd aangegeven dat de governance van de AZRR meer stroomlijning behoeft.
De VRR gaat er vanuit dat het onderbrengen van de ambulancezorg in één organisatie niet alleen zal bijdragen aan een eenduidige governance, maar ook voor meer eenduidigheid zal zorgen in regie op het bevorderen van de kwaliteitsprestaties. Verder biedt het de mogelijkheid voor de ambulancedienst om zich nog meer en beter te profileren als aantrekkelijke werkgever met een sterke en onafhankelijke positie op de arbeidsmarkt. Dit zal naar verwachting van positieve invloed zijn op het behoud en aantrekken van personeel. Met de uitbreiding zet de AZRR een stap in de vorming van één ambulancevoorziening, wat zal bijdragen aan een efficiëntere en kwalitatief hogere zorgverlening. Om te investeren in de kwaliteitsverhoging van de zorg is de AZRR een lening aangegaan met een looptijd van 15 jaar. De VRR staat garant voor deze lening. Hiervoor heeft het Algemeen Bestuur goedkeuring gegeven aan de VRR. Afgelopen mei heeft het Algemeen Bestuur van de VRR besloten om de AZRR volledig op te laten gaan in de VRR. De VRR neemt hierbij ook de lening van de AZRR over. Met deze stap wordt de ambulancevoorziening een volledig publieke taak en zal de governance verder vereenvoudigd worden, waardoor ook de regie op het bevorderen van kwaliteitsprestaties eenduidiger kan worden. Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
41 / 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Kosten als gevolg van grote crises Als gevolg van de uitbraak van het coronavirus is duidelijk geworden dat bij een GRIP4-situatie niet duidelijk is wie welke kosten gaat betalen. Hierbij wordt gedacht aan kosten voor het inzetten van deskundigen die crisesscenario’s uitwerken, kosten voor het treffen van diverse voorzieningen en andere maatregelen. Voorheen bestond hiervoor een noodfonds. Met de komst van de nieuwe wet is het noodfonds opgeheven. De VRR zal hierover in overleg gaan met de samenwerkingspartners en het ministerie om helder te maken hoe deze structuur in de toekomst moet gaan lopen. Afgelopen jaar zijn er twee sporen ingezet om de gemaakte (meer)kosten te kunnen declareren. De kosten voor de zorghotels Ahoy en Van der Valk heeft de VRR bij het ministerie van VWS kunnen declareren. Daarnaast heeft het Rijk toegezegd de meerkosten die de GGD’en en veiligheidsregio’s hebben gemaakt in het kader van de coronabestrijding te vergoeden.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
42 / 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt om niet voorziene lasten te dekken, zonder dat de begroting en het beleid moeten worden aangepast. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de gekwantificeerde financiële risico’s en daarmee het benodigde weerstandsvermogen kan vervolgens worden uitgedrukt in een verhoudingscijfer. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Waardering weerstandscapaciteit Waarderingscijfer A B C D E F
x≥2 1,4 ≤ x < 2,0 1,0 ≤ x < 1,4 0,8 ≤ x < 1,0 0,6 ≤ x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Wanneer gestreefd wordt naar een gezond weerstandsvermogen (verhouding tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit ter dekking van de risico’s) zal, uitgaande van bovenstaande tabel, minimaal sprake moeten zijn van een factor 1. Ontwikkeling weerstandsratio* Op basis van de huidige inschatting van de toekomstige ontwikkelingen en risico’s is de verwachting dat de weerstandsratio zich als onderstaand zal gaan ontwikkelen. Hierbij wordt opgemerkt dat de VRR te maken heeft met een aantal toekomstige ontwikkelingen waarvan de impact in de komende jaren duidelijker zal worden. Deze zijn als PM-post opgenomen in het overzicht met risico’s.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
43 / 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit* In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van de algemene reserve van de VRR weergegeven. Realisatie ultimo 2020 Beschikbaar (x € 1.000) Algemene reserve VRR overig Algemene reserve ambulance Nog te bestemmen resultaat Totaal
6.272 -305 1.959 7.926
1ste BW ultimo 2021 8.231 -305 -50 7.876
Meerjarenraming (MJR) ultimo 2022 2023 2024 8.181 -305 -279 7.597
7.902 -305 -266 7.331
7.636 -305 8 7.339
* Op het moment van schrijven was het resultaat van de ARR nog niet bekend. In de meerjarenraming van de grafiek ontwikkeling weerstandsratio en tabel ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit is het resultaat van de ARR nog niet meegenomen.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
44 / 120
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiële kengetallen Met ingang van het jaar 2015 dienen in de jaarstukken de volgende vijf kengetallen (art. 11 lid 2, let d. Besluit Begroting en Verantwoording) te worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het Besluit Begroting en Verantwoording heeft geen normen voor de kengetallen. Het gaat hierbij om de volgende vijf kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote wordt berekend inclusief of exclusief doorgeleende gelden. Omdat er onzekerheid is of deze leningen wel allemaal terug zullen worden betaald, is het verstandig om dit onderscheid te maken. Op die manier wordt dit risico in beeld gebracht. De VRR verstrekt geen leningen, daarom zijn de netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen gelijk aan elkaar. 2. De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de decentrale overheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. 3.
Kengetal grondexploitatie Hierin wordt informatie gegeven over de waarde van de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. 4. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een(overheids-)organisatie is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een organisatie in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (conform artikel 17 lid c BBV = exclusief mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft de potentiële ruimte aan die een (overheids-)organisatie heeft om haar structurele baten te verhogen om stijgende structurele lasten (zoals kapitaalslasten) op te vangen. Kengetallen jaarverslag 2020 Voor de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond zijn de kengetallen met betrekking tot grondexploitaties en belastingcapaciteit niet van toepassing. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft geen mogelijkheden om belastingen te heffen en heeft geen bouwgronden in bezit.
Jaarverslag jaar 2020 Kengetallen:
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Verloop van de kengetallen Jaarverslag 2019
29% 29% 15% -0,88%
Begroting 2020
Jaarverslag 2020
35% 35% 17% 0%
45 / 120
21% 21% 16% 0%
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Toelichting op de kengetallen Netto schuldquote: in de handreiking houdbare gemeentefinanciën heeft de VNG aangegeven dat de netto schuldquote van een gemeente zich normaal tussen de 0% en 100% bevindt. In 2020 valt de netto schuldquote van de VRR binnen deze bandbreedte. De VRR leent geen gelden door, daarom is de netto schuldquote gelijk aan de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie is gezond te noemen. Bij de berekening van de netto schuldquote voor het jaarverslag 2020 is gebleken dat bij het opstellen van de begroting 2020 de overlopende posten lager zijn ingeschat waardoor het percentage hoger uitkwam. Solvabiliteitsratio: de solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. In relatie tot de weerstandscapaciteit die voldoende is, is geen aanpassing nodig van de solvabiliteit. Structurele exploitatieruimte: Een positief percentage betekent dat de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. In 2020 waren de structurele baten toereikend. Hoe hoger dit percentage, hoe meer ruimte de VRR heeft om de eigen lasten te dragen.
Beoordeling onderlinge verhouding tussen de kengetallen Om de financiële positie van de organisatie te kunnen beoordelen dienen de kengetallen in samenhang te worden bekeken. De netto schuldquote van de VRR valt binnen de normale bandbreedte (0%-100%) van de VNG. Het inkomen van de VRR is toereikend om aan de schuldverplichtingen te voldoen. De weerstandsratio is voldoende waardoor er geen aanpassing nodig is van de solvabiliteit In 2020 waren de structurele baten toereikend om de structurele lasten (waaronder rente en aflossing van leningen) af te dekken.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
46 / 120
Paragraaf Financiering Algemeen Het doel van deze paragraaf is om de financiële positie van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond te evalueren. Daarnaast is de paragraaf een belangrijk instrument voor het transparant maken van de financieringsfunctie. De centrale doelstelling van het treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor de organisatie. De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de Wet Financiering Decentrale Overheden. Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Risicobeheersing Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Financiering Decentrale Overheden. In de navolgende onderdelen wordt ingegaan op de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasury functie. Renterisico’s kunnen vanuit Wet Financiering Decentrale overheden-optiek worden bezien op de korte en op de langere termijn. Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren.
De kasgeldlimiet stelt derhalve dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is dus een voorgeschreven sturing- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting voor het hele verslagjaar aangehouden. Voor de gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van het kasgeldlimiet voor het jaar 2020 8,2%.
Kasgeldlimiet 2020 (bedragen x € 1.000)
1e kw
3e kw
4e kw
2020
Bedragen in € 1.000,-
Grondslag : Lasten primaire begroting 2020
2e kw
129.438
in procenten van de grondslag
129.438
129.438
129.438
129.438
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
-10.614
-10.614
-10.614
-10.614
-10.614
Omvang vlottende schuld (a.)
-2.818
-3.505
-2.403
-5.242
-3.492
Af: Vlottende vorderingen (b.)
12.376
6.867
17.303
16.113
13.165
Saldo netto vlottende middelen(a+b)
9.558
3.362
14.900
10.871
9.673
Ruimte
20.172
13.976
25.514
21.485
20.287
Toegestane netto vlottende schuld : Toetsing :
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
47 / 120
Paragraaf Financiering Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De VRR loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet Financiering decentrale overheden de renterisiconorm geformuleerd. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost, of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid.
Renterisiconorm 2020-2023 Netto renteherziening op vaste schuld (o/g./.u/g)
2020
2021
2022
2023
-
-
-
-
Aflossingen
10.504
4.861
4.861
4.861
Renterisico
10.504
4.861
4.861
4.861
Lasten primaire begroting 2020 e.v.
129.438
165.129
160.107
160.308
Percentage cf. regeling
20%
20%
20%
20%
Renterisiconorm (2019)
25.888
33.026
32.021
32.062
Renterisiconorm
25.888
33.026
32.021
32.062
Renterisico
10.504
4.861
4.861
4.861
Ruimte onder renterisiconorm:
15.383
28.166
27.160
27.201
Ontwikkelingen Schatkistbankieren Vanaf 2013 houden alle provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen hun tegoeden aan bij de Nederlandse schatkist. Decentrale overheden deden dit al vrijwillig, maar schatkistbankieren zonder leenfaciliteit is vanaf 2014 verplicht geworden. Het beoogd doel van schatkistbankieren is de risico’s van beleggen door decentrale overheden tot nul te reduceren en het begrotingstekort van de overheid terug te dringen. Met het systeem van schatkistbankieren zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. De wettelijke term voor schatkistbankieren is “geïntegreerd middelenbeheer”. Ultimo 2020 was een bedrag van € 15.143.195 gedeponeerd bij de schatkist.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
48 / 120
Paragraaf Financiering Lening portefeuille In het volgende overzicht worden de leningen op lange termijn nader gespecificeerd: Omschrijving
Binnenlandse banken 1 - BNG 2 - BNG 3 - BNG 4 - BNG 5 - BNG 6 - BNG 7 - BNG (2014) 8 - BNG (2015) 9 - BNG (2016) 10 - BNG (2017) 12 - BNG (2020) 13 - BNG (2020) 14 - BNG (2020) Overige binnenlandse sectoren 11 - Politie
Rente
Stand
Rente
Aflossing
Opname
Stand
%
31-12-19
2020
2020
2020
31-12-20
864.000 1.450.000 2.340.000 1.589.000 2.305.000 10.000.000 10.000.000 7.500.000 7.500.000 10.000.000 5.000.000 5.000.000 7.200.000
3,290 5,890 3,620 5,400 3,720 2,900 2,930 1,390 1,410 1,195 0,195 0,315 0,585
57.600 580.000 1.123.200 913.675 1.555.875 6.000.000 6.666.667 5.500.000 6.000.000 7.250.000 -
1.421 32.027 38.119 47.372 55.735 173.194 176.614 75.871 77.550 79.169 9.750 1.313 10.530
57.600 48.333 93.600 39.725 57.625 666.667 666.667 500.000 500.000 1.000.000 5.000.000 5.000.000 7.200.000
0 531.667 1.029.600 873.950 1.498.250 5.333.333 6.000.000 5.000.000 5.500.000 6.250.000 5.000.000 5.000.000 7.200.000
8.230.000
0,760
6.874.000
Hoofdsom
Totaal
42.521.017
6.874.000 778.665
10.504.217
0 17.200.000
49.216.800
Lening nr. 11 heeft een hoofdsom van € 8.230.000. Deze lening is in 2020 met de overdracht van het beheer van de Meldkamer aan de Politie afgelost. Kredietfaciliteiten Naast de langlopende doorlopende leningen zijn er geen kredietfaciliteiten afgesloten.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
49 / 120
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen Van de vijf in het Besluit Begroting en Verantwoording genoemde categorieën kapitaalgoederen (Wegen, Riolering, Water, Groen en Gebouwen) is de post Gebouwen van toepassing op de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft 17 panden in eigendom. Daarnaast zijn er nog 41 panden welke worden gehuurd van derden (w.o. gemeenten). Onderstaand een overzicht van de materiele activa van de VRR: Omschrijving
BW 31-12-2019
Mutaties op de activa
Desinvesteringen
BW 31-12-2020
Afschrijvingen
Gronden en terreinen
2.412.547
1.045.825
-
-
3.458.372
Bedrijfsgebouwen
20.335.501
5.969.268
-4.290.997
1.086.880
20.926.893
Vervoersmiddelen
15.878.596
76.478
-15.000
2.017.487
13.922.588
Machines, apparaten en installaties
2.940.047
10.747
-401.301
432.350
2.117.143
Overige materiële vaste activa
9.419.722
974.998
-2.010.422
2.270.163
6.114.135
Activa in gebruik
50.986.414
8.077.316
-6.717.720
5.806.879
46.539.130
Activa in ontwikkeling
621.506
1.268.733
-
-
1.890.239
51.607.919
9.346.050
-6.717.720
5.806.879
48.429.369
Totaal materiele vaste activa
Waarderingsgrondslagen en afschrijvingsmethodiek Conform artikel 59 van het Besluit Begroting en Verantwoording worden alle materiële vaste activa met een economisch nut geactiveerd. In materiële vaste activa met een maatschappelijk nut is in 2019 niet geïnvesteerd. Nieuwe investeringen worden lineair afgeschreven. Onder de post ‘Activa in ontwikkeling’ zijn materiële vaste activa opgenomen welke nog niet in gebruik zijn genomen en waarop derhalve nog niet wordt afgeschreven. Investeringen Tot de voornaamste mutaties op de activa in 2020 behoren: Bij de gronden en terreinen: - Aankoop grond pand Breslau 2 (€ 1.046k) bij de bedrijfsgebouwen: - Aankoop pand Breslau 2 (€ 5.738k) - Meldkamer fase 3: actiecentra (€ 231k.) - Desinvesteringen gemeenschappelijk meldkamer n.a.v. overdracht aan LMS (€ -4.291k) bij de voertuigen: - Opkomstvoertuig Droneteam (€ 23k) - Platform Basket Spinhoogwerker (€ 53k) bij de Machines, apparaten en installaties: - Desinvesteringen apparatuur gemeenschappelijke meldkamer n.a.v. overdracht aan LMS (€ 401k) bij de overige materiële vaste activa: - Meubilair (€ 65k) - ICT Hardware (€ 646k) - Ademluchtmachine (€ 70k) - Bluspakken jeugdbrandweer (€ 61k) - Desinvesteringen meldkamer (€ 1.936k) De activa in ontwikkeling bestaan ultimo 2020 uit nog niet of deels in gebruik genomen investeringen (ad € 1.890k.) zoals o.a.: -
Ambulances (€ 878k), geleverd eind 2020 maar moeten nog ingericht worden. Toegangscontrole panden (€ 233 k.) Systeem Operationele informatie bij incidenten met gevaarlijke stoffen (OIGS) (€ 182 k.)
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
50 / 120
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen -
Vervanging tankautospuiten (€ 146k) GEO-voorzieningen (€ 129k) Diversen (€ 322k)
In de volgende tabel zijn de gerealiseerde investeringen afgezet tegen het investeringsbudget.
Omschrijving
Gronden en terreinen
Investering 2020
Begroting 2020 (2e wijz.)
Verschuiving investeringen naar vlg jaar
Activa in ontwikkeling
Overschrijding/ onderschrijding
Vervallen
-
1.045.825
-
-
-
-1.045.825
Bedrijfsgebouwen
8.375.000
5.969.268
24.555
1.350.445
-
1.030.732
Vervoersmiddelen
2.136.766
76.478
1.023.945
1.089.831
-
-53.488
472.703
10.747
233.065
239.638
-
-10.747
3.499.317
974.998
395.980
2.011.932
345.000
-228.594
-
-
14.483.786
8.077.316
1.677.544
4.691.847
345.000
-307.922
Machines, apparatuur en installaties Overige materiële vaste activa Activa in ontwikkeling Investeringen
Gronden en terreinen Bij de 2e begrotingswijziging was de aankoop van het pand Breslau 2 volledig begroot onder Bedrijfsgebouwen. Bij deze investering was echter voor € 1.046k aan grond inbegrepen (het totaal bedrag verandert hier niet mee). Bedrijfsgebouwen Door verschuiving van de volgende projecten naar 2021 bedroegen de investeringen € 1.030k minder dan begroot: - Nieuwe ambulancelocatie Voorne Putten (€ 500k); het rondkrijgen van de financiering van dit project vanuit de zorgverzekeraars in combinatie met de afspraken met de gemeente heeft vereist dat het volledige huisvestingsplan van de nieuwe ARR in beeld gebracht moest worden en in de onderhandelingen tegen het licht is gehouden. Hierdoor is deze investering verschoven naar 2021. - Verbouwing Schenkelweg Spijkenisse (€ 750k); Als gevolg van COVID moest er tussentijds tijdelijke huisvesting worden geregeld waardoor de verbouwing later van start heeft kunnen gaan. De verbouwing is gestart en wordt afgerond in 2021. Voertuigen Er is o.a. geïnvesteerd in een spinhoogwerker ad. € 53K: deze moet leiden tot minder inhuur van hoogwerkers en daarmee lagere kosten in het meerjaren onderhoudsplan. Daarnaast is er geïnvesteerd in een opkomstvoertuig voor het droneteam (€ 21K). O.a.
de volgende projecten zijn doorgeschoven naar 2021: - 10 nieuwe ambulances (€ 1.832K); Deze voertuigen zijn als gevolg van COVID later door de leverancier geleverd als de inrichting gereed is kunnen de voertuigen in gebruik genomen worden. - Verzorgingsunit ( € 140K); De aanbesteding is aangehouden in afwachting van het onderzoek naar en besluit over de aanschaf van het nieuwe type haakarmvoertuigen. De nieuwe haakarmvoertuigen hebben een langer chassis. De aanbesteding voor een nieuwe VZ gestart. - 5 wissellaadbakken (€ 97K): De vervanging van de wisselbakken maakt onderdeel uit van de visie op incidentbestrijding en het nieuwe materieelspreidingsplan. De verwachting is dat er behoefte is aan bakken met andere functionaliteit. Aan deze projecten is reeds € 1.024K opgenomen op de activa in ontwikkeling. Machines, apparatuur en installaties In de investering is € 11K opgenomen inzake de Meldkamer fase 3 (actiecentra). Dit actief was ten onrechte gedesinvesteerd n.a.v. overdracht Meldkamer aan het begin van 2020 en is opnieuw in gebruik genomen. Het project toegangscontrole panden is doorgeschoven naar 2021 (€ 473K), door een combinatie van leveranciersproblemen, prioriteringsfocus op een inhaalslag op de toegang tot de in beheer genomen ARRpanden en beperkte projectcapaciteit i.v.m. COVID. Aan deze projecten is reeds € 233K opgenomen op de activa in ontwikkeling.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
51 / 120
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Overige materiële vaste activa In de investering is € 64K opgenomen inzake de Meldkamer fase 3 (actiecentra). Dit actief was ten onrechte gedesinvesteerd n.a.v. overdracht Meldkamer aan het begin van 2020 en is opnieuw in gebruik genomen. In de 2e begroting was er nog geen budget opgenomen voor de investering in meubilair thuiswerkplekken, oplossen van oververhitting in de RBT-ruimte (€ 34K) en bluspakken jeugdbrandweer (€ 61K). O.a. de volgende projecten (totaal € 2.408k) zijn doorgeschoven naar 2021: - Wifi-netwerk (€ 220K) door nieuwe aanbesteding. Door nieuwe technische ontwikkelingen zal voor Wifi as a Service gekozen gaan worden. - GEO-voorzieningen (€ 252K): Uit marktonderzoek is gebleken dat veel leveranciers dit product als een SaaS-oplossing (software as a service) aanbieden. Dit heeft tot vertraging geleid vanwege onderzoek of het wenselijk is om de GEO-voorziening als SaaS toe te passen. Omdat het om een kernregistratie gaat met veel koppelingen naar andere systemen is er na onderzoek voor gekozen om toch een aanbesteding uit te zetten o.b.v. een registratie onder eigen beheer.
- OIGS (Operationele informatie bij incidenten met gevaarlijke stoffen) (€ 238K): zowel de eigen projectcapaciteit (chemisch adviseurs) als de leveringen (beschrijvingen gevaarlijke stoffen) voor de leverancier zijn gehinderd door COVID waardoor uitrol nog niet plaats heeft kunnen vinden. - Vervanging portofoons (€ 389K) heeft vertraging opgelopen omdat de ARR nu ook in deze aanbesteding wil mee lopen, waardoor de behoefte veel groter is dan waarmee in eerste instantie rekening was gehouden. De aanbesteding zal nu in 2021 worden afgerond. - Aanschaf sonar (€ 200K): Tijdens het aanbestedingstraject bleek dat er nauwelijks geïnteresseerde partijen waren en moest extra onderzoek worden gedaan naar de insteek van deze specialistische aanbesteding. Dit onderzoek is inmiddels afgerond en de gesprekken met leveranciers worden gevoerd. Daarnaast zijn een aantal projecten verschoven a.g.v. leveringsproblemen door COVID. Van deze projecten is reeds € 396K geactiveerd in activa in ontwikkeling. De volgende investeringsbudgetten uit de 2e begroting zijn vervallen: infrastructuur en servers (€ 186K) en bepakking SIV (€ 100K). In de 2e begroting is een project opgenomen welke valt onder SaaS-oplossingen. Het eigendom en beheer van de software is niet in handen van de VRR. Deze uitgaven mogen niet geactiveerd worden en moeten in de exploitatie verwerkt worden.
Het gaat om het volgende project: “Geen spoed wel brandweer (€ 59K)”.
Jaarverslag 2020 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
52 / 120
Paragraaf Bedrijfsvoering Algemeen De COVID-19 crisis heeft in het afgelopen jaar een flinke stempel gedrukt op de bedrijfsvoering van de VRR (en doet dat nu nog steeds). De crisisorganisatie werd opgetuigd en er kwam veel werkdruk bij een kleine groep mensen, die continu aan de slag is. Personeel van de afdelingen risico- en crisisbeheersing en stafafdelingen werd ingezet in de crisisorganisatie. Bijna wekelijks werden de noodverordeningen bijgewerkt en in korte tijd werden er zorghotels ingericht om de IC’s te ontlasten. De inkoop en levering van persoonlijke beschermingsmiddelen werd opgetuigd. Twee maanden lang zijn er dagelijks leveringen (ook nachtelijke en weekendleveringen) geweest aan de niet-acute zorginstellingen. De VRR heeft hierbij zelfs haar eigen voorraad aangesproken om geen nee te hoeven verkopen. Het dagdienstpersoneel ging thuiswerken en niet meer op kantoor. Veel van het “normale” werk kon geen doorgang vinden of moest ingrijpend gewijzigd worden. Om de ploegen op de kazernes en de ambulancemedewerkers zoveel mogelijk te beschermen werden ook veel maatregelen genomen. Oefenprogramma’s werden stilgelegd, kennisoverdracht werd digitaal gedaan, de procedures voor het operationeel optreden werden aangepast, het onderhoud aan de gebouwen werd stilgelegd en er kwamen instructies voor het schoonhouden van de voertuigen.
Voor de ambulances is zelfs een speciale wasstraat gemaakt. Rondom een geneeskundige crisis en in het bijzonder bij een infectieziektebestrijding zijn de GGD en de GHOR belast met taken rondom een dergelijke crisis. Aangezien deze crisis al vrij lang duurt is besloten om een tijdelijk programma coronabestrijding te vormen, die de werkzaamheden uitvoert en de opgedane kennis en ervaring integreert in de staande GGD- en GHOR organisaties. De programmaorganisatie GGD-GHOR is een tijdelijke programmastructuur, die belast is met de infectieziektebestrijding rondom het coronavirus. Hun taken zijn de volgende: -
Outbreakmanagement: advies aan instellingen/organisaties Groei in aantal testen en bron- en contactonderzoeken Monitoring zorgcontinuïteit
Dit programma is ontstaan vanuit de samenwerking tussen regiogemeenten, de GGD, de GHOR en de VRR en is opgericht om de periode te overbruggen totdat er een vaccin beschikbaar is. Ontwikkelagenda De samenleving is sterk aan verandering onderhevig en wij zien een verschuiving van klassieke rampen naar moderne crises. Wij denken dan met name aan klimaatverandering, energietransitie, vluchtelingenvraagstuk, cyber, terrorisme en hoog water. Zaken die kunnen leiden tot (grote) ontwrichting van de samenleving en die vragen om een heldere en duidelijke veiligheidsaanpak en -structuur. De VRR wil met het bestuur in gesprek over de rol en taak van onze organisatie en welke toegevoegde waarde onze hulpverleningsorganisatie van 2200 medewerkers heeft voor de gemeenten en haar inwoners in onze regio. Wij beschikken tenslotte over zeer professioneel opgeleide hulpverleners die breed inzetbaar zijn en een 24/7 crisisorganisatie die er toe doet. Wij zien kansen om de VRR te laten groeien naar een belangrijke partner in veiligheid en continuïteit. Hiervoor is een bestuurlijk traject gestart met als doel om de VRR-organisatie op taak, rol en structuur klaar te stomen voor de toekomst. Om hierin de juiste keuze te kunnen maken zal gekeken worden naar welke verschillende scenario's daarbinnen te herkennen zijn. Hierbij worden dan ook de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt.