11. 299949 Aanbiedingsbrief voor Zienswijze Ontwerpbegroting 2022 Metropoolregio Rotterdam Den Haag..pdf
Tekst van het document
Voorlopige jaarrekening 2020 3.052.374 1.832.622 4.884.996
2.788.990 2.400.800 5.189.790
2.837.181 2.439.200 5.276.381
2.837.181 2.439.200 5.276.381
2.837.181 2.439.200 5.276.381
2.837.181 2.439.200 5.276.381
Personele overhead EV Materiële overhead EV
788.401 458.156 1.246.557
872.828 600.200 1.473.028
809.183 609.800 1.418.983
809.183 609.800 1.418.983
809.183 609.800 1.418.983
809.183 609.800 1.418.983
Totaal lasten overhead
6.131.553
6.662.818
6.695.364
6.695.364
6.695.364
6.695.364
Dekkingsbronnen overhead (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2020
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2021
Begroting 2023
Begroting 2022
Begroting 2024
Begroting 2023
Begroting 2025
Begroting 2024
Begroting 2025
Onttrekking fonds BDU Inwonerbijdrage EV
4.850.512 1.237.936
5.189.790 1.473.028
5.276.381 1.418.983
5.276.381 1.418.983
5.276.381 1.418.983
5.276.381 1.418.983
Totaal dekkingsbronnen overhead
6.088.448
6.662.818
6.695.364
6.695.364
6.695.364
6.695.364
Resultaat voor reservemutaties
-43.104
0
0
0
0
0
Onttrekking reserve Interne kwaliteitsverhoging
43.104
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat
De stijging van de overheadkosten in de begroting 2022 ten opzichte van de begroting 2021 bestaat uit enerzijds de (geschatte) cao stijging van de salarissen en indexatie van de materiële apparaatslasten (huur etc.) en anderzijds een wijziging van een tweetal functies en de daarbij behorende functiewaarderingen. Tussen de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat is de verhouding licht veranderd als gevolg van het harmoniseren van de verdeelsleutel van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur met de overige stafkosten. De totale apparaatslasten (overhead en directe personele lasten) worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 4.5). 3.3 Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna Vpb) voor zover zij voor een van haar activiteiten een onderneming drijft. De MRDH heeft hiervoor grondig onderzoek verricht (in samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag) en heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst.
Voor wat betreft de activiteit ‘Treasury functie’2 (het aantrekken en vervolgens uitzetten van leningen bij de vervoerders) heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat deze activiteit voldoet aan de ondernemerscriteria en daarom in de Vpbheffing wordt betrokken. Vanwege de wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag (Wet Niet alleen de MRDH heeft met deze problematiek te maken, maar alle publiekrechtelijke organisaties (gemeenten, provincies, etc.) die externe leningen aantrekken om deze vervolgens weer uit te lenen met een marktconformiteitsopslag zullen met dit standpunt van de Rijksbelastingdienst te maken kunnen krijgen. 2
37
fido/Ruddo) laat deze activiteit een ‘plus’ zien, die op dit moment door de MRDH wordt toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Deze ‘plus’ wil de Rijksbelastingdienst belasten met Vpb. In dit verband gaat de Rijksbelastingdienst voorbij aan het feit dat de MRDH deze leningen verstrekt vanuit haar rol als Vervoersautoriteit en ‘lender of last resort’. De vervoerders kunnen wel lenen bij banken, maar dan tegen (zeer) hoge rentepercentages. Om het openbaar vervoer betaalbaar te houden is ervoor gekozen om te lenen bij de MRDH. Daarnaast subsidieert de MRDH de in rekening gebrachte opslag weer via de concessie aan de vervoerders. De Rijksbelastingdienst kijkt echter niet naar de MRDH als geheel maar ziet de Treasury functie als aparte activiteit. Gemiddeld bedraagt de risico-opslag ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. De MRDH heeft dan ook bezwaar aangetekend tegen de aanslagen vennootschapsbelasting. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Inmiddels zijn de aanslagen voor de jaren 2016 tot en met 2019 ontvangen en betaald.
Ter voorkoming van het oplopen van de belastingrente neemt de MRDH met ingang van het jaar 2018 de betreffende bedragen reeds in de aangifte op en betaalt de aanslagen die daarop volgen. Zoals aangegeven zal steeds bezwaar worden aangetekend.
38
Hoofdstuk 4 Paragrafen 4.1 Financiering Treasuryfunctie en -beleid Het doel van de treasuryfunctie is: het sturen en beheersen van, verantwoording afleggen over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de hieraan verbonden risico’s, op een zodanige wijze, dat risico’s worden geminimaliseerd en opbrengsten worden geoptimaliseerd. De wettelijke kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie liggen vast in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de daarbij behorende ministeriële regelingen (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO)). Het beleid van de MRDH voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Daarin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen. De financieringsstructuur van de MRDH wordt in belangrijke mate bepaald door het verstrekken van middelen in de vorm van subsidies en (project)bijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder van vooral het Rijk zijn ontvangen. Omdat de middelen tot nu toe eerder worden ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is er qua exploitatie normaal gesproken sprake van een goede liquiditeitspositie.
Desondanks is er wel sprake van een omvangrijke financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1. De financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET; 2. Het verstrekken van bussenleningen op grond van de Verordening bussenleningen. Financiering railinvesteringen Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van 60 basispunten over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen ingezet. Bussenleningen Het algemeen bestuur van de MRDH heeft na zienswijze door de regiogemeenten op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen vastgesteld.
De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer.
39
Net als bij de financiering van de railinvesteringen wordt voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal 60 basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet. Voor meer informatie over de wijze waarop de risicoreserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Samengevat wordt de financieringsbehoefte van de MRDH bepaald door de overgenomen financiering van de railinvesteringen en de financiering van de bussen, voor zover hiervoor door de MRDH leningen zullen worden aangetrokken. In onderstaand overzicht is de geraamde totale financieringsbehoefte per jaar opgenomen: Financieringsbehoefte (euro's) OV-bedrijven Totalen per jaar
Voorlopige jaarrekening 2020 1.126.493.382 1.126.493.382
Raming 2021 1.178.175.094 1.178.175.094
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
1.189.430.140 1.189.430.140
1.228.505.186 1.228.505.186
1.294.016.898 1.294.016.898
1.371.692.781 1.371.692.781
Op basis hiervan zijn de kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie per jaar als volgt samen te vatten: Financieringsfunctie (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2020
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Lasten Rente OV-bedrijven Totaal Baten Rente OV-bedrijven Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven Totaal Resultaat voor reservemutaties
13.113.051 13.113.051
11.531.885 11.531.885
10.376.558 10.376.558
9.467.143 9.467.143
8.759.466 8.759.466
8.179.631 8.179.631
13.113.051 7.086.494 20.199.545 -7.086.494
11.531.885 7.089.165 18.621.051 -7.089.165
10.376.558 7.256.143 17.632.701 -7.256.143
9.467.143 7.383.115 16.850.258 -7.383.115
8.759.466 7.676.439 16.435.905 -7.676.439
8.179.631 8.096.246 16.275.878 -8.096.246
Dotatie risicoreserve financieringen
7.086.494
1.804.638
0
2.076.904
1.179.080
8.002.759
0
-5.284.527
-7.256.143
-5.306.211
-6.497.359
-93.487
Netto resultaat
Kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie zijn geheel toegerekend aan het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer. Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, behoudens een klein werkkapitaal, alle beschikbare liquide middelen in ’s Rijks schatkist moeten worden aangehouden. Renterisicobeheer Het renterisico dat de MRDH op haar leningenportefeuille loopt, kan worden getoetst aan de renterisiconorm. Omdat de MRDH tot nu toe uitsluitend leningen heeft aangetrokken, die uit hoofde van de publieke taak in dezelfde omvang tegen dezelfde rentetypische looptijden worden uitgezet, is deze toetsing voor de MRDH (nog) niet relevant. De renterisiconorm bedraagt voor 2022 20% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 117,2 miljoen. De MRDH voldoet naar verwachting meerjarig aan deze norm:
40
Renterisiconorm en renterisico's 2022-2025
Bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
-
-
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
-
3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld 3b. Nieuwe verstrekte lange leningen 4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)
-
-
-
-
118.743
114.589
114.819
115.187
6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
-
-
7. Renterisico op vaste schuld (2+6)
-
5. Betaalde aflossingen
-
-
-
497.886
Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal
585.950
563.775
541.732
20%
20%
20%
20%
10. Renterisiconorm (8 x 9)
117.190
112.755
108.346
99.577
Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld
117.190 -
112.755 -
108.346 -
99.577 -
11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)
117.190
112.755
108.346
99.577
9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling
De maximaal toegestane kasgeldlimiet voor 2022 bedraagt 8,2% van de lastenkant van de begroting en kan daarmee worden berekend op een bedrag van € 48 miljoen. Naar verwachting wordt in 2022 aan deze norm voldaan: Kasgeldlimiet 2022
Bedragen x € 1.000
kwartaal 1 kwartaal 2 kwartaal 3 kwartaal 4 Omvang korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
Schuld rekening courant
-
-
-
-
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
-
-
-
-
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
-
-
-
-
Totaal netto vlottende schuld
-
-
-
-
Vlottende middelen Contante gelden in kas
-
-
-
-
107.960
122.538
177.594
171.496
107.960
122.538
177.594
171.496
Totaal netto vlottende schuld
107.960
122.538
177.594
171.496
Toegestande kasgeldlimiet
48.048
48.048
48.048
48.048
Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet
156.008
170.586
225.642
219.544
Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen Toets kasgeldlimiet
Begrotingstotaal
585.950
Percentage vastgesteld per ministeriele regeling
8,20%
Kasgeldlimiet
48.048
41
4.2 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties). Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: ● een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen indien de verbonden partij failliet gaat; ● aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een forse bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er tot en met de begroting 2021 drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., de RET N.V. en De Verkeersonderneming. Het jaar 2021 is het laatste jaar dat De Verkeersonderneming in zijn huidige vorm zal bestaan.
In het transitiejaar 2021 wordt gewerkt aan de oprichting van een nieuwe samenwerkingsorganisatie, onder de werktitel ZuidHolland bereikbaar. Binnen de nieuwe organisatie wordt gewerkt aan het programma Zuid-Holland bereikbaar. Het programma is een gezamenlijke en langjarige bereikbaarheidsaanpak van provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met daarbij Havenbedrijf Rotterdam en de gemeenten Rotterdam en Den Haag. Binnen het programma wordt voortgebouwd op de huidige samenwerking tussen de partners, vanuit de bestaande uitvoeringsorganisaties Bereik!, De Verkeersonderneming en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland. De definitieve keuze voor organisatie- en rechtsvorm van de nieuwe samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland bereikbaar en besluitvorming over oprichting zal in 2021 worden geagendeerd. Hieronder in tabelvorm de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens van de naamloze vennootschappen HTM en de RET.
42
Naam
HTM Personenvervoer N.V.
Vestigingsplaats
Den Haag
Visie
Door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV.
Rechtsvorm
Naamloze vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in HTM Personenvervoer N.V. van € 1,-
Eigen vermogen
Per 31-12-2019: € 91.868.126
Vreemd vermogen
Per 31-12-2019: € 459.222.369
Financieel resultaat
Over 2019: € 3.919.927
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies in regio Haaglanden.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma en activiteit
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Naam
RET N.V.
Vestigingsplaats
Rotterdam
Visie
Door middel van zeggenschap in de RET N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van de RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam.
Rechtsvorm
Naamloze Vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in de RET van € 1.000,-
Eigen vermogen
Per 31-12-2019: € 159.645.000
Vreemd vermogen
Per 31-12-2019: € 178.407.000
Financieel resultaat
Over 2019: € 5.828.000
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies regio Rotterdam.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma en activiteit
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
43
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: - risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); - risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen. Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt.
In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald dat een gemeente niet kan voldoen aan haar verplichte bijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Bij het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen is een weerstandscapaciteit van € 100.000 nodig om het dekkingstekort op de (vaste) apparaatskosten op te vangen. In bovengenoemd audittraject is bepaald dat dit risico eenmaal per vier jaar (collegeperiode) voor kan komen en dat voor het opvangen daarvan 1/23 deel van € 2,29 miljoen euro (apparaatslasten EV begroting 2016) benodigd is. Dit kwam neer op een bedrag van circa € 100.000, dat iedere vier jaar benodigd zou zijn. Voor ditzelfde bedrag is daarom in 2015 de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat gevormd. De apparaatslasten voor het programma Economisch Vestigingsklimaat bedragen in deze begroting € 2,39 miljoen. 1/23 deel daarvan komt neer op een bedrag van circa € 104.000. Per 31 december 2019 is nog weerstandcapaciteit beschikbaar in de vorm van een post onvoorzien binnen de Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat voor een bedrag van € 66.000. In de tussentijd wordt geen aanpassing van de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat voorgesteld. Weerstandsvermogen-ratio begroting 2022: Weerstandsvermogen ratio =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit Economisch Vestigingsklimaat: Benodigde weerstandscapaciteit Economisch Vestigingsklimaat: Weerstandsvermogen ratio: 44
€ 166.000 € 104.000 1,6 (ruim voldoende)
Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDUmiddelen lager worden en/of vertragen. Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) reeds gemeld, heeft de MRDH in december 2016 de verantwoordelijkheid voor de financiering van de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel naar behoren af te dekken.
Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie heeft gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook heeft het algemeen bestuur van de MRDH na zienswijze door de regiogemeenten op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen vastgesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2021 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen gemiddeld € 30 miljoen.
Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 27 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden vanaf 2021 aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt:
45
Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's) Financiering aan HTM, RET en EBS boekwaarde MVA HTM, RET en EBS Economische waarde MVA (65% boekwaarde) Dekkingstekort economische waarde versus financiering
Voorlopige jaarrekening 2020 1.126.493.382 1.477.576.001 960.424.401 166.068.981
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
1.178.175.094 1.439.971.008 935.981.155 242.193.939
1.189.430.140 1.384.166.914 899.708.494 289.721.646
1.228.505.186 1.330.836.747 865.043.886 363.461.300
1.294.016.898 1.408.949.386 915.817.101 378.199.797
1.371.692.781 1.374.551.528 893.458.493 478.234.287
Weging risico
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico Netto/gewogen risico (ondergrens € 27 miljoen) Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar Toevoeging opslag aan risicoreserve* Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie
13.285.518 27.000.000 18.108.868 7.764.408 7.764.408 1.126.724 0
19.375.515 27.000.000 25.873.276 7.089.165 1.126.724 0 5.962.441
23.177.732 27.000.000 27.000.000 7.256.143 0 0 7.256.143
29.076.904 29.076.904 27.000.000 7.383.115 2.076.904 0 5.306.211
30.255.984 30.255.984 29.076.904 7.676.439 1.179.080 0 6.497.359
38.258.743 38.258.743 30.255.984 8.096.246 8.002.759 0 93.487
Hieruit blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2021 zal worden bereikt. Er is dan geen dekkingstekort meer op de te bereiken reserve. Het meerjarenbeeld geeft aan dat er na 2022 wel weer toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2022: Weerstandsvermogen ratio =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven: Weerstandsvermogen ratio:
€ 27.000.000 € 27.000.000 1 (voldoende)
Vennootschapsbelasting Zoals in hoofdstuk 3.3 is weergegeven heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat de hiervoor genoemde wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag die de MRDH in rekening brengt aan de vervoerders in de Vpb-heffing wordt betrokken. Gemiddeld bedraagt de risico-opslag ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. De MRDH heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH en zal via de geëigende weg bezwaar aantekenen tegen de aanslagen vennootschapsbelasting. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Als de MRDH uiteindelijk niet in het gelijk wordt gesteld, betekent dit dat het opbouwen van de benodigde risicoreserve financieringen ongeveer een jaar langer duurt en dat na deze periode structureel € 1,75 miljoen minder beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Zoals ook verwoord in de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen zal dan worden gekeken of binnen de wettelijke begrotingskaders de resterende BDU-middelen aangesproken kunnen worden.
Indien dat onvoldoende mogelijk is, kan het bestuur besluiten om andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen te verlagen en/of te vertragen. De in enig jaar nog niet bestede rijksbijdrage BDU betreft vreemd vermogen en van deze middelen kan geen reservevorming plaatsvinden. Er kan daarom geen weerstandsvermogen van deze middelen worden opgebouwd, omdat er geen sprake is van eigen vermogen.
46
Overbesteding Het IPVa geeft inzicht in de jaarlijkse stand van zaken van de infrastructurele projecten. Jaarlijks wordt in de begroting een meerjarige doorkijk opgenomen. Binnen deze meerjarige doorkijk kan er sprake zijn van overbesteding. Daardoor kan het saldo in enig jaar onder nul dalen. Dit is toegestaan, maar altijd met de restrictie dat er na een periode van maximaal drie achtereenvolgende begrotingsjaren weer een positief saldo ontstaat in het daaropvolgende begrotingsjaar. Dit beleid sluit aan bij de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. Overbesteding is in deze begroting niet aan de orde. Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Kengetallen Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de in de jaarrekening opgenomen balans en/of resultatenrekening. Conform het BBV dienen de volgende kengetallen in de begroting te worden opgenomen:
Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Voorlopige Jaarrekening 2020 148,9% -3,9% 2,0% n.v.t. 2,1% n.v.t.
Raming 2021 180,8% -4,7% 2,2% n.v.t. 0,4% n.v.t.
Begroting 2022 197,9% -5,1% 2,2% n.v.t. 0,0% n.v.t.
Begroting 2023 211,4% -5,7% 2,3% n.v.t. 0,7% n.v.t.
Begroting 2024 232,2% -6,2% 2,2% n.v.t. 0,4% n.v.t.
Begroting 2025 262,9% -8,3% 2,6% n.v.t. 3,2% n.v.t.
Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen. Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in
47
de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten. 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH.
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk nut De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in: a. Maximaal 10 jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving voor zowel de activa met economisch nut als de activa met maatschappelijk nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing.
48
Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen. Kapitaallast Bedrijfsgebouw
€
2021 127.101 €
2022 127.101 €
2023 127.101 €
2024 127.101 €
2025 127.101
Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren vinden geen nieuwe investeringen plaats in ICT. In 2019 heeft vervanging van de hardware plaatsgevonden op basis van huur contracten waardoor geen afschrijvingslast ontstaat. Noodzakelijke eenmalige software updates in 2019 (o.a. document management systeem en vergadersysteem) zijn ten laste gebracht van de hiervoor ingestelde Reserve Interne kwaliteitsverhoging. Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar.
De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. Voor de jaren 2021 en 2022 worden er investeringen verwacht in het kader van telefonie en vervanging van meubilair. Investering Meubilair ICT
Investeringsbedrag € 244.000 € € 45.000 €
2021 106.000 € €
2022 138.000 € 45.000
2023 €
2024 €
2025 -
Kapitaallast Meubilair ICT
€ €
5.300 € €
17.500 € 7.500 €
24.400 € 15.000 €
24.400 € 15.000 €
24.400 7.500
Kapitaallast Overige materiële vaste activa
€
2021 57.285 €
2022 50.430 €
2023 50.430 €
2024 50.430 €
2025 50.430
Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn 49
voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2020 bedraagt € 253.665. Kapitaallast Haltevoorzieningen
€
2021 197.414 €
2022 56.251
2023
2024
2025
Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom dan wel een recht van opstal daarop gevestigd ten behoeve van de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432
Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan
Eigenaar Gerechtigde Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH (opstal) MRDH geen MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) St. Medisch Centrum Haaglanden MRDH (erfpacht)
Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden.
50
Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer
4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan vijf managers. Hij vervult daarbij zelf het management van Bureau Interne Dienstverlening. De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur wordt geharmoniseerd met de huidige verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komt van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Hierdoor ontstaat een eenduidige verdeling van de kosten binnen de organisatie. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 49 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU verkeer en vervoer. Het aantal fte in de begroting 2022 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2021. Economisch Vestigingsklimaat (EV) De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het programma Economisch Vestigingsklimaat ligt bij de manager EV.
Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is 51
ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2021. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID). De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2022 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2021. De salarissen van de medewerkers komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 2,77 (prijspeil 2022) wordt conform de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2022) maximaal € 1,17 (prijspeil 2022) ingezet voor apparaatslasten. Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen Cao, die weer de rechtspositie van de gemeente Rotterdam en de Cao gemeenten volgt. De huidige cao betreft de periode tot en met 31 december 2020.
Voor het jaar 2021 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 0,6% en voor het jaar 2022 met een loonstijging van 1,3%. Beide percentages in aansluiting met de macro economische verkenning 2021 (MEV 2021) van september 2020 van het Centraal Planbureau. De begrote personele formatie en de daaraan verbonden salariskosten (inclusief sociale lasten) zijn als volgt te specificeren: fte's 2021
fte's 2022
Begroting 2022 (euro’s)
Secretaris-algemeen directeur
1,0
1,0
197.789
Bureau Financiën & Control
9,1
9,1
952.374
Bureau Strategie & Bestuur
15,0
15,0
1.474.430
Bureau Interne Dienstverlening
5,5
5,5
391.783
Afdeling Verkeer
25,0
25,0
2.462.632
Afdeling Openbaar Vervoer
24,0
24,0
2.337.961
Economisch Vestigingsklimaat
10,0
10,0
1.173.334
Totalen
89,6
89,6
8.990.303
Onderdeel
* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten
In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten:
52
De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (o.a. HRM ondersteuning en advies, opleidingen), financiën (o.a. accountantskosten), facilitair (o.a. huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (o.a. licenties document management systeem), communicatie (o.a. kosten website), bestuurszaken (o.a. vergaderkosten, bekendmakingen besluiten) en juridische zaken (o.a. juridisch advies, bezwaar en beroepskosten).
53
Hoofdstuk 5 Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Programmabegroting 2022 (euro's) Lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien
Voorlopige jaarrekening 2020
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
538.377.643 180.027.003 4.685.200 6.131.553 0
437.476.877 184.940.608 5.350.547 6.662.818 0
423.953.287 149.915.349 5.385.715 6.695.364 0
415.881.101 135.931.624 5.266.965 6.695.364 0
411.943.007 117.826.263 5.266.965 6.695.364 0
422.547.220 63.376.202 5.266.965 6.695.364 0
Totaal
729.221.399
634.430.850
585.949.714
563.775.053
541.731.599
497.885.750
Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
546.142.052 180.027.003 5.146.879 6.088.448
438.603.601 184.940.608 5.065.547 6.662.818
423.953.287 149.915.349 5.266.965 6.695.364
417.958.005 135.931.624 5.266.965 6.695.364
413.122.087 117.826.263 5.266.965 6.695.364
430.549.979 63.376.202 5.266.965 6.695.364
Totaal
737.404.382
635.272.574
585.830.964
565.851.957
542.910.679
505.888.509
Saldo van baten en lasten
8.182.983
841.724
-118.750
2.076.904
1.179.080
8.002.759
Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves*
163.030 -8.346.013
285.000 -1.126.724
118.750 0
0 -2.076.904
0 -1.179.080
0 -8.002.759
0
0
0
0
0
0
Resultaat
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar wordt verwezen naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2020-2025. Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2022 per taakveld (euro's) Lasten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 0.5 Treasury 3.1 Economische ontwikkeling 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten
Voorlopige jaarrekening 2020
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
127.419.231 577.861.584 13.123.831 4.685.200 6.131.553 0
106.387.119 504.498.481 11.531.885 5.350.547 6.662.818 0
97.752.451 465.739.626 10.376.558 5.385.715 6.695.364 0
94.041.841 448.303.740 9.467.143 5.266.965 6.695.364 0
99.366.055 421.643.749 8.759.466 5.266.965 6.695.364 0
48.109.535 429.634.255 8.179.631 5.266.965 6.695.364 0
Totaal
729.221.399
634.430.850
585.949.714
563.775.053
541.731.599
497.885.750
Baten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 0.5 Treasury 3.1 Economische ontwikkeling Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
127.419.231 577.862.416 20.887.408 5.146.879 6.088.448
106.387.119 498.536.040 18.621.051 5.065.547 6.662.818
97.752.451 458.483.483 17.632.701 5.266.965 6.695.364
94.041.841 442.997.529 16.850.258 5.266.965 6.695.364
99.366.055 415.146.390 16.435.905 5.266.965 6.695.364
48.109.535 429.540.768 16.275.878 5.266.965 6.695.364
Totaal
737.404.382
635.272.574
585.830.964
565.851.957
542.910.679
505.888.509
Saldo van baten en lasten
8.182.983
841.724
-118.750
2.076.904
1.179.080
8.002.759
Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves*
163.030 -8.346.013
285.000 -1.126.724
118.750 0
0 -2.076.904
0 -1.179.080
0 -8.002.759
0
0
0
0
0
0
Resultaat
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
54
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materieel in evenwicht zijn van de begroting. Onder incidentele baten en lasten worden onder andere de volgende posten verstaan: • Stortingen in en onttrekkingen aan reserves; • Bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zijn in principe incidenteel van aard. Echter, er zijn ook verrekeningen met reserves die structureel van aard zijn. Binnen de MRDH zijn dat de verrekeningen met de Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat. De Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat bevat voornamelijk de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat. Deze reserve heeft een langlopend karakter. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft in principe een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt zijn daarmee ook structurele lasten. Wel kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten.
De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Dat geldt ook voor de projecten, die uit Europese subsidiefondsen worden bekostigd. In de hiernavolgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven: Incidentele baten en lasten (euro's) Incidentele lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead
Voorlopige jaarrekening 2020*
Totaal Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Totaal Saldo van incidentele baten en lasten
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
125.894.089 57.377.591 0 43.104
1.126.724 20.089.105 0 0
0 7.540.294 0 0
2.076.904 16.916.250 0
1.179.080 20.821.064 0 0
8.002.759 0 0 0
183.314.784
21.215.829
7.540.294
18.993.154
22.000.144
8.002.759
118.325.000 57.377.591 6.156 135.167
20.089.105 0
0 7.540.294 0
0 16.916.250 0
0 20.821.064 0
0 0 0
175.843.914
20.089.105
7.540.294
16.916.250
20.821.064
0
7.470.870
1.126.724
0
2.076.904
1.179.080
8.002.759
* ExcIusief voorstel resultaatbestemming
Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen voor het jaar 2020 en aanvullend € 118.325.000 vanwege de regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020 (tevens incidentele baat 2020).
55
Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van Rijk, provincie en gemeenten en overige partijen. Deze zijn als volgt te specificeren: Projecten gefinancierd met incidentele bijdragen Voorlopige (euro's) jaarrekening 2020 Incidentele baten Actieprogramma Regionaal OV (AROV) 5.853.739 Beter benutten 3.786.000 Rotterdamse baan 44.686.773 Sebastiaansbrug 3.022.079 Onderzoek mobiliteitstransitie en het wegennet 29.000 No Regret pakket CID Binckhorst 0 Maatregelen Grote Kruising/Algera (onderdeel KTA Move 2020-2022) 0 Veilig Slim en Duurzaam 0 Afspraken werkgeversaanpak ihkv Samen Bouwen aan Bereikbaarheid 0 pilot Maas 0 Fietssnelroutes 0 Studie Voorne-Putten 0 Digitalisering overheden 0 Studiekosten MIRT-Verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam 0 Spuk verkeersveiligheidsmaatregelen 0 Lijn 1 bijdrage HTM Scheveningseweg 0 Totaal 57.377.591
Raming 2021
Begroting 2022
0 0 0 0 0 330.000 4.132.231 3.179.000 1.000.000 413.000 768.000 75.000 562.000 0 5.412.728 4.217.146 20.089.105
0 0 0 0 0 3.255.000 0 0 0 0 0 182.500 0 4.102.794 0 0 7.540.294
Begroting 2023 0 0 0 0 0 16.916.250 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 16.916.250
Begroting 2024
Begroting 2025
0 0 0 0 0 20.821.064 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 20.821.064
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overhead In 2020 worden de laatste incidentele uitgaven ten laste van de reserve Interne Kwaliteitsverhoging gedaan (€ 43.104). Het samenwerkingsverband Bereik! is gehuisvest in het kantoorpand van de MRDH. De MRDH belast een bedrag door inzake het gebruik van werkplekken (€ 43.857). Voor het ABRI project belast de MRDH een bedrag van de overhead in zowel personeel als materieel door aan het project (€ 48.206). De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren conform een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenraming structureel in evenwicht zijn: Presentatie van het structureel begrotingssaldo (euro's) Saldo baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
Voorlopige jaarrekening 2020 8.182.983 -8.182.983 0 7.470.870 7.470.870
Raming 2021 841.724 -841.724 0 1.126.724 1.126.724
Begroting 2022 -118.750 118.750 0 0 0
Begroting 2023 2.076.904 -2.076.904 0 2.076.904 2.076.904
Begroting 2024 1.179.080 -1.179.080 0 1.179.080 1.179.080
Begroting 2025 8.002.759 -8.002.759 0 8.002.759 8.002.759
5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2022 is opgesteld overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en overeenkomstig de in de Financiële verordening opgenomen percentages berekend. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single Information Single Audit op basis van het baten- en lastenstelsel.
56
Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering OV-bedrijven Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Daartoe zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Daarnaast heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen ingesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De hieruit voortvloeiende financiële gevolgen worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer zijn conform de wettelijke vereisten.
Concreet betekent dit dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De voorliggende begroting 2022 laat geen overbestedingstekorten zien. Deze voldoet daarmee aan het hiervoor genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Geprognosticeerde balanscijfers ACTIVA
Vaste activa (art. 33) Materiële vaste activa (art. 35) Investeringen met economisch nut Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut
Voorlopige jaarrekening 2020
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
1.445.983 1.192.318 253.665
1.164.884 1.108.633 56.251
1.089.103 1.089.103 0
872.172 872.172 0
655.242 655.242 0
445.812 445.812 0
Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen
1.126.494.388 1.001 1.126.493.387
1.178.176.095 1.001 1.178.175.094
1.189.431.141 1.001 1.189.430.140
1.228.506.187 1.001 1.228.505.186
1.294.017.899 1.001 1.294.016.898
1.371.693.782 1.001 1.371.692.781
Totaal vaste activa
1.127.940.371
1.179.340.979
1.190.520.244
1.229.378.359
1.294.673.141
1.372.139.594
231.918.556 44.298.622 183.144.212 4.475.722
173.023.234 45.000.000 123.523.234 4.500.000
150.978.247 45.000.000 101.478.247 4.500.000
156.719.196 45.000.000 107.219.196 4.500.000
189.189.144 45.000.000 139.689.144 4.500.000
237.385.288 45.000.000 187.885.288 4.500.000
3.548.767 3.548.767
3.500.000 3.500.000
3.500.000 3.500.000
3.500.000 3.500.000
3.500.000 3.500.000
3.500.000 3.500.000
Overlopende activa (art. 40a) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
139.305.312 69.197.690
62.755.076 3.200.000
53.410.152 3.200.000
44.065.228 3.200.000
34.720.304 3.200.000
25.400.000 3.200.000
70.107.622
59.555.076
50.210.152
40.865.228
31.520.304
22.200.000
Totaal vlottende activa
374.772.634
239.278.310
207.888.399
204.284.424
227.409.448
266.285.288
1.502.713.005
1.418.619.289
1.398.408.642
1.433.662.784
1.522.082.589
1.638.424.881
Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39) Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
Liquide middelen (art. 40) Banksaldi
Totaal activa
57
Voorlopige jaarrekening 2020
PASSIVA
Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
30.206.327 100.000 29.329.403 776.924
31.048.050 100.000 30.948.050 0
30.929.300 100.000 30.829.300 0
33.006.204 100.000 32.906.204 0
34.185.284 100.000 34.085.284 0
42.188.043 100.000 42.088.043 0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen
1.127.554.201 1.126.475.889 1.078.312
1.178.175.094 1.178.175.094 0
1.189.430.140 1.189.430.140 0
1.228.505.186 1.228.505.186 0
1.294.016.898 1.294.016.898 0
1.371.692.781 1.371.692.781 0
Totaal vaste passiva
1.157.760.528
1.209.223.144
1.220.359.440
1.261.511.390
1.328.202.182
1.413.880.824
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48) Overige schulden
12.071.662 12.071.662
12.000.000 12.000.000
12.000.000 12.000.000
12.000.000 12.000.000
12.000.000 12.000.000
12.000.000 12.000.000
Overlopende passiva (art. 49) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
332.880.814
197.396.145
166.049.202
160.151.394
181.880.407
212.544.058
198.906.796
123.006.488
113.704.533
102.065.775
91.324.841
73.792.348
131.010.634 2.963.385
71.389.657 3.000.000
49.344.669 3.000.000
55.085.619 3.000.000
87.555.566 3.000.000
135.751.710 3.000.000
Totaal vlottende passiva
344.952.477
209.396.145
178.049.202
172.151.394
193.880.407
224.544.058
1.502.713.005
1.418.619.289
1.398.408.642
1.433.662.784
1.522.082.589
1.638.424.882
Vlottende passiva (art. 47)
Totaal passiva
EMU-saldo De voorgeschreven berekening van het EMU-saldo is voor de jaren 2021 t/m 2025 opgenomen in de volgende tabel. EMU saldo (euro's) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Berekend EMU-saldo
Voorlopige jaarrekening 2020 8.182.983 1.335.337 0
Raming 2021 841.724 324.515 -106.000
Begroting 2022 -118.750 183.351 -183.000
Begroting 2023 2.076.904 127.101 0
Begroting 2024 1.179.080 127.101 0
Begroting 2025 8.002.759 127.101 0
9.518.320
1.060.239
-118.399
2.204.005
1.306.180
8.129.860
Het negatieve begrote EMU-saldo voor 2022 betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, hoger is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting. Arbeidskostengerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat inzage wordt gegeven in jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. De verschuldigde bedragen wegens vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen worden sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar, waarin zij zijn verschuldigd. In de begroting 2022 zijn geen bedragen opgenomen en/of gereserveerd voor niet opgenomen vakantie- en verlofrechten. Ten tijde van het opmaken van deze begroting 2022 waren er geen afspraken en/of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- en/of afvloeiingsuitkeringen in 2022. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen anders dan door hogere premies.
58
Investeringen Voor een overzicht van de waardering en het onderhoud van de aanwezige en nieuw te investeren materiële vaste activa wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen). Financiering Voor een uitvoerige toelichting op dit item wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2020 t/m 2025 is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen.
59
Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2020-2025 Voorlopige jaarrekening 2020 *
Omschrijving Reserves Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Reserve interne kwaliteitsverhoging Risicoreserve financieringen
Raming toevoeging 2021
Raming onttrekking 2021
100.000 4.233.050 0 25.873.277
1.126.724
Subtotaal reserves
30.206.327
1.126.724
Fondsen BDU Mobiliteitsfonds Subtotaal fondsen
131.010.634 0 131.010.634
TOTAAL-GENERAAL
161.216.961
* Inclusief voorstel resultaatbestemming Omschrijving Reserves Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Reserve interne kwaliteitsverhoging Risicoreserve financieringen