CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

11. 299949 Aanbiedingsbrief voor Zienswijze Ontwerpbegroting 2022 Metropoolregio Rotterdam Den Haag..pdf

Gemeenteraad AW 26 april 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken30.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Verbetering kwaliteit en efficiency OV Betrouwbaar op weg Versnellen van innovatie in mobiliteit Vergroten verkeersveiligheid Minder CO2-uitstoot bij verkeer Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties

2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Doelstelling: Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen De inzet is om in 2025 een verbetering van de bereikbaarheid van toplocaties en banen van minimaal 10% te realiseren via het OV, de fiets en ketenmobiliteit. De versterking van de agglomeratiekracht blijft de centrale opgave. De metropoolregio moet meer als één stedelijke regio gaan functioneren en de toplocaties en banen moeten beter bereikbaar worden. De opgave van verstedelijking (240.000 extra woningen voor 2040), hangt samen met een schaalsprong in het OV vanaf 2025. Daarom wordt er in 2022 een volgende stap gezet in de uitwerking van de schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking naar concrete maatregelen. Een en ander is afhankelijk van besluitvorming in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT) najaar 2021 en besluitvorming van het Rijk over het Groeifonds. Versterking van de agglomeratiekracht vraagt om verdere verdichting en een kwaliteitsimpuls in het stedelijk gebied. Er is een mobiliteitstransitie noodzakelijk die meer vraagt dan alleen een kwaliteitssprong in het OV. • Meer ruimte voor de fiets, onder andere door realisatie van de metropolitane fietsroutes. • Meer ruimte voor het lopen, onder ander als voor- en natransport van het openbaar vervoer.

• Meer mogelijkheden voor mobiliteitsdiensten als alternatief voor autobezit en -gebruik, bij gebiedsontwikkeling in combinatie met lagere parkeernormen. 14

• •

Nog meer aandacht voor ketenmobiliteit en knooppunten om de bereikbaarheid van het stedelijke gebied vanuit de meer landelijke gebieden te garanderen. Bevordering van gedragsverandering, onder andere gekoppeld aan speciale gebeurtenissen zoals hinder door onderhoud.

Tot aan de coronacrisis was er een sterke groei van het gebruik van het metropolitaan OV te zien, sinds 2013 met gemiddeld 3% per jaar en op sommige plekken zelfs met 10% per jaar. Hierdoor ontstonden er meer en eerder dan verwacht capaciteitsknelpunten. Hoewel door de coronacrisis het gebruik van het OV fors is gedaald, verwachten we op basis van het DNA van onze regio, met een voorziene bevolkingsgroei, een verstedelijkingsopgave, de ambitie om te verduurzamen en de mobiliteitstransitie in te bedden, dat de groei zich na een aantal moeilijkere jaren zal herstellen. De effecten van de coronacrisis en de op termijn te verwachten groei nopen tot een herziene strategie voor het metropolitaan OV, met oog voor de kwaliteit van het systeem en de noodzaak voor investeringen, die doorwerkt in maatregelen zowel op de korte, middellange als de lange termijn. Kwaliteit voor de reiziger van vandaag, morgen en overmorgen staat centraal. Ook de koppeling van OV met fiets is daarbij een cruciale opgave. Ketenmobiliteit betekent dat reizigers tijdens een reis makkelijk de fiets, auto en OV kunnen combineren. De gehele metropoolregio kent 56 knooppunten die cruciaal zijn in de reis van elke inwoner. In 2025 is de ambitie om op 90% van de knopen een 7,5 te scoren. In samenspraak met betrokken partijen wordt toegewerkt naar startbesluiten over een eerste tranche knooppunten.

Om woongebieden te verbinden met de locaties in de regio waar veel mensen werken en bedrijven gevestigd zijn is de ambitie om 150 km (van totaal 250 km) aan verbeterde, vernieuwde hoogwaardige fietsroutes aan te leggen in de periode tot 2026. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Programmamanagement voeren ten behoeve van het verbeteren van de kwaliteit van OVknooppunten (OV, fiets en ketenmobiliteit); • MIRT Verkenning afronden naar een regionale (OV-)bereikbaarheid van het gebied Central Innovation District/Binckhorst Den Haag (CID-Binckhorst) en besluitvorming over start planuitwerking en bekostiging. • Verkenning afronden naar een nieuwe oeververbinding in de regio Rotterdam inclusief A16, Algeracorridor Krimpen aan den IJssel – Capelle aan den IJssel en besluitvorming over start planuitwerking bekostiging. • Nader uitwerken van de OV-ontwikkelstrategie Zoetermeer-Rotterdam, in samenhang met de diverse andere onderdelen van het programma MOVV. • Verkenning uitvoeren naar de ontwikkeling van de spoorlijn Leiden - Dordrecht (vervoersconcept, infrastructuur en knooppunten). • Opstarten programma ten behoeve van het vervangen van de laatste oude trams in Den Haag en omstreken door trams aan te schaffen met 20% extra capaciteit en het aanpassen van de infrastructuur en de realisatie van een nieuwe tramremise.

• Opstarten van nadere verkenning naar de Koningscorridor en Leyenburgcorridor in Den Haag, binnen de kaders van het Ontwikkelprogramma OV Next. • Verder uitwerken van het Ontwikkelprogramma OV Rotterdam, met daarin onder andere het vergroten van de capaciteit van het metronet in de regio Rotterdam, en ook een plan voor ander tramnet.

15

•

•

Programmamanagement voeren ten behoeve van de realisatie van de metropolitane fietsroutes, namelijk het afronden van verkenningen (inclusief bekostiging) en de opstart van de planstudiefase van de routes in de eerste en tweede tranche metropolitane fietsroutes. Samenwerken en bekostigen van de Bereikbaarheidsaanpak via de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar die de bereikbaarheid tijdens de onderhoudsopgave waarborgt en bijdraagt aan de mobiliteitstransitie.

2.1.1.2 Doelstelling: Verbetering kwaliteit en efficiency OV Het is essentieel om te investeren in verbetering van de efficiency en het rendement van het openbaar vervoer. Ook hier is kortere reistijd een toverwoord. Tegen lagere kosten een aantrekkelijker product bieden dat meer reizigers trekt en bijdraagt aan agglomeratiekracht. Lagere kosten voor de exploitatie maakt het mogelijk om meer te investeren in kwaliteit en capaciteit. Tegelijk is er meer maatwerk nodig, waar de vraag te gering is voor traditioneel OV. 2022 zal grotendeels in het teken staan van het herstel na de coronacrisis. Op dit moment wordt op alle fronten in het openbaar vervoer gewerkt aan het in stand houden van de dienstverlening aan de reizigers. Daarbij wordt gewerkt aan een zogeheten transitieprogramma, met als doel om het openbaar vervoer sterker uit de crisis te krijgen en klaar te zijn voor de toekomst. De hieronder opgenomen ambities en activiteiten moeten dan ook in dat perspectief worden gezien. Er is nog veel onzekerheid in welke mate het OV zal gaan herstellen. De grootste uitdaging wordt om de reizigers weer terug het openbaar vervoer in te krijgen.

Contractbeheer OV concessies (assets, exploitatie en sociale veiligheid) Als concessieverlener van het openbaar vervoer sturen we de vervoerder aan (op afstand) op het realiseren van openbaar vervoer op het gewenste en vooraf overeengekomen kwaliteitsniveau. We maken daarbij onderscheid in drie verschillende contracten, allen met een vooraf overeengekomen wijze (en grootte) van financiering, risicoverdeling en 'prestatie-indicatoren' en daarbij behorende normen. De contracten met de vervoerders zijn langlopende contracten, variërend met een looptijd tussen de 10 en 15 jaar en betreffen zowel het bus- als railvervoer en de parkshuttle. Met het uitvoeren van het concessiebeheer beogen we: • hoogwaardig en efficiënt openbaar (rail en bus) vervoer in de metropoolregio Rotterdam Den Haag, 365 dagen per jaar; • een tevreden reiziger met een klantenwaardering van gemiddeld een ruime voldoende; • beperkte rituitval (< 1%); • dat onze infrastructuur zo weinig mogelijk verstoringen ondervindt, dit tegen geoptimaliseerde uitgaven voor onderhoud; • dat het aantal OV reizigers gemiddeld met 3% per jaar groeit, waarbij het aanbod min of meer gelijk blijft, wat een hogere bezettingsgraad tot gevolg heeft. Als ijkpunt wordt daarbij het niveau genomen van direct na de beëindiging van de coronamaatregelen.

Projecten versnelling OV Openbaar vervoer dat reizigers snel van knooppunt naar knooppunt verplaatst is aantrekkelijk. Dit leidt dan ook tot reizigersgroei, meer opbrengsten en afname in exploitatiekosten. Bovenal is het belangrijk bij te dragen aan de agglomeratiekracht van de regio. We zorgen er samen met de gemeenten dan ook voor dat meerdere tram- en buslijnen in de metropoolregio sneller van A naar 16

B komen door aanpassingen van voorrangssituaties bij kruisingen, aanleg vrijliggende infrastructuur en aanpassing lijnvoering. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Uitvoeren van het concessiemanagement met daarbij bijzondere aandacht voor de gevolgen van de coronacrisis en de uitrol van de maatregelen zoals die zijn opgenomen in het in 2021 vast te stellen Transitieprogramma OV 2021 en verder. • Studie uitvoeren naar het variëren in techniekvormen binnen het OV, zoals een mogelijke introductie van Bus Rapid Transit systemen in de metropoolregio (bijvoorbeeld op het tracé Rotterdam-Maastunnel, Zoetermeer-Rotterdam al dan niet vooruitlopend op een nieuwe invulling). • Programmamanagement uitvoeren ten behoeve van de Innovatieroute, gericht op innovaties op het gebied van kostenreductie, het verhogen van de bezettingsgraad en verduurzaming. 2.1.1.3 Doelstelling: Betrouwbaar op weg Een robuust en betrouwbaar samenhangend wegennetwerk is voor de metropoolregio een must. In het bijzonder voor de Mainport en de Greenport. Daarnaast moeten de wegen voldoen aan de doorstromings- en betrouwbaarheidseisen uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid, waarbij we in 2025 een betrouwbaarheid van reistijd van 95% op hoofdwegennet en 90% op onderliggend wegennet willen bereiken.

Een mobiliteitstransitie is gaande én noodzakelijk, niet op de laatste plaats om de klimaatdoelen te realiseren (CO2-reductie), maar ook om de leefkwaliteit te verbeteren en de stedelijke, suburbane en meer landelijke gebieden aantrekkelijk te maken als centra voor economische vernieuwing. Dat brengt onder andere de vraag met zich mee hoe om te gaan met voorspelde capaciteitsknelpunten op het hoofdwegennet. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Afspraken maken met betrokken partijen over uit te voeren maatregelen voortkomend uit de gebiedsuitwerkingen Voorne-Putten en Westland. Maatregelen hebben betrekking op het auto-, fiets- en OV-netwerk. • De afronding van de visie op de ontwikkeling van het wegennet op lange termijn (adaptieve ontwikkelstrategie) in het kader van het gebiedsprogramma MoVe (Mobiliteit en Verstedelijking) en starten van eventuele vervolgacties. • We werken samen met diverse landelijke en regionale partners. Dat kan gaan over kennisuitwisseling, uitvoering van beleid en afstemming met betrekking tot de onderwerpen, verkeersveiligheid, verkeersmanagement, openbaar vervoer, mobiliteitsmanagement en data. • Samenwerken en bekostigen van de Bereikbaarheidsaanpak via de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar die de bereikbaarheid tijdens de onderhoudsopgave waarborgt en bijdraagt aan de mobiliteitstransitie.

2.1.1.4 Doelstelling: Versnellen van innovatie in mobiliteit Nieuwe technologie kan toekomstige ontwikkelingen en vervoerssystemen efficiënter, rendabeler en duurzamer maken.

17

Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Data inwinning op orde krijgen en houden (digitaliseringsopgave). • Inzet van slimme duurzame en veilige verkeersoplossingen voor auto, fiets, OV en vracht gericht op duurzaam reisgedrag. Actieve kennisdeling en financieel en organisatorisch ondersteunen innovatietrajecten mobiliteit, zoals automatisch rijden en varen (Researchlab Automated Driving Delft (RADD) en Researchlab Autonomous Shipping (RAS)), innovatieprogramma’s bij OV-bedrijven, deelmobiliteit etc. Herijking en monitoring van projecten en bijbehorende top-eisen uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid. • Het programma “Automatisch Vervoer op de first en Last Mile” (AVLM) evalueren met advies over vervolgaanpak. • Evaluatie ”Mobility as a service” (MaaS) Rotterdam The Hague Airport (RTHA). 2.1.1.5 Doelstelling: Vergroten verkeersveiligheid De 23 gemeenten van de metropoolregio streven naar nul verkeersslachtoffers. Het aantal verkeersslachtoffers neemt echter weer toe. Naast de lopende educatieprojecten is blijvende aandacht en inzet op verbetering van de handhaving en een nieuwe risicogestuurde aanpak om doelgericht de infrastructuur te verbeteren noodzakelijk. Het nationale Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV) is een belangrijke leidraad voor de verkeersveiligheidsinspanningen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Programmamanagement voeren op het regionaal uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid. • De gemeenten stimuleren en faciliteren in de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van (risicogestuurd) verkeersveiligheidsbeleid. • Coördinatie van de uitvoering van het meerjarenprogramma “Maak van de nul een punt” en voortzetten van verkeerseducatie in de metropoolregio. • Samen met provincie Zuid-Holland en het ROV Zuid-Holland het meerjarenprogramma Verkeersveiligheid uitvoeren. • Bevorderen dat verkeershandhaving meer en structurele aandacht krijgt van de politie, het Openbaar Ministerie en gemeenten. 2.1.1.6 Doelstelling: Minder CO2-uitstoot bij verkeer Het terugbrengen van de CO2-uitstoot is een speerpunt in het mobiliteitsbeleid. In 2025 moet de CO2-uitstoot door verkeer 30% lager zijn dan in 2016. Dit vraagt om een brede waaier aan maatregelen van het Rijk, de regio en gemeenten. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Programmamanagement voeren ten behoeve van het doorontwikkelen en uitvoeren van het Regionaal programma duurzame mobiliteit. • Monitoring van de voortgang van het programma met oog op eventuele bijstelling. • We faciliteren de transitie naar zero emissie busvervoer, zodat voor 2030 alle bussen 100% emissievrij zijn.

• Vormen van een netwerk en bieden van ondersteuning aan gemeenten die werken aan de maatregelen van het programma duurzame mobiliteit.

18

2.1.1.7 Doelstelling: Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties We willen bijdragen aan de gebalanceerde ontwikkeling van woon- en werklocaties nabij het OV. Waar dit mogelijk is binnen bebouwde gebieden nabij bestaande infrastructuur, wil de MRDH graag ondersteunen bij de uitwerking en realisatie van deze plannen vanuit onze verantwoordelijkheid voor bereikbaarheid, knooppuntontwikkeling en werklocaties. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Ondersteuning bieden bij het maken van een samenhangende aanpak en planning voor wonen, werken, bereikbaarheid en duurzaamheid per locatie van de Verstedelijkingsalliantie. We zoeken hier samen met partners naar mogelijkheden voor het bespoedigen van de voortgang van zowel de planvorming als de realisatie. • Gemeenten die vergelijkbare locaties (mogelijkheid tot verdichting in bestaand stedelijk gebied, nabij bestaande infrastructuur) hebben, dezelfde ondersteuning bieden als aan de hiervoor genoemde locaties. Denk daarbij aan locaties langs de Hoekse Lijn, Barendrecht, station Lansingerland-Zoetermeer, Nissewaard en Capelle aan den IJssel. • Adviseren over bereikbaarheid en mogelijkheden van mobiliteitstransitie (deelsystemen, parkeernormen, verdichten bij OV-haltes e.d.) voor bovengenoemde locaties.

19

2.1.2 Wat gaat het kosten? Programma 1: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (euro's) Lasten: Beleid en programmering Verkeer Openbaar vervoer Subsidie CROW-KpVV Subtotaal Beleid en programmering

Voorlopige jaarrekening 2020

Raming 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

4.201.534 3.917.492 900.000 9.019.026

4.850.000 4.850.000 900.000 10.600.000

4.977.500 4.850.000 900.000 10.727.500

4.850.000 4.850.000 900.000 10.600.000

4.850.000 4.850.000 900.000 10.600.000

4.850.000 4.850.000 900.000 10.600.000

Exploitatie openbaar vervoer Concessies Beheer en onderhoud infra Subtotaal Exploitatie OV

315.701.699 197.923.250 513.624.949

209.175.947 203.125.891 412.301.838

196.011.567 203.800.760 399.812.327

189.647.021 203.130.035 392.777.055

185.234.401 204.312.239 389.546.639

195.894.952 204.835.734 400.730.686

Apparaatslasten Directe kosten personeel Subtotaal Apparaatslasten

2.609.837 2.609.837

3.043.154 3.043.154

3.036.902 3.036.902

3.036.902 3.036.902

3.036.902 3.036.902

3.036.902 3.036.902

Financiering Rente Subtotaal Financiering

13.123.831 13.123.831

11.531.885 11.531.885

10.376.558 10.376.558

9.467.143 9.467.143

8.759.466 8.759.466

8.179.631 8.179.631

Totaal lasten

538.377.643

437.476.877

423.953.287

415.881.101

411.943.007

422.547.220

Baten: Onttrekking fonds BDU/ mobiliteitsfonds Rente Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven Overige inkomsten

400.448.915 13.123.000 7.764.408 124.805.729

413.772.372 11.531.885 7.089.165 6.210.179

400.384.789 10.376.558 7.256.143 5.935.797

395.175.948 9.467.143 7.383.115 5.931.798

390.758.384 8.759.466 7.676.439 5.927.798

408.415.922 8.179.631 8.096.246 5.858.179

Totaal baten

546.142.052

438.603.601

423.953.287

417.958.005

413.122.087

430.549.979

Saldo van baten en lasten

7.764.408

1.126.724

0

2.076.904

1.179.080

8.002.759

Toevoeging risicoreserve financiering*

-7.764.408

-1.126.724

0

-2.076.904

-1.179.080

-8.002.759

0

0

0

0

0

0

Resultaat

* Inclusief voorstel resultaatbestemming

Toelichting financiën Beleid en programmering De MRDH heeft in 2018 samen met de Vervoerregio Amsterdam, het IPO en het CROW een overeenkomst voor het uitvoeren van het KpVV-kennisprogramma gesloten. Het KpVV-programma (Kennisplatform Verkeer en Vervoer) ontwikkelt collectieve kennis voor de decentrale overheden op het gebied van mobiliteit. Financiering van het kennisprogramma vond in het verleden rechtstreeks plaats vanuit het Rijk, maar met ingang van 2016 zijn deze middelen toegevoegd aan de BDU-middelen. Het algemeen bestuur heeft in 2018 besloten om gedurende de looptijd van deze overeenkomst ieder jaar € 900.000 op te nemen in de begroting als aparte begrotingspost. Deze post wordt nu afzonderlijk meerjarig ter begroting gebracht zodat een juridische titel ontstaat om deze subsidie te kunnen verlenen aan het CROW.

20

Exploitatie openbaar vervoer Onderstaand volgt een nadere specificatie van de onderdelen Concessies en Beheer en onderhoud infra (miljoen €): 2021

2022

2023

2024

2025

Concessie RET Rail Concessie HTM Rail Concessie Bus Rotterdam e.o. Concessie Haaglanden Stad Concessie Haaglanden streek Concessie Voorne Putten Rozenburg Overige contracten Totaal exploitatie openbaar vervoer - Concessies

45,9 70,6 33,5 17,2 19,6 9,9 12,5 209,2

36,6 69,7 33,1 17,2 19,7 9,9 9,9 196,0

34,9 65,9 32,2 17,2 19,8 9,9 9,9 189,6

31,3 64,8 32,1 17,2 19,8 9,9 10,2 185,2

29,9 77,2 32,7 16,2 19,9 9,9 10,1 195,9

Beheer en onderhoud Infrastructuur RET Beheer en onderhoud Infrastructuur HTM Overige kosten beheer en onderhoud Infrastructuur Totaal exploitatie openbaar vervoer - Beheer en onderhoud infra

136,0 60,0 7,1 203,1

134,5 61,9 7,3 203,8

134,7 63,2 5,3 203,1

134,7 64,3 5,3 204,3

134,7 64,8 5,3 204,8

Exploitatie openbaar vervoer - Concessies De exploitatiesubsidie voor 2022 is ruim € 1 miljoen hoger dan in 2021. Dit wordt veroorzaakt door de toename van de taakstellende reizigersopbrengsten bij de RET waardoor de subsidie van de MRDH lager kan worden, dit voor een bedrag van ongeveer € 7 miljoen. Tevens is het beheer en onderhoud van de railvoertuigen van HTM en de RET in 2022 op een hoger niveau begroot in verband met uit te voeren groot onderhoud in 2022 voor ongeveer € 8 miljoen. Exploitatie openbaar vervoer - Beheer en onderhoud infra In 2022 zal de vergoeding voor beheer en onderhoud toenemen ten opzichte van de begroting 2021 met € 6 miljoen. De beheer en onderhoudskosten voor de Hoekse Lijn van € 5,2 miljoen zijn in de begroting 2021 nog gepresenteerd onder de Overige kosten beheer en onderhoud. Het dagelijks onderhoud infra van de RET neemt in 2022 ongeveer € 0,4 miljoen toe ten opzichte van 2021. Het dagelijks onderhoud Hoekse Lijn wordt € 0,3 miljoen lager ingeschat. Daarnaast is er sprake van een toename van de kapitaallasten van HTM voor het vervangingsonderhoud infra van € 2,3 miljoen en een toename van € 1,5 miljoen voor dagelijks beheer en onderhoud. Er is ook een extra reservering opgenomen van € 2,1 miljoen voor extra beheer en onderhoud voor uitbreiding van het areaal.

Apparaatslasten Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor dit programma, met uitzondering van de overhead functies. De lichte daling ten opzichte van de begroting 2021 heeft te maken met een lichte afname in de verwachte cao stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Rente en marktconformiteitsopslag OV-bedrijven De verantwoorde rente en marktconformiteitsopslag OV- bedrijven betreft de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET en de financiering van bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders op grond van de Verordening Bussenleningen. Tot en met 2021 wordt (een deel van de) marktconformiteitsopslag nog toegevoegd aan de risicoreserve financiering, totdat deze reserve op het minimale niveau van € 27 miljoen is. In 2022 is de gehele marktconformiteitsopslag beschikbaar als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer. De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt

21

daardoor lager. Het meerjarenbeeld geeft aan dat er na 2022 wel weer toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Overige inkomsten De raming voor 2020 bevat de beschikbaarheidsvergoeding van € 118,3 miljoen. In 2021 zal het Rijk eveneens een Beschikbaarheidsvergoeding verstrekken. Op dit moment is die toezegging gedaan tot en met het derde kwartaal 2021. Voor 2022 zijn geen toezeggingen gedaan. Het bedrag voor 2022 betreft hier voornamelijk de reclame-opbrengsten uit haltevoorzieningen (zgn. Abri’s).

22

2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Binnen de MRDH-begroting is de ambitie Verbeteren Bereikbaarheid vertaald in twee programma’s: een programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1) en een programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Vanuit het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer volgen infrastructurele opgaven die, voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt, onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa 2022, zie bijlage 2 in deze begroting). De MRDH zet in op het zo efficiënt en effectief mogelijk benutten van de beschikbare investeringsmiddelen. Concreet betekent dit dat we keuzes moeten maken c.q. prioriteiten moeten stellen, terwijl daarnaast naar nieuwe en/of alternatieve financieringsvormen gezocht dient te worden. In het realiseren van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Gemeenten, provincie, waterschappen, Rijkswaterstaat en ProRail zijn de beherende partijen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een belangrijke partner in de realisatie van projecten als co-financier en in het ontwikkelen van nieuwe financierings-/bekostigingsmethoden.

Afspraken over de rijksbijdragen aan infrastructuur worden jaarlijks gemaakt in het Bestuurlijke Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT). Hoofdpunten IPVa In het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2022 zijn alle infrastructuurprojecten en maatregelen samengebracht waaraan de MRDH een financiële bijdrage levert of gaat leveren. Het IPVa is opgesteld op basis van aanmeldingen van gemeenten en onze vervoersbedrijven en regiobrede programma’s voor bijvoorbeeld (metropolitane) fietsroutes, fietsparkeren, openbaar vervoer, hoofdwegennet (HWN)/ onderliggend wegennet (OWN). De projecten, subsidies en studies zijn onderverdeeld naar grote en kleine projecten, waar de scheiding ligt op € 5 miljoen aan subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor de overige projecten. Die overige projecten zijn weer gecategoriseerd naar fiets- en ketenmobiliteit (FKM), verkeersmanagement en wegenstructuur (VMWS) en verkeersveiligheid (VV). Voor de kleine projecten is in 2022 € 30 miljoen beschikbaar. Voor circa € 3,5 miljoen zijn er al projecten aangemeld. In het late voorjaar van 2021 wordt de gemeenten en andere partners verzocht om nieuwe aanmeldingen voor 2022 te doen, die na toetsing ter goedkeuring aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit worden voorgelegd.

De besluitvorming op die aanmeldingen is gepland voor december 2021. In 2021 en 2022 worden verkenningen en planstudies uitgevoerd, die na afronding van een fase worden voorgelegd aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. Indien een planstudie leidt tot een positief advies om door te zetten naar de uitwerkingsfase, dan wordt daar een onderbouwd voorstel voor gemaakt: op basis van beschikbaar budget, cofinanciering, planning van voorbereiding en uitvoering, etc. De begroting voor het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer is opgezet langs de doelstellingen van de Strategische Agenda. Vanuit de invalshoek verkeer en vervoer geven de beschreven doelen en opgaven invulling aan de vragen Wat willen we bereiken? en Wat gaan we

23

daarvoor doen? Binnen het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer wordt er gewerkt aan vier doelstellingen: 1. Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen 2. Betrouwbaar op weg 3. Versnellen van innovatie in mobiliteit 4. Verhogen verkeersveiligheid 2.2.1. Wat willen we bereiken en wat gaan we ervoor doen? 2.2.1.1 Doelstelling: Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen De inzet is om in 2025 een verbetering van de bereikbaarheid van toplocaties en banen van minimaal 10% te realiseren via het OV, de fiets en ketenmobiliteit. De MRDH investeert daarvoor in het verhogen van de snelheid en de frequentie van het openbaar vervoer, het uitbreiden van de vervoerscapaciteit, de kwaliteitsverbetering van knooppunten en het realiseren van hoogwaardige fietsinfrastructuur. 2022 zal grotendeels in het teken staan van het herstel na de coronacrisis. De hieronder opgenomen ambities en activiteiten moeten dan ook in dat perspectief worden gezien. Er is nog veel onzekerheid over de financiële consequenties van de coronacrisis voor de ambities van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De verwachting is dat deze consequenties de komende maanden duidelijker zullen worden en dat daarmee ook kan worden gesproken of, en zo ja in welke mate, dit effect gaat hebben op de voorgenomen investeringen van de MRDH.

Vooralsnog gaan we ervan uit dat de investeringen zoals die voorgenomen zijn ook daadwerkelijk worden gedaan. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? Hieronder volgt een lijst met projecten in de realisatiefase of uitwerkingsfase. Naast deze maatregelen, werkt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in 2022 met haar partners aan diverse planstudies en verkenningen. Het totaaloverzicht is te vinden in het IPVa 2022 (zie bijlage 2 in deze begroting). De volgende projecten zijn in 2022 in realisatie of in de uitwerkingsfase: • • • • • • • • • •

24

realisatie van tramlijn 19B naar de TU Delft; realisatie van de maatregelen om tramlijn 1 geschikt te maken voor bredere voertuigen in Den Haag, Rijswijk en Delft; realisatie van de verlenging van de Hoekse Lijn tot het strand, de Metro aan Zee; realisatie van inframaatregelen voor de nieuwe hoogwaardig openbaar vervoer (HOV)verbinding door de Maastunnel; realisatie van de reconstructie van het OV-knooppunt Hart van Zuid (Rotterdam); realisatie haltevoorzieningen, fietsvoorzieningen, aanpassingen kruisingen en doorstromingsmaatregelen R-net lijnen 403, 404, 456, 455, 170 en 173; realisatie kwaliteitsverbetering minimaal 5 OV-knooppunten, onder meer Spijkenisse centrum. realisatie Fiets- en voetgangerstunnel station Delft Campus; realisatie van verbeteringen van het comfort en de veiligheid van het Basisnet fiets; realisatie van een hoogwaardig en veilig Metropolitaan Fietsroutenetwerk, te beginnen met de routes Greenport Westland-Rotterdam, Den Haag-Pijnacker, Zoetermeer-Rotterdam, DelftRotterdam Alexander en Voorne-Putten;

• • • •

•

•

•

uitwerking en waar mogelijk realisatie van versnellingsmaatregelen tram in Den Haag en Rotterdam; uitwerking en waar mogelijk realisatie van korte termijnmaatregelen OV-verbinding Zoetermeer-Rotterdam; uitwerking van maatregelen voor de HOV-verbinding Ridderkerk-Rotterdam; uitwerking van technisch mogelijk maken van een frequentieverhoging op het samenloopdeel RandstadRail, daaraan gerelateerd het gekoppeld rijden van HTM-voertuigen op de Leyenburgcorridor; uitwerking van de bestelling van 60 nieuwe trams in Den Haag en omstreken, alsmede de uitwerking van het aanpassen van de traminfrastructuur op de tramlijnen 1, 6, 12 en 16 en het voorbereiden van een nieuwe remise op de GAVI-locatie in Den Haag; uitwerking van de bestelling van extra RET-metrovoertuigen op het hele metronet, alsmede de uitwerking van ondersteunende inframaatregelen metronet zoals aanpassing spoorbeveiliging, extra stallingscapaciteit, stroomvoorziening, saneren overweg en geluidsmaatregelen; uitwerking van maatregelen in regio Rotterdam als gevolg van het Plan Ander Tramnet 2021.

De aansturing van de OV-projecten binnen de metropoolregio kent een programmatische aanpak door twee regionale OV ontwikkelprogramma’s in regio Haaglanden en regio Rotterdam. De Metropoolregio heeft daarnaast een metropolitaan Uitvoeringsprogramma voor de fiets en een metropolitaan knooppuntenprogramma. Op het niveau van de Zuidelijke Randstad werkt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag samen met haar partners in het gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) aan de langere termijn opgaven in meerdere MIRT-verkenningen en gebiedsuitwerkingen. Deze dossiers zitten nog in een verkenning of planstudiefase, waarbij realisatie vanaf 2025 of later in beeld komt. Echter, het gebiedsprogramma kent ook een korte termijn aanpak voor kleinere maatregelen. De belangrijkste dossiers voor de regio binnen het gebiedsprogramma zijn: • MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam; • MIRT-verkenning CID-Binckhorst Den Haag; • MIRT-verkenning spoorlijn Leiden-Dordrecht en knooppunten; • gebiedsuitwerkingen Voorne-Putten en Westland; • programmalijn Metropolitaan OV en Verstedelijking met o.a. OV Zoetermeer-Rotterdam, de Koningscorridor, OV Leiden-Zoetermeer; • Korte Termijn Aanpak (KTA). In het IPVa 2022 (zie bijlage 2 in deze begroting) worden bovengenoemde dossiers verder beschreven.

2.2.1.2 Doelstelling: Betrouwbaar op weg Een robuust en betrouwbaar samenhangend wegennetwerk realiseren. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Realisatie intelligente Verkeersregelinstallaties (iVRI’s). • De reconstructie IJsselmondseknoop realiseren. • Financieel bijdragen aan de Korte Termijn Aanpak (KTA) van het gebiedsprogramma MoVe, waaronder maatregelen op de Algeracorridor, op Voorne-Putten en in Westland.

25

2.2.1.3 Doelstelling: Versnellen van innovatie in mobiliteit Nieuwe technologie kan toekomstige ontwikkelingen en vervoerssystemen efficiënter, rendabeler en duurzamer maken. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Het realiseren van enkele aangewezen automatisch vervoer-projecten (AVLM) op basis van een technisch en financieel haalbaar plan, zoals de shuttle bij Leidsenhage, in Zoetermeer en Rotterdam The Hague Airport. • Na Rotterdam The Hague Airport, uitrollen van Mobility as a Service (MaaS) naar andere deelgebieden. • Deelmobiliteit uitrollen als verbetering van de “last mile” naar woon- en werkgebieden. • Uitvoeren van de haalbaarheidsstudie ten behoeve van de realisatie van de Cargoloop. 2.2.1.4 Doelstelling: Vergroten verkeersveiligheid De 23 gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag streven naar nul verkeersslachtoffers. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Uitvoeren van het Regionaal Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid, in lijn met het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. • Inzetten van verkeersleerkrachten op basisscholen in de metropoolregio. • Inzetten van verkeerseducatiepakketten Totally Traffic, SchoolopSeef en dodehoek-lessen.

2.2.2 Wat gaat het kosten? Programma 2: Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (euro's) Lasten: Projectkosten Verkeer - Verkeersmanagement en wegenstructuur - Fiets- en ketenmobiliteit - Verkeersveiligheid Subtotaal Verkeer

Voorlopige jaarrekening 2020

Raming 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

100.939.029 12.321.227 8.587.707 121.847.963

41.530.990 38.118.693 20.091.189 99.740.872

52.637.460 23.456.922 14.890.958 90.985.340

61.819.271 16.907.917 8.675.042 87.402.229

74.671.152 10.345.083 7.710.208 92.726.444

26.536.590 7.191.667 7.741.667 41.469.924

57.259.306 57.259.306

83.853.489 83.853.489

57.590.397 57.590.397

47.189.783 47.189.783

23.760.208 23.760.208

20.566.667 20.566.667

919.734 919.734

1.346.247 1.346.247

1.339.611 1.339.611

1.339.611 1.339.611

1.339.611 1.339.611

1.339.611 1.339.611

Totaal lasten

180.027.003

184.940.608

149.915.349

135.931.624

117.826.263

63.376.202

Baten: Onttrekking fonds BDU/ mobiliteitsfonds Overige inkomsten

132.014.950 48.012.054

175.310.734 9.629.874

149.915.349 0

135.931.624 0

117.826.263 0

63.376.202 0

Totaal baten

180.027.003

184.940.608

149.915.349

135.931.624

117.826.263

63.376.202

0

0

0

0

0

0

Projectkosten Openbaar vervoer - Netwerk openbaar vervoer Subtotaal Openbaar vervoer Apparaatslasten - Directe kosten personeel Subtotaal Apparaatslasten

Saldo van baten en lasten

26

Toelichting financiën De onderdelen Verkeersmanagement en wegenstructuur, Fiets- en ketenmobiliteit, Verkeersveiligheid en Netwerk openbaar vervoer bestaan uit bestedingen voor grote projecten en kleine projecten. Voor de kleine projecten geldt dat bestedingen zijn opgenomen voor de nog lopende subsidieverleningen, subsidieaanvragen die nog in behandeling zijn, de aanmeldingen van projecten voor het IPVa en de ruimte binnen het subsidieplafond dat nog niet is ingevuld met projecten. Verkeersmanagement en wegenstructuur In 2020 wordt ruim € 80 miljoen besteed aan de realisatie van de Rotterdamsebaan in de vorm een MRDH-bijdrage en rijksbijdrage. Verder zal tijdens de begrotingsperiode worden gewerkt aan de realisatie van de No Regret-maatregelen CID-Binckhorst. Hiervoor is € 82 miljoen (rijksbijdrage en MRDH-bijdrage) opgenomen gedurende 2021-2024. De piek van de investeringen ligt in de jaren 2023 en 2024. Daarnaast wordt in de periode 2021-2025 voor de Korte Termijn Aanpak € 30 miljoen besteed. Tevens is € 14 miljoen opgenomen voor de uitvoering voor het programma Automatisch Vervoer Last Mile (AVLM) in de jaren 2021 en 2022. Fiets- en ketenmobiliteit In 2021 wordt gestart met de uitvoering van het programma Metropolitane fietsroutes.

In oktober 2020 is in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten om € 21 miljoen te reserveren voor de Metropolitane fietsroutes Westland-Rotterdam in de periode 2021-2024. De hogere bestedingen in de eerste jaren van de begrotingsperiode komen voort uit de realisatie van reeds verleende subsidies. Verkeersveiligheid De relatief hogere begrotingen tot en met 2022 worden veroorzaakt door de nog lopende subsidieverleningen. OV netwerk In de jaren 2021-2026 staat de realisatie van infrastructurele aanpassingen voor het programma instroom nieuwe trams Haagse regio (INTHR) gepland voor € 130 miljoen met een piek in de investeringen in de jaren 2021 tot en met 2023. Daarnaast wordt in de begin jaren van de begrotingsperiode geïnvesteerd in de afronding van de projecten de Hoekse Lijn, tramlijn 19 en Systeemsprong sneltram. Apparaatslasten Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor dit programma, met uitzondering van de overhead functies. De lichte daling ten opzichte van de begroting 2021 heeft te maken met een lichte afname in de verwachte cao stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Overige inkomsten In 2020 wordt de laatste rijksbijdrage voor de Rotterdamsebaan gerealiseerd. Tevens leveren de gemeente Delft en de provincie Zuid-Holland in 2020 nog een bijdrage aan de realisatie van de Sint Sebastiaansbrug.

In 2021 ontvangt de MRDH een bijdrage van het Rijk voor specifieke verkeersveiligheidsmaatregelen (€ 5,4 miljoen). Daarnaast ontvangt de MRDH in 2021 van HTM € 4,2 miljoen voor Lijn 1 Scheveningseweg.

27

2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat De begroting voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is opgezet langs de doelstellingen voor het vernieuwen van de economie uit de Strategische Agenda. De doelen geven invulling aan de vragen Wat willen we bereiken? Per doelstelling staat beschreven Wat gaan we daarvoor doen? Vanuit het programma Economisch Vestigingsklimaat wordt gewerkt aan de volgende zeven doelstellingen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Stimuleren van innovatie en economische groei Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Goede digitale connectiviteit Ruimte om te werken Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties Meer regionale samenwerking bij de energietransitie

InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de MRDH met betrekking tot versterking van het economisch vestigingsklimaat. Daarom worden er jaarlijks afspraken gemaakt tussen IQ en de MRDH over de inzet die IQ als regionale ontwikkelingsmaatschappij levert om de economie te versterken door innovatie te stimuleren en de verbinding met het bedrijfsleven te bekrachtigen. Dit wordt gedaan in samenwerking met de Rijksoverheid, provincie Zuid-Holland, gemeenten, kennisinstellingen, bedrijven en de MRDH. Ondernemers zijn daarbij de belangrijkste doelgroep. Zij investeren en creëren de banen die de economie verder helpen. De Economic Board Zuid-Holland (EBZ) brengt bedrijven, economische clusters, kennisinstellingen, beroepsonderwijs, lokale- en regionale overheden samen en bundelt zo kennis, netwerken en bestuurskracht. De gezamenlijke ambitie is economische groei en werkgelegenheid in Zuid-Holland aan te jagen. De EBZ focust daarbij op initiatieven binnen de speerpunten Haven in transitie, Feeding & greening megacities, Life Sciences & Health, Cybersecurity en Smart industry. Leden van de EBZ zijn CEO’s van beeldbepalende bedrijven uit de regio, voorzitters van de raden van bestuur van de belangrijkste kennis- en onderwijsinstellingen en bestuurders van gemeenten en provincie.

De MRDH is publieke partner in de EBZ. Het secretariaat van de EBZ is belegd bij IQ, zo zorgen we ervoor dat ontwikkelingen in de regio integraal plaatsvinden. Hierna volgt de uitwerking van deze zeven doelstellingen. 2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Doelstelling: Stimuleren van innovatie en economische groei Fieldlabs, innovatieprogramma’s en onderzoek De afgelopen jaren heeft de MRDH, samen met de provincie Zuid-Holland, InnovationQuarter en TNO geïnvesteerd in innovatie door te investeren in fieldlabs, programma’s en specifiek onderzoek. Hierdoor zijn er veel innovatieplekken ontstaan door de hele provincie waar bedrijven, kennisinstellingen en andere organisaties samenwerken om technologische innovaties verder te brengen. In deze praktijkomgevingen wordt bijvoorbeeld gewerkt aan robotisering, 28

sensortechnologie, big data en 3D printing. Aan de hand van maatschappelijke en economische opgaven zijn vier innovatieprogramma’s ontwikkeld waarbij ondernemers worden gestimuleerd gebruik te maken van de mogelijkheden die de fieldlabs te bieden hebben. Het eerste programma SMITZH richt zich op de maakindustrie. Het tweede programma Energie & Klimaat richt zich op de verduurzamingsopgave. Het derde programma Zorgtechnologie richt zich op innovaties die de zorg gaan ontlasten en het vierde programma AgriTech richt zich op de toepassing en doorontwikkeling van technologische innovaties van binnen en buiten de tuinbouw sector en een onderzoek naar de economische potentie van de eiwittransitie (overgang naar plantaardige eiwitten) voor Zuid-Holland. Ondersteuning voor startende en groeiende bedrijven Het is van belang dat startende bedrijven én bedrijven die willen doorgroeien optimale ondersteuning krijgen. Dat kan door het koppelen van vraag en aanbod, waarbij gemeenten als (mede)opdrachtgever optreden, testlocaties aanbieden en kunnen optreden als eerste klant. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Uitvoering en opschaling van de regionale innovatieprogramma’s om meer bedrijven te betrekken bij de kennis en faciliteiten die fieldlabs en innovatieve consortia van bedrijven en kennisinstellingen te bieden hebben.

• Verbinden van maatschappelijke vraagstukken van gemeenten aan de oplossingen die startende bedrijven ontwikkelen en het versterken van de kennis bij en het netwerk tussen gemeenten. Het gaat dan om kennis over de mogelijkheden van technologie voor gemeentelijke problemen, kennis over de wijze waarop innovatief werken onderdeel kan worden van de gemeentelijke bedrijfsvoering en de mogelijkheden om innovatie daadwerkelijk in te kopen. • Verder doorontwikkelen van de aanpak om gemeenten te ondersteunen bij het realiseren van een toekomstbestendig en digitaal breed MKB. 2.3.1.2 Doelstelling: Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Interactie tussen het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen zorgt voor eigentijdse onderwijsprogramma’s met toekomst en daarmee voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De plek waar deze kruisbestuiving plaatsvindt is een campus. Samenwerking op deze campussen tussen bedrijven en kennisinstellingen wordt gestimuleerd om de impact van deze campussen te vergroten. Dit vindt plaats binnen de aanpak van het Human Capital Akkoord Zuid-Holland.

Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Versterken van een MBO-HBO campusecosysteem met als doel een goede aansluiting tussen onderwijs, arbeidsmarkt en omgeving te realiseren, een intensieve samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven te stimuleren en een leven lang ontwikkelen (LLO) aan te jagen; • Economisch rendement van campussen versterken door kennisdeling op het gebied van governance, innovatie, productontwikkeling, verdienmodellen, internationalisering, subsidie en bereikbaarheid te stimuleren en meer centraal te stellen in de aanpak; • Bekendheid vergroten van het campusecosysteem, zodat bedrijven campussen regionaal actiever opzoeken en participeren in innovatie, onderwijsvernieuwing en LLO.

29

2.3.1.3 Doelstelling: Goede digitale connectiviteit Goede digitale connectiviteit is een belangrijke economische vestigingsvoorwaarde. Onze regio scoort hier tot nu toe goed op in vergelijking met andere Europese regio’s: 98% van de adressen in Zuid-Holland beschikt over ‘snel internet’. Deze positie willen we behouden en verbeteren. Daarom werken we aan de digitale bereikbaarheid van onze regio. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Onderhouden van het kennisnetwerk en bieden van ondersteuning aan gemeenten die werken aan de digitale connectiviteit in de metropoolregio. Dit doen we door de kennis van de twee grote steden te delen met de andere 21 gemeenten en ze te helpen om deze kennis in te zetten, bijvoorbeeld voor het harmoniseren van de gemeentelijke regelgeving en het gemeentelijke beleid, zodat tempo gemaakt kan worden bij de aanleg van communicatienetwerken zoals glasvezel en 5G. Binnen het kennisnetwerk zorgen we ervoor dat bij de uitrol van 5G de zorgen die er in de samenleving zijn aandacht krijgen. • Verbinden van experimenteerlocaties digitalisering en 5G, zoals het Delft on Internet of Things fieldlab, het Living Lab Scheveningen en het Living Lab Sensible Sensor Reyeroord. Hier bieden we ruimte voor bedrijven om te innoveren rond diverse maatschappelijke vragen.

Digitalisering verbinden we met andere campussen rond innovatie in industrie, de zorg en agrologistiek. Tenslotte zorgen we ook dat resultaten uit deze projecten regionaal toegepast kunnen worden. 2.3.1.4. Doelstelling: Ruimte om te werken Ondernemers willen de beste plek voor hun onderneming. Hoe kunnen we hen dan winnen voor de metropoolregio? Aan welke ruimte is behoefte? Aan de hand van dit soort vragen brengt de MRDH advies uit aan gemeenten over ontwikkelingen op bedrijventerreinen, kantorenlocaties en winkelgebieden. Waar mogelijk biedt de MRDH ondersteuning bij ontwikkelplannen van gemeenten. De provincie Zuid-Holland heeft de uiteindelijke bevoegdheid om bestemmingsplannen met ontwikkeling van nieuwe en bestaande werklocaties te aanvaarden. Samen met de provincie Zuid-Holland werken we vervolgens aan het realiseren van gebieden waar wonen en werken gecombineerd zijn. De vraag hiernaar wordt steeds groter. We richten ons hierbij op zowel grootstedelijke locaties, als op meer landelijke locaties in de metropoolregio. De focus ligt op de werklocaties met grote regionale impact. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Uitvoering van regionale Strategie Werklocaties: we zorgen voor regionale afstemming, bijvoorbeeld op het gebied van Hogere Milieu Categorie (HMC) en watergebonden terreinen, gebiedsvisies en transformatieopgaven.

• We werken gebiedsgericht aan werklocaties van regionaal belang, onder meer door procesadvisering en het verlenen van projectbijdragen. • We werken verder aan de aanpak voor Next Economy bedrijventerreinen, waarbij langs een aantal inhoudelijke aandachtsgebieden (mobiliteit/CO2, energie, circulariteit, informatie, personeel, financieringsvraagstukken) externe expertise en projectbijdragen beschikbaar

30

worden gesteld voor kleinere en grotere opgaven. Het aandachtsveld Energie is daarbij de praktische uitwerking van de Regionale Energie Strategie op bedrijventerreinen. 2.3.1.5 Doelstelling: Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor Onze regio heeft veel te bieden: mooie en grote binnensteden, talloze historische dorps- en stadskernen, afwisselende polderlandschappen en kilometers duin, strand en zee. De kunst is om meer bezoekers daarvan te laten genieten en tegelijkertijd de rust en ruimte te behouden. Bereikbaarheid is belangrijk, net als bekendheid van de gebieden. Vrijetijdseconomie draagt bij aan de economische positie van de metropoolregio door onder andere een toegevoegde waarde te leveren aan de werkgelegenheid, aan het imago van de gemeenten met hun iconen en bijzondere plekken, aan voorzieningen als wandel- en fietspaden, aan winkels en aan horeca. In de Metropoolregio Rotterdam Den Haag trekken de gemeenten samen op en delen kennis op het gebied van vrijetijdseconomie. Op basis van de sfeergebiedeninventarisatie die in 2020 en 2021 heeft plaatsgevonden ondersteunt de MRDH de gemeenten bij hun activiteiten. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Ondersteunen van gemeenten die werken aan de kansen en mogelijkheden in onze regio op het gebied van vrijetijdseconomie.

• Opnemen van groene en blauwe kwaliteit in de integrale ontwikkelplannen voor verstedelijking. • Zorgen voor verbinding / informatiedeling tussen het regionale netwerk Vrijetijdseconomie en de Bestuurlijke Tafel Groen Blauwe Leefomgeving. • Faciliteren en ondersteunen van het regionale netwerk Vrijetijdseconomie. 2.3.1.6 Doelstelling: Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties We willen bijdragen aan de gebalanceerde ontwikkeling van woon-en werklocaties nabij het OV. Waar dit mogelijk is binnen bebouwde gebieden nabij bestaande infrastructuur, wil de MRDH graag ondersteunen bij de uitwerking en realisatie van deze plannen vanuit onze verantwoordelijkheid voor bereikbaarheid, knooppuntontwikkeling en werklocaties. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Ondersteuning bieden bij het maken van een samenhangende aanpak en planning voor wonen, werken, bereikbaarheid en duurzaamheid per locatie van de Verstedelijkingsalliantie. We zoeken hier samen met partners naar mogelijkheden voor het bespoedigen van de voortgang van zowel de planvorming als de realisatie. • Gemeenten die vergelijkbare locaties (mogelijkheid tot verdichting in bestaand stedelijk gebied, nabij bestaande infrastructuur) hebben, dezelfde ondersteuning bieden als aan de hiervoor genoemde locaties.

Denk daarbij aan locaties langs de Hoekse Lijn, Barendrecht, station Lansingerland-Zoetermeer, Nissewaard en Capelle aan den IJssel. In deze integrale plannen dient groene en blauwe kwaliteit opgenomen te worden (zie de doelstelling ‘Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor’).

31

2.3.1.7 Doelstelling: Meer regionale samenwerking bij de energietransitie Met de juiste kennis en ervaring is een versnelling van de energietransitie mogelijk. Kennisdeling is dan ook een belangrijke succesfactor. Dit geldt bijvoorbeeld voor het delen van kennis over verduurzaming van kantoren- en bedrijventerreinen. Of over energiezuinige mobiliteitsoplossingen voor een wagenpark. Het energienetwerk van de 23 gemeenten is het ideale platform om kennis te delen en inspiratie op te doen, maar ook om afstemming te organiseren over de Regionale Energie Strategie. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Bieden van ondersteuning aan het netwerk van gemeenten dat werkt aan de energietransitie. 2.3.2 Wat gaat het kosten? Programma 3: Economisch vestigingsklimaat (euro's) Lasten: Subtotaal programmakosten Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Subtotaal directe kosten personeel

Voorlopige jaarrekening 2020

Raming 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

2.755.131 873.192 166.250 890.627

4.089.661 0 285.000 975.886

4.299.539 0 118.750 967.426

4.299.539 0 0 967.426

4.299.539 0 0 967.426

4.299.539 0 0 967.426

Totaal lasten

4.685.200

5.350.547

5.385.715

5.266.965

5.266.965

5.266.965

Baten: Inwonerbijdrage Bijdragen gemeenten Bijdragen EU

5.103.129 37.594 6.156

5.028.047 37.500 0

5.229.465 37.500 0

5.229.465 37.500 0

5.229.465 37.500 0

5.229.465 37.500 0

Totaal baten

5.146.879

5.065.547

5.266.965

5.266.965

5.266.965

5.266.965

Saldo van baten en lasten

461.679

-285.000

-118.750

0

0

0

Onttrekking aan Egalisatiereserve EV Toevoeging aan Egalisatiereserve EV*

119.926 581.605

285.000

118.750

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Resultaat

* Inclusief voorstel resultaatbestemming

Toelichting financiën De begroting 2022 bestaat voor € 4.299.539 uit programmakosten en voor € 967.426 uit directe kosten personeel. Daarnaast is de jaarschijf 2022 van de begrotingspostsubsidie aan YES!Delft opgenomen Het algemeen bestuur stelt de begroting op deze subtotalen vast. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat voert binnen deze kaders de begroting uit en verantwoordt zich hierover. Programmakosten De programmakosten van € 4.299.539 bestaan uit de volgende onderdelen: • cofinanciering beschikbaar stellen aan gemeenten voor projecten die tot doel hebben bij te dragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH, en binnen de door het

32

algemeen bestuur vastgestelde begroting, heeft de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat deze bevoegdheid. Tevens worden uit dit budget de samenwerkingsafspraken met InnovationQuarter bekostigd; • projectontwikkeling voor het realiseren van de programmadoelstellingen. • programma-overstijgende opgaven, waaronder: o regioverkenning: jaarlijkse actualisering van een regionale dataset op het gebied van economie en verkeer en vervoer; o ondersteuning bieden bij het maken van een samenhangende aanpak en planning voor wonen, werken, bereikbaarheid en duurzaamheid. Deze programma-overstijgende ondersteuning komt – in lijn met de door te belasten apparaatslasten – voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU middelen. Subsidie YES!Delft Het algemeen bestuur heeft op 10 juli 2020 een meerjarige begrotingspost subsidie aan YES!Delft verleend voor de periode juni 2020 tot juni 2022 van € 570.000. Het programma is een innovatieplatform voor alle 23 gemeenten in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Gemeenten kunnen met alle uitdagingen waarbij innovatie en technologie een rol spelen, gebruik maken van de onderdelen in dit programma. Opbrengsten voor de gemeenten van dit programma zijn (schaalbare) oplossingen die voor gemeenten besparingen opleveren of verbetering van de leefomgeving van de inwoners.

Daarnaast draagt het programma bij aan het versterken van het startup-netwerk binnen de gemeenten en groeit kennis/netwerk over de wijze waarop gemeenten startups beter kunnen bedienen. De subsidie loopt nog 5 maanden in 2022, daarom wordt 5/24 deel ter begroting gebracht. Directe kosten personeel Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor het programma Economisch Vestigingsklimaat, met uitzondering van de overhead functies. De lichte daling ten opzichte van de begroting 2021 heeft te maken met een lichte afname in de verwachte cao stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2021 met € 0,05 (Kadernota MRDH begroting 2022) naar € 2,77 per inwoner. Voor 2022 is dat een totaalbedrag van € 6.648.448. Van die € 2,77 per inwoner wordt maximaal € 1,17 ingezet voor de dekking van de apparaatslasten. De resterende € 1,60 wordt ingezet voor de bekostiging van de programmaopgaven en de gemeentelijke projecten ter versterking van het economisch vestigingsklimaat. Van de totale inwonerbijdrage van € 6.648.448, wordt € 1.418.983 ingezet voor overhead (zie hoofdstuk 4.2).

Binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat wordt de resterende inwonerbijdrage van € 5.229.465 verantwoord ter dekking van de directe kosten van het personeel en het programmabudget, voor zover niet gedekt door aanvullende bijdragen. Overige inkomensoverdrachten gemeenten Dit betreft het gemeentelijke aandeel in de licentieovereenkomst met Locatus. De MRDH heeft een licentieovereenkomst met Locatus voor het gebruiksrecht van databestanden. Verschillende

33

gemeenten maken gebruik van deze licentieovereenkomst en worden voor hun aandeel doorbelast door de MRDH. Dit gemeentelijke aandeel wordt als budget toegevoegd aan de begroting. Onttrekking aan Egalisatiereserve EV De begrotingspost subsidie aan YES!Delft komt voor de jaarschijven 2021 en 2022 ten laste van de Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat. Zie verder de eerdere toelichting onder het kopje Subsidie YES!Delft.

34

Hoofdstuk 3 Algemene dekkingsmiddelen, overhead en vennootschapsbelasting 3.1 Algemene dekkingsmiddelen De MRDH begroting kent de volgende algemene dekkingsmiddelen: 1. Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) 2. Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat 3. Financiering Brede Doeluitkering Voor de bekostiging van haar regionaal verkeer- en vervoerbeleid (wettelijke taak) ontvangt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag jaarlijks via het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een conform de Uitvoeringsregeling BDU verkeer en vervoer vastgesteld deel van de zogenaamde Brede Doeluitkering verkeer en vervoer. In onderstaande tabel zijn de geraamde te ontvangen jaarbedragen binnen de kaders van deze begroting opgenomen op prijspeil 2021: 2020 524.516.277

2021 534.651.918

2022 533.531.530

2023 542.124.902

2024 546.330.975

2025 525.264.648

Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat Het programma Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan toe te rekenen overhead wordt bekostigd uit een door de deelnemende gemeenten te betalen jaarlijkse bijdrage per inwoner op basis van het door het CBS vastgestelde inwonertal per gemeente op 1 januari van het voorgaande begrotingsjaar. Per inwoner bedraagt deze bijdrage in 2022 € 2,77. Daarvan mag maximaal € 1,17 worden besteed aan de bekostiging van apparaatslasten (Kadernota MRDH begroting 2022). De totale bijdrage voor 2022 is geraamd op € 6.648.448. In hoofdstuk 7 is een specificatie per gemeente opgenomen.

Financiering De opbrengsten van de financieringsfunctie worden uitsluitend bepaald door de financiering ten behoeve van de OV-bedrijven, aan wie de MRDH één of meerdere concessies heeft verleend. De ontvangen rente wordt uitsluitend aangewend voor de bekostiging van de rente die de MRDH in dit kader moet betalen aan externe financiers. Daarnaast wordt aan deze OV-bedrijven een marktconformiteitsopslag in rekening gebracht, die in eerste instantie wordt aangewend voor de vorming van een risicoreserve financieringen en daarna uitsluitend beschikbaar is voor de bekostiging van de programma’s verkeer en openbaar vervoer. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).

35

3.2 Overhead De overhead dient, conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), apart te worden weergegeven van de programma’s. Het doel van de aparte weergave is om de overhead inzichtelijker te maken en organisaties onderling beter te kunnen vergelijken op hun uitgaven hieraan. In de programma’s wordt alleen dat deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De definitie van overhead volgens het BBV luidt “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het betreft hier zowel de personele- als de materiële kosten. Volgens de Notitie Overhead van de commissie BBV bestaat overhead in ieder geval uit de volgende functies: 1. Hiërarchisch leidinggevenden; 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; 3. P&O / HRM; 4. Inkoop; 5. Interne en externe communicatie (niet: projectcommunicatie en medewerkers die bij een projectbureau werken); 6. Juridische zaken; 7. Bestuurszaken en bestuursondersteuning; 8. Informatievoorziening en automatisering; 9. Facilitaire zaken en Huisvesting; 10. DIV; 11. Managementondersteuning.

Voor de MRDH betekent dit dat de volgende salarislasten als overhead worden geclassificeerd: • Alle functies, ook management en secretarieel, binnen de bureaus Financiën & Control, Strategie & Bestuur en Interne Dienstverlening; • Overig management: secretaris-algemeen directeur, manager Economisch Vestigingsklimaat, manager Openbaar Vervoer en manager Verkeer; • Overig secretarieel: secretariaat Economisch Vestigingsklimaat, secretariaat afdeling Verkeer en secretariaat afdeling Openbaar Vervoer. Zie voor een toelichting op de organisatie van de MRDH hoofdstuk 4.5 paragraaf bedrijfsvoering. Daarnaast worden de materiële bedrijfsvoeringsbudgetten ook tot de overhead gerekend. Het niet toerekenen van de overhead aan de programma’s betekent niet dat de financiële dekking verandert. Het betreft alleen een andere manier van presenteren. De overhead wordt nog steeds betaald uit de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. De salariskosten van alle medewerkers - dus inclusief management en secretariaat - van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer worden bijvoorbeeld ten laste gebracht van de rijksmiddelen BDU. De salariskosten - dus inclusief management en secretariaat - van alle medewerkers van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage EV.

Net als in de Begroting 2021 wordt het relatieve formatiebudget van het primaire proces gebruikt om de salariskosten van de bureaus Financiën & Control, Strategie & Bestuur en Interne Dienstverlening en de materiële bedrijfsvoeringsbudgetten - dus overhead - door te belasten aan de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. De verhouding van het relatieve formatiebudget is 20% Economisch Vestigingsklimaat versus 80% Verkeer en Openbaar Vervoer. 20% van deze kosten komt daarmee ten laste van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 80% van deze kosten komt ten laste van de rijksmiddelen BDU. Nadat inmiddels ruim een jaar gewerkt is vanuit een nieuwe topstructuur waarbij de directies zijn komen te vervallen en de secretaris-algemeen directeur leiding geeft aan alle managers, wordt deze verdeelsleutel geharmoniseerd met de verdeelsleutel van de bovengenoemde stafkosten.

36

Bovenstaande uitgangspunten en verdeelsleutels zijn verwerkt in het volgende overzicht van de overhead: Overhead (euro's) Lasten: Personele overhead Va Materiële overhead Va

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3341/documents/24486