11. 299949 Aanbiedingsbrief voor Zienswijze Ontwerpbegroting 2022 Metropoolregio Rotterdam Den Haag..pdf
Tekst van het document
Raming toevoeging 2023
0 0
Raming toevoeging 2022
Raming onttrekking 2022
Raming saldo 31-12-2022
100.000 3.948.050
0 0
0 118.750
100.000 3.829.300
27.000.000
0
0
27.000.000
285.000
31.048.050
0
118.750
30.929.300
534.651.918
594.272.896
71.389.657
533.531.530
555.576.518
49.344.669
534.651.918
594.272.896
71.389.657
533.531.530
555.576.518
49.344.669
535.778.642
594.557.896
102.437.707
533.531.530
555.695.268
80.273.969
Raming onttrekking 2023
Raming saldo 31-12-2023
0 285.000
Raming saldo 31-12-2021
Raming toevoeging 2024
Raming onttrekking 2024
Raming saldo 31-12-2024
Raming toevoeging 2025
Raming onttrekking 2025
Raming saldo 31-12-2025
0 0
0 0
100.000 3.829.300
0 0
0 0
100.000 3.829.300
0 0
0 0
100.000 3.829.300
2.076.904
0
1.179.080
0
0
0
1.179.080
0
8.002.759
0
Fondsen BDU en Mobiliteitsfonds
542.124.902
536.383.953
546.330.975
513.861.028
525.264.648
477.068.505
Subtotaal fondsen
542.124.902
536.383.953
546.330.975
513.861.028
30.255.984 0 34.185.284 0 0 87.555.566 0 87.555.566
8.002.759
2.076.904
29.076.904 0 33.006.204 0 0 55.085.619 0 55.085.619
525.264.648
477.068.505
38.258.743 0 42.188.043 0 0 135.751.710 0 135.751.710
TOTAAL-GENERAAL
544.201.806
536.383.953
88.091.823
547.510.055
513.861.028
121.740.850
533.267.408
477.068.505
177.939.753
Subtotaal reserves
60
Toelichting staat van reserves en fondsen Reserve weerstandsvermogen EV Zie de toelichting in hoofdstuk 4.3. Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat voornamelijk de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2015. Reserve interne kwaliteitsverhoging Deze reserve is in 2018 gevormd en is bestemd voor noodzakelijke investeringen in ICT (o.a. door de overgang naar een nieuwe provider), de inrichting van een geïntegreerde projectadministratie en de automatisering en digitalisering van meerdere werkprocessen. De reserve is eind 2020 volledig besteed. Risicoreserve financieringen Voor meer informatie over de wijze waarop deze reserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen betreffen de BDU-bijdragen aan de exploitatie in de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer).
Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats ter dekking van de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer (hoofdstuk 3.2).
61
Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2022 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel zijn de bijdragen per gemeente opgenomen: Gemeente
Aantal inwoners 1 januari 2021 (*)
Bijdrage per inwoner
Totaal inwonerbijdrage 2022
Albrandswaard
25.799
2,77
71.463
Barendrecht
48.637
2,77
134.724
Brielle
17.423
2,77
48.262
Capelle aan den IJssel
67.315
2,77
186.463
Delft
103.588
2,77
286.939
Den Haag
547.757
2,77
1.517.287
Hellevoetsluis
40.296
2,77
111.620
Krimpen aan den IJssel
29.396
2,77
81.427
Lansingerland
63.338
2,77
175.446
Leidschendam-Voorburg
76.417
2,77
211.675
Maassluis
33.551
2,77
92.936
Midden-Delfland
19.409
2,77
53.763
Nissewaard
85.403
2,77
236.566
Pijnacker-Nootdorp
55.668
2,77
154.200
Ridderkerk
46.665
2,77
129.262
Rijswijk
55.205
2,77
152.918
Rotterdam
652.541
2,77
1.807.539
Schiedam
79.356
2,77
219.816
Vlaardingen
73.925
2,77
204.772
Wassenaar
26.939
2,77
74.621
Westland
111.366
2,77
308.484
Westvoorne
14.903
2,77
41.281
Zoetermeer
125.265
2,77
346.984
Totaal
2.400.162
6.648.448
(*) bron: CBS StatLine 7-3-2021
De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2021 met € 0,05 (Kadernota MRDH begroting 2022) naar € 2,77 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2022 € 6,6 miljoen en wordt voor € 5,2 miljoen verantwoord als baten ter dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt ter dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1,4 miljoen ingezet.
62
Hoofdstuk 8 Besluit De begroting 2022 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van het meerjarenbeeld 2023-2025;
Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 9 juli 2021
de secretaris,
de voorzitter,
Wim Hoogendoorn
Ahmed Aboutaleb
63
Bijlage 1 Indicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak betreft van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur/bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. # 1 2
3 4 5
Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Indicator Formatie
0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
Periode 2021 per 1000 inwoners 1 januari 2021 per 1000 inwoners 2022
Externe inhuur
2020
Overhead
2022
Bezetting
Waarde B2022 0,037 fte per 1000 inwoners 0,036 fte per 1000 inwoners
Waarde B2021 0,037 fte per 1000 inwoners 0,035 fte per 1000 inwoners
€ 5,02 per inwoner 7,48% van de totale loonsom 1,14% van de totale lastenbegroting
€ 5,03 per inwoner 5,8% van de totale loonsom 1,23% van de totale lastenbegroting
Ad 1) In de begroting 2022 bedraagt de formatie 89,6 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (zie hoofdstuk 7). Ad 2) De bezetting per 1 januari 2021 bedraagt 86,6 fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totale begrote apparaatskosten bedragen in 2022 € 12.039.303 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (zie hoofdstuk 7). Ad 4) de totale loonsom bedroeg in 2020 € 8.261.149. De externe inhuur bedroeg in 2020 € 617.997. Voor 10% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5) In de Begroting 2022 bedraagt de overhead € 6.695.364 (zie 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 585.949.714 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten schommelen. De kosten van overhead volgen de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.
64
Bijlage 2 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2022
65
Inhoudsopgave 1.
Inleiding, achtergronden en kaders .......................................................................................... 67
1.1
Inleiding ................................................................................................................. 67
1.2
Werkgebied van de Vervoersautoriteit ................................................................... 68
1.3
Van beleid naar uitvoering ..................................................................................... 69
1.4
Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................... 69
2.
Financiële samenvatting ........................................................................................................... 71
3.
Integrale programma’s ............................................................................................................. 72
4.
Programma’s en projecten Openbaar Vervoer .......................................................................... 80
5.
6.
4.1
Programma’s Openbaar Vervoer ............................................................................ 81
4.2
Verkenningen en studies Openbaar Vervoer........................................................... 84
4.3
Planstudies Openbaar Vervoer ............................................................................... 91
4.4
Uitwerkingen Openbaar Vervoer ............................................................................ 95
4.5
Realisatie Openbaar Vervoer .................................................................................. 98
Programma’s en projecten Verkeer ........................................................................................ 101 5.1
Programma’s Verkeer ........................................................................................... 102
5.2
Verkenningen en planstudies Verkeer .................................................................. 107
5.3
Uitwerkingen Verkeer ........................................................................................... 109
5.4
Realisatie Verkeer ................................................................................................ 110
In 2020 en 2021 in gebruik genomen projecten..................................................................... 114
Bijlagen ......................................................................................................................................... 119 Bijlage A
Grote projecten .................................................................................................... 120
Bijlage B1
Kleine projecten: lopende subsidiebeschikkingen per subsidieontvanger.............. 121
Bijlage B2
Kleine projecten: Aanmeldingen 2021 .................................................................. 131
Bijlage B3
In 2020 afgesloten Kleine projecten ..................................................................... 135
Bijlage C
Korte Termijn Aanpak MoVe 2020-2023 ............................................................... 137
Bijlage D
Automated Vehicles Last Mile (AVLM) .................................................................. 139
Bijlage E
R-net .................................................................................................................... 140
Bijlage F
ITS-projecten ....................................................................................................... 141
Bijlage G
Prioritaire Metropolitane Fietspaden ..................................................................... 142
Bijlage H
InnOVatie ............................................................................................................. 143
Bijlage I
Ketenmobiliteit OV knooppunten .......................................................................... 144
Bijlage J
Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid, beleidsuitwerking .......................................... 145
Bijlage K
Afkortingenlijst ..................................................................................................... 146
66
1.
Inleiding, achtergronden en kaders
1.1
Inleiding
De Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voert de verkeer- en vervoerstaken binnen de Metropoolregio uit, waaronder het ontwikkelen van beleid en het realiseren en subsidiëren van investeringsmaatregelen binnen de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is de concrete uitwerking van de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid, gericht op het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De begroting is op basis van de voortgang van werkzaamheden, de bijlagen van het IPVa blijven gestoeld op het te verwachten kasritme. Hiermee beogen we duidelijkheid te verschaffen aan subsidie-aanvragers of er al een voorschot is aangevraagd en wat de omvang is van de resterende financiële verplichting. Het IPVa beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: in de vorm van te verlenen subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Hiervoor zijn met name de 23 gemeenten en de provincie Zuid-Holland geconsulteerd. Tegelijkertijd is in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) door het Rijk en de regiopartners afgesproken om in te zetten op het Gebiedsprogramma Rotterdam - Den Haag voor zowel de korte termijn als voor de middellange termijn. Hoofdstuk 3 geeft daar een korte beschrijving van.
Het programma voor de Korte Termijn Aanpak tot en met 2022 valt onder de hoede van de Programmaraad MoVe (Mobiliteit en Verstedelijking). Het Rijk stelt budget beschikbaar wanneer het een prioriteit is uit het regeerakkoord, of als het gaat om potentiële opgaven uit de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA), en wanneer de regio bereid is tot cofinanciering. Om programma’s en projecten in aanmerking te laten komen voor Rijksbijdragen, zal de regio dus ook zelf budgetten beschikbaar moeten stellen. In hoofdstuk 4 is gericht op openbaar vervoer (OV). Naast specifieke programma’s is een fasering van onderwerpen opgenomen, van verkenning tot en met de realisatiefase. Daar waar verkenningen soms zijn ondergebracht in verschillende programma’s, en de besluitvorming over het afronden van een fase nog niet afgerond is, is gekozen voor een zo logisch mogelijke rubricering ten bate van de leesbaarheid. Hoofdstuk 5 omvat programma’s en projecten op het gebied van auto, fiets, AVLM, verkeersveiligheid en ITS. Hoofstuk 6 geeft het beeld van grote of bijzondere projecten die in 2020 zijn opgeleverd en in gebruik genomen. De kleine projecten zijn opgenomen in de bijlagen, zodat het IPVa compact en leesbaar blijft.
67
1.2
Werkgebied van de Vervoersautoriteit
De geografische grenzen en gemeenten zijn op onderstaand kaartje aangegeven. De gemeenteraden van Hellevoetsluis, Westvoorne en Brielle hebben in december 2020 het herindelingsontwerp vastgesteld. Daarmee komt een fusie van deze gemeenten per 1 januari 2023 in zicht.
68
1.3
Van beleid naar uitvoering
In de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid 2016-2025 (UAB) is het centrale thema “Versterking agglomeratiekracht” uitgewerkt naar ambities qua bereikbaarheid, kansen voor mensen, duurzaamheid, kwaliteit van plekken, efficiency en kwaliteit van de netwerken van weg, openbaar vervoer en fiets. Na de vaststelling van de UAB zijn deze eisen verder geconcretiseerd en worden samen met de gemeenten uitgewerkt tot concrete maatregelen. Er zijn programma’s opgesteld voor: - Implementatie R-net; - Automated Vehicles Last Mile; - Intelligente Transport Systemen; - Korte Termijn Aanpak 2020 – 2022 en 2021-2023; - InnOVatie; - Prioritair Metropolitaan fietsnetwerk. Het programma ITS wordt in 2021 afgerond en komt in de begroting 2022 te vervallen. De mogelijkheden tot subsidie verlopen vanaf 2022 via het programma Kleine Projecten. In 2021 volgen nog programma’s met een scope voor: - Ketenmobiliteit annex OV-knooppunten; - CO2-reductie. In bijlage J zijn de nog resterende beleidsuitwerkingen kort weergegeven.
1.4
Uitgangspunten en randvoorwaarden
Wat we willen bereiken is dat het IPVa inzicht geeft in de belangrijkste projecten en de relevante wijzigingen. We houden het leesbaar door ons in de tekst te beperken tot de hoofdlijnen. In de bijlagen worden de investeringen en bestedingen gedetailleerder weergegeven. De exploitatiekosten openbaar vervoer, beheer- en onderhoudskosten, jaarlijkse bijdragen aan gelieerde partijen en apparaatslasten worden betaald vanuit de BDU-gelden, maar zijn geen projectmatige investeringen. Om die reden maken deze geen onderdeel uit van het IPVa. Naast de UAB, heeft het IPVa een basis in de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018 en de bijbehorende Uitvoeringsregeling. In het IPVa worden de bedragen voor verkenningen en planstudies van (grote) infrastructurele projecten niet genoemd. Voor de fasering houden we aan: Verkenningen: Er is een probleem geconstateerd, waarbij in een verkenning het nut en de noodzaak van mogelijke oplossingen wordt onderzocht. Planstudies: Na een afgeronde verkenning is een potentiële oplossing voorhanden. De effecten en kosten zijn indicatief bekend, maar er is nog geen dekking. De planning heeft een bandbreedte van enige jaren en er is nog geen aangewezen projectorganisatie. Uitwerkingsfase: Voor het project heeft de MRDH een aanmelding van de wegbeheerder getoetst en opgenomen in het IPVa. De planning is tot 1 à 2 jaar nauwkeurig.
Het project kan eventueel afvallen als blijkt dat er (nog) geen of onvoldoende geld beschikbaar is om het project uit te voeren en af te ronden.
69
Realisatiefase: Vaststelling:
Het project is getoetst en (bijna) beschikt volgens, in overeenstemming met de verordening. De planning en uitvoeringstermijn zijn bekend. Het project is afgerond en de eindafrekening wordt ingediend. De Vervoersautoriteit MRDH verzorgt de financiële vaststelling.
In het onderstaande plaatje is deze volgordelijkheid schematisch aangegeven, met daarbij de momenten dat er budget wordt opgenomen in het meerjarenbeeld of in de begroting. Voor het opnemen van budget in de begroting is een besluit van het AB vereist.
70
2.
Financiële samenvatting
De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage, de zogenaamde Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer (BDU). Om te bepalen of er over een looptijd van vier jaar voldoende middelen voorhanden zijn om alle kosten te dekken, wordt in de begroting een aanname gedaan voor het programma Kleine projecten op basis van de bestedingen in voorgaande jaren. Voor de gehele regio hanteren we voor 2022 een subsidieplafond van € 30 miljoen voor het programma Kleine projecten. Kleine projecten kennen een subsidiegrens van € 5 miljoen subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor overige projecten. Kleine projecten kunnen uit de gehele range van auto, fiets, ketenmobiliteit, verkeersveiligheid en kleine OV-projecten komen. In het budget zijn ook de reserveringen begrepen voor verkeerseducatie en investeringen in infrastructuur die door de MRDH zelf worden opgedragen. Binnen de financiële administratie van de MRDH is de bron van diverse geldstromen en fondsen vastgelegd, zoals extra bijdragen van het ministerie van IenW in het kader van het MIRT (gebiedsprogramma) en nog lopende bijdragen voor programma’s als het Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer. Daarnaast kunnen er ook bijdragen van andere overheden of derden via de MRDH worden ingezet.
In dit IPVa zal dat alleen zichtbaar zijn wanneer het relevant is voor de programma’s waar budget voor wordt gevoteerd. Afgeronde subsidieprogramma’s waar geen subsidie meer uitvloeit, worden niet meer vermeld. Voor het IPVa 2022 gelden de volgende randvoorwaarden: - Binnen het jaarlijkse budget voor Kleine projecten is er geen aparte oormerking voor fiets- en ketenmobiliteit, educatie, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur en openbaar vervoer. - Als er ruimte ontstaat binnen enig programma omdat een subsidie niet wordt aangevraagd of lager wordt beschikt, dan blijft deze financiële ruimte gedurende het jaar beschikbaar voor het betreffende programma.
71
3.
Integrale programma’s
Een programma is een geheel van samenhangende projecten, dat op een bepaald beleidsterrein van het verkeer- en vervoerbeleid uit de UAB betrekking heeft. Een programma wordt opgenomen in het IPVa nadat de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten heeft tot het instellen daarvan. Een programma hoeft niet automatisch van een budget te zijn voorzien. Voorwaarden voor het instellen van een programmabudget zijn een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit inclusief een dekkingsvoorstel dat past binnen de begroting welke door het AB wordt vastgesteld. Er zijn ook diverse samenwerkingsprogramma’s. Een samenwerkingsprogramma is een geheel van projecten gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst van de MRDH met meerdere partijen met als doel het realiseren van een bepaalde beleidsdoelstelling passend binnen de UAB. Een voorbeeld daarvan is de Korte Termijn Aanpak MoVe 2020-2022 en 2021-2023, een kortlopend programma in uitvoering in samenwerking met het ministerie van IenW en de provincie ZuidHolland. In dit hoofdstuk is de indeling aangehouden van integrale programma’s, programma’s voor openbaar vervoer, fiets- en ketenmobiliteit, autoverkeer en intelligente transportsystemen/innovatie. Naast bovenstaande programma’s is er natuurlijk ook het programma Kleine Projecten met projecten waarvan de omvang van de subsidie kleiner is dan € 5 miljoen.
Deze projecten vallen onder fiets- en ketenmobiliteit, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur, of openbaar vervoer. De verkeersveiligheidseducatie en de aansluitingen HoofdwegennetOnderliggend wegennet zijn, vanwege de beperkte omvang, financieel ondergebracht in het programma Kleine projecten.
In de hoofdstukken OV en Verkeer worden de programma’s beschreven die specifiek betrekking hebben op OV en Verkeer.
72