CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

11. 299949 Aanbiedingsbrief voor Zienswijze Ontwerpbegroting 2022 Metropoolregio Rotterdam Den Haag..pdf

Gemeenteraad AW 26 april 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken30.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Directe kosten personeel

€1,0

Begroting MRDH 2022 De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is een vrijwillige gemeenschappelijke regeling van, voor en door 23 gemeenten en heeft als verlengd lokaal bestuur de status van vervoerregio vanuit de Rijksoverheid gekregen. Daarmee heeft de MRDH wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer. Als opdrachtgever van het regionale en stedelijke openbaar vervoer in de regio Rotterdam Den Haag, verlenen wij concessies aan vervoerbedrijven. Daarnaast verstrekken wij subsidies voor diverse verkeer- en vervoerprojecten en voor beheer, onderhoud en vervanging van OV-infrastructuur en bevorderen wij

Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat

€6,6 miljoen

BDU

€555,6 miljoen

€4,3

Opbrengsten financiering OV-bedrijven

€17,6 miljoen

(rente, marktconformiteits-opslag)

€23,7 miljoen Onttrekking reserves

€0,1

miljoen

Onderzoek verkeer en openbaar vervoer

€6,0

miljoen (vnl. reclame-inkomsten Abri's)

zie hoofdstuk 2.3

UITGAVEN

€10,7

Programma exploitatie verkeer en openbaar vervoer

miljoen

€399,8 miljoen

(rijden dienstregeling, beheer en (vervangings-) onderhoud infrastructuur)

€423,9 miljoen zie hoofdstuk 2.1

Rentekosten

€10,4 miljoen

(rente financiering OV-bedrijven)

Overhead economisch vestigingsklimaat

€1,4

Overig

€585,9 miljoen Concessies openbaar vervoer

Overige inkomsten

€5,3 miljoen

(o.a. gemeentelijke projecten die bijdragen aan de realisatie van de programmadoelen, samenwerkingsafspraken met InnovationQuarter en YES!Delft, projectontwikkeling)

INKOMSTEN

€585,9 miljoen

€5,3

miljoen

Programma economisch vestigingsklimaat

miljoen

innovatieve mobiliteitsoplossingen. De MRDH ontvangt hiervoor rechtstreeks middelen van het Rijk. Daarnaast heeft de MRDH taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat in de regio Rotterdam Den Haag, op het gebied van onder andere werklocaties (bedrijventerreinen, kantorenlocaties en winkelgebieden), Fieldlabs en regionale campussen, digitale connectiviteit en stimuleren van het groengebruik en recreatie. De MRDH ontvangt hiervoor een bijdrage van de 23 gemeenten.

andere inkomstenbronnen

miljoen

Versterken economisch vestigingsklimaat

in één oogopslag in beeld

Overhead verkeer en openbaar vervoer

Directe kosten personeel

€1,3

€6,7 miljoen

miljoen

zie hoofdstuk 3.2

Verkeersveiligheid

€14,9 miljoen

Programma infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

miljoen Verkeersmanagement en wegenstructuur

€52,6 miljoen

Directe kosten personeel

€3,0

miljoen

(o.a. no regret maatregelen CID Binckhorst, Korte Termijn Aanpak, Prinses Beatrixlaan Rijswijk en Automatisch Vervoer Last Mile)

Netwerk openbaar vervoer

€57,6

€149,9 miljoen zie hoofdstuk 2.2

(o.a. Blackspots, rotondes, 30km/u-zones,verkeerseducatie)

miljoen

(o.a. Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio, Lijn 19, Hoekse Lijn, aanpassing treinsporen station Schiedam i.v.m. viersporigheid) Fiets- en ketenmobiliteit

€23,5 miljoen

(o.a. metropolitane fietsroutes)

Kadernota MRDH begroting 2022

Inhoudsopgave 1.

Inleiding .............................................................................................................................. 3

2.

Covid-19 pandemie ............................................................................................................. 3

3.

Opzet programmabegroting ................................................................................................ 3

4.

Strategisch kader ................................................................................................................. 4

5.

Financieel kader .................................................................................................................. 4 5.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer .......................................... 4 5.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat ......................................... 8

6.

Begrotingsparagrafen .......................................................................................................... 9

7.

Indicatoren ........................................................................................................................ 11

8.

BTW-compensatiefonds ................................................................................................... 11

9.

Vennootschapsbelasting (Vpb) ......................................................................................... 11

10.

Planning begroting 2022 ............................................................................................... 12

11.

Besluit............................................................................................................................ 13

Bijlage 1: Inwonerbijdrage per gemeente ................................................................................ 14 Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2022 gemeenschappelijke regelingen ................................... 15 Bijlage 3: Brief begroting 2022 gemeenten regio Rotterdam-Rijnmond ................................. 20

Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 2 van 22

1. Inleiding In de Financiële verordening MRDH 2015 is opgenomen dat het algemeen bestuur, voorafgaand aan het voor zienswijze bij de gemeenten indienen van de concept begroting, een uitgangspuntennota vaststelt voor de kaders van het volgende begrotingsjaar. Deze kadernota is de bedoelde uitgangspuntennota en dient voor het opstellen van de begroting 2022 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna: MRDH).

2. Covid-19 pandemie Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de MRDH, is door de Covid-19 pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Voor het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020, de Beschikbaarheidsvergoeding, die ervoor zorgt dat 93-95% van de kosten van de vervoerders worden vergoed. Deze Beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer 2020 wordt verlengd tot 1 juli 2021. Voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2021 biedt het Rijk perspectief op een aanvullende verlenging, waarbij sprake zal zijn van versobering. Verlenging geschiedt verder onder de voorwaarde dat decentrale overheden en vervoerders gezamenlijk uiterlijk 1 april 2021 een Transitieprogramma opstellen en indienen bij het Rijk. In dit Transitieprogramma worden maatregelen uitgewerkt die een positief financieel effect zullen hebben voor de korte termijn (tweede helft 2021, of begin 2022) maar ook voor de langere termijn.

Uitgangspunt is het OV-systeem, in de sterk gewijzigde kortere termijn context, op een goed niveau voor de reizigers van nu te houden en om te zorgen dat het OV-systeem naar de toekomst (weer) een goede rol kan pakken in het mobiliteitsaanbod in relatie tot verstedelijking, verduurzaming en leefbaarheid. Bestuurlijke keuzes zullen noodzakelijk zijn om te blijven zorgen voor financieel gezonde en toekomstbestendige vervoersbedrijven. Deze kadernota gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de MRDH begroting 2021.

3. Opzet programmabegroting De begroting 2022 dient te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) en de Financiële verordening MRDH. Autorisatie van de begroting door het algemeen bestuur vindt plaats op het niveau van de programma’s. Programma-indeling In de begroting 2022 worden evenals in de begroting 2021 de volgende programma’s opgenomen: 1. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat De eerste twee programma’s betreffen de wettelijke taak verkeer en vervoer. Het derde programma betreft de taak economisch vestigingsklimaat. De beleidstoelichtingen in de begroting 2022 zullen zoveel mogelijk compact en operationeel van aard zijn. Het strategisch kader vormt daarvoor de basis. Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 3 van 22

Conform het BBV dient een apart overzicht van de kosten van overhead te worden opgenomen. In de programma’s wordt alleen het deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces (het uitvoeren van de taken van de MRDH).

4. Strategisch kader Het strategische kader wordt net als in de begroting 2021 gevormd door de doelen uit de Strategische Agenda MRDH 2022 die het algemeen bestuur op 12 juli 2019 heeft vastgesteld en die nog het hele jaar 2022 van kracht zal zijn. Deze doelen worden gekoppeld aan de begrotingsprogramma’s. Vanzelfsprekend wordt daarbij ook aandacht geschonken aan de going concern taken, zoals deze rechtstreeks voortvloeien uit de wettelijke taken die de MRDH heeft op het gebied van het regionale verkeer en vervoer, bijvoorbeeld het aansturen van de regionale OV-concessies en het investeren in de infrastructuur.

5. Financieel kader Voor de jaarschijf 2022 dient het in de begroting 2021 van de MRDH opgenomen meerjarig kader als uitgangspunt. Dit meerjarig kader wordt aangepast aan de hand van: de verwachte realisatiecijfers 2020. De jaarrekening 2020 betreft een peilmoment van de meerjarige projecten en hieruit volgt een eventuele bijstelling van de jaarschijven binnen de projectbegroting; de verwachte bijstellingen 1e begrotingswijziging 2021, voornamelijk in relatie tot de meerjarige projecten. Zie vorige punt; de aanvullende ontwikkelingen. Het gaat dan om voorstellen vanuit de bestuurscommissies waarover in de begroting nog een besluit moet worden genomen; de indexering (zie 5.1 en 5.2). Hierna wordt nader op programmaniveau aandacht besteed aan het financiële kader.

5.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer Budgettair kader Het budgettaire kader voor de begrotingsprogramma’s verkeer en openbaar vervoer betreft de beschikbare Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU middelen) van het Rijk. Met ingang van begrotingsjaar 2018 wordt voor het ramen van de lasten de verwachte daadwerkelijke voortgang van de gesubsidieerde en nog te subsidiëren projecten als maatstaf genomen. Het bevoorschottingsritme kan hiervan afwijken. Voor de kleine investeringsprojecten geldt structureel een subsidieplafond van 30 miljoen per jaar. Er mag incidenteel sprake zijn van overbesteding op de BDU middelen. Het kader voor dit (tijdelijke) tekort is bepaald in de begroting 2019 en sluit aan bij de wettelijke termijn voor structureel evenwicht. Dit houdt in dat de maximale periode voor het tijdelijke tekort drie achtereenvolgende kalenderjaren bedraagt. Een tekort in 2022 moet dus uiterlijk in 2025 zijn aangezuiverd. De meest recente inzichten in de meerjarenbegroting op basis van de huidige projectenportefeuille (MRDH begroting 2021 en MRDH begroting 2020 inclusief 2e begrotingswijziging) laten zien dat er meerjarig sprake is van een positief saldo van BDUmiddelen:

Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 4 van 22

Miljoenen

Saldo BDU jaareinde 2020 t/m 2025 80 70 60 50 40 30 20 10 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Dit overzicht houdt rekening met de recente besluitvorming over de MRDH bijdrage aan het project Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio. Daarnaast zijn er door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit recent besluiten genomen die worden geëffectueerd in de eerste bestuursrapportage 2021 en begroting 2022 - In het BO MIRT van 2020 is besloten dat Rijk en regio samen 150 miljoen investeren in de bereikbaarheid van het Central Innovation District (CID) en Binckhorst in Den Haag. Besloten is om als MRDH aanvullend 26,1 mln. te reserveren voor het CID en de Binckhorst om de bovenstaande beslissing mogelijk te maken. De dekking komt uit vrijval op andere projecten en heeft dus geen effect op het saldo van BDU middelen. - Vanuit de vrijval binnen het programma kleine projecten 2020 is besloten om 2,94 miljoen te reserveren voor het programma prioritaire Metropolitane Fietsroutes en 2 miljoen voor de MRDH bijdrage aan de maatregelen openbaar vervoer en corona 2021. De dekking komt uit vrijval en heeft dus geen effect op het totale financiële beeld. - Tevens is besloten eenmalig een bedrag van 6,4 miljoen uit de BDU middelen beschikbaar te stellen om de gevolgen van corona voor het openbaar vervoer te verminderen. De dekking komt vanuit ruimte binnen de bestaande begroting en heeft dus geen effect op het totale financiële beeld. Het beeld laat zien dat er beperkte investeringsruimte is.

Deze investeringsruimte is echter onvoldoende om alle ambities uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid te kunnen realiseren. Naast projecten die al in de begroting zijn opgenomen, lopen er ook diverse studies naar nieuwe projecten. Grote projecten (> 10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases:

Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 5 van 22

Pre verkenning Geen opname MJB

Verkenning Opname MJB

Planstudie Opname MJB

Uitwerking

Opname Begroting

Realisatie

Opname Begroting De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen, ofwel in de begroting, ofwel in het financiële meerjarenbeeld (MJB). Een pre verkenning leidt nog niet tot opname in begroting of MJB. In de bestuurscommissie Vervoersautoriteit van 5 februari 2020 is besloten om met ingang van het begrotingsjaar 2021, het financiële meerjarenbeeld BDU als instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen, op te nemen in de begroting van de MRDH. Het financiële meerjarenbeeld BDU geeft inzicht in de match tussen de inhoudelijke opgave en de beschikbare middelen en is daarmee een belangrijk instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen. Voor het financiële meerjarenbeeld BDU worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: de vastgestelde begroting MRDH dient als basis; het gehanteerde prijspeil is begrotingsjaar t-1; er wordt uitgegaan van gelijkblijvende BDU-inkomsten; de toekomstige indexeringen worden neutraal opgenomen aan zowel baten- als lastenkant; de subsidies voor de exploitatie van het openbaar vervoer blijven op een gelijk niveau als pre-Covid-19; er worden geen reserveringen opgenomen voor risico’s; de toekomstige investeringsopgave is conform de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid (UAB); projecten die zich in de verkennings-, planstudie-, uitwerkings- of de realisatiefase bevinden worden opgenomen.

Rekening houdend met de investeringsopgave geeft het financiële meerjarenbeeld het volgende beeld van de stand van de BDU middelen per jaareinde:

Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 6 van 22

Miljoenen

Meerjarenbeeld t/m 2030 300 200 100 0 2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

-100 -200 -300 Begroting

MJB incl. investeringsopgave

Binnen het financiële meerjarenbeeld worden forse investeringen verwacht voor o.a.: Investeringen in het kader van het MIRT, zoals CID Binckhorst, de oeververbinding regio Rotterdam en de gebiedsuitwerkingen (Voorne-Putten en Haven Rotterdam, Greenport 3.0 Westland). Metropolitane fietsroutes fase 1 en 2 Knooppunten Versnellen van bus en tram HOV Ridderkerk Projecten in de pre-verkenningsfase die mogelijk tot forse investeringen leiden zijn o.a. Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV). Dit bevat de doorontwikkeling van de Oude Lijn Leiden – Dordrecht tot (zeer) hoogfrequente Citysprinter, Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV)-corridors, Metronet en Randstadrail (Leyenburgcorridor), vervolguitwerkingen Koningscorridor en 2e tranche knooppunten Realisatie van het complete netwerk Metropolitane fietsroutes van 250 kilometer (fase 3) P+R programma De ontwikkeling van het MJB als instrument moet het gesprek in de bestuurs- en adviescommissie Vervoersautoriteit over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn gaan faciliteren. Voorstellen die de begroting raken worden geagendeerd in het algemeen bestuur.

Financiering De MRDH verstrekt op een tweetal terreinen leningen: aan vervoerbedrijven ten behoeve van de financiering van investeringen in railvoertuigen en railinfrastructuur (op grond van besluit algemeen bestuur 9 december 2016); aan vervoerbedrijven voor het aanschaffen van bussen en laadinfrastructuur (op grond van de Verordening bussenleningen 2017, besluit algemeen bestuur 21 december 2017). Voor het kunnen verstrekken van de genoemde financieringen worden ook leningen aangetrokken. Daarnaast zullen er leningen worden aangetrokken om een mogelijk tijdelijk liquiditeitstekort te financieren. De hiermee samenhangende rentelasten en rentebaten Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 7 van 22

(inclusief de te hanteren opslagen voor marktconformiteit) worden integraal verwerkt in de begroting 2022. Indexering programma’s verkeer en vervoer De BDU bijdrage van het Rijk en de daarmee samenhangende lasten worden op het verwachte prijspeil t-1 begroot. Dat wil zeggen dat in de Begroting 2022 (jaar t) volgens het verwachte prijspeil 2021 (jaar t-1) wordt begroot. In het begrotingsjaar zelf vindt via een begrotingswijziging de resterende prijspeilcorrectie naar het prijspeil 2022 plaats.

5.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat Indexering programma Economisch vestigingsklimaat De indexering van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat van prijspeil 2021 naar prijspeil 2022 sluit aan op het indexeringskader wat de MRDH namens de colleges van negen MRDH gemeenten (Haaglanden gemeenten) heeft ontvangen. De gemeente Zoetermeer heeft deze kaderstelling gecoördineerd. Zie hiervoor bijlage 2. De afgelopen jaren heeft de MRDH dit kader gevolgd. De colleges van de overige 14 MRDH gemeenten (Rotterdam-Rijnmond gemeenten) hebben besloten de voorgestelde indexeringsmethode voor hun gemeenschappelijke regelingen voor de begroting 2022 te wijzigen. Voortaan geven zij net als de Haaglanden gemeenten een gewogen indexpercentage van loonkosten en materiële kosten af. Deze methode sluit beter aan op de methode die de overige MRDH gemeenten hanteren maar wijkt nog wel af in de wegingsmethode. De Rotterdam-Rijnmond gemeenten sluiten zich voor de MRDH daarom aan bij de tot nu toe gehanteerde indexeringsmethodiek en geven geen apart indexeringskader mee aan de MRDH (zie bijlage 3). De MRDH is zich bewust van de druk op de gemeentefinanciën zoals verwoord in de brief van de Rotterdam-Rijnmond gemeenten. Het beeld is dat de financiële conditie van gemeenten verslechtert, onder meer door de tekorten op het sociaal domein (bron: VNG Monitor Corona mei 2020).

Ook de Covid-19 maatregelen hebben een negatieve impact op de financiën van de gemeenten. De gemeenten lopen enerzijds inkomsten mis, bijvoorbeeld vanwege het verbod op evenementen. Anderzijds hebben de gemeenten hogere kosten, bijvoorbeeld om te voorkomen dat culturele instellingen omvallen, wanneer steunmaatregelen zoals NOW en TOGS niet voldoende blijken te zijn. Toch bevat deze kadernota een indexeringsvoorstel, op basis van het indexeringskader van de negen MRDH gemeenten. De jaarlijkse indexering stelt de MRDH in staat om de noodzakelijke stijging van de vaste apparaatslasten te dekken. Het gaat dan bijvoorbeeld om verplichte salarisstijgingen op grond van de cao gemeenten en overige verplichte contractuele kostenstijgingen zoals de huurovereenkomst van het pand aan de Westersingel. Zou de inwonerbijdrage niet worden geïndexeerd, dan gaan de apparaatslasten een steeds groter deel van de totale bestedingen voor Economisch Vestigingsklimaat uitmaken. Het grootste deel van het programmabudget Economisch Vestigingsklimaat betreft cofinanciering voor projecten in de regio, via een bijdrage aan gemeenten. Met dit co-financieringsbudget kunnen we gericht en snel urgente regionale projecten ondersteunen. Om jaarlijks op een gelijk investeringsniveau te kunnen blijven, rekening houdend met prijspeilcorrecties, is een indexering nodig.

Werkwijze indexeringskader MRDH gemeenten Net voorgaande jaren is er door de gemeenten (zie bijlage 2) een splitsing aangebracht tussen een indexcijfer voor loonkosten en een indexcijfer voor materiële kosten. Het indexcijfer is verder gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2021 (MEV 2021) van september 2020 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. De Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 8 van 22

eerdere inschattingen voor 2019, 2020 en 2021 worden geactualiseerd en betrokken bij het ingeschatte percentage voor 2022. Op basis van bovenstaande uitgangspunten bedraagt de indexering voor 2022 ten opzichte van het basisjaar 2021: 2,6% voor de loonkosten en 1,6% voor de materiële kosten. De werkwijze schrijft ook voor dat iedere vier jaar opnieuw onderscheid wordt gemaakt in de loongevoelige component van de inwonerbijdrage en de niet-loongevoelige component van de inwonerbijdrage. In onderstaande tabel is deze berekening opgenomen: Totale inwonerbijdrage 2021 Salarislasten programma economisch vestigingsklimaat en overhead 2021 (loongevoelig) materiële component inwonerbijdrage 2021 (niet-loongevoelig)

Zie begroting 2021 MRDH 6.501.075 pag. 64

(100%)

Zie begroting 2021 MRDH 1.848.714 pag. 53

(28,4%)

4.652.361 saldo

(71,6%)

Het tarief uit de begroting 2021 van 2,72 wordt op basis van bovenstaande verhoudingen verdeeld in een loongevoelig deel en een niet-loongevoelig deel. Deze delen vormen de basis voor de indexering van de loonkosten (2,6%) en de index van de materiële kosten (1,6%). Op basis van deze voorgeschreven indexering stijgt de inwonerbijdrage voor het programma Economisch Vestigingsklimaat van 2,72 voor de begroting 2021 met 0,05 naar 2,77 voor de begroting 2022. Dit is weergegeven in de volgende tabel:

Salariscomponent (loongevoelig) materiële component (nietloongevoelig)

percentage

basistarief 2021 op basis van herijking loongevoelig en nietloongevoelig

28,4%

0,77

0,79

2,6%

71,6%

1,95

1,98

1,6%

2,72

2,77

tarief 2022 met index

Index %

Van deze inwonerbijdrage van 2,77 zal maximaal 1,17 worden ingezet voor de dekking van apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat. Dit is als volgt berekend: in de inwonerbijdrage 2021 van 2,72 was maximaal 1,14 bestemd voor de dekking van apparaatslasten (zie kadernota/ begroting 2021). Dit bedrag wordt geïndexeerd volgens de loongevoelige index van 2,6%. In de begroting 2021 is er feitelijk 1,02 van de inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten. In de bijlage is een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente opgenomen.

6. Begrotingsparagrafen De volgende paragrafen maken deel uit van de begroting 2022: Paragraaf Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering wordt onder andere ingegaan op de MRDH-organisatie en de kostenverdeling van de apparaatslasten. De formatie van de MRDH bedraagt in 2022 conform de 2e begrotingswijziging 2020 - 89,6 fte. De directe salariskosten van de medewerkers Verkeer en Openbaar vervoer worden ten laste gebracht van de rijksmiddelen Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 9 van 22

BDU. De directe salariskosten van de medewerkers Economisch vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat. Voor de verdeling van de salariskosten van de medewerkers van de stafbureaus en de overige bedrijfsvoeringskosten bedraagt de verdeelsleutel 20% inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat en 80% BDU. Deze verdeling is gebaseerd op het relatieve formatiebudget van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat ten opzichte van het formatiebudget van de afdelingen Verkeer en Openbaar vervoer. De verdeelsleutel van de salariskosten van de secretarisalgemeen directeur kwam tot en met de begroting 2021 voor 50% ten laste van de BDU en voor 50% ten laste van de inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat. Inmiddels wordt er ruim een jaar gewerkt vanuit een nieuwe topstructuur waarbij de directies zijn komen te vervallen en de secretaris-algemeen directeur leiding geeft aan alle managers. Vanwege het vervallen van de functie directeur Vervoersautoriteit, is het zwaartepunt van de werkzaamheden van de secretaris-algemeen directeur verschoven naar het taakveld verkeer en vervoer. Daarnaast verricht de secretaris-algemeen directeur managementtaken voor een aantal afdelingsoverstijgende interne dienstverlening taken.

Om bij deze werkelijkheid aan te sluiten is harmonisatie van deze verdeelsleutel nodig, aansluitend bij de verdeling van de salariskosten van de medewerkers van de stafbureaus en de overige bedrijfsvoeringskosten. Daarom zal vanaf de begroting 2022 ook voor de directiefunctie de verdeelsleutel 20% inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat en 80% BDU worden gehanteerd. Indexering van de begrote bedrijfsvoeringslasten Een aantal onderdelen van de bedrijfsvoeringslasten, waaronder huisvesting en salarislasten zal een autonome – d.w.z. niet door de MRDH te beïnvloeden - stijging kennen. Voor de huisvesting is bijvoorbeeld in het huurcontract de indexeringsmethode bepaald. Voor de salarislasten volgt de MRDH. Voor de salarislasten volgt de MRDH de eigen Cao, die de Cao gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam). De lastenstijging wordt voor het economisch vestigingsklimaat gedeelte gedekt uit de (geïndexeerde) inwonerbijdrage en voor het verkeer en openbaar vervoer gedeelte uit de BDU middelen. De BDU middelen kennen ook een jaarlijkse indexering. De hoogte hangt af van de middelen die het ministerie van Financiën hiervoor beschikbaar stelt.

Paragraaf Financiering Zoals in het BBV is voorgeschreven bevat deze paragraaf in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en wordt in deze paragraaf inzicht geboden in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop deze rente aan de programma’s wordt toegerekend. Paragraaf Verbonden partijen In deze paragraaf wordt beschreven in welke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisaties de MRDH een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s De in de begroting 2021 onderkende risico’s en bijbehorende weerstandscapaciteit vormen het uitgangspunt voor de begroting 2022. Zoals ook verzocht in de kaderbrief van de MRDHgemeenten (bijlage 2) en in lijn met de begroting 2021, worden de geïnventariseerde risico’s gekwantificeerd. Conform het BBV dienen de volgende kengetallen aan de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s te worden toegevoegd (inclusief de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie): 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 10 van 22

5 belastingcapaciteit De genoemde kengetallen worden verwerkt in de begroting 2022 met uitzondering van de kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit, aangezien die voor de MRDH niet relevant zijn. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De MRDH bezit een aantal kapitaalgoederen. Het betreft oplaadapparatuur voor OVchipkaarten, rechten van opstal, en abri’s. Daarnaast heeft de MRDH geïnvesteerd in huisvesting, meubilair en ICT faciliteiten. Tenminste de beleidsuitgangspunten rondom activering en afschrijving zijn onderdeel van deze paragraaf. Daarnaast worden eventuele nieuwe investeringsbudgetten in deze paragraaf opgenomen.

7. Indicatoren De vanuit het BBV voorgeschreven indicatoren voor het taakveld bestuur/ bedrijfsvoering worden opgenomen in de begroting 2022. Dat zijn de indicatoren over formatie, bezetting, apparaatskosten, externe inhuur en overhead.

8. BTW-compensatiefonds De aan de MRDH in rekening gebrachte BTW met betrekking tot de wettelijke taak verkeer en vervoer kan de MRDH verrekenen via het BTW-compensatiefonds. De verschuldigde BTW met betrekking tot het economisch vestigingsklimaat wordt verrekend via de zogenoemde transparantiemethode. Concreet betekent dit dat deze BTW elk jaar wordt doorgeschoven naar de daarvoor wel compensatiegerechtigde, aan de MRDH deelnemende, gemeenten, naar rato van inwoneraantal.

9. Vennootschapsbelasting (Vpb) Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna Vpb) voor zover zij voor een van haar activiteiten een onderneming drijft. De MRDH heeft hiervoor grondig onderzoek verricht (in samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag) en heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Voor wat betreft de activiteit ‘Treasury functie’1 (het aantrekken en vervolgens uitzetten van leningen bij de vervoerders) heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat deze activiteit voldoet aan de ondernemerscriteria en daarom in de Vpb-heffing wordt betrokken. Vanwege de wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag (staatssteunregelgeving) laat deze activiteit een ‘plus’ zien, die op dit moment door de MRDH wordt toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Deze ‘plus’ wil de Rijksbelastingdienst belasten met Vpb. In dit verband gaat de Rijksbelastingdienst voorbij aan het feit dat de MRDH deze leningen verstrekt vanuit haar rol als Vervoersautoriteit. Daarnaast subsidieert de MRDH de in rekening gebrachte opslag weer via de concessie aan de vervoerders.

De Rijksbelastingdienst kijkt echter niet naar de MRDH als geheel maar ziet de Treasury functie als aparte activiteit. Gemiddeld bedraagt de marktconformiteitsopslag ongeveer 6 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% 1

Niet alleen de MRDH heeft met deze problematiek te maken, maar alle publiekrechtelijke organisaties (gemeenten, provincies, etc.) die externe leningen aantrekken om deze vervolgens weer uit te lenen met een marktconformiteitsopslag zullen met dit standpunt van de Rijksbelastingdienst te maken kunnen krijgen.

Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 11 van 22

vennootschapsbelasting moet worden betaald. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Als de MRDH uiteindelijk niet in het gelijk wordt gesteld, betekent dit dat het opbouwen van de benodigde risicoreserve financieringen ongeveer een jaar langer duurt omdat de aanslagen vanaf 2016 ten laste van de opgebouwde reserve zullen worden gebracht (benodigde risicoreserve wordt in 2022 bereikt in plaats van in 2021) en dat na deze periode structureel 1,5 miljoen minder beschikbaar is voor de verkeer- en vervoersopgave in onze regio. In de begroting zal een actuele stand van zaken op dit dossier worden opgenomen.

10.

Planning begroting 2022

De bestuurlijke behandeling van de begroting 2022 in 2021 is als volgt: Bestuurscommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat

17-mrt

Dagelijks bestuur - vrijgeven voor zienswijze

22-mrt

Start zienswijzeperiode

23-mrt

Einde zienswijzeperiode

25-mei

Adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat

16-jun

Dagelijks bestuur - behandeling zienswijzen

21-jun

Algemeen bestuur - vaststellen begroting en nota van beantwoording bij zienswijzen

9-jul

Toelichting op de planning: De begroting 2022 wordt samen met de actualisatie van de MRDH beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen voor een zienswijze voorgelegd aan de MRDH gemeenten. Dit vanwege de wens van de MRDH-gemeenten om verzoeken voor zienswijzen zoveel mogelijk te bundelen. De beleidsnota dient elke vier jaar geactualiseerd te worden. De kaderbrief van de MRDH-gemeenten (bijlage 2) stelt een zienswijzeperiode voor die start op 15 april en eindigt op 15 juni. Vanwege de benodigde ambtelijke en bestuurlijke doorlooptijd en tijdige aanlevering aan de toezichthouder (provincie Zuid-Holland) wordt de start en de sluitdatum van de zienswijzeperiode zoals gebruikelijk drie weken vervroegd. De zienswijze start daarom op 23 maart 2021. Dit is ruim voor 15 april, de uiterste datum waarop de MRDH - op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen - de (uitgangspunten van de) begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten dient te verzenden. De sluitdatum van de zienswijzeperiode is voor zowel de begroting 2022 als de actualisatie van de beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen in principe 18 mei 2021 (acht weken conform het gestelde in de Wet gemeenschappelijke regelingen).

Net als voor de begroting 2021 wordt de zienswijzeperiode met een week verlengd (einde zienswijze 25 mei 2021) zodat er voor de gemeenten meer ruimte ontstaat binnen hun besluitvormingsprocessen. De gemeenten wordt wel verzocht om de MRDH binnen de periode van acht weken (uiterlijk 18 mei 2021) van hun ontwerpzienswijze op de hoogte te stellen. Na de zienswijzeperiode zal behandeling plaatsvinden door de adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch vestigingsklimaat (beiden op 16 juni 2021). Tijdens deze behandeling worden de adviescommissies meegenomen in de ‘rode draad’ van de ontvangen zienswijzen.

Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 12 van 22

Bijlage 1: Inwonerbijdrage per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2022 een bijdrage in het kader van het versterken van het Economisch Vestigingsklimaat.

Gemeente

Aantal inwoners november 2020 (*)

Bijdrage per inwoner

Totaal inwonerbijdrage 2022

Albrandswaard

25.806

2,77

71.483

Barendrecht

48.635

2,77

134.719

Brielle

17.408

2,77

48.220

Capelle aan den IJssel

67.204

2,77

186.155

Delft

103.880

2,77

287.748

Den Haag

548.076

2,77

1.518.171

Hellevoetsluis

40.235

2,77

111.451

Krimpen aan den IJssel

29.443

2,77

81.557

Lansingerland

63.295

2,77

175.327

Leidschendam-Voorburg

76.451

2,77

211.769

Maassluis

33.557

2,77

92.953

Midden-Delfland

19.378

2,77

53.677

Nissewaard

85.302

2,77

236.287

Pijnacker-Nootdorp

55.592

2,77

153.990

Ridderkerk

46.633

2,77

129.173

Rijswijk

55.236

2,77

153.004

Rotterdam

652.742

2,77

1.808.095

Schiedam

79.316

2,77

219.705

Vlaardingen

73.950

2,77

204.842

Wassenaar

26.845

2,77

74.361

Westland

111.342

2,77

308.417

Westvoorne

14.893

2,77

41.254

Zoetermeer

125.284

2,77

347.037

Totaal

2.400.503

6.649.395

(*) bron: CBS StatLine 5-1-2021, voorlopige aantallen inwoners per 30 november 2020. Wordt in de begroting 2022 nog aangepast naar voorlopige aantallen per 1-1-2021.

Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 14 van 22

Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2022 gemeenschappelijke regelingen

Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 15 van 22

Bijlage 3: Brief begroting 2022 gemeenten regio Rotterdam-Rijnmond

Kadernota MRDH begroting 2022

Pagina 20 van 22

Ontwerp begroting 2022 en meerjarenbeeld 2023-2025 Metropoolregio Rotterdam Den Haag

Samen aan het werk!

1

Inhoud Inleiding

4

Hoofdstuk 1 Samenhang en opbouw begroting MRDH

7

Hoofdstuk 2 Begrotingsprogramma’s

12

2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Doelstelling: Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen 2.1.1.2 Doelstelling: Verbetering kwaliteit en efficiency OV 2.1.1.3 Doelstelling: Betrouwbaar op weg 2.1.1.4 Doelstelling: Versnellen van innovatie in mobiliteit 2.1.1.5 Doelstelling: Vergroten verkeersveiligheid 2.1.1.6 Doelstelling: Minder CO2-uitstoot bij verkeer 2.1.1.7 Doelstelling: Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties 2.1.2 Wat gaat het kosten?

14 14 16 17 17 18 18 19 20

2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

23

2.2.1. Wat willen we bereiken en wat gaan we ervoor doen? 2.2.1.1 Doelstelling: Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen 2.2.1.2 Doelstelling: Betrouwbaar op weg 2.2.1.3 Doelstelling: Versnellen van innovatie in mobiliteit 2.2.1.4 Doelstelling: Vergroten verkeersveiligheid 2.2.2 Wat gaat het kosten?

24 24 25 26 26 26

2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat 2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Doelstelling: Stimuleren van innovatie en economische groei 2.3.1.2 Doelstelling: Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt 2.3.1.3 Doelstelling: Goede digitale connectiviteit 2.3.1.4. Doelstelling: Ruimte om te werken 2.3.1.5 Doelstelling: Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor 2.3.1.6 Doelstelling: Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties 2.3.1.7 Doelstelling: Meer regionale samenwerking bij de energietransitie 2.3.2 Wat gaat het kosten?

Hoofdstuk 3 Algemene dekkingsmiddelen, overhead en vennootschapsbelasting

27 28 28 29 30 30 31 31 32 32

35

3.1 Algemene dekkingsmiddelen

35

3.2 Overhead

36

3.3 Vennootschapsbelasting

37

Hoofdstuk 4 Paragrafen

2

13

39

4.1 Financiering

39

4.2 Verbonden partijen

42

4.3 Weerstandsvermogen en risico’s

44

4.4 Onderhoud kapitaalgoederen

48

4.5 Bedrijfsvoering

51

Hoofdstuk 5 Financiële begroting

54

5.1 Overzicht baten en lasten

54

5.2 Overzicht incidentele baten en lasten

55

5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting

56

Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2020-2025

60

Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente

62

Hoofdstuk 8 Besluit

63

Bijlage 1 Indicatoren

64

Bijlage 2 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2022

65

3

Inleiding Dit is de tweede begroting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag die sinds de uitbraak van de Covid-19 pandemie is opgesteld. Deze gezondheidscrisis heeft een ongekende impact op de economie. Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de Metropoolregio, is door de Covid19 pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de Metropoolregio opbrengstverantwoordelijk zijn. Voor de periode tot medio 2021 zijn afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders om het openbaar vervoer beschikbaar te houden. Voor de periode daarna biedt het Rijk perspectief op een aanvullende verlenging, waarbij een zekere versobering van de regeling al is aangekondigd. Bestuurlijke keuzes zullen noodzakelijk zijn om te blijven zorgen voor financieel gezonde en toekomstbestendige vervoersbedrijven. Uitgangspunt is het OV-systeem op de korte maar ook lange termijn op een goed niveau voor de reizigers te houden. Een ambitie die we hoog hebben te houden met het oog op verstedelijking, de gewenste verduurzaming en leefbaarheid van de metropoolregio. Deze begroting gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de begroting 2021.

Mocht een begrotingswijziging op een later moment nodig blijken, dan zal daar de gebruikelijke procedure voor worden doorlopen. Kadernota MRDH begroting 2022 De Kadernota MRDH begroting 2022, die op 5 maart 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld, heeft als uitgangspunt gediend voor het opstellen van deze begroting. In deze kadernota wordt onder meer ingegaan op het strategisch kader, de indeling van de begroting en de inwonerbijdrage: • De begroting 2022 gebruikt de doelstellingen uit de Strategische Agenda MRDH 2022 Samen aan het werk! als strategisch kader. Leidend daarin zijn de ambities om de economie te vernieuwen en de bereikbaarheid te verbeteren. • In de begroting 2022 zijn drie programma’s opgenomen waarin de doelstellingen zijn uitgewerkt door het beantwoorden van drie vragen: Wat willen we bereiken?, Wat gaan we daarvoor doen? en Wat mag dat kosten?. Dat zijn de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het programma Economisch Vestigingsklimaat. De eerste twee programma’s bevatten de wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer. • De inwonerbijdrage voor het vernieuwen en versterken van het economisch vestigingsklimaat bedraagt voor de begroting 2022 € 2,77. Een groot deel van deze bijdrage wordt ingezet voor cofinanciering van gemeentelijke projecten met regionale uitstraling.

Samenwerking in de metropoolregio De Metropoolregio Rotterdam Den Haag is verlengd lokaal bestuur. De 23 gemeenten zitten aan het stuur. In het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur hebben voornamelijk burgemeesters van de 23 gemeenten zitting. In de twee bestuurscommissies voor verkeer en vervoer en voor economisch vestigingsklimaat zijn de vakwethouders van de 23 gemeenten vertegenwoordigd. Tot

4

slot zijn er twee adviescommissies voor verkeer en vervoer en voor economisch vestigingsklimaat en een rekeningcommissie. In deze commissies hebben raadsleden van de 23 gemeenten zitting. De samenwerking in de metropoolregio wordt ondersteund door een regiobureau dat samen met ambtenaren van de 23 gemeenten aan de verwezenlijking van de ambities uit de Strategische Agenda werkt. De 23 gemeenten zetten hun kennis en hun bestuurlijke kracht gezamenlijk voor de metropoolregio in. Daarbij wordt intensief samengewerkt met bedrijven, vervoerders en kennisinstellingen, omliggende regio’s als Drechtsteden en Holland-Rijnland en met de provincie Zuid-Holland, het Rijk en Europa. De Economic Board Zuid-Holland (EBZ), hét triple helix orgaan van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen en InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij zijn hierin belangrijke partners. Werkplan Op grond van de gemeenschappelijke regeling dient het algemeen bestuur jaarlijks een Werkplan vast te stellen op basis van de Strategische Agenda. Het algemeen bestuur heeft op 9 december 2015 besloten om het strategisch deel van het Werkplan met ingang van 2017 te koppelen aan de doorlooptijd van de Strategische Agenda van de MRDH en daarmee niet meer jaarlijks uit te brengen. De concrete activiteiten worden met ingang van 2017 jaarlijks geïntegreerd in de MRDH begroting.

De voortgang van de activiteiten wordt via de jaarrekening en de bestuursrapportages gemeld. De begroting vervult zo ook de functie van Werkplan. De begroting geeft op hoofdlijnen zo smart mogelijk aan wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dat kost. Verdere uitwerking wordt geoperationaliseerd in programma’s en projecten die in de bestuurscommissies en adviescommissies aan de orde zijn/komen.

5

Leeswijzer Conform de voorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording1 (BBV) bestaat de begroting uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. De beleidsbegroting beslaat de hoofdstukken 2 tot en met 4, met hoofdstuk 1 als introductie van de integrale ambitie van de MRDH in relatie tot de Strategische Agenda en daaraan gekoppeld een overzicht van de integrale begroting. Hoofdstuk 5 bevat de verdere uitwerking van de financiële begroting en geeft een financiële samenvatting van de baten en lasten vanuit de programma’s, overhead en onvoorzien. Hoofdstuk 2 bevat als onderdeel van de beleidsbegroting (het programmaplan) de te realiseren programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In de programma’s wordt steeds antwoord gegeven op drie vragen: 1. Wat willen we bereiken?, 2. Wat gaan we daarvoor doen? en 3. Wat gaat het kosten? – waarbij we onderscheid maken tussen programmalasten en apparaatslasten. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de overige onderdelen van het programmaplan: het overzicht algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de kosten van overhead en de vennootschapsbelasting. Hoofdstuk 4 bevat het laatste onderdeel van de beleidsbegroting, de paragrafen.

Achtereenvolgens wordt ingegaan op financiering, verbonden partijen, weerstandsvermogen en risico’s, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering. Hoofdstuk 5, de financiële begroting, bestaat uit drie onderwerpen: in (1) het overzicht van baten en lasten worden per programma en per taakveld de baten en lasten verantwoord. Op basis van (2) het overzicht incidentele baten en lasten kan worden beoordeeld of de begroting materieel in evenwicht is. In (3) de uiteenzetting van de financiële positie is de geprognosticeerde meerjaren balans opgenomen en wordt ingegaan op het EMU saldo. Hoofdstuk 6 bevat de staat van reserves en fondsen 2020-2025. Hoofdstuk 7 bevat een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente. In de bijlagen zijn achtereenvolgens de indicatoren en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) opgenomen.

De Gemeentewet en de Provinciewet schrijven voor dat elke gemeente en elke provincie jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken opstellen. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat de regelgeving daarvoor. Op basis van de wet geldt het BBV ook voor gemeenschappelijke regelingen zoals de MRDH. 1

6

Hoofdstuk 1 Samenhang en opbouw begroting MRDH Medio 2019 heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de gezamenlijke Strategische Agenda Samen aan het werk! vastgesteld. Daarin wordt ingezet op: Vernieuwen Economie - digitalisering, verduurzaming van energieopwekking en efficiënt gebruik van productiesystemen, vervoerketens en dienstverlening hebben grote impact op de economie. Benutten we deze ontwikkeling voor de mainport, de greenport, het hightech cluster en de security delta dan creëren we nieuwe economische kansen en werkgelegenheid op alle beroepsniveaus. Deze nieuwe banen vragen talent met nieuwe skills. De MRDH zet zich in om deze economische vernieuwing samen met partners zoals onderwijs- en kennisinstellingen en InnovationQuarter richting te geven en te versnellen. Verbeteren Bereikbaarheid - met de auto zijn de economische toplocaties in 45 minuten bereikbaar. Voor de fiets en het OV ligt dat anders. Als beiden in samenhang worden ontwikkeld, zijn wonen en werk beter met elkaar verbonden. Het verbeteren van bereikbaarheid gaat niet altijd over nieuwe infrastructuur. Versnellen van bestaand vervoer en kwaliteitsverbetering dragen ook sterk bij aan een beter bereikbare metropoolregio. Deze ambities zijn uitgewerkt in 13 doelstellingen. In hoofdstuk 2 worden per programma de opgaven verder uitgewerkt die bijdragen aan de doelstellingen uit de Strategische Agenda.

Verbeteren Bereikbaarheid De opgaven van de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer in hoofdstuk 2 worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Jaarlijks wordt ruim € 500 miljoen aan BDU middelen ontvangen. Exploitatie OV Ongeveer € 400 miljoen oftewel ongeveer 80% van deze rijksbijdrage wordt jaarlijks besteed aan de exploitatie van het openbaar vervoer. Dit is inclusief de kosten van het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur. 2022 zal grotendeels in het teken staan van het herstel na de coronacrisis. Er is nog veel onzekerheid in welke mate het OV zal gaan herstellen. Op dit moment wordt op alle fronten in het openbaar vervoer gewerkt aan het in stand houden van de dienstverlening aan de reizigers. Daarbij wordt gewerkt aan een zogeheten transitieprogramma, met als doel om het openbaar vervoer sterker uit de crisis te krijgen en klaar te zijn voor de toekomst. Bestuurlijke keuzes zullen noodzakelijk zijn om te blijven zorgen voor financieel gezonde en toekomstbestendige vervoersbedrijven. Investeringen Voor investeringen op het gebied van verkeer en openbaar vervoer is jaarlijks ongeveer 20%, oftewel € 100 miljoen beschikbaar. De MRDH zet in op het zo efficiënt en effectief mogelijk benutten van de beschikbare investeringsmiddelen.

Concreet betekent dit dat we keuzes moeten maken c.q. prioriteiten moeten stellen, terwijl daarnaast naar nieuwe en/of alternatieve financieringsvormen gezocht dient te worden. In het realiseren van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) beschrijft waar we de beschikbare

7

investeringsruimte aan besteden: in de vorm van te verlenen subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Voor Kleine projecten (< € 10 mln. subsidiabele kosten) wordt in 2022 net als eerdere jaren een subsidieplafond van € 30 miljoen ingesteld. De concrete invulling van dit programma wordt in het voorjaar van 2021 in samenspraak met de gemeenten uitgewerkt, gericht op vaststelling in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit in december 2021. Naast projecten die al in de begroting zijn opgenomen, lopen er ook diverse studies naar nieuwe projecten. Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases: Pre-verkenning

Geen opname MJB

Verkenning Opname MJB

Planstudie

Opname MJB

Uitwerking

Opname Begroting

Realisatie Opname Begroting

De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen, ofwel in de begroting, ofwel in het financiële meerjarenbeeld (MJB). Een pre-verkenning leidt nog niet tot opname in begroting of MJB. In de bestuurscommissie Vervoersautoriteit van 5 februari 2020 is besloten om met ingang van het begrotingsjaar 2021, het financiële meerjarenbeeld BDU, als instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen, op te nemen in de begroting van de MRDH. Het financiële meerjarenbeeld BDU geeft inzicht in de match tussen de inhoudelijke opgave en de beschikbare middelen en is daarmee een belangrijk instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen. Rekening houdend met de investeringsopgave conform de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid en een gelijkblijvende structurele inzet voor de exploitatie van het openbaar vervoer, geeft het financiële meerjarenbeeld het volgende beeld van de stand van de nog beschikbare BDU middelen per jaareinde:

8

Het beeld laat zien dat er beperkte investeringsruimte is voor projecten die nu nog in de verkenning- en planstudiefase zitten. Deze investeringsruimte is echter onvoldoende om alle ambities uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid te kunnen realiseren. Binnen het meerjarenbeeld zijn investeringen opgenomen voor o.a.: • Investeringen in het kader van het gebiedsprogramma MoVe, zoals CID-Binckhorst, de oeververbinding regio Rotterdam en de gebiedsuitwerkingen (Voorne-Putten en Haven Rotterdam, Greenport 3.0 Westland); • Metropolitane fietsroutes fase 1 en 2; • Knooppunten; • Versnellen van bus en tram; • HOV Ridderkerk. Projecten uit de pre-verkenningsfase, die nog niet opgenomen zijn in het meerjarenbeeld en in de toekomst tot mogelijk extra investeringen leiden zijn o.a.: • Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV). Dit bevat de doorontwikkeling van de spoorlijn Leiden – Dordrecht tot (zeer) hoogfrequente lightrail, Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV)corridors, Metronet en RandstadRail (Leyenburgcorridor), vervolguitwerkingen Koningscorridor en 2e tranche knooppunten; • Realisatie van het complete netwerk Metropolitane fietsroutes van 250 kilometer (fase 3); • P+R programma.

De ontwikkeling van het meerjarenbeeld als instrument moet het gesprek in de bestuurs- en adviescommissie Vervoersautoriteit over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn gaan faciliteren. Voorstellen die de begroting raken worden geagendeerd in het algemeen bestuur.

Overbesteding 9

Net als in de begroting 2021 hanteert de Metropoolregio Rotterdam Den Haag het uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan onder de voorwaarde dat over een periode van vier jaar het saldo van beschikbare middelen en bestedingen positief is. Dit sluit aan bij de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. De wettelijke termijn van overbesteding is daarmee bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. Een eventueel tekort in 2022 moet dus uiterlijk in 2025 zijn aangezuiverd. Het meerjarenbeeld van de BDU-middelen voldoet aan de wettelijke kaders, voor het begrotingsjaar 2022 en de daaropvolgende begrotingsjaren wordt geen tekort verwacht:

Saldo fonds BDU jaareinde 2020-2025 (miljoen €) 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Vernieuwen Economie De opgaven van het programma Economisch Vestigingsklimaat worden bekostigd uit een door de deelnemende gemeenten te betalen jaarlijkse bijdrage per inwoner. Deze inwonerbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van kaderstelling vanuit de gemeenten. Voor het begrotingsjaar 2022 bedraagt de inwonerbijdrage € 2,77 per inwoner. Een groot deel van deze bijdrage wordt ingezet voor cofinanciering aan gemeentelijke projecten. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat heeft op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2020 de bevoegdheid om (binnen de begroting) financiële middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor projecten met regionale uitstraling die tot doel hebben bij te dragen aan de doelstellingen van de Strategische Agenda MRDH 2022. Overhead Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording worden binnen de programma’s de kosten van het directe personeel verantwoord. De overige apparaatslasten vallen onder de categorie ‘overhead’ en deze kosten worden apart, buiten de programma’s om, verantwoord. De doorbelasting van de centrale directiefunctie wordt geharmoniseerd met de verdeelsleutel voor de overige stafkosten, 20% inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 80% BDU.

10

De begroting 2022 kent een omvang (lasten) van € 585,9 miljoen. Ter vergelijking zijn actuele ramingen over 2020 (in aanloop naar de jaarrekening 2020) en 2021 (bestaande uit de vastgestelde begroting 2021 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2021 ter besluitvorming zullen worden voorgelegd) opgenomen. Hierna volgt de totaalbegroting en de uitsplitsing over de programma’s. Programmabegroting 2022 (euro's) Lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien

Voorlopige jaarrekening 2020

Raming 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

538.377.643 180.027.003 4.685.200 6.131.553 0

437.476.877 184.940.608 5.350.547 6.662.818 0

423.953.287 149.915.349 5.385.715 6.695.364 0

415.881.101 135.931.624 5.266.965 6.695.364 0

411.943.007 117.826.263 5.266.965 6.695.364 0

422.547.220 63.376.202 5.266.965 6.695.364 0

Totaal

729.221.399

634.430.850

585.949.714

563.775.053

541.731.599

497.885.750

Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

546.142.052 180.027.003 5.146.879 6.088.448

438.603.601 184.940.608 5.065.547 6.662.818

423.953.287 149.915.349 5.266.965 6.695.364

417.958.005 135.931.624 5.266.965 6.695.364

413.122.087 117.826.263 5.266.965 6.695.364

430.549.979 63.376.202 5.266.965 6.695.364

Totaal

737.404.382

635.272.574

585.830.964

565.851.957

542.910.679

505.888.509

Saldo van baten en lasten

8.182.983

841.724

-118.750

2.076.904

1.179.080

8.002.759

Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves*

163.030 -8.346.013

285.000 -1.126.724

118.750 0

0 -2.076.904

0 -1.179.080

0 -8.002.759

0

0

0

0

0

0

Resultaat

* Inclusief voorstel resultaatbestemming

De fluctuaties in de meerjarenramingen worden toegelicht in de genoemde programma’s. Groeiagenda Zuid-Holland De opgaven waar we voor staan zijn te urgent om het bij boekhoudkundige constateringen te laten. Overheden, kennisinstellingen en bedrijven in Zuid-Holland zijn tot het inzicht gekomen dat gezamenlijke investeringen nodig zijn om de bereikbaarheid van de regio te verbeteren en de economie te vernieuwen. Daartoe is een Groeiagenda Zuid-Holland opgesteld die onderschreven wordt door meer dan 40 regionale partijen. De Groeiagenda Zuid-Holland is een investeringsagenda. Investeringen op het gebied van kennis en innovatie, de maakindustrie, energie-infrastructuur, bereikbaarheid en human capital. Partijen in Zuid-Holland zijn daar gezamenlijk toe bereid maar houden het Rijk voor: doe mee. Zuid-Holland is bepalend voor bijna een kwart van de Nederlandse economie. Investeer je in onze regio dan plukt heel Nederland daar de vruchten van. De Groeiagenda biedt een gemeenschappelijke basis voor ideeën en voorstellen voor volgende tranches van het Nationaal Groeifonds en Europese groei- en herstelfondsen. Voor mobiliteit en verstedelijking sluit de inzet aan op projecten uit het programma Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV), waarover onze regio al met het Rijk in gesprek is in het verlengde van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).

11

Hoofdstuk 2 Begrotingsprogramma’s De doelstellingen uit de Strategische Agenda worden uitgewerkt in programma’s. De MRDHbegroting bevat hiervoor drie programma’s. Dat zijn de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In deze programma’s wordt aan de hand van de doelen en opgaven steeds antwoord gegeven op drie vragen: 1. Wat willen we bereiken?, 2. Wat gaan we daarvoor doen? en 3. Wat gaat het kosten?

12

2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Binnen de MRDH-begroting is Verbeteren Bereikbaarheid vertaald in twee programma’s: een programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en een programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.2). Het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer betreft de uitvoering van wettelijke taken concessieverlening openbaar vervoer, beheer en onderhoud openbaar vervoer, infrastructuur en de planvormingsbevoegdheid in overeenstemming met de Planwet verkeer en vervoer. Dat laatste vraagt om de inzet van de MRDH voor algemene strategie- en beleidsontwikkeling, autonetwerk, verkeersmanagement en ITS, fietsnetwerk, ketenmobiliteit, reisgedrag en logistiek, duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid. Vanuit het programma volgen infrastructurele opgaven die, voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt, onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid Integraal onderdeel van de Strategische Agenda is de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid 20162025 (UAB). Deze Uitvoeringsagenda is de inhoudelijke basis voor besluiten over activiteiten en maatregelen en is daarmee ook leidend voor de werkzaamheden van de Vervoersautoriteit.

Het versterken van de agglomeratiekracht en de concurrentiepositie van de metropoolregio en het vergroten van de leefbaarheid staan centraal in de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid. Hiervoor zijn vijf hoofddoelen benoemd, vertaald in top-eisen en is per top-eis vastgelegd wat we in 2025 willen bereiken. Het betreft de volgende doelen: Doel Concurrerende economie

Kansen voor mensen

Kwaliteit van plekken De duurzame regio Efficiënt en rendabel

Top-eis • Aantal mensen dat economische toplocaties in 45 minuten kan bereiken • Betrouwbaarheid van reistijd op de belangrijkste verbindingen, in het bijzonder voor het goederenvervoer

Ambitie in 2025 t.o.v. 2015 • Toename van 10% voor de 10 belangrijkste locaties

Aantal arbeidsplaatsen/ voorzieningen dat mensen vanuit woongebieden in 45 minuten kunnen bereiken Gebruikerswaardering van de stedenbaanknopen Uitstootreductie vervoersysteem (CO2) Reductie beheer- & exploitatielasten OV

Toename van 10% voor 90% van de woongebieden

•

95% op hoofdwegennet en 90% op onderliggend wegennet

Minimaal 7,5 op 90% van de knopen Afname van 30% voor het gehele vervoersysteem Afname van 10% voor het gehele OV-systeem

In de afgelopen jaren is veel energie gestoken in de beleidsstrategie: het opstellen van de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid zelf en vervolgens de uitwerking in diverse beleidsthema’s, zoals de Kadernota OV of de P+R-visie. De Uitvoeringsagenda is begin 2019 geactualiseerd en in 2019 en 2020 zijn deelprogramma’s, projecten en nieuwe studies gestart, waaronder de deelprogramma's voor OV-ontwikkeling Rotterdam, Den Haag en de Spoorlijn Leiden - Dordrecht, steeds in relatie tot verstedelijking. Ook de Strategie Werklocaties leidt deels tot nieuwe 13

aandachtspunten in de bereikbaarheid van economische locaties. Via deze werkwijze leiden de beleidsdoelen tot uitvoeringsprogramma's en uiteindelijke resultaten in de regio. Mobiliteit is immers geen doel op zich, maar ondersteunend aan de ambities, die ook zichtbaar zijn in de Strategische Agenda. De Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid heeft een looptijd tot 2025. Vanwege de directe relatie met de Strategische Agenda kiezen we ervoor om parallel daaraan ook de Uitvoeringsagenda in 2022 te gaan actualiseren. De begroting voor het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer is opgezet langs de doelstellingen van de Strategische Agenda. Vanuit de invalshoek verkeer en vervoer geven de beschreven doelen en opgaven invulling aan de vragen Wat willen we bereiken? en Wat gaan we daarvoor doen? Binnen het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer wordt er gewerkt aan zeven doelstellingen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3341/documents/24486