CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

10. 2024-007421 Raadsvoorstel Mobiliteitsplan Albrandswaard.pdf

Gemeenteraad AW 3 februari 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken28.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5

Wegencategorisering 3.3.4 FUNCTIES VAN WEGEN IN ALBRANDSWAARD Bij het opstellen van het nieuwe wegencategoriseringsplan is gekeken naar de functies van de wegen in Albrandswaard. In deze paragraaf zijn de netwerken voor de verschillende vervoerswijzen in de gemeente beschreven. Hierbij kijken we naar langzaamverkeer, openbaar vervoer en gemotoriseerd verkeer. Deze netwerken zijn mede bepalend voor de functie die een weg heeft om deze vervoerswijzen te ontsluiten. Door goed in beeld te brengen welke functie een weg heeft, kan de passende inrichting van de weg worden bepaald. Naar de verkeersfunctie kan een weg ook een verblijfsfunctie hebben als er woningen of voorzieningen zoals winkels of scholen in de nabijheid van de weg zijn. “Een wegencategoriseringsplan is een plan van de wegbeheerder waarin per weg de verkeersfunctie van die weg staat aangegeven en wat de samenhang is van die weg binnen het netwerk van wegen”. Deze benadering is met name gericht op de auto in het verkeer. De tijd dat de auto in het verkeer- en vervoerbeleid op één komt past niet bij de ambities van de gemeente Albrandswaard. Daarmee willen we niet alleen het autobezit terugdringen, maar ook de auto-afhankelijkheid. Met het oog op leefbaarheid en duurzaamheid krijgen modaliteiten als lopen, fietsen en openbaar vervoer een nadrukkelijkere plaats naast de auto.

Daarom kiest de gemeente ervoor om de functies van de belangrijkste wegen vast te leggen in een categoriseringsplan met multimodale netwerkkaarten en niet meer in een wegencategoriseringsplan.

99

Wegencategorisering

albrandswaard categorisering visie 2040

3.3.5 FIETSEN EN LOPEN Om een goede infrastructuur te bevorderen wordt er toegewerkt naar goede fiets- en voetpaden/routes die een directe verbinding leggen met voorzieningen en bestemmingen. Hiermee wordt het fiets- en voetgangersgebruik bevorderd. De fiets- en voetpaden zijn bijvoorkeur, en indien mogelijk, gesitueerd in een groene omgeving, hebben voldoende breedte en zijn voorzien van rustpunten en afvalbakken. De fiets- en voetpaden/routes zijn obstakelvrij, verkeersveilig en maken onderdeel uit van het netwerk. Om dit te borgen hebben de routes zou min mogelijk niveauverschil bij oversteken, worden ze goed verlicht en goed onderhouden. Tot slot, maar van belang, maken de routes deel uit van een veeg- en strooi­ programma, zodat weersomstandigheden geen belemmering voor gebruik vormen.

Pernis

Waalhaven

Charlois

LEGENDA buiten de bebouwde kom

Hoogvliet

Rhoon Portland

Poortugaal

metro

Rhoon

Barendrecht

stroomweg - SW(100/120/130) gebiedsontsluitingsweg - GOW(80/50) erftoegangsweg ETW(60) (type1) snelle fietsroute utilitaire fietsroute recreatieve fietsroute binnen de bebouwde kom

Daarnaast dienen er goede en veilige fietsstallingfaciliteiten te zijn, zowel bij de bestemming als thuis (zie paragraaf 5.4 van het Strategisch Plan Duurzame Mobiliteit).

gebiedsontsluitingsweg - GOW(50) gebiedsontsluitingsweg - GOW(30) zone 30 - ETW(30) 602

82

612

64

69

Spijkenisse

fietsstraat/hoofdroute bibeko buslijnen

albrandswaard categorisering visie 2040 Oud-Beijerland

FIGUUR 8 | FIETSNETWERK ALBRANDSWAARD BESTAANDE SITUATIE

Pernis

Waalhaven

Charlois

LEGENDA buiten de bebouwde kom

Hoogvliet

Rhoon Portland

Poortugaal

metro

Rhoon

Barendrecht

stroomweg - SW(100/120/130) gebiedsontsluitingsweg - GOW(80/50) erftoegangsweg ETW(60) (type1) snelle fietsroute utilitaire fietsroute recreatieve fietsroute binnen de bebouwde kom gebiedsontsluitingsweg - GOW(50) gebiedsontsluitingsweg - GOW(30) zone 30 - ETW(30) 602

82

612

64

69

Spijkenisse

fietsstraat/hoofdroute bibeko buslijnen

Oud-Beijerland

FIGUUR 9 | AMBITIE FIETSNETWERK ALBRANDSWAARD 2040 100

albrandswaard categorisering visie 2040 Wegencategorisering Ambitie: betere bereikbaarheid metrostations voor langzaam verkeer De woonkernen Poortugaal en Rhoon zijn door middel van een metrostation direct verbonden met Rotterdam en Spijkenisse. Deze metrolijn zorgt samen met de Groene Kruisweg ook voor een barrière in de kernen. Het gebied wordt als het ware in tweeën gesplitst. Inwoners ten zuiden van deze infrastructuur hebben nog niet altijd een directe en veilige verbinding met het metrostation. In Rhoon is ditLEGENDA al opgelost door een goede ontsluitingsstructuur door middel van de Viaductweg, een buiten de bebouwde kom ongelijkvloerse kruising met de Groene Kruisweg. De barrière metro in Poortugaal is weg te nemen door een nadrukkelijke schakel stroomweg - SW(100/120/130) gebiedsontsluitingsweg GOW(80/50) toe te voegen in de langzaam verkeerverbinding in noord-zuid erftoegangsweg ETW(60) (type1) richting.

R=500 15 minuten te voet 4 minuten te fiets

albrandswaard categorisering visie 2040 R=500 8 minuten te voet 3 minuten te fiets

R=500 8 minuten te voet 3 minuten te fiets

snelle fietsroute utilitaire fietsroute recreatieve fietsroute

In de afbeelding hiernaast is de ambitie opgenomen voor een betere bereikbaarheid voor fietsers en voetgangers van en binnen de bebouwde kom naar de metrostations. De routes die binnengebiedsontsluitingsweg de cirkels vallen - GOW(50) gebiedsontsluitingsweg - GOW(30) verdienen extra prioriteit om fietsen en lopenzone naar de metro te 30 - ETW(30) stimuleren. fietsstraat/hoofdroute bibeko 602

82

612

64

69

R=500 15 minuten te voet 4 minuten te fiets

R=500 8 minuten te voet 3 minuten te fiets

R=500 15 minuten te voet 4 minuten te fiets

R=500 8 minuten te voet 3 minuten te fiets

LEGENDA buiten de bebouwde kom

buslijnen

Uitgangspunt bij de (her-)inrichting van wegen in Albrandswaard is dat altijd gezocht wordt naar de beste oplossing voor fietsers en voetgangers, passend bij de mogelijkheden die er zijn binnen de beschikbare ruimte. Omdat we vinden dat voetganger en fiets de beste plek verdienen, ontwikkelt de gemeente nog aanvullend fiets- en voetgangersbeleid. Dit wordt in de uitvoeringsagenda opgenomen.

R=500 15 minuten te voet 4 minuten te fiets

metro stroomweg - SW(100/120/130) gebiedsontsluitingsweg - GOW(80/50) erftoegangsweg ETW(60) (type1) snelle fietsroute utilitaire fietsroute recreatieve fietsroute binnen de bebouwde kom gebiedsontsluitingsweg - GOW(50) gebiedsontsluitingsweg - GOW(30) zone 30 - ETW(30) 602

82

612

64

69

FIGUUR 10 | AMBITIE BETERE BEREIKBAARHEID METROSTATIONS VOOR LANGZAAM VERKEER

fietsstraat/hoofdroute bibeko buslijnen

101

Wegencategorisering

albrandswaard categorisering visie 2040

3.3.6 GEMOTORISEERD VERKEER Ter ondersteuning van het stimuleren van fietsen en lopen is het van belang dat het netwerk voor langzaam verkeer op orde wordt gebracht. Albrandswaard heeft nu nog meerdere inprikkers in de kernen vanaf de Groene Kruisweg. We onderzoeken of het haalbaar is om dit aantal terug te brengen. Ambitie is om het aantal autoverplaatsingen te reduceren en de openbare ruimte anders in te richten en beter te benutten voor andere functies. Daarbij brengen we helder in beeld hoe verkeers­ bewegingen ver­anderen. Zowel in richting, aantallen en verandering van vervoerswijze, indien mogelijk.

Pernis

A4

Waalhaven

17: Hoogvliet

knooppunt Benelux

Charlois 18: Rotterdam-Heijplaat

A15

19: Rotterdam Charlois knooppunt Vaanplein

A15

LEGENDA

Hoogvliet

buiten de bebouwde kom

Rhoon Portland

Poortugaal

metro

Barendrecht

Rhoon

stroomweg - SW(100/120/130) gebiedsontsluitingsweg - GOW(80/50)

Binnen de bebouwde kom liggen er voor Albrandswaard nog een aantal ambities. Onderdeel daarvan is het realiseren van grotere 30 km/u zones, wat betekent dat wegen binnen deze gebieden omgevormd zullen worden naar 30 km/u wegen. In navolging daarop kunnen de volgende wegen kunnen een GOW30 worden. • Rhoon: Dorpsdijk en Rijsdijk. • Poortugaal: Jan van Almondestraat, Zwaardijk en Viaductweg, Emmastraat/Waalstraat, Albrandswaardseweg en Albrandswaardsedijk. Bijzondere aandacht voor de schoolzones.

erftoegangsweg ETW(60) (type1) snelle fietsroute utilitaire fietsroute recreatieve fietsroute

20: Barendrecht

binnen de bebouwde kom gebiedsontsluitingsweg - GOW(50) gebiedsontsluitingsweg - GOW(30) zone 30 - ETW(30) 602

82

612

64

69

Spijkenisse

A29

fietsstraat/hoofdroute bibeko buslijnen

albrandswaard categorisering visie 2040 Oud-Beijerland

FIGUUR 11 | CATEGORISERING NETWERK GEMOTORISEERD VERKEER BESTAANDE SITUATIE Pernis

A4

Deze transitie levert een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte, leefbaarheid en verkeersveiligheid.

Waalhaven

17: Hoogvliet

knooppunt Benelux

Charlois 18: Rotterdam-Heijplaat

A15

19: Rotterdam Charlois knooppunt Vaanplein

A15

LEGENDA buiten de bebouwde kom

Hoogvliet

Rhoon Portland

Poortugaal

metro

Rhoon

Barendrecht

stroomweg - SW(100/120/130) gebiedsontsluitingsweg - GOW(80/50) erftoegangsweg ETW(60) (type1) snelle fietsroute utilitaire fietsroute recreatieve fietsroute

20: Barendrecht

binnen de bebouwde kom gebiedsontsluitingsweg - GOW(50) gebiedsontsluitingsweg - GOW(30) zone 30 - ETW(30) 602

82

612

64

69

Spijkenisse

A29

fietsstraat/hoofdroute bibeko buslijnen

Oud-Beijerland

FIGUUR 12 | AMBITIE CATEGORISERING NETWERK GEMOTORISEERD VERKEER 2040 102

Wegencategorisering

albrandswaard categorisering visie 2040 Pernis

Buiten de bebouwde kom: De wegen buiten de bebouwde kom zijn grotendeels in beheer bij het waterschap. De gemeente heeft daarnaast in het buitengebied, zelf ook nog een aantal wegen in eigen beheer.

Waalhaven

Charlois

Openbaar vervoer Door de nabijheid van Rotterdam is Albrandswaard met 2 metrolijnen verbonden met Spijkenisse, Rotterdam en Capelle aan den IJssel. Lijn D rijdt van Spijkenisse via Albrandswaard en de Maashaven naar Rotterdam CS. In de toekomst gaat lijn D ook door naar Pijnacker-Zuid. Hiermee heeft Albrandswaard beschikking over een kwalitatief goede verbinding met Rotterdam. Deze twee metrolijnen worden nog verder ondersteund door de buslijn 64 Hoogvliet - Poortugaal - Kijvelanden en lijn 69 van Rotterdam Zuidplein naar Pernis metro op werkdagen. Aanvullend zijn er nog de buurtbuslijnen 602 (werkdagen) en 612 (weekenddagen). Ook zijn er verschillende busverbindingen tussen Portland en Rotterdam (82, 183, 283).

LEGENDA buiten de bebouwde kom

Hoogvliet

Rhoon Portland

Poortugaal

metro

Rhoon

Barendrecht

stroomweg - SW(100/120/130) gebiedsontsluitingsweg - GOW(80/50) erftoegangsweg ETW(60) (type1) snelle fietsroute utilitaire fietsroute recreatieve fietsroute binnen de bebouwde kom

Het aanvullende busvervoer op de metrolijnen is beperkt en rijdt niet in de ochtendspits. Dit betekent dat er kansen liggen voor het verbeteren van mobiliteit in de keten door bijvoorbeeld het aanbieden van deeltweewielers en deelauto’s. In het Strategisch Plan Duurzame Mobiliteit (hoofdstuk 4) wordt hier verder op ingegaan.

gebiedsontsluitingsweg - GOW(50) gebiedsontsluitingsweg - GOW(30) zone 30 - ETW(30) 602

82

612

64

69

Spijkenisse

fietsstraat/hoofdroute bibeko buslijnen

Oud-Beijerland

FIGUUR 13 | NETWERK BUSVERVOER BESTAANDE SITUATIE

103

Wegencategorisering

Bijlage A

Binnen de bebouwde kom Categorie type

Buiten de bebouwde kom

GOW(50)

GOW(30)

ETW(30)

GOW(80)

ETW(60)-1

ETW(60)-2

50

30

30 (15 bij woonerf)

80

60

60

Wegkenmerken Maximumsnelheid Verharding

Gesloten verharding

Gesloten of open verharding

Open verharding

Gesloten verharding

Gesloten of open verharding

Gesloten of open verharding

Markering/Scheiding rijrichting

Middenberm of dubbele doorgetrokken asmarkering, Evt 3-1 kantmarkering

Middenberm of dubbele doorgetrokken asmarkering, Evt 3-1 kantmarkering

Geen scheiding, geen markeringen

Middenberm of dubbele doorgetrokken asmarkering (evt: onderbroken) 3-1 kantmarkering

Kantmarkering 1-3

Kantmarkering 1-3

Verhardingsbreedte (tweerichtingsverkeer)

Minimaal profiel: 5.8m Ideaal profiel: 6.5m

Minimaal profiel: 4.80m Ideaal profiel: 5.8-6.5m

Minimaal profiel: 4.80m Ideaal profiel: 5.80m

7.50m

<6.00m met rijloper minimaal: 3.00m ideaal: 4.00m

<6.00m met rijloper minimaal: 3.00m ideaal: 4.00m

Obstakelvrije ruimte naast rijbaan

>2.50m

N.v.t.

N.v.t.

Minimum >4.50m, Normaal 6.00m Halfverharding in berm

Minimaal 1.50m, Ideaal >2.50m

Minimaal 1.50m, Ideaal >2.50m

Snelheidsremmers

Bij LV-oversteken en/of bijzonder situaties

Bij kruispunten, LV-oversteken, op rechtstanden >100m

Bij kruispunten, op rechtstanden >100m

Bij LV-oversteken en/of bijzonder situaties reductie snelheid <80km/h

Bij kruispunten, LV-oversteken, op rechtstanden >200m

Bij kruispunten, LV-oversteken, op rechtstanden >200m

Positie Fiets: Breedte Fietspaden/ stroken 0-150 fts/uur: 150-750 fts/uur: >750 fts/uur:

Vrijliggende fietspaden (gesloten verharding) >2.00m 2.50-3.00m 3.50-4.00m

Vrijliggende fietspaden of aanliggende fietsstroken >2.00m 2.50-3.00m 3.50-4.00m

Fiets op de rijbaan

Vrijliggende bromfietspaden (gesloten verharding) >2.50m (3.00m tweerichtingen) 2.50-3.00m 3.50-4.00m

Vrijliggende fietspaden (gesloten verharding) >2.00m (2.50m tweerichtingen) 2.50-3.00m 3.50-4.00m

Fiets op de rijbaan

Positie Voetganger

Trottoir

Trottoir

Trottoir/loopstrook geen voorziening bij ERF

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

trottoirbreedte

>2.0m

>2.0m

>2.0m

Rijbaan

Rijbaan

Rijbaan

Op (brom)fietspad of parallelweg

Op rijbaan

Op rijbaan

Positie bromfiets

104

Positie landbouwverkeer

Rijbaan

Rijbaan

Niet gewenst

Niet gewenst > parallelweg

Rijbaan

Rijbaan

Halteren openbaar vervoer

Haltekom

Op rijbaan

Op rijbaan

Haltekom

Op rijbaan

Op rijbaan

Autoparkeren

Niet toegestaan

Enkel in langsparkeervakken >2.5m breed

Langs- of haaks parkeervakken (voorkeur: op trottoirniveau)

Niet toegestaan

Niet toegestaan

Enkel in langsparkeervakken >2.5m breed

Erfaansluitingen

Geen uitritten (bestaande situaties toegestaan)

Uitritten toegestaan

Uitritten toegestaan

Geen uitritten

Uitritten toegestaan

Uitritten toegestaan

Openbare verlichting

Middelhoog (6-8m)

Middelhoog (5-7m)

Laag (3-5m)

Nadere afweging

Beperkt aanwezig

Beperkt aanwezig

LV oversteek

Gefaseerde oversteek met snelheidsremmers, extra verlichting, >2.5m opstelplaats/middengeleider

Gefaseerde oversteek met snelheidsremmers, extra verlichting, >2.5m opstelplaats/middengeleider

N.v.t.

Gefaseerde oversteek met snelheidsremmers, extra verlichting, >2.5m opstelplaats/middengeleider

Gefaseerde oversteek met snelheidsremmers, extra verlichting, >2.5m opstelplaats/middengeleider

Gefaseerde oversteek met snelheidsremmers, extra verlichting, >2.5m opstelplaats/middengeleider

Wegencategorisering

Bijlage A

KRUISPUNT

GOW(50)

GOW(30)

ETW(30)

Met ETW(30)

Uitritconstructie, rotonde, Uitritconstrucite, VRI of voorrangskruisvoorrangskruispunt punt

Met GOW(30)

Rotonde, voorrangskruispunt

Met GOW(50)

Rotonde, VRI of voorrangskruispunt

KRUISPUNT

GOW(80)

ETW(60)-1

Met ETW(60)-2

Voorrangskruispunt

Voorrangskruispunt Gelijkwaardig kruispunt

Met ETW(60)-1

Voorrangskruispunt

Voorrangskruispunt

Met GOW(80)

Rotonde, VRI of voorrangskruispunt

Gelijkwaardig kruispunt

Rotonde, voorrangskruispunt

ETW(60)-2

KEUZESCHEMA FIETSVOORZIENINGEN CROW FIETSNETWERKCATEGORIE WEGCATEGORIE

MAXIMUMSNELHEID GEMOTORISEERD VERKEER (KM/H)

INTENSITEIT GEMOTORISEERD VERKEER (MVT/ETM) < 2.500

Erftoegangsweg

Stapvoets of 30

50

70

Gemengd verkeer

> 4.000

2x1 rijstrook 2x2 rijstrook

Gebiedsontsluitingsweg

2.000-5.000

BASISSTRUCTUUR (IFIETS <750/ETM)

HOOFDFIETSNETWERK (IFIETS 500-2.500/ETM)

SNELLE FIETSROUTE (IFIETS >2.000/ ETM)

Gemengd verkeer of fietsstraat

Fietsstraat (met voorrang)

Gemengd verkeer of fietsstrook Fietspad of fietsstrook (met voorrang)

Fietsstrook of fietspad Fietsstrook of fietspad

Fietspad

Niet relevant Fiets-/bromfietspad 105

Wegencategorisering Snelheid (V85) Autoverkeer (km/h)

< 35

Bijlage A

Intensiteit autoverkeer

Verhouding fietsers/ auto’s (per etmaal)

Geschikt?

< 2.500 mvt/etmaal

Verhouding F/A > 0,9

Optimaal

Verhouding F/A > 0,7

Geschikt

Nooit doen

2.500 - 6.000 mvt/etmaal

Verhouding F/A > 2

Optimaal

Verhouding F/A > 0,9

Geschikt

Verhouding F/A > 0,7

Ondergrens

Nooit doen

35 - 40

< 2.500 mvt/etmaal

Verhouding F/A > 0,9

Geschikt

Verhouding F/A > 0,7

Ondergrens

Nooit doen

2.500 - 6.000 mvt/etmaal

Verhouding F/A > 2

Geschikt

Verhouding F/A > 0,9

Ondergrens

Nooit doen

40 - 45

< 1.000 mvt/etmaal

Verhouding F/A > 2

Ondergrens

Nooit doen

106

AFWEGINGSKADER FIETSSTRATEN ZUID-HOLLAND

albrandswaard categorisering visie 2040 Pernis

A4

Waalhaven

17: Hoogvliet

knooppunt Benelux

Charlois 18: Rotterdam-Heijplaat

A15

19: Rotterdam Charlois knooppunt Vaanplein

A15

LEGENDA buiten de bebouwde kom

Hoogvliet

Rhoon Portland

Poortugaal

metro

Rhoon

Barendrecht

stroomweg - SW(100/120/130) gebiedsontsluitingsweg - GOW(80/50) erftoegangsweg ETW(60) (type1) snelle fietsroute utilitaire fietsroute recreatieve fietsroute

20: Barendrecht

binnen de bebouwde kom gebiedsontsluitingsweg - GOW(50) gebiedsontsluitingsweg - GOW(30) zone 30 - ETW(30) 602

82

612

64

69

Spijkenisse

A29

fietsstraat/hoofdroute bibeko buslijnen

Oud-Beijerland

34 strategisch plan duurzame mobiliteit

Strategisch plan duurzame mobiliteit 3.4.1 INLEIDING

3.4.2 STRATEGIEËN EN ACTIES

In een tijd waarin gemeenten worden geconfronteerd met uitdagingen zoals verkeerscongestie, luchtvervuiling en klimaatverandering is er ook toenemende urgentie voor duurzame mobiliteit. Als Albrandswaard streven we naar het creëren van een toekomst waarin mobiliteit niet alleen efficiënt en effectief is, maar ook milieuvriendelijk en gezond. Daarnaast ambiëren we een (inclusief) mobiliteitssysteem dat voldoet aan de behoeften van vandaag, maar ook bestand is voor de uitdagingen van morgen.

Onder ambities hangen verschillende doelen, zoals het verminderen van de afhankelijkheid van de auto, het autogebruik verlagen, verkeersveiligheid en leefbaarheid verbeteren en de C02-uitstoot verlagen. Om dit te bereiken is het noodzakelijk om een aantal strategieën met bijbehorende acties te formuleren en uit te voeren. De relatie tussen ambitie, doelen, strategieën en acties is uitgewerkt in onderstaande figuur (figuur 14).

In dit plan bepalen we de koers naar een toekomst waarin duurzame mobiliteit niet alleen een ambitie is, maar een alledaagse realiteit voor inwoners, bedrijven en instellingen. Deze koers vormt ook de basis voor hoe we adviseren op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan geeft handvatten om de verplaatsingsbehoefte te verminderen, te veranderen en te verduurzamen. Samen kunnen we een verschil maken en een leef-, verblijfs- en werkomgeving creëren die gezonder, groener en leefbaarder is.

• Wat is de ambitie? Komen tot duurzamere en toekomstbestendige mobiliteit. • Welke doelen hangen onder de ambitie? Verkeersveiligheid, verminderen afhankelijkheid auto, autogebruik verlagen, C02-uitstoot verlagen, leefbaarheid (zie 03.5 Onze ambities). • Met welke strategieën gaan we onze ambities en doelen bereiken? • Welke acties ondernemen we om de strategie uit te voeren?

Visie

Wat is onze ambitie?

Komen tot duurzamere en toekomstbestendige mobiliteit Goals

Welke doelen hangen onder onze ambitie

• Verminderen afhankelijkheid auto • Autogebruik verlagen • Verkeersveiligheid en leefbaarheid verbeteren • CO2-uitstoot verlagen

Strategieën

Hoe gaan we onze ambitie en doelen bereiken?

Strategie A - G Acties

Welke acties vallen er onder onze strategieën?

FIGUUR 14 | RELATIE AMBITIE, DOELEN, STRATEGIEËN EN ACTIES (BRON: JUUST) 108

Strategisch plan duurzame mobiliteit Ambitie en doelen Het verminderen van de afhankelijkheid van en het gebruik van de auto verdient specifieke aandacht, aangezien hier de veel winst te behalen valt om duurzamere en toekomstbestendige mobiliteit te realiseren. Uit de Staat van Albrandswaard is gebleken dat de gemeente een hoog autobezit kent en een groot aantal inwoners daar afhankelijk van is forensenverkeer. Daar proactief op kunnen sturen is niet vanzelfsprekend. Het is immers erg uitdagend om actief invloed uit te oefenen op het auto­- gebruik, omdat het grotendeels afhangt van individuele keuzes. Echter, kan het autogebruik wel beïnvloed worden door het bevorderen van alternatieve vervoersmiddelen, zoals het openbaar vervoer, fietsen en wandelen en door het aanbieden van infrastructuur die deze alternatieven ondersteunt. Als er goede alternatieven beschikbaar zijn dan neemt de sterke afhankelijkheid van de auto af. Dit kan er toe leiden dat de aanschaf van bijvoorbeeld tweede of derde auto’s zal afnemen. De gemeente Albrandswaard zet proactief in op het stimuleren van duurzame mobiliteitsvormen om ervoor te zorgen dat deze een robuust alternatief zijn voor ‘de auto’. De gemeente heeft hierin een gecombineerde rol. Op sommige onderdelen een trekkersrol en op onderdelen een meer volgende c.q. regierol.

Strategieën en acties De strategieën volgen twee duurzaamheidsconcepten, namelijk de Trias Mobilica en het Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Maas oplossing en Privéauto (STOMP-principe). De gedachte achter de Trias Mobilica is eerst de vervoersvraag zoveel mogelijk reduceren en daarna op zoek gaan naar alternatieven om aan de resterende vraag te voldoen. Het concept bestaat uit drie stappen: verklein de verplaatsingsbehoefte door sturend ruimtelijk beleid (1), gebruik duurzame verplaats­ ingsmiddelen in de mobiliteitsketen (2) en zet in op efficiënte en schone voertuigen door gebruik van nieuwe technologieën (3). Bij het STOMP-ontwerpprincipe staat de auto niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte, maar gaan we eerst uit van de voetganger (Stappen) en vervolgens de fietser (Trappen), openbaar vervoer en MaaS. Als laatste wordt de privéauto meegenomen in de inrichting van de openbare ruimte. In totaal zijn 7 strategieën (A-G) met bijbehorende acties uitgewerkt. De strategieën worden naast elkaar uitgevoerd en zijn aanvullend op elkaar. Bij duurzame mobiliteit kan ook gedacht worden aan duurzame infrastructuur en duurzaam aanbesteden. Dit maakt geen onderdeel uit van het strategisch plan duurzame mobiliteit, maar nemen we mee in in het op te stellen duurzaamheidsbeleid van de gemeente Albrandswaard en krijgt een plek in de relevante beleids- en beheerplannen.

1 2 3 FIGUUR 15 | TRIAS MOBILICA

S t o m p FIGUUR 16 | STOMP-PRINCIPE 109

Strategisch plan duurzame mobiliteit 3.4.3 STRATEGIE A: BEREIKBAARHEID DOOR NABIJHEID Inleiding Bereikbaarheid van een locatie wordt enerzijds bepaald door de reistijd en anderzijds door de afstand. Nabijheid is daarom een belangrijke voorwaarde voor een goede bereikbaarheid. Als wonen en werken dichtbij voorzieningen en mobiliteitsknooppunten zijn gelegen, is de bereikbaarheid groot en de afstand die afgelegd moet worden klein. Als de afstand klein is, worden mensen ook gestimuleerd te kiezen. Ruimtelijke ordening is grootendeels bepalend voor een goede bereikbaarheid en de keuze voor het type vervoersmiddel. Strategie Door vanuit ruimtelijke ordening te sturen op nabijheid van wonen, werken en voorzieningen, vermindert de vervoersvraag. De gemeente Albrandswaard streeft er naar nieuwe initiatieven voor woon- en werklocaties zoveel mogelijk in de nabijheid van de metrostations te realiseren. Zo wordt het potentieel van de metro beter benut. Door deze keuze kunnen duurzame mobiliteitskeuzes ook volgens het STOMP-principe worden gestimuleerd. Dit zorgt er uiteindelijk voor dat de keuze voor de (eigen) auto minder noodzakelijk/logisch is en dit de bereikbaarheid ten goede komt. Slim locatiebeleid zorgt hiermee ook voor slimmere en duurzamere mobiliteit.

110

Acties Concreet zien we voor deze strategie een tweetal acties: A1 Sturen op bouwen nabij voorzieningen en metrohaltes Door te bouwen in de nabijheid van bestaande voorzieningen en metrohaltes wordt de vervoersvraag geminimaliseerd en/ of veranderd. De noodzaak om je te verplaatsen met de auto wordt hiermee kleiner en de afhankelijkheid van de auto neemt hierdoor ook af. Ontwikkeling nabij voorzieningen en openbaar vervoer-haltes worden door ons actief gestimuleerd en gefaciliteerd. A2 Thuiswerken stimuleren Thuiswerken zorgt voor minder reisbewegingen tussen werk en huis. Wonen en werken zijn daardoor dichter bij elkaar komen te liggen. Thuiswerken kan onderdeel zijn van de werkgeversaanpak. Hier wordt verder op ingegaan in strategie G.

Strategisch plan duurzame mobiliteit 3.4.4 STRATEGIE B: LOPEN EN FIETSEN OP ÉÉN Inleiding Om te komen tot meer duurzame en een toekomstbestend­ igere mobiliteit wordt er meer ingezet op lopen en fietsen. Lopen en fietsen zijn sportieve manieren van reizen en zijn goed voor zowel de fysieke als mentale gezondheid. Bij lopen en fietsen is er geen uitstoot en dragen we (on)bewust bij aan de klimaatopgaven. Nieuwe ontwikkelingen in de fietswereld zorgen voor nieuwe mogelijkheden waardoor fietsen nog aantrekkelijker wordt. Snellere fietsen, zoals de e-bike en speed pedelec zorgen ervoor dat het bereik vergroot wordt. Waar 7,5 kilometer aangehouden wordt als acceptabele fietsafstand tot voorzieningen, vergroot deze afstand wanneer er gebruik gemaakt kan worden van een elektrisch ondersteunde fiets. Huidige situatie In de gemeente Albrandswaard is een recreatief wandelnetwerk aanwezig. In de huidige situatie is de fysieke ruimte voor de voetganger binnen het recreatief wandelnetwerk echter beperkt. Dit hangt samen met de aanwezigheid van de dijkenstructuren en beperkte fysieke ruimte die dat met zich meebrengt. Verder is beperkte aandacht voor de voetganger binnen de gebiedsinrichting. Dit terwijl nagenoeg iedereen zijn reis start en eindigt als voetganger. De gemeente Albrandswaard is met de snelfietsroute ‘F15 IJselmonde’ verbonden met Rotterdam en omliggende kernen.

De dijken in het buitengebied spelen bovendien een belangrijke rol in het fietsnetwerk. Ze vormen de schakel tussen de bebouwde omgeving en het buitengebied. Er zijn echter niet altijd aparte fietsvoorzieningen (zoals fietspaden) aanwezig, waardoor een combinatie van beperkte fysieke ruimte en grote verkeersdruk een gevoel van verkeersonveiligheid kan veroorzaken. Uit de Staat van Albrandswaard is gebleken dat er regelmatig wordt gefietst, maar dat er nog potentie is voor groei. Het prachtige buitengebied met haar dijkenstructuur nodigt mensen uit om te gaan fietsen (recreatief).

111

Strategie Vanuit het eerder omschreven STOMP principe geven we prioriteit aan het lopen en fietsen. Concreet wordt dit gedaan door bij (her)inrichting eerst te kijken naar deze twee manieren van verplaatsen en vervolgens naar de andere mogelijkheden. Daarnaast wordt er gezorgd voor voldoende mogelijkheden om de fietsen (veilig) te stallen. Fietsparkeren is net zo belangrijk, of zelfs belangrijker dan het parkeren van een auto. Een belangrijk actiepunt is het versterken van ons fiets- en wandelnetwerk, zowel utilitair als recreatief. We kiezen ervoor om fietsen aan te moedigen voor functionele verplaatsingen, waarbij wandelen zowel funct­ioneel als recreatief ondersteund moet worden. Waar mogelijk wordt recreatief wandelen gekoppeld aan functionele verplaatsingen. Een belangrijk onderdeel om dit te faciliteren is het verbeteren van de verkeersveiligheid alsmede het vergroenen van de openbare ruimte. We zijn er ons bewust van dat niet overal de fiets een realistisch alternatief is voor de auto. Op de langere afstanden, met name in het buitengebied zal de auto daarom een belangrijk vervoersmiddel blijven.

Strategisch plan duurzame mobiliteit Acties We onderscheiden bij deze strategie zes concrete acties: B1 Bij (her)inrichting lopen en fietsen, daarna naar de overige vervoerswijzen De voetganger neemt weinig fysieke ruimte in en lopen is bovendien duurzaam en gezond. In de eerste instantie wordt er gekeken naar de voetganger, daarna naar de fietser en vervolgens wordt er gekeken naar andere modaliteiten. Lopen en fietsen wordt ook vormgegeven in relatie tot het openbaar vervoer, aangezien deze elkaar versterken. In strategie C wordt hier verder op ingegaan.

B2 Zorgen voor voldoende fietsparkeren Van oudsher wordt primair gekeken naar de realisatie van voldoende autoparkeerplaatsen. Om actief vervoer te stimuleren is het daarom van belang dat er ook gekeken wordt of er voldoende voorzieningen zijn om fietsen (veilig) te stallen en deze voorzieningen ook goed te bereiken zijn. B3 Fiets- en wandelnetwerk (utilitair en recreatief) versterken Beide netwerken spelen een belangrijke rol in Albrandswaard. De focus ligt vooral op het versterken van utilitaire fietsnetwerk en het versterken van het re­- creatieve en functionele wandelnetwerk. Daaronder wordt verstaan het investeren in infrastructuur, zoals trottoirs, oversteekplaatsen en voetgangerszones. Additioneel investeren we in meer bredere en veilige fietspaden en -straten. B4 Uitvoeringsprogramma fiets Het uitvoeringsprogramma fiets heeft als doel het bezit en het veilig gebruik van de fiets te stimuleren. Deze doelstelling is vertaald naar drie actielijnen: vitaliteit, veiligheid en duurzaamheid. De inzet is daarbij gericht op bewustwording. Daarvoor worden vier subdoelen onderscheiden, gericht op specifieke doelgroepen. De subdoelen en bijbehorende doelgroepen zijn: jong geleerd (4-12 jaar), wees bewust (jongere: 12-18 jaar), blijf gezond (oudere: 67+) en gebaande paden (de forens: 18-67 jaar).

Dit uitvoeringsprogramma wordt de komende jaren verder uitgerold, zowel binnen de eigen organisatie als naar buiten.

112

B5 Verkeersveiligheid verbeteren Verkeersveiligheid is een belangrijke randvoorwaarde voor meer lopen en fietsen. Dit kan door bij de aanleg van nieuwe wegen in te zetten op meer verkeersveiligheid. Ook door educatie en hand­- having van verkeersregels wordt de verkeersveiligheid verbeterd. Daarbij moet er voldoende aandacht zijn voor de meest kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals scholieren en ouderen. B6 Ontwikkelen loopbeleid De gemeente Albrandswaard gaat loopbeleid ontwikkelen, aangezien lopen de eerste en meest duurzame stap is richting duurzame mobiliteit. Daarnaast verbetert lopen de gezondheid en bevordert het ontmoeten. Met het opstellen van loopbeleid kunnen we hier op de juiste wijze richting aan geven.

Strategisch plan duurzame mobiliteit 3.4.5 STRATEGIE C: GEBRUIK VAN PUBLIEKE MOBILITEIT STIMULEREN Publieke mobiliteit gaat niet alleen om openbaar vervoer, maar ook om deelmobiliteit, flex-vervoer, doelgroepenvervoer en meerijddiensten. De kracht van openbaar vervoer is het bundelen van individuele ritten tot collectieve stromen. Dit scheelt veel ruimte op de weg en is beter voor het milieu. Treinen, bussen, trams en metro’s kunnen veel passagiers tegelijkertijd vervoeren en worden ook steeds zuiniger en milieu­vriendelijker. Deze voordelen gelden ook voor andere vormen van publieke mobiliteit, zoals deelmobiliteit en doelgroepenvervoer. Huidige situatie Albrandswaard beschikt over twee metro­stations die onderdeel uitmaken van het Rotterdamse metronetwerk. Eén van de metrostations is gevestigd in Poortugaal, de andere in Rhoon. Daarnaast beschikt Albrandswaard over een aantal buslijnen (zes bussen en twee buurtbussen). Het busvervoer is geregeld in de concessie bus Rotterdam en omstreken. Deze concessie is tot december 2034 verleend aan de RET. Daarnaast is er een buurtbus die gerund wordt door vrijwilligers. Strategie Om meer mensen uit de eigen privéauto te krijgen, wordt het gebruik van publieke mobiliteit gestimuleerd. Dit doen we door allereerst de metrohaltes te versterken en verder uit te bouwen tot belangrijke vervoerspunten.

Daarnaast gaan we verschillende mogelijkheden onderzoeken om doorstroming van bussen binnen de gemeente te versnellen. Naast het stimuleren, versterken en versnellen van het openbaar vervoer zetten we in op het stimuleren van andere vormen van publieke mobiliteit, zoals deelmobiliteit, flex-vervoer en doelgroepenvervoer.

Deelmobiliteit Door de groei van de gemeente kan ook de levensvatbaarheid van verschillende vormen van deelmobiliteit en openbaar vervoer groeien. De vervoersmiddelen die vallen onder deelmobiliteit zijn individuele, flexibele en vooralsnog zelf te besturen vervoersmiddelen. Er zijn zowel kleine voertuigen als grotere voertuigen. Kleine voertuigen zijn de deeltweewielers. Deze zijn vooral belangrijk bij het begin of eind van een (keten) reis en bieden een goede vervanging van korte (auto)ritten (tot 5 kilometer). Bedrijven hebben de mogelijkheid om binnen Albrandswaard (elektrische) deelfietsen of deelscooters aan te bieden. Hiervoor is een vergunning nodig. Om een vergunning te krijgen, hebben we regels vastgesteld waar een aanbieder aan moet voldoen. Hieronder valt bijvoorbeeld een veiligheidsplan, mobiliteitsplan en een monitoringsplan.

Acties Bij deze strategie horen een aantal acties die we hieronder verder uitwerken:

Ook zijn er grotere voertuigen, zoals deelauto’s en -bakfietsen. Deze zijn meer bedoeld voor de reis vanuit huis. Deelauto’s en -bakfietsen kunnen een goede vervanging zijn voor de tweede of derde auto. Hiermee kunnen we het autobezit en de parkeerdruk binnen de gemeente verminderen. Het aantal auto’s dat kan worden vervangen door een deelauto hangt af van verschillende factoren, zoals de gebruiksfrequentie, het type deelauto en de grote van het deelautobezit. Over het algemeen wordt geschat dat één deelauto tussen de vijf en tien particuliere auto’s kan vervangen. De gemeente Albrandswaard heeft op 26 februari 2024 besloten acht parkeerplaatsen binnen de bebouwde kom van Rhoon en Poortugaal aan te wijzen en in te richten voor deelauto’s van Greenwheels.

C2 Openbaar vervoer versterken en stimuleren In samenwerking met de RET en MRDH wordt het openbaar vervoer versterkt en gestimuleerd, zodat het beter aansluit bij de behoeften van de (potentiële) gebruikers. Het openbaar vervoer vormt een cruciale vervoersschakel in het systeem om de woongebieden en publiek aantrekkende locaties bereikbaar te houden. In gezamenlijkheid met de betrokken partijen wordt bezien hoe de doorstroming van bussen binnen de gemeente vlotter gemaakt kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door bussen prioriteit te geven bij verkeerslichten. We onderzoeken in gezamenlijkheid naar de beste en meest realistisch openbaar vervoer-bediening.

Doelgroepenvervoer Mobiliteit moet beschikbaar en toegankelijk zijn voor iedereen. Een belangrijk onderdeel daarin is het doelgroepenvervoer. Dit is vervoer op maat voor specifieke reizigers, zoals scholieren en Wmo-vervoer. Gemeente Albrands­waard is aangesloten bij het Wmo-vervoers­systeem Tripp. Het is belangrijk om actief te blijven voorzien in doelgroepenvervoer, aangezien de gemeente staat voor inclusief en toegankelijk vervoer.

C1 Bestaande metrohaltes versterken en verder uitbouwen tot belangrijke vervoerspunten De kracht van de twee metro­stations bouwen we verder uit en wordt beter benut. We zien hier grote kansen om te komen tot meer duurzame mobiliteit. Daarbij is aandacht nodig voor goede faciliteiten, veilige stallingsvoorzieningen voor fietsen, deelmobiliteit, sociale veiligheid en een versterkte toegankelijkheid. De metrostations worden hiermee omgevormd tot mobiliteitsknooppunten waar een naadloze overstap tussen verschillende modaliteiten en openbaar vervoer centraal staat.

C3 Kansen voor deelmobiliteit verder uitrollen Om deelmobiliteit mogelijk te maken binnen de gemeente Albrandswaard zijn al goede stappen gezet, zoals het vergunning­stelsel voor deelscooters en deelfietsen en het mogelijk maken van acht deelauto’s binnen de bebouwde kom van Rhoon en Poortugaal. Dit is een goede basis die verder wordt uitgebouwd. We staan daarom enerzijds open voor buurt- en wijkinitiatieven met betrekking tot deelauto’s. Als blijkt dat er meer behoefte is aan de door de gemeente geplaatste deel­- auto’s, dan wordt bezien of er meer deelauto’s bij kunnen komen. Dit is meer vraaggestuurd. Anderzijds doen we onderzoek naar de behoefte en het potentieel van deel­­mobiliteit om daar vervolgens uitvoering aan te geven. Door regie hier op te voeren zorgen we er voor dat mogelijke overlast geminimaliseerd wordt. 113

Strategisch plan duurzame mobiliteit 3.4.6 STRATEGIE D: NAADLOZE OVERSTAP TUSSEN DE VERSCHILLENDE VERVOERSWIJZEN Inleiding Om het gebruik van publieke mobiliteit te stimuleren, streven we naar een naadloze overstap tussen openbaar vervoer, deelmobiliteit, fiets en auto. We zien dit als een belangrijke voorwaarde om het gebruik van openbaar vervoer te laten toenemen. Een belangrijk begrip in dit kader is ketenmobiliteit. Ketenmobiliteit bestaat veelal uit een traject met het openbaar vervoer met voor- en natransport. Vanaf huis gezien gaat men lopend of fietsend naar het openbaar vervoer. Vervolgens legt men het grootste deel van de afstand af met het openbaar vervoer en het laatste deel lopend, fietsend of gebruikmakend van deelmobiliteit (bijvoorbeeld een deelfiets of deelscooter). Huidige situatie Binnen Albrandswaard beschikken we over twee metrostations. Bij het metrostation in Poortugaal zijn een P+R, bushalte, een deelauto en stallingsvoorzieningen voor de tweewieler aanwezig. Hier komen verschillende vervoerswijzen reeds samen. Bij het metrostation in Rhoon zijn een bushalte en stallingsvoorzieningen voor tweewielers aanwezig. Strategie We bevorderen ketenmobiliteit als aantrekkelijke vervoersoptie, waarbij we de nadruk leggen op de vrijheid van mensen om hun verplaatsingsbehoeften in te vullen.

Om ketenmobiliteit aantrekkelijk te maken moeten we zorgen dat het overstappen zo snel en makkelijk mogelijk gaat en op zowel gemak als reistijd kan concurreren met de auto. Daarbij is het belangrijk dat we voorzien in een overzichtelijk aanbod van reismogelijkheden. Hiervoor benutten we ontwikkelingen als Mobility-as-a-service (MaaS), waarbij het plannen, boeken en betalen van al het mogelijke vervoer gebeurt via speciaal daarvoor ontwikkelde apps. Deze ontwikkeling stuit ook aan bij de trend van bezit naar gebruik. Om te zorgen voor een naadloze overstap is het van belang dat de verschillende vervoersmodaliteiten toegankelijk, beschikbaar en flexibel zijn goed op elkaar aansluiten en voorzien in een uitstekende dienstverlening.

114

Daarnaast versterken we, zoals gesteld in de strategie ‘Gebruik van publieke mobiliteit stimuleren’, de bestaande metro­ stations en transformeren deze tot volwaardige mobiliteitsknooppunten. Hierbij voorzien we verbeteringen van de fietsinfrastructuur en -voorzieningen, P+R-faciliteiten en naadloze aansluitingen tussen de verschillende modaliteiten. We hanteren een acceptabele loopafstand van 400 meter tot de metro en een acceptabele fietsafstand van 1 kilometer. Acties Bij deze strategie zijn geen concrete acties te formuleren. Bestaande metrohaltes versterken en verder uitbouwen tot belangrijke vervoerspunten’ uit de strategie ‘Gebruik van publieke mobiliteit stimuleren’ sluit goed aan bij deze strategie. Door als gemeente hierop in te zetten, wordt een bijdrage geleverd aan geïntegreerd systeem waar de verschillende vervoerswijzen naadloos op elkaar aansluiten. Daarnaast willen we als gemeente op de hoogte blijven van ontwikkel­ ingen rondom MaaS.

De gemeente heeft vooral een regisserende en faciliterende functie om diverse modaliteiten binnen de gemeentegrenzen de ruimte te bieden om zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten, het vervoersnetwerk te versterken en de vervoerwaarde in de keten te doen toenemen. Een concreet voorbeeld van onze rol zijn de onthaalpoorten van het Buytenland van Rhoon. De ambitie is om de toekomstige onthaalpoorten van het Buytenland van Rhoon met het openbaar vervoer te ontsluiten en de overstap op andere vormen van (deel)­ mobiliteit mogelijk te maken. De gemeente Albrandswaard zet zich hiervoor in.

Strategisch plan duurzame mobiliteit 3.4.7 STRATEGIE E: VERSCHONEN VAN HET VERVOER (ZOWEL PERSONEN ALS GOEDEREN) Inleiding In de voorgaande strategieën hebben we ingezet op het voorkomen van verplaatsingen en het gebruik van duurzame modaliteiten in het geval verplaatsingen toch nodig zijn. Als laatste wordt ingegaan op, geheel in lijn met het principe van de Trias Mobilica, het verschonen van ons vervoer. Huidige situatie Het merendeel van de voertuigen binnen Albrandswaard rijdt nog op fossiele brandstoffen. De verbranding van fossiele brandstoffen veroorzaakt uitstoot van C02, stikstof en fijnstof. Albrandswaard is gezien zijn ligging van oudsher meer gericht op de auto dan onze buurgemeenten. Er is een flinke uitgaande verkeersstroom in de ochtendspits voor werkgelegenheid die erg afhankelijk is van de auto. Daarom dient de gemeente zich ook in te zetten op het stimuleren en faciliteren van efficiënte en schone voertuigen.

Elektrisch personenvervoer Om elektrisch rijden te stimuleren wordt ingezet op het faciliteren van voldoende laadpalen. Dit doen we niet alleen op aanvraag, maar juist ook proactief. Daarnaast is het proces om een laadpaal aan te vragen versimpeld en is een laadvisie opgesteld. De groei van het aantal laadpalen staat in de gemeente, net als in andere gemeenten in Nederland, wel onder druk aangezien er nu ook knelpunten zijn op het laagspanningsnet, de stroomvoorziening op wijkniveau.

In 2021 is de Laadvisie Albrandswaard vastgesteld waarin is ingezet op het realiseren van voldoende laadvoorzieningen waarbij niet alleen vraaggestuurd laadinfrastructuur wordt geplaatst maar ook proactief. Het doel is om te voorzien in een dekkend regulier laadnetwerk. In de laadvisie is beschreven hoe gemeente Albrandswaard zich inzet om een bijdrage te leveren aan de versnelling van de transitie naar elektrisch vervoer. Binnen deze ambitie loopt de gemeente nu voorop op de prognose die destijds opgenomen is. In de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid 2021-2025 hebben we het doel gesteld om de C02-uitstoot van mobiliteit in 2026 met 30% te laten dalen ten opzichte van 2016.

Goederenlogistiek Naast het verduurzamen van personenvervoer, wordt er ook ingezet op het verduurzamen van de goederenlogistiek binnen Albrandswaard. De gemeente is gezien de ligging nabij de A15 en gelegen nabij Rotterdam een gewilde gemeente voor bedrijven om zich te vestigen. Momenteel zijn er geen beperk­ ingen voor bezorgdiensten en goederentransport. We willen de komende jaren onderzoek gaan doen hoe we hiermee om gaan. Er wordt onderzocht hoe binnen de metropoolregio MRDH bijvoorbeeld de ZE-zones worden toegepast. Daarnaast onderzoeken we de toepassing van stadsdistributiecentra. Stadsdistributiecentra, ook wel bekend als stadslogistieke hubs, zijn hubs aan de randen van een grote kern waar vracht­ wagens goederen afleveren waarna kleinere en emissieloze voertuigen deze goederen afleveren bij de desbetreffende winkels. Voor de kern heeft dit veel voordelen: minder C02-uitstoot in de kern, minder vrachtwagens in de kern, hogere verkeersveiligheid en minder ruimtebeslag. Het stimuleren van de lokale economie waarbij producten direct van producent naar consument gaan zonder tussenpersonen of lange transportketens kan ook een substantiële bijdrage leveren aan het verduurzamen van de goederenlogistiek.

Strategie De transitie naar zero-emissie vervoer – waaronder elektrisch vervoer (EV) – staat hoog op onze agenda. Het steven is om de uitstoot te minimaliseren. Na 2026 wordt verder gegaan met het verminderen van de C02-uitstoot. Als doel wordt gesteld om in 2030 de C02-uitstoot van mobiliteit te laten dalen met 55% ten opzichte van 1999. Concreet richten we ons op het stimuleren van elektrische personenvervoer, stimuleren van duurzame goederenlogistiek en duurzaam openbaar vervoer.

Openbaar vervoer De metro rijdt reeds op groene stroom. Voor bussen ligt er een landelijk Bestuursakkoord Zero Emissie. Daarin hebben pro­vincies afgesproken dat alle bussen vanaf 2025 geen uitstoot meer hebben en vanaf 2030 moeten alle bestaande bussen ook zero-emissie zijn. De huidige bussenvloot van RET bestaat al voor een groot deel uit elektrische bussen. De bussen die in Albrandswaard worden ingezet zijn hybride. De buurbussen rijden (nog) op diesel.

Acties E1 Laadvisie actualiseren De laadvisie wordt geactualiseerd, hierin worden de laatste kansen maar ook uitdagingen meegenomen. Kansen zijn bijvoorbeeld de mogelijkheden voor bidirectioneel laden. Uitdagingen zijn de knelpunten op het laagspanningsnet. In de huidige Laadvisie zijn e-bikes en e-scooters buiten de scope gelaten. Bij de actualisatie wordt het toevoegen daarvan heroverwogen. Daarnaast geven we aandacht aan de laadvraag op en rondom bedrijven­terreinen. Vanuit de Regionale Agenda Laadinfrastructuur wordt hiervoor gewerkt aan een toekomstige visie. Dit wordt meegenomen in de actualisatie van de laadvisie. E2 Verkennen toepassingen ZE-zones en stadslogistieke hubs We onderzoeken de toepassing van ZE-zones en stads­ logistieke hubs. De toepassing van ZE-zones wordt onderzocht binnen de regio MRDH. De gemeente Albrandswaard is momenteel onderdeel van een werkgroep die hier een handreiking voor ontwikkelt. E3 Onze eigen mobiliteit verduurzamen In het kader van ‘goed voorbeeld, doet volgen’ zetten we in op verduurzaming van het eigen wagenpark. Dit doen we door de huidige voertuigen, die gebruikt worden voor dagelijkse werkzaamheden binnen de gemeente, gefaseerd te vervangen door elektrische/hybride voertuigen. Ook streven we ernaar dat het personeel zo duurzaam mogelijk reist. Voor onze werknemers stellen we specifiek beleid op.

115

Strategisch plan duurzame mobiliteit 3.4.8 STRATEGIE F: DUURZAAM REISGEDRAG STIMULEREN E4 Concessie laadinfrastructuur De huidige concessie voor laadinfrastructuur in de openbare ruimte loopt eind 2025 af. Via de Samenwerkende gemeenten Zuid-Holland (SGZH)* dient gekeken te worden naar het vervolg inclusief bijbehorende concessie, passend bij de huidige ontwikkelingen en tijdsgeest. *De gemeenten Rotterdam, Albrandswaard, Barendrecht, Bodegraven-Reeuwijk, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Gorinchem, Gouda, Hellevoetsluis, Hoeksche Waard, Kaag en Braassem, Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, MiddenDelfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Voorschoten, Waddinxveen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer en Zuidplas werken samen aan de uitbreiding van het openbaar laadnetwerk in de regio. Inwoners van deze gemeenten kunnen via dit aanvraagportaal een laadpaal aanvragen.

116

Intro Om mensen duurzamer te laten reizen dienen er niet alleen maatregelen genomen te worden in de hardware van vervoerssystemen, maar ook in de software. Centraal staat hierbij het teweegbrengen van een gedragsverandering. Gedrag kan op verschillende manieren beïnvloed worden. Een deel van de gedragsverandering begint bij het besef dat het anders kan en anders moet. Als het besef doordringt dat de vervoerskeuze weldegelijk een positieve bijdrage kan leveren aan de klimaatopgave, kan dit de keuze van vervoerskeuze beïnvloeden. Een ander deel van gedragsverandering vindt plaats zodra het alternatief aantrekkelijker wordt (kortere reistijd, goedkopere reis). Strategie Als gemeente willen we allereerst mensen prikkelen ander gedrag te overwegen. Dit door zowel intrinsieke als extrinsieke motivatoren. Vervolgens willen we proberen die gedragsverandering te bestendigen c.q. structureel te maken. Hierbij wordt ingezet op compelling events. Denk daarbij aan verhuiz­ ingen (zowel privé als bedrijfsmatig) of andere veranderingen waardoor opnieuw naar de reis en/of het reisgedrag gekeken moet worden. Dit kan zeker bij nieuwbouwontwikkelingen zowel in woningbouw als bedrijven een moment zijn om aan te grijpen om duurzaam en anders reisgedrag te stimuleren

Er worden een aantal (zachte) maatregelen uitgewerkt die de gemeente hanteert om duurzaam reisgedrag te stimuleren: sensibilisering door verstrekken van informatie, promotie van duurzame vervoerswijzen, en werkgeversaanpak. Deze maatregelen zijn tegelijkertijd de acties behorende bij deze strategie: F1 Sensibilisering door verstrekken van informatie omtrent duurzaam reisgedrag: Aandacht vragen voor en informatie te geven over alter­natieve en duurzame vervoerwijzen is de eerste stap. Hierdoor wordt de noodzaak bespreekbaar gemaakt en worden mensen gemotiveerd hun reisgedrag te veranderen. F2 Promotie van duurzame vervoerswijzen: Duurzame vervoerswijzen, zoals het openbaar vervoer, moeten gestimuleerd worden met campagnes en marketing. Dit doen we in samenwerking met de MRDH, vervoers­bedrijven en werkgevers. Denk hierbij ook aan het inzetten van bewust­wordingscampagnes die zich niet alleen richten op het vergroten van bewustzijn, maar ook op het stimuleren van gedrag, preventie en naleving van verkeersregels. F3 Werkgeversaanpak stimuleren: Bedrijven kunnen hun mobiliteitsbeleid zo inrichten dat het kiezen van duurzame vervoersopties gestimuleerd wordt. Dit is bekend onder de noemer werkgeversaanpak. Dit kunnen werkgevers bijvoorbeeld doen door het aanbieden van een fiscaal vriendelijke fiets/e-bike of het vergoeden van carpoolen.

De gemeente kan bedrijven stimuleren om duurzaam mobiliteitsbeleid op te stellen.

Strategisch plan duurzame mobiliteit 3.4.9 STRATEGIE G: INZETTEN OP SMART MOBILITY Intro Smart Mobility is volgens het CROW een verzamelnaam voor alle vormen van datagedreven en geautomatiseerde systemen, producten en diensten binnen het beleidsveld van mobiliteit en bereikbaarheid. Op het gebied van smart mobility zijn veel ontwikkelingen, waaronder MaaS, autonome mobiliteit, drones, intelligente wegen en verkeerslichten. In strategie D is reeds ingegaan op de mogelijkheden van MaaS, waardoor er in deze strategie aandacht wordt besteed aan de overige ont­wikkelingen binnen het kader van Smart Mobility. Huidige situatie In de Strategische Agenda 2023-2026 van de MRDH wordt aangegeven dat het toepassen van innovaties die het regionale mobiliteitssysteem verbeteren en vernieuwen gestimuleerd wordt. De MRDH is kennismakelaar en subsidieverlener voor het toepassen van innovaties en nieuwe technologieën. Weg­beheerders, waaronder de gemeente Albrandswaard, voeren de toepassingen uit en ook andere partijen zoals de vervoersmaatschappijen realiseren innovatieprojecten.

Daarnaast wordt samen met de provincie gekeken naar aanpassingen aan de infrastructuur, zoals een slim verkeersregelsysteem en een slim verkeersveiligheidssysteem. Een slim verkeersregelsysteem bestaat uit verkeerslichten die zich aanpassen aan de daadwerkelijke verkeersdrukte. Hierdoor wordt file verminderd en de doorstroming bevorderd. Een slim verkeersveiligheidssysteem bestaat uit slimme camera’s die helpen de veiligheid op de wegen te verbeteren. Al deze camera’s en sensoren geven waardevolle informatie over mobiliteitspatronen en verkeerstromen. Op basis daarvan kunnen er datagedreven beleidsbeslissingen genomen worden. Ook liggen er kansen bij de werkgeversaanpak. Bedrijven kunnen hun mobiliteitsbeleid zo inrichten dat het kiezen van duurzame vervoersopties gestimuleerd wordt. Dit kunnen ze bijvoorbeeld doen door thuiswerken (nog verder) te stimuleren, het aanbieden van fiscaal vriendelijke regeling ter stimulering van de fiets of e-bike, stimuleren van het openbaar vervoer met een goede last-mile verbinding en samen reizen/ carpoolen. Als gemeente kunnen we bedrijven faciliteren en stimuleren duurzaam mobiliteitsbeleid op te stellen waar zowel Albrandswaard als bedrijven profijt van hebben.

Strategie Binnen het verband van de MRDH volgt de gemeente Albrandswaard de ontwikkelingen op het gebied van smart mobility. Voor een aantal ontwikkelingen zoals drones en autonome mobiliteit geldt dat deze nog in de kinderschoenen staan. Om drones en autonome mobiliteit daadwerkelijk onderdeel uit te laten maken van het mobiliteitssysteem moet er nog veel beleid en regelgeving gemaakt worden. Ook moet gekeken worden naar de veiligheid en betrouwbaarheid van deze vervoersmodaliteiten. In samenwerking met de MRDH, technologiebedrijven en vervoersaanbieders kan er wel gekeken worden naar het opzetten van een pilotproject autonoom vervoer. Bijvoorbeeld een autonome shuttle op één van de bedrijventerreinen.

Acties G1 Pilotproject autonome mobiliteit We staan open voor een pilotproject autonome mobiliteit. Hierbij wordt de samenwerking met de MRDH opgezocht, het bedrijfsleven, havenbedrijf Rotterdam, technologiebedrijven en kennisinstellingen. Het initiatief hiervoor ligt bij de gemeente. G2 Kennis opdoen en op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van Smart Mobility Om Smart Mobility ook daadwerkelijk te kunnen integreren in het mobiliteitssysteem moeten we op de hoogte blijven van recente ontwikkelingen en kennis daarover verzamelen. G3 Slim verkeerssysteem toepassen Op een aantal filegevoelige trajecten sturen we op een slim verkeersregelsysteem en op een aantal gevaarlijke verkeers­ locaties sturen we op een slim verkeersveiligheidssysteem. G4 Inzetten op een innovatieve werkgeversaanpak In samenwerking met Zuid-Holland Bereikbaar wordt actief ingezet op een innovatieve werkgeversaanpak in de gemeente Albrandswaard, gericht op duurzame mobiliteit. Dit initiatief vindt plaats vanuit het gebiedsteam Rotterdam en omgeving, waarin de gemeente Albrandswaard een actieve rol speelt. Door de samenwerking met het bedrijfsleven worden concrete stappen genomen om het woon-werkverkeer te verduurzamen.

Deze aanpak omvat het allereerst inzichtelijk maken van de vraag naar mobiliteit en op basis daarvan maatregelen die als doel hebben het stimuleren van fietsgebruik en het OV het faciliteren van thuiswerken en het aanbieden van aantrekkelijke last-mile oplossingen. Daarnaast worden werkgevers voorzien van advies en middelen om mobiliteitsplannen op te stellen die bijdragen aan bedrijfsdoelstellingen maar ook de verplichte rapportage­ plicht werk gebonden personenmobiliteit, welke per 1 juli 2024 verplicht is voor 100+ werkgevers. Albrandswaard levert een financiële bijdrage, waarmee Zuid-Holland Bereikbaar kan bijdragen aan efficiënter en duurzamer reizen vanuit de regio van en naar Albrandswaard.

AFBEELDING 17 | BRON: DASZOGEFIETST.NL 117

Strategisch plan duurzame mobiliteit 3.4.10 STRATEGISCHE ACTIES PER GEBIEDSPROFIEL De gemeente Albrandswaard kan opgedeeld worden in zeven gebieden. Van deze gebieden zijn gebiedsprofielen gemaakt waarin in één opslag duidelijk wordt welke kenmerken het gebied heeft. Op basis van de specifieke gebiedskenmerken is gekeken naar de koppeling tussen de strategische acties en het gebiedsprofiel. Hieronder wordt per wijk de koppeling gelegd met een actie van de desbetreffende strategie A-G. Gemeentebreed zijn de volgende acties van toepassing: • A2 Thuiswerk stimuleren • B2 Zorgen voor voldoende fietsparkeren • B3 Fiets- en wandelnetwerk (utilitair en recreatief) versterken • B4 Uitvoeringsprogramma fiets • B5 Verkeersveiligheid verbeteren • B6 Ontwikkelen loopbeleid • C2 Openbaar vervoer versterken en stimuleren • C3 Kansen voor deelmobiliteit verder uitrollen • E4 Concessie laadinfrastructuur • E1 Laadvisie actualiseren • F1 Sensibilisering door verstrekken van informatie omtrent duurzaam reisgedrag • F2 Promotie van duurzame vervoerswijzen • F3 Werkgeversaanpak stimuleren • G2 Kennis opdoen en op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van Smart Mobility • G4 Inzetten op een innovatie werkgeversaanpak

118

Wijk 1 Poortugaal – Noord In dit gebied zetten we in op de volgende acties: • A1 Sturen op bouwen nabij voorzieningen en metrohaltes • B1 Bij (her)inrichting lopen en fietsen, daarna naar de overige vervoerswijzen • C1 Bestaande metrohaltes versterken en verder uitbouwen tot belangrijke vervoerspunten • E2 Verkennen toepassingen ZE-zones en stadslogistieke hubs • G3 Slim verkeerssysteem toepassen Wijk 2 Rhoon – Noord In dit gebied zetten we in op de volgende acties: • A1 Sturen op bouwen nabij voorzieningen en metrohaltes • B1 Bij (her)inrichting lopen en fietsen, daarna naar de overige vervoerswijzen • C1 Bestaande metrohaltes versterken en verder uitbouwen tot belangrijke vervoerspunten • E2 Verkennen toepassingen ZE-zones en stadslogistieke hubs • E3 Onze eigen mobiliteit verduurzamen • G3 Slim verkeerssysteem toepassen Wijk 3 Poortugaal - Zuid In dit gebied zetten we in op de volgende acties: • A1 Sturen op bouwen nabij voorzieningen en metrohaltes • B1 Bij (her)inrichting lopen en fietsen, daarna naar de overige vervoerswijzen • C1 Bestaande metrohaltes versterken en verder uitbouwen tot belangrijke vervoerspunten • E2 Verkennen toepassingen ZE-zones en stadslogistieke hubs • G3 Slim verkeerssysteem toepassen

Wijk 4 Rhoon- Zuid In dit gebied zetten we in op de volgende acties: • A1 Sturen op bouwen nabij voorzieningen en metrohaltes) • B1 Bij (her)inrichting lopen en fietsen, daarna naar de overige vervoerswijzen • C1 Bestaande metrohaltes versterken en verder uitbouwen tot belangrijke vervoerspunten • E2 Verkennen toepassingen ZE-zones en stadslogistieke hubs • G3 Slim verkeerssysteem toepassen Wijk 5 Buitengebied Albrandswaard In dit gebied zetten we in op de volgende acties: • B3 Fiets- en wandelnetwerk (utilitair en recreatief) versterken • G1 Pilotproject autonome mobiliteit Wijk 6 Portland In dit gebied zetten we in op de volgende acties: • B1 Bij (her)inrichting lopen en fietsen, daarna naar de overige vervoerswijzen Wijk 7 Rotterdam - Albrandswaard In dit gebied zetten we in op de volgende acties: • G1 Pilotproject autonome mobiliteit

34 strategisch plan duurzame mobiliteit

Strategisch plan duurzame mobiliteit 3.4.1 INLEIDING

3.4.2 STRATEGIEËN EN ACTIES

In een tijd waarin gemeenten worden geconfronteerd met uitdagingen zoals verkeerscongestie, luchtvervuiling en klimaatverandering is er ook toenemende urgentie voor duurzame mobiliteit. Als Albrandswaard streven we naar het creëren van een toekomst waarin mobiliteit niet alleen efficiënt en effectief is, maar ook milieuvriendelijk en gezond. Daarnaast ambiëren we een (inclusief) mobiliteitssysteem dat voldoet aan de behoeften van vandaag, maar ook bestand is voor de uitdagingen van morgen.

Onder ambities hangen verschillende doelen, zoals het verminderen van de afhankelijkheid van de auto, het autogebruik verlagen, verkeersveiligheid en leefbaarheid verbeteren en de C02-uitstoot verlagen. Om dit te bereiken is het noodzakelijk om een aantal strategieën met bijbehorende acties te formuleren en uit te voeren. De relatie tussen ambitie, doelen, strategieën en acties is uitgewerkt in onderstaande figuur (figuur 14).

In dit plan bepalen we de koers naar een toekomst waarin duurzame mobiliteit niet alleen een ambitie is, maar een alledaagse realiteit voor inwoners, bedrijven en instellingen. Deze koers vormt ook de basis voor hoe we adviseren op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan geeft handvatten om de verplaatsingsbehoefte te verminderen, te veranderen en te verduurzamen. Samen kunnen we een verschil maken en een leef-, verblijfs- en werkomgeving creëren die gezonder, groener en leefbaarder is.

• Wat is de ambitie? Komen tot duurzamere en toekomstbestendige mobiliteit. • Welke doelen hangen onder de ambitie? Verkeersveiligheid, verminderen afhankelijkheid auto, autogebruik verlagen, C02-uitstoot verlagen, leefbaarheid (zie 03.5 Onze ambities). • Met welke strategieën gaan we onze ambities en doelen bereiken? • Welke acties ondernemen we om de strategie uit te voeren?

Visie

Wat is onze ambitie?

Komen tot duurzamere en toekomstbestendige mobiliteit Goals

Welke doelen hangen onder onze ambitie

• Verminderen afhankelijkheid auto • Autogebruik verlagen • Verkeersveiligheid en leefbaarheid verbeteren • CO2-uitstoot verlagen

Strategieën

Hoe gaan we onze ambitie en doelen bereiken?

Strategie A - G Acties

Welke acties vallen er onder onze strategieën?

FIGUUR 14 | RELATIE AMBITIE, DOELEN, STRATEGIEËN EN ACTIES (BRON: JUUST) 108

Strategisch plan duurzame mobiliteit Ambitie en doelen Het verminderen van de afhankelijkheid van en het gebruik van de auto verdient specifieke aandacht, aangezien hier de veel winst te behalen valt om duurzamere en toekomstbestendige mobiliteit te realiseren. Uit de Staat van Albrandswaard is gebleken dat de gemeente een hoog autobezit kent en een groot aantal inwoners daar afhankelijk van is forensenverkeer. Daar proactief op kunnen sturen is niet vanzelfsprekend. Het is immers erg uitdagend om actief invloed uit te oefenen op het auto­- gebruik, omdat het grotendeels afhangt van individuele keuzes. Echter, kan het autogebruik wel beïnvloed worden door het bevorderen van alternatieve vervoersmiddelen, zoals het openbaar vervoer, fietsen en wandelen en door het aanbieden van infrastructuur die deze alternatieven ondersteunt. Als er goede alternatieven beschikbaar zijn dan neemt de sterke afhankelijkheid van de auto af. Dit kan er toe leiden dat de aanschaf van bijvoorbeeld tweede of derde auto’s zal afnemen. De gemeente Albrandswaard zet proactief in op het stimuleren van duurzame mobiliteitsvormen om ervoor te zorgen dat deze een robuust alternatief zijn voor ‘de auto’. De gemeente heeft hierin een gecombineerde rol. Op sommige onderdelen een trekkersrol en op onderdelen een meer volgende c.q. regierol.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3740/documents/33275