Rekenkamerrapport - Armoede en ongelijkheid - Gemeente Alblasserdam.pdf
Tekst van het document
2.3.3
Het Brughuis vervult een belangrijke rol in het behalen van de doelen
Het Brughuis is een centrale, fysieke plek waarbinnen de samenwerking in het sociaal domein is georganiseerd. Het college wil dan ook graag investeren in het Brughuis en de bekendheid ervan vergroten.19 Er wordt ingezet op de bekendheid van het Brughuis als plek waar inwoners ondersteuning kunnen krijgen en op het verbeteren van het bereik van de ondersteuning. Het college wil daarvoor ‘niet-systeemdenken’ stimuleren: de partners van de gemeente, bijvoorbeeld die in het Brughuis, moeten de ruimte voelen om, ook buiten het systeem, creatieve oplossingen te vinden. Ook wil het college investeren in de samenwerking tussen partners in het Brughuis en partners daarbuiten. Het doel is dat partners niet alleen beleid uitvoeren, maar een “min of meer natuurlijk verlengstuk zijn van de zaken die regionaal worden opgepakt”.20 Verdere speerpunten voor het Brughuis zijn preventie, het bevorderen van financieel bewustzijn en de zelfredzaamheid van 18+ jongeren. In hoofdstuk 3 wordt de rol van het Brughuis in de uitvoering van het armoedebeleid verder toegelicht. Alblasserdam in vergelijkend perspectief: een centrale toegang Het inrichten van een centrale toegang voor het sociaal domein heeft niet alleen praktische gevolgen in de uitvoering, maar is een fundamentele beleidsmatige keuze.
Veel gemeenten willen met een centrale toegang meer integraal kunnen werken in het sociaal domein: de inwoner kan naar één plek toe voor hulp op diverse vlakken. In gemeenten waar geen centrale toegang is ingericht, zoals in Assen, moeten inwoners langs meerdere instanties om gebruik te maken van alle regelingen waar ze recht op hebben. In de gemeente Venray is een centrale toegang momenteel in ontwikkeling. De gemeente Hoorn werkt al langer met een volledig integrale toegang, genaamd 1.Hoorn. Zowel WMO, jeugd en armoede zijn hier ondergebracht. De gemeente Maastricht heeft de centrale toegang juist bewust ontvlochten en gaat daarmee tegen de landelijke trend in. Om daadwerkelijk integraal te kunnen werken is er meer nodig dan alleen een fysieke plek waar partners samenkomen. Goede interne samenwerking en duidelijke casusregie zijn basisvoorwaarden voor een succesvolle multidisciplinaire aanpak.
2.4
Regelingen om armoede tegen te gaan
Kernbevinding: Net als andere gemeenten biedt Alblasserdam een veelheid aan regelingen om armoede tegen te gaan. Alblasserdam hanteert grotendeels dezelfde regelingen als andere gemeenten in de regio en maakt gebruik van vergelijkbare inkomensnormen en voorwaarden. 17 Gemeente Alblasserdam, 2022, Coalitieakkoord 2022-2026, p.7 18 Gemeente Alblasserdam, 2023, Collegeprogramma 2022-2026, p.3 19 Gemeente Alblasserdam, 2023, Collegeprogramma 2022-2026, p.3 20 Gemeente Alblasserdam, 2023, Collegeprogramma 2022-2026, p. 9
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 30.
Minimaregelingen zijn in het leven geroepen om inwoners met een laag inkomen of weinig middelen extra te ondersteunen. Dit kan zijn in de vorm van een financiële ondersteuning, kwijtscheldingen, sociale activiteiten en bijvoorbeeld een sportbudget. In Alblasserdam zijn een groot aantal regelingen beschikbaar, aanvullend op de voorzieningen vanuit de Participatiewet en WMO. Deze maatregelen worden grotendeels door de SDD uitgevoerd. Per regeling wordt een percentage van het wettelijk sociaal minimum (en soms een vermogensgrens) gehanteerd: inwoners mogen maximaal deze inkomsten of dit vermogen hebben om in aanmerking te komen voor de regeling. In onderstaande tabel wordt kort een toelichting gegeven op deze regelingen: Regeling
Norm (percentage wettelijk sociaal minimum) en voorwaarden
Toelichting
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
100%
Inwoners van Alblasserdam kunnen een kwijtschelding krijgen van de onroerendezaakbelasting, hondenbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Inwoners dienen hun aanvraag in bij belastingsamenwerking SVHW.
Collectieve (aanvullende) zorgverzekering
130 %
Inwoners kunnen gebruik maken van een collectieve zorgverzekering tegen een relatief lage premie. Het doel van deze gemeentepolis is om te voorkomen dat financieel kwetsbare inwoners die zorg nodig hebben plotseling geconfronteerd worden met hoge kosten. De gemeente betaalt (via de SDD) mee aan de premie. Het eigen risico kan ook worden meeverzekerd.
Individuele bijzondere bijstand
110% en vermogensgrens
Voor bijzondere en noodzakelijke kosten wordt individuele bijzondere bijstand verstrekt voor inwoners met een laag inkomen en weinig vermogen. Het gaat bijvoorbeeld om kosten voor rechtsbijstand, huishoudelijke apparaten, medische kosten en kosten voor een noodzakelijke verhuizing. De SDD voert de bijzondere bijstand uit.
Persoonlijk minimabudget (PMB)
120%, langer dan 1 jaar.
Het PMB kan één keer per jaar worden aangevraagd door inwoners die geen zicht hebben op inkomensverbetering. Het PMB is vrij te besteden, bijvoorbeeld aan zaken waarvoor inwoners met een uitkering niet kunnen sparen. De hoogte van het PMB is 45% van de bijstandsnorm. Huishoudens met thuiswonende kinderen tussen de 13 en 17 jaar ontvangen €100 netto extra. Alblasserdam heeft daarmee – samen met Hendrik-Ido-Ambacht - het hoogste
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 31.
bedrag voor PMB in de Drechtsteden. De SDD voert de regeling uit. Ik-doe-mee-premie
110% en vermogensgrens
Reiskostenvergoeding
110%
De premie, ook wel de vrijwilligersbonus, is een jaarlijkse vergoeding van maximaal €250 aan inwoners die tenminste zes maanden per jaar minimaal vier uur per week vrijwilligerswerk verrichten. De SDD voert de regeling uit. Inwoners die als onderdeel van een reintegratietraject weer gaan werken kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming in de reiskosten voor woon-werkverkeer.
Regelingen voor (ouders van) kinderen Tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang en peuterspeelzaal
120%
Ouders die kinderopvangtoeslag ontvangen komen in aanmerking voor de eigen bijdrage aan de kinderopvang, via de SDD. Voor de eigen bijdrage aan de peuterspeelzaal is een tegemoetkoming vanuit de bijzondere bijstand beschikbaar.
SMS-kinderfonds (School, Muziek, Sport)
140%
Vanuit het SMS-kinderfonds worden de kosten voor sportclubs, muziekles of lidmaatschap van een vereniging (deels) vergoed. Ouders van kinderen tussen de 4 en 18 jaar kunnen hier aanspraak op maken. Voor een kind op het basis onderwijs is jaarlijks €300 beschikbaar, voor een kind op het voortgezet onderwijs is dit €790. Stichting Leergeld Drechtsteden voert de regeling uit.
Tabel 2. Minimaregelingen in Alblasserdam
2.4.1
Tijdelijke regelingen
In 2022 en 2023 konden inwoners van Alblasserdam aanspraak maken op de energietoeslag. Voor inwoners met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum bedroeg de toeslag €1000, voor inwoners met een inkomen tussen de 120% en 130% van het wettelijk sociaal minimum was dit €645. In aanvulling op de energietoeslag kregen de ontvangers daarvan een cadeaukaart ter waarde van €500 voor de aanschaf van een energiezuinige wasmachine, koelkast, vriezer of vaatwasser. Er zijn 466 cadeaukaarten gebruikt.21
21Gemeente Alblasserdam, Raadsinformatiebrief afronding plan van aanpak Energiearmoede, 2024
https://raad.alblasserdam.nl/Documenten/RIB-afronding-pva-energiearmoede-2.pdf
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 32.
Alblasserdam in vergelijkend perspectief: wie komt in aanmerking voor de regelingen? Gemeenten kiezen zelf welke inwoners in aanmerking komen voor de minimaregelingen, door de variëren in de inkomensgrenzen. In Alblasserdam varieert de inkomensgrens per regeling: van 110% voor de individuele bijzondere bijstand tot 120% voor het persoonlijk minimabudget en 140% voor het SMS-kinderfonds. De gemeente Amsterdam kiest er bijvoorbeeld voor om minimaregelingen toe te kennen aan inwoners met een inkomen tot 150% van het wsm. De gemeente Venray hanteert voor veel regelingen een grens van 130%. In de gemeente Maastricht wordt een relatief strenge inkomensnorm van 110% gehanteerd. Het vergroten of verkleinen van het bereik van minimaregelingen door de inkomensgrenzen te verhogen of verlagen kan worden gezien als een politieke keuze om te sturen op (de betaalbaarheid van) het armoedebeleid.
2.5
Aanvulling op gemeentelijke regelingen
Kernbevinding: In Alblasserdam zijn verscheidene maatschappelijke organisaties en initiatieven actief die inwoners ondersteuning bieden, in aanvulling op de gemeentelijke regelingen. De ondersteuning van maatschappelijke organisaties varieert van directe financiële hulp tot alledaagse ondersteuning. Naast de ondersteuning vanuit de gemeente leveren maatschappelijke organisaties een bijdrage aan het tegengaan van armoede en het ondersteunen van mensen in armoede. Deze organisaties richten zich vaak op inwoners die net buitende de regelingen vallen of op praktische vlakken hulpvragen hebben. De organisaties zijn vaak grotendeels door vrijwilligers bemenst. De Voedselbank ondersteunt zo’n 125 gezinnen met wekelijkse pakketten voedsel om de boodschappen mee aan te vullen. Bij de Kledingbank kunnen inwoners – op vertoon van hun pas van de Voedselbank of op verwijzing van een andere hulporganisatie – kleding uitzoeken op basis van een strippenkaartsysteem. Schuldhulpmaatje Alblasserdam ondersteunt inwoners bij (beginnende of dreigende) schulden met als doel samen met de inwoner de geldzaken weer op orde te krijgen. Organisaties zoals Stichting Helpende Handen en HipHelpt bieden alledaagse ondersteuning. Initiatieven zoals Minimaatjes Alblasserdam en Quiet Drechtsteden faciliteren het sociaal contact tussen minima.
Ook op financieel vlak zijn er organisaties die aanvullende ondersteuning bieden. Stichting Urgente Noden Drechtsteden biedt drie vormen van ondersteuning: met een verkorte aanvraagprocedure kan leefgeld worden verstrekt om een acuut tekort bij primaire levensbehoeften te verhelpen (tot €100), een noodfonds voor eenmalige bijdragen in bijzondere omstandigheden en een sociaal leenfonds van waaruit een renteloze lening kan worden verstrekt om verdere schulden te voorkomen. Alleen hulpverleners, bijvoorbeeld vanuit de sociale basis, kunnen namens een inwoner aanspraak maken op deze ondersteuning. De Stichting Noodfonds Diaconaal Platform Alblasserdam biedt incidentele ondersteuning wanneer andere voorzieningen geen uitkomst bieden. De stichting verstrekt het bedrag (maximaal €1000) direct aan de crediteur.
2.6
Monitoring effect armoedebeleid
Kernbevinding: In Alblasserdam is geen structurele monitoring van het armoedebeleid ingericht. De gemeente heeft daardoor beperkt zicht op de voortgang op de eigen beleidsdoelen en het zicht op de activiteiten van ketenpartners en maatschappelijke organisaties is versnipperd. De wijze waarop monitoring en evaluatie op het vlak van armoede en ongelijkheid wordt ingevuld is niet opgenomen in het beleid. Er is dan ook geen structurele monitoring van het armoedebeleid ingericht in Alblasserdam. In gesprekken wordt bevestigd dat de monitoring op het gebied van armoede een ontwikkelpunt is. De gemeente heeft beperkt afspraken gemaakt met partners in de uitvoering over de gewenste verantwoordingsinformatie. De gemeente gaat daarom vooral uit van de monitoringsinformatie die ketenpartners en maatschappelijke organisaties zelf aandragen.
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 33.
De Sociale Dienst Drechtsteden publiceert jaarlijks een sociaal beeld en een jaarverslag. Dit is een belangrijke bron van monitoringsinformatie van het armoedebeleid in Alblasserdam. Naast de financiële verantwoording gaat de SDD in het jaarverslag ook in op het doelbereik. Het jaarverslag bevat bijvoorbeeld cijfers over het aantal inwoners dat in Alblasserdam bijzondere bestand heeft ontvangen of een beroep heeft gedaan op Stichting Urgente Noden en het SMS-kinderfonds. Daarnaast rapporteert de SDD over het bereik van tijdelijke regelingen. In gesprekken wordt aangegeven dat de monitoringsinformatie die de SDD aanbiedt niet altijd nuttig zijn in de lokale context van Alblasserdam. Sinds 2023 brengt het Brughuis een jaarlijkse monitor uit. De eerste verschijning van deze monitor (2023) gaat in op de vindbaarheid en toegankelijkheid van het Brughuis, het aanbod, doorverwijzingen en uitstroom en een financiële verantwoording.22 De intentie is om de Brughuismonitor uit te breiden met prestatie indicatoren (hierna: KPI’s) Alblasserdam in vergelijkend perspectief: doelen meetbaar maken met KPI’s De monitoring van het armoedebeleid in Alblasserdam is op dit moment beperkt ontwikkeld. Voor veel gemeenten is het lastig om bruikbare KPI’s op te stellen.
Een KPI als ‘het aantal mensen in armoede halveert’ is ongeschikt: er zijn immers vele factoren die invloed hebben op het aantal mensen in armoede, waar de gemeente niet op kan sturen. Een KPI waar gemeenten wel goed op kunnen sturen is bijvoorbeeld ‘het bereik van onze minimaregelingen ligt boven de 80%’. De gemeente Venray heeft een raadsmonitor ontwikkeld met indicatoren die de raad helpen om te sturen op het beleid. Deze monitor geeft bijvoorbeeld inzicht in de algemene in- en uitstroom in het sociaal domein, het aantal inwoners dat gebruik maakt van specifieke regelingen en de ontwikkeling ten opzichte van eerdere jaren of kwartalen.
Verschillende maatschappelijke partners leggen uit eigen beweging verantwoording af over hun activiteiten, bijvoorbeeld met een jaarverslag of financiële verantwoording. De vorm hiervan verschilt zeer tussen de maatschappelijke organisaties. De gemeente ziet het niet als doelmatig om uitgebreide verantwoordingsinformatie te vragen van maatschappelijke partners en hun inzet uitgebreid te monitoren, zeker aangezien een deel van deze maatschappelijke organisaties slechts een beperkte waarderingssubsidie ontvangt. Naast de informatie die de maatschappelijke organisaties zelf aanleveren houdt de gemeente op meer informele wijze zicht op de inzet van deze partners. In gesprekken tussen de gemeente en maatschappelijke organisaties komt bijvoorbeeld het aantal hulpvragen en doorverwijzingen aan bod. Daarnaast worden er incidentele onderzoeken en evaluaties uitgevoerd. Het onderzoekscentrum Drechtsteden heeft in 2022 bijvoorbeeld de monitor sociaal 2021 uitgebracht23. In de monitor worden inwoners gevraagd naar hun ervaring diverse onderwerpen in het sociaal domein, waaronder over financiële zelfredzaamheid. In 2024 heeft het Nibud in opdracht van de SDD een minimaeffectrapportage uitgevoerd, dat ingaat op de vrije bestedingsruimte van verschillende typen huishoudens.
Ook in 2024 ontving de raad een raadsinformatiebrief met een evaluatie van het convenant “aanpak tegen armoede” (zie paragraaf 3.1.3). De evaluatie beschrijft (grotendeels kwalitatief) de inzet van de gemeente, ketenpartners en maatschappelijke organisaties aan de hand van de thema’s preventie & vroegsignalering, participatie, ontmoeten en hulpverlening & ondersteuning.
22 Brughuis, Monitor Brughuis 1e halfjaar, 19 december 2023 23 Onderzoekscentrum Drechtsteden, Monitor Sociaal Alblasserdam, 2021
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 34.
3
Uitvoering armoedebeleid
Dit hoofdstuk gaat in op de vertaling van het beleid naar de uitvoering. We doorlopen daarvoor de stappen die een inwoner ook zou doorlopen in het zoeken en vinden van ondersteuning: preventie, signalering, toegang, toekenning. Daarnaast kijken we naar casusregie en doelbereik.
3.1
Samenwerking met maatschappelijke partners
Kernbevinding: De gemeente is voor de uitvoering van het armoedebeleid in grote mate afhankelijk van de samenwerkingspartners. Het Brughuis is de centrale toegang voor het sociaal domein en brengt verschillende samenwerkingspartners samen. De gemeente faciliteert maatschappelijke partners, bijvoorbeeld met waarderingssubsidies, maar ondersteunt hen beperkt.
3.1.1
Het Brughuis vervult een cruciale rol als centrale toegang en brengt organisaties samen
Alblasserdam heeft een centrale toegang voor het sociaal domein: het Brughuis. Het Brughuis is een centrale, fysieke plek waarbinnen de samenwerking in het sociaal domein is georganiseerd. Inwoners die in het Brughuis binnenkomen worden bij de balie te woord gestaan door een medewerker, die hen naar de juiste organisatie in het Brughuis doorstuurt. Het Brughuis wil een toegankelijke en laagdrempelige organisatie zijn voor alle Alblasserdammers met een hulpvraag.24 In de beschrijving van de opgave van het Brughuis wordt aangegeven dat er wordt ingezet op vroegsignalering en het integraal oppakken van vraagstukken. In het Brughuis werkt een aantal vaste partners samen vanuit het gehele sociaal domein. Vaste partners in het Brughuis zijn bijvoorbeeld de Stichting Welzijn Alblasserdam (dat het welzijnswerk uitvoert), de Sociale Basis (uitgevoerd door MEE Vivenz), maar ook het consultatiebureau en de jeugdteams van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Ook de SDD is in het Burghuis vertegenwoordigd. De partijen binnen het Brughuis werken samen met maatschappelijke organisaties, zoals bijvoorbeeld kerken en Schuldhulpmaatje. In het Brughuis zijn de samenwerkingspartners fysiek verzameld, waardoor deze partners elkaar op een laagdrempelige manier treffen. De partners in het Brughuis spreken elkaar wekelijks bij het aanmeldoverleg, waarin inhoudelijke casuïstiek wordt behandeld.
Daarnaast vinden er management overleggen plaats tussen de managers in het Brughuis.25 Het Brughuis vormt een belangrijke schakel in de samenwerking tussen de gemeente en partners. De gemeente ziet voor zichzelf een rol in het verbinden van de betrokken partijen uit zowel de zorg als het sociaal domein.26 Driemaal per jaar vindt er een bestuurlijk overleg plaats tussen de wethouder en het
24 Brughuis, Gezamenlijke opgave partners Brughuis, 2023-2025 25 Brughuis, Gezamenlijke opgave partners Brughuis, 2023-2025 26 Gemeente Alblasserdam, Coalitieakkoord 2022-2026, 2023
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 35.
Brughuis. Daarnaast wordt in het kader van subsidierelaties overleggen gevoerd tussen ambtenaren van de gemeente en managers van het Brughuis.
3.1.2
Ook maatschappelijke organisaties buiten het Brughuis spelen een belangrijke rol in het uitvoeren van het armoedebeleid
Naast de organisaties die in het Brughuis vertegenwoordigd zijn kent Alblasserdam verschillende andere organisaties en initiatieven die een bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede. In bijlage 3 is een tabel opgenomen met alle partners die (via gemeentelijke financiering of subsidie) actief zijn in de gemeente Alblasserdam. De gemeente heeft samenwerkingsovereenkomsten met verschillende maatschappelijke partners. Hieronder vallen bijvoorbeeld Schuldhulpmaatje, de Voedselbank, het Noodfonds Diaconaal Platform, stichting Quiet Drechtsteden en de Kledingbank.
3.1.3
De gemeente faciliteert maatschappelijke partners, maar ondersteunt hen beperkt
De gemeente faciliteert maatschappelijke organisaties op verschillende manieren. Een aantal organisaties ontvangt bijvoorbeeld een waarderingssubsidie. Sommige organisaties hebben een meer formele rol in de uitvoering, zoals Schuldhulpmaatje. Inwoners kunnen vanuit het Brughuis naar deze organisatie worden doorverwezen. De gemeente heeft met een aantal maatschappelijke partners accounthoudersgesprekken. De frequentie van deze gesprekken verschilt per partner, met enkele partners vinden deze gesprekken 10 keer per jaar plaats. De afgelopen jaren heeft de gemeente op verschillende manieren de samenwerking en het contact tussen de verschillende ketenpartners en maatschappelijke organisaties gefaciliteerd. In 2018 is het convenant “Aanpak tegen armoede” door de gemeente en 21 partijen ondertekend.27 Het hoofddoel van het convenant is om te voorkomen dat inwoners in Alblasserdam in armoede moeten leven en de armoedecirkel te doorbreken. Een verder doel van het convenant was om meer brede sturing te geven aan de samenwerking tussen alle betrokkenen in de uitvoering van het armoedebeleid.28 Om deze reden is ook de woningcorporatie aangesloten bij het convenant. In het convenant is opgenomen dat er gezamenlijk wordt gewerkt aan een plan waarin ketensamenwerking en kennisdeling centraal staan.
Het convenant heeft onder andere geleid tot het platform armoede, dat later het platform geldzaken is gaan heten. Dit platform is een zes wekelijks overleg tussen de gemeente, ketenpartners en diverse maatschappelijke organisaties gericht op het delen van ervaringen en nieuwe ontwikkelingen. Het convenant ging niet gepaard met concrete, meetbare doelstellingen. De gemeente ziet zelf beperkt mogelijkheden om verder op de samenwerking met de maatschappelijk partners te sturen en is terughoudend met het toepassen van regie richting de partners. De gemeente ziet dat de maatschappelijke organisaties intrinsiek gemotiveerd zijn om hun bijdrage te leveren aan het tegengaan van armoede en ziet verdere regie niet als noodzaak. Daarbij speelt ook dat er beperkte capaciteit binnen de gemeente is om sturing op samenwerkingspartners verder te ontwikkelen. Het armoedebeleid is binnen de gemeente belegd bij een beperkt aantal medewerkers, waardoor de aansturing ook kwetsbaar is. De afgelopen periode hebben er daarnaast een aantal personele wisselingen plaatsgevonden, waardoor de ontwikkelingen op het domein vertraging hebben opgelopen. De maatschappelijke partners zijn overwegend kritisch op het door de gemeente geïnitieerde platform geldzaken. Deelnemers geven aan dat de beoogde uitwisseling tussen de gemeente, ketenpartners en maatschappelijke organisaties maar beperkt tot stand komt.
De inhoud van het overleg blijft aan de 27 21 samenwerkingspartners, Convenant “Aanpak tegen armoede” Alblasserdam, 2018 28 Gemeente Alblasserdam, Raadsinformatiebrief Evaluatie Convenant “Aanpak tegen armoede” Alblasserdam, 15 maart 2024
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 36.
oppervlakte en levert de deelnemers weinig op. De deelnemers aan het platform hebben dan ook recent besloten om het overleg in de huidige vorm te beëindigen. Verder geven enkele organisaties aan dat de gemeente weinig gebruik maakt van het netwerk van de maatschappelijk partners. In reactie daarop nemen maatschappelijke organisaties zelf initiatieven om inwoners uit hun netwerk in contact te brengen met andere organisaties die ondersteuning kunnen bieden. Maatschappelijke organisaties geven aan dat het verder versterken van de onderlinge samenwerking kansen biedt om de bekendheid en het bereik van de regelingen te verbeteren.
Alblasserdam in vergelijkend perspectief: de samenwerking met partners Net als in veel andere gemeenten spelen maatschappelijke partners een belangrijke rol in de uitvoering van het armoedebeleid. De samenwerking van de gemeente met maatschappelijke partners en tussen de maatschappelijke organisaties onderling ziet er in elke gemeente anders uit. In sommige gemeenten hebben maatschappelijke organisaties amper contact met elkaar, in Alblasserdam weten de organisaties elkaar juist goed te vinden. Dit is, zoals in veel kleinere gemeenten, vaak erg persoonsafhankelijk. Daarmee bestaat het risico dat als één of twee belangrijke vrijwilligers stoppen, de ondersteuning voor inwoners minder wordt. In veel gemeenten hebben maatschappelijke organisaties behoefte aan meer regie van de gemeente. De gemeente Assen geeft hier gevolg aan door de inzet van een regisseur armoede en schulden, die een spilfunctie tussen de verschillende ketenpartners en maatschappelijke organisaties vervult.
3.2
Preventie
Kernbevinding: Preventie op het gebied van armoede en ongelijkheid kent meerdere vormen. De gemeente zet zich in om de beschikbare regelingen onder de aandacht te brengen en om de financiële geletterdheid van inwoners te ondersteunen. In het Brughuis dragen verschillende organisaties bij aan preventie, bijvoorbeeld in de vorm van sociaal raadslieden, thuisadministratie en budgetcursussen. Het beleid gaat beperkt in op de preventieve maatregelen die de gemeente onderneemt op het vlak van armoede en ongelijkheid. De gemeente doet echter meer dan wat direct in het beleid is vastgelegd. Zo brengt de gemeente op verschillende manieren de beschikbare regelingen onder aandacht van inwoners. De gemeente heeft bijvoorbeeld in 2020 en 2023 een geldzorgenkaart verspreid aan alle huishoudens. De kaart wordt ook verspreid bij het Brughuis en de Rederij. Daarnaast ontvangt elke jongere op zijn 18e verjaardag een kaart over de veranderingen in de financiële situatie waar hij rekening mee moet houden. Bepaalde doelgroepen worden ook direct benaderd: zo hebben inwoners die de energietoeslag ontvingen een brief gekregen over de beschikbare minimaregelingen. Ook ketenpartners hebben een rol in preventie vanuit het Brughuis. Als er binnen het Brughuis een inwoner komt die signalen afgeeft van financiële problematiek kan de inwoner op een laagdrempelige manier in het Brughuis geholpen worden.
Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door de sociale raadslieden en thuisadministratie. De vrijwillige sociaal raadslieden van Stichting Welzijn Alblasserdam zijn op drie dagen aanwezig in het Brughuis om informatie en advies te geven. De raadslieden ondersteunen inwoners bij de omgang met wetten, regelingen, formulieren en overheidsinstellingen. De sociaal raadslieden krijgen voornamelijk vragen rond financiële begeleiding en werk en inkomen. De vrijwilligers van de Thuisadministratie helpen inwoners om de administratie op orde te krijgen. Het Brughuis vervult ook een belangrijke rol op het vlak van preventie op andere onderdelen binnen het sociaal domein zoals jeugdhulp of gezondheid. Ook is de sociale basis vertegenwoordigd in het Brughuis, uitgevoerd door MEE Vivenz. Deze organisatie zet zich in brede zin in voor het versterken van de zelfredzaamheid van inwoners en hun vermogen om mee te doen in de maatschappij. Uit gesprekken blijkt dat er vrijwel altijd aandacht is voor de financiële gezondheid van inwoners, ook als zij via een andere weg bij het Brughuis binnenkomen.
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 37.
In Alblasserdam zijn er daarnaast meerdere initiatieven om de financiële geletterdheid te ondersteunen. Zo is de gemeente aangesloten bij Money-/GeldFit, een initiatief van de landelijke organisatie van Schuldhulpmaatje, specifiek gericht op jongeren. Jongeren hebben de mogelijkheid om te chatten over hun geldzorgen. GeldFit biedt een test waarmee inwoners inzicht krijgen in welke regelingen zij kunnen gebruiken. De gemeente communiceert hierover overigens niet op haar website. De SDD voert daarnaast nog een aantal preventieve werkzaamheden uit. Zo geeft de SDD budgetcursussen aan inwoners en geeft voorlichting aan samenwerkingspartners om problematiek eerder te kunnen vaststellen en daardoor tijdig te kunnen doorsturen. Ook voert de SDD een bestaanszekerheidscheck uit: met inwoners die een uitkering ontvangen wordt per kwartaal een gesprek gevoerd waarin wordt gekeken naar de mogelijkheden voor bredere inkomensondersteuning.
Wat leren we van Dennis? Dennis heeft nog niet lang te maken met financiële problemen. Hij heeft weinig vertrouwen in de overheid en ontvangt nog geen uitkering of andere ondersteuning van de gemeente. Het is voor Dennis belangrijk dat zijn problemen niet verergeren. Daarbij helpt het om zicht te krijgen op de regelingen waar hij recht op heeft: de mogelijkheden voor ondersteuning moeten makkelijk toegankelijk en goed te begrijpen zijn. De verschillende activiteiten die in Alblasserdam op het gebied van preventie worden ondernomen kunnen daarbij helpen. Via GeldFit kan Dennis inzicht krijgen in de regelingen waar hij gebruik van kan maken. Ook kan Dennis hiermee worden geholpen in het Brughuis, bijvoorbeeld door de sociaal raadslieden. Omdat het Brughuis een andere plek is dan ‘de gemeente’, zou dit de drempel om hulp te zoeken kunnen verlagen.
3.3
(Vroeg)signalering
Kernbevinding: Vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening maken verschillende partijen meldingen van betalingsachterstanden in RIS-systeem, die door de gemeente beheerd wordt. De opvolging van deze meldingen uit het systeem blijkt in de praktijk onvoldoende te werken. Om het bereik van armoederegelingen te vergroten gaan veel gemeenten op zoek naar inwoners die mogelijk recht hebben op ondersteuning. Daarnaast willen steeds meer gemeenten vroegtijdig problemen signaleren zodat vroegtijdig hulp geboden kan worden. Als het gaat over vroegsignalering onderscheiden we twee typen: formele vroegsignalering, via een meldingssysteem vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, en informele vroegsignalering, via bijvoorbeeld maatschappelijke organisaties.
Formele vroegsignalering Per 1 januari 2021 is de gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in werking getreden en daarmee is vroegsignalering een wettelijke taak van de gemeente.29 De vroegsignalering moet in samenspraak met partners zoals woningcorporaties, schuldeisers en aanbieders van nutsvoorzieningen worden vormgegeven. In het kader van vroegsignalering werkt de gemeente samen met een aantal organisaties, waaronder de partners in het Brughuis. De Wgs-partners maken bij het signaleren van een betaalachterstand een melding in het RIS-systeem, dat beheerd wordt door de gemeente. Gegevens die in het systeem worden uitgewisseld zijn gegevens rondom betalingsachterstanden in huur, zorgpremie of nutsvoorzieningen. De gemeente is vanuit de Wgs verplicht om een hulpaanbod te doen wanneer een betalingsachterstand wordt gesignaleerd. Gemeenten hebben vrije beleidsruimte om te bepalen hoe ze dit invullen.
29 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, 1 januari 2021, geraadpleegd van https://wetten.overheid.nl/BWBR0031331/2022-01-01
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 38.
De acties die worden ondernomen bij een melding in het kader van vroegsignalering zijn afhankelijk van de hoogte van de betalingsachterstand en de bekendheid van de klanten.30 Alle inwoners die via vroegsignalering in beeld komen krijgen een sms-bericht met informatie. Wanneer de betalingsachterstand groter is dan €250 volgt ook een mail. Als de betalingsachterstand groter is dan €500 ontvangt een inwoner ook een brief. Naast deze communicatiemiddelen worden inwoners ook persoonlijk benaderd. Inwoners die al bekend zijn bij de SDD, worden door de SDD benaderd. Inwoners die nog niet bekend zijn worden benaderd door partners in het Brughuis (SWA, sociale basis, Schuldhulpmaatje). Uit gesprekken blijkt echter dat de opvolging van meldingen uit het RIS-systeem onvoldoende werkt in de praktijk. De signalen komen wel in het RIS terecht, maar in het oppakken van de signalen ontstaan er problemen. De betrokken partners zijn in de huidige inrichting van het systeem niet in staat om actie te ondernemen op de signalen. Er is sprake van een kennisachterstand over het functioneren van het RIS systeem en onduidelijkheid over de rollen en verantwoordelijkheden in het opvolgen van de meldingen. Als gevolg daarvan onderhouden SWA en de woningcorporatie momenteel nog rechtstreeks contact om te kunnen acteren op huurachterstanden.
De beperkte ambtelijke capaciteit in de voorgaande periode droeg bij aan het niet naar behoren functioneren van de formele vroegsignalering in de gemeente. De SDD had als doelstelling in 2021 om minimaal 27% van de inwoners te bereiken die vanuit de signalen van vroegsignalering worden benaderd.31 De SDD heeft in het beleidsplan schuldhulpverlening daarnaast een aantal ambities opgenomen rond vroegsignalering. Hieronder valt onder andere het vergroten van het aantal cliënten dat gebruik maakt van bewindvoering in eigen beheer, het vergroten van de toegankelijkheid van de schuldhulpverlening en het versterken van de samenwerking met andere partijen binnen de keten van schuldhulpverlening, zoals wijkteams, het dorpsnetwerk en vrijwilligersorganisaties. Wat leren we van Dennis? Dennis heeft acute financiële problemen: hij is ontslagen, heeft weinig spaargeld en heeft al een paar maanden zijn huur en energierekening niet betaald. Dennis is nog niet bekend bij de gemeente en de SDD. Vanwege zijn betalingsachterstanden zijn er meldingen over Dennis binnengekomen in het RIS-systeem in het kader van vroegsignalering. Dennis heeft inmiddels een sms, email en brief ontvangen. Normaliter zouden de partners in het Brughuis Dennis nu rechtstreeks proberen te benaderen. Dit proces loopt op dit moment echter niet goed.
Dat is een risico voor Dennis: dit kan betekenen dat hij langer geen hulp krijgt en dat zijn situatie problematischer wordt.
Informele vroegsignalering In de gezamenlijke opgave van het Brughuis is beschreven dat het Brughuis inzet op vroegsignaleringen preventie. Door de wijkgerichte aanpak wordt er ook contact met inwoners gezocht die niet bij het Brughuis komen. Binnen het Brughuis zijn Schuldhulpmaatje, MEE Vivenz, SWA en de SDD betrokken bij vroegsignalering. Initiatieven vanuit religieuze instanties, zoals kerken en moskeeën, ondersteunen inwoners bij noodsituaties op het vlak van inkomen. Deze instanties helpen inwoners vaak op eenmalige basis. Uit gesprekken blijkt dat het contact tussen organisaties met een religieuze achtergrond en overige ketenpartners en maatschappelijke organisaties beperkt is. Dit brengt het risico met zich mee dat 30 Gemeente Alblasserdam, Evaluatie Convenant “Aanpak tegen armoede” Alblasserdam, 15 maart 2024
31 Drechtsteden, 2021, Beleidsplan schuldhulpverlening 2021-2024
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 39.
inwoners buiten het zicht van het bredere netwerk blijven, ook wanneer zij meerdere keren hulp nodig hebben. Het dan hierdoor langer duren voordat inwoners in beeld komen bij professionele instanties, waardoor zij langer geen structurele hulp ontvangen en problemen kunnen verergeren. Alblasserdam in vergelijkend perspectief: vroegsignalering Vroegsignalering is een belangrijke manier om inwoners snel hulp te bieden bij schulden en om te voorkomen dat de situatie verslechtert. In Alblasserdam loopt de opvolging van meldingen in het RIS-systeem niet naar behoren. Hierdoor blijven kansen liggen om als gemeente outreachend naar inwoners toe te gaan. In verschillende andere gemeenten waar dit onderzoek is uitgevoerd zetten gemeenten daarvoor huisbezoeken in. In de gemeente Diemen komt een medewerker van het Sociaal Team langs voor een brede intake waarbij gekeken wordt naar de situatie omtrent opvoeding, de financiële situatie, werksituatie en de invloed van dramatische gebeurtenissen. In de gemeente Venray is gekozen om de huisbezoeken te laten afleggen door een ervaringsdeskundige.
3.4
Toegang
Kernbevinding: Het Brughuis vormt de centrale toegang binnen het sociaal domein. Voor inwoners is het Brughuis een laagdrempelige plek waar ze met verschillende soorten hulpvragen terecht kunnen. Daarnaast vinden inwoners direct hun weg naar maatschappelijke organisaties, die vaak sterke eigen netwerken hebben. Het Brughuis is de centrale toegangsplek van inwoners voor het vragen en problemen op het vlak van geldzaken en armoede. Inwoners kunnen elke werkdag terecht bij het Brughuis. Inwoners kunnen zich zonder afspraak melden bij de balie in het Brughuis, waar ze door een baliemedewerker naar de juiste organisatie in het Brughuis worden doorverwezen. Via de vaste partners in het Brughuis komen ook hulpvragen gericht aan andere organisaties binnen het Brughuis binnen. Zo kan het voorkomen dat iemand die in het kader van stichting Jeugdteams bij het Brughuis binnenkomt, maar er ook sprake blijkt van financiële nood. De partners in het Brughuis koppelen de inwoner in een dergelijk geval aan een andere organisatie die de inwoner in hun hulpvraag kan ondersteunen. Naast de toegang via het Brughuis vinden inwoners ook direct de weg naar de maatschappelijke organisaties toe. Sommige maatschappelijke organisaties, zoals kerken, hebben een groot netwerk in Alblasserdam, waardoor inwoners hen ook direct weten te vinden.
In de gesprekken kwam naar voren dat sommige maatschappelijke organisaties een derde van hun cliënten uit het eigen netwerk halen. De maatschappelijke organisaties verwijzen inwoners ook door naar het Brughuis. Uit de gesprekken bleek dat inwoners het Brughuis over het algemeen los zien van de gemeente. Een deel van de gesprekspartners gaf aan dat inwoners de drempel tot het Brughuis lager ervaren dan de drempel tot een meer formeel ogende organisatie, zoals de SDD. Andere gesprekpartners gaven aan daarvan niet zeker te zijn.
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 40.
Wat leren we van Omar? Omar heeft weinig vertrouwen in de overheid. Er zijn al eerder mensen van de gemeente bij Omar geweest, maar Omar stuurt hen weg. Situaties zoals die van Omar komen ook in Alblasserdam voor. Sommige mensen weigeren hulp vanwege schaamte, anderen doen dit vanwege wantrouwen richting de overheid. Voor Omar is het makkelijker om binnen te lopen bij het Brughuis dan om zelf naar ‘de gemeente’ te stappen. Daarnaast zijn de eigen netwerken van maatschappelijke organisaties en andere informele ontmoetingsplekken van belang om mensen zoals Omar in beeld te krijgen. In andere gemeenten wordt er ook gezocht naar manieren om mensen zoals Omar beter te bereiken. In de gemeente Venray is er gekozen om huisbezoeken af te laten leggen door ervaringsdeskundigen. Deze mensen kennen de belevingswereld van de inwoners waar ze naartoe gaan en worden vaak meer vertrouwd.
3.5
Toekenning
Kernbevinding: De toekenning van regelingen wordt gedaan door de SDD en SWA. Er zijn verschillende vormen van maatwerk mogelijk, waaronder een doorbraakbudget. De toekenning van regelingen wordt voornamelijk gedaan door de SDD en SWA. De SDD en SWA hebben ook een rol in de toekenning van hulp en regelingen en het doorverwijzen naar maatschappelijke partners. In de toekenning van regelingen zijn verschillende vormen van maatwerk mogelijk. De SDD kan in individuele casussen via de bijzondere bijstand verschillende maatregelen toepassen die aansluiten bij de specifieke casus. Ook wordt in Alblasserdam gewerkt met een doorbraakbudget. Een doorbraakbudget is een speciaal budget dat kan worden aangewend om interventie te doen om een doorbraak in een bepaalde casus te realiseren. Sinds 2023 kunnen partners in het Brughuis aanspraak maken op het doorbraakbudget bij ingewikkelde multidisciplinaire problematiek. Daarnaast kan er bij urgente financiële problemen een beroep worden gedaan op Stichting Urgente Noden of stichting noodfonds diaconaal platform. Bij beide organisaties kunnen hulpverleners namens inwoners een verzoek doen om op korte termijn een financiële bijdrage te krijgen. Uit gesprekken blijkt dat de informatie die partners in het Brughuis meegeven bij doorverwijzingen niet altijd volledig is.
Enkele maatschappelijke partners houden daarom een aanvullende intake na een doorverwijzing om een breder beeld van de situatie te krijgen. De mogelijkheden van enkele maatschappelijke partners worden niet volledig benut. Enkele organisaties kunnen meer ondersteuning bieden, maar krijgen te weinig verwijzingen vanuit de gemeente en het Brughuis. Wat leren we van Shannah? De situatie van Shannah is ingewikkeld en valt niet onder de standaard regelingen. In deze situatie kan maatwerk helpen om de acute situatie te verlichten. De organisaties in het Brughuis kunnen met het doorbraakbudget interventies doen die niet binnen de reguliere regelingen passen, zoals een kleine aanpassing aan het huis van Shannah om de situatie meer geschikt te maken voor haar kind. Daarnaast kunnen hulpverleners eventueel een beroep doen op Stichting Urgente Noden of stichting noodfonds diaconaal platform om een acute te rekening te laten betalen. Het is onduidelijk wanneer de gemeente Alblasserdam precies overgaat tot het inzetten van het doorbraakbudget. Dit kan zorgen voor willekeur of voor situaties waarbij het doorbraakbudget niet wordt ingezet terwijl het wel had kunnen bijdragen aan het verkleinen van de financiële problemen.
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 41.
3.6
Casusregie
Kernbevinding: Casusregie komt grotendeels op informele wijze tot stand. Vanwege de schaal van Alblasserdam is dit werkbaar. Bij multiproblematiek neemt de coördinator van de sociaal raadslieden de casusregie over. Als een inwoner binnenkomt bij het Brughuis wordt in het wekelijkse aanmeldoverleg de casuïstiek van de inwoner besproken en wordt gecontroleerd of de cliënt bekend is bij een van de samenwerkingspartners in het Brughuis. Het uitgangspunt is dat als er meerdere hulpverleners zijn betrokken bij een casus, de casusregie door één hulpverlener wordt opgepakt.32 In het Brughuis zijn ook integraal consulenten van de SDD actief. De integraal consulenten helpen inwoners als ze problemen ondervinden met andere instanties: de inwoner hoeft dan geen contact te onderhouden met meerdere instanties, maar alleen met de integraal consulent. De casusregie vindt in Alblasserdam voornamelijk op informele wijze plaats doordat de partners in het Brughuis elkaar laagdrempelig kunnen opzoeken. Door de beperkte schaal en het aantal casussen in Alblasserdam wordt die werkwijze als werkbaar ervaren. Bij ingewikkeld casussen met multiproblematiek neemt de coördinator sociaal raadslieden de casusregie over. De gemeente vervult geen rol in de regie van individuele casussen.
Wat leren we van Shannah? Shannah heeft te maken met meerdere problemen: niet alleen op het gebied van armoede, maar ook op het gebied van huisvesting. Daarnaast kan Shannah straks ondersteuning gebruiken bij de zorg voor haar jonge kind. Het is voor Shannah van belang dat ze integraal geholpen wordt. Als Shannah zich bij het Brughuis meldt, of via een organisatie bij het Brughuis terecht komt, vindt ze daar verschillende organisaties onder één dak die haar kunnen helpen. In het wekelijkse aanmeldoverleg wordt gecontroleerd of Shannah al bij een organisatie in beeld is en wordt afgestemd welke organisaties haar gaan helpen. Vanwege de complexiteit van de situatie van Shannah zal de coördinator sociaal raadsleden de casusregie oppakken.
3.7
Doelbereik
Kernbevinding: Het zicht op het doelbereik is beperkt, omdat monitoringsinformatie versnipperd is. Op Drechtsteden-niveau neemt het gebruik van regelingen toe. De minima-effectrapportage van het Nibud laat zien dat bijna alle huishoudens – onder strikte theoretische aannames – kunnen rondkomen.
3.7.1
Versnipperde monitoringsinformatie beperkt het zicht op doelbereik
Zoals in het vorige hoofdstuk is beschreven is er in Alblasserdam geen centrale monitoring van het armoedebeleid ingericht. Dit maakt het lastig om zicht te krijgen op het doelbereik. In de gemeentelijke jaarstukken van 2023 staat de indicator voor alle activiteiten op het gebied van armoede op ‘groen’, ook als deze activiteiten doorlopend aandacht vragen. Daarbij wordt zeer beperkt de koppeling met doelstellingen gemaakt. De informatie in het jaarverslag van de SDD is grotendeels geaggregeerd op het niveau van de regio. Dat maakt het lastig om uitspraken te doen over de situatie in Alblasserdam. Voor de gehele SDD geldt dat meer mensen in 2023 gebruik maakten van minimaregelingen en beroep deden op schuldhulpverlening.33 Voor de minimaregelingen geldt de toename vooral voor de bijzondere bijstand en het persoonlijk minimabudget. In 2023 werd de bijzondere bijstand in Alblasserdam 74 keer toegekend, het persoonlijk minimabudget 271 keer en het SMS-kinderfonds 170 keer. In het beleidsplan 32 Gezamenlijke opgave partners Brughuis, 2023-2025 33 GR Sociaal, Jaarstukken 2023 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal, 2024
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 42.
schuldhulpverlening van het SDD is aangegeven dat de resultaten van de schuldhulpverlening worden gemeten middels een aantal prestatie-indicatoren die per trimester gemonitord worden. In het onderzoek zijn geen gegevens in het kader van deze monitoring verstrekt. In de nulmeting van de jaarlijkse monitor van het Brughuis (2023) wordt gerapporteerd dat 38% van de inwoners bekend is met het Brughuis en het aanbod, 24% heeft wel van het Brughuis gehoord maar weet niet wat het Brughuis doet en 38% heeft niet van het Brughuis gehoord.34 In het eerste halfjaar van 2023 nam het aantal klanten in het Brughuis toe van 783 naar 873. Het gebruik van de WMO nam in 2022 af, terwijl dit regionaal steeg. De uitkeringen in het kader van de Participatiewet bleven in Alblasserdam constant, terwijl er regionaal een afname was.
3.7.2
Minima-effectrapportage: huishoudens kunnen rondkomen, geen sprake van armoedeval
Het Nibud heeft in opdracht van de SDD onderzoek35 gedaan naar de effecten van de verschillende minimaregelingen op verschillende huishoudens, een zogeheten minima-effectrapportage. De vrije bestedingsruimte van inwoners staat daarbij centraal. De bestedingsruimte wordt berekend voor verschillende huishoudtypes en verschillende hoogtes van het inkomen ten opzichte van de bijstandsnorm. In het onderzoek wordt ervan uitgegaan dat de huishoudens goed kunnen omgaan met geld, gebruik maken van alle regelingen waarvoor ze in aanmerking komen en geen schulden hebben. In tabel 3 is het resultaat te vinden. Huishoudtype
100
110
120
130
140
alleenstaande tot AOW-leeftijd
34
80
175
303
404
alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
246
288
431
532
615
paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
-11
73
176
293
365
eenoudergezin met 2 jonge kinderen
451
481
575
640
747
eenoudergezin met 2 oudere kinderen
234
263
358
486
614
paar met 2 jonge kinderen
208
292
396
498
550
paar met 2 oudere kinderen
15
99
203
320
390
alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg 249 291 384 435 Tabel 3: Vrije bestedingsruimte per huishouden naar percentage bijstandsnormen
456
Het Nibud concludeert dat bijna alle onderzochte huishoudtypen de maandbegroting rond kunnen krijgen. Eenoudergezinnen hebben daarin meer te besteden dan ouderparen met kinderen. Paren zonder kinderen met een inkomen op bijstandsniveau kunnen echter niet zonder schulden te maken rondkomen. De regelingen voor gezinnen zijn ruim, paren zonder kinderen vissen hier achter het net. Het onderzoek laat ook zien dat er bij een volledige benutting van regelingen geen sprake is van een armoedeval.36 Het Nibud doet een aantal aanbevelingen waardoor inwoners beter met geld kunnen omgaan en de regelingen kunnen aanvragen die nodig zijn. Het Nibud adviseert om de regelingen onder de aandacht brengen, energie- en woonkosten te verlagen, goed financieel beheer verbeteren en het maken van een gedegen afweging tussen een uitvoerbaar minimabeleid en het voorkomen van de armoedeval.
34 Brughuis, Monitor Brughuis 1e halfjaar, 19 december 2023 35 Nibud (2024), Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2024, p.25 36 Een armoedeval houdt in dat een huishouden minder vrije bestedingsruimte overhoudt bij een hoger inkomen.
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 43.
Concreet beveelt het Nibud aan om te werken aan een tegemoetkoming voor volwassen voor culturele en sportieve activiteiten.
3.8
Rol van de gemeenteraad
Kernbevinding: Het is voor de gemeenteraad lastig om het overzicht te houden tussen alle verschillende betrokken partijen op het gebied van armoede. De raad heeft daarbij behoefte aan scherpere doelen. Het opheffen van de Drechtraad geeft de raad nieuwe sturingsmogelijkheden. De informatievoorziening aan de raad is gefragmenteerd en vooral gestuurd door wat ketenpartners en maatschappelijke organisaties zelf aanbieden.
3.8.1
Rolinvulling gemeenteraad
Armoede en ongelijkheid is een thema dat leeft in de gemeenteraad van Alblasserdam. De raad krijgt signalen uit de samenleving dat armoede ook in Alblasserdam veel impact heeft op de levens van inwoners. Schaamte vormt voor inwoners een hindernis om hulp te zoeken. Raadsleden vangen positieve signalen over het Brughuis op, maar merken ook op dat de bekendheid van het Brughuis te wensen over laat. Kenmerkend voor Alblasserdam is de rol van de kerken. Verder merken raadsleden op dat er veel verschillende organisaties een bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede. Deze veelheid aan betrokken partijen, in combinatie met de versnipperde informatievoorziening, maakt het voor de gemeenteraad lastig om grip te hebben op de uitvoering van het beleid. Het is voor de raad lastig om overzicht te houden over welke organisatie zich waarvoor inzet en welke inzet het meest effectief is. Raadsleden hebben behoefte aan scherpere doelen om op te kunnen sturen en te controleren, ook richting de grotere ketenpartners zoals de SDD en SWA. Het opheffen van de Drechtraad brengt andere sturingsmogelijkheden voor de raad met zich mee, zowel wat betreft beleidsvorming als bij het controleren van de uitvoering. Nu beleid niet meer regionaal wordt vastgesteld heeft de raad meer mogelijkheden om lokale accenten aan te brengen in het beleid.
De raad heeft dat bijvoorbeeld gedaan door de verordening voor het persoonlijk minimabudget lokaal vast te stellen. Zoals aangegeven is een lokale visie op het sociaal domein momenteel in ontwikkeling. Wat betreft de controlerende rol geldt dat de raad de SDD nu als reguliere gemeenschappelijke regeling controleert en bijvoorbeeld de mogelijkheid heeft om een zienswijze in te dienen. De informatievoorziening aan de raad is gefragmenteerd en niet structureel ingeregeld. De raad ontvangt incidenteel een raadsinformatiebrief, bijvoorbeeld over de uitvoering van het convenant aanpak tegen armoede.37 De raad is uitgebreider geïnformeerd over de inzet van de energietoeslag. Verder is de raad vooral afhankelijk van informatie die ketenpartners (zoals de SDD) en maatschappelijke organisaties zelf aanleveren. Ook vraagt de raad zelf actief om informatie aan het college. De informatievoorziening in de P&C-documenten is beperkt. Zoals eerder aangegeven wordt de koppeling met beleidsdoelstellingen zeer beperkt gemaakt. Een andere manier waarop de gemeenteraad geïnformeerd wordt zijn de zogeheten BIO’s (Bijeenkomst Informatie & Opinie). In 2023 is er bijvoorbeeld een BIO geïnformeerd waar raadsleden in gesprek gingen met vertegenwoordigers van de SDD en verschillende maatschappelijke partners.38
37 Gemeente Alblasserdam, Raadsinformatiebrief Evaluatie Convenant “Aanpak tegen armoede” Alblasserdam, 15 maart 2024 38 Gemeenteraad Alblasserdam, Bijeenkomst Informatie & Opinie Bestaanszekerheid, 12-12-2023
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 44.
3.8.2
Gebruik raadsinstrumenten
De raad kan doormiddel van het stellen van schriftelijke vragen of het inbrengen van moties zijn kaderstellende en controlerende taak aanwenden. De raad heeft in de afgelopen jaren op verschillende momenten gebruik heeft gemaakt van raadsinstrumenten. De raad heeft drie keer schriftelijke vragen ingediend en heeft een drietal moties behandeld rond de WMO. Daarnaast heeft de raad een motie aangenomen over de inzet van het college op armoedeaanpak. De motie uit juli 2022 roept het college op om zich actief in te zetten op het bereiken van inwoners rond de armoedegrens en zich actief in te zetten op vroegsignalering. In de motie wordt het college gevraagd om ook scenario’s te schetsen voor de lange termijn. Daarnaast wordt het college in de motie gevraagd om over de stand van zaken met betrekking tot de armoedeaanpak te rapporteren.39 Het college heeft in november 2022 doormiddel van een brief op een aantal punten uit de motie gereageerd. Het college geeft een toelichting over stand van zaken rond de armoedeaanpak en het convenant, gaat in op de manier waarop het college inwoners bereikt en aan vroegsignalering doet en beschrijft hoe ze met energiearmoede is omgegaan.
Het college beschrijft echter niet hoe het college zich actief in zet op vroegsignalering, welke scenario’s voor de toekomst er liggen rond de armoedeaanpak en welke maatregelen ze nemen voor het bereiken van inwoners die leven rond de armoedegrens en wantrouwen richting instanties hebben. Overzicht moties, toezeggingen en schriftelijke vragen 2020 - 202340 Motie, toezegging of vraag
Datum
Onderwerp
Aangenomen?
Motie
20-06-2023
WMO regeling vergoeden eigen auto
Ja
Motie
20-06-2023
WMO-indicatie via passende beschikking
Ja
Motie
20-06-2023
WMO Termijn aanpassen per type
Nee
Toezegging
8-12-2022
Organiseren BIO met medewerkers met SDD
N.v.t.
Motie
6-7-2022
Inzet college op armoedeaanpak
Ja
Vraag
07-06-2022
Convenant Aanpak tegen armoede Alblasserdam
N.v.t.
Vraag
12-01-2021
Lokale schuldhulpverlening
N.v.t.
Vraag
14-02-2020
Alblasserdampas
N.v.t.
39 PVDA & SGP Alblasserdam, motie Aanpak armoede, 6-7-2022 40 Raadsinformatiesysteem, tabblad moties/toezeggingen/schriftelijke vragen, https://raad.alblasserdam.nl/Documenten/Moties
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 45.
4
Beleid om ongelijkheid tegen te gaan
Dit hoofdstuk gaat in op de inzet van de gemeente om ongelijkheid tegen te gaan. Allereerst wordt er gekeken naar het beleid en de visie van de gemeente op het tegengaan van ongelijkheid. Vervolgens wordt er nader ingegaan op de beleidsinzet op het gebied van ongelijkheid en hoe dit aansluit bij de inwoners van Alblasserdam, gestructureerd aan de hand van de typen kapitaal die in hoofdstuk 1 zijn toegelicht.
4.1
Beleidskader en visie
Kernbevinding: Alblasserdam kent geen opzichzelfstaand beleid op het gebied van ongelijkheid. Wel wordt armoede in de gemeentelijke inzet vanuit een brede blik benaderd, onder de noemer bestaanszekerheid. Zoals in hoofdstuk 1 is toegelicht, gaat armoede en ongelijkheid niet alleen over de verdeling van economisch kapitaal, maar ook over ongelijkheid in sociaal, cultureel en persoonlijk kapitaal. De gemeente Alblasserdam kent geen overkoepelend beleid dat ingaat op deze vormen van ongelijkheid. Desondanks ziet de gemeente armoedeproblematiek breder dan een gebrek aan besteedbaar inkomen. In de visie en het beleid van de gemeente wordt daarom gesproken over bestaanszekerheid. In gesprekken wordt bestaanszekerheid vooral gezien als de randvoorwaarden die nodig zijn om armoede op een duurzame manier te voorkomen en te verhelpen. Zo geven gesprekspartners aan dat het creëren van rust in huishoudens een belangrijke factor is in het versterken van bestaanszekerheid. Ook de uitgangspositie van kinderen wordt gekoppeld aan bestaanszekerheid, waarbij kinderopvang en het onderwijs een rol speelt. Bestaanszekerheid vraagt dus om meer dan alleen betaald werk. De term bestaanszekerheid is ook geland in het (regionaal vastgestelde) beleid van de gemeente. Zoals eerder is toegelicht is het versterken van bestaanszekerheid de eerste opgave in de regionale visie op het sociaal domein.
4.2
Maatregelen om ongelijkheid tegen te gaan
Kernbevinding: De gemeente pleegt inzet om alle vier de typen kapitaal van inwoners te versterken. De gemeente ontwikkelt een buurtaanpak om de leefbaarheid in specifieke wijken te versterken. Daarnaast is het ondersteunen van de fysieke gezondheid een belangrijk aandachtspunt van de gemeente. Dit helpt om het persoonlijk kapitaal van inwoners te vergroten.
4.2.1
Economisch kapitaal
De voornaamste inzet van de gemeente om ongelijkheid in economisch kapitaal tegen te gaan is gericht op het voorkomen en verhelpen van armoede, zoals in de vorige hoofdstukken uitgebreid is beschreven. Daarnaast zet de gemeente zich in om het economisch kapitaal van inwoners te vergroten middels opleiding en toegang tot de arbeidsmarkt. Het stimuleren van arbeidsparticipatie is een ambitie uit het coalitieakkoord.41 In de regionale visie op het sociaal domein is ontwikkelen naar werk een van de opgaven. Deze visie gaat uit van het principe dat werk bijdraagt aan geluk. De sociale dienst zet daarom in op het investeren in de ontwikkeling van inwoners, met oog op de maatschappelijke waarde die dit oplevert.
41 Gemeente Alblasserdam, 2022, Coalitieakkoord 2022-2026, p.8
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 46.
Een concrete maatregel om het economisch kapitaal van inwoners middels opleiding te ondersteunen is het project Kansrijk Praktijkleren Alblasserdam. In dit project kunnen inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt een gratis MBO-1 opleiding volgen, waarbij werken en leren gecombineerd wordt. Inwoners worden gekoppeld aan een lokaal bedrijf. Het project heeft ruimte om 100 kandidaten in 4 jaar op te leiden en werk te bieden. Spiegelbeeld: sluit dit aan bij de inwoners van Alblasserdam? De meest voorkomende groep inwoners in Alblasserdam – in het bruine profiel – zijn relatief kwetsbaar wanneer zij met financiële problemen te maken krijgen. Omdat hun sociaal vangnet vaak geen ondersteuning kan bieden op het gebied van geldzaken en deze inwoners uit zichzelf niet snel naar de gemeente stappen, kunnen kleine problemen snel groter worden. De inzet op bestaanszekerheid sluit dus goed aan bij deze doelgroep. Het kan voor deze inwoners echter lastig zijn om de stap naar de gemeente te zetten. De centrale toegang in de vorm van het Brughuis kan deze drempel verlagen, maar uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat het bereiken van de doelgroep uitdagend is. Dit is niet het geval voor inwoners uit het gele profiel, waarbij het sociaal vangnet doorgaans sterker is en die hun weg naar de gemeente goed weten te vinden.
De inzet van de gemeente op arbeidsparticipatie sluit vooral aan bij de ondersteuningsbehoefte van inwoners in het oranje en roze profiel, dat in Alblasserdam relatief weinig voorkomt.
4.2.2
Sociaal kapitaal
Sociaal kapitaal draait om de sociale netwerken van inwoners. Kenmerkend voor Alblasserdam zijn de sterke sociale structuur, onder meer rondom de kerken. Dat maakt dat de gemeente een minder vanzelfsprekende rol heeft in het ondersteunen van de sociale contacten van inwoners. Wel heeft het Brughuis een functie als centrale ontmoetingsplek en als centrale toegang. De gemeente heeft de ambitie om het sociaal kapitaal van de inwoners te versterken met een buurtaanpak, onder de naam Buurtkracht.42 Deze ambitie komt voort uit het coalitieakkoord, waarin de buurtaanpak wordt beschreven als instrument om de leefbaarheid en sociale veiligheid van de wijken en buurten te verbeteren.43 Het doel van het traject is om inwoners te stimuleren om voor hun eigen woonomgeving te zorgen en elkaar te ondersteunen en daarmee de zelf- en samenredzaamheid te verbeteren. De uitwerking en uitvoering van de buurtaanpak is op het moment van het opstellen van dit rapport nog in ontwikkeling. De gemeente werkt in het project Buurtkracht samen met woningcorporatie Woonkracht10 en Stichting Welzijn Alblasserdam. Begin 2024 is de gemeente gestart met bijeenkomsten met netwerkpartners en inwoners om het programma vorm te geven. Buurtkracht start in de Staatsliedenbuurt en de Schildersbuurt. Thema’s die in de verdere uitwerking van Buurtkracht terugkomen zijn: • • •
Tolerantie en solidariteit: versterken sociale samenhang Armoede, eenzaamheid en schulden: verbeteren signaleringsnetwerk Omgeving en gemeenschap: samenwerking voor veerkrachtige buurten
42 Gemeente Alblasserdam, Raadsinformatiebrief Voortgang Buurtkracht, 01-07-2024 43 Gemeente Alblasserdam, 2022, Coalitieakkoord 2022-2026, p.7
Rekenkamer Alblasserdam | Armoede en ongelijkheid | 47.
•
Veiligheid en overlast: bevorderen buurtpreventie en gebruik van FIXI app
Spiegelbeeld: sluit dit aan bij de inwoners van Alblasserdam? Een groot deel van de inwoners van Alblasserdam valt in het gele profiel. Zij hebben doorgaans een sterk sociaal netwerk en staan er wat betreft sociaal kapitaal goed voor. Het veelgenoemde sterke sociale netwerk in Alblasserdam geldt dan ook vooral voor deze inwoners. De grote rol van religieuze gemeenschappen kan er wel voor zorgen dat deze inwoners minder snel in contact komen met de gemeente en vice versa. Inwoners uit het bruine profiel hebben daarentegen doorgaans een relatief klein sociaal netwerk. Zij zijn ook minder vaak lid van een vereniging of gemeenschap. Het versterken van het sociaal kapitaal sluit dus goed aan op de behoefte van deze inwoners.
4.2.3
Cultureel kapitaal
De gemeente zet onder meer in op het vergroten van het cultureel kapitaal van kinderen middels het SMS-kinderfonds, dat in de Drechtsteden-regio wordt uitgevoerd door Stichting Leergeld. Vanuit dit fonds worden kosten voor de sportclub, muziekles of het lidmaatschap voor een vereniging vergoed voor kinderen van 4 tot 18 jaar. Het doel van het fonds is dat kinderen mee kunnen doen met dezelfde activiteiten als hun leeftijdsgenoten. Kinderen in het basisonderwijs kunnen aanspraak maken op maximaal €300 per jaar, in het voortgezet onderwijs is dit €790. Ouders van kinderen met een inkomen van maximaal 140% van het sociaal minimum komen hiervoor in aanmerking.44 Spiegelbeeld: sluit dit aan bij de inwoners van Alblasserdam? Inwoners van Alblasserdam staan er goed voor wat betreft cultureel kapitaal. Inwoners in de twee meest voorkomende profielen in Alblasserdam bezitten over het algemeen de vaardigheden die nodig zijn om mee te doen in de hedendaagse maatschappij. De meeste inwoners zullen de informatie van de gemeente begrijpen. De laaggeletterdheid in Alblasserdam ligt lager dan gemiddeld. Desondanks blijkt uit gesprekken dat er speciale aandacht nodig om specifieke doelgroepen te bereiken. Door zich ervoor in te spannen dat kinderen mee kunnen doen met sport en cultuur ondersteunt de gemeente het cultureel kapitaal op langere termijn.