Jaarstukken 2025 raad v22-06-2026.pdf
Tekst van het document
Riolering In januari 2023 is het Programma Stedelijk Waterbeheer (PSW) vastgesteld door de gemeenteraad. Dit plan is een voortzetting op het Gemeentelijke RioleringsPlan (GRP). Het PSW is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel geworden van het (tijdelijke) Omgevingsplan. Naast de zorgplichten voor de inzameling van afvalwater en het tegengaan van wateroverlast is (het tegengaan van de gevolgen van) de klimaatverandering een speerpunt in het PSW. We gaan bij de ontwerpen uit van een robuuster rioolsysteem dat beter bestand is tegen piekbuien en regenwater absorbeert in de bodem en vertraagd afvoert. Groen Sinds 1 januari 2024 is de nieuwe Bomenverordening Alblasserdam van kracht. Hierin zijn groene zonegebieden aangewezen die de status van de bomen in die zones extra bescherming geven. Onderdeel van de bomenverordening is ook de standaard compensatie van verwijderde bomen. Afval-/grondstoffeninzameling De doelen voor wat betreft de hoeveelheid restafval die in het Grondstoffenplan uit 2017 zijn geformuleerd worden ondanks de uitgevoerde maatregelen niet gehaald. Vanwege de ontwikkelingen in de strenger wordende wet- en regelgeving, maar ook onze eigen ambities op het gebied van Fit en Groen, is het plan aan een herziening met een herijkte strategie toe. Op 13 februari 2024 is het kaderdocument voor een nieuw grondstoffenbeleid vastgesteld.
Dit zal verder worden uitgewerkt. Openbare Verlichting Het Beleidsplan "Nota Openbare Verlichting 2016-2025 - licht waar het moet, donker waar het kan" is het uitgangspunt voor het beheer van onze openbare verlichting. Er bestaat geen wettelijke verplichting tot het verlichten van de openbare ruimte. Uit oogpunt van sociale en verkeersveiligheid dragen we zorg voor een goed werkende verlichting. We houden hierbij rekening met lichthinder en energieverbruik. Binnen de Drechtsteden loopt Alblasserdam voorop wat betreft het percentage energiezuinige ledverlichting. Op 3 oktober 2023 heeft de gemeenteraad ingestemd met het voorstel om de resterende verlichting versneld te gaan vervangen. In 2024 is deze vervanging gestart en is in 2025 nagenoeg voltooid. Enkele speciale armaturen worden begin 2026 nog vervangen. Begraven De rechten en regels voor begraven en het beheer van de begraafplaats zijn vastgesteld in de Beheerverordening gemeentelijk begraafplaats en de Verordening Begrafenisrechten 2024. De
54
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ laatste verordening is een aanpassing van de "Verordening op de heffing en invordering van begrafenisrechten 2023". Vastgoed Het gemeentelijk vastgoed onderhouden we volgens het vastgoedbeleid 2014 overeenkomstig het VNG-model. In samenwerking met de expertise van de collega's van vastgoed van Bedrijfsvoering Drechtsteden (BD) dragen wij zorg voor het groot onderhoud van de buitenste schil (onderhoud dak, buitenwanden, draagstructuur en vervanging van gebouw gebonden installaties). De gebruikers zijn verantwoordelijk voor het dagelijks inpandig beheer (wand- vloer- plafond, reinheid). Voor alle verhuurobjecten is gekozen om risicodragende zaken die een veilig gebruik aangaan (bijvoorbeeld inspecties van de brandveiligheid), in eigen beheer te nemen. Het groot onderhoud plannen we (meer)jaarlijks in, rekening houdend met de plannen voor het toekomstig gebruik van het object. De landelijke ontwikkelingen en onze eigen ambities hebben gevolgen voor het (onderhoud van het) gemeentelijk vastgoed. Het in 2024 vastgestelde DMJOP stelt hiervoor de kaders. In 2025 is door de gemeenteraad besloten om de gebouwen De Postduif (Randweg 104) en de oude brandweerkazerne (Nicolaas Beetsstraat 5) af te stoten en het gebouw Participand (Lelsstraat 2) te behouden. In 2026 zal de nadere uitwerking hiervan volgen.
Eind 2025 is het gebouw Randweg 106 toegevoegd aan het gemeentelijk bezit. Beheerregistraties De afgelopen jaren is de wetgeving voor verplichte registraties in de buitenruimte toegenomen. Voor ondergrondse kabels en leidingen registreren we de ligging van onze hoofdrioolleidingen en eigen energie- en datakabels op basis van de wet WIBON. De komende jaren komt hier de verplichting voor het registreren van woning- en regenwaterputaansluitingen bij. Voor de wet BGT registreren we alle verhardingscontouren en de gebruikte verhardingssoorten, groeninvulling en watervlakken. Elke wijziging wordt ingemeten en aangeleverd aan de landelijke centrale registratievoorziening. Voor onderzoeksresultaten in de bodem (grondsonderingen, grondwaterpeilbuizen) verplicht de wet BRO deze gegevens centraal te registreren. Adressen en objecten worden bijgehouden in de BAG. Naast de wettelijk verplichte registraties houden we ook onze eigen beheerobjecten bij. Van alle zaken in de openbare ruimte worden beheergegevens bijgehouden. Zo weten we de locatie, de leeftijd, de inspectiedatum, de materiaalsoort, de opbouw van alles wat zich in de openbare ruimte bevindt. Met deze data stellen we de diverse onderhoudsprogramma's op voor inspectie, onderhoud en vervanging. In 2012 is hiervoor Drechtsteden breed het beheerprogramma GisiB aangeschaft.
Alblasserdam heeft in 2023 gekozen om over te gaan naar het voor ons beter passende beheerprogramma GBI. Hiermee hebben we met onze beheerdata en de flexibelere gebruiksmogelijkheden een goede stap naar bestendig databeheer gezet. Sinds 2024 zijn de beheerdata in GBI bijgehouden. Meldingen openbare ruimte Iedereen die een gebrek aan de openbare ruimte signaleert, kan dit aan de gemeente doorgeven via de telefoon, de FIXI-meldingsapp of via de FIXI-meldingssite. Bewoners weten de diverse loketten goed te vinden. Urgente gebreken pakt de gecontracteerde aannemer met spoed op. Gebreken die esthetisch van aard zijn verzamelen we op een groot onderhoudsplanning. Niet alle meldingen gaan over gebreken van de verhardingen of het openbaar groen. We krijgen een merkbaar toenemend aantal meldingen over parkeeroverlast en gereden snelheid van auto's. Daarnaast ontvangen we ca 1.000 meldingen per jaar over het bijplaatsen/dumpen van (grof-) afval. Deze meldingen nemen we mee als input voor beleidsplannen die de visie over deze onderwerpen behandelen.
Realisatie werken/projecten 2025 Vanuit het integraal vervangings- en investeringsplan zijn op basis van de in de begroting vermelde projecten de onderstaande werken in uitvoering genomen of afgerond: • Reconstructie parkeerplaats Nicolaas Beetsstraat (klimaatadaptieve maatregelen) • Reconstructie parkeerplaats Blokweer (klimaatadaptieve maatregelen) • Omvormen waterbakken Van Eesterensingel naar bloembakken • Diverse straten en locaties herstellen vanuit de kwaliteitsimpulsgelden • Groot onderhoud asfalt Edisonweg tussen A15 en Van Wenaeweg • Vervangen diverse voet-fietsbruggen in Park huis te Kinderdijk en Lammetjeswiel
55
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ • • • • • • •
Toegankelijk maken van het Lammetjeswiel voor rolstoelen met speciale (brom)fietswerende hekken (Alblasserdamse eigen ontwikkeling van een bestaand principe) Bouwrijpmaken van het Wipmolenterrein Herstel van de stalen damwand aan de Jan Smitkade Grootschalige uitbreiding elektrische laadpalen in het gehele dorp Uitgevoerd groot onderhoud aan de loopbrug Landvast Het toepassen van beverwerende maatregelen nabij volkstuincomplex Alblasserdam Start rioolreconstructie Staatsliedenbuurt-noord (G.v.Prinsteren-Troelstra-J.d.Wittv.Oldenbarneveldstr.)
56
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________
4. Financiering Algemeen In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is bepaald dat decentrale overheden een financieringsparagraaf moeten opnemen in zowel de begroting als in de jaarrekening. In de thans voorliggende jaarrekeningparagraaf wordt door het college verantwoording afgelegd over de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury. Hierbij wordt onder andere ingegaan op de manier waarop de gemeente Alblasserdam met het aantrekken en, voor zover van toepassing, het uitzetten van geldmiddelen is omgegaan, zowel op korte als op langere termijn. Tevens worden de risico’s in beeld gebracht alsmede de eventueel genomen maatregelen om deze risico’s te beheersen. Externe ontwikkelingen Economische ontwikkelingen De tarieven op de geldmarkt (kortlopende leningen) volgen het tarief dat de ECB hanteert met haar depositorente. Na enkele jaren van stijgingen is dit tarief in stappen van een kwart procentpunt verlaagd tot 2% op dit moment. De verwachting is dat de geldmarktrente in 2026 ongeveer gelijk zal blijven. Het rentetarief op langlopende gemeenteleningen is de laatste maanden gestegen. De duurste leningen op dit moment zijn 30- tot 50-jarige aflossingsvrije leningen waarvan het tarief circa 4% is inclusief een liquiditeitsopslag van circa 0,9%.
Kortere looptijden zoals 5 jaar met lineaire aflossing zijn een stuk goedkoper met een rentetarief van circa 2,6% inclusief een liquiditeitsopslag van circa 0,20%. De liquiditeitsopslagen zijn historisch gezien erg ruim. Een mogelijke verklaring is de toenemende overheidsschuld wereldwijd waardoor er veel vraag is naar financiering. Daarnaast bouwt de ECB zijn portefeuille staatsobligaties af. In deze paragraaf is de grafiek opgenomen waarin het verloop van zowel de korte als de lange rente gedurende 2025 is weergegeven. Daarin komt naar voren dat de korte rente wat is gedaald en de lange rente wat is gestegen.
Renteontwikkeling 2025 3,50% 3,00% 2,50% 2,00% 1,50% 1,00% 0,50% 0,00%
3-maands Euribor
10-jaars IRS
Bedacht moet worden dat, indien een langlopende lening daadwerkelijk wordt opgenomen er opslagen gelden bovenop het IRS-tarief zoals hierboven weergegeven. Voor een 10-jaars lening bedraagt dit op het moment van schrijven circa 40 basispunten (0,40%). Interne rente Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteren we een omslagrente van 1,4%. De BBV notitie rente schrijft voor dat indien de werkelijke rentelasten die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten die op basis van de voor gecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de
57
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%. In onderstaand renteschema zetten we de werkelijke rentelasten uiteen, die gezamenlijk het renteresultaat bepalen. Daarnaast bepalen we of de eerdergenoemde afwijking niet groter is dan 25%. 2025 a1. De externe rentelasten over de lange financiering a2. De externe rentelasten over de korte financiering De externe b. rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld treasury
x € 1.000 € 1.218 €135 -/- € 58 € 1.295 -/- € 11 -/- € -
-/- € -/- € 11 € 1.307 € € € 1.307 € 1.077 € 229
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
€ 1.307
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
€ 1.077
Verschil (absoluut) Verschil (procentueel)
€ -229 -18%
Relatiebeheer De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van de gemeente Alblasserdam. Naast de BNG houdt de gemeente een rekeningcourant aan bij de Rabobank. Uitzettingen Uitzettingen zijn binnen de Wet fido gedefinieerd als verstrekte geldleningen en beleggingen. De gemeente heeft geen beleggingen. In 2025 zijn geen nieuwe leningen verstrekt. Voor een specificatie van de totale portefeuille aan lopende uitzettingen zie verderop in deze paragraaf onder Kredietrisico’s. Financiering Voor de gemeente Alblasserdam zijn in 2025 twee langlopende leningen aangetrokken, beiden i.v.m. aankoop voormalig Nedstaalterrein. Een van deze leningen is een lineaire lening afgesloten bij provincie Gelderland voor een bedrag van € 22 miljoen, met een looptijd van 10 jaar en een rente van 2,75%. De andere is een fixe lening voor een jaar en een dag, afgesloten bij de gemeente Dordrecht tegen een rentepercentage van 2. In 2026 zal deze lening door ROMD worden gefinancierd middels een achtergestelde lening. De totale langlopende schuld van de gemeente Alblasserdam bedraagt per 31 december 2025 € 72,7 miljoen. Dit betreft 10 leningen. De gemiddelde rente van deze leningenportefeuille per 31 december 2025 bedraagt 1,68%. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s.
58
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,5% van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2025 (€ 69,1 miljoen) betekende dit dat de gemeente Alblasserdam haar financiële huishouding voor maximaal € 5,9 miljoen met kort geld mocht financieren. Conform voorschrift uit de Wet fido, maximaal drie achtereenvolgende kwartalen overschrijding toegestaan, is in bijgaande tabel de spiegeling weergegeven van de gemeentelijke kortlopende middelen ten opzichte van de kasgeldlimiet gedurende 2025: Tabel Verloop kasgeldlimiet 2025
Berekening kasgeldlimiet 2025:
bedragen x € 1.000
Begrotingstotaal 2025
€ 69.051
Relevant percentage
8,5%
1 Kasgeldlimiet
€ 5.870 1e kwartaal
2 Gemiddeld. netto vlottende schuld (+)
€
3 Gemiddeld. netto vlottend overschot (-) Totaal netto vlottende schuld (2-3) Kasgeldlimiet Overschrijding kasgeldlimiet Ruimte onder de kasgeldlimiet
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
3.775 €
7.070 €
4.593 €
€
260 €
3.257 €
2.778 €
852
€
3.515 €
3.813 €
1.816 €
3.975
€
5.870 €
5.870 €
5.870 €
5.870
€ 2.355
€ 2.057
€ 4.054
4.827
€ 1.895
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat in 2025 de kasgeldlimiet niet is overschreden. In 2025 zijn er acht kasgeldleningen aangetrokken, twee hiervan zijn specifiek aangetrokken i.v.m. de aankoop voormalig Nedstaalterrein. De overige zes zijn reguliere kasgeldleningen met een hoofdsom variërend van € 5 miljoen tot € 7 miljoen en een rentetarief tussen 2,0% en 2,8%. Van de acht kasgeldleningen zijn er twee afgesloten als Regiokasgeldlening een met gemeente Sliedrecht en een met gemeente Dordrecht. Het voordeel van het afsluiten van kasgeldleningen tussen Drechtstedengemeenten onderling is de provisie die dan niet in rekening wordt gebracht door een geldmakelaar (meestal 0,01% voor beide partijen). Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal. In 2025 is dit voor Alblasserdam € 13,8 miljoen. Uit onderstaande berekening komt naar voren dat de gemeente Alblasserdam in 2025 binnen de renterisiconorm heeft geopereerd.
59
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ Tabel Toetsing renterisiconorm 2025
Renterisiconorm
bedragen x € 1.000
Renterisico's
2025
Renteherzieningen
€
-
Aflossingen
€
2.541
Renterisico
€
2.541
€
69.051
€
13.811
Renterisico 202
€
13.811
Aflossingen 2025
€
2.541
Ruimte boven de norm
€
11.270
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal 2025 Percentage cf. regeling
20%
Renterisiconorm Toetsing renterisico aan norm :
Kredietrisico’s De gemeente Alblasserdam loopt kredietrisico op uitzettingen (o.a. verstrekte geldleningen) en op leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven. Tabel Overzicht kredietrisico’s
Verstrekte leningen en borgstellingen Categorie Uitzettingen Borgstellingen
Direct Indirect Totaal
bedragen x € 1.000,-
Per 1-jan-2025
Per 31-dec-2025
2.582
2.308
7.354 70.870 78.224
7.468 79.206 86.674
Het in bovenstaande tabel weergegeven bedrag aan uitzettingen per 31 december 2025 van € 2.308.000,- kan als volgt worden gespecificeerd: • • • •
GR Souburgh: € 2.156.000 (5 leningen) Beheersstichting Sport Alblasserdam: € 59.000 Sporthal Molenzicht: € 50.000 VvE Van Eesterensingel 15-49: € 44.000
Daarnaast stond de gemeente per 31 december 2025 voor in totaal € 86,7 miljoen garant. Hiervan had € 79,2 miljoen betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de zekerheidsstructuur is hieraan een relatief laag risico verbonden. Sinds 1 augustus 2021 geldt een nieuwe achtervangovereenkomst. De wijzigingen die zijn doorgevoerd in deze nieuwe overeenkomst leidt tot een andere toerekening van de achtervangpositie aan de gemeente. Dit betekent dat als een lening voor 1 augustus 2021 is afgesloten deze voor 100% meetelt in de verdeelsleutel (dit is identiek aan de systematiek van vorig jaar). Is de lening na 1 augustus 2021 afgesloten, dan is de verdeelsleutel gelijk aan het percentage van marktwaarde van het DAEB-bezit van de betreffende corporatie dat in de gemeente Alblasserdam ligt. Daarnaast is nieuw dat de gemeente borg staat voor een obligolening. Deze lening kan worden aangesproken indien er geld nodig is om grote verliezen te dekken en de obligoheffing van corporaties niet voldoende is.
60
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ Het bedrag aan directe borgstellingen bedroeg per 31 december 2025 € 7,5 miljoen. Met als grootste borgstellingen: • • •
HVC Alkmaar (0,67%-belang; ‘getrapt’ via GR Gevudo) € 3,7 miljoen Stichting Sporthal Molenzicht € 2,3 miljoen Stichting Waardenburgh: € 1,3 miljoen
Schatkistbankieren In 2025 mocht de gemeente bij het verplicht schatkistbankieren een bedrag van 2% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2025 het drempelbedrag niet is overschreden. Tabel Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren Berekening drempelbedrag SKB 2025: Begrotingstotaal
bedragen x € 1.000 €
2,00%
Relevant percentage Drempelbedrag (afgerond)
69.051
€
1.382
Buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen
€
552 €
652 €
1.263 €
524
Drempelbedrag
€
1.382 €
1.382 €
1.382 €
1.382
Ruimte onder drempelbedrag
€
830 €
730 €
119 €
858
Overschrijding van het drempelbedrag
€
- €
- €
- €
-
In 2025 werd er op de schatkistrekening rente vergoed. Bij de huisbank werd creditrente vergoed bij een positief saldo en was debetrente verschuldigd bij een negatief sado.
61
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________
5. Bedrijfsvoering Personeel en organisatie In 2025 hebben we gewerkt aan het in de basis op orde brengen van de ambtelijke organisatie, het waarborgen van continuïteit en stabiliteit binnen de organisatie en het verder toekomstbestendig maken van de organisatie. Er is ingezet op een vast en complementair managementteam en er is een start gemaakt met het verder ontwikkelen van de organisatie, waarbij we sturen op resultaten, het stellen van prioriteiten en de rolvastheid binnen de teams bewaken. We hebben de afhankelijkheid van externe inhuur verminderd door in te zetten op het aantrekken van vaste medewerkers. Het verminderen van inhuur helpt ons om de continuïteit binnen de organisatie te waarborgen en extra incidentele kosten te besparen. Pijlers organisatieontwikkeling Vanuit pijler 1: organisatiestructuur en functiehuis is gewerkt aan een organisatiestructuur die past bij onze opgaven, die herkenbaar is en korte lijnen (tussen beleid en uitvoering) stimuleert. De organisatie is ingedeeld in vier domeinen: bedrijfsvoering, control, fysiek en sociaal & veiligheid. Elk domein heeft een domeindirecteur en binnen een domein wordt er onderscheid gemaakt in clusters en teams. Daarnaast is het functiehuis op orde gebracht, zodat er duidelijkheid is over rollen en verantwoordelijkheden en er sprake is van een eerlijke beloning en functiewaardering.
Zo willen we medewerkers binden en boeien. Functies van alle medewerkers zijn beschreven of geactualiseerd en gewogen. Vanuit pijler 2: organisatieontwikkeling, teamontwikkeling en vakontwikkeling is er ingezet op behoud en ontwikkeling van kennis en kunde. Daarnaast is er gewerkt aan het verbeteren van drie processen; het postproces, financiële proces en het introductieprogramma. We hebben daarnaast geïnvesteerd in teamontwikkeling, vakontwikkeling en de persoonlijke ontwikkeling van onze medewerkers. Dit zorgt ervoor dat zij zich blijven ontwikkelen en verder professionaliseren, zodat zij bijdragen aan de ontwikkeling en verbetering van onze organisatie. Dynamisch werken We hebben de beweging naar dynamisch werken in gang gezet, zodat we vanaf 1 januari 2026 kunnen oefenen met het dynamisch werken. Dynamisch werken betekent dat medewerkers elkaar meer ontmoeten en samenwerken op de Rederij en daarnaast flexibiliteit te houden om werk- en privé in balans te brengen. Hiermee willen we medewerkers binden en boeien. Met het oog op de wegwerkzaamheden vanaf april 2026 willen we door de invoering van dynamisch werken ook medewerkers die verder weg wonen behouden. Medewerkersonderzoek We zijn gestart met de voorbereidingen voor het (laten) uitvoeren van een medewerkersonderzoek. Dit onderzoek wordt in 2026 uitgevoerd.
HR transitie Er hebben in 2025 voorbereidingen plaatsgevonden om HR-advies per 1 januari 2026 niet meer af te nemen van Bedrijfsvoering Drechtsteden, zodat de gemeente Alblasserdam HR advies zelf nabij heeft. Duurzame inzetbaarheid Om onze organisatie vitaal te houden investeren we in de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. Duurzame inzetbaarheid is onderdeel van onze gesprekscyclus, waarbij ook aandacht is voor eigenaarschap van medewerkers om zelf gezond en duurzaam inzetbaar te blijven. We vinden het belangrijk dat medewerkers werken op de juiste plek; dit betekent dat zij werk doen dat past bij hun talenten en waar ze plezier in hebben. We hebben aandacht voor een prettige en veilige werkomgeving voor onze medewerkers. Er zijn personele wisselingen geweest bij onze arbodienstverlener, waardoor we opnieuw hebben geïnvesteerd in de samenwerking met elkaar. Met als doel om samen goed te kunnen blijven inzetten op het voorkomen en terugdringen van verzuim en ervaren werkdruk.
62
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ Door de werkgroep Vitaliteit zijn er in 2025 verschillende activiteiten georganiseerd die bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. Integriteit In 2025 is het nieuwe regionale integriteitsbeleid in werking getreden. De Wet Bescherming Klokkenluiders schrijft voor dat een organisatie met meer dan 50 medewerkers dient te beschikken over een onafhankelijk meldpunt voor misstanden en inbreuken op Unierecht. Binnen de regio is er in 2025 een gezamenlijk regionaal meldpunt ingericht. Een ambtenaar – zowel vast als tijdelijk – in dienst van de gemeente Alblasserdam legt verplicht de eed of belofte af. Nieuwe medewerkers leggen de ambtseed of belofte af in aanwezigheid van de burgemeester en gemeentesecretaris/algemeen directeur. Tijdens deze bijeenkomst krijgen medewerkers uitleg over het integriteitsbeleid, de gedragscode en de aanwezigheid van vertrouwenspersonen binnen onze organisatie. De ondertekende eed of belofte wordt vastgelegd in het personeelsdossier. In 2025 hebben 20 medewerkers de eed of belofte afgelegd. In 2025 is gestart met een uitvraag van de verbonden partijen, zodat we volledig zicht hebben op wie invloed heeft op besluiten, middelen en samenwerkingen. Er is gestart met een uitvraag bij het directieteam.
Dit wordt in 2026 vervolgens ook breder gedaan binnen raad, college, clustermanagers/teamleiders en personen die een financiële opdracht kunnen geven. Ziekteverzuim Om ziekteverzuim te verkorten of te voorkomen, signaleren leidinggevenden vroegtijdig (dreigende) disbalans bij medewerkers en verwijzen we medewerkers door naar de praktijkondersteuner bedrijfsarts. Daarnaast wordt preventief maatwerk geboden aan medewerkers om eerder te kunnen stoppen met werken. Het ziekteverzuimpercentage is gestegen van 5,14% in 2024 naar 6,62% in 2025. De meldingsfrequentie, het gemiddeld aantal keer dat medewerkers zich per jaar ziekmelden, is gedaald van 0,89 in 2024 naar 0,67 in 2025. Een groot deel van het ziekteverzuim wordt veroorzaakt door niet werk gerelateerd, langdurig verzuim. We bieden maatwerk om medewerkers te ondersteunen bij zorgvuldige re-integratietrajecten. Formatie en personeelskosten De formatie van de ambtelijke organisatie is in 2025 gewijzigd waarbij we een eerste stap hebben gemaakt naar een toekomstbestendige organisatie en bedraagt per 31 december 2025 110,25 fte. De bezetting is 98,76 fte en hebben we nog 11,5 fte aan vacatures. Vanwege krapte op de arbeidsmarkt is er o.a. een aantal vacatures op het gebied van veiligheid en ruimtelijke ontwikkeling nog niet ingevuld en hierop vindt inhuur plaats.
63
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ Hieronder volgt een overzicht van de personeelskosten van de ambtelijke organisatie, met een bijbehorende toelichting. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Begroting 2025
Rekening 2025
Saldo 2025
Kosten eigen personeel
8.645
8.778
-132
Kosten inhuur voor vacatures/vervanging ziekte en ouderschapsverlof Subtotaal personeelskosten
2.240
2.252
-12
10.885
11.030
-144
Dekking personeelskosten
-494
-372
-122
Totaal inclusief dekking
10.391
10.657
-266
De kosten van eigen personeel omvatten naast salarissen ook uitgaven voor opleiding, ontwikkeling en werving. De ontwikkeling van deze kosten wordt periodiek gemonitord en waar nodig bijgestuurd via de bestuursrapportages. Ten opzichte van de begroting zijn de kosten voor eigen personeel iets hoger uitgevallen aangezien er een aantal vacatures eerder is ingevuld dan ingeschat. Daarnaast is de dekking van personeelskosten lager dan begroot, aangezien in de begroting werd uitgegaan van een hogere dekking via projecten. Deze is achtergebleven door een lager investeringsvolume dan verwacht. Kosten raad, griffie en accountant In het onderstaande overzicht zijn de kosten van de raad, accountant, griffie en rekenkamer inzichtelijk gemaakt. Omschrijving Raad Accountant Griffie Rekenkamer Totaal
Begroting 2025 € 403.000 € 116.000 € 342.000 € 20.000 € 881.000
Rekening 2025 € 424.000 € 95.000 € 344.000 € 21.000 € 884.000
Saldo 2025 € -21.000 € 21.000 € -2.000 € -1.000 € -3.000
Regionale samenwerking Ook dit jaar heeft onze gemeente in de regio met Smart Delta Drechtsteden gewerkt aan de uitvoering van de gezamenlijke regionale agenda. De opgaven waar we voor staan, zoals woningbouw, bereikbaarheid, energietransitie en economische ontwikkeling, zijn groot en hangen sterk met elkaar samen. Hierbij is regionale samenwerking onmisbaar. Via onder andere de Ruimtelijke Strategie Drechtsteden, de Bouw - en Versnellingstafel alsook Toekomstpact de Witt leveren wij een actieve rol in de regio en dragen we bij aan onze lokale en regionale opgaven. In lijn met de financiële situatie en de noodzaak om bezuinigingen door te voeren zijn er belangrijke stappen gezet, met als resultaat dat onze inwonerbijdrage vanaf 2026 met 20% is gedaald. Vanaf 2022 werken we via een lichte regeling op het gebied van bedrijfsvoering samen met gemeente Dordrecht als servicegemeente (SGD). In de samenwerkingsovereenkomst zijn afspraken gemaakt over de inhoud van de uitvoering van de taken voor een eerste periode van vier jaar. In 2025 hebben we scherp gekeken naar welke bedrijfsvoeringseenheden we wel of niet afnemen en maken de keuzes op basis van efficiency en kwaliteit. Er is in 2025 gewerkt aan een nieuwe Producten Diensten Catalogus (PDC) en worden de financiële gevolgen via een nieuwe kostenverdeelsystematiek inzichtelijk gemaakt.
Dit project is nog niet afgerond en is de samenwerkingsovereenkomst verlengd met ingang van 1 januari 2026 onder gelijkblijvende voorwaarden voor één jaar met de wijziging dat Gemeente Alblasserdam geen uren meer afneemt voor communicatie en P&O Advies. Het ziet er naar uit dat we tussen de 8 en 10% meer moeten betalen voor dezelfde afname van bedrijfsvoering onderdelen. Communicatie In 2025 heeft team Communicatie een grote verandering doorgemaakt. De formatie is afgeslankt (van 3,13 naar 2,76 fte) en alle medewerkers zijn nu in dienst zijn van de gemeente Alblasserdam. Hiermee is de bezuinigingsopgave gehaald. Doordat het team klein is, kunnen niet alle
64
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ voorkomende communicatiewerkzaamheden door het team zelf worden uitgevoerd. De focus ligt op bestuurscommunicatie, projectcommunicatie en de professionalisering van online middelen. We maken zichtbaar waar de gemeente aan werkt, welke keuzes worden gemaakt en waarom, en wat dit betekent voor onze inwoners. Er zijn vrijwel wekelijks persberichten verstuurd, vrijwel dagelijks persvragen beantwoord en enkele persbijeenkomsten georganiseerd. Ook is gestart met de ontwikkeling van een persaanpak. Vrijwel dagelijks verschenen berichten op de social mediakanalen van de gemeente en we zijn begonnen met de verdere professionalisering hiervan. Dit is o.a. zichtbaar in de vormgeving van de uitingen. In een integrale online aanpak (in ontwikkeling) staat beschreven hoe we onze kanalen inzetten, met welke doelen en met welke kernboodschappen. Op het thema duurzaamheid , zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie , is gewerkt aan opgaven. Dit leidde tot duidelijke, toegankelijke en activerende communicatie naar inwoners, ondernemers en partners. Het gaat daarbij niet alleen om informeren, maar ook om het stimuleren van gewenst gedrag. De interne communicatie op het gebied van organisatieontwikkeling is door team Communicatie begeleid.
Verder is de communicatie verzorgd ten behoeve van de Tweede Kamerverkiezing. Privacy In 2025 is binnen de organisatie blijvend aandacht besteed aan privacybescherming en informatiebeveiliging als integraal onderdeel van de bedrijfsvoering. De bescherming van persoonsgegevens en het veilig omgaan met informatie zijn randvoorwaarden voor betrouwbare, rechtmatige en transparante dienstverlening aan inwoners, bedrijven en ketenpartners. De organisatie heeft in 2025 uitvoering gegeven aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Privacy en informatiebeveiliging zijn steeds beter verankerd in processen, projecten en besluitvorming. Nieuwe processen worden steeds vaker en tijdiger getoetst door het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s). Informatieveiligheid Het informatiebeveiligingsbeleid is in 2025 verder doorontwikkeld, met onder andere aandacht voor bewustwording van medewerkers. Medewerkers zijn periodiek geïnformeerd en getraind op het gebied van privacy en informatiebeveiliging, maar ook op het gebruik van AI. Dit draagt bij aan het vergroten van het veiligheidsbewustzijn en het voorkomen van datalekken en beveiligingsincidenten. De Functionaris Gegevensbescherming (FG) heeft onafhankelijk toezicht gehouden op de naleving van de privacywetgeving en het privacybeleid.
Bevindingen en aanbevelingen zijn vastgelegd in het jaarverslag, zijn besproken en vertaald naar verbeteracties. Informatiemanagement / ICT Beweegt We focussen op dat wat ons verder helpt binnen de digitale wereld. Door medewerkers mee te nemen in informatiemanagement (IM) en informatiebeveiliging (IB) kunnen wij de juiste vertaalslag maken naar de dagelijkse praktijk en werkzaamheden. Het afgelopen jaar hebben wij gefocust op de volgende hoofdthema's: digitalisering, stevig fundament, een nieuwe opzet van ons intranet en integraal werken. De ontwikkelingen op het gebied van automatisering staan niet stil. Denk hierbij aan onderwerpen zoals Common Ground, vervangen hardware, software implementaties, optimalisaties, archiveren (uitfaseren netwerkschijven door archief op orde te maken) enzovoort. De adoptie en innovatie van de DWR (ICT Beweegt) is in 2025 gecontinueerd. Daarnaast hebben onder andere de volgende landelijke projecten impact op IM en dus de gehele organisatie: Wet Open Overheid (WOO), Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid (BDTO), Omgevingswet en Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (WMEBV). Rechtmatigheidsverantwoording De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet.
Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college
65
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ van burgemeester en wethouders toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de Raad bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 1,6 miljoen. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Begrotingscriterium 1A. Overschrijding lasten programma’s 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 2. Ongeautoriseerde reservemutaties 3.
Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan de raad zijn gemeld Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid. 5. Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden Voorwaardecriterium Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed M&O criterium Geen bevindingen Totaal onrechtmatigheden Verantwoordingsgrens
Bedragen x € 1.000 593 262 0 0 855 0 855 1.312
2.167 1.560
Begrotingscriterium Alle begrotingsoverschrijdingen (bruto) op de totale lasten per begrotingsprogramma (en daarmee overeenstemmende balansmutaties) onrechtmatig als deze lasten in strijd zijn met een wettelijke bepaling of met het beleid van de Raad. Overschrijding van budgetten binnen wet- en regelgeving en passend bij de uitvoering van het beleid van de Raad zijn niet onrechtmatig (netto). Overschrijding lasten begrotingsprogramma’s en investeringskredieten In 2025 is er bij de begrotingsprogramma's sprake geweest van een overschrijding van € 0,6 miljoen aan de lastenkant. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de baten en lasten in de jaarrekening en bij de programmaverantwoording. Daarnaast is er in 2025 op de kredieten een bedrag van €0,3 miljoen overschreden. We blijven gericht inzetten op een zorgvuldige monitoring van investeringskredieten, budgetramingen en de bijbehorende realisatie, waarbij continue procesverbetering onze blijvende aandacht heeft. Voorwaardencriterium Bij dit criterium gaat het om toepassing van de eisen en voorwaarden die worden gesteld aan financiële (beheers)handelingen. Die eisen en voorwaarden hebben betrekking op doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Wij hebben vastgesteld dat er onrechtmatigheden zijn voor een bedrag van €1,3 miljoen doordat de Europese aanbestedingsrichtlijnen niet juist zijn toegepast. Hieronder wordt een toelichting gegeven. Opvang Oekraïners De gemeente heeft inmiddels ruim drie jaar opvang geboden aan Oekraïense ontheemden. Voor deze opvang zijn meerdere locaties beschikbaar gesteld, die worden beveiligd en schoongemaakt
66
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ door een beveiligings- en schoonmaakbedrijf. Waar in de beginfase sprake was van dwingende spoed, is dit in 2023, 2024 en 2025 niet langer het geval. Hierdoor bedraagt de totale onrechtmatigheid in deze categorie voor het boekjaar 2025 € 0,4 miljoen (in 2024: € 2,5 miljoen). In het najaar van 2025 is de opdracht conform de Europese aanbestedingswetgeving opnieuw in de markt gezet. Inhuur Bij de inhuur van vijf leveranciers is een onrechtmatigheid vastgesteld. De betreffende opdrachten worden grotendeels in 2026 beëindigd. De totale onrechtmatigheid in deze categorie voor het boekjaar 2025 bedraagt € 0,7 miljoen, waarvan € 0,2 miljoen betrekking heeft op een doorrekenfout uit eerdere jaren. Groenonderhoud Bij de opdrachtverlening aan één leverancier voor het groenonderhoud is een onrechtmatigheid geconstateerd. Totale onrechtmatigheid 2025: € 0,2 miljoen. Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium Misbruik is het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens. Met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te ontvangen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen.
Oneigenlijk gebruik is het door het aangaan van rechtshandelingen en/of feitelijke handelingen, ontvangen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de tekst van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. Uitkeringen, subsidies en vergunningen gaan alleen naar inwoners, bedrijven en instellingen die daar recht op hebben. Dit wordt getoetst aan wet- en regelgeving en interne integriteitsregelingen en -afspraken. Wij hebben interne procedures om na te gaan dat (belasting-)gelden, subsidies, uitkeringen of bijdragen, enzovoort op de juiste manieren worden ingezet en besteed. Voor verschillende beleidsterreinen hebben wij preventieve en/of repressieve maatregelen. Preventieve maatregelen zijn met name regelgeving, voorlichting en controle vooraf. Repressieve maatregelen zijn controle achteraf en sanctionering. In 2023 is er overkoepelend beleid voor het voorkomen van misbruik- en oneigenlijk gebruik vastgesteld, deze is voor boekjaar 2025 nog altijd actueel. Eindconclusie: Het college stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 2,1 miljoen bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 1,6 miljoen.
67
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________
6. Verbonden partijen Inleiding De gemeente Alblasserdam heeft bestuurlijke en financiële belangen in een aantal verbonden partijen zoals gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en stichtingen. In de door de gemeenteraad op 21 april 2015 vastgestelde Nota Verbonden partijen Alblasserdam 2015 is een verdere beschrijving van het begrip Verbonden partij opgenomen. Ook staat hierin een afwegingskader voor het aangaan van een Verbonden partij en is er een kader en instrumentarium opgenomen voor sturing en toezicht. Op basis van een risicoprofiel en -classificatie wordt aan iedere Verbonden partij een sturingspakket gekoppeld. Bij een hoger risicoprofiel worden zowel voor het college als voor de raad meer instrumenten ingezet. Overzicht verbonden partijen De gemeente Alblasserdam heeft ook in 2025 deelgenomen in de volgende verbonden partijen, waarbij het openbaar belang per partij is weergegeven. Verbonden partij 1. Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GRS)
Vestigingsplaats Dordrecht
2. Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid en Jeugd (DGJZHZ) 3. Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid
Dordrecht
4. Gemeenschappelijke regeling Sportpark Souburgh
Alblasserdam
5. Samenwerkingsverband Vastgoedinfo, Heffing en Waardebepaling (SVHW)
Klaaswaal
6. GR Omgevingsdienst
Dordrecht
7. Gemeenschappelijke Regeling Gevudo
Dordrecht
8. Stedin
Rotterdam
9. Oasen
Gouda
10. Bank Nederlandse gemeenten
Den Haag
Dordrecht
Openbaar belang De GRS behartigt de belangen op het gebied van de Inkomensvoorzieningen en participatie. De GR voert de taken uit die de gemeenten hebben overgedragen. Specifieke wensen vanuit de gemeenten kunnen via maatwerk of dienstverleningsovereenkomsten worden uitgevoerd. De activiteiten op het gebied van de sociale werkvoorziening zijn per 1 januari 2023 eveneens belegd bij de GRS. Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van: publieke volksgezondheid, onderwijs, jeugdzorg, maatschappelijke zorg, geneeskundige hulpverlening. Het in algemene zin behartigen van belangen op het terrein van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing, centrale post ambulancevervoer, geneeskundige hulpverlening (bij ongevallen en rampen). Het in stand houden en exploiteren van een sportpark met alle daarbij behorende voorzieningen, zoals terreinen, gebouwen en andere accommodaties, een en ander binnen het gebied als aangegeven op de bij deze regeling behorende gewaarmerkte tekening. Een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot: de heffing en invordering van belastingen; de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; de administratie van vastgoedgegevens; het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden.
De Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid ondersteunt de deelnemende regiogemeenten en de Provincie Zuid-Holland bij de uitvoering van hun taken op het gebied van het omgevingsrecht in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving en op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten. Het behartigen van aandeelhoudersbelangen van de deelnemers in NV Huisvuilcentrale Alkmaar (HVC). Doel is om vanuit milieuverantwoord afvalbeheer een bijdrage te leveren aan een duurzame leefomgeving. Regionale Nederlandse netbeheerder, die verantwoordelijk is voor het transport van elektriciteit en gas. Het (doen) exploiteren van een of meer waterleidingbedrijven en laboratoria. Uitoefening van het bedrijf van bankier ten dienste van overheden. De Bank Nederlandse Gemeenten biedt financiële diensten op maat, zoals kredietverlening, betalingsverkeer, advisering, elektronisch bankieren en beleggen.
68
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ Verbonden partij 11. Rom-D
Vestigingsplaats Dordrecht
Openbaar belang De doelstelling van de ROM-D is het versterken en uitbouwen van de regionale economie, in die zin dat een permanente toekomstige meerwaarde ontstaat en tenminste aansluiting wordt gevonden bij de landelijke ontwikkeling.
Risicoclassificatie Om te bepalen welk sturing-en toezichtpakket van toepassing is, is het onderstaande risicoprofiel bepaald.
Sturingsarrangement Het sturingspakket, volgend uit de risico-classificatie voor de betreffende Verbonden partij, bestond in 2025 uit: Risico-classificatie
Verbonden partijen
1.
Laag
2.
Gemiddeld
3.
Hoog
Stedin, Oasen, SVHW, BNG, Gevudo OZHZ, Rom-D, VRZHZ, GR Souburgh DG&J ZHZ (*), GR Sociaal
Sturings- en toezichtsarrangementen Basis pakket Plus pakket Compleet pakket
(*) Gelet op het hoge financiële risico is voor de DG&J, onderdeel Jeugd 'maatwerk' afgesproken. Naast de sturingsarrangementen van het compleet pakket zal de raad geïnformeerd worden over inhoudelijke stukken met inspanningen die gericht zijn op het grip krijgen op de financiën.
69
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ Inhoud Sturingsarrangementen Hieronder staat de feitelijke invulling van de sturingsarrangementen beschreven, gekoppeld aan de sturende en beheersende rollen van de raad en het college.
Basis pakket
Kaderstellende rol (= sturen)
Controlerende rol (=beheersen)
•
begroting verbonden partij met ambtelijk advies bespreken in college in de gemeentelijke begroting wordt jaarlijks een actuele risicoanalyse verbonden partijen opgenomen + bepaling welke pakketten gelden voor welke verbonden partijen + voor welke verbonden partijen maatwerk wordt afgesproken, dit wordt door de raad vastgesteld begroting van de verbonden partij wordt voor zienswijze aan de raad voorgelegd jaarlijkse bijeenkomst waarin risicoanalyses verbonden partijen worden besproken tussen college en raad
•
hogere frequentie bestuurlijke en ambtelijke overleggen
•
•
• •
Plus pakket
•
•
•
•
Compleet pakket
•
nog hogere frequentie bestuurlijke en ambtelijke overleggen er wordt een actieve dialoog tussen de raad en de verbonden partij georganiseerd door bijvoorbeeld de directie uit te nodigen in de raad
• •
jaarrekening verbonden partij met ambtelijk advies bespreken in college in de jaarrekening wordt door het college verantwoording afgelegd aan de raad over de verbonden partijen actieve informatieplicht: bij belangrijke tussentijdse ontwikkelingen informeert het college de raad via burap’s of RIB
alle P&C documenten verbonden partijen (ook burap’s) worden met ambtelijk advies besproken in college in gemeentelijke burap wordt door het college verantwoording afgelegd aan de raad over de verbonden partijen met risicoclassificatie ‘gemiddeld’ of hoger het college informeert de raad via een RIB over de P&C documenten van de verbonden partij zo nodig wordt de raad tussentijds geïnformeerd (ook buiten P&C documenten om)
Financiële informatie per verbonden partij Voor de feiten en cijfers is in onderstaande tabel gebruikt gemaakt van de cijfers van de verbonden partij van de concept jaarrekening 2025. Verbonden partijen Bedragen x € 1.000
Financiële Eigen Eigen Vreemd bijdrage vermogen vermogen vermogen 1-1-2025 31-121-1-2025 2025
Vreemd vermogen 31-12-2025
Financieel resultaat 2025 Alblasserdam
Gemeenschappelijke Regelingen
1 GR Sociaal
18.940
700
0
59.699
63.425
0
2 GR Dienst Gezondheid & Jeugd
9.586
3.990
4.041
29.357
28.657
0
3 GR Veiligheidsregio
1.853
9.673
9.168
91.467
93.846
0
4 GR Souburgh
401
62
62
2.867
2.614
0
5 SVHW
311
3.355
3.290
29.834
35.670
0
1.985
988
2.745
13.240
14.925
0
0
30
30
0
0
0
6 GR Omgevingsdienst 7 GR Gevudo 8 Stedin Holding (NV)
1.353
3.370.000
3.586.000
5.704.000
6.489.000
226
9 Oasen (NV) 2024
8
128.149
136.041
244.640
263.335
0
10 BNG (NV)
21
4.777.000
4.863.000 123.164.000 110.701.000
24
11 ROM-D Holding
94
4.603
4.974
2.201
2.201
0
12 ROM-D Dordtse Kil III CV
121
14.555
16.677
183
46
0
70
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________
Samenwerking vrijwilligersbesturen De commissie BBV adviseert in het geval dat formeel juridisch geen sprake is van een verbonden partij door het ontbreken van een financieel belang zoals gedefinieerd in het BBV, maar er wel sprake is van een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie via één of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht) én een bestuurlijke belang om deze organisaties gezien het maatschappelijke of algemene belang en de mogelijke risico’s op te nemen in de paragraaf verbonden partijen. Op deze wijze wordt alle informatie over verbonden partijen en samenwerkingen van belang in enige vorm op één plaats verzameld worden. Eind 2021 is een onderzoek naar de samenwerking met vrijwilligersbesturen afgerond. De centrale vraag "Onder welke bestuurlijke condities en randvoorwaarden kan de gemeente Alblasserdam de betrokkenheid, expertise en kracht blijven benutten van stichtingen met vrijwilligersbesturen?". Met deze vraag heeft het college Bureau Berenschot opdracht gegeven om het 213a onderzoek gestalte te geven.
Dit heeft geleid tot een aantal aanbevelingen die te herleiden zijn naar de volgende specifieke kenmerken van dergelijke samenwerkingsvormen: • een betekenisvolle en cyclische afstemming tussen het college en het stichtingsbestuur • een compleet en bijgewerkt samenwerkingsdossier • ruimte voor maatwerk • goed geïnformeerde controle door de gemeenteraad In deze jaarrekening wordt inzicht gegeven in wat met de aanbevelingen is gedaan en wat de komende tijd nog wordt opgepakt. Ook wordt inzicht gegeven in de risico's van de belangrijkste samenwerkingen en hoe hiermee wordt omgegaan. Wat is er afgelopen periode met de aanbevelingen gedaan en wat gaan we komende periode nog doen? • Er bestaat centrale dossiervorming van stukken met betrekking tot de samenwerkingen en verschillende medewerkers hebben hier toegang toe. Er wordt gewerkt aan het verder en zorgvuldiger vullen van deze digitale dossiers. Het formeel terugkoppelen van besluiten en het vastleggen van gespreksverslagen wordt al in deze werkwijze meegenomen. • Er is een training van Berenschot gevolgd over het professioneel invulling geven aan het accountbeheer. • Met een aantal accountbeheerders zijn aan de hand van een aantal vragen of toetsingsaspecten risico's met betrekking tot enkele voorname samenwerkingen in beeld gebracht. Dit is ook voor het jaar 2025 in beeld gebracht.
Het resultaat daarvan is hieronder weergegeven. Het inspelen op de risico's en wat veranderingen van een profiel voor gevolgen heeft, wordt komende periode verder uitgewerkt. • Er wordt zoveel als mogelijk gewerkt met eenduidig agendavorming en voorbereiding van de periodieke gesprekken met de partijen. • Met risicovolle verbonden partijen is 2025 gebruikt om afspraken zorgvuldiger en beter vast te leggen. Zo zijn met Stichting Molenzicht nieuwe afspraken gemaakt en zijn de Sociale Basis en Stichting Jeugdteams vanaf 2026 gefuseerd en zijn de werkzaamheden van de SWA door hen overgenomen. Risico's van de voornaamste samenwerkingen Onderstaand is een matrix weergegeven van vragen en toetsingsaspecten om zo een risicoprofiel per samenwerking te bepalen. Per aspect kan per partij een score 0, 1 of 2 worden gegeven. Daarbij is 0 geen of weinig risico, 1 een gemiddeld risico en 2 een hoog risico. De totaalscore op alle aspecten samen geeft per partij inzicht in het totale risico dat de gemeente op deze samenwerking loopt. Hoe hoger de score, hoe groter het totale risico en hoe verder eventuele maatregelen gaan. Bij maatregelen kan worden gedacht aan de frequentie van afstemming, zowel intern als met de betreffende partij en de bijbehorende informatievoorziening, maar ook het in beeld brengen van keuzemogelijkheden en handelingsperspectieven om bij te sturen.
71
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
Jeugdteams
Bibliotheek
Mooi-Sociaal
Totaal risicoscore
Sociale basis
Politiek/ maatschappelijk
Landvast
Governance
SWA
Financieel
Molenzicht
Onderwerp
BSSA
______________________________________________________________________________
2 1 1 2 1 1 0 0 8 2 1 1 0 4 2 2 0 1 0 0 5 17
1 1 1 2 0 2 1 1 9 1 1 1 0 3 2 1 0 1 0 0 4 16
2 2 0 0 0 2 1 1 8 0 0 1 1 2 1 2 1 2 1 1 8 18
2 1 2 2 1 1 2 0 11 2 1 2 0 5 0 1 0 1 0 1 3 19
2 2 0 0 0 2 0 0 6 0 0 0 1 1 1 2 1 2 0 1 7 14
2 2 0 0 0 2 0 0 6 0 0 0 1 1 2 2 2 2 0 1 9 16
2 2 0 1 0 2 0 2 9 0 0 0 0 0 1 0 0 1 1 1 4 13
2 2 0 0 0 2 0 0 6 0 0 0 1 1 2 2 1 1 0 1 7 14
Aspect
Omvang van de gemeentelijke subsidie Aandeel gemeentelijke subsidie in totaal baten (afhankelijkheid van de gemeente) Voorspelbaarheid van de exploitatie van de activiteiten Is de gemeente aangewezen als achtervang? Is er een vorm van borgstelling richting de gemeente? Is er sprake van een langdurige subsidierelatie, die niet zonder afbouw kan worden gestaakt? Hoe staat de partij er financieel voor? De mate en kwaliteit van de voortgangsinformatie (financieel en inhoud) Subtotaal risicoscore financieel Zijn de bestuursfuncties ingevuld en is continuïteit van bestuur geborgd? Kwetsbaarheid met betrekking tot professionaliteit van de organisatie Is er een toezichthoudend orgaan? Ligt er een overeenkomst ten grondslag aan de samenwerking en wordt conform gehandeld? Subtotaal risicoscore governance Zijn andere partijen afhankelijk van het functioneren van de samenwerkingspartner? Staat de samenwerking bovengemiddeld in de politieke of maatschappelijke belangstelling? Invloed of afhankelijkheid van landelijke of maatschappelijke ontwikkelingen Mate van vrijheid van of invloed op de overeengekomen activiteiten Hebben wij voldoende in beeld wat het doel van de samenwerking is? Hebben wij voldoende kennis en kunde om te boordelen of de goede dingen worden gedaan? Subtotaal risicoscore politiek/maatschappelijk
Conclusies • Met de nieuwe afspraken met betrekking tot Molenzicht is het risico van deze verbonden partij afgenomen. • De werkzaamheden van de SWA zijn in overleg overgeheveld naar de gefuseerde partij MooiSociaal, wat een combinatie is van de Sociale Basis en Stichting Jeugdteams. Hierdoor is risicoprofiel van de SWA in 2025 niet veranderd, maar zitten we nu in de fase van een zorgvuldige afwikkeling van de liquidatie van de Stichting. Daarnaast zijn door de fusie naar MooiSociaal de risico’s bij deze partijen ook afgenomen. • Aan de hand van de analyse is het college intensiever en professioneler in gesprek gegaan met verbonden partijen. Verder is het risiconiveau van Landvast toegenomen, waarbij het college al intensiever en constructief in gesprek is met deze partij om de risico’s zoveel als mogelijk te beperken. • Met de bezuinigingsopgave komen veel maatschappelijke organisaties (financieel) onder druk te staan. Dit vraagt extra aandacht in de samenwerking met deze vrijwilligersbesturen. Afhankelijkheid van gemeentelijke subsidie wordt daarmee groter, wat ook een risico vormt.
72
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________
7. Grondbeleid Inleiding De paragraaf grondbeleid geeft inzicht in de volgende zaken: • Een visie op het grondbeleid in relatie tot de te realiseren doelstellingen; • Een aanduiding van de wijze waarop het grondbeleid wordt uitgevoerd; • Een prognose van de te verwachten resultaten van de grondexploitatie; • Een onderbouwing van een eventuele winstneming; • De beleidsuitgangspunten m.b.t. de reserves voor grondzaken. Huidig grondbeleid De belangrijkste financiële uitgangspunten zijn vastgelegd in de Financiële verordening 2023 van de gemeente Alblasserdam. In deze verordening is onder meer bepaald dat de gemeenteraad ten minste eens in de vier jaar een Nota grondbeleid vaststelt, waarin in ieder geval wordt opgenomen: de strategische visie voor toekomstig grondbeleid, de uitgangspunten voor de verkoop van gronden, en de wijze van toerekening van bovenwijkse voorzieningen. Ook is bepaald dat verliesgevende grondexploitaties worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Er niet langer sprake van aparte nota’s winst/verlies of weerstandsvermogen. In december 2024 heeft de gemeenteraad de Nota Grondbeleid Alblasserdam 2024 vastgesteld.
Deze nota vervangt de eerdere Nota’s Grond- en vastgoedbeleid en Prijsbeleid en Vastgoed uit 2013, en verwerkt wijzigingen in het afwegingskader, in de wettelijke kaders (met name de Omgevingswet vanaf 1 januari 2024), en de strategische ambities vanuit de omgevingsvisie. De Nota Grondbeleid 2024 spreekt van situationeel grondbeleid met het principe “faciliterend, tenzij”. De gemeente kiest in principe voor faciliteren, maar kan actief worden bij maatschappelijk/politiek belang of als de markt tekortschiet. De gemeente verhaalt kosten van planologische maatregelen en ruimtelijke ontwikkelingen in faciliterende situaties via kostenverhaal en/of financiële bijdragen, zoals bepaald in de Omgevingswet. Voor actief grondbeleid worden grondexploitatiekosten en opbrengsten bijgehouden, en deze exploitaties moeten financieel uitvoerbaar zijn. Winsten worden pas genomen bij voldoende zekerheid (volgens de Percentage of Completion-methode), verliezen worden wel direct genomen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het wettelijk kader voor kostenverhaal bij gebiedsontwikkelingen gewijzigd. Het exploitatieplan is komen te vervallen; in plaats daarvan is publiekrechtelijk kostenverhaal geïntegreerd in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning of het projectbesluit.
De gemeente blijft inzetten op anterieur kostenverhaal via privaatrechtelijke overeenkomsten, waarbij kosten en prestaties van zowel de gemeente als de initiatiefnemer transparant worden vastgelegd. Indien het niet lukt om kosten vooraf te verhalen, kan de gemeente publiekrechtelijk kostenverhaal toepassen. Onder de Omgevingswet zijn hiervoor twee systemen geïntroduceerd: kostenverhaal met tijdvak (voor ontwikkelingen met een duidelijke einddatum) en kostenverhaal zonder tijdvak (voor organische ontwikkelingen zonder vastomlijnd eindbeeld). Tenslotte biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om financiële bijdragen te vragen voor ruimtelijke ontwikkelingen, zowel op vrijwillige basis als verplicht. Deze bijdragen kunnen worden ingezet voor investeringen in voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen die ten goede komen aan zowel huidige als toekomstige bewoners en gebruikers. Daarnaast zijn in deze nota's de kaders voor grond- en vastgoedzaken vastgelegd en is een aantal specifieke uitgangspunten voor de grondexploitaties geformuleerd.
Deze zijn: • Jaarlijks worden de BIE's (bouwgronden in exploitatie) geactualiseerd; • Verliezen worden direct genomen en worden verwerkt in verliesvoorzieningen; • Winsten in projecten worden pas genomen bij afsluiten van de projecten; • Tussentijds winstnemen op positieve grondexploitaties vindt plaats naar rato van gemaakte kosten en opbrengsten, waarbij rekening wordt gehouden met projectspecifieke risico's;
73
Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026
______________________________________________________________________________ • • • • •
Bij aanvang van projecten wordt grond gewaardeerd op inbrengwaarde; Er vindt geen directe verevening plaats tussen projecten; De weerstandsratio dient tussen 1,0 en 1,4 te zijn; De verantwoordelijkheid van het grondbeleid ligt bij de portefeuillehouder financiën; Projectwethouders zijn integraal (dus ook financieel) verantwoordelijk voor de projecten waar zij bestuurlijk opdrachtgever van zijn.
Toelichting actieve grondexploitaties 2025 De gemeente had in 2025 drie bouwprojecten waar een grondexploitatie voor geopend is. Voor de ontwikkelingen van deze drie grondexploitatie-projecten wordt een korte toelichting gegeven. Project: Zuidelijk Havengebied Korte omschrijving van het project: Het project Zuidelijk Havengebied is in het centrum van Alblasserdam, tussen de jachthaven en de scheepswerf van superjachtenbouwer Oceanco, gelegen. De locatie is ongeveer 1 hectare groot en geruime tijd in gebruik geweest als parkeerterrein en camperstandplaats. De gemeente spant zich momenteel samen met de ontwikkelcombinatie De Langen en van den Berg/Stevast in om dit gebied te ontwikkelen naar een aantrekkelijk woon-werkgebied en openbare ruimte. Het voorlopige programma bestaat in totaal uit 152 woningen, ca. 1.800 m2 BVO commerciële voorziening en ca. 283 parkeerplaatsen. Resultaten in 2025: • Medio 2025 is er een nieuwe invulling van het woonprogramma uitgewerkt. • Onherroepelijk bestemmingsplan. • De kosten- en opbrengstenramingen in de grondexploitatie zijn herzien. Deze herzieningen hebben een verbetering van het resultaat van de grondexploitatie doordat de opbrengsten sterker zijn gestegen dan de kosten. • In 2025 is actief gestuurd op optimalisatie van het programma. Daarbij is gekozen voor aanpassing van de parkeervoorziening van drie naar twee lagen.