CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2025 raad v22-06-2026.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 7 juli 2026, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 5: Jaarrekening 2025 - Voorstel34.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Deze ingreep heeft geleid tot een reductie van de onrendabele top en daarmee tot een verbetering van het financiële resultaat. Activiteiten/verwachte resultaten vanaf 2025: • Het project bevindt zich in de afrondende fase, waarin programma en ontwerp definitief vorm krijgen. • De ontwikkelaar werkt het definitieve bouwplan uit. Hierna worden de bouwkosten en VON-prijzen geactualiseerd, en kan een actueel en marktconform grondbod worden uitgebracht. Het voorstel voor de grondtransactie wordt naar verwachting in Q4 2026 aan de raad aangeboden, waarna de bouw eind Q1 2027 kan starten (onder voorbehoud 70% voorverkoop). • De geprognosticeerde oplevering van het project is gepland in 2028. Eén en ander afhankelijk van de doorlooptijd van de ruimtelijke ordeningsprocedure, de besluitvorming omtrent de infrastructurele ingrepen, de beschikbare netcapaciteit en de dan geldende marktsituatie. Gelet op deze onzekerheden blijft de winstwaarschuwing van kracht en is actieve monitoring en bijsturing noodzakelijk. Project: Bedrijvenlocatie Staalindustrieweg Korte omschrijving project: De realisatie van 6 bedrijfskavels aan de voormalige woonwagenlocatie aan de Staalindustrieweg. Resultaten in 2025: • De gesprekken met de ondernemers over relocatie en huurovereenkomsten (met eventuele optie tot koop) lopen.

• Er is reeds gestart met enkele voorbereidende werkzaamheden voor het bouwrijp maken. • In 2025 zijn schoonmaak- en opruimwerkzaamheden op het terrein uitgevoerd naar aanleiding van materiaal dat op het terrein geloosd is. Veiligheid en toezicht is daarop aangescherpt om de situatie in de gaten te houden. • Bodemonderzoek is uitgevoerd en heeft lichte grondvervuiling aangetoond.

74

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Activiteiten/verwachte resultaten vanaf 2025: • Gesprekken met ondernemers over huurovereenkomsten worden voortgezet. • Bouw- en woonrijp maken gaat begin 2026 van start. • Naar aanleiding van het bodemonderzoek zullen aanvullend onderzoek en saneringswerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. Project: Flexwoningen de Loopplank Korte omschrijving project: Het project Flexwoningen De Loopplank is een initiatief om het woningaanbod in Alblasserdam te vergroten. Er zullen tijdelijke woningen worden gebouwd op het terrein van De Loopplank aan de Pieter de Hoochplaats. De flexwoningen zijn bedoeld voor drie doelgroepen: Alblasserdamse starters, spoedzoekers en statushouders. De woningen worden evenredig over de genoemde doelgroepen verdeeld. Resultaten in 2025: • In september is er gestart met de sloop van het oude schoolgebouw. De sloop is in 2025 afgerond. Tegen de sloop werd een verzoek om een voorlopige voorziening aangevraagd bij de voorzieningenrechter. De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek afgewezen. • Er is bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning voor het realiseren van 46 flexwoningen. • Er is bezwaar gemaakt tegen de verleende kapvergunning voor het vellen van 24 houtopstanden.

• Er is reeds gestart met enkele voorbereidende werkzaamheden voor het bouwrijp maken (zoals het voorbelasten van de grond). • Er is een nieuwe aanvraag gedaan in het kader van de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT). Deze aanvraag is toegekend waardoor er extra middelen ter beschikking komen (€ 285.200 voor de realisatie van de flexwoningen. Activiteiten/verwachte resultaten vanaf 2026: • Op 20 januari vond de zitting plaats bij de rechtbank Rotterdam en vervolgens is er op 12 maart uitspraak gedaan in het beroep dat omwonenden hadden ingesteld tegen de omgevingsvergunning. De rechter oordeelde dat de rechtsgevolgen van het genomen besluit in stand blijven. • Tegen deze uitspraak is door de bezwaarmakers hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en zorgt voor verdere vertraging. Resultaat BIE's Met ingang van voorliggend rapport wordt er gerapporteerd over voordelige resultaten met een "+", over nadelige resultaten gerapporteerd met een "-". Dit betreft een wijziging ten opzichte van de rapporten uit voorgaande jaren. Deze wijziging dient de leesbaarheid van de rapportage te verbeteren. Het totale resultaat op netto contante waarde van de grondexploitaties bedraagt € 1.134.000,-. positief.

Er wordt over 3 BIE’s gerapporteerd: • Zuidelijk Havengebied • Bedrijvenlocatie Staalindustrieweg • Flexwoningen de Loopplank Ontwikkeling boekwaarde grondexploitaties De boekwaarde van de actieve grondexploitaties per 1-1-2025 (afgerond) bedroeg € 1.452.000, -. In 2025 werd een saldo op uitgaven en inkomsten gerealiseerd à € 667.000, - en werd er geen winst genomen. Dit resulteert in een boekwaarde per 1-1-2026 van € 2.119.000, -. Risico’s Met gebiedsontwikkeling zijn risico’s gemoeid; daarom zijn voor alle grondexploitaties de mogelijke risico’s in beeld gebracht. Een groot deel van deze risico’s is gekwantificeerd (Risico = kans x gevolg). Voor elk grondexploitatieproject is vervolgens een risicoprofiel opgesteld.

75

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Voor de verliesgevende grondexploitaties worden de risico’s afgedekt via de algemene reserve grondexploitaties. Voor de winstgevende projecten moeten de risico’s gedekt worden door de buffer van het positieve saldo mits het risicobedrag het positieve resultaat niet overschrijdt. In onderstaande tabel zijn de risico’s samengevat voor alle grondexploitaties per 1-1-2025. De grondexploitaties kennen een positief resultaat. De risico’s kunnen dus worden afgedekt uit het resultaat.

De risico’s zitten met name in mogelijke meerkosten bij het bouw- en woonrijp maken, daarnaast is een aanvullend risico opgenomen voor planvertraging. Voor project Zuidelijk Havengebied zijn de risico’s opgenomen als PM, in afwachting van verdere planuitwerking. Financiële positie grondexploitaties De totale exploitatieresultaten zijn van invloed op de financiële positie van de gemeente. De gemeente Alblasserdam kent de navolgende reserves en voorzieningen voor grondexploitaties. • Algemene reserve grondexploitatie Deze reserve is bedoeld als algemene buffer voor het opvangen van mogelijke tekorten binnen de verschillende grondexploitaties en ter dekking van de risico’s van de verliesgevende grondexploitaties. Het saldo per 31-12-2025 is € 79.000, na resultaatbestemming van € 697.000 (onttrekking reserve). • Verliesvoorziening grondexploitaties Als een tekort wordt voorzien in een grex, moet een verliesvoorziening worden getroffen bij resultaatbepaling in de jaarrekening. Per 31-12-2025 was het voorziene verlies € 946.000. Weerstandsvermogen Het gemeentelijk grondbeleid is een terrein waarbij enerzijds de gewenste gemeentelijke koers richtinggevend is maar anderzijds de externe omstandigheden ook van invloed kunnen zijn op het gewenste resultaat.

De vastgoedmarkt, waar het grootste deel van de exploitaties sterk door wordt beïnvloed, is een moeilijk voorspelbaar en beheersbaar terrein. Zeker op de bedrijvenmarkt maar ook op de woningmarkt zijn economische schommelingen direct van invloed op de prijs maar vooral op de afzetsnelheid. Al met al betekent dit dat bij de realisatie van de gewenste projecten een zeker risico ontstaat. De gevolgen van de wijzigingen in de risico’s in de geactualiseerde grondexploitaties en de gevolgen daarvan voor het weerstandsvermogen 2025 worden toegelicht in de paragraaf Weerstandsvermogen.

76

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________

8. Openbaarheidsparagraaf De Wet open overheid regelt het recht op informatie. Zeer bondig samengevat regelt de wet drie belangrijke aspecten omtrent overheidsinformatie. 1. Openbaarmaking van informatie door de overheid uit eigen beweging (actieve openbaarmaking) 2. Openbaarmaking van informatie door de overheid naar aanleiding van een verzoek (passieve openbaarmaking) 3. De digitale informatie huishouding van bestuursorganen. Actieve openbaarmaking Bestuursorganen zijn verplicht uit eigen beweging bepaalde categorieën informatie openbaar te maken. In totaal gaat het om 17 categorieën van informatie. Deze openbaarmaking gaat stapsgewijs over het verloop van enkele jaren. De eerste fase is in 2024 in werking getreden. Volgens de laatst bekende planning van het Rijk treedt in 2027 de tweede fase in werking. Voor zover van toepassing, worden alle categorieën uit fases en 1 en 2 al openbaar gemaakt door de gemeente Alblasserdam.

Fase 1: • Wetten en algemeen verbindende voorschriften • Overige besluiten van algemene strekking • Vergaderstukken Staten-Generaal • Informatie over organisatie en werkwijze • Bereikbaarheidsgegevens Fase 2: • Bij vertegenwoordigende organen ingekomen stukken • Vergaderstukken decentrale overheden • Agenda’s en besluiten bestuurscolleges • Adviezen • Jaarplannen en jaarverslagen Uiteindelijk is het doel dat alle informatie toegankelijk wordt via de Woo-index. Dit is een landelijke website, waarop alle bestuursorganen zijn aangesloten. De website bevat zelf geen informatie, maar verwijst door naar alle mogelijke vindplaatsen. De gemeente Alblasserdam werkt samen met de andere Drechtsteden aan het actief openbaar maken van informatie. Het regionale project heeft tot doel om de processen die moeten leiden tot openbaarmaking inzichtelijk te krijgen. Het daadwerkelijk openbaar maken van de informatie is een lokale verantwoordelijkheid. Passieve openbaarmaking Op grond van de Woo kan een ieder een verzoek indienen tot openbaarmaking van informatie vastgelegd in documenten. In 2025 ontving de gemeente hiervoor 20 verzoeken. Het aantal verzoeken is daarmee al enkele jaren vrij stabiel. Inwoners kunnen gebruik maken van een digitaal formulier. Voor het contact met de inwoners is een Woo-contactfunctionaris aangesteld.

In de regel worden vrijwel alle verzoeken (deels) ingewilligd of informeel opgelost. Digitale informatiehuishouding Lokaal waarde toevoegen door regionaal organiseren. Gemeente Alblasserdam focust samen met de Drechtsteden op het (digitale) huis op orde. Door medewerkers mee te nemen in informatiemanagement en informatiebeveiliging kunnen wij de juiste vertaalslag maken naar de dagelijkse praktijk en werkzaamheden. Informatie moet toegankelijk zijn, nu en in de toekomst. De volgende thema’s vormen daarom de basis voor informatiemanagement en informatiebeveiliging: digitalisering, innovatie, stevig fundament, en integraal werken.

77

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Financieel De werkzaamheden om uitvoering te geven aan de Woo wordt opgepakt binnen de formatie. Daarnaast was in de begroting 2025 een budget beschikbaar voor activiteiten in het kader van de WOO van € 18.150,-. Hiervan is ongeveer € 9.200,- uitgegeven.

78

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________

Jaarrekening 2025

79

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Hierna wordt, via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten, financiële verantwoording afgelegd over het in 2025 gerealiseerde beleid.

Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000,-) Activa

31-12-2025

Vaste activa Immateriële vaste activa

31-12-2024

343

- Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief - Bijdrage in activa van derden

33 310

Materiële vaste activa

362 42 320

110.150

- Overige investeringen met een economisch nut - Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven - Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

77.412

64.086

35.984

20.306

19.385

25.757

22.043

Financiële vaste activa

3.812

- Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen

4.086

1.504

1.504

2.156 153

2.374 209

Leningen aan: - Overige verbonden partijen - Overige langlopende leningen Totaal vaste activa

114.306

81.860

2.119

1.452

Vlottende activa Voorraden Grond- en hulpstoffen: - Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijksschatkist - Overige vorderingen

2.119

1.452 7.660

6.502 17 1.141

Liquide middelen

7.795 6.049 126 1.620

7

- Bank- en girosaldi

7

Overlopende activa De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa Balanstotaal

14 14

7.492

3.243

5.404

2.191

754 4.650

410 1.781

2.088

1.052 17.278 131.584

12.504 94.364

80

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ (bedragen x € 1.000,-) PASSIVA

31-12-2025

31-12-2024

29.729

27.899

Vaste passiva Eigen vermogen - Algemene reserve

13.160

12.598

- Bestemmingsreserves

15.382

14.659

- Gerealiseerde resultaat

1.187

642

Voorzieningen

6.547

6.968

- Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

2.846

- Egalisatievoorzieningen - Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden

122

169

3.579

3.346

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

3.454

72.664

47.205

Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen - Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a van de Wet Fido

26.664

28.205

46.000

19.000

Totaal vaste passiva

108.940

82.073

10.418

4.232

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Kasgeld aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a van de Wet Fido

6.000

0

- Bank- en girosaldi

2.605

1.200

- Overige schulden

1.813

3.032

Overlopende passiva - verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; - de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van:

8.267

- Het Rijk

3.830

2.856

74

158

56

248

- Overige Nederlandse overheidslichamen - Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.

12.227

8.060

4.798

3.903

3.014

Totaal vlottende passiva

22.645

12.292

Balanstotaal

131.584

94.364

Gewaarborgde geldleningen

7.468

7.354

Garantstellingen

79.206

70.871

81

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2025 Voor de verschillenanalyse tussen begroting en realisatie wordt verwezen naar de programmaverantwoording. Programma's Een duurzaam bereikbaar dorp

Met oog voor elkaar

Thuis in ons dorp

Algemene dekkingsmidd elen en onvoorzien

Overhead

Bedragen x € 1.000

Begroting 2025 Begroting 2025 Realisatie 2025 primair na wijziging

Begr na wijz -/realisatie 2025

Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan de reserves Mutaties in de reserves Geraamd resultaat

11.309 6.900

14.019 9.828

12.564 8.159

1.454 -1.670

-4.409

-4.190

-4.406

-216

108

343

324

19

10

232

162

-70

-98

-111

-162

-51

-4.507

-4.301

-4.568

-266

Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan de reserves Mutaties in de reserves Geraamd resultaat

34.907 8.311

41.545 13.808

41.122 13.547

423 -261

-26.596

-27.737

-27.575

162

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

-26.596

-27.737

-27.575

162

14.145 2.617

18.782 5.183

15.032 5.383

3.750 200

-11.528

-13.599

-9.649

3.950

0

175

1.421

-1.246

0

3.054

222

-2.832

0

2.879

-1.199

-4.078

-11.528

-10.720

-10.848

-128

787 50.041

705 52.415

716 52.510

-11 -94

49.254

51.711

51.794

83

0

287

287

0

1.005

1.005

1.005

0

1.005

718

718

0

50.258 7.694

52.428 8.021

52.511 8.576

83 -555

Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan de reserves Mutaties in de reserves Geraamd resultaat

Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan de reserves Mutaties in de reserves Geraamd resultaat Lasten

82

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan de reserves Mutaties in de reserves Geraamd resultaat Totaal

Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan de reserves Mutaties in de reserves Gerealiseerd resultaat

167

188

241

54

-7.527

-7.833

-8.335

-501

0

0

0

0

0

67

0

-67

0

67

0

-67

-7.527

-7.767

-8.335

-568

68.842 68.036

83.072 81.423

78.010 79.840

5.062 -1.583

-806

-1.648

1.830

3.478

108

805

2.032

-1.227

1.015

4.357

1.389

-2.968

907

3.552

-643

-4.195

101

1.903

1.187

-717

83

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________

Grondslagen Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het "Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten" (BBV) en de Financiële verordening gemeente Alblasserdam 2023. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling van de gemeente Alblasserdam. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De grondslagen voor waardering van activa, passiva en van de resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar. Er hebben geen stelsel- en/of schattingswijzigingen plaatsgevonden in 2025. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop de het dividend betaalbaar gesteld wordt (moment besluitvorming algemene vergadering van aandeelhouders). De algemene uitkering wordt opgenomen conform de laatste in het jaar gepubliceerde circulaire en specificaties. De personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van de financiële voorschriften worden geen voorzieningen getroffen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten als ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeldaanspraken en dergelijke. Dit geldt niet voor verlof. Met ingang van 2022 is een voorziening gevormd voor bovenwettelijke verlof dat geen gelijke omvang kent en/of bestaat uit overmatige verlofsaldi of spaarsaldi. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van jaarlijks gelijkblijvend volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenbegroting, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) wordt wel een verplichting opgenomen.

Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium: de norm uit het normenkader zoals door het bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium: dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investerings- kredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het bestuur zijn gemeld.

84

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ o

Voor het M&O criterium: de nota M&O beleid van onze organisatie is leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 30 september 2025 door de raad is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium: dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium: de nota M&O beleid van onze organisatie is leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. •

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten exclusief dotatie reserves is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf Bedrijfsvoering worden opgenomen

85

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________

Balans Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen zijn in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in vijf jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikneming van het gerelateerde materiële vaste actief. De afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden afgeschreven gedurende de restant looptijd van de betrokken geldlening. Bijdragen aan activa in eigendom van derden zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van een derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak. Materiële vaste activa Algemeen De materiële activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.

Materiële activa kleiner dan € 25.000 worden niet geactiveerd, maar direct verantwoord als lasten in het lopende jaar. Het startmoment van de afschrijvingen is vastgelegd in de Nota Waardering en Afschrijving vaste activa (2017) Gemeente Alblasserdam. De afschrijvingen starten in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het kapitaalgoed gereedkomt/verworven wordt. De (belangrijkste) gehanteerde afschrijvingstermijnen zoals vastgelegd in de Nota Waardering en Afschrijving vaste activa (2017) gemeente Alblasserdam zijn: • Voor wegen wordt de componentenmethode toegepast: o Fundering wegen 60 jaar o Toplaag wegen elementen 30 jaar o Toplaag wegen asfaltverhardingen 15 jaar • Gebouwen: o Bedrijfsgebouwen 60 jaar o Renovatie 40 jaar o Schoolgebouwen 60 jaar • Vervoermiddelen 5-15 jaar • Gronden en terreinen 0 jaar • Machines, apparaten en installaties o Hardware en Software 3-5 jaar o Overige apparaten en installaties 5-20 jaar De gemeente hanteert de lineaire afschrijvingsmethode. Rente aan investeringen wordt toegerekend over de boekwaarde per 1 januari van het boekjaar. Op grond wordt niet afgeschreven. Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven.

86

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut Investeringen met een maatschappelijk nut worden, evenals investeringen met een economisch nut, geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven. In erfpacht uitgegeven gronden Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. Eventuele afkoopsommen voor voortdurende contracten zijn verwerkt onder de langlopende schulden en vervallen naar rato van afkoopperiode vrij ten gunste van het resultaat. Financiële vaste activa Uitzetting met een rente typische looptijd langer dan één jaar worden verantwoord onder de financiële vaste activa. Uitzettingen met een rente typische looptijd minder dan één jaar worden verantwoord onder de uitzettingen onder de vlottende activa. Bij het begrip "rente typische looptijd" gaat het om de definitie vanuit de Wet Fido en is ingegeven door beheersing van renterisico's. De definitie luidt: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding.

Voor een uitzetting die een looptijd kent van tien jaar met een vaste rente, geldt dat deze altijd als vast activum dient te worden opgenomen ook al resteert er minder dan één jaar van de oorspronkelijke looptijd. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV's (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Van een “deelneming” is krachtens artikel 1 lid d BBV sprake als een gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV. Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen, leningen u/g en overige uitzettingen zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Vlottende activa Voorraden Grond en hulpstoffen Grond- en hulpstoffen (magazijnvoorraden) worden gewaardeerd tegen standaard verrekenprijzen die zijn gebaseerd op de gemiddelde betaalde inkoopprijs. Verschillen tussen de standaard verrekenprijs en betaalde inkoopprijs worden als resultaat verantwoord. Incourante voorraden worden afgewaardeerd naar marktwaarde.

Onderhanden werk, waaronder gronden in exploitatie De als onderhanden werken opgenomen “bouwgronden in exploitatie” (BIE) zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken) alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Voor verliesgevende grondexploitaties wordt ten laste van de “algemene reserve grondexploitaties” een voorziening gevormd, welke op de balans in mindering wordt gebracht op de BIE. Winsten uit de bouwgrondexploitatie worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht. Gereed product en handelsgoederen Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich met name voor indien voorraden incourant worden.

87

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Uitzettingen met een rente typische looptijd minder dan één jaar (vorderingen) en overlopende activa Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de gemeente Alblasserdam en zijn niet beklemd. Afgeleide financiële instrumenten Gemeente Alblasserdam maakt geen gebruik van financiële derivaten en beperkt de risico’s (renterisico, kasstroomrisico en kredietrisico) door gebruik te maken van de rekening-courant bankrekeningen en schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserves, bestemmingsreserves en het gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten. Het gerealiseerd resultaat van voorgaand jaar is conform het betreffende raadsbesluit verwerkt in de algemene en bestemmingsreserves. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies.

De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. De onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf "Onderhoud kapitaalgoederen" die is opgenomen in het jaarverslag, is het gevoerde beleid toegelicht. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is hiervoor nadere informatie opgenomen.

88

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________

Toelichting op de balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)

Activa Vaste activa Immateriële vaste activa De post immateriële vaste activa wordt onderscheiden in: Boekwaarde per 31-12-2025 34.000

Boekwaarde per 31-12-2024 42.000

Bijdrage aan activa in eigendom van derden

310.000

320.000

Totaal

344.000

362.000

Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de immateriële vaste activa gedurende het jaar:

Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Bijdrage aan activa van derden

Boekwaarde 31-12-2024 42.000

Investeringen 0

320.000

0

0

362.000

0

0

Totaal

Bijdragen van derden 0

Afwaarderingen 0

Boekwaarde 31-12-2025 34.000

10.000

0

0

310.000

18.000

0

0

344.000

Desinves- Afschrijteringen vingen 0 8.000

Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Investeringen met een economisch nut Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut

Boekwaarde per 31-12-2025 64.087.000

Boekwaarde per 31-12-2024 35.984.000

20.305.000

19.384.000

25.758.000

22.044.000

110.150.000

77.412.000

Totaal

De investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde per 31-12-2025 2.153.000

Gronden en terreinen (algemene dienst)

Boekwaarde per 31-12-2024 2.122.000

Strategische verwervingen

28.496.000

1.130.000

Bedrijfsgebouwen

30.185.000

30.711.000

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

1.526.000

481.000

Vervoermiddelen

448.000

278.000

Machines, apparaten en installaties

762.000

691.000

Overige materiële vaste activa

517.000

571.000

64.087.000

35.984.000

Totaal

En onderstaand het verloop van de overige investeringen met economisch nut gedurende het jaar:

Gronden en terreinen Strategische verwervingen Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige Werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal

Boek-waarde 31-12-2024 2.122.000 1.130.000 30.711.000 481.000

Investeringen 33.000 27.366.000 474.000 1.828.000

Desin vestering en 0 0 0 0

278.000 691.000 571.000 35.984.000

216.000 351.000 0 30.268.000

0 0 0 0

Afschrijvingen 2.000 0 1.000.000 15.000

Bijdrag en Afwaarvan deringe derden n 0 0 0 0 0 0 768.000 0

46.000 0 88.000 192.000 54.000 0 1.205.000 960.000

0 0 0 0

Boekwaarde 31-12-2025 2.153.000 28.496.000 30.185.000 1.526.000 448.000 762.000 517.000 64.087.000

89

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Overige investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven: Boekwaarde per 31-12-2025 18.917.000

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

35.000

40.000

1.310.000

1.466.000

Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties

43.000

48.000

20.305.000

19.384.000

Overige materiële vaste activa Totaal

Boekwaarde per 31-12-2024 17.830.000

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de investeringen met economisch nut gedurende het jaar waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven:

Grond-, weg- en waterbouwkundige Werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal

Boekwaard e Investe31-12-2024 ringen 17.830.000 1.525.000

Desinve steringen 0

Afschrij vingen 410.000

Bijdragen van derden 28.000

Afwaarderingen

Boekwaarde 31-12-2025 0 18.917.000

40.000

0

0

5.000

0

0

35.000

1.466.000

0

0

156.000

0

0

1.310.000

48.000

0

0

5.000

0

0

43.000

19.384.000 1.525.000

0

576.000

28.000

0

20.305.000

Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut gedurende het jaar:

Grond-, weg- en waterbouwkundige Werken Machines, apparaten en installaties

Boekwaard e Inves31-12-2024 teringen 17.824.000 3.793.000

Desinvesteringen 0

Afschrij vingen 643.000

Bijdrage n (van derden) 40.000

Afwaarderinge n 0

Boekwaard e 31-12-2025 20.934.000 272.000

255.000

17.000

0

0

0

0

Overige materiële vaste activa

3.965.000

785.000

0

186.000

12.000

0

4.552.000

Totaal

22.044.000 4.595.000

0

829.000

52.000

0

25.758.000

Onder bijdragen (van derden) zijn, indien van toepassing, de bedragen van derden en bijdragen uit de reserves en andere projecten opgenomen die direct gerelateerd zijn aan de investering. Onder de afwaarderingen staan de afwaarderingen vermeld wegens duurzame waardeverminderingen. De analyse op begrotingsrechtmatigheid en de bestedingen van 2025 van de investeringskredieten is opgenomen in onderdeel 2.3.3 in de toelichting op het overzicht van baten en lasten. Financiële vaste activa Het verloop van de financiële vaste activa gedurende het jaar wordt in onderstaand overzicht weergegeven: Boekwaard e 31-12-2024

Investering en

Desinvesteringen

Afschrijvingen/aflossingen

Afwaarderingen

Boekwaarde 31-12-2025

1.504.000

0

0

0

0

1.504.000

- overige verbonden partijen

2.374.000

0

0

218.000

0

2.156.000

Overige langlopende leningen

209.000

0

0

56.000

0

153.000

4.087.000

0

0

274.000

0

3.813.000

Kapitaalverstrekkingen aan: - deelnemingen Leningen aan:

Totaal

90

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Vlottende activa Voorraden De in de balans opgenomen voorraden worden uitgesplitst naar de volgende categorieën: Boekwaarde per 31-12-2025

Boekwaarde per 31-12-2024

Bouwgronden in exploitatie

2.120.000

1.453.000

Totaal

2.120.000

1.453.000

Van de bouwgronden in exploitatie kan van het verloop in het jaar het volgende overzicht worden gegeven: Boekwaarde 31-12-2024

Voorziening Investeringen Opbrengsten Resultaatverlieslatend 2025 2025 neming complex 2025 31-12-2024

Boekwaarde 31-12-2025

Voorziening verlieslatend complex 31-12-2025

De Loopplank

531.000

1.105.000

269.000

0

0

800.000

946.000

Staalind.weg

423.000

0

351.000

0

0

774.000

0

Haven-Zuid

499.000

910.000

47.000

0

0

546.000

0

Totaal

1.453.000

2.015.000

667.000

0

0

2.120.000

946.000

De voorziening dekt het verwachte negatieve resultaat van de projecten volledig af. Voor het project De Loopplank is de voorziening hoger dan de boekwaarde. In afwijking van de BBV-systematiek om eerst tot nihil te waarderen via de voorraadpost, is gekozen voor presentatie van de volledige boekwaarde onder de voorraden en het volledige voorzieningsbedrag onder de passiva. Dit is gedaan ter bevordering van de vergelijkbaarheid en consistentie van de balanspresentatie. In de toelichting op de voorraden is deze keuze nader toegelicht. Nog te maken kosten (kasstroom) Nog te verwachten opbrengsten (kasstroom) Verwacht exploitatieresultaat NCW (-/- = voordelig)

2.644.000 5.653.000 1.134.000

Uitzettingen met een rentetypische looptijd minder dan één jaar (vorderingen) De in de balans opgenomen uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt worden gespecificeerd: Boekwaarde 31-12-2025

Voorziening oninbaarheid

Balanswaarde 31-12-2025

Balanswaarde 31-12-2024

Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in Rijksschatkist

6.502.000 17.000

0 0

6.502.000 17.000

6.049.000 126.000

Overige vorderingen

1.141.000

0

1.141.000

1.620.000

Totaal

7.660.000

0

7.660.000

7.795.000

91

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Uitzettingen in 's Rijksschatkist In 2025 mocht de gemeente bij het verplicht schatkistbankieren een bedrag van 2% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2025 het drempelbedrag niet is overschreden. Berekening drempelbedrag SKB 2025: Begrotingstotaal

bedragen x € 1.000 €

Drempelbedrag (afgerond)

69.051 2,00%

Relevant percentage

€

1.382

Buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen

Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen

€

552 €

652 €

1.263 €

524

Drempelbedrag

€

1.382 €

1.382 €

1.382 €

1.382

Ruimte onder drempelbedrag

€

830 €

730 €

119 €

858

Overschrijding van het drempelbedrag

€

- €

- €

- €

-

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde per 31-12-2025

Boekwaarde per 31-12-2024

Banksaldi

7.000

14.000

Totaal

7.000

14.000

Overlopende activa De overlopende activa kan als volgt worden gespecificeerd: Boekwaarde per 31-12-2025

Boekwaarde per 31-12-2024

754.000 4.650.000

410.000 1.781.000

Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

2.088.000

1.052.000

Totaal

7.492.000

3.243.000

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: - het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen

92

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Onderstaand is de specificatie per uitkering van overheidslichamen (het Rijk en Overige Nederlandse overheidslichamen) opgenomen: Saldo per Toevoegingen Ontvangen 31-12-2024 bijdragen

Saldo per 31-12-2025

Europese overheidslichamen Het Rijk Stimulering sport (H4) Stimulering sport (H4) Gemeentelijke hulp aan gedupeerden Gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021(B2) Gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021(B2) Kwijtschelding gemeentelijke belastingen |(C62) kinderopvangtoeslagproblematiek 2021(B2) Kwijtschelding gemeentelijke belastingen |(C62) (C62) Realisatiestimulans (J17) Realisatiestimulans (J17) Realisatiestimulans (J17)

410.000

754.000

410.000

754.000

410.000

0

410.000

0

0

301.000

0

301.000

0

3.000

0

3.000

0

154.000

0

154.000

Opvang Oekraïne (M16)

0

18.000

0

18.000

Diversen

0

278.000

0

278.000

1.781.000

4.650.000

1.781.000

4.650.000

Regiodeals 3e tranche (J75B)

96.000

960.000

96.000

960.000

Toeslagenproblematiek (B2)

63.000

0

63.000

0

Beschermd wonen (via Dordrecht)

463.000

337.000

463.000

337.000

1.159.000

1.748.000

1.159.000

1.748.000

Versnelling natuurinclusief isoleren (J117B)

0

21.000

0

21.000

Tijdelijke impulsreg. klimaatadaptatie (E44)

0

1.584.000

0

1.584.000

2.191.000

5.404.000

2.191.000

5.404.000

Overige Nederlandse overheidslichamen

Diversen (oa SVHW)

Totaal van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

De overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen betreffen: • Bedragen die ten gunste van het verslagjaar komen, maar waarvan de bedragen in de loop van een volgend jaar wordt ontvangen. • Facturen die voor 31 december betaalbaar zijn gesteld, maar waarvan de lasten betrekking hebben op het volgende dienstjaar. • Nota's die in na 31 december zijn verstuurd i.v.m. detachering van personeel bij GR-en. • Jaarafrekeningen van GR-en die nog tot een teruggave leiden, waarvan nog geen nota bestaat.

93

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________

Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Boekwaarde per 31-12-2025

Boekwaarde per 31-12-2024

Algemene reserve

13.160.000

12.598.000

Bestemmingsreserves

15.382.000

14.659.000

Gerealiseerde resultaat

1.187.000

642.000

Totaal

29.729.000

27.899.000

Het verloop in het jaar wordt in onderstaand overzicht per reserve weergegeven: Omschrijving

Stand 3112-2024

Bestemming resultaat

Toevoegingen

Onttrekkingen

Resultaat 2025

Stand 3112-2025

Overig Algemene reserves Algemene reserve

12.598.000

1.801.000*

1.239.000

13.160.000

Totaal

12.598.000

1.801.000

1.239.000

13.160.000

Algemene reserve grondexploitatie

776.000

1.246.000

697.000

1.325.000

Totaal

776.000

1.246.000

697.000

1.325.000

Afkoopsommen onderhoud van graven

198.000

0

0

198.000

Totaal

198.000

0

0

198.000

0

42.000

0

6.492.000

44.000

694.000

106.000

4.826.000

Reserves grondexploitatie

Egalisatiereserves

Bestemmingsreserves

Bestemmingsreserve Kunst in openbare ruimte Bestemmingsreserve Enecogelden Bestemmingsreserve baggeren Bestemmingsreserve Ruigenhil Bestemmingsreserve energietransitie Bestemmingsreserve kapitaallasten

42.000 0 6.492.000 630.000

0 108.000

4.932.000 0 100.000

0

99.700

1.489.000

0 216.000

0

1.704.000

Totaal Jaarresultaat

13.685.000

324.000

150.000

Totaal reserves

27.257.000

13.859.000 1.187.000

3.371.000

2.086.000

1.187.000

29.729.000

*De toevoeging algemene reserve in inclusief het jaarresultaat 2024 met een bedrag van € 642.000

94

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Het gerealiseerde resultaat over 2025 is nog niet in de algemene reserve overzicht opgenomen. Dat wordt conform de bestemming van het resultaat bij vaststelling van de jaarrekening verwerkt in de reserves. Het totale eigen vermogen per eind 2025 is het totaal van de reserves en het gerealiseerde resultaat en bedraagt derhalve €28.614.000. Per cluster zijn hierna de aard en reden van de reserves toegelicht alsmede de belangrijkste mutaties in het jaar: Cluster 1. Algemene reserves

Reserve Algemene reserve

Toelichting aard, reden en belangrijkste mutaties Toevoegingen in 2025: • Via resultaatbestemming 2024 € 1.339.088 • Mutaties 1e burap 2025 € 175.000 • Mutaties 2e burap 2025 € 287.000 Totaal toevoegingen € 1.801.088 Onttrekkingen in 2025: • Via resultaatbestemming 2024 € 684.660 • Korting OZB € 320.000 • Mutaties 1e burap 2025 € 111.647 • Mutaties 3e burap 2024 € 122.525 Totaal onttrekkingen € 1.238.832

2. Reserve grondexploitatie

Algemene reserve grondexploitatie

3. Egalisatiereserves

Afkoopsommen onderhoud van graven

5. Bestemmingsreserves

Reserve kunst in de openbare ruimte Bestemmingsreserve Enecogelden

In de door gemeenteraad vastgestelde Nota grond- en vastgoedbeleid zijn beleidsrichtlijnen vastgesteld voor de ‘algemene reserve grondexploitatie’. In Alblasserdam wordt gestreefd naar een verhouding tussen risico’s van de projecten met een verwacht verlies, de risico’s op afgesloten projecten en de weerstandscapaciteit van minimaal 1 en maximaal 1,4. Dit wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. In gevallen dat de ratio zich buiten deze bandbreedte begeeft, wordt bij de jaarrekening een voorstel gedaan voor verrekening tussen de reserve grondexploitaties en de algemene reserve. Voor een nadere toelichting op de risico’s en weerstandsratio voor grondexploitaties wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. De resultaten van de grondexploitaties in verband met afsluiting, winstneming en aanvullende stortingen worden verantwoord in deze reserve. Deze reserve dient ter egalisatie van de saldi op het product begraafplaats, voor gelijkmatige verdeling van de exploitatie- en onderhoudskosten (inclusief kapitaallasten) alsmede toekomstige onderhoudsverplichtingen aan de begraafplaats. Deze reserve is in 2014 ingesteld. Deze reserve is gevormd naar aanleiding van de verkoop aandelen Eneco, resulterend in een storting van € 18,4 miljoen. Het beleid rondom aanwending is door de raad op 21 december 2021 als volgt bepaald: a.

voor bestedingen die leiden tot structurele financiële ruimte in de begroting; b. voor een revolvend mechanisme ten behoeve van maatschappelijke ontwikkelingen met een langlopend effect en in het bijzonder die welke betrekking hebben op duurzaamheid en klimaatadaptieve doelen. c. voor aankoop van gronden en/of gebouwen uit strategisch en/of maatschappelijk oogpunt t.b.v. regievoering bij de ontwikkeling van een plangebied voor zover deze (nog) niet via de reguliere grondexploitatie aan de raad kunnen worden aangeboden..

95

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Cluster

Reserve Bestemmingsreserve baggeren

Bestemmingsreserve Ruigenhil

Bestemmingsreserve energietransitie Bestemmingsreserve kapitaallasten

Toelichting aard, reden en belangrijkste mutaties Deze reserve is vanuit de resultaatbestemming in 2020 ingesteld en is bedoeld om de lasten van groot onderhoud baggeren te egaliseren. In 2025 heeft de jaarlijkse dotatie van € 108.000 plaatsgevonden conform de begroting. Voor het opstellen van een baggerplan heeft een onttrekking plaatsgevonden van € 43.699 conform de 3e burap 2025. Deze reserve is op 21 december 2021 ingesteld ten behoeve van aankoop woningen en gronden Ruigenhil. Ten laste van de algemene reserve is er in 2021 een storting gedaan van € 9.121.000. De onttrekking in 2025 van € 106.091 betreft uitgaven die voor dit project zijn gedaan. Deze reserve is in 2022 ingesteld ter dekking van onderzoeken, acties en capaciteit ten behoeve van de energietransitie. Deze reserve is in 2023 ingesteld ter dekking van kosten van onderhoud en/of vervangingen in de openbare ruimte die het gevolg zijn van het aanleggen van kabels en leidingen. De toevoeging in 2025 van € 215.877 betreft de ontvangen degeneratievergoeding.

Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves De dotatie aan de bestemmingsreserve baggeren kan als structurele toevoeging worden aangemerkt. Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in het jaar wordt in onderstaand overzicht weergegeven: Stand 31-12-2024

Toevoegingen

Onttrekkingen

Stand 31-12-2025

997.000 441.000 2.016.000 3.454.000

375.000 128.000 -1.070.000 -568.000

40.000 0 0 40.000

1.332.000 569.000 946.000 2.846.000

169.000 169.000

263.000 263.000

310.000 310.000

122.000 122.000

3.072.000 273.000 3.346.000 6.968.000

366.000 0 366.000 62.000

0 133.000 133.000 483.000

3.439.000 140.000 3.579.000 6.547.000

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s Voorziening claims (pensioenen wethouders) Voorziening verlofsparen Voorziening verliesgevende grondexploitaties Voorzieningen onderhoud Voorziening onderhoud kapitaalgoederen Voorzieningen voor middelen van derden die specifiek besteed moeten worden Voorziening riolering Voorziening egalisatie begraven Totaal voorzieningen

96

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Hierna zijn de aard en reden van de voorzieningen toegelicht alsmede de belangrijkste mutaties in het jaar: Cluster 1. Voorzieningen ter afdekking van verplichtingen, risico’s en verliezen

Voorziening Claims (wethouders pensioen)

Verlofsparen

Verliesgevende grondexploitaties 3. Voorzieningen voor middelen van derden die specifiek besteed moeten worden

Voorziening riolering

Voorziening begraven

Toelichting aard, reden en belangrijkste mutaties De voorziening is gevormd voor het verschil tussen de benodigde pensioenaanspraken van (gewezen) wethouders en het beschikbare beleggingstegoed bij de verzekeringsmaatschappij. In 2025 is € 40.460 onttrokken vanwege pensioenuitbetalingen aan voormalige bestuurders. Per 31-12-2025 was de stand van de voorziening niet voldoende en is er 374.574 gestort, rekening houdend met de overdracht naar het nieuwe pensioenstelsel per 1 januari 2028 en de stellige uitspraak van de Commissie BBV van december 2025 hierover. De commissie BBV heeft in december 2025 een stellige uitspraak gedaan waarbij de pensioenen qua waardering gelijk worden gesteld aan de prognose van het benodigd vermogen op 31 december 2025 op basis van inkoop Wtp bij ABP. Dit bedrag dient jaarlijks te worden herzien tot het moment van overdracht aan het ABP welke momenteel voorzien is op 1 januari 2028. Het ABP gebruikt echter niet-publieke rekengrondslagen in de berekening van de waardering van de verplichtingen. Bedoelde rekengrondslagen zijn een kernonderdeel van de berekening. Daarom is in de jaarrekening 2025 een benadering van deze methode de enige realistisch uitkomst.

De pensioenvoorziening is gebaseerd op actuariële aannames, waaronder rekenrente, sterftetafels, partnerfrequentie en leeftijdsterugstellingen, met onderscheid tussen individuele en collectieve waardeoverdrachten. Hierdoor is sprake van schattingsonzekerheid tot op het moment van overdracht. Met ingang van 2022 is een voorziening gevormd voor bovenwettelijke verlof dat geen gelijke omvang kent en/of bestaat uit overmatige verlofsaldi of spaarsaldi. In 2025 is een toevoeging gedaan van € 127.640 omdat de stand van de voorziening verlofsparen niet toereikend was gelet op de verlofsaldo’s. Deze voorziening was gevormd voor het opvangen van verliesgevende grondexploitaties. De voorziening dekt het verwachte negatieve resultaat van de projecten volledig af. Deze voorziening is gevormd voor de nog niet bestede middelen die zijn opgehaald bij de burger middels de rioolheffing welke in toekomstige begrotingsjaren alsnog ingezet zullen worden ten behoeve van het riool conform art. 44, lid 2 BBV (middelen van derden die specifiek besteed moeten worden). In 2025 is een toevoeging gedaan van € 366.171, omdat de baten hoger uitvielen dan de lasten, volgens het principe van kostendekkendheid. Deze voorziening dient ter dekking van toekomstige onderhoudskosten voor de begraafplaatsen waarvoor de niet bestede afkoopsommen als dekking dienen.

In 2025 is een onttrekking gedaan van € 132.951 als egalisatie van het saldo. De onttrekking heeft plaatsgevonden tot het niveau van 100% kostendekkendheid, conform het uitgangspunt bij de begroting.

Vaste schulden De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar is als volgt:

Onderhandse leningen binnenlandse banken en overige financiële instellingen openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a van de Wet Fido Waarborgsommen Totaal

Boekwaarde per 31-12-2025

Boekwaarde per 31-12-2024

26.664.000 46.000.000

28.205.000 19.000.000

0 72.664.000

0 47.205.000

In onderstaand overzicht wordt het verloop in het jaar weergegeven van de vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar: Saldo 31-12 2024

Vermeerderingen Aflossingen Saldo 31-122025

97

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Onderhandse leningen

47.205.000

28.000.000

2.541.000

72.664.000

Waarborgsommen

0

0

0

0

Totaal

47.205.000

28.000.000

2.541.000

72.664.000

De totale rentelast voor het jaar 2025 met betrekking tot de vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar bedraagt € 1.218.000. Deze rentelast is in de exploitatie verantwoord op het Programma Solide Financieel Beleid. De aflossingsverplichting van € 2.541.000 voor 2025 is hier verantwoord onder de vaste schulden. Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd minder dan één jaar (kortlopende schulden) De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt worden gespecificeerd: Boekwaarde per 31-12-2025

Boekwaarde per 31-12-2024

Kasgeldleningen

6.000.000

0

Bank- en girosaldi

2.605.000

1.200.000

Overige schulden

1.813.000

3.032.000

Totaal

10.418.000

4.232.000

Overlopende passiva De overlopende passiva kan als volgt worden gespecificeerd: Boekwaarde per 31-12-2025 •

•

Boekwaarde per 31-12-2024

verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd 8.267.000 en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: 3.830.000 o Het Rijk 74.000 o Overige Nederlandse overheidslichamen

4.798.000

2.856.000 158.000

Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

56.000

248.000

Totaal

12.227.000

8.060.000

De in de balans (onder overlopende activa) opgenomen van EU, Rijk en provincies nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel en de in de balans (onder de overlopende passiva) opgenomen van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren kunnen als volgt worden gespecificeerd: Saldo 1-12025

Ontvangen bedragen

Vrijgevallen bedragen

Terugbetaling en

Saldo 31-122025

Europese overheidslichamen Het Rijk Onderwijsachterstandenbeleid 2023-2026 (D8) Inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen (D14)

2.856.000 351.000

2.790.000 784.000

1.817.000 531.000

0 0

3.830.000 603.000

193.000

0

0

0

193.000

98

Jaarstukken 2025 - 7 juli 2026

______________________________________________________________________________ Toekomstbestendige lokale bibliotheekvoorzieningen (D23) Wet inburgering 2021 (G10) Onderwijsroute (G13) Sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026 (H30) Lokale Aanpak Isolatie (J94) Capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (K28) Opvang ontheemden Oekraïne (M16)

81.000

0

81.000

0

0

283.000 2.000 41.000

408.000 17.000 392.000

217.000 19.000 384.000

0 0 0

475.000 0 49.000

1.215.000 525.000

461.000 727.000

161.000 258.000

0 0

1.515.000 994.000

165.000

0

165.000

0

0

Overige Nederlandse overheidslichamen Versnelling natuurinclusief isoleren (J117B) Overige posten Randvoorwaardelijke functies jeugdhulp (H26B) IZA-doelen 2023-2026 (H35B) Toegankelijkheid bushaltes 2025 H2 Laadinfrastructuur Mobility Hub Alblasserdam

158.000

331.000

415.000

0

74.000

71.000

0

71.000

0

0

86.000 0

0 15.000

81.000 13.000

0 0

6.000 1.000

0 0 0

251.000 31.000 35.000

250.000 0 0

0 0 0

1.000 31.000 35.000

Totaal van de van EU en NL overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

3.014.000

3.121.000

2.232.000

0

3.903.000

De overige verplichtingen en vooruit ontvangen bedragen betreffen: • Verplichtingen die in het verslagjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. • Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. Niet in de balans opgenomen verplichtingen Het onder de balans opgenomen bedrag voor gewaarborgde geldleningen en verstrekte garantstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:

Categorie A Categorie A NV HVC Categorie B

Totaal

Aard / omschrijving

% borgstelling (gemiddeld)

Oorspronkeli jke geldlening

Directe borgstellingen

88%

Achtervang WSW voor 1/8/2021 Achtervang WSW na 1/8/2021

6.514.000

Door gemeente geborgd 1-12025 3.916.000

Door gemeente geborgd 3112-2025 3.722.000

0,65% 100%

Diversen 42.500.000

3.438.000 42.500.000

3.746.000 35.000.000

27,1%

0

28.371.000

44.206.000

78.224.000

86.674.000

53,8%

De gemeente stond per 31 december 2025 voor in totaal € 86,6 miljoen garant. Hiervan had € 79,2 miljoen betrekking op de achtervangpositie in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (indirecte borgstelling). Gezien de rond dat fonds gebouwde zekerheidsstructuur is hieraan een relatief laag risico verbonden. Het bedrag aan directe borgstellingen bedroeg per 31 december 2025 € 7,5 miljoen. Dit betreft voor: • HVC Alkmaar (0,90%-belang; ‘getrapt’ via GR Gevudo) € 3,7 miljoen; • Stichting Sporthal Molenzicht € 2,3 miljoen; • Stichting Waardenburgh: € 1,3 miljoen;

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/863/documents/19072