Te betrekken bij - raadsmededeling 62-2026 Ontwikkeling naar een Sterk Lokaal Team
Tekst van het document
Pagina 28 van 30
Gemeente Aalten
Startnotitie, Sterk Lokaal Team
8. Vervolg Als opvolging op deze startnotitie starten we met het ontwikkelen van een onderbouwde blauwdruk voor een sterk lokaal team in de gemeente Aalten. Deze blauwdruk wordt gebaseerd op data-analyse en in vergelijking met relevante ‘good practices’, passend bij de doelgroepen en de specifieke lokale context van de gemeente Aalten. We werken daarbij gefaseerd. In de eerste fase ligt de nadruk op analyse: het verzamelen, duiden en interpreteren van beschikbare data en het in kaart brengen van wat goed gaat en waar ontwikkelkansen liggen. Op basis van deze inzichten maken we vervolgens per uitgangspunt een vertaling naar de lokale situatie van gemeente Aalten. Aan de hand van de zeven uitgangspunten bepalen we als projectteam de gewenste richting. Nadat deze richting is vastgesteld, werken we deze uit in een concrete vertaling naar de praktijk. Een essentieel uitgangspunt in dit proces is dat we samen optrekken met de uitvoering. In de eerste fase werken we vooral intensief samen met interne uitvoeringspartners. Zodra er meer duidelijkheid is over de gewenste koers en ontwikkelrichting, betrekken we ook onze externe samenwerkingspartners. We gaan met hen in gesprek over hoe wij aankijken tegen de rol en samenwerking van de betreffende partner, en nemen hun perspectief nadrukkelijk mee in de verdere uitwerking. Deze startnotitie vormt gedurende het project onze basis.
Hierin hebben we onze kernboodschap en visie als fundament vastgelegd. We erkennen wat er al staat en wat goed functioneert, en bouwen voort op de sterke punten die al aanwezig zijn. Tegelijkertijd maakt deze notitie duidelijk waarom deze ontwikkeling noodzakelijk is en welke ambitie we gezamenlijk nastreven. Belangrijk is dat de doorontwikkeling niet stilvalt in afwachting van uitkomsten. Proces en praktijk verlopen parallel: we leren en ontwikkelen stap voor stap, samen met onze partners. Zo groeien we gedurende het project al mee met de beoogde richting.
Pagina 29 van 30
Gemeente Aalten
Startnotitie, Sterk Lokaal Team
Bijlagen 1. Sterk Lokaal Team: Wat hebben we in huis- beschikbare functies.
Pagina 30 van 30
Gemeente Aalten
Voorbeeldcasus Sterk Lokaal Team Gemeente Aalten
Maart 2026- M. Kroezen, projectleider Sterk Lokaal Team
Casus: “Achter de voordeur” Op een rustige straat in de gemeente Aalten woont een gezin dat bewust koos voor ruimte, rust en een nieuwe start. Wat begon als een behoefte naar rust en ruimte, werd langzaam een dagelijks gevecht om het hoofd boven water te houden. Een gezin met veerkracht én grote kwetsbaarheid Bas (35) groeide op in de Achterhoek. Na jaren in de drukte van de Randstad verlangde hij terug naar overzicht en eenvoud. Minder prikkels, minder drukte, ook vanwege de gevolgen van nietaangeboren hersenletsel. Doordeweeks werkt hij in de bouw en verblijft hij in de kost. Dat geeft hem structuur, maar betekent ook dat hij het grootste deel van de week niet thuis is. In het weekend probeert hij alles in te halen. Hij staat langs de lijn bij Milan (8), die fanatiek voetbalt en zichtbaar opbloeit van positieve aandacht. Hij gaat mee naar het skatepleintje waar Fenna (6) eindeloos rondjes draait. Het zijn waardevolle momenten, maar ook intens: Bas merkt dat zijn energie sneller op is dan vroeger. Prikkelverwerking en overzicht blijven kwetsbaar. Ingrid (43) draagt doordeweeks de zorg voor het gezin. Ze houdt van kleine, veilige bezigheden, diamant painting aan de keukentafel, voetbalwedstrijden op tv. Structuur en overzicht aanbrengen is voor haar echter ingewikkeld. Ze heeft vermoedelijk een licht verstandelijke beperking en is psychisch kwetsbaar.
Administratie, afspraken plannen, grenzen stellen aan de kinderen, het kost haar zichtbaar meer dan gemiddeld. De kinderen: tussen loyaliteit en onrust Milan is een gevoelige jongen met een taal-spraakachterstand. Op school vraagt hij weinig aandacht, maar leerkrachten signaleren dat hij vaak moe is en moeite heeft met concentreren. Hij lijkt veel zelf op te lossen en stelt zich verantwoordelijk op voor zijn zusje. Wanneer er spanningen zijn thuis, trekt hij zich terug of probeert hij de sfeer te herstellen. Fenna is levendig, fantasierijk en fysiek aanwezig. Ze zoekt veel nabijheid, maar kan ook plotseling ontploffen in boosheid of verdriet. Ze is nog niet zindelijk, wat spanning geeft op school en schaamte oproept. Haar zelfvertrouwen komt onder druk te staan. De combinatie van onvoorspelbaarheid, spanning thuis en de zorgen over haar ontwikkeling-vertraging maakt dat ze extra kwetsbaar is. Van buiten oogt het als een gewoon gezin. Maar achter de voordeur ontbreekt vaak rust en voorspelbaarheid. Structuur is wisselend aanwezig. De veiligheid staat onder druk wanneer stress oploopt. De eerste hulpvraag: financiën Het gezin komt in beeld bij team Mens & Samenleving met een hulpvraag rondom schulden. Er zijn betalingsachterstanden, aanmaningen en toenemende stress. Het ontbreekt aan overzicht. De financiële druk vergroot de spanningen in huis.
Het gezin ontving eerder een schade-uitkering, waarmee zij hun huishoudelijke hulp betaalden. Nadat deze uitkering is opgebruikt, wordt er een aanvraag gedaan voor huishoudelijke hulp. Naar
aanleiding van die aanvraag wordt een keukentafelgesprek ingepland. Vanuit de bedoeling om integraal te werken en snel tot actie te komen, schuift zonder dat het gezin hierover vooraf is geïnformeerd naast de Wmo-consulent ook een jeugdconsulent aan, vanwege signalen en zorgen vanuit de schuldhulpverlening. Het gezin is hier niet van op de hoogte en houdt de deur gesloten Ouders voelen zich overvallen en niet gehoord. Het gevoel ontstaat dat zij niet worden gezien als ouders die hulp vragen, maar als ouders die worden beoordeeld. Het gesprek gaat niet door. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard Hulpvragen blijven zich herhalen en lopen vast. Een ondersteuningsplan wordt niet ondertekend. Schuldhulpverlening stagneert. Een huisbezoek voelt voor de consulent onveilig door de intimiderende houding van de ouders, hun dreigende taal en het gevoel onder druk gezet te worden. Ondertussen groeit de zorg om de kinderen. Er is onvoldoende zicht op hun dagelijks functioneren. Professionals krijgen signalen, maar missen samenhang. Er wordt gekozen voor een andere aanpak: één vaste consulent en werken aan relatieopbouw. Eerst luisteren en ‘er zijn’. Langzaam ontstaat er ruimte voor contact. Huishoudelijke hulp wordt alsnog ingezet. Niet alleen om het huis schoon te houden, maar ook om signalen vroeg te zien en laagdrempelig steun te bieden.
De vaste consulent wordt het centrale aanspreekpunt. Dat brengt enige rust. Signalen die niet genegeerd kunnen worden De huishoudelijke hulp ziet meer dan een vol aanrecht. Er is vervuiling. Er zijn momenten van ontregeling. Er zijn spanningen met buren. Schoolverzuim neemt toe. Er komen anonieme meldingen bij Veilig Thuis. De grootste zorg: er is niet voldoende zicht op de kinderen. Er zijn momenten waarop zij onvoldoende in beeld zijn bij school en hulpverlening. Hun emotionele veiligheid is moeilijk te beoordelen. Moeder zoekt frequent contact met medische specialisten, maar geeft geen toestemming voor onderlinge informatie-uitwisseling. Daardoor werken professionals naast elkaar, zonder gezamenlijk beeld. De draagkracht van ouders lijkt wisselend, maar objectieve afstemming ontbreekt. Tijdens een jeugdbeschermingstafelgesprek wordt besloten vrijwillige hulpverlening een laatste kans te geven. Maar het vertrouwen brokkelt verder af. Ouders voelen zich gecontroleerd. Professionals voelen zich buitengesloten. De deur blijft opnieuw dicht. Er volgt een tweede jeugdbeschermingstafel. Het zicht op de ontwikkeling en veiligheid van Milan en Fenna is onvoldoende geborgd. De zorgen zijn niet incidenteel, maar structureel en complex. De vraag naar een ondertoezichtstelling wordt voorgelegd aan de rechter.
Analyse Deze casus laat zien hoe een opeenstapeling van kwetsbaarheden en problemen op andere cognitief, psychisch, medisch, financieel, sociaal gebied kan leiden tot een situatie waarin niemand nog volledig overzicht heeft en hoe deze problemen met elkaar samenhangen. Wat zou er anders zijn wanneer gewerkt werd vanuit de 7 uitgangspunten van Sterk Lokaal Team?
1. Passende omvang en expertise In deze casus waren meerdere consulenten betrokken, wisselden aanspreekpunten en verschoof regie. Dat zorgde voor onrust bij het gezin en onduidelijkheid bij professionals. Vanuit een Sterk Lokaal Team: -
Is er een team met voldoende omvang om continuïteit te waarborgen. Is er voldoende diversiteit aan expertise (Wmo, jeugd, LVB-kennis, NAH-kennis, schulden, veiligheid). Kan snel opgeschaald worden zonder dat het gezin steeds nieuwe gezichten krijgt.
Hier had eerder gespecialiseerde kennis over: -
Licht verstandelijke beperking bij ouders Niet-aangeboren hersenletsel Hoarding/vervuiling Veiligheidsinschatting
het verschil kunnen maken.
2. Expertise erbij halen In het verloop van de casus werd veel “naast elkaar” gewerkt. Medische specialisten, schuldhulpverlening, huishoudelijke hulp, jeugdprofessionals, maar zonder gezamenlijke duiding. Vanuit dit uitgangspunt: -
Wordt actief aanvullende expertise ingeschakeld wanneer signalen daarom vragen. Wordt specialistische kennis tijdelijk toegevoegd aan het lokaal team. Wordt niet gewacht tot escalatie voordat expertise wordt ingezet. Is er een vast aanspreekpunt die alles rondom het gezin verbind.
Bijvoorbeeld: -
LVB-expertise bij het eerste keukentafelgesprek. NAH-kennis in relatie tot de belastbaarheid van vader. Gedragswetenschappelijke ondersteuning en expertisen Veilig Thuis bij veiligheidszorgen.
3. Zichtbaar en aanwezig in de wijk Het lokaal team was voor het gezin vooral zichtbaar op het moment dat er een probleem was. Vanuit Sterk Lokaal Team: -
Is het team zichtbaar in scholen, bij sportverenigingen, in buurthuizen. Weten professionals wat er speelt in de straat en buurt. Is de drempel lager om hulp te vragen.
Als er eerder laagdrempelig contact was geweest, bijvoorbeeld via school of een OT-er op school, of een wijkactiviteit had het gezin mogelijk eerder steun ervaren in plaats van controle.
4. Samen met de sociale basis In deze casus werd vooral professioneel opgeschaald. Het informele netwerk bleef grotendeels buiten beeld. Vanuit dit uitgangspunt: -
Wordt actief gekeken naar wat het netwerk kan betekenen. Worden vrijwilligersinitiatieven vroeg betrokken. Wordt steun genormaliseerd, niet geproblematiseerd.
Partijen zoals: -
Yunio (bijvoorbeeld via Home-Start) InHuis Steungezinnen
hadden mogelijk eerder verlichting kunnen bieden in praktische en opvoedondersteuning.
5. Breed kijken en breed handelen De eerste hulpvraag ging over financiën. De tweede over huishoudelijke hulp. Maar onder deze vragen lagen: -
cognitieve beperkingen psychische kwetsbaarheid ontwikkelingsvragen bij de kinderen veiligheidszorgen sociaal isolement
Breed kijken betekent: -
Niet alleen de aanvraag behandelen. Niet alleen indiceren. Maar samen onderzoeken wat er in het hele huishouden speelt.
En vervolgens ook breed handelen: -
Integraal plan. Heldere gezamenlijke doelen. Afspraken die voor iedereen inzichtelijk zijn: in 1 dossier. Terugkoppelen aan vaste aanspreekpunt.
6. Zelf hulp bieden Een belangrijk moment in de casus was het ontstaan van vertrouwen tussen moeder en het vaste aanspreekpunt. Dat vertrouwen was kostbaar. Vanuit Sterk Lokaal Team: -
Wordt niet onnodig doorverwezen als het team het zelf kan oppakken.
Juist in situaties waar wantrouwen snel groeit, is continuïteit cruciaal. 7. Aansluiten bij het huishouden Aansluiten bij dit gezin betekende: -
Vooraf duidelijk communiceren wie er mee komt. Tempo aanpassen aan belastbaarheid. Alle afspraken schriftelijk vastleggen. Niet alleen praten over zorgen, maar ook aansluiten bij wat belangrijk is voor ouders (de kinderen, voetbal, rust in het weekend).
Wat was helpend in deze casus? Er waren sterke elementen: -
Eén vast aanspreekpunt gaf rust. Dit aanspreekpunt zorgde voor aansluiting, door duidelijk te communiceren, tempo aan te passen, afspraken schriftelijk vast te leggen, regie bij ouders te laten. De samenwerking met Veilig Thuis was goed door korte lijnen. Aansluiten bij bestaande vertrouwensrelaties (huishoudelijke hulp) werkte tijdelijk verbindend.
Dat laat zien: de bouwstenen voor een Sterk Lokaal Team zijn aanwezig, maar nog niet structureel georganiseerd rondom de uitgangspunten.
Convenant Stevige lokale teams
Inhoud 1. Inleiding
3
2. Het convenant
5
Ondertekening
15
Bijlage 1: Zienswijze Breed kijken, breed handelen
16
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2
1 Inleiding In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken te komen tot een convenant ‘Stevige lokale teams’. Dit bevat bestuurlijke afspraken voor een duurzame transformatie van het sociaal domein, met daarin een centrale rol voor lokale teams. Die transformatie is al vaak beschreven. Kortgezegd is het een beweging waarin niet het ‘losse individu’ centraal staat, maar het individu in de context van zijn/haar sociale omgeving. Een beweging van individuele ketens naar sociale netwerken, van een nauwe medische blik (die soms noodzakelijk is) naar betekenisvol meedoen, van professioneel doorverwijzen naar samen zoeken wat het beste past, van losse hulpvragen beantwoorden naar achterliggende oorzaken aanpakken. Deze beweging is mede ingegeven als reactie op een aantal dominante maatschappelijke patronen. Zoals de opwaartse individuele prestatiedruk en zijn collectieve ratrace. De daarmee samenhangende neiging om bij psychosociaal tegenval oplossingen te zoeken bij professionele hulp en ondersteuning. Maar ook dieper: de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van corona, zorgen over bestaanszekerheid en ongelijkheid, internationale spanningen en een onzekere toekomst, die vooral de jongere generatie raken. Jongeren die door de sociale media ook nog eens gewend zijn zich individueel aan de ander te spiegelen.
Lokale teams kunnen hierin een belangrijke rol vervullen als krachtige veranderpartner. Ze zijn geen panacee voor alle maatschappelijke problemen; die druk leggen we hen niet op. Maar ze kunnen wel bijdragen aan bovengenoemde omslag. Lokale teams hebben drie functies: ze ondersteunen de hulpvrager bij diens regie, ze bieden zelf hulp en ze schakelen waar nodig extra hulp in. Dat doen ze niet alleen voor jongeren en gezinnen, maar voor alle inwoners van de wijk of gemeente. Die totaliteit omvat ook dit convenant. Lokale teams kijken vanuit hun laagdrempelige aanwezigheid in de wijk met een brede blik samen met de hulpvrager en met wellicht een ervaringsdeskundige naar de best passende vervolgstap. Ze zijn daarbij gericht op ondersteuning bij dagelijkse activiteiten en relaties en schakelen volgens het principe van matched care zo nodig specialistische expertise in. Als het gaat om kinderen hebben ze altijd oog voor de (achterliggende) situatie van andere gezinsleden en vice versa. Waar mogelijk handelen ze direct, zonder formele doorverwijzingen of wachtlijsten. Hiermee kan de onnodige inzet van zwaardere hulp worden verminderd. Deze werkwijze van lokale teams, beschreven in het Richtinggevend kader toegang, lokale teams en integrale dienstverlening, vraagt om een breed repertoire aan deskundigheid (of kennis daarvan) en tegelijk om direct praktisch handelen.
Een eenzame man die wel wil klaverjassen heeft een andere behoefte dan iemand met chronische en levenslange klachten of een gezin met geldzorgen. Dat betekent goed kunnen schakelen met gemeentelijke instanties en specialistische kennis, als ook met allerlei vrijetijdsverenigingen en maatschappelijke organisaties. Dit gaat om het versterken van de sociale en pedagogische basis en van bewonersinitiatieven. Maar ook om schuldhulpverlening en samenwerking met eerstelijnsprofessionals zoals huisartsen1 en woningcorporaties tot jeugdgezondheidszorg2, met Veilig Thuis, kerk en moskee. Dat vraagt dus ook iets van de samenstelling van lokale teams; een passende mix van (specialistische) expertise (ook over veiligheidsvraagstukken), welzijns- en opbouwwerk is nodig om hulpvragen te beantwoorden in lijn met de veranderbeweging. Hierbij is de lokale maatschappelijke opgave en context leidend.
1
In de context van het hechte wijkverband als bedoeld in het Integraal Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg- en
2
Vanuit haar publieke taak en wettelijke grondslag in de Wet Publieke Gezondheid (Wpg).
Welzijnsakkoord.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3
Deze positie van lokale teams kan alleen als anderen die positie erkennen en daarnaar handelen. Daarvoor is dit convenant bedoeld. Het is niet zozeer een afspraak van lokale teams zelf (al is de Associatie van Wijkteams een cruciale partner) als wel van ons als stakeholders daar omheen samen: ministeries, gemeenten, brancheorganisaties, beroepsverenigingen en cliëntvertegenwoordigers. Met dit convenant spreken wij uit dat we gaan voor de bovengeschetste beweging, dat we investeren in lokale teams en dat we daarbij elk onze eigen verantwoordelijkheid omschrijven én nemen. Noot bij deze versie Deze versie van het convenant is de eerste vervolgstap op het Richtinggevend Kader. De afspraken in deze versie zijn primair gericht op de situatie van jeugdigen en gezinnen, nu de afspraak tot het tot stand brengen van het stuk een afspraak is uit de Hervormingsagenda Jeugd. In de aanloop naar dit convenant en de bredere reikwijdte van lokale teams werd echter duidelijk dat de ingezette beweging om betrokkenheid van een grotere groep partners vraagt. Besloten is daarom tot een ‘modulair’ convenant, waarbij de huidige afspraken rond jeugd en gezin later aangevuld worden met (in ieder geval) modules met afspraken rondom ondersteuning van volwassenen en de pedagogische basis. De algemene overwegingen en verklaring in deze versie zijn waar mogelijk reeds met deze breedte geformuleerd.
Dit gezegd hebbende, spreken we het volgende uit:
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4
2 Het convenant Ondergetekenden, Overwegende: 1. Dat het nodig is in te zetten op het versterken van de weerbaarheid en eigen kracht van (de omgeving van) inwoners en hun hulpvragen te bekijken vanuit hun brede context; 2. Dat veel vragen naar individuele hulp en ondersteuning vanuit Jeugdwet, Participatiewet en Wmo voortkomen uit problemen op andere domeinen zoals bestaansonzekerheid, eenzaamheid, gebrek aan betaalbare woonruimte, echtscheidingsproblematiek, psychische klachten en prestatiedruk; 3. Dat dit oorzaken kunnen zijn van ontwikkelingsachterstanden, lage sociale kwaliteit en onveiligheid van kinderen en dat hulp en ondersteuning daarom mede gericht moeten zijn op het wegnemen van die oorzaken; 4. Dat samenwerking nodig is over de grenzen van organisaties en domeinen heen, vanuit een gedeelde visie op wat nodig is voor jeugd, volwassenen en de gemeenschap; 5. Dat sommige inwoners vanwege een stoornis, trauma, beperking of (ernstig psychiatrische) aandoening hun leven lang passende zorg of ondersteuning behoeven en daarop ook mogen rekenen vanuit het sociaal domein; 6. Dat we geloven in de kracht van collectieve interventies met normaliserende werking en een duurzaam resultaat, maar oog willen houden voor de meerwaarde van individueel maatwerk; 7.
Dat lokale teams essentieel zijn vanwege hun brede expertise, hun domeinoverstijgende werkwijze en hun mogelijkheid om zelf direct hulp te verlenen, daarbij gebruikmakend van onder meer het welzijns-, sociaal werk als ingebed in welzijnsorganisaties, ervaringsdeskundigen, informele netwerken en steunfiguren, en/of beschikbare aanvullende expertise binnen en buiten de gemeente; 8. Dat het lokale team vanuit dat oogpunt beschikt over professionals met verschillende kennis van of verbinding met overige expertise (Jeugd, Wmo, jeugdgezondheidszorg, veiligheid, werk en inkomen, huisvesting, schuldhulpverlening, samenlevingsopbouw, echtscheidingen en verschillende specialismen) zodat integraal en systemisch kan worden gewerkt; 9. Dat er sinds 2015 diverse varianten van lokale teams zijn ontstaan, die in meer of mindere mate tegemoet komen aan het Richtinggevend Kader, en dat daarin een leervermogen ligt om de werkzame elementen te verspreiden en te bestendigen. Dit leerelement geldt tevens voor inkopen van en de opdracht aan aanbieders van aanvullende hulp in hun samenwerking met lokale teams; 10. Dat het nodig is dat alle lokale teams werken conform de dertien basiskenmerken, met daarbij ruimte voor lokale relaties, eigen organisatorische keuzes, visie en maatschappelijke opgaven; 11.
Dat goede aansluiting tussen lokale teams, voorzieningen in de sociale basis aanvullende expertise en wettelijke verwijzers essentieel is en nadere afspraken verdient,
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5
Verklaren: Allen 1. Dat we de stem van inwoners als uitgangspunt nemen bij het beantwoorden van de hulpvraag, waarbij we oog hebben voor de context en achtergrond van die hulpvraag; 2. Dat geboden hulp en ondersteuning te allen tijde gericht moet zijn op het versterken van de eigen regie, dat daarbij wordt aangesloten bij de wensen, normen en waarden van de inwoner en diens gezin, dat bij meervoudige problematiek de ondersteuning is gelegen in coördinatie van de interventies en dat de eindverantwoordelijkheid (behoudens in gevallen in het gedwongen kader) bij de inwoner blijft. 3. Dat we ons scharen achter de (door-)ontwikkeling van een stevig lokaal sociaal domein waarin lokale teams een herkenbare en betrouwbare centrale rol vervullen; 4. Dat we aanspreekbaar zijn op onze eigen bijdrage daarin en wat wij daarbij over en weer van elkaar verwachten, vanuit onze eigen rol en verantwoordelijkheid; 5. Dat we ernaar streven dat eind 2028 alle gemeenten stevige lokale teams hebben die voldoen aan het Richtinggevend Kader en de hierboven geschetste transformatie in het sociaal domein en dat wij samen willen werken aan het inrichten van adequate monitoring hiervan; 6. Dat we hulp en ondersteuning vanuit lokale teams niet vanuit producten of labels inzetten maar vanuit de hulpvraag en context van inwoners.
Dat ervaringskennis en -deskundigheid en de sociale en pedagogische basisinfrastructuur daarbij van wezenlijke waarde is; 7. Dat we de gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om jongeren met een hulpvraag passende ondersteuning te bieden bij de overgang naar volwassenheid en tijdig de inzet van het jeugden volwassenenaanbod te coördineren; 8. Dat we hulpvragen beantwoorden vanuit het samenspel van formele en informele hulpbronnen in de wijk. Hierbij hebben lokale teams een centrale functie binnen de sociale en pedagogische basis, en schakelen zij daarbij waar nodig aanvullende specialistische expertise in; 9. Dat gemeenten vanuit een visie op de sociale (pedagogische) basis in nauwe aansluiting bij gemeenschappen en professionals en vanuit lokale maatschappelijke opgaven het minimumniveau aan basisvoorzieningen bepalen, binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders; 10. Dat we in die visie op de sociaalpedagogische basis erkennen dat kinderen, ouders, jongeren, vrienden, familie, vrijwilligers in verenigingen enzovoort primair eigenaar zijn van deze basis. Professionals en instituties hebben met hun handelen wel invloed op die sociaalpedagogische basis. Ons vertrekpunt is dat wij (als vertegenwoordigers van instituties) de sociaalpedagogische basis respecteren, en, waar gewenst, willen helpen en versterken.
Daarbij zien we gelijkwaardige samenwerking van professionals met ouders/verzorgers, kinderen en jongeren als een belangrijk basisprincipe hiervoor. 11. Dat we (in het verlengde hiervan) kinderopvang en onderwijs zien als vanzelfsprekende werk -en ontwikkelplaatsen van waaruit die gelijkwaardige samenwerking tussen ouders, onderwijs/ kinderopvang en lokale teams invulling kan worden gegeven en waar ondersteuning kan worden georganiseerd indien nodig. Daarbij hanteren we het uitgangspunt dat de omgeving zich dient zich aan te passen aan het kind/de jongere, niet andersom. Kinderen en jongeren worden nu, al dan niet tijdelijk, apart gezet omdat ze niet voldoen aan de hoge normen van de omgeving; we spreken de ambitie uit dat echt anders te doen. 12. Dat we samen de verantwoordelijkheid voelen voor het omgaan met financiële en personele schaarste, juist met oog op borging van specialistische expertise voor wie dat echt nodig heeft; 13. Dat het rijk en gemeenten vanuit de financiële kaders van de Hervormingsagenda Jeugd het gesprek voeren over hoe de geschetste beweging in het sociaal domein en van lokale teams te realiseren en welke randvoorwaarden daarvoor nodig zijn; 14. Dat we medewerkers van lokale teams ondersteunen bij het preventief, integraal en systemisch werken en dat dit vraagt om nauwe bestuurlijke samenwerking en afstemming; 15.
Dat ruimte om gezamenlijk te leren op alle niveaus een essentiële randvoorwaarde is; 16. Dat we elkaar bij deze opgave de tijd willen geven om onderling vertrouwen op te bouwen en van daaruit meerjarige samenwerkingen en partnerschap aan te gaan. 17. Dat we allen, vanuit onze positie bijdragen aan het evalueren, leren en verbeteren van het convenant en de praktijk van lokale teams en de beoogde effecten zoals beschreven in de governanceparagraaf van dit convenant.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6
Module met aanvullende afspraken – JEUGD EN GEZINSGERICHT WERKEN Gemeenten (en de VNG) 1. Verwerken de 13 kenmerken uit het Richtinggevend Kader in hun opdracht aan lokale teams en benutten daartoe waar nodig de werkpakketten Stevige lokale teams. 2. Zorgen via hun opdracht aan de lokale teams dat een passende mix van (specialistische) expertise, welzijns- en jongerenwerk3 en ervaringskennis en -deskundigheid4 in of rondom de teams aanwezig is om hulpvragen te beantwoorden in lijn met de beoogde transformatiebeweging en conform de handreiking De juiste professional op de juiste plek. Hierbij is de lokale maatschappelijke opgave en context leidend. 3. Zorgen daarmee dat professionals in de teams, indien nodig5, SKJ-geregistreerd zijn dan wel werken volgens de norm van verantwoorde werktoedeling, voldoen aan de eisen rondom werkervaring, reflectie en deskundigheidsbevordering en werken volgens een brede, contextanalyse van hulpvragen. 4. Zorgen dat hun opdracht aan lokale teams in lijn is met de leidraad Werken aan veiligheid en stimuleren daarbij het gebruik van het werkpakket Werken aan veiligheid. 5. Spreken met partners als Veilig Thuis, zorg- en veiligheidshuizen en GI’s af dat laatstgenoemden advies en (tijdelijke) hulp bieden bij situaties van onveiligheid (conform het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming). 6.
Geven de door hen gesubsidieerde partijen die met volwassenen werken, de opdracht altijd oog te hebben voor de ontwikkeling en het belang van de betrokken kinderen. 7. Dragen bij aan periodieke evaluatie van het Richtinggevend Kader en betrekken daarbij (een vertegenwoordiging van) hulpvragers, professionals en ervaringsdeskundigen. 8. Spannen zich in om de inzet van ervaringskennis en -deskundigheid te positioneren, faciliteren en borgen, vanuit de ambitie en met als uiteindelijk doel om deze bron van kennis structureel te verankeren in het beleidsvormings-, uitvoerings- en evaluatieproces rondom lokale teams. 9. Geven de inkoop en organisatie van aanvullende hulp zo vorm dat deze flexibel en in nauwe samenwerking met het lokale team kan worden ingezet. Gemeenten werken daartoe met een zo beperkt mogelijk aantal partijen vanuit duurzame contractrelaties op basis van vertrouwen en strategisch partnerschap. 10. Zorgen dat lokale teams geldzorgen signaleren en bespreekbaar maken en vandaaruit de inzet coördineren en afstemmen met het informele steunsysteem en met professionals op het terrein van Participatiewet, armoede en schuldhulpverlening (volgens basisdienstverlening schuldhulp). 11.
Zetten in op het realiseren van moderne schoolgebouwen waar kinderopvang en onderwijs onder één dak zijn gehuisvest (en intensief samenwerken), waar plek is voor ondersteuning en zorg, en die ruimte bieden voor activiteiten van de gemeenschap. Het betekent ook dat schoolgebouwen ook buiten schooltijden geopend kunnen zijn. 12. Zorgen dat lokale teams de ondersteuning van inwoners/gezinnen bij het voeren van regie en waakvlamcontact vormgeven en/of beleggen op een wijze die past bij hun wensen, normen, waarden en context en leefwereld. 13. Faciliteren zo optimaal mogelijk dat elke inwoner beroep kan doen op onafhankelijke cliëntondersteuning en een adequate klachtenregeling t.a.v. de lokale teams. 14. Zorgen vanuit een gezamenlijke visie dat voorzieningen in de sociale en pedagogische basis en de jeugdgezondheidszorg structureel en herkenbaar zijn gepositioneerd in of dichtbij lokale teams, dit in stevige verbinding met hun dagelijkse praktijk6. Gemeenten geven hieraan invulling
3
Al of niet te betrekken vanuit de welzijnsorganisaties waarin dit is ingebed.
4
Hierbij is te denken aan kennis van veiligheidsvraagstukken, bestaanszekerheid, ggz, echtscheidingsproblematiek
5
Voor professionals die taken verrichten die volgens de norm van de verantwoorde werktoedeling (uitgewerkt in het
en kennis en capaciteit die nodig is voor een goede samenwerking binnen de hechte wijkverbanden eerstelijnszorg. kwaliteitskader jeugd) aan een geregistreerde professional moeten worden toebedeeld is de norm dat zij SKJ of BIG geregistreerd zijn. Wanneer de werkzaamheden niet om SKJ/BIG registratie vragen, geldt dat de kwaliteit kan worden aangetoond door opleiding of registraties bij beroepsregisters/ beroepsverenigingen. 6
Ten aanzien van de jeugdgezondheidszorg: zoals nader uitgewerkt in de handreiking Aan de slag met kansrijk partnerschap.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7
via hun opdrachtgeverschap en met behoud van de wettelijke rol van de jeugdgezondsheidszorg. 15. Zorgen dat, in verbinding met landelijke kennis- en expertisecentra, in lokale teams kennis aanwezig is over mensen met een levenslange en levensbrede beperking7 zodat met deze mensen een duurzaam, meerjarig toekomstplan wordt opgesteld en daaraan conforme beschikkingen worden afgegeven. 16. Zorgen, vanuit hun verantwoordelijkheid als opdrachtgever, dat in lokale teams de juiste kennis, expertise en informatie over de doelgroep 16-27 aanwezig is, waarbij aandacht is voor het tijdig opstellen van een toekomstplan rondom de ‘Big 5’ en de betrokkenheid van bijvoorbeeld een jongerenregisseur bij de uitvoering en coördinatie daarvan. 17. Brengen, via de VNG en samen met LHV, InEen en AJN middels de te actualiseren leidraad de afspraken8 over de samenwerking tussen lokale teams, huis- en jeugdartsen en medisch specialisten, continu onder de aandacht van hun achterban. 18. Werken vanuit hun opdrachtgeverschap aan lokale teams als betrouwbare samenwerkingspartner voor huis- en jeugdartsen en medisch specialisten en maken lokaal dan wel regionaal nadere afspraken met hen over die samenwerking. Hierbij wordt de koppeling gemaakt met afspraken in het Integraal Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord over deelname aan hechte wijkverbanden. 19.
Zorgen bij hun inkoop van aanvullende hulp voor financiële ruimte voor consultatiefunctie aan lokale teams. 20. Maken, ondersteund door VNG en het rijk, na inwerkingtreding van de WAMS mogelijk om gegevens uit te wisselen tussen lokale teams, de gemeentelijke organisatie en andere uitvoeringspartners. 21. Dragen als opdrachtgever bij aan de toepassing van de zienswijze Breed kijken, breed handelen9. 22. Nemen via de VNG als netwerkpartner deel aan de werkorganisatie KBL en committeren zich daarmee aan blijvend leren ten aanzien van kwaliteit en kosteneffectiviteit. 23. Zorgen voor passende samenwerkingsafspraken tussen het lokaal team en het regionaal expertteam (RET), zodat de taken en verantwoordelijkheden, zoals beschreven in het Borgingsdocument expertteams, passend zijn belegd. 24.
Kunnen bij de uitbouw van de teams rekenen op ondersteuning vanuit de VNG, die • het gebruik van het Verkenningsinstrument Toegang stimuleert • de werkpakketten Stevige lokale teams onder de aandacht brengt • samen met het ministerie van VWS een passende monitor voor lokale teams vormgeeft; • verbinding legt met de initiatieven vanuit het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming • de inzet van jeugdconsulent bij huisartsen stimuleert op basis van de geactualiseerde leidraad; • de ondersteuningslijn ‘stevige lokale teams’ aanstuurt; • op al haar ondersteuning de ‘leefwereldtoets lokale teams’ toepast • (bestuurlijke) afspraken heeft gemaakt met huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten over hun samenwerking met lokale teams, deze vastlegt in een leidraad en deze verspreidt onder haar leden • gezinsgericht en domeinoverstijgend samenwerken stimuleert via bijvoorbeeld het gelijknamige Kompas vanuit het Toekomstscenario en via de Doorbraakmethode • handvatten voor het werken met de groep jeugdigen met een levenslange, levensbrede beperking verspreidt. • zich committeert aan het opzetten van onderzoek, in afstemming met de VNG, naar de kosten en baten van stevige lokale teams, met oog voor de taken en verantwoordelijkheden van stevige lokale teams, de benodigde personele capaciteit, de (gemiddelde) kosten en de effectieve inzet van deze teams.
De uitwerking moet passen binnen het kader van de Hervormingsagenda en de bestuurlijke afspraken die in het voorjaar/zomer 2025 zijn gemaakt.
7
Waaronder ernstige psychiatrische aandoeningen en trauma.
8
Zie hiervoor de notitie ‘Samenwerking lokale teams, huisartsen en jeugdartsen’.
9
Zie bijlage 1.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8
Ministeries van VWS, OCW 1. Spant zich in, via de betrokken departementen en in kader van zijn stelselverantwoordelijkheid, om de nodige wettelijke en financiële randvoorwaarden voor het realiseren van stevige lokale teams en hun domeinoverstijgende werkwijze te bieden. 2. Zet zich uit dien hoofde in voor een goede aansluiting van (alle) relevante wet- en regelgeving, beleidsvoorstellen en akkoorden10 (zowel in inhoud als in communicatie), zodat voor gemeenten, lokale teams en partijen uit de pedagogische en sociale basis helder is welk onderwerp of doelgroep onder welke wet valt. En zet zich daarbij in om schotten die gezins- en contextgericht werken belemmeren, weg te nemen. 3. Committeert zich aan het opzetten van onderzoek, in afstemming met de VNG, naar de kosten en baten van stevige lokale teams, met oog voor de taken en verantwoordelijkheden van stevige lokale teams, de benodigde personele capaciteit, de (gemiddelde) kosten en de effectieve inzet van deze teams. De uitwerking moet passen binnen het kader van de Hervormingsagenda en de bestuurlijke afspraken die in het voorjaar/zomer 2025 zijn gemaakt. 4. Maakt zich sterk voor een interdepartementale aanpak11 ten aanzien van multiproblematiek binnen het gezin, onder meer over congruente wettelijke kaders. 5.
Stimuleert en faciliteert de ontwikkeling van bij lokale teams passende instrumenten, zoals de zienswijze Breed kijken, breed handelen12, de doorbraakmethode en het Kompas ‘Gezinsgericht en domein overstijgend werken’ alsmede het Handelingskader. 6. Brengt actief de mogelijkheden van gegevensuitwisseling onder de aandacht, conform het in voorbereiding zijnde Wet Aanpak Meervoudige Problematiek Sociaal Domein (Wams). 7. Schept via het Ministerie van VWS helderheid over de reikwijdte van de jeugdhulpplicht en het minimumniveau aan basisvoorzieningen en lokale teams, zodat gemeenten en lokale teams de juiste mate van beleidsvrijheid en wettelijke grondslag hebben om hulpvragen effectief te beantwoorden.
Daaronder valt onder meer: • nadere definiëring van het begrip eigen kracht en explicitering van het primaat van vrij toegankelijke voorzieningen • nadere criteria en een helder afwegingsproces m.b.t.de inzet van (niet-vrij toegankelijke) aanvullende specialistische jeugdhulp • gemeentelijke opdracht in de jeugdwet met oog op een minimumniveau aan sociaal (pedagogische) basisvoorzieningen en het inrichten van lokale teams en hun basistaken • Het opnemen van de wederkerigheid van de verplichting tot het maken van samenwerkingsafspraken tussen gemeenten en huis- en jeugdartsen, medisch specialisten en de bepaling dat deze in beginsel naar door de gemeente gecontracteerd aanbod verwijzen; 8. Subsidieert via het Ministerie van VWS de ondersteuningslijn stevige lokale teams en het ondersteuningsaanbod rondom het VIT. 9. Organiseert via VWS kennisdeling en verspreiding van goede lokale-teams-voorbeelden, o.a. via landelijke kennisinstituten als NJI, Movisie, NCJ, Integraal Werken in de Wijk (IWW), de leernetwerken van de Associatie Wijkteams, het netwerk Met Andere Ogen en de lectoraten/ werkplaatsen Sociaal Domein. 10. Organiseert via het ministerie van VWS een brede en maatschappelijke dialoog over het accepteren van verschillen, de positionering van jeugdhulp en de transformatiebeweging waar lokale teams deel van uitmaken. 11.
Het ministerie van OCW committeert zich aan het faciliteren van de samenwerking en de aanwezigheid op scholen van medewerkers van het lokale team in aanvulling op het multidisciplinaire schoolteam. Daarnaast worden de structurele financiële middelen na afloop van de subsidieregelingen voor School & Omgeving, Brugfunctionaris en Schoolmaaltijden samengevoegd en onderdeel van de aanvullende bekostiging aan scholen.
10 Waaronder, maar niet beperkt tot: de Hervormingsagenda Jeugd, IZA, GALA Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord), het Toekomstscenario kind – en gezinsbescherming en Passend en inclusief onderwijs, Participatiewet in balans, Betaalbaar wonen, Een thuis voor iedereen, Leefbaarheid en veiligheid/preventie met gezag, Nationaal programma armoede en schulden, basisdienstverlening schuldhulp en optimalisatie arbeidsmarkt. 11 De interdepartementale aanpak ‘Gezinnen in een kwetsbare positie’ is hier een voorbeeld van. 12 Zie bijlage 1.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9
12. Ondersteunt via het ministerie van OCW de beweging naar inclusief onderwijs 2035 en de transformatie op scholen naar een sterk pedagogisch klimaat, waarbij de stevige lokale teams op school nauw samenwerken met multidisciplinaire schoolteams en zet er daarbij op in dat schoolbesturen en gemeenten afspraken maken over de inzet en de aanwezigheid van het lokale team op school (bijvoorbeeld via de Lokale Educatieve Agenda). 13. Geeft opvolging aan de uitkomsten van lopende onderzoeken naar passende toegang, omgang, zorg en ondersteuning voor mensen met een levenslange en levensbrede beperking. 14. Nemen via het ministerie van VWS als netwerkpartner deel aan de werkorganisatie KBL en committeren zich daarmee aan blijvend leren ten aanzien van kwaliteit en kosteneffectiviteit. Aanbieders (en hun brancheorganisaties) 1. Borgen de dertien kenmerken van het Richtinggevend Kader en de beoogde transformatie over de gehele linie in hun organisatie en werkwijze. 2.
Zorgen ervoor dat professionals in (samenwerking met) lokale teams beschikken over de juiste (multidisciplinaire) kennis en deskundigheid om hulpvragen te beantwoorden in lijn met de in de inleiding van dit document geschetste transformatiebeweging; dat zij, indien nodig en conform de handreiking De juiste professional op de juiste plek, SKJ-geregistreerd zijn (dan wel werken volgens de norm van verantwoorde werktoedeling) en dat integraal met deze kennis wordt samengewerkt. De lokale maatschappelijke opgave is hierbij leidend. 3. Dragen via BGZJ, SWN en JGZ en hun deelname aan de werkorganisatie Kwaliteit en Blijvend Leren (KBL) bij aan de totstandkoming en toepassing van de zienswijze Breed kijken, breed handelen13, die van toepassing is op alle relevante beroepsgroepen14. 4. Zorgen via de BGZJ dat aanbieders van aanvullende jeugdhulp dat de professionals binnen hun organisaties hun ondersteuning zo flexibel mogelijk in nauwe samenwerking met het lokale team inzetten (consultatie, netwerkzorg, wrap around care en waakvlamfunctie), waarbij het gezamenlijke plan van gezin en professional leidend is. Door vroegtijdig de juiste expertise te betrekken, voorkomen we dat gezinnen worden doorverwezen en kunnen we snel passende hulp inzetten. 5.
Bevorderen via de BGZJ de naleving van de door hen opgestelde Norm voor Opdrachtnemerschap, met specifieke aandacht voor het aansluiten op de mogelijkheden en context van de jongere en diens gezin, school en wijk, de beoogde samenwerking met lokale teams en de inzet van informele steunfiguren. 6. Maken als opdrachtnemer in hun organisatie mogelijk dat hun professionals voldoende tijd hebben voor consultatie aan lokale teams. 7. Investeren via hun branche- en belangenorganisaties in voldoende kennis omtrent mensen met levenslange/levensbrede beperking zodat die samen met lokale teams voor deze groep passende zorg en ondersteuning kunnen bieden. 8. Bevorderen via hun branche- en belangenorganisaties het gezinsgericht werken, de toepassing van de zienswijze Breed kijken, breed handelen, de mogelijkheid van inzet van volwassenen-ggz bij problemen van ouders van jongeren met een hulpvraag en de toepassing van de mogelijkheid tot consultatie. 9. Passen als aanbieders van volwassenen-GGZ deze consultatiemogelijkheid toe conform de daartoe gepubliceerde leidraad15. 10. Zorgen dat hun professionals tijdig voor het 16e levensjaar het gesprek aangaan met de jeugdige over diens toekomstplan, met daarbij aandacht voor de ‘Big 5’ en met het streven naar zoveel mogelijk zelfregie van de jeugdige (in zijn/haar netwerk).
Zij stemmen de professionele ondersteuning hierop af en coördineren hierbij verschillende soorten aanbod indien nodig.
13 Zie bijlage 1. 14 In ieder geval (maar niet beperkt tot) lokale teams aanbieders van aanvullende (specialistische) hulp, huisartsen, jeugdartsen, Gecertificeerde Instellingen en professionals binnen het welzijns- en jongerenwerk. 15 Voor de consultatie van volwassenen-ggz wordt hiervoor de Leidraad consultatiefunctie ggz voor het sociaal domein toegepast. Deze leidraad wordt op korte termijn aangepast zodat ook voor jeugdprofessionals die vragen hebben over mentale problemen bij volwassenen (zoals ouders), de consultatiefunctie goed kan worden ingekocht door gemeenten (conform de bedoeling van de consultatiefunctie).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
10
Hierbij wordt de gemeente (via het lokale team) tijdig betrokken en worden afspraken gemaakt over coördinatie van de ondersteuning en uitvoering van het toekomstplan. 11. Zorgen met de lokale teams voor zo goed mogelijke afstemming met het gezin en de diverse betrokken hulp- en zorgverleners in een gezin binnen de ruimte die privacywetgeving daarvoor biedt en informeren hen proactief over de voortgang van hun werkzaamheden. 12. Stimuleren en faciliteren dat de bij hen werkzame professionals van elkaar (over verschillende disciplines heen) leren over succesvolle samenwerking met lokale teams. 13. Dragen via Sociaal Werk Nederland (SWN) eraan bij dat het sociaal werk als ingebed in welzijnsorganisaties deel uitmaakt van lokale teams dan wel structureel daarmee verbonden is om zo bij te dragen aan collectieve plekken in de wijk waar jongeren, vanuit verbondenheid en eigen regie, persoonlijke aandacht vinden en kunnen werken aan veerkracht en herstel. 14. Uitvoeringsorganisaties van jeugdgezondheidszorg faciliteren dat hun professionals structureel en herkenbaar in of dichtbij lokale teams zijn gepositioneerd in stevige verbinding met hun dagelijkse praktijk, zoals nader uitgewerkt in de handreiking Aan de slag met kansrijk partnerschap.
Zij werken, als onderdeel van de publieke gezondheidszorg, vanuit een brede, contextgerichte, benadering van jeugdigen, met een focus op preventie, vroegsignalering, datagedreven en populatiegerichte zorg en monitoring. Zij bevorderen en monitoren dit via het Kansrijk Partnerschap Jeugd en Gezin. 15. Werken conform de eerdergenoemde leidraad Werken aan veiligheid, met gebruikmaking van het werkpakket dat daartoe ontwikkeld is vanuit het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Professionals (en hun belangenorganisaties) 1. Gaan te werk volgens de dertien kenmerken van het Richtinggevend Kader. 2. Zorgen dat ze in en om de lokale teams beschikken over de juiste (multidisciplinaire) kennis en deskundigheid om hulpvragen te beantwoorden in lijn met de in de inleiding van dit document geschetste transformatiebeweging; dat zij, conform de handreiking De juiste professional op de juiste plek en indien nodig, SKJ-geregistreerd16 zijn (dan wel werken volgens de norm van verantwoorde werktoedeling) en dat integraal met deze kennis wordt samengewerkt. De lokale maatschappelijke opgave is hierbij leidend. 3. Dragen als jeugdhulpprofessionals via deelname KBL bij aan de totstandkoming en toepassing van de zienswijze Breed kijken, breed handelen17 en committeren zich daarmee aan blijvend leren ten aanzien van kwaliteit en kosteneffectiviteit. 4.
Betrekken, als professionals binnen en buiten het team, de zienswijze Breed kijken, breed handelen bij het in goed overleg bepalen of en zo ja, welk type analyse er op welk moment nodig is (brede analyse/verklarende analyse/handelingskader Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming). 5. Huis- en jeugdartsen komen (via LHV, AJN en VNG) met gemeenten overeen dat de verantwoordelijkheid voor het maken van samenwerkingsafspraken bij beide partijen ligt. Huisen jeugdartsen streven naar passende verwijzingen, dus alleen naar gespecialiseerde jeugdhulp indien noodzakelijk volgens de richtlijnen van de betrokken beroepsgroepen en in beginsel naar door gemeenten gecontracteerd aanbod. Als blijkt dat ander aanbod nodig is om aan de hulpvraag en de professionele standaard te voldoen, dan overleggen gemeenten en (huis-) artsen over een oplossing. Vertegenwoordigers van huis- en jeugdartsen maken lokaal dan wel regionaal nadere afspraken met gemeenten over de invulling van de samenwerking. 6. Spannen zich in om de geboden hulp en ondersteuning altijd te richten op versterking van de eigen regie en het probleemoplossend vermogen van het gezin, waarbij men aansluit bij de normen en waarden van het gezin en samenwerking met informele steunfiguren uit het eigen netwerk uitgangspunt is.
16 Voor professionals die taken verrichten die volgens de norm van de verantwoorde werktoedeling (uitgewerkt in het kwaliteitskader jeugd) aan een geregistreerde professional moeten worden toebedeeld is de norm dat zij SKJ of BIG geregistreerd zijn. Wanneer de werkzaamheden niet om SKJ/BIG registratie vragen, geldt dat de kwaliteit kan worden aangetoond door opleiding of registraties bij beroepsregisters/ beroepsverenigingen. 17 Zie bijlage 1.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11
7. Gaan uit van aanvullende jeugdhulp als (tijdelijke) aanvulling op de basisjeugdhulp, hulp vanuit de huisarts en/of jeugdgezondheidszorg. 8. Starten conform de Richtlijn toekomstgericht werken tijdig voor het 16e levensjaar het gesprek over iemands toekomstplan, met aandacht voor de ‘Big 5’, vanuit zoveel mogelijk zelfregie van de jeugdige en met betrokkenheid van informele het netwerk. Hierbij wordt de gemeente (via het lokale team) tijdig betrokken en worden afspraken gemaakt over coördinatie van de ondersteuning en uitvoering van het toekomstplan. 9. Beschikken over voldoende kennis omtrent mensen met levenslange/levensbrede beperking zodat ze deze groep passende zorg en ondersteuning kunnen bieden. 10. Werken conform de eerdergenoemde leidraad Werken aan veiligheid, met gebruikmaking van het werkpakket dat daartoe ontwikkeld is vanuit het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Cliëntorganisaties (MIND/IederIn) 1. Draagt vanuit haar positie binnen de Hervormingsagenda Jeugd bij aan het evalueren, leren en verbeteren van dit convenant en de praktijk van lokale teams en nemen als netwerkpartner deel aan de werkorganisatie KBL en committeren zich daarmee aan blijvend leren ten aanzien van kwaliteit en kosteneffectiviteit. 2.
Stimuleert en betrekt daartoe haar netwerk en achterban en zet hen in om op lokaal en regionaal niveau de beschikbaarheid en betrokkenheid van ervaringsdeskundigen en belangenbehartigers te versterken. 3. Is en blijft bereid om mee te werken aan het ontwikkelen van kennis en expertise om de zorg en ondersteuning van jeugdigen met een beperking, chronische ziekte of langdurige psychische problematiek (ook door lokale teams) en de organisatie daarvan blijvend te verbeteren. 4. Hebben daarbij enerzijds oog hebben voor de financiële- en arbeidsmarktproblematiek waar Rijk, Nederlandse Gemeenten en aanbieders van zorg te maken hebben, en blijven anderzijds vanuit het perspectief van het VN verdrag Handicap, VN kinderrechtenverdrag en het VN Vrouwenverdrag opkomen voor kinderen, jeugdigen, jongvolwassenen en hun ouders. 5. Zoeken daarbij de openheid van de dialoog en informeren partijen van dit convenant actief bij verschillen van mening en standpunt. Leden van de Associatie wijkteams Onderschrijven de ambitie van het convenant: samen werken aan transformatie in het sociaal domein. Zij doen dat in vier punten, hieronder kort samengevat18: 1. We zeggen ja tegen de ambitie, zoals verwoord in dit convenant en die terugkomt in de 13 kenmerken van het richtinggevend kader.
De missie is dat inwoners ervaren dat zij worden gesteund in hun bestaanszekerheid, participatie, sociale netwerken en het kunnen zijn wie ze zijn. Ondersteuning moet contextgericht zijn, laagdrempelig beschikbaar, afgestemd op individuele behoeften en altijd samen met de inwoner worden vormgegeven. 2. We blijven realistisch en bescheiden. Transformeren is een langdurig proces van vallen en opstaan. We erkennen dat niet alles mogelijk is, en zoeken samen naar wat wél kan. Met het ondertekenen van dit convenant kunnen we geen resultaatgaranties geven. We zullen betrokken blijven bij de beweging, ook als het moeilijk wordt. Er bestaat geen ‘one size fits all’. Elke lokale situatie vraagt om een eigen aanpak, afgestemd op de specifieke context en ontwikkelingsfase van het team of de gemeente. 3. We blijven in beweging en doen dat samen. De lessen uit de afgelopen tien jaar tonen het belang van ontwikkelruimte. We streven naar het openhouden van die ruimte. En we ontwikkelen door, samen met inwoners, partners, gemeenten en het Rijk. Samen leren, openstaan voor elkaars perspectief en bereid zijn de eigen werkwijze aan te passen, zijn noodzakelijk. Werken in onzekerheid en het kunnen omgaan met fouten ook. 4. We nemen onze verantwoordelijkheid voor het versterken van vakmanschap in lokale teams.
Dit gebeurt door het faciliteren van leergroepen, het organiseren van een landelijk Vertelpunt voor het delen van verhalen en data, het bevorderen van onderling leren via visites, en het actief bijdragen aan de Hervormingsagenda Jeugd via de ondersteuningslijn ‘Stevige Lokale Teams’ van de VNG.
18 De volledige tekst plus de namen van die leden, is hier te vinden
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
12
Governance Overwegingen De bij dit convenant betrokken andere partijen committeren zich aan de uitvoering van de afspraken die hen betreffen en spannen zich hiervoor in. Daartoe organiseren zijn een proces binnen hun eigen organisatie en achterban om de opvolging en voortgang van de gemaakte afspraken te stimuleren, te volgen en te evalueren. Elke partij deelt deze informatie en inzichten met de rest ten behoeve van de voortvarende opvolging van de afspraken en de hieronder beschreven evaluatie van het convenant. Voor deze versie van het convenant is de governance gekoppeld aan de structuur van de Hervormingsagenda Jeugd. Wanneer verbreding met andere modules plaatsvindt, zal ook de governance worden herzien/verbreed. Bepalingen Beheer en vindplaats VNG is eigenaar van het convenant, heeft het document in beheer en faciliteert vanuit zijn communicatiekanalen een centrale online vindplaats voor het document. Samenwerking en uitvoering De VNG richt een proces in waarmee de betrokken partijen regelmatig met elkaar in gesprek kunnen zijn over de uitvoering van de afspraken uit het convenant, al of niet rondom specifieke thema’s zoals het gezamenlijk sturen op de afspraken op regionaal en lokaal niveau. De VNG neemt hierbij de wensen en behoeften van de betrokken partijen als uitgangspunt.
Monitoring Monitoring van de uitvoering van de afspraken uit dit convenant gebeurt door de betrokken partijen zelf. Zij richten een passend proces in om benodigde informatie ten behoeve van de periodieke evaluatie door de VNG beschikbaar te hebben en te verstrekken. Evaluatie • Het convenant wordt jaarlijks geëvalueerd. VNG initieert en coördineert het evaluatieproces en stelt de resultaten van de evaluatie op schrift. • De bij het convenant betrokken partijen verstrekken de resultaten van hun monitoring aan de VNG. Hierbij is tenminste aandacht voor de geleverde inspanningen, ervaren knelpunten, kansen en benodigde randvoorwaarden voor succesvolle uitvoering van de afspraken. • VNG tekent de resultaten van deze inventarisaties op en benoemt hieruit de rode draden, conclusies en aanbevelingen. • Resultaten van de evaluatie worden daarna besproken in de stuurgroep van de Hervormingsagenda Jeugd en in een ‘stuurgroep-plus’ met aanvullend de partijen die geen onderdeel uitmaken van de stuurgroep. • VNG kan haar taken en of onderdelen daarvan binnen het evaluatieproces uitbesteden aan derden. Aanpassing n.a.v. evaluatie en tussentijdse wijziging • De bij het convenant betrokken partijen kunnen (al of niet naar aanleiding van bespreking van de resultaten van de evaluatie) voorstellen doen voor wijzigingen in het convenant en deze indienen bij de VNG.
• Besluitvorming over eventuele aanpassingen van de afspraken tussen de bij de Hervormingsagenda Jeugd betrokken vijfhoek-partijen vindt plaats in de stuurgroep. Hiervoor wordt een nader kader uitgewerkt dat als addendum bij dit convenant zal worden gevoegd. • Besluitvorming over aanpassing van afspraken met andere partijen vindt gezamenlijk plaats door de ‘stuurgroep-plus’. • Indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen die gevolgen hebben voor de uitvoering van dit convenant, zullen partijen over (de noodzaak van) wijziging van dit convenant in overleg treden, met toepassing van de bovenvermelde besluitvormingsprocedure. • Partijen treden in overleg binnen 6 weken nadat een partij de wens daartoe aan de andere partij(en) schriftelijk heeft meegedeeld.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
13
Toetreding en opzegging • De bij dit convenant betrokken andere partijen zijn met elkaar verantwoordelijk voor betrekken van overige partijen die naar hun gezamenlijk oordeel onmisbaar zijn om de beweging naar stevige lokale teams mogelijk te maken. • Voor partijen bestaat de mogelijkheid om gedurende de looptijd van het convenant toe te treden. Een toetredende partij dient de verplichtingen die voor haar uit het convenant voortvloeien, te aanvaarden. • Zij maakt haar verzoek tot toetreding schriftelijk bekend aan de VNG. De VNG kent hierin de overige betrokken partijen bij het convenant. Zodra de betrokken partijen daarvan schriftelijk heeft ingestemd met het verzoek tot toetreding en de nieuwe partij zich committeert aan de voor haar geldende afspraken, ontvangt de toetredende partij de status van partij bij het convenant en gelden de voor haar uit het convenant voortvloeiende rechten en verplichtingen. • Het verzoek tot toetreding en de verklaring tot instemming worden in afschrift als bijlage aan het convenant gehecht. • Over de toetreding wordt door de VNG gecommuniceerd via zijn daartoe door hem passend geachte communicatiekanalen.
• Elke partij kan het convenant met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste drie maanden schriftelijk opzeggen, indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat dit convenant billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. De opzegging moet de verandering in omstandigheden vermelden. • Wanneer een partij het convenant opzegt, blijft het convenant voor de overige partijen in stand voor zover de inhoud en de strekking ervan zich daartegen niet verzetten. Looptijd • Dit convenant treedt in werking op 1 maart 2026 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Naleving en geschillen • Partijen spannen zich maximaal in om de afspraken in dit convenant uit te voeren en na te leven. Zij informeren de VNG zo snel als redelijkerwijs mogelijk wanneer hen duidelijk wordt dat de naleving om welke reden dan ook belemmerd wordt. • Alle geschillen in verband met dit convenant of afspraken die daarmee samenhangen, trachten partijen onderling in goed overleg op te lossen. Indien nodig kan hier mediation bij worden ingezet overeenkomstig het reglement van de Stichting Nederlands Mediation Instituut te Rotterdam.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
14
Ondertekening Utrecht, 23 maart 2026
Nathalie Kramers, voorzitter commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs
Inge Vossenaar, directeur-generaal Funderend Onderwijs
Ton Coenen, algemeen directeur
jeugd
Mirjam Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
An Theunissen Cecile Ter Beek Edith van den Berg Ellen van der Vlist Erwin Lots
Jeannette Vader Lex van Eijndhoven Pieter Houwers Willem Loupatty
Pim Hoek, stuurgroeplid
Ron Boumans, voorzitter ActiZ Jeugd
Hannah Hollestelle, bestuurslid
Cevdet Örnek, bestuurslid
namens deze:
Erwin Lots, voorzitter Associatie Wijkteams
Deborah Lauria, directeur
De leden van de BGZJ spannen zich in voor de beweging naar de voorkant, onder andere door betere samenwerking met, en aansluiting op, de lokale teams. De BGZJ ziet geen meerwaarde in het apart ondertekenen van dit convenant, mede omdat dit onderdeel is van de Hervormingsagenda.
Bijlage 1: Zienswijze Breed kijken, breed handelen Versie 1, november 2025 Opgesteld door: Mathilda Molenaar (Werkorganisatie Kwaliteit en Blijven Leren), Lucienne de Kok (Werkorganisatie Kwaliteit en Blijven Leren), Karlijn Stals (Werkorganisatie Kwaliteit en Blijven Leren), Anne-Wil Oppelaar (Werkorganisatie Kwaliteit en Blijven Leren), Maarten van den Hoonaard (VNG), Sophie Hospers (Associatie Wijkteams) en Cecile ter Beek (Associatie Wijkteams)
1. Aanleiding In het kader van de Hervormingsagenda Jeugd (Hva) en het convenant ‘stevige lokale teams’ is de ontwikkeling van een kwaliteitskader Brede Analyse daarin opgenomen als afspraak. Hiervoor zijn eerst verkennende gesprekken gevoerd tussen de Associatie Wijkteams (AW), VNG, OZJ– ondersteuningslijn stevige lokale teams en KBL. Daarbij is in ogenschouw genomen wat beschreven is over de Brede Analyse in de Hervormingsagenda, het convenant en de werkpakketten stevige lokale teams. Tijdens deze gesprekken bleek dat over een Kwaliteitskader Brede Analyse, zoals omschreven in de Hervormingsagenda, verschillende beelden bestaan. De gezamenlijke conclusie van de Associatie Wijkteams, VNG, OZJ en de Werkorganisatie Kwaliteit en Blijvend Leren is dat het niet enkel gaat om een analyse (breed kijken), maar juist ook om het breed (kunnen) handelen. En dat het niet gaat om een (afgebakende) processtap in een ondersteuningstraject, maar om een manier van kijken en handelen gedurende het hele proces. Daarom is besloten de vraag te verbreden van ‘Brede analyse’ naar ‘breed kijken en breed handelen’. In tweede instantie is gesproken met de vijfhoekpartners19 en de AW, om te inventariseren hoe zij de opdracht uit de Hervormingsagenda en breed kijken en handelen interpreteren.
Deze zienswijze is geschreven als eerste stap in de nadere uitwerking van de genoemde afspraak uit de Hva om een Kwaliteitskader Brede Analyse op te stellen, waarbij dus wordt voorgesteld om de scope te verbreden. Het gaat in op wat we verstaan onder breed kijken, breed handelen. Het omvat een advies ten aanzien van een kwaliteitskader en suggesties voor vervolg.
2. Breed kijken, breed handelen 2.1 Wat verstaan we onder breed kijken en handelen? Uit de inventarisatie met de partners blijkt dat breed kijken wordt gezien als meer dan het in kaart brengen van alle levensgebieden van een gezin. Het is een grondhouding vanuit een oprechte nieuwsgierigheid en betrokkenheid bij het gezin (‘wat speelt er – allemaal – bij jullie?’), die uitgaat van alle relevante leefgebieden (gezin, school en opvang, financiën, sociale relaties, wonen, werk etc.) in de vraagverkenning en oplossing, waarbij wordt samengewerkt met alle relevante partners. Hierbij wordt in ogenschouw genomen dat gedrag van een jeugdige een normale reactie kan zijn op een abnormale situatie, dat het altijd om het hele gezin gaat, en dat de oplossingen misschien