CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025

Beeldvorming raad 8 oktober 2024, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel vaststellen Programmabegroting 2025, de meerjarenraming 2026-2028, het investeringschema 2025 en de eerste begrotingswijziging 202534.414 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Parallel aan dit proces zijn er verschillende werkgroepen opgericht welke aan het werk gaan met concrete maatregelen (onder andere inrichting kazerne, ruimtelijke ordening).

Programma 2 Sociaal Domein

22

2. Welke concrete doelstellingen zijn er? Thema/Doelstelling Actie 2025 1 Sociale en pedagogische basis December 2025 - Toegroeien naar een sterker (integraal) Aanpak huidige (jeugd)beschermingsketen lokaal team 2 Sociale en pedagogische basis December 2025 - In samenwerking met regiogemeenten, Inrichting ketenaanpak Integraal ZorgakMenzis en ketenpartners wordt op basis van het Integraal koord (IZA) Zorgakkoord een ketenaanpak gerealiseerd op het gebied van valpreventie, Welzijn op Recept, Kansrijke Start en Gecombineerde leefstijlinterventie 3 Toekomstbestendig sportlandschap December 2025 - Op basis van het advies uit de adviesnoImplementatie visie toekomstig sportland- ta van december 2024 wordt overgegaan tot implementatie schap van de genoemde principes en het verder uitwerken van de uitgangspunten voor het sportvoorzieningenlandschap in een kadernota sportvoorzieningenbeleid. 4 Zwemwater November 2025 - Er wordt een toekomstvisie zwemwater Levensvatbare zwemvoorzieningen vastgesteld. 5 Wmo en Jeugdhulp December 2025 - Het (in regionaal verband) voeren van Nieuw inkoopproces Wmo en Jeugdhulp een inkoopproces om per 1 januari 2026 te starten met het nieuwe contract van de Wmo en Jeugdhulp 6 Armoedebeleid December 2025 - Het armoedebeleid is verder doorontwikDoorontwikkeling armoedebeleid keld op basis van de visie financiële bestaanszekerheid.

Hiermee wordt de financiële bestaanszekerheid van onze inwoners versterkt. 7 Participatie December 2025 - Alle inwoners met een ParticipatiewetDoorontwikkeling Laborijn en het verster- uitkering zijn in beeld. Laborijn werkt voor de begeleiding ken van de samenwerking met partijen van inwoners intensief samen met andere partijen in het binnen het Sociaal Domein. Sociaal Domein. 8 Bibliotheek December 2025 - Er is een gemeentelijk meerjarenplan Een volwaardige en toekomstbestendige opgesteld. De beoogde inwerkingtreding (van de wettelijke bibliotheek voor alle inwoners. zorgplicht) is op 1 januari 2026. 9 Vrijheid Augustus 2025 - De op het gebied van Vrijheid opgebouwIn 2025 vieren wij 80 jaar Vrijheid. de regionale samenwerking wordt in 2025, via het regioprogramma 80 jaar Vrijheid Achterhoek en Liemers, voortgezet. 10 Cultuur Juli 2025 - In samenwerking met bibliotheek de AchterhoekOprichting Cultuurpunt Aalten, dit ter ver- se Poort wordt het Cultuurpunt Aalten opgericht. Dit Cultuurvanging van SCEDA (Stichting Cultuur punt gaat cultuureducatieprogramma’s ontwikkelen en aanEducatie Dinxperlo Aalten) bieden aan alle basisscholen in de gemeente Aalten. 11 Erfgoed September 2025 - In samenwerking met de gemeenten Actualiseren erfgoedbeleid Winterswijk en Oost-Gelre wordt het erfgoedbeleid geactualiseerd.

Hiervoor wordt in 2025 een nieuwe erfgoednota, als vervolg op de erfgoednota Wi-j doet ’t samen uit 2021, opgesteld. 12 Kunst, cultuur en erfgoed December 2025 - We gaan de samenwerking op het geVerbinding kunst, cultuur en erfgoed bied van kunst, cultuur en erfgoed meer aan elkaar verbinden. We werken daarvoor toe naar een opvolging van het Cultuur en Erfgoedpact Achterhoek (CEPA) en maken nieuwe (regionale) samenwerkingsafspraken.

Programma 2 Sociaal Domein

23

3. Overzicht middelen per taakveld Dit programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: Programma 2 Sociaal Domein Baten Bestuur Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Openbaar basisonderwijs Onderwijshuisvesting Onderwijsbeleid en leerlingzaken Sportbeleid en activering Cultuurpresentatie, -productie en -participatie Musea Cultureel erfgoed Media Samenkracht en burgerparticipatie Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal Inkomensregelingen WSW en beschut werk Arbeidsparticipatie Hulpmiddelen en diensten (Wmo) Huishoudelijke hulp (Wmo) Begeleiding (Wmo) Dagbesteding (Wmo) Overige maatwerkarrangementen (Wmo) Jeugdzorg begeleiding Jeugdzorg behandeling Jeugdzorg dagbesteding Jeugdzorg zonder verblijf overig Pleegzorg Gezinsgericht Jeugdhulp met verblijf overig Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf Gesloten plaatsing Jeughulp ambulant lokaal Jeugdhulp ambulant regionaal Jeugdhulp ambulant landelijk Jeugdhulp met verblijf lokaal Jeugdhulp met verblijf regionaal Jeugdhulp met verblijf landelijk PGB Wmo PGB Jeugd Beschermd wonen (Wmo) Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo) Jeugdbescherming Jeugdreclassering Coördinatie en beleid Wmo Coördinatie en beleid Jeugd Volksgezondheid Totaal baten

Programma 2 Sociaal Domein

bedragen x € 1.000

Werkelijk 2023

Raming na wijziging 2024

-64 -25 -188 0 -22 -603 -258 -67 -12 -33 -27 -3.038 -68 0 0 0 -4.949 0 0 -3 -249 -1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -287 0 0 0 0 0 -481 -10.375

-47 -2 -20 0 -35 -549 -252 -242 -11 -13 -202 -2.954 -67 0 0 0 -5.416 0 0 0 -270 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -186 -10.266

Begroot Begroot Begroot Begroot 2025 2026 2027 2028

-48 -2 -20 0 -36 -338 -237 0 0 -13 -88 -1.213 0 0 -23 0 -6.633 0 0 0 -276 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -166 -9.093

-48 -2 -20 0 -36 -338 -210 0 0 -13 0 -1.186 0 0 -23 0 -7.398 0 0 0 -471 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -117 -9.862

-48 -2 -20 0 -36 -338 -47 0 0 -13 0 -1.102 0 0 -23 0 -8.155 0 0 0 -471 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -10.255

-48 -2 -20 0 -36 -338 -47 0 0 -13 0 -1.102 0 0 -23 0 -8.971 0 0 0 -471 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -11.071

24

Werkelijk 2023

Raming na wijziging 2024

Lasten Bestuur Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Openbaar basisonderwijs Onderwijshuisvesting Onderwijsbeleid en leerlingzaken Sportbeleid en activering Cultuurpresentatie, -productie en -participatie Musea Cultureel erfgoed Media Samenkracht en burgerparticipatie Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal Inkomensregelingen WSW en beschut werk Arbeidsparticipatie Hulpmiddelen en diensten (Wmo) Huishoudelijke hulp (Wmo) Begeleiding (Wmo) Dagbesteding (Wmo) Overige maatwerkarrangementen (Wmo) Jeugdzorg begeleiding Jeugdzorg behandeling Jeugdzorg dagbesteding Jeugdzorg zonder verblijf overig Pleegzorg Gezinsgericht Jeugdhulp met verblijf overig Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf Gesloten plaatsing Jeughulp ambulant lokaal Jeugdhulp ambulant regionaal Jeugdhulp ambulant landelijk Jeugdhulp met verblijf lokaal Jeugdhulp met verblijf regionaal Jeugdhulp met verblijf landelijk PGB Wmo PGB Jeugd Beschermd wonen (Wmo) Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo) Jeugdbescherming Jeugdreclassering Coördinatie en beleid Wmo Coördinatie en beleid Jeugd Volksgezondheid Totaal lasten

2.006 2.058 662 13 913 1.598 421 331 325 132 599 4.048 2.031 0 0 0 10.481 6.765 475 1.167 3.429 3.030 18 4 2.403 226 81 0 247 0 2.309 1.898 187 873 0 0 0 0 0 0 0 0 43 0 304 39 0 0 1.354 50.470

3.252 2.196 875 8 1.327 1.639 609 575 361 136 792 5.435 2.823 0 0 0 10.213 6.632 511 1.287 3.860 3.351 27 5 3.078 256 116 0 231 0 2.598 1.842 296 994 0 0 0 0 0 0 0 0 96 0 354 32 0 0 1.385 57.192

2.408 2.067 1.073 8 1.093 1.329 507 241 369 123 648 4.096 0 258 677 17 11.030 6.451 557 988 3.883 3.124 27 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 610 4.885 0 395 3.806 98 522 46 31 0 370 33 1.117 1.117 1.491 55.500

2.354 2.047 1.072 8 1.085 1.329 460 246 368 127 560 4.015 0 258 671 17 11.709 6.060 574 988 3.883 3.124 27 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 610 4.885 0 395 3.806 98 522 46 31 0 370 33 1.117 1.117 1.456 55.473

2.308 2.181 1.067 8 1.081 1.329 296 246 367 129 560 3.954 0 258 671 17 12.578 5.823 583 988 3.883 3.124 27 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 610 4.885 0 395 3.806 98 522 46 31 0 370 33 1.117 1.117 1.361 55.874

2.290 2.193 1.067 8 1.057 1.329 296 246 366 127 560 3.954 0 258 671 17 13.543 5.391 594 988 3.883 3.124 27 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 610 4.885 0 395 3.806 98 522 46 31 0 370 33 1.117 1.117 1.384 56.408

Totaal programma 2 Sociaal Domein

40.095

46.926

46.407

45.611

45.619

45.337

Programma 2 Sociaal Domein

Begroot Begroot Begroot Begroot 2025 2026 2027 2028

De toelichting op de verschillen tussen de jaarschijven 2024 en 2025 en volgende jaren is opgenomen in de bijlagen van dit boekwerk in het overzicht van baten en lasten per programma. Programma 2 Sociaal Domein

25

Programma 3 Bedrijfsvoering Programmacoördinator:

D.J. den Hengst

1. Ontwikkelingen binnen dit programma Verstrekken reisdocumenten aan niet-ingezetenen (grensgemeente) Als grensgemeente ben je bevoegd om aanvragen voor paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten te ontvangen van personen die niet in de basisregister personen (BRP) zijn ingeschreven en om aan deze personen paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten te verstrekken. Per 1 juli 2024 zijn we aangewezen als grensgemeente door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en op 8 juli zijn we daadwerkelijk begonnen als grensgemeente. Het Ministerie BZK en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) verwachten dat we als gemeente Aalten circa 4.000 aanvragen per jaar krijgen. Daarnaast is dit vooralsnog budgettair neutraal opgenomen in deze begroting. Evaluatie Datalab GO In 2024 vindt een evaluatie plaats van Datalab GO. Op basis daarvan wordt bepaald op welke wijze het Datalab vanaf 2025 wordt voortgezet. Dat kan ongewijzigd zijn, maar ook leiden tot bijstelling in opdracht of in uitvoering. NIS2, wet- en regelgeving Op Europees niveau is een nieuwe cyberbeveiligingsrichtlijn van kracht, de NIS2. (NIS = Network and Information Security Directive) Deze richtlijn heeft een bredere reikwijdte dan haar voorganger. Waar de NIS zich beperkte tot kritische organisaties, richt NIS2 zich nu ook op lokale overheden.

De NIS2 richtlijn wordt momenteel omgezet naar nationale wet- en regelgeving, die in 2025 van kracht wordt. De richtlijn voorziet in extra verplichtingen voor gemeenten op het gebied van risicoanalyse en het doorvoeren van passende maatregelen (zorgplicht genoemd) en het uitvoeren van rapportage bij incidenten (rapportageplicht). Het toezicht gaat verlopen via bevoegde instanties, waarbij gemeenten moeten kunnen aantonen dat zij de zorgplicht correct invullen. Bij nalatigheid kunnen de bevoegde instanties handhavend optreden. Een en ander lijkt op de lijn die al geldt rond de AVG. Informatieveiligheid, bewustwording We hebben al langere tijd een bewustwordingsprogramma voor informatieveiligheid. Project Troje heeft ons laten zien dat dit onverminderd belangrijk is. Om de deelname te vergroten en meer gebruik te maken van de kracht van herhaling, gaan we omschakelen naar een ander programma. Daarbij gaan we gebruik maken van zogenaamde nano-learnings die het onderwerp regelmatig, maar kort en laagdrempelig, onder de aandacht brengen. ICT-infrastructuur In 2025 verwachten we een ingrijpende verandering van de ICT-infrastructuur, waarbij de focus ligt op efficiency, data en samenwerking. Een ontwikkeling is de verandering van de wijze van werken met onze huidige systemen. In 2025 ontstaat meer de hybride werkplekomgeving.

De verwachting is dan dat Citrix niet tot nauwelijks meer gebruikt wordt maar dat er andere communicatiekanalen (waaronder teams en delen van bestanden) gebruikt gaan worden. Ook de toepassing van artificial intelligence (AI) in bestaande applicaties gaat toenemen en gaat (binnen de privacy kaders) optimaal ingezet worden. Beslissingen en beleid worden meer gebaseerd op data-analyse en inzichten. Hybride werken In 2025 geven we een vervolg aan de inrichting van onze kantoorlocaties met het oog op de wensen en behoeftes rondom hybride werken. Hierbij moet er onder andere gedacht worden aan het herinrichten van ruimtes. Onderhoud en verduurzaming gemeentelijke gebouwen Door drukte bij diverse partijen actualiseren we pas in het eerste kwartaal 2025 de Meer Jaren OnderhoudsPlannen (MJOP’s) van de gemeentelijke accommodaties. De daaraan verbonden financiële consequenties worden dus pas in 2025 zichtbaar gemaakt na oplevering van deze rapportages. In de DMJOP wordt de verduurzaming van de gemeentelijke accommodatie opgenomen en gaat er een advies volgen over de termijnen waarop verduurzaming kan worden uitgevoerd. Programma 3 Bedrijfsvoering

28

Mocht er eerder noodzakelijk onderhoud moeten worden uitgevoerd aan het vastgoed van de gemeente dan wordt indien mogelijk verduurzaming gelijk meegenomen. Dienstverlening facilitaire zaken In 2025 gaat er een producten/dienstencatalogus op worden gesteld waarin de interne organisatie kan lezen welke dienstverlening verwacht kan worden van de teams Facilitaire zaken en Gebouwenbeheer en de manier waarop men van deze diensten gebruik kan maken. 2. Welke concrete doelstellingen zijn er? Thema/Doelstelling 1 Grensgemeente Wij hebben voor 2025 als doelstelling om minimaal de te verwachte 4.000 aanvragen te verwerken. De wachttijd wordt daarbij op maximaal 6 weken gehouden. 2

3

4

5

6

Actie 2025 December 2025 - Op dit moment hebben we één balie open staan. We monitoren actief de agenda’s zodat we de wachttijd houden op maximaal 6 weken. Anders zorgen we voor meer bezetting en openen een tweede balie. Daarvoor is wel extra capaciteit noodzakelijk. NIS2 Cyberbeveiligingsrichtlijn December 2025 - Uit de risicoanalyse en risicoIn 2025 wordt een risicoanalyse uitgevoerd zoals bereidheid komen passende maatregelen voor NIS2 voorschrijft. Deze wordt vertaald naar voor onze organisatie. Hiervoor wordt een uitvoeonze organisatie passende maatregelen. ringsplan opgesteld voor 2025 en verder. Informatieveiligheid December 2025 - Om de bewustwording op het Invoering van een nieuw bewustwordingsprogramma gebied van informatieveiligheid en privacy te op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. vergroten schakelen we om naar een ander programma. ICT Infrastructuur December 2025 - Zorgen voor flexibele werkSamen met de werkgroep hybride werken invulling plekken en inzet van nieuwe digitale tools. geven aan de input die er in 2024 is vergaard om zo te komen tot een plezierige en inspirerende werkDecember 2025 - Training en ondersteuning van omgeving. Voor een hybride werkplekomgeving is medewerkers rond digitale vaardigheden en gehet noodzakelijk dat andere communicatiekanalen bruik van data. dan Citrix worden ingezet.

Vanuit een opgebouwde datawarehouse kan met behulp van AI tooling dataanalyse plaatsvinden. Producten/dienstencatalogus Juni 2025 - Opstellen catalogus gereed tweede Opstellen van een producten/dienstencatalogus voor kwartaal 2025 facilitaire zaken en gebouwenbeheer. Aanbesteding beheer en onderheid installaties Oktober 2025 - In kaart brengen van huidige Op dit moment zijn er te veel en te diverse partijen installaties en een partij benaderen voor de begedie onze locaties beheren en onderhouden. Daarleiding van de naar verwachting Europese aanom in 2025 een aanbesteding voor Werktuigbouwbesteding. Gereed oktober 2025, ingang contract kundige en Elektrotechnische installaties uitzetten januari 2026. om zo te komen tot een efficiencyslag.

Programma 3 Bedrijfsvoering

29

3. Overzicht middelen per taakveld Dit programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

bedragen x € 1.000

Werkelijk 2023

Raming na wijziging 2024

Baten Burgerzaken Beheer overige gebouwen en gronden Overhead Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkering en overige uitkeringen GF Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting (Vpb) Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten & lasten Totaal baten

-288 -439 -387 -623 -3.576 -1.739 -182 -57.736 0 0 -9.799 0 -74.769

-398 -540 -120 -812 -3.866 -1.823 -141 -60.516 -580 0 -7.192 0 -75.988

-520 -306 -164 -585 -3.941 -1.855 -110 -64.214 0 0 -791 0 -72.486

-607 -298 -164 -583 -3.941 -1.855 -54 -60.587 -1.894 0 -570 0 -70.553

-628 -298 -164 -581 -3.941 -1.855 -54 -60.749 -1.971 0 -681 0 -70.922

-628 -298 -164 -578 -3.941 -1.855 -55 -60.868 -1.826 0 -384 0 -70.597

Lasten Burgerzaken Beheer overige gebouwen en gronden Overhead Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkering en overige uitkeringen GF Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting (Vpb) Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten & lasten Totaal lasten

754 657 10.226 315 398 148 109 5 635 0 11.889 2.279 27.415

872 1.140 11.488 84 315 165 113 5 -78 11 700 0 14.815

1.003 1.019 11.694 332 277 170 114 5 1.205 12 1.328 0 17.159

1.061 1.031 11.613 503 277 170 114 5 577 12 598 0 15.961

1.110 1.073 11.711 621 277 170 114 5 686 12 668 0 16.447

1.110 1.011 11.598 764 277 170 114 5 614 12 689 0 16.364

Totaal programma 3 Bedrijfsvoering

-47.354

-61.173

-55.327

-54.592

-54.475

-54.233

Programma 3 Bedrijfsvoering

Programma 3 Bedrijfsvoering

Begroot Begroot Begroot Begroot 2025 2026 2027 2028

30

Paragrafen

Paragraaf Bedrijfsvoering ‘Samen volop blijven inzetten voor onze burgers en bedrijven’ Een goede bedrijfsvoering is voor een organisatie belangrijk. Gericht op de gemeentelijke omgeving, betekent dit beheersing van alle processen, inclusief bijsturing waar en wanneer nodig. Dit is een voorwaarde om aan de verwachtingen van de gemeenschap en het bestuur te voldoen en om goed gemeentelijk beleid te realiseren. Belangrijk daarbij is zo goed mogelijk verslag doen over de uitvoering via de reguliere P&C (planning & control) cyclus en bij actuele en belangrijke onderwerpen. Dat verslag bestaat breed uit de begroting, jaarstukken, tussentijdse rapportages, raadsvoorstellen en raadsmededelingen. Vragen daarover worden op verschillende manieren beantwoord. Rondom de organisatie en belangrijke thema’s speelt naar verwachting (ook) in 2025 het volgende: 1. Evaluatie wijziging organisatiestructuur en pilot projectenbureau Per 1 januari 2023 is de nieuwe organisatiestructuur in werking getreden. De belangrijkste beweegredenen voor deze organisatiewijziging waren: - Meer ruimte voor goede invulling leidinggevende taken. - Voldoende aandacht voor elke medewerker. - De veranderende samenleving. - Invulling geven aan burgerparticipatie. - Meer mogelijkheden voor pro-activiteit. - Meer ruimte voor eigen verantwoordelijkheid.

De nieuwe organisatiestructuur bestaat uit een tweehoofdige directie (de gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directeur Bedrijfsvoering) met daaronder zes teams. Daarnaast een staf, die alleen nog bestaat uit het taakveld P&O (personeel en organisatie). De teams worden geleid door een teammanager, die hiërarchisch en functioneel leidinggevende is. De teammanagers worden functioneel aangestuurd door de directeur Bedrijfsvoering en hiërarchisch door de gemeentesecretaris/algemeen directeur. De taakverdeling van de directie en het management zijn uitgewerkt in een directiestatuut. In de nieuwe organisatiestructuur worden de integrale advisering, het projectmatig werken en de coördinatie van de raadsprogramma’s verder versterkt door het instellen van een projectenbureau. Dit is vooralsnog een pilot om hiermee ervaring op te kunnen doen. In de loop van 2024 voert de ondernemingsraad een tussentijdse evaluatie uit met betrekking tot de nieuwe organisatiestructuur en de pilot projectenbureau. In de tweede helft van 2025 volgt de eindevaluatie in overleg met de OR. Mogelijk komen er nog beperkte bijstellingen in het kader van optimalisering en doorontwikkeling, maar in grote lijnen hebben wij de indruk dat de nieuwe organisatiestructuur goed staat. 2.

Nieuw beleid met betrekking tot HRM-gesprekken en beloning In de afgelopen jaren hebben we nieuw beleid met betrekking tot de HRM-gesprekken en beloning opgesteld dat beter past bij de nieuwe inzichten over personeelsbeoordeling. Dit nieuwe beleid sluit aan bij de nieuwe organisatiestructuur en het doorlopen traject met betrekking tot een professionele cultuur. De regie en het eigenaarschap van de medewerker met betrekking tot de eigen ontwikkeling worden gestimuleerd. De nieuwe systematiek is minder rigide en gereguleerd. De pluspunten van het bestaande beloningsbeleid worden behouden. Over het nieuwe beleid hebben we overeenstemming bereikt met het Lokaal Overleg met de vakbonden en de ondernemingsraad. Het nieuwe beleid is in werking getreden op 1 juni 2024. In het kader van het ontwikkelingstraject professionele cultuur zijn alle medewerkers geïnformeerd over de kernwaarden en professioneel gedrag en over feedback geven en ontvangen met social styles. In 2025 wordt dit verder geïmplementeerd. 3. Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt is in het afgelopen jaar verder toegenomen en gaat ook in de komende jaren nadrukkelijk gevoeld worden. Hoewel we veel vacatures nog goed kunnen invullen, merken we in toenemende mate dat dit bij bepaalde vakgebieden niet meer lukt of langer duurt.

Door de grote uitstroom wegens pensioneringen in de gemeentelijke sector neemt de spanning op de arbeidsmarkt alleen maar verder toe. Dit leidt onherroepelijk tot een verdere stijging van de loonkosten door opwaartse druk op de algemene loonontwikkeling in de cao, door druk op de salarisonderhandelingen bij de invulling van vacatures, door individueel rechtspositioneel maatwerk en door kosten van externe inhuur of andere tijdelijke oplossingen. Paragraaf Bedrijfsvoering

32

Daarnaast leidt de krappe arbeidsmarkt tot risico’s met betrekking tot de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening aan de inwoners en de gemeenteraad en de tijdige oplevering van producten. Dit is met name het geval als we concessies moeten doen met betrekking tot de kwaliteit bij de invulling van vacatures en als vacatures langer open staan of niet ingevuld kunnen worden. Door een organisatie brede functiewaarderingsronde willen we ervoor zorgen dat onze primaire arbeidsvoorwaarden actueel en voldoende concurrerend zijn. Daarnaast werken we in het project hybride werken aan modern werkgeverschap door voorstellen te ontwikkelen voor verdere stappen in flexibiliteit, gezonde arbeidsomstandigheden, vitaliteit, duurzaamheid, ontwikkelingsmogelijkheden en betrokkenheid. Waar mogelijk zetten we daarbij in op verduurzaming van de arbeidsvoorwaarden en aansluiting bij de global goals. 4. Organisatie brede functiewaardering Bij de wijziging van de organisatiestructuur per 1 januari 2023 is afgesproken een organisatie brede functiewaarderingsronde te houden. Dat is nodig om diverse nieuwe of gewijzigde functies binnen de aangepaste organisatiestructuur te waarderen en om te beschikken over een actueel en concurrerend salarishuis in een krappe arbeidsmarkt.

In het afgelopen jaar hebben we overeenstemming bereikt met de OR en met het Lokaal Overleg met de vakbonden over de uitgangspunten van deze organisatie brede functiewaardering. Ook zijn de voorbereidingen gestart voor de organieke beschrijving van de hoofdtaken van alle medewerkers, als grondslag voor de waardering van de functie. Dit functiewaarderingstraject wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 afgerond. 5. Strategische personeelsplanning In de komende vijf jaren verlaten 37 medewerkers (18,2%) de organisatie wegens pensionering. In de komende 10 jaren gaat het om 72 medewerkers (35,5%). Deze voorziene uitstroom willen we tijdig en proactief opvangen om de continuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening te garanderen. Hierbij kijken we niet alleen naar één op één vervanging in formatie, maar ook naar de ontwikkelingen in procesoptimalisatie, digitalisering en robotisering. Afgelopen jaar zijn we daarom gestart met een nieuwe strategische personeelsplanning 2024-2034, die in de loop van 2024 wordt vastgesteld. In het kader van de planning/fasering van de uitstroom zijn we regelmatig in gesprek met de medewerkers over het in lijn brengen van de individuele wensen en de plannen van de organisatie.

We kijken op basis van individueel maatwerk actief naar de mogelijkheden van eerdere pensionering of juist het (eventueel in deeltijd) langer doorwerken na de AOW-datum. Uitgangspunt is dat we zorgdragen voor een goed instroomproces (on boarding) zodat nieuwe medewerkers goed en adequaat worden ingewerkt zonder dat dit ten koste gaat van de continuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening. Daarnaast zien we dat de uitstroom naar een andere werkgever toeneemt door de krapte op de arbeidsmarkt. De ontwikkeling van deze uitstroom is moeilijk te voorspellen. 6. Werving en selectiebeleid Onlangs hebben wij een instemmingsaanvraag naar de OR gezonden met betrekking tot een geactualiseerd werving- en selectiebeleid. In het nieuwe werving- en selectiebeleid blijven we stevig inzetten op verjonging en een evenwichtiger leeftijdsopbouw. Door een actief beleid met betrekking tot onder andere stageplaatsen, afstudeeropdrachten en deeltijdbanen voor studenten willen we jongeren aan de gemeente Aalten binden. We zorgen voor een goed netwerk en een goede ingang bij de MBO-instellingen, Hbo-instellingen en universiteiten. We streven naar tenminste twee continu/opvolgende stageplaatsen en/of afstudeeropdrachten binnen elk team.

Verder hebben we de wens om binnen de organisatie ruimte te bieden voor een traineeship zodra daarvoor financiële ruimte bestaat, bijvoorbeeld binnen het projectenbureau. 7. Beleidsplan vitaliteit Binnen onze organisatie worden diverse activiteiten op het gebied van de vitaliteit ontwikkeld door de werkgroep Nog gezonder en vitaler. De doelstelling van de werkgroep is medewerkers bewust te maken van het belang van gezondheid en vitaliteit. De werkgroep vraagt via intranet aan de hand van maandelijkse thema’s aandacht voor gezondheid en vitaliteit, geeft tips en organiseert diverse clinics en andere activiteiten. Tijdens de Zomerweek en de Winterweek heeft de werkgroep verschillende dagdelen met sportieve en vitale activiteiten georganiseerd.

Paragraaf Bedrijfsvoering

33

In de in het afgelopen jaar gesloten CAO Gemeenten 2024–2025 is geregeld dat gemeenten in overleg met de OR een beleidsplan vitaliteit moeten vaststellen. In dit beleidsplan moet onder andere worden voorzien in een periodieke peiling van de werkdruk en periodiek overleg met de OR over de personele bezetting en eventuele maatregelen tegen (dreigende) onder- en overbezetting. We streven ernaar in 2025 te beschikken over een vastgesteld beleidsplan vitaliteit dat kan rekenen op de instemming van de OR. 8. Duurzame mobiliteit Bewust kiezen voor duurzame mobiliteit en daarmee minder broeikasgassen in het verkeer. Dat is het doel van het Besluit CO2-reductie werk gebonden personenmobiliteit dat op 1 juli 2024 in werking is getreden. Het besluit komt voort uit het Klimaatakkoord. Met dat akkoord spraken overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties maatregelen af om de CO2-emissies te verminderen. Daarbij hoort verduurzaming van mobiliteit. Een van de afgesproken maatregelen is een wettelijke norm voor werkgevers met 100 of meer werknemers. Hiermee moet de CO2-emissie door werk gebonden personenmobiliteit in 2030 met minimaal 1 Mton worden teruggedrongen. Het besluit geeft invulling aan die afgesproken maatregel. Doel daarvan is dat werkgevers bewuste keuzes maken over verduurzaming van hun mobiliteit.

Vanaf 1 juli 2024 moeten werkgevers (met 100 of meer werknemers) jaarlijks gegevens bijhouden en rapporteren over de mobiliteit van hun werknemers. Het gaat daarbij om woon-werk en zakelijke mobiliteit. In 2026 evalueert het ministerie van infrastructuur en waterstaat de CO2-reductie die in 2024 en 2025 is behaald. Als organisaties goed op koers liggen, blijft het bij rapporteren. Als het niet lukt, kan vanaf 2028 een wettelijke norm worden ingesteld waarmee slimmer en zuiniger reizen kan worden afgedwongen. Want linksom of rechtsom: de CO2-winst is nodig om de klimaatdoelen te halen. In het afgelopen jaar hebben we binnen het project hybride werken enkele opties voor verduurzaming van het woon-werkverkeer en de zakelijke mobiliteit onderzocht. Tevens hebben we door het regionale initiatief GAON een mobiliteitsscan voor onze organisatie laten uitvoeren. Met die onderzoeken creëren we een beeld hoe we onze voorbeeldrol als overheidswerkgever kunnen invullen. Tevens is het van belang dat cao-partijen onderzoek doen naar het eventueel opnemen van vergoedingen in de cao Gemeenten. 9. Integriteit In de afgelopen jaren hebben we het beleid met betrekking tot de bestuurlijke en ambtelijke integriteit geactualiseerd en de diverse integriteitsregelingen opnieuw vastgesteld.

Aan de hand van een meerjarig implementatieprogramma voeren we jaarlijks diverse bewustwordingsactiviteiten uit, onder andere met betrekking tot de melding van nevenfuncties, de melding van financiële belangen en de geschenkenregeling. We vragen van nieuwe medewerkers een verklaring omtrent het gedrag en het afleggen van de eed of belofte tijdens een ceremoniële bijeenkomst. Eind 2025 gaan we de bestaande regelingen op het gebied van de ambtelijke integriteit evalueren en actualiseren. 10. Arbo en Veiligheid Door een samenloop van omstandigheden (onder andere Corona, het thuiswerken en personele wisselingen) is de aandacht voor de uitvoering van wettelijke verplichtingen met betrekking tot Arbo en Veiligheid in de afgelopen jaren wat weggezakt. In verband hiermee hebben we in het afgelopen jaar een nieuwe werkgroep Arbo en Veiligheid ingesteld, die diverse praktische zaken (BHV-organisatie, interventieteam, oefeningen en trainingen) inmiddels op orde heeft gebracht. In 2025 gaan we het beleid met betrekking tot Arbo en Veiligheid actualiseren en bezien of er een nieuwe RI&E (risico-inventarisatie en evaluatie) moet plaatsvinden. 11. Overgang naar het hybride werkplekconcept De digitale en fysieke werkplek evolueert voortdurend en met de komst van het hybride werken komt dit in een versnelling.

We kijken enerzijds naar de inrichting van onze kantoren om deze beter te laten aansluiten op het hybride werken. Hierbij werken we ook de mogelijkheden van een sociaal plein uit en gaan we het aantal werkplekken terugbrengen en meer overleg-, bel- en teams ruimtes creëren. Dit werken we uit in een schetsontwerp en kostenraming. Daarnaast zullen we ook stappen maken in het verder optimaliseren van de digitale werkplek. Thuiswerken is nu eerder regel dan uitzondering geworden. En deze gebruikers willen altijd en overal toegang tot hun informatie, ongeacht het apparaat dat ze gebruiken of de plek waar ze zitten. Op basis van rechten en producten van Microsoft (waaronder Outlook, Teams, Sharepoint, Onedrive) wordt het nieuwe werkplekconcept ondersteund. Paragraaf Bedrijfsvoering

34

12. Data gedreven werken Voor allerlei maatschappelijke vraagstukken binnen de gemeente Aalten is analyse van data noodzakelijk. Al gaat het om vragen vanuit het sociaal domein, financiële vraagstukken of bijvoorbeeld analyse van ruimtelijke waarden. Data is zeer geschikt om besluiten met cijfers en argumenten te onderbouwen en gaat een steeds grotere rol spelen. Daarom wordt in 2025 het aandachtsgebied data en data gedreven werken in diverse projecten en producten verstevigd. 13. Versterking informatievoorziening Grip op de ontwikkeling van de informatievoorziening is inmiddels noodzakelijk voor onze gemeente. Het gaat daarbij niet alleen over de ontwikkeling van de automatisering (die rand voorwaardelijk is geworden voor ons werk). Het gaat juist ook over de strategische bouwsteen die informatie is geworden, omdat het grootste deel van onze producten en diensten bestaat uit data en informatie. We beheren (bijvoorbeeld BRP), verwerken (bijvoorbeeld inkomensgegevens in het kader van bijzondere bijstand) of verstrekken (bijvoorbeeld vergunningen) data en informatie aan onze inwoners. Data en informatie zit daarmee voor de gemeente Aalten in de kern van ons bestaansrecht en zou dus ook nog meer dan nu het geval is tot de kern van onze bedrijfsvoering moeten horen.

Duurzaam grip krijgen op de ontwikkeling van de informatievoorziening is noodzakelijk om zelf regie te houden, om zelf de keuzes te kunnen maken zonder dat die van buitenaf vóór je worden genomen. In 2025 werken we aan het uitvoeringplan behorende bij de visie versterking informatievoorziening. 14. Inkoop Ook in 2025 blijft de samenwerking met de Achterhoekse gemeenten een feit. Er wordt geprobeerd om zoveel mogelijk gezamenlijk aan te besteden. Gezamenlijk projecten op dit moment zijn onder andere ‘Huishoudelijke ondersteuning, ‘Gevarenverzekering” en ‘Flexwerken”. In 2025 gaan we zoveel mogelijk toezien dat naast SROI ‘circulariteit’ wordt meegenomen binnen de aanbestedingen. 15. Overige onderwerpen Over verdere ontwikkelingen rondom onder andere dienstverlening, de gemeentelijke website, IT-ontwikkelingen en informatieveiligheid en privacy wordt verwezen naar de ontwikkelingen zoals genoemd in Programma 3 Bedrijfsvoering. Verder zijn voor 2025 de volgende budgetten in deze begroting opgenomen: Onderwerp 2025 Accountant € 88.000 Raad € 61.000 Rekenkamer € 16.000 16. Uurtarief ten behoeve van doorberekeningen Voor het doorberekenen van diverse werkzaamheden wordt gewerkt met een uniform uurtarief. Er is een berekening gemaakt op basis van totale loon- en overheadkosten voor het tarief per uur. Dit resulteert in een tarief voor 2025 van € 86. In 2024 was het uurtarief € 82.

Dit uurtarief wordt gebruikt voor onder meer het bepalen van de legestarieven en voor de toerekening van de kosten aan riolering en afvalverwerking. Onderbouwing uurtarief 2025 Loonkosten Overhead Uurtarief

Kosten € 17,3 miljoen € 9,9 miljoen

15. Verplichte beleidsindicatoren Naam indicator Eenheid 1 Formatie Fte per 1.000 inwoners 2 Bezetting Fte per 1.000 inwoners 3 Apparaatskosten Kosten per inwoner 4 Externe inhuur % van totale loonsom 5 Overhead % van totale lasten

Paragraaf Bedrijfsvoering

Uren 316.000 316.000

Uurtarief € 55 € 31 € 86

2025 7,36 7,36 € 814,89 2,69% 12,93%

35

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing We maken vanaf 2023 om de vijf jaar een “Nota Weerstandsvermogen” en leiden daaruit onder meer het te voeren beleid en deze paragraaf af. Dat doen we allemaal om ook in de toekomst een gezonde gemeente te blijven. Een gemeente die wat betekent voor haar inwoners. De paragraaf geeft een overzicht van die risico's, waarvoor geen of onvoldoende dekking is gegeven via een verzekering een reserve of een voorziening. Reguliere, veelvoorkomende geringe risico's worden niet opgenomen, daarvoor is de begroting. Van de niet of onvoldoende gedekte risico's wordt via kans en geschatte schade de benodigde weerstandscapaciteit gepresenteerd. Die benodigde capaciteit wordt vergeleken met de aanwezige weerstandscapaciteit. De ratio (in welke vorm dan ook) wordt weerstandsvermogen genoemd. De paragraaf moet daarbij ook aangeven wat het beleid is gericht op de dekking van risico’s, het voorkomen en het oplossen hiervan. De paragraaf weerstandsvermogen geeft dus inzicht in: • De mate waarin de gemeente belangrijke financiële risico’s loopt; • De financiële buffer (weerstandscapaciteit) die zij daarvoor achter de hand heeft. De opzet is veranderd ten opzichte van de voorgaande jaren. De raad speelt een grotere rol bij het bepalen van risico’s bij de voorstellen. En voor de inschatting begint het proces bij de teams en de individuele medewerkers.

Dat is de bron van de risico’s, die worden verzameld in een groslijst. De risico’s boven de € 250.000 staan in deze paragraaf. Daaronder zijn ze zeker ook van belang, maar moeten in de reguliere P&C cyclus worden opgevangen. Voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit worden de risico’s met een financieel negatief gevolg als onderstaand meegerekend: 1. Risico’s met een structureel gevolg worden niet afzonderlijk verhoogd met een opslagfactor 2. Er wordt een zekerheidspercentage (kans dat het zich voordoet) van 99% gekozen De weerstandscapaciteit wordt afgezonderd van de algemene reserve, maar blijft wel onderdeel daarvan. Binnen de vastgestelde bandbreedte van 1 miljoen wijzigt deze niet. Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen worden in deze paragraaf de bedoelde risico’s geconfronteerd met de aanwezige weerstandscapaciteit. bedragen x € 1.000

1. Weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit worden al die elementen bedoeld waarmee tegenvallers kunnen worden opgevangen, zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico's te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, moet worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. De weerstandscapaciteit wordt onderverdeeld in structurele en incidentele weerstandscapaciteit. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit structurele middelen in de begroting waarmee optredende risico’s kunnen worden opgevangen. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden aangewend. De commissie BBV heeft recent laten weten dat voortaan de reserves van gemeenten ook voor structurele uitgaven ingezet mogen worden. Als gemeente Aalten vinden we dat geen juiste ontwikkeling en doen daar dan ook niet aan mee. Bepaling van de weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit Rekeningresultaat Het positieve resultaat 714 Vrij aanwendbare algemene De algemene reserve is de reserve waaraan de raad geen speci- 15.033 reserve fieke bestemming heeft gegeven en die een financiële bufferfunctie heeft. Deze reserve bestaat uit de algemene reserve en de reserve risico. Inclusief versterking van de algemene reserve in 2025 met € 750.000. Op dit moment is er nog niets bestemd.

Bestemmingsreserves Deze reserves zijn beklemd maar kunnen in geval van hoge 7.101 nood wel ingezet worden. Stille reserve-effecten De stille reserve in deze financiële vaste activa wordt niet mee0 genomen in de berekening, omdat de verhandelbaarheid van deze aandelen (Alliander, Vitens, BNG en ROVA) zeer beperkt is. Stille reserve activa Deze stille reserve bestaat uit de bezittingen waarvan de waarde 1.075 bij verkoop hoger is dan de boekwaarde. Op basis van ervaring zetten we een derde deel in. Totaal incidentele weerstandscapaciteit 23.923 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

36

Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Hieronder wordt voor de OZB de ruimte opgenomen die er is tussen onze eigen tarieven en de normtarieven voor de zogenaamde artikel 12 gemeenten. De overige belastingen/heffingen zijn kostendekkend of van geringe betekenis. Rentebaten algemene reserve Aangezien geen rente meer toegevoegd wordt aan de reserves vrij besteedbaar is inzet niet mogelijk. Onvoorzien (structureel) Totaal structurele weerstandscapaciteit Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

3.849

0 350 4.199 28.122

2. Risico’s Het hebben van risico’s is inherent aan het uitoefenen van een organisatie zoals een gemeente. Het is echter van belang deze risico’s te kennen en hier goede maatregelen voor te treffen (verzekeren) dan wel risico’s te wegen bij het aangaan ervan of hier tijdig op in te spelen. Een overzicht van de risico’s wordt steeds geactualiseerd. De basis daarvoor zijn de teams en de medewerkers. Alle risico’s worden beschreven en gekwantificeerd in een groslijst. De grootste risico’s, boven de € 250.000 worden afzonderlijk genoemd in deze nota. Bij een zekerheidsniveau van 99% is de aan te houden reserve voor de gemeente Aalten volgens de nieuwe berekening € 5,75 miljoen. Dit houdt in dat, als de gemeente Aalten dit bedrag als reserve op haar balans aanhoudt, zij in 99 van de 100 jaar voldoende reserves heeft om de schades op te vangen, maar in één jaar is er niet genoeg. In de begroting zijn de meest actuele risico’s opgenomen. Risico’s boven de € 250.000 Budgettaire tekorten bij (verbonden) partijen waar door de gemeente uitbestede gemeentelijke taken zijn neergelegd. Integriteits/intimidatie/grensoverschrijdende problemen Virusaanvallen op ICT-gebied/ Hacks/ Thuiswerken/Datalekken Natuur en flora, klimaat, bodemsanering, rampen

Budget Sociaal Domein

Huisvesting vluchtelingen breed Onverwachte bestuursopdrachten

Wachtgeld wethouders: bij stoppen 1 of meerdere wethouders ongeacht reden. Arbeidsongeschiktheid medewerkers Algemene uitkering gemeentefonds, diverse subsidieregelingen

Mogelijk gevolg Politieke druk om financiële steun te bieden of mee te moeten in een bij meerderheid genomen Regio-besluit Gevolgschades

250

250

Dataverlies en herstelkosten Mogelijke afkoopsom Gevolgschades Weersinvloeden, droogte bomen, drugsafval, exoten ed., verontreinigde bodem, mogelijke slakken onder het wegennet en overige calamiteiten boven de verzekerde waarde Overschrijding budget, korting Rijk Beleidsaanpassingen Energiebijdragen, prijscompensatie ed. Tekort opvang Extra aanwijzingen Rijk Onverwachte bestuursopdrachten waarvoor geen of onvoldoende gelden beschikbaar zijn/ grondslagen ontbreken Uitvoering raadsprogramma Voor zittende wethouders mag volgens het BBV geen voorziening meer bestaan.

2.000

Verkeerde berekeningen, interpretatie verschillen, te late rapportages ed.

250

1.000

1.000

250 250

500

Totaal van de ingeschatte risico’s boven de € 250.000

5.750

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

37

3. Weerstandsvermogen Het vermogen van een gemeente om tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit van deze gemeente in gevaar komt. Dit wordt uitgedrukt als de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van onze gemeente voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming. Ratio weerstandsvermogen 2025 =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

Weerstandscapaciteit, incidenteel Weerstandscapaciteit, structureel Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

23.923 4.199 28.122

Gekwantificeerde risico’s Totale benodigde weerstandscapaciteit

5.750 5.750

Saldo/overschot Ratio onder andere gehanteerd door provincie

22.372 4,89

>2 = Uitstekend 1,4 - 2,0 = Ruim voldoende

1,0 - 1,4 0,8 - 1,0

= Voldoende = Matig

0,6 - 0,8 < 0,6

= Onvoldoende = Ruim onvoldoende

De uitkomst van de ratio (4,50) is uitstekend maar iets lager dan de jaarrekening 2023 (5,54). Dit komt met name door een lager berekende incidentele weerstandscapaciteit voor 2025 veroorzaakt door een lagere reservestand. Hierbij moet opgemerkt worden dat deze ratio altijd een momentopname betreft. De ratio lijkt en is mooi, maar de solvabiliteit van de gemeente houdt nog niet over, zie ook onderstaand. In de nota wordt dan ook gesteld dat hier de komende jaren aandacht voor moet zijn en blijven. We streven naar een getal boven de 50% voor de solvabiliteit. Verplichte kengetallen Onderstaande kengetallen helpen bij het verkrijgen van inzicht in de financiële positie van een gemeente. Deze kengetallen geven aan hoe we er als gemeente voor staan. De categorieën zijn gebaseerd op de norm van de provincie (groen is voldoende, oranje matig en rood onvoldoende). Verplicht voorgeschreven kengetallen 1a. Netto schuldquote (NS) 1b. NS gecorrigeerd voor alle leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Structurele exploitatieruimte 4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit 6. Liquiditeit

Werkelijk 2023 28,4% 16,2% 40,8% 0,9% 0,1% 69,1% 1,00

Raming na wijziging 2024 42,1% 36,4% 28,4% -0,6% -1,1% 64,1% 0,67

Norm provincie Gelderland Categorie A 1a. Netto schuldquote (NS) tot 90% 1b. NS gecorrigeerd voor alle leningen tot 90% 2. Solvabiliteitsratio hoger dan 50% begroting en meer3. Structurele exploitatieruimte jaren hoger dan 0% 4. Grondexploitatie tot 20% 5. Belastingcapaciteit tot 95% 6. Liquiditeit hoger dan 1

Begroot Begroot Begroot Begroot 2025 2026 2027 2028 47,0% 41,3% 28,4% 1,1% -1,3% 70,5% 0,69

56,7% 50,8% 24,9% -2,3% -1,9% 70,5% 0,57

57,5% 51,8% 22,9% -2,2% -3,5% 70,5% 0,56

58,7% 52,9% 21,6% -2,4% -3,4% 70,5% 0,60

Categorie B Categorie C tussen 90% tot 135% hoger dan 135% tussen 90% tot 135% hoger dan 135% tussen 20% tot 50% kleiner dan 20% begroting en meerbegroting of meerjajaren kleiner dan ren hoger dan 0% 0% tussen 20% tot 35% hoger dan 35% tussen 95% tot 105% hoger dan 105% tussen 1 en 0,5 kleiner dan 0,5

De solvabiliteitsratio geeft weer in hoeverre gemeentelijke bezittingen met eigen middelen betaald/gefinancierd zijn. Die ratio neemt steeds verder af, als gevolg van de tekorten in 2026, 2027 en 2028. Kanttekening bij de kengetallen is dat het altijd momentopnames zijn en blijven.

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

38

Paragraaf Lokale heffingen In de paragraaf lokale heffingen wordt ingegaan op de ontwikkelingen van de verschillende belastingen en heffingen en de consequenties voor onze inwoners en ondernemers. Daarbij wordt aandacht besteed aan de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen. Verder wordt inzicht gegeven in de mate van kostendekking van een heffing. Voor de lokale heffingen zijn de onderwerpen zoals die genoemd zijn bij het vaststellen van de kaders van de begroting 2025, als uitgangspunt genomen. Voor de OZB is een opbrengstverhoging van 2,2% geraamd. De overige leges en rechten worden eveneens met 2,2% verhoogd. Uitzondering daarop zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, waarvoor 100% kostendekkendheid wordt aangehouden. De hondenbelasting die in 4 jaar wordt afgebouwd gaat naar de 3e stap (25% van het tarief 2022). Wettelijke bepalingen In de Gemeentewet staan de lokale heffingen die een gemeente mag heffen limitatief opgesomd. Deze heffingen worden verdeeld in algemene belastingen en rechten. De algemene belastingen zijn: onroerendezaakbelasting, hondenbelasting, reclamebelasting, forensenbelasting en toeristenbelasting. De opbrengsten van deze belastingen zijn door een gemeente vrij te besteden. De rechten zijn: afvalstoffenheffing, rioolheffing en diverse leges en overige rechten voor dienstverlening op verzoek.

De tarieven van deze rechten moeten zodanig worden vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Op grond van het BBV is een gemeente daarom verplicht een kostenonderbouwing op te nemen waaruit de maximale kostendekkendheid van 100% blijkt. Geraamde opbrengsten uit lokale heffingen Overzicht belastingen en heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting Reclamebelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting Marktgeld Secretarieleges Bouwleges Begraafrechten Totaal

bedragen x € 1.000 2025 2024 5.789 5.664 1.977 1.551 2.115 2.019 55 101 55 54 109 107 169 106 21 21 715 589 103 107 321 314 11.429 10.633

Ontwikkeling van de lokale heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) De OZB zorgt voor de hoogste belastingopbrengst en wordt gesplitst in een eigenaarsdeel (woningen en niet-woningen) en een gebruikersdeel (niet-woningen). De grondslag van de aanslag is de vastgestelde WOZ-waarde van de onroerende zaak. Voor het belastingjaar 2025 geldt een WOZ-waarde naar waarde peildatum 1 januari 2024. Voor deze begroting zijn alle mutaties van dit moment en een gemiddelde waardeontwikkeling van woningen van 4,5% meenomen. Voor het nieuwe tijdvak bedraagt de gemiddelde waarde van een woning ongeveer € 339.575 (2024 € 324.950). De OZB-opbrengst wordt met 2,2% verhoogd. De voorgestelde tarieven zijn: Tarieven onroerendezaakbelasting (OZB) Woningen - eigenaarsdeel Niet – woningen - eigenaarsdeel - gebruikersdeel

Paragraaf Lokale heffingen

2025

2024

0,0952%

0,0974%

0,2044% 0,1527%

0,2096% 0,1566%

39

De gemiddelde waardestijging van een woning bedraagt 4,5% en is in de berekening van de tarieven verwerkt. De tarieven voor de niet-woningen worden aangepast aan een gemiddelde waardestijging van 2%. In de raadsvergadering van december 2024 wordt de verordening OZB vastgesteld. Op dat moment zijn de definitieve WOZ-waarden bekend. Als daartoe aanleiding is, worden de tarieven bijgesteld. Afvalstoffenheffing Een gemeente heeft de wettelijke plicht tot het inzamelen van (huishoudelijk) afval bij huishoudens en mag de kosten daarvan verhalen op de burger. In de gemeente Aalten wordt het omgekeerd inzamelen toegepast. Naast het vastrecht, wordt alleen een afrekening verzonden voor het aantal aanbiedingen of ledigingen van restafval. Het gemiddelde aantal aanbiedingen van een huisvuilzak of ledigingen van een restafvalcontainer is 12 huisvuilzakken of 5 ledigingen per jaar. De kosten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval zijn wederom fors gestegen. Jarenlang konden we flinke tariefstijgingen voorkomen doordat we een voorziening hadden waaruit jaarlijks onttrokken kon worden. Deze voorziening is nu leeg. Om kostendekkend te blijven moeten de tarieven daarom met circa 28% verhoogd worden.

Tarieven afvalstoffenheffing (in €) Vastrecht per huishouden Per aanbieding van een huisvuilzak 40 liter Per lediging van een restcontainer 140 liter Per lediging van een restcontainer 240 liter

2025 129,00 2,45 8,50 14,60

2024 101,00 1,90 6,65 11,40

Rioolheffing Uit de rioolheffing wordt niet alleen voorzien in rioleringskosten, maar ook in de kosten van de afvoer van regenwater en grondwater. Deze kosten zijn opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan. De tarieven worden met 5,5% verhoogd. De aanslagen worden berekend op basis van het werkelijke waterverbruik en worden via de waternota van Vitens geheven en geïnd. Tarieven rioolheffing (in €) Tot 2.500 m³, per m³ afvalwater Van 2.500 m³ tot 5.000 m³, per m³ Boven 5.000 m³, per 1.000 m³ Per m² verharde oppervlakte

2025 1,53 1,17 77,25 0,58

2024 1,45 1,11 73,22 0,56

Reclamebelasting De gemeente int reclamebelasting bij ondernemers in de winkelgebieden in Aalten en Dinxperlo. De opbrengst wordt ter beschikking gesteld aan de ondernemersfondsen in beide kernen en zij organiseren daarmee allerlei activiteiten in die gebieden. Tarief reclamebelasting (in €) Gebied Aalten, vast bedrag per object Gebied Dinxperlo, vast bedrag per object

2025 499,00 398,00

2024 489,00 390,00

Toeristenbelasting en forensenbelasting Zoals bij het vaststellen van de begroting 2024 is aangekondigd worden voor het jaar 2025 de tarieven voor de toeristenbelasting met € 0,20 verhoogd van € 1,35 per persoon per overnachting naar € 1,55. Deze verhoging werkt ook door in het forfaitaire tarief en in de eerste trede van de forensenbelasting. Het forfaitaire tarief bedraagt € 225,00. De overige tarieven forensenbelasting gaan met 2,2% omhoog. Voor de toeristenbelasting 2026 voeren we een tariefverhoging van 2,2% door. Daarmee komt het tarief per persoon per overnachting € 1,58. Omdat tevens afgesproken is dat het tarief pas bij een veelvoud € 0,05 wordt verhoogd blijft het tarief 2026 op € 1,55 staan. Tarief toeristenbelasting (in €) Tarief per persoon per overnachting Forfaitair tarief

Paragraaf Lokale heffingen

2025 1,55 225,00

2024 1,35 196,00

40

Tarieven forensenbelasting (in €) Waarde object € 30.000,00 of minder € 30.001,00 t/m € 60.000,00 € 60.001,00 t/m € 120.000,00 € 120.001,00 t/m € 180.000,00 € 180.001,00 t/m € 240.000,00 € 240.001,00 t/m € 300.000,00 € 300.001,00 t/m € 360.000,00 € 360.001,00 en meer

2025

2024

225,00 237,00 318,00 394,00 477,00 567,00 641,00 807,00

196,00 232,00 312,00 386,00 467,00 555,00 628,00 790,00

Hondenbelasting Afgesproken is om de hondenbelasting in vier jaar gefaseerd af te schaffen. Het tarief 2022 bedroeg € 65,00. Dit tarief wordt voor 2025 met 75% verlaagd en komt daarmee op € 16,25. Tarieven hondenbelasting (in €) Per hond Kennel

2025 16,25 48,75

2024 32,50 97,50

Secretarieleges Sinds 2014 is de geldigheid van een reisdocument verlengd van 5 naar 10 jaar. Dit heeft het effect dat om de 10 jaar gedurende een periode van 5 jaar het aantal aanvragen reisdocumenten fors toenemen. Dit zorgt voor een stijging van de leges voor de komende jaren. Daarnaast zijn de leges voor het verstrekken reisdocumenten aan niet-ingezetenen (grensgemeente) nieuw in 2025. Dit is budgettair neutraal opgenomen in deze begroting. Overige leges/tarieven De tarieven van de overige leges worden met 2,2% verhoogd. Uitzondering daarop zijn de tarieven die gebaseerd zijn op het gemeentelijk uurtarief en/of een wettelijk (maximum)tarief. Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges dienen zodanig te worden vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Hieronder hebben we dat inzichtelijk gemaakt. bedragen x € 1.000 Afvalstoffenheffing Bedrag Dekking Rioolheffing Bedrag Dekking Lasten afvalstoffenheffing 1.540 Lasten riolering 1.753 Overhead (inclusief BTW) 451 Overhead (inclusief BTW) 577 Onttrekking voorziening 0 Onttrekking voorziening -196 Totale kosten 1.991 Totale kosten 2.134 Opbrengst afvalstoffenheffing Totale opbrengsten

1.991 1.991

Dekking Lijkbezorgingsrechten Lasten begraafplaats Overhead Totale kosten Opbrengst lijkbezorgingsrechten (inclusief luidrechten) Totale opbrengsten Dekking

Paragraaf Lokale heffingen

Opbrengst rioolheffing Totale opbrengsten 100%

Bedrag Dekking 280 126 406

2.134 2.134

Dekking Marktgeld Lasten markt Overhead Totale kosten

100% Bedrag Dekking 54 19 73

321

Opbrengst marktgeld

21

321

Totale opbrengsten

21

79%

Dekking

29%

41

bedragen x € 1.000

Toe te rekenen

Overhead

Totaal

Baten

Dekking

51

25

76

25

33%

381

113

494

249

50%

180

82

262

118

45%

8

3

11

5

45%

130

16

146

66

45%

750

239

989

463

47%

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning 3 Omgevingsvergunning 267 78 345 7 Bestemmingsplannen 93 0 93 1,2,4,5,6,8 Diversen 0 0 0

127 57 0

37% 61%

Hoofdstuk

Onderwerp

Titel 1 Algemene dienstverlening 1 Burgerlijke stand Reisdocumenten en Nederlandse 2 identiteit 3 Rijbewijzen Verstrekking uit de Basisregistratie 4 personen (BRP) 5 t/m 17 Diversen Subtotaal titel 1

Subtotaal titel 2

360

78

438

184

42%

53

147

15

10%

13

115

93

81%

196

66

262

108

41%

1.306

383

1.689

755

45%

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 2 Organiseren evenementen of markten 94 5A Algemene verordening Ondergrondse 102 infrastructuren Subtotaal titel 3 Eindtotaal

Bij het vaststellen van de legestarieven is maximaal 100% kostendekkendheid toegestaan. Er mag geen winst worden gemaakt. Kruissubsidiëring in de legesverordening is binnen de titel wel toegestaan. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te houden. Ontwikkeling van de woonlasten Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld (meerpersoons) huishouden weer en bestaat uit onroerendezaakbelasting (alleen voor de eigenaar), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij de berekening van de OZB is uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde van een woning van € 339.575. Bij de afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van het vastrecht en 12 aanbiedingen van een huisvuilzak en voor de berekening van de rioolheffing gaan we uit van 3 personen (waterverbruik 120 m³). Woonlasten per huishouden (in €) Gemiddelde OZB-aanslag Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totale woonlasten

2025 323,25 158,40 183,60 665,25

2024 316,50 123,80 174,00 614,30

Wijziging Eigenaar Huurder 2,13% N.v.t. 27,95% 27,95% 5,52% 5,52% 8,29% 14,84%

Kwijtscheldingsbeleid Voor burgers met een laag inkomen bestaat de mogelijkheid om gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van betaling van belasting te verzoeken. Kwijtschelding is mogelijk voor hondenbelasting (één hond), afvalstoffenheffing (gemaximeerd aantal aanbiedingen/ledigingen) en rioolheffing (maximaal gemiddeld waterverbruik). Of men in aanmerking komt voor kwijtschelding hangt af van het netto besteedbaar inkomen; dit is het bedrag dat men overhoudt nadat de uitgaven zijn afgetrokken van de netto-inkomsten. Daarnaast vindt er een vermogenstoets plaats. In de begroting wordt rekening gehouden met een totaalbedrag van circa € 65.000 aan kwijt te schelden lokale heffingen.

Paragraaf Lokale heffingen

42

Paragraaf Financiering De paragraaf Financiering in de begroting behandelt de beleidsplannen voor het komende jaar en de paragraaf Financiering in het jaarverslag gaat in op de resultaten van de beleidsuitvoering. De financiering is geregeld in het Treasurystatuut dat iedere vier jaar door de raad wordt vastgesteld. Voor het laatst is dit in 2021 geactualiseerd. Dit statuut vormt de basis voor het treasurybeheer. Voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie is het tijdig, juist en volledig beschikbaar hebben van financiële informatie van wezenlijk belang. Deze informatie wordt gebruikt voor het opstellen van een liquiditeitsplanning. Op basis van deze planning wordt geld aangetrokken of tijdelijk weggezet. Een belangrijke factor bij het uitvoeren van de treasuryfunctie is de renteverwachting op de geld- en kapitaalmarkt. Hiervoor wordt gekeken naar informatie van de grote Nederlandse banken waaronder de BNG maar ook het Centraal Planbureau. Door alle perikelen in de wereld de laatste jaren was de inflatie in het najaar 2022 fors opgelopen naar maar liefst 14%. De Europese Centrale Bank (ECB) zag zich genoodzaakt de beleidsrente die jarenlang negatief was (- half procent) te verhogen. Dat gebeurde in negen stappen naar 4 %. Door onder meer deze verkrapping van het monetaire beleid is de inflatie gezakt naar rond de 3% begin 2024.

Omdat de verwachting is dat de inflatie in 2024 weer naar de gewenste 2% per jaar gaat, verlaagde de ECB deze belangrijke rente inmiddels weer met een kwart procent naar 3,75%. Gelet op de wereldwijde economische ontwikkelingen en de dalende inflatie is de verwachting dat de ECB nog dit jaar de rente verder gaat verlagen naar 3,25%. Deze rentebesluiten van de ECB zijn medebepalend voor de spaar- en leencondities van burgers en bedrijven. De lange rente steeg ook mee en is inmiddels iets gedaald naar het huidige niveau van rond de 3,5% voor 10 jaar. Als de voorspelling uitkomt en de ECB gaat de rente dit jaar ook daadwerkelijk verlagen kan dit ook weer gevolgen hebben voor de lange rente. Maar dit blijft onzeker. Vooralsnog houden we 3,5% aan. De deelfuncties van treasury zijn: kasbeheer, risicobeheer en gemeentefinanciering. 1. Kasbeheer Het kasbeheer behelst het geldstromenbeheer en het saldo- en liquiditeitenbeheer. Belangrijk is dat we aan de betalingsverplichtingen kunnen blijven voldoen. Met de BNG Bank heeft de gemeente een doorlopende financieringsovereenkomst afgesloten. Daarin is onder meer de kortkredietverlening geregeld. Deze overeenkomst is een belangrijk sturingsinstrument. In verband met een mogelijke wijziging van de basisrente in de toekomst is vanaf 2021 een terugvalbepaling aan deze overeenkomst toegevoegd.

Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk uitgevoerd bij één bank, de BNG Bank. 2. Risicobeheer Dit onderdeel geeft inzicht in het risicoprofiel van de organisatie en is het kernonderdeel van de paragraaf Financiering. De belangrijkste risico’s zijn renterisico, koersrisico en kredietrisico, waarbij de wet Fido een aantal indicatoren gedefinieerd heeft waarbinnen overheden moeten opereren. Kasgeldlimiet Het renterisico op kortlopende financiering (looptijd korter dan één jaar) wordt ingeperkt door de kasgeldlimiet. Met name voor kortlopende financiering kan het renterisico groot zijn. Wijzigingen op de korte rente hebben direct invloed op de rentelasten. Alhoewel dit de laatste jaren sterk is afgenomen door de extreem lage rentestanden. De totale omvang van de vlottende schuld is gebonden aan een maximum van 8,5% van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar. Dit is de kasgeldlimiet. De aangetrokken vlottende schuld mag deze limiet in principe niet overschrijden. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet toch overschrijdt, dient de toezichthouder op de hoogte te worden gesteld en moet een plan worden ingediend om weer aan de limiet te voldoen. bedragen x € 1.000

Berekening Kasgeldlimiet 1 Begrotingstotaal 2025 (inclusief mutaties reserves) 2 Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage 3 Kasgeldlimiet (1 x 2)

89.157 8,5% 7.578

De verwachting is dat de kasgeldlimiet in 2025 niet wordt overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt het risico van rentewijziging bij herfinanciering van de vaste schuld (looptijd langer dan één jaar) te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in tijd gespreid wordt, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij renteherziening en herfinanciering. De mate van deze spreiding wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Paragraaf Financiering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=d472430a-082a-42ce-b765-b47a480c5653