meicirculairegemeentefonds2020.pdf
Tekst van het document
Zoals gemeld in paragraaf 2.5 van de decembercirculaire 2017 zijn de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen bevroren en vindt ieder jaar alleen indexatie plaats (op basis van de relatieve ontwikkeling van het totale aantal huishoudens per gemeente in het voorafgaande uitkeringsjaar). Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2020 8. Bedragen per eenheid •
de zogenaamde rekentarieven 2021 van de maatstaf ozb zijn ten opzichte van 2020 aangepast;
•
de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties is verwerkt;
•
uitnames en toevoegingen die in eerdere circulaires zijn opgenomen zijn verwerkt. Bijlage 2.2.1 bevat die uitnames en toevoegingen uit eerdere circulaires.
Bijlagen 2.1.1 en 2.1.3 bevatten het overzicht van de bedragen per eenheid 2020 en 2021. Uitkeringsfactor De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang (zie voor een toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.6.1): •
de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties;
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2013/05/24/toelichting-op-de-berekening-van-deuitkeringen-uit-het-gemeentefonds 8
Meicirculaire gemeentefonds 2020
18
•
de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen. Bijlage 2.6.2 bevat informatie over de raming van de maatstaven met een groot aandeel in de uitkeringsbasis.
De uitkeringsfactor van 2018 blijft ongewijzigd op 1,492. Ten opzichte van de decembercirculaire 2019 stijgt de uitkeringsfactor van 2019 van 1,537 naar 1,539. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door een daling van het aantal bijstandontvangers. De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2020-2025 is vermeld in tabel 2.6.1.
Tabel 2.6.1 Uitkeringsfactor 2020-2025
Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
1,612 17.840
1,656 17.996
1,700 17.925
1,726 18.049
1,751 18.172
1,786 18.276
De uitkeringsfactoren in tabel 2.6.1 zijn in lopende prijzen9. Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van het Centraal Economisch Plan 2020 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgen hieronder twee tabellen. Daarin is de ontwikkeling opgenomen ten opzichte van de septembercirculaire 2019 (verticale toelichting) en van het ene naar het andere uitkeringsjaar (horizontale toelichting). Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand septembercirculaire 2019, de verticale toelichting.
9
De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen.
Meicirculaire gemeentefonds 2020
19
Tabel 2.6.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2020-2025 ten opzichte van de septembercirculaire 2019 2020 2021 2022 2023
2024
stand septembercirculaire 2019
1,619
1,661
1,696
1,735
1,774
mutaties deze circularie algemene mutaties uitkeringsbasis/OZB overig
0,003 -0,012 0,002
0,008 -0,014 0,001
0,018 -0,016 0,002
0,007 -0,018 0,002
-0,004 -0,021 0,002
uitkeringsfactor stand deze circulaire
1,612
1,656
1,700
1,726
1,751
2025
1,786
De uitkeringsfactor valt voor de jaren 2020, 2021, 2023 en 2024 lager uit. De voornaamste oorzaak is de ontwikkeling van de uitkeringsbasis in de betreffende jaren door actualisatie van de raming van de volumina van de verdeelmaatstaven. Vooral de ontwikkelingen in de OZBmaatstaven en de maatstaven over medicijngebruik zijn van invloed. In de decembercirculaire 2019 zijn nieuwe gegevens van 2019 verwerkt voor de maatstaf medicijngebruik drempel en de maatstaf ouders met langdurig psychisch medicijngebruik, wat leidde tot een groot neerwaarts effect op de uitkeringsfactor van 2019 (zie voor meer informatie paragraaf 2.5 van de decembercirculaire 2019). In deze circulaire zijn de actuele gegevens van 2019 over medicijngebruik ook verwerkt voor de jaren 2020-2025. Hierdoor ontstaat ook een neerwaarts effect op de uitkeringsfactoren voor deze jaren. De areaalontwikkelingen en de ontwikkeling in de OZB-maatstaven zorgen voor een opwaarts effect op de uitkeringsfactor. De raming van de maatstaf bijstandsontvangers is in deze circulaire ongewijzigd ten opzichte van de septembercirculaire 2019. De laatst beschikbare ramingen laten vanaf 2020 een daling van het aantal bijstandsontvangers zien, maar gelet op de verwachte impact van de coronacrisis hebben de fondsbeheerders besloten deze niet te hanteren bij de raming van de uitkeringsfactoren in deze circulaire.
In plaats hiervan worden voor de jaren 2020 tot en met 2024 de volumina uit de septembercirculaire 2019 gehanteerd. In die circulaire is de raming van het aantal bijstandsontvangers voor het uitkeringsjaar 2020 en verder voor het laatst bijgesteld. In de septembercirculaire 2020 zal de raming worden aangepast aan de actuele ontwikkelingen. Naast ontwikkelingen in de uitkeringsbasis zorgen ook de algemene mutaties voor wijzigingen in de uitkeringsfactoren. De bijstelling van de accressen heeft voor alle jaren, met uitzondering van 2024, een opwaarts effect op de uitkeringsfactor (zie paragraaf 2.2-1 voor meer informatie over het accres). In 2020 zorgt de afrekening van het plafond BTW-compensatiefonds 2019 daarnaast ook voor een opwaarts effect op de uitkeringsfactor. Het vrijvallen van de verdeelreserve 20172019 bij de decembercirculaire 2019 (zie decembercirculaire 2019 paragraaf 2.4.1) zorgt jaarlijks voor een opwaarts effect op de uitkeringsfactoren van 2 punten. Horizontale ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de uitkeringsfactoren voor de jaren 2020 tot en met 2025 (de horizontale toelichting). In tabel 2.6.3 is te zien dat de accressen de belangrijkste factor zijn in de ontwikkelingen van de uitkeringsfactoren van jaar op jaar.
Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis spelen de gewijzigde ramingen van de OZBbelastingcapaciteit en de demografische ontwikkelingen (met name inwoners) de belangrijkste rol.
Meicirculaire gemeentefonds 2020
20
Tabel 2.6.3 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2020-2025 van jaar op jaar
uitkeringsfactor, jaar t verschil ten opzichte van jaar t-1 waarvan: - algemene mutaties - verdeelreserve - ontw ikkeling uitkeringsbasis (inclusief OZB) - overige ontw ikkelingen
2020
2021
2022
2023
2024
2025
1,612
1,656
1,700
1,726
1,751
1,786
0,044
0,043
0,026
0,026
0,035
0,049
0,052
0,037
0,037
0,044
-0,001
-0,001
-0,001
-0,001
-0,001
-0,005
-0,009
-0,011
-0,011
-0,009
0,001
0,001
0,001
0,001
0,001
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd:
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.
Alle gemeenten hebben daarnaast te maken met de suppletieregeling overheveling IUSD (integratie-uitkering Sociaal domein, zie paragraaf 2.4.1 van de decembercirculaire 2019). Deze suppletie-uitkering geeft invulling aan de bestuurlijke afspraak dat de overheveling van de IUSD naar de algemene uitkering in 2019 geen herverdeeleffect (positief of negatief) mag hebben. Het effect van het gebruik van actuelere statistieken en van de aanpassing van de definitie van de maatstaf jongeren (van <20 jaar naar <18 jaar) wordt via de suppletie-uitkering ongedaan gemaakt. In 2020 wordt door de suppletie-uitkering enkel het herverdeeleffect ongedaan gemaakt dat voortkomt uit de genoemde definitiewijziging van de maatstaf jongeren. De suppletie-uitkering is in deze circulaire ten opzichte van de decembercirculaire 2019 niet gewijzigd. De (definitieve) nacalculatie van de suppletie-uitkering Overheveling IUSD voor zowel 2019 als 2020 vindt naar verwachting plaats bij de decembercirculaire 2020.
Meicirculaire gemeentefonds 2020
21
Meicirculaire gemeentefonds 2020
22
3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Naar aanleiding van het Verantwoordingsonderzoek 2019 van het Ministerie van BZK is in deze circulaire bij een aantal decentralisatie-uitkeringen een aanvullende toelichting opgenomen dat er door het Rijk geen beroep zal worden gedaan op eerder gemaakte bestuurlijke afspraken. Dit om de beperkingen aan de beleids- en bestedingsvrijheid bij deze decentralisatieuitkeringen ongedaan te maken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Enkele decentralisatie- en integratie-uitkeringen kennen een verdeelmodel gebaseerd op objectieve maatstaven. De achterliggende berekening van de bedragen per gemeente voor deze uitkeringen is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet10.
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de decembercirculaire 2019. Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen. De tabellen worden gevolgd door een toelichting op de mutaties ten opzichte van de decembercirculaire 2019.
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesgemeentefonds 10
Meicirculaire gemeentefonds 2020
23
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2020-2025 (bedragen in duizenden euro's)
stand septembercirculaire 2019 1)
Brede Regeling Combinatiefuncties/buurtsportcoaches stand decembercirculaire 2019
1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) 10) 11) 12) 13) 14) 15) 16) 17) 18) 19) 20) 21) 22) 23) 24)
Participatie Beschermd wonen Perspectief op Werk Inburgering Regionale knelpunten Voogdij/18+ Maatschappelijke begeleiding Faciliteitenbesluit opvangcentra Versterking arbeidsmarktregio's Koplopergemeenten cliëntondersteuning Pilots Veranderopgave inburgering Aanpak lerarentekort G4 Erfgoed Deal Experiment gesloten coffeeshopketen Versterking lokale werkgelegenheid Groningen Groeiopgave Almere Pilots Logeerzorg LHBTI-emancipatiebeleid Veilige Steden Pilots Roma en Sinti Programmabureau sociaal domein Knelpunten verdeelproblematiek Meetsystemen geluidsnet Geilenkirchen Dialoog Sinterklaasintocht stand deze circulaire
2020
2021
2022
2023
2024
2025
5.470.827
5.269.454
5.189.126
5.143.243
5.097.549
75.005
75.005
75.005
5.545.832
5.344.459
5.264.131
5.143.243
5.097.549
5.044.283
63.448 58.992 35.000 34.405 30.170 19.368 16.865 5.504 -4.308 4.152 4.017 4.000 2.205 1.500 1.300 950 485 420 331 239 100
61.685 -438.124
60.066 -437.763
58.470 -437.762
56.854 -437.762
55.247 -437.762
26.932
59.857
65.850
65.850
65.850
38.154
38.154
38.154
38.154
38.154
-3.539
-3.049
-3.049
-3.049
-3.049
475
475
475
475
4.000
1.130 475 420 331 239
420
93 40 35 5.825.050
5.036.162
Meicirculaire gemeentefonds 2020
4.982.291
4.865.381
4.818.071
4.763.291
24
Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2020-2025 (in duizenden euro's) Uitkeringsjaar -
2020
2021
2022
2023
2024
Participatie Beschermd wonen Voogdij/18+ Maatschappelijke opvang Vrouwenopvang Armoedebestrijding kinderen Brede Regeling Combinatiefuncties/buurtsportcoaches Bodemsanering Vergunningverlening, toezicht en handhaving Transformatiefonds Sociaal Domein Jeugd Perspectief op Werk Inburgering Regionale knelpunten Voorschoolse voorziening peuters Bonus beschut werken Gezond in de Stad Schulden en armoede Jeugd Verhoging taalniveau statushouders Landelijke vreemdelingenvoorzieningen Maatschappelijke begeleiding Beeldende kunst en vormgeving Bevolkingsdaling Verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten Groeiopgave Almere Veiligheidshuizen Faciliteitenbesluit opvangcentra Jeugdhulp aan kinderen in een AZC Aanpak laaggeletterdheid BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie Koplopergemeenten cliëntondersteuning Pilots Veranderopgave inburgering Aanpak lerarentekort G4 Knelpunten verdeelproblematiek Geweld hoort nergens thuis Kerkenvisies Scholenprogramma Groningen Versterking arbeidsmarktregio's Erfgoed Deal Vuelta 2020 Experiment gesloten coffeeshopketen Proeftuinen cultuurprofielen Versterking lokale werkgelegenheid Groningen LHBTI-emancipatiebeleid Bibliotheekmiddelen Pilots Logeerzorg Veilige Steden Programmabureau sociaal domein Terugdringen gezondheidsachterstanden Pilots Roma en Sinti Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren
Meetsystemen geluidsnet Geilenkirchen Dialoog Sinterklaasintocht
1.956.682 1.932.674 704.592 385.057 159.531 85.000 75.005 51.759 46.700 36.000 35.000 34.405 30.170 30.000 26.000 22.374 22.225 21.700 20.000 17.000 16.865 13.500 11.245 9.763 8.676 7.699 5.504 5.100 5.000 4.731 4.639 4.152 4.017 4.000 3.695 3.600 3.200 3.000 2.692 2.205 1.500 1.500 1.399 1.300 1.273 1.000 485 331 325 310 239 156 40 35
1.903.278 1.446.543 723.378 385.057 164.331 85.000 75.005
1.855.256 1.458.872 723.378 385.057 164.331 85.000 75.005
1.807.897 1.458.917 723.378 385.057 164.331 85.000
1.759.846 1.458.917 723.378 385.057 164.331 85.000
46.700
46.700
46.700
46.700
26.932
59.857
65.850
65.850
30.000
30.000
30.000
30.000
21.700
21.700
21.700
13.500
13.500
13.500
13.500
9.763 8.201 7.699
9.763 8.201 7.699
9.763 8.201 7.699
9.763 8.201 7.699
5.100 5.500 4.731
5.100 6.050 4.731
5.100 6.650 4.731
5.100 7.300 4.731
3.867
3.956
4.047
3.000 13.951
3.000 13.951
3.000 13.951
Totaal
5.825.050
5.036.162
4.865.381
4.818.071
22.374 21.700 16.400
4.000 3.780 3.600 2.800 3.000 13.461
1.130 1.273 1.000
1.273
331 100 239 256
4.982.291
Meicirculaire gemeentefonds 2020
2025 Vindplaats
1.712.273 mei 2020, § 3.2-1 1.458.917 mei 2020, § 3.2-2 723.378 mei 2020, § 3.2-6 385.057 mei 2020, § 3.3.3 164.331 mei 2020, § 3.3.6 85.000 mei 2020, § 3.3.8 december 2019, § 3.2-2 december 2018, § 4.2-5 46.700 mei 2017, § 4.2 mei 2019, § 3.2-31 mei 2020, § 3.2-3 65.850 mei 2020, § 3.2-4 mei 2020, § 3.2-5 30.000 september 2019, § 3.2-27 mei 2020, § 3.3.15 mei 2017, § 4.2-4 december 2018, § 4.2-8 21.700 juni 2012, § 6.9 mei 2019, § 3.2-6 mei 2019, § 3.2-7 mei 2020, § 3.2-7 13.500 september 2015, § 4.2-1 mei 2020, § 3.3.12 9.763 mei 2019, § 3.2-10 8.201 mei 2020, § 3.2-16 7.699 juni 2012, § 6.11 mei 2020, § 3.2-8 5.100 december 2019, § 3.3.1 september 2019, § 3.2-7 4.731 mei 2020, § 3.3.7 september 2019, § 3.2-11 mei 2020, § 3.2-10 mei 2020, § 3.2-11 mei 2020, § 3.2-12 4.140 mei 2020, § 3.2-22 mei 2019, § 3.2-12 mei 2020, § 3.3.4 3.000 december 2016, § 4.2-3 13.951 mei 2020, § 3.2-9 mei 2020, § 3.2-13 mei 2019, § 3.2-19 mei 2020, § 3.2-14 september 2019, § 3.2-13 mei 2020, § 3.2-15 mei 2020, § 3.2-18 september 2019, § 3.2-17 mei 2020, § 3.2-17 mei 2020, § 3.2-19 mei 2020, § 3.2-21 september 2018, § 4.2-16 mei 2020, § 3.2-20 september 2019, § 3.2-15 mei 2020, § 3.2-23 mei 2020, § 3.2-24 4.763.291
25
Toelichting 1. Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2020 (€ 63,448 miljoen in 2020, aflopend naar € 55,247 miljoen structureel). De onderverdeling van de loon- en prijsbijstelling naar de drie onderdelen binnen de integratieuitkering (Wsw, Nieuw begeleiding en Nieuw Wajong) is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. De verdeling van de integratie-uitkering wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals we die kennen uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2020 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2019 en de blijfkansen voor de jaren 2020 en verder.
Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de integratie-uitkering door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding. De drempelbedragen zijn in deze circulaire geïndexeerd vanwege de loon- en prijsbijstelling en zijn € 9.000 in 2020 en € 7.700 vanaf 2021. De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek. Voor de verdeling van het verdeelmodel Nieuw Wajong wordt gebruik gemaakt van historische cijfers van de instroom in de werkregeling Wajong. Voor het verdeelmodel Nieuw begeleiding wordt tevens gebruik gemaakt van de (historische) instroom in de wachtlijst Wsw. Door het gebruik van historische cijfers blijft het aandeel van individuele gemeenten in de twee verdeelmodellen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding ongewijzigd ten opzichte van de meicirculaire 2019. De voorgenomen overheveling van het budget voor deze nieuwe doelgroepen Participatiewet (excl. beschut werk) naar de algemene uitkering wordt met een jaar uitgesteld naar 2022. Dit in navolging van het uitstel van de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds, waarin met deze overheveling rekening wordt gehouden (zie paragraaf 4.3).
De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor het jaar 2020 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.11
2. Beschermd wonen In de omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen is sprake van twee mutaties:
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesgemeentefonds 11
Meicirculaire gemeentefonds 2020
26
1) een daling vanaf 2021 met € 495 miljoen structureel vanwege de openstelling van de Wlz voor mensen met een psychische stoornis. Op 26 november 2019 is de wet die dit regelt in het Staatsblad gepubliceerd. Naar verwachting zullen 8.500 cliënten met een psychische stoornis een Wlz-indicatie krijgen. Vanaf 2021 krijgen zij dan de zorg vanuit de Wlz in plaats van de Wmo. 2) een stijging door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2020 (tot € 57,238 miljoen structureel). Beide mutaties zijn over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van het aandeel in het huidige historische macrobudget. Er is bestuurlijk besloten om zowel de omvang van de Wlz-uitname als de verdeling ervan op twee momenten na te calculeren, namelijk in de meicirculaire 2021 en de meicirculaire 2022. De te hanteren methode hierbij wordt door Rijk en VNG momenteel nader uitgewerkt. Daarbij wordt ook bezien of het nacalculatiemoment bij de meicirculaire 2022 meerwaarde heeft. De volume-indexatie voor het jaar 2021 en verder (€ 54,728 miljoen per jaar) zal in de septembercirculaire 2020 worden verwerkt.
De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Beschermd Wonen voor het jaar 2020 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.12 De afgelopen tijd is als onderdeel van de herijking van de verdeling van het gemeentefonds door het onderzoeksbureau AEF ook gewerkt aan een nieuw objectief verdeelmodel voor beschermd wonen, met bijbehorend ingroeipad13. Het betreft één van de financiële punten uit het advies van het Expertiseteam van de VNG waarmee Rijk en VNG in juli 2019 hebben ingestemd. Kern van het advies is de gedachte van sociale inclusie, conform het advies van de commissie Dannenberg: de doelgroep zoveel mogelijk in gewone wijken, in de eigen omgeving ondersteunen. De taak en de bijbehorende middelen gaan van centrumgemeenten naar alle gemeenten. Er is sprake van een geleidelijke invoering; de doordecentralisering beperkt zich tot nieuwe cliënten en er is sprake van een ingroeipad van 10 jaar. De fondsbeheerders en de VNG delen de opvatting van de stuurgroep en begeleidingscommissie dat het verdeelmodel met betrekking tot beschermd wonen dat uit het onderzoek komt het beste past bij de gezamenlijk geformuleerde uitgangspunten en een wezenlijke verbetering is in vergelijking met het huidige historische verdeelmodel.
Rijk en VNG zijn eerder overeengekomen om het nieuwe objectieve verdeelmodel voor beschermd wonen vanaf 2022 stapsgewijs in te voeren14. Het uitstel van de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds (zie paragraaf 4.3) heeft geen gevolgen voor dit tijdpad. Gemeenten hebben aangegeven dat invoering
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesgemeentefonds 13 De onderzoeksrapporten zijn te vinden op de website van het gemeentefonds: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/herziening-financieleverhouding (kopje ‘stand van zaken onderzoek’) 14 Conform de gemaakte afspraken worden de middelen in 2021 dan nog volledig historisch verdeeld. 12
Meicirculaire gemeentefonds 2020
27
alleen mogelijk is als in voldoende mate invulling is gegeven aan de randvoorwaarden en bouwstenen van het Expertiseteam. Op dit moment werken de VNG en het Rijk aan de (verdere) invulling van deze randvoorwaarden. Conform de motie van het lid Kerstens15 wordt voor het einde van dit jaar de stand van zaken ten aanzien van de randvoorwaarden bezien, zodat dit najaar de definitieve besluitvorming over de invoering van het nieuwe verdeelmodel kan plaatsvinden. Meer informatie volgt in de decembercirculaire 2020.
3. Perspectief op Werk Werkgevers (VNO-NCW, MKB Nederland en LTO), VNG, G4, G40, UWV, MBO-Raad en de Ministeries van OCW en SZW hebben de oproep Perspectief op Werk (PoW) aan de arbeidsmarktregio’s gedaan om meer mensen die willen en kunnen werken, maar niet zelfstandig de weg naar werk vinden, te helpen aan een baan, een leerwerkplek of een basisbaan. Een intensievere samenwerking tussen publieke en private partijen moet zorgen voor goede matches tussen werkzoekenden en beschikbaar werk. De 35 centrumgemeenten in de arbeidsmarktregio’s ontvangen in 2020 de tweede (en laatste) impulsfinanciering van 1 miljoen. Het staat daarbij de ontvangende (centrum)gemeenten vrij om de middelen naar eigen inzicht aan te wenden. Perspectief op Werk is naast een extra impuls ook een leertraject om vanuit de praktijk te bezien hoe de bemiddeling van deze groep verbeterd kan worden. De verdeling over de 35 gemeenten is opgenomen in bijlage 3.2-3.
4. Inburgering Per 1 juli 2021 treedt de Wet Inburgering in werking. Zowel de incidentele bijdrage in de invoeringskosten als de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten wordt verstrekt via een integratie-uitkering. De benodigde middelen voor de kosten van inburgeringsvoorzieningen worden verstrekt via een specifieke uitkering van het Ministerie van SZW. Het bedrag dat gemeenten in 2020 ontvangen betreft de incidentele bijdrage in de invoeringskosten en wordt over gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners. De bedragen die gemeenten vanaf 2021 ontvangen betreffen de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten. Deze middelen worden onder gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners (78% van het totaalbedrag) en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond (22% van het totaalbedrag). De verdeling van de integratie-uitkering zal naar verwachting in de decembercirculaire 2020 worden bijgesteld, als van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een nietwesterse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn. De integratie-uitkering zal onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds (zie paragraaf 4.3) naar verwachting vanaf 2022 worden overgeheveld naar de algemene uitkering.
15
Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 29325, nr. 106.
Meicirculaire gemeentefonds 2020
28
Over de omvang van de middelen is bestuurlijke overeenstemming bereikt met de VNG 16. In de bedragen in tabel 3.2.1 is de afdracht aan het BTW-compensatiefonds reeds verwerkt (in 2020 € 2,1 miljoen, in 2021 € 0,5 miljoen en structureel € 0,9 miljoen). In bijlage 3.2-4 van deze circulaire is een overzicht van de bedragen per gemeente opgenomen.
5. Regionale opgaven De gemeente Eindhoven ontvangt de derde termijn voor de Regio Deal Brainport Eindhoven. De bijdrage wordt beschikbaar gesteld als een decentralisatie-uitkering, waarbij de betreffende regio conform de Financiële-verhoudingswet zelf bepaalt hoe de verkregen middelen worden ingezet om de doelstelling van de Regio Deal te behalen.
6. Voogdij/18+ Nieuwe gegevens verdeling en ontwikkeling omvang budget De integratie-uitkering Voogdij/18+ kent een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (t-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q). Daarmee wordt – ondanks de beperking van gegevens die twee jaar terug gaan zo goed mogelijk aangesloten bij de actuele kostenverschillen tussen gemeenten. Er zijn nieuwe gegevens (jaar 2019) over voogdij/18+ beschikbaar welke gebruikt zijn voor de verdeling van de bedragen voor 2021. Zoals gebruikelijk zijn deze nieuwe gegevens ook doorgetrokken in latere jaren.17 In de nieuwe bedragen per gemeente is rekening gehouden met de loon- en prijsbijstelling 2020. Door de nieuwe gegevens en een reservering in verband met afgesproken compensatieregelingen (zie verderop) neemt de integratie-uitkering Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2021 met € 38,154 miljoen structureel toe. Daarvan wordt structureel € 20,379 gedekt door de loon- en prijsbijstelling 2020 die bij deze circulaire aan de integratie-uitkering is toegevoegd. Het verschil van € 17,775 miljoen wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering, subcluster Jeugdhulp. De verdeling over 2021 verandert niet meer.
De budgetten van gemeenten voor 2020, waarvan de verdeling reeds in de meicirculaire 2019 bekend is gemaakt, zijn naar rato opgehoogd in verband met de genoemde toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2020 aan het macrobudget. In de decembercirculaire 2019 (paragraaf 3.3.4) is aan 30 gemeenten compensatie toegekend (op basis van de compensatieregeling voogdij en 18+ (2020)), omdat het budget voor voogdij en 18+ dat zij in 2020 ontvangen niet toereikend is voor de kosten die zij (in 2018) hebben gemaakt. De totale omvang van de toegekende compensatie was lager dan de € 20 miljoen die hiervoor binnen de integratie-uitkering Voogdij/18+ was gereserveerd. Het resterende bedrag van € 1,011 miljoen
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/04/28/kamerbrief-bestuurlijke-afspraken-voi Zie voor een nadere toelichting: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/21/kosten-jeugdwet-18-plussersen-voogdij-2019. 16 17
Meicirculaire gemeentefonds 2020
29
is in deze circulaire toegevoegd aan de algemene uitkering (subcluster Jeugdhulp). 18 Een uitsplitsing van de mutaties en de bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Voogdij/18+ voor het jaar 2020 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.19 Uitstel invoering nieuw woonplaatsbeginsel De invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel is met een jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Met de invoering verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente. De implementatie van het nieuwe woonplaatsbeginsel dient zorgvuldig plaats te vinden, en brengt voor zowel gemeenten als jeugdhulpaanbieders veel uitzoekwerk en overdrachts- en aanpassingswerkzaamheden met zich mee. Op dit moment vragen de financiële effecten en afspraken als gevolg van de coronacrisis veel van gemeenten en aanbieders. Een belangrijk deel van deze werkzaamheden (woonplaatsbeginsel en corona) zal cumuleren bij dezelfde personen binnen gemeenten en bij jeugdhulpaanbieders. Dit brengt te grote risico’s mee voor een zorgvuldige overgang op het nieuwe woonplaatsbeginsel. Daarom is besloten de invoering van het woonplaatsbeginsel uit te stellen. Na invoering van het woonplaatsbeginsel in 2022 kan het budget voor voogdij/18+ objectief verdeeld worden en is overheveling naar de algemene uitkering voorzien.
Bij de herijking gemeentefonds (zie paragraaf 4.3) wordt met deze overheveling rekening gehouden. Compensatieregeling voogdij en 18+ (2021) Uitstel van het woonplaatsbeginsel naar invoering per 1 januari 2022 maakt dat in het jaar 2021 het budget voor voogdij en 18+ nog op dezelfde wijze als eerdere jaren wordt verdeeld (historisch zorggebruik t-2). De compensatieregeling voogdij en 18+ zal met een jaar (2021) verlengd worden. Aangezien het beroep op de compensatieregeling de afgelopen jaren is gestegen, is in overleg met de VNG besloten binnen het macrobudget 2021 niet € 20 miljoen maar € 30 miljoen te reserveren. De compensatieregeling voogdij en 18+ voor het jaar 2021 wordt begin juni 2020 opengesteld. Aanvragen dienen voor 1 oktober 2020 ingediend te worden. Gemeenten worden hier nog nader over geïnformeerd via de website van de rijksoverheid. Compensatieregelingen: afsluiting t-2 systematiek (2022) en ‘woonplaats onbekend’ (2023 en 2024) Rijk en VNG zijn in het najaar van 2019 bestuurlijk overeengekomen om bij de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel, nu per 1 januari 2022, twee compensatieregelingen in het leven te roepen. Hiervoor wordt binnen het macrobudget vanaf 2022 per jaar een bedrag van € 30 miljoen per jaar gereserveerd.
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2017/01/09/factsheet-compensatieregeling-voogdij-en18. 19 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesgemeentefonds 18
Meicirculaire gemeentefonds 2020
30
De eerste regeling geldt voor 2022 en compenseert gemeenten die nadeel ondervinden van het onderbreken van de t-2 systematiek waarin gemeenten fluctuaties in hun kosten voor voogdij en 18+ na twee jaar in een hoger of lager budget vertaald zien. Het onderbreken van deze systematiek is nadelig voor gemeenten die in de jaren 2020 en 2021 te maken hebben gehad met een aanzienlijke stijging van hun kosten voor voogdij en 18+. De uitgangspunten van deze regeling zijn te vinden op de website van de VNG: https://vng.nl/sites/default/files/201912/uitgangspunten-afsluiting-t-2-concept-20191024.pdf. De tweede regeling compenseert gemeenten in de kosten van kinderen waarvan de nieuw verantwoordelijke gemeente niet vastgesteld kan worden, maar waarbij wel zeker is dat de huidige verantwoordelijke gemeente niet verantwoordelijk is. De compensatieregeling geldt in eerste instantie voor 2 jaar (2023 en 2024), met de mogelijkheid van verlenging. Meer informatie is te vinden op de website van de VNG: https://vng.nl/sites/default/files/2019-12/compensatieregelingwoonplaats-onbekend.pdf.
7. Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2020 in totaal (afgerond) € 16,865 miljoen (7.116 personen * € 2.370). De middelen worden verstrekt op basis van: -
het aantal inburgeringsplichtigen dat, rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 en
-
het aantal inburgeringsplichtigen dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij: 1°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, 2°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of 3°. een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
-
De personen zijn in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 26 februari 2020 ingeschreven in de basisregistratie personen in de gemeente waar zij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zijn gehuisvest. Voor deze personen zijn nog niet eerder middelen verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018 en 2019.
-
In aanvulling op bovenstaande groep zijn in de tellingen ook asielmigranten en hun gezinsleden meegenomen waarvan de inburgeringsplicht is ingegaan vóór 1 oktober 2017 en die in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 26 februari 2020 zijn gehuisvest en voor wie
Meicirculaire gemeentefonds 2020
31
nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018 en 2019.
In bijlage 3.2-7 van deze circulaire is een overzicht van de bedragen per gemeente opgenomen. Een gemeente ontvangt € 2.370 per inburgeringsplichtige asielmigrant. Voor nadere informatie en vragen over de selectie van personen ten behoeve van de bijdrage voor maatschappelijke begeleiding wordt verwezen naar de website zakelijk van DUO 20.
8. Faciliteitenbesluit opvangcentra Gemeenten die opvang bieden aan asielzoekers die nog niet zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen ontvangen jaarlijks een bijdrage op grond van het Faciliteitenbesluit opvangcentra van het Ministerie van JenV. De uitkering dient ter compensatie van gelden die gemeenten normaliter via de algemene uitkering ontvangen. In de vaststelling van de betalingen van het faciliteitenbesluit van 2019 is geconstateerd dat conform de geldende regelgeving een onjuiste verdeeltabel is toegepast voor de bepaling voor de bedragen per eenheid, alsmede de toe te passen uitkeringsfactor. Met deze toekenning wordt overgegaan tot nabetaling ter hoogte van het verschil tussen de berekening conform de juiste verdeeltabel en de bestaande berekening. Daarnaast bevatten de toegekende bedragen in deze circulaire voor enkele gemeenten een nabetaling over 2018. Een overzicht van de ontvangende gemeenten en bijbehorende bedragen is opgenomen in bijlage 3.2-8.
9. Versterking arbeidsmarktregio’s Bijlage 3.2-9 bevat de verdeling van de decentralisatie-uitkering Versterking arbeidsmarktregio’s. Deze middelen zijn eerder aangekondigd (zie paragraaf 3.2-28 van de septembercirculaire 2019). De uitkering heeft als doel om de regiefunctie van de centrumgemeente voor de samenwerking en de gezamenlijke publieke werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s duurzaam te ondersteunen en versterken. De centrumgemeente van een arbeidsmarktregio treedt op als regievoerder en is de ontvanger van de decentralisatie-uitkering. Regievoeren houdt in: initiator zijn van de samenwerking in de arbeidsmarktregio en het faciliteren van de organisatie en de inrichting daarvan. Elke centrumgemeente ontvangt hetzelfde budget. De centrumgemeente zal zelf bepalen hoe de middelen worden ingezet, dit na overleg met de relevante partners in de arbeidsmarktregio waaronder het UWV, de andere gemeenten en de werknemers- en werkgeversorganisaties.
20
https://duo.nl/zakelijk/inburgeren/participatieverklaring/maatschappelijke-begeleiding.jsp
Meicirculaire gemeentefonds 2020
32
Om de regio’s meerjarig zekerheid te bieden over de te ontvangen bedragen liggen de bedragen in beginsel tot en met 2023 vast. De decentralisatie-uitkering zal in 2023 worden geëvalueerd door het Ministerie van SZW en de VNG met als doel of voor een vervolg deze doelomschrijving en uitkeringsvorm nog volstaat. In afwachting daarvan is de verdeling van de middelen voor 2023 voorlopig ook voor latere jaren gehanteerd. De verantwoording over de besteding wordt zoals gebruikelijk is bij een decentralisatie-uitkering afgelegd aan de gemeenteraad van de betreffende centrumgemeente. Een deel van de beschikbare middelen binnen de decentralisatie-uitkering Versterking arbeidsmarktregio’s is bestemd voor landelijke activiteiten. Het betreft de dienstverlening aan landelijke werkgevers voor de gemeentelijke doelgroepen, het beter toegankelijk maken van matchingsgegevens en het beter ontsluiten van regionale arbeidsmarkt- en sturingsinformatie. De middelen voor deze landelijke activiteiten worden om die reden aan deze decentralisatie-uitkering onttrokken.
10. Koplopergemeenten cliëntondersteuning In totaal ontvangen 19 gemeenten in 2020 een bijdrage in verband met het zogenaamde koplopertraject cliëntondersteuning. Cliëntondersteuning is een functie in de Wmo 2015. Inwoners van gemeenten hebben op grond van de Wmo 2015 recht op gratis onafhankelijke cliëntondersteuning. Een cliëntondersteuner helpt bij het verhelderen van de ondersteuningsvraag en het verkrijgen van passende ondersteuning. In het Regeerakkoord zijn extra middelen vrijgemaakt om deze functie te versterken. De VNG voert het koplopertraject cliëntondersteuning uit. Een overzicht van de ontvangende gemeenten en bijbehorende bedragen is opgenomen in bijlage 3.2-10.
11. Pilots Veranderopgave inburgering In totaal 27 gemeenten ontvangen als hoofdaanvrager een bijdrage in verband met het pilotprogramma Veranderopgave inburgering. Het Ministerie van SZW initieert in aanloop naar het nieuwe inburgeringsstelsel een pilotprogramma om lessen op te halen voor de verdere inrichting van een adaptief inburgeringsstelsel en gemeenten voor te bereiden op de implementatie van de nieuwe wet. Het pilotprogramma bestaat uit twee onderdelen: de uitvoering van gemeentelijke pilots en cofinanciering van een evaluatieonderzoek naar een lopend initiatief. Pilots In gemeentelijke pilots worden belangrijke instrumenten en werkwijzen van het stelsel in de praktijk getest. De 18 gemeenten die hun aanvraag als hoofdaanvrager toegekend hebben gekregen in de tweede tranche van het programma ontvangen de financiering voor de beoogde
Meicirculaire gemeentefonds 2020
33
pilot21. De looptijd van de pilots is recent met 6 maanden verlengd vanwege vertraging als gevolg van de maatregelen gericht tegen de verspreiding van het coronavirus en is nu anderhalf jaar vanaf november 2019. Evaluatie lopende initiatieven Veel gemeenten zijn op basis van de uitgangspunten van het nieuwe inburgeringsstelsel al gestart met het testen van nieuwe instrumenten en/of werkwijzen. Het Ministerie van SZW wil deze gemeenten faciliteren bij het evalueren van deze lopende initiatieven, zodat het nieuwe stelsel kan profiteren van de praktijkervaring die al is opgedaan door gemeenten. Tien aanvragen van in totaal 9 individuele gemeenten zijn toegekend binnen de eerste en tweede tranche en ontvangen daarmee cofinanciering voor hun evaluatieonderzoek naar een lopend initiatief. De onderzoeksrapporten van deze evaluaties worden eind mei 2020 voor de eerste tranche en eind december 2020 voor de tweede tranche verwacht. Achteraf bezien constateren het Ministerie van SZW en de fondsbeheerders dat, door betrokkenheid bij selectie van de pilots en cofinanciering, sprake is geweest van afspraken tussen gemeenten en het Ministerie van SZW die een beperking van de beleids- en bestedingsvrijheid tot gevolg hadden. Die beperking was niet de intentie van partijen. Gemeenten kunnen naar eigen inzicht invulling geven aan de besteding van middelen.
De verdeling over de 27 gemeenten is opgenomen in bijlage 3.2-11.
12. Aanpak lerarentekort G4 De gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht ontvangen voor 2020 en 2021 elk € 1 miljoen per jaar voor de aanpak van het lerarentekort in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Met behulp van deze bijdrage kunnen deze gemeenten uitvoering geven aan de in samenspraak met het onderwijs vastgestelde plannen voor de aanpak van dit lerarentekort.
13. Erfgoed Deal De volgende vier gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met de Erfgoed Deal: SittardGeleen € 1.000.000 (Zitterd Climate Proof), Weert € 500.000 (Stadspark Weert), Berkelland € 230.000 (Een Nieuwe Tijd) en Winterswijk € 475.000 (Wijkaanpak De Pas). De Erfgoed Deal vloeit voort uit de beleidsbrief Erfgoed Telt, waarin het kabinet de ambitie uitspreekt het belang van erfgoed te versterken. De projecten in het kader van de Erfgoed Deal beogen te laten zien hoe erfgoed kan bijdragen aan actuele ruimtelijke ontwikkelingen zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, stedelijke groei en krimp. De bijdrage van het Rijk is ongeconditioneerd, dat wil zeggen dat er geen voorwaarden verbonden worden aan de ter beschikking gestelde bedragen (zie ook de toelichting in het `Addendum bij de Erfgoed Deal’ op de website van de rijksoverheid22).
In deze tranche betreft het de pilotthema’s ‘ontzorgen’, ‘route B1: van A2 naar B1’ en ‘Z-route’. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2019/02/20/erfgoeddeal-samenwerken-aan-eenwaardevolle-leefomgeving 21 22
Meicirculaire gemeentefonds 2020
34
14. Experiment gesloten coffeeshopketen De Ministeries van JenV en VWS werken aan de opgave uit het regeerakkoord 2017 om het mogelijk te maken dat er een experiment gesloten coffeeshopketen komt. In totaal 10 gemeenten ontvangen in 2020 in verband daarmee eenmalig elk € 150.000. Door deelname aan het experiment krijgen deze gemeenten extra taken en bevoegdheden met betrekking tot coffeeshops en coffeeshopbeleid. De bijdrage houdt verband met de voorbereidingen die nodig zijn voor de start van het experiment (zoals opleiden handhavers, inrichten toezicht, aanpassen lokaal beleid). Een overzicht van de ontvangende gemeenten en bijbehorende bedragen is opgenomen in bijlage 3.2-14.
15. Versterking lokale werkgelegenheid Groningen De gemeente Groningen krijgt een impulsfinanciering van het Ministerie van SZW in 2020 en 2021 van respectievelijk € 1,3 miljoen en € 1,13 miljoen voor het 1000-banenplan. Eerder werden voor 2018 en 2019 bedragen toegekend (zie paragraaf 4.2-14 van de meicirculaire 2018). Het doel is werkgelegenheid die voortkomt uit de bouwopgave van de aardbevingsschade (herstelwerkzaamheden) ten goede te laten komen aan de werkzoekenden en bedrijven in het aardbevingsgebied. De minister van SZW heeft in een brief aan de bij het convenant betrokken decentrale overheden laten weten dat het Rijk niet als doel heeft eenzijdig vanuit het Rijk voorwaarden te stellen en (financiële) consequenties te verbinden aan de uitkomsten. Betrokken partijen hebben per brief van 1 april 2020 hiermee ingestemd.
16. Groeiopgave Almere Conform de Uitvoeringsovereenkomst Almere 2.0 uit 2013 beweegt de decentralisatie-uitkering Groeiopgave Almere mee met de jaarlijkse accresberekening. Het accrespercentage 2019 is definitief vastgesteld op 6,15%, wat leidt tot een opwaartse bijstelling van deze decentralisatieuitkering. De bijstelling komt ten laste van de algemene uitkering. De afrekening van het accres over 2019 vindt plaats in 2020 (zie ook de paragrafen 2.2-1 en 2.2-5 van deze circulaire).
17. Pilots Logeerzorg De volgende drie gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het programma Langer Thuis: Helmond € 80.000, Hoeksche Waard € 209.664 en Zeist € 195.130. Het programma Langer Thuis werkt, onder regie van het Ministerie van VWS, aan het doel om ouderen in hun eigen vertrouwde omgeving zelfstandig oud te laten worden met een goede kwaliteit van leven. Onderdeel van dit programma is het inrichten van pilots structurele logeerzorg. Het doel van de pilots is om te komen tot vormen van logeerzorg waarbij de oudere meerdere keren voor langere tijd kan verblijven bij een zorgaanbieder om te wennen aan de situatie dat er
Meicirculaire gemeentefonds 2020
35
een ander persoon dan de mantelzorger de zorg verleent. De logeerzorg zorgt tegelijkertijd voor verlichting van de mantelzorger omdat de zorgtaken tijdelijk overgenomen worden. Gemeenten, zorgverzekeraars, zorgkantoren en aanbieders hebben gezamenlijk voorstellen ingediend voor pilots waaraan het Ministerie van VWS financieel wil bijdragen. De pilots worden vanaf februari 2020 tot en met februari 2021 uitgevoerd. Het gewenste einddoel is te komen tot een stappenplan structurele logeerzorg, dat op een landelijk congres in februari 2021 gepresenteerd kan worden. Daarbij wordt ook de preventieve meerwaarde zichtbaar van logeerzorg.
18. LHBTI-emancipatiebeleid Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI (Lesbische vrouwen, Homoseksuele mannen, Biseksuelen, Transgenderpersonen en intersekse personen) verder te bevorderen. Over de periode 2019 tot en met 2022 ontvangen in totaal 54 gemeenten een bijdrage voor de samenhangende aanpak van de Regenboogsteden voor lokaal LHBTI-beleid. Deze circulaire bevat de bedragen voor 2020 tot en met 2022 voor 17 gemeenten uit deze groep. Deze zijn gelijk aan de bedragen voor 2019 (zie paragraaf 3.2-23 van de decembercirculaire 2019). De overige gemeenten zijn eerder geïnformeerd. In die bedragen treedt geen wijziging op. Een overzicht met de bedragen voor bovengenoemde 17 gemeenten voor 2020 tot en met 2022 is opgenomen in bijlage 3.2-18.
19. Veilige Steden De 11 gemeenten die participeren in het programma Veilige Steden van het Ministerie van OCW ontvangen ook in 2020 en 2021 een bijdrage. De bijdrage is gelijk aan het bedrag dat is toegekend voor 2019 (zie paragraaf 3.2-24 van de decembercirculaire 2019). Het programma heeft als doel de sociale veiligheid van vrouwen in de publieke ruimte te vergroten. Een overzicht met de bedragen per gemeente voor 2020 en 2021 is opgenomen in bijlage 3.2-19.
20. Pilots Roma en Sinti De zeven gemeenten die participeren in de pilot gericht op verbetering van de onderwijsparticipatie en toeleiding naar de arbeidsmarkt van Roma- en Sinti-jongeren ontvangen ook in 2020 en 2021 een bijdrage. De bijdrage is gelijk aan het bedrag dat is toegekend voor 2019 (zie paragraaf 3.2-26 van de decembercirculaire 2019). Deze gemeenten hebben een relatief groot aantal inwoners met een Roma- of Sinti-achtergrond en via de pilot biedt het Ministerie van SZW de mogelijkheid om invulling te geven aan bovengenoemde doelstelling van de pilot. Het Ministerie van SZW stelt een bijdrage van maximaal € 35.000 per jaar per gemeente beschikbaar voor een periode van maximaal drie jaar.
Meicirculaire gemeentefonds 2020
36
Een overzicht met bedragen per gemeente voor 2020 en 2021 is opgenomen in bijlage 3.2-20.
21. Programmabureau sociaal domein In paragraaf 3.2-26 van de meicirculaire 2019 is melding gemaakt van de bekostiging voor de periode 2018-2021 van het Programmabureau Sociaal domein. Voor 2020 is de desbetreffende decentralisatie-uitkering aan de gemeente Utrecht met € 100.000 verhoogd tot € 325.000.
22. Knelpunten verdeelproblematiek De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2025. Daardoor wordt in deze circulaire de toename van de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek voor dat jaar zichtbaar (zie ook paragraaf 2.2-4). Deze decentralisatieuitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen.
23. Meetsystemen geluidsnet Geilenkirchen De gemeente Beekdaelen ontvangt € 27.200 en de gemeente Brunssum € 12.150 om via het meetsysteem ‘Geluidsnet Geilenkirchen (AWACS)’ de geluidbelasting te monitoren van het vliegverkeer van de NAVO-vliegbasis Geilenkirchen op Nederlands grondgebied.
24. Dialoog Sinterklaasintocht De gemeente Apeldoorn ontvangt een bijdrage van € 35.000 voor de ontwikkeling en uitvoering van dialooginitiatieven met een nationale uitstraling rondom de landelijke intocht van Sinterklaas van 2019. In de gesprekken over deze bijdrage is met de gemeente Apeldoorn destijds afgesproken om deze te verstrekken als decentralisatie-uitkering. Dit betekende dat zij deze middelen mochten toevoegen aan hun algemene middelen en beleids- en bestedingsvrij konden aanwenden. Achteraf bezien constateren het Ministerie van SZW en de fondsbeheerders dat sprake is geweest van een (vast)gesteld doel waardoor de beleids- en bestedingsvrij is beperkt. Dit was niet de intentie van het Ministerie van SZW. Het Ministerie van SZW zal daarom eventuele toekomstige bijdragen aan dialooginitiatieven in lijn brengen met de uitgangspunten van een decentralisatie-uitkering. Hierdoor kunnen gemeenten naar eigen inzicht invulling geven aan de dialooginitiatieven en het overdraagbaar maken van de uitkomsten naar andere intochtgemeenten.
3.3
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen
Deze paragraaf licht de wijzigingen in de decentralisatie-en integratie-uitkeringen toe die niet gepaard gaan met een wijziging in het macrobudget van de betreffende uitkering. Daarnaast bevat de paragraaf overige mededeling die betrekking hebben op de decentralisatie-en integratieuitkeringen.
Meicirculaire gemeentefonds 2020
37
3.3.1
Huisvesting onderwijs asielinstroom
In paragraaf 3.3.4 en bijlage 3.3.4 van de septembercirculaire 2019 is aan zeven gemeenten, waaronder Nijmegen, een bedrag van in totaal € 2,052 miljoen toegekend voor een bijdrage in de huisvesting van voortgezet onderwijs aan leerplichtige asielzoekers die verblijven in (nood)opvanglocaties. Het bedrag voor de gemeente Nijmegen is als gevolg van een herbeoordeling van de oorspronkelijke aanvraag opwaarts bijgesteld naar € 277.930. Aan Nijmegen wordt een aanvullend bedrag uitgekeerd van € 131.300. Ook dit bedrag komt ten laste van het uitkeringsjaar 2017. De aanspraak op deze regeling van het Ministerie van OCW, aangekondigd in paragraaf 4.2-2 van de septembercirculaire 2016, is inmiddels beëindigd.
3.3.2
Baankansen: verlenging impulsmiddelen voor kwetsbare jongeren uit PrO en VSO
De Tweede Kamer heeft op 16 december 2019 besloten om de impuls baankansen voor kwetsbare jongeren met een jaar te verlengen, door opnieuw een budget ter beschikking te stellen voor extra arbeidstoeleiding en begeleiding van leerlingen in het praktijkonderwijs (PrO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO) in het schooljaar 2020/2021. Het amendement Bruins c.s. dat daarom vroeg is aangenomen23. De staatssecretaris van SZW stelt daartoe € 8,5 miljoen beschikbaar aan de 35 centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s in de vorm van een decentralisatie-uitkering. De bijdragen worden met terugwerkende kracht toegekend over uitkeringsjaar 2019. Op veel plekken is inmiddels een regionale infrastructuur met waardevolle expertise opgebouwd. De inzet van bovengenoemde middelen beoogt deze expertise verder te versterken. De middelen gaan net als bij de vorige impuls naar centrumgemeenten van arbeidsmarktregio's voor betere samenwerking en verbindingen tussen VSO/PrO-scholen, gemeenten en bedrijven en instellingen, zodat zij een sluitende aanpak creëren gericht op duurzame banen. Deze partijen geven in afstemming met elkaar vorm en inhoud aan de genoemde impuls. De voorwaardelijke afspraken (o.a. het ondertekenen van een intentieverklaring) die golden bij de vorige impuls baankansen (motie Segers c.s. TK 2018-2019, 35000 nr.25) zijn nu niet meer van toepassing.
Omdat de activiteiten betrekking hebben op onderwijs wordt ervan uitgegaan dat geen sprake is van btw en geen beroep wordt gedaan op het BTW-compensatiefonds. De verdeling van de middelen is op basis van het objectief verdeelmodel re-integratiebudget Participatiewet en is opgenomen in bijlage 3.3.2.
3.3.3
Maatschappelijke opvang
Het macrobudget van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang is ongewijzigd. De bedragen per gemeente voor de jaren 2019 en verder zijn ten opzichte van de septembercirculaire
23
Tweede Kamer 2019- 2020, 35350 B nr. 8
Meicirculaire gemeentefonds 2020
38
2019 door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven wel gewijzigd. De trimfactor voor uitkeringsjaar 2019 stellen wij vast op 1,16354. Hiermee wordt de trimfactor 2019 definitief. De trimfactor zorgt ervoor dat het totaal beschikbare bedrag exact wordt uitgekeerd. De verdeling over de gemeenten is opgenomen in bijlage 3.3.3. De achterliggende berekeningswijze treft u aan in de internetbijlage.
3.3.4
Kerkenvisies
Bijlage 3.3.4 bevat de volgende tranche gemeenten die via de decentralisatie-uitkering Kerkenvisies een bijdrage ontvangt voor de ontwikkeling van integrale kerkenvisies op gemeentelijk niveau. Meer informatie, ook over de aanvraagprocedure, is te vinden op de website van de VNG: https://vng.nl/nieuws/aanvraag-financiele-steun-kerkenvisies-2020-voor-15-juni.
3.3.5
Brede aanpak dak- en thuisloosheid
Het kabinet wil dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk voorkomen en ervoor zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen. Het kabinet stelt voor de aanpak van dak- en thuisloosheid een financiële impuls beschikbaar van in totaal € 200 miljoen voor de jaren 2020 en 2021. Hiervan wordt een bedrag van € 73 miljoen in 2020 en € 123 miljoen in 2021 aan gemeenten verstrekt. De bedragen worden via een decentralisatie-uitkering als volgt over gemeenten verdeeld. Zowel in 2020 als 2021 wordt een bedrag van € 67,5 miljoen verdeeld over 21 centrumgemeenten maatschappelijke opvang en beschermd wonen, in totaal € 135 miljoen. De 312 regiogemeenten ontvangen ieder een bedrag van € 17.628 in 2020 en € 32.051 in 2021. Het gaat in totaal om € 5,5 miljoen in 2020 en € 10 miljoen in 2021. De overige 22 centrumgemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage vanuit het resterende budget van € 45,5 miljoen in 2021. Deze centrumgemeenten worden hierover door het Ministerie van VWS apart geïnformeerd. In bijlage 3.3.5 is de verdeling van de middelen opgenomen over de 21 centrumgemeenten en de regiogemeenten voor 2020 en 2021. De bijlage is in deze circulaire alleen ter informatie en onder het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. De cijfermatige verwerking vindt om technische redenen plaats in de septembercirculaire 2020.
3.3.6
Vrouwenopvang
Het macrobudget van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is ongewijzigd. Voor het jaar 2020 zijn ten opzichte van de septembercirculaire 2019 de gegevens voor de maatstaven van het objectieve verdeelmodel geactualiseerd. De geactualiseerde gegevens zijn behalve voor 2020 ook voor latere jaren in de berekeningen gebruikt. In de septembercirculaire 2020 volgt informatie over de in de Voorjaarnota genoemde middelen vanaf 2020 voor Veilig Thuis, de vrouwenopvang, de Centra Seksueel Geweld (CSG’s) en de
Meicirculaire gemeentefonds 2020
39
uitvoering van de actieagenda Schadelijke praktijken. Het gaat om structureel € 38,6 miljoen voor Veilig Thuis, structureel € 14 miljoen voor het creëren van benodigde extra opvangplekken voor acute crisissituaties in de vrouwenopvang en voor het oplossen van door- en uitstroomproblematiek, € structureel 1,5 miljoen voor de kosten die voortkomen uit de stijging van het aantal slachtoffers dat contact legt met de CSG’s en tot slot in de jaren 2020 en 2021 jaarlijks € 5 miljoen voor de uitvoering van de actieagenda Schadelijke praktijken. Het in de decembercirculaire 2019 genoemde onderzoek naar de financiering van de landelijke functies vrouwenopvang is afgerond. Om redenen van rechtmatigheid kunnen deze onderdelen mogelijk geen onderdeel meer uitmaken van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang en wordt naar een oplossing gezocht. Meer informatie volgt in de septembercirculaire 2020. De bedragen per gemeente zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.24
3.3.7
Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders
Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat. Vanwege wijziging van de taakverdeling tussen de operationele BRPstraten wordt de verdeling van de decentralisatie-uitkering gewijzigd. In overleg tussen Rijk en betrokken gemeenten is met ingang van 2020 de volgende verdeling overeengekomen: Arnhem (€ 709.015), Cranendonck (€ 485.423), Gilze en Rijen (€ 709.015), Haarlemmermeer (€ 95.000) en Westerwolde (€ 2.732.198).
3.3.8
Armoedebestrijding kinderen
In paragraaf 4.2-1 van de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede. De verdeling over de gemeenten voor 2021 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 201725 en is opgenomen in bijlage 3.3.8. De Tweede Kamer is per brief van 8 april 2020 geïnformeerd over de beleidsvrijheid die de toepassing van deze decentralisatie-uitkering met zich meebrengt (Kamerstukken II, 2019-2020, 24515, nr. 529). Ook is in deze brief nadere duiding gegeven aan de paragraaf over de evaluatie en monitoring van de bestuursafspraken tussen het Ministerie van SZW en de VNG. De bewuste passage spreekt over de mogelijkheid van het heroverwegen van het instrument (hier dus de decentralisatie-uitkering) indien de doelstelling voor het bestrijden van armoede onder kinderen niet wordt bereikt. Hiermee is niet bedoeld dat de middelen onder voorwaarden worden verstrekt of dat er middelen teruggevorderd worden indien het doel niet is bereikt.
Bedoeld is slechts dat het https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesgemeentefonds 25 Zie voor de gehanteerde cijfers: https://jmopendata.cbs.nl/#/JM/nl/dataset/20233NED/table?dl=3801D 24
Meicirculaire gemeentefonds 2020
40
beleidsinstrument, na evaluatie van beleidsresultaten, kan worden herzien als daarmee het maatschappelijk doel beter bereikt zou kunnen worden.
3.3.9
Uitstapprogramma’s voor prostituees
Het kabinet heeft vanaf 2021 structureel geld beschikbaar gesteld voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s om mensen die de prostitutie willen verlaten, hierbij te ondersteunen. Het gaat structureel om € 3 miljoen per jaar en om eenmalig € 1 miljoen extra in 2021. De middelen zullen worden toegekend aan de 18 aangewezen DUUP-gemeenten (decentralisatie-uitkering voor uitstapprogramma’s voor prostituees) voor het (laten) ontwikkelen en (laten) uitvoeren van regionale uitstapprogramma’s voor prostituees vanaf 1 januari 2021. Verdere informatie over de verdeling voor 2021 en verder en de cijfermatige verwerking daarvan volgt in de septembercirculaire 2020.
3.3.10 Bevolkingsdaling Zoals bij de introductie van de decentralisatie-uitkering Bevolkingsdaling (looptijd 2015 tot en met 2020) afgesproken wordt de uitkering op dit moment geëvalueerd. De evaluatie maakt gebruik van onder meer kwantitatieve informatie uit het herijkingsonderzoek van de verdeling van het gemeentefonds. Deze informatie is naar verwachting rond de zomer beschikbaar. De verwachting is dat in het najaar van 2020 een beslissing kan worden genomen over het eventueel vervolg van de decentralisatie-uitkering vanaf 2022. Omdat de krimpregio’s eerder helderheid nodig hebben voor het jaar 2021, wordt de huidige decentralisatie-uitkering vooruitlopend op de uitkomst van de evaluatie met één jaar verlengd (tot en met 2021). De verwerking hiervan vindt plaats in de septembercirculaire 2020.
3.3.11 Gezond in de stad: impuls Kansrijke Start In het kader van het actieprogramma Kansrijke Start van 12 september 2018 zijn bij mei- en decembercirculaire 2019 middelen via een decentralisatie-uitkering aan het gemeentefonds toegevoegd voor GIDS-gemeenten (Gezond in de stad). Deze gemeenten willen een lokale coalitie vormen rondom de eerste 1000 dagen van kinderen. Nog niet deelnemende gemeenten zijn begin februari 2020 geïnformeerd dat er een derde tranche van deze impuls beschikbaar komt. Zij hebben zich in de periode van begin februari tot medio april 2020 kunnen aanmelden voor deze derde tranche. In totaal hebben zich 128 gemeenten aangemeld. Meer informatie en de verdeling van de derde tranche over de deelnemende gemeenten volgt in de septembercirculaire 2020.