CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

meicirculairegemeentefonds2020.pdf

Gemeenteraad 23 maart 2021, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot indienen gemaakte kosten Opsporing en Ruiming Conventionele Explosieven 2020 voor de Suppletieregeling bij Rijk.34.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeentefonds

Meicirculaire 2020

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGBRW/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 29 mei 2020 Kenmerk 2020-0000304330

Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

meicirculaire gemeentefonds 2020 bekendmaking van beleid en het geven van informatie decembercirculaire 2019 (2019-0000659660); septembercirculaire 2019 (2019-0000475710); meicirculaire 2019 (2019-0000267592) 29 mei 2020 1 juli 2021

Meicirculaire gemeentefonds 2020

Voorwoord Voor u ligt de meicirculaire gemeentefonds 2020. Het zijn uitzonderlijke tijden, voor iedereen. Ook als gemeenten voelt u de financiële gevolgen van de coronacrisis. Het kabinet vindt het van belang om elkaar in deze tijden vast te houden en als één overheid de opgave die nu voorligt op te pakken. Gezamenlijk de schouders eronder te zetten en daadkracht uit te stralen. Juist onder deze omstandigheden heeft u behoefte aan duidelijke financiële kaders. Deze circulaire wil daaraan een bijdrage leveren. Tegelijkertijd is er nog veel onzeker. Als fondsbeheerder vind ik het belangrijk dat medeoverheden niet in de financiële problemen komen door de corona-aanpak, en dat de dienstverlening aan burgers en bedrijven op peil blijft en bijvoorbeeld vergunningverlening goed blijft doorlopen. Het is reëel dat ook u duidelijkheid ontvangt over wat u mag verwachten aan compensatie ten aanzien van al uw inspanningen. U heeft nu immers extra uitgaven en loopt inkomsten mis, zowel op korte als op langere termijn.

Op 28 mei 2020 heb ik samen met de staatssecretaris van Financiën de Tweede Kamer geïnformeerd over aanvullende maatregelen die het kabinet - vooruitlopend op het volledig in beeld brengen van de financiële gevolgen van corona voor de medeoverheden voor de periode tot en met 1 juni – heeft genomen om medeoverheden te compenseren (Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 35 420, nr. 43)1. In deze circulaire zijn in hoofdstuk 1 de belangrijkste punten uit deze brief opgenomen. Zoals gebruikelijk informeert deze circulaire u in hoofdzaak over de gemeentefondsuitkeringen voor 2020 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. Vooral de latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u in deze bijzondere omstandigheden veel wijsheid toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris van Financiën, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

drs. K.H. Ollongren

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2020Z09624&did=2020D207 44 1

Meicirculaire gemeentefonds 2020

Meicirculaire gemeentefonds 2020

Inhoudsopgave

1

2

Hoofdpunten .......................................................................................................1 1.1

Inleiding .....................................................................................................1

1.2

Algemene uitkering ......................................................................................1

1.3

Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden .............................................2

1.4

Herijking verdeling gemeentefonds ................................................................5

1.5

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen........................................................5

Algemene uitkering ..............................................................................................7 2.1

Inleiding .....................................................................................................7

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering .......................................7

1.

Accres ........................................................................................................8

2.

Plafond BTW-compensatiefonds ................................................................... 10

3.

Lagere apparaatskosten .............................................................................. 12

4.

Knelpunten verdeelproblematiek .................................................................. 12

5.

Groeiopgave Almere ................................................................................... 12

6.

Toezicht voorschoolse educatie .................................................................... 12

7.

Compensatieregeling Voogdij/18+ ............................................................... 13

8.

Verrekening Voogdij/18+ ............................................................................ 13

9.

Geen aanspraak op begeleiding (Wmo 2015)................................................. 13

10.

Overgangsrecht levenslang (Wmo 2015)....................................................... 13

11.

Aflopen overgangsrecht Wlz-indiceerbaren met Fokus-woning ......................... 14

12.

Europese richtlijn energieprestatie gebouwen ................................................ 14

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering ......................................................... 14

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering .................................................... 15

2.4.1

Waterschapsverkiezingen ........................................................................ 15

2.4.2

Verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten .................................... 15

2.4.3

Bommenregeling .................................................................................... 15

2.5 2.5.1

Inleiding ................................................................................................ 17

2.5.2

Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ....................... 17

2.6 3

Veranderingen in het verdeelstelsel .............................................................. 17

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ......... 18

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................................................. 23 3.1

Inleiding ................................................................................................... 23

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen ....................... 23

1.

Participatie ................................................................................................ 26

2.

Beschermd wonen ...................................................................................... 26

3.

Perspectief op Werk ................................................................................... 28

4.

Inburgering ............................................................................................... 28

5.

Regionale opgaven ..................................................................................... 29

Meicirculaire gemeentefonds 2020

6.

Voogdij/18+ .............................................................................................. 29

7.

Maatschappelijke begeleiding ...................................................................... 31

8.

Faciliteitenbesluit opvangcentra ................................................................... 32

9.

Versterking arbeidsmarktregio’s................................................................... 32

10.

Koplopergemeenten cliëntondersteuning ....................................................... 33

11.

Pilots Veranderopgave inburgering ............................................................... 33

12.

Aanpak lerarentekort G4 ............................................................................. 34

13.

Erfgoed Deal ............................................................................................. 34

14.

Experiment gesloten coffeeshopketen ........................................................... 35

15.

Versterking lokale werkgelegenheid Groningen .............................................. 35

16.

Groeiopgave Almere ................................................................................... 35

17.

Pilots Logeerzorg ....................................................................................... 35

18.

LHBTI-emancipatiebeleid ............................................................................ 36

19.

Veilige Steden ........................................................................................... 36

20.

Pilots Roma en Sinti ................................................................................... 36

21.

Programmabureau sociaal domein................................................................ 37

22.

Knelpunten verdeelproblematiek .................................................................. 37

23.

Meetsystemen geluidsnet Geilenkirchen ........................................................ 37

24.

Dialoog Sinterklaasintocht ........................................................................... 37

3.3 Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ...................................................................................................... 37

4

3.3.1

Huisvesting onderwijs asielinstroom .......................................................... 38

3.3.2 VSO

Baankansen: verlenging impulsmiddelen voor kwetsbare jongeren uit PrO en 38

3.3.3

Maatschappelijke opvang ......................................................................... 38

3.3.4

Kerkenvisies .......................................................................................... 39

3.3.5

Brede aanpak dak- en thuisloosheid .......................................................... 39

3.3.6

Vrouwenopvang ..................................................................................... 39

3.3.7

Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders 40

3.3.8

Armoedebestrijding kinderen ................................................................... 40

3.3.9

Uitstapprogramma’s voor prostituees ........................................................ 41

3.3.10

Bevolkingsdaling ................................................................................. 41

3.3.11

Gezond in de stad: impuls Kansrijke Start .............................................. 41

3.3.12

Bonus beschut werk ............................................................................ 41

Overige mededelingen ........................................................................................ 43 4.1

Inleiding ................................................................................................... 43

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen ............... 43

4.3

Herijking verdeling gemeentefonds .............................................................. 44

4.4

Evaluatie normeringssystematiek ................................................................. 45

4.5

Financiële positie gemeenten ....................................................................... 46

4.6

Advies raming ruimte onder het plafond BCF ................................................. 46

Meicirculaire gemeentefonds 2020

4.7

Verantwoordingsonderzoek 2019 Ministerie van BZK ...................................... 47

4.8

Rechtmatigheid jaarstukken gemeenten ....................................................... 47

4.9

Herziening gemeentelijk belastinggebied....................................................... 48

4.10

Introductie benchmark woonlasten............................................................... 49

4.11

Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit .......................................... 49

4.12

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl .................................................... 49

4.13

Stand van zaken onderzoek structurele kosten jeugdzorg ............................... 50

4.14

Richtlijn ramen extra middelen jeugdzorg in begroting en meerjarenraming ...... 50

4.15

Analyse gemeentebegrotingen ..................................................................... 51

4.16

Redelijk peil 2021 ...................................................................................... 51

Bijlagen.................................................................................................................. 53 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2020 ..................................... 54 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2020 per cluster ................................................. 59 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2021 ..................................... 62 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2021 per cluster ................................................. 67 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2020-2025 ............................................ 70 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2019 BTW-compensatiefonds ................................... 71 Bijlage 2.6.1 Aanvullende informatie uitkeringsfactor ................................................ 72 Bijlage 2.6.2 Volumina maatstaven 2020-2025 ......................................................... 74 Bijlage 2.4.3 Bommenregeling ................................................................................ 76 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Perspectief op werk ........................................ 78 Bijlage 3.2-4 Integratie-uitkering Inburgering .......................................................... 79 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding ...........................

87 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra ........................ 92 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Versterking arbeidsmarktregio’s ....................... 93 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Koplopergemeenten cliëntondersteuning .......... 94 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Pilots Veranderopgave Inburgering .................. 95 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Experiment gesloten coffeeshopketen.............. 96 Bijlage 3.2-18 Decentralisatie-uitkering LHBTI-emancipatiebeleid ............................... 97 Bijlage 3.2-19 Decentralisatie-uitkering Veilige steden ............................................... 98 Bijlage 3.2-20 Decentralisatie-uitkering Pilots Roma en Sinti ...................................... 99 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Baankansen ................................................. 100 Bijlage 3.3.3 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang ............................... 101 Bijlage 3.3.4 Decentralisatie-uitkering Kerkenvisies ................................................. 102 Bijlage 3.3.5 Decentralisatie-uitkering Brede aanpak dak- en thuisloosheid ................ 103 Bijlage 3.3.8 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen..........................

111 Bijlage 4.16 Redelijk peil 2021 ............................................................................. 115

Meicirculaire gemeentefonds 2020

Meicirculaire gemeentefonds 2020

1

Hoofdpunten

1.1

Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie bepalen mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De circulaires kunnen incidenteel ook actuele informatie bevatten die op een later tijdstip in de rijksbegroting wordt verwerkt. De mededelingen zijn steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.

1.2

Algemene uitkering

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de ARU direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. De afrekening van het definitief vastgestelde accres 2019 valt positief uit: ten opzichte van de septembercirculaire 2019 is sprake van een stijging met € 16,1 miljoen. Dit komt onder meer door afstortingen in begrotingsreserves die bij de Najaarsnota 2019 hebben plaatsgevonden. Door de stijging van het accres 2019 is het trap-op-effect van 2019 naar 2020 kleiner, waardoor het accres 2020 ten opzichte van de septembercirculaire 2019 met € 4,4 miljoen licht naar beneden is bijgesteld. Voor de jaren 2021 en 2022 is het accres opwaarts bijgesteld, terwijl voor 2023 en 2024 sprake is van een neerwaartse bijstelling. Een toelichting op de ontwikkelingen is opgenomen in paragraaf 2.2-1 van deze circulaire. Onderstaande figuur laat de nieuwe accresstanden zien voor 2020 en verder, inclusief een vergelijking met de stand septembercirculaire 2019.

Meicirculaire gemeentefonds 2020

1

Accressen gemeentefonds 2020-2025 (in duizenden euro's) 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0 2020

2021

2022

stand septembercirculaire 2019

2023

2024

2025

stand meicirculaire 2020

Verder informeert deze circulaire over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2019. Ten opzichte van de septembercirculaire 2019 is sprake van een opwaartse bijstelling van € 31,6 miljoen. Identiek aan de werkwijze bij het accres vindt de definitieve afrekening over 2019 plaats in 2020.

1.3

Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden

Vanaf het begin van de corona-uitbraak zijn Rijk en medeoverheden als één overheid opgetreden om het coronavirus en de economische en sociale gevolgen van de coronacrisis te bestrijden. In het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 23 april 2020 hebben het kabinet en de medeoverheden besloten een regiegroep in te stellen die de omvang van de problematiek in beeld brengt met nadruk op de financiële effecten voor de medeoverheden en de daarbij voorgestelde oplossingsrichtingen, waaronder compensatie. Hierbij gaat het om een reëel beeld van de kosten, waarbij ook de inkomstenderving wordt meegenomen. Voor de periode tot 1 juni heeft het kabinet al enkele maatregelen genomen, zoals op het gebied van sport, bijstand en Wmo. Op 28 mei 2020 hebben de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën de Tweede Kamer geïnformeerd over aanvullende maatregelen die het kabinet vooruitlopend op het volledig in beeld brengen van de financiële gevolgen van corona voor de medeoverheden voor de periode tot en met 1 juni – heeft genomen om medeoverheden te compenseren (Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 35 420, nr. 43)2. Er lopen nog gesprekken met de medeoverheden op het gebied van onder andere, zonder limitatief te zijn: het OV, de veiligheidsregio’s, de GGD-en, afvalinzameling, de buurthuizen en het watermanagement.

De komende tijd wordt samen met de medeoverheden gewerkt aan afspraken op deze gebieden. Doel is om medio juli een compleet beeld te hebben van de impact van de

2

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2020Z09624&did=2020D20744

Meicirculaire gemeentefonds 2020

2

corona-aanpak op de medeoverheden voor de periode tot 1 juni. De hoogte en omvang van de reële compensatie vraagt een politiek bestuurlijke afweging, waarbij het uitgangspunt is dat de medeoverheden er als gevolg van de corona-aanpak niet slechter voor komen te staan dan daarvoor. Voor de periode na 1 juni, trekken Rijk en medeoverheden samen op bij de invulling van de nodige maatregelen en om de sociaal-economische crisis het hoofd te bieden. Samen wordt bekeken welke reële compensatie nodig is op basis van de hogere uitgaven en gederfde inkomsten. De maatregelen uit het pakket van 28 mei 2020 die het gemeentefonds raken zijn:

o

Het bevriezen van de accressen zoals gepresenteerd in de Voorjaarsnota 2020 voor de jaren 2020 en 2021 (zie voor meer informatie paragraaf 2.2-1). Als er zich grote onverwachte wijzigingen voordoen zullen de fondsbeheerders hierover met het IPO en de VNG in gesprek gaan. Het is aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan. Hierover zal het kabinet te zijner tijd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur om advies vragen. Het rapport van de evaluatie van de normeringssystematiek, waar ook het IPO en de VNG bij betrokken zijn, zal naar verwachting in het najaar 2020 openbaar worden. Op basis van de evaluatie van de normeringssystematiek zullen de fondsbeheerders samen met gemeenten en provincies verschillende varianten voor de ontwikkeling van het accres in beeld brengen ten opzichte van de stand bij Voorjaarsnota 2020. Gemeenten en provincies kunnen zo met verschillende varianten rekening houden bij het opstellen van hun begrotingen voor 2022.

o

Naar analogie van het accres zal ook het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) worden bevroren. Mochten zich in het BCF grote problemen voordoen dan zullen de fondsbeheerders hierover met de VNG en het IPO in overleg gaan.

o

Gemeenten ontvangen via een decentralisatie-uitkering voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020 compensatie voor de geleden derving van toeristen- en parkeerbelasting als gevolg van de coronamaatregelen. Hiermee is een bedrag van € 225 miljoen gemoeid, waarvan € 100 miljoen voor de toeristenbelasting en € 125 miljoen voor gederfde parkeerinkomsten op grond van de geraamde gederfde inkomsten in deze periode.

o

Het Rijk heeft met gemeenten afspraken gemaakt over compensatie van de directe meerkosten voor de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015 die voortkomen uit de coronamaatregelen en het volgen van de RIVM-richtlijnen. Daarnaast zijn Rijk en gemeenten in gesprek over de extra uitgaven over het geheel van 2020 voor zover die gerelateerd kunnen worden aan een evident uitstel van noodzakelijke zorg. De nadere uitwerking van deze afspraken leidt voor nu tot een voorschot voor gemeenten van € 144 miljoen voor de meerkosten en inhaalzorg. Het bedrag wordt als volgt toegevoegd aan het gemeentefonds: o

€ 7 miljoen aan de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (meerkosten)

o

€ 91 mln aan de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang (meerkosten)

Meicirculaire gemeentefonds 2020

3

o

€ 11,7 miljoen aan de algemene uitkering, cluster Maatschappelijke ondersteuning (onderdeel Wmo 2015 begeleiding; betreft inhaalzorg).

o

€ 34,3 miljoen aan de algemene uitkering, cluster Jeugd (onderdeel Jeugdhulp; betreft inhaalzorg).

In de komende periode werken Rijk en VNG samen om van inschatting van de kosten tot inzicht en definitieve afspraken te komen. o

Gemeenten ontvangen voor de periode medio maart tot 1 juli € 23 miljoen in verband met hun coördinerende taak in het organiseren van noodopvang voor kinderen van wie één of beide ouders een cruciaal beroep hebben. Over de wijze waarop de middelen beschikbaar worden gesteld vindt momenteel nader overleg met gemeenten plaats.

o

Als gevolg van het coronavirus zijn de Sociale Werkbedrijven geheel of gedeeltelijk gesloten. Daardoor vallen bedrijfsopbrengsten weg waarmee (deels) de loonkosten van medewerkers die werkzaam zijn voor een Sociale Werkbedrijf worden gefinancierd. Ter compensatie voor de gederfde inkomsten over de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 wordt de integratie-uitkering Participatie (onderdeel Wsw) met € 90 miljoen verhoogd.

o

De medeoverheden zijn verantwoordelijk voor twee derde van alle subsidies aan cultuur en houden daarmee de lokale en regionale culturele infrastructuur overeind. Het kabinet heeft besloten om een bevoorschotting op de compensatie aan medeoverheden te verstrekken van € 60 miljoen voor de periode van medio maart 2020 tot en met 1 juni 2020. Het bedrag wordt toegevoegd aan de algemene uitkering.

Maatregelen die het kabinet al eerder heeft genomen en relevant zijn voor gemeenten betreffen: o

Compensatie inkomstenderving kwijtschelden huur aan sportverenigingen (€ 90 mln, 1 maart tot en met 1 juni 2020; specifieke uitkering Ministerie van VWS)

o

Compensatie inkomstenderving eigen bijdrage Wmo (€ 18 mln, maanden april en mei 2020; decentralisatie-uitkering gemeentefonds)

o

Vergoeden eigen bijdrage van ouders die gebruik maken van de gemeentelijke regelingen: peuteraanbod, SMI en Voorschoolse Educatie (VE) (circa € 8,3 mln, tot 8 juni 2020 (moment waarop de compensatie stopt; toevoeging aan de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters gemeentefonds))

o

Vergoeden uitvoeringskosten Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (voorschot gemeenten € 2 miljard, tot 1 juni 2020; specifieke uitkering Ministerie van SZW)

o

Handhaven maandelijkse betalingen bijstand op het niveau van het voorlopig vastgesteld budget en in september het macrobudget 2020 nader bezien, waarbij rekening zal worden gehouden met de actuele conjuncturele situatie (BUIG, specifieke uitkering Ministerie van SZW)

Voor meer informatie, onder andere over het OV, de toevoeging aan het Tijdelijke Steunfonds voor Lokale Informatievoorziening ad € 24 mln voor de lokale media en over de langere termijn gevolgen, wordt verwezen naar de bovengenoemde brief aan de Tweede Kamer. De maatregelen ten aanzien van het accres en het plafond BTW-compensatiefonds zijn reeds in deze circulaire verwerkt. De overige maatregelen zullen - voor zover relevant voor het gemeentefonds -

Meicirculaire gemeentefonds 2020

4

cijfermatig in de septembercirculaire 2020 worden verwerkt. Vooruitlopend daarop zullen gemeenten binnen enkele weken een brief ontvangen met nadere informatie over de verdeling van de bedragen over de gemeenten. Op dat moment zal ook de bevoorschotting van gemeenten hierop worden aangepast.

1.4

Herijking verdeling gemeentefonds

Op 26 februari 2020 heeft de minister van BZK de Tweede Kamer geïnformeerd over het uitstellen van invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds met één jaar naar 2022 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 35 300B, nr.15)3. In deze brief heeft de minister – mede namens de staatssecretaris van Financiën – uiteengezet waarom uitstel noodzakelijk is. Voor het klassieke deel is aanvullend onderzoek nodig en voor het sociaal domein is een nadere analyse van de uitschieters gewenst (zie paragraaf 4.3 voor meer toelichting). Naar verwachting start half september 2020 de consultatieperiode waarin de fondsbeheerders advies vragen aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) over de verdeelvoorstellen. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling wordt naar verwachting dit jaar afgerond, met verwerking van de uitkomsten in de decembercirculaire 2020. Het aanvullend onderzoek voor het klassieke domein wordt begeleid door een begeleidingscommissie en stuurgroep. Daarnaast is de bestuurlijk kopgroep van de VNG betrokken als klankbord. Dat laatste geldt ook voor de analyse naar de uitschieters bij de verdeelmodellen voor het sociaal domein. Voor deze analyse is daarnaast een expertsessie voorzien met gemeenten.

1.5

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Belangrijke wijzigingen die in deze circulaire zijn verwerkt betreffen: -

De verlaging van het macrobudget van de integratie-uitkering Beschermd wonen vanaf 2021 met € 495 miljoen structureel vanwege de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische stoornis. Naar verwachting zullen 8.500 cliënten met een psychische stoornis een Wlz-indicatie krijgen. Vanaf 2021 krijgen zij dan de zorg vanuit de Wlz in plaats van de Wmo.

-

De introductie van de integratie-uitkering Inburgering in verband met de Wet Inburgering die per 1 juli 2021 in werking treedt. Gemeenten ontvangen zowel een incidentele bijdrage in de invoeringskosten (2020) als een structurele bijdrage in de uitvoeringskosten (2021 en verder).

-

De verdeling van de integratie-uitkering Voogdij/18+ blijft in 2021 net als in eerder jaren gebaseerd op het historisch zorggebruik in jaar t-2, omdat de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugd met het oog op een zorgvuldige overgang en gelet op de gevolgen voor gemeenten van de coronacrisis met één jaar is uitgesteld naar 1 januari 2022.

3

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2020Z03843&did=2020D08029

Meicirculaire gemeentefonds 2020

5

-

De decentralisatie-uitkering Perspectief op Werk voor de 35 arbeidsmarktregio’s wordt in 2020 gecontinueerd. De centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s ontvangen een tweede (en laatste) impulsfinanciering van € 1 miljoen. Perspectief op Werk heeft als doel om meer mensen die willen en kunnen werken, maar niet zelfstandig de weg naar werk vinden, te helpen aan een baan, een leerwerkplek of een basisbaan.

Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2020 en verder ook een aantal andere wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen.

Meicirculaire gemeentefonds 2020

6

2

Algemene uitkering

2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en in paragraaf 2.5 zijn de mededelingen over de wijzigingen in het verdeelstelsel opgenomen. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. Paragraaf 2.6 gaat in op de berekening van de algemene uitkering met die gegevens en licht de gehanteerde termen toe.

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ten opzichte van de decembercirculaire 2019. Het betreft achtereenvolgens: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. De tabel wordt gevolgd door een toelichting op de mutaties, die betrekking hebben op 2020 en verder.

Meicirculaire gemeentefonds 2020

7

Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de septembercirculaire 2019 (in duizenden euro's) 2020 stand septembercirculaire 2019

-

stand decembercirculaire 2019 algemene mutaties Accres tranche 2019 (incidenteel) Accres tranche 2019 (structureel) Accres bijstelling tranches 2020 en verder Plafond BTW-compensatiefonds (afrekening 2019) Lagere apparaatskosten Knelpunten verdeelproblematiek Groeiopgave Almere

6)

Cluster Samenkracht en burgerparticipatie Toezicht voorschoolse educatie

7) 8)

cluster Jeugd Compensatieregeling Voogdij 18+ Verrekening Voogdij 18+

2022

2023

2024

2025

26.354.315 27.301.547 27.749.630 28.607.907 29.468.416 29.468.416

mutaties decembercirculaire 2019

1a) 1b) 1c) 2) 3) 4) 5)

2021

-

-

-

-

-

26.354.315 27.301.547 27.749.630 28.607.907 29.468.416 29.468.416

16.071 16.071 -4.391 31.614

16.071 122.911

-950

-475

213

488

16.071 304.686

16.071 111.224

16.071 -87.634

16.071 862.796

-475

-475

-475

-140.000 -93 -475

-17.775

-17.775

-17.775

-17.775

500

-9.000 1.157 500

1.011 -17.775

cluster Maatschappelijke ondersteuning 9) Geen aanspraak op begeleiding 10) Overgangsrecht levenslang 11) Aflopen overgangsrecht Wlz-indiceerbaren met Fokus-woning cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling 12) Europese richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD III) stand deze circulaire

500

500

500

500

1.797 26.416.251 27.423.267 28.052.637 28.717.452 29.379.103 30.181.597

Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar. Toelichting 1. Accres Het accres 2019 is definitief vastgesteld op € 1.084 miljoen. Dit komt overeen met 6,15 procent van de omvang van het gemeentefonds waarover het accres wordt berekend. Het definitieve accres is gebaseerd op de realisatie van de rijksbegroting 2019 zoals opgenomen in het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019. De budgettaire verwerking van de afrekening van het accres 2019 vindt, zoals gebruikelijk, plaats bij Voorjaarsnota 2020. Het definitieve accres betekent een positieve bijstelling van € 16,071 miljoen ten opzichte van de laatste raming in de septembercirculaire 2019. Dit komt doordat de accresrelevante uitgaven over 2019 gestegen zijn ten opzichte van septembercirculaire. Deze ontwikkeling is het gevolg van een combinatie van onderuitputting, meevallers en beleidsmatige intensiveringen zoals de aanvullende middelen die bij Najaarsnota 2019 zijn uitgetrokken voor de stikstofproblematiek en het onderwijs. Een gedetailleerde opbouw van de afrekening van het accres is opgenomen in bijlage 10 van het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019.

Meicirculaire gemeentefonds 2020

8

Tabel 2.2.2 Definitieve accres 2019 gemeentefonds Raming accres 2019 septembercirculaire 2019

in % 6,06

x € 1.000 1.067.972

Mutatie

0,09

16.071

Vastgesteld accres 2019

6,15

1.084.043

Tabel 2.2.3 en 2.2.4 laat de actuele raming van de jaarlijkse accrestranches zien voor de jaren 2020-2025, zowel in duizenden euro’s als in procenten. Tabel 2.2.3 Actuele raming accressen gemeentefonds 2020-2025 (in duizenden euro’s)

Stand septembercirculaire 2019 Mutatie jaarlijkse tranches

2020

2021

2022

1.244.014

902.715

854.522

994.778 1.004.955

2023

2024

-4.391

127.302

2025

181.775

-193.462

-198.858

Stand meicirculaire 2020

1.239.623 1.030.017 1.036.297

801.316

806.097

950.430 950.430

Cumulatief accres vanaf 2020

1.239.623 2.269.640 3.305.937 4.107.253 4.913.350

5.863.780

Tabel 2.2.4 Actuele raming accressen gemeentefonds 2020-2025 (in procenten) 2020

2021

2022

2023

2024

Stand septembercirculaire 2019

4,65

3,30

3,03

3,48

3,41

2025

Mutatie jaarlijkse tranches

-0,03

0,41

0,62

-0,72

-0,69

3,14

Stand meicirculaire 2020

4,62

3,71

3,65

2,76

2,72

3,14

Het accres in 2020 valt per saldo hoger uit door hogere uitgaven bij het Rijk in 2019 en 2020. De accrestranche 2020 is licht negatief omdat de accresrelevante rijksuitgaven (ARU) in 2019 meer gestegen zijn ten opzichte van de septembercirculaire 2019 dan de uitgaven in 2020. Als de trapop in 2019 iets hoger wordt, wordt de trap-op in 2020 automatisch wat lager. In 2020 zijn er verschillende mutaties in de rijksuitgaven zoals de hoger bijgestelde loon- en prijsontwikkeling en een aantal beleidsmatige plussen en minnen. Per saldo stijgt de ARU hierdoor licht. In de Voorjaarsnota worden de belangrijkste ontwikkelingen in de uitgaven van het Rijk nader toegelicht. Ook in latere jaren zijn er ontwikkelingen in het accres: ten opzichte van de septembercirculaire 2019 is sprake van een opwaartse bijstelling van de accrestranches voor de jaren 2021 en 2022. Voor 2023 en 2024 worden de accrestranches neerwaarts bijgesteld. Dit is het gevolg van de hogere geraamde loon- en prijsontwikkeling in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau en de meerjarige besluitvorming over de rijksuitgaven. Verwerking van de Middellangetermijnverkenning (MLT) Zorg leidt tot een neerwaartse bijstelling van de zorguitgaven die doorwerkt in het accres vanaf 2022. Het accres 2025 wordt in deze circulaire voor het eerst geraamd.

De afgelopen jaren hebben schommelingen in het accres, en de doorwerking hiervan op de gemeentelijke en provinciale begrotingen onrust veroorzaakt bij de medeoverheden. Het kabinet vindt het belangrijk in deze bijzondere tijd de schommelingen voor medeoverheden te dempen; hoe stabieler de inkomsten, hoe minder verstoringen van het gemeentelijke en provinciale begrotingsproces. In overleg met de VNG en het IPO is daarom besloten om de stand van het

Meicirculaire gemeentefonds 2020

9

accres (volume en loon- en prijsontwikkeling)4 zoals gepresenteerd in de Voorjaarsnota 2020 te bevriezen voor de jaren 2020 en 2021. Als er zich grote onverwachte wijzigingen voordoen zullen de fondsbeheerders hierover met het IPO en de VNG in gesprek gaan. Het is aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan. Hierover zal het kabinet te zijner tijd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur om advies vragen. Het rapport van de evaluatie van de normeringssystematiek, waar ook het IPO en de VNG bij betrokken zijn, zal naar verwachting in het najaar 2020 openbaar worden (zie ook paragraaf 4.4). Na vaststelling van de evaluatie van de normeringssystematiek zullen de fondsbeheerders samen met gemeenten en provincies verschillende varianten voor de ontwikkeling van het accres in beeld brengen ten opzichte van de stand bij Voorjaarsnota 2020. Gemeenten en provincies kunnen zo met verschillende varianten rekening houden bij het opstellen van hun begrotingen voor 2022. Gegeven de uitzonderlijke situatie stelt het kabinet middelen ter beschikking om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Ook gemeenten ontvangen extra middelen om de gevolgen van de coronamaatregelen te dekken5. De extra uitgaven gaan niet ten koste van andere uitgaven, maar zorgen voor een verhoging van de EMU-schuld.

Het reguliere uitgavenplafond geldt dus niet voor de uitgaven uit het noodpakket. Deze uitgaven leiden daarom niet tot een effect op het accres. Daarnaast blijft het Rijk de financiële situatie van gemeenten en effecten als gevolg van de coronacrisis monitoren. Tabel 2.2.5 maakt de mutaties van de accrestranches per jaar inzichtelijk. Ook de afrekening van het accres 2019 komt hierin naar voren. De accrestranche 2019 is € 16,071 miljoen hoger. Omdat het jaar 2019 boekhoudkundig al is afgesloten, komt deze mutatie incidenteel twee keer voor in 2020. De totaalregel in de tabel correspondeert met de accresregel in tabel 2.2.1. Tabel 2.2.5 Mutaties accres tranches gemeentefonds 2020-2025 ten opzichte van de septembercirculaire 2019 (jaartranches, in duizenden euro’s) 2020

2021

2022

2023

2024

2025

16.071

16.071

16.071

16.071

16.071

16.071

-4.391

-4.391

-4.391

-4.391

-4.391

-4.391

127.302

127.302

127.302

127.302

127.302

181.775

181.775

181.775

181.775

-193.462

-193.462

-193.462

-193.858

-193.858

-71.563

878.867

Tranche 2019

16.071

Afrekening 2019 Tranche 2020 Tranche 2021 Tranche 2022 Tranche 2023 Tranche 2024 Tranche 2025 Totaal gewijzigde tranches

950.430 27.751

138.982

320.757

127.295

2. Plafond BTW-compensatiefonds Het BCF heeft in 2019 € 130,2 miljoen minder uitgekeerd dan mogelijk was onder het plafond. Het aandeel van gemeenten in de ruimte onder het plafond is vorig jaar uitgekomen op € 112,4 Dit geldt zowel voor het accres van het gemeentefonds en provinciefonds als het accres van het Btwcompensatiefonds. 5 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2020Z09624&did=2020D20744 en http://www.rijksbegroting.nl/2020/uitvoering/voorjaarsnota#_9 4

Meicirculaire gemeentefonds 2020

10

miljoen. Dit is € 31,614 miljoen meer dan de eerder bij Miljoenennota 2020 geraamde ruimte, die bij Najaarsnota is uitgekeerd. Identiek aan de werkwijze bij het accres vindt de definitieve afrekening over 2019 plaats in 2020. Het plafond 2019 is ten opzichte van de septembercirculaire 2019 naar boven bijgesteld. Het accres kwam hoger uit dan bij septembercirculaire 2019 geraamd. De overhevelingen in verband met taakmutaties hadden eveneens een opwaarts effect op het plafond. Onderstaande tabel bevat een cijfermatig overzicht van de realisatie 2019: Tabel plafond BCF 2019 (bedragen x € 1.000)

Plafond W.v. stand septembercirculaire 2019

Stand meicirculaire 2020

Stand septembercirculaire 2019

Verschil

2019

2019

2019

3.552.671

3.519.703

32.968

3.519.703 29.976

W.v. overhevelingen i.v.m taakmutaties W.v. accres Uitgaven W.v. gemeenten Ruimte onder plafond W.v. gemeenten

2.992 3.422.490

3.427.847

-5.357

2.955.990

3.016.105

-60.115

130.181

91.856

38.325

112.437

80.823

31.614

Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de gerealiseerde aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF. Naar analogie van het accres (zie paragraaf 2.2-1) zal ook het plafond van het BCF voor de jaren 2020 en 2021 worden bevroren. Mochten zich in het BCF grote problemen voordoen dan zullen de fondsbeheerders hierover met de VNG en het IPO in overleg gaan. Vanaf de meicirculaire 2018 is de werkwijze van de raming van de ruimte onder het plafond BCF in de circulaires aangepast (zie paragraaf 2.2.2 van de meicirculaire 2018). De nieuwe werkwijze betekent dat vanaf uitkeringsjaar 2019 in de septembercirculaire alleen de raming van het huidige jaar wordt verwerkt.

Dit heeft als gevolg dat vanaf 2019 de meerjarenraming van de ruimte onder het plafond BCF niet meegenomen wordt in de algemene uitkering en dus dat deze bedragen niet meer meelopen in de raming van de uitkeringsfactoren. In paragraaf 4.6 van deze circulaire is net als in de meicirculaire 2019 een advies opgenomen over de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond BCF voor de gemeentelijke

Meicirculaire gemeentefonds 2020

11

meerjarenbegrotingen. Het advies is opgesteld door het Ministerie van BZK in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders. Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BCF die verband houden met taakverschuivingen tussen gemeenten en provincies enerzijds en het Rijk anderzijds voor 2019. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op het jaar 2019. De overboekingen zelf kunnen ook al eerder zijn verricht. In overleg met de decentrale overheden is er een ondergrens gehanteerd van € 0,1 mln.

3. Lagere apparaatskosten De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2025. Daardoor wordt in de tabel de oploop van de in het vorige Regeerakkoord opgenomen maatregel met betrekking tot lagere apparaatskosten gemeenten voor dat jaar zichtbaar. De uitnames 2020 tot en met 2024 zijn al opgenomen in de eerste regel van de tabel, de stand septembercirculaire 2019. Met de jaartranche 2025 is het structurele bedrag van de uitname bereikt.

4. Knelpunten verdeelproblematiek De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2025. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp “knelpunten verdeelproblematiek” voor dat jaar zichtbaar. De middelen gaan over naar de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek. Deze decentralisatie-uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen (zie ook paragraaf 3.2-22).

5. Groeiopgave Almere De aanpassing van de omvang van de decentralisatie-uitkering Groeiopgave Almere aan het accres komt ten laste van de algemene uitkering (zie ook paragraaf 3.2-16).

6. Toezicht voorschoolse educatie Gemeenten ontvangen via de algemene uitkering een aanvullende bijdrage vanwege het toezicht op voorschoolse educatie. De bijdrage houdt verband met de uitbreiding van de bestaande taak van de GGD als (eerstelijns) toezichthouder op dit terrein. Via de specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (goab) van het Ministerie van OCW hebben gemeenten reeds middelen toegekend gekregen om meer en betere voorschoolse educatie voor peuters met een risico op een onderwijsachterstand te bereiken. De middelen die nu aan het gemeentefonds worden toegevoegd hebben alleen betrekking op het extra toezicht en de handhaving als gevolg van deze intensivering. Ook voor 2022 en verder ontvangen gemeenten middelen. Op dit moment is nog niet duidelijk op welke manier de middelen vanaf dat jaar beschikbaar worden gesteld, opnieuw via de algemene uitkering van het gemeentefonds of via de

Meicirculaire gemeentefonds 2020

12

genoemde specifieke uitkering. Dat laatste vergt een wetswijziging.

7. Compensatieregeling Voogdij/18+ In de decembercirculaire 2019 (paragraaf 3.3.4) is aan 30 gemeenten compensatie toegekend (op basis van de compensatieregeling voogdij en 18+ (2020)), omdat het budget voor voogdij en 18+ dat zij in 2020 ontvangen niet toereikend is voor de kosten die zij (in 2018) hebben gemaakt. De totale omvang van de toegekende compensatie was lager dan de € 20 miljoen die hiervoor binnen de integratie-uitkering Voogdij/18+ was gereserveerd. Het resterende bedrag van € 1,011 miljoen is in deze circulaire aan het objectieve verdeelmodel voor Jeugd (subcluster Jeugdhulp) toegevoegd6.

8. Verrekening Voogdij/18+ Door het gebruik van actuele gegevens en een reservering in verband met afgesproken compensatieregelingen neemt de integratie-uitkering Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2021 met structureel € 38,154 miljoen toe (zie voor meer informatie paragraaf 3.2-6). Deze toename kan grotendeels worden gedekt met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2020 aan deze integratie-uitkering. Het verschil van € 17,775 miljoen wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering, subcluster Jeugdhulp.

9. Geen aanspraak op begeleiding (Wmo 2015) De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2025. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp “geen aanspraak op begeleiding” in 2025 zichtbaar. In 2014 zijn gemeenten geheel verantwoordelijk geworden voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en verzorging. Hierbij is de aanspraak voor de functie begeleiding in de toenmalige AWBZ beperkt door de aanspraak op dagbesteding te laten vervallen. Jaarlijks betekent het laten vervallen van de aanspraak op begeleiding een extra afname van € 20 miljoen. Hiervan komt € 9 miljoen in mindering op de middelen voor de Wmo (de overige € 11 miljoen komt terecht bij de Zorgverzekeringswet).

10. Overgangsrecht levenslang (Wmo 2015) De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2025. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp “overgangsrecht levenslang” in 2025 zichtbaar. Deze mutatie betreft een correctie op een extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo 2015 en/of Jeugdwet. Cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door het overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wet langdurige zorg (Wlz) in plaats van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2017/01/09/factsheet-compensatieregeling-voogdij-en18. 6

Meicirculaire gemeentefonds 2020

13

ten laste van de Wmo 2015 of de Jeugdwet. Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt gedurende 30 jaar jaarlijks € 1,157 miljoen extra toegevoegd aan het gemeentefonds tot aan het volledige bedrag van € 39 miljoen.

11. Aflopen overgangsrecht Wlz-indiceerbaren met Fokus-woning De algemene uitkering wordt verhoogd vanwege het per 1 juli 2020 aflopen van het overgangsrecht van Wlz-indiceerbaren die bewoner zijn van een Fokus-woning. Fokus-bewoners ontvangen in hun woning hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) op basis van de subsidieregeling ADL-assistentie. De zorg en ondersteuning buiten hun woning ontvingen zij - op grond van de overgangsregeling - vanuit de Wlz. Het Zorginstituut heeft geadviseerd om de zorg en ondersteuning buiten de woning voor de groep Wlz-indiceerbaren op dezelfde manier te organiseren als voor de overige Fokusbewoners, waarvoor de bekostiging reeds via het gemeentefonds verloopt.

12. Europese richtlijn energieprestatie gebouwen De algemene uitkering wordt in 2020 met € 1,797 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor het documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Informatie over de structurele bekostiging volgt in de meicirculaire 2021. Meer informatie over EPBD III is beschikbaar via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland7.

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.

7

https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/nieuwbouw/epbd-iii

Meicirculaire gemeentefonds 2020

14

Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Nummer Mutatie Cluster Samenkracht en Burgerparticipatie 6) Toezicht voorschoolse educatie

Verdeelwijze maatstaven bijstandsontvangers (50%), inwoners (40%) en minderheden (10%)

7) 8)

cluster Jeugd Compensatieregeling Voogdij 18+ Verrekening Voogdij 18+

maatstaven subcluster Jeugdhulp maatstaven subcluster Jeugdhulp

9) 10) 11)

cluster Maatschappelijke ondersteuning Geen aanspraak op begeleiding Overgangsrecht levenslang Aflopen overgangsrecht Wlz-indiceerbaren met Fokus-woning

maatstaven subcluster Wmo2015 maatstaven subcluster Wmo2015 maatstaven subcluster Wmo2015

12)

cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Europese richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD III)

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering

2.4.1

Waterschapsverkiezingen

maatstaven bedrijfsvestigingen (50%) en woonruimten (50%)

Op basis van het uitgevoerde onderzoek bij de waterschapsverkiezingen 2019 hebben de VNG en de Unie van Waterschappen (UvW) overeenstemming bereikt over een vergoeding van € 11,2 miljoen voor de waterschapsverkiezingen 2023. Dit bedrag zal in vier jaarlijkse termijnen (20202023) van € 2,8 miljoen via de Rijksfactuur bij de waterschappen in rekening worden gebracht en tegelijkertijd aan het gemeentefonds toegevoegd worden. Het Ministerie van IenW is bezig om de daartoe benodigde regelgeving op te stellen. Naar verwachting kan formele verwerking in de september- of decembercirculaire 2020 plaatsvinden.

2.4.2

Verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten

In paragraaf 2.2-4 van de meicirculaire 2019 is gemeld dat een van de doelstellingen van de herijking van het gemeentefonds is om de verdeling van de middelen voor de raadsledenvergoeding per 2021 integraal onderdeel uit te laten maken van de algemene uitkering waardoor de integratie-uitkering Verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten kan komen te vervallen. Door de latere invoering van de resultaten van de herijking van het gemeentefonds wordt ook de overheveling van deze integratie-uitkering naar de algemene uitkering met één jaar uitgesteld.

2.4.3

Bommenregeling

Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding van 70% van de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Bijlage 2.4.3 vermeldt de gemeenten die - op basis van de ingediende aanvraag - een uitkering ontvangen, inclusief de bijbehorende bedragen. Het totaalbedrag van de bommenregeling 2020 bedraagt op dit moment € 27,3 miljoen. Door afgelaste gemeenteraadsvergaderingen als gevolg van de coronacrisis bleken sommige gemeenten niet in staat hun raadsbesluit voor 1 april in te

Meicirculaire gemeentefonds 2020

15

dienen. Om die reden is dit jaar een aangepaste procedure doorlopen, waarbij alleen een concept van het raadsbesluit voor 1 april moest zijn ontvangen. Deze circulaire bevat de bedragen voor de gemeenten die voor 1 april hun concept-raadsbesluit en voor 1 mei hun definitieve getekende raadsbesluit indienden. In de septembercirculaire 2020 volgt uitsluitstel voor de andere gemeenten die voor 1 april hun concept-raadsbesluit indienden, mits het definitieve getekende raadsbesluit voor 1 september door het Ministerie van BZK is ontvangen. Om in aanmerking te komen voor een bijdrage dient de gemeente een raadsbesluit in waarin de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van explosieven zijn opgenomen. Er hoeft geen verdere onderbouwing overlegd te worden. Projectplannen of studies naar risico’s e.d. worden niet in behandeling genomen. Btw komt niet voor compensatie in aanmerking. In de opgave van de gemaakte kosten dient daarom duidelijk te worden opgenomen dat de bedragen exclusief btw zijn. De benodigde raadsbesluiten moeten voor 1 april 2021 zijn ingediend. Verzoeken die wij vanaf die datum ontvangen worden meegenomen in het volgende jaar. Wij ontvangen de raadsbesluiten bij voorkeur per e-mail via regelingen@minbzk.nl. Per post blijft vanzelfsprekend ook mogelijk: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties t.a.v.

FEZ/Begrotingszaken/Regelingen Postbus 20011 2500 EA Den Haag In de meicirculaire gemeentefonds 2019 zijn gemeenten geïnformeerd over het nationaal programma berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog. Binnen het nationaal bergingsprogramma zijn voor de periode 2019 en 2020 kansrijke locaties vastgesteld in de gemeenten Lochem, Lingewaard, Hollands Kroon, Echt-Susteren, Dalfsen en Almere. Inmiddels zijn de bergingen in de gemeente Echt-Susteren en gemeente Lochem afgerond. Bij de berging van de Short Stirling-bommenwerper in de gemeente Echt-Susteren zijn geen stoffelijke resten van de vermiste vliegers gevonden. Door alle partijen die betrokken zijn bij het nationaal bergingsprogramma is hiermee een uiterste inspanning geleverd -in het bijzonder aan de nabestaanden- om hun dierbaren te vinden. De nabestaanden hebben hun grote dankbaarheid hiervoor uitgesproken. In de gemeente Lochem zijn bij de berging van het Hawker Typhoonjachtvliegtuig de stoffelijke resten van de vermiste Britse vlieger gevonden. De stoffelijke resten zullen naar verwachting dit jaar worden herbegraven. De nabestaanden krijgen hiermee de zekerheid en rust om de herinnering aan hem hopelijk een plek te geven.

Het nationaal bergingsprogramma wordt gefaseerd uitgevoerd waarbij de bergingen in de gemeenten Lingewaard, Hollands Kroon, Dalfsen en Almere in 2020 op dit moment in verschillende fases van voorbereiding zijn. Bij elke berging dienen zich specifieke omstandigheden aan waarbij alle betrokken partijen in goed overleg oplossingen moeten vinden voor uitvoeringsvraagstukken en financiële vraagstukken. Door de maatregelen rondom het coronavirus lopen de bergingen die zijn voorzien voor de eerste helft 2020 vertraging op. De werkgroep nationaal bergingsprogramma beziet daarom welke bergingen naar het werkpakket van 2021 kunnen doorschuiven. Voor de bergingen die onderdeel uit maken van het programma ontvangen de betreffende gemeenten via

Meicirculaire gemeentefonds 2020

16

de bommenregeling een bijdrage van 100% in de door hen gemaakte kosten. Met de twee reeds uitgevoerde bergingen in 2019 is een totaalbedrag van € 715.132 gemoeid. De betreffende gemeenten ontvangen de bijdrage in uitkeringsjaar 2020 (zie bijlage 2.4.3).

2.5

Veranderingen in het verdeelstelsel

2.5.1

Inleiding

Tabel 2.5.1 bevat een overzicht van de wijzigingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering ten opzichte van de septembercirculaire 2019.

Tabel 2.5.1 Wijzigingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering Nummer Naam Aard van de maatregel 1 Maatstaf ozb Aanpassing rekentarieven in verband met marktontwikkeling WOZ-waarden

Ingangsjaar Jaarlijks

De toelichting volgt in de paragraaf 2.5.2.

2.5.2

Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven

De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf ozb is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb. De correctie is op nationaal niveau. Regionale en lokale marktontwikkelingen die afwijken van de landelijke ontwikkelingen werken wel door in de uitkomst van de maatstaf. De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb is afgestemd op de WOZtijdvakken. Op 1 januari 2021 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2020. Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de ozb-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB).

De marktontwikkeling tussen 1 januari 2019 en 1 januari 2020 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 7%. Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op 1%. De inflatie (pNB) in die periode bedraagt volgens de ramingen van het CPB 1,9%. Het rekentarief voor eigenaren woningen komt na aanpassing op 0,0894%, voor eigenaren niet-woningen op 0,1590% en voor gebruikers niet-woningen op 0,1281%. De aangepaste rekentarieven zijn ook opgenomen in bijlage 2.1.3.

Meicirculaire gemeentefonds 2020

17

2.6

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen. Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. De achterliggende berekening van de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen, de maatstaf re-integratie klassiek en de maatstaf medicijngebruik is niet te herleiden uit de maandelijkse betaalspecificaties gemeentefonds. Voor alle genoemde maatstaven geldt dat nog niet alle actuele gegevens voorhanden zijn. Actualisatie vindt daarom plaats bij de komende septembercirculaire, waarbij ook de achterliggende berekening zal worden gepubliceerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=4a4c4fa4-90b3-4b65-b9ec-f2054befd36d