CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021.pdf

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van de Jaarstukken van de gemeente Aalten 202143.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Partijen Naast Aalten zijn de gemeenten Berkelland, Doetinchem, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Montferland, Winterswijk en Bronckhorst lid. In 2018 konden ook lokale burgerinitiatieven toetreden als lid. Inmiddels telt Agem drieëntwintig leden. Financieel Vanaf 2017 is de Agem financieel zelfstandig en ontvangt geen jaarlijkse bijdrage van de gemeente. Wel staat de gemeente borg voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van een financieringsovereenkomst met de BNG. De maximale borgstelling bedraagt € 56.000 te vermeerderen met boeten, rente en kosten. ROVA, Zwolle (Programma 1) Doelstelling en ROVA is de afvaladvies-, regie- en verwijderingsorganisatie van 23 gemeenten. ROVA zet openbaar belang zich in voor een schonere en duurzame leefomgeving. Partijen ROVA werkt voor 23 aandeelhoudende gemeenten. Financieel Ontvangen dividend in 2021 is € 106.449. Dit was in 2020 € 121.714. Paragraaf Verbonden partijen

65

Leisurelands B.V. (Programma 1) Doelstelling en Bedrijfsmatig en duurzaam aanbieden van vrijetijdsbesteding voor een breed publiek. Dit openbaar belang doen door middel van grondgebonden recreatievoorzieningen met groen als decor. Daartoe voor zichzelf en anderen grondgebonden exploitaties doen. Daarmee direct en indirect een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en vrijetijdsbesteding in de regio waar zij actief is. Partijen Aandeelhouders waaronder Achterhoekse en Liemerse gemeenten als voormalige RAL gemeenten. Namens de aandeelhoudende voormalige Recreatieschap Achterhoek Liemers (RAL) gemeenten treedt de gemeente Doetinchem in de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Leisurelands op. Financieel Aalten ontvangt geen dividenduitkering. Een besluit over het al dan niet afstoten van aandelen is nog niet genomen. EUREGIO, Gronau (D) (Programma 2) Doelstelling en De EUREGIO is actief in de opbouw en versterking van de structuren en de grensoveropenbaar belang schrijdende samenwerking in het Nederlands-Duitse grensgebied. Partijen De EUREGIO telt 104 Duitse en 25 Nederlandse lidgemeenten, vijf Landkreisen en twee waterschappen. Financieel Per inwoner is in 2021, net als in 2020, € 0,29 bijgedragen (€ 7.865). Dit tarief wordt jaarlijks vastgesteld in de algemene ledenvergadering.

BNG Bank, Den Haag (Programma 3) Doelstelling en Deze bank is van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De openbaar belang BNG is een betrokken partner voor een duurzamer Nederland en stelt de publieke sector in staat maatschappelijke doelstellingen te bereiken. Partijen De Nederlandse Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. Financieel Vanwege door de ECB afgekondigde dividendrestricties heeft de BNG Bank een deel van het dividend 2019 en het gehele dividend 2020 later uitgekeerd. Eind juli 2021 heeft de ECB aangekondigd de dividendrestricties te laten vervallen vanaf 1 oktober 2021. BNG Bank heeft op 4 oktober 2021 het gereserveerde dividend over beide boekjaren ter grootte van EUR 148 miljoen uitgekeerd. Het ontvangen dividend in 2021 bedraagt € 34.942. In 2020 was het dividend € 24.517. NV Alliander, Arnhem (Programma 3) Doelstelling en Netwerkbedrijf Alliander is verantwoordelijk voor een groot deel van de energieleidingen in openbaar belang Nederland. Kernactiviteiten zijn het aansluiten van klanten op de energienetwerken en het distribueren van gas en elektriciteit. Deze taken zijn wettelijk bepaald gezien het belang van een betrouwbare aanvoer van energie.

Partijen Provincies Gelderland en Noord-Holland, BV houdstermaatschappij Falcon en de gemeente Amsterdam: zij hebben gezamenlijk driekwart van de aandelen in bezit. Het overige deel is in bezit van 55 andere gemeentelijke aandeelhouders. Financieel Begroot is een jaarlijkse dividendopbrengst van € 269.000. Werkelijk ontvangen in 2021 € 269.408 en in 2020 € 326.276. Over 2021 behaalde Alliander een positief resultaat van € 242 miljoen. Dit was in 2020 € 224 miljoen. Vanwege alle investeringen die Alliander op zich af ziet komen is er in 2021 door de aandeelhouders 600 miljoen euro bijeengebracht. De Aaltense bijdrage hierin is € 1.736.366 dat in de vorm van een aandeelhouderslening in 2021 is verstrekt. Vitens, Utrecht (Programma 3) Doelstelling en Vitens is het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland en levert drinkwater aan circa 5,7 openbaar belang miljoen klanten. De verantwoordelijkheid van Vitens is een gezonde en duurzame samenleving met zorg voor de bescherming van natuur en milieu. Partijen 111 aandeelhouders bestaande uit gemeenten en provincies. Financieel In 2021 keert Vitens, net als in 2020, geen dividend uit. In liquidatie Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Werk en Inkomen (ISWI) Tot 2016 was ISWI de gezamenlijke sociale dienst van Oude IJsselstreek en Aalten.

In de jaarrekening 2018 zijn de uitstaande vorderingen, schulden en de reserves tussen ISWI in liquidatie en de beide gemeenten onderling verrekend. Omdat er nog een claim is ingediend over een reeds afgewikkeld bedrijfsongeval bij een derde, was er een kleine reserve aangehouden voor nog resterende verplichtingen. Door ISWI is de aansprakelijkheid en bijdrageplichtigheid steeds ontkend. Inmiddels is tussen de direct betrokken partijen een schikking getroffen, waarna ook de vereffening begin 2022 definitief is afgerond. Paragraaf Verbonden partijen

66

Paragraaf Corona Inleiding COVID-19 is niet aan een programma of taakveld toe te rekenen. Het heeft betrekking op de gehele decentrale overheid en op veel programma’s en taakvelden. Om aan de gemeenteraad, provinciale staten, algemeen bestuur en burgers in één onderdeel overzichtelijk en integraal toe te lichten welke gevolgen COVID-19 op de decentrale overheid heeft (gehad) en welke maatregelen, activiteiten en werkzaamheden de decentrale overheid heeft genomen, is er een paragraaf COVID-19 opgenomen. In deze paragraaf wordt toegelicht wat de kosten, gemiste opbrengsten en risico’s van COVID-19 op de programma’s en taakvelden zijn (geweest) en wordt aandacht geschonken aan de verwachte maatschappelijke en financiële gevolgen van COVID-19 voor de langere termijn. Algemeen Sinds februari 2020 teistert het coronavirus ons land. De organisaties die belast zijn met crisisbeheersing en -bestrijding zijn sindsdien volop actief om de schade te beperken en de verspreiding van het virus te voorkomen. Ook al onze inwoners bemerken de gevolgen van het virus en van de maatregelen tegen verspreiding. In december 2020 was het langverwachte vaccin tegen besmetting beschikbaar en begin januari 2021 startte het grootschalig vaccineren van inwoners van 18 jaar en ouder (te beginnen met de oudste en meest kwetsbare mensen en de zorgverleners).

Gemeentelijke crisisorganisatie Binnen onze gemeente is een Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) samengesteld dat wekelijks de crisis bespreekt, waar nodig maatregelen treft en besluiten neemt. Voor vragen vanuit de verschillende beleidsterreinen zijn de portefeuillehouders ervoor verantwoordelijk dat relevante besluiten worden genomen. De raad wordt in ieder geval maandelijks middels raadsmededelingen vanuit het GBT geïnformeerd over de gang van zaken en bijzonderheden. Informatie Via landelijke dashboards en een eigen dashboard van de GGD blijven we dagelijks op de hoogte van aantallen besmettingen en COVID-19 gerelateerde ziekenhuisopnames en overlijdens in onze gemeente. En van het aantal mensen in onze gemeente dat deels/volledig is gevaccineerd. Communicatie Een belangrijk aandachtspunt voor het GBT maar ook het college is de communicatie naar de bewoners. Het college wil dichtbij de bewoners en ondernemers staan. Zowel met op bepaalde groepen gerichte berichten als ook via de algemene kanalen als onze website, waar een speciale ‘coronapagina’ is ingericht www.aalten.nl/corona, Aalten Actueel en sociale media proberen we zo veel als mogelijk de juiste informatie bij de juiste personen te krijgen. Informatiemateriaal wordt door de Rijksoverheid aangeboden via de veiligheidsregio’s. 2021 heeft ook qua communicatie in het teken gestaan van vaccineren.

Hiervoor is materiaal aangereikt door de GGD Noord- en Oost-Gelderland. Om specifieke groepen te informeren, ontwikkelen we eigen communicatiemateriaal, denk aan de nieuwsbrief sport en cultuur voor het verenigingsleven en sporten cultuuraanbieders. Daarnaast ontwikkelen we eigen campagnemateriaal om niet alleen te informeren, maar ook draagvlak en begrip te behouden. Ook proberen we op allerlei manieren mensen een hart onder de riem te steken. De burgemeester schrijft, vanuit zijn rol als ‘burgervader’, zeer regelmatig een ‘Bericht aan de inwoners’ voor de huis-aan-huisbladen. De wethouders onderhouden contacten met hun eigen netwerkpartners. Ook werden er digitaal – en in periodes van versoepeling fysiek in tweetallen - collegebezoeken gebracht aan door de maatregelen getroffen ondernemers en branches. Maatschappelijke impact De maatschappelijke impact van COVID-19 op onze inwoners en ons land als geheel is enorm. De GGD Noord- en Oost-Gelderland heeft met regelmatige onderzoeken het verloop van de crisis en de impact op onze (geestelijke) gezondheid in beeld gebracht. De coronacrisis heeft ook tegenstellingen in de samenleving verscherpt. Kwetsbare inwoners die erg voorzichtig zijn versus virusontkenners die weigeren zich aan maatregelen te houden en inwoners die met smart wachten op hun eerste vaccinatie versus de mensen die absoluut tegen vaccinatie zijn.

Wederzijds begrip is er, zeker online op sociale media, steeds minder. Noodverordeningen Op woensdag 11 maart 2020 is een GRIP 4 afgekondigd, maar alleen voor corona-gerelateerde zaken. GRIP 4 houdt op grond van artikel 4 van de Wet op de Veiligheidsregio’s in dat alle bevoegdheden van de burgemeester op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid automatisch overgaan op de Voorzitter van de Veiligheidsregio. Naar aanleiding van de Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid van 23 maart heeft de voorzitter van onze VNOG een noodverordening vastgesteld, die in de loop van 2020 en 2021 regelmatig is aangevuld en bijgesteld. Paragraaf Corona

67

In de noodverordening zijn vergaande beperkingen van onze vrijheden opgenomen, voorzien van strafbepalingen. De gemeenten is gevraagd hier strak op toe te zien. Vanuit de voorzitter van de VNOG is een handhavingsstrategie vastgesteld voor het niet naleven van de voorschriften, die we als gemeente volgen. Op 30 november is de GRIP 4 situatie beëindigd en is de verantwoording weer bij de burgemeester gelegd. Maatregelen ter verlichting Na de invoering in 2020, zijn de financiële landelijke steunmaatregelen in 2021 regelmatig verlengd en gewijzigd (vaak werden dan de voorwaarden aangescherpt). Een van de landelijk ingestelde steunmaatregelen is de Tozo, Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers. De uitvoering daarvan is bij de gemeente gelegd. Gemeente Aalten heeft dit bij Laborijn belegd. Tijdelijke beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders houdende regels ter incidentele financiële ondersteuning van sociaal-maatschappelijke activiteiten in coronatijd als specifieke aanvulling op de bestaande mogelijkheden van de projectsubsidieregeling en het Naoberfonds. Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 is een tijdelijke subsidieregeling ‘Incidentele financiële ondersteuning van sociaal-maatschappelijke activiteiten’ vastgesteld.

De regeling is een aanvulling op de bestaande mogelijkheden van de projectsubsidieregeling en het Naoberfonds en loopt nog tot 1 juli 2022. Gemeente Aalten trekt er maximaal € 100.000 voor uit. Organisatoren kunnen per activiteit of initiatief een subsidie aanvragen van maximaal € 3.000 voor: • bestaande activiteiten die vanwege de beperkende coronamaatregelen op een andere manier georganiseerd moeten worden. Of die door de recente versoepelingen weer gestart kunnen worden, maar waarvoor dan wel extra kosten gemaakt moeten worden; • nieuwe/vernieuwende activiteiten en/of initiatieven, die juist door de omstandigheden van de coronacrisis zijn geïnspireerd. Deze activiteiten zijn erop gericht om op een creatieve manier, binnen de geldende maatregelen, de negatieve gevolgen van de beperkingen voor het sociale leven te voorkomen of te verbeteren. De aanvragen lopen goed, we verwachten dat dit budget volledig besteed wordt. De bedragen zijn onder de betreffende taakvelden verantwoord. Eind 2021 is nog € 5.000 beschikbaar uit dit budget. Richting de zomer neemt, ook in 2021, opnieuw het aantal besmettingen fors af. De landelijke maatregelen ter voorkoming van verspreiding worden versoepeld. De horeca mag onder voorwaarden weer open.

Er wordt goed gebruik gemaakt van de extra terrasruimte op gemeentegrond, die opnieuw door de gemeente Aalten zonder extra kosten ter beschikking is gesteld. Ook voor de reguliere m2 terras is in 2021 geen rekening verzonden. In de vergadering van 22 september 2020 heeft de raad een motie aangenomen voor de permanente uitbreiding van terrassen. Aan het college is verzocht om in nauwe afstemming met de horeca en andere belanghebbenden zoals SAP binnen de ruimtelijke, juridische en financiële kaders te onderzoeken welke terrasuitbreidingen in aanmerking komen om structureel te maken. Uitwerking vindt plaats in 2022. Zorg Eind 2021 is een deel van een noodplan in werking gezet. Door de hoge aantallen besmettingen zijn zoveel mensen ziek, dat de zorgverlening in de knel dreigt te komen (zwart scenario). In voorbereiding daarop is een noodplan gemaakt, waar vrijwilligers worden ingezet om zorgverleners te vervangen bij de basale zorg aan inwoners. Uiteindelijk is het niet nodig gebleken vrijwilligers in te zetten. Naoberschap Het naoberschap, naar elkaar omzien, heeft ook in het tweede coronajaar zijn waarde meer dan bewezen. Mensen die zich (moesten) ontzien, worden niet vergeten en krijgen (nog altijd) hulp van mensen in de omgeving en vrijwilligers. Figulus Welzijn vervult hier een verbindende rol in en biedt/coördineert bovendien activiteiten die nog wél mogelijk zijn.

Interne organisatie Een van de maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen, is ‘werk thuis als dat kan’. Het overgrote deel van de medewerkers werkt ook in 2021 één of meerdere dagen vanuit huis. Inmiddels worden zeker voordelen gezien aan het thuis werken en op afstand vergaderen. Een werkgroep brengt de wensen en benodigdheden in beeld voor hybride werken na corona.

Paragraaf Corona

68

Totaal van de financiële effecten Hieronder vindt u een overzicht van de coronagelden. Het is een overzicht van de ontvangen en de bestede middelen met betrekking tot corona. In de jaarrekening 2021 is een overschot van € 498.000 op deze budgetten, deze komt door middel van de winstbestemming in 2022 weer beschikbaar voor corona gerelateerde lasten. Resumé Totale baten Totale lasten en gederfde baten Restant Corona 2021

1.988 1.490 498

Baten Financieel overzicht corona 2021: baten Programma 1 Ruimte SPUK IJZ (ijsbanen en zwembaden)

187

Programma 2 Sociaal domein Inkomensregelingen Ontvangen Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)

488

187

488

Programma 3. Bedrijfsvoering Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Totaal ontvangen 3e, 4e, 5e + 6e steunpakket

1.224

3e steunpakket (via decembercirculaire 2020) 3.1 Re-integratie bijstandgerechtigden, reguliere dienstverlening 3.2 Re-integratie bijstandgerechtigden, intensivering dienstverlening 3.3 Extra middelen ten behoeve van gemeentelijk schuldenbeleid 3.3 Extra middelen ten behoeve van bijzondere bijstand 3.4 Extra middelen cultuur 3.5 Aanvullende bijdrage Tweede Kamerverkiezingen

38 20 38 13 93 37

4e steunpakket (via maartbrief 2021) 4.1 Perspectief jeugd en jongeren 4.1 Perspectief jeugd en jongeren 4.2 Jongerenwerk 4.3 Mentale ondersteuning jeugd 4.4 Activiteiten en ontmoetingen jeugd 4.5 Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) 4.6 Afvalverwerking 4.7 Bestrijden eenzaamheid ouderen 4.8 Extra begeleiding kwetsbare groepen 4.9 Voorschoolse voorziening peuters, aanvullend budget

24 22 16 13 9 81 43 65 66 8

5e steunpakket (via mei- en septembercirculaire) 5.1 Heroriëntatie zelfstandigen 5.2 Jeugd aan Zet 5.3 Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) 5.4 Lokale culturele voorzieningen voor buurt- en dorpshuizen 5.5 Lokale culturele voorzieningen voor lokale cultuur

10 10 244 12 69

6e steunpakket (via decembercirculaire) 6.1 Continuïteit van zorg, meerkosten Jeugd 6.1 Continuïteit van zorg, meerkosten Wmo 6.2 Aanvullende middelen instandhouding lokale en regionale cultuur 6.3 Aanvullende compensatie inkomstenderving gemeente 6.4 Extra Rijksbijdrage WSW ten behoeve van exploitatietekorten SWbedrijven

239

347

345

293 38 37 58 2 158

Overige baten en lasten Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties

89

Totale baten

1.988

Paragraaf Corona

69

Programma 1 Ruimte Zwembad 't Walfort (Sport) en Blauwe Meer In verband met de sluiting van de zwembaden zijn er voor Optisport een tweetal aanvragen specifieke uitkering voor ijsbanen en zwembaden (SPUK IJZ) gedaan bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De totale subsidie van € 187.000 is één op één doorgesluisd naar Optisport. Programma 2 Sociaal domein De uitkering Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) is doorgesluisd naar Laborijn. Programma 3 Algemene uitkering Er zijn meerdere steunpakketten ontvangen voor een totaal van 1,2 miljoen. Deze pakketten compenseren de misgelopen inkomsten of extra uitgaven. De bedragen zijn in de betreffende budgetten verwerkt. Wellicht ten overvloede melden we nog dat alle middelen die via het gemeentefonds worden ontvangen als een algemeen dekkingsmiddel worden aangemerkt. Derde steunpakket, decembercirculaire 2020, ingezet in budgetten 2021 3.1 Re-integratie bijstandsgerechtigden, reguliere dienstverlening 3.2 Re-integratie bijstandsgerechtigden, intensivering dienstverlening Het kabinet stelt extra middelen beschikbaar voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden (€ 40 miljoen in 2020). Gemeenten ontvangen deze extra middelen zodat zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt.

Persoonlijk contact is belangrijk om hen vanuit een uitkeringssituatie naar werk te begeleiden. 3.3 Extra middelen ten behoeve van gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand Het kabinet stelt, gelet op de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek, extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 15 miljoen in 2020) en de bijzondere bijstand (€ 5 miljoen in 2020) beschikbaar. Deze extra middelen stellen de gemeente in staat om hun inwoners waar nodig van dichtbij te blijven ondersteunen. 3.4 Extra middelen cultuur Veel van de culturele instellingen die door gemeenten worden ondersteund, komen door de coronacrisis in de problemen omdat activiteiten niet kunnen doorgaan en eigen inkomsten dalen. Met deze extra middelen worden gemeenten in staat gesteld om deze belangrijke instellingen te ondersteunen en zo de lokale culturele infrastructuur in stand te houden. Daarmee is het bedrag dat gemeenten krijgen gerelateerd aan de aanwezige culturele infrastructuur die door gemeenten wordt ondersteund. Gemeenten weten zelf het beste welke (type) culturele instellingen of voorzieningen moeten worden ondersteund. Het is daarom aan de gemeenten zelf om de middelen daar in te zetten waar de culturele infrastructuur van hun gemeente de steun het hardst nodig heeft.

3.5 Aanvullende bijdrage Tweede Kamerverkiezingen Het kabinet stelt een aanvullende compensatie van € 26,9 miljoen ter beschikking aan gemeenten in verband met de maatregelen die vanwege COVID-19 aanvullend noodzakelijk zijn voor de Tweede Kamerverkiezing. Daarvan wordt € 22 miljoen uitgekeerd via het gemeentefonds. Deze compensatie van € 22 miljoen is bedoeld voor onder meer de extra organisatie, het inrichten van stemlokalen en instellen van stembureaus voor vervroegd stemmen, het drukken, opslaan en beveiligen van stembescheiden, de portokosten van briefstembescheiden, het instellen van afgiftepunten en van briefstembureaus. Dit bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering op basis van het aantal kiesgerechtigden per gemeente. Vierde steunpakket, maartbrief 2021 4.1 Perspectief jeugd en jongeren Voor jongeren is het essentieel om elkaar fysiek te kunnen ontmoeten. Met een Jeugdpakket van € 58,5 miljoen wil het kabinet een impuls aan gemeenten geven om samen met jongeren, lokale organisaties en evenementensector volledig coronaproof kleinschalige activiteiten te programmeren op het gebied van cultuur, sport en andere zinvolle vrijetijdsbesteding. Gemeenten ontvangen extra middelen ten behoeve van de inzet van jongerenwerkers in achterstandswijken.

4.2 Jongerenwerk Om jongeren uit bepaalde risicogroepen te benaderen en te bereiken wordt de huidige extra inzet van jongerenwerk uit het Jeugdpakket verlengd tot eind 2021. Het kinder- en jongerenwerk speelt ook een signalerende rol op het gebied van psychische problemen of huiselijk geweld.

Paragraaf Corona

70

4.3 Mentale ondersteuning jeugd Jongeren hebben behoefte aan laagdrempelige ondersteuning voor mentaal welzijn. Als onderdeel van het aanvullend steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl van 12 februari 2021 zet het kabinet daarom met gemeenten in op het organiseren van activiteiten om mentale weerbaarheid van jongeren te versterken. 4.4 Activiteiten en ontmoetingen jeugd Jongeren hebben behoefte aan laagdrempelige ondersteuning voor mentaal welzijn. Daarom wordt er samen met Figulus ingezet op het organiseren van activiteiten om mentale weerbaarheid van jongeren te versterken. 4.5 Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) De TONK is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. 4.6 Afvalverwerking Door de coronacrisis hebben gemeenten zowel extra kosten gemaakt als inkomsten gemist met betrekking tot afvalinzameling. Met name het restafval is, door onder andere het thuiswerken, in hoeveelheid gegroeid.

Veel gemeenten hebben contracten gesloten met een variabele prijs voor de verwerking hiervan. Deze prijs is door de brede toestroom gestegen. Tegelijkertijd ontvangen de gemeenten voor andere afvalstromen een vergoeding. 4.7 Bestrijden eenzaamheid ouderen Eenzaamheid is door corona toegenomen. Op lokaal niveau zetten gemeenten met lokale partners al in op het bestrijden van eenzaamheid. Maar nog niet iedereen wordt persoonlijk bereikt. 4.8 Extra begeleiding kwetsbare groepen De coronacrisis maakt dat de levens van iedereen met begeleiding er heel anders uitziet: dagbesteding gaat soms niet door (horeca is bijvoorbeeld gesloten), niet iedereen begrijpt de maatregelen even goed of er komen minder mensen langs. Ook is er meer begeleiding en ondersteuning nodig voor mensen met andere beperkingen. Bijvoorbeeld kwetsbare mensen met een medische aandoening die zeer bang zijn besmet te raken gezien de risico’s dat deze besmetting fataal kan zijn of zeer ernstige consequenties kan hebben. 4.9 Voorschoolse voorziening peuters, aanvullend budget Vijfde steunpakket, mei- en septembercirculaire 2021 5.1 Heroriëntatie zelfstandigen Bij de aankondiging van het tweede steun- en herstelpakket is aangegeven dat gemeenten vanaf 1 januari 2021 ondersteuning bieden aan zelfstandig ondernemers die zich willen heroriënteren.

Dit kan grotendeels vanuit de extra impulsen en extra budgetten voor crisisdienstverlening worden betaald. Voor aanvullend maatwerk voor zelfstandig ondernemers is in 2021 incidenteel een bedrag van € 6,39 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Het bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld. De verdeelsleutel is identiek aan die wordt gebruikt voor de Tozo-voorschotten, namelijk naar rato van het aantal zelfstandig ondernemers in de gemeente. 5.2 Jeugd aan Zet Op verzoek van het Veiligheidsberaad (werkgroep jongeren) is het gemeentelijk programma Jeugd aan Zet in Crisistijd, na de zomereditie, verlengd met een wintereditie. Het programma beoogt jongeren te ondersteunen die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis. Doordat de dagelijkse activiteiten voor veel jongeren door de coronacrisis niet of niet goed mogelijk zijn (zoals onderwijs, sport, sociale ontmoetingen en de mogelijkheid om te werken) is er een toenemende overlast van jongeren in de openbare ruimte. Ook is er vanwege de steeds verdergaande en langdurig beperkende maatregelen grote zorg over het effect van de coronamaatregelen op de fysieke en psychische gezondheid van jongeren. Het programma maatschappelijke diensttijd (MDT) (uitgevoerd door de ministeries van VWS, SZW en OCW) is van harte bereid om de jongeren in deze crisistijd te ondersteunen.

Via dit programma wordt al een grote groep jongeren bereikt en tijdens de coronacrisis extra ondersteund. Het programma MDT zit nog in de groeifase en zoekt meer verbinding met gemeenten, zodat het programma MDT kan doorgroeien naar een landelijk dekkend netwerk. Om deze win-winsituatie te versterken wordt ook ten behoeve van de winter-editie van Jeugd aan Zet een financiële bijdrage verstrekt van € 3,1 miljoen aan gemeenten in Nederland. Er nemen 307 gemeenten deel en per gemeente is een bedrag van € 10.000 beschikbaar gesteld. Hiermee kunnen gemeenten in deze coronatijd jongeren ondersteunen en tegelijkertijd kunnen jongeren een maatschappelijke bijdrage leveren waar deze nu nodig is. Paragraaf Corona

71

5.3 Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) Naast de onder 4.5 genoemde huishoudens komen ook burgers die vanwege de coronacrisis in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo), maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten. Voor deze tijdelijke ondersteuning wordt het bestaande instrument van de bijzondere bijstand gebruikt. Voor de eerste drie kwartalen van 2021 is een bedrag van € 260 miljoen beschikbaar gesteld voor de TONK. De eerste tranche van WW € 65 miljoen is reeds toegevoegd aan de algemene uitkering. Deze tweede en laatste tranche voor de periode tot en met 30 september bedraagt € 195 miljoen en wordt eveneens beschikbaar gesteld via de algemene uitkering. Voor de verdeling over de gemeenten wordt net als in de aanvullend brief maart 2021 de eerder afgesproken verdeelsleutel gehanteerd. 5.4 Lokale culturele voorzieningen voor buurt- en dorpshuizen 5.5 Lokale culturele voorzieningen voor lokale cultuur In het steun- en herstelpakket voor het derde kwartaal van 2021 is bekendgemaakt dat het kabinet de voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen gereserveerde € 60 miljoen overhevelt naar het gemeentefonds ter compensatie van de extra uitgaven.

De voorlopige verdeling was al als bijlage bij de meicirculaire 2021 gedeeld. De septembercirculaire bevat de definitieve verdeling. Zesde steunpakket, decembercirculaire 2021 6.1 Continuïteit van zorg, meerkosten Jeugd en Wmo Omwille van de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens de coronamaatregelen én voor continuïteit van het stelsel nadien, zijn maatregelen genomen teneinde cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Voor 2021 wordt aanvullend een bedrag van € 136,1 miljoen beschikbaar gesteld voor de meerkosten en inhaalzorg. Dit wordt uitgekeerd via de algemene uitkering (€ 47 miljoen), de integratie-uitkering Beschermd wonen (€ 8 miljoen) en de decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke opvang (€ 80,8 miljoen) en Vrouwenopvang (€ 0,3 miljoen). Ook komt er een regeling voor de meerkosten in de Jeugdwet en Wmo 2015 in 2022. Op het moment van de vaststelling van de compensatie voor 2021 was echter niet voorzien in nieuwe beperkende maatregelen, welke 12 november 2021 zijn aangekondigd. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken de eventuele extra meerkosten die hier uit voortvloeien te betrekken bij de compensatie 2022. 6.2.

Aanvullende middelen instandhouding lokale en regionale cultuur Het kabinet heeft bekend gemaakt dat van de voor de lokale en regionale cultuur gereserveerde middelen ad € 51,5 miljoen er € 41,6 miljoen beschikbaar wordt gesteld aan gemeenten voor het in stand houden van de lokale en regionale cultuursector in 2021. Dit bedrag is toegevoegd aan de algemene uitkering en in deze circulaire verdeeld. Dit komt bovenop de aan de gemeenten voor de eerste helft van 2021 verstrekte gelden. 6.3 Aanvullende compensatie inkomstenderving gemeente In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 7 april 2021 is afgesproken dat gemeenten reële compensatie ontvangen voor de derving van inkomsten door COVID-19 in 2020. Gemeenten hebben in 2020 een voorschot ontvangen ter compensatie van inkomstenderving als gevolg van corona. Daarbij is afgesproken dat gemeenten op een later moment reële compensatie zullen ontvangen voor de gederfde inkomsten over 2020. Voor 282 gemeenten wordt de compensatie over 2020 nu volledig afgerond. Voor 48 gemeenten is op dit moment sprake van gedeeltelijke compensatie. Voor 25 gemeenten kan de reële compensatie op dit moment nog niet worden bepaald. De compensatie van deze gemeenten vindt op een later moment plaats.

De compensatie van de inkomstenderving ad € 84,381 miljoen is in deze circulaire verwerkt en wordt beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering. Deze compensatie ontvangen gemeenten bovenop het eerder verstrekte voorschot van € 245 miljoen. Gemeenten zullen ook over 2021 compensatie van de inkomstenderving ontvangen. 6.4 Extra Rijksbijdrage WSW ten behoeve van exploitatietekorten SW-bedrijven Eerder is het kabinet de gemeenten tegemoetgekomen voor het opvangen van de exploitatiekosten van de Sociale Werkbedrijven in het jaar 2020. Het kabinet stelt ook voor de periode 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021 € 45 miljoen beschikbaar voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven. Dit bedrag is toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie via een verhoging van de Rijksbijdrage WSW. Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties Vanwege de coronamaatregelen van de Rijksoverheid zijn de binnensportaccommodaties verplicht dicht geweest. Ter compensatie van de gederfde huurinkomsten is een subsidie ontvangen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De ontvangen middelen zijn ingezet ten gunste van het coronabudget.

Paragraaf Corona

72

Lasten Financieel overzicht corona 2021: lasten Programma 1 Ruimte Economische promotie Gederfde inkomsten terrasvergunningen en standplaatsvergoeding kermis Bijdrage banenmarkt horeca Tijdelijke Subsidieregeling Stimulering Sociaal Maatschappelijke Activiteiten* Sportaccommodaties Gederfde huurinkomsten sportaccommodaties SPUK IJZ (ijsbanen en zwembaden) Openbaar groen en (openlucht) recreatie Tijdelijke Subsidieregeling Stimulering Sociaal Maatschappelijke Activiteiten* Afval Toevoeging voorziening afval Wonen en bouwen Woonbeleid Programma 2 Sociaal domein Openbare orde en veiligheid Gederfde inkomsten APV Onderwijsbeleid en leerlingzaken ZOOV Reguliere peuteropvang Sportbeleid en activering Tijdelijke Subsidieregeling Stimulering Sociaal Maatschappelijke Activiteiten* Cultuurpresentatie, -productie, -participatie Podiumkunsten en cultuuruitingen Tijdelijke Subsidieregeling Stimulering Sociaal Maatschappelijke Activiteiten* Musea Tijdelijke Subsidieregeling Stimulering Sociaal Maatschappelijke Activiteiten* Media Bibliotheek Samenkracht en burgerparticipatie Vervoersvoorzieningen, ZOOV op maat Jeugd aan Zet, Figulus Preventie platform jeugd en kinderopvang Figulus Tijdelijke Subsidieregeling Stimulering Sociaal Maatschappelijke Activiteiten* De Graafschap Verbindt Open Up Show Inkomensregelingen Bijzondere bijstand TONK Betaalde Tozo uitkeringen Extra middelen ten behoeve

van bijzondere bijstand Begeleide participatie Doorbetaalde rijksbijdrage WSW ten behoeve van exploitatietekorten SWbedrijven Wmo begeleiding, meerkosten Maatwerkdienstverlening 18+ Wmo huishoudelijk hulp, meerkosten Tijdelijke Subsidieregeling Stimulering Sociaal Maatschappelijke Activiteiten* Gemeentelijk schuldenbeleid Maatwerkdienstverlening 18Jeugdzorg, meerkosten Programma 3 Bedrijfsvoering Burgerzaken Verbetering E-toegang burgerzaken Tweede Kamerverkiezingen Beheer overige gebouwen en gronden Gederfde huurinkomsten Overhead Inzet ambtelijke uren Huisvesting en facilitaire kosten Totale lasten en gederfde baten

Paragraaf Corona

31 23 2 6 250 63 187 1 1 43 43 3 3

6 6 33 30 3 18 18 57 12 45 1 1 12 12 74 9 10 1 20 16 10 8 560 59 488 13 171 158 13 48 2 8 38 27 27

64 22 42 2 2 89 75 14 1.490

73

Programma 1 Ruimte Gederfde huurinkomsten binnensportaccommodaties € 63.000 Onze binnensportaccommodaties zijn door de coronamaatregelen maanden gesloten geweest en daardoor is in 2021 een essentieel deel van hun huurinkomsten weggevallen. Er is bij de rijksoverheid een tegemoetkoming aangevraagd via de Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties COVID-19 die voor compensatie kan zorgen. Programma 2 Sociaal domein ZOOV In februari 2021 is gestart met het vaccineren van thuiswonende 60+ers tegen COVID-19. 60+ers die niet mobiel zijn, moesten hiervoor naar een centrale vaccinatiepost. In de Achterhoek waren deze posten eerst te vinden in Apeldoorn en Doetinchem, later ook in Lichtenvoorde en Borculo. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor dit vervoer en kunnen voor dit vervoer geen eigen bijdrage vragen. Dit vervoer is voor onze gemeente verzorgd door ZOOV. Meerkosten zorg De zorgorganisaties die in het kader van Wmo of Jeugdwet hulp-op-maat verlenen kunnen een beroep doen op de landelijke Regeling meerkosten Jeugdwet en Wmo (afspraken tussen VNG en Rijk). Diverse zorginstanties hebben extra kosten gemaakt, verdeeld in de categorieën: Beschermingsmiddelen, arbokosten, huur locaties, personele kosten, extra inzet eigen personeel, quarantaineopvang, alternatieve zorgverlening, extra vervoerskosten en overige meerkosten (mits deze voldoen aan alle criteria van de regeling).

Programma 3 Bedrijfsvoering Verbetering e-toegang burgerzaken € 22.000 Binnen de organisatie wordt op alle fronten volop gewerkt aan de verdere digitalisering van de dienstverlening, ook bij burgerzaken. Vanuit het dienstverleningsconcept wordt volop ingezet op het zoveel mogelijk digitaal aanbieden van gemeentelijke diensten. De leverancier van de applicatie Key2Burgerzaken, Centric, heeft een offerte uitgebracht voor 15 e-diensten/webformulieren. Uitbreiding van onze digitale dienstverlening is, los gezien van alle voordelen met betrekking tot verbeterde dienstverlening en kwaliteit van de informatie, tevens een pré in het huidige corona-tijdperk. Burgers hoeven niet of minder vaak voor diensten naar het gemeentekantoor te komen en de organisatie kan de werkzaamheden, mede in het kader van de uitgangspunten met betrekking tot thuiswerken, beter afstemmen. Tijdelijke Subsidieregeling Stimulering Sociaal Maatschappelijke Activiteiten* In de gemeente Aalten is een tijdelijke subsidieregeling vastgesteld die vooralsnog loopt tot 1 juli 2022. Onze gemeente trekt er maximaal € 100.000 voor uit. Organisatoren kunnen per activiteit of initiatief een subsidie aanvragen van maximaal € 3.000 voor: -bestaande activiteiten die vanwege de beperkende coronamaatregelen op een andere manier georganiseerd moeten worden.

Of die door versoepelingen weer herstart kunnen worden, maar waarvoor dan wel extra kosten gemaakt moeten worden; -nieuwe/vernieuwende activiteiten en/of initiatieven, die juist door de omstandigheden van de coronacrisis zijn geïnspireerd. Deze activiteiten zijn erop gericht om op een creatieve manier, binnen de geldende maatregelen, de negatieve gevolgen van de beperkingen voor het sociale leven te voorkomen of te verbeteren. De aanvragen lopen goed, we verwachten dat dit budget volledig besteed wordt. De bedragen zijn onder de betreffende taakvelden verantwoord. Eind 2021 is er nog € 5.000 beschikbaar uit dit budget.

Paragraaf Corona

74

Paragraaf Demografische Ontwikkeling 1. Bevolkingsontwikkeling Voor de demografische ontwikkelingen maken we gebruik van de woon- en vastgoedmonitor die we op de schaal van de Achterhoek opstellen. Voor de jaarrekening 2021 ziet u hier een compact overzicht van de actuele cijfers en trends. Voor de bevolkingsontwikkeling vergelijken we de gehele Achterhoek met de cijfers voor onze gemeente Aalten. Voor een uitgebreide toelichting en de meest actuele informatie over de demografische ontwikkelingen in de gemeente Aalten wordt verwezen naar de woon- en vastgoedmonitor via www.awlo.nl. Grafiek 1 De Achterhoek

Grafiek 2 De gemeente Aalten

Woon- en vastgoedmonitor Achterhoek

Opvallend is dat de trend van de bevolkingstoename voor de Achterhoek doorzet. Voor alle gemeenten geldt dat het geboortesaldo negatief blijft door minder kinderen en een bevolking die ouder wordt. Daar staat een vestiging vanuit andere delen van Nederland en vanuit het buitenland tegenover. Aalten blijft hierin tot nu toe nog achter ten opzichte van de regio. De 1e toename van deze migratie is sterk merkbaar in de gemeentes die vanuit “het zuid-westen” het best bereikbaar zijn zoals Oude-IJsselstreek en Bronckhorst. Het aantal inwoners van Aalten is op 31 december 2021 27.099. 2. Demografische ontwikkeling in de bevolking De duidelijke verschuiving in de bevolking is begonnen. Het aantal jongeren neemt af, maar stabiliseert daarna. Het aantal inwoners tussen 50 en 75 schuift in de komende 20 jaar door naar de categorie ouderen en het aantal oudere ouderen verdubbelt. De woonbehoefte wijzigt door deze ontwikkelingen. Grafiek 3 Bevolkingsontwikkeling provincie Gelderland 2018-2040

Paragraaf Demografische Ontwikkeling

75

3. De ontwikkeling van de huishoudens en de gevolgen voor de woonopgave De groei van het aantal huishoudens is een belangrijke indicator voor de kwantitatieve woningbehoefte. De ontwikkeling van het aantal huishoudens is de komende jaren onzeker. In de woningbouwstrategie van 30 november 2021 hebben we daarom afgesproken dat het woningbeleid van de gemeente Aalten de komende jaren flexibel wordt ingestoken. De komende jaren wordt in de gemeente Aalten rekening gehouden met een bandbreedte van 500 tot 820 extra huishoudens. De gemeenteraad heeft op basis van deze inschatting een woningbouwopgave van 1050 woningen vastgesteld (rekening houdend met planuitval van 30%). Grafiek 4 Scenario's huishoudensontwikkeling gemeente Aalten (woningbouwstrategie 30 november 2021) aantal huishoudens

13500

12500

11500 2021 2022 2023 2024 2025 primos 2019 Gelderse variant hh groei Doorzetting gemiddelde bouwproductie op basis van evenredige bijdrage Gelders woningtekort

2026

2027 2028 2029 2030 2031 CBS prognose 2019 hh groei CBS prognose 2019 hh groei migratiesaldo nul

Naast de kwanitatieve toename in het aantal huishoudens is met name de verschuiving in leeftijdsopbouw en daar mee een andere woningvoorraad van groot belang. De toename van het aantal huishoudens zit voor een groot deel bij de inwoners van 75 jaar en ouder. We hebben hiervoor de cijfers van de woon- en vastgoedmonitor geplaatst in de onderstaand figuur. Grafiek 5 Ontwikkeling huishoudens ouderen gemeente Aalten 2025-2035 300 200 100 0 Alleenstaande 60-75 Alleenstaande 75+

Paren 60-75

Paren 75+

-100 Toename huishoudens tot 2025 Toename huishoudens tot 2035

Toename huishoudens tot 2030

Bewerking cijfers woon- en vastgoedmonitor 11-2021

De meeste ouderen blijven in de huidige woning wonen, ook als deze niet geheel geschikt is of als er mobiliteitsbeperkingen om de hoek komen kijken. Voor de woonopgave kunnen we uitgaan van ongeveer 25% van de ouderen die naar een andere en meer geschikte woning wil verhuizen. Dit leidt tot een bandbreedte van 250 tot 290 benodigde woningen voor oudere huishoudens. Dit als onderdeel van de totale woonbehoefte. 4. Stand van de woningvoorraad per 31 december 2021 Aantal woningen op 01-01-2021 12.027 Toevoeging Nieuwbouw 51 Toevoeging Transformatie 19 Onttrekking sloop/samenvoeging -5 Aantal woningen op 01-01-2022* 12.092 *Het totaal aantal woningen voor het CBS is 12.095, dat is inclusief drie transformaties die nog niet gereed zijn.

In 2020 is de woningvoorraad met 65 woningen gegroeid. In totaal zijn er 70 woningen gebouwd en vijf woningen onttrokken. De meeste woningen zijn gebouwd in Dinxperlo (25). Een groot deel hiervan betreft de sociale huurwoningen aan de Nieuwstraat. Ook in de kleine kernen en het buitengebied zijn relatief veel woningen gerealiseerd (24). Daar hebben de Uuthuuskes en de nieuwbouw in De Heurne een belangrijk aandeel in. In de kern Aalten zijn grotendeels (12 van de in totaal 14) woningen in het koopsegment toegevoegd. Paragraaf Demografische Ontwikkeling

76

Jaarrekening

De balans per 31 december (bedragen x € 1.000) ACTIVA VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa * Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio * Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief * Bijdragen aan activa in eigendom van derden Materiële vaste activa * Investeringen met een economisch nut * gronden uitgegeven in erfpacht * woonruimten uitgegeven in erfpacht * gebouwen uitgegeven in erfpacht * overige investeringen met een economisch nut * warme gronden woningbouw * Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven * Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut Financiële vaste activa * Kapitaalverstrekkingen aan: * deelnemingen * gemeenschappelijke regelingen * overige verbonden partijen * Leningen aan: * openbare lichamen * woningbouwcorporaties * deelnemingen * overige verbonden partijen * Overige langlopende leningen * Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer * Uitzettingen in de vorm van Nederlandse schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer * Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

31-12-2021

31-12-2020

-

-

46.169

43.627

2.405 1.225 1 28.420 36

249 1 32.223 -

9.019 5.063

7.719 3.435 11.528

11.191

1.546 -

1.178 -

9.776 -

9.807 -

206

206

Totaal vaste activa

57.697

54.818

VLOTTENDE ACTIVA Voorraden * Overige grond- en hulpstoffen * Onderhanden werk waaronder bouwgronden in exploitatie (BIE) * Gereed product en handelsgoederen * Vooruitbetalingen Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Vorderingen op openbare lichamen * Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen * Overige verstrekte kasgeldleningen * Uitzettingen in de schatkist van het Rijk met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Rekening-courantverhouding met het Rijk * Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen * Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Overige vorderingen * Overige uitzettingen Liquide middelen * Kassaldi * Banksaldi Overlopende activa * De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen * Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

315 217 98 -

1.377 585 792 -

2.358

2.475

842 -

476 -

1.516 -

1.999 22

1 21

40 1 39

6.079

9 172 5.898

8.184

6 63 8.115

Totaal vlottende activa

8.774

12.076

Totaal-generaal

66.471

66.894

Verrekenbare verliezen

De balans per 31 december

415

79

(bedragen x € 1.000) PASSIVA VASTE PASSIVA

31-12-2021

31-12-2020

Eigen vermogen * Algemene Reserve * Bestemmingsreserves * Gerealiseerd resultaat

12.348 7.036 2.753

Voorzieningen * Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's * Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is

4.887 1.545

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer * Obligatieleningen * Onderhandse leningen van: - binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen - binnenlandse banken en overige financiële instellingen - binnenlandse bedrijven - openbare lichamen - overige binnenlandse sectoren - buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren * Door derden belegde gelden * Waarborgsommen * Overige leningen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

22.137

20.780 12.833 7.526 421

6.432

6.498 5.236 1.262

28.858

26.246

-

-

28.856 2 -

26.244 2 -

Totaal vaste passiva

57.427

53.524

VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen * Overige kasgeldleningen * Banksaldi * Overige schulden Overlopende passiva * Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume * Ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen * Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

3.115 695 2.420

6.323 3.000 287 3.036

5.929

7.047

4.992

5.756

373 358 206

587 428 276

Totaal vlottende passiva

9.044

13.370

Totaal-generaal

66.471

66.894

Gewaarborgde geldleningen Garantstellingen

121.548 60.955

110.192 55.314

De balans per 31 december

80

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bedragen x € 1.000 Raming begrotingsjaar 2021 vóór wijziging

Raming begrotingsjaar 2021 na wijziging

Realisatie begrotingsjaar 2021

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

-6.346 -5.501 -353 -12.200

13.340 40.235 1.793 55.368

6.994 34.734 1.440 43.168

-8.983 -6.790 -671 -16.444

17.213 42.113 1.813 61.139

8.230 35.323 1.142 44.695

-9.273 -6.764 -814 -16.851

17.375 42.460 1.113 60.948

8.102 35.696 299 44.097

-7.958 -7.879 -725 -16.562

14.506 43.846 1.383 59.735

6.548 35.967 658 43.173

-5.513 -45.150 -525 -168

418 0 0 244

-5.095 -45.150 -525 76

-5.560 -48.468 -411 -158

462 0 0 192

-5.098 -48.468 -411 34

-5.571 -49.087 -411 -162

461 0 0 187

-5.110 -49.087 -411 25

-5.177 -46.143 -473 -200

470 0 0 254

-4.707 -46.143 -473 54

0 -51.356

0 662

0 -50.694

0 -54.597

0 654

0 -53.943

0 -55.231

0 648

0 -54.583

0 -51.993

0 724

0 -51.269

-94 0 0 -63.650

7.891 200 10 64.131

7.797 200 10 481

-282 0 0 -71.323

9.547 0 0 71.340

9.265 0 0 17

-366 0 0 -72.448

9.495 0 0 71.091

9.129 0 0 -1.357

-367 0 0 -68.922

8.374 0 0 68.833

8.007 0 0 -89

Reserves Programma 1 Ruimte Programma 2 Sociaal Domein Programma 3 Bedrijfsvoering

-320 -354 -375

290 90 180

-30 -264 -195

-1.420 -455 -542

380 90 180

-1.040 -365 -362

-1.386 -308 -534

380 272 180

-1.006 -36 -354

-944 -212 -421

853 212 180

-91 0 -241

Sub-totaal mutaties reserves

-1.049

560

-489

-2.417

650

-1.767

-2.228

832

-1.396

-1.577

1.245

-332

Resultaat

-64.699

64.691

-8

-73.740

71.990

-1.750

-74.676

71.923

-2.753

-70.499

70.078

-421

Programma's: Programma 1 Ruimte Programma 2 Sociaal Domein Programma 3 Bedrijfsvoering Sub-totaal programma’s

Algemene dekkingsmiddelen (P3): Lokale heffingen Algemene uitkeringen Dividend Saldo financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal algemene dekkingsmiddelen

Overhead (P3) Onvoorzien (P3) Vennootschapsbelasting (P3) Totaal saldo van baten en lasten

Realisatie vorig begrotingsjaar 2020

Een positief resultaat wordt als een negatief getal gepresenteerd, een negatief resultaat als een positief getal.

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

81

De toelichtingen Grondslagen voor waardering en resultaat bepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Conform het BBV vindt de verantwoording plaats in de jaarstukken die ten minste bestaat uit het jaarverslag en de jaarrekening. Het jaarverslag bestaat ten minste uit de programmaverantwoording en paragrafen. De jaarrekening bestaat uit de balans en de toelichting, het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting, de bijlage met de verantwoording over de specifieke uitkeringen en een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. Het jaarverslag gaat over ‘wat zouden we doen, wat hebben we gedaan en bereikt en wat heeft het gekost’. De jaarrekening betreft de cijfers met de analyse en toelichting. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening • Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs en de passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. • De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.

Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, zijn in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. • Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate verantwoord in het jaar waarin het besluit tot toekenning van dividend is genomen. • Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en/of schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan onder meer verlofaanspraken. • Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) moet wel een verplichting worden gevormd. BALANS VASTE ACTIVA Vaste activa zijn onderverdeeld in: • materiële vaste activa; • financiële vaste activa.

Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn uitgesplitst in: • investeringen met een economisch nut waaronder: - gronden uitgegeven in erfpacht; - woonruimten uitgegeven in erfpacht; - gebouwen uitgegeven in erfpacht; - overige investeringen met een economisch nut; - warme gronden woningbouw; • investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; • investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut. Materiële vaste activa met een economisch nut Van de in erfpacht uitgegeven gronden en gebouwen ligt het economische eigendom niet meer bij de gemeente. Hierbij past een afwaardering van deze gronden tot een geringe registratiewaarde. Op deze manier blijven de gronden wel bij de gemeente geregistreerd. Materiële vaste activa met een economisch nut betreffen investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te genereren en/of die verhandelbaar zijn. De vraag of de investering geheel kan worden terugverdiend is niet relevant voor de classificatie. Onder warme gronden worden gronden verstaan waarvan op voorhand vaststaat dat deze als bouwgrond zullen fungeren, maar waarvoor geen operationele grondexploitatie is opgesteld.

Grondslagen voor waardering en resultaat bepaling

82

Alle geactiveerde investeringen met betrekking tot de riolering komen apart op de balans tot uitdrukking. Dit zijn investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Dit geldt ook voor de investeringen op de gemeentelijke begraafplaatsen waarvoor begraafrechten worden geheven. De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Op de waarde van activa met economisch nut mogen reserves niet in mindering worden gebracht. Investeringssubsidies en andere bijdragen van derden mogen wel in mindering worden gebracht. Compensabele btw wordt niet geactiveerd. Op activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks (vanaf 1 januari van het boekjaar) op lineaire basis afgeschreven op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. In verband met de wijzigingen in het BBV (notitie Rente 2017) zijn vanaf 2017 alle annuïtaire afschrijvingen omgezet in afschrijvingen op lineaire basis. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de nota verkrijging/vervaardiging en onderhoud van kapitaalgoederen.

Onderstaand een beknopte versie van de afschrijvingstabel zoals vastgelegd in de nota verkrijging/ vervaardiging en onderhoud van kapitaalgoederen: Omschrijving Afschrijvingstermijn Immateriële activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling Max. 5 jaar Materiële activa Gronden en terreinen Woonruimten en bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Financiële vaste activa

0 – 25 jaar 10 – 40 jaar 20 – 40 jaar 7 – 15 jaar 10 – 25 jaar 4 – 25 jaar Niet van toepassing

Op grond van artikel 65 van het BBV wordt bij de waardering van de vaste activa rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, indien deze vermindering naar verwachting duurzaam is. Materiële vaste activa met maatschappelijk nut Activa met een maatschappelijk nut betreffen investeringen in de openbare ruimte. Zij dienen een maatschappelijk nut en genereren geen middelen en er is geen markt voor. Op deze investeringen werd tot en met 2016 versneld afgeschreven om een toekomstige lastenverlichting te bewerkstelligen. Met ingang van 2017 staat de BBV dit niet meer toe en wordt op deze activa ook lineair afgeschreven. Waardering vindt plaats op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke bijdragen van derden worden in mindering gebracht op de investering. Financiële vaste activa Onder de financiële vaste activa worden opgenomen: - kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen; - leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen; - overige langlopende leningen; - uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; - uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; - overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen, uitgeleende gelden en overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer zijn opgenomen tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (‘kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen’ in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs vindt afwaardering plaats. Bij overliquiditeit kunnen gelden via deposito’s met een looptijd langer dan één jaar gestald worden in de schatkist van het Rijk.

Grondslagen voor waardering en resultaat bepaling

83

Het begrip rentetypische looptijd verdient een toelichting. Het gaat bij dit begrip om de definitie vanuit de Wet Fido en is ingegeven door beheersing van renterisico’s. De definitie luidt: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding. Voor een uitzetting die een looptijd kent van tien jaar met een vaste rente, geldt dat deze altijd als vast activum dient te worden opgenomen ook al resteert er minder dan één jaar van de oorspronkelijke looptijd. VLOTTENDE ACTIVA Vlottende activa zijn onderverdeeld in: • voorraden; • uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; • liquide middelen; • overlopende activa. Voorraden Onder voorraden vallen de volgende onderdelen: - overige grond- en hulpstoffen; - onderhanden werk waaronder bouwgronden in exploitatie; - gereed product en handelsgoederen; - vooruitbetalingen. De als “onderhanden werk” opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsof vervaardigingsprijs, dan wel de duurzaam lagere marktwaarde.

De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), evenals een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Volgens het realisatiebeginsel dient in de situatie dat voldoende zekerheid is over de winst, de winst te worden genomen. Daarbij moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht. Voor deze tussentijdse winstneming wordt de Percentage of completion (POC) methode gevolgd. Door veranderende omstandigheden kan het zijn dat in eerdere jaren teveel winst is genomen. Deze winst moet in het huidige jaar worden verrekend door middel van een afboeking of het treffen van een voorziening. Voor berekende verliezen wordt een voorziening getroffen die van de waarde van het actief wordt afgetrokken. Voorraad gereed product wordt gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of tegen de duurzaam lagere marktwaarde. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De voorgeschreven indeling voor wat betreft vorderingen is: - vorderingen op openbare lichamen (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, Rijk); - verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen; - overige verstrekte kasgeldleningen; - uitzettingen in de schatkist van het Rijk met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; - rekening-courantverhouding met het Rijk; - rekening courantverhoudingen met niet-financiële instellingen; - uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; - overige vorderingen; - overige uitzettingen. De vorderingen worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De vorderingen worden regelmatig beoordeeld. Daarbij wordt een reële inschatting gemaakt of de vordering wordt ontvangen. Op basis hiervan wordt mogelijk een voorziening voor verwachte oninbaarheid getroffen. De voorziening wordt in de balans op de waarde van de vorderingen in mindering gebracht. Op het punt van uitzettingen is gekozen om de terminologie van de Wet Fido te volgen. Het begrip uitzettingen heeft zowel betrekking op vorderingen als op effecten.

Grondslagen voor waardering en resultaat bepaling

84

Liquide middelen en overlopende activa Liquide middelen en overlopende activa worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs opgenomen. De voorgeschreven indeling voor overlopende activa is: de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: - Europese overheidslichamen; - het Rijk; - overige Nederlandse overheidslichamen; - overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.

VASTE PASSIVA Vaste passiva zijn onderverdeeld in: • eigen vermogen (reserves); • voorzieningen (vreemd vermogen); • vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betreffende verplichting of het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter op de contante waarde van de (al opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. De voorziening riolering en afval zijn verwerkt op basis van de nominale waarde en met inachtneming van artikel 44, lid 2 BBV. De meest actuele nota reserves en voorzieningen is door de raad vastgesteld in december 2018. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. VLOTTENDE PASSIVA Vlottende passiva zijn onderverdeeld in: • netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; • overlopende passiva. De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=fccc17f4-b5d3-4b40-aa18-82a053a11683