Jaarstukken 2020 vastgesteld college 18 mei 2021.pdf
Tekst van het document
2.131 1.892 239
Programma 3. Bedrijfsvoering Algemene uitkering en overige uitkering Gemeente Fonds Totaal ontvangen 1e, 2e + 3e steunpakket 1e steunpakket (via juni brief 2020) 1.1 Borging van lokale en regionale culturele infrastructuur 1.2 Continuïteit van zorg voor cliënten op grond van de Jeugdwet 1.2 Continuïteit van zorg voor cliënten op grond van de Wmo 2015 1.3 Voorschoolse voorziening peuters 1.4 Participatie 1.5 Compensatie van gederfde inkomsten voor toeristenbelasting
84 49 21 13 303 22
2e steunpakket (via septembercirculaire) 2.1 Bijdrage precariobelasting en markt- en evenementenleges 2.2 Aanvullende bijdrage borging lokale cuturele voorzieningen 2.3 Bijdrage buurt- en dorpshuizen 2.4 Bijdrage toezicht en handhaving 2.5 Bijdrage vrijwilligersorganisaties 2.6 Bijdrage extra kosten Tweede Kamer-verkiezingen 2021 2.7 Aanvullende bijdrage exploitatietekorten Sociale Werkbedrijven 2.8 Bijdrage eigen bijdrage Wmo abonnementstarief 2.9 Bijdrage noodopvang kinderen van ouders met cruciaal beroep Incidenteel schrappen opschalingskorting
10 83 20 67 11 55 168 46 40 98
3e steunpakket (via decembercirculaire) 3.1 Re-integratie bijstandgerechtigden, reguliere dienstverlening 3.2 Extra middelen ten behoeve van gemeentelijk schuldenbeleid 3.3 Extra middelen ten behoeve van bijzondere bijstand 3.4 Vergoeding meerkosten Jeugd en Wmo 2015 3.5 Vergoeding kosten ondersteuning quarantaine
15 19 6 36 5
Overige baten en lasten Provinciale bijdrage Bijdrage ministerie in huur derving sportzalen Eigen middelen (Voorjaarsnota € 500.000; minus bijdrage provincie en sport) Totale ontvangsten c.q. eigen middelen
1.171 492
598
81
500 77 40 383 3.802
Eerste steunpakket 1.1. Lokale culturele voorzieningen De medeoverheden zijn verantwoordelijk voor twee derde van alle subsidies aan cultuur en houden daarmee de lokale en regionale culturele infrastructuur overeind. Het kabinet heeft besloten om een bevoorschotting op de compensatie aan medeoverheden te verstrekken van € 60 miljoen voor de periode van medio maart 2020 tot en met 1 juni 2020. Dit met het oog op borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur. Deze organisaties missen nu onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vaste lasten zoals huisvesting en beveiliging doorlopen. Het bedrag is toegevoegd aan de algemene uitkering als onderdeel van het gemeentefonds. Gezien het feit dat deze compensatie wordt vertrekt via de algemene uitkering moet deze verwerkt worden als bate in 2020.
Paragraaf COVID-19
68
1.2. Inhaalzorg en meerkosten Jeugdzorg en Wmo 2015 Omwille van de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens coronamaatregelen én voor continuïteit van het stelsel nadien zijn maatregelen genomen, om cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Het Rijk heeft, in afstemming met de VNG, een zeer dringend beroep op gemeenten gedaan om hun aanbieders van jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en maatschappelijke ondersteuning financieel zekerheid en ruimte te bieden, van 1 maart 2020 tot in elk geval 1 juni 2020. Deze afspraak is verlengd naar 1 juli 2020. Op 23 juni 2020 is bekend gemaakt dat de eerder gemaakte afspraken tussen VNG en het Rijk ten aanzien van het vergoeden van de meerkosten Wmo en Jeugd zijn verlengd van 1 juli tot en met 31 december 2020. Van het totaalbedrag van € 144 miljoen uit het compensatiepakket van 28 mei 2020 is een bedrag van € 46 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering. De overige € 98 miljoen betreft een voorschot voor meerkosten. Dit is toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang en de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (zie onderdeel 5). Decentralisatie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering onderdeel van het gemeentefonds en moeten verwerkt worden als bate in 2020. 1.3.
Voorschoolse voorziening peuters De decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters is met € 8,3 miljoen verhoogd in verband met de (gedeeltelijke) sluiting van de kinderopvang in de periode 16 maart tot en met 7 juni 2020 in verband met COVID-19. Ouders/verzorgers zijn in maart opgeroepen om de rekening voor de opvang te blijven betalen in deze periode. Dit gold ook voor ouders/verzorgers van een kind dat gebruik maakt van de gemeentelijke regelingen voorschoolse educatie, peuteraanbod en sociaal medische indicatie. Op deze wijze kon het gemeentelijke aanbod rondom kinderopvang in stand worden gehouden. Daarbij is ook gecommuniceerd dat ouders een vergoeding krijgen voor het betalen van de eigen bijdrage in deze periode. Met deze eenmalige ophoging ontvangen gemeenten middelen om de eigen bijdrage van de ouders/verzorgers te vergoeden voor de hiervoor genoemde periode. De middelen zijn beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering en dienen daarmee in 2020 als bate verwerkt te worden. 1.4. Wet sociale werkvoorzieningen (Wsw) Als gevolg van COVID-19 zijn de Sociale Werkbedrijven geheel of gedeeltelijk gesloten. Daardoor vallen bedrijfsopbrengsten weg waarmee (deels) de loonkosten van medewerkers die werkzaam zijn voor een Sociale Werkbedrijf worden gefinancierd.
Tekorten in de exploitatie worden in de reguliere systematiek opgevangen door een hogere gemeentelijke bijdrage. Deze financieringsbron staat onder druk omdat gemeenten financiële gevolgen hebben van COVID-19. Het kabinet heeft daarom besloten de integratieuitkering Participatie, onderdeel Wet sociale werkvoorziening (Wsw), te verhogen met € 90 miljoen voor de periode 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 ter compensatie van een deel van de loonkosten. De middelen zijn beschikbaar gesteld via een integratie-uitkering en dienen daarmee in 2020 als bate verwerkt te worden. 1.5 Compensatie van gederfde inkomsten voor toeristenbelasting Het tweede steunpakket is grotendeels een voortzetting van de maatregelen uit het eerste steunpakket. 2.1 Inkomstenderving precariobelasting en markt- en evenementenleges Door de COVID-19 maatregelen waren er in de periode van 1 maart tot 1 juni geen terrassen opgesteld en zijn er geen markten en evenementen geweest. Gemeenten zijn daardoor geconfronteerd met een terugval van inkomsten uit terrasprecario en uit markt- en evenementenleges. Het kabinet heeft besloten de gemeenten voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020 voor dit doel te compenseren voor een bedrag van € 20 miljoen. Dit bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering en moet derhalve als bate in 2020 worden verantwoord.
2.2 Lokale culturele voorzieningen Het kabinet stelt aan gemeenten in aanvulling op de middelen uit het 1e steunpakket € 60 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 juni tot en met 31 december 2020. De € 60 miljoen is toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en moet derhalve als bate worden verantwoord in 2020. 2.3 Buurt- en dorpshuizen Het kabinet stelt € 17 miljoen voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra uitgaven voor de dorps- en buurthuizen. Deze extra uitgaven bestaan onder andere uit het kwijtschelden van huur en het compenseren van tegenvallende inkomsten uit bijvoorbeeld horeca en zaalverhuur van buurt- en dorpshuizen. Dit bedrag is toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en moet derhalve als bate in 2020 verantwoord worden.
Paragraaf COVID-19
69
2.4 Toezicht en handhaving Het kabinet stelt € 50 miljoen voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra toezichten handhavingskosten als gevolg van onder andere de extra inzet van boa’s en de extra verkeersmaatregelen. Ook dit bedrag is toegevoegd aan de algemene uitkering en moet derhalve in 2020 als bate verantwoord worden. 2.5 Vrijwilligersorganisaties Jeugd Het kabinet stelt € 7,3 miljoen beschikbaar om lokale vrijwilligersorganisaties, zoals de scouting en speeltuinen, te compenseren. Dit bedrag is toegevoegd aan de algemene uitkering en moet derhalve in 2020 als bate verantwoord worden. 2.6 Verkiezingen Het kabinet stelt € 30 miljoen beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten bij de herindelingsverkiezingen in november 2020 en de Tweede Kamerverkiezing in 2021 als gevolg van de COVID-19 maatregelen. De extra kosten hangen onder meer samen met aanvullende kosten voor de inrichting van stemlokalen, voor het mogelijk moeten huren van alternatieve locaties die in de coronacrisis beter geschikt zijn om als stemlokaal in te richten, voor toegankelijkheid van die locaties en voor de aanvullende werkzaamheden die gemeenten moeten doen ter voorbereiding van de verkiezingen. Dit bedrag is uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering en moet derhalve in 2020 als bate verantwoord worden.
2.7 Sociale werkbedrijven Het kabinet stelt aan gemeenten in aanvulling op de middelen uit het 1e steunpakket € 50 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 juni tot en met 31 december 2020. Dit bedrag is toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie via een verhoging van de Rijksbijdrage Wsw en moet derhalve als bate in 2020 verwerkt worden. 2.8 Bijdrage noodopvang kinderen van ouders met cruciaal beroep 2.9 Bijdrage eigen bijdrage Wmo abonnementstarief Derde steunpakket 3.1 Re-integratie bijstandgerechtigden, reguliere dienstverlening Extra middelen voor re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet extra middelen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden beschikbaar (€ 40 miljoen in 2020). Gemeenten ontvangen deze extra middelen zodat zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt. Persoonlijk contact is belangrijk om hen vanuit een uitkeringssituatie naar werk te begeleiden. 3.2 Extra middelen ten behoeve van gemeentelijk schuldenbeleid en ten behoeve van bijzondere bijstand Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 15 miljoen in 2020) en de bijzondere bijstand (€ 5 miljoen in 2020) beschikbaar, gelet op de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek.
Deze extra middelen stellen gemeente in staat om hun inwoners waar nodig van dichtbij te blijven ondersteunen. 3.4 Vergoeding meerkosten Jeugd en Wmo 2015 De VNG en het Rijk hebben in maart, kort na het uitbreken van de coronacrisis, afspraken gemaakt over het bieden van financiële zekerheid en ruimte aan zorgorganisaties en professionals binnen de Jeugdwet en Wmo 2015. De afspraken zijn gericht op het zo goed mogelijk organiseren van continuïteit van zorg voor cliënten en het borgen van het zorgstelsel voor de langere termijn. Onderdeel van de afspraken met gemeenten is onder meer dat meerkosten als gevolg van de coronacrisis door het Rijk worden vergoed aan gemeenten. 3.5 Vergoeding kosten ondersteuning quarantaine Met de motie Asscher c.s.24 heeft de Tweede Kamer gevraagd hoe mensen ondersteund kunnen worden als ze in quarantaine horen te gaan. Het kabinet heeft met gemeenten afgesproken dat zij een rol zullen vervullen bij het ondersteunen van mensen die in quarantaine moeten. Het gaat daarbij vooral om praktische ondersteuning en het continueren van zorg en ondersteuning vanuit de sociaaldomeinwetten voor die burgers die in quarantaine moeten en niet in staat zijn de problemen die daardoor kunnen ontstaan zelf of met hun netwerk op te lossen. Ter compensatie van mogelijke extra kosten is eenmalig € 4 miljoen toegevoegd.
Paragraaf COVID-19
70
Financieel overzicht Corona 2020 Lasten Programma 1 Ruimte Economische promotie Gederfde inkomsten terrasvergunningen en standplaatsvergoeding kermis Sportaccommodaties Gederfde huurinkomsten sportaccommodaties Programma 2 Sociaal Domein Crisbeheersing en brandweer Handhaving Openbare orde en veiligheid Gederfde inkomsten APV Onderwijsbeleid en leerlingzaken Leerlingenvervoer, niet geleverde diensten ZOOV Reguliere Peuteropvang Sportbeleid en activering Sport Lokaal Samen Cultuurpresentatie, -productie, -participatie Podiumkunsten en cultuuruitingen Samenkracht en burgerparticipatie Vervoersvoorzieningen, niet geleverde diensten ZOOV Figulus Preventie platform jeugd en kinderopvang Inkomensregelingen Ontvangen Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) Gemaakte en gereserveerde uitvoeringskosten Tozo door Laborijn Begeleide participatie Participatiebudget Wsw, bijdrage één op één doorgesluisd naar Laborijn WMO, niet geleverde zorg en meerkosten Maatwerkdienstverlening 18+ Bijdrage eigen bijdrage Wmo abonnementstarief WMO huishoudelijk hulp, niet geleverde zorg Maatwerkdienstverlening 18Jeugdzorg, niet geleverde zorg en meerkosten Programma 3 Bedrijfsvoering Burgerzaken Verbetering E-toegang burgerzaken Tweede Kamerverkiezingen (doorgeschoven naar 2021) Overhead Voorlichting Representatie Huisvesting en facilitaire kosten ICT voorzieningen en mogelijk
maken van thuiswerkplekken Bijdrage in kosten van handhaving en toezicht ten gunste van loonbegroting gebracht Totale uitgaven
12 12 87 87
2 2 4 4 71 61 10 1 1 8 8 96 92 3 1 2.131 1.892 239 729 472 257 59 46 13 227 227
65 10 55 134 7 3 19 38 67 3.626
Het financiële overzicht is exclusief de inzet van ambtelijke uren.
Paragraaf COVID-19
71
Paragraaf Demografische Ontwikkeling In deze ‘demografische paragraaf’ besteden we aandacht aan de effecten van de demografische ontwikkelingen, zijnde de ontgroening en vergrijzing van de bevolking, op de leeftijd van de huishoudens, de leefbaarheid, diverse voorzieningen, de woningmarkt en de arbeidsmarkt. Deze paragraaf is opgenomen naar aanleiding van de Demografische Effecten Rapportage uit 2011 vanwege het belang in onze regio, het is geen verplichte paragraaf vanuit het BBV. Inmiddels zijn we bijna 10 jaar verder en verandert de wereld om ons heen continu. Data zijn steeds eenvoudiger te ontsluiten en te raadplegen. Vanaf het voorjaar 2021 is de Achterhoekmonitor en de daaraan gekoppelde woon- en vastgoedmonitor volledig digitaal en openbaar toegankelijk. Daarnaast werken we naar een steeds compactere jaarrekening toe. We hebben er dan ook voor gekozen om de demografische paragraaf, in beknopte vorm, voor het laatst in de begroting 2021 op te nemen en daarvoor in de plaats jaarlijks te rapporteren over de demografische ontwikkelingen in onze gemeente. Zoals ook al in het voorjaar van 2020 is gedaan middels een demografische analyse en bij de woonvisie in december 2020. Uiteraard rapporteren we in deze jaarrekening 2020, vooruitlopend op de online publicatie van de woon- en vastgoedmonitor over enkele demografische ontwikkelingen over het afgelopen jaar. 1.
Bevolkings- en huishoudensontwikkeling Het aantal inwoners is in 2020 nagegenoeg gelijk gebleven. Op 1 januari was het aantal inwoners 27.121, een jaar later is het inwoneraantal met 1 afgenomen naar 27.120. Het aantal huishoudens is in diezelfde periode toegenomen met 46, van 11.694 naar 11.740. De cijfers over 1-1-2021 zijn nog voorlopig, administratieve correcties kunnen nog een klein verschil opleveren.
2. De demografische ontwikkelingen over 2020 en de effecten van COVID-19 De coronacrisis heeft een direct effect op de demografische ontwikkelingen. Het meest sprekende getal betreft het sterftecijfer. Er zijn in het afgelopen jaar 33 personen meer overleden dan het voorgaande jaar. De vraag is echter of dit het gevolg is van COVID-19 of de toenemende vergrijzing. Overigens wordt het sterftecijfer deels gecompenseerd door het toenemend aantal geboortes. Sinds 2017 zien we in de gemeente Aalten dat het aantal geboortes weer licht stijgt. In tegenstelling tot de berichtgeving over de toenemende trek naar het oosten zien we deze trend (nog) niet terug in de migratiecijfers over het afgelopen jaar van de gemeente Aalten. Het aantal vestigers ligt in 2020 zelfs 120 personen lager dan in 2019. Gelijktijdig zien we dat het aantal mensen dat de gemeente Aalten verlaat ook verder teruglopen, dit levert over 2020 een vestigingsoverschot van 35 personen op.
Paragraaf Demografische Ontwikkeling
72
De woningmarkt is sterk afhankelijk van de economie. Consumentenvertrouwen, inkomensontwikkeling, stagnatie in de bouw etcetera vinden direct zijn weerslag op de woningmarkt. Ondanks de zware economische en gezondheidscrisis, blijft de druk op de woningmarkt ongekend hoog. De komende jaren wordt dan ook ingezet op het vergroten van het woningaanbod door nieuwbouw. 3. Stand van de woningvoorraad per 31 december 2020 In 2020 is de woningvoorraad met 51 woningen gegroeid. In totaal zijn 58 woningen gebouwd, 10 woningen onttrokken en zijn 3 administratieve correcties doorgevoerd. De meeste woningen zijn gebouwd in Aalten. De toevoegingen zijn allemaal koopwoningen. De voorraad goedkope woningen (sociale huur en koop onder de € 200.000) is per saldo met 7 woningen afgenomen. De toename van de woningvoorraad zit met name in de categorie middelduur tot dure koop. De effecten van het afwegingskader woningbouw zijn hierin nog niet merkbaar. De doorlooptijd van plan tot realisatie duurt enkele jaren. Dit betekent dat pas de komende jaren de effecten van focus op betaalbare woningbouw is terug te zien. Kern Aalten Dinxperlo Bredevoort Overige kernen en Buitengebied Administratieve correcties Totaal
Paragraaf Demografische Ontwikkeling
Netto toevoeging 20 11 7 10 3 51
73
Jaarrekening
Jaarrekening
74
De Balans per 31 december (bedragen x € 1.000) ACTIVA VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa * Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio * Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief * Bijdragen aan activa in eigendom van derden Materiële vaste activa * Investeringen met een economisch nut * gronden uitgegeven in erfpacht * gebouwen uitgegeven in erfpacht * overige investeringen met een economisch nut * warme gronden woningbouw * Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven * Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut Financiële vaste activa * Kapitaalverstrekkingen aan: * deelnemingen * gemeenschappelijke regelingen * overige verbonden partijen * Leningen aan: * openbare lichamen * woningbouwcorporaties * deelnemingen * overige verbonden partijen * Overige langlopende leningen * Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer * Uitzettingen in de vorm van Nederlandse schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer * Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
31-12-2020
31-12-2019
-
-
43.627
40.898
249 1 32.223 -
241 1 30.010 -
7.719 3.435
7.936 2.710 11.191
12.779
1.178 -
1.256 -
9.807 -
11.317 -
206
206
Totaal vaste activa
54.818
53.677
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden * Overige grond- en hulpstoffen * Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie (BIE) * Gereed product en handelsgoederen * Vooruitbetalingen Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Vorderingen op openbare lichamen * Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen * Overige verstrekte kasgeldleningen * Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Rekening-courantverhouding met het Rijk * Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen * Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Overige vorderingen * Overige uitzettingen Liquide middelen * Kassaldi * Banksaldi Overlopende activa * De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen * Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
1.377 585 792 -
2.058 1.586 472 -
2.475
1.858
476 -
148 -
1.999 -
1.710 40
1 39
996 1 995
8.184
8.184
6.356
6.356
Totaal vlottende activa
12.076
11.268
Totaal-generaal
66.894
64.945
De Balans per 31 december
75
(bedragen x € 1.000) PASSIVA VASTE PASSIVA
31-12-2020
31-12-2019
Eigen vermogen * Algemene reserve * Bestemmingsreserves * Gerealiseerd resultaat
12.833 7.526 421
Voorzieningen * Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's * Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is
5.236 1.262
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer * Obligatieleningen * Onderhandse leningen van: - binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen - binnenlandse banken en overige financiële instellingen - binnenlandsen bedrijven - openbare lichamen - overige binnenlandse sectoren - buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren * Door derden belegde gelden * Waarborgsommen * Overige leningen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
20.780
20.692 14.616 7.378 1.302-
6.498
6.419 5.194 1.225
26.246
24.505
-
-
26.244 2 -
24.503 2 -
Totaal vaste passiva
53.524
51.616
VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen * Overige kasgeldleningen * Banksaldi * Overige schulden Overlopende passiva * Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume * Ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen * Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
6.323 3.000 287 3.036
8.879 6.000 2.879
7.047
4.450
5.756
3.894
446 529 316
238 318
Totaal vlottende passiva
13.370
13.329
Totaal-generaal
66.894
64.945
Gewaarborgde geldleningen Garantstellingen
110.192 55.314
110.286 55.467
De Balans per 31 december
76
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bedragen x € 1.000 Raming begrotingsjaar 2020 vóór wijziging
Raming begrotingsjaar 2020 na wijziging
Realisatie begrotingsjaar 2020
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
-5.885 -5.244 -316 -11.445
12.277 37.948 1.786 52.011
6.392 32.704 1.470 40.566
-8.206 -10.023 -534 -18.763
15.284 46.599 1.643 63.526
7.078 36.576 1.109 44.663
-7.958 -7.879 -608 -16.445
14.506 43.846 1.383 59.735
6.548 35.967 775 43.290
-9.865 -5.193 -582 -15.640
16.261 40.363 1.893 58.517
6.396 35.170 1.311 42.877
-5.149 -43.526 -525 -213
419 0 0 298
-4.730 -43.526 -525 85
-5.185 -46.067 -473 -197
435 0 0 212
-4.750 -46.067 -473 15
-5.177 -46.143 -473 -200
470 0 0 254
-4.707 -46.143 -473 54
-5.064 -43.204 -632 -243
397 0 0 307
-4.667 -43.204 -632 64
0 -49.413
0 717
0 -48.696
0 -51.922
0 647
0 -51.275
0 -51.993
0 724
0 -51.269
0 -49.143
0 704
0 -48.439
-59 0 0
8.055 200 10
7.996 200 10
-239 -109 0
8.459 0 0
8.220 -109 0
-367 -117 0
8.374 0 0
8.007 -117 0
-210 0 0
8.345 0 0
8.135 0 0
-60.917
60.993
76
-71.033
72.632
1.599
-68.922
68.833
-89
-64.993
67.566
2.573
Reserves Programma 1 Ruimte Programma 2 Sociaal Domein Programma 3 Bedrijfsvoering
-260 -165 -204
290 80 180
30 -85 -24
-1.290 -415 -592
853 80 180
-437 -335 -412
-944 -212 -421
853 212 180
-91 0 -241
-627 -1.196 -306
290 70 498
-337 -1.126 192
Sub-totaal mutaties reserves
-629
550
-79
-2.297
1.113
-1.184
-1.577
1.245
-332
-2.129
858
-1.271
-61.546
61.543
-3
-73.330
73.745
415
-70.499
70.078
-421
-67.122
68.424
1.302
Programma's: Programma 1 Ruimte Programma 2 Sociaal Domein Programma 3 Bedrijfsvoering Sub-totaal programma’s
Algemene dekkingsmiddelen (P3): Lokale heffingen Algemene uitkeringen Dividend Saldo Financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal algemene dekkingsmiddelen
Overhead (P3) Onvoorzien (P3) Vennootschapsbelasting (P3) Totaal saldo van baten en lasten
Resultaat
Realisatie vorig begrotingsjaar 2019
Een positief resultaat wordt als een negatief getal gepresenteerd, een negatief resultaat als een positief getal.
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
77
De toelichtingen Grondslagen voor waardering en resultaat bepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Conform het BBV vindt de verantwoording plaats in de jaarstukken die ten minste bestaat uit het jaarverslag en de jaarrekening. Het jaarverslag bestaat ten minste uit de programmaverantwoording en paragrafen. De jaarrekening bestaat uit de balans en de toelichting, het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting, de bijlage met de verantwoording over de specifieke uitkeringen en een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. Het jaarverslag gaat over ‘wat zouden we doen, wat hebben we gedaan en bereikt en wat heeft het gekost’. De jaarrekening betreft de cijfers met de analyse en toelichting. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs en de passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, zijn in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate verantwoord in het jaar waarin het besluit tot toekenning van dividend is genomen. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en/of schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan onder meer verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) moet wel een verplichting worden gevormd. BALANS VASTE ACTIVA Vaste activa zijn onderverdeeld in: materiële vaste activa; financiële vaste activa.
Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn uitgesplitst in: investeringen met een economisch nut waaronder: - gronden uitgegeven in erfpacht; - gebouwen uitgegeven in erfpacht; - overige investeringen met een economisch nut; - warme gronden woningbouw; investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut. Materiële vaste activa met een economisch nut Van de in erfpacht uitgegeven gronden en gebouwen ligt het economische eigendom niet meer bij de gemeente. Hierbij past een afwaardering van deze gronden tot een geringe registratiewaarde. Op deze manier blijven de gronden wel bij de gemeente geregistreerd. Materiële vaste activa met een economisch nut betreffen investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te genereren en/of die verhandelbaar zijn. De vraag of de investering geheel kan worden terugverdiend is niet relevant voor de classificatie. Onder warme gronden worden gronden verstaan waarvan op voorhand vaststaat dat deze als bouwgrond zullen fungeren, maar waarvoor geen operationele grondexploitatie is opgesteld.
Grondslagen voor waardering en resultaat bepaling
78
Alle geactiveerde investeringen met betrekking tot de riolering komen apart op de balans tot uitdrukking. Dit zijn investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Dit geldt ook voor de investeringen op de gemeentelijke begraafplaatsen waarvoor begraafrechten worden geheven. De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Op de waarde van activa met economisch nut mogen reserves niet in mindering worden gebracht. Investeringssubsidies en andere bijdragen van derden mogen wel in mindering worden gebracht. Compensabele BTW wordt niet geactiveerd. Op activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks (vanaf 1 januari van het boekjaar) op lineaire basis afgeschreven op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. In verband met de wijzigingen in het BBV (notitie Rente 2017) zijn vanaf 2017 alle annuïtaire afschrijvingen omgezet in afschrijvingen op lineaire basis. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de nota verkrijging/vervaardiging en onderhoud van kapitaalgoederen.
Onderstaand een beknopte versie van de afschrijvingstabel zoals vastgelegd in de nota verkrijging/ vervaardiging en onderhoud van kapitaalgoederen: Omschrijving Afschrijvingstermijn Immateriële activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling Max. 5 jaar Materiële activa Gronden en terreinen Woonruimten en bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Financiële vaste activa
0 – 25 jaar 10 – 40 jaar 20 – 40 jaar 7 – 15 jaar 10 – 25 jaar 4 – 25 jaar Niet van toepassing
Op grond van artikel 65 van het BBV wordt bij de waardering van de vaste activa rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, indien deze vermindering naar verwachting duurzaam is. Materiële vaste activa met maatschappelijk nut Activa met een maatschappelijk nut betreffen investeringen in de openbare ruimte. Zij dienen een maatschappelijk nut en genereren geen middelen en er is geen markt voor. Op deze investeringen werd tot en met 2016 versneld afgeschreven om een toekomstige lastenverlichting te bewerkstelligen. Met ingang van 2017 staat de BBV dit niet meer toe en wordt op deze activa ook lineair afgeschreven. Waardering vindt plaats op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke bijdragen van derden worden in mindering gebracht op de investering.
Financiële vaste activa Onder de financiële vaste activa worden opgenomen: - kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen; - leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen; - overige langlopende leningen; - uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; - uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; - uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; - overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen, uitgeleende gelden en overige uitzettingen met een rentetypische looptijd > één jaar zijn opgenomen tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (‘kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen’ in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs vindt afwaardering plaats.
Bij overliquiditeit kunnen gelden via deposito’s met een looptijd langer dan één jaar gestald worden in ’s Rijks schatkist.
Grondslagen voor waardering en resultaat bepaling
79
Het begrip rentetypische looptijd verdient een toelichting. Het gaat bij dit begrip om de definitie vanuit de Wet Fido en is ingegeven door beheersing van renterisico’s. De definitie luidt: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding. Voor een uitzetting die een looptijd kent van tien jaar met een vaste rente, geldt dat deze altijd als vast activum dient te worden opgenomen ook al resteert er minder dan één jaar van de oorspronkelijke looptijd. VLOTTENDE ACTIVA Vlottende activa zijn onderverdeeld in: voorraden; uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; liquide middelen; overlopende activa. Voorraden Onder voorraden vallen de volgende onderdelen: - overige grond- en hulpstoffen; - onderhanden werk waaronder bouwgronden in exploitatie; - gereed product en handelsgoederen; - vooruitbetalingen. De als “onderhanden werk” opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsof vervaardigingsprijs, dan wel de duurzaam lagere marktwaarde.
De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), evenals een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Volgens het realisatiebeginsel dient in de situatie dat voldoende zekerheid is over de winst, de winst te worden genomen. Daarbij moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht. Voor deze tussentijdse winstneming wordt de Percentage of completion (Poc) methode gevolgd. Door veranderende omstandigheden kan het zijn dat in eerdere jaren teveel winst is genomen. Deze winst moet in het huidige jaar worden verrekend door middel van een afboeking of het treffen van een voorziening. Voor berekende verliezen wordt een voorziening getroffen die van de waarde van het actief wordt afgetrokken. Gerede producten worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of tegen de duurzaam lagere marktwaarde. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden.
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De voorgeschreven indeling voor wat betreft vorderingen is: - vorderingen op openbare lichamen (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, Rijk); - verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen; - overige verstrekte kasgeldleningen; - uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; - rekening-courantverhouding met het Rijk; - rekening courantverhoudingen met niet-financiële instellingen; - uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; - overige vorderingen; - overige uitzettingen. De vorderingen worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De vorderingen worden regelmatig beoordeeld. Daarbij wordt een reële inschatting gemaakt of de vordering wordt ontvangen. Op basis hiervan wordt mogelijk een voorziening voor verwachte oninbaarheid getroffen. De voorziening wordt in de balans op de waarde van de vorderingen in mindering gebracht. Op het punt van uitzettingen is gekozen om de terminologie van de Wet Fido te volgen. Het begrip uitzettingen heeft zowel betrekking op vorderingen als op effecten.
Grondslagen voor waardering en resultaat bepaling
80
Liquide middelen en overlopende activa Liquide middelen en overlopende posten worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs opgenomen. De voorgeschreven indeling voor overlopende activa is: de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: - Europese overheidslichamen; - het Rijk; - overige Nederlandse overheidslichamen; - overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. VASTE PASSIVA Vaste passiva zijn onderverdeeld in: eigen vermogen (reserves); voorzieningen (vreemd vermogen); vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betreffende verplichting of het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter op de contante waarde van de (al opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd.
De voorziening riolering en afval zijn verwerkt op basis van de nominale waarde en met inachtneming van artikel 44, lid 2 BBV. De meest actuele nota reserves en voorzieningen is door de raad vastgesteld in december 2018. Vaste schulden met een rentetypische looptijd langer van één jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. VLOTTENDE PASSIVA Vlottende passiva zijn onderverdeeld in: netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; overlopende passiva. De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De voorgeschreven indeling voor overlopende passiva is: - verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; - ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: Europese overheidslichamen; het Rijk; overige Nederlandse overheidslichamen; - overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.
Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten de balanstelling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is nadere informatie opgenomen over borgstellingen en garanties alsmede een onderbouwing van de totaalbedragen die buiten de balanstelling zijn opgenomen.
Grondslagen voor waardering en resultaat bepaling
81
Toelichting op de balans per 31 december 2020 ACTIVA VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Onder materiële vaste activa worden de investeringen weergegeven die betrekking hebben op uitgaven waar tegenover een actief staat met een nuttigheidsduur van meerdere jaren. Er wordt een onderscheid gemaakt in: Investeringen met een economisch nut, waaronder gronden en gebouwen uitgegeven in erfpacht en overige investeringen met een economisch nut; Investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut. Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer. Ook zijn de belangrijkste investeringen weergegeven. bedragen x € 1.000 Economisch nut Gronden uitgegeven in erfpacht
Gebouwen uitgegeven in erfpacht Overige investeringen met een economisch nut Onderzoek en ontwikkeling Gronden en terreinen Woonruimten Gebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa
Totaal
Boekwaarde 01-01-2020 241 241
Investering
Desinvestering
Bijdrage derden
Afschrijving
8 8
0 0
0 0
0 0
Boekwaarde 31-12-2020 249 249
1 1
0 0
0 0
0 0
0 0
1 1
7.287 168 21.163 536 291 565 30.010
2.319 520 800 383 128 42 4.192
326 61 306 17 2 0 712
0 0 0 0 0 0 0
22 961 167 70 47 1.267
9.258 627 20.696 735 347 560 32.223
30.252
4.200
712
0
1.267
32.473
bedragen x € 1.000 Toelichting investeringen economisch nut > 100.000
Krediet
Kapitaaluitgaven 01-01-2020
Investering
Desinvestering
Bijdrage derden
Totale investering
Gronden en terreinen (aankoop gronden Sondernweg 2) Gronden en terreinen (aankoop gronden Slingeplas) Woonruimten (Sondernweg 2) Gebouwen (restant verbouw/nieuwbouw werf) Gebouwen (pand Wilhelminastraat Dinxperlo) Gebouwen (Slingeplas) Vervoermiddelen (RAVO veegmachine)
935 1.096 515 1.610 400 491 200
0 0 0 1.436 0 0 0
940 1.379 520 176 401 214 199
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
940 1.379 520 1.612 401 214 199
Voor de waardering van de gronden uitgegeven in erfpacht is een symbolisch bedrag van € 1 per m² gehanteerd. Het in erfpacht uitgegeven gebouw betreft Bredevoort Schittert, Schoolstraat 2. In de loop van 2021 is een eeuwigdurende erfpachtovereenkomst afgesloten met betrekking tot de Slingeplas. Onzeker is of de waarde zoals opgenomen in de materiële vaste activa ultimo 2020 na het afsluiten van de erfpachtovereenkomst overeenstemt met de historische kostprijs dan wel lagere marktwaarde. Mocht er sprake zijn van een afwaardering na afsluiten van de erfpachtovereenkomst, wordt het effect verwerkt in het boekjaar 2021. Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven weer. bedragen x € 1.000 Economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven geheven geheven Rioolinvesteringen Investeringen begraafplaatsen
Totaal
Boekwaarde 01-01-2020
Investering
Desinvestering
Bijdrage derden
Afschrijving
Boekwaarde 31-12-2020
7.899 37
115 0
0
0 0
321 11
7.693 26
7.936
115
0
0
332
7.719
Het volgende overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met maatschappelijk nut weer. bedragen x € 1.000 Maatschappelijk nut
Boekwaarde
Investering
Desinvestering
Bijdrage derden
Afschrijving
Boekwaarde
Gronden en terreinen maatschappelijk nut Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Overige materiële vaste activa
0 2.710 0
0 879 0
0 0 0
0 0 0
0 154 0
0 3.435 0
Totaal
2.710
879
0
0
154
3.435
Toelichting op de balans per 31 december 2020
82
Investeringen met een maatschappelijk nut worden op grond van de verwachte levensduur afgeschreven. Financiële vaste activa Bij de financiële vaste activa wordt onderscheid gemaakt in kapitaalverstrekkingen, langlopende leningen en uitzettingen. bedragen x € 1.000 Financiële vaste activa
Boekwaarde 01-01-2020
Investering
Desinvestering
Aflossing/ afschrijving
Boekwaarde 31-12-2020
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Overige langlopende leningen u/g Overige uitzettingen > 1 jaar
1.256 11.317 206
388 457 0
466 0 0
0 1.967 0
1.178 9.807 206
Totaal
12.779
845
466
1.967
11.191
Boekwaarde 01-01-2020
Investering
Desinvestering
Aflossing/ afschrijving
Boekwaarde 31-12-2020
20 19 43 1 90 10 0 78 748 48
0 0 2 10 204 84 4 16 68 0
0 0 0 0 6 0 0 23 437 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
20 19 45 11 288 94 4 71 379 48
155
0
0
0
155
44
0
0
0
44
1.256
388
466
0
1.178
bedragen x € 1.000 Specificatie kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen
Alliander: 392.896 aandelen Vitens: 18.693 aandelen Deelneming Stimuleringsfonds Volkshuisvesting SVN duurzaamheidsleningen 2010 SVN duurzaamheidsleningen 2016 VROM startersfonds gemeente Aalten SVN blijverslening SVN stimuleringslening non-profit SVN toekomstbestendig wonen BNG 19.305 aandelen ROVA 272 aandelen B: (188 aandelen á € 371 en 84 á € 1.021) Gemeenschappelijke Regeling Stadsbank Oost Nederland (SON) inwoners per 1 januari 2006 (27.436 x € 1,59) Agem 38 aandelen a € 0,01 Totaal
Toekomstbestendig Wonen Lening Vanaf 2019 worden via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN) ook leningen uitgegeven volgens de verordening “Toekomstbestendig Wonen Gelderland”. Daarin zijn alle elementen voor het aanpassen van bestaande woningen verenigd. Met de komst van deze nieuwe lening worden vooralsnog geen aanvragen meer verstrekt vanuit de bestaande regelingen te weten de starterslening, de blijverslening en de duurzaamheidslening. De betreffende verordeningen blijven in stand vanwege de aflossingen die nog plaatsvinden op deze leningen. Deze aflossingen worden regelmatig overgeboekt naar de Toekomstbestendig Wonen Lening. In 2020 is er voor € 435.000 aan leningen verstrekt uit deze nieuwe regeling. Duurzaamheidslening SVN 2010 In voorgaande jaren zijn er gelden gestort in de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting voor duurzaamheidsleningen. Er wordt nu geen geld meer in gestort en er worden ook geen leningen meer verstrekt. Alleen de afwikkeling van de bestaande leningen vindt nog binnen deze regeling plaats. Zie onder Toekomstbestendig Wonen Lening. Het resterende saldo op de rekening eind 2020 is € 11.000. Onder de overige langlopende leningen is de vordering van Aalten groot € 43.000 opgenomen met betrekking tot deze verstrekte duurzaamheidsleningen.
Duurzaamheidslening SVN 2016 Voor deze duurzaamheidslening geldt hetzelfde als het vorige item. Het resterende saldo eind 2020 is € 288.000. De vordering op deze leningen eind 2020 groot € 1.124.000 is opgenomen onder de overige langlopende leningen. Voor deze regeling is tevens een buffer ingebouwd in verband met aanvragen voor PostCodeRoos leningen (financieringsmogelijkheid om gezamenlijk zonne-energie op te wekken zonder dat de zonnepanelen op het eigen dak hoeven te liggen). De Toekomstbestendig Wonen Lening kent deze mogelijkheid namelijk niet. Startersleningen Ook voor de startersleningen geldt hetzelfde als voor de duurzaamheidsleningen. Het resterende saldo ultimo 2020 is € 94.000. Onder de overige langlopende leningen is de vordering op de startersleningen ad € 53.000 opgenomen. Op deze uitgezette leningen loopt de gemeente geen risico aangezien deze onder de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) vallen. Blijverslening Blijversleningen worden ook niet meer verstrekt. Het saldo eind 2020 op de blijverslening is € 4.000. De vordering op bestaande blijversleningen betreft € 36.000 en is opgenomen onder de overige langlopende leningen. Toelichting op de balans per 31 december 2020
83
Stimuleringsregeling duurzame maatregelen non-profit Op 23 januari 2018 heeft de raad besloten om de in 2016 ingevoerde duurzaamheidslening voor wooneigenaren uit te breiden en ook beschikbaar te stellen voor non-profit organisaties. Uitvoering hiervan vindt plaats binnen het krediet van € 2.000.000 dat beschikbaar is gesteld voor de duurzaamheidslening 2016. In 2020 zijn leningen verstrekt voor in totaal € 22.000. Het resterende saldo op de rekening ultimo 2020 is € 71.000. Onder de overige langlopende leningen is de vordering van Aalten groot € 182.000 opgenomen met betrekking tot deze verstrekte stimuleringsleningen. bedragen x € 1.000 Overige langlopende leningen u/g
Boekwaarde 01-01-2020
Investering
Desinvestering
Aflossing/ afschrijving
Boekwaarde 31-12-2020
Vitens, achtergestelde lening Museum Aalten Museum Aalten lening, 2006 Renteloze lening buurthuis Haart 2001 Renteloze lening verenigingsgebouw Dale Renteloze lening buurthuis IJzerlo SVN duurzaamheidslening Aalten 2010 SVN duurzaamheidslening Aalten 2016 SVN uitgezette startersleningen Aalten SVN blijverslening SVN stimuleringsregeling duurzame maatregelen non-profit SVN monumenten gedeelte Aalten SVN toekomstbestendig wonen SMWD geldlening 2018
167 238 60 16 11 20 52 1.322 134 39 172 3 68 23 2.325
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 22 0 435 0 457
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
83 10 8 2 6 3 9 198 81 3 12 3 66 5 489
84 228 52 14 5 17 43 1.124 53 36 182 0 437 18 2.293
Hypotheken personeel
8.992 8.992
0 0
0 0
1.478 1.478
7.514 7.514
Totaal
11.317
457
0
1.967
9.807
Ook in 2020 is weer extra afgelost op bestaande hypotheekverstrekkingen, totale aflossing bijna 1,5 miljoen. bedragen x € 1.000 Overige uitzettingen > 1 jaar
Boekwaarde 01-01-2020
Investering
Desinvestering
Aflossing/ afschrijving
Boekwaarde 31-12-2020
t Zand, afkoopbare eeuwigdurende vordering Stichting Keupenkamp, eeuwigdurende erfpacht Sportpark Villekamp, eeuwigdurende erfpacht Tennispark de Rietstap, eeuwigdurende erfpacht De Grensruiters, eeuwigdurende erfpacht Zwembad 't Walfort en het Blauwe Meer, eeuwigdurende erfpacht
184 6 7 3 6 0
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
184 6 7 3 6 0
Totaal
206
0
0
0
206
Onder de overige uitzettingen zijn de gronden opgenomen die in erfpacht zijn uitgegeven (zie ook onder materiële vaste activa). De waardering is gebaseerd op de verkrijgingsprijs/vervaardigingsprijs of duurzaam lagere marktwaarde. VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Tot de categorie onderhanden werk onder de voorraden vlottende activa vallen de bouwgronden in exploitatie (BIE). Het startpunt van een BIE is het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex en een grondexploitatiebegroting. Gezien het belang van een juiste waardering en inzicht in de ontwikkeling van de waarde van de BIE zijn de verslaggevingsregels aangescherpt. De waardering wordt met name bepaald door de prognoses van het eindresultaat van een grondexploitatie. Daarom is expliciet per grondexploitatie het verloop van deze activa opgenomen en toegelicht. In onderstaande tabel zijn de BIE’s voor 2020 geactualiseerd en is het nieuwe geraamde eindresultaat zichtbaar. bedragen x € 1.000 Bouwgrond in exploitatie (BIE)
Kobus III Lintelo uitbreiding kern Kern De Heurne 1e fase Heronwikkeling Ds van Dijklocatie Herstructureringsplan De Rietstap t Warmelinck Haartsebos Kraaienboom Industrieterrein II
Boekwaarde Vermeerderingen Verminderingen Tussentijdse Boekwaarde Nog te maken Nog te realiseren Geraamd 1-1-2020 2020 2020 winstneming 31-12-2020 kosten opbrengsten eindresultaat 311 167 37 522 92 82 440 237 765
49 51 103 25 34 2 15 5 12
91 121 94 547 0 0 226 0 777
2.653
296
1.856
Toelichting op de balans per 31 december 2020
-3 14
1
12
269 100 32 0 126 83 229 242 0
196 18 33 0 2 4 151 22 0
133 121 66 0 97 95 271 240 0
1.081
426
1.023
332 nadeel -3 voordeel -1 voordeel 0 31 nadeel -8 voordeel 109 nadeel 24 nadeel 0 484
84
Geraamde nog te maken kosten Deze kosten bestaan voor alle BIE’s uit woonrijp maken, rente en toezicht. Van alle kosten zijn onderbouwingen aanwezig meestal gebaseerd op uitgebrachte offertes. De toegerekende rente is aangepast aan de BBV voorschriften en ligt voor 2020 op 1,54%. Geraamde nog te realiseren opbrengsten De resterende nog te verkopen kavels zijn voor alle BIE’s herschikt in de tijd en opgenomen als nog te realiseren opbrengst. Geraamd eindresultaat Daar waar het geraamde eindresultaat een nadeel laat zien is een voorziening getroffen ter hoogte van dit nadeel. De mutaties op deze voorziening zijn via de exploitatie verwerkt in het rekeningresultaat. De hoogte van de voorziening voor de BIE’s op 31 december 2019 bedroeg € 1.067.000 en is met € 571.000 verlaagd tot € 496.000 per 31 december 2020. Deze verlaging wordt voornamelijk veroorzaakt door het inbrengen van de voorziening bij de afgesloten complexen van Industrieterrein II en de herontwikkeling van de ds van Dijklocatie. In 2020 is voor een drietal complexen tussentijds winst genomen dan wel gecorrigeerd op basis van de POC-methode. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in bovenstaand eindresultaat. Het betreft Lintelo (per saldo € 3.000), Kern De Heurne (per saldo - € 14.000) en ’t Warmelinck (per saldo - € 1.000). Onder de post gereed product en handelsgoederen vinden we onder meer het project Hoge Veld.
Afgelopen jaar is er een aantal kavels verkocht. Het restant wordt in 2021 verwacht. De voorziening voor het Hoge Veld is in 2020 met € 78.000 verhoogd van € 640.000 naar € 718.000. Dit komt door extra kosten voor asbestverwijdering, rente en een nadelige opbrengst door de houtwal. Daarnaast is het pand Lage Blik 28-30-32 aangekocht en hieronder opgenomen. Deze aankoop maakt verplaatsing van de bibliotheek vanuit het centrum mogelijk. De bibliotheek komt op de begane grond. Er bevinden zich een tweetal woningen boven dit pand waar de bibliotheek komt. Nadat de noodzakelijke verbouwingen aan het pand zijn afgerond worden zowel de woningen als de bibliotheek weer verkocht. Onderstaande tabel geeft het totaal van de voorraden aan. Dit zijn de BIE’s plus de categorie gereed product en handelsgoederen. bedragen x € 1.000 Voorraden
Balanswaarde 01-01-2020
Boekwaarde 01-01-2020
Vermeerdering
Vermindering
Boekwaarde 31-12-2020
Verwachte verliezen
Balanswaarde 31-12-2020
BIE onderhanden werk Gereed product en handelsgoederen
1.586 472
2.653 1.112
296 495
1.868 97
1.081 1.510
496 718
585 792
Totaal voorraden
2.058
3.765
791
1.965
2.591
1.214
1.377
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden op de volgende bladzijde gespecificeerd. Onder de vorderingen op openbare lichamen zijn de vorderingen op ministeries, provincies, gemeenten, waterschappen, gemeenschappelijke regelingen en dergelijke gerubriceerd. bedragen x € 1.000 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Saldo 01-01-2020
Saldo 31-12-2020
Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in 's Rijks schatkist Rekening-courantverhouding met het Rijk Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen Dubieuze vorderingen Overige uitzettingen
148 0 0 0 0 0 1.814 -104 0
476 0 0 0 0 0 2.085 -86 0
Totaal
1.858
2.475
Saldo 01-01-2020
Saldo 31-12-2020
1.478
1.702
284 52
335 48
1.814
2.085
Saldo 01-01-2020
Saldo 31-12-2020
Dubieuze vorderingen algemeen Dubieuze vorderingen belastingen Dubieuze vorderingen zorg en inkomen
-41 -28 -35
-19 -40 -27
Totaal
-104
-86
Specificatie overige vorderingen
Algemene debiteuren Belastingdebiteuren Debiteuren zorg en inkomen Totaal Specificatie dubieuze vorderingen
Toelichting op de balans per 31 december 2020
85
Onder overige vorderingen zijn opgenomen de handelsdebiteuren, de belastingdebiteuren en de debiteuren zorg en inkomen. Op een uitzondering na zijn er geen noemenswaardige problemen bij de invordering van debiteuren. Voor een aantal debiteuren waarvan de invordering als dubieus wordt ingeschat, is een voorziening getroffen. De voorziening dubieuze debiteuren is in 2020 verlaagd met € 18.000 naar € 86.000. Voor algemene debiteuren betreft dit slechts een enkele vordering. De voorziening is op de balans in mindering gebracht op de overige vorderingen. Liquide middelen bedragen x € 1.000 Saldo 01-01-2020
Saldo 31-12-2020
Kassaldi Banksaldi
1 995
1 39
Totaal
996
40
Schatkistbankieren Met de invoering van het schatkistbankieren in 2013 zijn gemeenten verplicht om hun overtollige middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Daarvan uitgezonderd zijn de bedragen die gemiddeld genomen per kwartaal het drempelbedrag niet overschrijden. Het drempelbedrag wordt berekend op 0,75% van het begrotingstotaal. Voor Aalten was de drempel voor 2020 € 462.000. Deze drempel is in 2020 niet overschreden. Het gemiddelde bedrag aan overtollige middelen per kwartaal in 2020 wordt hierna weergegeven: Schatkistbankieren 1e kwartaal 2020 2e kwartaal 2020 3e kwartaal 2020 4e kwartaal 2020
343.000 277.000 125.000 79.000
Overlopende activa bedragen x € 1.000 Overlopende activa
Saldo 01-01-2020
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. - Europese overheidslichamen - het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
Saldo 31-12-2020
0 0 0
0 0 0
6.356
8.184
6.356
8.184
Onder de overlopende activa vallen de van overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op een uitkering met een specifiek bestedingsdoel. Er zijn voor 2020 geen nieuwe ontwikkelingen waarvoor bedragen moeten worden opgenomen. Verder vallen onder de overlopende activa de vooruitbetaalde en nog te ontvangen bedragen. Onder de vooruitbetaalde posten is onder meer de afvalinzameling over januari 2021 van de ROVA opgenomen ter grootte van € 125.000. Onder de nog te ontvangen bedragen vallen met name de vorderingen op de belastingdienst op. Te weten afwikkeling BTW compensatiefonds (bijna € 3 miljoen inclusief oude jaren) en ondernemers BTW (bijna half miljoen inclusief oude jaren). In totaal hebben we € 4,9 aan TOZO gelden ontvangen van het Rijk en doorbetaald aan Laborijn. Hiervan is door Laborijn € 2,1 miljoen ingezet en het restant van € 2,8 miljoen wordt door Laborijn aan de gemeente terugbetaald. Ook dit bedrag is op de post nog te ontvangen verantwoord. Ditzelfde bedrag is ook opgenomen onder de overlopende passiva, omdat de gemeente dit uiteraard weer moet terugbetalen aan het Rijk. Verder zijn diverse afrekeningen ten aanzien van de Jeugdzorg en Wmo opgenomen ter grootte van € 316.000.
Daarnaast zijn hieronder diverse afrekeningen verantwoord zoals afrekening met Nedvang € 83.000, het ledigen van de vuilcontainers van de burgers € 303.000 en met Laborijn over de BUIG gelden € 489.000. De financiële afwikkeling met het ISWI is nog steeds niet helemaal afgerond. Er resteert nog een kleine vordering van € 7.000. Met betrekking tot het faciliterend grondbeleid vallen een tweetal projecten onder de balanspost overige nog te ontvangen bedragen, namelijk ’t Clooster en het project Nieuwstraat/Molenhof. De verwachting is dat deze projecten in 2021 kunnen worden afgerond.
Toelichting op de balans per 31 december 2020
86
PASSIVA VASTE PASSIVA Conform de financiële verordening van de gemeente Aalten ex artikel 212 van de gemeentewet wordt minimaal eenmaal per vier jaar de nota reserves en voorzieningen geactualiseerd. De laatste geactualiseerde versie heeft de raad in zijn vergadering van 18 december 2018 vastgesteld. Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de hierna genoemde reserves en het resultaat. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt naar de algemene reserve en bestemmingsreserves. De algemene reserve heeft een algemeen karakter en is vrij aanwendbaar. Deze reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers. De noodzakelijke hoogte van de algemene reserve wordt mede bepaald aan de hand van het weerstandsvermogen van de gemeente. Bestemmingsreserves zijn reserves waar de raad een specifieke bestemming aan heeft gegeven. bedragen x € 1.000 Saldo 01-01-2020
Algemene reserve Bestemmingsreserves Resultaat na bestemming
Onttrekking
Saldo 31-12-2020
14.616 7.378 -1.302
563 682 421
2.346 534 -1.302
12.833 7.526 421
20.692
1.666
1.578
20.780
Saldo 01-01-2020
Reserves
Toevoeging
Toevoeging
Onttrekking
Saldo 31-12-2020
Algemene Reserve
14.616
563
2.346
12.833
Reserve Onderhoud wegen Reserve Onderhoud gemeentelijke gebouwen Reserve Huisvesting Onderwijs Reserve Bodemsanering Reserve Dorpsuitleg Reserve Formatie en Organisatie
2 1.213 5.250 132 263 518
290 180 80 0 0 132
39 122 92 18 263 0
253 1.271 5.238 114 0 650
Totaal Bestemmingsreserves
7.378
682
534
7.526
Nog te bestemmen resultaat
-1.302
421
-1.302
421
Algemene reserve Stand per 1 januari 2020
Werkelijk
Rekeningsaldo 2019 Mutaties 2020 Programma 1 Programma 1 Programma 1 Programma 1 Programma 1 Programma 1 Programma 1 Programma 1 Programma 1 Programma 2 Programma 2 Programma 2 Programma 3
14.616 -1.302
Volkshuisvestingstaken Structuurversterking kernen Niet actief beveiligde overweg (Nabo) Regiodeal Afwaardering Pand Wilhelminastraat 7/7A, Dinxperlo Leader bijdrage Toevoeging saldo reserve dorpsuilteg Liquidatieuitkering Recreatischap Achterhoek Liemers Bijdrage aankoop Slingeplas Leader bijdrage Naoberfonds Boogie Woogie Leader bijdrage
-4 -7 -206 -34 -296 -14 263 36 -63 -34 -28 -58 -36
Totaal
-481 -1.783
Stand per 31 december 2020
12.833
Toelichting op de balans per 31 december 2020
87
Bestemmingsreserves Toegerekende rente Evenals voorgaande jaren wordt er geen rente meer toegevoegd aan de reserves. Reserve onderhoud wegen In 2020 is € 290.000 aan deze reserve toegevoegd. De kosten van het groot onderhoud aan de wegen ad € 39.000 is in 2020 aan de reserve onttrokken. Het saldo van deze reserve is gerelateerd aan de onderhoudsplannen. Reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen In 2020 is € 180.000 aan deze reserve toegevoegd. Dit jaar is voor € 122.000 aan planmatig onderhoud uitgevoerd aan de gemeentelijke gebouwen. Het saldo van deze reserve is gerelateerd aan de onderhoudsplannen. Reserve Huisvesting Onderwijs De hoogte van deze reserve is vanaf 2016 niet meer gekoppeld aan het integraal huisvestingsplan. Vanaf 2018 wordt de reserve weer jaarlijks gevoed, in 2020 is € 80.000 toegevoegd. Voor de huisvesting van de Groen van Prinstererschool is € 83.000 aan de reserve onttrokken. Voor het opstellen van een nieuw integraal huisvestingsplan is € 9.000 aan de reserve onttrokken. Reserve Bodemsanering Deze reserve is bedoeld om kosten van saneringen te kunnen opvangen. In 2020 is hier € 18.000 voor de kosten voor sanering Piet Heinstraat en Bekendijk aan onttrokken. Reserve Dorpsuitleg Deze reserve wordt gevoed uit de bijdrage van de exploitant van bedrijventerrein ’t Hietveld in Dinxperlo, gebaseerd op een bijdrage per uitgeefbare vierkante meter bouwgrond.