Inspraaknota Uitnodigingskader zon wind.pdf
Tekst van het document
Innovaties die Nederland energieneutraal en CO2-neutraal kunnen maken worden overal ter wereld van harte omarmd.
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 43 van 128
Voor inspreker is relevant dat het Kansrijk gebied voor duurzame energie aanmerkelijk wordt verkleind, zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.25 Kansrijk gebied verkleinen. Besluit: De inspraakreactie wordt inhoudelijk niet overgenomen, al wordt het kansrijk gebied wel aanmerkelijk verkleind.
24. Ingekomen op 10 november 2020 Inhoud van de inspraakreactie Inspreker is tegen zonneparken op geschikte landbouwgrond, omdat: a. eerst de “zonneladder” afgewerkt moet worden. Denk aan zon op daken en op incourante percelen; b. een zonnepark (veelal grote projecten) op landbouwgrond ruimte claimt van de beperkte netcapaciteit. Hierdoor hebben betere initiatieven minder kans van slagen; c. een zonnepark op landbouwgrond leidt tot ongewenste effecten op de toekomstige grondprijzen en op ontwikkelingen van de agrarische sector van duurzaam gebruik van grond. Het uit de markt halen van grond voor een zonnevelden, vormt een bedreiging voor jonge ambitieuze boeren. Eén en ander leidt tot een ongewenste stijging van de prijs van landbouwgrond. Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.3 Zonneladder. b. Bekeken vanuit het aspect ‘netcapaciteit’ vullen wind en zon elkaar goed aan, volgens onze netbeheerder Liander. Heel vaak komt de combinatie zon en (substantiële) wind niet voor in onze regio. Liander verzoekt dan ook om grootschalige wind- en zonprojecten met elkaar te combineren. c. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.1 Zonnevelden op waardevolle grond. Besluit: De inspraakreactie wordt niet overgenomen.
25. Ingekomen op 10 november 2020 Inhoud van de inspraakreactie a. Inspreker is tegen grootschalige zonnevelden op waardevolle landbouwgrond. De piek aan energieopbrengst is omgekeerd aan het vraagpatroon en verstoort de elektriciteitsmarkt. De tweede kamer heeft besloten tot het instellen van de zonneladder. Het Uitnodigingskader spreekt in te algemene termen een voorkeur uit voor het volgen van de zonneladder. b. Verhouding tussen zon en wind is in het Uitnodigingskader 1:1. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving moet de verhouding wind/zon 4:1 zijn. c. Er zijn voldoende alternatieven beschikbaar. Uit de NP RES blijkt dat de capaciteit van daken en restgronden voldoende is om een werkbaar aandeel zonne-energie te leveren. d. Grootschalige opwek uit zonnevelden gaat ten koste van bodembiodiversiteit, omdat het grootste deel van het zonlicht weghoudt van de bodemvegetatie. Verzoekt om onderzoek naar de gevolgen van zonnevelden op het bodemleven. e. Nieuwe zonnevelden slurpen het SDE-subsidiepot leeg, terwijl er een mismatch is tussen vraag en aanbod bij zonne-energie. Hierdoor schaadt het de businesscase van echt duurzame technieken zoals waterstof als energieopslag. f. Grootschalige opwek uit zon ruïneert de landbouwstructuur en verstoort de grondmarkt. Het Uitnodigingskader faciliteert zonnevelden op toevallige locaties waar ontwikkelaar en boer elkaar vinden.
Hiermee verhinderen ze de grondgebonden ontwikkeling van omliggende bedrijven, waarmee het de kansen schaadt van jonge boeren. Louter landschap is bepalend in het kader en een zorgvuldige afweging van de functionele impact van zonnevelden voor de landbouwstructuur en omliggende bedrijven ontbreekt. Wil dat dit in het Uitnodigingskader opgenomen wordt als inpassingscriterium. g. Grootschalige opwek uit zon gaat ten koste van de koolstofvastlegging in landbouwbodems. Nederlandse landbouwbodems kunnen bij goed beheer jaarlijks makkelijk tot 2 ton koolstof per hectare
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 44 van 128
vastleggen. Dit is een betere klimaatbijdrage dan zonnevelden. Kortheidshalve verwijzen we naar het initiatief https://www.4p1000.org/. h. Tijdelijkheid van een zonneveld en terugkeer naar de oorspronkelijke kwaliteit is zeer twijfelachtig. In het kader staat dat het oorspronkelijke grondgebruik fysiek weer te hervatten is. Bodemexperts schrijven dat grond na decennia lang grotendeels afgedekt te zijn, ook weer decennia lang nodig heeft om te herstellen, als dat al weer terug komt op het oude niveau. i. Bedrijventerreinen worden uitgezonderd voor grote velden, terwijl daar bij nieuwbouw juist een dubbelfunctie bedrijf/zon kan worden gerealiseerd. j. De oostzijde van de Haart is aangemerkt als Grootschalig functioneel landschap. Dit vind ik vreemd aangezien dit juist in verleden als ruilverkavelingsgebied aangewezen is voor de landbouw. Ook zie ik (en veel toeristen met mij) dergelijke landbouw gebieden, met coulissen, als hoogwaardig landschappelijke waarden. En zeker geen beperking in biodiversiteit aangezien er veel afwisseling met houtwallen is. Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.1 Zonnevelden op waardevolle grond. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.3 Zonneladder. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.2 Aanbod zonne-energie op de energiemarkt. b. Ons Uitnodigingskader noemt geen verhouding tussen zon en wind.
Dat zou ook onverstandig zijn, omdat de haalbaarheid van nieuwe initiatieven voor windenergie binnen onze gemeente niet gegarandeerd is. c. Er ligt een forse opgave voor zon op grote daken en we zetten ook in op windenergie. Het gebruik van restgronden wordt gestimuleerd. De realiteit gebiedt echter te zeggen dat we er met zon op dak en op restgronden nog lang niet zijn voor wat betreft het aandeel zonne-energie. d. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.6 Bodembiodiversiteit. e. Het is aan de rijksoverheid als aanjager van duurzame energiewinning en subsidieverstrekker om kennis te nemen van de effectiviteit van verschillende manieren van energiewinning en daarbij te beoordelen of kansrijke innovaties niet verder onderzocht kunnen worden. Gemeente Aalten heeft daar geen invloed op. f. Als in 2030 maximaal 1,0% van de landbouwgrond benut wordt voor zonnevelden, is de invloed op de grondmarkt beperkt, zie onder beoordeling van uw inspraakreactie onder punt a. Daarnaast kunnen zonnevelden voor boeren een aanvulling op de bedrijfsvoering zijn en voor stoppende boeren een aantrekkelijk alternatief bieden. g. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.4 Koolstofvastlegging. h. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.5 Herstel afgedekte grond. i. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.10 Op bedrijventerreinen. j.
De landschapsindeling is voor wat betreft het onderscheid tussen waardevol- en functioneel landschap is gebaseerd op het voorkomen van de bestemmingen Agrarisch met waarden en Agrarisch. Het gebied rond de Driehonderdmeterweg is min of meer optimaal ingericht voor de landbouw. De gebieden van het Grootschalig functioneel landschap zijn duidelijk herkenbaar op landschapsbeleidskaarten en in het landschap zelf of bepaald in overleg met een adviseur Natuur & Landschap van Staring Advies. Dat houdt niet in dat hier met de coulissen en houtwallen, geen biodiversiteit en recreatie aanwezig is. De tekst op pagina 17 van het Uitnodigingskader wordt hierop aangepast. Besluit: De inspraakreactie wordt in zoverre overgenomen dat extra nadruk gelegd wordt op bodemleven en koolstofopslag bij de beoordeling van de tenders voor grootschalig zon. Ook de landschapsbeschrijving van het ‘Grootschalig functioneel landschap’ wordt aangepast.
26. Ingekomen op 10 november 2020 en 15 maart 2021 Inhoud van de inspraakreactie a. Insprekers zijn erg geschrokken van het voornemen om megawindmolens te bouwen in de buurt van hun woning. Over zoiets groots moeten toch eerst de aangrenzende bewoners ingelicht worden? Alle bekende informatie is allemaal door derden ingewonnen en niet door de gemeente aan ons verteld. Dat is een kwalijke zaak. Insprekers willen heel graag meedenken in oplossingen en niet in problemen.
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 45 van 128
Maar dit wel met een goede informatie door de gemeente Aalten. Het college wil ook graag inspraak als er een soort Eiffeltoren gebouwd wordt op 400 meter van hun woning. b. Insprekers snappen ook dat Hagenwind het beste is om uit te breiden omdat daar al de voorzieningen liggen. Maar misschien kunnen jullie ook samen met de direct omwonenden een goed plan uitwerken zodat ieders wensen kenbaar kunnen worden gemaakt en dat we zo samen tot een plan komen waar iedereen zich in kan vinden. Te denken valt aan de megawindmolen op de plaats zetten waar nu de windmolens staan of misschien een zonnepark realiseren op de grond waar nu de windmolens staan. Aanvulling, ingekomen op 15 maart 2021 c. Het is merkwaardig dat de inspraakavonden digitaal plaatsvinden, terwijl beloofd was dat dit zou gebeuren wanneer dit weer in een zaal mogelijk zou zijn. d. Waarom moeten er windmolens geplaatst worden in het Aaltense Goor en niet in andere natuurgebieden, hier staan immers al windmolens? e. Windmolens hebben nadelen zoals geluidsoverlast, gezondheidsproblemen, extreme waardevermindering van huizen in de omgeving en landschapsvervuiling. Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.2.2 Communicatie eerste inspraakperiode. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.2.6 Informeren omwonenden Hagenwind. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.1 Uitbreidingsplan Hagenwind? b.
Het verhogen van één (of meer) van de bestaande molens of is kan wat ons betreft een onderzoeksrichting zijn. Dat geldt ook voor een mogelijke invulling met zonnepanelen binnen het bestaande windpark. c. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.2.3 Informatiebijeenkomsten via Teams. d. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.2 Windmolens in het Aaltense Goor. e. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.5 Geluid. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.9 Gezondheidsklachten. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.1.11 Planschade. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.4 Landschap en uitzicht. Voor inspreker is relevant dat het Kansrijk gebied voor duurzame energie aanmerkelijk wordt verkleind, zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.25 Kansrijk gebied verkleinen. Besluit: De inspraakreactie wordt inhoudelijk niet overgenomen, al wordt het kansrijk gebied wel aanmerkelijk verkleind.
27. Ingekomen op 10 november 2020 en 5 maart 2021 Inhoud van de inspraakreactie a. Inspreker woont nabij windmolenpark Hagenwind en schrikt van de ideeën om hier vijf enorme windturbines bij te zetten. Is bang dat er geluidsoverlast en slagschaduw ondervonden wordt. b. Risico van waardevermindering van het huis. c. De enorme windturbines passen niet in het landschap. d. De effecten op de gezondheid en de invloed op de natuur zijn niet goed onderzocht. e. Er zijn veel stallen met asbestdaken. Stimuleer om deze daken te vervangen voor zonnepanelen. Aanvulling, ingekomen op 5 maart 2021 f. Indien(st)er maakt bezwaar tegen het digitaal organiseren van de informatiebijeenkomsten voor het Uitnodigingskader Zon en Wind via Microsoft Teams, omdat: 1. het grootste deel van de inwoners niet wordt bereikt; 2. veel inwoners, met name ouderen, niet de middelen en ervaring hebben om digitaal te vergaderen; 3. dit geen mogelijkheid biedt om vragen te stellen of een verdiepende discussie te voeren. Inspreker verzoekt om de digitale bijeenkomsten te veranderen in fysieke bijeenkomsten zodra dit weer mogelijk is. Betrokkenheid en burgerparticipatie is van groot belang, neem daar de tijd voor. Beoordeling inspraakreactie door college van B&W
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 46 van 128
a. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.1 Uitbreidingsplan Hagenwind? Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.5 Geluid. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.7 Slagschaduw. b. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.1.11 Planschade. c. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.4 Landschap en uitzicht. d. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.9 Gezondheidsklachten. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.11 Natuurschade. e. Het advies van inspreker om de regeling ‘asbest er af, zonnepanelen er op’ nieuw leven in te blazen, heeft onze aandacht. f. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.2.3 Informatiebijeenkomsten via Teams. Voor inspreker is relevant dat het Kansrijk gebied voor duurzame energie aanmerkelijk wordt verkleind, zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.25 Kansrijk gebied verkleinen. Besluit: De inspraakreactie wordt inhoudelijk niet overgenomen, al wordt het kansrijk gebied wel aanmerkelijk verkleind.
28. Ingekomen op 10 november 2020 Inhoud van de inspraakreactie a. Inspreker heeft grote zorgen over mogelijke grote zonnevelden binnen de gemeente. Dit heeft bij de gemeente niet de voorkeur, maar er wordt ook geen duidelijke afstand van genomen. Als het opwekken van zogenaamde duurzame energie niet snel genoeg gaat, dan is inspreker bang dat de gemeente grootschalige zonnevelden geen strobreed in de weg legt. De agrarische sector heeft van oudsher de meeste gronden in het buitengebied in gebruik, maar door de bevolkingsgroei komt er steeds meer druk op het agrarisch gebruik van deze gronden te staan. Door het uitbreiden van woonomgeving, het aanleggen van nieuwe infrastructuur en het aanleggen van nieuwe natuur- en recreatie gebieden, worden de agrariërs steeds verder weggedrukt. Nu wil onze gemeente zo’n 40 tot 80 ha zonnevelden gaan toestaan om in 2030 energie neutraal te zijn! Door deze ontwikkelingen wordt het voor agrariërs welhaast onmogelijk gemaakt om hun bedrijven aan toekomstige eisen aan te passen en verder te verduurzamen en te moderniseren, doordat de grondhonger steeds maar zal toenemen en zo de prijzen voor gronden niet meer op te brengen zijn. b. De energieopgave is exclusief de mobiliteit en het streven om het gas af te gaan. De aantallen hectares worden nog wel een paar keer verdubbeld. c.
Dit heeft lokaal grote invloed voor eventuele mogelijke bedrijfsopvolging. Verzoek om zuinig te zijn op die agrariërs die we nog hebben in onze gemeente. Leg eerst de daken vol en volg de Zonneladder en stimuleer andere vormen van duurzame energieopwekking. Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.1 Zonnevelden op waardevolle grond. b. Zie de alinea onder kopje Groei energiegebruik op pagina 5 van het ontwerp Uitnodigingskader. Hieruit blijkt dat de overgang naar warmtepompen voor verwarming (vervanging aardgas) en elektrische auto’s (vervanging olieproducten) daarin is meegenomen. In de vervanging van aardgas en aardolie is dit dus al verdisconteerd. De verwachting is wel dat het elektriciteitsverbruik toeneemt vanwege een groei in het aantal huishoudens. Opgemerkt wordt dat de RES-opgave nog onderwerp is van gesprek; de Achterhoekse opgave kan dus nog veranderen. Daarnaast is de vertaling van de Aaltense opgave slechts een aanname en dus indicatief weergegeven. c. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.3 Zonneladder. Besluit: De inspraakreactie wordt niet overgenomen.
29. Ingekomen op 10 november 2020 Inhoud van de inspraakreactie
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 47 van 128
a. b. c. d.
Over dit onderwerp is er onvoldoende communicatie geweest en te weinig informatiemomenten. Het college stelt zich niet neutraal op; de uitbreiding van Hagewind wordt genoemd. Er is geen aandacht over de negatieve gezondheidseffecten van windmolens. Ook is er geen aandacht voor waterstof en kernenergie, terwijl de landelijke politieke partijen hier ruim aandacht voor hebben.
Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.2.2 Communicatie eerste inspraakperiode. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.1 Uitbreidingsplan Hagenwind? b. In het uitnodigingskader worden keuzes gemaakt om, ondanks de opgave van winning van duurzame energie, ons waardevolle landschap zoveel mogelijk te ontzien. Van een ‘doelredenering of ‘verborgen agenda’ is beslist geen sprake. Het wijst het gebied rond de huidige molens van Hagenwind aan als kansrijk gebied voor de grootschalige winning van duurzame energie en daar zijn goede argumenten voor zoals we in het vorige punt hebben besproken. c. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.9 Gezondheidsklachten. d. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.1.5 Alternatieven voor wind- en zonne-energie, antwoord 2.1.6 Waterstof als alternatief en antwoord 2.1.9 Kernenergie als alternatief. Voor inspreker is relevant dat het Kansrijk gebied voor duurzame energie aanmerkelijk wordt verkleind, zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.25 Kansrijk gebied verkleinen. Besluit: De inspraakreactie wordt inhoudelijk niet overgenomen, al wordt het kansrijk gebied wel aanmerkelijk verkleind.
30. Ingekomen op 10 november 2020 Inhoud van de inspraakreactie a. Met het oog op het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat hoopt inspreker dat de er voor de woonwijken buiten de gemeente Aalten dezelfde norm gehanteerd wordt als woonwijken in Aalten b. Maakt bezwaar tegen uitbreiding van Hagenwind, omdat de huidige windmolens al geluidsoverlast geven en verdere intensivering van dat gebied is niet wenselijk. c. Verzoek om zijn als bezwaar te behandelen of te wijzen op de correcte procedure. d. Gaat ervan uit dat gemeente Oost Gelre in contact treedt met de gemeente Aalten, als de geluidsoverlast en slagschaduw van windmolens over de gemeentegrens gaat. Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Voor het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat gelden absoluut dezelfde spelregels voor woningen in Lichtenvoorde als voor die in Aalten. b. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.5 Geluid. c. Uw reactie wordt meegenomen in de inspraakprocedure. Participatie krijgt in het kader van het Uitnodigingskader vorm in de inspraakprocedure. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.2.4 Verdere inspraak. d. Wij hebben op verschillende niveaus regelmatig contact gehad met de gemeente Oost Gelre over ons Uitnodigingskader. We gaan er van uit dat we dat in de komende periode voortzetten. Gemeente Oost Gelre wordt in ieder geval op de hoogte gehouden van de verdere procedure.
Voor inspreker is relevant dat het Kansrijk gebied voor duurzame energie aanmerkelijk wordt verkleind, zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.25 Kansrijk gebied verkleinen. Besluit: De inspraakreactie wordt inhoudelijk niet overgenomen, al wordt het kansrijk gebied wel aanmerkelijk verkleind.
31. Ingekomen op 10 november 2020 en 13 april 2021 Inhoud van de inspraakreactie
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 48 van 128
Insprekers uiten hun ongenoegen over het plan ten aanzien van het windmolenpark te Dale/Aalten, om de volgende redenen: a. Steeds meer gezondheidsklachten zijn toe te schrijven aan windmolens. Hiermee wordt onvoldoende rekening gehouden met de aanleg van dit windpark. Verwijst naar prof. Van den Berg van de RUG. Hoe gaat de gemeente monitoren of er sprake is van eventuele gezondheidsklachten? b. Zijn er andere locaties overwogen om de windmolens te plaatsen en is er voldoende onderzoek gedaan naar alternatieven voor een windmolenpark? Waaruit blijkt dat Dale de beste locatie is? Het streven van de gemeente om een bijdrage te leveren aan een beter klimaat is nobel, maar niet over de rug van haar inwoners. c. Verzoekt daarnaast om wetenschappelijk onderbouwde documentatie waarin de gemeentelijke standpunten worden onderbouwd. Aanvulling, ingekomen op 13 april 2021 d. Inspreker heeft tot op heden geen inhoudelijke reactie ontvangen op de inspraakreactie van 10 november 2020 en ziet deze graag tegemoet. e. Inspreker heeft signalen vernomen over mogelijke waardeverminderingen van de huizen en mogelijke gezondheidsklachten als gevolg van het plaatsen van de windmolens. Het college heeft een verantwoordelijkheid richting haar burgers en vertegenwoordigt hun belangen.
Met deze plannen worden de belangen van burgers op financieel gebied en op het gebied van gezondheid mogelijk geschonden. f. Indien de windmolens toch worden geplaatst en vastgesteld kan worden dat dit negatieve effecten heeft op financieel gebied en/of op het gebied van gezondheid, kan het gehele college en/of de betreffende wethouder(s) dan juridisch aansprakelijk gesteld worden voor de eventuele (im)materiële schade die hieruit voortvloeit? Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.9 Gezondheidsklachten. b. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.19 Meer gebieden geschikt. c. Op het gebied van volksgezondheid kunnen wij u verwijzen naar de volgende websites: • https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/200000001.pdf; • https://www.rivm.nl/nieuws/overzicht-van-literatuur-over-gezondheidseffecten-geluid-windturbines. d. Zie hoofdstuk 2, antwoord 0 Zijn er nog meer inspraakmogelijkheden na de inspraaktermijn? 13 april 2021 was de laatste dag van de inspraak op het ontwerp Uitnodigingskader zon en wind. De verwachting is dat het Uitnodigingskader wordt behandeld in de gemeenteraadsvergadering van maandag 12 juli 2021. Deze behandeling wordt voorbereid in de beeldvormende vergaderingen van 21 juni en eventueel 23 en 24 juni en de oordeelsvormende vergadering van 28 juni en eventueel 29 juni.
De (originele) inspraakreacties met onze reactie en eventuele aanpassingen worden opgenomen in een inspraaknota die ongeveer 10 dagen voor de beeldvormende vergadering van 21 juni hier (https://www.aalten.nl/bestuur-enorganisatie/openbare-vergaderingen_43955/) (met andere stukken) gepubliceerd wordt. Bij de beeldvormende vergadering(en) kan iedereen zich aanmelden om in te spreken. Indieners van inspraakreacties worden hiervoor te zijner tijd uitgenodigd door de raadsgriffie, waarbij in deze uitnodiging een verwijzing is opgenomen naar de bovengenoemde stukken (concept tekstversie 25 mei 2021). e. Nog geen reactie ontvangen. f. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.1.11 Planschade. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.9 Gezondheidsklachten. g. De beantwoording van uw vraag met betrekking tot aansprakelijkheid hangt af van de feitelijke omstandigheden van de situatie. Wij menen dat een gemeente onder deze omstandigheden niet aansprakelijk is, maar als u onafhankelijk antwoord wilt hebben op deze vraag adviseren wij u deze neer te leggen bij uw juridisch adviseur. Voor inspreker is relevant dat het Kansrijk gebied voor duurzame energie aanmerkelijk wordt verkleind, zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.25 Kansrijk gebied verkleinen. Besluit: De inspraakreactie wordt inhoudelijk niet overgenomen, al wordt het kansrijk gebied wel aanmerkelijk verkleind.
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 49 van 128
32. Ingekomen op 10 november 2020 Inhoud van de inspraakreactie a. Volgens het Uitnodigingskader is het Grootschalig functioneel landschap min of meer optimaal ingericht voor de landbouw. Door het intensieve landgebruik beperkt de biodiversiteit zich hier tegenwoordig in hoofdzaak tot wegbermen en randen van watergangen. Landschappelijk en voor de recreatie zijn dit de minder waardevolle gebieden. Inspreker herkent zich niet in dit citaat en nodigt uit om de ruime biodiversiteit te aanschouwen buiten wegbermen en watergangen. Hij noemt een rijke schakering van bos, natuur, erven en agrarische cultuurgronden. De vele bomen en bosranden die veel gebruikt worden door reeën, patrijzen, vleermuizen en andere diersoorten kenmerken dit gebied. Daarom zijn er binnen dit gebied, dan wel op geringe afstand meerdere campings aanwezig. Het gebied kenmerkt juist voor en door recreatie. b. Verzoekt om dit gebied niet te beoordelen als Grootschalig functioneel landschap, maar als Functioneel landschap. Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Naar aanleiding van (onder meer) deze reactie hebben wij onze vaste adviseur natuur en landschap van Staring Advies gevraagd om de beschrijving van het Grootschalig functioneel landschap tegen het licht te houden. Op basis van zijn advies komen we tot de volgende tekst: Dit landschap is min of meer optimaal ingericht voor de landbouw.
Door het intensieve landgebruik beperkt de biodiversiteit zich hier in de meeste gebieden tegenwoordig in hoofdzaak tot wegbermen, randen van watergangen, houtopstanden en erven. De samenhang tussen de houtopstanden is aanzienlijk minder dan in de andere landschappen waardoor de biodiversiteit van deze houtopstanden relatief laag is. Soms is niet goed te zien in welk historisch landschapstype men zich bevindt. Het belang van landschap en recreatie staat hier wat minder op de voorgrond. Voor Achterhoekse begrippen zijn het vrij grootschalige, halfopen tot open gebieden. b. Het verschil tussen Functioneel landschap en Grootschalig functioneel landschap wordt, zoals de naam als zegt, bepaald door de grootschaligheid. Daar is ter plaatse van de voor Grootschalig functioneel landschap aangewezen gebieden onmiskenbaar sprake van. Besluit: De inspraakreactie wordt in zoverre overgenomen dat de beschrijving van het Grootschalig functioneel landschap wordt aangepast. 33. Ingekomen op 10 november 2020 en 14 april 2021 Inhoud van de inspraakreactie a. Diverse inwoners van deze wijken hebben in onze richting hun zorg uitgesproken over de ontwikkeling of uitbreiding van windprojecten in het gebied ten noorden en oosten van het Aaltense Goor.
Indien er nabij de grens van onze gemeente initiatieven zijn voor installaties voor grootschalige hernieuwbare energie (zoals windturbines) dan wil inspreker graag in een vroeg stadium worden betrokken. Ook hechten wij er aan dat ook inwoners van onze gemeente die in de nabijheid wonen worden meegenomen in de communicatie. Uiteraard vinden wij het daarbij belangrijk dat er aandacht is voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en mogelijke gezondheidseffecten. Aanvulling, ingekomen op 14 april 2021 b. Richting onze gemeente worden er onverminderd zorgen geuit over de ontwikkeling van wind in het grootschalig functioneel landschap ten noorden en oosten van het Aaltense Goor en over de concrete plannen rondom Hagenwind. Wij vragen aandacht voor het betrekken van onze gemeente en inwoners bij uw beleidsontwikkeling en eventuele concrete plannen. c. In Lichtenvoorde wordt de Flierbeek fase 3 ontwikkeld naar woningbouw. We vragen om in uw visievorming ten aanzien van wind rekening te houden met deze ontwikkeling. d. De raad heeft aangegeven een pas op de plaats te willen maken ten aanzien van hoge windturbines na diverse ontwikkelingen die er om zouden kunnen vragen het beleid te herzien. Het gaat daarbij onder andere om het vervallen van een laagvliegroute, het proces rond de RES en diverse concrete initiatieven voor windturbines.
De komende periode gaan we opnieuw in gesprek met de raad over de RES en onze eigen beleidskaders. Als gemeenten in de Achterhoek moeten we de energietransitie samen vormgeven.
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 50 van 128
Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Zoals u weet, moet er na eventuele realisatie van nieuwe ontwikkelingen op Aaltens grondgebied ook ter plaatse van gevoelige functies zoals woningen op het grondgebied van Oost Gelre sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Hieronder horen de mogelijke gezondheidseffecten. Eén en ander moet onderbouwd worden met onderzoeken die we, als de realisatie haalbaar is, uiteraard openbaar maken. Wij willen dat er bij initiatieven voor windmolens procesparticipatie plaatsvindt, zie daarvoor paragraaf 4.2 van ons Uitnodigingskader. Wij zetten er hierbij op in dat u en uw belanghebbende inwoners gelijktijdig worden geïnformeerd als de inwoners en belangengroeperingen van de gemeente Aalten. b. Zie onze vorige reactie. c. Als woningen in de wijk Flierbeek 3 planologisch zijn vastgelegd, dan moeten we daar rekening mee houden. d. Onze gemeenteraad en ons college willen in 2030 energieneutraal zijn. Op basis van het Klimaatakkoord geldt een doelstelling van CO2-neutraliteit in 2050. Daarnaast komt er een grote duurzame energieopgave vanuit de Regionale Energie Strategie op ons af. In de RES-Achterhoek werken we met de Achterhoekse gemeenten samen om te komen tot een samenhangende invulling van de energietransitie. In de RES-Achterhoek is de gemeente Aalten de laatste gemeente die een Uitnodigingskader (RODE-beleid) zal vaststellen.
Voor inspreker is relevant dat het Kansrijk gebied voor duurzame energie aanmerkelijk wordt verkleind, zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.25 Kansrijk gebied verkleinen. Besluit: De inspraakreactie wordt inhoudelijk niet overgenomen, al wordt het kansrijk gebied wel aanmerkelijk verkleind.
34. Ingekomen op 10 november 2020 en 5 maart 2021 Inhoud van de inspraakreactie a. In het Aaltense Goor is zichtbaar wat windmolens betekenen voor landschap, natuur en leefomgeving. Horizonvervuiling en lawaai. Kortom lelijkheid. De zorgen nemen toe door publicaties als GO!RES en een bijgevoegd Trouw-artikel van 21 oktober 2020. b. Het recent in Zondag met Lubach behandelde risico dat windmolens vooral energie voor datacenters van multinationals leveren. Terwijl het voor huishoudens beschikbaar moet komen en slim bezuinigen op energie juist voorop zou moeten staan bij het halen van ‘Parijs’. c. Gevaren voor de gezondheid door windmolens, wijzend op een artikel in de Gelderlander van 29 oktober 2020. d. Burgers en natuurliefhebbers willen geen aantasting van het cultuurhistorische landschap, verwijzend naar een artikel in Het Parool. e. Besparen op energie moet voorop staan bij het halen van ‘Parijs’. f. Duurzaamheid is voor mij veel meer dan klimaatbeleid en het bouwen van windmolens en zonneweides. Het gaat ook om een mooi landschap, een mooie leefomgeving en een rijke natuur. Het coulisselandschap wordt anders de sluitpost van de windmolens en zonnepanelen. Bij Netterden is al te zien wat er dan gebeurt. g. De problemen van de stad – waar het energieverbruik het grootst is! – moeten niet op het platteland opgelost worden, door hier juist de windmolens te plaatsen.
Ook nog eens ver van zee. Op het platteland is veel minder wind. h. Waarom wordt het energieverbruik van de belangrijkste vervuilende sectoren landbouw, industrie en mobiliteit niet meegenomen? Daar wordt niets gedaan volgens de plannen. i. Als er windmolens worden geplaatst moet er voldoende afstand tot bebouwing èn natuur worden aangehouden. In Duitsland/Beieren is de afstand tot woningen minimaal 10x de tiphoogte van een windmolen. Dat zou in Aalten ook moeten. Windmolens op zee worden zelfs op een afstand van minimaal 18,5 km uit de kust geplaatst. Dit zegt genoeg over de horizonvervuiling van de windmolens. j. Steeds meer klachten zijn er ook over het geluid van de windmolens. De volksgezondheid is hier in het geding.
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 51 van 128
k.
l.
Voor een geloofwaardig klimaat- en CO2-beleid moeten heel veel bomen en houtwallen aangeplant worden. Ze nemen het broeikasgas CO2 op en het landschap wordt veel mooier en de natuur veel rijker. Voor vitale bomen moet het snoeibeleid ook heel anders. Het is belangrijk dat eerst de daken van bedrijven en kantoorpanden worden gebruikt voor het plaatsen van zonnepanelen. Geen schaarse grond in ons dichtbevolkte land opofferen voor zonnepanelen.
Aanvulling, ingekomen op 5 maart 2021 m. Inspreker maakt bezwaar tegen het digitaal organiseren van de informatiebijeenkomsten voor het Uitnodigingskader Zon en Wind via Microsoft Teams, omdat: 1. het grootste deel van de inwoners niet wordt bereikt; 2. veel inwoners, met name ouderen, niet de middelen en ervaring hebben om digitaal te vergaderen; 3. dit geen mogelijkheid biedt om vragen te stellen of een verdiepende discussie te voeren. Inspreker verzoekt om de digitale bijeenkomsten te veranderen in fysieke bijeenkomsten zodra dit weer mogelijk is. Betrokkenheid en burgerparticipatie is van groot belang, neem daar de tijd voor. Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.4 Landschap en uitzicht. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.5 Geluid. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.11 Natuurschade. b. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.2.8 Financiële participatie. c. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.9 Gezondheidsklachten. d. Ook de gemeente Aalten wil haar waardevolle landschap beschermen, waar onder het natuurgebied Aaltense Goor. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.2 Windmolens in het Aaltense Goor. e. In het klimaatakkoord is een besparingsdoelstelling opgenomen van 130 TWh in 2030. f.
Het onderdeel RES uit het klimaatakkoord heeft betrekking op en is begrensd op de realisatie van ten minste 35 TWh met grootschalig zon en wind in Nederland en op de regionale warmtestructuur. Het klimaatakkoord kent nog meer uitwerkingen van klimaatbeleid en daar is ook inspraak op mogelijk. Klimaatadaptatie, droogte etc. zijn belangrijke onderwerpen maar zijn geen onderdeel van de RES. Deze inspraak gaat over het ontwerp Uitnodigingskader zon en wind, die een relatie heeft met de RES. Duurzaamheid is inderdaad een veel breder onderwerp, maar is hier, om genoemde redenen niet in die volledige breedte aan de orde. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.4 Landschap en uitzicht. g. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.20 Op zee. h. Het klimaatakkoord gaat over 49% reductie van de broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990. Dat wil zeggen: uitstoot van broeikasgassen door landbouw en door energieverbruik (fossiel) van de industrie, mobiliteiten de gebouwde omgeving. De RES is in dit verband begrensd qua doelstelling en alleen gericht op de grootschalige opwek van ‘groene’ energie met zon en wind op land (35 TWh in Nederland). Daarmee is landbouw, industrie en mobiliteit geen onderwerp in de RES anders dan dat de keuze voor een doelstelling voor de opwek van 35 TWh op land een resultaat is van een brede aanpak. i. Windmolens zijn onmiskenbaar aanwezig in ons landschap.
Het Uitnodigingskader voorziet grootschalige ontwikkelingen van duurzame energie alleen in grootschalige (functionele) gebieden. Op deze manier willen we ons kleinschalig en waardevol landschap beschermen. Bij een landelijke of provinciale schaal van de RES is het denkbaar dat locaties voor grootschalige winning van duurzame energie aangewezen worden door provincie of rijk. Wij zijn van mening dat we dat niet moeten willen. Bij de aanwijzing van windkavels op zee worden meer belangen afgewogen, zoals die van natuur, visserij, scheepvaart, en recreatie. j. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.5 Geluid. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.9 Gezondheidsklachten. k. We juichen toe dat bomen en houtwallen worden aangeplant om natuur en landschap ter verrijken. In het kader van het Uitnodigingskader zullen we aantallen en soorten beplantingen beoordelen in relatie tot de grootte van de ontwikkeling. l. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.3 Zonneladder. m. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.2.3 Informatiebijeenkomsten via Teams. Voor inspreker is relevant dat het Kansrijk gebied voor duurzame energie aanmerkelijk wordt verkleind, zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.25 Kansrijk gebied verkleinen.
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 52 van 128
Besluit: De inspraakreactie wordt inhoudelijk niet overgenomen, al wordt het kansrijk gebied wel aanmerkelijk verkleind.
35. Ingekomen op 10 november 2020 en 14 april 2021 Inhoud van de inspraakreactie Algemeen a. Het verzoek om 4 weken de gelegenheid te geven om de inspraakreactie nader uit te werken. b. Verkeerde inschattingen van de potenties van zon en wind en van de doelmatigheid, omdat de wetenschap niet aan tafel heeft gezeten bij het Klimaatakkoord (waar de RES op stoelt. c. De RES is een decentrale activiteit met weinig coördinatie en veel verschil in aanpak. Ook deskundigheid schiet door decentralisatie in het algemeen tekort. d. Slechts een deel van het Klimaatakkoord is onder gebracht in de RES. Dit akkoord (waar de RES onderdeel van is) is ten onrechte versmald en uitgekleed. De bevolking heeft alleen nog inspraak bij het zoeken van locaties voor windmolens en zonnepanelen. Ook het GO!RES-rapport signaleert dat klimaatadaptatie vreemd genoeg geen thema is. e. Duurzaamheid gaat over veel meer dan alleen klimaat en ‘groene’ energie. De SNMA wijst op aspecten zoals landschap, biodiversiteit, milieu, waterkwaliteit e.d. f. Het rapport GO!RES signaleert dat er een veel te grote druk op het RES staat. Het GO!RES-rapport stelt vast dat het een bureaucratische rekenexercitie dreigt te worden, wat leidt tot een onzorgvuldig proces voor ruimtelijke ordening en ruimtelijke inpassing van windmolens en zonneparken. De ruimtelijke kwaliteit (het landschap) komt geweldig onder druk te staan. g.
Landbouw, industrie en mobiliteit komen als belangrijkste uitstotende sectoren niet aan bod bij de RES (zie ook GO!RES). Dat is een enorm tekort van het RES en maakt de operatie niet geloofwaardiger. Bepleit dat het Rijk de RES verbindt aan ruimtelijke overstijgende opgaven van industrie, landbouw, en mobiliteit, én de K van klimaatadaptatie. Energieproductie en besparing h. Bij de RES moeten energiebesparing en een lagere energievraag voorop staan. En niet het bijbouwen van energieproductie. i. De Achterhoekse besparingsopgave is 20% op elektriciteit en 55% op gas. Zonnepanelen worden daarbij als besparing beschouwd. Dit beschouwt SNMA foutief, oneigenlijk en misleidend. j. De Achterhoek moet lobbyen bij het rijk om de RES-opgave middels gemeentelijke aandelen te kunnen realiseren op zee, waar het meer en harder waait. k. Voor zonnepanelen en -parken moet de zonneladder te worden gebruikt om leefomgeving en landschap zo min mogelijk te verstoren. l. Tenminste de helft van de ruimte van zonnevelden moet bestemd en ingericht worden als landschappelijke inpassing ten behoeve van de biodiversiteit en voor C02-invang. Een citaat uit het artikel ‘Zonneparken kunnen ook een verrijking zijn’ van 13 september 2018: Gezien de manier waarop veel zonneparken in het buitengebied zijn aangelegd, is de weerstand begrijpelijk.
De praktijk laat zien dat marktwerking, waarin grondeigenaar en ontwikkelaar maximaal rendement uit een perceel willen halen, leidt tot de zo gevreesde ‘blauwe zeeën’, ten koste van biodiversiteit, bodem en landschap. Zonnevelden moeten landschappelijk aan het zicht onttrokken worden door (lage) houtwallen en hagen. Deze kunnen aan de noordzijde ook hoger en robuust zijn omdat ze daar de zon niet afschermen. Beplanting van inlandse soorten gebruiken. Harde elementen vermijden (staal en beton). m. Voor een klimaatbeleid dat het CO2-probleem direct aanpakt moeten heel veel bomen en houtwallen worden aangeplant. Ze nemen het broeikasgas CO2 op en het landschap wordt mooier en de natuur rijker. Ook het snoeibeleid moet anders om de vitaliteit en CO2-opname van bomen niet te schaden: minder hoog opsnoeien bijvoorbeeld. n. Een beoordeling van milieu- en gezondheidseffecten van windturbines ontbreekt bij het ontwerp Uitnodigingskader. Ook is er geen passende beoordeling volgens de Europese Habitatrichtlijn. o. Er ontbreekt verder een verbod op het gebruik van bodemverontreinigende stoffen als Pfas en houtverduurzamingsmiddelen. Duurzaamheid en klimaat
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 53 van 128
p. De relatie tussen enerzijds de beoogde windturbines en zonnepanelen en anderzijds een lager CO2gehalte is volstrekt onduidelijk. En om een lager CO2-gehalte gaat het juist bij het oplossen van het klimaatprobleem. q. De bijdrage van de windenergie aan de grote energievraag is miniem in verhouding tot de grote schade aan het landschap. Het is symboolpolitiek. r. Met de zogenaamd duurzame energie ten behoeve van het klimaat hoeven bestuurders minder te doen aan politiek lastiger beleid voor stikstof, stank, watervervuiling, verdroging en biodiversiteit. Het is een vorm van groene ‘window dressing’. Landschap en natuur s. Grootschalige energieopwekking in een kleinschalig landschap is een grote tegenstelling. Dat kan niet goed gaan en zal tot nog veel meer landschapspijn leiden. Hoge windmolens zijn (vaak) op zeker 20 km afstand zichtbaar en hebben een enorme impact op de wijde omgeving. Dit bewijst ook dat de lokale schaal van het RES en decentraal beleid niet past bij de energietransitie. Het op grote afstand zichtbaar zijn van de windmolens en het onrustige beeld van de draaiende wieken zullen een enorme aantasting van de visuele leefomgeving betekenen. Om horizonvervuiling te beperken staan molens in zee op zijn minst ca 20 km uit de kust. t. Bij het RES dreigen natuur en landschap - zoals vaak - weer het sluitstuk te worden, in dit geval van de energieproductie.
Terwijl ook volgens het rapport van het PBL landschap en landschapsbehoud juist veel meer centraal moeten komen te staan. Het PBL vraagt om een landschapsinclusief omgevingsbeleid. u. SNMA vindt het niet acceptabel dat windmolens veel slachtoffers maken onder vogels en vleermuizen. Hetzelfde geldt voor insecten. v. Winturbines in en vlak bij het Gelders Natuur Netwerk (GNN) vindt SNMA niet acceptabel. Wat dat betreft zijn er genoeg slechte ervaringen met de huidige windturbines pal tegen het natuurgebied Aaltense Goor. De bewoners in de omgeving klagen over geluidsoverlast. Leefbaarheid en gezondheid w. Als er windmolens worden geplaatst moet er voldoende afstand tot bebouwing worden aangehouden. In Duitsland is de afstand tot woningen minimaal 10 keer de tiphoogte van een windmolen. Het is vreemd dat hier veel ruimere normen gelden en minder zorgvuldig omgaan met de leefbaarheid van burgers. x. De geluidhinder van windmolens krijgt ook steeds meer aandacht. Artsen zeggen dat het kan de gezondheid en de rust van mensen kan schaden. y. De minimale afstand van windmolens tot beschermd dorpsgezicht is 2 kilometer. Dit geeft aan dat men windmolens wel schadelijk vindt voor de ruimtelijke kwaliteit! z. In natuurgebieden mag geen verstoring van natuurbeleving en rust plaatsvinden door windmolens. Windmolens geven een onrustig landschapsbeeld en geluidhinder.
Voor een natuurgebied moet ook een afstand van minimaal 2 kilometer gelden. Proces en participatie aa. Vooral het tweede gebiedsgesprek van het RES-Aalten op maandag 28 september 2020 was niet serieus. Het concept ‘Uitnodigingskader’ werd toegelicht en er konden vragen worden gesteld. Op 30 september 2020 werd echter reeds het definitieve Uitnodigingskader gepubliceerd. Dat is geen serieus gebiedsgesprek en de Gemeente Aalten heeft op deze wijze niet voldaan aan haar participatieopgave. Aanvulling, ingekomen op 18 maart 2021 bb. Jaap Dirkmaat , voorzitter van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, vertelt in een video dat het natuurreservaat Aaltense Goor, destijds gespaard gebleven tijdens de ruilverkaveling, behouden moet blijven en er geen windmolens in het gebied geplaatst moeten worden. Het gebied ligt tevens in een windluwe streek en dus zijn windmolens efficiënter op zee of langs de kust. Aanvulling, ingekomen op 14 april 2021 cc. Het wordt steeds duidelijker dat de volksgezondheid aan de orde is bij de plaatsing van windmolens. Zie het artikel ‘Ziek van de Wiek’ van 10 april 2021 in de Volkskrant als bijlage. Het voorzorgsbeginsel moet gelden, waarbij de afstand tussen woningen en windmolens minimaal 10 keer de windmolenhoogte bedraagt. dd. Er moet meer aandacht komen voor de potentiële vogelslachtoffers.
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 54 van 128
ee. Windmolens en zonnepanelen mogen geen enkele schade toebrengen aan de schaarse natuur(gebieden) wat betreft biodiversiteit en landschap. ff. Bij de RES moet zuinig ruimtegebruik meer een rol spelen. Zie het recente PBL-rapport hierover. gg. Bij zonnepanelen en –weides moet (de vergroting van) biodiversiteit een belangrijke rol spelen. hh. Waarom de haast bij het halen van klimaatdoelen en daarbij schade aan natuur en landschap op de koop toe nemen? Bij enkele grote natuur- en milieuproblemen van de afgelopen decennia, zoals het stikstofprobleem, hadden we geen haast. De natuur ondervindt daarnaast al schade van verdroging. Beoordeling inspraakreactie door college van B&W Algemeen a. De stichting had tot 14 april 2021 de tijd om haar inspraakreactie aan te vullen, waarvan ze gebruik heeft gemaakt. b. De potentie van zon en wind is naar onze mening in het klimaatakkoord op een verantwoorde wijze weergegeven. De vermogens van zonnepanelen en windmolens, alsmede de vollasturen in de gemeente Aalten zijn bekend. c. In het klimaatakkoord is gekozen voor een decentrale uitwerking van de RES per RES-regio. De veronderstelling dat daardoor in deskundigheid en coördinatie tekort wordt geschoten is een niet op feiten gebaseerde aanname. Er zijn inderdaad wel verschillen in aanpak tussen de diverse regio’s maar de overeenkomsten in de aanpak zijn veel groter.
Ook stemmen de Gelderse RES-regio’s regelmatig met elkaar af. d. Het onderdeel RES uit het klimaatakkoord heeft betrekking op en is begrensd op de realisatie van ten minste 35 TWh met grootschalig zon en wind in Nederland en op de regionale warmtestructuur. De RES wordt opgesteld door 30 regio’s, waaronder de RES-regio Achterhoek. Het klimaatakkoord kent nog meer uitwerkingen van klimaatbeleid en daar is ook inspraak op mogelijk. Klimaatadaptatie, droogte etc. zijn belangrijke onderwerpen maar zijn geen onderdeel van de RES. e. Zie ook voorgaande. Deze inspraak gaat over het Uitnodigingskader zon en wind en vanwege de relatie met de RES geven wij ook een reactie als het inspraak op de RES betreft. Duurzaamheid is een veel breder onderwerp, maar is hier in die volledige breedte niet aan de orde. f. Het GO!RES-rapport geeft een interessante mening over het RES-proces. In de RES zal uiteindelijk een taakstelling voor het plaatsen van windmolens en zonnevelden komen voor 2030. Dat hier enige aantasting van het landschap bij zal optreden is een gegeven. Het is de taak van de RES en het Uitnodigingskader om deze aantasting tot een minimum te beperken en acceptabel te houden. g. Het klimaatakkoord gaat over 49% reductie van de broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990.
Dat wil zeggen: uitstoot van broeikasgassen door landbouw en door energieverbruik (fossiel) van de industrie, mobiliteiten de gebouwde omgeving. De RES is in dit verband begrensd qua doelstelling en alleen gericht op de grootschalige opwek van ‘groene’ energie met zon en wind op land (35 TWh in Nederland). Daarmee is landbouw, industrie en mobiliteit geen onderwerp in de RES anders dan dat de keuze voor een doelstelling voor de opwek van 35 TWh op land een resultaat is van een brede aanpak. Energieproductie en besparing h. In het klimaatakkoord is een besparingsdoelstelling opgenomen van 130 TWh in 2030. Naast deze besparing is er vastgesteld dat er ook opwekcapaciteit nodig is op land (35 TWh). En op zee (49 TWh). Besparing, en lagere energievraag, is daarom geen onderdeel van de RES omdat de RES gericht op het realiseren van deze opwek van 35 TWh op land met zon en wind. i. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.9 Zon op particuliere daken. j. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.20 Op zee. k. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.3 Zonneladder. l. In het ontwerp Uitnodigingskader zijn criteria opgenomen voor landschappelijke inpassing. Het is daarbij belangrijk om steeds te kijken welke kansen de landschappelijke inpassing biedt, welke combinaties er te maken zijn en hoe deze benut kunnen worden.
Denk aan de stimulans voor biodiversiteit of aan de maatregelen om het gebied klimaatbestendiger te maken. Naast de landschappelijke inpassing wordt een deel van een zonneveld daadwerkelijk ingevuld met zonnepanelen. Wij willen dat ten minste 25% onbedekt oppervlak overblijft tussen en rond de panelen. Voor de bodem geldt dat minder licht en een andere verdeling van het water via minder planten(wortels) zullen leiden tot minder bodemleven, lagere organische stofgehalten en een afname van de bodemvruchtbaarheid. Een ecologische inrichting van zonneparken met extensief beheerde vegetaties als uitgangspunt kan ook kansen bieden op een positief effect op de structuur en kwaliteit
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 55 van 128
van de bodem, vooral als de uitgangssituatie intensieve landbouwgrond was. Aangezien de grond voor lange tijd uit productie genomen wordt, kan de grond tot rust komen en de bodemkwaliteit herstellen en verbeteren (bron: WUR, april 2019). Wij zullen in het uitnodigingskader meer nadruk leggen op het stimuleren van biodiversiteit en het bodemleven bij de inpassingsplannen in de tenders. De WUR (april 2019) stelt dat netto-opslag van koolstof haalbaar is in zonneparken. Het is mogelijk de koolstofvastlegging te bevorderen door in de bodem meer kruidenrijke begroeiing aan te planten. Dit is vooral effectief in combinatie met zorgvuldig en extensief beheer: pas laat maaien en niet bemesten of bespuiten. m. Opslag, vastlegging van CO2, door bomen en struiken bij een landschappelijke inpassing is geen doelstelling van het Ukzw en de RES. De omvang van deze CO2-opslag is niet groot. Als bijkomend voordeel is er aandacht voor. n. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.9 Gezondheidsklachten. Bij een ruimtelijke procedure (zoals een bestemmingsplan) van een concreet plan komt de beoordeling van natuur- en milieuaspecten aan de orde. o. Een verbod op Pfas en houtverduurzamingsmiddelen komt voort uit andere wet- en regelgeving en geldt altijd. Het is daarom niet relevant om te vermelden in dit Uitnodigingskader. Duurzaamheid en klimaat p.
Het nut van zonnepanelen en windmolens moet worden gezien in het licht van het vervangen van het verbruik van fossiele energie. Het gebruik van fossiele energie veroorzaakt CO2-uitstoot. De maatschappij zal energie nodig hebben en blijven gebruiken ook al is dat zo min mogelijk. Tijdens het opwekken van stroom met windmolens en zonnepanelen komt er geen CO2, vrij. Er komt wel CO2 vrij bij tijdens de installatie/bouw en bij het onderhoud en de afbraak van windmolens en zonnepanelen. Maar over de hele levensduur is die uitstoot erg laag. q. Er ligt van rijkswege een grote opgave voor de winning van duurzame energie, maar we willen verantwoord omgaan met ons waardevolle landschap. Vandaar dat er gebieden zijn aangewezen waar geen- en waar wel grootschalige mogelijkheden zijn. Hoewel windmolens inderdaad invloed hebben op het landschap, kunnen we die invloed met het Uitnodigingskader beperken. Een 3 MW molen (ashoogte circa 125 meter) kan jaarlijks energie opwekken dat gelijk staat aan het jaarlijks verbruik van ongeveer 2000 huishoudens. Het is natuurlijk lastig om de opbrengst van een windmolen te vergelijken met de invloed op het landschap. r. Deze reactie veronderstelt dat met het beleid voor duurzame energie de bestuurlijke aandacht wordt weggehaald bij andere belangrijke milieu-en duurzaamheidsonderwerpen. Dit is (aantoonbaar) geenszins het geval. Landschap en natuur s.
Windmolens zijn onmiskenbaar aanwezig in ons landschap. Het Uitnodigingskader voorziet grootschalige ontwikkelingen van duurzame energie alleen in grootschalige (functionele) gebieden. Op deze manier willen we ons kleinschalig en waardevol landschap beschermen. Bij een landelijke of provinciale schaal van de RES is het denkbaar dat locaties voor grootschalige winning van duurzame energie aangewezen worden door provincie of rijk. Wij zijn van mening dat we dat niet moeten willen. Bij de aanwijzing van windkavels op zee worden meer belangen afgewogen, zoals die van natuur, visserij, scheepvaart, en recreatie. t. Wij zien natuur en landschap als belangrijk onderdeel in ons Uitnodigingskader. Met de landschappelijke inpassing voor zonnevelden en gebiedsindeling voor grootschalige ontwikkelingen is hier voldoende aandacht voor, zie bijvoorbeeld pagina 32 van het ontwerp Uitnodigingskader. Bij veel projecten zal ecologisch onderzoek uitgevoerd moeten worden. u. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.11 Natuurschade. v. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.2 Windmolens in het Aaltense Goor. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.5 Geluid. Leefbaarheid en gezondheid w. De afstand die SNMA noemt, heeft betrekking op een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen in relatie tot overlast van windmolens.
Wij willen geen vaste afstanden hanteren, omdat dit voorbij gaat aan toekomstige innovaties die de overlast van windmolens kunnen beperken. Als een ontwikkelaar één of meer windmolen(s) wil ontwikkelen, moet hij aan de hand van geluidsonderzoek aantonen dat een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is. Er mag daarnaast geen sprake zijn van een te hoge geluidsbelasting en te vaak slagschaduw. Voor deze aspecten gelden objectieve normen, die opgenomen zijn in het Activiteitenbesluit. De wetgeving kent regels om slagschaduw te beperken
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 56 van 128
x. y.
z.
bij woningen. Een stilstandvoorziening die op vrijwel alle hedendaags windmolens zit, kan de windmolen uitschakelen tijdens ontoelaatbare slagschaduw. Geluidhinder in algemene zin kan gezondheidsklachten veroorzaken; zie verder het vorige punt. Windmolens zijn van invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Daarom geven wij de voorkeur aan clustering boven verspreiding van grote windmolens. Aalten en Bredevoort hebben een van rijkswege beschermd stads- en dorpsgezicht. In de lijn met eerdere algemene adviezen van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed houden wij een afstand aan van 2 km tussen grote windturbines en de grenzen van een beschermd gezicht. Als uit gedegen ecologisch onderzoek in het kader van een windmolenplan blijkt dat een afstand van 2 km van een natuurgebied aangehouden moet worden, dan zullen we dat overwegen.
Proces en participatie aa. In de presentatie van het tweede gebiedsgesprek op 28 september is duidelijk aangegeven dat het college op 22 september al had ingestemd met het ontwerp Uitnodigingskader. Ook is aangegeven dat de inspraak in de dagen erna zou starten. Als de SNMA de mogelijkheid tot inspraak toen niet of te weinig heeft aangegrepen, kan dat niet bij ons worden neergelegd. Aanvullingen bb. Jaap Dirkmaat heeft het in zijn vlog over windmolens binnen het natuurgebied Aaltense Goor. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.2 Windmolens in het Aaltense Goor. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.20 Op zee. cc. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.9 Gezondheidsklachten. dd. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.11 Natuurschade. ee. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.2 Windmolens in het Aaltense Goor. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.11 Natuurschade. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.4 Landschap en uitzicht. ff. Juist bij windmolens is er sprake van een zeer gunstige verhouding tussen energiewinning en ruimtegebruik. gg. Er moet bij plannen voor zonneweiden rekening gehouden worden met natuur, zie pagina 29 van het ontwerp Uitnodigingskader. Wij zullen de extra nadruk leggen op de biodiversiteit. hh. We willen met ons Uitnodigingskader de schade aan ons waardevolle landschap juist zoveel mogelijk beperken. En het Uitnodigingskader gaat zeker niet voorbij aan de natuur.
We zetten in op behoud en waar mogelijk versterking van de natuur. Dit wordt echter pas zichtbaar ten tijde van de ruimtelijke procedure voor een zonneveld. We willen dat bij de aanleg en beheer samen opgetrokken wordt met lokale natuurorganisaties. Voor inspreker is relevant dat het Kansrijk gebied voor duurzame energie aanmerkelijk wordt verkleind, zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.25 Kansrijk gebied verkleinen. Besluit: De inspraakreactie wordt in zoverre overgenomen dat extra nadruk gelegd wordt op biodiversiteit, bodemleven en koolstofopslag bij de beoordeling van de tenders voor grootschalig zon. Daarnaast kunnen we zeggen dat het kansrijk gebied aanmerkelijk wordt verkleind.
36. Ingekomen op 10 november 2020 Inhoud van de inspraakreactie a. Inspreker vraagt om meer aandacht te besteden aan het draagvlak van de bewoners in het buitengebied. De tijd tussen de voorlichtingsavond en het indienen van de inspraakreacties was minder dan 4 weken. Door corona was het lastig om in deze periode mensen te benaderen. b. Er moeten eerst daarvoor geschikte daken vol gelegd worden met zonnepanelen, voordat industrialisering van het buitengebied nodig is. c. Als er dan zonneweides nodig zijn, moeten die aan het zicht worden onttrokken. d. Stelt een regeling voor om asbestdaken te verwijderen om daar zonnedaken van te maken. e. Financiële participatie is een zwijggeld regeling. f. Als het zwaartepunt op geld verdienen komt te liggen, dan gaat er geen houtsingel komen. g. Verwijst naar WUR-rapport ‘Zonneparken natuur en landbouw’ waarin de nadelen van zon- en windenergie zijn opgenomen.
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 57 van 128
h. Windmolens passen niet in de natuur. i. Van windmolens word je ziek, zie de publicatie van de RIVM. Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Met de gebruikelijke zesweekse inspraaktermijn is er in principe genoeg tijd en gelegenheid geweest voor eenieder om zich te verdiepen in het ontwerp Uitnodigingskader en hierover van gedachten te wisselen met anderen. Afstemmen van inspraakreactie is niet persé noodzakelijk om betrokken te worden bij de raadsbehandeling van het Uitnodigingskader. Desondanks werd in december 2020 steeds meer duidelijk dat lang niet iedereen op de hoogte was van het ontwerp Uitnodigingskader en de inspraakmogelijkheid daarop. Daarom is besloten om een extra inspraakperiode van zes weken in te lassen. Deze is vond plaats van 3 maart tot en met 13 april 2021. Alle inspraakreacties op het ontwerp Uitnodigingskader die vóór 14 april 2021 zijn ingediend, zijn in de verdere besluitvorming van het Uitnodigingskader betrokken en beantwoord. b. Deze reactie sluit aan bij de zonneladder. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.3 Zonneladder. c. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.4.7 Landschappelijke inpassing. d. Het advies van inspreker om de regeling ‘asbest er af, zonnepanelen er op’ nieuw leven in te blazen, heeft onze aandacht. e. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.2.8 Financiële participatie. f.
In onze gemeente is genoeg ervaring met projecten waaruit blijkt dat economie en een maatschappelijke bijdrage hand in hand kunnen gaan. g. Het WUR-rapport waarnaar verwezen wordt zet voor-en nadelen en kansen en knelpunten van zonneparken op een rij. In deze inspraaknota wordt bij andere inspraakreacties concreet ingegaan op onderdelen van dit rapport. h. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.12 Knipperlicht op windmolens. i. Zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.9 Gezondheidsklachten. Voor inspreker is relevant dat het Kansrijk gebied voor duurzame energie aanmerkelijk wordt verkleind, zie hoofdstuk 2, antwoord 2.3.25 Kansrijk gebied verkleinen. Besluit: De inspraakreactie wordt inhoudelijk niet overgenomen, al wordt het kansrijk gebied wel aanmerkelijk verkleind.
37. Ingekomen op 10 november 2020 Inhoud van de inspraakreactie a. De omschrijving van het Grootschalig functioneel landschap in het ontwerp Uitnodigingskader (p.17) komt neerbuigend over en dan met name dat er gesteld wordt dat de biodiversiteit zich hier in hoofdzaak beperkt tot wegbermen en randen van watergangen. Het beschrijft dat het soms is niet te zien in welk landschapstype men zich bevindt, terwijl het duidelijk is dat het een landbouwgebied is, bedoeld voor veeteelt en voedselvoorziening. Vraagt zich af of de gemeente heeft onderzocht dat dit landschappelijk en voor recreatie minder waardevolle gebieden zijn. Recreanten zijn juist lyrisch over het weidse uitzicht en hoe mooi inspreker woont. Dat dit voor Achterhoekse begrippen open en grootschalige tot vrij grootschalige gebieden zijn, valt op de Haart nog wel mee. Inspreker stelt de volgende tekst voor: min of meer (optimaal) ingericht voor de landbouw. Landbouw die we niet kunnen missen voor de voedselvoorziening. Gelukkig word er wel aandacht besteed aan de biodiversiteit in dit gebied. Dit coulisselandschap met zijn glooiende akkers is de moeite waard voor recreatie. b. Is tegen het creëren van windmolens en zonneakkers. Er zijn daken genoeg om zonnepanelen op te leggen.
Met een wereldbevolkingsgroei van 200.000 per dag, dit zijn er 73.000.000 per jaar zullen we alle landbouwgrond hard nodig hebben om de mensen van voedsel te kunnen voorzien. Er moet nog meer landbouwgrond bij komen. Beoordeling inspraakreactie door college van B&W a. Wij hebben onze vaste adviseur natuur en landschap van Staring Advies gevraagd om de beschrijving van het Grootschalig functioneel landschap tegen het licht te houden. Op basis van zijn advies komen we tot de volgende tekst: Dit landschap is min of meer optimaal ingericht voor de landbouw. Door het intensieve landgebruik
Inspraaknota ontwerp Uitnodigingskader zon en wind
Pagina 58 van 128
beperkt de biodiversiteit zich hier in de meeste gebieden tegenwoordig in hoofdzaak tot wegbermen, randen van watergangen, houtopstanden en erven. De samenhang tussen de houtopstanden is aanzienlijk minder dan in de andere landschappen waardoor de biodiversiteit van deze houtopstanden relatief laag is. Soms is niet goed te zien in welk historisch landschapstype men zich bevindt. Het belang van landschap en recreatie staat hier wat minder op de voorgrond. Voor Achterhoekse begrippen zijn het vrij grootschalige, halfopen tot open gebieden. b. Voedsel voor een groeiende wereldbevolking is belangrijk, maar er liggen meer opgaven. De klimaatdoelen, zoals energieneutraal in 2030 en CO2-neutraal in 2050 zijn er daar een paar van. Vanuit de Regionale Energie Strategie hebben wij de dringende taak om een genoeg duurzame energie op te wekken binnen onze gemeentegrenzen om in 2030 energieneutraal te zijn. Die opgave kunnen wij, naar huidige maatstaven, invullen met zowel wind en zon. Wij zetten in op beide. Gelet op de indicatieve hindercirkel van een windmolen, het aantal woningen binnen ons grondgebied en de verspreiding daarvan (zie pagina 20 van het Uitnodigingskader), lijken de mogelijkheden voor de winning van windenergie vooralsnog beperkt te zijn tot het gebied ten noorden van het Aaltense Goor.