Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten-3juli23
Tekst van het document
Gemeente Aalten
Pagina 52
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
het maaien van de eerste meter tussen weg en berm in het voorjaar ten behoeve van de verkeersveiligheid alleen uit te voeren op plekken waar dat echt nodig is. Ecologisch bermbeheer kan bovendien de overlast van de eikenprocessierups beperken. Dit is een duurzame investering (ook economisch gezien), in tegenstelling tot het spuiten tegen de eikenprocessierups. Zoals eerder beschreven moet het beheer op maat uitgevoerd worden, afhankelijk van bermtypen en bermdoeltype. Bijzonder zijn bijvoorbeeld de (hei)schrale wegbermen en slootkanten in de omgeving van Beestman waar nog levendbarende hagedissen voorkomen. Langs de Spiekerdijk hier wordt hier bijvoorbeeld de levendbarende hagedis in de wegberm aangetroffen én bevindt zich hier ook een bijzondere en soortenrijke wegbermflora van o.a. echte guldenroede en blauwe knoop. Uniek voor de gemeente en zeer kwetsbaar!
2. Vergroten van het aantal bomen in Aalten De gemeente Aalten wil graag meer bomen. Twee vragen zijn bij dit onderwerp actueel: Hoe krijgen we meer bomen en moeten we andere bomen dan gebruikelijk planten om in te spelen op de klimaatverandering? Voordat we de vraag beantwoorden hoe we meer bomen krijgen moet eerst de vraag beantwoord worden: waar is aanplant van bomen gewenst? Uit de knelpunten- en kansenanalyse komen een aantal richtingen naar voren: •
• •
Herstel van het netwerk van opgaande landschapselementen (houtwallen, houtsingels, houtwalbeken en bosjes). Om dit netwerk te herstellen is de aanleg van vele kilometers houtwallen en singels nodig. Ook aanleg van bosjes op de juiste locaties kunnen hier een bijdrage aan leveren. De hoogste prioriteit voor het herstel van dit netwerk ligt in de Groene ontwikkelzone. Zie figuur 3. Sinds kort is het mogelijk om de waardevermindering die gepaard gaat met het omzetten van cultuurgrond in houtwal, -singel en bos via een provinciale regeling gecompenseerd te krijgen. Herstel van dit netwerk dient zodanig te gebeuren dat op locatie de kenmerken van het betreffende landschapstype versterkt worden. Herstel is een kans voor natuurinclusieve landbouw. Programma’s als Focus Planet van Friesland Campina, waarbij boeren een hogere melkprijs krijgen als ze aan landschapsherstel doen, kunnen hier ook aan bijdragen, evenals het nieuwe beloningssysteem vanuit de EU voor maatschappelijke diensten. Ook voortzetting van de Regeling Landschap waarmee al veel projecten die leiden tot het herstel van het netwerk zijn uitgevoerd bij vooral de ‘buitenlui’ is van groot belang. Ieder jaar doen zich weer vele kansen voor die met deze regeling verzilverd kunnen worden. Helaas stopt deze provinciale regeling in 2024. Natuurlijk inrichten van de beken in Aalten, inclusief beekbegeleidend bos.
We gaan in overleg met het waterschap om de mogelijkheden te verkennen. Aanleg/herstel erfbeplantingen. Al vele jaren wordt dit succesvol ondersteund door de gemeente Aalten. Eerst via de GPL (Gemeentelijke Projecten Landschapsbeheer) en de laatste jaren via de Landschapsregeling Aalten. Van groot belang is dat deze regeling die grotendeels door de agrarische natuurvereniging PAN wordt uitgevoerd
Gemeente Aalten
Pagina 53
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
•
•
•
door blijft lopen. Ieder jaar doen zich weer vele kansen voor die met deze regeling verzilverd kunnen worden. Helaas stopt deze provinciale regeling in 2024. Aanplant van bomen in de bebouwde kommen om de toenemende hittestress als gevolg van de klimaatverandering tegen te gaan. Het heeft de voorkeur om dit door aanplant met inheemse bomen te doen en daarvoor autochtoon plantmateriaal te gebruiken. Deze leveren ook een maximale bijdrage aan de biodiversiteit. In de klimaatadaptatiestrategie van de gemeente Aalten is als ambitie de 3-30-300 norm opgenomen om hittestress te voorkomen. Deze norm houdt in: vanuit elke woning uitzicht op tenminste 3 bomen, tenminste 30% van elke wijk is voorzien van een bladerdak en elke inwoner moet binnen 300 meter vanaf zijn woning een park of groene ruimte kunnen bereiken van tenminste 1 ha. Bij het vervangen van laanbomen is het wenselijk te kiezen voor inheemse soorten, waarbij autochtoon plantmateriaal gebruikt wordt. Vanuit ecologisch oogpunt is het gewenst om het traditionele beeld van een laan met identieke en even oude bomen los te laten. Ook vanuit het oogpunt van het beperken van overlast door de eikenprocessierups is het gewenst om verschillende soorten bomen naast elkaar toe te passen. Loslaten van het traditionele beeld heeft ook als voordeel dat vitale bomen gehandhaafd kunnen blijven en echt oud kunnen worden.
Voor veel soorten paddenstoelen is dit van groot belang. Bomenlanen vormen in Aalten voor paddenstoelen mogelijk de belangrijkste leefgebieden. Een optie voor het krijgen van meer bomen en het versterken van de biodiversiteit is onder andere “agroforestry”. Agroforestry (boslandbouw) betreft een systeem van landgebruik waarbij het planten en/of actief beheren van bomen wordt gecombineerd met landbouw of veeteelt. Hiermee wordt een verbinding gemaakt tussen natuur en landbouw. Agroforestry kent in Aalten al een lange geschiedenis in de vorm van boomgaarden. Van oudsher heeft bijna elke boerderij in het kampenlandschap een hoogstam boomgaard op of grenzend aan het erf. Veel van deze boomgaarden zijn de afgelopen eeuw verdwenen. De afgelopen 25 jaar zijn weer vele hoogstam boomgaarden aangelegd en hersteld, ondersteund door de eerst de GLP (Gemeentelijke Projecten Landschapsonderhoud) en sinds enkele jaren door de Landschapsregeling Aalten. Beide regelingen liepen/lopen via de gemeente Aalten en werden/worden in hoofdzaak uitgevoerd door de Agrarische Natuurvereniging PAN. Voor het beheer van hoogstam boomgaarden kunnen eigenaren gebruik maken van subsidie uit de regeling agrarisch natuurbeheer die wordt uitgevoerd door VALA, het collectief voor agrarisch natuurbeheer in de Achterhoek.
Het is van groot belang dat de Regeling Landschap en Biodiversiteit wordt voortgezet om kansen die zich in de toekomst voordoen om boomgaarden aan te leggen en te herstellen, en wellicht andere vormen van agroforestry, te verzilveren. De provincie Gelderland heeft echter besloten deze regeling te stoppen. Ruim 20 jaar geleden is in het gebied WCLWinterswijk, waartoe ook een deel van Aalten toebehoort, het project Meervoudig Duurzaam Landgebruik uitgevoerd. Onderdeel hiervan was het aanplanten van ruim 10 boomweides, met als doel om de productie van vruchten (noten, kersen), gras en op termijn hout te combineren. Een deel van deze boomweides is nog intact, enkele boomweides zijn gerooid vanwege de slechte groei van de walnoten (verkeerde standplaatsen). Economisch gezien kunnen de hiervoor genoemde vormen van agroforestry concurreren met de gangbare landbouw indien dat gecombineerd wordt
Gemeente Aalten
Pagina 54
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
met de subsidie voor agrarisch natuurbeheer. Een andere vorm van agroforestry die in Aalten al vele eeuwen in gebruik is, is de dooradering van het agrarische landschap met houtwallen, houtsingels en bosjes. Het betrof in het verleden vooral hakhout dat eens in de 5 tot 20 jaar werd afgezet (afgezaagd op een hoogte van circa 30 cm boven het maaiveld), afhankelijk van de soort boom en het gebruiksdoel. De bast van de eiken werd gebruikt om leer te looien, het dunnere tophout verdween in bakovens, het dikkere hout werd onder andere gebruikt als kachelhout en voor het vervaardigen van gereedschap. Naast hakhout stonden er vooral in de geriefhoutbosjes ook eiken die door mochten groeien tot volwassen bomen als bron van bouwmateriaal. Door het verdwijnen van het nut van deze landschapselementen zijn deze in Aalten de afgelopen eeuw meer dan 90% afgenomen. Vanuit het oogpunt van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit is het herstellen van het netwerk van houtwallen, -singels en bosjes de beste vorm van agroforestry. Belangrijk daarbij is wel dat de elementen grotendeels als hakhout beheerd worden. Zowel voor de biodiversiteit als voor het gebruik van de aangrenzende agrarische grond is dat zeer belangrijk. Het vrijkomende hout kan als biomassa gebruikt worden voor de lokale energievoorziening.
Ander vormen van agroforestry, waarbij smalle stroken met agrarische productie gecombineerd worden met stroken beplantingen, staan nog in de kinderschoenen. Om deze rendabel te maken zullen eerst de nodige ontwikkelingen op het gebied van precisielandbouw, automatisering en robotisering plaats moeten vinden. Door de opwarming van het klimaat is het zinvol om te overwegen bomen aan te planten die goed gedijen in het toekomstige klimaat. Uiteraard is dit door diverse deskundigen al uitgezocht. Oppervlakkig gezien lijkt aanplant van Zuid-Europese boomsoorten logisch. Deze soorten groeien echter wel onder geheel andere ecologische omstandigheden. Ze zijn bijvoorbeeld niet aangepast aan late nachtvorst. Het fenomeen van nachtvorst tot half mei blijft ook in ons veranderende klimaat bestaan. Het ecologische belang van bomen en struiken ligt ook in het specifieke voedselweb dat bij elke soort hoort. Veel soorten als fijnspar, lariks en douglasspar (niet inheems in Nederland) hebben een noordelijke of montane herkomst en dreigen door klimaatverandering in de gevarenzone te komen. Deze soorten kunnen slecht tegen de zeer droge zomers van het laatste decennium. De afgelopen jaren heeft een groot deel van de fijnsparren in Aalten al het loodje gelegd. Gunstiger is de situatie voor de inheemse boomsoorten.
De meeste inheemse bomen en struiken liggen centraal in hun verspreidingsgebied en hun verspreiding loopt ver naar het zuiden door. Bovendien hebben de autochtone populaties al veel klimaatschommelingen meegemaakt in de afgelopen honderden jaren, zoals de ‘warme middeleeuwen’ en recenter de ‘kleine ijstijd’. Ze kunnen kennelijk tegen een stootje. Alle reden om zuinig te zijn op het inheemse wilde sortiment, waar dat in onze natuurbossen en in het oude cultuurlandschap nog voorkomt. Dit autochtone sortiment wordt al enkele tientallen jaren vermeerderd en is beschikbaar voor de markt. Het is wat duurder dan ‘gangbaar’ kweekgoed wat meestal uit het buitenland afkomstig. Dit gangbare kweekgoed is minder goed op de lokale omstandigheden aangepast en levert in mindere mate een bijdrage aan de biodiversiteit. Het is wel van belang om de juiste bomen en struiken bij een bepaalde standplaats te kiezen. Grondsoort, grondwatertrap en landschapstype zijn daarbij bepalend. Daarnaast is het belangrijk om de waterhuishouding in de gemeente Aalten aan te passen aan het veranderende klimaat om droogteschade aan natuur, landbouw en gebouwen in de toekomst binnen de perken te
Gemeente Aalten
Pagina 55
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
houden. Voor oude bomen geldt over het algemeen dat ze een korte periode van droogte of nattigheid prima kunnen overleven. Tegen een structurele verandering van de grondwaterstand zijn oude bomen over het algemeen slecht bestand. In tabel 1 is een overzicht opgenomen van inheemse soorten bomen en struiken die in de verschillende landschapstypen toegepast kunnen worden bij aanplant. In figuur 5 is een kaart opgenomen van de landschapstypen in de gemeente Aalten. Tabel 1. Overzicht van de meest toegepaste inheemse bomen en struiken per landschapstype in de gemeente Aalten.
soort Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Spaanse aak of Veldesdoorn Acer campestre Zwarte els Alnus glutinosa Ruwe berk Betula pendula Haagbeuk Carpinus betulus Hazelaar Corylus avellana Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus Beuk Fagus sylvatica Gewone es Fraxinus excelsior Grove den Pinus sylvestris Zwarte populier Populus nigra Zoete kers Prunus avium Vogelkers Prunus padus Wintereik Quercus petraea Zomereik Quercus robur Sporkehout of Vuilboom Rhamnus frangula Schietwilg Salix alba Boswilg Salix caprea Grauwe wilg Salix cinerea ssp cinerea Gewone vlier Sambucus nigra Wilde lijsterbes Sorbus aucuparia Taxus Taxus baccata Winterlinde Tilia cordata Zomerlinde Tilia platyphyllos Fladderiep of Steeliep Ulmus laevis Gelderse roos Viburnum opulus
Gemeente Aalten
broek- en oude heidegoorhoeven- ontginnings- ontginningslandschap landschap landschap x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x
Pagina 56
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Figuur 5. Landschapstypenkaart van de gemeente Aalten. Bron: Basiskwaliteit Aalten (Anton Stortelder Advies Natuur en Landschap, maart 2023).
Gemeente Aalten
Pagina 57
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
3. Natuurinclusief bouwen en vergunnen Voor de toekomst van gebouw bewonende dieren (vleermuizen, huismus, gierzwaluw en in het buitengebied ook steenuil en kerkuil) is het belangrijk dat er voorwaarden gesteld worden aan het (ver)bouwen van woningen en andere gebouwen. Door het opstellen van een door het bevoegd gezag (provincie Gelderland) goedgekeurd soortmanagementplan kan door verplichte natuur inclusieve maatregelen proactief de bescherming van soorten bewerkstelligd worden. Voor initiatiefnemers is dit kostenverhogend, maar wordt gewerkt binnen de wetgeving. Hiertegenover staat dat de initiatiefnemers van ruimtelijke plannen geen kostbare en tijdrovende onderzoeken meer hoeven uit te laten voeren.
Stikstofproblematiek en de gemeente Aalten De depositie van stikstof bedroeg in 2018, gemiddeld over Nederland 1730 mol stikstof per ha (mol N/ha). De stikstofdepositie is met circa 36 procent afgenomen sinds 1990. Vanaf 2005 is de daling gestagneerd omdat de ammoniakdepositie niet verder afnam, en vanaf 2009 zelfs weer licht toeneemt (bron: Compendium voor de Leefomgeving). Herstel van de schade die door stikstof is aangericht aan de natuur treedt echter niet of nauwelijks op. De gemeente Aalten heeft zelf nauwelijks invloed op de uitstoot en neerslag van stikstof. Wel kan in beperkte mate met maatregelen een deel van de aangerichte schade ongedaan worden gemaakt. Een belangrijke maatregel is het tegengaan van verdroging. Verdroging versterkt de negatieve effecten van stikstof. Door de door stikstof veroorzaakte verzuring van de bodem spoelen mineralen uit naar diepere bodemlagen. Hierdoor verdwijnen kruiden en daarmee een groot deel van de insecten en nemen bijvoorbeeld de grassen de overhand in wegbermen en bramen in bossen. Door verdroging tegen te gaan worden mineralen door het grondwater weer verplaatst naar hogere bodemlagen in natte perioden. Een andere mogelijkheid is om kunstmatig de bodemchemie weer op orde te brengen door het toevoegen van mineralen aan de bodem in de vorm van bijvoorbeeld steenmeel en kalk.
Ook het afvoeren van maaisel van bermen en slootkanten kan als een maatregel gezien worden om een teveel aan stikstof in dit fijnmazige ecologische netwerk af te voeren.
Gemeente Aalten
Pagina 58
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Top 3 acties Waterschap Rijn en IJssel De gemeente Aalten gaat in overleg met het waterschap om te bespreken in hoeverre onderstaande voorgestelde acties haalbaar zijn in de komende jaren.
1. Opstellen en uitvoeren ecologisch beheerplan watergangen De begroeiing van de oevers en de onderhoudspaden langs vrijwel alle watergangen van het Waterschap Rijn en IJssel wordt door jaarlijks beheer kort gehouden. Deze watergangen vormen samen met de wegbermen een dicht netwerk in de gemeente Aalten. Het jaarlijkse beheer van de oevers en onderhoudspaden van de watergangen bestaat hoofdzakelijk uit het klepelen van de vegetatie, waarbij het materiaal achterblijft op het onderhoudspad, vaak aangevuld met het slootmaaisel. Vervolgens gaat de frees er in veel gevallen nog een keer overheen. Het gevolg van deze beheermethode is dat de onderhoudspaden steeds voedselrijker worden en kruiden verdwijnen en grassen, brandnetels, ridderzuring en akkerdistel gaan overheersen. Dit leidt tot een enorme afname aan biodiversiteit, overlast en bestrijding van probleemonkruiden met chemische bestrijdingsmiddelen in aangrenzende landbouwpercelen. Uitgangspunt bij het op te stellen plan is idealiter: gefaseerd maaien, waarbij het maaisel wordt afgevoerd.
2. Natuurlijke inrichting bovenlopen Vooral in de bovenstroomse trajecten met veel verval zijn er kansen om beken weer een geheel natuurlijke inrichting te geven, compleet met beek begeleidend bos, zonder onderhoudspaden langs het water en zonder stuwen. Zie ook onder “kansen” hoofdstuk 7.
3. Bestrijding verdroging Verdroging tegengaan door herinrichting van het afwateringssysteem zodat droogteschade in de landbouw voorkomen wordt. Zie verder onder “kansen” hoofdstuk 7. Dit is passend binnen de klimaatadaptatiestrategie van de gemeente Aalten en een kans om klimaatadaptatie en herstel van de biodiversiteit gezamenlijk op te laten gaan.
Gemeente Aalten
Pagina 59
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Top 3 acties natuurbeherende organisaties 1. Bosmantels ontwikkelen. Door bosranden om te vormen in geleidelijke overgangen van lage vegetatie naar opgaande bomen ontstaan rijk gestructureerde bosmantels die wat betreft biodiversiteit de rijkste locaties in het landschap zijn. Ook het creëren van open plekken in het bos met geleidelijke overgangen heeft hetzelfde nut.
2. Gefaseerd beheer half natuurlijke graslanden Meer structuurvariatie aanbrengen in de half natuurlijke graslanden door gefaseerd maaibeheer eb te sturen op struwelen, los staande struiken, ongemaaide stukken en geleidelijke overgangen naar opgaand hout. Hierdoor zal de biodiversiteit in de half natuurlijke graslanden en aangrenzende elementen aanzienlijk toenemen.
3. Soortgericht beheer boomkikker en grauwe klauwier Door inrichting en vooral beheer er voor zorgen dat er in het Aaltense Goor een aantal geschikte voortplantingswateren voor de boomkikker duurzaam worden gerealiseerd. Gecombineerd met gefaseerd hakhoutbeheer en extensieve begrazing ontstaat een optimaal leefgebied, ook voor een kritische vogelsoort als de grauwe klauwier.
Gemeente Aalten
Pagina 60
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Top 3 acties landbouw 1. Natuurinclusieve landbouw Er zijn voor agrariërs verschillende mogelijkheden om zonder inkomensverlies meer natuurinclusief te werken. Regelingen van o.a. Friesland Campina, het ANLb (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer) en de Landschapsregeling Aalten. Ook door handelingen te laten of anders uit te voeren kan de biodiversiteit verhoogd worden.
2. Verdroging bestrijden Per agrarisch bedrijf inventariseren hoe verdroging voorkomen kan worden. Bewustwording creëren dat droogteschade in de landbouw en in de natuur veel ernstiger is dan schade door teveel vocht.
3. Herstel netwerk landschapselementen Op veel plekken kan het netwerk van landschapselementen hersteld worden zonder dat dit leidt tot het opdelen van agrarische percelen, bijvoorbeeld langs watergangen. Middels het project ‘Waardedaling grond landschapselementen’ kan de waardevermindering van de grond bij aanleg van een landschapselement worden uitgekeerd. Ook de uitvoeringskosten worden middels dit project vergoed.
Gemeente Aalten
Pagina 61
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Top 3 acties particulieren buitengebied 1. Voortzetting Landschapsregeling Aalten Bewoners blijven stimuleren maatregelen uit te voeren in het kader van de Landschapsregeling Aalten, zoals aanleg en herstel van hoogstamboomgaarden, houtwallen- en singels, struwelen, poelen, steilranden en dergelijke. Helaas stopt de provincie met deze succesvolle regeling. Het is niet bekend of hier nog een vervolg op komt.
2. Cursus natuurbeheer voor buitenlui Organiseren van een cursus natuurbeheer voor “buitenlui”. Veel buitenlui hebben grond bij de deur waar ze van alles (willen) doen voor natuur en landschap. In de cursus wordt ingegaan op de biodiversiteit, de inrichting en het beheer van verschillende typen kleinschalige natuur en landschapselementen.
3. Bosbeheer en biodiversiteit Opstellen van een rapport over het verhogen van de biodiversiteit van particuliere bossen. Vaak is houtoogst leidend bij het beheer van particuliere bossen omdat het beheer aangestuurd en uitgevoerd wordt door bosbouwondernemingen. Door biodiversiteit leidend te maken kan een eigenaar andere keuzes maken in het beheer. Een dergelijk rapport kan eventueel samen met andere Achterhoekse gemeentes opgesteld worden. Het rapport op laten stellen door een ecoloog in samenwerking met andere ecologen, de Bosgroep MiddenNederland, boseigenaren en een bosbouwondernemer. Eventueel kunnen hier cursussen en excursies aan gekoppeld worden.
Gemeente Aalten
Pagina 62
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Top 3 acties particulieren bebouwd gebied 1. Biodiversiteit in de tuin Voorlichting geven over hoe inwoners hun tuin optimaal kunnen inrichten voor de biodiversiteit, waarbij er ook aandacht is voor klimaatadaptie (groen is koel; infiltratie van regenwater). De actie ‘Ben je nou helemaal betegeld?!’ herhalen. Inwoners een (stoep)tegel laten ruilen voor een plant voor in de tuin. Uitvoering: gemeente.
2. Gebouw bewonende dieren Voorlichting geven over gebouw bewonende dieren vleermuizen, huismus, gierzwaluw, zwarte roodstaart. Hoe kun je deze dieren helpen en ontzien bij verbouwingen en bij de naisolatie van woningen? Wat te doen bij overlast door steenmarters. Uitvoering: gemeente.
3. Citizen science Lezing/cursus over biodiversiteit in Aalten en de wijze waarop inwoners de kennis hierover kunnen vergroten door monitoring van broedvogels, vleermuizen, vlinders, amfibieën (kamsalamander!) etc. zelf op te pakken. Uiteindelijk zal deze kennis leiden tot allerlei keuzes die de biodiversiteit verhogen. Inwoners enthousiast maken voor ‘citizen science’. Uitleg over de mogelijkheden van waarneming.nl. Inclusief het organiseren van excursies.
Gemeente Aalten
Pagina 63
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
10 Overige mogelijke acties De mogelijkheden om de biodiversiteit in de gemeente Aalten te verhogen beperken zich niet tot de top-3-lijsten met initiatieven in dit biodiversiteitsplan. Op basis van de kansen- en knelpuntenanalyse zijn er, samen met de partners in het gebied, nog vele andere maatregelen mogelijk om het leefgebied van de aanwezige plant- en diersoorten te verbeteren. In dit hoofdstuk wordt voor verschillende actoren in het gebied (gemeente, inwoners, agrariërs, waterschap, terreinbeherende organisaties en overige) beschreven welke aanvullende initiatieven ze kunnen oppakken om de biodiversiteit te verhogen. Dit hoofdstuk is vooral een oproep aan de lezer om aan de slag te gaan om de biodiversiteit te verbeteren. Wellicht ontstaan bij u nieuwe ideeën om de biodiversiteit te verhogen. Voor de uitvoering zijn vaak financiën en samenwerkingspartners beschikbaar. Neem contact op met de gemeente indien u hulp nodig heeft om een idee verder uit te werken en tot uitvoer te brengen! De mogelijke aanvullende acties zijn in dit hoofdstuk in tabellen samengevat. Per mogelijk actie wordt een korte uitleg gegeven en wordt aangegeven voor welke ambassadeursoorten uitvoering van deze acties positief is.
Gemeente Aalten
Pagina 64
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Gemeente Aalten Onderstaande tabel geeft enkele concrete ideeën weer waar de gemeente Aalten als uitvoerende partij het initiatief in kan nemen:
Gemeentelijk beleid Onderwerp
Korte uitleg
Ambassadeursoort
1. Aanpassen
Opstellen van nieuwe regels voor de bescherming van
Bosuil, gewone
markante bomen en boomstructuren op gronden die niet in
grootoorvleermuis,
eigendom zijn van de gemeente. Deze bomen en structuren
laatvlieger
bomenbeleidsplan
kunnen voor een groot aantal soorten van belang zijn. 2. Bij inkoop en aanbesteding
Bij inkoop en aanbesteding handhaving en versterken van biodiversiteit als uitgangspunt toevoegen.
biodiversiteit als uitgangspunt nemen 3. Biodiversiteitsparagraaf
Bij natuuronderzoek ten behoeve van een ruimtelijke
O.a. huismus,
eisen bij
ontwikkeling een paragraaf ‘biodiversiteit’ eisen die vermeldt
gierzwaluw, gewone
natuuronderzoeken
hoe de biodiversiteit op de betreffende locatie kan worden
dwergvleermuis,
behouden en versterkt. Zo waarborgt de gemeente dat
laatvlieger
biodiversiteit wordt betrokken in ecologische onderzoeken door derden. 4. Biodiversiteit in het functiewisselingsbeleid
Als boerenerven een andere functie krijgen is het gevaar groot
Steenuil, huismus,
dat typische boerenerfvogels verdwijnen. Daarom maakt
kerkuil
aandacht voor behoud van biodiversiteit deel uit van het functiewisselingsbeleid. Inzet is soorten te behouden en het landschap zo in te richten dat hun leefgebied erop vooruit gaat. 5. Biodiversiteit bij aanleg zonnevelden
Uitgangspunt is dat bij de aanleg van een zonneakker een
Patrijs
bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit. Elk plan moet voor de aanleg van een zonneakker aangeven hoe de aanleg de biodiversiteit ondersteunt of versterkt en op welke wijze dit wordt gemonitord.
Gemeente Aalten
Pagina 65
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Beheer Onderwerp
Korte uitleg
Ambassadeursoort
1. Beheer van bermen
Vanuit de gemeente actief communiceren naar bewoners om
Grasklokje,
terugnemen
het beheer van de berm aan de gemeente over te laten om zo
levendbarende hagedis
de biodiversiteit te vergroten. 2. Hooilandbeheer
Gazons en bermen in kernen van dorpen omvormen naar
Huismus, laatvlieger,
hooilandbeheer.
braamsluiper
3. Aanleg en beheer
Op diverse locaties binnen de gemeente nieuwe
Boomkikker,
waterelementen
waterelementen aanleggen en bestaand beheer omvormen.
kamsalamander, weidebeekjuffer, gewone grootoorvleermuis, ijsvogel
4. Inzaaien
Bij afronding van civieltechnische werken worden
Gewone
bloemenmengsels
gebiedseigen, inheemse autochtone bomen, struiken en
grootoorvleermuis,
spaarzaam bloemenmengsels ingezet.
huismus, patrijs
5. Herstel van oude
Op diverse locatie binnen de gemeente vervallen
Boompieper,
landschapselementen door
landschapselementen herstellen door aanplant inheemse
braamsluiper, gewone
nieuwe aanplant
soorten van autochtone afkomst.
grootoorvleermuis, laatvlieger, patrijs
6. Ecologische bestrijding
Middels inrichting en beheer van groen binnen de gemeente
Boompieper, gewone
van de eikenprocessierups
de eikenprocessierups op ecologisch verantwoorde wijze
grootoorvleermuis,
bestrijden. Plan van aanpak opstellen.
laatvlieger, gierzwaluw, huismus
7. Bestrijding invasieve
Plan van aanpak opstellen met als doel om samen met andere
Grasklokje, boomkikker,
exoten
partijen in het gebied invasieve exoten structureel te
levendbarende hagedis
bestrijden. 8. Beheer kwetsbare
Oprichten van een lokale natuurbeheerploeg van vrijwilligers
Grasklokje,
terreinen door vrijwilligers
voor het behoud en beheer van kwetsbare elementen als
levendbarende hagedis
wegbermen met bijzondere flora en fauna.
Gemeente Aalten
Pagina 66
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Informeren en enthousiasmeren bewoners Onderwerp
Korte uitleg
Ambassadeursoort
1 Bijeenkomst natuur
Deze bijeenkomst wordt georganiseerd t.b.v. de agrarische
O.a. kievit, patrijs,
inclusieve landbouw
sector en is bedoeld om kennis uit te wisselen en om
geelgors
bekendheid en gebruik van bestaande regelingen en mogelijkheden te vergroten.
2. Bijeenkomst natuur
Deze bijeenkomst wordt georganiseerd om geïnteresseerden
Gewone
inclusief bouwen
te informeren over de mogelijkheden omtrent natuur inclusief
grootoorvleermuis,
bouwen.
gierzwaluw, huismus, laatvlieger
3. Nieuws over
Bewoners eens per maand middels een vaste pagina in een
biodiversiteit
huis-aan-huis blad informeren over groene, lokale activiteiten, presenteren van resultaten biodiversiteit burgerinitiatieven, artikel over biodiversiteit, etc.
4. Tour ‘Biodiversiteit in
Een rondgang door en voor dorpsbewoners langs biodiverse
jouw tuin’
tuinen. Ook goed voor de sociale contacten.
5. Cursus Gastheer van het
Doel: Eigenaren / medewerkers van een recreatiebedrijf die
landschap organiseren voor
bezoekers over de bijzonderheden van het landschap kunnen
recreatiebedrijven
vertellen. Hierdoor toename van de kwaliteit van de dienstverlening.
Gemeente Aalten
Pagina 67
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Inwoners gemeente Aalten De inwoners van de gemeente Aalten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van de biodiversiteit. Zij kunnen de biodiversiteit rond eigen huis en tuin verhogen, maar ook als vrijwilligers activiteiten oppakken die bijdragen aan verhoging van de biodiversiteit elders in de gemeente. In onderstaand tabel worden enkele concrete ideeën weergegeven die inwoners van de gemeente Aalten op kunnen pakken: Onderwerp
Korte uitleg
Ambassadeursoort
1. Natuurdaken en groene
Met de aanleg van natuurdaken kan, zonder beslag te
Huismus
gevels
doen op extra buitenruimte, veel ecologische- en leefkwaliteit worden toegevoegd in de bebouwde kom. Ook groene gevels kunnen de biodiversiteit versterken.
2. Vergroenen straat
Samen met buurtbewoners de straat vergroenen, door
Huismus, laatvlieger
bijvoorbeeld aanplant van planten rondom de bomen in een straat. 3. Gebruik chemische
In de bebouwde kom is het gebruik van allerlei chemische
bestrijdingsmiddelen
bestrijdingsmiddelen misschien wel groter dan in de
verminderen
moderne landbouw.
4. Gebruik bladblazers verminderen
Het laten liggen van blad in het winterhalfjaar heeft een
Huismus, laatvlieger
Huismus
positief effect op het bodemleven. Bladblazers veroorzaken vaak ernstige geluidsoverlast.
Gemeente Aalten
Pagina 68
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Agrariërs In onderstaand tabel worden enkele concrete ideeën weergegeven die agrariërs in de gemeente Aalten op kunnen pakken: Onderwerp
Korte uitleg
Ambassadeursoort
1. Cursus
Hoe beter de bodembiodiversiteit en de bodemstructuur zijn
Kievit, patrijs, steenuil
bodembiologie als
ontwikkeld, hoe beter de (gewas)opbrengsten zijn. Bodem is de
basis
basis van gezond voedsel, maar een levende bodem is ook de basis van biodiversiteit én speelt een rol bij klimaat, zowel bij vastleggen van CO2 als bij het inspelen op klimaatverandering.
2. Akkerranden en
Kruidenrijke akkerranden en kruidenrijke akkers vormen een
kruidenrijke akkers
belangrijke voedselbron voor akkervogels zoals de patrijs en de
Patrijs, steenuil
geelgors. Akkerranden kunnen een belangrijke rol spelen in de natuurlijke bestrijding van plaaginsecten in de aangrenzende akkers. Subsidiemogelijkheden via het ANLb. 3. Weidevogelvriendelijk
Weidevogels hebben moeite te overleven door de steeds
beheer
verdere intensivering van de landbouw. De vogelpopulatie van
Kievit, patrijs
deze soorten is nu tot kritieke aantallen gedaald omdat er vooral te weinig kuikens kunnen overleven op het boerenland. Door weidevogelvriendelijk beheer neemt de overleving van kuikens toe. 4. Aanplant oude
Op veel erven is de hoogstam boomgaard verdwenen. Door in
fruitboomrassen
verval geraakte boomgaarden weer te herstellen en nieuwe
Steenuil
boomgaarden bij erven aan te leggen kan de biodiversiteit op erven een flinke impuls krijgen. 5. Stimuleren van
Het agrarisch natuurbeheer levert in het landelijk gebied een
agrarisch natuurbeheer
belangrijke bijdrage aan het behoud en herstel van de
Kievit, patrijs, steenuil
biodiversiteit en landschappelijke waarden. 6. Behouden en
Kleine landschapselementen bestaan uit soorten of
realisatie van
levensgemeenschappen die ook een belangrijk onderdeel zijn
overhoekjes, hagen,
van de biodiversiteit.
Boomkikker, gevlekte orchis, levendbarende hagedis, patrijs
heggen, groene erven, poelen e.d. 7. Meedoen met BIMAG
LTO Noord, BoerenNatuur en de Vlinderstichting hebben onder de noemer Boeren Insecten Monitoring Agrarische Gebieden
Gewone grootoorvleermuis, laatvlieger
(BIMAG) gezamenlijk een programma opgezet om boeren zelf (dag- en nacht)vlinders te laten monitoren in het agrarisch gebied. 8. Niet bemesten van randen
Het niet bemesten van de buitenste meter van percelen waar deze grenzen aan bermen, watergangen en andere
Grasklokje, levendbarende hagedis
landschapselementen heeft vele voordelen: sneller werken, minder schade aan machines, hogere biodiversiteit in aangrenzende elementen, minder probleemonkruiden in aangrenzende elementen, minder afvoer van biomassa in aangrenzende elementen en daarmee minder werk en kosten, schoner oppervlaktewater
Gemeente Aalten
Pagina 69
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Waterschap In onderstaand tabel worden enkele concrete ideeën weergegeven die Waterschap Rijn en IJssel kan oppakken: Onderwerp
Korte Uitleg
Ambassadeursoorten
1. Bestrijding invasieve
Invasieve exoten kunnen naast het beschadigen van
Weidebeekjuffer
exoten
dijken en watergangen, of het belemmeren van de aanen afvoer van water ook de biodiversiteit onder druk zetten en het voortbestaan van inheemse dieren en planten bedreigen.
2. Natuurvriendelijke
Water en natuur horen bij elkaar. In de afgelopen jaren
IJsvogel, weidebeekjuffer,
oevers ontwikkelen
zijn buiten de gemeente Aalten veel projecten uitgevoerd
winde
die dit onderkennen. Hiervan zijn projecten waarbij oevers natuurvriendelijker zijn gemaakt goede voorbeelden. 3. Vismigratie
Vispasseerbaar maken of opheffen van barrières als
Winde
stuwen en sluizen. 4. Ecologische
Watergangen van het waterschap zijn vaak onderdeel
IJsvogel, weidebeekjuffer,
verbindingszones
van het Gelders natuurnetwerk en de groene
winde
ontwikkelzone. Versterking van de natuurfunctie van watergangen is hier op allerlei wijzen mogelijk, bijvoorbeeld door natuurontwikkeling langs de watergang, aangepast beheer of nieuwe aanplant.
Gemeente Aalten
Pagina 70
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Terreinbeherende organisaties In onderstaand tabel worden enkele concrete ideeën weergegeven die de terreinbeherende organisaties kunnen oppakken: Onderwerp
Korte Uitleg
Ambassadeursoort
1. Vernattingsmaatregelen
Veel bossen leiden onder verdroging. Herstel van
Boompieper, bosuil, gevlekte
bos
de waterhuishouding is belangrijk.
orchis, gewone grootoorvleermuis, kleine ijsvogelvlinder, levendbarende hagedis
2. Bestrijden invasieve
Japanse duizendknoop, bonte gele dovenetel,
Gevlekte orchis
exoten
reuzenberenklauw etc.
3. Natuurvriendelijk
Omvormen van monoculturen en bospercelen met
Gewone grootoorvleermuis, kleine
bosbeheer (omvorming naar
veel exoten naar meer natuurlijke bostypen
ijsvogelvlinder
4. Ecologisch verantwoord
Bosbodem niet kapot rijden met zwaar materieel,
Kleine ijsvogelvlinder,
kappen en dunnen
takhout en snoeiafval opruimen, bodem niet frezen
levendbarende hagedis
natuurlijke bostypen)
na kaalkap. 5. Herstel mineralenbalans
Op steeds meer plaatsen in Nederland wordt
Boompieper, bosuil, gevlekte
bodem natuurgebieden
steenmeel uitgestrooid in natuurgebieden en
orchis, gewone grootoorvleermuis,
bossen om de door stikstof verstoorde
kleine ijsvogelvlinder,
mineralenbalans te herstellen
levendbarende hagedis
6. Robuust maken ecologisch
Omvorming van landbouwgrond in natuur en bos in
Kleine ijsvogelvlinder, gevlekte
netwerk
de Groene ontwikkelzone
orchis
Gemeente Aalten
Pagina 71
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Overige In de gemeente Aalten zijn naast bovengenoemde actoren in de gemeente nog veel meer partijen die een bijdrage kunnen leveren aan het verhogen van de biodiversiteit. In onderstaande tabel zijn als voorbeeld al voor een aantal partijen ideeën opgeschreven. Doelgroep
Onderwerp
Korte uitleg
Ambassadeursoort
Energieleveranciers
Biodiversiteit bij aanleg
Uitgangspunt is dat bij de aanleg van een
Patrijs
zonnevelden
zonneakker een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit. Landschapsherstel kans soms ook een kans zijn
Bedrijvenpark-
Vergroenen van
Bedrijventerreinen duurzamer, leefbaarder en
management
bedrijventerreinen
veerkrachtiger te maken. Individuele of
Braamsluiper, laatvlieger
samenwerkende bedrijven kunnen veel maatregelen nemen om biodiversiteit te versterken en tegelijkertijd het werkklimaat te verbeteren. Bedrijven
Natuurdaken en groene
Stimuleren aanleg van natuurdaken en groene
Gierzwaluw, huismus,
gevels
gevels. Met de aanleg van natuurdaken kan,
laatvlieger
zonder beslag te doen op extra buitenruimte, veel ecologische- en leefkwaliteit toegevoegd worden aan de omgeving. Ook groene gevels kunnen de biodiversiteit versterken. IVN,
Monitoring biodiversiteit
Zoveel mogelijk mensen enthousiast maken
Vogelwerkgroep,
om vogels, vlinders etc. te monitoren. Hierdoor
PAN
wordt de kennis over biodiversiteit enorm vergroot, inclusief de drive om biodiversiteit te vergroten.
IVN
Geleiding recreatie
Alle recreatieve paden langslopen en met een advies komen waar de recreatie beter geleid kan worden om verstoring van gevoelige soorten te voorkomen.
Achterhoek
Zij beheren
Stimuleren om het beheer mede op vergroting
Levendbarende hagedis,
Toerisme
routenetwerk in de
van de biodiversiteit te richten.
boomkikker, grasklokje
Paden doorgaand
Samenwerking organiseren om tot een
(roofvogels, ree, das)
maken omdat
recreatief aantrekkelijke padenstructuur te
doodlopende paden in
komen op zodanige wijze dat verstoring van
de toekomst niet meer
gevoelige soorten voorkomen wordt.
Achterhoek (zowel wandelen, fietsen, paardrijden en mtb-en) Landgoedeigenaren
meetellen voor de rangschikking Natuurschoonwet. Hierdoor kans op extra verstoring gevoelige soorten.
Gemeente Aalten
Pagina 72
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Bijlage 1. Beschrijving van de ambassadeursoorten Ambassadeursoorten deelgebied Vennen, heiden en half natuurlijke graslanden Boompieper
Herkenning De boompieper lijkt sterk op de graspieper maar heeft een markanter koppatroon en een iets dikkere snavel. Langs de flanken lopen fijne dunne penseelstreekjes die duidelijk dunner zijn dan de borststreping (bij de graspieper zijn deze ongeveer gelijk); als het te zien is, is de korte achternagel ook een goed kenmerk. De soort is het best te onderscheiden aan de hand van geluid en gedrag. Er is geen verschil tussen mannetjes en vrouwtjes. Broeden De boompieper zingt van begin april tot in augustus en broedt vanaf half mei. Per jaar worden één tot twee legsels met vier tot zes eieren geproduceerd. Het nest wordt gebouwd door het vrouwtje. Het betreft een kommetje van droog gras, vaak met een bodem van mos en fijnere grassen, gelegen in een kuil in de grond. Na 12-14 dagen broeden komen de eieren uit, en na eenzelfde periode kunnen de jongen vliegen. Voedsel Het voedsel bestaat voornamelijk uit insecten. De jongen worden uitsluitend gevoed met insecten, voornamelijk snuitkevers. Voedsel zoeken gebeurt voornamelijk op de grond, met name tussen bladafval en lage begroeiing, soms ook op twijgjes, takjes en boomstronken. Leefgebied Op de zandgronden is de boompieper een karakteristieke broedvogel van heidevelden. De soort nestelt ook in schraal grasland en soms in graslanden met botanisch graslandbeheer.
Ook populierenbossen en verdrogende en verbossende laagveenmoerassen worden soms bezet. Verspreiding In de afgelopen tientallen jaren verloor de boompieper terrein vooral in het Deltagebied, het rivierengebied en delen van Zuid-Limburg, maar hier was de soort nooit erg talrijk. In de
Gemeente Aalten
Pagina 73
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
belangrijke gebieden voor de boompieper op de zandgronden van Oost- en Zuid-Nederland ontwikkelden de aantallen zich positief. In Aalten is de boompieper voornamelijk aan te treffen in het Aaltense Goor en in het oostelijke deel van de gemeente (Schaarsheide, De Haart/Beestman). In overige delen van de gemeente is de boompieper slechts lokaal aanwezig in het agrarisch cultuurlandschap.
Gevlekte orchis
Herkenning De gevlekte orchis is te herkennen aan de (dichte) vlekken op de bladeren, de aren met veel lila tweezijdig symmetrische bloemen met hun typische bouw van de bloemdekbladen en waarbij de naar onderen stekende lipvormig zijn. Bijzonderheden De stofvormige fijne zaden van orchideeën kunnen alleen maar tot kieming komen als de juiste mycorhiza in de bodem aanwezig zijn. Hierdoor is het aantal mogelijke standplaatsen van een orchideeënsoort zeer beperkt. Dat maakt dat deze planten daardoor slechts zelden aan te treffen zijn, maar als ze ergens staan dan zijn het vaak ook veel exemplaren. Verspreiding De gevlekte orchis komt voor in Europa en Azië. De gevlekte orchis is een vrij zeldzame soort in Nederland. In Nederland komt de soort voor op vochtige bodems, tot moerassige standplaatsen en vooral in blauwgraslanden. In Aalten is de verspreiding beperkt tot het Aaltense Goor, het Beestman en enkele particuliere natuurterreinen.
Gemeente Aalten
Pagina 74
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Levendbarende hagedis
Herkenning De levendbarende hagedis is een relatief kleine soort met een maximale lengte van 18 cm. De tekening is zeer variabel. De grondkleur is bruin, met soms een groenige of rossigbronsachtige glans. De mannetjes van de levendbarende hagedis hebben een oranje buik met veel zwarte stipjes. De vrouwtjes hebben een gelige buik zonder stipjes. Voortplanting Levendbarende hagedissen zijn zoals de naam al zegt eierlevendbarend. De eieren komen in het moederlichaam tot ontwikkeling en komen tijdens of zeer kort nadat ze zijn afgezet uit. De legselgrootte is sterk afhankelijk van de grootte van het vrouwtje en varieert tussen de drie en acht jongen. De hoogste in de vrije natuur vastgestelde leeftijd bedraagt acht jaar. Gemiddeld worden echter leeftijden van drie tot vier jaar bereikt. Levenswijze Heide en hoogveen vormen de voorkeurshabitat. De soort komt ook voor in open bossen en ruige, schrale graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde leefgebieden wordt aangetroffen op zon geëxponeerde terreindelen. Levendbarende hagedissen eten voornamelijk geleedpotigen, waaronder veel spinnen. Verspreiding De levendbarende hagedis komt voor op het grootste deel van de Nederlandse zandgronden en in Zuid-Limburg.
De soort is aanwezig op de Zeeuwse eilanden en vervangt daar in de duinen de zandhagedis. Op Terschelling komen beide soorten gezamenlijk voor, maar in de rest van de duinen komen alleen zandhagedissen voor. In Aalten zijn alleen recente waarnemingen bekend in de omgeving van het Beestman. Hier wordt de levendbarende hagedis o.a. in de wegberm van de Spiekerdijk aangetroffen. Mogelijk komt de soort ook (nog) elders in de gemeente voor. Met name langs de spoorlijn Arnhem-Winterswijk en in de Schaarsheide zijn lokaal geschikte habitats voor de levendbarende hagedis voorhanden.
Gemeente Aalten
Pagina 75
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Boomkikker
Herkenning De boomkikker is een kleine grasgroene kikker met zuignapjes aan het einde van vingers en tenen, waardoor hij goed kan klimmen. Tussen de groene rug en lichte buik bevindt zich, op de flanken, een bruinzwarte band. Hij heeft licht oranje ogen met een horizontale pupil. De boomkikker kan zijn kleur veranderen van lichtbruin tot donkergroen. Mannetjes hebben een hele grote kwaakblaas onder de kin, die alleen zichtbaar is als er gekwaakt wordt. De boomkikker kan 5 cm groot worden. Jonge boomkikkers hebben hetzelfde uiterlijk als volwassen dieren. Voortplanting De boomkikker plant zich voort in visvrije, zonnig gelegen en matig voedselrijke wateren met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie. Vanaf half april zijn de luidruchtige concerten van de boomkikker te horen, vanuit de oevers van de voortplantingswateren. Vooral op warme avonden wordt er geroepen. Dit kan doorgaan tot eind mei - begin juni. De meeste eiklompjes worden eind april tussen de oeverbegroeiing in het water aangetroffen. Een vrouwtje legt meerdere legsels op een diepte die minder is dan tien centimeter. Het aantal eitjes wat ze in een seizoen kan leggen is 150 tot 300. Levenswijze Buiten de voortplantingstijd leven boomkikkers op het land en ook tijdens de voortplantingstijd zitten ze overdag vaak in de oevervegetatie of aangrenzend struweel. Ze overwinteren op het land.
De boomkikker heeft een voorkeur voor kleinschalige half open landschappen en stelt hoge eisen aan zijn leefgebied. Als landhabitat zijn vooral zonnig gelegen zoom- en mantelvegetaties, vegetaties van meerjarige kruiden en braamstruwelen van belang. Volwassen (oudere) mannetjes trekken medio april als eerste naar het water om te roepen, de roep lokt de vouwtjes aan. Later in het seizoen arriveren de jongere mannetjes. De gemiddelde leeftijd, na eerste overwintering, is drie tot vijf jaar. Ervan uitgaande dat de meeste boomkikkers in hun derde levensjaar voor het eerst voortplanting deelnemen, betekent dit dat boomkikkers gemiddeld slechts één tot drie seizoenen aan de voortplanting meedoen. Mede doordat het voortplantingssucces van jaar tot jaar zeer sterk kan wisselen, heeft dat tot gevolg dat ook het aantal boomkikkers in een populatie van jaar tot jaar sterk kan variëren (tot meer dan 50%).
Gemeente Aalten
Pagina 76
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Verspreiding De verspreiding van de boomkikker omvat van oudsher het gebied oostelijk van de lijn Groningen-Apeldoorn-Breda-Middelburg. Het betreft hoofdzakelijk het Pleistocene zandgronden. De soort was ooit ruim verspreid, maar is sterk achteruitgegaan, met een dieptepunt rond 1990. De laatste jaren treedt herstel op door uitvoering van natuurontwikkelingsmaatregelen in de vorm van poelen en herstel of aanleg en verbetering van landhabitat. De boomkikker is ongeveer 30 jaar geleden uitgestorven in de gemeente Aalten. Nu en dan wordt nog een zwervend individu gehoord in het Aaltense Goor. De kans op hervestiging is groot inden er weer geschikte voortplantingswateren ontstaan in het Aaltense Goor. In stroomafwaartse richting langs de veengoot komt in de omgeving van Mariënvelde één van de grootste Nederlandse populaties voor.
Gemeente Aalten
Pagina 77
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Ambassadeursoorten deelgebied Bossen Bosuil
Herkenning De bosuil is ongeveer zo groot als een zwarte kraai en heeft een grote ronde kop en grote, brede vleugels. Er zijn drie kleurvarianten: grijs, donkerbruin en roestrood. Bij al deze kleurvormen komen lengtestrepen op het verenpak voor. De schouders en vleugels zijn getekend met witte druppels. De ogen zijn zwart. Overdag rusten ze veelal dicht tegen een boomstam aangedrukt. Ze hebben een gedrongen lichaam en een relatief grote kop. Broeden De bosuil heeft één legsel per jaar, in voedselarme jaren heeft de bosuil zelfs geen legsel. De legperiode is soms al in februari, meestal in maart. Een legsel varieert van 1-7 eieren, de broedduur is 28-29 dagen. Het nest wordt in een boomholte gemaakt, ook nestkasten of ruimtes in gebouwen worden gebruikt. Incidenteel broedt de soort op de grond of in een eksternest. Jongen klauteren soms al na 2 weken, maar meestal later uit het nest. De jongen zijn vliegvaardig na drie maanden. Voedsel De bosuil eet vooral allerlei kleine zoogdieren en vogels, tot het formaat jonge konijnen en duiven. Daarnaast eet de bosuil ook kikkers, padden, kevers, regenwormen (jongen) en incidenteel vis. Leefgebied De bosuil komt vooral voor in open loofbos, gemengd bos, boerenerven, (stads)parken, groene woonwijken met oude bomen en grote binnentuincomplexen. Plaatselijk komt de bosuil ook wel in duingebieden voor, broedend in konijnenholen.
Leefgebied van de bosuil heeft voldoende (oude) bomen nodig en het gehele jaar genoeg voedsel ter beschikking en er moeten voldoende rust- en broedplaatsen aanwezig zijn. Door de flexibiliteit in prooikeuze kan de bosuil in relatief veel landschapstypen gedijen. Verspreiding De aantallen broedparen van de bosuil zijn sinds 1990 iets afgenomen. De laatste 10 jaar is
Gemeente Aalten
Pagina 78
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
de stand stabiel. In Aalten is de bosuil ruim verspreid aanwezige met een voorkeur voor locaties met oude bosgedeelten, laanbeplanting en oude solitaire bomen.
Gewone grootoorvleermuis
Herkenning De gewone grootoorvleermuis is herkenbaar aan zijn grote oren. De oren kunnen 3 tot 4 cm lang zijn en zijn ruim half zo lang als het lichaam. De gewone grootoorvleermuis is een middelgrote vleermuis met zeer brede en relatief lange vleugels met een spanwijdte van 24 tot 28,5 cm. Het gewicht ligt tussen de 4,5 en 12 gram. De gewone grootoorvleermuis wordt ook wel de bruine grootoorvleermuis genoemd: de rugvacht is geelbruin tot bruin en de buikvacht is grijs- tot geelwit. Buik en rug hebben een donkerbruine ondervacht. De kleur van de snuit is variabel, van roze tot bruin getint. Grootoorvleermuizen hebben vrij grote ogen. De wratjes boven de ogen zijn bij de gewone grootoorvleermuis goed zichtbaar. Voortplanting De paartijd loopt van de herfst tot in het voorjaar. In de herfst en het voorjaar worden grootoorvleermuizen waargenomen, die vanaf een hangplaats aan bijvoorbeeld een boomstam, luid roepend de aandacht trekken. In die tijd worden seksueel actieve mannetjes in boomholtes, op zolders en in nest- en vleermuiskasten gevonden. Voedsel De grootoorvleermuis jaagt met een langzame, zeer wendbare vlucht dicht op of door de vegetatie, waar insecten van bladeren of uit de lucht worden gegrepen. Vaak vliegen ze in een langzame, stijgende vlucht verticaal van onderen naar boven langs vegetatie of wanden. Soms blijven ze stil hangen (bidden) in de lucht.
De prooien worden dan direct van de vegetatie afgepikt. Gewone grootoorvleermuizen vangen diverse relatief grote, vaak dagactieve of niet-vliegende prooien, zoals dagpauwogen, langpootmuggen, spinnen, kevers, schietmoten, vliegen, rupsen, steekmuggen en oorwormen. Grote prooien worden meegenomen naar een hangplaats en daar opgegeten. Deze hangplaatsen kunnen bestaan uit een boomtak of plafondbalk.
Gemeente Aalten
Pagina 79
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Gewone grootoorvleermuizen jagen op beschutte plekken in bos en kleinschalig parkachtig landschap, boven bospaden, in lanen en open plekken, langs bosranden en laag boven (bloeiende) kruidenvegetaties of langs en door de kroon van (bloeiende) bomen. Als wendbare vlieger jagen ze ook veel in gebouwen, bijvoorbeeld op zolders, in schuren en in stallen met vee. Verblijfplaatsen De gewone grootoorvleermuis gebruikt zeer uiteenlopende soorten verblijfplaatsen. Ze worden in de zomer aangetroffen op zolders, achter betimmeringen, daklijsten en vensterluiken, in spouwmuren en onder dakpannen, in holten en spleten in bomen en in nest- en vleermuiskasten. Als winterverblijf worden vooral ondergrondse ruimten gebruikt, zoals grotten, kalksteengroeven, oude steenfabrieken, bunkers, forten, vestingwerken, ijskelders en (kasteel)kelders. Overwinterende gewone grootoorvleermuizen zijn echter ook op zolders en in kerktorens, en een enkele keer in boomholtes gevonden. De winterslaapperiode duurt van oktober/november tot maart/april. Het zijn echter geen stabiele slapers. Vooral grootoorvleermuizen die in winterverblijven met wisselende temperaturen overwinteren, worden, ook bij koud weer, regelmatig wakker. Ze jagen dan bijvoorbeeld op zolders op de daar overwinterende vlinders.
Verspreiding De gewone grootoorvleermuis komt verspreid over Nederland voor met een duidelijke binding met bosgebied en de hogere zandgronden. Zwaartepunten liggen dan ook in de duinstreek en het midden en oosten van het land. De gewone grootoorvleermuis is in het noordelijke deel van de gemeente Aalten aangetroffen (omgeving Aaltense Goor, Bredevoort, Schaarsheide en het Klooster). De aanwezigheid elders is niet uit te sluiten, denk aan de bosgebieden in de Haart (Beestman, Walfort, Loohuisbos).
Gemeente Aalten
Pagina 80
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Kleine ijsvogelvlinder
Herkenning vlinder Voorvleugellengte: 22-29 mm. De grondkleur van de bovenkant van de vleugels is bij het mannetje zwart en bij het vrouwtje donkerbruin. De witte middenband is op de voorvleugel in het midden onderbroken. Op de onderkant van de achtervleugel loopt aan de buitenkant van de witte middenband een dubbele rij donkere vlekjes. Herkenning rups Tot 27 mm; het lichaam van de rups is groen, met twee rijen bruine doorns op de rug; over de spiracula een witachtige lengtestreep, waaronder het lichaam purperachtig bruin is; de kop is bruin gedoornd. Levenswijze De vliegtijd van de kleine ijsvogelvlinder is begin juni-half augustus in één generatie, met soms in september een tweede generatie. De dichtheid op de vliegplaatsen is vrij hoog, tot ongeveer 22 individuen per hectare. Ze leven vooral in hogere delen van de bomen, maar komen vaak op open plekken en in bosranden naar beneden waar ze vaak op bloeiende braam nectar drinken. De mannetjes verdedigen een territorium, meestal vanuit hoge bomen langs brede bospaden. Uit het territorium worden andere mannetjes verdreven en langsvliegende vrouwtjes onderschept, waarna de balts en de paring hoog tussen de boomtoppen plaatsvinden. Levenscyclus Rups: half juli-eind juni. De jonge rupsen hebben een kenmerkend vraatspoor: ze eten het blad vanaf de top van het blad, maar laten de middennerf intact.
De soort overwintert als halfvolgroeide rups in een overwinteringsnest dat de rups gemaakt heeft door een half opgegeten blad met het steeltje aan een stengel vast te spinnen en van het blad een soort tent te spinnen. De verpopping vindt plaats aan een twijgje of een blad van de waardplant. De eieren worden afgezet op de bovenzijde van jonge bladeren op halfbeschaduwde plaatsen. Verspreiding De kleine ijsvogelvlinder is zo goed als verdwenen uit Drenthe, de Veluwe, de Utrechtse heuvelrug, het Rijk van Nijmegen en grote delen van Noord-Brabant en Limburg. Nu is het
Gemeente Aalten
Pagina 81
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
een vrij zeldzame standvlinder, maar de achteruitgang gaat nog steeds door. Alleen in Twente en de Achterhoek heeft hij nog een groot en min of meer aaneengesloten verspreidingsgebied. In Aalten wordt alleen in het Kloosterbos een stabiele populatie van de kleine ijsvogelvlinder aangetroffen. Elders wordt incidenteel een rondzwervend exemplaar vastgesteld. Onder andere in de omgeving van het Aaltense Goor, het Walfort en het Beestman zijn lokaal wel geschikte leefgebieden voorhanden.
Gemeente Aalten
Pagina 82
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
Ambassadeursoorten deelgebied Beken en rivieren IJsvogel
Herkenning De ijsvogel is te herkennen aan zijn blauw en oranje gekleurde veren, met een korte staart, grote kop en snavel. Ook kenmerkend zijn de witte keel en zijhals. De vleugels en kruin zijn groenachtig blauw met een helderblauwe rug. De ijsvogel zit vaak op een laaghangende tak boven het water op de uitkijk naar visjes. Met een luide roep vliegt de ijsvogel over het water heen, in zijn vlucht vallen zijn vel gekleurde veren goed op. Vrouwtjes hebben een oranjerode snavelbasis, bij het mannetje is die zwart. Broeden De ijsvogel broedt vanaf februari/maart. Ze graven tunnels van zeker een 0,5 meter in steile oevers of soms in de wortelkluit van een forse omgewaaide boom. De ijsvogel heeft meerdere legsels per jaar van meestal 6-7 eieren. Man en vrouw broeden de eieren in 19-21 dagen uit. De jongen zitten zo'n 22-28 dagen op het nest voor ze uitvliegen. Voedsel De soort eet bij voorkeur kleine visjes, maar ook waterinsecten zoals libellenlarven worden gevangen. Vissen worden mee naar de zitpost genomen en daar eerst tegen een tak geslagen voordat ze worden doorgeslikt. De ijsvogel jaagt vanaf een uitkijkpost, bijvoorbeeld een laaghangende tak boven het water, en bidt ook regelmatig. De soort duikt in het water om zijn prooi te pakken. Leefgebied IJsvogels nestelen het liefst langs langzaam stromende beken.
In mindere mate wordt ook bij stilstaande, visrijke wateren genesteld. Ze komen voor bij meren, moeras, oevers, park en tuin, plassen, rietland en ruigte, rivieren en vennen. IJsvogels duiken in helder, liefst stromend water naar hun prooien. Verspreiding IJsvogels zijn in staat om in korte tijd veel jongen groot te brengen. Op deze wijze compenseren ze het verlies aan vogels gedurende strenge winters. Vanaf 1990 gaat het veel beter met de ijsvogel door een betere waterkwaliteit, herstelde beekoevers en meer nestgelegenheid. In Aalten wordt de ijsvogel bij allerlei typen wateren aangetroffen met een
Gemeente Aalten
Pagina 83
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
duidelijke voorkeur voor de bredere watergangen (Boven-Slinge en Keizersbeek) en de Slingeplas. Bij deze wateren vindt de ijsvogel voldoende nest- en voedselgelegenheid.
Weidebeekjuffer
Herkenning De weidebeekjuffer is te herkennen aan zijn brede vleugels met een dicht netwerk van vleugeladers. De soort heeft een lengte van 45-48 mm. Het mannetje is goed te herkennen aan zijn blauw metaalglanzende lichaam met een grote zwarte vlek in de vleugels en vleugeladers met blauwe glans, de onderkant van de achterlijfspunt is vuilwit gekleurd. Het vrouwtje is goed te herkennen aan haar groen metaalglanzende lichaam, de vleugels zijn egaal van kleur, groen tot groenbruin getint. Levenswijze De weidebeekjuffer is een soort van kleinere wateren met stroming, zoals beken, sommige kanalen en rivieren. Het hele jaar door moet zuurstofrijk water van redelijke kwaliteit voorhanden zijn, gewoonlijk in een open landschap. De oevers van het voortplantingswater zijn vaak steil en voor een deel beschaduwd. Langs de oever staat vaak een hoge, structuurrijke kruidenvegetatie, die gebruikt wordt als uitkijkpost voor de mannetjes. Waar deze vegetatie ontbreekt, bijvoorbeeld als gevolg van maaibeheer komt de weidebeekjuffer doorgaans niet voor, tenzij er voldoende waterplanten groeien. Levenscyclus De eitjes van de weidebeekjuffer komen voor de winter uit. Afhankelijk van de watertemperatuur overwinteren de larven één of twee keer. Het uitsluipen gebeurt van begin mei tot half augustus.
De larvenhuidjes worden meestal gevonden aan de oevers van de voortplantingswateren, tot wel enkele meters boven het wateroppervlak soms wel tot 10 meter uit de oever. De huidjes zijn vaak lastig te vinden doordat ze aan de onderkant van bladeren verscholen in holtes van de oever hangen. Vliegtijd en gedrag Begin mei tot in september, hoogste dichtheden van midden juni tot eind juli. Mannetjes bezetten uitkijkplaatsen op oever- en waterplanten. Andere mannetjes worden verjaagd, soms pas na een minutenlang schijngevecht in de lucht. Vrouwtjes worden direct in een baltsvlucht achtervolgd. Eitjes worden onder water in planten afgezet, waarbij het vrouwtje
Gemeente Aalten
Pagina 84
Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit
soms geheel onder water verdwijnt. Overnachting gebeurt vaak groepsgewijs, in ruige vegetatie langs de beek. Leefomgeving van de larve De larven kunnen gevonden worden op donkere plaatsen tussen planten onder water. Dit kunnen waterplanten zijn, maar ook uitgespoelde boomwortels of in het water hangende oeverplanten. Verspreiding De weidebeekjuffer is algemeen in het oosten, midden en zuiden van Nederland, op de zandgronden en (minder algemeen) langs de grote rivieren. Voor alsnog is de soort zeldzaam in Groningen, Friesland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en Zeeland. In Aalten wordt de weidebeekjuffer voornamelijk langs de bredere watergangen (Boven-Slinge, Aa-strang en Keizersbeek) aangetroffen.
Winde
Herkenning De winde behoort tot de familie van de karpers en heeft een langgerekt zijdelings afgeplat lichaam met zilveren flanken en een relatief kleine eindstandige bek. Oudere dieren krijgen vaak een donkere grijs- tot groenbruine kleur. De soort kan 70 centimeter groot worden, maar wordt doorgaans niet groter dan 60 centimeter. Voortplanting Bij het aanbreken van de paaitijd, in de periode van maart tot mei, trekken de volwassen dieren naar de paaigronden. Dit zijn oeverzones van stromende wateren, zoals beken en rivieren, waarbij de bodem bestaat uit zand of grind. Tijdens hoogwater wordt ook gepaaid op ondergelopen graslanden in de uiterwaarden van de rivieren. Bij de trek kunnen afstanden tot meer dan 100 km worden afgelegd. Meestal paait een vrouwtje met meerdere mannetjes. De eieren zinken naar de bodem waar ze zich hechten aan waterplanten(resten) of grind en stenen.