CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten-3juli23

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot instemmen met het biodiversiteitsplan en ten behoeve van de uitvoeringsagenda van het biodiversiteitsplan € 32.000 dekken uit het budget klimaatakkoord en € 32.000 uit budget duurzaamheid28.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Gemeente Aalten

Pagina 85

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

Levenswijze De volwassen winde leeft in de hoofdstroom van de langzamer stromende benedenlopen van rivieren en de hiermee in verbinding staande wateren. Een juveniele winde groeit op in de ondiepere langzaam stromende oeverzones. Naarmate de dieren groter worden trekken ze naar dieper water. De soort eet voornamelijk dierlijk voedsel, zoals insectenlarven, slakken, mosselen en kleine vissen. Verspreiding De winde komt in een groot deel van Europa voor, maar niet in Zuid-Europa, Ierland en Schotland. Het verspreidingsgebied strekt zich tot diep in Azië uit ten noorden van de Zwarte en Kaspische Zee. In Nederland is de winde een vrij algemene vissoort in de grote rivieren en de daarmee verbonden wateren. In Aalten is de winde alleen recent in de Aa-strang vastgesteld. De aanwezigheid in de Boven-Slinge is niet uit te sluiten.

Gemeente Aalten

Pagina 86

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

Ambassadeursoorten deelgebied Agrarisch cultuurlandschap

Grasklokje

Herkenning In grazige bermen, maar vooral onbemeste graslanden tref je tussen grassen en kruiden de blauwe klokvormige bloemen aan van grasklokje, Campanula rotundifolia. Niet bloeiende grasklokjes zijn weinig opvallend tussen de andere planten, maar bloeiend kun je ze niet missen. Onderaan de stengel zijn in juni nog wel de naamgevende ronde tot niervormige bladeren te vinden, die rozetten vormen. De bladeren boven aan bloeistengel zijn meer grasbladachtig. Bijzonderheden De manier van het tot stand komen van de bestuiving is bij de Klokjesfamilie op een heel typische wijze geregeld. Het lijkt op die van de Composietenfamilie. De helmhokken zijn eerder rijp en zetten het pollen aan de binnenkant af tegen de stijl. Daarna sterven de helmdraden met helmhokken af. Bezoekende insecten kunnen nu het tegen de stijl geplakte pollen meenemen naar een andere bloem. De stempellobben ontwikkelen zich pas als de helmdraden verwelkt zijn, die kun je dan ook onderin een bloem die in het vrouwelijk stadium is vinden. Als dan een insect de bloem bezoekt, kan dit meegebracht pollen op de stempellobben afzetten. Het zijn dus eerst mannelijk bloeiende of protrandrische bloemen. Verspreiding Het grasklokje is te vinden in de koude en gematigde zones van het noordelijk halfrond. In de Benelux is het vooral te vinden in graslanden en bermen, maar ook aan bosranden is het grasklokje wel te vinden.

In Aalten is de grasklokje voornamelijk aan te treffen in enkele schrale wegbermen en taluds in de Haart en lokaal in Barlo en De Heurne.

Gemeente Aalten

Pagina 87

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

Kievit

Herkenning Het uiterlijk van de kievit is onmiskenbaar. De soort heeft een zwart-witte onderzijde, opvallende kuif, brede vleugels. Op rug mooie groene en paarse metaalglans. Het vrouwtje is minder contrastrijk getekend en gekleurd en heeft een kortere kuif en heeft ook iets spitsere vleugels dan het mannetje. Buiten de broedtijd lijken de geslachten sterk op elkaar en heeft de kievit een lichte keel. Broeden Kievieten broeden territoriaal, vaak semi-koloniaal. En mannetje heeft soms meerdere vrouwtjes. Het nest is een kuiltje in de grond, bekleed met strootjes. De eileg is van begin maart tot in juni, met een piek eind maart tot begin mei. Er zijn één tot twee broedsels per jaar met meestal 4 eieren. Vooral het vrouwtje broedt. De broedduur is 26-29 dagen. Jongen (nestvlieders) zijn met 35-40 dagen vliegvlug. Voedsel Allerlei ongewervelden die op of vlak onder de grond leven. Vooral regenwormen, maar ook allerlei soorten insecten en hun larven, spinnen, slakjes. De kievit is een oogjager en zoekt voedsel op de kenmerkende plevierenwijze: lopen, stilstaan, pikken etc. de kievit gebruikt ook het gehoor om prooi te vinden. Foerageert ook tijdens maanlichte nachten en eet dan vooral regenwormen. Trappelt met tenen naar voren om wormen naar de oppervlakte te lokken.

Leefgebied: De kievit leeft in zo open mogelijk landschap, vrijwel uitsluitend agrarisch gebied (graslanden en akkers). Zeer kleine aantallen broeden nog steeds in duinen, op kwelders en op natte heide en hoogveen. Bereikt de hoogste dichtheden in Laag-Nederland in vochtige, open graslanden en in Hoog-Nederland in boerenland met een afwisseling van maïs en gras. Broedt graag in kort gras, afgewisseld met kale plekken. Buiten de broedtijd vooral in open grasland- en bouwlandgebieden en ook wel in zeer ondiep water. Verspreiding De kievit neemt als broedvogel af in aantal, met minder dan 5% per jaar. Buiten de broedtijd is er geen trend. In Aalten is de kievit nog ruim verspreid aanwezig, maar ook hier sterk

Gemeente Aalten

Pagina 88

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

afgenomen. Hoge dichtheden worden niet (meer) bereikt en de soort is tegenwoordig slechts lokaal, en in lage dichtheden, aanwezig.

Patrijs

Herkenning De patrijs is goed gecamoufleerd met een bruin en grijs gestreept kleed, kastanjebruine strepen op de flanken en een grijze borst. De keel en het gezicht zijn oranjebruin en op de buik zit een grote donkerbruine vlek. Tijdens de vlucht valt de roodachtige staart op. Juveniele vogels zijn geheel bruin gestreept. Broeden De patrijs broedt van eind april tot eind mei. Eén legsel met een groot aantal eieren, meestal 13 tot 16. De broedduur is 23-25 dagen. Hoewel patrijzen in groepen kunnen optrekken, is het geen koloniebroeder. Ze hebben een nest op de bodem in dichte vegetatie. De jongen stappen meteen het nest uit en zijn na 14 dagen vliegvlug. Na zo'n 5 weken zijn ze zelfstandig. Voedsel Volwassen patrijzen eten vooral plantaardig voedsel en - als ze 'voor de bek lopen' - ook wel insecten. De kuikens zijn volledig van insecten afhankelijk. Daardoor overleven patrijzen alleen op plekken waar voldoende insecten in (ruige) akkerranden en graslanden te vinden zijn. Leefgebied Patrijzen komen vooral voor op akkers en graslanden, in Nederland vooral in kleinschalig akker- en weidelandschap. De vogels zoeken hun voedsel langs ruige akkerranden met akkeronkruiden, weiden met hagen, met bloemen begroeide dijken, enzovoort. Het nest wordt door de patrijs op de grond gemaakt, in dichte begroeiing.

Verspreiding Tot circa 1975 was de patrijs een vrij gewone vogel van het boerenland. Sindsdien zijn de aantallen sterk afgenomen. De patrijs is in grote delen van Nederland een bijzonderheid geworden. Net als andere vogels van het boerenland (zoals de kievit en de veldleeuwerik) lijdt de soort onder de voortdurend verdergaande intensivering van de landbouw. Het agrarisch cultuurlandschap rondom Aalten behoort van oudsher tot de belangrijkste

Gemeente Aalten

Pagina 89

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

broedgebieden van patrijzen in oostelijk Achterhoek. Maar ook hier ging het aantal patrijzen hard achteruit. Mede door het inzaaien van akkerranden en het advies aan boeren om de akkers na de oogst niet helemaal leeg te halen (graanstoppelvelden) is het aantal broedparen van de patrijs op onder andere de Barlose Es toegenomen. Ook elders in Aalten is een toename vastgesteld.

Steenuil

Herkenning De steenuil is nauwelijks groter dan een merel maar oogt toch wat forser door z’n opgezette veren. Het verenkleed is overwegend bruin tot grijsbruin met witte streepjes en druppelvormige vlekken. Opvallend zijn de felgele ogen en lichte ‘wenkbrauwen’. Het achterhoofd lijkt een kopie van het voorhoofd met toegeknepen ogen. In rust is zijn postuur gedrongen, bij waakzaamheid rekt de uil zich uit. Niet altijd zichtbaar zijn de lange, bevederde poten. Broeden De broedperiode loopt van half april tot half mei. Een legsel bestaat gemiddeld uit 3-5 eieren. Normaliter is er één legsel per jaar, incidenteel is er sprake van een tweede legsel tot half juni. De broedduur is 24-28 dagen. De steenuil broedt in allerlei natuurlijke holtes van bomen, vooral knotwilgen en oude (hoogstam)fruitbomen. Ook in rustige hoekjes of nissen van gebouwen of schuren en in speciale nestkasten. Jongen verlaten na ongeveer een maand het nest, maar zijn dan nog niet vliegvlug. Na ongeveer 38-46 dagen zijn ze dat wel, maar worden daarna nog zo'n 5 weken verzorgd. Voedsel Het voedsel bestaat voor een groot deel uit veldmuizen, maar ook andere kleine zoogdieren, kleine vogels, reptielen, amfibieën, insecten en andere ongewervelden. Leefgebied Het leefgebied betreft veelal kleinschalige cultuurlandschappen met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en knoestige bomen.

In grootschalige landbouwgebieden is de steenuil afhankelijk van gevarieerde erven bij boerderijen of vrijstaande huizen. Het jachtgebied bestaat uit open terrein met het hele jaar door lage vegetatie (beweiding). Voorts zijn er voldoende zitplaatsen van één tot anderhalve meter hoogte (paaltjes bijvoorbeeld) om

Gemeente Aalten

Pagina 90

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

vanaf te jagen. Er zijn schuilplaatsen en broedholen in oude bomen, schuren, gebouwen en dergelijke. Verspreiding Afname van de aantallen broedparen sinds 1990 met meer dan 5%. De laatste 10 jaar is de stand vrij stabiel. In Aalten is de steenuil ruim verspreid aanwezig. Bij vrijwel elk (boeren)erf met voldoende schuil- en broedplaatsen in de vorm van schuurtjes, holle (fruit)bomen en speciale nestkasten en geschikte foerageermogelijkheden is de steenuil aanwezig. Kamsalamander

Herkenning De kamsalamander is een grote watersalamander met een lengte tot maximaal 20 cm. Kamsalamanders danken hun naam aan de getande rugkam, die de mannetjes ontwikkelen in het voorjaar. Een belangrijk kenmerk is de oranje buik met daarop een onregelmatig patroon van zwarte vlekken. De bovenzijde is zwart met kleine witte stipjes. Voortplanting De kamsalamander plant zich voort in visvrije wateren met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie. In de directe omgeving hiervan is opgaand hout in de vorm van houtwallen, singels en en/of bos aanwezig waar de kamsalamander in de bodem vorstvrij kan overwinteren. Vanaf februari trekt de kamsalamander naar het water waar gepaard wordt en waar door het vrouwtje tot in mei de eitjes één voor één aan planten bevestigd worden. De volwassen kamsalamanders trekken in de loop van mei en juni weer het land op. Vanaf juli verlaten de jonge kamsalamanders het water. Levenswijze Buiten de voortplantingstijd leven kamsalamanders op het land en zijn dan nachtactief. De boomkikker heeft in de Achterhoek een voorkeur voor kleinschalige half open landschappen Verspreiding De kamsalamander komt verspreid voor op de zandgronden in de zuidoostelijke helft van Nederland. In de meeste gebieden komt de soort slechts zeer schaars voor. Eén van de belangrijkste kerngebieden in Nederland is de omgeving van Winterswijk.

In de Achterhoek is de soort in het verleden hard achteruit gegaan in verspreiding en aantal doordat in de vorige eeuw weidepoelen massaal gedempt zijn en de dooradering van het cultuurlandschap met

Gemeente Aalten

Pagina 91

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

houtwallen, -singels en bosjes drastisch is afgenomen. Ongeveer 30 jaar geleden vond een kentering plaats doordat vanaf dat moment vele poelen zijn aangelegd in de Achterhoek, onder andere specifiek voor deze soort. Het Aaltense Goor en omgeving en het Beestman zijn twee belangrijke kerngebieden voor deze soort in de gemeente Aalten. Het verdient aanbeveling om de poelen in Aalten buiten het Aaltense Goor en het Beestman te inventariseren op deze soort om een actueel beeld te verkrijgen van de verspreiding in Aalten.

Gemeente Aalten

Pagina 92

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

Ambassadeursoorten deelgebied Bebouwd gebied Braamsluiper

Herkenning De braamsluiper en vaalbruine vogel met grijze kopkap, vaak iets donkerder grijze oorstreek, en een spierwitte keel die opmerkelijk contrasteert met de (vuil)witte onderdelen. Er is geen verschil in uiterlijk tussen het mannetje en het vrouwtje. De braamsluiper kan eenvoudig ontdekt worden door zijn kenmerkende zang. Broeden De braamsluiper zingt vooral begin mei en wisselt hierbij vaak van zangpost. De zangactiviteit wordt na een paar weken snel minder. Braamsluipers broeden vanaf eind april en hebben één of twee legsels per jaar van 3-7 eieren. Het mannetje bouwt één of meerdere 'haantjesnesten', een simpele bodem om vrouwtjes te verleiden. Dit kan later gebruikt worden om het nest op te bouwen, een diepe kom van grassen, wat door beide oudervogels wordt gedaan. Na 11-12 dagen broeden, zitten de jongen nog 12-13 dagen in het nest, en na het uitvliegen worden ze nog 18-20 dagen gevoed door de ouders. Voedsel De braamsluiper eet met name insecten, spinnen, duizendpoten e.d., ook kleine slakjes; in de herfst ook bessen, maar minder vaak dan andere grasmussoorten. Leefgebied Braamsluipers zijn het talrijkst in duingebieden met doornstruwelen en kleinschalig boerenland met veel heggen op kleigronden. Grote bosgebieden worden gemeden, in stedelijk gebied bewoont de soort parken en tuinen. In de lage delen van het land wist de braamsluiper sinds ca.

1975 te profiteren van toegenomen beplanting in voorheen open gebied. Op de hoge gronden, daarentegen, ging broedgelegenheid verloren bij onder andere ruilverkavelingen. In de Achterhoek is de braamsluiper in het buitengebied een zeldzaamheid geworden. De meeste vogels komen voor in de bebouwde kom. Verspreiding Tussen 1980 en 2000 ging de soort enigszins achteruit, maar hij heeft zich sindsdien

Gemeente Aalten

Pagina 93

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

gestabiliseerd. De braamsluiper heeft in Noordoost-Nederland gemiddeld een hogere dichtheid dan in de overige delen van het land; de IJssel en het IJsselmeer vormen ruwweg de grens. In heel Nederland lijkt de braamsluiper te profiteren van de typische nieuwbouwwijktuinen en beplantingen met meidoorn, berberis en ligustersoorten. In Aalten komt de braamsluiper vooral voor in de woonkernen en lokaal ook in het buitengebied bij (boeren)erven met doorn- en braamstruweel.

Gierzwaluw

Herkenning Gierzwaluwen zijn geheel donker met alleen moeilijk waarneembare lichte keelvlek. De gierzwaluw heeft kenmerkende sikkelvormige vleugels. De vlucht is afwisselend met snelle, diepe vleugelslagen en lange glij- of zweefvluchten. De soort is vaak te zien in groepjes, elkaar achtervolgend en daarbij het typische schreeuwende (gierende) geluid producerend. De gierzwaluw heeft een korte, spitse snavel en zeer korte poten. Broeden De gierzwaluw broedt in mei en juni en heeft één legsel met 2-3 eieren. De gierzwaluw is een koloniebroeder wanneer er voldoende aanbod van nestgelegenheid is. Ze hebben hun nest in gebouwen, onder de dakgoot, achter de regenpijp, langs een dakkapel, onder een dakpan of in een gat in de muur en ook wel in neststenen en -kasten. De broedduur is 18-22 dagen. De jongen trekken na het uitvliegen meestal snel weg. Voedsel Het voedsel bestaat uit vliegende insecten, zoals muggen, (zweef)vliegen en dag- en nachtvlinders. Voor hun jongen verzamelen ze tot wel enkele honderden insecten per keer in een voedselbal, die vervolgens aan de jongen wordt gevoerd. Leefgebied Voor hun nestgelegenheid zijn gierzwaluwen afhankelijk van beschikbaarheid van gebouwen met geschikte holtes. Ze jagen boven uiteenlopende habitats in dorpen en steden. Al het voedsel wordt gevangen in de lucht. Ze zijn gespecialiseerd in het vangen van insecten in

Gemeente Aalten

Pagina 94

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

volle vlucht. Daarvoor zoeken ze meestal de luchtlagen op die op dat moment de meeste insecten bevatten, en dat kan best een flinke hoogte zijn. Verspreiding Het is niet mogelijk een trend te destilleren uit de informatie die verzameld is over de gierzwaluw. Het is een vogelsoort die zeer moeilijk te inventariseren is, ook al komen er steeds meer gegevens boven tafel via onder meer het MUS-telnetwerk van SOVON en Vogelbescherming (Meetnet Urbane Soorten). In Aalten is de gierzwaluw alleen als broedvogel in de woonkernen Aalten, Bredevoort en Dinxperlo aanwezig.

Huismus

Herkenning Het mannetje van de huismus heeft een grijs petje met roodbruine zijden, grijze wangen, grijs onderlichaam en brede witte vleugelstrepen. Dominante mannetjes hebben meer zwart op de borst dan mussen lager in de rangorde. Het vrouwtje kenmerkt zich door tamelijk eenvormig lichtbruin kleed, heeft een opvallende wenkbrauwstreep achter het oog. Het mannetje heeft een donkergrijze kegelvormige snavel, bij het vrouwtje is de snavel lichter en geliger van kleur. De huismus heeft korte leverkleurige poten. Broeden De huismus broedt van eind maart tot in augustus. De huismus heeft twee tot drie legsels per broedseizoen met elk 4-6 eieren. Huismussen broeden in een los kolonieverband. Het nest wordt vooral gemaakt onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en in mussenkasten. Het slordige nest bestaat uit takjes, stro, veertjes en vaak ook hondenharen. De broedduur is 11-12 dagen. De jongen zitten zo'n 17 dagen op het nest. Als de jongen uitvliegen, worden ze daarna nog 1-2 weken gevoerd door de ouders. Voedsel Het voedsel van de huismus bestaat uit zaden, granen, insecten, bloemknoppen, brood, bessen, pinda's en vetbollen. In broedtijd eten ze voornamelijk insecten. Leefgebied Huismussen vestigen zich graag op een rommelige menselijke omgeving, met struikgewas, schuren, weilanden met vee, gemorst graan et cetera. De soort is het talrijkst aanwezig in

Gemeente Aalten

Pagina 95

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

dorpen en in oudere buitenwijken, met rommelige tuinen. Als er veel hoge bomen staan, verdwijnt de huismus. Verspreiding De huismus is in de laatste twintig jaar sterk in aantal afgenomen. Begin jaren tachtig begon de afname, die begin jaren negentig versnelde. Dit heeft geresulteerd in een landelijke afname van meer dan 50% van het aantal broedparen. In Aalten is de huismus nog steeds zeer ruim verspreid aanwezig en haalt met name in de woonkernen lokaal hoge dichtheden.

Laatvlieger

Herkenning De laatvlieger is een van de grootste vleermuizen van Nederland. De laatvlieger is te herkennen aan zijn tweekleurige vacht: koffiebruin op de rug en koffie-met-melk-bruin op de buik. Kenmerkend is ook zijn forse formaat. Het gewicht is zo'n 15-35 gram. De vleugels zijn relatief lang en breed met een spanwijdte van 32-38 cm. Gezicht, oren en vlieghuid zijn zwartbruin. Biotoop en jachtgedrag De laatvlieger jaagt boven open tot halfopen landschap, vooral in de beschutting van opgaande elementen zoals bosranden, heggen en lanen. Hij vliegt vaak op 5 - 10 meter hoogte, maar soms ook wel hoger tussen de boomtoppen. De laatvlieger vliegt meestal op enige afstand van de vegetatie boven (vochtige) graslanden en weilanden, langs kanalen en vaarten, in tuinen en in parken met vijvers. Bij windstil weer wordt het open gebied belangrijker. In dorpen en aan de rand van steden kan men in de schemering laatvliegers rond lantaarnpalen, in tuinen en in parken zien jagen. Soms jagen ze in groepjes. Laatvliegers vangen insecten hoofdzakelijk uit de lucht, maar pakken soms ook prooien van bladeren of van de grond. Ze vangen voornamelijk grotere soorten nachtvlinders, kevers en muggen. Verblijfplaatsen Kraamkolonies komen voor zover bekend alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter de betimmering, onder daklijsten en dakpannen of onder het lood rondom de schoorsteen.

Soms worden ze ook op zolders aangetroffen. In vleermuiskasten worden laatvliegers zelden aangetroffen. Solitaire mannetjes worden soms achter

Gemeente Aalten

Pagina 96

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

vensterluiken gevonden. In de paartijd (september-oktober) worden vergelijkbare verblijven gebruikt. Er worden dan ook kleine groepjes laatvliegers op plaatsen gevonden waar ze in de zomer niet zaten. De (kraam)groepen bestaan meestal uit enkele tientallen en zelden uit meer dan 150 dieren. Laatvliegers bewonen een netwerk van verschillende huizen die op een afstand van hooguit enkele honderden meters van elkaar liggen. Ze verhuizen soms wel, maar zijn in principe erg plaats- en gebiedstrouw. Soms wordt één huis jaar na jaar als zomer- en winterverblijf gebruikt. De jachtgebieden liggen in een straal van 1 tot 5 km (zelden meer) rondom de kolonie. Vliegroutes volgen waar mogelijk lijnvormige structuren, maar laatvliegers vliegen bij gunstige weersomstandigheden ook wel grote afstanden door open gebied. In de winter zoeken laatvliegers nauwe en relatief droge plaatsen op zoals spouwmuren, spleten en scheuren in zolders, oude kelders en soms ook kieren dicht bij de ingang van grotten. Omdat ze vaak diep weggekropen zijn is de kans dat ze op dergelijke plekken ontdekt worden relatief klein. De laatvlieger is een standvleermuis, die zich verplaatst over enkele kilometers, tot hooguit 45 km. Verspreiding De laatvlieger komt in Nederland vrij algemeen voor.

Het is de enige vleermuissoort die regelmatig op de meeste Waddeneilanden wordt waargenomen, al is Texel het enige Waddeneiland waar een kolonie laatvliegers is gevonden. In Aalten is de laatvlieger, na de gewone dwergvleermuis, de meest algemene en wijdverspreide vleermuissoort. Verblijfplaatsen zijn voornamelijk in de woonkernen aanwezig en foeragerende laatvliegers worden verspreid in het buitengebied waargenomen.

Gemeente Aalten

Pagina 97

Inspiratiegids biodiversiteit gemeente Aalten, op weg naar biodiversiteit

Gemeente Aalten

Pagina 98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=e2d7ddf2-ad88-42c7-a9aa-f566a2adc2ad