C10. VNOG - ter behandeling voorlopige Jaarstukken en concept Begroting (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit , komen verderop in deze paragraaf aan de orde. Een uitgebreider overzicht van de te nemen maatregelen en de bewaking van de opvolging ervan , komen verder aan de orde in de begroting 2027-2030 en daaruit voorvloeiende (P&C) rapportages.
Toelichting uitvoering risicomanagement 2025 Bij de uitvoering van het risicomanagement in 2025 is enerzijds gekeken naar de actuele situatie van risico’s welke zich kunnen voordoen binnen en buiten de VNOG. Anderzijds is gestuurd op de te nemen maatregelen om de risico’s te beheersen , over te dragen , te vermijden of te accepteren. In de Halfjaarrapportage 2025 is een rapportage over de bewaking van de uitvoering van maatregelen opgenomen. De ontwikkelingen en verschillen t. o. v. de begroting 2025 worden kort nader toegelicht. Zes van de uit de begroting 2025 genoemde risico’s komen , m. n. door de genomen maatregelen , niet meer voor in de eind 2025 geactualiseerde inventarisatie. De risico’s die niet meer voorkomen zijn: • stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS) ; • geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t. a. v. de uitvoering van taken en dienstverlening , na de invoering van de nieuwe Omgevingswet ; • niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t. a. v. personele kosten (vergoedingen/opleidingen/trainingen vrijwilligers) ; • onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel ; • extra kosten tijdelijke huisvesting (w. o. verbindingen) en faciliteiten kantoorpersoneel en • hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig).
Pagina 26 van 98
Bij de het niet-gekwantificeerde risico’s geldt dit voor: • toekomstige effecten in 2023 gestarte project VICC (Oost-5) witte kolom en de • uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. Verder zijn onderstaande risico’s nieuw geïnventariseerd na het opstellen van de begroting 2025:
Gekwantificeerde risico’s: • (9) Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding en • (17) Extra inzet mensen en ICT-middelen t. b. v. eisen ‘informatiehuishouding' en -beveiliging (mede) door externe ontwikkelingen/eisen voor/aan VNOG. Niet- gekwantificeerde risico’s: • (5) Beperkingen bedrijfsvoering door stikstofregels bij (ver-/nieuw)bouw en aanpassingen (oefen) terreinen ; • (6) Posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a. g. v. uitvoering van (repressieve) taken ; • (7) Organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn bij/na realisatie 1-post m. b. t. het voldoende beschikbaar krijgen van (beroeps)medewerkers met de vereiste (brandweer)kwalificaties en • (8) Weerbaarheid/vitaliteit: (nog) geen duidelijkheid over gestelde eisen/ beschikbare middelen voor/bij VNOG. De belangrijkste wijzigingen bij de bestaande risico’s zijn: • (3 en 6) een toename van het berekende benodigde bedrag voor het risico op prijsstijgingen , zowel bij de exploitatiekosten als de hogere lasten bij (vervangings)investeringen ; • (8) de hogere mogelijke kosten voor (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/kazernes van de gemeenten en • (15) een verlaging van het risico op stijging van financieringskosten door het aantrekken en vastleggen van een aantal leningen (in 2024).
Op grond van het uitgevoerde risicomanagement in 2025 wordt het volgende overzicht ‘Risico’s jaarrekening 2025’ weergegeven. Gekwantificeerde risico's Nr.
Risico's en oorzaken
1
(On)voldoende bezetting /inzet en (extra) kosten werving vrijwilligers op kazernes door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers. Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). Hogere prijzen ; exploitatiekosten stijgen uit boven (verwachte) prijsindex. Wereldwijde ontwikkelingen w. o. gewijzigde verhoudingen tussen vraag en (schaarste van) aanbod , doen de prijzen van grondstoffen , materialen en dienstverlening (w. o. opleidingen) stijgen. Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t. a. v. materiële kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. Uitval materieel repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen.
70%
558. 000
Weerstands-capaciteit (euro's) 391. 000
10%
50. 000
5. 000
70%
840. 000
588. 000
50%
38. 000
19. 000
30%
90. 000
27. 000
Extra prijsstijgingen aanschaf materieel. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen materiaal/materieel leiden tot hogere kapitaalslasten c. q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve. Hogere kosten uitvoering elektrificatie voertuigen mobiliteitsplan. Extra kosten (onderhoud) bij doorvoeren elektrificatie , nog onzeker.
50%
1. 200. 000
600. 000
30%
500. 000
150. 000
2 3
4 5
6
7
Pagina 27 van 98
Kans in %
Effect in euro's bedrag
8
Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties (kazernes) gemeenten , voortvloeiende uit (onduidelijkheid over demarcatie) afspraken , (voortschrijdende) ontwikkelingen en (wettelijke) eisen (w. o. RI&E).
50%
600. 000
300. 000
9
Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding. Vanuit voortschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS houdende materialen (bluskleding/-laarzen) , versneld te worden vervangen. Digitale verstoring (hack systemen) , verhinderen uitvoering taken bij crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT systemen.
30%
900. 000
270. 000
30%
500. 000
150. 000
11
Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens , - berekeningen en ontoereikende kennis en controles.
10%
450. 000
45. 000
12
Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w. o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek. Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. Stijging reële bijdrage aan NIPV door bijv. nieuwe taken. Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen) , door stijging van het rentepercentage. Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoons gerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd , waardoor privacygevoelige gegevens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen. Extra inzet mensen en ICT-middelen t. b. v. eisen informatie 'huishouding' en -beveiliging (mede) door externe ontwikkelingen/eisen voor/aan VNOG.
10%
150. 000
15. 000
10%
300. 000
30. 000
10% 50%
112. 500 832. 500
11. 000 416. 000
10%
300. 000
30. 000
50%
300. 000
150. 000
10
13 14 15
16
17
Totaal gekwantificeerde risico's
3. 197. 000 Niet kwantificeerde risico's
Nr.
Risico's en oorzaken
1
Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w. o. relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i. p. v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers ; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder.
2
Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. Onvoldoende financiële middelen voor (toekomstige) crises. Onverwachte situaties/crises (mogelijk) i. c. m. het onvoldoende beschikbaar stellen/hebben van financiële middelen bij (decentrale) overheden , kunnen leiden tot ontoereikende dekking van (structurele) kosten voor (bijv. ) coördinatietaken door VNOG (zie ook risico hierna over 'Weerbaarheid' (nr. 8)) Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS. Mogelijke kosten sanering PFAS grond-/bodemverontreiniging. Beperkingen bedrijfsvoering door stikstofregels. Stikstofregels beperken benodigde ontwikkelingen m. b. t. (ver-/nieuw)bouw en aanpassingen (oefen) terreinen.
3
4 5
6
Posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a. g. v. uitvoering van (repressieve) taken. Landelijk wordt (meer) aandacht gevraagd voor PTSS klachten bij uitvoering van (brandweer)taken bij Veiligheidsregio's.
7
Organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn bij/na realisatie 1-post. De roostering en het voldoende beschikbaar krijgen van (beroeps)medewerkers met de vereiste (brandweer)kwalificaties is (nog) een risico c. q. uitdaging , na realisatie van 1-post in Apeldoorn Weerbaarheid/vitaliteit: (nog) geen duidelijkheid over gestelde eisen/ beschikbare middelen. VNOG moet als vitaal verklaarde organisatie 'in positie komen' , daarnaast moet duidelijk worden welke (faciliterende) rol de organisatie krijgt bij het 'weerbaarheidsvraagstuk'.
8
Pagina 28 van 98
Kans in %
Effect in euro's bedrag
Weerstands-capaciteit (euro's)
Weerstandscapaciteit De weerstandsratio bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (de benodigde weerstandscapaciteit). De vastgestelde beleidsregels worden hieronder samengevat. De beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 10, (“matig”) en 14, (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt , wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus , zoals bij het voorstel over de bestemming van het resultaat van deze jaarrekening) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit • De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken.
• De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve , de Bedrijfsvoeringreserve , eventuele Stille Reserve en de post Onvoorziene uitgaven. Bij de VNOG is er geen sprake van een stille reserve. Bij de jaarrekening wordt de post Onvoorziene uitgaven niet meegenomen , omdat deze onderdeel vormt van het resultaat waarvan de bestemming bestuurlijk wordt vastgesteld. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. • De algemene reserve is voor afdekking van risico's en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten , als daarvan bijv. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. • De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s. Dit geldt voor zover er geen bestuurlijke besluitvorming t. a. v. specifieke bestedingen (leidend tot een beklemming/beslag in de toekomst) heeft plaatsgevonden.
Pagina 29 van 98
Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2025 Saldo Algemene reserve
1. 135. 114
€
Stand bedrijfsvoeringsreserve per 31-12-2025
3. 992. 656
Onderdelen bedrijfsvoeringsreserve welke niet tot het weerstandsvermogen moeten worden gerekend: Af: egalisatie tijdelijke huisvesting
-210. 343
Af: egalisatie inrichtingkazernes
-25. 943 -236. 286
Toekomstige onttrekkingen Af: Personele knelpunten (t/m 2026)
-295. 000
Af: Uitbreiding 24-uursdienst (t/m 2028)
-240. 000
Af: Tijdelijke formatie VSP (t/m 2028)
-105. 000
Af: Versterking bedrijfsvoering
-407. 345 -1. 047. 345
Saldo Bedrijfsvoeringsreserve onderdeel weerstandsvermogen
2. 709. 025
Beschikbaar weerstandsvermogen
3. 844. 139
Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG rekening 2025
€
Beschikbare weerstandscapaciteit
3. 844. 139
Benodigde weerstandscapaciteit
3. 197. 000
Ratio
12,
Toelichting De hoogte van de weerstandscapaciteit eind 2025 is zodanig dat de weerstandsratio als positief is aan te merken , deze waarde is passend binnen de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 10, tot 14, (namelijk op 12). , Financiële kengetallen VNOG
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Begroting 2025
Rekening 2025
77% 19% , -29%
32% 33% , 123%
Pagina 30 van 98
Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen , de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100. 000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Categorie
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
A= minste risico
B - gem. risico
C = meeste risico
< 90% > 50% begr. > 0%
90%-130% 20%- 50% begr. = 0
> 130% < 20% begr. < 0%
De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is van financiële positie bij het opmaken van de jaarcijfers 2025. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente en aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door de jaarlijkse baten. De berekende netto schuldquote valt in de categorie ‘minste risico’. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio , hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio (inclusief het exploitatieresultaat over 2025) bedraagt 33% en valt daarmee binnen de categorie ‘gemiddeld risico’. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen , ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen.
Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Deze ratio heeft vooral zeggingskracht wanneer de uitvoering van de begroting niet (te veel) wordt verstoord door uitzonderlijke situaties zoals er eerder zijn geweest door crises als corona en extra vluchtelingenopvang. De betekenis van de berekende ratio voor het financieel beleid blijft in de huidige context nog wel beperkt.
Pagina 31 van 98
4. 2. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De roerende kapitaalgoederen bestaan uit materieel en materialen welke bij VNOG worden ingezet voor de verschillende afdelingen. Het grootste deel is repressief materieel/materiaal dat wordt gebruik door de afdeling Brandweerzorg. De afschrijvingslasten van deze kapitaalgoederen komen voor rekening van VNOG. Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen. Er is daarnaast nog onroerend goed , zijnde één kazerne (Doetinchem) in eigendom van VNOG. Ter dekking van de groot onderhoudskosten voor deze kazerne is in de jaarrekening van VNOG een voorziening gevormd voor rekening van de gemeente Doetinchem ; dit op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). De kazerne is door VNOG aangekocht in 2013. Vanaf eind 2023 , na de BTW- herzieningstermijn van 10 jaar , wordt met de gemeente Doetinchem gesproken over de afgesproken terug levering van de kazerne. Er is echter nog geen overeenstemming over het moment van deze terug levering en de overdracht van de bijbehorende onderhoudsvoorziening van de kazerne. Hierbij speelt het vraagstuk van PFAS-verontreiniging.
Pagina 32 van 98
veiligheidsregio
Noord- en OostGelderland
Paragraaf Financiering
4.3.
Inleiding De financieringsparagraaf is Één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de pro138 van dit van het Besluit en Artikel grammarekening op grond Begroting Verantwoording (BBV). besluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobe(geanonimiseerd) ven de financieringsportefeuille worden beschreven. DN Op grond van de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden) moet de veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. Het vigerende treasurystatuut is ‘“Treasurystatuut Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2021’ Risicobeheer Dit onderdeel
geeft een samenvatting van
het
bevat tevens de gegevens die op grond van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
(verwachte) risicoprofiel van
de Wet Fido
voor
de
organisatie. Het nodig zijn w.o.
de toezichthouder
Renterisico’s
Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd zal worden met hogere rentelasten. Door ontwikkelingen op de geld- of kapitaalmarkt kan de nieuwe lening duurder uitvallen dan de oude. Ook wanneer een geldlening in aanmerking komt voor renteherziening bestaat dit risico. De Wet Fido stelt grenzen aan
de mate waarin
gemeente of andere decentrale overheid zich bloot kan stellen
een
aan
ren-
dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als (kortlopende leningen) een wettelijke grens vastgesteld. Het niet voldoen aan deze limitering kan voor de provincie, als toezichthouder van VNOG, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. Preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen behoort in laatste instantie tot de mogelijkheden.
terisico. Ter
beperking van
de vlottende schuld
voor
Renterisico vaste schuld De renterisiconorm is een
leningen
wettelijke
Het is aan de besturen een
bepaalde
Berekening
mate van
die
Renterisiconorm De risiconorm mag
afgesloten
betrekking met
een
heeft op de vaste
schuld. Vaste schuld
de decentrale overheden
spreiding
rente
zelf om
binnen
de renterisiconorm
voor
te kiezen.
Renterisiconorm:
Begrotingstotaal Percentage
komen
van
worden
norm
typische looptijd van één jaar of langer. De renterisiconorm zet decentrale overheden aan tot spreiding van hun lening portefeuille en daarmee verlaging van het jaarlijks renterisico door hen te verplichten aflossingen op geldleningen en momenten van renteherziening over toekomstige begrotingsjaren te verdelen. ontstaat wanneer
2025
:€
80,3 miljoen
:20% :€ 16
miljoen afgerond
geeft aan dat jaarlijks maximaal aflossing of renteherziening.
€ 16
miljoen van
de vaste schuld
in aanmerking
voor
In het
verslagjaar is voor een bedrag van € 3,34 miljoen op de vaste schuld afgelost. In 2025 was geen sprake van renteherziening op de lopende geldleningen. Wel heeft VNOG in 2025 twee leningen gestort gekregen waarvan de rente al was overeengekomen in 2024. er
Pagina 33 van
98
Het aantrekken hiervan was nodig om het vervangingsprogramma voor de 75 nieuwe blusvoertuigen bij Brandweerzorg mogelijk te maken. Daarnaast worden ook de gevormde reserves binnen VNOG als intern financieringsmiddel aangewend. De VNOG heeft ook in 2025 ruimschoots voldaan aan de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 82% , bedragen van het totaal van de jaarbegroting van VNOG bij aanvang van het jaar. De totale omvang van de jaarbegroting 2025 van VNOG bedroeg bij aanvang van het jaar 2025 € 803, miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond circa € 66, miljoen. Onderstaand overzicht bevat de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet , zoals bedoeld in het “Uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden”. Alle bedragen in onderstaand overzicht x € 1. 000 Vlottende Schulden Januari Februari Maart April Mei Juni
Vlottende Middelen -
Juli Augustus September
-
Oktober November December
-
-
-
20. 513 22. 692 20. 078 21. 777 19. 644 14. 968 25. 375 23. 801 21. 881 22. 811 23. 808 17. 354
Kasgeldlimiet VNOG: € 6. 585. 710 Begroot aan het begin van het jaar 2025 conform artikel 2d van het uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden geldt voor een gemeenschappelijke regeling een percentage van
Saldo
over=+/onder=schrijding limiet
Gemiddeld - 20. 513 - 22. 692
- 20. 078 kwartaal 1 - 21. 777 - 19. 644 - 14. 968 kwartaal 2 - 25. 375 - 23. 801 - 21. 881 kwartaal 3 - 22. 811 - 23. 808 - 17. 354 kwartaal 4
- 21. 094
-€ 27. 680
- 18. 796
-€ 25. 382
- 23. 686
-€ 30. 272
- 21. 324
-€ 27. 910
Afgerond € 80. 313. 535
€ 6. 585. 710
82% ,
Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt is de kasgeldlimiet in 2025 niet overschreden. Schatkistbankieren Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Als overtollig wordt aangemerkt alle middelen die een drempelbedrag overschrijden. Voor VNOG is het drempelbedrag voor 2025 bepaald op € 1. 606. 000 (2% van begrotingstotaal). VNOG legt in navolgende tabel verantwoording af over de wijze waarin in 2025 de regels over schatkistbankieren zijn nageleefd.
Pagina 34 van 98
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) Drempelbedrag Kwartaal 1 (2)
16062707 ,
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1) (1) Berekening drempelbedrag
Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
(4a)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
870
831
808
8 43
737
775
798
7 63
-
-
-
-
Verslagjaar (4b) (4c) (1) = (4b)*002 , + (4c)*0002 , met een minimum van €1. 000. 000 als het
8 0. 314 8 0. 314 -
begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 Drempelbedrag 1 .606 miljoen is is het drempelbedrag aan € 10 , gelijk miljoen van het deel vermeerderd met 02% , van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Som van de per dag buiten 's Rijks 7 8. 257 7 5. 630 7 4. 378 (5a) schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 90 91 92 (5b) Dagen in het kwartaal op dagbasis buiten 's Rijks Kwartaalcijfer 870 831 808 (2) (5a) / (5b) schatkist aangehouden middelen
Uit dit overzicht blijkt dat VNOG in 2025 de regels schatkistbankieren heeft nageleefd. Renteberekening jaarrekening Aan de investeringen is in 2025 15% , rente toegerekend. Het resultaat op treasury (€ 487. 000) behaald door uitzetting in de Schatkist is onderdeel van het jaarrekeningresultaat.
Pagina 35 van 98
77. 562 92 8 43
4. 4. Crises paragraaf Oekraïne Het Ministerie had aanvankelijk aan de veiligheidsregio’s een rol toebedeeld in de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. Deze taak zou daarna overgaan naar een door de gemeenten te kiezen regionaal openbaar lichaam. In een later stadium hebben het algemeen bestuur van VNOG en de 22 gemeenten besloten deze taak door de veiligheidsregio te laten continueren. Het Ministerie heeft ter dekking van de te maken kosten een ‘Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen’ vastgesteld. Regionale openbare lichamen kunnen op basis hiervan kosten voor regie , coördinatie van de spreiding van ontheemden , communicatie , zorg en materiële uitgaven declareren. VNOG moet op grond van deze regeling niet alleen haar eigen hieronder vallende kosten declareren , maar ook de door de GGD gemaakte kosten voor zover ze voldoen aan de voorwaarden in de regeling. Op basis van een inschatting heeft VNOG voor 2025 een voorschot aangevraagd van € 857. 295. Dit bedrag bestaat vooral uit de werkzaamheden voor de coördinatie van de spreiding van ontheemden. Daarnaast heeft de GGD een voorschot ingediend bij VNOG voor de kosten van werkzaamheden over 2025. Deze activiteit is door de bekostigingsregeling van het Rijk in principe budgettair neutraal.
De opgestelde declaratie van de over 2025 gemaakte kosten komt uit op een bedrag van € 696. 273 exclusief de kosten van medeoverheden. Daar waar sprake is van overdracht van middelen naar een medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing. De door VNOG samengestelde declaratie moet uiterlijk 15 juli 2026 worden ingediend. Dreigingen , verstoringen en weerbaarheid Door alle globale spanningen , dreigingen en verstoringen heeft het thema ‘weerbaarheid’ een grote vlucht genomen in 2025 , zoals bijvoorbeeld met de landelijke ‘Denk vooruit’ campagne. Het thema was in het regionaal beleidsplan benoemd als trend , maar is dit jaar ook binnen VNOG verder doorontwikkeld. In nauw overleg met de gemeenten is in 2025 een Programmaplan Weerbaarheid tot stand gekomen en partners hebben bestuursafspraken gemaakt. Binnen VNOG is een Stuurgroep Weerbaarheid met thematafels opgestart om de diverse deelonderwerpen op te pakken , de gemeenten goed te ondersteunen en VNOG zelf ook voor te bereiden op verstoringen. Een onderdeel van weerbaarheid vormen de noodsteunpunten. De invulling van de landelijke pilot ‘noodsteunpunten’ is eind 2025 uitgewerkt en opgestart. VNOG is medio 2025 door het Rijk vitaal verklaard voor een aantal processen , namelijk proces ‘crisisorganisatie’ , ‘inzet brandweer’ en ‘informatievoorziening’.
Dit brengt de plicht met zich mee dat deze processen altijd door moeten gaan. Dit maakt versterking van de eigen bedrijfscontinuïteit van VNOG noodzakelijk. Anderzijds brengt dit ook rechten met zich mee , bijvoorbeeld voorrang op noodrantsoenen vanuit het Rijk. De gevolgen van de vitaal verklaring worden komende periode landelijk verder uitgewerkt. Er is bij dit alles ook een verbinding met het grotere thema ‘weerbaarheid’: ook VNOG zelf moet weerbaar zijn. Alleen een weerbare en robuuste VNOG kan van meerwaarde zijn voor de weerbaarheidsopgave waar de samenleving als geheel voor staat.
Pagina 36 van 98
4. 5. Voortgang besteding extra BDuR-middelen Inleiding Het Rijk heeft per 2023 de reguliere bijdrage aan alle veiligheidsregio’s (de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding , BDuR) structureel verhoogd met extra-BDuR. Deze extra-BDuR is expliciet door het Rijk bedoeld voor versterking van de crisisbeheersing (incl. vergroting flexibiliteit) en versterking informatievoorziening (incl. informatiestromen tussen regio’s onderling en Rijk). De extra-BDuR komt in vier tranches , waarbij de eerste tranche per 2023 is toegekend. De laatste tranche volgt in 2026. Ieder jaar in juni geeft het Ministerie over de (hoogte van de) tranche voor het volgende jaar pas definitieve zekerheid. Dat is dus een belangrijk voorbehoud. Het AB heeft in maart 2023 een meerjarig bestedingsplan 2023-2026 voor de besteding van de extra-BDuR vastgesteld en ook gedeeld met de gemeenten. Er worden hierin functionarissen geworven voor ondersteuning van de multi operationele crisisorganisatie , crisiscommunicatie , versterking vakbekwaamheid , risico-analyse en data-specialisten , o. a. voor het wettelijk verplichte 24/7 veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Korting op de totale BDuR en dekking daarvan Eind 2024 werd duidelijk dat alle 25 veiligheidsregio’s per 2026 een structurele korting van 10% op de totale BDuR krijgen (dus reguliere BDuR en extra-BDuR samen).
Gelet op de juist ingezette verbeterslag met de extra-BDuR en alle ontwikkelingen en dreigingen , is er landelijk veel discussie geweest over deze korting. Voor VNOG gaat het om een korting van € 11, miljoen. Voor de tijdelijke dekking in 2026 is het volgende gedaan. Het AB heeft in december 2024 de jaarschijven 2025 en 2026 van het Bestedingsplan extra-BDuR voorlopig bevroren.1 Zo kwam er dekking beschikbaar om de korting in 2026 te dragen. De inhoudelijke gevolgen van deze voorlopige bevriezing zijn in juni 2025 voor het AB in beeld gebracht. De structurele maatregelen voor de BDuR korting per 2027 zijn beschreven in de Kadernota 2027 en zijn binnen de bestaande middelen van VNOG gevonden. De maatregelen hebben vooral tot gevolg dat de versterking van de crisisbeheersing wordt versoberd , doordat onderdelen van het Bestedingsplan extra-BDuR permanent niet of verminderd worden uitgevoerd. Een aantal van de in 2025 en 2026 bevroren onderdelen van het Bestedingsplan extra-BDuR worden per 2027 wel in uitvoering genomen. Hun bevriezing eindigt per 2027. Ook dit is beschreven in de Kadernota 2027. Eenmalige inzet jaarschijf 2025 extra-BDuR De korting gaat in per 2026. Dat betekent dat de extra-BDuR voor 2025 in het jaar 2025 nog éénmalig incidenteel kan worden ingezet. Deze eenmalige inzet is toegelicht in het AB van 26 juni 2025.
De inzet is zoveel mogelijk in lijn met het door het AB vastgestelde Bestedingsplan extra-BDuR , zodat toch nog zoveel mogelijk van de plannen rondom de extra-BDuR voortgang krijgen.
Voortgang bestedingsplan – eenmalige inzet jaarschijf 2025 Omdat de eenmalige inzet pas later in het jaar is gestart , worden een aantal onderdelen over de jaargrens heen afgerond ; daartoe wordt budget overgeheveld. Het AB heeft op 27 november 2025 besloten dat deze overheveling via de bestaande bestemmingsreserve noodfonds verloopt en deze middelen tijdelijk aan het noodfonds kunnen worden toegevoegd. Het AB heeft daarbij besloten dat het noodfonds tijdelijk voor één jaar boven het afgesproken plafond mag uitstijgen. 1 Samen
met de inzet van (het grootste deel van) de structureel hogere BDuR bijdrage 2025 (=loon-en prijscompensatie 2024) - die VNOG nog niet had ingezet - is er dan in 2026 dekking.
Pagina 37 van 98
De overblijvende middelen van de extra-BDuR jaarschijf 2025 hebben daardoor geen effect op het jaarresultaat. Door incidentele inzet in 2025 van de jaarschrijf 2025 zijn de gevolgen van het bevriezen incidenteel verzacht. Daarmee is voor in 2025 verdere voortgang geboekt op de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening , waar de extra-BDuR voor is bedoeld. Via tijdelijke inzet zijn de volgende onderdelen van het Bestedingsplan in 2025 eenmalig nog door ontwikkeld: • Onderzoek naar een toekomstbestendige organisatie inrichting van Risico- en Crisisbeheersing in VNOG. • Incidentele inhuur om het opleidingsplan Bevolkingszorg uit te voeren en op onderdelen gemeenten te begeleiden , zodat verbeterstappen zijn gezet. • Werkzaamheden Multi Opleiden en Oefenen door het tijdelijk aanstellen van een trainee. • Het opzetten van het functioneel beheer Proeftuin-IGW door inhuur (tijdelijk). • Gemeenten zijn ondersteund met weerbaarheidsvraagstukken. Resumé Samengevat zag de besteding in 2025 er als volgt uit: BDuR ophoging Formatie en inhuur Exploitatie
Begroting na wijziging 2025 2. 001. 610
Realisatie 2025 1. 697. 735
672. 946
364. 800
Storting in noodfonds crisisbeheersing
612. 021
Pagina 38 van 98
4. 6. Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG-begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgenomen. Voor de behaalde doelstellingen en uitgevoerde activiteiten op dit programma wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Deze paragraaf gaat in op diverse andere onderwerpen binnen de bedrijfsvoering. Werkkostenregeling Het werken met een groot aantal vrijwilligers zorgt ervoor dat de verhouding tussen de totale loonsom en het aantal medewerkers voor wat betreft de Werkkostenregeling (WKR) ongunstig uitvalt. Hierdoor bestaat er kans op een eindheffing vanwege de WKR. Voor een vroegtijdig inzicht in de ontwikkeling van de WKR-eindheffing , berekent VNOG gedurende het jaar de cumulatieve effecten van de WKR. Op die manier kunnen eventuele bijsturingsacties worden genomen. In 2025 is er geen naheffing WKR. Dit is in lijn met vorige jaren waarbij er geen of beperkte naheffing bestond. Toekomstvisie 2020 Vanuit de Toekomstvisie 2020-2025 loopt nog het ontwikkeltraject voor de postcommandanten. Hiervoor is nog een bedrag in de reserve aanwezig. VNOGinBeweging! Het nieuwe programma VNOGinBeweging! is in 2025 samengesteld en eind 2025 formeel gestart.
De samenleving verandert voortdurend en snel en VNOG moet mee bewegen , zodat wij kunnen blijven voldoen aan de (hulp)vragen vanuit de samenleving , onze medewerkers vitaal blijven en duurzaam inzetbaar. Met het programma maken wij onze organisatie en medewerkers toekomstbestendig , omgevingsbewust , wendbaar en weerbaar. Het programma bouwt voort op de organische werkwijze van ‘de Expeditie’ van de afgelopen jaren en bundelt bestaande en nieuwe initiatieven , zoals trainingen , HRM-instrumenten en werkwijzen , onder één paraplu. Alle acties en hulpmiddelen zijn verzameld in een ‘gereedschapskist’. Zo kunnen medewerkers en leidinggevenden gemakkelijk uit het beschikbare gereedschap een keuze maken en zo werken aan de doelen en visie. Sommige gereedschappen zijn verplicht , maar met ruimte voor maatwerk. Het programma loopt parallel aan het regionaal beleidsplan 2025-2028 en wordt uitgevoerd binnen bestaande middelen. In de P&C-documenten zullen wij rapporteren op de voortgang.
Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) en Arbo In de periode van 2017 t/m 2018 is een Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uitgevoerd (onderdelen: warme RI&E , koude RI&E , specialistische RI&E). In 2019 werd het RI&E rapport definitief en is een Plan van Aanpak opgesteld , om de actiepunten uit het RI&E rapport uit te voeren. De actiepunten staan in het Arbomanagementsysteem (AMS). De meeste actiepunten van het plan van aanpak zijn uitgevoerd , een aantal zijn nog in uitvoering. Voor de nieuwe verdiepende RI&E’s worden de actiepunten toegevoegd aan het AMS. Vanuit Arbo zijn samen met team VSP (Vastgoed , Services en Projecten) de resterende actiepunten voor gebouwen integraal opgepakt en met de gebouweigenaren (de gemeenten) geïmplementeerd. Het afgelopen jaar is gewerkt aan het oplossen en uitvoeren van de actiepunten op de locaties (kantoren en de 56 posten). Voorbereidingen zijn getroffen voor de RI&E voor de rietenkapbrandbestrijdingsteams (RKBB) en de PSA voor de meldkamer brandweer.
Pagina 39 van 98
Ongevallen , bijna ongevallen , gevaarlijke situaties en Agressie & geweld Vanaf januari 2022 kunnen voorvallen (ongevallen , bijna-ongevallen , gevaarlijke situaties , etc. ) digitaal op MijnVNOG , op elke tablet van een post en een QR-code digitaal worden gemeld. Dit maakt het melden laagdrempeliger. Overzicht: Jaar Totaal Bijna ongeval Ongeval Gevaarlijke situatie Agressie & geweld 2023 36 12 24 2024 46 18 27 1 2025* 53 22 31 *2025 aantallen t/m november 2025 Een toename in voorvallen wil niet direct betekenen dat de organisatie onveiliger is geworden. Bij VNOG zien we dat de bereidheid om voorvallen te melden is toegenomen.
Arbobeleid 13 november 2025 heeft het dagelijks bestuur een voorgenomen besluit genomen met betrekking tot de vaststelling van het geactualiseerde Arbobeleid. Duurzame inzetbaarheid en Vitaliteit Vanuit Arbo wordt deelgenomen aan de projectgroep Duurzame inzetbaarheid en de werkgroep Vitaliteit. 2025 stond in het teken van de Vitaliteitsdagen met een gevarieerd programma bij de diverse werklocaties. Duurzaamheid en Vitaliteit zijn onderdeel van het nieuwe programma VNOGinBeweging! (zie elders in deze paragraaf). Geluidsonderzoek In 2025 is een geluidsonderzoek voor gehoorbescherming uitgevoerd om inzicht te krijgen of er bij werkzaamheden blootstelling is aan schadelijk geluid. Voor diverse werkzaamheden in werkplaatsen en bij repressie zijn geluidsmetingen verricht door een extern bedrijf. De conclusie is dat de huidige voorzieningen toereikend zijn en er geen verdiepende RI&E noodzakelijk is. O-bundels Bij Brandweerzorg is in 2022 het gebruik van de O-bundels verder geïmplementeerd. In 2023 en 2024 zijn respectievelijk 4 en 6 voorvallen gemeld met O-bundels. In september 2024 is besloten om een verdiepend onderzoek op te starten. Begin 2025 is het onderzoek afgerond met een advies voor Brandweerzorg. Door brandweerzorg wordt een aanvullend materieelonderzoek uitgevoerd. PPMO onderzoek traplooptest , variant VNOG In de huidige situatie wordt er bij de PPMO test o. a.
gebruik gemaakt van de stairmaster voor de traplooptest. Als alternatief is een onderzoek gedaan of in de toekomstige 1-post Apeldoorn gebruik gemaakt kan worden van een reguliere trap. Het onderzoek heeft geresulteerd in een traplooptest ‘variant-VNOG’. Bedrijfshulpverlening BHV Voor de kantoorpanden en alle brandweerposten is een MT-voorstel gemaakt met een format plan van aanpak voor uitvoering BHV op de locaties. Door het MT en de OR is dit geaccordeerd. Samen met VSP wordt aan een uitvoeringsplan gewerkt. Projecten Arbo heeft deelgenomen aan diverse projectgroepen t. b. v. aanbestedingen en er is geadviseerd bij aankoop en afnamen. O. a: watertransport-500 , project vuil/ schoon voor ademlucht kazernes , kleding en ademlucht reiniging , de nieuwbouw 1-post Apeldoorn , het project (opstarten en uitvoering) Riet Kap Brand Bestrijdingen teams (RKBB-Teams). Pagina 40 van 98
ARBO Oost 5 Arbo-VNOG neemt deel aan Arbo Oost-5. Er is onderlinge samenwerking en afstemming op diverse onderwerpen. Een voorbeeld is het programma ‘Stoffenmanager’ , registreren van opslag van stoffen en blootstelling van medewerkers. Tevens zijn we verbonden met het landelijk netwerk Arbeidsveiligheid. Verzekeringen Per 1-1-2024 is de Landelijke Regeling aanspraken na Dienstongevallen van start gegaan. Bij de uitvoering van deze regeling worden wij geadviseerd door Het Expertisebureau Risicobeheer. Dit betekent dat alle nieuwe ongevallen vanaf 1-1-2024 door het Expertisebureau in behandeling worden genomen. De aanspraken uit de Landelijke Regeling aanspraken na Dienstongevallen worden deels gefinancierd uit het waarborgfonds veiligheidsregio’s en deels uit een door het Expertisebureau afgesloten verzekering. Het Expertisebureau en Waarborgfonds worden verder toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen (zie 4. 7). In 2023 heeft VNOG een aanbesteding doorlopen voor de verzekering van het wagenpark. Het gevolg van deze aanbesteding is dat er een verhoogd eigen risico is van € 5. 000 per schade. Inmiddels is het voorlopige beeld over 2024 bekend. Over 2025 is er een beeld tot en met augustus 2025. De verwachte totale kosten waren begroot op afgerond € 220. 000.
Dit bedrag bestaat uit de verzekeringspremie en de te verwachte schade (eigen risico) op basis van de schadehistorie. De aanbesteding leverde een besparing op van € 70. 000. Dit is gereserveerd voor het duurdere schadeherstel , maar ook voor eventuele tegenvallende resultaten. Het (voorlopige) resultaat over 2024 is afgerond € 230. 000. Dat sluit aan bij de verwachting waaruit blijkt dat de besparing grotendeels gerealiseerd is. Het (voorlopige) resultaat over 2025 is afgerond € 290. 000 op de peildatum tot en met augustus. Omdat er nog 4 maanden voor 2025 volgen én nog een grote post niet uitgekeerd is , zal dit resultaat nog veranderen. Hierna volgt een overzicht van het aantal dossiers over 2025 dat in behandeling is genomen bij onszelf als eigen risicodrager of bij verzekeraar ; bijgewerkt tot 12 januari 2026: Personele dossiers: • Ongevallen: 17 dossiers , variërend in financiële omvang. • Eigendommen: 23 dossiers. Alle dossiers zijn voor eigen rekening van de VNOG. o 15 dossiers onder de € 500 o 8 dossiers boven de € 500 • Aansprakelijkheid richting/van derden: 11 dossiers. • Aansprakelijkheid richting/van medewerkers: 2 dossiers. • Rechtsbijstand: 1 dossier. Materiele dossiers: • Instrumenten/materialen: 3 dossiers. Door het hele land heen zien we een inbraakgolf voorbij komen. Ook bij een van onze kazernes is ingebroken en materiaal gesloten.
• Werkmateriaal: 0 dossiers. • Brandverzekering: 0 dossier. • Wagenpark: Totaal 83 dossiers: Schadeclaim tussen: € 001 , o – € 5. 000: 55 o Schadeclaim tussen: € 5. 000 – € 10. 000: 4 Schadeclaim tussen: € 10. 000 – € 25. 000: 4 o Schadeclaim: > € 25. 000: 1 o o 19 dossiers staan nog open waarbij de omvang nog niet bekend is. Specificatie: o 19 (nog) geen claim o 13 claims alleen WA o 45 claims alleen casco o 6 claims zowel WA als casco
Pagina 41 van 98
• •
Uitkeringen in dossiers ouder dan 2025: 32 facturen op personele dossiers en 21 facturen op materiele dossiers (zowel betalingen en ontvangsten). Er staan nog een aantal letseldossiers van het medewerkers open: o 2023: 2 dossiers o 2024: 2 dossiers o 2025: 14 dossiers
Privacy en Security In 2025 heeft VNOG gewerkt aan het verder verbeteren van de gegevensbescherming (Privacy) en de informatieveiligheid (Security). VNOG heeft hierbij rekening gehouden met landelijke ontwikkelingen. Deelname aan landelijke gremia op deze twee terreinen maakte dat relevante kennis werd uitgewisseld en binnengehaald. Voor het terrein Security is van belang dat de minister van Justitie en Veiligheid in 2025 de veiligheidsregio’s heeft aangemerkt als vitale aanbieder binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid. Deze vitaalverklaring maakt dat veiligheidsregio’s rekening moeten houden met aangescherpte eisen op het gebied van informatieveiligheid , en ook dat van gegevensbescherming. Naar verwachting zullen deze eisen aansluiten bij nieuwe Europese regelgeving , die is bedoeld om de cyberbeveiliging en de weerbaarheid van essentiële diensten in EU-lidstaten te verbeteren. Steeds toenemende dreigingen , zowel in de samenleving als op geopolitiek vlak dwingen tot het stellen van aanvullende eisen. Hiermee raakt Security nadrukkelijk aan de weerbaarheidsopgave voor de veiligheidsregio’s. Dit vraagt om continue groei in investeringen voor de verdere versterking van de informatieveiligheid. Deze ontwikkeling is van structurele aard.
Op het terrein van de gegevensbescherming is de uitvoering van de ambities , met name door personele wisselingen , achtergebleven bij hetgeen voorgenomen was. Door vervolgens de personele bezetting op sterkte te brengen is de uitvoering voortvarend opgepakt. Hiermee heeft VNOG de governance met betrekking tot Privacy verder op orde gebracht en is , in samenhang met Security , ook in 2025 geïnvesteerd in bewustwording van de medewerkers op beide terreinen. In de beveiliging van informatie is het menselijk handelen een kwetsbaar onderdeel. In de afgelopen jaren heeft VNOG met het Actieplan BIO-AVG 2 een belangrijke impuls gegeven aan met name de governance met betrekking tot Privacy en Security. Naast de blijvende aandacht hiervoor is in 2025 een eerste aanzet gegeven om de organisatie en de inrichting van de informatievoorziening , -veiligheid en privacy verder te stroomlijnen. Doel hiervan is om door bundeling van kennis en deskundigheid , die binnen de organisatie aanwezig is , de informatievoorziening , met name op strategisch niveau , te versterken. Deze ontwikkeling is ook in het kader van de genoemde vitaalverklaring van belang. In het jaarverslag over 2025 laat de functionaris voor gegevensbescherming duidelijker zien hoe het staat met de privacy binnen VNOG. Volgens het beleid moet dit verslag aan het bestuur worden voorgelegd en worden besproken.
De Securityboard heeft in 2025 vanwege een vacante functie slechts zeer beperkt kunnen functioneren. De rol en de positie van de Securityboard raken aan het verder stroomlijnen van informatievoorziening , -veiligheid en privacy. Rechtmatigheid Over 2025 wordt door het dagelijks bestuur een rechtmatigheidsverantwoording afgegeven (zie ook hoofdstuk 12). Deze rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op het in de waarderingsgrondslagen opgenomen en door het algemeen bestuur vastgestelde normenkader. Deze normen zijn uitgewerkt in een toetsingskader en getoetst aan het begrotings- en voorwaardencriterium. Het misbruik- en oneigenlijk gebruik- criterium heeft betrekking op het verstrekken van 2 Baseline
Informatiebeveiliging Overheid en Algemene verordening gegevensbescherming
Pagina 42 van 98
subsidies en of uitkeringen of het innen van heffingen van derden. Daar dit geen activiteiten voor VNOG zijn , is dit toetsingscriterium in lijn met voorgaande jaren niet van toepassing. De rapporteringsgrens bedraagt € 157.800 , zijnde 10% van de verantwoordingsgrens. Hieronder zijn de afwijkingen boven de rapporteringsgrens nader toegelicht. Begrotingscriterium Bevinding
Bedrag
Toelichting
Overschrijding van lasten programma 6. 0 Bedrijfsvoering
€ 206. 015
De overschrijding wordt onder meer veroorzaakt door hogere licentiekosten en een hogere bijdrage aan het NIPV. In nog volgende begrotingsjaren is hier al op ingespeeld. Hiernaast is sprake van incidentele exploitatielasten voor de tijdelijke verhuizing van het hoofdkantoor.
Totaal
€ 206. 015
Voorwaardencriterium Bevinding
Bedrag
Toelichting
Bevindingen ten aanzien van de naleving Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot inhuur door VNOG
€ 910. 346
Overig
€ 75. 026
Er zijn onvolkomenheden geconstateerd in de naleving van de Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot opdrachten voor inhuur binnen de VNOG. In 2026 is gestart met de samenwerking met een Managed Service Provider (MSP) om de risico’s op onrechtmatige inhuur te beperken en de naleving structureel te verbeteren. Bij een lopende overeenkomst is vastgesteld dat de contractverlenging onrechtmatig tot stand is gekomen. Als gevolg van opgelopen vertraging in de voorbereiding van de nieuwe aanbesteding is deze overeenkomst buiten de aanbestedingsrechtelijke kaders tijdelijk verlengd.
Totaal
€ 985. 372
Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor VNOG , waar op allerlei manieren invulling aan wordt gegeven. Het gaat daarbij zowel om technische innovaties , nieuwe werkwijzen , nieuwe samenwerkingsvormen en onderwerpen rondom informatievoorziening. Bij de programma’s in hoofdstuk 3 wordt nader op initiatieven ingegaan. Ter illustratie worden een paar voorbeelden genoemd: • Samenwerking met start-ups op basis van co-creatie. Voorbereidingen voor een permanent construct en landelijk platform voor samenwerking veiligheidsregio – start-ups zijn gestart. Start-ups zijn gefaciliteerd voor het aandragen van innovatieve oplossingen voor vraagstukken bij VNOG. Voorbeelden zijn het ontwikkelen van een virtuele assistent voor de beginnend bevelvoerder en het slim in kaart brengen van brandoorzaken t. b. v. voorlichting. • Duurzame toepassing van de digitwin (een gedetailleerde , virtuele kopie van de fysieke omgeving) als onderdeel van het informatiegestuurd werken ter ondersteuning van de informatiebehoefte van adviseurs. • Toepassing van een tijdelijke integrale werkorganisatie (Proeftuin) voor de ondersteuning van het informatiegestuurd werken binnen VNOG. De Proeftuin is in 2025 geëvalueerd , hieruit blijkt dat een structurele positie binnen de lijnorganisatie wenselijk is. • Implementatie van een nieuw softwaresysteem voor decentrale uitgifte van meldingen.
• Doorontwikkeling en verbetering van de intranetsite “Brandpunt” voor informatievoorziening van de brandweervrijwilligers. • Invoering van nieuwe en innovatieve materialen om vakbekwaam te blijven. • Ontwikkeling en uitvoering van een opleidingsprogramma voor de nieuwe 4x2-blusvoertuigen en de 4x4-combi voertuigen. Pagina 43 van 98
• •
Een grote bijdrage aan het landelijk project “Aantoonbare vakbekwaamheid” en de herziening van onderwijsstelsels veiligheidsregio’s ; Het project Witte Informatiebron Oost-5 geïntegreerd in de reguliere samenwerking op Oost5 niveau.
Duurzaamheid Het Klimaatplan VNOG , behandeld in het algemeen bestuur in november 2024 , is in uitvoering. Het richt zich op de thema’s inkoop , vastgoed , facilitair , mobiliteit , gedrag en specifieke VNOGactiviteiten. De grootste winst valt te behalen bij vastgoed en mobiliteit. Een groot deel van de uitstoot komt van het vastgoed. Dit is in bezit van de gemeenten. Acties op dit gebied liggen daarom primair bij de gemeenten (die ook zelf een opgave hebben voor het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed) en gaan altijd in nauwe afstemming met de gemeenten. De diverse nieuwbouw- en verbouwtrajecten komende jaren bieden daarbij een aanvullende kans om stappen te zetten. Bij de reductie op het thema ‘mobiliteit’ gaat het o. a. om de elektrificatie van het wagenpark , met voor nu focus op de dienstauto’s en -bussen , omdat een betaalbaar en voor onze omstandigheden bruikbaar elektrisch alternatief voor de grotere brandweervoertuigen momenteel in de markt nog niet/onvoldoende voorhanden is. De voornaamste ontwikkelingen van het afgelopen jaar waren: • Vastgoed: Hier liggen grote kansen. VNOG ziet echter dat gemeenten om diverse redenen moeilijk aansluiting vinden om maatregelen uit het vastgestelde Klimaatplan te realiseren. VNOG is afhankelijk van de gemeenten en blijft hierover in overleg.
• Mobiliteit: De eerste elektrische auto's worden in het eerste kwartaal van 2026 uitgeleverd. Het onderzoek voor verduurzamen van woon- werkverkeer loopt. Er wordt meer biodiesel getankt. • Inkoopbeleid: Het concept 'groen inkoopbeleid' is klaar en de verwachting is dat het aan het einde van het eerste kwartaal 2026 gereed is. • CO 2 voetafdruk (bepalen , monitoren en volgen): er is externe ondersteuning ingehuurd ten behoeve van de doorontwikkeling van de monitoring van de voetafdruk , ook om de staande organisatie te ontlasten. Het verzamelen van de benodigde data en dit borgen in de P&C cyclus zal in 2026 nog de nodigde aandacht vragen. • Na de oplevering van de voetafdrukcijfers van 2025 zal gekeken worden of de gestelde doelen in het Klimaatplan bijgesteld moeten worden. Naar verwachting zullen ambities naar beneden moeten worden bijgesteld. Huisvesting Demarcatie Per 2023 voert VNOG bepaalde facilitaire taken in de kazernes uit , zoals vastgelegd in de ‘Regeling Demarcatie’ die is afgesloten tussen de 22 colleges en het algemeen bestuur. De Demarcatie geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c. q. huisvestingstaak in de kazernes verantwoordelijk is. De gemeente is (en blijft) de gebouweigenaar , terwijl VNOG de opstal gebruikt.
Als gevolg van de Regeling Demarcatie moesten bepaalde werkzaamheden en bijbehorende contracten (waar nodig) worden overgedragen van gemeenten naar VNOG. Inmiddels zijn alle werkzaamheden overgedragen , met uitzondering van groenvoorziening/-onderhoud. Dit volgt in 2026. De kosten van de Demarcatie worden via twee verschillende financiële werkwijzen met de gemeenten verrekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 Pagina 44 van 98
gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel. Deze kosten komen tot uiting in programma 6 ‘Bedrijfsvoering’ van de begroting. Van het andere deel van de
kosten (de facilitaire kosten) was afgesproken dat deze vier jaar (2023 t/m 2026) per individuele gemeente worden afgerekend , waarbij de eindafrekening plaatsvindt op basis van de werkelijke kosten. Deze individuele verrekening heeft dan geen effect op de andere gemeenten. Deze verrekening komt tot uiting in programma 8 van de begroting. Het was de bedoeling dat per 2027 deze kosten ook onder het verdeelmodel komen te vallen , te regelen via de concept Kadernota 2027-2030. Eind 2025 (bij het opstellen van de concept Kadernota) bleek dat deze transactie nog te vroeg komt. Er zijn nog te weinig ervaringscijfers en bovendien wordt de hele Regeling Demarcatie in 2026 nog geëvalueerd. Evaluatie wordt gedaan met medewerking van de volgende gemeenten: Oost-Gelre , Nunspeet , Hattem , Epe , Zutphen , Lochem en Apeldoorn. De overbrenging naar het verdeelmodel is daarom uitgesteld tot een volgende Kadernota , mede afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie.
De Regeling Demarcatie bevat naast de taakverdeling ook werkafspraken , afspraken over de periodieke afstemming tussen gebouwbeheerders van gemeenten en VNOG , alsook de afspraak dat de gemeenten de panden uiterlijk 1 januari 2025 op orde brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen , waarbij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en eventuele al lopende/geplande nieuw- of verbouwtrajecten. Dit traject is nog niet voor alle gemeenten afgerond (kazerne Putten , kazerne Hierden , kazerne Hattem en kazerne Uddel). Kazernes gemeente Lochem worden in 2026 ter hand genomen. Ook dit onderwerp wordt in de genoemde evaluatie meegenomen. Tenslotte is er conform de Regeling Demarcatie in 2025 een periodiek overleg met de gebouwbeheerders geweest om zaken af te stemmen over de algehele stand , de samenwerking , lopende kwesties , komend onderhoud , nieuw- en verbouw en duurzaamheidsmogelijkheden. Nieuw- en verbouw in 2025 In 2025 heeft VNOG aan de gemeente Heerde voor de nieuwbouw kazerne Wapenveld input geleverd en hen ondersteund bij de nieuwbouw. Deze nieuwe kazerne is in 2025 opgeleverd. Diverse andere nieuwbouwtrajecten zijn in 2025 opgestart (Oene , Terwolde , Voorst , oplevering volgt in 2026 e. v. ). Diverse (grote) verbouwingen heeft VNOG in 2025 ook ondersteund (kazerne Nunspeet en kazerne Brummen en Eerbeek).
Nieuwe 1-post Apeldoorn Afgelopen jaar is intensief , in nauw overleg met de gemeente Apeldoorn , weer verder gewerkt aan de vele voorbereidende werkzaamheden van deze nieuwbouw. De nieuwe 1-post vervangt drie bestaande kazernes (Apeldoorn centrum , Apeldoorn De Maten en Apeldoorn Zuid) in het stedelijk gebied van Apeldoorn en is daarnaast (beoogd) veiligheidscentrum en kantoorlocatie voor VNOG. Oplevering is naar verwachting in 2028/2029.
Pagina 45 van 98
4. 7. Paragraaf Verbonden partijen Een Verbonden Partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin VNOG een financieel èn een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur van de rechtspersoon of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Verder kan de situatie zich voordoen dat er òf bestuurlijke òf financiële belangen zijn. Hieronder het overzicht van (semi)verbonden partijen: Partij Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV)
Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)
Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) Veluws Bosbrandweer Comité (VBC)
Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ)
Beschrijving De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. De WVSV onderhandelt namens de besturen van de veiligheidsregio’s met de werknemersorganisaties om afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De WVSV is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca. 28. 000 medewerkers , waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel. De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Tevens kan het expertisebureau advies geven bij (complexe) casussen. De Stichting Waarborgfonds van de 25 veiligheidsregio’s is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. Het NIPV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s.
Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten/directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. De stichting VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten en veiligheidsregio’s op de Veluwe voor het voorkomen en beperken van bos- en natuurbranden. Daarvoor organiseert en coördineert zij een systeem van detectie (o. a. via vliegtuigen , drones en meetapparatuur). Deelnemers zijn: Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG , gemeente Apeldoorn , Arnhem , Barneveld , Brummen , Ede , Elburg , Epe , Ermelo , Harderwijk , Hattem , Heerde , Nunspeet , Oldebroek , Putten , Renkum , Rheden , Rozendaal , Scherpenzeel , Voorst en Wageningen. De SAMIJ is een netwerk-samenwerking van diverse partijen voor bovenregionale bestuurlijke- en operationele afstemming t. b. v. de incidentbestrijding in het IJsselmeergebied (IJsselmeer , Markermeer , IJmeer , Gouwzee en de Randmeren , inclusief het Zwartemeer). Partijen zijn: veiligheidsregio’s , waterschappen , Rijkswaterstaat , KNRM , Reddingsbrigade Nederland , Kustwacht en de Nationale Politie.
Pagina 46 van 98
4. 8. Openbaarheidsparagraaf Inleiding De Wet open overheid (Woo) verplicht een bestuursorgaan tot actieve en passieve openbaarmaking van informatie. De Woo verplicht een bestuursorgaan om jaarlijks in de begroting en de jaarrekening aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beschrijving gegeven van de activiteiten die zijn uitgevoerd in 2025 op de thema’s openbaarmaking en informatiehuishouding. Actieve openbaarmaking voor de verplichte categorieën documenten (artikel 3. 3 Woo) VNOG heeft de vier al in 2024 verplichte informatiecategorieën in dat jaar openbaar gemaakt. De planning die in 2025 op landelijk niveau was gegeven voor de inwerkingtreding van de openbaarmakingsplicht van de overige categorieën is verschoven naar 2026. Op basis hiervan treft VNOG verdere voorbereidingen voor de openbaarmaking van die categorieën waarvoor deze plicht in 2026 gaat gelden. Openbaarmaking geschiedt via de Woo-index. VNOG plaatst daartoe documenten op Overheid. nl of op de eigen website met een link naar de Woo-index. De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan de verplichte categorieën (artikelen 3. 1 en 3. 3. b. Woo) Ten aanzien van de inspanningsverplichting om andere informatie actief openbaar te maken moet eerst helder worden welke ambitie VNOG daartoe heeft.
In het verslagjaar heeft VNOG zich met name gericht op de wettelijke verplichte informatie-categorieën. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek ; hoofdstuk 4 Woo) In 2025 heeft VNOG vijf Woo-verzoeken ontvangen , waarvan er drie zijn gehonoreerd. Eén Wooverzoek is afgewezen en één verzoek is niet in behandeling genomen. In zes gevallen kreeg VNOG als belanghebbende de gelegenheid om te reageren op voorgenomen openbaarmakingen ingevolge Woo-verzoeken aan andere organisaties , waarin documenten van VNOG betrokken waren. In geen van de gevallen waren er bedenkingen tegen openbaarmaking. Aanwijzing van een Woo-contactpersoon (artikel 4. 7 Woo) VNOG beschikt over meerdere Woo-contactpersonen. De digitale informatiehuishouding (Hoofdstuk 6 Woo) Met het oog op verbeteringen van de digitale informatiehuishouding werden de landelijke ontwikkelingen op het gebied van informatie- en archiefbeheer gevolgd en waar mogelijk toegepast. Bij het oplossen van lokale vraagstukken werd informatie gebruikt van ondermeer VNG Realisatie , dat werkt aan ontwikkel- , uitvoering- en handhavingsondersteuning. Ontwikkelingen in de organisatie , aanbevelingen in de rapportage archief KPI’s en landelijke wet- en regelgeving (waaronder de nieuwe Archiefwet en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer) bepaalden welke activiteiten in 2025 uitgevoerd werden.
VNOG heeft in 2025 verder gewerkt aan: • Aanschaf en implementatie nieuw zaaksysteem VNOG heeft een nieuw zaaksysteem aangeschaft , dat naar verwachting medio 2026 uitgerold kan worden. Het uitgangspunt is om met de uitvoering van het implementatieplan in 2026 de kwaliteit van de informatiehuishouding te verbeteren. • Beschikken over een informatiebeheerplan VNOG heeft nog geen informatiebeheerplan opgesteld. De intentie is uitgesproken om VIND Informatiemanagement/i-Navigator aan te schaffen. De kern van VIND Informatiemanagement is een model Documentair Structuur Plan (DSP) , met daarin een overzicht van alle Pagina 47 van 98