Bijlage 3 Archeologisch bureau- en booronderzoek (geanonimiseerd)
Tekst van het document
2173540100
200 metertenoostenvan __ 62Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen: het plangebied fragmenten van keramische kogelpotten Kerkstraat/LandstraatteAal-
_ - 6 fragmenten van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk
ten
Gemeente
Aalten
Coördinaat:237120/438200
Lote-Middeleeuwen:
_ -9 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd: -7 fragmenten van steengoed 45 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - grondspoor Nieuwe tijd: fragment van een stenen haard(plaats) Aangetroffen tijdens de uitvoering van een combinatie van begeleiding en proefsleuven en snelle doorstart naar DO (zie zaakindentificatie (OM‘nummer) 2173540100 (25055))
OÛGUMS-=dk
1613
#
Econsultancy
2754173100
200 meter ten oosten van het plangebied
Lote-Middeleeuwen:
- aardewerk
Elim te Aalten Gemeente
Aalten
Aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden
Coördinaat: 237120/438230
2032487100
250 meter ten oosten van
Nieuwe tijd:
het plangebied
- aardewerk
Markt
-3 fragmenten van ijzeren objecten
12 te Aalten
Gemeente Aalten
Coördinaat: 237156/438340
baksteen
- fragment van indust
| wit (Maastrichts/Regout)
Aangetroffen tijdens de uitvoering van een archeologisch booronderzoek zie zaakindentificatie (OM-nummer) 2032487100 (11290)}
2279846100
250 meter ten oosten van het plangebied
Romeinse tijd - Nieuwe tijd: -3 fragmenten van keramische bouwmateriaal
Kerkstraat 1 te Aalten Gemeente
Aalten
Coördinaat: 237171/438284
Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd: -2 fragmenten van gedraaid aardewerk Nieuwe tijd: fragment van steengoed geglazuurd Aangetroffen tijdens de uitvoering van een archeologisch booronderzoek zie zaakindentificatie (OM-nummer) 2279846100 (40024)}
2726511100
250 meter ten oosten van het plangebied
LoteMiddeleeuwen:
- botmateriaal
Bredevoortsestraat te Aalten
fragmenten van keramische kogelpotten
Gemeente
fragmenten van jzeren slakken = fragmenten van hutkommen
Aalten
Coördinaat: 237170/438370
fragmenten van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk fragmenten van izeren scharnieren fragmenten van izeren spijkers Aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden
2964863100
250 meter ten oosten van
Nieuwe tij:
het plangebied
-3 fragmenten van keramische objecten
Markt 12 te Aalten
- fragment van een roodbakkend geglazuurde grape
Gemeente
Aalten
Coördinaat: 237143/438364
Bij de veldkartering zijn geen vondsten gedaan.
De bovenstaande vond-
sten kwamen bij een boring uit het geroerde esdek tevoorschijn. De onderzoekslocatie was in de 17° eeuw als landbouwgrond in gebruik en vanaf de 19° eeuw als tuin
2754165100
300 meter ten oosten van het plangebied
Paleolithicum - Nieuwe tijd:
- ijksilhouet
Hofstraat te Aalten Gemeente
Aalten
Coördinaat: 237240/438240
Aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden. vinder waren de lijken in hurkhouding bijgezet
OÛGUMS-=dk
Volgens
1/3
Econsultancy
2754319100
a00 metertenzuidenvan | Neofthieum e
plangetied
. fagmentvan een vaursteen b
Aalten
Gemeente Aaten
Cobreinaten admintratiefgeplaatst
Coördinaat: 237000/438000
2766826100
300 metertenzuidenvan | Bronstijd: het plangebied
= fragmenten van Hilversum-Drakenstein-Laren-aardewerk
Aalten
Gemeente Aalten
Coördinaten administratief geplaatst
Coördinaat: 237000/438000
3185247100
300 metertenzuidenvan _ Lote-Middeleeuwen: het plangebied -2 fragmenten van keramische kogelpotten Aalten
Gemeente Aalten
Coördinaten administratief geplaatst
Coördinaat: 237000/438000
Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn geen wetenschappelijke publicaties geraadpleegd, heeft geen archief-
onderzoek plaatsgevonden en heeft geen navraag voor eventuele aanvullende informatie bij het provinciaal archeologisch depot plaatsgevonden, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben.
Aanvullende
informatie
Oudheidkundige Werkgemeenschap Aalten Dinxperlo Wisch (A.D.W.) Voor aanvullende informatie s contact gezocht met de Oudheidkundige Werkgemeenschap
Wisch
(A.D.W.)
(geanonimiseerd) A. Derksen, (contactpersoon B
secretariaat
Oudheidkundige
Aalten
Dinxperlo
Werkgemeenschap
A.D.W.. Dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie op-
geleverd
2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegenen kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de
tweede helft van de 20° eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling
is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd.
22991.001
versie
1
LO
Wwmd-dR
1/
Econsultancy
Korte bewoningsgeschiedenis van het oostelijk dekzand- en rivierenlandschap!5 In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene
ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland is weergegeven in bijlage 2. Voor een meer gedetailleerde bewoningsgeschiedenis wordt verwezen naar de rapportage behorende bij de archeologische maat-
regelenkaart van de gemeente Aalten.7 Al vanaf de Oude Steentijd (Laat-Paleolithicum, zie bijlage 1) werd het oostelijk dekzand- en rivierenlandschap
bewoond door rondtrekkende jagers en verzamelaars. Vooral de hoger gelegen terreindelen zoals dekzandruggen en -koppen en de hoogste delen van de dekzandwelvingen, werden vanaf het Laat-Paleolithicum gekozen
als woonplaats en begraafplaats. Deze vormden de meest reliëfrijke, hoogstgelegen en goed ontwaterde delen van het landschap, vaak
met
markante
gradiënten
naar lagere terreindelen. Tevens
hadden
beekdalen en
(kleine) rivieren een grote aantrekkingskracht. De beek/rivier bood mogelijkheden tot visvangst en het bejagen van dieren die naar de beek/rivier trokken. Daarnaast was er in het beek-/rivierdal een rijke vegetatie voorhanden als voedselbron. De hogere rivierduinen en dekzandruggen en -koppen nabij een beek-/rivierdal waren dus de meest favoriete bewoningslocaties. Vanafde Nieuwe Steentijd (Neolithicum) deden landbouwactiviteiten hun intrede. Nederzettingen ontstonden
juist vaker op de overgang van de hoge zandgronden naar de lage beek-/rivierdalen (gebieden van dekzandwelvingen), gunstig gelegen tussen de weiden in de beek:/rivierdalen en vooral daar waar een aanzienlijk areaal aan hoge (zand)gronden aanwezig waren om in gebruik genomen te worden als landbouwgrond. In de Middeleeuwen vond een geleidelijke omslag plaats in het agrarisch bedrijfssysteem, die ook landschappe-
lijk gevolgen had. Door een intensiever bodemgebruiken het gelijktijdig in stand houden van de vruchtbaarheid van het steeds uitbreidende akkerareaal namen de heidevelden in omvang sterk toe. Door eeuwenlange bemes-
ting werden vooral de hogere dekzandruggen geleidelijk opgehoogd. Deze staan voor de oostelijke zandgronden bekend als engen, enken, eenmans-essen of kampen. In het algemeen wordtde term
"es" gebruikt. Doordat de
hydrologische omstandigheden op korte afstand sterk wisselen, zijn nooit grote akkercomplexen tot ontwikke-
ling gekomen. Hier overheerste de individuele occupatie, waardoor kleine percelen ontstonden, met een afwis seling van grasland en akkerland. Vaak zijn de percelen omgeven door heggen of hakhout. De bewoning binnen
het oostelijk dekzandlandschap was daardoor
altijd sterk verspreid.
Vanafde Middeleeuwen verplaatste de bewoning zich ook naar de lager gelegen gebieden aan de randen van
de essen, om zo maximaal gebruikte maken van het beschikbare landbouwareaal. Tot voor kort nam men aan dat het potstalsysteem (een mengsel van stalmest, huisafval, bosstrooisel, heideplaggen en zand dat werd ver-
vaardigd in een veestal) al volop in de Middeleeuwen in gebruik was. Opgravingen van middeleeuwse boerderijen laten tot dusver echter geen overtuigende sporen zien van het gebruik van het potstalsysteem destijds. Het is daarmee kenmerkend voor het agrarisch gebied van de Nederlandse zandgronden
in de Nieuwe tijd.
1 Barends et al, 2006 * Brugman e al, 2010
22991.001 versie 1
hO
RWm
dd
19/36
Econsultancy
Historische ontwikkeling van Aalten!® De oudste vermelding Aalten is 828 na Chr. (oorkonde klooster Werden). In de 9° eeuw maakt Aalten deel uit
van de gouw Hamaland. In de late 9° tot 11° eeuw wordt Nederland door expedities van de Vikingen bezocht. De plunderingen die zij aanrichten zetten de lokale bewoners aan tot het opwerpen van aarden wallen rondom
de nederzettingen, zoals in Deventer en Zutphen is aangetoond. Ondanks de politieke onrust gaat het veel mensen voor de wind. In de 9° en 10° eeuw groeit de bevolking aanzienlijk en wordt er op vele plaatsen een begin gemaakt
met de ontginning van woeste gronden.
Na 1018 kwam
het deel van Hamaland waartoe Aalten be-
hoorde in handen van de graven van Lohn. Ook wordt in deze periode de basis gelegd voor het wegenpatroon, dat tegenwoordig nog grotendeels in gebruik is.
De bevolkingstoename uit de 9° en 10° eeuw zet in de Late-Middeleeuwen (1050 - 1500) door. In het begin van de 14° eeuw worden hun bezittingen aan het Bisdom Munster verkocht, waaronder het deel waarin Aalten lag.
Aalten was n die tijd al een belangrijke pleisterplaats aan de Koningsweg/Heelweg van Zutphen naar Bocholten van Doesburg naar Bocholt. De boeren die aanvankelijk op de hogere dekzandruggen
in kleine gehuchten en
losse hoeven wonen, nemen steeds vaker de minder gunstig gelegen nattere zones in gebruik als gras- en hooiland. Dijken worden
aangelegd
om
overstromingsrisico's van beken en rivieren in te perken.
woeste gronden van de stuwwallen worden
Bossen
op de
op grote schaal gekapt, wat ruimte biedt voor de groei van heide.
Dekzandruggen worden jaarlijks bemest met een mengsel van de heideplaggen en schapenmest. Door jaar n jaar uit dit mengsel op te brengen, ontstaat in de loop der eeuwen
de karakteristieke bollende akkers, essen
geheten. Het gebied rondom Aalten is over het algemeen vrij nat en drassig. Veldnamen op (latere) historische kaarten
refereren
hier nog aan: Wendelgoor,
Noordbroek,
Dollengoor, Windmolenbroek,
de Sumpel,
het Broek, het Voorbroek,
enzovoort.
In de loop van de 12° eeuw en het begin van de 13° eeuw gaat het grondgebied deel uit maken van het graafschap (vanaf 1339 hertogdom) Gelre. In 1246 konden de graven de in het oosten van hun graafschap gelegen
bezittingen rond Groenlo en Bredevoort inlijven. Vanaf het midden van de 14% eeuw maakt het grondgebied van Aalten deel uit van het Kwartier Zutphen (Graafschap).
w grugman e al, 2010
22991.001 versie 1
hO
RWm
dd
20/36
Econsultanc?' torisch kaartmateriaal
De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel2-5
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal!? Bron
Pe
Hottingerkaart
de
1773-
| Kaartblad
|_
81
Bijzonderheden/dir
Schaal
-
1794
mgeving
Exacte locatie plangebied is
Historische dorpskern direct ten oosten
lastig te bepalen, maar waar-
van het plangebied.
schijnlijk
torische dorpskern lopen diverse
deels be-
‘bouwd/woonerven.
Van en naar de hi
(zand)wegen, ook de voorloper van de Hogestraat is reeds aanwezig. Ten zuiden de loop van het beekdal van de Boven slinge
Kadastrale
kaart
1822
(Minuutplan)
Zuidelijke deel plangebied be-
Ten westen, zuiden en oosten bebou-
Aalten,
‘bouwd met twee panden.
wing aanwezig/bebouwde woonerven,
sectiel,
‘bouwing van het westelijk ge-
langs de voorlopers van de Hogestraat en
Blad0s
Iegen erf bewoond door een
de Steile Dalweg. Circa 200 meter ten
slager/deels in gebruik als sla-
oosten staat de huidige Oude Helenakerk
geri, bebouwing van het 00s-
of Oude Sint-Helenakerk.
teljk
gelegen erf bewoond
ten van het plangebied percelen akker-
door een timmerman/deels in
and/bouwland. Protestantse begraaf-
gebruik als immerbedrijf.
plaats circa 100 meter ten noorden van
Gemeente
_
1:2.500
Be-
Ten noordwes-
Centrale en noordelijke deel
het plangebied.
plangebied in gebruik als tuin.
van de Boven Slinge Ís enigszins aange-
Loop van het beekdal
past
Militaire topografische
1889
472
150000
kaart (Bonneblad)
Vermoedelijk een schuur ge-
Geleidelijke uitbreiding van historische
‘bouwd
dorpskern van Aalten/geleidelijke toename van aantal woonerven langs histo-
in het centrale deel
van het oostelijk gelegen erf.
risch wegenpatroon. Militaire topografische
1926
472
1:50:000
kaart (Bonneblad)
Vermoedelijk een schuur ge-
Verdere uitbreiding van historische
‘bouwd in het noordelijke deel
dorpskern van Aalten/geleidelijke toe-
van het westelijk gelegen erf.
name van aantal woonerven [angs historisch wegenpatroon.
Voorloper van de
Hogestraat lijkt enigszinste zijn rechtgetrokken.
Militaire topografische kaart (Bonneblad)
1936
472
|
1:50:000
Groot bijgebouw aanwezig in
Verdere uitbreiding van historische
het noordelijke deel van het
dorpskern van Aalten/geleideljke toe-
oostelijk gelegen erf.
name van aantal woonerven |angs historisch wegenpatroon. Aanwezige wegenpatroon is verder rechtgetrokken.
Ten
noorden van het plangebied ook een (onverharde) weg aanwezig, voorloper van de weg De Hoven. Ook de loop van het beekdal van De Kolk i verder recht-
getrokken/gekanaliseerd.
2 wwwtopotijdreis.nl / www.beeldbank. cultureelerfgoed.nl / Versfelt, 2003
22991.001
versie
1
| ©@ÜWWÊ'%'\*Q
21/36
Econsultancy
Topograischekaart
|
1966
|
418
|
1:25:000
| Bebouwing ophet achterter.
reinvan de enenlijktaange
| Onwikkeling van de bebouwde kom van
Aalen
past (sloop en nieuwbouw). Topogrfischekaart
1994
|
4TB
125000
| Merendeels hudigesituatie.
_ Verdere itrelding van de bebouwde
kom van Aalten.
Ook terreïnen nabij het
plangebied zijn voor een groot gedeelte bebouwd geraakt (vooral woonerven).
Hoewel de exacte |ocatie van het plangebied op de Hottingerkaart lastig te bepalen is ljkt het plangebied alin
gebruikt te zijn als woonerven
en was deels bebouwd
(zuidelijke deel plangebied).
Direct ten oosten lag de
dorpskern van Aalten, met van en naar deze historische dorpskern diverse (zand)wegen liepen. Ook de voorloper van de Hogestraat was reeds aanwezig. Niet ver ten zuiden van het plangebied (circa 275 tot 300 meter) lag het
beekdal van de Boven Slinge (zie kaart 9). Gedetailleerd kaartmateriaal uit het begin van de 19° eeuw laat duidelijk zien dat het zuidelijke deel van het plangebied bebouwd was met twee panden. De bebouwing in het westelijk gelegen erf was bewoond door een
slager/deels in gebruik als slagerij, de bebouwing in het oostelijk gelegen erf was bewoond door een timmerman/deels in gebruik als timmerbedrijf. Het centrale en noordelijke deel plangebied van het plangebied was verder in gebruik als tuin/achtererf. Ten westen, zuiden en oosten van het plangebied was bebouwing aanwezi langs de voorlopers van de Hogestraat en de Steile Dalweg. Circa 200 meter ten oosten stond en staat nog steeds de huidige Oude Helenakerk of Oude Sint-Helenakerk. Ten noordwesten van het plangebied lagen percelen ak-
kerland/bouwland en circa 100 meter ten noorden de Protestantse begraafplaats. De loop van het beekdal van de Boven Slinge was enigszins aangepast (zie kaart 10). Tijdens het verloop van de 19° eeuw breidt de historische dorpskern van Aalten zich geleidelijk aan verder uit, met woonerven langs het oude wegenpatroon. In de tweede helft van de 19° eeuw is vermoedelijk een schuur gebouwd n het centrale deel van het oostelijk gelegen erf (zie kaart 11). Hieronder is een pentekening te zien
met een impressie van de Hogestraat omstreeks 1900.
22991.001 versie 1
hO
RWm
dd
22/36
Econsultanc?
De Hogestraat omstreeks 1900 (bron: https://oudaalten.nl/straten/}
Tijdens de beginjaren van de 20° eeuw is er ook vermoedelijk een schuur gebouwd in het noordelijke deel van het westelijk gelegen erf (nr. 36). De bebouwing van het dorp Aalten breidt zich verder uit. De voorloper van de Hogestraat lijkt destijds ook enigszins te zijn rechtgetrokken. Ook de loop van het beekdal van de Boven Slinge was verder rechtgetrokken/gekanaliseerd (zie kaart 12). In de jaren ’30 van de 20° eeuw is een vrij omvangrijk (bijlgebouw gebouwd in het noordelijke deel van het oostelijk gelegen erf (nr. 34/342). Ten noorden van het plangebied was ook een (onverharde) weg aanwezig, als voorloper van de weg De Hoven. De loop van het beekdal van De Kolk was nog verder rechtgetrokken/gekanaliseerd (zie kaart 13). In de jaren '60 van de 20° eeuw lijkt de bebouwing op het achterterrein van de erven te zijn aangepast (sloop en nieuwbouw). Centraal op onderstaande foto is de voorzijde van de bestaande bebouwing op het adres Hoge-
straat 36 zichtbaar. Het bestaande pand op het adres Hogestraat 34/34a was nog niet aanwezig. De ontwikkeling van de bebouwde kom van Aalten kwam sterk op gang (zie kaart 14). De huidige situatie binnen het plangebied dateert merendeels al uit begin jaren '90 van de 20° eeuw (zie kaart 15). De bebouwde kom van Aalten bleef zich gedurende de tweede helft van de 20° eeuw verder uitbreiden.
m
JOÛRUMNE
HA
Econsultanc?
Foto van de Hogestraat rond begin jaren '60 van de 20° eeuw. Centraal op foto het bestaande pand aan de Hogestraat36 (bron: https://oudaalten.nl/straten/}
Bouwhistorische gegevens
Bij de gemeente Aalten is het archief van de Bouw- en Woningtoezicht geraadpleegd (Erfgoedcentrum Achterhoek Liemers), maar hebben voor de adressen Hogestraat 34/34 en 36 geen gegevens opgeleverd. Het pand aan de Hogestraat 36 (westelijk gelegen erf} is in 1954 gebouwd en de verwachting is dat deze bebouwing voorzien is van een bakstenen dan wel een stampbetonfundering tot een diepte van minimaal circa 80/100 cm -mv. Het pand aan de Hogestraat 34/34a (oostelijk gelegen erf) is in 1963 gebouwd en de verwachting is dat deze bebouwing voorzien s van een stampbetonfundering tot ook een diepte van minimaal circa 80/100 cm mv. Dergelijke relatief oude bebouwing kan ook veelal deels onderkelderd zijn (voorraadkelder voor zo goed mogelijk koel bewaren van voedsel). Vanuit geraadpleegd historisch kaartmateriaal blijkt verder dat het zuidelijke deel van beide erven aan het begin van de 19° eeuw al bebouwd waren. Mogelijk zijn restanten van onder-
grondse delen (muurwerk/funderingsresten) van deze historische bebouwing bewaard gebleven (is waarschijnlijk steenbouw geweest).
22991.001
versie
1
OlGwns-dk
/3
S
Econsultancy
Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog n het plangebied aanwezig
zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.= Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn.
2.8
iceerd archeologisch verwachtingsmodel
Gespe
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel2-6
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde
e verwachten complextype/resten
Relatieve diepte t.0.v. het maaiveld
verwachting (Laat-JPaleolithieum - Midden- | Hoog
Kampementen, vuursteenstrooïingen en
I de top van de (naar verwachting)
Neolithicum (jagers-verzame-
vuurstenen gebruiksvoorwerpen
begraven natuurlijke bodem/in de top
laars)
van de dekzandafzettingen
Laat-Neolithicum (landbou-
wers)
_
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, graf- | In de top van de (naar verwachting)
velden, rituele plaatsen: kleine fragmenten / begraven natuurljke bodem/in de top aardewerk, natuursteen en uurstenen ge- | van de dekzandafzettingen bruiksvoorwerpen, houtskoolen gebruiksvoorwerpen
Bronstijd - Romeinse tijd
Hoog
{landbouwers)
Aakkerlaag en/of nederzettingssporen, graf- | In de top van de (naar verwachting) velden/-heuvels, rituele plaatsen:
kleine
fragmenten aardewerk, natuursteen en
begraven natuurlijke bodem/in de top van de dekzandafzettingen
vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Vroege-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van houtbouw/steen-
n de ophogingslagen/pakket oude
‘bouw binnen een historische dorpskem:
muurwerk, funderingen, vloerniveaus, kel-
woongrond en in de top van de begraven natuurlijke bodem/in de top van
ders, beer- en waterputten, kleine frag-
de dekzandafzettingen.
menten aardewerk, metaalresten, glasres-
restanten (muurwerk/funderingen van
ten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
steenbouw) van voormalige bebouwing (woonhuizen, bijgebouwen, wa-
Ondergrondse
ter-/beerputten) kunnen tot grotere diepte doorlopen
2 Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 - 1994/Indeatieve kaart Miltair Erfgoed/https://library.wur.nlAWebQuery/geoportal/raf/
VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990
22991.001
versie
1
LOA
wwS=9R
/3
Econsultancy
Late-Middeleeuwen en
Nieuwe d
Hoog tot zeer
hoog
Bewoningssporen van houtbouw/steen-
In de oude ophogingslagen/pakket
muurwerk, funderingen, vloerniveaus, kel-
_ tanten (muurwerk/funderingen van
bouw binnen een hitoischedorpskern: _ oude woongrond, Ondergrondse1esders, beer- en waterputten, kleine frag-
steenbouw) van voormalige bebou-
menten aardewerk, metaalresten, glasres-
| wing (woonhuizen, bijgebouwen, wa-
ten, houtskool, botresten, organischeres-
| ter-/beerputten} kunnen tot grotere
ten en gebruiksvoorwerpen
diepte doorlopen
Uit de verzamelde aardwetenschappelijke gegevens blijkt dat de historische dorpskern van Aalten, en daarmee
het plangebied, op de relatief hoger gelegen zuidelijke rand van een plateau-achtige terrasrest ligt, langs het ten zuiden en lager gelegen beekdal van de Boven Slinge (ingesneden in het Oost-Nederlandse plateau). Het plangebied
had in principe al een gunstige ligging voor het ontplooien van (tijdelijke) bewoningsactiviteiten vanaf
het (Laat-)Paleolithicum. Het nabijgelegen beekdal van de voorloper van Boven Slinge vormde een natuurlijke waterbron. Tevens zal het beekdal een grote aantrekkingskracht hebben gehad op wild, waarop
kon worden
gejaagd. Ook voor landbouwers vormde het plateau-achtige terrasrest, en daarmee het plangebied, een zeer gunstige nederzettingslocatie.
Het plateau-achtige terrasrest beslaat een groot gebied en bood meer dan vol-
doende areaal aan van nature vrij vruchtbare en goed ontwaterde gronden voor landbouw. Aalten wordt al in de eerste helft van de 9* eeuw genoemd
in een oorkonde.
In de 9° en 10° eeuw groeit de
bevolking van Aalten aanzienlijk en zet zich verder door in de Late-Middeleeuwen. Op basis daarvan is het mogelijk dat ook binnen het plangebied mogelijk archeologische resten daterend vanaf die periode aanwezig zijn. Het merendeel
van uitgevoerd
prospectief onderzoek (bureau- en booronderzoek)
binnen het onderzoeksge-
bied hebben geresulteerd in het aantreffen van een verstoorde bodemopbouw, dan wel dat er geen ín sítu li gende archeologische resten zijn aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een intacte archeo-
logische vindplaats. Wel heeft gravend onderzoek circa 200 meter ten zuidoosten van het plangebied overblijfselen van een erf/nederzetting uit de 11°/ 12° (13°) opgeleverd, een haardplaats uit de 17° eeuw en enkele 19°/20"-eeuwse kelders. De onderzochte locatie heeft een vrijwel identieke ligging in het landschap als onderhavig plangebied en laat zien dat het in principe een hoge potentie heeft op bewoningsporen uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Binnen het plangebied moet dan ook rekening worden gehouden met de aanwezig-
heid van (stedelijke) ophogingspakketten en sporen van een pre-stedelijke menselijke bewoningsactiviteiten en agrarische bewerking van het gebied (greppels, kuilen en paalkuilen). Vanuit het oudst beschikbare historisch kaartmateriaal lijkt het plangebied destijds al in gebruik te zijn geweest als één of meerdere bebouwde woon-
erven/dat er historische woonerven hebben gelegen vanaf in ieder geval de tweede helft van de 18° eeuw. Gedetailleerd kaartmateriaal uit het begin van de 19° eeuw (Minuutplan) laat zien dat er n het zuidelijke deel van
het plangebied bebouwing stond, langs de voorloper van de Hogestraat (twee woonerven die beide in het zuidelijke deel bebouwd waren met een pand).
22991.001 versie 1
hO
RWm
dd
26/36
Econsultancy
Op basis van bovenstaande uitgangspunten kunnen er in het plangebied archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het voorkomen van resten wordt hoog
geacht (zie tabel 2-6). Het plangebied behoort tevens tot de historische dorpskern van Aalten. De kans op archeologische resten daterend vanaf de 9°/10® eeuw
is daarmee zeer hoog, waarbij de verwachting is dat er
sprake is van een oude woongrond/ophogingslagen met vooral kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen (afvalresten). De archeologische resten en sporen worden in het gehele pakket oude woongrond/van ophogingslagen verwacht. Ook kunnen ondergrondse restanten van hout- en steenbouw (paalsporen, water-/beerputten, muurresten/funderingen e.d.) worden aangetroffen. Dergelijke resten/structuren kunnen tot grotere diepte doorlopen. Of archeologische resten in relatief droge en zure of natte en zuurstofloze condities bewaard zijn gebleven, wat de mate van conservatie van de eventueel aanwezige archeologische resten bepaald, is afhankelijk van de dikte van de oude woongrond/ophogingslagen.
(Recente) bodemverstoring Als gevolg van bodemingrepen kunnen vindplaatsen geheel of gedeeltelijk verstoord zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin vondsten n situ bewaard zijn gebleven
in de bodem en/of grondsporen intact zijn. Vanuit het oudst beschikbare historisch kaartmateriaal blijkt dat binnen het plangebied vanaf n ieder geval de
tweede helft van de 18° eeuw al in gebruik was voor woondoeleinden/dat er historische woonerven hebben gelegen. Gedetailleerd kaartmateriaal uit het begin van de 19° eeuw (Minuutplan) laat zien dat er in het zuidelijke deel van het plangebied bebouwing stond, langs de voorloper van de Hogestraat (twee woonerven die beide
in het zuidelijke deel bebouwd waren met een pand/woning). De bestaande bebouwing (winkelpanden met een bovenwoning) betreft naoorlogse bebouwing. In welke mate ondergrondse delen van voorgaande bebouwing verwijderd zijn voorafgaand aan bouwwerkzaamheden,
is niet bekend. Er dient nog wel rekening te worden
gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse delen van (historische) bebouwing, zoals die er stond in ieder geval vanafde tweede helft van de 18° eeuw/begin 19° eeuw. Wel hebben in het centrale en noordelijke deel van het plangebied verschillende panden gestaan tot in de jaren '60 van de 20° eeuw. Er dient rekeningte worden gehouden
met dat sloopwerkzaamheden
(verwijderen van ondergrondse delen) recente verstoringen van
de bodemopbouw hebben veroorzaakt.
Ophogingslagen/een ophogingspakket, indien aanwezig, kan op grotere diepte doorlopen, waarbij bewoningslagen uit verschillende bewoningsperioden bovenop elkaar kunnen voorkomen.
Deze kunnen nog steeds be-
waard zijn gebleven, ondanks moderne bouw- en graafwerkzaamheden.
22991.001 versie 1
hO
RWm
dd
27/36
Econsultanc? 2.9
Afweging gekozen onderzoeksmethode inventariserend veldonderzoek
Het bureauonderzoek toont aan dat er zich n het plangebied mogelijk archeologische waarden kunnen bevinden. Mede gezien het historisch gebruik, met de verwachting voor de aanwezigheid van één of wellicht meer-
dere archeologische laag of vondststrooiingen (in het geval er sprake is van een oude woongrond/ophogingslagen) met een hoge vondstdichtheid en de vrij beperkte oppervlakte van het plangebied, is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek (KNA proto-
col 4003, IVO-O en IVO-K). Met de verkennende fase van het booronderzoek wordt de bodemopbouw binnen het plangebied bepaald en wordt onderzocht of de oorspronkelijke bodemopbouw
nog wel of niet meer intact
aanwezig is/of er nog sprake is van ophogingslagen/een oude woongrond. Met de karterende fase van het booronderzoek wordt het opgeboorde materiaal gelijktijdig gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren, om daarmee wellicht een eerste indruk van de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering,
omvang en diepteligging hiervan te verkrijgen. Daarnaast zal voor de karterende fase van het booronderzoek, bestaande uit het zetten van acht boringen binnen een plangebied
met een vrij beperkte oppervlakte, sprake
zijn van een verdicht boorgrid (dichtheid van bijna 50 boringen per hectare). Door middel van het gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied verder archeologische resten in sítu te verwachten zijn.
3
3.1
_ INVENTARISEREND
VELDONDERZOEK
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend
veldonderzoek,
(IVO-overig, verkennende
fase direct gecombineerd
met
de karterende
fase) heeft tot doel de n het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te
vullen en te toetsen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied, of er archeologische vondsten en/of sporen en/of lagen aanwezig zijn, in welke mate de resultaten overeen stemmen met de verwachtingen en indien er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig is, wat dan de gevolgen zijn voor de voorgenomen bodemingrepen voor de vindplaats.
3.2
Methoden
Het inventariserend veldonderzoek
is uitgevoerd in de vorm van een gecombineerd verkennend en karterend
booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19-02-2018) en de Kwaliteits-
norm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 19-02-2018 protocol 4003), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 19 oktober 2023 door ir. E.M. ten Broeke (Senior KNA Prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk.
22991.001
versie
1
ONGWUIS
dK
2943
S
Econsultancy
Verspreid binnen het plangebied zijn acht boringen gezet (zie kaart 16). De boringen zijn gezet met behulp van een edelmanboor (diameter 15 cm) tot maximaal
320 cm -my. De boringen zijn lithologisch conform de Arche-
ologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven..?! De boringen zijn met meetlinten en een meetwiel ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). In bijlage 4 worden overzichtsfoto's van het plangebied en foto's van de opgeboorde profielen weergegeven.
Aan de hand van het opgeboorde materiaal i beoordeeld of er wel, niet of deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen en/of oude ophogingslagen/een oude woongrond, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen als dan niet rijk aan archeologische indicatoren. Daar waar sprake is van een (deels) intact profiel is de laag waar archeologische indicatoren meest waarschijnlijk kunnen worden verwacht gezeefd met behulp van een zeef met een maaswijdte van 4 mm. Het
zeefresidu is met het blote 0og geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.
3.3
Resultaten
Geologie en bodem
De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 5 weergegeven. De opbouw van de bodem kan schematisch als volgt worden weergegeven: Tabel3-1
Algemene bodemopbouw plangebied
Diepte (em -mv) Vanaf maaiveldtotmini-
samenstelling _
maal 40 en maximaal 240,
Interpretatie
Variërend van lichtbruingeel, bruingeel, lichtbruin,
Geroerde/verstoorde lagen (humeuze) grond,
| lichtoranjegeel, donkergeelgris, grijsbruin, donkergrijs,
_ | teruggestorte/verplaatste grond, na vergra-
variërende diepte onder-
_
donkerbruingrijs tot donkergrijsbruin gekleurdeen veelal
_ | ving teruggestort humeuze lagen als terugge-
grens,bij5boringentot
_
sterk geviekt, deels zwak tot matig humeus, zwak tot
stort oorspronkelijk deel van de C-horizont
aanzienlijke diepte, tegen2 | veelal sterk grindig, zwak siltig, matig grof tot zeer grof meterdan welvoorbij2 _ | zand, in lagen vermenging met beton-/baksteenpuin, ko-
meter
lengruisen machinaal glas waarneembaar
Vanaf minimaal 40 en maxi | Variërend van geel lichtgeel, ichtoranjegeel lihtgeelgrijs, | C-horizont, grondmorene/Iijssmeltwaterafzetmaal 324 tot 120/320 (eind- | lichtgrijsgeeltotlichtbruin gekleurd, zwak tot veelalsterk | tingen diepte boringen)
grindig, zwak tot matig siig, matig fjn tot zeer grof zand, variati in textuurop korte afstand
2 Bosch, 2005
m
JOÛRUMNE
HA
Econsultancy
De boringen laten een sterk en vaak diepgaande verstoorde bodemopbouw zien, waarbij verstoringen vrij recentelijk zijn, gezien de bijmenging van resten beton-/baksteenpuin, kolengruis en machinaal glas. Vanaf het maaiveld/onder de klinkerverharding en de laag cunet-/stabilisatiezand, is tot aan de C-horizont verder sprake van geroerde/verstoorde lagen grond, welke doorlopen door tot een variërende diepte van minimaal 40 (boring 7) tot maximaal 240 cm -mv (boring 6). Bij 5 van de 8 boringen is de verstoringsdiepte aanzienlijk, tegen 2 m -mv dan wel voorbij 2 m -mv. Het gaat zowel om (na vergravingen) teruggestorte humeuze lagen grond als een teruggestort oorspronkelijk deel van de C-horizont (moderne vergravingen zijn uitgevoerd tot veelal ruim voorbij
de oorspronkelijke top van de C-horizont).
Onder het verstoringsniveau is direct de C-horizont aangetroffen. Het gaat direct om grondmorene-/ijssmeltwaterafzettingen van het plateau-achtige terrasrest. In geen van de boringen is een afdekkende laag dekzand waargenomen.
In geen van de boringen
zijn restanten
van de oorspronkelijke bodemopbouw
aangetroffen (nergens
is een
(deels) intact restant van een holtpodzolgrond waargenomen. Dit geldt ook voor boring 7 gezet in de het uiterst noordelijke/noordoostelijke deel van het plangebied, waar de verstoringsdiepte ten opzichte van het huidige maaiveldniveau beperkt is (40 cm), maar waar onder recent geroerde/verstoorde bodemlagen direct sprake i van de C-horizont.
Archeologie (geen archeologische vindplaats aangetroffen) Voor de volledigheid is het opgeboorde materiaal nog gezeefd over een 4 mm zeef tot 30 cm in de top van de C-horizont. Hierbij is, zoals ookal waar te nemen was tijdens het zetten van de boringen, alleen in het geroerde
deel van de bodemopbouw antropogeen materiaal aangetroffen, bestaande uit resten beton-/baksteenpuin, kolengruis en machinaal glas. Deze zijn van recente ouderdom (20° eeuw) en zeer waarschijnlijk opgemengd met de vergraven en vervolgens teruggestorte grond. Ook topografisch kaartmateriaal laat zien dat tot in de jaren 60 van de 20° eeuw in het centrale en noordelijke deel van het plangebied bebouwing heeft gestaan, waardoor het meest waarschijnlijk sloopresten betreffen. In het onverstoorde deel van de bodemopbouw
zijn tot 30 cm
in de top van de C-horizont geen archeologische indicatoren aangetroffen. Ook zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bewaard gebleven oude ophogingslagen/een oude woongrond/een oude cultuurlaag.
22991.001 versie 1
hO
RWm
dd
30/36
Econsultancy
4
CONCLUSIE
41
Conclusie
EN
ADVIES
Op basis van het archeologisch bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. Deze verwachting is vooral gebaseerd op de ligging van het plangebied op de relatief hoger gelegen zuidelijke rand van een
plateau-achtige terrasrest ligt, langs het ten zuiden en lager gelegen beekdal van de Boven Slinge (ingesneden in het Oost-Nederlandse plateau). Het plangebied had in principeal een gunstige ligging voor het ontplooien van (tijdelijke) bewoningsactiviteiten vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Ook voor landbouwers vormde
het plateau-
achtige terrasrest, en daarmee het plangebied, een zeer gunstige nederzettingslocatie. Het plangebied behoort
tevens tot de historische dorpskern van Aalten. De kans op archeologische resten daterend vanafde 9°/10* eeuw is daarmee hoog tot zeer hoog. Binnen het plangebied moet dan ook rekening worden gehouden met de aanwezigheid van (stedelijke) ophogingspakketten en sporen van een pre-stedelijke menselijke bewoningsactivitei-
ten en agrarische bewerking van het gebied (greppels, kuilen en paalkuilen). Vanuit het oudst beschikbare historisch kaartmateriaal blijkt dat binnen het plangebied vanaf in ieder geval de tweede helft van de 18° eeuw al
in gebruik was voor woondoeleinden/dat er historische woonerven hebben gelegen. Gedetailleerd kaartmateriaal uit het begin van de 19° eeuw (Minuutplan) laat zien dat er in het zuidelijke deel van het plangebied bebouwing stond, langs de voorloper van de Hogestraat (twee woonerven die beide in het zuidelijke deel bebouwd
waren met een pand/woning). Wel hebben n het centrale en noordelijke deel van het plangebied verschillende panden gestaan tot n de jaren '60 van de 20° eeuw. De bestaande bebouwing binnen het plangebied (winkelpanden met een bovenwoning) betreft ook naoorlogse bebouwing.
Er dient rekeningte worden gehouden met
dat sloopwerkzaamheden (verwijderen van ondergrondse delen) recente verstoringen van de bodemopbouw hebben
veroorzaakt.
De resultaten van het booronderzoek laten een sterk en vaak diepgaande verstoorde bodemopbouw zien, waar-
bij verstoringen vrij recentelijk zijn. Geroerde/verstoorde lagen grond lopen door tot een variërende diepte van minimaal 40 tot maximaal 240 cm -mv. Bij 5 van de 8 boringen is de verstoringsdiepte aanzienlijk, tegen 2 m -mv dan wel voorbij 2 m -mv. Het gaat zowel om
na vergraving teruggestorte humeuze
lagen grond als een
teruggestort oorspronkelijk deel van de C-horizont (moderne vergravingen zijn uitgevoerd tot veelal ruim voorbij de oorspronkelijke top van de C-horizont). Hieronder is sprake van een scherpe overgang plaats direct naar de C-horizont en betreft grondmorene-/ijssmeltwaterafzettingen van het plateau-achtige terrasrest. In geen van de boringen is een afdekkende laag dekzand waargenomen. Wellicht dat deze er wel heeft gelegen, maar s door sterke mate van verstoring niet meer te onderscheiden.
22991.001 versie 1
hO
RWm
dd
31/36
Econsultancy
Alleen in het geroerde deel van de bodemopbouw is antropogeen materiaal aangetroffen, bestaande uit resten beton-/baksteenpuin, kolengruis en machinaal glas. Deze zijn van recente ouderdom (20® eeuw) en zeer waarschijnlijk opgemengd met de vergraven en vervolgens teruggestorte grond. Topografisch kaartmateriaal |aat zien dat tot in de jaren ’60 van de 20° eeuw in het centrale en noordelijke deel van het plangebied bebouwing heeft
gestaan, waardoor het meest waarschijnlijk sloopresten betreffen. In het onverstoorde deel van de bodemopbouw zijn tot 30 cm in de top van de C-horizont geen archeologische indicatoren aangetroffen. Ook zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bewaard gebleven oude ophogingslagen/een
oude woongrond/een
oude cultuurlaag. Op basis van de resultaten van de karterende fase van het booronderzoek is er geen duidelijke aanleiding om de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied nog te vermoeden.
Geconcludeerd wordt dat binnen het gehele plangebied reeds grootschalige en veelal diepgaande recente bodemingrepen
hebben
plaatsgevonden
en dat hierdoor het archeologisch
niveau (potentiële vondstniveau én
sporenvlak) volledig is aangetast. Tevens ontbreekt het aan bewaard gebleven oude ophogingslagen/een oude woongrond/een oude cultuurlaag. Voor de plangebied dient de hoge tot zeer hoge verwachting bijgesteld dient te worden naar geen verwachting.
4.2
Advies
Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van
de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een veelal diepgaande, sterk verstoorde bodemopbouw binnen het
plangebied, waardoor archeologische resten niet meer ín stu worden verwacht (archeologisch potentiële sporen-/vondstniveau is sterk aangetast dan wel volledig verwijderd). Verstoringen zijn meest waarschijnlijk het gevolg van sloopwerkzaamheden
(verwijderen
van ondergrondse
delen) tijdens de tweede
helft van de 20°
eeuw. Daarnaast zijn er geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek en ontbreekt het aan bewaard gebleven oude ophogingslagen/een oude woongrond/een oude cultuurlaag. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld
door de bevoegde overheid (gemeente Aalten). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan
melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onder-
wijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed?2).
(geanonimiseerd) o c1: 033-4217456 ?2 Infodesk emzi: B
22991.001 versie 1
hO
RWm
dd
32/36
Econsultanc? LITERATUUR
Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. 's- Gravenhage. Barends, S. Baas, H.G., Harde, M.J. de, Renes, J. Stol. T., Triest, J.C. van, Vries, R. de, Woudenberg, F.J. van, 2005: Het Nederlandse landschap.
Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht.
Beek, R. van, 2009: Reliëf in Tijd en Ruimte. Interdisciplinair onderzoek naar bewoning en landschap van Oost Nederland tussen vroege prehistorie en middeleeuwen.
Proefschrift Wageningen Universiteit. ISBN 978-90-
8585-460-9.
Berendsen, H.J.A., 2008: Fysísche Geogrofie van Nederland, deel1: De vorming van het land. Inleiding in de ge-
ologie en de geomorfologie.
Van Gorcum, Assen.
Bosch, J.H.A,, 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode,
Versie 5.2.
Utrecht (TNO-rapport,
NITG 05-043-A).
Brugman, B.A, Eimermann, E. Heeringen, R.M. van, Mor, J.J.W. de, Schrijvers, R. & Quadfiieg, B., 2010: Cultuurhistorische inventarisatie, waarden-, verwachtingen- en maatregelenkaart op basis voor het archeologiebe-
leid van de gemeente Aalten. Vestigia rapport V653, Amersfoort. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & 8. Schoenmaker,
1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag.
Maas, G., Delft, P. van & Heidema, H., 2017: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Wageningen Environmental Research). Locher, W.P. & Bakker, H. de, 1990: Bodemkunde van Nederland.
Deel1: Algemene bodemkunde. Malmberg Den
Bosch, 2° druk. Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsema, I.L Westerhoff, W.E. & Wong, T.E., 2003: De ondergrond van Nederland.
Wolters-Noordhoff, Groningen.
Stichting voor Bodemkartering, 198: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 41 West/Aalten. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Versfelt, H.J. 2003: De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland 1773-1794. Heveskes Uitgevers, Groningen. ISBN 90-806727-4-2.
22991.001
versie
1
ONGWUIS
dK
/3
Econsultanc? Vries, F. de, Groot, W. de, Hoogland, T. & Denneboom, J., 2003: De Bodemkaart van Nederland digitaal; Toelichting bij inhoud, actualiteit en methodiek en korte beschrijving van additionele informatie. Wageningen: Alterra.
Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
BRONNEN Aalst, J.W. van (2021) ‘OpenTopo.nl’; internetsite, oktober 2023. https://www.imergis.nl/asp/opentopo400.htm AHN; internetsite, oktober 2023
http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed (RCE), Amersfoort, oktober
2023..
https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed; internetsite, oktober 2023. http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bodemverontreinigingen provincie Gelderland: internetsite, oktober 2023. https://geowebgelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=http://geoweb.gelderland.nl/Geocortex/Es-
sentials/REST/sites/Bodemverontreinigingen/viewers/test/virtualdirectory/Resources/Config/Default Dinoloket; internetsite, oktober 2023.
http://www.dinoloket.nl/ Erfgoedcentrum Archerhoek Liemers, internetsite, oktober 2023.
https://www.ecal.nu/ HisGIS Gelderland; internetsite, oktober 2023.
https://hisgis.nl/projecten/gelderland Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, oktober 2023. http://www.ikme.nl/ Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); internetsite, oktober 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.searchti/metadata/1cOdcc64-91aa-4d4439e3-54355556f5e7.
22991.001
versie
1
OlGwns-dk
/3
Econsultanc? Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, oktober 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.searchti/metadata/ff9315c8-f25a-4d019245-5cf058314ebf.
Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) (2021) ‘TOP25raster"; internetsite, oktober 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a94-8513-7370867ad32e. Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2021); internetsite, oktober 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.searcht/metadata/c82a783a-9a58-47613809-b4c5d90dcd35.
Kadaster Topotijdreis; internetsite, oktober 2023.
http://www.topotijdreis.nl/ NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000' internetsite, oktober
2023.
https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.searchyjsessionid=11F26FB095C4DOE1DGAC7CBA4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f.
NGR/Wageningen Environmental Research (2019) BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000, internetsite, oktober 2023.
https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.searcht!/metadata/459231d0-7379-4f26-a4447616e1d888f0.
Oud Aalten, Erfgoed is van ons allemaal; internetsite, oktober 2023. https://oudaalten.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, oktober 2023. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-ro0/roo/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, oktober 2023.
https://pdokviewer.pdok.nl PDOK/Rijkswaterstaat (2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS’; internetsite, oktober 2023.
https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=46C4686376C42712F153C906C9BEB9CD#/metadata/bfcc588f-9393-470-b989-d9ge92ac2f493.
Ruimingskaart; internetsite, oktober 2023. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, oktober 2023.
https://wwwsikb.nl
22991.001
versie
1
ONGWUIS
dK
1/3
Econsultanc? Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten; internetsite, oktober 2023. https://www.topotijdreis.nl Wageningen University & Research — Geoportal: internetsite, oktober 2023.
https://Iibrary.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf VEO
Bommenkaart;
internetsite, oktober 2023.
http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
22991.001
versie
1
©@ÊYÛ“NWÊ'%:#'Q)
36/36
S
Econsultancy
KAARTEN
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001) Het plangebiedop de topografische kaart (1:25.000). Legenda
DD
Plangebied
Bron: Kadaster, BRT.
Kaart 2.
Detailkaart van het plangebied
226050
20
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001). Detailkaart van het plangebied. Bron: PDOK. Legenda
C
Plangetied
22600
Kaart 3.
Het plangebied op een luchtfoto
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001)
Het plangebied op een luchtfoto uit 2022. Bron: Kadaster, Landelijke Voor Legenda Plangebied
ing Beeldmateriaal, 2022.
Kaart 4.
Situering van het plangebied binnen de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Aalten
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001). Situering van het plangebied binnen de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Aalten. Bron: Brugmanet al. 2010.
Legenda D
Plangebied
B
Categorie 1: Beschermd archeologisch monument
j
Categorie 2: Archeologische waarde
B
Categorie 3: Dorpskern 1850
E Categorie 4: Hoge archeologische verwachting I | Categorie 5: Gematigde archeologische verwachting _ | Categorie 6: Lage archeologische verwachting
B
Caccgorie 7: Water
|__ | Categorie 8: Geen verwachting
Kaart 5.
Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001). Het plangebiedop de Geomorfologische kaart 1:50.000 van Nederland. Bron: NGRIWageningen Enúronmental Research, 2019. Legenda
D
Plangebied
B
B
Dekzandrug
ITI
Viakte van ten dele verspoelde dekzanden of ss
Geomorfologische kaart
T
Oekzandwelvingen
Storthopen met grind-. zand-, kleigaten of izerkuilen
I
Gordeldekzandrug
I
Laagte ontstaan door afgraving
B B
Piteauachtige terrasrest Giooiing van helingatspoelingen
B B
Droogdal e weg
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001) Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland. Legenda
DD
Plangebied
Maaiveldhoogte (m +NAP)
m= 245
m
=
m m m
s x o
Bron: AHN3.
Kaart 7.
Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland 236500
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001). Het plangebiedop de bodemkaart.
Bron: NGR/Wageningen Enúronmental Research,
TT C
Watermoeras Bebouwd gebied
B
Loopodzolgronden: leemarm en zwak lemig fijn zand
B I IT
Hoge bruine enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Beekeerdgronden: leemarm en zwak lemig n zand Beekeerdgronden: lemig fijn zand
E |
‘vaaggronden:
le marm
ig fijn
2021
5135342‘1 nn r E
Ë/‘ .‘_
T
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001) Archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Bron: ARCHIS3AMK/AHN3.
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.00) Legenda bij de archeologische waarden- en onderzoekenkaart.
Bron: ARCHIS3/AMK/AHNS.
Legenda
DD
Plangebied
AMK-tereinen
ID B B B
Terein van archeologische waarde erein van hoge archeologische waarde erein van zeer hoge archedlogische waarde Terein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
onderzoeken_Iegenda bureauonderzoek booronderzoek
proefsleuwen begeleiding
D D
opsaúng oeig
A
rederzetting
©
gafcontet
M
verdedigingswerk
#
relgieuze context
k
onbepaald
vondstendtering_Iegenda
>PDL
Paleoithicum Mesolthicum Neolthicum
Bronstijd Wzertjd Romeinsed Middeleeuwen
Nieuwe tijd Onbepaald
Kaart 9.
Situering van het plangebied binnen de Hottingerkaart uit 1773-1794 vanuit kaartblad
z
81
e
_
22
:
e
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001). Situering van het plangebied binnen de Hottingerkaart uit 1773-1794. Legenda
DD
Plangebiea
Bron: Versfeft 2003
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001) situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1811-1832 (Minuutplan). Bron: htps:/hisgis.nl/projecten/gelderland’ Legenda
DD
Plangebied
TORECDN
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001) Situering van het plangebied binnen de Miltaire topografische kaart uit 1889 (Bonneblad). Bron: www-topotijdreis.nl. Legenda
DD
Plangebied
Kaart 12.
Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart
uit 1926 (Bonneblad)
Kaart 13.
Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart
uit 1936 (Bonneblad)
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001) Situering van het plangebied binnen de Miltaire topografische kaart uit 1936 (Bonneblad). Bron: www-topotijdreis.nl. Legenda
DD
Plangebied
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001) situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1966. Bron: www.topotidreis.nl Le
DD
Planges ied
Kaart 15.
Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1985
*
zerse
Em
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.001)
Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1994. Bron: www.topotidreis.nl Legenda
DD
Plangebied
za7ase
Kaart 16.
Boorpuntenkaart met als achtergrond de luchtfoto
26900
z
a
a
Archeologisch vooronderzoek Hogestraat 34, 34a en 36 in Aalten, gemeente Aalten (22991.00)
Boorpunten geprojecteerd op een |uchtfoto uit 2022. Legenda Plangebied ©
Boring
Bron:Kadaster,
Landelijke Voorziening Beeldmateriaal, 2022.
S
Econsultancy
BIJLAGEN
Bijlage 1.
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
n laren
Chronostratigraie
Ouderdom
Mis
Holoceen
1
11755
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk | (marien), Nieuwkoop
(veon), Echteld (fuviatiel)
Tate Dryas (koud}
12745
Laat-
Allerod
Weichselien (Laat _ Giaciaal)
19675
10075 18700
(warm) (koud} (warm)
[Vroege Dyas]| Boling
z
2000}
B
Laat-
H
s
Pleniglaciaal
|7|
|5|5]|
_ Midden-
&|Z] Weichselien | „ Midden&| (Plenigaciaal) |_Pleriglaciaal
oo
2
ë
Vroeg:
Pleniglaciaal
3 |
Formatie van
4 Kreftenheye
Formatie van Boxtel
75.000
=
£
S| nsm| 10000
3/
Vroeg-
|5
Weichselien
É
laciaal
|ë
| ||
é\""’29ì)
|Ë ä
Eemien
(warme periode)
5a
Formatie
5b
a
5c
Beegden
59 e
Eem
Formatie Formatie
Saalien z000l
oo
475000
||
|c
5|
|&
=|
e
|Z
|E
(istid)
Holsteinien
(warme periode)
Elsterien (jstijd)
van
6 Formatie
a
G
oo}
periode)
[]
Formatie van
2
|3I
SI
|S
HE
2,600,000
Pre-Oromerien
Formatie
van Peelo
Cromerien
(warme
Drente
rksel
Storksol
Cal.ETEjaren [+4 |746 jaren
o l F
Pollen Pelen | Vegetatie
Chronostratigraie
voe
°
&5 S
Laso Lo,
Subatlanticum Kosler vochtiger
Lootbos
eik en hazelaar
overheersen vol veel cultuurplanten haagbeuk rogge, boekweit
Archeologische H
Nieuwe tijd
Middeleeuwen
Romeinse tjd i
Va
orenbloem
Wzerid
ND
eik en hazelaar
Loofbos
Bronstijd
L s00
#5]
2
1ss|
250
Subboreaal
s|
7ozol 20
000 oom
|E
&
Los00 1ú7s6|
10450
|
0m
1as7sl
1800
1025| 15
| 35.000
a
Atlanticum vochtig warm
u
e e warmer
U | hazelaar, eik, iep, linde, es
e
1 | den overheersend
2E
ä
Preboreaal
| Alered
(Laat
| Vroege
!
B
claciaa)
EE 36
n
Neolithieum
eik, elsLoofbos en hazelaar in zuiden speelt lnde een grote rol overheersen
Mesolithicum
eerst berk en [ater
Laat
Weichsslien
landbouw
Gen overheerst
LateDyas
12000
invloed
droger
sls|E
L-ao00 |-ss00
‘overheersen
beuk>1%
9°
Boling
ë
„Mdden: &(&||Z| Weichselen
|3/ (Pleniglaciaal)
HE
| zwa | parlendsehap LWI
Dryas
Dy:
dennen- ij en
berenbossen
parklandschap | Laat-Paleolithicum LW 1 [ open vegetatie met
kruiden en
berkenbomen perioden met een
poolwoestijn en rioden met een
per
toendra
7
Vroeg-
Weichselien (VroegGlaciaal) m
15000
190000/
(warme periode)
perioden met bos
eneen perioden subarctischmet open landschap
'cofbos
Midden-Paleolithicum
ë
s00000
B
à
IE
Saalien (stijd)
Vroeg-Paleolithicum
Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn 1974 Vandenberghe (1985) en De Mulder etl (2009). Lhostatigrafie volgens De Mulder et al (2009). Mariene isctcop stadium (MIS) volgens Bassinct et af (1994. Almostersche daa volgens Stuiver ef l (1998) Zuurstofisotoop calibratie (OxCal versi 3.9 Bronk Ramsey (2009), toegepast op het Laat Weichselien en het Holoceen. Archeolagische periode:indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst vaor het Cudheidkundig Bodemonderzoek (OB Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Polenzones volgens P. Vos & P. Kden (2005).
Bijlage 2.
Bewoningsgeschiedenis van Nederland
Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven.
Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen
in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-
130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben geleefd. Daarentegen
was bewoning
in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen
in de warmere
perioden wel mogelijk. De mensen
die hier toen leefden
trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten,
paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en re-
dieren werd in het Laat-Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd.
Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een
langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (0.a. bosontwil keling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu. Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek
hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden
gebruikt. Met de stijging van de temperatuur
begon
het landijs te smelten en de zeespiegel te
stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men
in de
rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamellijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden
als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neol
icum (circa 5300-2000 v. Chr.)
Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen.
Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp. Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de
autochtone mesolitische bevolking die een half agrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen
zoals: het wonen op een vaste plek in een
huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De
bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels.
Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen
met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen
zoals bijlen. Vuurstenen
werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perio-
den. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschi
en ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnen-
velden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het Laat-Neolithi-
cum koperen voorwerpen bekend. Wzertijd (circa 800-12 v. Chr‚) n deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen
vervaardigd.
Voor de productie van werktuigen en
wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen
voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden
de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden omwalde akkercomplexen