CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Archeologisch bureau- en booronderzoek (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van het bestemmingsplan Kern Aalten, Hogestraat 34-3619.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

9

Econsultancy Samen

maken

we

Nederland

mooier

ARCHEOLOGIE

RAPPORTAGE

Archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend

en karterend

booronderzoek

Hogestraat 34, 34a en 36 te Aalten

LOAS.

IZ=dk

Econsultanc}

Rapport archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend

booronderzoek

Hogestraat 34, 344 en 36 te Aalten, in de gemeente Aalten

Opdrachtgever

Woningcorporatie De Woonplaats Postbus 23 7500 AA

Enschede

Rapportnummer

22991.001

Versienummer!

1

Datum

13 november 2023

Opsteller?

(geanonimiseerd)

Kwaliteitscontrole

(geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 i het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid. 2 VRIJGAVE

In onze rapportages en offertes wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Middels ons kwaliteitssysteem worden offertes en rapporten aantoonbaar vrijgegeven.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Econsultancy

KWALITEITSZORG

Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO).

De leden van de NVAO

bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een

waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Ook is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Onder-

nemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. CERTIFICERING

Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits-

en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast

staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd

voor VCA*.

BETROUWBAARHEID

Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven

ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden

dat geraadpleegde

bronnen

niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het

verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en KNA protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder wettelijke eisen uit de Erfgoedwet, prevaleert boven de AVG. RECHTEN

Econsultancy bv,

Foto's en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen

in een geautomatiseerd gegevensbestand, of

openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen,

of enige andere

manier,

zonder voorafgaande

schriftelijke toestemming

van de rechthebbende.

Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)

Econsultanc? INHOUDSOPGAVE

ADMINISTRATIEVE

GEGEVENS

PLANGEBIED

SAMENVATTING 1

INLEIDING

2

BUREAUONDERZOEK …

21

3

_

Doelstelling en onderzoeksvragen .

2.2

_ Methoden

23

_ Afbakening en huidige situatie van het plangebied..

24

_ Toekomstige situati

25

_ Aardwetenschappelijke gegeven:

26

_ Archeologische waarden..

2.7

_ Beschrijving van het historische gebruil

.

28

_ Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

29

_ Afweging gekozen onderzoeksmethode inventariserend veldonderzoek..

INVENTARISEREND

_

VELDONDERZOEK..

31

_ Doelstelling en onderzoeksvragen .

3.2

_ Methoden

33 4

…

Resultaten..

CONCLUSIE

EN

ADVIES

41

_

Conclusie

4.2

_

Advies.

LITERATUUR.. BRONNEN KAARTEN

BIJLAGEN

.

…

…

osnh

Econsultanc? TABELLEN

Tabel

2-1

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Tabel

2-2

Grondwatertrappenindeling

Tabel 2-3

Overzicht onderzoeksmeldingen

Tabel

Overzicht ARCHIS-vondsten

2-4

Tabel2-5

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Tabel

Gespecificeerde archeologische verwachting

2-6

Tabel3-1

Algemene bodemopbouw

plangebied

KAARTEN

Kaart 1.

Het plangebied op de topografische kaart

Kaart 2.

Detailkaart van het plangebied

Kaart3.

Het plangebied op een luchtfoto

Kaart 4.

situering van het plangebied binnen de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Aalten

Kaart 5.

situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland

Kaart 6.

situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)

Kaart7.

situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland

Kaart 8.

Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied

Kaart9.

Situering van het plangebied binnen de Hottingerkaart uit 1773-1794 vanuit kaartblad 81

Kaart 10.

situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1811-1832 (Minuutplan)

Kaart11.

situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1889 (Bonneblad)

Kaart 12.

situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1926 (Bonneblad)

Kaart13.

situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1936 (Bonneblad)

Kaart

14.

situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1966

Kaart 15.

situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1985

Kaart 16.

Boorpuntenkaart met als achtergrond de luchtfoto

met als achtergrond het AHN

BIJLAGEN

Bijlage 1.

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Bijlage 2.

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Bijlage 3.

AMZ-cyclus

Bijlage 4.

Overzichtsfoto's plangebied en foto's van de opgeboorde profielen

Bijlage S.

Boorprofielen

Econsultanc?'

ADMINISTRATIEVE

GEGEVENS

PLANGEBIED

Projectcode Opdrachtgever

22991001 Woningcorporatie De Woonplaats

Toponiem

Hogestraat 34, 342 en 36

Plaats

Aalten

Gemeente

Aalten

Provincie

GelderlandProvinciey

Kadastrale gegevens

Gemeente Aalten, sectie |, nummer

Omvang plangebied

1624 m2

Kaartblad

418 (1:25.000)

Centrumcoördinaten (X/Y)

X:236.915/Y:438.275

Archeoregio NOaA

3: Overijssels-Gelders zandgebied

Bevoegde overheid

Gemeente

Deskundige namens de bevoegde overheid

Aalten

Postbus

119

7120 AC

Aalten

Omgevingsdienst Achterhoek Elderinkweg 2

11325 en sectie K, nummer

1704

0543493333

gemeente@aaken.nl

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

7255 KA Hengelo (GLD)

Uitvoeringsperiode

Oktober/november 2023

Uitvoerder

(geanonimiseerd) Econsultancy, . N

Onderzoeksmelding ARCHIS3

Bureauonderzoek

Beheer en plaats documentatie

Econsultaney, Doetinchem/Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland

5470962100

Booronderzoek

5470970100

Econsultancy

SAMENVATTING

Econsultancy heeft in opdracht van Woningcorporatie De Woonplaats een archeologisch vooronderzoek uitge-

voerd voor een plangebied gelegen aan Hogestraat 34, 34a en 36 te Aalten. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing binnen het plangebied (twee erven die in de zuidelijke helft bebouwd zijn met winkelpanden met een bovenwoning) te slopen en vervolgens de nieuwbouw van woningen te realiseren. Gespecificeerde archeologische verwachting

Op basis van het archeologisch bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. Deze verwachting is vooral gebaseerd op de ligging van het plangebied op de relatief hoger gelegen zuidelijke rand van een

plateau-achtige terrasrest ligt, langs het ten zuiden en lager gelegen beekdal van de Boven Slinge (ingesneden in het Oost-Nederlandse plateau). Het plangebied had in principe al een gunstige ligging voor het ontplooien van (tijdelijke) bewoningsactiviteiten vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Ook voor landbouwers vormde

het plateau-

achtige terrasrest, en daarmee het plangebied, een zeer gunstige nederzettingslocatie. Het plangebied behoort

tevens tot de historische dorpskern van Aalten. De kans op archeologische resten daterend vanafde 9°/10* eeuw is daarmee hoog tot zeer hoog. Binnen het plangebied moet dan ook rekening worden gehouden met de aanwezigheid van (stedelijke) ophogingspakketten en sporen van een pre-stedelijke menselijke bewoningsactivitei-

ten en agrarische bewerking van het gebied (greppels, kuilen en paalkuilen). Vanuit het oudst beschikbare historisch kaartmateriaal blijkt dat binnen het plangebied vanaf in ieder geval de tweede helft van de 18° eeuw al

in gebruik was voor woondoeleinden/dat er historische woonerven hebben gelegen. Gedetailleerd kaartmateriaal uit het begin van de 19° eeuw (Minuutplan) laat zien dat er in het zuidelijke deel van het plangebied bebouwing stond, langs de voorloper van de Hogestraat (twee woonerven die beide in het zuidelijke deel bebouwd

waren met een pand/woning). Wel hebben n het centrale en noordelijke deel van het plangebied verschillende panden gestaan tot n de jaren '60 van de 20° eeuw. De bestaande bebouwing binnen het plangebied (winkelpanden met een bovenwoning) betreft ook naoorlogse bebouwing.

Er dient rekeningte worden gehouden met

dat sloopwerkzaamheden (verwijderen van ondergrondse delen) recente verstoringen van de bodemopbouw hebben

veroorzaakt.

Resultaten

inventariserend veldonderzoek

De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) [aten een sterk en vaak diepgaande verstoorde bodemopbouw zien, waarbij verstoringen vrij recentelijk zijn. Geroerde/verstoorde lagen grond lopen door tot een variërende diepte van minimaal 40 tot maximaal 240 cm mv B 5 van de 8 boringen is de verstoringsdiepte aanzienlijk, tegen 2 m -mv dan wel voorbij 2 m -mv. Het gaat

zowel om na vergraving teruggestorte humeuze lagen grond als een teruggestort oorspronkelijk deel van de Chorizont (moderne vergravingen zijn uitgevoerd tot veelal ruim voorbij de oorspronkelijke top van de C-horizont). Hieronder is sprake van een scherpe overgang plaats direct naar de C-horizont en betreft grondmorene/ijssmeltwaterafzettingen van het plateau-achtige terrasrest. In geen van de boringen is een afdekkende laag dekzand waargenomen. Wellicht dat deze er wel heeft gelegen,

maar is door sterke mate van verstoring niet

meer te onderscheiden.

22991.001

versie

1

hO

RWm

dd

Econsultancy

Alleen in het geroerde deel van de bodemopbouw is antropogeen materiaal aangetroffen, bestaande uit resten beton-/baksteenpuin, kolengruis en machinaal glas. Deze zijn van recente ouderdom (20® eeuw) en zeer waarschijnlijk opgemengd met de vergraven en vervolgens teruggestorte grond. Topografisch kaartmateriaal |aat zien dat tot in de jaren ’60 van de 20° eeuw in het centrale en noordelijke deel van het plangebied bebouwing heeft

gestaan, waardoor het meest waarschijnlijk sloopresten betreffen. In het onverstoorde deel van de bodemopbouw zijn tot 30 cm in de top van de C-horizont geen archeologische indicatoren aangetroffen. Ook zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bewaard gebleven oude ophogingslagen/een

oude woongrond/een

oude cultuurlaag. Op basis van de resultaten van de karterende fase van het booronderzoek is er geen duidelijke aanleiding om de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied nog te vermoeden. Conclusie

Geconcludeerd wordt dat binnen het gehele plangebied reeds grootschalige en veelal diepgaande recente bo-

demingrepen

hebben

plaatsgevonden

en dat hierdoor het archeologisch niveau (potentiële vondstniveau én

sporenvlak) volledig is aangetast. Tevens ontbreekt het aan bewaard gebleven oude ophogingslagen/een oude woongrond/een oude cultuurlaag. Voor de plangebied dient de hoge tot zeer hoge verwachting bijgesteld dient te worden naar geen verwachting. Advies

Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van

de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een veelal diepgaande, sterk verstoorde bodemopbouw binnen het plangebied, waardoor archeologische resten niet meer ín sítu worden verwacht (archeologisch potentiële spo-

ren-/vondstniveau is sterk aangetast dan wel volledig verwijderd). Verstoringen zijn meest waarschijnlijk het gevolg van sloopwerkzaamheden

(verwijderen van ondergrondse delen) tijdens de tweede

helft van de 20°

eeuw. Daarnaast zijn er geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen tijdens het onderzoek en ontbreekt het aan bewaard gebleven oude ophogingslagen/een oude woongrond/een oude cultuurlaag. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld

door de bevoegde overheid (gemeente Aalten). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode.

De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan

melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

22991.001

versie

1

hO

RWm

dd

Econsultanc?

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Woningcorporatie De Woonplaats een archeologisch vooronderzoek uitge-

voerd voor een plangebied gelegen aan Hogestraat 34, 343 en 36 te Aalten (zie kaarten 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing binnen het plangebied (twee erven die in de zuidelijke helft bebouwd zijn met winkelpanden met een bovenwoning) te slopen en vervolgens de nieuwbouw van woningen te

realiseren. Voor de ontwikkeling is een omgevingsvergunning nodig. Bij de aanvraag van deze vergunning is gebleken

dat voor het plangebied

een archeologische onderzoeksplicht geldt.

Het archeologisch

onderzoek

is

noodzakelijk om vast te stellen of er archeologische waarden aanwezig kunnen zijn binnen het plangebied en om te bepalen of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. De onderzoeksplicht vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) en

de Erfgoedwet (2016). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advíes gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4).

Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 16 en 17 oktober 2023 door ir. (geanonimiseerd) N (senior KNA Prospector). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 30 oktober 2023 door ir. (geanonimiseerd) B (Senior KNA Pro(geanonimise rd) (geanonimiseerd) (Senior KNA Archeoloog). spector). Het rapport is gecontroleerd door N

2

2.1

BUREAUONDERZOEK

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

Hiervoor wordt

een

inventarisatie gemaakt

van

bekende

aardwetenschappelijke,

archeolo-

gische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeo-

logisch verwachtingsmodel opgesteld.

2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19-02-2018) en volgens de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 19-02-2018,

protocol 4002), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen

(CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda.

22991.001

versie

1

ONGWUIS

dK

u

Econsultanc? Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS0S. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06.> Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:

e _ afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LSO1); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02);

beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04);

opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05). Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal;

bouwhistorische gegevens; e … een recente topografische kaart; recente luchtfoto's;

het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3);

de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Aalten; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.

2.3

Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied is het gebied waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling plaats vindt. Het onderzoeksgebied is het

gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 300 meter rondom het plangebied.

3SIKB

22991.001

versie

1

ONGWUIS

dK

23

Econsultancy

Het plangebied heeft een oppervlakte van 1.624 m? en ligt aan de Hogestraat 34, 34a en 36, n het centraalnoordelijke deel van de bebouwde kom van Aalten (zie kaarten

1 en 2). Volgens het Actueel

Hoogtebestand

Nederland bevindt het maaiveld zich van zuid naar noord op een hoogte tussen circa 30 en 33 m +NAP. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Aalten, sectie |, nummer

11325 en sectie K, nummer 1704. Vol-

gens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 41 B (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 236.915 / Y: 438.275. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek

is het van belang de huidige situatie te onderzoeken.

Landgebruik en bebouwing

kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens.

Het plangebied betreft twee erven en is in de zuidelijke helft bebouwd met winkelpanden met een bovenwoning. De onbebouwde terreindelen rondom deze bebouwing zijn deels voorzien van een klinkerverharding en

verder in gebruik als siertuin/groenstrook. Het noordoostelijke deel van het plangebied wordt gebruikt als parkeerterrein, welke tevens is voorzien van een klinkerverharding. De Hogestraat en de weg De Hoven lopen respectievelijk langs de zuid- en noordzijde van het plangebied. Ten noordoosten van het plangebied bevindt zich

een parkeerterrein. Verder wordt het plangebied voornamelijk omgeven door woonpercelen (zie kaart 3). Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bo-

demarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed

overzicht van bekende

en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures.

Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Kern Aalten 2011 van de gemeente Aalten (vastgesteld op 24-

05-2012).* Volgens dit bestemmingsplan hebben het zuidelijke en centrale deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde — Archeologie dorpskern 1850. Het noordelijke deel van het plangebied heeft een dubbelbestemming

Waarden

— Archeologie

hoog.

Volgens de bijbehorende

planregels

is archeologisch

onderzoek

noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100/500 m? en dieper dan 40 cm -mv.

Deze dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Aalten.5 Volgens deze kaart (zie kaart 4) liggen het zuidelijke en centrale deel van het plangebied binnen het gebied aangeduid als Dorpskern 1850 (categorie 3). Dit betreft de dorpskern van Aalten zoals deze bekend was/vorm had in 1850. Het noordelijke deel van het plangebied ligt binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting (ca-

tegorie 4).

* Portaal voor Ruimtelijke Plannen 3 Brugman et l

2010

22991.001 versie 1

hO

RWm

dd

3/36

Econsultancy

Milieuhygiënische situatie Met de Atlas Gelderland wilt de provincie Gelderland inzicht geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit binnen de provincie in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat de Atlas Gelderland zien waar vroeger (bedrijfs-Jactiviteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen.

Voor het plangebied is door Milieutechniek

bestonderzoek

uitgevoerd. Aangegeven

Rouwmaat

Groenlo B.V. in 2021 een verkennend

bodem-

en as-

wordt dat de locatie voldoende onderzocht is beoordeeld is als niet

ernstig (geen sprake van ernstige verontreinigingen).

2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing binnen het plangebied (twee erven die in de zuide-

jke helft bebouwd zijn met winkelpanden met een bovenwoning) te slopen en vervolgens de nieuwbouw van woningen te realiseren. Ter plaatse van de nieuwbouw zal naar verwachting, bij de aanleg van een standaard

staalfundering op het gele zand (top van de C-horizont), de bodem tot een diepte van minimaal 1 m -mv worden afgegraven (bouwput). Tevens zullen diverse nutsvoorzieningen worden aangelegd (kabels en leidingen). Verder zullen de niet te bebouwen delen van de nieuwe woonerven worden ingericht als gazon/siertuin. Naar verwachting zullen hiervoor voornamelijk bodemverstorende ingrepen worden uitgevoerd tot een diepte van circa 30 tot 50 cm -mv. De geplande werkzaamheden

kunnen mogelijk tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige ar-

cheologische waarden worden verstoord.

2.5

Aardwetenschappelijke

gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeo-

logische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meerte weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en

de hydrologie van een gebied te bestuderen.

© https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=http://geoweb.gelderland.nl/Geocortex/Essentials/REST/sites/Bodemverontreinigingen_vl/viewers/bodemverontreinigingen/virtualdirectory/Resources/Config/Default

22991.001 versie 1

hO

RWm

dd

4136

S

Econsultancy

De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel2-1

Aardwetenschappelijke gegevens

plangebied

Type gegevens

Gegevensomsch

Geologie”

Dekzand van de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden) op grondmorene van

de Formatie van Drente op geconsolideerde Tertiare afzettingen.

Geomorfologiet

Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Meest waarschijnlijk

op de rand van een plateau-achtige terrasrest (5F41), nabij de overgang naar een dalvormige laagte (22R23).

Bodemkunde en grondwatertrap?

Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom, Van nature gevormde bodemprofiel meest waarschijnlijk een veldpodzolbodem, bestaande uit leernarm en zwak lemig fijn zand (Hn21 en met grondwatertrap VI

Landschappelijke ontwikkeling!® Het plangebied is gelegen op het Oost-Nederlandse Plateau. Het Oost-Nederlandse Plateau helt af naar het wes-

ten/noordwesten en wordt begrensd door het Pleistocene bekken. De geologische opbouw van het gebied is zeer gecompliceerd. Gedurende de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 250.000 - 130.000 jaar geleden) heeft het gebied geruime tijd onder een dikke, schuivende ijskap gelegen, waardoor het landoppervlak werd ‘overreden’,

geërodeerd en afgevlakt. Onder het landijs werd op veel plaatsen grondmorene (meestal keileem) afgezet, behorend tot de Formatie van Drente, Laagpakket van Gieten. De grondmorene

is gevormd

op het contactvlak

tussen het voortschuivende ijs en de ondergrond en bestaat in zijn meest kenmerkende vorm uit een structuur-

oze leem vermengd met grof zand, grind en stenen. Onder het honderden meters dikke gletsjerijs verzamelde zich gedurende het smeltseizoen veel water. Dit concentreerde zich in subglaciale smelwaterstromen, die door

de enorme hydrostatische druk een diep ingesneden systeem van tunneldalen vormden. De aanwezigheid van deze slecht waterdoorlatende afzetting aan of nabij de oppervlakte is, samen

met de onderliggende tertiaire

kleien, de oorzaak van het voorkomen van ondiepe grondwaterstanden tijdens regenachtige perioden. Aan het

einde van het Saalien werden de, (gedeeltelijk) met sediment opgevulde vroeg-pleistocene geulen van het OostNederlandse plateau, door smeltwaterstromen opnieuw uitgesleten. Hierdoor ontstonden grote en zeer diepe

erosiegeulen

(tunneldalen) waarin gedurende

het resterende deel van het Saalien en in het Eemien (circa

130.000 tot 115.000 jaar geleden) meren aanwezig waren. Ook ontstonden door afstromend regenwater uitgebreide afwateringssystemen, waarbij met name in de nabijheid van de oude smeltwatergeulen tot meer dan 20

meter diepe beekdalen uitgesleten werden.

7 De Mulder et af, 2003

2 NGR/Wageningen Environmental Research (2019) 2 NGR/Wageningen Environmental Research (2018) 1 De Mulder et a

m

2003 / Berendsen, 2008 / Van Beek, 2009 / Brugman et a/, 2010

JOÛRUMNE

HA

Econsultancy

Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 115.000 - 10.000 jaar geleden), bereikte het landijs Nederland niet. Toentertijd heerste er in Nederland wel een continentaal periglaciaal klimaat. Dit houdt in dat de omstan-

digheden erg koud en droog waren. Het landschap in Nederland bestond uit een poolwoestijn, waarin vrijwel geen vegetatie aanwezig was. Over een groot deel van Nederland werden

niveo-eolische, fluvio-eolische en

droog-eolische zanden afgezet. Grootschalige afzetting van niveo-eolische en fluvio-eolische zanden (voorheen aangeduid als de Oude Dekzanden) vond vooral plaats tijdens het Laat-Pleniglaciaal. Deze zanden worden gerekend tot de Formatie van Boxtel en betreffen vaak matig gesorteerde zanden, welke onder zeer koude omstan-

digheden door water en wind als een vlakke deken over het landschap zijn afgezet. Kenmerkend is dan ook dat deze zanden veelal horizontaal gelaagd zijn en dat er lemige banden in voorkomen.

Deze afzettingen worden

vaak aangezien voor verspoelde dekzanden. De term verspoeld dekzand is enigszins misleidend. Het gaat namelijk niet om eolische zanden die later zijn verspoeld, maar eerder om fluviatiele zanden die later deels zijn opgestoven.

De droog-eolische zanden, de dekzanden

(voorheen Jonge Dekzanden), zijn afgezet tijdens het Laat-

Glaciaal en behoren tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. De zanden zijn veelal afgezet in de vorm van langgerekte, vaak ZW-NO georiënteerde ruggen. Gelaagdheid is hierin meestal niet aanwezig, er ko-

men geen leem|agen in voor en het betreft vaak goed gesorteerde zanden. Op het Oost-Nederlandse plateau werd slechts een dunne laag (nat-Jeolische zanden afgezeten plaatselijk ontbreekt deze in het geheel, waardoor tertiaire kleien en keileem (vrijwel) dagzomen.

Hierdoor hebben

delen van deze afzettingen kunnen eroderen.

n de luwte van de dalen ontstonden wel enorme complexen van dekzandruggen. Deze ruggen vulden de laatpleistocene beekdalen grotendeels of zelfs volledig op, waardoor deze verstopt raakten en beeklopen gedwon-

gen waren zich te verleggen. In het Holoceen (vanaf ca. 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden

ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk heeft plaatsgevonden tijdens de laatste eeuwen.

De stuifzan-

den worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Veel beken be-

vinden zich binnen de lager gelegen smeltwaterdalen (tunneldalen). Het beekdal van de Boven Slinge, welke zich niet ver ten zuiden van het plangebied bevindt (circa 275/300 meter), bevindt zich in een dergelijk tunneldal. Daar waar tertiaire kleien en keileem (vrijwel) dagzomen bevinden zich, vanwege hun slechte waterdoorlatendheid, relatief veel natte bodems.

Ook zijn in het Holoceen verspreid over delen van het Oost-Nederlandse dekzandlandschap veengebieden ontstaan. Deze ontstonden vooral daar waar sprake was van een slechte ontwatering vanwege het voorkomen van natte, vlakke delen (depressies) omgeven

door hoger gelegen terreindelen en de aanwezigheid van ondoorla-

tende lagen. De veengebieden hadden vaak een kleine tot middelgrote omvang, samenhangend met de sterke landschappelijke variatie op relatief korte afstanden. Vanaf de Late-Middeleeuwen i het aanwezige veen vooral

kleinschalig gewonnen. Vanwege de meestal vrij geringe dikte van de veenpakketten en de slechte ontsluiting was grootschalige veenwinning economisch niet rendabel. Aanwijzingen van de voormalige venen en het afgraven daarvan zijn in het huidige landschap nauwelijks meer herkenbaar.

22991.001 versie 1

hO

RWm

dd

6/36

Econsultancy

Nadat veenwinning had plaatsgevonden ontwikkelde zich op de braakliggende terreinen een droge tot natte heidevegetatie. In de 19° en 20° eeuw werden deze gebieden vervolgens ontgonnen ten behoeve van agrarisch

gebruik, waardoor resten veen vaak volledig zijn vermengd met het onderliggende zanddek en volledig zijn geoxideerd, mede als gevolg van de gereguleerde grondwaterstanden. Dit (voormalige) hoogveen behoort tot de Formatie van Nieuwkoop. DINO

Het Dinoloket!! is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem

is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe

ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische

metingen,

resultaten van geologische,

geochemische

en geomechanische

monsteranalyses,

boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO.

In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd’2. Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit een circa 2 meter dik pakket eolische zand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. De dikte hiervan is zeer variabel. Vervolgens vind een overgang plaats naar zandige klei dat tevens

rik is aan grind/kiezels/stenen. Dit betreft de

grondmorene/keileem, behorend tot de Formatie van Drente (Laagpakket van Gieten). Ter plaatse van het plangebied wordt verwacht dat er vrijwel geen leem meer aanwezig is en dat er van de oorspronkelijke keileemlaag alleen nog een laag keizand resteert, ten gevolge van erosie.

Geomorfologie en Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Aalten bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd

(zie kaart 5).

Het Actueel Hoogtebestand Nederland’? vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse en |aat, ondanks de vertroebelende werking door de aanwezige bebouwing, zien dat het plangebied op de zuidelijke rand van een plateau-achtige structuur bevindt, met niet ver ten zuiden van het plangebied (circa

75 meter) de overgang richting het beekdal van de Boven Slinge (zie kaart 6). Daarmee zal het plangebied zich bevinden op de rand van een plateau-achtige terrasrest (SF41), nabij de overgang naar een dalvormige laagte (22R23).

De historische dorpskern van Aalten is ook ontstaan op het zuidelijke deel van een plateau-achtige

terrasrest, als hoger gelegen gebied direct langs het beekdal van de Boven Slinge. Bodemkunde en grondwatertrap Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Aalten bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie kaart 7). Direct langs het dal van de Boven Slinge komen van nature beekeerdgronden voor, op hoger gele-

gen dekzandruggen/-welvingen en plateau-achtige terrasresten vooral veldpodzolgronden. Meest waarschijnlijk betreft het van nature gevormde

bodemprofiel

binnen

het plangebied een veldpodzolbodem,

bestaande uit

leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21) en met grondwatertrap VI.

1 Dinoloket

’? Dit betreft de boringen B4180021 en 84180445 BAHN

22991.001 versie 1

hO

RWm

dd

7/36

Econsultancy

Vanwege de ligging het plangebied deelgebied binnen de historische dorpskern van Aalten dient rekening te worden

gehouden

dat door vrij intensieve

bewonings-

en agrarische activiteiten een

sterk antropogeen

be-

werkte grond zal zijn ontstaan, ook wel aangeduid al een oude woongrond. Hierbij werd ook grond aangevoerd naar de oude woon-/boerenerven en vermengd

met de top van de oorspronkelijke bodemopbouw.

Zeker in

(moes)tuingedeelten en boomgaarden werd ook mest toegevoegd. De oude woongronden worden veelal gekenmerkt door een opgebracht en daardoor ten opzichte van het huidige maaiveld dieper doorlopend pakket humeuze grond. Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan.

De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als

‘witte vlekken op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel 2-2 geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden

vastgesteld op een schaal van I tot VIl van respectievelijk extreem nat tot ex-

treem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwa-

tertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Tabel2-2

Grondwatertrappenindeling!*

GHGlem-my) GLG{em-mv) _ <50 ’)

<a0 5080

<40 80120

>40 80-120

<40 >120

40-80 >120

>80 >120

>140 -

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden

) Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VIl en II zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Voor het plangebied wordt een grondwatertrap VI of VIl verwacht. Hierdoor zal het plangebied is het verleden vermoedelijk een gunstige

vestigingslocatie voor zowel landbouwsamenlevingen als voor jagers-verzamelaars zijn geweest. Door de diepe grondwaterstand is wel de verwachting dat metalen en organische resten slecht zijn geconserveerd. Anderzijds

fungeert en eventueel (dik) ophoogpakket/dikke oude woongrond, indien aanwezig, als beschermende laag en daarmee voor beter conserverende omstandigheden voor (op enige diepte gelegen) metalen en organische resten.

* Locher & De Bakker, 1990

22991.001 versie 1

hO

RWm

dd

8/36

Econsultancy

2.6

Archeologische waarden

AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondsmeldingen Om inzicht te krijgen n bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied, is Archis3, geraad-

pleegd, de online database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).'3 Deze database bevat onder meer informatie over archeologische onderzoeken, vondstmeldingen en archeologische monumentterreinen. In kaart 9 zijn de archeologische waarden

in de omgeving van het plangebied

weer gegeven. Voor het onderzoek

wordt vooralsnog gekeken naar de waarden binnen een straal van 300 meter rondom het plangebied. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland.

De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit,

ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een

hoge archeologische waarde,

een zeer hoge archeologische waarde of een zeer

hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen zowel het plangebied als het onderzoeksgebied liggen géén AMK-terreinen (zie kaart 8). In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied aangegeven in ARCHISIJJ Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Als er tijdens archeologisch onder-

zoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende bedrijven en instellingen in totaal veertien

archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om twaalf bureau- en/of booronderzoeken (prospectief onderzoek), een proefsleuvenonderzoek en een archeologische begeleiding/opgraving (zie tabel 2-3 en kaart 8).

De meeste prospectieve onderzoeken (booronderzoeken) hebben geresulteerd n het aantreffen van een verstoorde bodemopbouw, dan wel dat er geen in sítu liggende archeologische resten zijn aangetroffen die kunnen

duiden op de aanwezigheid van een intacte archeologische vindplaats. Circa 120 meter ten noordoosten van het plangebied is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd, waar alleen 20°eeuwse kuilen en een kuil met een onbekend datering (door het gebrek aan diagnostisch vondstmateriaal) is aangetroffen. Er bleek geen sprake te zijn van een behoudenswaardige vindplaats. Circa 200 meter ten zuidoosten van het plangebied is een combinatie van begeleiding en proefsleuven en snelle doorstart naar DO uitgevoerd. Hierbij zijn, naast grote delen verstoring, enkele kuilen, paalkuilen en paalgaten

aangetroffen met een datering uit de 11°/ 12° (13°) en de 17°/18® eeuw, mede op basis aardewerkfragmenten (0.a. Pingsdorf geelwitbakkend). Tevens is een haardplaats uit de 17° eeuw aangetroffen. Deze sporen duiden

op overblijfselen van een erf/nederzetting uit bovengenoemde perioden. Verder zijn enkele 19°/20°-eeuwse kelders aangetroffen, die de mogelijk aanwezige oudere archeologische sporen verstoord

hebben.

De onder-

zochte locatie heeft een vrijwel identieke ligging n het landschap als onderhavig plangebied en |aa zien dat het

plangebied een hoge potentie heeft op bewoningsporen uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd.

s Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.

22991.001 versie 1

hO

RWm

dd

9/36

S

Econsultancy

Tabel2-3

Overzicht onderzoeksmeldingen

Zaakindentificatie (OMnummer)

4576188100

situering t.o.v. plangebied

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

60plangebied meter ten oosten van het

Type onderzoek:

De Hoven en Hogestraat te

Datum:

Aalten Gemeente

Uitvoerder:

bureau-en booronderzoek

Hamaland

Advies vof

2017-11-14

Resultaat: Het plangebied bevind zich in het grondmorenenlandschap Aalten

Coördinaat: 236983/438284

van Oost-Nederland en ligt op de rand van het Oost-Nederlands Plateau Volgensde geomorfologische kaartis het plangebied niet gekarteerd vanwege bebouwing. Wanneer de geomorfologie van de omgeving geextrapoleerd wordt, wordt verwacht dat de ondergrond in het plangebied bestaat uit dekzand met of zonder

oud

bouwlanddek.

Dit bouw-

landdek is vermoedelik aanwezigin de vorm van een eerdlaag van cirea 30 em dikte, waaronder het pleistocene zand aangetroffen kan worden. De exacte bodemopbouw, en de aan- of afwezigheid van de eerdlaag en de dikte ervan zal bepaald moeten worden door middel van booronderzoek. Op de bodemkaart i het plangebied en een straal van meer dan 500 m daaromheen niet gekarteerd vanwege bebouwing.

Met betrek-

king tot het plangebied zelf betekent dit dat de bodem mogelijkerwijs bestaat uit hoge bruine enkeerdgronden, vlakvaaggronden of veldpodzolgronden.

Op historische kaarten i vanaf 1811-1832 bebouwing be-

kend in het zuidelijke deel van het plangebied, angs de Hogestraat. Enkele wegen zijn ook vanaf deze periode bekend, evenals perceelsgrenzen. Uithet booronderzoek blijkt dat in het plangebied van oorsprong een eerdlaag aanwezig was, gelegen op smeltwaterafzettingen bestaande uit grof grindig zand van de Formatie van Drente, Laagpakket van Schaarsbergen. Na de ontginning van de oorspronkeljke heide is de eerdlaag opgebracht, welke na afgraven samen met grond van elders te-

ruggestort s en daarna door ploegen en/of graven vermengd i geraakt met de top van de C-horizont.

De antropogene aa

is tussen de 110 €m

en 145 cm dik, waaronder in de meeste boringen de C-horizont aangetroffen is. Waar aanwezig i de eerdlaag 20-25 cm ,

en dekt deze de

C-horizont af. De huidige bouwvoor, welke de onderliggende verstoorde lagen afdekt, i ontstaan ten tjde van het bouwen van winkels, en zal vermoedelijk niet veel ouder zin dan het bestaande filiaal van Albert Heijn. Er zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen t dens het booronderzoek. Vermoedelijk betreft het onderzochte gebied een oud landbouwareaal, met als vroegste datering Late-Middeleeuwen of Nieuwe tjd. Ter plaatse van de bestaande te slopen bebouwing en de kabels en leidingen:-tracés zal de ondergrond naar verwachting minimaal tot 80 cm -mv verstoord zijn (vorstvrije funderingsdiepte). De geplande bodemingrepen zullen naar verwachting geen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen schaden.

Daarom is geadwiseerd om geen ver-

volgonderzoekte aten uitvoeren 2232468100 (33428)

70 meter ten noorden van

Type onderzoek:

het plangebied

Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten

De

te Aalten

Datum:

Aalten

Resultaat: De resultaten van het onderzoek zijn niet bekend in ARCHIS.

Coördinaat: 236917/438350

Welis geadviseerd om in het plangebied geen aanvullend archeologisch

Hoven

Gemeente

bureau-en booronderzoek

2009-02-24

onderzoek uit te voeren.

Wat betreft de archeologie is er geen belem-

mering om het terrein vrj te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.

OÛGUMS-=dk

103

Econsultanc?' 2433234100 (60267)

110 metertennoordenvan

_ Type onderzoek:

het plangebied Varsseveldsestraatwegte

bureau-en booronderzoek

Uitvoerder: Bureau voor Archeologie |

Datum:

2014-02-12

Aalten

Resultaat: Mogelijk bevinden zich begravingen in de ondergrond.

Gemeente Aalten

onderzoek is utgevoerd om bij de planvorming hiermee rekening te

Coördinaat:236907/438392

_ kunnen houden. omheen

Het

In het tracé van het beoogde pad en in een zone daar-

zin twaalf boringen geplaatst tot maximaal 155 em diep. In

acht van de twaalf boringen zijn indicatoren voor begravingen aangetroffen, namelijk istnagels en botfragmenten.

De kistnagels bevinden

zich op 50 em of dieper; de botfragmenten bevinden zich 90 em of dieper.

De indicatoren zjn verspreid over het geplande tracé van het pad

aanwezig.

De indicatoren zijn een aanwijzing dat zich in de onderste

helft an de omgewerkte laag (resten van) begravingen kunnen bevinden. De indicatoren lggen alen dieper dan de maximum diepte van de beoogde ingreep (max. 35 cm). De ingreep zal daarom niet eiden tot het fysiek verstoren van de laag waarinzich (resten van) begravingen bevinden en uit oogpunt van fysiek behoud bestaat daarom geen belemme-

ring om het pad aan te eggen zoals beoogd 2119757100 (17421), 2119724100(17417)& 2119732100 (17419)

_

120 metertennoordoosten

| Type onderzoek:

van het plangebied Geurdenstraat1/Hoven23A

Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten | Datum: 2006-05-27

enGeurdenstraat/Varsse-

|

veldsestraatweg/Hoekstraat

| Wel s geadviseerd om n de gebieden met een hoge archeologische ver-

te Aalten

bureau-en booronderzoek

Resultaat: De resultaten van het onderzoek zin niet bekend in ARCHIS

wachting proefsleuven aan te leggen om gaafheid, omvang, datering en

Gemeente Aalten

conservering van archeologische resten te onderzoeken.

Coördinaat: 237022/438353

2230531100 (33166)

120 metertennoordoosten

_ Type onderzoek:

van het plangebied Geurdenstraat1/Hoven23A

_ dentifiatie (OM-nummer) 2119757100 (17421)}

te Aalten

Gemeente Aalten

Coördinaat:236996/438376

proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resuita-

ten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie ZaakinUitvoerder: ADC ArcheoProjecten

Datum: 2009-02-16

_ Resultaat: In sleuf 1 zijn zeven Kleine afvalkuilen uit de Nieuwe tjd aangetroffen. Waarschijnljk zijn het 20°-eeuwse kuilen. In sleuf 2 is 6&n kui gevonden waarvan de datering onbekend is, door het gebrek aan diagnostisch vondstmateriaal.

De vindplaatsen zijn echter bij de waarde-

stelling niet behoudenswaardig geacht.

Eris dan ook geadviseerd het

plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling. 2157024100 (22690)

160 metertenzuidoosten

__

Type onderzoek:

bureau- en booronderzoek

van het plangebied

Uitvoerder: Synthegra BV

Landstraat/Stationstraat te

Datum:

Aalten

Resultaat: In de oostelijke helft van het plangebiedis het plaggendek af-

Gemeente

Aalten

Coördinaat: 237049/438188

2007-05-29

gegraven en de natuurlijke bodemopbouw verstoord.

De archeologische

verwachting voor dit deel kan daarom worden verlaagd tot een zeer lage

verwachting voor alle perioden.

In het westelijk deel van het plangebied

zijn enkeerdgronden aanwezig.

De top van de onderliggende natuurlijke

afzettingen, waarin de prehistorische vondsten zouden moeten iggen, s echter afwezig. De verwachting voor het Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd s daarom bijgesteld naar laag, omdat de verwachte sporen uit deze perioden zich in de oorspronkelijke bodem zouden bevinden. Voor de Middeleeuwen en de Nieuwe tjd, waarvan resten in en op het

22991.001

versie

1

)

OÛGUMS-=dk

1/

#

Econsultancy

plaggendek kunnen worden aangetroffen, bljft de verwachting hoog, maar tijdens het archeologisch onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat er archeologische vindplaatsen in het plangebied aanwezig zjn Een archeologisch vervolgonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

5447642100

180 meter ten zuidoosten

‘Type onderzoek:

van het plangebied

Uitvoerder:

Hoek

Datum:

Landstraat

en Stations-

bureauonderzoek

Econsultancy BV

2023-07-18

straat te Aalten

Resultaat: Het bureauonderzoek toont aan dat er zich in het plangebied

Gemeente

mogelijk archeologische waarden kunnen bevinden.

Aalten

Coördinaat: 237068/438167

Er geldt in zijn alge-

meenheid een hoge verwachting voor alle perioden vanaf het Laat-Paleolthicum.

In het bijzonder vanwege de igging van het plangebied bin-

nen de historische dorpskern van Aalten is de kans zeer groot op het voorkomen van middeleeuwse en Nieuwe tijd archeologische resten. Vrijwel direct ten oosten van het plangebied, aan de overzijde van de

Landstraat,zijn tjdens gravend onderzoek al overblijfselen van een

erf/nederzetting/historische bebouwing aangetroffen. Op basis van beschikbaar historisch kaartmateriaal wordt het inieder geval zeer waarschijnlijk geacht in het oostelijke dee! van het plangebied ondergrondse restanten van historische bebouwing aan te treffen. De geplande ontwikkeling betreft een appartementencomplex, welke volledig zal worden voorzien met een souterrain/onderkeldering tot een diepte van cirea 2,5 m -mv. Hierbij zal de bestaande onderkeldering onder het ge‘bouw aan de Stationsstraat 2 worden gehandhaafd.

Het pand aan de

Landstraat 5 (oostelijk gelegen) betreft een gemeentelijk monument, welke wordt gerestaureerd/gerenoveerd. Op basis van deze ontwikkeling zullen er geen bodemingrepen worden uitgevoerd tot in de niveaus

waarin archeologische resten en sporen/structuren worden verwacht. Wanneer deze ontwikkeling ongewijigd blift, is het advies geen vervolgonderzoek/aanvullend onderzoekte laten uitvoeren.

Indien er voor

de nieuwbouw wijzigingen plaatsvinden, waardoor toch bodemversto-

rende ingrepen noodzakelik ijn tot voorbijhet niveau waarop reeds moderne/naoorlogse bodemverstorende ingrepen hebben plaatsgevonden (dieper dan 2,5 m -mv, kunnen niveaus waarin archeologische resten en sporen/structuren worden verstoord en is het advies een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een opgraving — variant ar-

cheologische begeleiding van de sloop- en graafwerkzaamheden. Dit op basis van de te verwachte vindplaatstypen/complextypen. Voor dit onderzoek zal voorafgaand een Programma van Eisen (PVE) moeten worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek

uitgevoerd dient te worden, en dient dan te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Aalten). Het pand aan de Landstraat 5 (oostelijk gelegen) betreft een gemeentelijk monument, welke wordt gerestaureerd/ gerenoveerd.

Hierzijn geen bodemverstorende gepland en

is het advies geen vervolgonderzoek/aanvullend onderzoek te laten uit-

2063412100 (9483)

200 meter ten zuidoosten

Type onderzoek:

van het plangebied

Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten

Aalten Kerkstraat/Landstraat

Datum:

te Aalten

Resultaat:

bureau-en booronderzoek

2005-03-02

De resultaten van het onderzoek zijn niet bekend in ARCHIS,

Op basis van de resultaten van het onderzoek, in combinatie met een

OÛGUMS-=dk

1/3

#

Econsultancy

Aalten

door een particulier eerder aangetroffen aardewerkfragment daterend

Coördinaat: 237124/438191

uit de Late-Middeleeuwen, is wel geadviseerd een vervolgonderzoek te

Gemeente

laten plaatsvinden n de vorm van het proefsleuvenonderzoek.

2173540100 (25055)

200 meter ten zuidoosten

Type onderzoek:

van het plangebied

doorstart naar DO, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uit-

Kerkstraat/Landstraat te Aal-

gevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OMnumrmer) 2063412100 (9483))

ten

Gemeente

Aalten

Coördinaat: 237124/438184

Uitvoerder: Datum:

ombinatie van begeleiding en proefsleuven en snelle

ADC ArcheoProjecten

2007-11-06

Resultaat: Gedurende de begeleiding zijn onder meer muurresten aangetroffen, die een recente datering hebben.

Daarnaast zijn enkele kel

ders aangetroffen, die de mogelijk aanwezige archeologische sporen verstoord hebben.

In het centrale gedeelte van het onderzoeksgebied

zijn twee proefsleuwen aangelegd, waaruit sporen uit de 11/12" en 17° eeuw zijn aangetroffen. Daar onder meer een haardplaats uit de 17° eeuwis aangetroffen, wijzen deze sporen op de aanwezigheid van een erf. Naar aanleiding van dit Inventariserend Veldonderzoek is een kort waardering- en selectieadvies opgesteld, dat reeds n een eerder stadium met het bevoegd gezag doorgesproken is. Naar aanleiding van dit advies is besloten tot een definitief archeologisch onderzoek.

Tijdens het

definitieve onderzoek is een derde werkput aangelegd, die de beide eerste proefsleuwen deels overlapt. Hierbijzijn, naast grote delen verstoring, enkele kuilen, paalkuilen en paalgaten aangetroffen uit de 11°/12°

(13°) en de 17°/18 eeuw aangetroffen, mede op basis van aardewerkfragmenten (0.a. Pingsdorf geelwitbakkend). De aard van de sporen wijst erop dat we hierte maken hebben met overbljfselen van een nederzetting uit bovengenoemde periode 2373384100 (52559)

200 meter ten oosten van

Type onderzoek:

het plangebied

Uitvoerder:

Markt 7 te Aalten

Datum:

Gemeente

Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek worden bewoningssporen

Aalten

Coördinaat:

237117/438320

bureauonderzoek

ADC ArcheoProjecten

2012-06-27

i de LME/NT verwacht, onder meer van voorgangers a 19°-eeuwse bebouwing aan de Markt.

de huidige

Het i niet voledig uitte sluiten

dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen.

Om

de op het bureauonderzoek gebaseerde gespecif

ceerde verwachting voldoende te kunnen aanvullen en toetsen, i gead-

viseerd om tijdens eventuele graafwerkzaamheden in een archeologische begeleiding te voorzien 2032487100 (11290)

250 meter ten oosten van

Type onderzoek:

het plangebied

Uitvoerder:

Markt e

Datum:

Aalten

Gemeente

Aalten

Coördinaat: 237157/438340

bureau- en booronderzoek

Synthegra BV

2002-01-23

Resultaat:

Op basis van de resultaten van het historisch onderzoek, de

grondboringen, de aangetroffen stratigrafie en het schaarse vondstmateriaal, s geconcludeerd worden dat de onderzoekslocatie van relatief lage archeologische waarde is. Bewoningssporen ontbreken.

Uit het his-

torisch onderzoek kan opgemaakt worden dat de onderzoekslocatie in de 17° eeuw als landbouwgrond in gebruik was en vanaf de 19° eeuw als tuin in gebruik is geweest.

De tekening uit 1651 laat een nog onbe-

‘bouwde es zien, waardoor we mogen concluderen dat de tuin vermoedelijk ook in de Late-Middeleeuwen in gebruik is geweest als

OÛGUMS-=dk

/3

#

Econsultancy

landbouwgrond. Het esdek is sterk geroerd en doorworteld.

Het perceel

is momenteel onbebouwd en heeft een verwilderde begroeïing.

Op

grond van de resultaten van het onderzoek Í er geen bezwaar tegen de voorgenomen plannen om de locatie (deels) te bebouwen.

Eris geen

aanleiding tot het instellen van een vervolgonderzoek. 2131477100 (19079)

250 meter ten zuidwesten

Type onderzoek:

van het plangebied

Uitvoerder:

Slingelaan 9 te Aalten

Datum:

Gemeente Aalten

Resultaat: In het plangebied werden op basis van het bureauonderzoek

Coördinaat:

archeologische resten verwacht.

236803/438051

bureau- en booronderzoek

Synthegra BV

2006-09.25

Voor het gebied geldt een middelhoge

archeologische verwachting voor nederzettingsterreinen uit de periode

Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. De archeologische resten worden verwacht aan of vlak onder het maaiveld.

Uit het booronderzoek

is

gebleken dat de bodem in vrijwel het gehele plangebied geen natuurlijk profiel vertoont, maar verstoord is tot een diepte van ca, 70 tot 100 m -m

In geen van de boringen zijn archeologische resten of indicatoren

aangetroffen.

De kans dat er een archeologische vindplaats binnen het

plangebied aanwezig is wordt daarom klein geacht. Erzijn daarmee geen duidelijke aanwijzingen gevonden dat er archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Een vervolgonderzoek is daarom niet noodzakelijk. 2279846100 (40024)

300 meter ten oosten van

Type onderzoek:

bureau-en booronderzoek

het plangebied

Uitvoerder:

BV

Kerkstraat

1 te Aalten

Datum:

Gemeente

Aalten

Resultaat: Op basis van de ligging binnen de historische kern van Aalten,

Coördinaat: 237196/438281

de ligging binnen de contouren van een (laatmiddeleeuws) kerkhof en

BAAC

2010-03-29

de aanwezigheid van (lat}middeleeuwse boerderijen, geldt er een specifiek (zeer) hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de perioden Volle-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd

(complextype: boerderij huisplaatsen met achtererve, afvalkuilen, waterputten, beerputten en verkavelingsgreppels, kerkhof) voor het gehele plangebied.

Funderings- en/of muurresten, eventueel in combinatie met

uitbraaksleuven, worden voornamelijk verwacht ter plekke van de hui-

dige bebouwing aan de straatzijden van de Kerkstraaten de Peperstraat, vanaf respectievelijk circa 40 en 80 cm -mv.

Deze zullen waarschijnlijk

dateren uit de Nieuwe tjd, waaronder oudere resten uit de Middeleeu-

wen kunnen voorkomen.

Op basis van de resultaten van het onderzoek

is geadviseerd dat een archeologisch vervolgonderzoek voor het plangebied met een hoge verwachting gewenst i in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.

De huidige bebouwing zal allereerst gesloopt dienen

te worden tot maximaal aan het maaiveld, alvorens het proefsleuvenonderzoek uitgevoerd kan worden. 2303959100 (43300) &

300 meter ten oosten van

Type onderzoek:

2304963100 (43452)

het plangebied

uitvoerder: Econsultancy BV

Bredevoortsestraatweg 9 te

Datum: 2010-10-05

Aalten

Resultaat: Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeo-

Gemeente

Aalten

Coördinaat: 237206/438376

bureau-en booronderzoek & 2010-10-22

logische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden.

In het bij-

zonder de ligging van het plangebied binnen de dorpskern van 1850 en de verwachte aanwezigheid van een esdek verhoogden de kans daarop. Daarom

is aansluitend

een

inventariserend

OÛGUMS-=dk

veldonderzoekde vorm

van

1/3

S

Econsultancy

een karterend booronderzoek uitgevoerd.

Het aangetroffen bodempro-

fiel binnen de noordelijke en centrale delen van het plangebied is geclassificeerd als een enkeerdgrond.

Binnen het zuidelijke deel bleek het oor-

spronkelijke bodemprofiel verstoord te zijn tot in de C-horizont.

De ge-

specificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek niet bevestigd. Op basis van de aard, de datering en het beperkte aantal van de vondsten, worden binnen het plangebied geen in ítu archeologische waar-

den verwacht.

Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de

aanwezigheid van archeologische waarden zijn ten aanzien van het plangebied geen aanbevelingen voor behoud van archeologische waarden of vervolgonderzoek gedaan.

Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. In het plangebied zijn geen vondst-

meldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan zestien vondstmeldingen geregistreerd (zie tabel 2-4 en kaart 8). Een deel van de vondstmeldingen zijn gekoppeld aan de archeologische onderzoeken zoeksgebied

zijn uitgevoerd

en hierboven

reeds samenvattend

zijn beschreven.

die binnen het onder-

Verder gaat het vooral om

vondstmateriaal aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden. Het gaat voornamelijk om aangetroffen

bouwkeramiek,

aardewerk

en metaal

(vooral slakken en spijkers)

uit de Late-Middeleeuwen

en

Nieuwe tijd, gekoppeld aan de historische dorpskern van Aalten. Ook is spaarzaam ouder/laat-prehistorisch aardewerk aangetroffen, waaronder fragmenten van Hilversum-Drakenstein-Laren-aardewerk. Verder opvallend zijn op circa 300 meter ten oosten van het plangebied aangetroffen skeletten die in hurkhouding

zijn bijgezet. Een datering zi

aan de skeletten niet gegeven. Door het ontbreken van bijgiften is een exacte

datering onbekend. Vanaf het Mesolithicum komen dit soort ‘hurkbegravingen’ al voor. Gezien echter de aan-

wezigheid van vroegmiddeleeuwse begravingen die in het centrum van Aalten zijn aangetroffen, waaronder zowel crematies als inhumaties, lijkt het aannemelijk deze hurkbegravingen

ook in de Vroege-Middeleeuwen

te

situeren. Typisch Saksisch aardewerk werd in dit grafveld in het centrum van Aalten niet gevonden, alhoewel wel gesproken wordt van de aanwezigheid van ‘Achterhoekse Saksen’ gedurende de Vroege-Middeleeuwen. Tabel2-4

Overzicht

Zaaknummer

k

mingsnummer)

2727451100

(waame-

ARCHIS-vondsten

Situering t.0.v. plangebied

Aard van de melding

40 meterten noordwesten | =Vroege-Middeleeuwen: fragmenten van gedraaid aardewerk

van het plangebied De Hoven

te Aalten

Gemeente Aalten Coördinaat:236880/438300

- botmateriaal

- fragmenten van keramische kogelpotten | - fragmenten van organisch plantaardig zaden/vruchten = fragmenten van Huneschans aw. (beschilderd/radstempel} Aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden

m

JOÛRUMNE

HA

#

Econsultancy

2875885100

Ohet metertennoordenvan | Vroege-Middeleeuwen: plangebied fragmenten van organisch plantaardig DNA monsters De Hoven te Aalten Gemeente

- fragment van een hutkom

Aalten

Coördinaat:236900/438350

2436037100

_ Aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden

110 metertennoordenvan _ Nieuwe tijd: het plangebied

Oude begraafplaatste Aal

- botmateriaal

_

- fragmenten van jzeren spijkers

ten

Gemeente Aalten

Aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden

Coördinaat: 236906/438392

2230531100

120 meterten noordoosten _ Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen: fragment van een keramische kogelpot

van het plangebied

Geurdenstraat 1/Hoven 23A te Aalten

Nieuwe tijd:

Gemeente Aalten

Coördinaat:236977/438379

-7 kuilen, afvalkuil

| - 4 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout} - 4 fragmenten van witbakkend geglazuurd aardewerk borden/schotels Aangetroffen tjdens de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek (zie zaakindentificatie (OM-nummer) 2230531100 (33166])}

2754068100

160 metertenoostenvan _ | -Vroege-Middeleeuwen: het plangebied botmateriaal Varsseveldseweg te Aalten Gemeente Aalten

Aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden

Coördinaat: 237080/438300

3078108100

170 metertennoordenvan | Uzertijd: het plangebied - handgevormd aardewerk Varsseveldsestraat te Aalten

Gemeente Aalten

Aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden

Coördinaat: 236980/438440

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=83d366e3-d15d-4a1c-a5c9-03faf0d46e74