Bijlage 2 - concept verordening Sociaal Domein 2026
Tekst van het document
de woonvoorziening geen oplossing meer is voor de woonproblemen van de inwoner. 5. Voor woonvoorzieningen en woningaanpassingen gelden afschrijvingstermijnen. Als de noodzaak of functionaliteit van een op basis van de Wmo gerealiseerde en in bruikleen gegeven woonvoorziening binnen de voor die voorziening geldende afschrijvingstermijn vervalt kan het college die woonvoorziening terugvorderen. 6. Het college kan nadere regels stellen omtrent afschrijvingstermijnen en het terugvorderen van niet afgeschreven voorzieningen.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
19
4.2.2 Een schone en leefbare woning [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner een maatwerkvoorziening kan krijgen als hij zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden als gevolg van een beperking. 2. Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan kan de maatwerkvoorziening ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke hulp voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. 3. De maatwerkvoorziening houdt in dat de inwoner de voorziening Huishoudelijke ondersteuning aangeboden krijgt. Huishoudelijke ondersteuning bestaat uit schoonmaakhulp. Wanneer dat nodig is wordt ook aandacht besteed aan het aanbrengen van structuur in de huishouding en/of het aanleren van huishoudelijke vaardigheden. 4.2.3 Wmo wonen [Wmo] 1. De inwoner behoort tot de doelgroep van een maatwerkvoorziening Wmo Wonen als hij 18 jaar of ouder is en er sprake is van complexe psychische en/ of psychosociale problematiek op meerdere levensterreinen. De inwoner kan zijn zorgvraag niet (uit)stellen. Hierdoor heeft de inwoner 24-uurs toezicht of bereikbaarheid van een professionele organisatie nodig. De gemeente stelt vast of de inwoner behoort tot de doelgroep van Wmo Wonen. 2. Wmo wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helpt om zichzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving. Wmo wonen kan hierbij nodig zijn om: a.
de zelfstandigheid van de inwoner te vergroten en hem beter mee te laten doen in de samenleving; b. het psychosociale functioneren van een inwoner te verbeteren; c. een psychiatrisch ziektebeeld te stabiliseren; d. maatschappelijke overlast te voorkomen; of e. de inwoner geen gevaar voor zichzelf of zijn omgeving te laten zijn. 3. De gemeente heeft beleidsregels voor WMO wonen gemaakt. Hierin staat waar inwoners die beschermd wonen nodig hebben zich kunnen melden en hoe er wordt omgegaan met de uitvoering van beschermd wonen. 4.2.4 Maatschappelijke opvang [Wmo] De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner een maatwerkvoorziening kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang als: a. de inwoner de thuissituatie heeft verlaten en deze opvang nodig is omdat de inwoner zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving als gevolg van psychische of psychosociale problemen; of b. er sprake is van dreiging van huiselijk geweld. Inwoners die maatschappelijke opvang nodig hebben kunnen zich rechtstreeks melden bij de centrumgemeente Doetinchem.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
20
Hoofdstuk 5 Participatie De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners meedoen in de samenleving, door betaald werk, door activiteiten, door vrijwilligerswerk, en door deelname aan het buurtleven. Waar nodig met ondersteuning. De mogelijkheden, talenten en eigen regie van de inwoner staan centraal. Meedoen is niet alleen een verantwoordelijkheid van de inwoner zelf of van de gemeente, maar ook van de samenleving (omkijken naar elkaar). Kernwaarden • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. • De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor. • Iedereen doet mee aan de samenleving. • De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen.
§ 5.1 Werk [PW] 5.1.1 Werk Werk is een belangrijke vorm van dag invulling. Mensen die niet werken maar dit wel kunnen worden door Laborijn geholpen bij het vinden van passend werk. De voorzieningen die hierbij worden ingezet moeten op een goede manier worden verdeeld over verschillende doelgroepen. Hoe de voorzieningen worden verdeeld wordt vooral bepaald door de kansen op betaald werk van de inwoners. De regels over deze voorzieningen zijn beschreven in de verordeningen die over de Participatiewet gaan. In deze verordening worden deze regels niet opnieuw benoemd.
§ 5.2 Meedoen [Wmo] De gemeente zorgt ervoor dat inwoners kunnen meedoen in de samenleving. In de gemeente zijn hiervoor: 1. plekken waarin inwoners elkaar kunnen ontmoeten; 2. activiteiten voor iedereen; en 3. mogelijkheden om vrijwilligerswerk te kunnen doen. Iedereen mag meedoen. Ook voor ondersteuning bij het vinden van deze activiteiten en ontmoetingsplekken kunnen inwoners bij de gemeente terecht. Hiervoor is geen besluit van de gemeente nodig. 5.2.1 Integrale ondersteuning De inwoner die de dag niet goed kan invullen of die de normale dagelijkse activiteiten niet zelf kan doen, kan in aanmerking komen voor integrale ondersteuning. Dat kan alleen als andere voorzieningen niet geschikt of niet voldoende zijn. De hulpverlener helpt dan bij de dagelijkse gang van zaken en bij terugkerende activiteiten. Ook kan de hulpverlener de inwoner helpen om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. Ook kan de inwoner bijvoorbeeld meedoen aan sociale, recreatieve of andere groepsactiviteiten. Als de inwoner daarbij vervoer nodig heeft, kan de gemeente ook helpen. 5.2.2 Persoonlijke verzorging [Wmo] Persoonlijke verzorging richt zich op het helpen bij, inslijten en/of aanleren van Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL), persoonlijke hygiëne en lichamelijke basiszorg. Persoonlijke verzorging is gericht op het aanleren, oefenen en bestendigen van vaardigheden en gedrag.
Zodat de inwoner deze taken (weer) zelfstandig of met behulp van zijn/haar omgeving kan uitvoeren. 5.2.3 Contact met anderen [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking in hun mobiliteit onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, een maatwerkvoorziening kunnen krijgen. De hulp houdt in dat inwoners geholpen worden bij vervoer dichtbij huis. Zo kunnen zij meedoen met recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf de dagelijkse boodschappen doen. Die hulp kan bestaan uit het aanbieden van: a. de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer (ZOOV) b. een taxi; c. een scootmobiel, of
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
21
d. het gebruikmaken van een ander vervoermiddel. 2. Als de inwoner van het voorgaande geen gebruik kan maken kan de gemeente de inwoner een bijdrage in de kosten geven voor: a. het gebruik van een eigen auto; b. het gebruik van een (rolstoel)taxi. 3. Het moet gaan om: a. het zich verplaatsen rondom de woning; b. het zich verplaatsen over een langere afstand tot 20 kilometer van huis; of c. het vervoer naar de plek waar de inwoner deelneemt aan een activiteit in de gemeente. 5.2.4 Rolstoel [Wmo] 1. De inwoner die zich niet kan verplaatsen in en om de woning, kan in aanmerking komen voor een rolstoel, als deze noodzakelijk is voor dagelijks zittend gebruik. 2. De inwoner die door een beperking niet kan sporten zonder sportvoorziening komt eens in de 3 jaar in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van aanschaf van een sportrolstoel. 5.2.5 Vervanging vervoermiddel en rolstoel [Wmo] Als de inwoner een maatwerkvoorziening wil en het gaat om vervanging van een eerder door de gemeente verstrekte rolstoel of vervoermiddel, dan doet de gemeente dit alleen, als het vervoermiddel of de rolstoel: a. technisch is afgeschreven; b. verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om; of c. geen oplossing meer is voor de problemen die de inwoner ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of het vervoer dicht bij huis.
5.2.6 Terugvordering verstrekte hulpmiddelen 1. Als de noodzaak of functionaliteit van een op basis van de Wmo in bruikleen verstrekt hulpmiddel vervalt binnen de voor dat hulpmiddel geldende afschrijvingstermijn kan het college het hulpmiddel terugvorderen. 2. Het college kan nadere regels stellen omtrent afschrijvingstermijnen en het terugvorderen van nog niet volledig afgeschreven hulpmiddelen.
§ 5.3 Mantelzorg 5.3.1 Ondersteuning mantelzorger [Wmo] De gemeente biedt aan alle mantelzorgers, zowel jeugdigen als volwassen inwoners, allerlei mogelijkheden voor ondersteuning: Deze hulp is vrij toegankelijk. De inwoner heeft hiervoor geen verwijzing door een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts nodig, en ook geen besluit van de gemeente. 5.3.2 Maatwerkvoorziening mantelzorgondersteuning [Wmo] 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die mantelzorg geven, een maatwerkvoorziening kunnen krijgen als zij niet meer in staat zijn om de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat zij overbelast raken; of 2. Als het voor een korte periode niet meer lukt om de mantelzorg vol te houden en de mantelzorg niet overgenomen kan worden door vrijwilligers kan de maatwerkvoorziening worden gegeven in de vorm van een professional die de mantelzorg tijdelijk overneemt. 5.3.3 Mantelzorgwaardering 1. De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers (volwassen en jonge mantelzorgers) voor inwoners in de gemeente Aalten met een zorgbehoefte. Daarom biedt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering aan. Het doel van de mantelzorgwaardering is om een blijk van waardering aan de mantelzorgers te geven. 2. Een mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door of namens de inwoner die mantelzorg ontvangt.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
22
Hoofdstuk 6 Inkomensondersteuning en schulden De gemeente heeft een financieel vangnet voor inwoners die te weinig inkomen en vermogen hebben om de dagelijkse kosten te betalen: een maandelijkse bijstandsuitkering. Deze inwoners en andere inwoners met een lastige financiële situatie kunnen bij de gemeente een aantal aanvullende voorzieningen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Voor een aantal extra’s wordt een inkomensgrens genoemd. Dit is geen harde grens, maar een uitgangspunt bij het beoordelen van aanvragen. Daarnaast geven we enkele basisregels voor de hulp die de gemeente kan bieden bij een schuldenprobleem. Kernwaarden • De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor. • De gemeente zet zich in voor het voorkomen van armoede en schulden. • De gemeente zorgt voor een financieel vangnet. • De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. • De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen. • De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. • Iedereen doet mee aan de samenleving.
6.1 Armoedebeleid en schuldenbeleid In deze § wordt beschreven waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken en uitvoeren van beleid om armoede en schulden in de gemeente te voorkomen en tegen te gaan. 6.1.1 Uitgangspunten [PW, Wgs, Gemeentewet] 1. De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving. De gemeente neemt maatregelen om armoede en schulden te voorkomen (preventie) en te bestrijden. 2. De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of die schulden hebben hulp aan bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die hulp is dat inwoners blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen. 3. De gemeente richt het armoedebeleid en schuldenbeleid zo in, dat inwoners met een laag inkomen ondersteund worden. 4. De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid en schuldenbeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, inburgering, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. 5. De gemeente zorgt ervoor dat gemeentelijke inkomensondersteunende voorzieningen en toeslagen die per maand of per jaar worden verstrekt, na afloop van die periode op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden.
6.1.2 Preventieve Maatregelen [PW, Wgs Gemeentewet] De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven van inwoners en organisaties die zijn gericht op het tegengaan van armoede en schulden.
§ 6.2. Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand is een belangrijke voorziening van de gemeente om inwoners financieel te helpen als zij bepaalde onverwachte kosten niet kunnen betalen. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet. 6.2.1 Vangnet [PW] 1. De gemeente biedt bijzondere bijstand actief aan als een financieel vangnet voor inwoners die geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorliggende voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer: a. extra noodzakelijke uitgaven kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald; en
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
23
b. voldoende mogelijkheden hebben om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. 2. Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekt de gemeente de kernwaarden en de uitgangspunten van het gemeentelijke armoedebeleid die bij artikel 6.1.1. beschreven zijn. 3. De gemeente maakt zo weinig mogelijk gebruik van bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening of borgstelling. 4. De gemeente heeft beleidsregels over bijzondere bijstand. Daarin is geregeld wanneer de inwoner in aanmerking kan komen voor bijzondere bijstand. 6.2.2 Zorgkosten Voor inwoners met veel medische kosten heeft de gemeente de volgende regelingen: a. bijzondere bijstand zorgkosten; b. vergoeding eigen risico zorgkosten. 6.2.2.1 Doelgroep [Pw, Gemeentewet] Inwoners van de gemeente Aalten met veel medische kosten komen in aanmerking als zij een inkomen hebben dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. Ook als het inkomen hoger is dan 120% van de bijstandsnorm kunnen inwoners in aanmerking komen voor een (gedeeltelijke) vergoeding. Hoeveel dit is hangt af van de hoogte van het inkomen, de zorgkosten en de gezinssamenstelling. 6.2.2.2 Bijzondere bijstand zorgkosten [PW] 1. De gemeente kan vanuit deze regeling extra noodzakelijke kosten vergoeden die de inwoner moet maken door ziekte of beperking. De kosten kunnen eenmalig zijn, maar ook wekelijks of maandelijks terugkomen. 2.
De inwoner krijgt geen vergoeding als de kosten al vergoed worden, bijvoorbeeld door de zorgverzekeraar. 6.2.2.3 Vergoeding eigen risico zorgkosten [Gemeentewet] De eerste € 100,- van het verplichte eigen risico van de zorgkosten betaalt de inwoner zelf. Van het resterende bedrag kan de inwoner tot 50% vergoed krijgen van de gemeente. 6.2.3 Vergoeding kosten zwemlessen Water is overal om ons heen en een ongeluk zit vaak in een klein hoekje. Het is dus belangrijk dat inwoners leren zwemmen. Inwoners met een laag inkomen en zonder financiële buffer kunnen daarom (voor hun kinderen) in aanmerking komen voor vergoeding van de kosten van de zwemlessen voor het behalen van zwemdiploma A en B.
§ 6.3 Collectieve zorgverzekering [PW] 6.3.1 Collectieve zorgverzekering Voor inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm heeft de gemeente een collectieve zorgverzekering afgesloten. In beleidsregels staat wanneer en hoe deze inwoners kunnen meedoen aan de collectieve zorgverzekering. Inwoners kunnen zich aanmelden via een Externe link: www.gezondverzekerd.nl.
§ 6.4 Individuele inkomenstoeslag Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de individuele inkomenstoeslag bedoeld. Het is een toeslag die jaarlijks kan worden aangevraagd. Hier is beschreven voor welke inwoners de individuele inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden. 6.4.1 Doelgroep [PW] De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor de inwoner van 21 jaar of ouder, maar jonger dan de AOWleeftijd die: a. in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen heeft gehad dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm; b. geen financiële buffer heeft; en
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
24
c. geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. Bij een minimale overschrijding van de inkomensgrens kan het college besluiten toch een individuele inkomenstoeslag toe te kennen. 6.4.2 Hoogte van de toeslag [PW] 1. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar vastgesteld voor: a. een alleenstaande; b. een alleenstaande ouder; c. gehuwden of samenwonenden. 2. Voor gehuwden en samenwonenden geldt het volgende: als één van de partners geen recht heeft op individuele inkomenstoeslag, krijgt de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Het gaat om situaties, waarbij de partner uitgesloten is van de individuele inkomenstoeslag op grond van artikel 11 en 13, eerste lid van de Participatiewet. 3. De gemeente bekijkt elk jaar of de individuele inkomenstoeslag verhoogd moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna.
§ 6.5 Kindpakket Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. De gemeente heeft maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Deze maatregelen worden het kindpakket genoemd. Hier zijn de uitgangspunten benoemd die voor het kindpakket gelden. 6.5.1 Doelgroep [PW, Gemeentewet] Het kindpakket is bedoeld voor gezinnen met (thuiswonende) kinderen van 4 tot 18 jaar, die geen goede financiële buffer hebben en moeten rondkomen van een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. Ook als het inkomen hoger is dan 120% van de bijstandsnorm kunnen inwoners in aanmerking komen voor een gedeeltelijke vergoeding. De bijdrage van de gemeente is een vastgesteld maximaal bedrag per kind per jaar. 6.5.2 Inhoud kindpakket [Gemeentewet] De gemeente bepaalt de inhoud van het kindpakket, na overleg met scholen en/of andere organisaties die het gezond opgroeien van kinderen tot doel hebben. Het kindpakket bestaat in ieder geval uit: 1. een bijdrage in de kosten voor de aanschaf van een computer die nodig is voor het volgen van onderwijs; 2. een bijdrage in de extra kosten die een gezin moet maken voor de overgang van een kind van basisnaar voortgezet onderwijs; 3.
een bijdrage voor het meedoen aan schoolactiviteiten, aanschaf van een fiets of iets dergelijks.
§ 6.6 Meedoenregeling Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer kunnen gebruik maken van de Meedoenregeling. Daarmee kunnen inwoners kosten betalen om te sporten en om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. 6.6.1 Doel [Gemeentewet] De Meedoenregeling is bedoeld voor sociale, sportieve, culturele, educatieve en andere maatschappelijke activiteiten. 6.6.2 Doelgroep [Gemeentewet] a. De inwoner die een laag inkomen en geen goede financiële buffer heeft kan in aanmerking komen voor de Meedoenregeling. Inwoners hebben in ieder geval een laag inkomen als zij een inkomen hebben dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. Ook als het inkomen hoger is dan 120% van de bijstandsnorm kunnen inwoners in aanmerking komen voor een gedeeltelijke vergoeding. De bijdrage van de gemeente
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
25
is een vastgesteld maximaal bedrag per jaar. De regeling is voor zowel jeugdige als volwassen inwoners. b. De gemeente heeft beleidsregels armoedebeleid. Daarin is geregeld wanneer de inwoner in aanmerking kan komen voor de meedoenregeling.
§ 6.7 Schuldhulpverlening De gemeente heeft de taak om inwoners met (dreigende) schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen. 6.7.1 Samenwerking en toegang [Wgs] 1. De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische schulden opbouwen. 2. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3. De gemeente informeert inwoners over de hulp die zij kan aanbieden en zorgt ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is. 4. De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft. 6.7.2 Schuldhulpverlening [Wgs] 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp zo snel mogelijk krijgt. 2. De gemeente informeert de inwoner die hulp kan krijgen over de manier waarop de hulp wordt gegeven en welke voorwaarden daarvoor gelden.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
26
Hoofdstuk 7 De vorm van de hulp De hulp die de gemeente geeft wordt in principe ‘in natura’ verstrekt: de gemeente zorgt ervoor dat hulp wordt ingezet en betaalt deze hulp. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld huishoudelijke ondersteuning) maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel of woningaanpassing). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (inkomenstoeslag) of als een Persoonsgebonden budget. Elke vorm van hulp wordt ook wel “een voorziening” genoemd. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage van de inwoner kan vragen. Kernwaarden • De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. • De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor. • De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. • De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.
§ 7.1 Zorg in natura [Jeugdwet, Wmo, Wgs, Gemeentewet] 7.1.1 Zorg in natura 1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen of in eigendom verstrekt. 2. De gemeente zorgt ervoor dat de aanbieder van een product de inwoner voldoende helpt om het product goed te kunnen gebruiken. 3. De gemeente ziet erop toe dat de aanbieder van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft en de inwoner informeert over alles wat van belang is om te weten over het product. 4. De gemeente ziet erop toe dat de aanbieder van een dienst de inwoner informeert over alles wat van belang is om te weten over de dienst. 7.1.2 Inhoud van de beschikking over Zorg in natura De gemeente legt in het besluit in ieder geval vast: a. waarvoor de hulp bedoeld is; b. wat de hulp inhoudt of welke zorgaanbieder het zorgplan samen met de inwoner maakt; c. wanneer de hulp in gaat en hoelang de hulp duurt; d. door wie de hulp wordt gegeven; e. welke voorwaarden en verplichtingen er voor de hulp gelden; f. of en, zo ja, welke eigen bijdrage de inwoner moet betalen.
§ 7.2 Hulp in geld (financiële tegemoetkoming, onkostenvergoeding) [Jeugdwet, Wmo, PW, Gemeentewet, Awb) 7.2.1 Hulp in de vorm van geld 1. De inwoner ontvangt van de gemeente hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Alleen als in de wet of in deze verordening anders is bepaald en dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner, dan moet het geld wel worden terugbetaald. 2. Als zorg in natura of Pgb geen adequate oplossing biedt kan aan degene die vanuit een sociale relatie aan een inwoner informele hulp verleent per kalendermaand een financiële tegemoetkoming en, voor zover van toepassing, een onkostenvergoeding voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten worden gegeven. De tegemoetkoming biedt de inwoner een mogelijkheid om zijn sociaal netwerk in te zetten zonder dat er sprake is van een zorgovereenkomst. Daarnaast kan bij hulp in de vorm van geld ook worden gedacht aan een tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten, de kosten van tijdelijke vervangende woonruimte of een tegemoetkoming in de kosten van een sportrolstoel. 3. De gemeente zorgt ervoor dat zij de betaling aan de inwoner doet binnen 2 weken nadat de gemeente een besluit heeft genomen over de betaling of als aan de voorwaarden is voldaan.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
27
4. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen maar op een andere manier kan worden bereikt. Dan kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm betalen of aan een andere persoon/organisatie betalen. 5. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen, als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een terugbetaling op grond van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. 6. De gemeente kan een besluit nemen om betalingen te doen, zonder dat de inwoner daar met een brief over wordt geïnformeerd, als bij de overboeking voldoende duidelijk wordt gemaakt waarom de betaling wordt gedaan. 7.2.2 Inhoud van de beschikking over hulp in de vorm van geld De gemeente legt in het besluit in ieder geval vast: a. Hoeveel geld wordt gegeven; b. voor welk doel of resultaat het geld wordt gegeven; c. wanneer het geld wordt betaald; d. hoe vaak het geld wordt betaald; e. welke voorwaarden en verplichtingen er gelden; f. of en, zo ja, welke eigen bijdrage de inwoner moet betalen.
§ 7.3 Hulp in de vorm van een Persoonsgebonden budget (Pgb) 7.3.1 Voorwaarden [Jeugdwet, Wmo] 1. In plaats van hulp in natura kan de inwoner een Pgb krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat. Hiervoor moet wel voldaan zijn aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen. Het Pgb kan worden verstrekt als een bedrag ineens of in de vorm van een budget waaruit periodiek betalingen kunnen worden verricht. 2. De gemeente kent een Pgb pas toe als zij vindt dat de inwoner of zijn Pgb-vertegenwoordiger in staat is zijn belangen voldoende te behartigen. De inwoner moet de taken die bij het Pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. 3. De inwoner moet aangeven waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en hij een Pgb wenst in plaats van een maatwerkvoorziening in natura. De inwoner moet alle informatie aan de gemeente geven die nodig is. Hieronder valt bijvoorbeeld het doorgeven wie namens de inwoner zijn belangen behartigt, wie de hulp gaat verlenen, op welke wijze de kwaliteit van de maatwerkvoorziening voorziening is gewaarborgd en wat de kosten van de hulp zijn in aantal eenheden en tarief. De inwoner doet dit in een Pgb-budgetplan, dat door de gemeente moet worden goedgekeurd. 4. Het Pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed.
Het Pgb kan niet worden besteed aan kosten: artikel 21 Model geïntegreerd. a. voor bemiddeling, tussenpersonen of belangbehartigers; b. voor het voeren van een Pgb-administratie; c. voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een Pgb-administratie; d. voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s); e. die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college; f. voor een aanvraag Verklaring Omtrent Gedrag. 5. Bij een wijziging van het Financieel besluit Sociaal Domein in het nadeel van de cliënt hanteert de gemeente een afbouwregeling of kan de cliënt tijdig schriftelijk van een voor hem of haar te wijzigen situatie op de hoogte worden gebracht. 6. Het college nadere regels stellen aan de kwaliteit van voorzieningen en de eisen met betrekking tot de deskundigheid. 7.3.2 Pgb bij hulp door personen uit het sociaal netwerk [Jeugdwet, Wmo] 1. De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociaal netwerk van de inwoner zijn. Deze persoon heeft met goede argumenten aangegeven dat hij door het geven van de hulp niet overbelast raakt. Ook is deze persoon in staat om kwalitatief goede hulp te bieden en planmatig te werken. 2. Hulp door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociaal netwerk gezien.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
28
7.3.3 Gronden waarop een Pgb kan worden geweigerd of ingetrokken In hoofdstuk 2 zijn enkele voorwaarden genoemd waaraan een aanvraag moet voldoen. Daarnaast geldt voor het Pgb dat deze ook kan worden geweigerd of ingetrokken als: 1. de ondersteuning, de hulpmiddelen, de woningaanpassing of de andere voorziening die de inwoner met het Pgb wil inkopen volgens de gemeente van onvoldoende kwaliteit is of niet genoeg helpt om het resultaat te bereiken dat in het ondersteuningsplan is genoemd; 2. de inwoner onder druk is gezet om de ondersteuning, de hulpmiddelen, de woningaanpassing of de andere voorziening te betrekken van een bepaalde persoon of organisatie. 3. het Pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij het college hiervoor speciaal toestemming heeft gegeven; 4. de inwoner het Pgb niet zelf kan beheren en de door hem daarvoor aangewezen Pgb-vertegenwoordiger dezelfde persoon is als degene die de hulp gaat verlenen. Dit geldt niet voor ouders die jeugdhulp geven aan een eigen minderjarig kind. Deze ouders kunnen voor die jeugdhulp wel een Pgb beheren. 5. het gaat om Hoog Complexe Weinig Voorkomende Zorg met Verblijf (Jeugdhulp); 6. het gaat om een jeugdige die een kinderbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel heeft gekregen of is opgenomen in een gesloten accommodatie; 7.
de Pgb-houder of Pgb-aanbieder geen of onvoldoende medewerking verleent aan een verzoek als bedoeld in artikel 7.3.4. lid 1; 8. er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de (jeugd-) hulp of ondersteuning, wat zich in ieder geval voordoet als deze in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag: a. fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; b. betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; c. veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf; d. op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder of; e. een Bibob onderzoek hiertoe aanleiding geeft. 7.3.4 Verantwoording en uitbetaling Pgb [Jeugdwet, Wmo] 1. De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het Pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. 2. Als een inwoner een maatwerkvoorziening in de vorm van een Pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is. 3. Het Pgb wordt uitbetaald door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) of door de gemeente als het een bedrag ineens betreft. 7.3.5 Inhoud van de beschikking over hulp in de vorm van een Pgb Geeft de gemeente hulp in de vorm van een Pgb, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a.
waarom de hulp niet in natura kan worden verstrekt; b. waarvoor het Pgb bedoeld is en welk effect daarmee bereikt moet worden; c. hoe hoog het Pgb is; d. of het bij het Pgb gaat om een bedrag ineens of om een budget waaruit periodiek betalingen worden gedaan; e. als het Pgb bedoeld is voor de aanschaf van een voorziening: of en wanneer die voorziening eigendom wordt van de inwoner; f. als het Pgb een budget is waaruit periodiek betalingen worden gedaan: voor welke termijn het Pgb geldt, waarbij de termijn maximaal 2 jaar mag bedragen; g. welke kwaliteitseisen er gelden voor de besteding van het Pgb; h. wie het budget beheert en hoe de inwoner duidelijk maakt op welke wijze het Pgb is besteed; i. welke voorwaarden en verplichtingen er voor het Pgb gelden; j. of en, zo ja, welke eigen bijdrage de inwoner moet betalen; 7.3.6 Opschorten van het Pgb [Jeugdwet, Wmo] De gemeente kan aan de SVB vragen om betalingen uit het Pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het Pgb voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als: a. de inwoner onjuiste of onvolledig informatie heeft verstrekt, terwijl het verstekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; b. de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die bij een Pgb horen; of
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
29
c.
de inwoner het Pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt.
§ 7.4 De hoogte van de hulp in geld, de hoogte van het Pgb en de eigen bijdrage [Wmo, Jeugdwet] 7.4.1 De hoogte van het Pgb, van andere financiële tegemoetkomingen en van onkostenvergoedingen [Jeugdwet, Wmo] 1. De inwoner maakt een plan voor de besteding van het Pgb. Dit is het Pgb budgetplan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het Pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en stelt daarna het Pgb vast. 2. Het Pgb wordt als volgt berekend: a. Voor professionele, niet gecontracteerde ondersteuning Wmo en Jeugdhulp: het Pgb-tarief bedraagt maximaal het voor adequate zorg gecontracteerde tarief voor het desbetreffende product”. Het tarief is lager als op basis van het door de inwoner ingediende Pgb-plan passende en toereikende hulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. Bij Wmo-wonen kan het zijn dat de inwoner woonkosten moet betalen. Bij het vaststellen van de hoogte van het Pgb wordt daarmee rekening gehouden. b. Voor professionele, niet gecontracteerde huishoudelijke ondersteuning: het Pgb-tarief wordt bepaald door op het geldende ZIN-tarief voor huishoudelijke ondersteuning 15 % overheadkosten in mindering te brengen. c. Voor informele ondersteuning (sociaal netwerk): De hoogte van het Pgb voor niet-professionele hulp, met uitzondering van logeren, wordt als volgt vastgesteld: I.
hulp bij het huishouden: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren II. individuele ondersteuning en persoonlijke verzorging: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. De hoogte van het Pgb voor informele jeugdhulp bedraagt minimaal 100% van het wettelijke minimumloon. III. is er sprake van een arbeidsovereenkomst waarbij werkgeverslasten afgedragen moeten worden, wordt het Pgb verhoogd met deze werkgeverslasten. d. Voor een woonvoorziening, woningaanpassing en hulpmiddel: de hoogte van het Pgb komt overeen met de laagste kostprijs voor een veilige, doeltreffende en kwalitatief goede voorziening volgend uit (minimaal) 2 offertes. Daarnaast geldt dat: I. het Pgb nooit hoger is dan de gebruikelijke kostprijs van de voorziening of het bedrag dat de gemeente zou betalen voor de voorziening (kostprijs zorg-in-natura). Wanneer de offerte hoger is dan een van deze maximumbedragen vergoedt de gemeente de meerprijs niet; II.
De gemeente houdt bij de bepaling van het Pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. 3. Het college stelt de maximale bedragen en tarieven Pgb, financiële tegemoetkomingen en onkostenvergoedingen jaarlijks vast in het Financieel besluit Sociaal Domein gemeente Aalten. 7.4.2 Wat is de eigen bijdrage 1. Ongeacht inkomen of vermogen betaalt de inwoner een vaste eigen bijdrage in de kosten voor bepaalde Wmo-maatwerkvoorziening voorzieningen zolang de inwoner gebruik maakt van de hulp of voor de periode waar voor een Pgb is verstrekt. Uitgangspunt is dat als eigen bijdrage het op basis van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 toegestane maximumbedrag in rekening wordt gebracht. Gaat het om een product dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. Voor welke voorzieningen de gemeente een eigen bijdrage vraagt staat in het Financieel besluit Sociaal Domein. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). 2. De eigen bijdrage is niet hoger dan de kostprijs van een voorziening. In het geval van een hulpmiddel worden ook de kosten voor onderhoud meegenomen. De eigen bijdrage is niet verschuldigd voor elke volledige kalendermaand waarin feitelijk geen ondersteuning heeft plaatsgevonden. De inwoner moet dit zelf melden bij de gemeente.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
30
3. Gaat het om kosten voor een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie in ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek), en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner. 4. De inwoner die tegen Wmo-tarief gebruik maakt van het collectief taxivervoer is aan de gemeente een jaarlijkse bijdrage in de kosten verschuldigd. De hoogte van de jaarlijkse bijdrage is vermeld in het Financieel besluit Sociaal Domein gemeente Aalten.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
31
Hoofdstuk 8 Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de maatwerkvoorziening voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen. Kernwaarden • De gemeente ziet inwoners als volwaardige partners. • De eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner gaan voor. • De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is. • De inwoner geeft de informatie die nodig is.
§ 8.1 Hoe gaan we met elkaar om? 8.1.1 De rol van de gemeente [Gemeentewet, Awb] 1. De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. b. De inwoner heeft, om zijn probleem te bespreken, recht op een gesprek op het gemeentekantoor of bij hem thuis. c. De gemeente helpt de inwoner om zijn probleem bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie. d. Er zijn eenvoudige aanvraagformulieren beschikbaar voor de inwoner die een maatwerkvoorziening voorziening nodig heeft en die wil aanvragen. Het is voor de inwoner duidelijk waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn. e. De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. f. De gemeente respecteert de privacy van de inwoner. g. De gemeente maakt binnen de wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. h.
De gemeente wijst de inwoner op beschikbare deskundige hulp. 2. De gemeente reageert op een professionele manier op ontoelaatbaar gedrag van de inwoner. De gemeente zorgt voor het volgende: a. De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over: i. zijn rechten en plichten; ii. wat er van hem wordt verwacht; iii. welk gedrag niet deugt; iv. wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet deugt; en v. waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt. b. De gemeente geeft de inwoner de kans om zijn mening te geven vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren. c. De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij: I. de ernst van het gedrag; II. de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden; en III. de persoonlijke situatie van de inwoner. d. De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het ontoelaatbare gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
32
8.1.2 De rol van de inwoner [Gemeentewet, Awb] 1. De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn probleem. Hij gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft (eigen kracht). De gemeente vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociaal netwerk aan als dat nodig is. 2. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang kan zijn voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend. b. De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner. c. De inwoner doet wat nodig is om de hulp van de gemeente zo kort mogelijk te laten duren. d. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente. 3. Als de inwoner naar het oordeel van de gemeente niet of onvoldoende meewerkt kan de omvang van de benodigde hulp niet goed worden vastgesteld. De gemeente kan dan besluiten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken.
§ 8.2 Wijziging, beëindiging en terugvordering voorziening 8.2.1 Wijziging voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, Wgs, Gemeentewet] Soms is een wijziging van het Financieel besluit Sociaal Domein in het nadeel van een inwoner. In dat geval wordt hij daarvan zo vroeg mogelijk schriftelijk op de hoogte gebracht. Dan heeft hij voldoende tijd om zich op de gewijzigde situatie in te stellen. Lukt dat niet dan past de gemeente een afbouwregeling toe. 8.2.2 Intrekking, wijziging, opschorting of beëindiging voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, Wgs, Gemeentewet] 1. De gemeente kan een maatwerkvoorziening voorziening (in natura of Pgb) opschorten, intrekken, wijzigen of beëindigen als: a. de voorziening niet langer passend, toereikend of nodig is, bijvoorbeeld wanneer de inwoner niet langer in staat is de voorziening op een veilige manier te gebruiken; b. de inwoner een voorziening in de vorm van een product opzettelijk of door grove nalatigheid zodanig gebruikt of behandeld dat daardoor de voorziening beschadigd raakt of te niet gaat of dat dreigt te gebeuren; c. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; d. de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; e.
de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; f. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; g. de inwoner niet binnen de gestelde termijn (verschilt per voorziening) gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is. Deze voorwaarde wordt ook in het besluit opgenomen; h. bij jeugdhulp: als blijkt dat de jeugdige of zijn ouder(s) of zijn wettelijk vertegenwoordiger zich niet binnen zes maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder; i. de inwoner met het Pgb hulp betrekt van een aanbieder waarover twijfels bestaan wat betreft zijn integriteit. Het college kan hierover nadere regels stellen; of j. de inwoner tijdelijk verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. k. een Bibob onderzoek hiertoe aanleiding geeft. 2. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). 3. Als de gemeente een goede reden heeft om te denken dat er de situatie genoemd in het eerste lid onder a, c, d of i aan de orde is dan kan zij de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd vragen de betalingen uit het Pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijke te onderbreken.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
33
8.2.3 Terugvordering voorziening [Wmo, Burgerlijk Wetboek] De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Dat kan vanaf het moment dat is vastgesteld dat er één of meer redenen voor beëindiging zijn (zie artikel 8.2.2). Wmovoorzieningen kunnen alleen worden teruggevorderd als die voorzieningen zijn ingetrokken omdat de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens aan de gemeente heeft verstrekt. Als een maatwerkvoorziening voorziening (in natura of Pgb) volledig wordt ingetrokken, heeft de terugvordering betrekking op de kosten die zijn gemaakt vanaf het moment van de toekenning van de voorziening tot aan het moment dat de voorziening is stopgezet. 1. Als een maatwerkvoorziening voorziening (in natura of Pgb) gedeeltelijk wordt ingetrokken, heeft de terugvordering betrekking op de kosten die zijn gemaakt in de periode dat de inwoner ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de voorziening. 2. Als het recht op een bij een inwoners in bezit zijnde of in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening is ingetrokken, wordt ook die voorziening teruggevorderd. 3. Bij zorg in natura kan de gemeente ervoor kiezen het contract met de zorgaanbieder te verbreken.
8.3 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 8.3.1 Controle [Jeugdwet, Wmo, PW] 1. De gemeente controleert regelmatig of de inwoner (nog) recht heeft op een voorziening. En of hij de juiste voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. De gemeente kan daarvoor gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet; b. bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst, andere gemeenten en aanbieders; c. signalen en tips van organisaties of andere inwoners; d. andere passende onderzoeksmethoden. 2. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier en voor het juiste doel wordt gebruikt. 3. Bij de controle van voorzieningen zorgt de gemeente ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. 4. Bij beëindiging van een voorziening op verzoek van de inwoner, onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging en of er een vervolgactie nodig is. De gemeente kan ook nagaan of de voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.
8.3.2 Voorkomen van fraude [Jeugdwet, Wmo] De gemeente streeft ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een passende manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen. 8.3.3 Beleidsplan en beleidsverslag [Jeugdwet, Wmo, PW] 1. De gemeente legt in een beleidsplan vast hoe de gemeente fraudebestrijding aanpakt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). 2. In het beleidsplan staat in ieder geval: a. wat de gemeente doet om fraude te voorkomen; b. wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over zijn rechten en plichten (voorlichting); c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan. 3. De gemeente stelt na afloop van de periode waarvoor het beleidsplan is bedoeld, een beleidsverslag vast. Daarin beschrijft de gemeente of de gestelde doelen voor die periode zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd. 8.3.4 Privacy [Jeugdwet, Wmo] Bij het doen van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
34
8.3.5 Toezichthouders [Jeugdwet, Wmo, PW, Awb] De gemeente wijst een of meer medewerkers aan die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
35
Hoofdstuk 9 Inspraak en inwonerparticipatie Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert, is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Dat wordt inspraak genoemd. Ook is geregeld dat er een Sociale Raad is. De taak van deze raad is beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met aanbieders kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners die hulp nodig hebben. Kernwaarden • De gemeente ziet inwoners als volwaardige partners. • De gemeente betrekt inwoners zo vroeg mogelijk bij het maken van beleid. • De gemeente gaat zorgvuldig, eerlijk en open om met de inwoner.
§ 9.1 Inspraak van inwoners [Jeugdwet, Wmo, Wgs, PW, Gemeentewet] 9.1.1 Inspraak van inwoners 1. De gemeente geeft inwoners inspraak bij de uitvoering van de volgende wetten: a. Jeugdwet; b. Wmo; c. Participatiewet; d. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. 2. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners (bejegening); d. de manier waarop aanbieders hun taken uitvoeren. 3. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid of andere regels. 4. De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. via de Sociale Raad; b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld via sociale media, via inwonerpanel ‘U Spreekt’ of via de kinderraad; of c. door samen met inwoners een plan te ontwerpen. 5. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft en zorgt ervoor, dat inwoners zo snel en goed mogelijk inspraak kunnen hebben.
§ 9.2 Sociale Raad [Jeugdwet, Wmo, Wgs, PW, Gemeentewet] 9.2.1 Sociale Raad 1. Het doel van de Sociale Raad is om inwoners te betrekken bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid en gemeentelijke regels en bij de uitvoering van de wetten waarop dat beleid en die regels zijn gebaseerd. Het gaat om de wetten die in artikel 9.1, eerste lid, zijn genoemd. 2. De Sociale Raad is, zover redelijkerwijs mogelijk, zo samengesteld dat de leden een binding hebben met de doelgroepen binnen het Sociaal Domein. 3. De leden van de Sociale Raad wonen in de gemeente Aalten. Het college kan hiervan afwijken als er geen geschikte kandidaten worden gevonden. Die kandidaten moeten dan aantonen dat ze binding hebben met de gemeente Aalten en de doelgroepen binnen het Sociaal Domein. 4. De leden van de Sociale Raad treden op als vertegenwoordigers van de doelgroepen binnen het Sociaal Domein. 5. De Sociale Raad bestaat uit maximaal 12 leden plus een secretaris en onafhankelijk voorzitter. a. De leden en de voorzitter, worden benoemd door het college. b. De leden worden aangedragen door de Sociale Raad voor benoeming. Als noodzakelijk zorgt de gemeente voor werving van leden via een gemeentelijke publicatie. c. De Sociale Raad kiest uit haar leden een vicevoorzitter, secretaris en penningmeester. 6. De leden van de Sociale Raad worden benoemd voor een periode 4 jaar.
Deze periode kan eenmaal worden verlengd met maximaal 4 jaar.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
36
7. Bij ernstig disfunctioneren van een of meer leden van de Sociale Raad kan door de meerderheid van de Sociale Raad het vertrouwen worden opgezegd. De Sociale Raad kan dan het college vragen te beslissen. 8. De Sociale Raad vergadert elk jaar ten minste 6 keer. 9. De gemeente zorgt ervoor dat de Sociale Raad gebruik kan maken van een vergaderruimte en van andere voorzieningen die nodig zijn om de taken goed te kunnen uitvoeren. 10. De gemeente evalueert elk jaar ten minste één keer met de Sociale Raad hoe de samenwerking gaat. Dan wordt ook besproken of de inspraak goed functioneert. De Sociale Raad stuurt na afloop van dit overleg een verslag aan het college. 9.2.2 Taken en bevoegdheden Sociale Raad 1. De Sociale Raad adviseert de gemeente over plannen om beleid of regels daarvan bij te stellen en over de kwaliteit van de uitvoering van de dienstverlening. 2. De gemeente zorgt ervoor, dat: a. op het moment waarop inspraak kan worden gegeven de Sociale Raad voldoende mogelijkheden heeft om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of de uitvoering daarvan; en b. de Sociale Raad deskundig wordt ondersteund door een medewerker van de gemeente, om de Sociale Raad te helpen zijn werk goed te doen. 3. De gemeente zorgt ervoor dat de Sociale Raad op tijd alle informatie krijgt die nodig is om zijn taak goed te kunnen doen. 4.
De Sociale Raad kan ongevraagd voorstellen doen aan de gemeente over verandering van beleid, regels of de uitvoering daarvan. 5. De Sociale Raad zorgt ervoor dat adviezen binnen 6 weken worden gegeven, zodat de gemeente deze adviezen kan betrekken bij voorgenomen besluiten. Gemeente en Sociale Raad kunnen in overleg afwijken van deze termijn. 6. De gemeente neemt adviezen van de Sociale Raad over of geeft de redenen aan waarom een advies niet wordt overgenomen. Gaat het om besluiten van de gemeenteraad, dan worden het advies van de Sociale Raad en de reactie van de gemeente (burgemeester en wethouders) aan de gemeenteraad gestuurd, zodat deze informatie bij de besluitvorming kan worden betrokken. 7. Alle adviezen, informatieverzoeken en verbetervoorstellen die door de Sociale Raad schriftelijk worden verstrekt, worden door het college beoordeeld. De gemeente geeft binnen 4 weken een schriftelijke, gemotiveerde reactie. 8. De Sociale Raad bespreekt geen klachten, bezwaarschriften of andere onderwerpen die over individuele personen gaan. 9. Ieder lid van de Sociale Raad kan onderwerpen op de agenda van een vergadering zetten. 10. De Sociale Raad kan derden uitnodigen in verband met een agendapunt van de vergadering. 11. Alle leden zijn, met uitzondering van de onafhankelijk voorzitter, stemgerechtigd.
Alle besluiten worden met een meerderheid van stemmen genomen, op voorwaarde dat tweederde van de leden aanwezig is. 12. Voor de besluitvorming is geen unaniem standpunt van de leden vereist. Afwijkende standpunten kunnen gemotiveerd in het advies aan de gemeente worden opgenomen. Daarbij wordt vermeld voor welke doelgroep(en) het afwijkende standpunt is bedoeld. 13. De vergaderingen van de Sociale Raad zijn openbaar. De stukken voor de vergadering zijn in principe 5 dagen voor de vergadering voor derden beschikbaar. De agenda wordt gepubliceerd in de gemeenterubriek van de lokale weekkranten. 14. De Sociale Raad kan alleen besluiten tot het houden van een besloten vergadering als het de behandeling van privacygevoelige zaken betreft. 15. De Sociale Raad kan besluiten (tijdelijk) uit zijn eigen middelen een of meer commissies of werkgroepen te vormen. De onkosten komen ten laste van het budget van de Sociale Raad. 16. De leden van de Sociale Raad ontvangen per vergadering een vergoeding tot maximaal 12 vergaderingen per jaar. De gemeente stelt vast hoe hoog de vergoeding is. 17. Het college stelt voor de Sociale Raad een jaarlijks budget beschikbaar, bedoeld voor het functioneren van de Raad. Hiervoor is een stichtingsbestuur dat deze gelden beheert. Deze bestaat uit de vicevoorzitter, secretaris en penningmeester van de Sociale Raad.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
37
§ 9.3 Inspraak bij aanbieders [Jeugdwet, Wmo] 9.3.1 Inspraak bij aanbieders 1. Aanbieders die jeugdhulp of Wmo-hulp geven, zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten, inspraak te geven en daarover regels te maken. 2. De gemeente controleert of de aanbieder zich houdt aan de regels voor inspraak.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
38
Hoofdstuk 10 Kritiek op de uitvoering [Awb, Gemeentewet] De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente of een besluit van de gemeente. In dit hoofdstuk staan regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Daarbij is aangesloten bij de Interne klachtenprocedure van de gemeente (volgens de Verordening interne klachtenregeling gemeente Aalten 2022) en de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Kernwaarden • De gemeente ziet inwoners als volwaardige partners. • De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. • De gemeente helpt de inwoner om op een eenvoudige manier zijn mening te geven. 10.1 Doelen klacht- en bezwaarprocedure 1. De gemeente ziet een klacht of bezwaar als: a. een mogelijkheid om de dienstverlening aan de inwoner te verbeteren; b. een stimulans om de hulpvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken; c. een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te maken; d. een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen; en e. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. 2. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten.
Dit gebeurt niet als het voor de gemeente overduidelijk is dat een mondelinge toelichting niets toevoegt. 3. De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente uiten via een eenvoudige en effectieve klachtenprocedure of bezwaarprocedure. De gemeente volgt daarbij de wettelijke regels. 4. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. 5. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt. 10.2 Klachten over de gemeente [Awb, Gemeentewet] 1. De inwoner kan bij de gemeente een klacht indienen over: a. het gedrag van medewerkers en bestuurders en de manier waarop hij is behandeld; b. de manier waarop de gemeente meldingen en aanvragen heeft afgehandeld; c. de manier waarop de gemeente voorzieningen heeft verstrekt. 2. De inwoner moet een klacht zo snel mogelijk indienen bij de gemeente. De gemeente bepaalt hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt. 10.3 Klachten over andere personen of organisaties [Awb, Gemeentewet] 1. De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon of organisatie die door de gemeente is ingehuurd, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie.
Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. 2. De gemeente controleert of de klachtenregeling van personen of organisaties die hulp verlenen volgens een besluit van de gemeente, wordt nageleefd. 3. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de hulpverlenende persoon of organisatie is afgehandeld, kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente. 4. De inwoner die geraakt is door geweld of ander strafbaar gedrag van personen of organisaties die hulp verlenen volgens een besluit van de gemeente, kan dit melden bij de gemeente. De gemeente bepaalt hoe die melding wordt behandeld. 10.4 Klachtbehandelaar en vertrouwenspersoon [Gemeentewet, Jeugdwet] 1. De gemeente zorgt ervoor, dat de inwoner, die aan de gemeente een hulpvraag heeft gesteld, de klachtbehandelaar kan spreken. De inwoner kan bij deze klachtbehandelaar terecht voor knelpunten die de inwoner ervaart in het contact met de gemeente binnen het Sociaal Domein. 2. Jaarlijks maakt de gemeente een verslag van het aantal klachten in het afgelopen kalenderjaar, de soort klachten, de afhandeling en de maatregelen die zijn genomen. 3. Naast de klachtbehandelaar kan de inwoner, via Jeugdstem, ook een vertrouwenspersoon spreken als het gaat om jeugdhulp. De vertrouwenspersoon kan de inwoner (jeugdige, ouder of pleegouder) op zijn