Bijlage 2 - concept verordening Sociaal Domein 2026
Tekst van het document
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
39
verzoek ondersteunen bij problemen, klachten en vragen over de hulpverlening door de gemeente, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het Adviesen meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). 10.5 Bezwaar [Gemeentewet, Awb] 1. Als de gemeente een besluit neemt, informeert de gemeente de inwoner over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. 2. De inwoner die het niet eens is met een besluit van de gemeente, kan binnen 6 weken bezwaar maken volgens de regels van de Algemene wet bestuursrecht.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
40
Hoofdstuk 11 Kwaliteit, inkoop en aanbesteding [Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] De producten en diensten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van producten en diensten aan bepaalde regels houden. Deze regels staan in de ‘Algemene inkoopvoorwaarden Achterhoekse Gemeenten voor leveringen en diensten’. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. Kernwaarden • Diensten en producten van de gemeente zijn kwalitatief goed en passend bij de behoefte van de inwoner; • De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus; • De gemeente werkt efficiënt en doelgericht; • De gemeente stemt de hulp af op de inwoner, met daarbij de focus op het resultaat dat de inwoner wil behalen. 11.1 Kwaliteit 1. Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt, moeten van goede kwaliteit zijn, zodat het gewenste effect voor de inwoner wordt bereikt. 2. De producten en diensten: a. passen bij de hulpvraag van de inwoner; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; d. respecteren de rechten van de inwoner; e.
worden afgestemd op andere producten of diensten die aan de inwoner worden geleverd; f. worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld. 3. De gemeente kan aanvullende kwaliteitseisen en andere voorschriften vaststellen en controleert of deze eisen door aanbieders worden nageleefd. 11.2 Inkoop en aanbesteding 1. De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de producten en diensten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. 2. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van aanbieders dat zij rekening houden met de voorwaarden uit artikel 11.1, het tweede lid. 3. De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door een vaste reële prijs te bepalen in samenwerking met een onafhankelijk deskundig bureau. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder. 4. De gemeente bewaakt de kwaliteit van de producten en diensten door het vaststellen van een kwaliteitskader Jeugdwet en Wmo. Dit kwaliteitskader is bedoeld voor alle vormen van ondersteuning die de gemeente inkoopt. Op alle producten en diensten die de gemeente inkoopt in het kader van deze verordening is de actuele versie van het Kwaliteitskader Wmo 2015 en Jeugdwet van toepassing. 5.
Bij inkoop en aanbesteding van producten en diensten wordt van een aanbieder verwacht dat deze reële tarieven hanteert en dat er transparantie is in de opbouw van de tarieven. 11.3 Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders, jeugdbescherming en jeugdreclassering 1. In het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding baseert de gemeente de tarieven die zij hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, op ten minste de volgende kostprijselementen: a. cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten; b. cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; c. overheadkosten; d. kosten voor indexering. 2. De gemeente heeft voor de start van de aanbesteding jeugdhulp en Wmo/wonen een kostprijsanalyse uitgevoerd in samenwerking met een onafhankelijk deskundig bureau.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
41
3. De gemeente hanteert voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering de landelijke tarieven. 4. De gemeente hanteert voor de Essentiële Functies het intensiteitenmodel. Dit is een objectief tariefmodel, waarmee er ruimte ontstaat om voor groepen met een verschillende begeleidingsintensiteit een verschillend tarief te hanteren. Het intensiteitenmodel werkt met genormeerde kostprijselementen, waarbij het geheel van de elementen aanbieders de mogelijkheid biedt kostendekkend te kunnen werken. 5. De gemeente bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid. 6. Het eerste en tweede lid gelden bij subsidies slechts voor zover deze worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouders en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
42
Hoofdstuk 12 Over deze verordening In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat de gemeente met regelmaat beoordeelt of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is. Kernwaarden • De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. • De gemeente werkt efficiënt en doelgericht. • De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. 12.1 Onderzoek naar de werking van de verordening [Gemeentewet] 1. De gemeente onderzoekt met een zekere regelmaat of de verordening voldoende bijdraagt aan de doelen die zij wil bereiken. Om dat te kunnen nagaan verzamelt de gemeente systematisch informatie over alles wat van belang is om dit goed te kunnen onderzoeken. De gemeente houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). 2. De gemeenteraad bespreekt een verslag van dit onderzoek en past de verordening aan als dat nodig is. 12.2 Uitvoeringsregels [Gemeentewet] De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld.
Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een (nadere) regeling. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een (nadere) regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet. 12.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) [Gemeentewet] De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening als dit zou betekenen dat er een onredelijke uitkomst is voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de in 1.1 genoemde wetten of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald. 12.4 Intrekken oude verordeningen [Gemeentewet] De volgende verordening wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: Verordening Sociaal Domein Gemeente Aalten 2025. 12.5 Overgangsrecht [Gemeentewet] 1. Een lopende voorziening die op grond van een ingetrokken verordening is verstrekt, blijft ook na de ingangsdatum van deze verordening doorlopen. Deze voorziening loopt door totdat de gemeente een nieuw besluit over die voorziening heeft genomen.
Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze verordening. Voor een aanvraag op grond van de Participatiewet, die is ingediend vóór de ingangsdatum geldt juist dat de gemeente deze afhandelt volgens de ingetrokken verordening. Maar als een besluit volgens deze nieuwe verordening gunstiger uitpakt voor de inwoner, past de gemeente deze verordening toe. 2. Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening worden beoordeeld op grond van de onder artikel 12.4 genoemde verordening, die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. Hier kan ten gunste van de inwoner van worden afgeweken als heroverweging op grond van deze verordening leidt tot een gunstiger uitkomst. 3. Het college is bevoegd een besluit, dat is genomen op grond van de onder artikel 12.4 genoemde verordening te herzien: a. op de gronden, vermeld in de voorheen geldende verordening; b. als uit een door de gemeente uitgevoerd heronderzoek blijkt dat er met toepassing van de ten tijde van het onderzoek geldende verordening een afwijkend besluit zou zijn genomen; c. als de cliënt wenst te veranderen van aanbieder of van verstrekkingsvorm.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
43
5. Het college heeft de bevoegdheid om een Pgb dat is verstrekt op grond van de onder artikel 12.4 genoemde verordening terug te vorderen op de in deze verordening[en] genoemde gronden. 12.6 Ingangsdatum en naam [Gemeentewet] 1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
44
Hoofdstuk 13 Begrippenlijst Aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Algemene of vrij toegankelijke voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, voor alle inwoner toegankelijk is en dat is gericht op de onderwerpen die in de aanhef van Hoofdstuk 1 van deze verordening zijn opgesomd. Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het (gedeeltelijk) wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. Beperking: de vermindering van mogelijkheden waardoor een belemmering ontstaat in het sociaalmaatschappelijk functioneren. Bijstandsnorm: dit betreft de geldende bijstandsnorm, de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
CAK: Centraal Administratie Kantoor Clientondersteuner: een onafhankelijke professional die hulp biedt aan de inwoner in de vorm van informatie, advies en algemene ondersteuning. De hulp aan de inwoner is gericht op het benutten van diensten die door gemeenten en andere organisaties worden geleverd op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werken inkomen (artikel 1.1.1 van de Wmo). Collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). Effect: het resultaat of het doel. Eigen kracht: Van eigen kracht wordt gesproken wanneer de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de inwoner toereikend zijn om zelf of met personen uit het sociaal netwerk de hulp te bieden, die passend is bij de hulpvraag. Eigen vervoermiddel: een vervoermiddel dat er inwoner zelf bezit of dat hij mag gebruiken. Daaronder valt ook een vervoermiddel dat de gebruiker ter beschikking staat, zoals een deel-, leen-, of leaseauto. Familiegroepsplan: het plan bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet.
Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte hiervan vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
45
verzorgers bedoeld. Wat specifiek binnen de jeugdhulp hieronder wordt verstaan is nader uitgewerkt in § 3.5 van deze verordening. Gemeente: een medewerker of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt. Hulp: jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, of schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs. Hulp-op-maat: Zie “maatwerkvoorziening”. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding of aanvraag heeft. Informele hulp / Informele ondersteuning: Hulp of ondersteuning verleend door iemand uit het sociaal netwerk van een inwoner, zoals een familielid of een vriend. Degene die de hulp of ondersteuning verleent wordt informele (of niet professionele) hulpverlener / ondersteuner genoemd. Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in hoofdstuk 9 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen.
Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente Aalten volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmo-hulp, dan wordt onder inwoner verstaan: de ingezetene als bedoeld in artikel 1.2.1 Wmo. Gaat het om schuldhulpverlening, dan wordt onder inwoner verstaan: degene die in de basisregistratie personen van de gemeente Aalten is ingeschreven. Voor de toepassing van de hoofdstukken 8 en 10 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die hulp van de gemeente Aalten heeft gehad, maar zijn woonplaats niet meer in de gemeente Aalten heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor hulp door de gemeente. Afhankelijk van de context wordt in deze verordening met “inwoner” ook bedoeld de cliënt als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo of de jeugdige en / of zijn ouder(-s) als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. N.a.v. artikel 23 Model. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft.
Kindpakket: een pakket van voorzieningen, meestal in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. Lerenwerkt: zorgt voor de bestrijding van schoolverzuim en schooluitval, zodat dat alle jongeren het onderwijs verlaten met een startkwalificatie. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Maatwerkvoorziening (Hulp-op-maat): een op de inwoner afgestemde voorziening. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jeugdige of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
46
• • •
Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de bijzondere bijstand. Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden.
Mantelzorg: alle onbetaalde hulp aan een hulpbehoevende door iemand uit diens directe sociale omgeving. Ook minder intensieve hulp, de hulp aan huisgenoten en de hulp aan instellingsbewoners kan hieronder vallen. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan de zogenoemde gebruikelijke hulp. Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. NIBUD-prijzengids: een handboek dat wordt uitgegeven door het NIBUD. In deze gids staan gangbare, actuele prijzen van producten en diensten. Ondersteuning: Verzamelnaam voor zorgverlening, hulpverlening, zorg, hulp , diensten, behandeling enz. Ondersteuningsplan: een plan dat samen met de inwoner wordt opgesteld door de gemeente. Hierin staan een weergave van het gesprek tussen de inwoner en de gemeente, de te bereiken resultaten, welke ondersteuning het betreft, de duur van de indicatie, de zorgaanbieder en de evaluatievormen. Ouders: ouders, voogden of verzorgers van de jeugdige. Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt aangegeven. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging.
Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Pgb-budgetplan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het Pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Pgb-houder: Natuurlijk persoon die een door de gemeente beschikbaar gesteld Pgb ontvangt en daarmee een voorziening koopt. Pgb-vertegenwoordiger: Natuurlijk persoon die de Pgb-houder ondersteunt bij de uitvoering van de voorwaarden van het Pgb. Professional / professionele hulpverlener: iemand die beroepsmatig de hulp verleent. PW: Participatiewet Samenwerkingsverband: • voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18 a lid 2 en 15 van de Wet op het primair onderwijs; of • voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17 a lid 2 en 16 van de Wet op het voortgezet onderwijs. Samenwonen: een gemeenschappelijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
47
Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Hulp door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad wordt altijd als hulp door iemand uit het sociaal netwerk gezien. SVB: Sociale verzekeringsbank. De organisatie die het Pgb uitbetaalt aan inwoners. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Voorliggende voorziening: een voorziening waarop de inwoner met betrekking tot zijn problematiek aanspraak kan maken op grond van een andere, al dan niet wettelijke, regeling dan de wettelijke regelingen waarover deze verordening gaat. Bijvoorbeeld: Zo is de Wlz voorliggend op de Wmo. Een aanvullende zorgverzekering is voorliggend op de Jw als op basis van die aanvullende verzekering de noodzakelijke hulp of ondersteuning wordt vergoed. Voorzieningen als alimentatie en toeslagen kunnen ook voorliggend zijn. Voorziening: algemene voorziening of maatwerkvoorziening; Vrij toegankelijke voorziening: zie algemene voorziening Wettelijk minimumloon: het minimumloon per maand, zoals dit is omschreven in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
Als het om een werknemer jonger dan 21 jaar gaat, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, zoals het is omschreven in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van die wet. Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Wmo-hulp: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo. Woning: hoofdverblijf. WMO-wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving (beschermd wonen; Woningaanpassing: Bouwkundige voorzieningen die aan het huis vast zitten en die niet kunnen worden verwijderd zonder dat dit tot het tenietgaan van de woonvoorziening leidt en/of tot onevenredige kosten voor het in de oorspronkelijke staat herstellen van de woning, zoals een aanbouw aan de woning, een aangepast aanrecht, extra brede deuren of antislip materiaal op de vloer; Woonvoorziening: In of bij de woning aangebrachte voorzieningen die kunnen worden verwijderd zonder dat
dit tot het tenietgaan van de woonvoorziening leidt en/of tot onevenredige kosten voor het in de oorspronkelijke staat herstellen van de woning, bijvoorbeeld een traplift of een tillift; Zorg in natura (ZIN): de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn maar het is ook mogelijk dat er een product (hulpmiddel, woonvoorziening, woningaanpassing) wordt gegeven. Zorgplan: Een plan dat de zorgaanbieder samen met de inwoner opstelt over de invulling en inzet van de maatwerkvoorziening, (waaronder omvang, uren, frequentie) en de wijze waarop dit bijdraagt aan de realisatie van de door de gemeente opgestelde resultaten en effecten.
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
48
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Aalten d.d. 16 december 2025. De griffier, mr. E.M. Geldorp De voorzitter, mr. A.B. Stapelkamp
Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2026
49