CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - analyse en voorkeurscenario - versie 19-12-2025

Beeldvorming raad in zaal Bredevoort 7 januari 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorontwerp Omgevingsvisie Aalten 204023.364 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De bevolking van Aalten neemt merkbaar toe (enkele duizenden inwoners extra, ~10% groei), maar nog steeds geleidelijk genoeg om niet explosief te voelen. Cruciaal is dat we het dorpse karakter proberen te behouden ondanks de groei. We hanteren hoge kwaliteitseisen bij bouwplannen, laten projecten aansluiten op hun omgeving en spreiden de groei, zodat geen enkele kern zijn identiteit verliest. Sterker nog, de groei dient sociale doelen: met meer inwoners blijven voorzieningen op peil, verenigingen krijgen nieuw leven en de lange-termijn leefbaarheid is veiliggesteld. Kortom, scenario 3 ziet groei als middel om de toekomstbestendigheid van Aalten te vergroten, terwijl het vertrouwde gemeenschapsgevoel bewaakt blijft. 

Economie: Scenario 3 versterkt de lokale economie fors. We voorzien extra ruimte voor bedrijven om veel meer werkgelegenheid dichtbij huis te scheppen. Concreet breiden we bedrijventerrein ’t Broek in Aalten flink uit, aansluitend op het bestaande terrein (in lijn met landelijke adviezen om nieuwe bedrijventerreinen compact te houden). Deze uitbreiding voeren we modern en duurzaam uit: brede groenstroken, wateropvang, laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer, enz., zodat het een voorbeeldig bedrijventerrein wordt. In Dinxperlo, waar uitbreiden lastig is, gaan we voor grootschalige herstructurering: oude panden op het industrieterrein maken we vrij door sloop en vervangen we door efficiëntere bedrijfsverzamelgebouwen van twee verdiepingen. Zo kunnen op dezelfde oppervlakte meer bedrijven draaien. Tevens verleiden we een paar Dinxperlose firma’s die klem zaten om naar de uitbreiding in Aalten te verhuizen – die arbeidsplaatsen behouden we zo binnen de gemeente. De vrijgekomen ruimte in Dinxperlo kan deels een nieuwe bestemming krijgen (bijv. woningbouw of een parkje) om de leefomgeving daar te verbeteren. Daarnaast overwegen we een nieuw, klein bedrijventerrein op strategische plek voor een extra impuls. Bijvoorbeeld bij knooppunt De Haar aan de

19/45

N318 (richting de A18) zou een kleinschalig logistiek park of ambachtenterrein kunnen komen – een toplocatie qua bereikbaarheid. Hiermee spreiden we de economische ontwikkeling over meerdere plekken in de gemeente. We voeren in scenario 3 ook een actief acquisitie- en uitnodigingsbeleid: we heten nieuwe bedrijven welkom. Doel is veel meer lokale banen te creëren en jongeren met werk te binden aan gemeente Aalten. De focus ligt op toekomstgerichte sectoren die bij onze regio passen: duurzame maakindustrie, agrofood-innovatie, hightech ambacht, toerisme en zorg. Schone, innovatieve bedrijven die banen bieden, faciliteren we maximaal met snelle procedures, meedenkhulp en eventueel subsidies of goedkope kavels voor duurzame uitbreidingen. Bijvoorbeeld: als een middelgroot bedrijf 50 banen wil brengen, kijken wij direct mee naar oplossingen voor infrastructuur en huisvesting, in plaats van zo’n kans af te remmen. Ook stimuleren we zittende ondernemers te groeien – er komen ondersteuningsregelingen voor bedrijven die duurzaam willen uitbreiden. Onderwijs en arbeidsmarkt koppelen we nauwer: we versterken lokaal technisch onderwijs en vakopleidingen, bijvoorbeeld via samenwerking met regionale ROC’s of een praktijkschool gekoppeld aan de nieuwe bedrijven. Jongeren kunnen zo in eigen gemeente een opleiding én een baan vinden.

Resultaat: de werkgelegenheid in Aalten stijgt sterk; in 2040 kunnen veel meer inwoners dicht bij huis werken, wat het uitpendelen naar elders vermindert. Aalten is economisch dan minder kwetsbaar en meer zelfvoorzienend. Uiteraard blijven we regionaal samenwerken (Achterhoek als geheel), maar Aalten is in scenario 3 niet langer louter forensendorp – het ontwikkelt zich tot een kleine economische motor in de regio. 

Toerisme: We zetten in op “waardevol toerisme” en ondersteunen verdere groei van kleinschalige verblijfsrecreatie, mits het bijdraagt aan brede welvaart. We creëren experimenteerruimte voor vernieuwende initiatieven, bijvoorbeeld blending van functies (zoals een boer die agrotoerisme met educatie combineert). Bestaande recreatiebedrijven die willen uitbreiden, faciliteren we als ze aan onze kwaliteitseisen voldoen. Hierdoor groeit het aantal overnachtingen merkbaar en neemt het aandeel van toerisme in de economie duidelijk toe – Aalten wordt aantrekkelijker om te bezoeken, met behoud van kwaliteit.

Voorzieningen: De flinke groei van bevolking en banen tilt het voorzieningenniveau naar een hoger plan. In 2040 is Aalten in scenario 3 uitgegroeid tot een volwaardig woondorp met een meer regionaal voorzieningenaanbod. Dit betekent dat sommige voorzieningen die nu wankel zijn, kunnen uitbreiden of terugkeren. Zo zou Aalten een grotere middelbare school of dependance kunnen krijgen, of een vakschool verbonden aan lokale bedrijven, dankzij het toegenomen aantal jongeren en de behoefte aan opleidingsmogelijkheden. Ook het winkelaanbod groeit mee: er komen mogelijk een paar nieuwe landelijke winkelketens of extra supermarkten bij, zodat inwoners voor bepaalde aankopen niet meer naar Doetinchem of Winterswijk hoeven. Wellicht verrijst er aan de rand van een nieuwe woonwijk een klein winkelcentrum met supermarkt en buurtwinkels om de nieuwe bewoners te bedienen en de druk op het historische centrum te spreiden. Dinxperlo slaagt erin vrijwel al zijn voorzieningenpakket te behouden en deels te moderniseren. Het dorpshuis krijgt bijvoorbeeld een upgrade tot volwaardig cultuurcentrum met theaterzaal, bibliotheek en jongerenruimte. Bredevoort behoudt dankzij de extra gezinnen zijn basisschool en mogelijk ook een buurtwinkel.

De kleinere kernen profiteren doordat de hoofdkernen hun voorzieningen zeker behouden en goed bereikbaar zijn, en doordat zij zelf net genoeg groeien om essentiële voorzieningen (dorpshuis, basisschool) open te houden.

20/45

Scenario 3 betekent een sprong vooruit voor de leefbaarheid: met meer inwoners is er een grotere kritische massa om activiteiten en voorzieningen te dragen. Sportclubs kunnen extra teams vormen en er ontstaat ruimte voor nieuwe sportfaciliteiten (bijv. een extra gymzaal of een derde voetbalveld als de jeugdafdeling groeit). Ook cultureel zijn er kansen: er is genoeg publiek om jaarlijks een festival of evenement te organiseren dat mensen van binnen en buiten aantrekt, waarmee Aalten zich op de kaart zet. We investeren gericht in sociale infrastructuur: elk dorp krijgt bijv. een wijkteam of dorpscontactpersoon die nieuwe initiatieven helpt opzetten en bewoners (oud en nieuw) met elkaar verbindt. Omdat de gemeenschap diverser wordt, organiseren we integratie- en kennismakingsactiviteiten zoals dorpsmarkten, buurtfeesten en speciale welkomsavonden voor nieuwkomers. De zorg- en welzijnssector groeit mee: er vestigen zich meer huisartsen (eventueel een tweede huisartsenpraktijk of extra dependance in Aalten), en Dinxperlo behoudt een eigen praktijk met voldoende patiënten. Misschien komt er zelfs een kleine eerstelijns medische poli in Aalten, gezien de grotere populatie.

We moeten wel attent blijven op kwetsbare voorzieningen: scenario 3 veronderstelt dat groei ze redt, maar we investeren ook om kwaliteit te borgen (bijvoorbeeld schoolgebouwen uitbreiden om geen overvolle klassen te krijgen). In het algemeen ervaren inwoners in 2040 dat Aalten veel te bieden heeft: van dagelijkse boodschappen tot middelbaar onderwijs en vrijetijdsbesteding is nu alles dichtbij. Tegelijk blijft de dorpse schaal merkbaar doordat we nieuwe voorzieningen kleinschalig inpassen (liever een paar kleine supermarkten erbij dan één mega-hypermarkt). 

Mobiliteit: De grotere groei maakt mobiliteit een belangrijk aandachtspunt. Om de groeiende verkeersstromen goed te kanaliseren nemen we proactief maatregelen. In en rond Aalten-dorp wordt mogelijk een deels nieuwe rondweg of verbeterde ringstructuur gerealiseerd, zodat doorgaand verkeer de woonstraten ontlast. Bijvoorbeeld het ontbrekende oostelijke stuk rondweg bij Aalten leggen we aan, om het centrum te omzeilen. Bij Dinxperlo kijken we of de provinciale N819 richting Suderwick verbeterd kan worden, eventueel met een kleine bypass samen met Duitsland, zodat grensverkeer soepeler buitenom gaat. Binnen de dorpen voeren we verkeersplannen in: sluiproutes worden afgesloten of omgelegd, woonwijken krijgen duidelijke ontsluitingswegen naar de ring terwijl binnenstraten autoluw worden. Nieuwe woonwijken ontwerpen we zo dat auto’s vooral aan de rand parkeren en binnen de wijk alleen bestemmingsverkeer rijdt. Naast autoverkeer krijgt de fiets- en wandelinfrastructuur een flinke upgrade: er komen nieuwe vrijliggende fietspaden tussen álle kernen, bijvoorbeeld Aalten–De Heurne en Aalten– Bredevoort, zodat forenzen en scholieren veilig en snel per fiets kunnen reizen. Ook investeren we in meer OV-haltes en P+R-voorzieningen: we overwegen een transferium aan de rand van Aalten bij de verbeterde rondweg, waar mensen op de trein of een snelbus richting A18 kunnen overstappen.

De mobiliteitsaanpak in scenario 3 richt zich op toegankelijkheid en veiligheid voor een grotere gemeenschap. We zetten sterker in op het OV: Aalten pleit voor frequentere treinen in de spits en betere busverbindingen richting de steden. Een directe hoogwaardige buslijn naar Doetinchem (voor de nieuwe forensen) komt in beeld, net als een rechtstreekse bus van Dinxperlo via Aalten naar Arnhem. De kleine kernen krijgen mogelijk een buurtbus of deelvervoer, zodat ook inwoners daar profiteren van verbeterd OV. Daarnaast promoten we actief het gebruik van (elektrische) fietsen voor middellange afstanden: we bieden elektrische deelfietsen aan bij station en bushaltes en voeren campagnes over de nieuwe snelle fietsroutes. Verkeersveiligheid blijft topprioriteit nu er meer verkeer is. Alle scholen krijgen een verbeterde schoolzone (veiligere oversteekplaatsen), nieuwe wijken worden standaard

21/45

30 km/uur ingericht en handhaving wordt opgevoerd – eventueel met een extra BOA of inzet van slimme snelheidsdisplays. Door deze mix kan Aalten groeien zonder te verzanden in verkeersproblemen; ook nieuwe inwoners zijn tevreden over de bereikbaarheid van hun werk, woning en voorzieningen. 

Klimaat, energie en landschap: Scenario 3 zoekt een evenwicht tussen flinke groei en groen. Hoewel er substantieel meer gebouwd en ontwikkeld wordt dan in scenario 1 en 2, blijft de harde eis dat dit niet ten koste mag gaan van de kernkwaliteiten van het landschap. Sterker nog, we proberen de groei te benutten om investeringen in natuur en duurzaamheid te financieren. Bij elke ontwikkeling hanteren we een lokale Klimaattoets Aalten: waterberging, hittebestendigheid en natuurinclusief ontwerp zijn verplichte criteria in het planproces, en het waterschap denken we vanaf het begin mee. Kwaliteitsvoorwaarden gelden bij alle uitbreidingen: zo moet bij elke nieuwe woonwijk 20– 30% van het gebied groen en water zijn. Ook krijgt elk nieuw project aan de dorpsrand een groene overgangszone, zodat geen harde grens ontstaat tussen bebouwing en natuur. In 2040 zien de randen van Aalten en Dinxperlo er daardoor groen en geleidelijk uit: nieuwe parken, singels en houtwallen omzomen de wijken. Biodiversiteit profiteert mee: waar voorheen kale weilanden lagen, liggen nu bloemrijke groenstroken en poelen die insecten en vogels aantrekken. Daarnaast voeren we strikte natuurcompensatie uit voor de ruimte die ontwikkeling inneemt. Als Aalten bv.

naar het zuiden uitbreidt, leggen we gelijktijdig elders een natuurverbinding aan tussen bosgebieden; als ’t Broek groeit, verbreden we een nabijgelegen beekdal tot moerasnatuur. Zo blijft de groene structuur per saldo versterkt.

Landbouwtransitie: doordat ruimte schaarser is, worden sommige minder duurzame boeren uitgekocht of stoppen ze met steun van opkoopregelingen. Boeren die doorgaan schakelen versneld over op natuurinclusieve landbouw. We ondersteunen dat met subsidies en samenwerking: agrariërs onderhouden bijvoorbeeld tegen betaling landschapselementen (hagen, poelen) en verkopen streekproducten lokaal. Het buitengebied blijft zo economisch vitaal én wordt groener. Ook nemen boeren op grotere schaal maatregelen tegen droogte: meer bedrijven doen mee aan initiatieven om winterregenwater op te slaan in de bodem of peilgestuurde drainage toe te passen, zodat de grondwatervoorraad toeneemt en droogteschade verder beperkt wordt.

Energietransitie: die pakken we serieus aan om dicht bij klimaatneutraliteit in 2040 te komen. Naast zonnepanelen op alle daken en het gasvrij bouwen van alle nieuwbouw, kiest de gemeente voor een paar grootschaliger energieprojecten op zorgvuldig gekozen locaties. Voor windenergie is regionaal de RES 2.0 Achterhoek opgesteld, als actualisatie van de bestaande energiestrategie. Deze RES 2.0 zal begin 2026 worden vastgesteld in de colleges. In de RES 1.0 was voor een deel van de opgave nog geen uitspraak gedaan over de techniek waarmee deze ingevuld dient te worden. Vanwege met name netwerkefficiëntie is in de RES 2.0 afgesproken dat dit gedeelte met windenergie zal moeten worden ingevuld. Ook gemeente Aalten zal extra in moeten zetten op windenergie en de locatie van windpark Hagenwind is hiervoor het meest geschikt. De gemeente bereidt zich voor om nieuwe locaties voor duurzame opwek in het omgevingsplan te faciliteren – denk aan verdere uitrol van zonnepanelen op bedrijfsdaken en eventueel ook kleinschalige windturbines bij industrieterreinen. Hiernaast komt er een zonnepark van enkele hectares langs een provinciale weg of spoorlijn, afgeschermd door geluidswallen en groen zodat het nauwelijks opvalt. Ook plaatsen we één à twee middelgrote windmolens (bijv.

2–3 MW exemplaren van ~100 m ashoogte) op strategische plekken – bijvoorbeeld bij het bedrijventerrein of langs de gemeentegrens waar al een hoogspanningsleiding loopt. Deze turbines realiseren we uiteraard pas na uitgebreid participatieproces met omwonenden, en ze komen in eigendom van de lokale energiecoöperatie zodat de opbrengst naar onze

22/45

gemeenschap vloeit. Verder schuwen we innovatieve projecten niet: wellicht plaatsen we een biovergister die mest en groenafval omzet in biogas voor het zwembad of een woonwijk, en we leggen kleine warmtenetten aan in nieuwe buurten die restwarmte van industrie benutten. Ons credo is “zo groot als nodig, zo klein als mogelijk”: voldoende duurzame opwek realiseren zonder het landschap onnodig te belasten. Met deze mix komt Aalten in 2040 ruimschoots tegemoet aan de regionale klimaatdoelen en ligt het op schema om in 2050 klimaatneutraal te zijn. 

Klimaatadaptatie: volledig geïntegreerd in onze plannen. Alle nieuwe wijken en bedrijventerreinen worden klimaatbestendig aangelegd met extra waterberging, veel groen en hittemitigatie. Bestaande buurten maken we stapsgewijs ook klimaatproof; scenario 3 hanteert de ambitie om om de vijf jaar een paar wijken “klimaatgezond” te herinrichten. Daardoor zijn in 2040 alle wijken in Aalten, Dinxperlo en Bredevoort aanzienlijk groener en beter bestand tegen hitte en hoosbuien. Wateroverlast op bekende plekken is sterk verminderd door extra afvoer, wadi’s en herstel van blauwgroene structuren (bijv. beken weer laten meanderen, gekoppeld aan stedelijk water). Ook hitte-eilanden zijn aangepakt met pocketparken en gevelgroen. We nemen actief deel aan regionale projecten (zoals Zoetwatervoorziening Oost-Nederland) om voldoende water vast te houden; scenario 3 heeft de ambitie om meer dan evenredig bij te dragen aan de regionale doelen. Bijv. als de regio streeft naar 150 miljoen m³ extra waterbuffer, zorgen wij voor een bovengemiddelde bijdrage via extra beekherstel en waterbekkens.

Milieukwaliteit: ondanks toename van activiteit blijft deze binnen de perken door streng milieutoezicht en moderne techniek. Nieuwe bedrijven moeten voldoen aan hoge emissie-eisen en schoon produceren; veel verkeer rijdt elektrisch of op waterstof; geluidshinder dempen we met stil asfalt en schermen bij nieuwe rondwegdelen. Verlichting in buitengebied is smart (dimbaar, met sensoren) om de nachtdonkernis te behouden. Per saldo laat scenario 3 zien dat forse groei hand in hand kan gaan met groen, zij het door hoge eisen te stellen en actief te investeren in duurzaamheid.

Landbouw, circulariteit en afval: De landbouwsector ondergaat merkbare veranderingen in scenario 3. Door ruimtegebrek en strengere milieuregels zullen meer boeren stoppen of omschakelen. Het totale agrarische areaal neemt iets af (randen van kernen, transformatie erven), maar wat overblijft wordt duurzamer beheerd. We streven ernaar dat rond 2040 zeker 50% van de agrariërs kringlooplandbouw toepast en emissiearme technieken gebruikt, met financiële steun van provincie en Rijk (in lijn met de doelen uit het Nationaal Strategisch Plan Landbouw en het Provinciaal Beleidskader). Het buitengebied “ontboert” deels: minder traditionele boerderijen, meer natuurinclusieve functies en nieuwe economische dragers (bijv. recreatie, energie). De blijvende boeren zijn schaalvergrotend of vernieuwend en werken vrijwel zonder uitstoot naar de omgeving (weinig ammoniak, gesloten mineralenkringloop).

Afval en circulariteit: scenario 3 streeft hoge ambities na. We liggen op koers voor “Aalten Circulair 2050”: in 2040 is de hoeveelheid restafval per inwoner al met >70% gedaald t.o.v. 2020 en is Aalten ruim op weg om in 2050 volledig afvalvrij en circulair te functioneren. Dit komt door intensieve afvalscheiding (bijna 90% scheidingsgraad in 2040) en diverse circulaire projecten. Zo stimuleren we circulair bouwen bij alle nieuwe wijken (hergebruik van materialen, circulaire sloop van oude panden) en we faciliteren initiatieven als deelplatforms, repaircafés en kringloopcentra. Bovendien profileert Aalten zich als regiovoorloper in circulariteit door bijvoorbeeld een regionaal circulair ambachtscentrum te huisvesten, waar afvalstromen uit de Achterhoek worden omgezet in grondstoffen. Daarmee dragen we bij aan de landelijke doelstelling van 50% minder

23/45

primaire grondstoffen in 2030 en volledig circulair in 2050. 

Gezondheid en sociale samenhang: Scenario 3 vergroot het inwonertal aanzienlijk en brengt ook meer diversiteit in de gemeenschap. Naast geboren Aaltenaren wonen er nu ook veel nieuwe gezinnen van buiten de regio. Dit stelt eisen aan de sociale infrastructuur. We zorgen dat elke nieuwe woonwijk vanaf het begin een buurtcentrum of ontmoetingsplek heeft (bijv. een wijkgebouwtje of een overdekte ruimte bij de nieuwe school) zodat nieuwe bewoners elkaar kunnen treffen. Bestaande dorpshuizen en sportfaciliteiten breiden we uit waar nodig om de grotere gemeenschap te bedienen. De openbare ruimte richten we sociaal in: nieuwe parken, speelpleinen en sportveldjes in de wijken bevorderen ontmoeting tussen oudkomers en nieuwkomers. Dorpsfeesten en evenementen groeien mee: we organiseren misschien een grotere jaarlijkse Aalten-dag op het marktplein die alle inwoners verbindt. Ook benutten we de woningbouw om inclusieve woonvormen te realiseren die de samenhang versterken: er ontstaan hofjes waar jong en oud door elkaar wonen, of “knarrenhofjes” voor senioren met gezamenlijke tuin en gemeenschapsruimte die spontaan contact uitlokken. Met meer nieuwe inwoners is de uitdaging de sociale cohesie te behouden terwijl de samenstelling verandert. Aalten pakt dit proactief aan via diverse integratieprogramma’s.

We hebben bijvoorbeeld een maatjesproject: nieuwe gezinnen of alleenstaanden koppelen we aan ervaren Aaltenaren die hen wegwijs maken in de gemeenschap. Onze rijke verenigingscultuur zetten we in als smeerolie: sportclubs, muziek- en hobbyverenigingen werven actief nieuwkomers en heten hen welkom met introductiekortingen of open dagen. Veel nieuwe inwoners sluiten zich hierdoor aan bij het verenigingsleven, wat voor vermenging en contact tussen oude en nieuwe bewoners zorgt. Traditioneel noaberschap krijgt een moderne vorm: er ontstaan WhatsApp-buurtgroepen waarin zowel geboren Aaltenaren als “import” zitten om elkaar te helpen en de buurt veilig te houden. We ondersteunen dit met extra wijkcoaches en opbouwwerkers: in elke wijk – vooral de nieuwe – is iemand aanwezig die bewoners betrekt bij activiteiten en eventuele spanningen vroeg kan signaleren. Het doel is dat iedereen zich thuis blijft voelen in Aalten, ook als men er oorspronkelijk niet vandaan komt.

Gezondheid: meer inwoners betekent ook meer zorgbehoefte, maar doordat we fors gegroeid zijn, is er ruimte gekomen voor specialisatie in de zorg. Nieuwe zorgverleners (fysiotherapeuten, diëtisten, psychologen) vestigen zich, en wellicht is er een kleine buitenpoli van het ziekenhuis in Aalten gekomen. De vele groene initiatieven en sportmogelijkheden maken de leefstijl gezonder: meer mensen wandelen of fietsen op de nieuwe paden, buurtsportcoaches organiseren activiteiten en projecten als “Gezond Dorp” krijgen schaal. Dit alles bevordert de gezondheid en ontmoeting.

Veiligheid: de sociale veiligheid blijft gewaarborgd; we houden wel een vinger aan de pols in de nieuwe wijken die aanvankelijk anoniemer kunnen zijn. Daarom richten we vanaf oplevering direct een buurtvereniging op met de bewoners, zodat de sociale structuur vanaf dag één aandacht krijgt. Buurtpreventie-teams en extra politieaandacht in nieuwe buurten zorgen dat criminaliteit laag blijft. De grotere drukte brengt geen onveiligheid, al is het ’s avonds levendiger op straat (drukker verkeer, meer jongeren), maar via de genoemde maatregelen blijft Aalten ook in scenario 3 een veilige gemeenschap.

Over het algemeen slagen we erin in scenario 3 meer dynamiek te krijgen – meer inwoners, activiteiten en voorzieningen – terwijl het warme gemeenschapsgevoel en de dorpse mentaliteit behouden blijven.

24/45

2.5 Scenario 4: Flinke groei, slim gebundeld Scenario 4 (“Flinke groei, slim gebundeld”) bundelt de groei in een nieuwe kern (een nieuw dorp). Een groot deel van de circa 2.000 extra woningen wordt niet in de bestaande kernen, maar op één nieuwe locatie gebouwd. Dit beperkt de druk op de dorpen en biedt kansen voor bijvoorbeeld een nieuwe OV-knoop (beter openbaar vervoer) en experimentele, duurzame woonvormen. Daar staat tegenover dat zo’n nieuwe kern botst met de schaal en cultuur van Aalten: het gaat voorbij aan het hechte karakter van de bestaande kernen, de sociale samenhang en de historische landschapsstructuur. Uit de effectbeoordeling blijkt bovendien dat scenario 4 grote risico’s meebrengt voor biodiversiteit, omgevingsveiligheid en het landschap. De baten van een nieuw dorp – snelle groei en innovatie – wegen in dit scenario niet op tegen het verlies aan natuurkwaliteit en gemeenschapszin. Scenario 4 staat zo voor maximale groei via vernieuwing, maar tegen een hoge ruimtelijke en sociale prijs. 

Wonen: Scenario 4 hanteert een vergelijkbare hoge groeikoers als scenario 3 (minstens 2.000 nieuwe woningen tot 2040), maar pakt dit op een innovatieve manier aan. Een groot deel van die groei concentreren we namelijk in één of enkele nieuwe locaties, zodat de rest van de gemeente minder belast wordt. Met andere woorden: we laten de flinke groei bundelen op bepaalde plekken, zodat andere kernen hun huidige karakter meer behouden. Cruciaal is dat zo’n bundelingslocatie op hoger gelegen, waterveilige grond ligt – in alle scenario’s houden we rekening met water en bodem, dus ook hier. Concreet wijzen we meerdere grote woonlocaties aan, waaronder: o

o

o

o

o

Aalten-dorp: ten zuidwesten van Aalten verrijzen hele nieuwe wijken van significante omvang. Denk aan de toevoeging van een complete nieuwe buurt met enkele honderden woningen, inclusief eigen voorzieningen als een basisschool, buurtcentrum, supermarktje en parken. Aalten wordt dus echt uitgebreid met een nieuwe stadswijk. Dinxperlo: ondanks beperkte ruimte zoekt ook Dinxperlo groei. We werken intensief grensoverschrijdend samen met Suderwick om net over de Duitse grens uitbreidingen mogelijk te maken, zodat Dinxperlo praktisch kan groeien zonder de Nederlandse beperkingen. Bovendien onderzoeken we of aan de noordkant van Dinxperlo – als het echt niet anders kan – toch een stukje buitengebied herbestemd kan worden voor woningen, desnoods via uitzonderingen op provinciale restricties (in scenario 4 zijn we bereid hiervoor te lobbyen). Bredevoort: dit stadje krijgt een aanzienlijke nieuwe wijk bij het Slingeplas/’t Broock-plan. Waar eerdere scenario’s daar hooguit mondjesmaat bouwen, komen hier nu >100 woningen als een hele nieuwe buurt naast Bredevoort. Bredevoort groeit dus veel sterker, met behoud van haar historische kern. Kleine kernen: ook de buurtschappen groeien flink mee. Plaatsen als Haart, Lintelo, IJzerlo, De Heurne, etc. krijgen elk meerdere nieuwe buurtjes of woonerven aan de rand.

We bouwen daar niet langer alleen voor lokale behoefte, maar ook om mensen van buiten te lokken die landelijk willen wonen. Uiteraard alleen op locaties die bodemkundig en hydrologisch geschikt zijn (geen laaggelegen of kwetsbare gronden), geheel conform het water- en bodemsturend principe. Buitengebied: nieuwbouw los van bestaande kernen benaderen we in scenario 4 liberaler dan ooit. Zolang de totale landschapskwaliteit geborgd blijft, mogen er clusterwoningen ontstaan op grote vrijkomende boerenerven of een handvol woningen bij bestaande buurtschappen. We staan dus kleinschalige “nieuwe buurtjes” toe in het buitengebied waar dat landschappelijk inpasbaar is,

25/45

iets wat scenario 1–3 nog amper deden. Uniek aan scenario 4 is dat we serieus overwegen een geheel nieuwe (kleinere) kern in het buitengebied te stichten. Daarmee vangen we de groei deels buiten de bestaande kernen op, wat de druk op de huidige dorpen verlicht. Alternatief (of aanvullend) zou één van de bestaande buurtschappen kunnen uitgroeien tot een volwaardig dorp, door er enkele honderden woningen aan toe te voegen en die nieuwe wijk te voorzien van een eigen dorpshart (bijv. een plein met een winkeltje en basisschool). Deze strategie leidt tot een forse bevolkingstoename: in 2040 heeft Aalten makkelijk 5– 10% meer inwoners dan nu, mogelijk meer als alles volgens plan verloopt. We bedienen alle segmenten van de woningmarkt: er komen zowel veel sociale huur- en middenhuurwoningen (conform landelijke opgaven) als duurdere koopwoningen voor hogere inkomens. Ook is er ruimte voor innovatieve woonvormen: van tiny houses en groepswonen tot hofjes met gedeelde voorzieningen en flexwoningen voor spoedzoekers. De woningnood wordt zo ruimhartig opgelost – wachtlijsten verdwijnen volledig, starters kunnen vrijwel direct na gezinsvorming een huis vinden, en ouderen krijgen keuze uit nieuwe seniorenappartementen of zorgunits.

Bovendien ontstaat er migratieruimte: Aalten kan in regionaal verband mensen huisvesten die elders geen plek vinden, zoals statushouders, arbeidsmigranten of gezinnen uit de Randstad die een rustiger woonmilieu zoeken. Dit verjongt en verlevendigt de bevolkingssamenstelling. Uitdagingen: deze flinke groei vraagt aandacht voor integratie van al die nieuwe inwoners en voor betaalbare, duurzame bouw. Daarom houdt de gemeente stevig de regie in scenario 4. Grootschalige gebiedsontwikkelingen realiseren we samen met marktpartijen, maar onder strikte randvoorwaarden. We leggen harde quota vast voor betaalbare woningen, stellen strengere energiezuinigheidseisen dan het Bouwbesluit en verlangen hoge kwaliteit van openbare ruimte. Aangezien ontwikkelaars hier graag willen bouwen, kunnen we deze voorwaarden afdwingen. Zo ontstaan moderne, duurzame woonwijken – gasloos, klimaatadaptief en circulair gebouwd – die ondanks hun schaal toch gemeenschapsvorming stimuleren, bijvoorbeeld door buurtmoestuinen en ontmoetingspleintjes in het ontwerp op te nemen. We voorzien wel dat de dorpse intimiteit bij zóveel nieuwbouw wat verdunt: nieuwe wijken voelen in eerste instantie minder hecht en kennen de eerste jaren minder sociale samenhang.

We proberen dit op te vangen door direct bij de start van zo’n wijk een buurtvereniging en activiteiten op te zetten, en door een mix van oude en nieuwe inwoners in de wijk te realiseren (bijv. via woningen toewijzen aan lokale doorstromers naast nieuwkomers, zodat niet een hele wijk alleen uit “import” bestaat). Over de hele linie is de woningmarkt in 2040 ontspannen: we plannen bewust enige overcapaciteit in om toekomstige groei na 2040 mogelijk te maken en prijsstijging te voorkomen. Huizen blijven zo betaalbaar en inwoners kunnen makkelijk verhuizen naar een passende nieuwbouwwoning (bijv. ouderen naar een seniorenappartement), wat de doorstroming bevordert. Gemeente Aalten is hiermee getransformeerd tot een aantrekkelijke woongemeente met regionale aantrekkingskracht: mensen van buiten zien het nu als een fijne plek om zich te vestigen vanwege het brede woningaanbod en de inmiddels uitstekende voorzieningen. 

Economie: Scenario 4 gooit de deur wagenwijd open voor economische ontwikkeling. We breiden flink uit én innoveren om de Aaltense economie naar een hoger plan te tillen. Ten eerste verdubbelen we bedrijventerrein ’t Broek in Aalten qua oppervlakte. Naast het bestaande terrein ontwikkelen we een groot nieuw deel met alle benodigde infrastructuur. Dit is regionaal een forse uitbreiding, mogelijk gemaakt doordat we bij de provincie lobbyen om buiten de normale contour toch te mogen bouwen – met als argument dat zonder uitbreiding bedrijven én jonge werkenden de Achterhoek verlaten. Op dit uitgebreide terrein vestigen zich diverse nieuwe bedrijven: deels lokale ondernemers

26/45

die eindelijk groeiruimte hebben, maar ook een paar grote spelers van elders die we aantrekken met gunstige vestigingsvoorwaarden. Denk aan een middelgroot productiebedrijf of logistiek centrum dat voor Aalten kiest vanwege de beschikbare grond en de ligging nabij Duitsland. Daarnaast onderzoeken we waar nog meer bedrijvigheid kan landen. Mogelijk wijzen we een tweede nieuw bedrijventerrein aan: bijv. ergens bij de A18 voor logistieke functies, of aan de rand van Dinxperlo als grensoverschrijdend terrein samen met Duitsland. Ook detailhandel en horeca in de dorpscentra krijgen ruimte om flink uit te breiden. We stimuleren bijvoorbeeld nieuwbouw in of bij het centrum voor grotere winkels die nu ontbreken (een bouwmarkt, tuincentrum, elektronicazaak, etc.). Scenario 4 voert een agressief acquisitiebeleid: gemeente Aalten profileert zich als groeigemeente en pionier in de Achterhoek. We lokken actief bedrijven met subsidies, snelle procedures en promotiecampagnes. We werken nauw samen met regionale ontwikkelingsmaatschappijen en adverteren zelfs landelijk dat Aalten ruimte en arbeidskrachten biedt. Tegelijk investeren we in kenniseconomie en innovatie: we zoeken aansluiting bij een hogeschool of universiteit om een fieldlab of satellietcampus op te zetten bij een van de nieuwe bedrijven (bijv. in agritech of circulaire technologie).

Onze visie is dat Aalten niet langer vooral een woonplaats is, maar een aantrekkelijke plek om te ondernemen en te werken, ook voor mensen van buiten. Dit moet fors meer banen opleveren en de leegloop van jongeren tegengaan. De keerzijde – véél meer bedrijvigheid – ondervangen we met streng milieubeleid (zie Klimaat & landschap) en goede huisvesting voor eventueel benodigde arbeidsmigranten, zodat groeipijnen worden gemanaged. In scenario 4 krijgt Aalten economisch het profiel van een dynamische groeikern: meer jonge werkenden vestigen zich door de banen, er komt een groter aanbod stageplekken en starterfuncties, en het inkomens- en voorzieningenniveau stijgt merkbaar. We moeten wel alert zijn op sociale effecten: de snelle economische groei kan betekenen dat de kloof tussen oude en nieuwe bewoners groeit (bv. qua welvaart of gewenning aan veranderingen). Daarom blijven we investeren in ondernemersnetwerken en vakopleidingen voor eigen inwoners, opdat zij maximaal meeprofiteren van de nieuwe economie. Toerisme: hoewel niet expliciet in de basis van scenario 4 benoemd, is de insteek dat alle sectoren met potentie mogen groeien zolang kwaliteit verzekerd is. We staan dus open voor nieuwe recreatieve initiatieven als die flinke waarde toevoegen.

In de praktijk zou dit kunnen betekenen dat scenario 4 bijvoorbeeld een groot nieuw recreatiepark of hotel zou toestaan als investeerders zich melden, uiteraard met de eis van landschappelijke inpassing en duurzaamheid. Het toerisme kan daarmee in scenario 4 een sterke impuls krijgen, waardoor Aalten zich ook op de toeristische kaart zet (zij het dat dit secundair is aan de hoofdambitie van wonen en werken). 

Voorzieningen: Met de sterke groei maakt Aalten een grote sprong voorwaarts in voorzieningen. In 2040 heeft Aalten in scenario 4 het niveau van een klein regionaal centrum bereikt. Dit betekent dat er voorzieningen zijn gekomen die men voorheen alleen in grotere plaatsen aantrof. Zo kan Aalten-dorp bijvoorbeeld een tweede middelbare school openen of een campus voor beroepsonderwijs, gekoppeld aan de nieuwe bedrijvigheid (denk aan een vakschool voor houtbewerking of agritech). Het winkelaanbod breidt sterk uit met ook grotere winkels/ketens die eerder niet in Aalten zaten – mogelijk komen er een bouwmarkt, een elektronicazaak, kledingwinkels die normaal in steden zitten, etc.. Er ontstaat waarschijnlijk een nieuw winkelcentrum aan de rand van Aalten bij de nieuwe wijken, inclusief supermarkt, drogist en enkele winkels, om de groei op te vangen en het oude dorpscentrum te ontlasten.

27/45

Dinxperlo behoudt in scenario 4 vrijwel al zijn voorzieningen en kan ze zelfs versterken: door de groei en gericht beleid krijgt Dinxperlo bijv. een vernieuwd multifunctioneel cultuurhuis waar bibliotheek, theaterzaal en jongerenruimte samenkomen. Kleine kernen profiteren deels direct: meer inwoners kunnen betekenen dat een basisschool openblijft of heropent, of dat er genoeg animo is voor een coöperatief buurtsupermarktje. Indirect profiteren ze via goede verbindingen naar Aalten, dat nu uitgebreide voorzieningen biedt. In het buitengebied kan door de komst van een nieuwe kern zelfs een extra huisartsenpost of buurtwinkel ontstaan die er eerst niet was, wat die regio bedient. Het voorzieningenniveau in 2040 is dus hoger dan ooit in Aalten. Naast de basisvoorzieningen heeft de gemeente nu dingen als een 24/7 gezondheidscentrum met huisartsenpost (mogelijk gemaakt door de grotere bevolking), een uitgebreid sportcentrum, en misschien zelfs een kleine bioscoop of meer uitgaansgelegenheden. Inwoners hoeven voor weinig nog de gemeente uit; veel diensten zijn lokaal te vinden. Tegelijk brengt de groei meer reuring: het is drukker op straat, ’s avonds is er meer te doen. Voor velen is dat aantrekkelijk, maar sommige oorspronkelijke bewoners moeten eraan wennen – het dorpsgevoel verandert enigszins richting kleinstedelijk.

Daarom investeren we stevig in de sociale infrastructuur om de samenhang te bewaren. Wijkteams, jongerenwerkers en buurtsportcoaches breiden we uit om de grotere bevolking te ondersteunen en eventuele sociale problemen vroeg te signaleren. In elke nieuwe wijk komt een buurtcentrum, en vanuit de gemeente organiseren we extra evenementen om binding tussen oud- en nieuwkomers te stimuleren – van dorpsfeesten tot integratiebarbecues. Ook op cultureel vlak bewaken we de eigen identiteit: het Aaltens Museum en erfgoedverenigingen krijgen steun om nieuwkomers te informeren over lokale geschiedenis en tradities. Traditionele evenementen (schuttersfeesten, volksfeesten) promoten we actief zodat nieuwe inwoners de “ziel” van Aalten leren kennen en eraan deelnemen. Leefbaarheid: ondanks het drukkere, iets meer stedelijke karakter dat Aalten in scenario 4 krijgt, zorgt deze aanpak ervoor dat de leefbaarheid twee kanten heeft: materieel zijn er meer mogelijkheden en kansen dan ooit, maar immaterieel moeten we harder werken om het gemeenschapsgevoel en de gemoedelijkheid te behouden. We nemen die uitdaging serieus, zodat Aalten niet alleen groter en moderner is, maar ook een fijne plek blijft voor zowel oorspronkelijke inwoners als nieuwkomers. 

Mobiliteit: De groeispurt van scenario 4 maakt mobiliteit een cruciaal thema: zonder forse maatregelen dreigen congestie en slechtere bereikbaarheid. Daarom voeren we een samenhangend Mobiliteitsplan 2040 uit met grote investeringen. Ten eerste bij de wegen: om het toegenomen verkeer te verwerken zetten we sterk in op rondwegen en verkeersscheiding. Rond Aalten komt feitelijk een volledige ringweg tot stand: ontbrekende schakels leggen we aan, zodat doorgaand verkeer om het historische centrum heen kan rijden. Dit realiseren we deels door bestaande wegen te upgraden en waar nodig door nieuwe tracés. Ook de verbinding naar de snelweg A18 krijgt een upgrade: de provinciale N318 wordt mogelijk verbreed of voorzien van slimme rijstroken om piekverkeer richting de A18 beter te verwerken. Rond Dinxperlo realiseren we – indien haalbaar – een omleidingsroute voor doorgaand verkeer naar Duitsland: eventueel een nieuwe weg(deel) samen met Duitsland om vooral vrachtverkeer buitenom richting de B70 te leiden. In de kernen zelf voeren we een streng autoluw beleid: de centra van Aalten en Dinxperlo worden grotendeels autovrij of slechts beperkt toegankelijk voor auto’s, met goede randparkeerplaatsen eromheen. Verkeerscirculatieplannen zorgen dat woonwijken geen sluipverkeer krijgen; veel

28/45

straten worden permanent 30 km/u met drempels en plateaus. Ten tweede krijgt het openbaar vervoer een enorme impuls. Er komt bijvoorbeeld een hoogfrequente buslijn Aalten–Doetinchem (een HOV-snelbus) om de forenzenstroom op te vangen. Dinxperlo krijgt een directe, frequente verbinding naar zowel Aalten (voor de trein) als Winterswijk. We realiseren een mobiliteitshub in Aalten waar trein, (snel)bus en deelvervoer samenkomen, inclusief een grote P+R en fietsenstallingen. Op langere termijn overwegen we zelfs een extra treinstation aan de rand van Aalten bij de nieuwe wijken (al is dat mogelijk pas na 2040 haalbaar). Ten derde worden fietsen en lopen bijna even belangrijk geacht als autoverkeer. Nieuwe vrijliggende snelfietspaden verbinden alle kernen en buurtschappen; schoolroutes maken we waar mogelijk geheel autovrij. Binnen Aalten en Dinxperlo leggen we doorsteken voor fietsers en voetgangers aan, zodat nieuwe wijken direct verbonden zijn met scholen, werk en winkels zonder omwegen. De mobiliteitsvisie in scenario 4 draait om het ondersteunen van een grotere, actievere gemeente. We willen voorkomen dat groei leidt tot frustratie of bereikbaarheidsproblemen, dus investeren we niet alleen in beton en asfalt, maar ook in gedrag en slimme systemen. We nemen samen met werkgevers bijv.

initiatieven als carpoolplaatsen, bedrijfsvervoer en spreiding van werktijden om de spits te ontlasten. Mogelijk lanceren we een app/platform waarop inwoners duurzame ritten kunnen delen (bijv. een buurtautodeelsysteem). Duurzame mobiliteit stimuleren we maximaal: elektrische auto’s zijn de norm en Aalten rolt een fijnmazig netwerk van laadpalen en snelladers uit. Deelvervoer (e-steps, scooters, auto’s) stellen we breed beschikbaar, zeker voor nieuwkomers die minder gehecht zijn aan een eigen auto. Verkeersveiligheid krijgt bij al dit verkeer extra nadruk: met meer mensen en voertuigen neemt potentieel onveiligheid toe. We intensiveren daarom verkeerseducatie op scholen en organiseren buurtbetrokkenheid bij verkeersveiligheid (bijv. buurtbewoners die snelheid controleren in hun straat). Ook zetten we innovatieve handhavingsmiddelen in: extra flitspalen, digitale snelheidsdisplays en misschien trajectcontroles binnen de bebouwde kom als dat nodig is. We letten tevens op toegankelijkheid: alle nieuwe bussen en haltes worden 100% toegankelijk voor ouderen en gehandicapten, en in de centra verbreden we trottoirs en maken ze drempelvrij zodat de toename van voetgangers (inclusief rollators en kinderwagens) veilig kan bewegen.

Met al deze maatregelen behoudt Aalten ook in scenario 4 een goede leefkwaliteit qua mobiliteit: ondanks de drukte kunnen mensen zich efficiënt, veilig en duurzaam verplaatsen, en de bereikbaarheid van woningen, werk en voorzieningen blijft gewaarborgd. 

Klimaat, energie en landschap: Scenario 4 stelt op de proef hoe ver we het landschap kunnen belasten zonder onherstelbare schade. Het uitgangspunt verschuift van “nee, tenzij” naar “ontwikkeling, tenzij het écht niet anders kan” – maar elke ontwikkeling moet slim en groen gebeuren. Concreet betekent dit dat veel open ruimte rond de kernen bebouwd wordt, maar met beleid: we clusteren nieuwe uitbreidingen zoveel mogelijk in plaats van overal versnipperd te bouwen. Liever drie grote uitbreidingsgebieden en de rest van het landschap vrij, dan tien kleine plekjes volgebouwd. Ontwikkeling vindt plaats waar het kan, maar niet in gebieden die aantoonbaar onveilig zijn of essentieel voor waterberging. Ook in dit scenario blijft bouwen in actuele overstromingsvlakten uitgesloten – die gebieden benutten we juist voor wateropvang en -bescherming (bv. retentie in beekdalen). Grote ingrepen krijgen strikte landschappelijke inpassing: we stellen hoge eisen aan architectuur aan de dorpsranden (het silhouet met kerktorens en molens moet herkenbaar blijven, dus geen monotone flats in het zicht). We verplichten het aanleggen van royale groene buffers (bosjes, parken, waterzones) en zelfs ecologische corridors door nieuwe

29/45

wijken heen, zodat dieren zich kunnen verplaatsen en uitzichten binnen de wijk behouden blijven. De overgang van dorp naar land wordt iets minder pittoresk en meer verstedelijkt, maar we leggen bijvoorbeeld langs nieuwe randwegen brede groenzones aan en houden zichtlijnen open naar landmarks (kerktorens, molens) zodat oriëntatiepunten niet verdwijnen. Natuurcompensatie gebeurt op ongekend grote schaal: elke hectare die volgebouwd wordt, compenseren we met een hectare nieuwe natuur elders. Dit leidt ertoe dat we bijvoorbeeld een heel nieuw natuurgebied creëren op schrale landbouwgrond, gefinancierd door ontwikkelaars die elders bouwen. Het Natuurnetwerk Achterhoek wordt zo verbeterd door “ruilen”: dichter bij de dorpen bouwen, in ruil voor natuuruitbreiding in aangewezen rustige zones. Waardevolle landschapselementen verplaatsen of compenseren we waar mogelijk: soms wordt een houtwal of sloot verlegd om plaats te maken voor bouw, maar elders leggen we dan twee nieuwe houtwallen aan ter vervanging. Landbouw: het agrarisch landschap ondergaat een transformatie. Veel boeren die klem komen door de stikstofreductie, schaalvergroting of verstedelijking stoppen of schakelen om met royale beëindigingsregelingen.

Het buitengebied “ontboert” deels – er zijn minder boerderijen en meer nieuwe natuur of extensieve functies – en de boeren die dóórgaan zijn hypermodern en kringloopgericht met zeer lage milieubelasting. De milieubelasting is in dit scenario dan ook een kritieke uitdaging gezien de toename van activiteiten. We moeten volop inzetten op emissiereductie: alle nieuwe bedrijven draaien op schone energie en vangen emissies maximaal af, en al het verkeer schakelt gaandeweg over op zero-emissie. Zelfs dan is er meer uitstoot dan vroeger, maar door strenge normen en inzet van technologie (filters, elektrificatie) blijven we binnen de wettelijke grenzen. Geluid- en lichthinder vereisen aandacht: met meer bewoners en bedrijvigheid komen onvermijdelijk meer geluiden en lichten. Oplossingen zijn o.a. geluidswallen langs nieuwe rondwegen, stil asfalt en strikte handhaving van werktijden en geluidsisolatie bij bedrijven. Verlichting sturen we slim (dimbaar, bewegingsgestuurd) om ook bij groei de nachtrust en sterrenhemel zoveel mogelijk te behouden. Energietransitie: in scenario 4 is deze zeer zichtbaar en lokaal. Om de enorme energievraag duurzaam te dekken, moet grootschalige opwekking in eigen gemeente gebeuren. Voor windenergie is regionaal de RES 2.0 Achterhoek opgesteld, als actualisatie van de bestaande energiestrategie. Deze RES 2.0 zal begin 2026 worden vastgesteld in de colleges.

In de RES 1.0 was voor een deel van de opgave nog geen uitspraak gedaan over de techniek waarmee deze ingevuld dient te worden. Vanwege met name netwerkefficiëntie is in de RES 2.0 afgesproken dat dit gedeelte met windenergie zal moeten worden ingevuld. Ook gemeente Aalten zal extra in moeten zetten op windenergie en de locatie van windpark Hagenwind is hiervoor het meest geschikt. De gemeente bereidt zich voor om nieuwe locaties voor duurzame opwek in het omgevingsplan te faciliteren – denk aan verdere uitrol van zonnepanelen op bedrijfsdaken en eventueel ook kleinschalige windturbines bij industrieterreinen. Tevens realiseren we meerdere zonneparken, waaronder wellicht een groot park bij Dinxperlo (mogelijk als gezamenlijk NL-Duits project). Deze projecten zijn landschappelijk ingrijpend en stuiten op weerstand, maar via intensieve participatie en financiële betrokkenheid van omwonenden (ze delen mee in de winst) creëren we toch draagvlak – de urgentie is hoog gezien de klimaatdoelen. Gemeente Aalten positioneert zich zelfs als proeftuin voor innovatie: we doen mee aan baanbrekende projecten, bijv. agrivoltaics (zonnepanelen gecombineerd met landbouw) op grote velden, of geothermieboringen om hele wijken van duurzame warmte te voorzien.

De agrarische sector is in scenario 4 kleinschaliger maar zeer innovatief: boeren die doorgaan passen hightech irrigatie en precisielandbouw toe om met minder water toch hoge opbrengst te halen, en combinaties zoals agroforestry of agrivoltaics maken

30/45

landgebruik efficiënter. Zo blijft het buitengebied klimaatbestendig produceren, ondanks de ruimtedruk. Klimaatadaptatie: stevig geïntegreerd en op grote schaal toegepast. Water- en hittebestendigheid zijn standaard in alle plannen. In scenario 4 durven we ook grootschalige ingrepen aan, samen met het waterschap en buurgemeenten. Een voorbeeld is de aanleg van een groot klimaatbuffergebied – een waterbergingsgebied of noodoverloop in het buitengebied dat bij extreme regen volloopt en wateroverlast elders voorkomt. Normaliter kan zo’n gebied fungeren als moerasnatuur of recreatiezone. Zo’n ingreep vergt onteigening en landruil, maar we achten het noodzakelijk gezien het extremer wordende weer. In de dorpen zelf zijn in dit scenario vrijwel alle straten klimaatadaptief heringericht: extra groen, minder verharding, groene pleinen, talloze wadi’s en vijvers, en groene daken waar mogelijk. In eerdere scenario’s gebeurde dat deels; nu wordt alles meegenomen, zodat Aalten optimaal bestand is tegen hitte en wateroverlast. Samenvattend stuurt scenario 4 maximaal op duurzaamheid parallel aan maximale groei. Het beeld is contrastrijk – je ziet grote nieuwbouwwijken én grote windmolens, maar ook nieuwe natuurgebieden en hightech milieutechnologie op bedrijventerreinen.

Het landschap is in 2040 zichtbaar anders: dynamischer, minder idyllisch rustig, maar niet per se minder mooi – er is een nieuwe balans ontstaan tussen oud en ultramodern. 

Leefbaarheid en sociale samenhang: De samenleving in scenario 4 is sterk in beweging. Het aantal inwoners is flink gegroeid en er zijn nieuwe gemeenschappen ontstaan in uitgebreide nieuwbouwwijken naast de bestaande dorpen. Dit vraagt om investeringen in sociale ruimtes en ontmoetingsplekken om de cohesie te bevorderen. In elke nieuwe wijk voorzien we een wijkcentrum of op z’n minst een centrale plek (een park met speelveld en buurtgebouw) waar mensen samen kunnen komen. Daarnaast “verlengen” we bestaande dorpskernen in de nieuwe buurten: we creëren bijv. een tweede winkelstraat of marktpleintje in een grote nieuwe wijk, om ook dáár een sociaal hart te geven. Ontstaat er een geheel nieuwe kern in het buitengebied, dan krijgt die uiteraard een eigen dorpshart met een plein, school, kerk of multifunctioneel gebouw, zodat daar een eigen sociale structuur kan opbloeien. Het traditionele sociale weefsel van Aalten wordt in scenario 4 fors op de proef gesteld. De bevolkingssamenstelling is diverser dan ooit: naast geboren Aaltenaren en Achterhoekers wonen er nu veel nieuwe gezinnen uit andere delen van het land en zelfs expats die voor nieuwe bedrijven hierheen zijn gekomen. Dit vraagt een grootschalige integratie- en community-building-inspanning. We schakelen op naar een intensief sociaal beleid: elk nieuwbouwgebied krijgt vanaf dag één een toegewezen wijkcoach of opbouwwerker.

Deze organiseert buurtbijeenkomsten, zet WhatsApp-groepen en buurtapps op en stimuleert de oprichting van verenigingen of buurtcomités in de wijk. Bestaande verenigingen krijgen ondersteuning om ook de nieuwkomers te betrekken – bijv. via proeflidmaatschappen, meertalige communicatie (waar nodig voor mensen van buiten) en speciale kennismakingsactiviteiten. Sociale cohesie moet als het ware opnieuw gesmeed worden. We organiseren daarom dorpsbrede evenementen om oud- en nieuw-Aaltenaren samen te brengen, zoals een groot cultureel festival of sporttoernooi voor alle wijken. Ook investeren we in buurtveiligheid en welzijn: met zoveel groei willen we voorkomen dat er anonieme wijken ontstaan waar mensen langs elkaar heen leven. Daarom “adopteert” het gemeentebestuur elke nieuwe wijk de eerste jaren met extra aandacht – regelmatige wijkbezoeken, spreekuren en een budget voor bewonersinitiatieven om de samenhang te vergroten. Initiatieven zoals wijkmoestuinen, buurt-BBQ’s, speelmiddagen en straatfeesten ondersteunen we financieel en organisatorisch om buren te verbinden. Tegelijk blijven we de Aaltense identiteit benadrukken en vieren, zodat nieuwkomers die eigenheid leren waarderen. Ze worden bijvoorbeeld uitgenodigd om mee te doen aan het bloemencorso, Koningsdag bij het gemeentehuis of carnaval in de buurtschappen – typisch

31/45

lokale tradities. Gezondheid en welzijn: de grotere schaal zorgt ervoor dat zorgvoorzieningen flink uitgebreid zijn (zie Voorzieningen), maar de preventieve kant vergt ook aandacht. Met meer stedelijke allure komt mogelijk ook wat meer ongezond gedrag (sneller fastfood, minder persoonlijk contact). We zetten daarom in op gezondheidsvoorlichting en op behoud van het groene, actieve karakter van de omgeving: parken, sportfaciliteiten en fiets/wandelmogelijkheden achten we juist in deze groeisituatie cruciaal voor het welzijn. We zorgen dat nieuwkomers ook de weg vinden naar sportclubs en groene activiteiten. Uiteindelijk heeft scenario 4 twee gezichten voor leefbaarheid: materieel welvaren – men heeft meer faciliteiten, banen en woningen dan ooit – maar sociaal moet keihard gewerkt worden om iedereen mee te laten doen en de bekende saamhorigheid van Aalten te laten voortbestaan. Onze inzet is dat in 2040, ondanks de transformatie tot een grotere plaats, Aalten nog steeds aanvoelt als “een verzameling dorpen met een groot hart” – alleen zijn de schaal en het tempo gegroeid. De sociale infrastructuur zal blijvend aandacht vergen, maar als gemeente zijn we bereid die te leveren om ook dit scenario tot een succes te maken.

Tot zover vier verschillende scenario’s binnen de bandbreedte van de strategische keuzes die gemeente Aalten voor de fysieke leefomgeving richting 2040 moet maken: De vier scenario’s zijn nog volledig fictief, maar bedoeld om voor gemeente Aalten de best passende mix te kunnen bepalen. Daarvoor moeten we ook kijken naar wat elk scenario doet met de kwaliteit van de leefomgeving en hoe elk scenario zich verhoudt tot de input die de inwoners hebben meegegeven. In het navolgende eerst de beoordeling van de impact van elk scenario op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, uitgevoerd door Royal Haskoning (RHDHV). Daarna de vergelijking met de input van de inwoners. We sluiten de analyse af met het benoemen van het voorkeurscenario.

32/45

3. IMPACT SCENARIO’S OP KWALITEIT De vier scenario’s die in het voorgaande zijn beschreven, zijn door het onafhankelijke adviesbureau Royal Haskoning (RHDHV) beoordeeld op hun impact op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in 2040. In het navolgende een samenvatting van deze beoordeling.

3.1 Beoordeling scenario 1: Kwaliteit boven groei Scenario 1 gaat uit van beperkte groei. Tot 2035 worden ongeveer 900 nieuwe woningen gebouwd en daarna wordt de groei stopgezet. De ontwikkeling richt zich vooral op kwaliteit: er komt extra groen en bestaande fietsvoorzieningen worden verbeterd. Doordat de groei in dit scenario klein blijft, blijven zowel de kansen op positieve effecten als de risico’s op negatieve effecten beperkt. Er zijn enkele duidelijke positieve uitkomsten: Zo zorgt nieuwe natuur aan de rand van de kernen en in het buitengebied samen met bodembescherming voor verbeteringen in natuur, water en klimaat. Ook het veiliger maken van fietspaden en het stimuleren van wandelen en fietsen levert voordelen op voor de leefomgeving, verkeersveiligheid, gezondheid en mobiliteit. Aan de andere kant brengt zelfs een kleine toename van bedrijvigheid wat nadelen met zich mee, vooral doordat extra bedrijfsactiviteiten leiden tot iets meer verkeer en verharding. Dit kan beperkte risico’s geven op bijvoorbeeld geluidhinder, uitstoot en verkeers(on)veiligheid, en enige druk op natuur, klimaat, bodem en water. Per saldo blijft het echter bij relatief kleine effecten – zowel positief als negatief – in scenario 1.

3.2 Beoordeling scenario 2: Beheerst doorgroeien Scenario 2 voorziet een matige groei ten opzichte van het basispad. Rond 2040 zouden in totaal circa 1350 nieuwe woningen zijn toegevoegd (inclusief de 900 van scenario 1) en er komt eventueel extra ruimte voor bedrijven. Nieuwe huizen komen binnen de bestaande kernen en op vrijkomende boerenerven. Er wordt geen extra natuurgebied aangelegd in dit scenario, maar de landbouw krijgt wel een verduurzamingsimpuls en ook op mobiliteit zet gemeente Aalten extra in. De effecten in scenario 2 zijn tweeledig: Er ontstaan in de breedte kansen op positieve verbeteringen, maar ook risico’s op verslechtering. Zo worden bijvoorbeeld buurtbussen uitgebreid, meer laadpalen geplaatst en komen er nieuwe fietspaden en “fietsstraten” om fietsen te stimuleren. Dit is gunstig voor de leefomgeving, verkeersveiligheid, gezondheid en mobiliteit. Ook in de landbouw zijn er positieve ontwikkelingen: Boeren schakelen deels over op natuurinclusieve methoden en er wordt 15% biologische grondstofteelt nagestreefd, wat goed is voor bodem, water, natuur en klimaat. Tegelijk brengt scenario 2 aanzienlijk meer nieuwbouw mee dan scenario 1, wat betekent dat er ook meer verkeer en verharding komt.

Dit leidt tot belangrijke risico’s voor de omgeving: Zonder extra maatregelen dreigt er verslechtering op het gebied van natuur (verlies van natuurwaarden door bebouwing), klimaat (bijvoorbeeld meer uitstoot), bodem en water (door bebouwing) en veiligheid. Daarnaast leveren sommige duurzaamheidsmaatregelen in dit scenario ook aandachtspunten op. Zo kunnen de aanleg van zonnepanelen, het (bij)plaatsen van windmolens (c.q. het vervangen van windmolens door grotere en hogere windturbines) en het plaatsen van buurtbatterijen, ongewenste neveneffecten hebben: Ze zijn goed voor duurzame energie en klimaat, maar kunnen nadelig uitpakken voor de gezondheid van inwoners, voor vogels/vleermuizen en/of voor de omgevingsveiligheid (branden ontploffingsgevaar). Al met al biedt scenario 2 meer kansen op verbetering dan scenario 1, maar ook meer risico’s op achteruitgang, vooral voor de natuurwaarden.

33/45

3.3 Beoordeling scenario 3: Flinke groei, breed gespreid Scenario 3 zet in op forse groei van gemeente Aalten. Het streven is om ongeveer 2000 nieuwe woningen te realiseren in de periode tot 2040 (inclusief de 900 woningen uit scenario 1), voornamelijk binnen de bestaande kernen. Ook wordt er dubbelspoor aangelegd voor betere treinverbindingen, en de industrie- en kantoorlocaties worden flink uitgebreid, verspreid over de gemeente. Om de toename van wonen en werken te compenseren, wordt ruimte voor landbouw ingeleverd ten gunste van nieuwe natuurgebieden – bijvoorbeeld extra bos en “boerennatuur” – en de landbouw die overblijft, schakelt nog meer over op natuurvriendelijke en biobased methoden. De effectbeoordeling laat zien dat dit scenario op bepaalde vlakken veel positieve effecten kan hebben. Met name voor bodem, water en biodiversiteit zijn er kansen: door de aanleg van flink wat nieuwe natuur en duurzamere landbouw verbeteren deze milieuaspecten in scenario 3. Echter, de keerzijde van deze groeistrategie is een grote toename in bebouwing en bevolking, wat leidt tot aanzienlijke negatieve effecten op de leefomgeving. Zo betekent 2000 extra woningen (vaak door inbreiding in de dorpen) veel extra verkeersbewegingen, met mogelijke gevolgen als meer geluid, uitstoot van uitlaatgassen, drukker verkeer en daarmee een minder rustig en schoon leefklimaat.

Ook de sterke groei van bedrijvigheid brengt aanzienlijke risico’s met zich mee: meer vrachtverkeer en verhard oppervlak kunnen negatieve gevolgen hebben voor de omgevingskwaliteit, natuur, klimaat, water, bodem en de verkeersveiligheid. Een positief punt is dat nieuwe woningen binnen de bestaande dorpen komen, dicht bij voorzieningen. Dat kan de leefbaarheid vergroten – nieuwe bewoners kunnen gebruikmaken van bestaande winkels, scholen, zorg en andere voorzieningen – wat goed is voor het welzijn en de gezondheid van de gemeenschap. Per saldo kent scenario 3 dus zowel uitgesproken voordelen (door investeringen in natuurherstel en duurzame ontwikkeling) als uitgesproken nadelen (door de toename van verkeer en bebouwing).

3.4 Beoordeling scenario 4: Maximale groei, slim gebundeld Scenario 4 lijkt qua omvang op scenario 3 – eveneens rond de 2000 nieuwe woningen – maar onderscheidt zich doordat een deel van die groei wordt opgevangen in een hele nieuwe woonkern (dorp) buiten de bestaande bebouwde kom(men). Deze nieuw te bouwen kern wordt compact opgezet in het buitengebied, en omdat de locatiekeuze voor deze nieuwe kern invloed heeft of kan hebben op sommige aspecten van de fysieke leefomgeving, is (om een indruk te krijgen van die verschillen) naar twee verschillende mogelijke locaties gekeken. Vanwege hun ligging (waarover aansluitend meer) is in dit scenario gekozen voor ’t Klooster (scenario 4a) en Lintelo (scenario 4b), teneinde daarmee een concreter gevoel te krijgen bij wat een nieuwe kern op verschillende locaties zou kunnen betekenen, ook voor de kwaliteit van de leefomgeving. De effecten van scenario 4 laten hoe dan ook zien dat sterke bundeling van groei nieuwe kansen én nieuwe risico’s met zich meebrengt. Doordat er een geheel nieuw dorp ontstaat, kunnen daar bijvoorbeeld extra voorzieningen (winkels, scholen, etc.) worden gebouwd, wat de toegang tot dergelijke voorzieningen verbetert. Ook voorziet scenario 4 in een beperkte hoeveelheid nieuwe natuur (bijvoorbeeld kleine bospercelen en stukjes boerennatuur), wat positief is voor bodem, water, natuur en klimaat.

Bovendien kan de mobiliteit profiteren van dit scenario: het verdubbelen van het spoor en goede bus- en fietsverbindingen naar het station verbeteren de bereikbaarheid. Tegelijk brengt het nieuwe dorp en de groei daaromheen forse milieudruk met zich mee. Net als in scenario 3 zorgt de combinatie van veel nieuwe woningen en bedrijvigheid voor veel extra verkeer en verharding, wat kan leiden tot verslechtering van de omgevingskwaliteit, aantasting van natuurgebieden, meer uitstoot (klimaatbelasting), een hogere belasting van bodem en water, en risico’s op het gebied van

34/45

verkeer en veiligheid. Ook de uitbreiding van toerisme en recreatie in dit scenario levert zowel kansen als nadelen op: meer toeristen zijn economisch gunstig, maar ze brengen ook extra verkeer en mogelijke overlast mee. Hiernaast blijkt uit de vergelijking van de twee locaties dat de locatiekeuze inderdaad invloed heeft op sommige aspecten van de leefomgeving. Zo zou en nieuwe woonkern bij Lintelo naast het spoor liggen, wat de optie geeft voor een nieuw treinstation en dus een uitstekende OV-verbinding – dat is een voordeel van die locatie. Echter, bij Lintelo loopt ook een transportleiding met een veiligheidscontour (gevaarzone). Nieuwe huizen binnen die zone betekenen een potentieel veiligheidsrisico (bijv. bij een incident met die leiding), waardoor de variant Lintelo op het aspect omgevingsveiligheid ongunstiger scoort. De variant met een nieuwe kern bij ’t Klooster heeft dat leidingen-risico niet en is bovendien gekozen vanuit een bodem- en waterperspectief – de bodemopbouw en waterhuishouding ter plaatse geven daar minder belemmeringen – wat positief uitpakt voor duurzaamheid. Daar staat weer tegenover dat ’t Klooster niet direct aan het spoor ligt en dus niet profiteert van een nieuwe treinverbinding zoals Lintelo dat doet. Dit alles nog los van allerlei andere impact die een nieuwe kern in een gebied als ’t Klooster zou (kunnen) hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=455c69f4-b450-447f-aed8-57b9829464b8