Bijlage 1c - TAM-omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 Bijlagen_Deel6
Tekst van het document
Afbeelding 13: Boorpuntenkaart geprojecteerd op de meest recente luchtfoto uit 2025 (bron: www.pdok.nl).
13 Nederlands Normalisatie-instituut 1989. 14 De Bakker en Schelling 1989.
Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01
22 van 26
Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119
3.2
Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens De laagopeenvolging is aan de hand van de boorprofielen bepaald15. Binnen het plangebied is sprake van één profieltype en betreft dekzand met daarop een verstoorde laag, en bovenop de bouwvoor. Op de einddiepte van 1 tot 1,5 m -Mv (18,5 tot 19,3 m +NAP) is een pakket van wit-geel, matig siltig, matig fijn, goed gesorteerd, afgerond, compact, kalkloos zand met geen tot veel ijzervlekken aangetroffen. Dit pakket is geïnterpreteerd als dekzand behorende tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Hierop is, op een diepte van 0,7 tot 1,2 m -Mv (18,8 tot 19,6 m +NAP), donker-grijs-bruin, matig siltig, zwak humeus, matig fijn, goed gesorteerd, matig afgerond, normale consistentie, kalkloos zand met zandbrokken en fragmenten puin aangetroffen. Dit pakket is geïnterpreteerd als een verstoord pakket. Hierop is, op een diepte van 0,3 tot 0,5 m -Mv (19,5 tot 20,2 m +NAP), een pakket van bruin, matig siltig, zwak humeus, zeer fijn, goed gesorteerd, afgerond, los, kalkloos zand aangetroffen. Dit pakket loopt door tot aan het maaiveld en is geïnterpreteerd als bouwvoor.
3.3
Archeologische indicatoren Ondanks dat het niet het doel is bij een verkennend booronderzoek om archeologische resten op te sporen zijn de boringen toch geïnspecteerd op de aanwezigheid van eventuele archeologische resten. Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn echter geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De aanwezigheid van zandbrokken in het verstoord pakket duidt erop dat de top van het dekzand vergraven/verstoord is. Hiermee zijn de eventuele archeologische resten in de top van het dekzand ook verstoord of zelfs verwijderd en zijn er geen archeologisch relevante lagen maar aanwezig binnen het plangebied.
3.4
Archeologische interpretatie Het natuurlijke bodemtype is in het hele plangebied verstoord door ploeg- of graafwerkzaamheden. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, en bevinden zich in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de bodem tot in het dekzand verstoord is, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de Chorizont reiken maar aangezien de bodem tot vrij diep in de C-horizont (dekzand) verstoord is zijn deze resten verloren gegaan.
15 bijlage 2
Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01
23 van 26
Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119
4
Conclusies en aanbevelingen
4.1
Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek een hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met Nieuwe Tijd gold een hoge verwachting. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van deze verwachting.
4.2
Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen In dit deel worden de onderzoeksvragen uit de inleiding beantwoord. 1. Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De opbouw van de ondergrond bestaat uit dekzand, met daarop een verstoord pakket, en afgedekt met bouwvoor.
2. Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig of worden deze verwacht? In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Vanwege het grotendeels verstoorde bodemprofiel wordt de kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, daarom klein geacht. Op grond van de beantwoording van de bovenstaande vraag zijn de twee onderstaande onderzoeksvragen niet meer van toepassing. a)
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?
b)
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?
3. In hoeverre worden eventueel aanwezige of verwachte archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, waardoor ook geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied. De hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum als voor nederzettingssporen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld.
Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01
24 van 26
Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119
4.3
Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Aalten). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag. Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01
25 van 26
Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119
Bronnen Literatuur Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen. Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie. Prisma, Utrecht. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten Nederlands Normalisatie-instituut, 1989: NEN 5104 Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Porreij-Lyklema, T.E. en S. van der Veen, 2017: Watertransportleiding Gaanderen – Lintelo, gemeenten Doetinchem, Oude IJsselstreek en Aalten. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek (RAAP -notitie 5928). RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: proefsleuvenonderzoek (IVO-P). SIKB, Gouda. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2022: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2. SIKB, Gouda. Teekens, P.C. en D.J. la Fèber, 2018: Inventariserend Veldonderzoek d.m.v.
verkennende en karterende boringen Drinkwatertransportleiding aanleg DN 500PVC/560PE De Pol – Beunkdijk (Antea Group Archeologie 2017/93). Antea Group Archeologie, Heerenveen.
Internet (geraadpleegd juli-augustus 2025) http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ www.ahn.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl http://www.gelderland.nl/kaartenencijfers http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ topotijdreis.nl gahetna.nl pdok.nl https://gelderland.nazca4u.nl/rapportage/ https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/archeologie?Meldingsnummer=2339250100
Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01
26 van 26
Bijlagen:
Bijlage 1:
Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Ouderdom in jaren
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen
1
11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
Atlanticum warm vochtig
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2:
Boorprofielen
Boring: S250119_1 Kop algemeen: Projectcode: S250119, Boornummer: 1, Beschrijver(s): TE, Datum: 25-08-2025, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 232854.331, Y-coördinaat in meters: 439724.539, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 20.243, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Aalten, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 20.24 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: los, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 19.94 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 70, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Consistentie: normaal,
Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 70 / 19.54 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: wit-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: compact, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken Einde boring 100 / 19.24
Boring: S250119_2 Kop algemeen: Projectcode: S250119, Boornummer: 2, Beschrijver(s): TE, Datum: 25-08-2025, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 125 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 232793.705, Y-coördinaat in meters: 439646.579, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 20.372, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Aalten, Opdrachtgever: ?, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 20.37 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: normaal, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 40 / 19.97 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 90, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig
afgerond, Consistentie: normaal, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 90 / 19.47 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: compact, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 125 / 19.12
1 bron: S250119.geojson - 27-08-2025 16:41:43
Boring: S250119_3 Kop algemeen: Projectcode: S250119, Boornummer: 3, Beschrijver(s): TE, Datum: 25-08-2025, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 125 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 232851.725, Y-coördinaat in meters: 439657.955, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 20.533, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Aalten, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 20.53 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: los, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 20.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 90, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Consistentie: normaal,
Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten 90 / 19.63 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: compact, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 125 / 19.28
2 bron: S250119.geojson - 27-08-2025 16:41:43
Boring: S250119_4 Kop algemeen: Projectcode: S250119, Boornummer: 4, Beschrijver(s): TE, Datum: 25-08-2025, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 232914.123, Y-coördinaat in meters: 439695.442, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 20.052, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Aalten, Opdrachtgever: ?, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 20.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: los, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 50 / 19.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 120, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond,
Consistentie: normaal, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 120 / 18.85 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: compact, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken Einde boring 150 / 18.55
3 bron: S250119.geojson - 27-08-2025 16:41:43
Boring: S250119_5 Kop algemeen: Projectcode: S250119, Boornummer: 5, Beschrijver(s): TE, Datum: 25-08-2025, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 232836.728, Y-coördinaat in meters: 439614.144, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 20.304, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Aalten, Opdrachtgever: ?, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 20.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: zeer fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: los, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 40 / 19.90 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 110, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond,
Consistentie: normaal, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 110 / 19.20 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel-wit Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: compact, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken Einde boring 150 / 18.80
4 bron: S250119.geojson - 27-08-2025 16:41:43
Boring: S250119_6 Kop algemeen: Projectcode: S250119, Boornummer: 6, Beschrijver(s): TE, Datum: 25-08-2025, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 232903.735, Y-coördinaat in meters: 439620.442, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 20.236, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Aalten, Opdrachtgever: ?, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 20.24 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: normaal, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 19.94 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 70, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig
afgerond, Consistentie: normaal, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 70 / 19.54 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: afgerond, Consistentie: compact, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Einde boring 100 / 19.24
5 bron: S250119.geojson - 27-08-2025 16:41:43
2956/3561
Bijlage 30 Slaadijk 14 Aalten
2957/3561
Toelichting Slaadijk 14, Aalten 1. Bestaande situatie en geldende bestemming Aan de percelen Slaadijk 14 en 14a te Aalten is op basis van het bestemmingsplan “Landelijk gebied, herziening 2023” de bestemming “wonen” toegekend. Op basis van het bestemmingsplan zijn drie woningen toegestaan. Het fragment van de verbeelding is hieronder opgenomen.
2. Planbeschrijving Op de locatie was vroeger een agrarisch bedrijf met twee bedrijfswoningen gevestigd. Recentelijk is voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en is in het bestemmingsplan “Landelijk gebied, herziening 2023” de bestemming gewijzigd van agrarisch naar wonen. Er is een bouwvlak opgenomen voor een nieuw te realiseren vrijstaande woning. Voor deze bestemmingswijziging zijn enkele omgevingsonderzoeken uitgevoerd en is een erfinpassingsplan opgesteld. Uit de toelichting op het bestemmingsplan blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Volledigheidshalve wordt voor een toelichting en de onderzoeken verwezen naar Landelijk gebied, herziening 2023 - Regels op de kaart - Omgevingsloket. De oorspronkelijke bedrijfswoning Slaadijk 14 (de meest noordelijke woning) betreft een grote boerderij met een inhoud van > 1000 m3. Initiatiefnemer (eigenaar Slaadijk 14) wenst de woning te splitsen, waarmee er een wooneenheid wordt toegevoegd binnen de bestaande hoofdbouwmassa. Door woningsplitsing komen twee generaties op het erf te wonen, en wordt mantelzorg mogelijk. De woning voldoet aan de voorwaarden voor woningsplitsing uit het Afwegingskader Buitengebied. Aan de locatie wordt het maximum van twee wooneenheden
toegekend. Tevens wenst men een nieuw bijgebouw te realiseren ten westen van de woning. Om die reden wordt het bestemmingsvlak wonen aan die zijde uitgebreid. Bij Slaadijk 14a wenst de initiatiefnemer (eigenaar Slaadijk 14a) het bestemmingsvlak wonen aan de zuidzijde uit te breiden, zodat de mogelijkheid ontstaat om hier in de toekomst een bijgebouw te realiseren, waardoor er een logischere erfopzet bestaat. Nadere onderbouwing De wijziging is op verzoek van en in overleg met de perceeleigenaren tot stand gekomen. Er is met de eigenaren een anterieure overeenkomst gesloten voor de wijziging. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde.
2960/3561
Bijlage 31 Tammeldijk 4 Aalten
2961/3561
Motivering wijzing omgevingsplan “Tammeldijk 4 te Aalten”
Opdracht Gedeeltelijk wijzigen functie
Opdrachtnemer Locis Adviseurs B.V. Groten Bos 3 7131 NW Lichtenvoorde Info@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.
1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................. 4 1.2 Ligging planlocatie ...................................................................................................... 4 1.3 Huidig planologisch kader ........................................................................................... 6 1.4 Participatie voorbereidingsfase ................................................................................... 6 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................... 7
2.
Beschrijving van het plan....................................................................................................... 8 2.1 Huidige situatie ........................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................. 11
3.
Beleid ................................................................................................................................. 15 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................ 15 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................. 15 3.1.2 Omgevingswet ........................................................................................... 16 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................ 17 3.2 Provinciaal beleid...................................................................................................... 17 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ................................................................. 17 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland .............................................. 18 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 20 3.3.1 Horeca visie Gemeente Aalten .................................................................... 20
4.
Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 22 4.1 Bodem ...................................................................................................................... 22 4.2 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 23 4.3 Natuur ...................................................................................................................... 24 4.3.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 .............................................................. 24 4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone ... 25 4.3.3 Soortenbescherming .................................................................................. 25 4.4 Geluid ....................................................................................................................... 26 4.5 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 27 4.6 Geur ......................................................................................................................... 28 4.7 Milieubelastende activiteiten ....................................................................................
29 4.8 Omgevingsveiligheid ................................................................................................. 29 4.9 Water ....................................................................................................................... 31 4.10 Mobiliteit en parkeren ............................................................................................ 33 4.11 Kabels en leidingen ................................................................................................. 33 2
4.12 Milieueffectrapportage ........................................................................................... 33 4.13 Gezondheid............................................................................................................. 34 4.14 Duurzaamheid ........................................................................................................ 35 5.
Juridische planopzet............................................................................................................ 36 5.1 Algemeen ................................................................................................................. 36 5.2 Toedelen van functies aan locaties ............................................................................ 36 5.3 Aanvraagvereisten .................................................................................................... 36 5.4 Regels ter bescherming van waarden en objecten ...................................................... 37 5.5 Overgangsregels ....................................................................................................... 37
6. Uitvoerbaarheid van het plan.................................................................................................. 38 6.1. Economische uitvoerbaarheid .................................................................................. 38 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................ 38 Bijlagen 1. Erfinpassing 2. Quickscan flora en fauna 3. Bodemonderzoek 4. Digitale watertoets
3
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Aan de Tammeldijk 4 is een agrarisch perceel gelegen. Op dit perceel staat een karakteristieke woning met karakteristieke bijgebouwen en diverse (agrarische) gebouwen en bouwwerken. Tevens is er, als nevenactiviteit met ondergeschikte horeca, een theetuin (Theetuin Rensink) bij het agrarisch bedrijf aanwezig. Initiatiefnemer wenst de locatie een toekomstbestendige invulling te geven. Ze hebben hierbij aangegeven te stoppen met het houden van vee (varkens) en zich volledig te willen richten op de theetuin. Omdat er nog agrarische gronden in eigendom zijn blijft de akkerbouwtak wel behouden. In dit geval wordt hierbij de voormalige varkensstal gesloopt. In ruil voor (een deel van) deze sloop wordt er op de locatie van deze stal een nieuw gebouw t.b.v. de theetuin gerealiseerd. Gezien de gewenste ontwikkeling t.b.v. de theetuin en het vervallen van een deel van de bestaande agrarische hoofdactiviteit ter plaatse, valt dit initiatief niet onder de toets voor ondergeschikte horeca in het ontwikkelkader, maar moet deze als reguliere (bestaande) horeca worden beschouwd en als zodanig bestemd worden. In dit geval is er dus sprake van maatwerk. De ontwikkeling betreft daardoor het wijzigen van een deel van de functie van agrarisch naar horeca, waarbij de functieaanduiding intensieve veehouderij komt te vervallen.
Om deze ontwikkeling te kunnen realiseren is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Op 2 mei 2025 heeft de gemeente Aalten aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het initiatief. Binnen de gemeente Aalten wordt daarvoor in ieder geval gedurende 2025 gewerkt volgens de systematiek van TAM-IMRO. In deze onderbouwing is het initiatief getoetst aan het geldende beleid en zijn de effecten naar de omgeving beoordeeld.
1.2 Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Aalten. De betreffende locatie is kadastraal bekend onder gemeente Aalten, sectie L, nummers 1035 (ged.) en 770 en heeft een totale oppervlakte van ca. 11.000 m2. Het betreft momenteel een agrarisch perceel met een karakteristieke woning, daarbij horende karakteristieke bijgebouwen en diverse (agrarische) opstallen. Ook is er een theetuin aanwezig. In de figuur hieronder een weergave van de planlocatie.
4
Figuur 1: ligging planlocatie rood omlijnd (bron: kadastralekaart.nl)
De planlocatie wordt aan de noordzijde begrenst door een naburige sportlocatie met manege en aan de zuidoostzijde door de Tammeldijk. Aan de overige zijden wordt de locatie begrenst door agrarische cultuurgrond. Rondom de planlocatie bestaan de meest dichtbijgelegen adressen uit woningen en (agrarische) bedrijven in het buitengebied. Het industrieterrein van Aalten ligt op ca. 1,2 kilometer ten oosten van de planlocatie. De kortste afstand tussen de planlocatie en het meest dichtbijgelegen agrarisch bedrijf is ca. 200 meter. Verder bevindt zich op een afstand van ca. 300 meter een bedrijfsbestemming in het buitengebied.
5
1.3 Huidig planologisch kader Voor de planlocatie geldt het onherroepelijke bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 2015’. Per 1 januari 2024 (datum inwerkingtreding Omgevingswet) is dit bestemmingsplan onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege. Voor de gronden op de planlocatie geldt de functie ‘Agrarisch’, deels de ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ en deels de ‘Waarde – Archeologie lage verwachting’. Tevens geldt de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ en de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ ter plaatse van de woning en een tweetal bijgebouwen. Er is geen sprake van een gebiedsaanduiding.
Figuur 2: geldende bestemming met planlocatie in rood omlijnd (bron: omgevingswet.overheid.nl)
Voor het deels wijzigingen van de functie ‘Agrarisch’ naar ‘Horeca’, en het verwijderen van de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ is een buitenplanse procedure nodig. Daarbij is ingestoken op een wijziging van het omgevingsplan.
1.4 Participatie voorbereidingsfase De directe omgeving is geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. Zij hebben aangegeven geen problemen te hebben met de beoogde ontwikkeling.
6
1.5 Leeswijzer Een wijziging van het omgevingsplan volgens TAM-IMRO bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. De wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld van een motivering (voorliggend document), waarin de achtergronden van de wijziging zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het omgevingsplan. In de motivering worden de keuzes die bij de wijziging van het omgevingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hoofdstuk 2 van deze toelichting bevat de beschrijving van de huidige situatie van de planlocatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante omgevingsaspecten op de planlocatie en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. De juridische planopzet komt aan de orde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
7
2. BESCHRIJVING VAN HET PLAN 2.1 Huidige situatie De planlocatie bestaat momenteel geheel uit een agrarisch perceel. Hierop staat een karakteristieke woning met bijbehorende karakteristieke (agrarische) bijgebouwen. Ook is er aan de zuidzijde van het perceel een varkensstal aanwezig. Op het erf is tevens een theetuin aanwezig. Het erf is fraai ingericht en ruim voorzien van diverse soorten beplanting. De locatie is bereikbaar via een aftakking van de Tammeldijk en via diverse inritten bereikbaar.
Figuur 3: topografische kaart, met planlocatie rood omlijnd (bron: topotijdreis.nl)
Figuur 4: zicht op planlocatie ter hoogte van de toegang vanaf Tammeldijk. In het midden van de figuur wordt tegen de luchtwassers van de varkensstal aangekeken (bron: Google Maps)
8
Figuur 5 zicht op planlocatie vanaf diverse zichtpunten aan de Tammeldijk (bron:google maps)
Ontstaansgeschiedenis theetuin In het jaar 2000 heeft een van de initiatiefnemers van haar hobby haar werk gemaakt en besloten om te starten met een theetuin waar appeltaart met koffie en thee geserveerd werd. Sindsdien is het aanbod uitgebreid en in 2006 werd de deel gerenoveerd. Sinds 2010 is de deel ook officieel in gebruik genomen voor besloten partijen (bruiloften, verjaardagen, bedrijfsfeesten, vergaderingen) en daar volledig op ingericht. In 2018 is ook de dochter gestart in dit familiebedrijf. Hieronder wordt ingegaan op de diverse onderdelen van de theetuin.
9
Theetuin Centraal op het erf is een theetuin gelegen. Voor het terras wordt gebruik gemaakt van zelfbediening. Dat wil in dit geval zeggen dat er een servicebalie is waar gasten hun drankjes en lekkernijen komen afhalen en betalen. Bij de balie staat altijd een medewerker om hen te helpen. Ook bestellen de gasten hier hun lunch. Deze wordt later naar de gasten aan tafel gebracht. Op het terras is in de huidige situatie plek voor circa 50 personen. Hieronder een kleine impressie van de theetuin.
Deel Naast het jaarrond gebruiken van de deel voor besloten feesten en partijen wordt de deel in het terrasseizoen (april t/m oktober) ook gebruikt als uitwijkmogelijkheid van de theetuin in geval van slecht weer. Doorgaans wordt de deel gebruikt voor groepen vanaf 30 personen. De deel heeft ruimte voor een partij tot maximaal 100 personen. Hierin is in een toiletgroep voorzien. De deel heeft een verduurzaming ondergaan is volledig van het gas af. De deel wordt hoofdzakelijk verwarmd met een houtkachel, met hout uit eigen bos. In 2020 is de vloer van de deel gerenoveerd en is er vloerverwarming aangelegd. Deze vloerverwarming is aangesloten op een warmtepompinstallatie. Daarnaast is de deel voorzien van een warme lucht installatie. Hieronder een weergave van de deel.
10
Natuurspeelplaats In 2024 is er een natuurspeelplaats aangelegd. Hier vermaken kinderen zich goed met water en zand.
Tuinhuisje De theetuin is tevens voorzien van een tuinhuisje. Deze bied ruimte aan een kleine groep personen (max. 24 personen) waar overdekt gezeten kan worden. Het tuinhuisje beschikt over een open haard voor de frissere dagen.
2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt het in paragraaf 2.1 beschreven gebruik omtrent de theetuin voortgezet, maar voorzien van een passende planologische regeling. Hiermee is voorzien in een gedeeltelijke wijziging van de functie ‘Agrarisch’ naar ‘Horeca’. Alle opstallen blijven behouden, enkel de bestaande varkensstal wordt gesloopt. Het slopen van deze varkenshouderij zorgt tevens voor een kwaliteitsverbetering ten aanzien van de omgeving. Er verdwijnt immers een intensieve veehouderij waarbij de uitstoot van geur en ammoniak op deze locatie aanzienlijk afneemt. Tevens wordt deze locatie landschappelijk ingepast wat zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap, geeft het een boost aan de biodiversiteit en kan de vijver (deels) voorzien in de berging van het hemelwater afkomstig van daken en erfverhardingen. Terras Het terras bezoek is in de afgelopen jaren gegroeid. Ook voor de aankomende jaren wordt groei verwacht. Gevolg is ruimte te kort tijdens het zomerseizoen. Het betreft een tekort aan werkruimte voor het bakken en bereiden van taarten, lunches en high tea’s. Ook komen ze koel en vriesruimte tekort. Er worden nu beperkt reserveringen aangenomen voor het geval het weer tegenvalt. Dit omdat er beperkt ruimte is in 11
het aanbieden van onderdak. De deel is, vanwege de ruime omvang, namelijk pas geschikt voor groepen vanaf ca. 30 gasten en dus niet voor gasten die een High Tea hadden gereserveerd maar nu op de grote deel moeten zitten omdat het regent. Beoogd bijgebouw bij vijver Om bovenstaande te kunnen oplossen wordt een bijgebouw bij de vijver geplaatst. Dit bijgebouw fungeert als keuken, opslag in de winter voor het terrasmeubilair, koel/vriesruimte, extra toiletten en een ruimte voor ca. 30 gasten om binnen te zitten. De beoogde binnenruimte is daarmee ideaal als alternatief als het weer toch tegenvalt en als gasten willen schuilen voor de regen. Daarnaast is het een geschiktere ruimte voor kleinere groepen. Tussen het bijgebouw en de vijver komt een terras. Het terras wordt ruim opgezet, met genoeg ruimte tussen de tafels om de rust en de ruimte van het Achterhoekse platteland te complementeren. Op de vlonder zal er ruimte zijn voor maximaal 50 zitplekken. Logischerwijs wordt de zelfbedieningsbalie hiermee ook verplaatst van de deel naar het nieuwe gebouw. Het gebouw wordt gebouwd met duurzame bouwmaterialen en uitgevoerd in een stijl welke past binnen de landelijke omgeving. Het gebouw is eenvoudig qua vorm en heeft een landelijke uitstraling. Door gebruik te maken van grote raampartijen wordt ook binnen het gevoel van buiten ervaren. Hieronder een impressie van waaraan wordt gedacht.
Figuur 6 voorbeeld beoogd nieuw bijgebouw
Het gebouw zal via een warmtepompinstallatie of een ander duurzaam alternatief worden verwarmd. De uitbreiding heeft enkel betrekking op de theetuin. De deel en het bijbehorende aanbod daarin blijft in zijn huidige vorm bestaan. Erfinpassing Rondom de beoogde waterpartij, die omringd zal worden door overbeplanting, worden 8 knotwilgen aangeplant. Rondom komt een fauna- en kruidenrijk grasland te liggen. Tevens worden er een 3-tal nieuwe zomereiken geplant. Op de volgende pagina een weergave van de beoogde situatie. Het volledige erfinpassingsplan is bijgesloten onder bijlage 1.
12
Figuur 7: ontwerp beoogde situatie
Visie Theetuin Rensink De familie heeft een passie voor duurzaamheid, lokale producten en huisgemaakt gebak. Het buiten zijn, de landelijke omgeving en de plaatselijke natuur willen ze combineren met echt goed lokaal eten. Lekker lang genieten op het terras en van de omgeving. De te reserveren High Tea’s zijn hier een goed voorbeeld van. Een ander voorbeeld is het wandelarrangement met afsluitend een voetenbadje, mocktail en een borrelplankje. Écht tot rust komen en genieten van wat de Achterhoek te bieden heeft. De recreant Er wordt ingespeeld op het type stijlzoeker. Deze type recreant wordt graag in de watten gelegd met bijvoorbeeld lekker eten. Ook wordt er ingespeeld op de rustzoeker. Lekker weg in eigen land, met de
13
fiets op zoek naar de landelijk omgeving (rust en stilte). Ondertussen even snel een kopje koffie, plaspauze even wat eten en weer terug op de fiets. De locatie is daarnaast op perfecte fietsafstand van Duitsland gelegen. De Duitse gast weet de weg naar de theetuin goed te vinden. In de zomer is op sommige dagen wel 50% afkomstig uit Duitsland. Kenmerkend aan deze gast is dat ze gaan fietsen met een ander doel voor ogen dan de Nederlandse gast; lekker ergens op een terras zitten met een grote kop koffie, gebak of een paar biertjes. Doorgaans ligt de leeftijd van de bezoeker aan de theetuin tussen de 50 en 70 jaar. Voor de High Tea daarentegen zijn de gasten gemiddeld een stuk jonger (gemiddeld ca. 30-40 jaar, maar de high tea wordt ook wel geliefd door gemengde gezelschappen (kinderen met ouders en opa/oma). Ook komen er meer gezinnen met jonge kinderen sinds in 2024 de natuurspeelplaats is geopend. Actualiseren horecavergunning De horecavergunning zal nader worden bekeken en zal, indien nodig, worden geactualiseerd.
14
3. BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.
Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.
Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4. Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;
15
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Beoordeling initiatief De NOVI gaat niet concreet in op relatief kleinschalige lokale ontwikkelingen zoals de voorgenomen wijziging die nu voor ligt. In het NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de voorgenomen planontwikkeling. In algemene zin draagt het project bij aan de kwaliteit van de leefbaarheid in het landelijk gebied. 3.1.2 Omgevingswet De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: •
De dienstenrichtlijn (art. 5.1a Bkl);
•
Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl);
•
Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl);
•
Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl);
•
Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl);
•
Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl);
•
Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl);
•
Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Beoordeling initiatief Dit initiatief is voor wat betreft de omgevingsaspecten in hoofdstuk 4 getoetst aan de Rijksinstructieregels, Die Rijksinstructieregels worden daar waar nodig vertaald in het omgevingsplan. Voor het overige wordt voldaan aan de Rijksinstructieregels zonder dat het nodig is om daarvoor iets te regelen in het omgevingsplan. Uit hoofdstuk 4 komt naar voren dat toepassing van de Rijksinstructieregels niet leidt tot belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk. 16
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ‘buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Beoordeling initiatief In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. Bij dit initiatief wordt de functie agrarisch’ omgezet naar de functie ‘horeca’ t.b.v. de al bestaande theetuin zodat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voor andere stedelijke voorzieningen geldt dat er in beginsel geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling indien er met een ontwikkeling minder dan 500 m2 bruto-vloer oppervlakte wordt toegevoegd. Aangezien voorliggend project voorziet in nog geen 500 m2 aan horeca ruimte is voor dit onderdeel geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is een nadere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijk niet noodzakelijk. Het plan leidt hiermee niet tot strijdigheid met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen:
17
•
ruimtelijk beleid;
•
waterbeleid;
•
milieubeleid;
•
natuur- en landschapsbeleid.
Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: •
Regionaal waterprogramma;
•
Handreiking plussenbeleid;
•
Beleidslijn windenergie.
Beoordeling initiatief Voor wat betreft de relevante themakaarten kan het volgende worden opgemerkt: •
ruimtelijk beleid: geen specifieke aandachtspunten;
•
milieubeleid: de planlocaties zijn niet gelegen in een stiltegebied over andere gebied waar beperkingen gelden vanuit het oogpunt van milieu;
•
waterbeleid: de planlocaties zijn niet gelegen binnen provinciale beschermingszones ter bescherming van grondwater, oppervlaktewater of natte landnatuur;
•
natuur- en landschapsbeleid: de planlocaties zijn niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone, Groene ontwikkelingszone, Gelders Natuur Netwerk, Natura 2000-gebied, rustgebied voor ganzen, weidevogelgebied of zoekgebied voor nieuwe natuur.
De overige in het kader van de uitvoering van de omgevingsvisie vastgestelde beleidsdocumenten zijn niet van directe betekenis voor dit initiatief. 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels:
18
•
Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening);
•
Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening);
•
Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening);
•
Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening);
•
Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening);
•
Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening);
•
Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).
Beoordeling initiatief De provinciale instructieregels voor natuur, erfgoed, milieu en provinciale wegen zijn niet relevant voor deze ontwikkeling. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Voor meer informatie over deze regionale woonagenda en de gemeentelijke uitwerking zie de volgende paragrafen. Daarin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling binnen de betreffende kaders past. Verder geldt vanwege de ligging van de planlocatie in de Achterhoek een specifieke instructieregel voor landschap. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling moet namelijk rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. De planlocaties liggen niet in een gebied met specifiek beschermde waarden waarvoor op grond van de omgevingsverordening regels zijn gesteld, zoals Groene ontwikkelingszone, Gelders Natuur Netwerk, molenbiotoop, waterwingebied of drinkwaterreserveringsgebied. In de Omgevingsverordening is een instructieregel ten aanzien van klimaatadaptie opgenomen.
Voor zover een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet de beschrijving worden opgesteld waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Op basis van de klimaatatlas gemeente Aalten is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de planlocatie als gevolg van klimaatverandering. • Wateroverlast Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van de planlocatie zeer beperkt sprake is van plasvorming met een beperkte waterdiepte tijdens een korte en lange bui. Deze is echter binnen één dag weer verdwenen en betreft het een bui welke mogelijk 1x per 1.000 jaar valt. De Tammeldijk is tijdens deze bui onbegaanbaar.