CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c - TAM-omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 Bijlagen_Deel6

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel TAM-Omgevingsplan Landelijk gebied23.178 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Colofon Nader onderzoek huismus, vleermuis, steenmarter en steenuil Seinsdijk 1, 1a en 3 Aalten

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131 PZ Lichtenvoorde BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852

Opdrachtgever: Eigenaar perceel Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 7900 versie 1.0 Ligging plangebied: Seinsdijk 1, 1a en 3 Auteur: Ing. P.Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 11-9-2025 Veldwerk uitgevoerd door: Ing. P.Leemreise e.a.

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1

INLEIDING ..................................................................................................................................... 4

1.1 Inleiding ....................................................................................................................................................... 4 1.2 Reikwijdte .................................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2

Methode .................................................................................................................................... 6

2.1 Steenuil ........................................................................................................................................................ 6 2.2 Huismus ....................................................................................................................................................... 6 2.3 Steenmarter................................................................................................................................................. 6 2.4 Vleermuizen................................................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 3

Resultaten ................................................................................................................................. 9

3.1 Steenuil ........................................................................................................................................................ 9 3.2 Huismus ....................................................................................................................................................... 9 3.3 Vleermuizen................................................................................................................................................. 9 3.4 Steenmarter................................................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 4

Samenvatting en conclusies .................................................................................................... 10

4.1 Samenvatting ............................................................................................................................................. 10 4.2 Conclusie.................................................................................................................................................... 10

3

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Inleiding Er zijn plannen om de varkenshouderij op de Seinsdijk 1, 1a en 3 in Aalten om te vormen naar akkerbouwbedrijf. Hiervoor worden alle varkensstallen en een bijgebouw bij de woning op het erf gesloopt. Om het effect van de voorgenomen werkzaamheden op beschermde soorten en gebieden te onderzoeken is een verkennend natuurwaardenonderzoek1 uitgevoerd op 6 november 2024. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de aanwezigheid van een nestplaats van steenuilen en huismussen en een verblijfplaats van steenmarter en vleermuis in de te slopen gebouwen op voorhand niet uitgesloten kan worden middels een quickscan natuurwaardenonderzoek. Om te onderzoeken of steenuilen en/of huismussen een nestplaats bezetten steenmarter of vleermuis een verblijfplaats bezetten in de te slopen gebouwen is aanvullend onderzoek uitgevoerd in het voorjaar 2025.

De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

1.2 Reikwijdte Er is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van een nest- en/of rustplaatsplaats van huismussen en steenuilen en een verblijfplaats steenmarter en vleermuis op een het erf op het adres Seinsdijk 1,1a en 3 te Aalten. Het onderzoek naar steenuil, huismus is uitgevoerd conform het kennisdocument (steenuil en huismus) en toepasbare onderzoeksprotocollen (vleermuis). Voor onderzoek naar steenmarters is geen toepasbaar protocol beschikbaar. Dit onderzoek is uitgevoerd op basis van een eigen methodiek. 1

Rapport 6675 van Natuurbank Overijsel (eigen uitgave), 2024. 4

Op onderstaande luchtfoto wordt het onderzoeksgebied weergegeven.

Aanduiding van het onderzoeksgebied (gele kader).

5

HOOFDSTUK 2

METHODE

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de methode zoals verwoord in de kennisdocument steenuil en huismus, en onderzoeksprotocol vleermuizen.

2.1 Steenuil Om de aan- of afwezigheid van steenuilen kan vastgesteld worden door drie bezoeken aan het erf te brengen in de periode 15 februari – 15 april, bij geschikt weer. Er is tijdens het onderzoek gebruik gemaakt van stemnabootsing door te fluiten, zowel zang als contactroep. Behalve stemnabootsing is gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar). Daarmee kunnen uilen in open veld en op gebouwen van ruime afstand (500m) waargenomen worden. De bezoeken zijn uitgevoerd in de eerste helft van de nacht (vanaf zonsondergang tot middernacht, waarbij de periode vanaf zonsondergang tot een half uur na zonsondergang gebruikt is om te kijken naar steenuilen op het erf). Het erf is drie maal bezocht tijdens de vroege avond in de periode 25 februari – 9 april 2025. De bezoeken zijn uitgevoerd onder, voor dit onderzoek, geschikte weersomstandigheden. Daarbij is met name harde wind van belang. De windkracht bedroeg tijdens alle bezoeken minder dan 3 Beaufort. Ook was het droog tijdens de drie bezoeken. Datum 25-2-2025 11-3-2025 9-4-2025

tijdstip 20:00-20:40 21:00-21:45 20:45-21:30

Onderzoeker P.Leemreise P.Leemreise P.Leemreise

2.2 Huismus Om de aan- of afwezigheid van nestelende huismussen vast te kunnen stellen dient het plangebied minimaal twee maal bezocht te worden in de periode april-half mei. De bezoeken worden bij voorkeur uitgevoerd in de late ochtend (niet rond zonsondergang of na 15:00 uur) in verband met trefkans. Er is gekeken/geluisterd naar aanwezige huismussen, tjilpende huismussen, nestbouw, voedselvluchten en bedelende jongen vanuit de nestplaats. Er is daarbij gebruik gemaakt van een verrekijker. Het erf is twee maal bezocht, te weten op 10 april (Leemreise) en 14 mei 2025 (Van Middelkoop). De bezoeken zijn uitgevoerd onder voor dit onderzoek, geschikte weersomstandigheden (geen harde wind <5 Bft, droog). 10 april 2025. 9:00 – 10:15 uur. Half bewolkt, 14 °C. Droog. Wind; matig 14 mei 2025. 8:05-9:10 uur. Bewolkt, 17 °C. Droog. Wind: matig

2.3 Steenmarter Er is geen vastgesteld protocol voor onderzoek naar verblijfplaatsen van steenmarters. Onderzoek met wildcamera’s, al dan niet met lokgeur, kunnen de aanwezigheid van de soort aantonen, maar niet de verblijfplaats. Steenmarters verlaten hun verblijfplaats in de schemering, waarbij vrouwtjes met jongen, soms zelfs rond zonsondergang al op pad gaan (pers. Waarneming auteur). Steenmarters lopen daarbij niet zelden over de daken van gebouwen op over erfverharding en kunnen dan opgemerkt worden. Soms wordt hun aanwezigheid ook kenbaar gemaakt door alarmerende vogels (merel). Er is tijdens de bezoeken aan het erf gekeken naar de aanwezigheid van de steenmarter. Daarbij is gebruik gemaakt van een verrekijker. Tijdens de bezoeken in augustus en september is tevens gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Helion Pulsar XP1.4). 6

2.4 Vleermuizen Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd aan de hand van het vleermuisprotocol (versie 2025, incl. meervleermuis). Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type:Petterson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen van zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis. Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van het gebouw in het onderzoeksgebied als verblijfplaats voor vleermuizen.

Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle gebouwbewonende soorten. Het gebouw lijkt geschikt als zomer-, kraam- en paarverblijfplaats. De bebouwing in het onderzoeksgebied wordt niet geschikt geacht als massa-winterverblijfplaats. Aanpassing vleermuisprotocol 2025 In februari 2025 is het vleermuisprotocol aangepast. Deze aanpassing treft uitsluitend onderzoek naar meervleermuizen om de omgeving van bekende kraamverblijven en mannengroepen en onderzoek naar paarverblijfplaatsen van deze soort. Voor paarverblijf- & zwermplaatsen is de definitie van de objecten aangepast, de inspanning is niet bedoeld voor gebouwen zoals woonhuizen, maar denk hier aan bruggen, sluizen, gemalen, elektriciteitshuisjes, boomholtes, vleermuiskasten, stadsmuren, bunkers, meerpalen, ijskelders, forten, verlaten gebouwen, schoorstenen, putten, etc. Het geactualiseerde protocol schrijft nu ochtendonderzoek voor in plaats van avondonderzoek. In gebieden nabij kraamkolonies (te downloaden via Netwerk Groene Bureaus/vleermuisprotocol, zijn twee ochtendrondes (verplicht in de kraamperiode). In zowel de rode gebieden (kraamkolonies) als de blauwe gebieden (mannenverblijven) is een extra ochtendronde in juli nodig voor het opsporen van satelliet verblijfplaatsen.

Onderzoek naar paarverblijfplaatsen hoeft niet plaats te vinden bij door mensen bewoonde objecten, zoals woningen en appartementengebouwen. Toetsing aan het protocol: De onderzoekslocatie ligt niet nabij een kraamkolonie van Meervleermuizen of een mannengroep (bron: NDFF). Het onderzoek hoeft daarom niet afgestemd te worden op meervleermuizen. Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn vijf verschillende bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in juni en juli zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven, de bezoeken in augustus en september zijn uitgevoerd in verband met onderzoek naar paarverblijfplaatsen. De bebouwing wordt niet ongeschikt geacht als (massa) winterverblijfplaats voor gewone dwergvleermuizen. In onderstaande tabel wordt het bezoekschema weergegeven.

7

Figuur 2.4. bezoekschema Datum Tijd 4-6-2025 26-6-2025 1-7-2025 16-8-2025 8-9-2025

21:50-0:30 2:10-5:13 22:00 – 0:30 22:10 – 0:15 21:00 – 23:00

Zon onder/op 21:52 uur 5:10 uur 22:01 uur 21:03 uur 20:05 uur

Aantal onderzoekers 4 4 4 1 1

Weersomstandigheden Droog, 17 ºC, zwakke wind, bewolkt Droog, onbewolkt, zwakke wind 17 ºC Onbewolkt, droog, zwakke wind, 28 ºC Onbewolkt, droog, zwakke wind 18 ºC Half bewolkt, droog, zwakke wind, 17 ºC

Onderzoekers Het onderzoek naar steenuilen is uitgevoerd door P.Leemreise. Hij heeft ruim 38 jaar ervaring als broedvogelkarteerder voor Sovon en was actief betrokken bij het steenuilenonderzoek dat ruim 40 jaar geleden startte in de Zuidoost-Achterhoek. Ook heeft hij steenuilen gekarteerd in de Rijnuiterwaarden rondom Bienen (BRD) en voert hij jaarlijks meerder vergelijkbare onderzoeken uit in Nederland. In de periode 1995-1998 was hij professioneel broedvogelkarteerder in WCL-gebied Winterswijk (vanuit Biologisch Station Zwillbrock e.V.). Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd door een klein team ervaren vleermuisonderzoekers die wisselende samenstelling het erf onderzocht hebben. De vleermuisonderzoekers hebben tevens het onderzoek naar de steenmarter uitgevoerd. Het onderzoek naar huismussen is uitgevoerd door J. van Middelkoop en P.Leemreise. J. van Middelkoop heeft enkele jaren ervaring op het gebied van vogeltellingen en is bekend met nestelende huismussen op (agrarische) erven.

8

HOOFDSTUK 3

RESULTATEN

3.1 Steenuil Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat steenuilen een territorium bezetten in het onderzoeksgebied. Er zijn in het geheel geen steenuilen waargenomen op of rond het erf. 3.2 Huismus Tijdens de bezoeken werden 2-5 huismussen waargenomen rondom de woningen op het erf, net ten zuidwesten van het onderzoeksgebied. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat huismussen een nestplaats bezetten in het onderzoeksgebied. 3.3 Vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld in het onderzoeksgebied. Tijdens de najaarsronden werd telkens één foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen rond de woningen en de beplantingen op het erf ten zuiden en zuidwesten van het onderzoeksgebied. 3.4 Steenmarter Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de steenmarter een verblijfplaats bezet in het onderzoeksgebied. Er zijn tijdens het onderzoek in het geheel geen steenmarters gezien of gehoord. Ook zijn geen sporen gevonden, zoals uitwerpselen of prooiresten.

9

HOOFDSTUK 4

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

4.1 Samenvatting In 2025 hebben onderzoekers van Natuurbank Overijssel onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van een verblijfplaats van steenmarter en vleermuis en nestplaatsen van steenuilen en huismussen in een deel van een agrarisch erf aan de Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. De onderzoeken zijn uitgevoerd volgens de daarvoor bedoelde onderzoeksprotocollen of eigen methode (steenmarter) Uit onderzoek is niet gebleken dat voorgenoemde soorten (of soortgroep) een voortplantings- of rustplaats in het onderzoeksgebied bezetten. Wel zijn huismussen en vleermuizen waargenomen rondom de woningen op het erf, net buiten het onderzoeksgebied.

4.2 Conclusie Als gevolg van het slopen van de gebouwen wordt geen huismus, steenuil, steenmarter of vleermuis gedood en wordt geen verblijfplaats beschadigd of vernield. Er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit aangevraagd te worden.

10

Bronnen BIJ12. 2017. Kennisdocument Steenuil. Eigen uitgave BIJ12. Bij12. 2023. Kennisdocument Huismus. Eigen uitgave Bij12. De steenmarter. KNNV Uitgeverij Netwerk Groene Bureaus. Vleermuisprotocol, versie februari 2025 www.sovon.nl (handleiding BMP-A)

11

Het wateradvies

Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van hhelpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen vanet Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. normale procedure 2. Advies toename verharding 3. Advies afvalwaterketen 4. Advies klimaatadaptie

Op basis van onderstaande locatie

27-02-2025 16:43

1

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?

nee

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?

nee

Zijn er in het plangebied problemen door wateroverlast? nee Ligt in of nabij het plangebied een watergang?

nee

Ligt in of nabij het plangebied een waterkering?

nee

Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een masterplan/ stedenbouwkundige visie?

nee

Wordt water aangelegd, gedempt of aangepast?

nee

Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waterschap mogelijk gemaakt?

nee

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?

ja

Is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 80cm?

nee

Zijn er kansen voor afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?

ja

Wordt regenwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd?

ja

Worden bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd, waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?

nee

Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?

nee

ligt in het plangebied een beschermd watererfgoed?

nee

ligt het plangebied in een grondwaterbeschermingsgebied in Overijssel

nee

ligt het plangebied in een grondwaterbeschermingsgebied in Gelderland

nee

Ligt het plangebied nabij een rioolwaterzuivering?

nee

Ligt het plangebied nabij een rioolgemaal?

nee

Ligt in of nabij het plangebied een persleiding?

nee

Ligt in of nabij het plangebied een rioolwateroverstort? nee Legt u drainagemiddelen aan?

nee

27-02-2025 16:43

2

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Details 1. normale procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waterschapsbelangen raakt, waarvoor nadere afstemming met het waterschap nodig is.

Wat moet ik doen? Gebruik alstublieft de knop “DIRECT AANVRAGEN” om een advies aan te vragen bij het waterschap. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. U krijgt binnen 5 werkdagen een reactie van ons. In een startoverleg zullen we gezamenlijk bepalen welke wateraspecten een rol spelen en tot welk detailniveau deze uitgewerkt dienen te worden. Dit kan betekenen dat er een waterhuishoudkundig plan, een geohydrologisch onderzoek of een uitgebreide analyse van het huidige watersysteem noodzakelijk is.

Als er overeenstemming is met het waterschap over de inhoud van de waterparagraaf, kunt u deze opnemen in de toelichting van het ruimtelijk plan.

Waar moet ik op letten? Eventueel vereiste (water)vergunningen worden niet geregeld met dit wateradvies en zullen via de daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wij willen u ook wijzen op de verwerking van afvalwater. Omdat in de meeste gevallen de gemeente bevoegd gezag is, dient u hiervoor contact op te nemen met uw gemeente.

Achtergrondinformatie Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht op: Waterinformatie waterschap Rijn en IJssel. U vindt hier datasets, services en kaarten die vrij te gebruiken zijn. Zoals informatie over het oppervlaktewatersysteem met waterlopen, kunstwerken, de ligging van waterkeringen en zuiveringsobjecten.

Heeft u vragen of suggesties over dit Digitale Wateradvies? Laat het ons weten per e-mail: wateradvies@wrij.nl

27-02-2025 16:43

3

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies 2. Advies toename verharding Er is sprake van een ontwikkeling met een toename van verharding. Het verhard oppervlak bestaat uit verharding van wegen, erven en tuinen en uit bebouwing.

Om wateroverlast bij hevige buien zoveel mogelijk te voorkomen en zoveel mogelijk water vast te houden voor droge perioden, is het vasthouden, bergen en vertraagd (indirect) afvoeren van hemelwater belangrijk. Er mag door de nieuwe ontwikkeling geen afwenteling plaatsvinden van waterproblemen op de omgeving en het watersysteem.

Wat moet ik doen? Er is een uitwerking nodig van de hoeveelheid toekomstig verhard oppervlak (m2) en de daarmee benodigde hemelwaterberging (m3)

Laat zien dat in het plan voldoende beoogde bergings-of infiltratievoorzieningen worden gemaakt om de benodigde hemelwaterberging te kunnen bergen, waarbij er geen nadelige effecten zijn op het omliggende gebied en de riolering.

Het is belangrijk te borgen dat de bergings- of infiltratievoorziening goed aangelegd en onderhouden wordt. Dit kan door de voorziening op te nemen in de verbeelding en hierover regels op te nemen in het omgevingsplan. Behoud en onderhoud van particuliere voorzieningen kan vastgelegd worden in de koopovereenkomst.

Waar moet ik op letten? Voor een ontwikkeling binnen of nabij de bebouwde kom geldt als uitgangspunt een hemelwatercompensatie van 80 mm per m2 verhard oppervlak (bij bui T=100 + 10%) en in het landelijk gebied een hemelwatercompensatie van 55 mm per m2 verhard oppervlak (bij bui T=10 + 10%). De maximaal toelaatbare afvoer vanaf het verhard gebied naar oppervlaktewater is hierbij 1,6 l/s/ha.

Om wateroverlast in gebouwen te voorkomen, adviseren wij een vloerpeil van gebouwen van minimaal 20 cm boven straatniveau aan te houden.

27-02-2025 16:43

4

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies 3. Advies afvalwaterketen Wij streven naar een doelmatige werking van de gehele afvalwaterketen. Wij treden daarom graag in een vroeg stadium in gesprek over nieuwe ontwikkelingen. Hemelwater wordt min mogelijk afgevoerd naar de afvalwaterzuivering, zodat meer water in de bodem wordt vastgehouden, de efficiëntie van de waterzuivering vergroot wordt, en het aantal riooloverstorten op het oppervlaktewater wordt teruggedrongen. Een toename van afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de rioolgemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) dienen de toename te kunnen verwerken, zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten.

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

27-02-2025 16:43

5

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies 4. Advies klimaatadaptie Met de klimaatveranderingen worden extremere buien verwacht en langere droge en warme perioden. Het watersysteem (o.a. rivieren, beken, watergangen en het grondwater) zal te maken krijgen met hogere waterstanden. Niet alleen bij langere, natte perioden of extremere buien, maar ook om water vast te houden voor drogere periodes. Met uw plan zijn waterproblemen en -risico’s te verwachten voor de toekomstige bewoners en gebruikers in het gebied, de directe omgeving en het watersysteem. Licht in de waterparagraaf toe hoe in het plan hier mee omgegaan wordt.

27-02-2025 16:43

6

https://hetwateradvies.nl

SEINSDIJK 1, 1A EN 3 TE AALTEN GEMEENTE AALTEN

BUREAU- EN INVENTARISEREND VELDONDERZOEK, VERKENNEND BOORONDERZOEK

Opdrachtgever

Projectleider

LOCIS Adviseurs

F. Stevens

Definitief

Groten Bos 3 7131 NW Lichtenvoorde

Projectnummer

Autorisatie

Datum

Synthegra Rapport S250119

F. Stevens

14-10-2025

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Website: www.synthegra.nl

Doc versie 2023-01 1 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

COLOFON Opdrachtgever

: LOCIS Adviseurs te Lichtenvoorde

Project

: Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten

Projectnummer

: S250119

Titel

: Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, Verkennend booronderzoek

Datum

: 14-10-2025

Projectleider

: F. Stevens

Auteurs

: J. Reffeltrath

Autorisatie

: F. Stevens

Druk

: Synthegra B.V., Leusden

Afbeeldingen

: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld

ISSN

: 1874-9771

Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems) Synthegra B.V. Plantageweg 12 3833 AZ Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl © Synthegra B.V., 2025

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

2 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ...................................................................................................................................... 4 SAMENVATTING .................................................................................................................................................................. 5 1

INLEIDING ...................................................................................................................................................................... 7 1.1 1.2 1.3 1.4

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................................................. 11 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

3

METHODE ................................................................................................................................................................................... 11 LANDSCHAPSGENESE................................................................................................................................................................. 11 HISTORISCHE ONTWIKKELING ................................................................................................................................................. 15 BEKENDE BODEMVERSTORING ................................................................................................................................................ 18 ARCHEOLOGISCHE WAARDEN IN EN RONDOM HET PLANGEBIED ....................................................................................... 18 GESPECIFICEERDE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING ......................................................................................................... 21 ADVIES......................................................................................................................................................................................... 21

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ............................................................................................................ 22 3.1 3.2 3.3 3.4

4

ONDERZOEKSKADER .................................................................................................................................................................... 7 ONDERZOEKSDOEL EN VRAAGSTELLINGEN .............................................................................................................................. 7 LIGGING EN HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................................................ 9 TOEKOMSTIGE SITUATIE PLANGEBIED ...................................................................................................................................... 9

METHODE ................................................................................................................................................................................... 22 BESCHRIJVING EN INTERPRETATIE VAN DE BOORGEGEVENS .............................................................................................. 23 ARCHEOLOGISCHE INDICATOREN ............................................................................................................................................ 23 ARCHEOLOGISCHE INTERPRETATIE ........................................................................................................................................ 23

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................................................... 24 4.1 4.2 4.3

INLEIDING ................................................................................................................................................................................... 24 CONCLUSIES / BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN .................................................................................................... 24 AANBEVELINGEN ....................................................................................................................................................................... 25

BRONNEN ............................................................................................................................................................................ 26 LITERATUUR ............................................................................................................................................................................................ 26 INTERNET (GERAADPLEEGD JULI-AUGUSTUS 2025) ........................................................................................................................ 26

Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Boorprofielen Afbeelding voorblad: Luchtfoto van het plangebied

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

3 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Toponiem

Seinsdijk 1, 1a en 3

Plaats

Aalten

Gemeente

Aalten

Provincie

Gelderland

Projectnummer

S250119

Bevoegde overheid Opdrachtgever

Gemeente Aalten. Deskundige namens de bevoegde overheid mevr. drs. A. Lugtigheid Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) LOCIS adviseurs

Uitvoerende instantie

Synthegra B.V.

Datum uitvoering veldwerk

25-08-2025

Uitvoerders veldwerk

T.J.H. van Essen

Onderzoeksmelding (ARCHIS)

5824746001

Datum onderzoeksmelding

30-07-2025

Kaartblad

41B

Periode

Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd

Oppervlakte

Circa 1,6 ha

Perceelnummer(s) Grondgebruik

Kadastrale gemeente Aalten, sectie L, perceel-nummer: 304 (gedeeltelijk), 306 (gedeeltelijk) . Boerenerf en akkers

Geologie

Formatie van Boxtel Laagpakket van Wierden

Geomorfologie

Dekzandruggen

Bodem

Veldpodzolgronden en beekeerdgronden.

Depot

Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Gelderland. te Wijchen.

De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende coördinaten:

Noordwest:

x 232816

Y 439709

Noordoost:

x 232930

y 439726

Zuidwest:

x 232796

y 439606

Zuidoost:

x 232920

y 439597

Centrum:

x 232854

y 439659

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

4 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van LOCIS adviseurs een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van een bestaand (varkens)stallen en de ontwikkeling van akkerbouwschuren. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1,6 ha. De toekomstige bodemverstoring bedraagt circa 5800 m2 met een diepte van 0,8 meter beneden maaiveld. De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.

Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Het plangebied ligt op dekzandruggen, op veldpodzolgronden met leemarm en zwak lemig fijn zand en op beekeerdgronden met lemig fijn zand. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Voor alle archeologische perioden, van het Laat-Paleolithicum tot en de Nieuwe Tijd, geldt een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de hoge ligging van het plangebied en op het historische kaartmateriaal. Het plangebied ligt mogelijk op een dekzandkopjes en kan daardoor al vanaf het Laat-Paleolithicum een aantrekkelijke locatie zijn geweest voor bewoning. Op de historische kaarten staat het boerenerf al sinds het begin van de 19e eeuw afgebeeld en mogelijk zal het erf ook al in de Late Middeleeuwen, en mogelijk daarvoor al, bewoond zijn geweest. Hierdoor kunnen mogelijke bewoningsresten vanaf het LaatPaleolithicum aangetroffen worden.

Veldonderzoek Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare uitgevoerd. Aangezien het plangebied circa 1,1 ha groot is, zijn verspreid over het plangebied in totaal 6 boringen gezet. Vanwege het geringe oppervlak en de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing etc.) zijn de boringen zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een GPS. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 1 meter beneden maaiveld of minimaal 25 centimeter in de C-horizont. Het opgeboorde sediment is verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104 en bodemkundig geïnterpreteerd.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

5 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

Archeologische interpretatie veldonderzoek Het natuurlijke bodemtype is in het hele plangebied verstoord door ploeg- of graafwerkzaamheden. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, en bevinden zich in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de bodem tot in het dekzand verstoord is, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de Chorizont reiken maar aangezien de bodem tot vrij diep in de C-horizont (dekzand) verstoord is zijn deze resten verloren gegaan

Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Aalten). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag. Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

6 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader Synthegra B.V. heeft in opdracht van LOCIS adviseurs een archeologisch bureauonderzoek1 in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van een bestaand (varkens)stallen en de ontwikkeling van akkerbouwschuren. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1,6 ha. De toekomstige bodemverstoring bedraagt circa 5800 m2 met een diepte van 0,8 meter beneden maaiveld. De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan. Door de voorgenomen graafwerkzaamheden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is op basis van het bestemmingsplan, met daarin verwoord het gemeentelijk beleid, in het kader van een omgevingsplanwijziging voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Landelijk gebied 2015 dat is vastgesteld door de gemeente Aalten op de datum 04-03-20202. Voor het grotendeel van het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde – Archeologie hoge verwachting en voor de noordoostelijke hoek geldt een dubbelbestemming Waarde – Archeologie lage verwachting.

Voor terreinen met een Waarde - Archeologie hoge verwachting geldt, dat een rapport dient te worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld bij plangebieden groter dan 500 m2 en verstoringen die dieper reiken dan 40 centimeter beneden maaiveld. Voor terreinen met een Waarde – Archeologie lage verwachting geldt dezelfde maatregel voor plangebieden groter dan 5000 m2 en verstoringen die dieper reiken dan 50 centimeter beneden maaiveld. De bevoegde overheid, de gemeente Aalten, heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Maatregelenkaart. Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.23 en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek en het handboek van Omgevingsdienst Achterhoek4. De bevoegde overheid, gemeente Aalten, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.

1.2

Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. Het doel van het verkennend booronderzoek is het vervolgens toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen en de eventuele aanwezigheid van archeologische resten te inventariseren.

1 BO, protocol 4002

2 www.ruimtelijkeplannen.nl 3 SIKB 2022.

4 Willemse, N.W. & M.H.J.M. Kocken 2012.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

7 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: 1.

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?

2.

Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig of worden deze verwacht? Indien ja (dan zijn de volgende twee subvragen van toepassing)? a.

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de (verwachte) archeologische waarden?

b. 3.

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de (verwachte) archeologische resten?

In hoeverre worden eventueel aanwezige of verwachte archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?

Vanuit het beleid van de Achterhoek komen daar voor het bureauonderzoek de volgende eisen bij (tussen haakjes in welk hoofdstuk dit wordt benoemd): 1.

Beschrijving van de administratieve gegevens conform de KNA, inclusief minimaal één kaart van het onderzoeksgebied met RD-coördinaten (Administratieve gegevens en 1.3 Ligging en huidige situatie plangebied).

2.

Beschrijving

van

de

geologie

en

de

geomorfologie

van

het

onderzoeksgebied

(2.2

Landschapsgenese). 3.

Beschrijving van de te verwachten natuurlijke en de antropogene bodemhorizonten en de mogelijke verstoring van de bodem (2.2 Landschapsgenese en 2.4 Bekende bodemverstoring).

4.

Beschrijving van het historisch grondgebruik en eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie op basis van historische kaarten en archief en/of literatuuronderzoek. (2.3 Historische ontwikkeling).

5.

Beschrijving van de bekende archeologische gegevens van de onderzoekslocatie en de omgeving (archeologische

monumenten,

vindplaatsen,

archeologische

onderzoeken

met

onderzoeksresultaten) (2.5 Archeologische waarden in en rondom het plangebied). 6.

Beschrijving van de aard, de datering, de omvang en de verwachte fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten (2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting).

7.

Beschrijving van de verwachte vondstverspreiding en de vondst- en spoorniveaus (2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting).

8.

Uitgebreide onderbouwing van de gespecificeerde archeologische verwachting (2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting).

9.

Gemotiveerde beschrijving van de meest geschikte KNA-onderzoeksmethode voor het opsporen van de verwachtte sporen en vondsten (indien verder onderzoek nodig is) (2.7 Advies).

10. Opstellen van locatie-specifieke onderzoeksvragen voor het vervolgonderzoek (indien verder onderzoek nodig is, 2.7 Advies). Voor het booronderzoek komen daar de volgende eisen bij (tussen haakjes in welk hoofdstuk dit wordt benoemd): 11. Beschrijving van de aangetroffen natuurlijke en antropogene bodemhorizonten (ook eventuele verstoring, eventuele aangetroffen artefacten, geschatte ouderdom) (3.2 Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens en 3.4 Archeologische interpretatie). 12. Beschrijving van de aangetroffen vondsten, sporen en/of cultuurlaag (omvang, aard, diepteligging, datering, representativiteit, fysieke kwaliteit) (3.3 Archeologische indicatoren). 13. Beschrijving van de consequenties die uitvoering van de plannen op de archeologische resten kan hebben (4.2 Conclusies/beantwoording van de onderzoeksvragen).

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

8 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

14. Evaluatie van het onderzoek (komt het resultaat van het onderzoek overeen met de verwachting?, was de gebruikte onderzoeksmethode geschikt?) (4.2 Conclusies/beantwoording van de onderzoeksvragen). 15. Boorstaten en een duidelijke kaart met de locatie van de boorpunten (RDcoördinaten) als bijlagen opnemen (3.1 Methode en Bijlage 2: boorprofielen). 16. Opstellen van een goed onderbouwd selectieadvies (4.3 Aanbevelingen). 17. Beschrijving van de meest geschikte KNA-onderzoeksmethode voor verder archeologisch onderzoek (indien verder onderzoek nodig is) (4.3 Aanbevelingen). 18. Opstellen van concept-onderzoeksvragen voor het vervolgonderzoek, op basis van het bureauonderzoek en booronderzoek (indien van toepassing) (4.3 Aanbevelingen).

1.3

Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 1,6 ha en is gelegen aan de Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten (afbeelding 1). Het plangebied is in gebruik als boerenerf en is bebouwd met een aantal gebouwen en opstallen. Langs de noordelijk rand van het plangebied loopt de Seinsdijk weg, aan de westkant ligt een deel van het gazon en aan de overige kanten is het begrenst door akkers.

Afbeelding 1.: Het plangebied op de Open Topografische Kaart van Nederland (Bron: www.Pdok.nl).

1.4

Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. Een huidige (varkens)stallen zullen worden gesloopt en nieuwe landbouwschuren zullen worden gebouwd. De funderingen van de nieuwe schuren zullen tot circa 0,8 meter beneden maaiveld worden aangelegd.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

9 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

Afbeelding 2a: Toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: opdrachtgever)

Afbeelding 2b: Toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: opdrachtgever)

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

10 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. Voor het bureauonderzoek zijn met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch en fysischgeografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.

2.2

Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd: •

Geomorfologische Kaart 1:50.000 (Afbeelding 3)

•

Bodemkaart 1:50.000 (Afbeelding 4)

•

Digitaal hoogtemodel, Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (Afbeelding 5)

•

Relevante achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst)

Voor de geologische beschrijving is gebruik gemaakt van de Lithostratigrafische Indeling van de Ondiepe Ondergrond.5 Zie voor een overzicht van de geologische en archeologische perioden bijlage 1.

Geo(omorfo)logie en landschap Het plangebied ligt in het oostelijk zandgebied van Nederland, waar het landschap zijn huidige vorm vooral tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 – 11.700 jaar geleden), heeft gekregen.. In het Weichselien heeft het landijs Nederland niet bereikt, maar is het klimaat wel koud en droog. Gedurende een zeer koude periode, het Pleniglaciaal (circa 75.000 – 15.700 jaar geleden), is de ondergrond periodiek permanent bevroren geweest en is het regen- en sneeuwsmeltwater over het oppervlak afgestroomd. Hierdoor zijn fluvioperiglaciale afzettingen gevormd en dalen uitgesleten. De fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers en bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. De fluvioperiglaciale afzettingen zijn later grotendeels bedekt met dekzand. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat Pleniglaciaal (circa 26.000 – 15.700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa 15.700 – 11.700 jaar geleden) was de vegetatie vrijwel verdwenen. Hierdoor is op grote schaal verstuiving opgetreden en werd dekzand afgezet. Dit (vaak lemige) zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 µm), goed afgerond, goed gesorteerd en arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend.

Het reliëf, dat hierbij in het landschap is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en dekzandkopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen.

De Mulder et al. 2003 en via www.dinoloket.nl: Dinoloket, Standaarden, Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond. 5

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

11 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

In het Holoceen (circa 11.700 jaar geleden tot heden) is het klimaat warmer en vochtiger geworden en is het landschap door geologische processen weinig veranderd. Het dekzand is door de toenemende vegetatie vastgelegd en de beken hebben zich ingesneden, waarbij beekdalen zijn ontstaan. Op basis van de geomorfologische kaart ligt het plangebied op dekzandruggen met oud bouwlanddek.

Afbeelding 3: Het plangebied, rood omkaderd, op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).

Bodem Op basis van de bodemkaart ligt het grotendeel van het plangebied op veldpodzolgronden met leemarm en zwak lemig fijn zand en de noordoostelijke hoek ligt op beekeerdgronden met lemig fijn zand.

AHN De hoogte van het maaiveld ligt op gemiddeld 20,5 m +NAP.6 Op de AHN is te zien dat het boerenerf zeer vermoedelijk opgehoogd is vanwege de hogere ligging rondom de gebouwen ten opzichten van de omliggende akkers. De uitzondering hierop is het gebied ten zuidoosten die nog hoger liggen. Dit gebied komt overeen met de geomorfologische kaart waarop dit gebied staat aangeduid als dekzandkopje.

6

Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP (Normaal Amsterdams Peil)

geraadpleegd op www.ahn.nl Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

12 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

Afbeelding 4: Het plangebied, rood omkaderd, op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).

Afbeelding 5a: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (Bron: www.ahn.nl).

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

13 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

Afbeelding 5b: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (Bron: www.ahn.nl).

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

14 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

2.3

Historische ontwikkeling Voor de historische ontwikkeling is divers kaart- en beeldmateriaal (Afbeelding 6 t/m 10) en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd (zie literatuurlijst). 7 Op het kadastrale minuutplan uit het begin van de 19 e eeuw (afbeelding 6) is te zien dat het plangebied uit meerdere, kleine, percelen bestaat. Deze percelen bestaan uit bouwland, weiland, erf en gebouwen. Dit zal zeer vermoedelijk de voorganger van het huidige boerenerf betreffen. Ook is de Seindsdijk weg, de Weversborgdijk wegen de Beunkdijk weg te zien. Over de volgende circa 200 jaar vinden in het gebied relatief kleine veranderingen plaats in het vorm van verkaveling, verbouwingen van erven en de aanleg van nieuwe wegen (afbeeldingen 7-9). Het erf binnen het plangebied, genaamd Seins, ondergaat meerdere fasen van bebouwing in deze tijdspan. Op de historische kaart van 2011 is het boerenerf te zien zoals het in de huidige situatie is.

Afbeelding 6: Het plangebied op het kadastrale minuutplan uit het begin van de 19e eeuw. (Bron: http://hisgis.nl).

7 Kadastrale Minuutplans zijn ten behoeve van de belastingheffing vervaardigde kaarten. De opnames zijn gestart in 1811, ten tijde

van Frans bestuur en gecontinueerd tot 1832 (vanaf 1815 onder Nederlands bewind. Het zijn grondbeschrijvingen van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

15 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

Afbeelding 7: Het plangebied op de topografische kaart uit circa 1886 (Bron: www.topotijdreis.nl).

Afbeelding 8: Het plangebied op de topografische kaart uit circa 1955 (Bron: www.topotijdreis.nl).

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

16 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

Afbeelding 9: Het plangebied op de topografische kaart uit circa 1950 (Bron: www.topotijdreis.nl).

Afbeelding 10: Het plangebied op de topografische kaart uit circa 2011 (Bron: www.topotijdreis.nl).

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

17 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

2.4

Bekende bodemverstoring Binnen het plangebied zijn voor zover bekend geen grondroeringen veroorzaakt door saneringen van munitie, bodemverontreinigingen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan.8 Voor dit onderzoek zijn www.bodemloket.nl en https://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ geraadpleegd maar deze bevatten geen informatie over het plangebied. Voor het onderzoek is ook de rapportagemodule van Gelderland9 geraadpleegd en hierop staat aangeduid dat ter locatie van het zuidelijk gebouw binnen het plangebied voorgaande onderzoeken zijn uitgevoerd. In 1997 is door Van der Poel Milieu B.V. (Sein1;1997VO) een verkennend onderzoek uitgevoerd en in 2006 is een verkennend onderzoek uitgevoerd door Econsultancy (sein1;2006VO). De rapporten van deze onderzoeken zijn niet beschikbaar maar uit de rapportagemodule kan wel de informatie verkregen worden dat de locatie geschikt is voor wonen met tuin, dat de locatie voldoende onderzocht is en dat de status van de verontreiniging als ‘niet ernstig’ beoordeeld is. Bij de locatie staat aangeduid dat op de locatie een ondergrondse dieseltank, een bovengrondse dieseltank en een ondergrondse hbo-tank staan of hebben gestaan. Enkel bij de hbo-tank staat dat deze tot 1993 op de locatie heeft gestaan.

2.5

Archeologische waarden in en rondom het plangebied In deze paragraaf wordt gekeken of binnen en rond het plangebied archeologische en/of ondergrondse bouwhistorische waarden bekend zijn. Hiervoor is het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS III) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd en in aanvulling daarop de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Aalten en Achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst). Voor het onderzoeks is het Portable Antiquities of the Nethelands (PAN) geraadpleegd. In het PAN staan 5 metalen vondsten geregistreerd binnen de gemeente Aalten. Deze vondsten betreffen een onbekend, LaatMiddeleeuwse/Vroegmoderne object, een niet-Nederlandse militaire knoop uit de Nieuwe Tijd Laat, een gesp uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd Vroeg en onderdelen van een handvuurwapen uit de Nieuwe Tijd. Omdat het PAN alleen de gemeente vermeld en geen verdere locatie-gegevens, is het niet bekend hoe ver deze vondsten van het plangebied zijn aangetroffen.

Gemeentelijk beleid Voor het plangebied geldt op basis van de archeologische maatregelenkaart van de gemeente Aalten voor het grotendeel van het plangebied een hoge archeologische waarde en een lage archeologische verwachting voor de noordoostelijke hoek (Afbeelding 11). De zones van hoge archeologische waarden komen overeen met hoger gelegen delen van het landschap zoals aangeduid op de AHN kaart. Aan de hand van de geomorfologische kaart zullen dit vermoedelijk dekzandkopjes betreffen. De zone van lage archeologische verwachting komen overeen met de lager gelegen gebieden van dekzandruggen en vlakte van ten dele verspoelde dekzanden.

8 www.bodemloket.nl, http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ 9 https://gelderland.nazca4u.nl/rapportage/

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

18 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

Afbeelding 11: Het plangebied, zwarte kader, geprojecteerd op de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Aalten, (Bron: gemeente Aalten).

Monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen in (de nabijheid van) het plangebied Er zijn in (de nabijheid van) het plangebied, binnen een straal van 500 m, in ARCHIS III gegevens bekend aangaande onderzoekmeldingen. Er zijn geen gegevens bekend aangaande archeologische monumenten, bovengrondse bouwhistorische waarden, waarnemingen, vondstlocaties en vondstmeldingen. Binnen het onderzoeksgebied liggen drie onderzoekmeldingen. Van één van de onderzoeken kon het rapport zowel op Archis als op DANS-EASY niet gevonden worden. De overige twee onderzoeken bestaan uit een bureauonderzoek en een verkennend- en karterend booronderzoek. In deze onderzoeken is geconcludeerd dat het plangebied in een zone van hoge archeologische verwachting ligt maar dat de bodem verstoord is. Hierdoor wordt de kans op het aantreffen van archeologische resten klein geschat.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

19 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

Afbeelding 12: Overzicht van de monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m van het plangebied, (Bron:Archis3). Tabel 1: Lijst van afgebeelde archeologische onderzoeken onder zaakidentificatienummer. Zaakidentificatie

Afstand

Soort onderzoek

Bevindingen

Aanbeveling

2339250100

304 m (z)

Bureauonder zoek door SRE Milieudienst 10

Het rapport kon niet gevonden worden.

Onbekend.

4044113100

Onder andere plangebied

Bureauonder zoek door RAAP 11

Gebaseerd op het bekende vondstmateriaal wordt verwacht dat het onderzoeksgebied een relatief vindplaatsarm gebied is. Op de advieskaart is het huidige plangebied aangeduid in een zone van ‘Hoge verwachte dichtheid aan archeologische resten. Resten komen v lak aan het maaiveld voor en zijn daarom kwetsbaar (geweest)’ en met twee historische boerderijen/boerderij -gebouwen

Verkennend booronderzoek en mogelijk een aanvullend karterend booronderzoek voor zones met een hoge verwachting aanbevolen. Geen vervolgonderzoek voor zones met een lage verwachting aanbevolen.

4548575100

Onder andere plangebied

Verkennend e n karterend booronderzoek door Antea Group Archeologie 12

Dit is het vervolgonderzoek van het bovenstaande bureauonderzoek. Het onderzoek concludeert dat binnen de gemeente Aalten maar enkele resten van een podzol zijn aangetroffen. De aangetroffen resten zijn zeer gering en/of verstoord waardoor de kans op het aantreffen van archeologische resten zeer nihil is.

Vrijgave van het terrein binnen de gemeente Aalten.

10 https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/archeologie?Meldingsnummer=2339250100 11 Porreij-lyklema en van der Veen 2017 12 Teekens en la Féber 2018

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

20 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

2.6

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van bovenstaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De essentie hiervan is weergegeven in tabel 2. Het plangebied ligt op dekzandruggen, op veldpodzolgronden met leemarm en zwak lemig fijn zand en op beekeerdgronden met lemig fijn zand. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Voor alle archeologische perioden, van het Laat-Paleolithicum tot en de Nieuwe Tijd, geldt een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de hoge ligging van het plangebied en op het historische kaartmateriaal. Het plangebied ligt mogelijk op een dekzandkopjes en kan daardoor al vanaf het Laat-Paleolithicum een aantrekkelijke locatie zijn geweest voor bewoning. Op de historische kaarten staat het boerenerf al sinds het begin van de 19e eeuw afgebeeld en mogelijk zal het erf ook al in de Late Middeleeuwen, en mogelijk daarvoor al, bewoond zijn geweest. Hierdoor kunnen mogelijke bewoningsresten vanaf het LaatPaleolithicum aangetroffen worden.

Tabel 2: Gespecificeerde archeologische verwachting. Periode LaatPaleolithicum – Mesolithicum

Neolithicum – Nieuwe Tijd

2.7

Verwachting

Hoog

Hoog

Verwachte kenmerken vindplaats

Diepteligging sporen

Bewoningssporen: tijdelijke kampementen Mobilia : vuursteen artefacten, haardkuilen

In het dekzand/C horizont.

Bewoningssporen: (semi permanente) nederzettingen, sporen van agrarisch/industrieel landgebruik, percelering: cultuurlaag, Mobilia: fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmaterialen

Vanaf het maaiveld tot in de top van het dekzand/C horizont.

Advies Op basis van de verwachting moet er aanvullend onderzoek worden uitgevoerd om de intactheid van de bodem te bepalen. Het advies is om een verkennend booronderzoek uit te voeren om zo de verwachting uit het bureauonderzoek te toetsen.

Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Doc versie 2023-01

21 van 26

Project : Seinsdijk 1, 1a en 3 te Aalten. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S250119

3

Inventariserend Veldonderzoek

3.1

Methode Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare uitgevoerd. Aangezien het plangebied circa 1,1 ha groot is, zijn verspreid over het plangebied (afbeelding 13) in totaal 6 boringen gezet. Vanwege het geringe oppervlak en de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing etc.) zijn de boringen zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een GPS. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 1 meter beneden maaiveld of minimaal 25 centimeter in de C-horizont. Het opgeboorde sediment is verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 510413 en bodemkundig14 geïnterpreteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=47befb82-0012-4d72-9c38-5fad0e60224a