Bijlage 1 - Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Bij overliquiditeit kunnen gelden via deposito’s met een looptijd langer dan één jaar gestald worden in de schatkist van het Rijk. Het begrip rentetypische looptijd verdient een toelichting. Het gaat bij dit begrip om de definitie vanuit de Wet Fido en is ingegeven door beheersing van renterisico’s. De definitie luidt: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding. Voor een uitzetting die een looptijd kent van tien jaar met een vaste rente, geldt dat deze altijd als vast activum dient te worden opgenomen ook al resteert er minder dan één jaar van de oorspronkelijke looptijd. VLOTTENDE ACTIVA Vlottende activa zijn onderverdeeld in voorraden, uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, liquide middelen en overlopende activa. Voorraden Onder voorraden vallen de volgende onderdelen: - overige grond- en hulpstoffen; - onderhanden werk waaronder bouwgronden in exploitatie; - gereed product en handelsgoederen; - vooruitbetalingen. De als “onderhanden werk” opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsof vervaardigingsprijs, dan wel de duurzaam lagere marktwaarde.
De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), evenals een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Volgens het realisatiebeginsel dient in de situatie dat voldoende zekerheid is over de winst, de winst te worden genomen. Daarbij moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht. Voor deze tussentijdse winstneming wordt de Percentage of completion (POC) methode gevolgd. Door veranderende omstandigheden kan het zijn dat in eerdere jaren te veel winst is genomen. Deze winst moet in het huidige jaar worden verrekend door middel van een afboeking of het treffen van een voorziening. Voor berekende verliezen wordt een voorziening getroffen die van de waarde van het actief wordt afgetrokken. Voorraad gereed product wordt gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of tegen de duurzaam lagere marktwaarde. Dat laatste doet zich vooral voor als voorraden incourant worden.
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De voorgeschreven indeling voor wat betreft vorderingen is: - vorderingen op openbare lichamen (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, Rijk); - verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen; - overige verstrekte kasgeldleningen; - uitzettingen in de schatkist van het Rijk met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; - rekening-courantverhouding met het Rijk; - rekening courantverhoudingen met niet-financiële instellingen; - uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; - overige vorderingen; - overige uitzettingen. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
64
De vorderingen worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De vorderingen worden regelmatig beoordeeld. Daarbij wordt een reële inschatting gemaakt of de vordering wordt ontvangen. Op basis hiervan wordt mogelijk een voorziening voor verwachte oninbaarheid getroffen. De voorziening wordt in de balans op de waarde van de vorderingen in mindering gebracht. Op het punt van uitzettingen is gekozen om de terminologie van de Wet Fido te volgen. Het begrip uitzettingen heeft zowel betrekking op vorderingen als op effecten. Liquide middelen en overlopende activa Liquide middelen en overlopende activa worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs opgenomen. De voorgeschreven indeling voor overlopende activa is: de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: - Europese overheidslichamen; - het Rijk; - overige Nederlandse overheidslichamen; - overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. VASTE PASSIVA Vaste passiva zijn onderverdeeld in eigen vermogen (reserves), voorzieningen (vreemd vermogen) en vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betreffende verplichting of het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter op de contante waarde van de (al opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. De voorziening riolering en afval zijn verwerkt op basis van de nominale waarde en met inachtneming van artikel 44, lid 2 BBV. De meest actuele nota reserves en voorzieningen is door de raad vastgesteld in december 2023. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. VLOTTENDE PASSIVA Vlottende passiva zijn onderverdeeld in netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en overlopende passiva. De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
De voorgeschreven indeling voor overlopende passiva is: - verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; - ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: Europese overheidslichamen; het Rijk; overige Nederlandse overheidslichamen; - overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten de balanstelling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is nadere informatie opgenomen over borgstellingen en garanties en ook een onderbouwing van de totaalbedragen die buiten de balanstelling zijn opgenomen.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
65
Toelichting op de balans per 31 december 2025 ACTIVA VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa Immateriële vaste activa zijn niet-tastbare bezittingen die toekomstige economische voordelen kunnen genereren. Deze activa zijn gesplitst in: • kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; • kosten van onderzoek en ontwikkeling; • bijdragen aan activa in eigendom van derden. Het onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde weer van de kosten van onderzoek en ontwikkeling. Het gaat om de volgende projecten: uitbreiding bedrijventerrein; Stedenbouwkundig plan Singel 1 en 2; woningbouw Europastraat 6 Dinxperlo en ontwikkeling Slingeplas – ’t Broock. bedragen x € 1.000 Kosten van onderzoek en ontaikkeling
Boekwaarde 01-01-2025
Investering
Desinvestering Aflossing/ afschrijving
Boekwaarde 31-12-2025
Onderzoek en ontwikkeling
0
146
0
0
146
Totaal
0
146
0
0
146
Materiële vaste activa Onder materiële vaste activa worden de investeringen weergegeven die betrekking hebben op uitgaven waar tegenover een actief staat met een nuttigheidsduur van meerdere jaren. Er wordt een onderscheid gemaakt in: • Investeringen met een economisch nut, waaronder gronden, woonruimten en gebouwen uitgegeven in erfpacht, overige investeringen met een economisch nut en warme gronden woningbouw; • Investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; • Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut. Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer. Ook zijn de belangrijkste investeringen weergegeven. bedragen x € 1.000 Economisch nut Gronden uitgegeven in erfpacht Woonruimten uitgegeven in erfpacht Gebouwen uitgegeven in erfpacht
Boekwaarde 01-01-2025 2.402
Investering
Desinvestering
Bijdrage derden
Afschrijving
0
0
0
0
Boekwaarde 31-12-2025 2.402
1.011
0
0
0
50
961
2
0
0
0
0
2
5.775 222 16.658 660 269 538 24.122
0 630 220 24 491 1.506 2.871
40 134 23 5 0 0 202
0 0 0 0 0 1.506 1.506
24 29 926 161 92 58 1.290
5.711 689 15.929 518 668 480 23.995
Overige investeringen met een economisch nut Gronden en terreinen Woonruimten Gebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa
Warme gronden
0
0
0
0
0
0
Totaal
27.537
2.871
202
1.506
1.340
27.360
Toelichting investeringen economisch nut > € 100.000
Krediet
Kapitaaluitgaven 01-01-2025
Investering
Desinvestering
Bijdrage derden
Totale investering
550 325 2.583
0 0 0
220 324 1.494
0 0 0
0 0 1.494
220 324 0
bedragen x € 1.000 Voorbereidingskrediet Traingel laag Geluidsinstallatie Markt 7 GOO Industrietsraat 8A
Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. bedragen x € 1.000 Economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
Boekwaarde 01-01-2025
Investering
Desinvestering
Bijdrage derden
Afschrijving
Boekwaarde 31-12-2025
Rioolinvesteringen Investeringen begraafplaatsen
12.011 3
1.489 0
0 0
7 0
507 1
12.986 2
Totaal
12.014
1.489
0
7
508
12.988
Het volgende overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met maatschappelijk nut weer.
Toelichting op de balans per 31 december
66
bedragen x € 1.000 Maatschappelijk nut
Boekwaarde 01-01-2025
Investering
Desinvestering
Bijdrage derden
Afschrijving
Boekwaarde 31-12-2025
Gronden en terreinen maatschappelijk nut Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Overige materiële vaste activa
0 10.834 0
0 2.339 0
0 0 0
0 85 0
0 622 0
0 12.466 0
Totaal
10.834
2.339
0
85
622
12.466
Investeringen met een maatschappelijk nut worden op grond van de verwachte levensduur afgeschreven. Financiële vaste activa Bij de financiële vaste activa wordt onderscheid gemaakt in kapitaalverstrekkingen, langlopende leningen en uitzettingen. bedragen x € 1.000 Financiële vaste activa
Boekwaarde 01-01-2025
Investering
Desinvestering Aflossing/ afschrijving
Boekwaarde 31-12-2025
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan overige verbonden partijen Overige langlopende leningen u/g Overige uitzettingen > 1 jaar
1.157 76 10.400 306
1.044 0 826 110
1.226 0 0 0
0 16 1.036 0
975 60 10.190 416
Totaal
11.939
1.980
1.226
1.052
11.641
Specificatie kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen
Boekwaarde 01-01-2025
Investering
Alliander 392.896 aandelen Vitens 18.693 aandelen Deelneming Stimuleringsfonds Volkshuisvesting SVN duurzaamheidsleningen 2010 SVN duurzaamheidsleningen 2016 VROM startersfonds gemeente Aalten SVN blijverslening SVN stimuleringslening non-profit SVN toekomstbestendig wonen SVN starterslening 2021 SVN stimuleringsregeling zakelijk BNG 19.305 aandelen ROVA 272 aandelen B: (188 aandelen á € 371 en 84 á € 1.021) Agem Gemeentelijke Energie BV 38 aandelen a € 0,01 Leisureland aandelen
20 19 49 46 155 49 37 70 298 191 19 48
0 0 0 7 120 1 48 28 277 292 271 0
0 0 0 45 208 0 84 76 443 223 147 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
20 19 49 8 67 50 1 22 132 260 143 48
155 0 1
0 0 0
0 0 0
0 0 0
155 0 1
1.157
1.044
1.226
0
975
bedragen x € 1.000
Totaal
Desinvestering Aflossing/ afschrijving
Boekwaarde 31-12-2025
Toekomstbestendig Wonen Lening Vanaf 2019 worden via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN) leningen uitgegeven volgens de verordening “Toekomstbestendig Wonen Gelderland”. Daarin zijn alle elementen voor het aanpassen van bestaande woningen verenigd. Met de komst van deze nieuwe regeling worden vooralsnog geen aanvragen meer verstrekt vanuit de bestaande regelingen, te weten de duurzaamheidsleningen, starterslening en de blijverslening. De betreffende verordeningen blijven wel in stand vanwege de aflossingen die nog plaatsvinden op deze leningen. Deze aflossingen worden regelmatig overgeboekt naar de Toekomstbestendig Wonen Lening. In 2025 is voor € 443.000 aan leningen verstrekt via deze regeling. In de tabel overige langlopende leningen wordt het saldo vermeld van de vorderingen van Aalten met betrekking tot deze leningen. Dat is € 2.044.000. SVN Duurzaamheidslening 2010 Er wordt geen geld meer in deze regeling gestort en er worden ook geen leningen meer uit verstrekt. Alleen de afwikkeling van de bestaande leningen vindt nog binnen deze regeling plaats. Zie onder Toekomstbestendig Wonen Lening. Het resterende saldo op de rekening eind 2025 is € 8.000. Onder de overige langlopende leningen is de vordering van Aalten groot € 7.000 opgenomen met betrekking tot deze verstrekte duurzaamheidsleningen.
SVN Duurzaamheidslening 2016 Voor deze duurzaamheidslening geldt hetzelfde als het vorige item. Het resterende saldo eind 2025 is € 67.000. De vordering op deze leningen eind 2025 groot € 367.000 is opgenomen onder de overige langlopende leningen. Voor deze regeling is ook een buffer ingebouwd in verband met aanvragen voor PostCodeRoos leningen (financieringsmogelijkheid om gezamenlijk zonne-energie op te wekken zonder dat de zonnepanelen op het eigen dak hoeven te liggen). De Toekomstbestendig Wonen Lening kent deze mogelijkheid namelijk niet. Starterslening Ook voor de startersleningen geldt hetzelfde als voor de duurzaamheidsleningen. Het resterende saldo ultimo 2025 is € 50.000. Onder de overige langlopende leningen is de vordering op de startersleningen van € 9.000 opgenomen. Op deze uitgezette leningen loopt de gemeente geen risico aangezien deze onder de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) vallen.
Toelichting op de balans per 31 december
67
Stimuleringsregeling duurzame maatregelen non-profit Op 23 januari 2018 heeft de raad besloten om de in 2016 ingevoerde duurzaamheidslening voor wooneigenaren uit te breiden en ook beschikbaar te stellen voor non-profit organisaties. Uitvoering hiervan vindt plaats binnen het krediet van € 2 miljoen dat beschikbaar is gesteld voor de duurzaamheidslening 2016. Onder de overige langlopende leningen is de vordering van Aalten groot € 296.000 opgenomen met betrekking tot deze verstrekte stimuleringsleningen. Blijverslening Blijversleningen worden ook niet meer verstrekt. Het saldo eind 2025 op de blijverslening is € 1.000. De vordering op bestaande blijversleningen betreft € 3.000 en is opgenomen onder de overige langlopende leningen. Starterslening 2021 In 2021 heeft de raad besloten om de starterslening nieuw leven in te blazen. Hiermee worden de kansen voor starters op de woningmarkt vergroot. De starterslening is een tweede hypotheek boven op de maximale hypotheek van de primaire geldverstrekker. In verband met de grote toeloop heeft de raad in 2023 besloten nog eens € 750.000 beschikbaar te stellen om ook de komende jaren starters te kunnen blijven helpen. Er is in 2025 voor € 223.000 aan startersleningen verstrekt. De vordering op deze startersleningen bedroeg eind 2025 € 750.000 en is opgenomen onder de overige langlopende leningen.
Stimuleringlening zakelijk vastgoed In 2023 heeft de raad deze nieuwe regeling vastgesteld. Het doel is om ondernemers te stimuleren en te ondersteunen bij het verduurzamen van hun vastgoed. De lening is bedoeld voor eigenaren en huurders van vastgoed met een zakelijke bestemming zoals winkels, kantoren en panden maar geldt ook voor agrarische bedrijfsbebouwing. Er is een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar gesteld voor deze regeling. Het is een revolverend fonds. In 2025 is voor € 147.000 aan leningen verstrekt. De vordering op deze leningen eind 2025 groot € 271.000 is opgenomen onder de overige langlopende leningen. bedragen x € 1.000 Specificatie leningen aan verbonden partijen
AGEM aankoop zonnepark Braamt
Boekwaarde 01-01-2025
Investering
76
0
Desinvestering Aflossing/ afschrijving
0
Boekwaarde 31-12-2025
16
60
In 2023 hebben de gezamenlijke Achterhoekse gemeenten een financiële bijdrage verstrekt aan AGEM voor de aankoop van zonnepark Braamt. Het aandeel voor Aalten betrof 8,7% ofwel € 81.255. Hiermee wordt invulling gegeven aan het zelfleveringsmodel waarbij we duurzame elektriciteit tegen kostprijs verkrijgen. In 2025 is € 16.000 afgelost op deze lening. bedragen x € 1.000 Specificatie overige langlopende leningen u/g
Boekwaarde 01-01-2025
Investering
Museum Aalten Museum Aalten lening 2006 Renteloze lening buurthuis Haart 2001 Renteloze lening buurthuis IJzerlo SVN duurzaamheidslening Aalten 2010 SVN duurzaamheidslening Aalten 2016 SVN uitgezette startersleningen Aalten SVN blijverslening SVN stimuleringsregeling duurzame maatregelen non-profit SVN toekomstbestendig wonen SVN starterslening 2021 SVN stimuleringsregeling zakelijk Alliander storting aandeelhouderslening 2021-2031
179 23 5 3 13 482 9 6 244 1.784 569 187 1.736 5.240
0 0 0 0 0 0 0 0 75 432 219 100 0 826
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
14 8 2 3 6 115 0 3 23 172 38 16 0 400
165 15 3 0 7 367 9 3 296 2.044 750 271 1.736 5.666
Hypotheken personeel
5.160 5.160
0 0
0 0
636 636
4.524 4.524
Totaal
10.400
826
0
1.036
10.190
Desinvestering Aflossing/ afschrijving
Boekwaarde 31-12-2025
Er is in 2025 ongeveer € 5,5 ton extra of volledig afgelost op verstrekte hypothecaire leningen. bedragen x € 1.000 Specificatie overige uitzettingen > 1 jaar
Boekwaarde 01-01-2025
Investering
184
0
0
0
184
6 7
0 0
0 0
0 0
6 7
3
0
0
0
3
Zwembad 't Walfort en het Blauwe Meer, eeuwigdurende erfpacht Betaalde waarborgsommen
6 0 100
0 0 110
0 0 0
0 0 0
6 0 210
Totaal
306
110
0
0
416
t Zand, afkoopbare eeuwigdurende vordering Stichting Keupenkamp, eeuwigdurende erfpacht Sportpark Villekamp, eeuwigdurende erfpacht Tennispark de Rietstap, eeuwigdurende erfpacht
Desinvestering Aflossing/ afschrijving
Boekwaarde 31-12-2025
De Grensruiters, eeuwigdurende erfpacht
Toelichting op de balans per 31 december
68
Onder de overige uitzettingen zijn de gronden opgenomen die in erfpacht zijn uitgegeven (zie ook onder materiële vaste activa). De waardering is gebaseerd op de verkrijgingsprijs/vervaardigingsprijs of duurzaam lagere marktwaarde. In 2025 is weer een waarborgsom betaald voor een gebouw dat wordt gehuurd voor de opvang van Oekraïners. VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Tot de categorie onderhanden werk onder de voorraden vlottende activa vallen ook de bouwgronden in exploitatie (BIE). Het startpunt van een BIE is het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex en een grondexploitatiebegroting. Gezien het belang van een juiste waardering en inzicht in de ontwikkeling van de waarde van de BIE zijn de verslaggevingsregels aangescherpt. De waardering wordt met name bepaald door de prognoses van het eindresultaat van een grondexploitatie. Daarom is expliciet per grondexploitatie het verloop van deze activa opgenomen en toegelicht. In de hiernavolgende tabel zijn de BIE’s voor 2025 geactualiseerd en is het nieuwe geraamde eindresultaat zichtbaar. *** onder het begrip ‘onderhanden werk’ valt het complex Westrand Aalten. Dit zijn grondbanken zonder transformatie die bestemd zijn voor derden. Deze gronden worden (te zijner tijd) vervreemd en ressorteren daarom niet meer onder de materiële vaste activa. Een deel is in 2024 al verkocht en overgedragen.
De aanwezige boekwaarde is ingebracht. Er zijn geen voorraden gereed product meer. bedragen x € 1.000 Complex/Project
Boekwaarde 1-1-2025
Vermeerderingen 2025
Verminderingen 2025
(Tussentijdse) winstneming
Boekwaarde 31-12-2025
Nog te maken kosten
Nog te realiseren opbrengsten
Geraamd eindresultaat
783 783
69 69
25 25
49 49
876 876
0
0
0
-117 0 110 430 252 675
9 355 0 77 2 443
1 18 3 247 259 528
35 -34 -3 5 3
-74 337 73 257 0 593
36 646 1 423 0 1.106
2 736 79 595 0 1.412
-40 voordeel 247 nadeel -5 voordeel 85 nadeel 0 287
1.458
512
553
52
1.469
1.106
1.412
287
Onderhanden werk *** Westrand Aalten BIE Kern De Heurne herziening 2021 Uitbreiding kern Lintelo t Warmelinck Plan IJzerlo Kraaienboom
Geraamde nog te maken kosten Deze kosten bestaan voor de nog overblijvende BIE’s vooral uit bouw- en woonrijp maken, eventuele planschade, rente en voorbereiding en toezicht. Van alle kosten zijn onderbouwingen aanwezig, meestal gebaseerd op uitgebrachte offertes. De kosten vanaf 2026 zijn geactualiseerd en voor wat betreft de meerjaren geïndexeerd met 2%. De toegerekende rente is aangepast aan de BBV voorschriften en is voor 2025 berekend op 0,534%. Geraamde nog te realiseren opbrengsten Dit betreft louter kavelverkoop. Er zijn in totaal nog 31 kavels beschikbaar plus loot B van de Westrand Aalten. De reguliere kavels worden naar verwachting bijna allemaal in 2026 en 2027 verkocht. Voor wat betreft Westrand Aalten zijn er nieuwe afspraken gemaakt. Een deel van loot B wordt al in 2026 verkocht het restant in 2035. Voor de tussenliggende periode is een optievergoeding en een huurkoopconstructie overeengekomen. De opbrengsten voor de kavels worden niet geïndexeerd. Sommige oude kavels zijn wel aangepast aan de grondprijzenbrief die is vastgesteld samen met de nieuwe nota grondbeleid in 2024 en die later weer is herzien. Geraamd eindresultaat Daar waar het geraamde eindresultaat een nadeel laat zien, is een voorziening getroffen ter hoogte van dit nadeel. De mutaties op deze voorziening zijn via de exploitatie verwerkt in het rekeningresultaat.
De hoogte van de voorziening voor de BIE’s op 31 december 2024 bedroeg € 3.000 en is per saldo met € 329.000 verhoogd tot € 332.000 per 31 december 2025. De voorziening van Kraaienboom € 3.000 is vrijgevallen omdat het complex in 2025 is afgesloten met de verkoop van de laatste kavel. Dit complex sluit uiteindelijk met een winst van € 5.000. Het complex ‘Uitbreiding kern Lintelo is door de raad in 2025 vastgesteld en daarmee is de exploitatie geopend. Onder de post gereed product en handelsgoederen zijn geen objecten meer opgenomen. Voor een viertal complexen is in 2025 tussentijds winst genomen dan wel gecorrigeerd op basis van de POC-methode. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in bovenstaand eindresultaat. Het betreft Westrand Aalten € 49.000, Kern De Heurne herziening 2021 € 35.000, ’t Warmelinck € - 34.000 en plan IJzerlo € 3.000.
Toelichting op de balans per 31 december
69
Onderstaande tabel geeft het totaal van de voorraden aan. Dit is onderhanden werk waaronder de BIE’s plus de categorie gereed product en handelsgoederen. bedragen x € 1.000 Voorraden
BIE onderhanden werk Gereed product en handelsgoederen
Balanswaarde Boekwaarde 1-1-2025 1-1-2025
Vermeerdering
Vermindering Tussentijdse Boekwaarde Verwachte winstneming 31-12-2025 verliezen
Balanswaarde 31-12-2025
1.455 0
1.458 0
512 0
553 0
52 0
1.469 0
332 0
1.137 0
1.455
1.458
512
553
52
1.469
332
1.137
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden hierna verder gespecificeerd. Onder de vorderingen op openbare lichamen zijn de vorderingen op ministeries, provincies, gemeenten, waterschappen, gemeenschappelijke regelingen en dergelijke gerubriceerd. bedragen x € 1.000 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Saldo 01-01-2025
Saldo 31-12-2025
Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in 's Rijks schatkist Rekening-courantverhouding met het Rijk Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen Dubieuze vorderingen Overige uitzettingen
1.084 0 0 0 0 0 2.535 -27 0
698 0 0 7.500 0 0 1.545 -27 0
Totaal
3.592
9.716
Specificatie overige vorderingen
Saldo 01-01-2025
Saldo 31-12-2025
Algemene debiteuren Belastingdebiteuren Debiteuren zorg en inkomen
2.314 212 9
1.285 258 2
Totaal
2.535
1.545
Specificatie dubieuze vorderingen
Saldo 01-01-2025
Saldo 31-12-2025
Dubieuze vorderingen algemeen Dubieuze vorderingen belastingen Dubieuze vorderingen zorg en inkomen
0 -22 -5
0 -27 0
Totaal
-27
-27
Het vorderingssaldo op openbare lichamen ultimo 2025 bestaat voornamelijk uit afrekeningen met andere gemeenten in het kader van samenwerkingsverbanden. Daarnaast moet worden gedacht aan subsidieafrekeningen met de provincie en algemene uitkeringen vanuit het Ministerie Financiën. Onder overige vorderingen zijn de handelsdebiteuren, belastingdebiteuren en debiteuren zorg en inkomen opgenomen. Op een uitzondering na zijn er geen noemenswaardige problemen bij de invordering van debiteuren. Voor een aantal debiteuren waarvan de invordering als dubieus wordt ingeschat, is een voorziening getroffen. De voorziening dubieuze debiteuren is in 2025 gelijk gebleven aan 2024 te weten € 27.000. De voorziening is op de balans in mindering gebracht op de overige vorderingen. Eind 2025 zijn er overtollige liquide middelen met een tijdelijk karakter geparkeerd bij de schatkist van het Rijk voor € 7,5 miljoen. Liquide middelen bedragen x € 1.000 Saldo 01-01-2025
Saldo 31-12-2025
Kassaldi Banksaldi
1 1.381
1 491
Totaal
1.382
492
Schatkistbankieren Vanaf 15 december 2013 is iedere decentrale overheid verplicht om de overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Met deze wet beoogt de wetgever een bijdrage te leveren aan de vereiste daling van de EMU-schuld voor de Nederlandse overheid door de overtollige liquiditeiten van decentrale overheden zoveel mogelijk te bundelen binnen de overheidssfeer. Er zijn enkele uitzonderingen. De belangrijkste is het drempelbedrag. De gemeente mag gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist houden. Voor Aalten is deze drempel voor 2025 berekend op € 1.783.000 zijnde 2% van het begrotingstotaal. Er is in 2025 regelmatig geld aangehouden in de schatkist. Uit de volgende tabel blijkt dat we het drempelbedrag in 2025 niet hebben overschreden. Schatkistbankieren 1e kwartaal 2025 2e kwartaal 2025
€ 372.000 € 156.000
Toelichting op de balans per 31 december
3e kwartaal 2025 4e kwartaal 2025
€ 1.159.000 € 897.000
70
Overlopende activa bedragen x € 1.000 Overlopende activa
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. - Europese overheidslichamen - het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
Saldo 01-01-2025
Saldo 31-12-2025
0 0 140
0 0 89
12.109
9.916
12.249
10.005
Onder de overlopende activa vallen de van overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op een uitkering met een specifiek bestedingsdoel. Onderstaande tabel geeft het verloop van deze post weer. bedragen x € 1.000 Nog te ontvangen voorschotbedragen op uitkeringen met een specifieke bestemming
Saldo 01-01-2025
Inkomsten
Uitgaven
Saldo 31-12-2025
Nabo Tuunterweg
50
50
0
0
Nabo Groot Heinenweg
1
1
0
0
Drugsafval Aaltense Goor
82
0
4
86
7
4
0
3
140
55
4
89
overige Nederlandse overheidslichamen
Gemeentehuis Markt 7 Totaal
Verder vallen onder de overlopende activa de vooruitbetaalde en overige nog te ontvangen bedragen. Onder de vooruitbetaalde posten zijn onder meer de grondaankopen plus ontwikkelkosten voor Cattier opgenomen (€ 726.000). Verder zijn hierop diverse voorschotten van allerlei aard verantwoord met betrekking tot het nieuwe jaar 2026. Te denken valt onder anderen aan de ROVA (€ 163.000) en ODA (€ 213.000). Daarnaast zijn de afrekeningen van de Jeugd en Wmo opgenomen, € 146.000. Onder de nog te ontvangen bedragen valt met name de grote vordering op de belastingdienst op. De afwikkeling met het BTW-compensatiefonds beloopt ruim € 5.100.000. Daarnaast zijn hieronder diverse afrekeningen verantwoord. We noemen hier het ledigen van de vuilcontainers van de burgers € 476.000, de toeristenbelasting € 177.000 en de vordering op het COA ten aanzien van de verbouwkosten van een tweetal panden aan de Keizersweg en de Bevrijding voor de opvang van statushouders voor € 240.000. Laborijn heeft de vorderingen op haar cliëntenbestand eind 2025 geherwaardeerd. De verplichting van Laborijn aan Aalten is becijferd op € 502.000. Dit zijn cliënten die ten onrechte een uitkering hebben ontvangen en die Laborijn terugvordert van deze cliënten. Deze vordering is het afgelopen jaar met € 3.000 afgenomen.
PASSIVA VASTE PASSIVA Conform de financiële verordening van de gemeente Aalten ex artikel 212 van de gemeentewet wordt minimaal eenmaal per vier jaar de nota reserves en voorzieningen geactualiseerd. De laatste geactualiseerde versie heeft de raad in zijn vergadering van december 2023 vastgesteld. Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de hierna genoemde reserves en het resultaat. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt naar de algemene reserve en bestemmingsreserves. De algemene reserve heeft een algemeen karakter en is vrij aanwendbaar. Deze reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers. De noodzakelijke hoogte van de algemene reserve wordt mede bepaald aan de hand van het weerstandsvermogen van de gemeente. Bestemmingsreserves zijn reserves waar de raad een specifieke bestemming aan heeft gegeven. Evenals voorgaande jaren wordt er geen rente toegevoegd aan de reserves.
Toelichting op de balans per 31 december
71
bedragen x € 1.000 Saldo 01-01-2025
Algemene reserve Bestemmingsreserves Resultaat na bestemming
Reserves
Toevoeging
Onttrekking
Saldo 31-12-2025
18.173 14.432 3.232
5.024 6.934 -168
1.904 7.058 0
21.293 14.308 3.064
35.837
11.790
8.962
38.665
Saldo 01-01-2025
Toevoeging
Onttrekking
Saldo 31-12-2025
Algemene reserve Reserve risico Totaal algemene reserve
12.173 6.000 18.173
5.024 0 5.024
354 1.550 1.904
16.843 4.450 21.293
Reserve onderhoud wegen Reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen Reserve huisvesting onderwijs Reserve formatie en organisatie Reserve inkoop zorg Reserve Aandachtsgroepen Reserve grex Slingeplas - 't Broock Reserve overlopende posten
297 1.248 4.814 1.870 1.021 0 0 5.182
398 452 170 800 0 2.825 567 1.722
328 182 445 0 921
5.182
367 1.518 4.539 2.670 100 2.825 567 1.722
Totaal bestemmingsreserves
14.432
6.934
7.058
14.308
Nog te bestemmen resultaat
3.232
-168
0
3.064
Algemene Reserve Stand per 1 januari 2025
Werkelijk
Rekeningsaldo 2024, raadsbesluit 8 juli 2025 Mutaties 2025 Logistiek Makelaar Regiodeal HtH Leader Oekraïne Naoberfonds Versterken algemene reserve Leader storting Vrijval reserve risico
12.173 2.665
-2 -25 -28 -295 -4 750 59 1.550 2.005
Stand per 31 december 2025
16.843
Reserve risico De stand van de reserve risico bedroeg per 1 januari 2025 € 6 miljoen en is bedoeld om de mogelijke risico’s die de gemeente loopt op te vangen. Deze risico’s zijn met deze jaarrekening geactualiseerd. De grootste risico’s, boven de € 250.000 belopen nu een totaalbedrag van € 4.450.000. Binnen de vastgestelde bandbreedte van € 1 miljoen wijzigt deze reserve niet. Nu is dat echter wel aan de orde en moet de reserve risico naar beneden worden bijgesteld met € 1.550.000. Bestemmingsreserves Reserve Onderhoud wegen In 2025 is € 398.000 aan deze reserve toegevoegd. De kosten van het groot onderhoud aan de wegen ad € 328.000 is in 2025 aan de reserve onttrokken. Het saldo van de reserve is gerelateerd aan de onderhoudsplannen. Reserve Onderhoud gemeentelijke gebouwen In 2025 is € 452.000 aan deze reserve toegevoegd. Dit jaar is voor € 182.000 aan planmatig onderhoud uitgevoerd aan de gemeentelijke gebouwen. Het saldo van de reserve is gerelateerd aan de onderhoudsplannen. Reserve Huisvesting onderwijs De hoogte van deze reserve is vanaf 2016 niet meer gekoppeld aan het integraal huisvestingsplan. Vanaf 2018 wordt de reserve weer jaarlijks gevoed, in 2025 is € 170.000 toegevoegd. In totaal is er in 2025 € 445.000 onttrokken aan deze reserve.
Voor de tijdelijke huisvesting van de Höve in de Heurne (€ 18.000), voor de haalbaarheidsstudie van Schaersvoorde (€ 37.000) en voor de voorbereidingskosten van Triangel (€ 390.000). Toelichting op de balans per 31 december
72
Reserve Formatie en organisatie Deze reserve heeft het karakter van een schommelfonds. De normale mutaties op de personeelsbudgetten verlopen via deze reserve. Uit dit saldo moeten ook de toekomstige verplichtingen worden gedekt. In 2025 is een bedrag van € 800.000 aan de reserve toegevoegd. Reserve Inkoop zorg Via winstbestemming is uit het positieve saldo 2021 € 1 miljoen gestort in deze nieuwe reserve om mogelijke toekomstige tegenvallers binnen de kosten van de nieuw in te kopen zorgtrajecten te dekken. In de Najaarsnota 2024 is besloten om alle overschotten of tekorten op de zorg aan het eind van het boekjaar te verrekenen met deze reserve. Om die reden is er in 2025 € 921.000 aan deze reserve onttrokken. Reserve Overlopende posten In de Najaarsnota 2022 is besloten om deze reserve in te stellen voor budgetten die in het jaar niet benut zijn, maar waar nog wel een bestemming voor is. Hierdoor worden grote schommelingen in het rekeningsaldo voorkomen. De reserve is in 2025 gevoed met de posten die in de Najaarsnota 2025 specifiek zijn benoemd. Reserve Aandachtsgroepen Voor de opvang van Oekraïners zijn er vanuit het Rijk gelden ontvangen. In de komende jaren moeten nog uitgaven gedaan worden die gepaard gaan met de huisvesting van aandachtsgroepen die niet door het Rijk worden vergoed.
Met de najaarsnota 2025 is besloten om bij het opmaken van de jaarrekening de Oekraïnebudgetten in zijn totaliteit te bezien en een eventueel overschot aan een nieuw te vormen bestemmingsreserve ‘Aandachtsgroepen’ toe te voegen. Er is in 2025 € 2.825.000 aan deze reserve toegevoegd. Reserve grondexploitatie Slingeplas – ’t Broock Bij het vaststellen van de jaarrekening 2024 op 8 juli 2025 heeft de raad besloten om een deel van het positieve saldo over 2024 toe te voegen aan een nieuw te vormen bestemmingsreserve ‘grondexploitatie Slingeplas – ’t Broock’. Er is in 2025 € 567.000 aan deze reserve toegevoegd. Voorzieningen De voorzieningen worden onderverdeeld in voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s en voorzieningen voor middelen van derden verkregen waarvan de bestemming gebonden is. Een specificatie hiervan is hieronder weergegeven. bedragen x € 1.000 Saldo 01-01-2025 Toevoegingen vrijgevallen bedragen
aanwendingen
Saldo 31-12-2025
Voorzieningen voor verplichtingen Voorzieningen voor middelen van derden met gebonden bestemming
4.956 179
1.081 293
29 0
299 179
5.709 293
Totaal
5.135
1.374
29
478
6.002
Saldo 01-01-2025 Toevoegingen vrijgevallen bedragen
Specificatie
aanwendingen
Saldo 31-12-2025
Voorziening APPA (pensioen wethouders) Voorziening oud personeelsleden Voorziening verlofsparen Voorziening RVU (vervroegd uittreden)
4.300 36 481 139
943 0 0 138
0 0 29 0
189 36 0 74
5.054 0 452 203
Totaal voorzieningen voor verplichtingen
4.956
1.081
29
299
5.709
Voorziening afval Voorziening riolering
0 179
293 0
0 0
0 179
293 0
Totaal voorzieningen voor middelen van derden met gebonden bestemming
179
293
0
179
293
Toelichting voorzieningen: De voorziening APPA wordt zoals gebruikelijk jaarlijks aangepast aan mutaties in onder meer de rekenrente en de sterftetabellen. Op grond van een uitspraak van de commissie BBV van december 2025 moet de voorziening nu worden verhoogd met een opslag in verband met de beoogde collectieve overdracht per 1 januari 2028 naar het ABP. Deze opslag is voor onze gemeente door een extern bureau, PROambt geraamd op ruim € 943.000. De opslag is met name nodig om de voorziening in lijn te brengen met de actuele dekkingsgraad van het ABP (122,2 % in november 2025). Voorziening oud personeelsleden Deze voorziening is bedoeld om de lasten van oud personeelsleden op te kunnen vangen. In 2025 is de afrekening opgemaakt in verband met de einddatum van de arbeidsmobiliteit van de laatste persoon die vanuit deze voorziening werd betaald. De voorziening loopt op nul, er zijn geen toekomstige verplichtingen.
Toelichting op de balans per 31 december
73
Voorziening verlofsparen Met ingang van 1 januari 2022 kunnen medewerkers deelnemen aan verlofsparen. Medewerkers kunnen uren sparen en gespaarde uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en deze uren verjaren niet. Aangezien hier sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en afbouw kennen, is hier een voorziening voor gevormd. In 2025 is € 29.000 vrijgevallen in verband met de herberekening van de benodigde voorziening. Voorziening Regeling Vervroegde Uitreding (RVU) Personeelsleden die hiervoor in aanmerking komen en die tot en met 2025 aangegeven hebben hiervan gebruik te willen maken worden uit deze voorziening betaald. Herberekening van de benodigde middelen laat zien dat de voorziening in 2025 met € 138.000 moest worden verhoogd. Er is € 74.000 uitgekeerd. Voorziening afval Volgens het BBV moet er een voorziening gevormd worden voor de middelen die van derden verkregen zijn en waarvan de bestemming gebonden is. De kosten van afval verlopen budgettair neutraal en het overschot of tekort wordt verrekend met deze voorziening. In 2025 is er € 293.000 aan de voorziening toegevoegd. Voorziening riolering Volgens het BBV moet er een voorziening gevormd worden voor de middelen die van derden verkregen zijn en waarvan de bestemming gebonden is.
De kosten van riolering verlopen budgettair neutraal en het overschot of tekort wordt verrekend met deze voorziening. In 2025 is er € 179.000 aan deze voorziening onttrokken en daarmee is deze voorziening aan het eind van het jaar 2025 leeg. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer De vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer worden onderverdeeld in onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen en waarborgsommen. bedragen x € 1.000 Saldo 01-01-2025
Saldo 31-12-2025
Onderhandse leningen bij binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen
24.893 2
25.965 2
Totaal
24.895
25.967
Vaste schulden met een rentetypische looptijd langer dan één jaar
De rentelast over de vaste geldleningen voor 2025 bedroeg € 540.000. VLOTTENDE PASSIVA Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en de overlopende passiva. De onderverdeling en specificatie van deze posten is hieronder weergegeven. Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar bedragen x € 1.000 Saldo 01-01-2025
Saldo 31-12-2025
Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen Overige kasgeldleningen Banksaldi Overige schulden
0 0 0 4.132
0 0 0 4.147
Totaal
4.132
4.147
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Onder de overige schulden zijn de openstaande posten van de crediteuren opgenomen. Overlopende passiva bedragen x € 1.000 Overlopende passiva Nog te betalen bedragen Borgsom bouwvergunning VOB met specifieke bestemming Europese overheidslichamen VOB met specifieke bestemming Rijk VOB met specifieke bestemming overige nederlandse overheidslichamen VOB met specifeke bestemming geen overheid Transitorische rente Overige vooruitontvangen bedragen
Toelichting op de balans per 31 december
Saldo 01-01-2025
Saldo 31-12-2025
5.494 0 0 3.993 1.188 0 190 138
3.477 0 0 5.579 1.708 15 283 108
11.003
11.170
74
Onder de overlopende passiva zijn de verplichtingen opgenomen met betrekking tot afrekeningen over 2025 die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. Enkele grotere posten zijn: De Woonplaats cofinanciering Ludgerstraat (€ 153.000), ODA (€ 305.000), Schaersvoorde huur sporthal Stationsplein (€ 142.000) en Laborijn afrekening sociale werkbedrijven, BUIG en BBZ (€ 543.000). De post overige vooruit ontvangen bedragen bestaat wordt voornamelijk uit de transitorische rente over de vaste geldleningen (€ 283.000). De vooruit ontvangen voorschotbedragen met een specifieke bestemming zijn gelden die ontvangen zijn en voor een specifiek doel moeten worden aangewend. Onderstaande tabel geeft het verloop van deze post weer. bedragen x € 1.000 Vooruitontvangen bedragen met een specifieke bestemming
het Rijk D8 Onderwijs Achterstanden Beleid 2023-2026 D14 Nationaal Programma Onderwijs 2021-2025 Verkeersmaatregelen H4 Spuk stimulering sport H21 Onafhankelijke cliëntondersteuning, koplopersproject H12 Preventieakkoord J55 Energiearmoede J94 Nationaal Isolatieprogramma overige Nederlandse overheidslichamen Sheddaken Centrumplan Monumentensubsidie 2024 Project Vrijheid Ketting van vrijheid Landschapen biodiversiteit Ludgerstraat Hogestraat 34-36 Aalten J32 Ventilatie in scholen DUMAVA Triangel Overdracht bodemtaken onder de omgevingswet E87B Delta programma zoetwater (herinrichting wegen) Toren NH kerk Carillon Ahof (Sim; DUMAVA; verduurzaming) NABO Kleuverspad Ludgerstraat, Bonifaciusstraat, Polstraat, wegdeel Aanpassing Stationsomgeving Data woningbouw Woningbouw AI versneller K28 Tijdelijke regeling capaciteit Klimaat- en energiebeleid
Totaal
Saldo 01-01-2025
Inkomsten
48 66 0 95 22 4 266 3.492 3.993
487 0 484 81 2 0 0 1.605 2.659
474 66 39 95 0 4 96 275 1.049
0 0 0 0 24 0 0 24
61 0 445 81 0 0 170 4.822 5.579
13 49 21 42 26 0 155 6 378 0 30 37 6 144 0 0 0 0 0 281 1.188
2 0 5 -5 0 160 0 0 0 96 0 0 4 6 10 20 29 99 94 972 1.492
15 20 19 37 33 0 153 0 0 0 0 8 2 11 0 0 7 1 2 602 910
0 29 0 0 -7 0 2 0 0 0 30 0 8 0 0 0 0 0 0 0 62
0 0 7 0 0 160 0 6 378 96 0 29 0 139 10 20 22 98 92 651 1.708
5.181
4.151
1.959
86
7.287
Uitgaven Overige overlopende posten/vrijval
Saldo 31-12-2025
Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen In deze paragraaf zijn belangrijke financiële rechten en verplichtingen opgenomen waaraan de gemeente voor toekomstige jaren is gebonden en die niet uit de balans blijken. Waarborgen en garanties Garantiestructuur algemeen De huidige garantiestructuur is ontwikkeld om corporaties in staat te stellen tegen relatief gunstige condities leningen aan te trekken op de kapitaalmarkt. Hiertoe staat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) ten opzichte van de geldverstrekker borg voor de betaling van rente en aflossing van de lening. De borgstelling is ingebed in een structuur die drie zekerheden kent: 1. primair: de geldmiddelen van de corporatie zelf, inclusief eventuele saneringssteun van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV); 2. secundair: het garantievermogen van het WSW. Daarbij vormt de waarde van de woningen een onderpand voor het WSW; 3. tertiair: achtervang door Rijk en gemeenten die daarvoor een renteloze lening verstrekken aan het WSW. De gemeente loopt hier dus alleen renterisico. Vanaf augustus 2021 heeft er een wijziging plaatsgevonden in de achtervang tussen het WSW en de gemeenten. Om een robuuster borgstelling voor de toekomst te kunnen garanderen is er een nieuwe achtervangovereenkomst afgesloten tussen gemeenten en het WSW.
Daarnaast is er een wijzigingsovereenkomst tussen beide partijen afgesloten voor bestaande (voor 1 augustus 2021 aangegane) achtervangovereenkomsten. De onderwerpen die zijn gewijzigd zien specifiek op borgbare doelen, herfinanciering en verstrekking en terugbetaling van renteloze leningen. Tevens is met deze wijziging de in het verleden ontstane maar ongewenste scheefgroei in de risicopositie van gemeenten in de achtervang rechtgezet. Voor geborgde geldleningen onder de oude achtervangovereenkomsten wordt de achtervangpositie nog steeds bepaald op basis van individueel geborgde leningen. Voor geldleningen die geborgd worden onder de nieuwe achtervangovereenkomst wordt de achtervangpositie bepaald op basis van de nieuwe grondslag.
Toelichting op de balans per 31 december
75
De situatie in Aalten In de volgende tabel wordt de stand van de door de gemeente Aalten gegarandeerde leningen weergegeven. bedragen x € 1.000 Overzicht gegarandeerde geldleningen
S 31-12-2024 S 31-12-2025 Borg WSW Gemeente garant
Categorie Woningbouw met achtervang
124.188
118.470
Categorie Woningbouw als garant
0
Categorie Overige
Totaal
118.470
P. Dekking Het Rijk garant P. Dekking
59.235
50
0
0
100
0
0
0
0
100
0
124.188
118.470
118.470
59.235
59.235
50
59.235
In de praktijk zijn alle financiële problemen bij corporaties via de primaire zekerheid opgevangen. Dat wil dus zeggen volledig binnen de sector. Voordat de gemeente in beeld komt als achtervang is er nog de tweede zekerheidslaag namelijk het garantievermogen van het WSW. Woningbouw met achtervang Uit de tabel blijkt dat eind 2025 voor ruim € 118 miljoen aan leningen worden geborgd door het WSW. Voor al deze leningen geldt dat de gemeenten en het Rijk beiden in de achtervang zitten. Indien het tot een aanspraak komt, staan de gezamenlijke gemeenten voor maximaal 25% garant. De andere 25% komt ten laste van de schade-gemeente(n). Het Rijk draagt de resterende 50% bij. Het risico is relatief klein. Het betreffen leningen die bijna allemaal zijn afgesloten door De Woonplaats bij de BNG bank en de Nederlandse Waterschapsbank. Door de wijzigingen in de achtervang in 2021 is Stichting Wonion erbij gekomen voor een relatief kleine leningpositie. Woningbouw als garant Voor leningen waar geen borg van het WSW aanwezig is kan de gemeente direct worden aangesproken. Er zijn geen corporaties meer met leningen die onder deze categorie vallen. Nationale hypotheekgarantie (NHG) NHG wordt verstrekt door de stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Deze stichting heeft als hoofddoel het particulier woningbezit op een verantwoorde wijze te bevorderen.
Het Rijk en de gemeenten hebben hierbij een achtervang functie. Per 1 januari 2011 is de achtervang functie van de gemeenten voor nieuwe af te geven hypotheekgaranties vervallen. Dit ligt vanaf dat moment volledig bij het Rijk. Alleen bij afgegeven borgtochten tot en met 2010 kan het WEW nog een beroep doen op de gemeenten. Dit is theoretisch een beperkt risico. Dit blijkt uit de liquiditeitsprognose voor 2025 - 2030. Uit deze prognose blijkt dat het WEW voor deze jaren geen aanspraken verwacht op de achtervangfunctie. Eigen bijdragen Wmo van het CAK Met betrekking tot de Wmo-eigen bijdragen van het CAK is bij alle gemeenten sprake van een onzekerheid. Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding of een financiële tegemoetkoming is op grond van de Wmo een eigen bijdrage verschuldigd. In de wet is bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage niet wordt uitgevoerd door de gemeente zelf, maar door het CAK. Door privacyoverwegingen is de gegevensverstrekking van het CAK aan de gemeente Aalten ontoereikend om de volledigheid en juistheid van de eigen bijdragen te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is.
Vanaf het boekjaar 2017 wordt door het CAK geen Third Party Memorandum meer verstrekt, omdat uit onderzoek is gebleken dat de externe accountant van de gemeente deze niet nodig heeft voor zijn rechtmatigheidscontrole. Hoewel de volledigheid van de eigen bijdragen niet voldoende is vast te stellen, hebben we wel zekerheid dat het totaalbedrag aan verantwoorde eigen bijdrage in 2025 zijnde 295.000 gelijk is aan de door het CAK geïnde en doorbetaalde eigen bijdragen in 2025. Hiermee beschikt de gemeente Aalten over voldoende zekerheid dat de eigen bijdragen juist zijn verantwoord. Eventuele niet verantwoorde eigen bijdragen worden ingeschat als niet materieel. Vennootschapsbelasting Vanaf 2016 vallen gemeenten onder de Wet op de Vennootschapsbelasting. Voor het grondbedrijf doen wij aangifte. Tot en met 2024 is het totaalbedrag van de niet verrekende verliezen € 441.751. Voor dit bedrag is de verrekeningstermijn nog niet verstreken. Eventuele winsten vanaf 2025 kunnen hiermee worden verrekend.
Toelichting op de balans per 31 december
76
Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Dit betreft het overzicht van baten en lasten op programma niveau. Hierbij wordt geen aparte uitsplitsing gemaakt van de algemene dekkingsmiddelen, overhead, onvoorzien, vennootschapsbelasting en de reservemutaties. Deze vallen hoofdzakelijk binnen programma 3 bedrijfsvoering. Het overzicht inclusief de bovengenoemde uitsplitsing zit wel in het eerdere overzicht van baten en lasten in de jaarrekening op bladzijde 59. bedragen x € 1.000
Primitieve raming
Raming na wijziging
Werkelijk 2025
Werkelijk 2024
Baten Programma 1 Ruimte Programma 2 Sociaal domein Programma 3 Bedrijfsvoering Totaal baten
-7.578 -9.093 -72.486 -89.157
-15.481 -12.075 -83.710 -111.266
-9.847 -12.871 -86.390 -109.108
-10.955 -11.877 -76.126 -98.958
Lasten Programma 1 Ruimte Programma 2 Sociaal domein Programma 3 Bedrijfsvoering Totaal lasten
16.498 55.500 17.159 89.157
24.374 58.418 28.474 111.266
18.987 59.839 30.282 109.108
18.430 55.113 25.415 98.958
Saldo van baten en lasten Programma 1 Ruimte Programma 2 Sociaal domein Programma 3 Bedrijfsvoering Totaal saldo van baten en lasten
8.920 46.407 -55.327 0
8.893 46.343 -55.236 0
9.140 46.968 -56.108 0
7.475 43.236 -50.711 0
Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
77
Begrotingswijzigingen 2025 bedragen x € 1.000 Primitieve raming
Najaarsnota 2024
Begroting 2025 financiële consequentie
-7.578
-1.547
-48
-142
-4.279
RBS 052025
RBS Voorjaars07nota 2025 2025
RBS 092025
Najaarsnota 2025
Raming na wijziging
-1.887
-15.481 -12.075
Baten Programma 1 Ruimte
0
0
Programma 2 Sociaal domein
-9.093
-60
0
0
-3.055
0
0
133
Programma 3 Bedrijfsvoering
-72.486
-7.201
-600
0
-1.019
-338
-390
-1.676
-83.710
Totaal baten
-89.157
-8.808
-648
-142
-8.353
-338
-390
-3.430
-111.266
Programma 1 Ruimte
16.498
5.615
989
42
4.273
0
0
-3.043
24.374
Programma 2 Sociaal domein
55.500
2.872
225
0
1.444
0
390
-2.013
58.418
Programma 3 Bedrijfsvoering
17.159
321
-566
100
2.636
338
0
8.486
28.474
Totaal lasten
89.157
8.808
648
142
8.353
338
390
3.430
111.266
Programma 1 Ruimte
8.920
4.068
941
-100
-6
0
0
-4.930
8.893
Programma 2 Sociaal domein
46.407
2.812
225
0
-1.611
0
390
-1.880
46.343
Programma 3 Bedrijfsvoering Totaal saldo van baten en lasten
-55.327
-6.880
-1.166
100
1.617
0
-390
6.810
-55.236
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Lasten
Saldo van baten en lasten
Bedragen weergegeven met "nul" zijn binnen het programma gewijzigd en laten geen effect zien op de totale programma baten en of lasten.
Begrotingswijzigingen
78
Programma 1 Ruimte bedragen x € 1.000
Primitieve raming
Raming na wijziging
Werkelijk 2025
Werkelijk 2024
Baten Verkeer en vervoer Parkeren Openbaar vervoer Economische ontwikkeling Fysieke bedrijfsinfrastructuur Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Economische promotie Sportaccommodaties Openbaar groen en (openlucht) recreatie Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (niet-bedrijven terrein) Wonen en bouwen Totale baten
-102 -1 0 0 -25 -38 -312 -310 -68 -2.338 -2.357 -610 -327 -58 -870 -162 -7.578
-172 -1 0 0 -71 -38 -312 -321 -64 -2.310 -2.364 -6.721 -332 -991 -1.178 -606 -15.481
-313 0 0 0 -120 -33 -322 -304 -65 -2.199 -2.531 -1.078 -335 -738 -1.250 -559 -9.847
-183 -1 -1 -4 -2.420 -35 -321 -355 -72 -2.212 -2.106 -967 -279 -326 -800 -873 -10.955
Lasten Verkeer en vervoer Parkeren Openbaar vervoer Economische ontwikkeling Fysieke bedrijfsinfrastructuur Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Economische promotie Sportaccommodaties Openbaar groen en (openlucht) recreatie Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (niet-bedrijven terrein) Wonen en bouwen Totale lasten
3.625 39 19 48 25 75 219 2.121 1.973 1.761 1.905 1.561 289 1.042 858 938 16.498
3.425 32 19 53 71 75 221 1.786 2.114 1.666 1.905 7.757 306 2.411 1.115 1.418 24.374
3.486 33 18 55 71 69 192 1.774 2.123 1.884 2.106 2.571 325 1.498 1.509 1.273 18.987
2.924 23 5 63 2.001 52 216 1.824 1.696 1.681 1.780 2.388 269 1.478 611 1.419 18.430
Totaal saldo van baten en lasten
8.920
8.893
9.140
7.475
Analyse tussen de begroting na wijziging en de werkelijke baten en lasten Het verschil tussen de raming na wijziging en werkelijk 2025 bedraagt per saldo € 247.000 nadelig. Verkeer en vervoer Wegen In verband met de energietransities en aanleg glasvezel zijn door de netbeheerders meer kabels en leidingen aangelegd. Hierdoor is er een hogere vergoeding, op basis van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI), ontvangen voor het openbreken van de verharding of andere gemeente-eigendommen veroorzaakt door (graaf) werkzaamheden dan verwacht. Hierdoor ontstaat er in 2025 een incidenteel voordeel van € 141.000
Programma 1 Ruimte
79
In 2025 is er een opdracht verstrekt voor het aanbrengen van slijtlagen op de wegen. Door slechte weersomstandigheden zijn deze werkzaamheden in samenspraak met de aannemer uitgesteld. Hierdoor is er € 140.000 minder uitgegeven. De kosten voor onderhoud worden gedekt door een onttrekking aan de Reserve Onderhoud Wegen (deze mutatie vindt plaats in programma 3 Bedrijfsvoering) en verloopt per saldo neutraal. Een aantal investeringen zijn niet of niet volledig uitgevoerd. Dit door vertraging in het proces. Hierdoor ontstaat er in 2025 een incidenteel voordeel op de kapitaallasten van € 40.000. Overige verkeersmaatregelen Aan de Regio Achterhoek is een bedrag van € 13.500 voor het jaar 2025 toegezegd als cofinanciering voor plan van aanpak springplank publieke mobiliteit. De uitbetaling heeft in 2025 niet plaatsgevonden waardoor de cofinanciering niet ten laste is gebracht van de algemene reserve. Per saldo budgettair neutraal. In 2025 zijn de subsidies van de VVN (Veilig Verkeer Nederland) Aalten voor de jaren 2023 en 2024 afgewikkeld. De kosten voor het onderzoek naar de fietsroute Aalten –Bocholt zijn financieel nog niet afgewikkeld en er zijn minder verkeersmaatregelen getroffen. Hierdoor ontstaat er in z’n totaliteit een incidenteel voordeel van € 38.000.
Nabo Kleuverspad De spoorwegovergang aan het Kleuverspad was jarenlang een onbewaakte overweg in het buitengebied, gebruikt door landbouwverkeer, fietsers en wandelaars. Na het landelijke besluit om alle niet-actief beveiligde overwegen (NABO’s) op te heffen, kwam ook deze locatie in beeld. Omdat het Kleuverspad een belangrijke verbinding vormde voor agrarische bedrijven en bewoners, kon de overweg niet zomaar verdwijnen zonder alternatief. Daarom is een nieuwe parallelweg aangelegd langs het spoor, die aansluit op de Buninkdijk. Via deze route kan verkeer nu oversteken bij een beveiligde overweg, waardoor de veiligheid aanzienlijk is verbeterd. De aanleg van de parallelweg vergde veel tijd en voorbereiding. Er moesten ecologische onderzoeken plaatsvinden i.v.m. de aanwezigheid van de zandhagedis en hazelworm, kabels en leidingen werden verlegd en het tracé werd aangepast aan de bestaande infrastructuur. Een deel van die werkzaamheden waren niet geheel voorzien en daarnaast gelden er strenge veiligheidsvoorschriften voor het uitvoeren van werkzaamheden langs het spoor. Dit heeft ervoor gezorgd dat de kosten hoger zijn dan vooraf geraamd. In overeenstemming met de overeenkomst tussen ProRail en de gemeente Aalten, zijn de werkelijke kosten 50/50 verdeeld. Ook de meerkosten zijn volgens deze verdeling met beide partijen verrekend.
Inmiddels is de nieuwe route in gebruik en is de oorspronkelijke overweg definitief afgesloten. ProRail heeft de restanten van de overweg verwijderd. Dit heeft geleid tot een incidenteel nadeel van € 128.000. Parkeren Geen bijzonderheden. Openbaar vervoer Geen bijzonderheden. Economische ontwikkeling Geen bijzonderheden. Fysieke bedrijfsinfrastructuur Op dit taakveld worden de bedrijventerreinen in exploitatie verantwoord. Elk jaar ten tijde van het jaarwerk wordt een her calculatie uitgevoerd voor de bedrijventerreinen in exploitatie. Dit geeft in 2025 een positief resultaat van per saldo € 49.000. Dit betreft de winstneming op de exploitatie Westrand Aalten. In de paragraaf grondbeleid zijn de bouwgrondexploitaties nader toegelicht. Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Geen bijzonderheden. Economische promotie De cofinanciering, € 29.000, voor het Leader project Zuivel experience Suzie's Farm is in verband met het ambtshalve vaststelling van het project terugbetaald. Dit bedrag is teruggestort in de Algemene Reserve voor nieuwe Leader projecten en verloopt per saldo budgettair neutraal. Sportaccommodaties De afrekening 2024, welke is verantwoord in 2025, voor de kosten en opbrengsten van de Sporthal Stationsplein is hoger uitgevallen door hogere kosten voor onderhoud. Dit resulteert in een incidenteel nadeel van € 23.000.
Door de liquidatie van Stichting TWAO en stichting Duplo heeft er een afrekening plaatsgevonden met betrekking tot de serviceovereenkomst. Hierdoor is er een incidenteel voordeel van € 24.000.
Programma 1 Ruimte
80
Openbaar groen en (openlucht) recreatie Door een hevige storm in het najaar is er schade ontstaan aan de bomen o.a. aan de Winterswijksestraat, Misterstraat, Walfortlaan en Eskesweg. Het opruimen en afvoeren van de gevallen bomen en afgewaaide takken brachten extra zich kosten mee. Er zijn extra kosten gemaakt voor aanschaf van software voor het beheer van de bermen en er is onderhoud gepleegd aan het monument aan de Wehmerstraat. Dit heeft geresulteerd in een incidenteel nadeel van € 50.000 op openbaar groen. Er is een bedrag van € 46.000 gestort in de reserve Personeel en Formatie doordat er minder personeel van Laborijn is ingezet. Dit verloopt budgettair neutraal. Recreatie Een aantal geplande projecten zijn nog niet in uitvoering gekomen, maar wel in gang gezet. Dit zijn grotere projecten (zoals app Bredevoort en de nieuwe marketingstrategie). Deze projecten worden in 2026 uitgevoerd waardoor de bijdrage van de gemeente voor deze projecten in 2025 nog niet zijn uitgegeven. Hierdoor ontstaat er in 2025 een incidenteel voordeel van € 15.000. Riolering De totale kosten voor riolering verlopen budgettair neutraal. Eventuele tekorten en overschotten worden verrekend met de voorziening Riolering. In de kostenberekening nemen we hiervoor meer componenten mee dan uit dit taakveld blijkt, zoals btw en overhead kosten.
In 2025 is er een bedrag van € 179.000 onttrokken uit de voorziening riolering waardoor de stand van de voorziening op 31-12-2025 € 0 bedraagt. Door hogere kosten en lagere opbrengsten is er een nadeel ontstaan van € 299.000 welke ten laste wordt gebracht van het rekeningresultaat. De oorzaken hiervoor zijn onder meer: Het afgelopen jaar is er door de inwoners van Aalten minder water verbruikt. De stelselwijziging in 2024 heeft ervoor gezorgd dat de tarieven voor de rioolheffing 2025, vastgesteld in het Water-, riolering en klimaatprogramma te laag zijn opgenomen. Daarnaast zijn er in 2025 extra kosten gemaakt voor het upgraden van de pompen RMRIJ telemetrie naar 4G, reinigen van pompputten, revisie van pompen, aanschaf pompkastjes en meer onderhoud. Afval De totale kosten voor afval verlopen budgettair neutraal. Eventuele tekorten en overschotten worden verrekend met de voorziening Afval. In de kostentoerekening nemen we hiervoor meer componenten mee dan uit dit taakveld blijkt, zoals btw en overhead kosten. In 2025 is er een bedrag van € 293.000 in de voorziening gestort. Oorzaken hiervoor zijn onder meer: Door de inwoners is minder gft-afval aangeboden en tegelijkertijd is er wel meer klein chemisch afval ingeleverd. Door de hogere vergoeding voor papier zijn de inkomsten gestegen.
De vergoeding die de gemeente heeft ontvangen voor de inzameling van het textiel is lager in verband met een nieuw contract. De gemeente heeft een eenmalige extra vergoeding ontvangen voor inzet ter preventie en aanpak van zwerfafval 2023/2024 en een vergoeding voor openbare prullenbakken. Door de inwoners is minder gebruik gemaakt van de subsidie wasbare luiers. De opbrengst afvalstoffenheffing is hoger doordat het aantal ledigingen hoger is dan verwacht. Milieubeheer Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) Het aantal adviesaanvragen bij de ODA neemt nog steeds toe, mede door de komst van de Omgevingswet en recente ontwikkelingen binnen de gemeente en landelijke wetgeving. Daarnaast zien we dat de problematiek waarover advies wordt gevraagd steeds complexer wordt, bijvoorbeeld PFAS en stikstofproblematiek. Door vertrek van een medewerker bij de gemeente zijn de geluidstaken ondergebracht bij de ODA. Voor het inrichten van de gemeentelijke organisatie in het kader van de overname van de bodemtaken bij inwerkingtreding van de omgevingswet heeft de gemeente van de Provincie een subsidie ontvangen. De taken zijn belegd bij de ODA en inmiddels afgerond. In z’n totaliteit is er een incidenteel nadeel van € 33.000. Duurzaamheid De post duurzaamheid bestaat uit het budget voor onderzoeken en uitvoering van het energie- en klimaatbeleid en projecten in het kader van duurzaamheid.