Bijlage 1 - Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Het groot onderhoud is ondergebracht in een moederbestek en daarbij is ervoor gekozen om deze in gedeelten uit te voeren. Uit inventarisatierondes van de wegen blijkt dat er geen noemenswaardige afwijkingen zijn ten opzichte van de actuele onderhoudsplannen. Er kunnen zich incidenten voordoen die direct worden opgelost. Deze staan los van de reguliere onderhoudsplannen. Investeringen worden geactiveerd en op grond van de economische levensduur afgeschreven. Ook staan in 2026 weer verschillende infrastructurele werken gepland zie hiervoor in de bijlagen het investeringsschema. Onderhoud bruggen en duikers Om het onderhoud en de instandhouding van onze bruggen en duikers te waarborgen, is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld. Jaarlijks worden alle bruggen en duikers geïnventariseerd en gecontroleerd. Op basis hiervan wordt het reguliere onderhoud uitgevoerd. De lasten hiervoor zijn in 2025 € 74.000. Voor het onderhoud van bruggen en duikers zal in 2026 het meerjarenonderhoudsplan worden geüpdatet. Openbare verlichting Op 28 mei 2024 is het nieuwe beleidsplan ‘Licht in de gemeente Aalten’ 2024 t/m 2032 vastgesteld. Aan dit nieuwe beleid is ook het beheerplan gekoppeld met daarin de investeringen De verouderde lichtmasten worden vervangen door lichtmasten met ledverlichting. Ook worden de technisch afgeschreven lichtmasten vervangen.
De lasten voor het onderhoud aan de lichtmasten bedroegen in 2025 € 62.000. Openbaar groen Gekoppeld aan het groenbeleidsplan is er een groenbeheersplan waarop het jaarlijks onderhoud van het openbaar groen is gebaseerd. Door het onderhoud op basis van dit plan uit te voeren kan het gestelde onderhoudsniveau nog steeds worden gehandhaafd. Echter het groenbeleidsplan is verouderd waardoor er een update moet komen van het groenbeleidsplan. Door de klimaatverandering treedt er vaker droogte op waar veel bomen last van ondervinden. Hierdoor neemt de sterfte toe en moet er meer onderhoud gepleegd worden. Verder kijken we hoe we het openbaar groen zo kunnen inrichten dat het voldoet aan het biodiversiteitsplan.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
45
In 2026 wordt een nieuwe kapverordening vastgesteld waarin rekening wordt gehouden met de klimaatverandering. Ook is er een nieuw bestek voor het onderhoud van de bermen en sloten. De lasten voor het onderhoud van het openbaar groen bedroegen in 2025 € 398.000 Speelvoorzieningen In 2014 is de speelnota Spelenderwijs Ontmoeten vastgesteld. De speelterreinen voldoen aan de nota Spelenderwijs Ontmoeten. Voor nu plegen we alleen regulier onderhoud en vervangen we toestellen als deze niet hersteld kunnen worden. Daarnaast worden de speeltoestellen jaarlijks gekeurd. De speelnota Spelenderwijs ontmoeten uit 2012 is verouderd waardoor er in 2025 een begin is gemaakt met het opstellen van een beleidsvisie beweegvriendelijke leefomgeving waarbij inwoners worden gefaciliteerd, gestimuleerd en uitgedaagd om te bewegen, spelen, sporten en te ontmoeten. Deze zal in 2026 worden voorgelegd ter besluitvorming. Voor het onderhoud en de vervanging is in 2025 respectievelijk €15.000 en € 38.000 uitgegeven. Riolering Het Water, Riolerings- en Klimaat Programma WRKP is in mei 2025 door de raad vastgesteld. In dit waterriolerings- en klimaatprogramma (WRKP) wordt weer gegeven hoe water en riolering de komende jaren wordt ingezet om onze gemeente leefbaar te houden met de daarbij behorende budgetten.
Hierbij wordt ook rekening gehouden met de vastgestelde klimaatadaptatie strategie welke in 2023 is vastgesteld. De investeringen in de riolering worden geactiveerd, de lasten voor afschrijving, rente en het onderhoud worden via de riooltarieven verhaald op de burgers. Mogelijke overschotten of tekorten worden jaarlijks met de voorziening Riolering geëgaliseerd. Waar mogelijk worden reconstructies van wegen en vervanging van riolering gecombineerd. Gebouwenbeheer Gemeentelijke gebouwen, niet voor de gemeentelijke dienst bestemd. Zowel het groot als het klein onderhoud van deze gebouwen komt voor rekening van de gemeente. Het groot onderhoud is in beeld gebracht door middel van een MJOP. De nieuwe MJOP’s zijn in het eerste kwartaal van 2025 opgeleverd. Daaropvolgend zijn ook de verduurzamingsmaatregelen opgenomen en uitgewerkt. De hieruit voortvloeiende onderhoudskosten worden na oplevering van de MJOP inclusief verduurzamingsmaatregelen aan de raad voorgelegd. Om deze kosten te dekken, is een reserve gevormd die jaarlijks met een gelijk bedrag wordt gevoed. Daarnaast is voor het reguliere jaarlijkse onderhoud een budget in de exploitatie opgenomen. Met de vaststelling van het onderhouds- verduurzamingsplan is voldoende onderbouwing aanwezig om de gebouwen adequaat te onderhouden, verduurzamen en in stand te houden.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
46
Paragraaf Grondbeleid Inleiding en doelstellingen Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het omvat alle strategieën van de gemeente rond het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van beleidstaken zoals ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, economische structuur en cultuur, sport en recreatie. Daarnaast kan het grondbeleid grote financiële gevolgen hebben. De resultaten, maar vooral de financiële risico’s, zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente. Daarom is transparantie van grondbeleid van groot belang. Met de inwerkingtreding van de Nota Grondbeleid 2024-2028, is een actievere houding aangenomen. De afgelopen jaren is er veel veranderd. Zo zijn de stikstof problematiek, de woningnood, de energiecrisis en de energietransitie belangrijke thema’s binnen het ruimtelijk domein. De wens bestaat vanuit het Rijk om woningen bij te bouwen, maar de regels over stikstof verkleinen de mogelijkheden hiervoor. De gemeente is hierin verantwoordelijk om in de behoeften van haar eigen inwoners te voorzien. Ook op het gebied van bedrijvigheid ziet de gemeente de vraag groeien naar meer bedrijfslocaties in de gemeente Aalten.
Op 28 februari 2023 is de Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 vastgesteld. In de woonagenda zijn voor de periode 2023 tot en met 2030 de woonambities en-doelen vastgelegd. Om mede ter uitvoering van de woonagenda slagvaardig te kunnen handelen, heeft de raad in september 2023 een permanent aankoopkrediet ten behoeve van (strategische) aankopen van € 2,5 miljoen beschikbaar gesteld. Op deze wijze kan er nooit meer dan € 2,5 miljoen besteed worden zonder de instemming van de gemeenteraad. Rubricering Voor de verslaggeving over de gronden kennen we volgens de BBV de volgende onderdelen: - Gronden en terreinen niet in exploitatie (warme gronden); - Faciliterend grondbeleid; - Voorraden, waaronder bouwgrond in exploitatie (BIE) en Gereed product en handelsgoederen. Gronden en terreinen worden gerubriceerd onder de materiële vaste activa. Voor warme gronden geldt dat bij de waardering uitgegaan mag worden van de grond tegen toekomstige bestemming in plaats van de huidige bestemming zoals dat tot nu toe gold. Faciliterend grondbeleid wordt afhankelijk van de status van de vordering onder de overlopende activa dan wel passiva geressorteerd. Bouwgronden in exploitatie vallen onder de voorraden. Een BIE moet aan diverse voorwaarden voldoen. Verderop in deze paragraaf wordt de cijfermatige voorstelling van genoemde onderdelen weergegeven.
Tussentijdse winst Voor tussentijdse winstneming geldt de percentage of completion (POC) methode. Er is een verplichting tot tussentijdse winstneming wanneer is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én 2. De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én 3. De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie genomen). Later is daaraan toegevoegd dat te veel genomen winst in eerdere jaren moet worden verrekend met het huidige lopende jaar. Risico’s onderdeel grondexploitatie Ruimtelijke ontwikkelingen zijn trajecten die meerdere jaren kunnen duren, waarmee grote investeringen zijn gemoeid en waarvan de resultaten voor een lange tijd grote invloed hebben. Belangrijk is des te meer om zorgvuldige afwegingen te maken en de risico’s zo goed mogelijk in te schatten. Onderdeel van de grondexploitatie is dan ook een risico-inventarisatie, die (jaarlijks) periodiek moet worden bijgesteld. Bij de risicoinventarisatie gaat het om een inschatting van de mate waarin een risico van toepassing is en het effect op het financiële resultaat. Daar waar deze risico-inventarisatie leidt tot een verwacht verlies wordt direct bij de jaarrekening een voorziening getroffen tot de hoogte van het te verwachten verlies.
Verder benaderen wij over het algemeen onze eigen grondexploitaties bij de gronduitgifte behoedzaam. Jaarlijks wordt bij de her calculaties opnieuw een inschatting gemaakt. Overige bestemmingsreserves met betrekking tot het grondenbeheer Bijdragen aan reserves vanuit de grondexploitaties is niet meer toegestaan. Sparen voor bovenwijkse voorzieningen die na het afsluiten van een grondexploitatie worden aangelegd, is alleen nog mogelijk via een door de raad in te stellen bestemmingsreserve. Toevoegingen kunnen alleen plaatsvinden via resultaatbestemming. Paragraaf Grondbeleid
47
Lokale ontwikkelingen Binnen de gemeente spelen diverse lokale ontwikkelingen een cruciale rol in de ruimtelijke en economische groei, waarbij wordt ingespeeld op actuele behoeften en toekomstbestendige oplossingen. Verkopen In de loop van 2025 hebben (grond)verkopen plaatsgevonden buiten de grondexploitaties tot een totaalbedrag van € 72.000. Dit betreft met name de verkoop van groenstroken. Activiteiten bouw- en industriegrondexploitatie en overige lokale ontwikkelingen De gemeente Aalten wil extra ruimte voor bedrijfskavels creëren bij de kern Aalten, ten zuidwesten van bedrijventerrein ’t Broek en ten noorden van de Keizersbeek. De gemeenteraad heeft op 17 december 2025 ingestemd met het voorstel om verdere onderzoeken te doen naar deze locatie. Woningbouw de Haart In buurtschap de Haart ligt een woningbouwplan voor 13 woningen. In 2025 heeft planvorming en participatie plaatsgevonden. De verwachting is dat in 2026 een omgevingsplan met bijbehorende grondexploitatie ter vaststelling voorgelegd wordt aan de gemeenteraad. Er wordt een negatief resultaat verwacht bij deze grondexploitatie. Faciliterende rol In 2025 zijn wederom een aantal overeenkomsten gesloten met particulieren en/of ontwikkelaars. Bij deze overeenkomsten zijn afspraken gemaakt over onder andere de realisatie van woningen. De gemeente heeft hierbij een faciliterende rol.
Deze ontwikkelingen leveren voor de gemeente geen opbrengsten of kosten op. Er wordt in deze gevallen een exploitatiebijdrage gevraagd maar dit leidt nog niet tot activering van een grondexploitatie. Dat gebeurt in een latere fase. Het college heeft op 10 oktober '24 ingestemd met de ontwikkelvisie voor 't Beggelder. Deze visie vormt de basis voor een integrale ontwikkeling van het gebied. De ruimtelijke structuur van de wijk is op hoofdlijnen vastgelegd en er zijn uitgangspunten op de thema’s wonen, verkeer & mobiliteit, gezonde leefomgeving en klimaat & natuur. In 2025 hebben de gesprekken plaatsgevonden voor het sluiten van een anterieure overeenkomst. Verwachting is dat in het voorjaar van 2026 de ondertekening zal plaatsvinden. Aan de Eerste Broekdijk te Aalten wordt een plan verder uitgewerkt waarbij de gemeente Aalten gronden levert aan De Woonplaats ten behoeve van de bouw van 10 sociale huurwoningen. Ook aan de Nijverheidsweg, oude locatie Dorcas, lopen de gesprekken voor een anterieure overeenkomst. Naar verwachting zal in 2026 ook hiervoor ondertekening plaatsvinden. Gronden en terreinen niet in exploitatie Gronden gerubriceerd onder de rubriek gronden en terreinen onder de materiële vaste activa. Op de boekwaarde worden geen rente en kosten bijgeschreven.
bedragen x € 1.000 Omschrijving Boekwaarde Boekwaarde Vermeerdering Vermindering 1-1-2025 31-12-2025 Bouwgrond De Wegwijzer 40 0 40 0 Bouwgrond Cattier
1.751
0
0
1.751
Overige gronden: Buitenplaats Dinxperlo Kern de Heurne 2e fase
214 7
0 0
0 0
214 7
Subtotaal overige gronden
221
0
0
221
2.012
0
40
1.972
Totaal
De Wegwijzer De Klaassen Groep BV heeft in 2025 het plangebied aangekocht en is aan het eind van het jaar gestart met de bouwwerkzaamheden. Er worden hier 15 woningen gerealiseerd die naar verwachting rond de zomer van 2026 klaar zijn. De Klaassen Groep BV is verantwoordelijk voor de aanleg van de infrastructuur in het plangebied. De gemeente heeft verder geen verplichtingen meer rond dit project. De boekwaarde is in 2025 ingebracht waarmee dit project is afgesloten. Het project sluit met een positief resultaat van ruim € 39.000. Paragraaf Grondbeleid
48
Cattier In 2019 is Bedrijventerrein Het Broek (uitbreiding Cattier) door de gemeente aangekocht. Dit terrein is verkocht aan Kaemingk bv, die op de locatie een bedrijfshal wil realiseren. Hiervoor is het nodig dat het bestemmingsplan ter plaatse wordt aangepast. Met Kaemingk bv en diverse omwonenden is hierover gesproken. Het plan heeft, mede door de beoogde landschappelijke inpassing, draagvlak in de omgeving. Het bestemmingsplan is in 2022 vastgesteld. Tegen dit besluit is beroep aangetekend bij de Raad van State. Dit beroep heeft op 6 maart 2026 plaatsgevonden. De uitspraak volgt zes tot negen weken na zittingsdatum, op het moment van schrijven is deze nog niet bekend. Overige gronden De buitenplaats Dinxperlo is in 2014 verkocht. In 2025 is er een gewijzigd ontwikkelingsplan opgesteld voor de realisatie van twee woningen. Na onherroepelijk worden van het nieuwe plan volgt de restantbetaling van € 285.000. Faciliterend grondbeleid We hebben momenteel geen projecten die onder faciliterend grondbeleid vallen. Voorraden Onderstaande complexen zijn in 2025 in exploitatie: (Geraamd eindresultaat: N=nadelig, V=voordelig) Voorraden BoekVerVermin- Boek- Nog te waarmeerderinwaarmade 1-1- deringen de 31ken 2025 gen 2025 12kos2025 2025 ten Onderhanden werk Westrand Aalten 783 118 25 876 0 BIE Kern De Heurne herziening
bedragen x € 1.000
Nog te realiseren opbrengsten
Geraamd eindresultaat
Afloop
0
0
2035
-117
44
1
-74
36
2
-40 V
2026
0
355
18
337
646
736
247 N
2030
‘t Warmelinck
110
-34
3
73
1
79
-5 V
2026
Plan IJzerlo
430
74
247
257
423
595
85 N
2029
Kraaienboom Subtotaal voorraden
252 675
7 446
259 528
0 593
0 1.106
0 1.412
287 N
0
0
0
0
0
0
1.458
564
553
1.469
1.106
1.412
Uitbreiding kern Lintelo
Gereed product en handelsgoederen Totaal voorraden
2025
Daar waar het geraamde eindresultaat een nadeel laat zien is een verliesvoorziening getroffen ter hoogte van dit nadeel. De hoogte van het totale nadeel is € 332.000. De verliesvoorziening is hierop aangepast. De her calculaties van de verschillende complexen per ultimo 2025 (de zogenaamde staten P) worden tegelijkertijd met de jaarrekening, maar wel afzonderlijk ter vaststelling aan de raad aangeboden. Westrand Aalten De gronden met betrekking tot de Westrand Aalten vallen onder het begrip ‘onderhanden werk’. Het zijn grondbanken zonder transformatie die bestemd zijn voor derden. Daarover zijn afspraken gemaakt en vastgelegd in een koopovereenkomst met Aalbers. De eerste loot is in 2024 verkocht en overgedragen. Er is in 2025 een hernieuwde afspraak met Aalbers gemaakt en vastgelegd in een addendum op de eerder vastgestelde koopovereenkomst. In dit addendum is onder meer bepaald dat een deel van de tweede loot al in 2026 wordt verkocht. Dit is inmiddels gebeurd. Het restant van dit tweede deel volgt in 2035. Voor de tussenliggende negen jaren is een nieuwe optievergoeding en een bijdrage voor een huurkoopconstructie overeengekomen en vastgelegd in ditzelfde addendum. Op basis van de Percentage Of Completion methode (POC methode) is in 2025 een tussentijdse winst geboekt van € 48.952.
Paragraaf Grondbeleid
49
Complex Kern de Heurne herziening Alle kavels in dit complex waren al verkocht. De verwachting was dat we dit complex in 2025 konden afronden. Dit is helaas niet gelukt. In 2026 worden de laatste werkzaamheden met betrekking tot groenaanleg uitgevoerd waarna het complex financieel kan worden afgesloten. De her calculatie 2025 laat een voordelig eindresultaat zien van € 279.917. De POC-methode berekent voor 2025 een tussentijdse winst van € 239.884 (86%). Er was tot en met 2024 al € 205.214 aan winst ingeboekt. Het verschil € 34.670 wordt ten gunste van de exploitatie 2025 gebracht. Uitbreiding kern Lintelo De exploitatie voor het plan Uitbreiding kern Lintelo is in april 2025 door de raad vastgesteld met een verwacht voordelig resultaat van ruim € 43.000. Het plan behelst 13 kavels waarvan er in 2025 al 12 in optie zijn uitgegeven. De netcongestie geeft hier geen problemen. Volgens de laatste informatie zal de aansluiting in week 38/39 van 2026 plaatsvinden. De her calculatie van 2025 geeft helaas een totaal ander financieel beeld dan de weergave die in april naar de raad is gegaan. We sturen nu aan op een verlies van bijna € 247.000. Een verschil van € 290.000 ten opzichte van de eerder geprognotiseerde winst. Dit zit hem in de plankosten en de kosten van bouw- en woonrijp maken.
Met name het grondwerk en de hoeveelheid infiltratievoorzieningen zijn veel groter dan eerder voorzien. Daarnaast hebben we te maken met sterk gestegen prijzen. Door deze nieuwe berekening zijn we genoodzaakt voor het verwachte verlies een voorziening te treffen van € 247.000 dat ten laste van de exploitatie 2025 is gebracht. Complex ’t Warmelinck De laatste te verkopen kavel in dit complex is in 2025 omgezet naar twee tiny houses omdat de kavel voor een vrijstaande woning niet kon worden verkocht. De kavels voor de twee tiny houses zijn in 2025 in optie uitgegeven en worden naar verwachting in 2026 verkocht en geleverd. Dit geeft wel een lagere verkoopopbrengst. De her calculatie 2025 laat nu een voordelig resultaat zien van € 29.331. Dit is lager dan in 2024 werd berekend en komt voornamelijk door de lagere opbrengst van de omgezette kavel. Hierdoor moet de eerder genomen tussentijdse winst worden gecorrigeerd met € 33.938 welk bedrag ten laste van de exploitatie 2025 is gebracht. Complex Uitbreiding Kern IJzerlo Ten behoeve van de uitbreiding van de kern IJzerlo is in 2024 het bestemmingsplan ‘Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024’ vastgesteld. Dit plan voorziet in de realisatie van 19 woningen. In 2025 zijn inmiddels 3 kavels verkocht. Van 14 kavels, die inmiddels al zijn verkocht, wordt verwacht dat die in het voorjaar van 2026 worden geleverd.
Alleen de kavels die vrijkomen door de rood voor rood regeling, twee stuks zijn nog niet in optie uitgegeven. Voor de aansluiting op het stroomnet worden geen problemen voorzien. De aansluiting staat gepland in week 25 van 2026. Waar bij de vaststelling door de raad in april 2024 van deze exploitatie nog een voordeel werd geraamd van bijna € 104.000 slaat het teken nu met de her calculatie 2025 fors om naar een verlies van bijna € 85.000. Dit zit hem met name in de kosten voor bouw- en woonrijp maken. De hoeveelheden zijn te laag ingeschat en de prijzen van de producten/grondstoffen zijn sterk gestegen. De in 2024 genomen tussentijdse winst van € 3.332 moet worden teruggedraaid en tevens moet voor het verwachte negatieve resultaat van € 85.000 een verliesvoorziening worden getroffen. In totaal is er in dit kader in de jaarrekening 2025 een verlies van ruim € 88.000 ingeboekt. Complex Kraaienboom De laatste kavel in dit complex is in 2025 verkocht en geleverd. De laatste kosten zijn geboekt waardoor het complex in 2025 kan worden afgesloten. De eerder getroffen voorziening van € 3.000 kan nu vrijvallen. Per saldo blijft er ruim € 5.000 over dat ten gunste van de exploitatie 2025 komt. Voorraad uit te geven gronden per 31-12-2025 0.68 Westrand Aalten 0.48 Uitbreiding kern Lintelo 3.10 ’t Warmelinck 3.11 Plan IJzerlo
Paragraaf Grondbeleid
Aantal kavels
Aantal m2
1 13 2 16
28.007 3.868 513 3.498
Gemiddelde verkoopprijs 45 195 159 177
50
Verloopoverzicht getroffen voorzieningen Voorziening per 1-1-2025
Aanvullende voorzieningen 2025 Voorzieningen verliesgevende complexen in exploitatie Uitbreiding kern Lintelo 0 247 Plan IJzerlo 0 85 Kraaienboom 3 0 Totaal 3 332
Vrijval 2025
bedragen x € 1.000 Voorziening per 31-12-2025 0 0 3 3
247 85 0 332
Conclusie Er is sprake van een adequate bedrijfsvoering en financiële administratie van de grondexploitaties. De processen met betrekking tot het grondbeheer zijn beschreven en de taken en bevoegdheden tussen de medewerkers van grondzaken/vastgoed en informatievoorziening zijn organisatorisch goed afgebakend. Er functioneert een interne overlegstructuur met alle betrokken teams, waardoor alle aspecten die met grondzaken samenhangen op tijd in beeld worden gebracht. Ultimo 2025 zijn van alle complexen met een kostprijsopzet de kostprijscalculaties geactualiseerd en de complexen met alle overige gronden beoordeeld, geanalyseerd en voor zover mogelijk geactualiseerd. Indien van toepassing is een verliesvoorziening getroffen, vrijgevallen of is deze aangepast. In 2025 is de verliesvoorziening naar € 332.000 verhoogd. Op basis van de POC-methode is ook in 2025 tussentijdse winst genomen ofwel gecorrigeerd. Winst/verlies overzicht: Westrand € - 48.952 tussentijdse winst Kern De Heurne € - 34.670 tussentijdse winst Uitbreiding kern Lintelo € 247.000 verlies ’t Warmelinck € 33.938 correctie op tussentijdse winst Plan IJzerlo € 88.332 correctie op tussentijdse winst (3.332) en verlies (85.000) Totaal in 2025 € 285.648 Zoals uit de opstelling van de voorraden onderdeel BIE hierboven blijkt lopen er ultimo 2025 nog een viertal grondexploitaties.
De her calculaties laten voor twee complexen een positief en voor twee complexen een negatief eindresultaat zien. Kern De Heurne en naar verwachting ’t Warmelinck gaan we in 2026 afronden en sluiten. Uitbreiding kern Lintelo en Plan IJzerlo lopen nog een aantal jaren door. De grondverkopen gaan goed met voor nu nog een uitzondering op de rood voor rood kavels. Voor de aansluiting op het stroomnet worden geen grote problemen voorzien, ondanks dat de termijnen voor aansluiting vaak wel ver in de toekomst liggen. De nog te realiseren kosten van alle BIE’s zijn met deze her calculatie grondig doorgenomen en opnieuw in beeld gebracht. Voor wat betreft de Westrand zijn nieuwe afspraken gemaakt over de verkoop van loot B, de optievergoeding en een huurkoopconstructie. De verkoop van het laatste deel van loot B is met deze nieuwe afspraak met negen jaren verlengd en eerst voorzien in 2035. Onder faciliterend grondbeleid ressorteren geen projecten meer. Van de warme gronden kan tenslotte worden gemeld dat de ontwikkeling op termijn een positief resultaat laat zien. Hiermee wordt een juist en volledig inzicht verkregen in de bestaande boekwaarde van de complexen en de toekomstige resultaten.
Paragraaf Grondbeleid
51
Paragraaf Verbonden partijen In deze paragraaf wordt conform artikel 15 van het BBV inzicht gegeven in, en informatie verstrekt over partijen waarmee de gemeente Aalten bestuurlijke en financiële banden onderhoudt en de ontwikkelingen die in 2025 hebben plaatsgevonden. Er wordt een onderverdeling gemaakt tussen gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen en coöperaties van organisaties die een publiek belang uitvoeren en waarin Aalten een financieel en bestuurlijk belang heeft. Dat laatste door zeggenschap door vertegenwoording in het bestuur of middels stemrecht bij besluitvorming. Van de gemeenschappelijke regelingen worden het openbaar belang, aandeel gemeente en bijdrage, omvang eigen vermogen en vreemd vermogen, financieel resultaat en de actualiteiten beschreven. bedragen x € 1.000
Omgevingsdienst Achterhoek (ODA), Hengelo Gelderland (Programma 1) Doelstelling en De ODA behandelt voor de partners de aanvragen voor vergunningen in het kader van het openbaar belang omgevingsrecht (milieudeel), toetst meldingen, houdt toezicht op en handhaaft de omgevingswet. Daarnaast adviseert de ODA gemeenten en provincie (op verzoek) bij de opstelling van beleid en bij specifieke ontwikkel- of uitvoeringsprojecten. Verder zijn ze adviseur op specialistische terreinen zoals geluid en bodem. Partijen Naast Aalten zijn dat de gemeenten Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen en de Provincie Gelderland. Actualiteit De maatschappij wordt steeds complexer. Dit geldt zeker ook voor alles wat speelt in het milieu. Denk bijvoorbeeld aan stikstof, asbest, andere zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zoals Pfas of het gebruik van staalslakken, fijnstof en dergelijke. Maar ook geluidhinder, geuroverlast, trillingen, bodemvervuiling, energie en duurzaamheid, ecologie, flora en fauna en het beschermen van onze historie door archeologie en cultureel erfgoed vragen aandacht. Net als de illegale lozing van restproducten van de productie van drugs. Dit heeft geresulteerd in een toename van de adviesvragen en handhavingszaken door de ODA.
Er is een nieuwe risicoanalyse opgesteld waarbij rekening gehouden wordt met de genoemde ontwikkelingen. Deze risicoanalyse is nog niet vastgesteld. De reden hiervoor is een eventuele fusie met de OD Veluwe. Nadat deze fusie ia afgerond zal met de partners en het bestuur van de nieuwe OD worden bekeken deze of een eventueel nieuwe risicoanalyse geïmplementeerd kan worden in de nieuwe organisatie. Op 1 januari 2024 is de omgevingswet ingegaan. Dit behoeft nog wel de nodige aandacht. In december 2025 hebben de ODA en OD Veluwe een intentieverklaring ondertekend waarin is vastgelegd de volgende stap te zetten in samenwerking met als perspectief een mogelijke fusie in 2030. Met deze stap willen beide organisaties samen toewerken naar een toekomstbestendige en robuuste omgevingsdienst die kan voldoen aan de gestelde kwaliteitscriteria. Jaar Eigen vermogen Vreemd vermogen Bijdrage Resultaat 2024 613 2.015 830 -97 Definitief 2025 118 2.563 950 -687 Prognose GGD Noord- en Oost-Gelderland (NOG), Warnsveld (Programma 2) Doelstelling en De GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van 22 openbaar belang gemeenten die bij GGD NOG zijn aangesloten. Partijen De GGD bestaat uit 22 gemeenten uit het noorden en oosten van Gelderland.
Actualiteit In 2025 zijn een aantal trajecten geïnitieerd die grote impact kunnen hebben op het karakter en de dienstverlening van GGD Noord- en Oost-Gelderland. De gemeenten hebben in 2025 een onderzoek gestart naar toekomstbestendige JGZ in de regio. De GGD heeft zich voorbereid op de wijziging van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) per 1 januari 2026. De eerste prioriteit was het mogelijk maken van de vaccinatie voor 5-jarigen, in 2026 wordt doorgewerkt aan de aanpassing van de hele organisatie rond het RVP. Begin 2025 was het beeld dat het ministerie van VWS ging bezuinigen op de pandemische paraatheid. Op basis daarvan zijn maatregelen genomen. In de loop van het jaar bleek dat de middelen gegarandeerd konden worden t/m 2028, wel heeft het nemen van maatregelen tot vertraging geleid. Een tegenvaller in 2025 is dat de Medische Arrestantenzorg (MAZ) na een aanbestedingstraject van de politie definitief niet aan de GGD’en in regio Oost gegund is. Dit heeft gevolgen voor de overige dienstverlening en de 24/7 bezetting. Tenslotte heeft de GGD in 2025 in het kader van de akkoorden IZA en GALA verschillende rollen (coördinatie, monitoring, evaluatie) vervuld in de verschillende zorgkantoorregio’s binnen regio NOG. In 2026 zal de voorbereiding verder lopen op het vervolgakkoord AZWA.
Jaar Eigen vermogen Vreemd vermogen Bijdrage Resultaat 2024 1.921 10.866 573 -170 Definitief 2025 3.102 6.295 621 1.184 Prognose Paragraaf Verbonden partijen
52
Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG), Apeldoorn (Programma 2) Doelstelling en Iedere gemeente moet deel uitmaken van één van de 25 veiligheidsregio’s. De taken van openbaar belang een veiligheidsregio liggen op het gebied van het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises, GHOR en crisisbeheersing. VNOG stimuleert inwoners, instellingen en bedrijven tot zelf- en samenredzaamheid en het nemen van eigen verantwoordelijkheid bij incidenten, rampen en crisis en het voorkomen daarvan. Partijen De VNOG bestaat uit 22 gemeenten uit het noorden en oosten van Gelderland. Actualiteit Dreigingen op het gebied van klimaat, cyberveiligheid, maatschappelijke onrust, hybride oorlogvoering en aanhoudende spanningen vragen om voortdurende aanpassingen in de aanpak van VNOG. In 2025 is de implementatie van het regionaal beleidsplan 2025–2028 gestart. Na goede afstemming met de raden en hulpverleningspartners heeft VNOG een duidelijke koers uitgezet: prioriteit voor informatie gestuurd werken, intensieve samenwerking (nationaal en internationaal) en een versterking van primaire taken. Het thema ‘weerbaarheid’ is in het regionaal beleidsplan benoemd als trend en heeft in 2025, door alle ontwikkelingen, extra veel aandacht gevergd en is verder doorontwikkeld.
Er is een programmaplan Weerbaarheid vastgesteld, er zijn bestuursafspraken tussen de gemeenten gemaakt en de pilot noodsteunpunten is gestart. VNOG heeft ook verder gewerkt aan haar eigen (bedrijfs)continuïteit, weerbaarheid en informatieveiligheid. Deze stappen zijn niet alleen nodig vanwege de dreigingen, maar ook omdat VNOG medio 2025 door het Rijk vitaal is verklaard voor een aantal processen (brandweer, crisisorganisatie en informatie). Dit brengt verplichtingen met zich mee, maar ook recht op landelijke ondersteuning. De exacte gevolgen van de vitaal verklaring worden landelijk nader in beeld gebracht en VNOG gaat hier komende tijd verder mee aan de slag. Vanzelfsprekend is samenwerking cruciaal – met gemeenten, de GGD, Defensie, veiligheidsregio’s, Rijkspartners en internationale partners. In 2025 hebben heeft VNOG intensief gewerkt aan gezamenlijke oefeningen en grensoverschrijdende plannen. Jaar Eigen vermogen Vreemd vermogen Bijdrage Resultaat 2024 22.716 28.921 1.738 1.793 Definitief 2025 25.061 48.066 1.799 1.342 Prognose Laborijn, Doetinchem (Programma 2) Doelstelling en Laborijn heeft tot taak zorg te dragen voor de uitvoering van de Participatiewet, de Wet openbaar belang Sociale Werkvoorziening en de Wet inburgering 2021.
Zij ondersteunt inwoners voor wie werk zoeken en vinden niet vanzelfsprekend is, op hun weg naar een baan of, als dat nog niet mogelijk is, door (maatschappelijke) participatie. De missie van Laborijn is dat iedere inwoner kan meedoen op de best passende plek. Partijen Gemeenten Aalten en Doetinchem voor de Participatiewet, Inburgeringswet en Wsw en de gemeente Montferland alleen op het onderdeel Wsw. Actualiteit De meicirculaire van het Rijk bevatte voor Laborijn een aantal belangrijke financiële ontwikkelingen. Het Rijk stelt vanaf 2025 extra middelen beschikbaar waarmee landelijk 10.000 extra werkplekken bij sociale ontwikkelbedrijven gerealiseerd kunnen worden. Deze plekken zijn bedoeld voor inwoners die niet voldoen aan de scherpe criteria van beschut werk maar wel (tijdelijk) zijn aangewezen op de begeleiding en infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Daarnaast heeft het Rijk voor een periode van 10 jaar middelen beschikbaar gesteld om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te behouden, door te ontwikkelen en voor een brede doelgroep beschikbaar te maken. Vervolgens is in de septembercirculaire het budget voor beschut werk verhoogd in verband met de aanpassing van de loonwaardesystematiek van de LKS en zijn er implementatiemiddelen beschikbaar gesteld voor de Participatiewet in Balans.
In 2025 heeft de commissie BBV onverwachts bepaald dat, in tegenstelling tot eerdere berichtgeving, een voorziening gevormd moet worden voor de RVU-verplichting van de Wsw-medewerkers die gebruik maken van de RVU-regeling. Hierdoor heeft Laborijn in 2025 een voorziening moeten treffen van € 700.000. Het jaarresultaat over 2025 is, vóór de vorming van deze voorziening, € 520.000 positief. Er is besloten dat de Algemene Reserve weer wordt aangevuld als de Rijksbijdrage in 2026 en 2027 wordt ontvangen. Jaar Eigen vermogen Vreemd vermogen Bijdrage Resultaat 2024 12.791 14.058 2.580 627 Definitief 2025 11.189 14.024 2.726 345 Prognose
Paragraaf Verbonden partijen
53
Regio Achterhoek, Doetinchem (Programma 2) Doelstelling en Acht gemeenten in de Achterhoek werken samen met ondernemers, maatschappelijke openbaar belang organisaties en de provincie Gelderland ten behoeve van regionale ontwikkeling en belangenbehartiging. Partijen De GR bestaat naast Aalten uit de gemeenten Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. Actualiteit In 2025 is gestart met het formuleren van een nieuwe inhoudelijke agenda voor de Achterhoek. In 2025 werd ook het ‘Toekomstverhaal Achterhoek 2100’ als Regionaal Perspectief Achterhoek (RPA) gepresenteerd en vastgesteld. Als erkenning van de gezamenlijke samenwerking en lobby inzet werd de Achterhoek geselecteerd als één van de elf regio’s voor het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR). Dit biedt Regio Achterhoek een structurele positie aan tafel bij het Rijk als één van de landelijke voorbeeldgebieden waarmee het Rijk werkt aan een nieuwe manier van gebiedssamenwerking buiten de Randstad. In 2025 vonden ook diverse wisselingen in het algemeen en dagelijks bestuur.
Jaar Eigen vermogen Vreemd vermogen Bijdrage Resultaat 2024 6.736 22.278 202 28 Definitief 2025 6.390 32.111 219 390 Prognose Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL), Doetinchem (Programma 3) Doelstelling en Gemeenten en provincie werken samen in het ECAL, dat is ontstaan uit de samenvoeging openbaar belang van het Achterhoeks Archief en het Staring Instituut. Het Erfgoedcentrum voert de wettelijke archieftaken conform Archiefwet en overige erfgoedtaken zoals documentatie, onderzoek en publieksfunctie uit. Partijen De gemeenschappelijke regeling voert de wettelijke taken uit voor de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Montferland, Winterswijk en Bronckhorst. Voor de niet wettelijke taken betalen Doesburg, Lochem, Zevenaar, Duiven, de Provincie Gelderland en andere donateurs een bijdrage. Actualiteit De ECAL heeft gedurende in het jaar 2025 te maken gehad met een flink aantal wijzigingen in het personeelsbestand. Desondanks zijn ontwikkelingen rondom het e-depot opgepakt, werd er gewerkt aan erfgoededucatie en de publicatie over migratie in de Achterhoek en draaide de dienstverlening door met een toename van het aantal bezoeken.
Jaar Eigen vermogen Vreemd vermogen Bijdrage Resultaat 2024 308 461 179 233 Definitief 2025 525 416 185 217 Prognose Vennootschappen en coöperaties (privaatrechtelijk) Coöperatieve Achterhoekse Groene Energie Maatschappij (Agem), Winterswijk (Programma 1 Doelstelling en De Agem bestaat uit Energieloket Achterhoek BV, Agem Gemeentelijke energie BV, openbaar belang Coöperatie streekenergie en Agem Energie Experts. Gezamenlijk hebben deze organisaties dezelfde missie: hetzelfde toekomstbeeld, het ‘waarom’ is gelijk: ‘Wij geloven dat de tijd van fossiele brandstoffen en buitensporige winsten voor energieleveranciers en energieproducenten voorbij is. In de Achterhoek kunnen we prima zelf zorgen voor een toekomstbestendige energievoorziening. Inwoners, beleidsmakers en ondernemers in onze gemeenten hebben hiervoor meer kennis, inspiratie en samenwerking nodig. Deze inzichten en verbindingen zorgen voor nieuwe initiatieven en mogelijkheden voor het besparen, gebruiken en opwekken van energie. Al deze samenwerkingen leiden uiteindelijk tot betaalbare energiezekerheid voor iedereen in de Achterhoek.’ Partijen In Energieloket Achterhoek BV en Agem Gemeentelijke energie BV zijn naast Aalten alleen de gemeenten Berkelland, Doetinchem, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Montferland, Winterswijk en Bronckhorst aandeelhouder.
In 2024 is de gemeente Doesburg aangesloten bij het aan Energieloket Achterhoek BV. Van de Coöperatie Streekenergie zijn Achterhoekse burgerinitiatieven/energiecoöperaties aandeelhouder/lid Financieel De gemeente Aalten stond borg voor de nakoming van de verplichtingen van AGE B.V. uit hoofde van de financieringsovereenkomst die zij had gesloten met de BNG Bank. Op voorstel van AGE B.V. is in 2024 besloten te stoppen met de BNG-garantstelling en over te gaan op een uniforme werkwijze voor alle gemeenten. De borgstelling is dus verdwenen. Om in de financieringsbehoefte te blijven voorzien is de bijdrage van de gemeente in het werkkapitaal van AGE B.V. nu opgenomen als kortlopende vordering. ROVA, Zwolle (Programma 1) Doelstelling en ROVA is de afvaladvies-, regie- en verwijderingsorganisatie van 23 gemeenten. ROVA zet openbaar belang zich in voor een schonere en duurzame leefomgeving. Partijen ROVA werkt voor 23 aandeelhoudende gemeenten. Financieel Ontvangen dividend in 2025 is € 113.000 (in 2024 € 146.000). Paragraaf Verbonden partijen
54
Leisurelands B.V. (Programma 1) Doelstelling en Bedrijfsmatig en duurzaam aanbieden van vrijetijdsbesteding voor een breed publiek. Dit openbaar belang doen door middel van grondgebonden recreatievoorzieningen met groen als decor. Daartoe voor zichzelf en anderen grondgebonden exploitaties doen. Daarmee direct en indirect een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en vrijetijdsbesteding in de regio waar zij actief is. Partijen Aandeelhouders aan het regionaal portefeuillehouders overleg Vrijetijdseconomie deelnemende gemeenten zijn (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk). Door samen op te trekken tijdens de AVA's is het mogelijk om, indien nodig, een duidelijk en collectief signaal af te geven. Per april 2023 hebben voornoemde Achterhoekse gemeenten daarom de gemeente Berkelland gemachtigd om mede namens hen in de AVA’s op te treden. Financieel De overeenkomst verloopt op 31 december 2026. Door de deelnemende gemeenten is besloten om de overeenkomst te verlengen tot 31 december 2031. Er wordt geen dividend uitgekeerd aan de aandeelhouders. EUREGIO, Gronau (D) (Programma 2) Doelstelling en De EUREGIO is actief in de opbouw en versterking van de structuren en de grensoveropenbaar belang schrijdende samenwerking in het Nederlands-Duitse grensgebied.
Partijen In totaal omvat het EUREGIO-gebied 128 gemeenten, (Land-)Kreise en waterschappen. Financieel Per inwoner is in 2025, net als in 2024, € 0,29 bijgedragen (€ 7.900). Dit tarief wordt jaarlijks vastgesteld in de algemene ledenvergadering. BNG Bank, Den Haag (Programma 3) Doelstelling en Deze bank is van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De openbaar belang BNG is een betrokken partner voor een duurzamer Nederland en stelt de publieke sector in staat maatschappelijke doelstellingen te bereiken. Partijen De Nederlandse Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. Financieel Het ontvangen dividend in 2025 bedraagt € 48.000. In 2024 was het dividend € 41.000. NV Alliander, Arnhem (Programma 3) Doelstelling en Netwerkbedrijf Alliander is verantwoordelijk voor een groot deel van de energieleidingen in openbaar belang Nederland. Kernactiviteiten zijn het aansluiten van klanten op de energienetwerken en het distribueren van gas en elektriciteit. Deze taken zijn wettelijk bepaald gezien het belang van een betrouwbare aanvoer van energie. Partijen Provincies Gelderland, Friesland en Noord-Holland en de gemeente Amsterdam: zij hebben gezamenlijk driekwart van de aandelen in bezit. Het overige deel is in bezit van 70 andere gemeentelijke aandeelhouders.
Financieel In 2025 hebben we aan dividend € 273.000 ontvangen en in 2024 € 498.000. Over 2024 behaalde Alliander een positief resultaat van € 289 miljoen. In 2024 was dit € 976 miljoen. Vitens, Utrecht (Programma 3) Doelstelling en Vitens is het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland en levert drinkwater aan circa 5,8 openbaar belang miljoen klanten. De verantwoordelijkheid van Vitens is een gezonde en duurzame samenleving met zorg voor de bescherming van natuur en milieu. Partijen 97 aandeelhouders bestaande uit gemeenten en provincies. Financieel In 2025 keert Vitens, net als de afgelopen jaren, geen dividend uit. Vitens voldoet op basis van de jaarcijfers 2025 wel aan de minimale continuïteitsdoelstellingen uit het financieel beleid, maar de financiële positie van Vitens staat onder druk door de investeringsopgave en het WACC-beleid.
Paragraaf Verbonden partijen
55
Paragraaf Wet open overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo bevordert een transparante, open en betrouwbare overheid door documenten actief en passief openbaar te maken. Onder het passief openbaar maken valt het openbaar maken van documenten die zijn opgevraagd op verzoek (Wooverzoeken). Daarnaast dient de gemeente ook ambtshalve documenten openbaar te maken, dit wordt de actieve openbaarmaking genoemd. In 2025 zijn er 44 Woo-verzoeken binnengekomen en behandeld. Ter vergelijking wordt hieronder het aantal Woo-verzoeken uit de voorgaande jaren weergegeven: - 2022: 18 - 2023: 20 - 2024: 27 Het gros van de Woo-verzoeken ging over de planvorming van een AZC in de gemeente. Verder kwamen ook onderwerpen zoals omgevingsvergunningen, contracten en andere ruimtelijke werkzaamheden aan bod. Ook komt het voor dat er Woo-verzoeken met betrekking tot subsidieverstrekking worden ingediend. In dit geval is besloten een overzicht toe te sturen, met naam van de subsidie, naam van de subsidieontvanger en het ontvangen bedrag. Een Woo-verzoek heeft een grote belasting op de organisatie. De Woo zorgt er namelijk voor dat veel documenten openbaar gemaakt moeten worden, met inachtneming van de uitzonderingsgronden in de Woo. Deze plicht is nog niet altijd in de organisatie bekend.
Daarnaast wordt opgemerkt dat inwoners de Woo steeds makkelijker weten te vinden en dan ook omvangrijke verzoeken indienen. De omvangrijke verzoeken, waarin veel documenten openbaar moeten worden gemaakt, vragen veel tijd van de Woo-coördinator en de betrokken ambtenaren. De verwachting is dat deze belasting de komende jaren alleen maar groter wordt. De gemeente Aalten is bezig met de actieve openbaarmaking. Op grond van artikel 3.1 en artikel 3.3 van de Woo dienen wij gefaseerd, ambtshalve documenten openbaar te maken. De volgende informatiecategorieën worden reeds openbaar gemaakt: - Wetten en algemeen verbindende voorschriften - Overige besluiten van algemene strekking - Bereikbaarheidsgegevens - Bij vertegenwoordigende organen ingekomen stukken - Vergaderstukken decentrale overheden - Jaarplannen en jaarverslagen De volgende informatiecategorieën moeten nog openbaar gemaakt worden: - Organisatie en werkwijze - Ontwerpen van wet- en regelgeving met adviesaanvragen - Agenda’s en besluitenlijsten bestuurscolleges - Adviezen - Convenanten - Woo-verzoeken en -besluiten - Onderzoeksrapporten - Klachtoordelen - Beschikkingen De informatiecategorieën dienen gefaseerd openbaar te worden gemaakt. Wij volgen hierin de lijn van het Rijk en lopen dan ook op schema. Bij sommige informatiecategorieën publiceren wij al meer dan het Rijk voorschrijft.
Voor de actieve openbaarmaking van de Woo is een contactpersoon aangesteld. Dit is mevrouw J.M. Disveld. De contactgegevens van de Woo-coördinator zijn opgenomen in de Woo-index. De Woocoördinator is te bereiken via (0543) 49 33 33 of via gemeente@aalten.nl.
Paragraaf Wet open overheid
56
Jaarrekening
Jaarrekening
58
De balans per 31 december (bedragen x € 1.000) ACTIVA VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa * Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio * Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief * Bijdragen aan activa in eigendom van derden Materiële vaste activa * Investeringen met een economisch nut * gronden uitgegeven in erfpacht * woonruimten uitgegeven in erfpacht * gebouwen uitgegeven in erfpacht * overige investeringen met een economisch nut * warme gronden * Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven * Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut Financiële vaste activa * Kapitaalverstrekkingen aan: * deelnemingen * gemeenschappelijke regelingen * overige verbonden partijen * Leningen aan: * openbare lichamen * woningbouwcorporaties * deelnemingen * overige verbonden partijen * Overige langlopende leningen * Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer * Uitzettingen in de vorm van Nederlandse schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer * Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
31-12-2025
31-12-2024
146 146 -
-
52.814
50.385
2.402 961 2 23.995 -
2.402 1.011 2 24.122 -
12.988 12.466
12.014 10.834 11.641
11.939
975 -
1.157 -
60 10.190 -
76 10.400 -
416
306
Totaal vaste activa
64.601
62.324
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden * Overige grond- en hulpstoffen * Onderhanden werk waaronder bouwgronden in exploitatie (BIE) * Gereed product en handelsgoederen * Vooruitbetalingen Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Vorderingen op openbare lichamen * Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen * Overige verstrekte kasgeldleningen * Uitzettingen in de schatkist van het Rijk met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Rekening-courantverhouding met het Rijk * Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen * Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Overige vorderingen * Overige uitzettingen Liquide middelen * Kassaldi * Banksaldi Overlopende activa * De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen * Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
1.137 1.137 -
1.455 1.455 -
9.716
3.592
698 7.500 -
1.084 -
1.518 -
2.508 492
1 491
1.382 1 1.381
10.005
89 9.916
12.249
140 12.109
Totaal vlottende activa
21.350
18.678
Totaal-generaal
85.951
81.002
442
477
Verrekenbare verliezen
De balans per 31 december
59
(bedragen x € 1.000) PASSIVA VASTE PASSIVA
31-12-2025
31-12-2024
Eigen vermogen * Algemene Reserve * Bestemmingsreserves * Gerealiseerd resultaat
21.293 14.308 3.064
Voorzieningen * Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's * Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is
5.709 293
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer * Obligatieleningen * Onderhandse leningen van: - binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen - binnenlandse banken en overige financiële instellingen - binnenlandse bedrijven - openbare lichamen - overige binnenlandse sectoren - buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren * Door derden belegde gelden * Waarborgsommen * Overige leningen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
38.665
35.837 18.173 14.432 3.232
6.002
5.135 4.956 179
25.967
24.895
-
-
25.965 2 -
24.893 2 -
Totaal vaste passiva
70.634
65.867
VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar * Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen * Overige kasgeldleningen * Banksaldi * Overige schulden Overlopende passiva * Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume * Ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen * Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
4.147 4.147
4.132 4.132
11.170
11.003
3.477
5.494
5.579 1.708 406
3.993 1.188 328
Totaal vlottende passiva
15.317
15.135
Totaal-generaal
85.951
81.002
Gewaarborgde geldleningen Garantstellingen
118.740 59.235
124.188 62.094
De balans per 31 december
60
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bedragen x € 1.000 Raming begrotingsjaar 2025 vóór wijziging Baten
Lasten
Saldo
Raming begrotingsjaar 2025 na wijziging
Realisatie begrotingsjaar 2025
Realisatie vorig begrotingsjaar 2024
Baten
Baten
Lasten
Saldo
Lasten
Saldo
Baten
Programma's: Programma 1 Ruimte Programma 2 Sociaal domein Programma 3 Bedrijfsvoering Sub-totaal programma’s
-7.300 -9.093 -825 -17.218
16.498 55.500 2.165 74.163
9.198 46.407 1.340 56.945
-15.203 -12.075 -2.281 -29.559
24.374 58.418 6.153 88.945
9.171 46.343 3.872 59.386
-9.559 -12.871 -2.469 -24.899
18.987 59.839 3.889 82.715
9.428 46.968 1.420 57.816
-10.674 -11.877 -1.521 -24.072
18.430 55.113 2.167 75.710
7.756 43.236 646 51.638
Algemene dekkingsmiddelen: Lokale heffingen (P1) Lokale heffingen (P3) Algemene uitkeringen (P3) Dividend (P3) Saldo financieringsfunctie (P3) Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal algemene dekkingsmiddelen
-278 -5.906 -64.214 -412 -173 0 -70.983
0 561 5 0 332 0 898
-278 -5.345 -64.209 -412 159 0 -70.085
-278 -5.964 -67.537 -434 -231 0 -74.444
0 552 5 0 317 0 874
-278 -5.412 -67.532 -434 86 0 -73.570
-288 -5.967 -67.823 -434 -267 0 -74.779
0 572 5 0 306 0 883
-288 -5.395 -67.818 -434 39 0 -73.896
-281 -5.828 -62.901 -686 -298 0 -69.994
0 623 5 0 299 0 927
-281 -5.205 -62.896 -686 1 0 -69.067
Overhead (P3) Onvoorzien (P3) Vennootschapsbelasting (P3) Totaal saldo van baten en lasten
-165 0 0 -88.366
11.693 350 11 87.115
11.528 350 11 -1.251
-255 0 0 -104.258
12.168 0 0 101.987
11.913 0 0 -2.271
-450 0 0 -100.128
13.702 0 0 97.300
13.252 0 0 -2.828
-299 0 0 -94.365
12.050 0 0 88.687
11.751 0 0 -5.678
Reserves Programma 1 Ruimte Programma 2 Sociaal domein Programma 3 Bedrijfsvoering
-308 -18 -465
398 20 910
90 2 445
-4.614 -1.899 -495
1.817 3.065 1.271
-2.797 1.166 776
-4.339 -2.805 -1.836
1.677 3.349 3.718
-2.662 544 1.882
-2.156 -2.236 -201
4.356 1.438 1.245
2.200 -798 1.044
Sub-totaal mutaties reserves
-791
1.328
537
-7.008
6.153
-855
-8.980
8.744
-236
-4.593
7.039
2.446
-89.157
88.443
-714
-111.266
108.140
-3.126
-109.108
106.044
-3.064
-98.958
95.726
-3.232
Resultaat
Lasten
Saldo
Een positief resultaat wordt als een negatief getal gepresenteerd, een negatief resultaat als een positief getal.
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
61
De toelichtingen Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad de uitgangspunten voor het financiële beleid, en ook de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Conform het BBV vindt de verantwoording plaats in de jaarstukken die ten minste bestaat uit het jaarverslag en de jaarrekening. Het jaarverslag bestaat ten minste uit de programmaverantwoording en paragrafen. De jaarrekening bestaat uit de balans en de toelichting, het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting, de bijlage met de verantwoording over de specifieke uitkeringen en een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. Het jaarverslag gaat over ‘wat zouden we doen, wat hebben we gedaan en bereikt en wat heeft het gekost’. De jaarrekening betreft de cijfers met de analyse en toelichting. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening • De waardering van activa en passiva en ook de resultaatbepaling vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld.
• De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. • Dividenden zijn verantwoord in het jaar waarin het besluit tot toekenning van het dividend door de Algemene vergadering van de vennootschap is genomen. • Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en/of schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar waarin uitbetaling plaatsvindt. • Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) moet wel een verplichting worden gevormd.
Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiëleverhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: − Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 22 augustus 2023 door de raad is vastgesteld; − Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. − Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: − Een verantwoordingsgrens van 2% van gerealiseerde lasten exclusief toevoeging reserve (zijnde € 1.938.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
62
BALANS VASTE ACTIVA Vaste activa zijn onderverdeeld in immateriële, materiële en financiële vaste activa. Immateriële vaste activa Immateriële vaste activa zijn niet-tastbare bezittingen die toekomstige economische voordelen kunnen genereren. Deze activa zijn gesplitst in: • kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; • kosten van onderzoek en ontwikkeling; • bijdragen aan activa in eigendom van derden. Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn uitgesplitst in: • investeringen met een economisch nut waaronder: - gronden uitgegeven in erfpacht; - woonruimten uitgegeven in erfpacht - gebouwen uitgegeven in erfpacht; - overige investeringen met een economisch nut; - warme gronden; • investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; • investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut. Materiële vaste activa met een economisch nut Van de in erfpacht uitgegeven gronden en gebouwen ligt het economische eigendom niet meer bij de gemeente. Hierbij past een afwaardering van deze gronden tot een geringe registratiewaarde. Op deze manier blijven de gronden wel bij de gemeente geregistreerd. Materiële vaste activa met een economisch nut betreffen investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te genereren en/of die verhandelbaar zijn.
De vraag of de investering geheel kan worden terugverdiend is niet relevant voor de classificatie. Onder warme gronden worden gronden verstaan waarvan op voorhand vaststaat dat deze als bouwgrond zullen fungeren, maar waarvoor nog geen operationele grondexploitatie is vastgesteld. Alle geactiveerde investeringen met betrekking tot de riolering komen apart op de balans tot uitdrukking. Dit zijn investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Dit geldt ook voor de investeringen op de gemeentelijke begraafplaatsen waarvoor begraafrechten worden geheven. De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Op de waarde van activa met economisch nut mogen reserves niet in mindering worden gebracht. Investeringssubsidies en andere bijdragen van derden mogen wel in mindering worden gebracht. Compensabele btw wordt niet geactiveerd. Op activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks (vanaf 1 januari van het boekjaar) op lineaire basis afgeschreven op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.
Onderstaand een beknopte versie van de afschrijvingstabel zoals vastgelegd in de bijlage behorend bij verordening 212 GW die door de raad in oktober 2023 is vastgesteld. Omschrijving Afschrijvingstermijn Immateriële activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling
Max. 5 jaar
Materiële activa Gronden en terreinen Woonruimten en bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Rioolinvesteringen
niet 15 – 40 jaar 20 – 30 jaar 7 – 10 jaar 10 – 20 jaar 5 – 15 jaar 60 jaar
Financiële vaste activa
Niet van toepassing
Op grond van artikel 65 van het BBV wordt bij de waardering van de vaste activa rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, als deze vermindering naar verwachting duurzaam is. Materiële vaste activa met maatschappelijk nut Activa met een maatschappelijk nut betreffen investeringen in de openbare ruimte. Zij dienen een maatschappelijk nut en genereren geen middelen en er is geen markt voor. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
63
Waardering vindt plaats op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke bijdragen van derden worden in mindering gebracht op de investering. Financiële vaste activa Onder de financiële vaste activa worden opgenomen: - kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen; - leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen; - overige langlopende leningen; - uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; - uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; - overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (ook betaalde waarborgsommen). Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen, uitgeleende gelden en overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer zijn opgenomen tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (‘kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen’ in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs vindt afwaardering plaats.