Bijlage 1 - Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Het regioprogramma Vrijheid is volop in Dit plan is afgerond, maar er wordt beweging en blijft actueel. gewerkt aan een vervolg. De ontwikkelde programma’s en materialen geven aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan over hoe we met elkaar omgaan en wat vrede en vrijheid voor ons betekenen.
26
G
G
G
G
10
11
12
Thema / Doelstelling Cultuur Oprichting Cultuurpunt Aalten, dit ter vervanging van SCEDA (Stichting Cultuur Educatie Dinxperlo Aalten). Erfgoed Actualiseren erfgoedbeleid
Kunst, cultuur en erfgoed Verbinding kunst, cultuur en erfgoed.
Wat hebben we daarvoor gedaan? In samenwerking met bibliotheek de Achterhoekse Poort is het Cultuurpunt Aalten opgericht. Dit Cultuurpunt ontwikkelt cultuureducatie-programma’s en biedt deze aan, aan alle basisscholen in de gemeente Aalten
Wat hebben we bereikt? Per 1 augustus 2025 heeft Cultuurpunt Aalten de opdracht van SCEDA overgenomen met als kerntaak: het ontwikkelen en aanbieden van een volledig cultuurmenu voor álle kinderen in het primair onderwijs binnen de gemeente Aalten. De beleidsnota Erfgoed Achterhoek is door Eind 2025 heeft het college het de gemeenteraad vastgesteld. De uitvoeuitvoeringsprogramma erfgoednota ringsagenda is eind 2025 vastgesteld door vastgesteld. Dit zal de komende 2 het college. Dit wordt gezamenlijk opgepakt jaar worden uitgerold. Dit zal samen met de gemeente Oost-Gelre en Winterswijk. met de gemeente Winterswijk en Oost-Gelre worden opgepakt. Met het CEPA-programma 2025-2027 Het Cultuur en Erfgoedpact Achterwerken de gemeenten en provincie aan het hoek (CEPA) is vastgesteld. versterken, verduurzamen en verdiepen van de culturele infrastructuur in de Achterhoek. Aanstellen van kwartiermaker voor de gehele Achterhoek, ondergebracht bij Achterhoek Ambassadeurs.
3. Wat heeft het gekost? bedragen x € 1.000
Primitieve Raming na raming wijziging
Werkelijk 2025
Werkelijk 2024
Baten Lasten
-9.093 55.500
-12.075 58.418
-12.871 59.839
-11.877 55.113
Totaal saldo van baten en lasten
46.407
46.343
46.968
43.236
2
1.166
544
-798
46.409
47.509
47.512
42.438
Toevoeging en of onttrekking aan reserves Resultaat
De analyse van de onderlinge verschillen is opgenomen in het tweede deel van dit boekwerk in de toelichting op de programmarekening.
Programma 2 Sociaal domein
27
G
G
G
Programma 3 Bedrijfsvoering 1. Ontwikkelingen binnen dit programma Datavolwassenheidscan We zijn ons bewust van een groeiende afhankelijkheid van data en de daaraan gekoppelde besluitvorming. In het kader daarvan hebben we in 2025 deelgenomen aan een regionale datavolwassenheidsscan. Deze regionale scan is georganiseerd vanuit Datalab GO in samenwerking met Berenschot - Parell groep. De resultaten laten zien dat zowel gemeentelijk als regionaal er nog stappen gezet moeten worden in de datavolwassenheid. Onze score is op de huidige volwassenheid niet in balans is met onze ambitie. Het doel is om de komende vijf jaar te ontwikkelen naar een robuust en samenhangend fundament voor datagedreven werken. Dit voor verschillende onderdelen zoals datageletterdheid, proces en prioritering. NIS2, wet- en regelgeving Op Europees niveau is in 2025 een nieuwe cyberbeveiligingsrichtlijn van kracht geworden, de NIS2. Deze Europese richtlijn heeft een bredere reikwijdte dan haar voorganger en wordt in Nederland vertaald naar de Cyberbeveiligingswet. Verplichtingen vanuit de Cyberbeveiligingswet omvatten het nemen van maatregelen voor kennisvergroting (van college tot uitvoering), persoonlijke bestuurlijke aansprakelijkheid, technische beveiliging, beleidsmaatregelen en meer.
Deze maatregelen hebben het doel om enerzijds de kans op incidenten te reduceren en tegelijk ook de impact van incidenten te beperken. Uiteindelijk om ervoor te zorgen dat bij calamiteiten de organisatie snel weer haar kerntaken kan uitvoeren. De landelijke overheid gaat hierop toezien, net zoals dat nu al voor de AVG (privacy) gebeurt. De gemeente Aalten heeft op een aantal onderdelen al stappen gezet, maar de komende jaren zijn er nog verbeterstappen te zetten om volledig te voldoen aan de wetgeving. Bedrijfscontinuïteit Eén van de thema’s die vanuit NIS2 opgepakt dienen te worden betreft het nemen van passende continuïteitsmaatregelen (in lijn met weerbaarheid en veerkracht). Daarvoor dienen we in beeld te hebben wat onze belangrijkste processen zijn en hoe we er in geval van crisis (zoals ICT-storing of een hack) voor kunnen zorgen dat de impact beperkt blijft. Hiervoor zijn in 2025 processen in beeld gebracht, normen vastgesteld en is er een crisisplan voor ICT en Cyber (inclusief opschaling) opgesteld. Dit plan is in de praktijk getest met een oefening waarbij er een ransomware aanval is gesimuleerd. Gedurende het hele traject is een risicoregister bijgehouden, met een reeks aanbevelingen waarop verbetering mogelijk en nodig is. Dit register wordt vertaald naar een actieplan.
Samen met de oefening zorgt het ervoor dat dit project géén eenmalige actie is, maar de basis vormt voor een meerjarig verbetertraject voor de gemeente Aalten. Informatieveiligheid, bewustwording In 2025 zijn we overgeschakeld naar een ander programma voor de bewustwording van informatieveiligheid. Met dit programma krijgen alle medewerkers wekelijks een vraag over een onderwerp over informatiebeveiliging of privacy. Kort en op een leuke manier, zodat het positief wordt ontvangen. Het programma wordt daarnaast ingezet voor een basistraining veilig werken voor nieuwe medewerkers, de WPG-training voor onze BOA’s en voor het omgaan met Suwinet. ICT-infrastructuur In 2025 zijn we gestart met een ingrijpende verandering van de ICT-infrastructuur, waarbij de focus ligt op efficiency, data en samenwerking. Een ontwikkeling is de verandering van de wijze van werken met onze huidige systemen. In 2025 is de hybride werkplekomgeving buiten Citrix ontstaan waarbij Citrix en de traditionele netwerkschijven steeds minder gebruikt gaan worden en er andere communicatiekanalen (waaronder teams en delen van bestanden) op komen. Ook onze interne vergaderruimten met de toevoeging team rooms zijn hierop in 2025 aangepast. Belastingsamenwerking Tribuut We zijn in 2025 gestart met een onderzoek naar de continuïteit en kwetsbaarheid van onze gemeentelijke belastingen.
Door toekomstige pensioneringen en een beperkte instroom van arbeidskrachten binnen dit vakgebied belastingen zagen we dat de continuïteit van de gemeentelijke belastingen gevaar ging lopen. Daarom zijn we in 2025 gestart met een onderzoek binnen belastingen, waarbij de continuïteit, kwaliteit, vermindering kwetsbaarheid en het kostenaspect zijn afgewogen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat samenwerken met een belastingcentrum de beste optie was. Ook gemeente Oude IJsselstreek is tot dezelfde conclusie gekomen. Inmiddels heeft de raad in februari besloten per 1-1- 2027 de belastingtaken onder te brengen bij Tribuut belastingcentrum.
Programma 3 Bedrijfsvoering
29
Verduurzaming gemeentelijke gebouwen – Roadmap Vastgoed In de programmabegroting 2024 (programma 3: Bedrijfsvoering) zijn de doelstellingen P3.2 en P3.3 opgenomen. Deze doelstellingen richten zich op het opstellen van een meerjarig onderhoudsplan en het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. In 2024 is hiervoor de roadmap vastgoed opgesteld en is een start gemaakt met het inventariseren van het gemeentelijk vastgoed. Parallel daaraan is in 2025 de Nota Vastgoedbeleid 2026–2029 opgesteld, die in januari 2026 door de raad is vastgesteld. In 2026 wordt een uitvoeringsagenda opgesteld en wordt gestart met de verduurzaming van minimaal één gemeentelijk pand. Voor al onze gemeentelijke panden met stookinstallaties zijn maatwerkadviezen ten behoeve van de verduurzaming. 2. Wat waren onze doelstellingen? Thema / Doelstelling Wat hebben we daarvoor gedaan? Wat hebben we bereikt? 1 Grensgemeente Conform de verplichting vanuit het In 2025 zijn er 4.600 aanvragen G Wij hebben voor 2025 als Ministerie van Buitenlandse Zaken gedaan door Nederlanders doelstelling om minimaal de te dienen er jaarlijks 2.000 aanvragen woonachtig in het buitenland. Van verwachte 4.000 aanvragen te verstrekt te worden. Uiteindelijk is het het Rijk is de opdracht 2.000 verwerken.
De wachttijd wordt zelfs gelukt om meer aanvragen te aanvragen per jaar te verwerken daarbij op maximaal 6 weken verwerken dan de 4.000 verwachtte. In en daar hebben we zeker aan gehouden. totaal hebben we in 2026 4.600 aanvra- voldaan. gen gedaan. 2 NIS2 Cyberbeveiligingsricht- Er is nog geen risicomanagement Er is nog geen risicoanalyse O lijn aanpak ingericht op het vlak van uitgevoerd in de volle breedte In 2025 wordt een risicoanalyse informatiebeveiliging zoals dat in de zoals NIS2 voorschrijft. Wel is er uitgevoerd zoals NIS2 voorloop van 2026 wordt vereist vanuit de vanuit bedrijfscontinuïteit een schrijft. Deze wordt vertaald cyberbeveiligingswet. Wel is met de risicoregister opgesteld, dat als naar voor onze organisatie risico-inventarisatie vanuit bedrijfsconti- vertrekpunt dient voor passende passende maatregelen. nuïteit sprake van een eerste maatregelen om continuïteit te verbetertraject op basis van een risico- borgen. Dit is één van de aspecgerichte aanpak. Dit kan als basis ten zoals bedoeld in het dienen voor een bredere opzet. oorspronkelijke doel. 3 Informatieveiligheid De ingebruikname van het nieuwe Dit programma is ingevoerd en G Invoering van een nieuw bewustwordingsprogramma heeft plaats actief. De resultaten zijn zeer bewustwordingsprogramma op gevonden in mei 2025. Het wordt positief. het gebied van informatiebevei- inmiddels breed ingezet.
Naast een liging en privacy. wekelijkse learning per mail, wordt het ook gebruikt voor training van nieuwe medewerkers, als hulpmiddel voor training van de BOA's op het gebied van de WPG en voor Suwinet training. 4 ICT Infrastructuur Momenteel loopt de uitrol van werken De hybride werkplekken zijn G Samen met de werkgroep buiten Citrix voorspoedig. Wel zijn er gereed en het aantal medewerhybride werken invulling geven een aantal vakgebieden die meer ker welke inmiddels buiten Citrix aan de input die er in 2024 is aandacht behoeven, maar momenteel werkt zit op ongeveer 50%. Dit vergaard om zo te komen tot werkt ongeveer 50% geheel of grotenloopt op schema. De eerste een plezierige en inspirerende deels buiten de Citrix omgeving. Dit is onderzoeken naar een datawawerkomgeving. Voor een volgens planning. rehouse zijn ook afgerond. hybride werkplekomgeving is In 2025 hebben meerdere diverse het noodzakelijk dat andere uitlegsessies en trainingen van teams, communicatiekanalen dan Citrix sharepoint en office plaatsgevonden. worden ingezet. Vanuit een Dit is een continu proces. Daarnaast opgebouwde datawarehouse zijn er aparte sessie gehouden rond kan met behulp van AI tooling uitleg van andere pakketten waaronder data-analyse plaatsvinden. validsign, delen van bestanden, teams bellen, teams rooms.
Programma 3 Bedrijfsvoering
30
Thema / Doelstelling 5 Producten/dienstencatalogus Opstellen van een producten/dienstencatalogus voor facilitaire zaken en gebouwenbeheer.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Wat hebben we bereikt? De informatie die is verzameld over de Er is een start gemaakt met het facilitaire dienstverlening wordt benut beschrijven van de producten en voor het inrichten van TOPdesk. Deze dienstencatalogus deze wordt gegevens vormen een belangrijke basis gehanteerd bij de implementatie voor de verdere ontwikkeling van onze van het programma Topdesk producten- en dienstencatalogus. waarin service meldingen Zoals eerder aangegeven, is het de kunnen worden gemaakt, maar intentie om in 2026 actief aan de slag te waar de gebruiker ook in kan gaan met het verder uitwerken en lezen welke diensten er vanuit implementeren van de dienstencataloteam dienstverlening kunnen gus. Eventuele wijzigingen in de worden verleend. De producten dienstverlening, voortkomend uit nieuwe en diensten worden gaandeweg organisatiebehoeften, worden op dat aangevuld. moment meegenomen in de doorontwikkeling. De daadwerkelijke ontwikkeling van de catalogus start in het 2e kwartaal 2026.
6 Aanbesteding beheer en Diverse grote projecten binnen cluster De aanbesteding van de onderhoud installaties gebouwenbeheer, waaronder het Werktuigbouwkundige en Op dit moment zijn er te veel en opstellen van duurzame meer jaren Electrotechnische installaties is te diverse partijen die onze onderhoud plannen (DMJOP’s), de vanwege het opstellen van een locaties beheren en onderhou- maatwerkadviezen ten behoeve van nieuwe vastgoed beleid en de den. Daarom in 2025 een verduurzamen gemeentelijke panden roadmap hoe met ons vastgoed aanbesteding voor Werktuigen de extra taken rondom sporthalbeom te gaan doorgeschoven naar bouwkundige en heer, hebben ertoe geleid dat de Q3 2026 Elektrotechnische installaties prognose van januari 2026 niet uitzetten om zo te komen tot gehaald wordt. Het uitgangspunt is nu een efficiencyslag. aanbesteden in 2026 en ingang van de nieuwe contracten vanaf januari 2027. 3. Wat heeft het gekost? bedragen x € 1.000
Primitieve Raming na Werkelijk Werkelijk raming wijziging 2025 2024 Baten Lasten
-72.486 17.159
-83.710 28.474
-86.390 30.282
-76.126 25.415
Totaal saldo van baten en lasten
-55.327
-55.236
-56.108
-50.711
445 -537
776 855
1.882 236
1.044 -2.446
-55.419
-53.605
-53.990
-52.113
Toevoeging en of onttrekking aan reserves Totaal mutaties reserves (verdeeld over programma's) Resultaat
De analyse van de onderlinge verschillen is opgenomen in het tweede deel van dit boekwerk in de toelichting op de programmarekening.
Programma 3 Bedrijfsvoering
31
G
O
Paragraaf Bedrijfsvoering Organisatiebrede functiewaardering In het afgelopen jaar hebben we de organisatiebrede functiewaardering afgerond. Deze functiewaarderingsronde was nodig om diverse nieuwe of gewijzigde functies binnen de aangepaste organisatiestructuur te waarderen. Vanwege de krappe arbeidsmarkt is het verder van belang te beschikken over een actueel en concurrerend salarishuis. Dit functiewaarderingstraject is over het algemeen naar tevredenheid verlopen. We hebben overeenstemming bereikt met de OR en met het Lokaal Overleg en met de vakbonden over de uitkomsten. Het aantal door medewerkers ingediende zienswijzen is beperkt. Verder is het gelukt de stijging van de loonkosten op te vangen binnen de door de raad vastgestelde budgettaire ruimte. Strategische personeelsplanning In de komende vijf jaren verlaat circa 20% van de medewerkers, circa 40 medewerkers, de organisatie wegens (vervroegde) pensionering. Deze voorziene uitstroom willen we tijdig en pro-actief opvangen om de continuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening te garanderen. Hierbij kijken we niet alleen naar één op één vervanging in formatie, maar ook naar de ontwikkelingen in procesoptimalisatie, kunstmatige intelligentie, digitalisering en robotisering. Door middel van een dynamische strategische personeelsplanning houden we deze ontwikkelingen goed in beeld.
In het kader van de planning/fasering van de uitstroom zijn we regelmatig in gesprek met de medewerkers over het in lijn brengen van de individuele wensen en de plannen van de organisatie. Werving en selectiebeleid In het vorig jaar vernieuwde werving- en selectiebeleid blijven we stevig inzetten op verjonging en een evenwichtiger leeftijdsopbouw. Door een actief beleid met betrekking tot onder andere stageplaatsen, afstudeeropdrachten en deeltijdbanen voor studenten willen we jongeren aan de gemeente Aalten binden. We zorgen voor een goed netwerk en een goede ingang bij de MBO-instellingen, HBO-instellingen en universiteiten. We streven naar tenminste twee continu/opvolgende stageplaatsen en/of afstudeeropdrachten binnen elk team. Verder hebben we de wens om binnen de organisatie ruimte te bieden voor een traineeship zodra daarvoor financiële ruimte bestaat, bijvoorbeeld binnen het team Projecten en Opgaven. Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt is in het afgelopen jaar verder toegenomen en gaat ook in de komende jaren nadrukkelijk gevoeld worden. Hoewel we veel vacatures nog goed kunnen invullen, merken we in toenemende mate dat dit bij bepaalde vakgebieden niet meer lukt of langer duurt. Door de grote uitstroom wegens pensioneringen in de gemeentelijke sector neemt de spanning op de arbeidsmarkt alleen maar verder toe.
Dit leidt onherroepelijk tot een verdere stijging van de loonkosten door opwaartse druk op de algemene loonontwikkeling in de cao, door druk op de salarisonderhandelingen bij de invulling van vacatures, door individueel rechtspositioneel maatwerk en door kosten van externe inhuur of andere tijdelijke oplossingen. Daarnaast hebben we rekening te houden met afspraken in de CAO Gemeenten over beperking van de externe inhuur en met de hernieuwde handhaving door de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid. De krappe arbeidsmarkt leidt verder tot risico’s met betrekking tot de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening aan de inwoners en de gemeenteraad en de tijdige oplevering van producten. Dit is met name het geval als we concessies moeten doen met betrekking tot de kwaliteit bij de invulling van vacatures en als vacatures langer open staan of niet ingevuld kunnen worden. Duurzame mobiliteit Op grond van de cao Gemeenten is de werkgever verplicht met ingang van 1 januari 2026 lokaal een regeling vast te stellen voor een vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer. Daarnaast verplicht het Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit werkgevers actie te ondernemen met betrekking tot de verduurzaming van het woon-werkverkeer.
We hebben eind 2025 overeenstemming bereikt met de OR en met het Lokaal Overleg met de vakbonden over de nieuwe vergoedingsregeling reiskosten woon-werkverkeer per 1 januari 2026. Deze regeling geeft medewerkers een hogere vergoeding naarmate duurzamer én vitaler wordt gereisd. Daarnaast hebben we verbeteringen aangebracht in de fietsregeling. Door deze regelingen wordt het gebruik van de fiets voor het woon-werkverkeer sterk gestimuleerd. Dit sluit aan bij de uitkomsten van de mobiliteitsscan die we in 2023 hebben laten uitvoeren door het regionale initiatief GAON. En draagt bij aan het vitaliteitsbeleid. De raming van de kosten van de nieuwe vergoedingsregeling en de verbetering van de fietsregeling past binnen de door de raad in de begroting 2026 vastgestelde budgettaire ruimte.
Paragraaf Bedrijfsvoering
33
Arbo en Veiligheid Door een samenloop van omstandigheden (onder andere Corona, het thuiswerken en personele wisselingen) is de aandacht voor de uitvoering van wettelijke verplichtingen met betrekking tot Arbo en Veiligheid in de afgelopen jaren wat weggezakt. In verband hiermee hebben we in 2024 een nieuwe werkgroep Arbo en Veiligheid ingesteld, die diverse praktische zaken (BHV-organisatie, interventieteam, oefeningen en trainingen) inmiddels op orde heeft gebracht. In 2025 hebben we overeenkomstig het advies van de werkgroep het beleid met betrekking tot Arbo en Veiligheid geactualiseerd. Ook hebben we in lijn met het agressieprotocol voor de politieke ambtsdragers een protocol veilig handelen voor de ambtelijke organisatie vastgesteld. Integriteit In de afgelopen jaren hebben we het beleid met betrekking tot de bestuurlijke en ambtelijke integriteit geactualiseerd en de diverse integriteitsregelingen opnieuw vastgesteld. Aan de hand van een meerjarig implementatieprogramma voeren we jaarlijks diverse bewustwordingsactiviteiten uit, onder andere met betrekking tot de melding van nevenfuncties, de melding van financiële belangen en de geschenkenregeling. We vragen van nieuwe medewerkers een verklaring omtrent het gedrag en het afleggen van de eed of belofte tijdens een ceremoniële bijeenkomst.
In de eerste helft van 2026 worden de bestaande regelingen op het gebied van de ambtelijke integriteit én het meerjarige bewustwordingsprogramma geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Datagedreven werken In 2025 is een datavolwassenheidsscan uitgevoerd. Deze scan is regionaal opgepakt in samenwerking met Datalab GO. Uit de scan is gebleken dat we als gemeente Aalten behoorlijke ambitie hebben in het werken met data, maar ook dat we in volwassenheid nog stappen te zetten hebben om daar te komen. De doelstelling die we onszelf daarbij geven, is dat we de komende jaren groeien naar niveau (niveau 3). Dit niveau is noodzakelijk voor ons om de doelen van onze gemeente duurzaam te ondersteunen. Informatie is core business geworden voor gemeenten en goed en veilig beheer en gebruik van onze data is daarbij essentieel. Daarvoor is inmiddels een projectplan gemaakt. Belangrijkste resultaten hieruit voor 2026 zijn het realiseren van het technische fundament (dataplatform) en het starten van de projectorganisatie (en vrijmaken van de daarvoor benodigde middelen), zodat we onze inhoudelijke doelen (Regiodeal AI als versneller in de woningbouw, Regiodeal Datagedreven woningbouw, Dashboarding Sociaal Domein en Financiën) kunnen behalen. Inkoop Net als in voorgaande jaren is ook in 2025 op inkoop- en aanbestedingsgebied zoveel mogelijk samenwerking gezocht met de Achterhoekse gemeenten.
Gezamenlijke aanbestedingen waren er onder andere bij de inkoop van: • Hulp bij Huishouden • Bestrijding eikenprocessierups • WMO • WA-verzekering • Jeugdhulp Binnen de gemeente Aalten waren ook diverse aanbestedingen onder andere: • Reconstructie Aaltenseweg en Europas• Enterprise Architectuur Software traat • Reconstructie Ganzenpoelendijk • Onderhoud wegen en bermen • Audiovisuele middelen raadzaal • HR-software • WMO-hulpmiddelen • Bouwrijpmaken Warmelinckweg • Stedenbouwkundig plan Singel 1 en 2 • Beveiliging opvanglocatie • Sanitaire producten • Electrische auto’s, grasmaaiers, strooiers • Ergonomische Bureaustoelen Onze huidige inkoopvoorwaarden dateren uit 2017 en zijn gebaseerd op de inkoopvoorwaarden van de VNG. De VNG heeft haar inkoopvoorwaarden herzien, waarop ook wij onze voorwaarden hebben geactualiseerd. Dit heeft geleid tot de Algemene Inkoopvoorwaarden Achterhoekse Gemeente (AIAG 2025).
Paragraaf Bedrijfsvoering
34
Rechtmatigheidsverantwoording Uit de rechtmatigheidsverantwoording blijkt dat er geen begrotingsonrechtmatigheden zijn die niet passen binnen het bestaande beleid. Binnen programma 2 Sociaal Domein is er ten opzichte van de begroting na wijziging wel sprake van een lasten overschrijding van € 1.421.000. De overschrijding is weliswaar onrechtmatig, maar wel acceptabel binnen de afspraken zoals het college die met de raad heeft vastgelegd in de financiële verordening. In de ‘Financiële afsluiting’ is de overschrijding verder toegelicht. Wel zijn in 2025 een zevental inhuuropdrachten niet Europees aanbesteed, maar daarbij is per opdracht wel de EU-drempel van € 221.000 gepasseerd. Dit heeft te maken met de verlenging van deze inhuuropdrachten. Door het niet Europees aanbesteden van deze inhuuropdrachten is dit in 2025 onrechtmatig voor een bedrag van € 801.000. Daarnaast is bij een drietal inhuuropdrachten niet gehandeld conform de richtlijnen zoals vastgelegd in het Inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente. In dit beleid zijn per aanbestedingsprocedure richtbedragen opgenomen, waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Behalve van Europees aanbesteden, daar mag nooit van worden afgeweken. Een drietal inhuuropdrachten zijn enkelvoudig onderhands aanbesteed, terwijl deze volgens het beleid meervoudig onderhands aanbesteed hadden dienen te worden.
De motivering voor deze afwijking van de voorgeschreven procedure is in deze gevallen niet vastgelegd. Omdat de motivering van de afwijking ontbreekt zijn deze opdrachten niet rechtmatig. In totaal hebben deze opdrachten een waarde van € 173.000 in 2025. Om vergelijkbare situaties in de toekomst te voorkomen maken we nu gebruik van Flextender (daarvoor Werken in Gelderland) waarin de verlengingen van inhuuropdrachten ook worden opgegeven. Flextender is het dynamische aankoopsysteem waardoor de rechtmatigheid rond inhuur gewaarborgd blijft. Door het niet Europese aanbesteden van inhuuropdrachten en het niet vastleggen van de motivering voor afwijken van de voorgeschreven procedures wordt niet voldaan aan het voorwaardencriterium, echter heeft dit geen directe financiële consequenties. Daarnaast is de inhuur van de beveiliging opvanglocatie Industriestraat 8a niet rechtmatig voor € 285.000. Het betreft een SAS-dienst waarop de (Europese) drempelwaarde van € 750.000 van toepassing is. De oorspronkelijke opdracht betrof alleen locatie Industriestraat 8, deze is meervoudig onderhands aanbesteed, met een aanneemsom van € 350.000 en is rechtmatig. De beveiliging op de locatie aan Industriestraat 8a had separaat aanbesteed moeten worden en had niet toegevoegd mogen worden aan de overeenkomst voor de opdracht aan de Industriestraat 8.
Conform de verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Aalten (artikel 212 Gemeentewet) lichten we geconstateerde afwijkingen groter dan € 100.000 toe in de paragraaf Bedrijfsvoering. Uurtarief ten behoeve van doorberekeningen Voor het doorberekenen van diverse werkzaamheden wordt gewerkt met een uniform uurtarief. Er is een berekening gemaakt op basis van de totale loon- en overheadkosten voor het tarief per uur. Dit resulteert in een tarief voor 2025 van € 86. Dit uurtarief wordt gebruikt voor onder meer het bepalen van de legestarieven en voor de toerekening van de kosten aan riolering en afvalverwerking. Verplichte beleidsindicatoren
1 2 3 4 5
Naam indicator
Eenheid
Formatie Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Overhead
fte per 1.000 inwoners fte per 1.000 inwoners kosten per inwoner % van totale loonsom % van totale lasten
Werkelijk 2024 6,94 6,94 779,53 8,03 12,27
Primitieve Werkelijk raming 2025 2025 7,36 7,28 7,36 7,28 814,89 840,84 2,69 16,98 12,93 12,15
De indicator externe huur is in 2025 werkelijkheid hoger dan de primitieve raming en werkelijk 2024. Dit komt enerzijds doordat de loonsom lager is uitgevallen door onder andere nog niet ingevulde vacature ruimte. Anderzijds zorgt de nog niet ingevulde vacature ruimte in 2025 voor hogere kosten voor externe inhuur naast inhuur voor onder andere de omgevingswet en opvang voor Oekraïense ontheemden. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de indicator hoger is uitgevallen.
Paragraaf Bedrijfsvoering
35
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing We maken vanaf 2023 om de vijf jaar een “Nota Weerstandsvermogen” en leiden daaruit onder meer het te voeren beleid en deze paragraaf af. Dat doen we allemaal om ook in de toekomst een gezonde gemeente te blijven. Een gemeente die wat betekent voor haar inwoners. De paragraaf geeft een overzicht van die risico's, waarvoor geen of onvoldoende dekking is gegeven via een verzekering een reserve of een voorziening. Reguliere, veelvoorkomende geringe risico's worden niet opgenomen, daarvoor is de begroting. Van de niet of onvoldoende gedekte risico's wordt via kans en geschatte schade de benodigde weerstandscapaciteit gepresenteerd. Die benodigde capaciteit wordt vergeleken met de aanwezige weerstandscapaciteit. De ratio (in welke vorm dan ook) wordt weerstandsvermogen genoemd. De paragraaf moet daarbij ook aangeven wat het beleid is gericht op de dekking van risico’s, het voorkomen en het oplossen hiervan. De paragraaf weerstandsvermogen geeft dus inzicht in: • De mate waarin de gemeente belangrijke financiële risico’s loopt; • De financiële buffer (weerstandscapaciteit) die zij daarvoor achter de hand heeft. De opzet is veranderd ten opzichte van de voorgaande jaren. De raad speelt een grotere rol bij het bepalen van risico’s bij de voorstellen. En voor de inschatting begint het proces bij de teams en de individuele medewerkers.
Dat is de bron van de risico’s, die worden verzameld in een groslijst. De risico’s boven de € 250.000 staan in deze paragraaf. Daaronder zijn ze zeker ook van belang, maar moeten in de reguliere P&C cyclus worden opgevangen. Voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit worden de risico’s met een financieel negatief gevolg als onderstaand meegerekend: 1. Risico’s met een structureel gevolg worden niet afzonderlijk verhoogd met een opslagfactor; 2. Er wordt een zekerheidspercentage van 90% gekozen, wat inhoudt dat de gemeente Aalten in 90 van de 100 jaar voldoende risicoreserves heeft om schades op te vangen; 3. De uitkomst van de benodigde totale weerstandscapaciteit wordt vermenigvuldigd met 1. De weerstandscapaciteit wordt afgezonderd van de algemene reserve, maar blijft wel onderdeel daarvan. Binnen de vastgestelde bandbreedte wijzigt deze niet. Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen worden in deze paragraaf de bedoelde risico’s geconfronteerd met de aanwezige weerstandscapaciteit. bedragen x € 1.000
1. Weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit worden al die elementen bedoeld waarmee tegenvallers kunnen worden opgevangen, zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico's te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, moet worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. De weerstandscapaciteit wordt onderverdeeld in structurele en incidentele weerstandscapaciteit. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit structurele middelen in de begroting waarmee optredende risico’s kunnen worden opgevangen. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden aangewend. De commissie BBV heeft recent laten weten dat voortaan de reserves van gemeenten ook voor structurele uitgaven ingezet mogen worden. Als gemeente Aalten vinden we dat geen juiste ontwikkeling en doen daar dan ook niet aan mee. Bepaling van de weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit Rekeningresultaat Het positieve resultaat Vrij aanwendbare De algemene reserve is de reserve waaraan de raad geen specifieke algemene reserve bestemming heeft gegeven en die een financiële bufferfunctie heeft. Op 31-12-2025 bedraagt deze € 16.843.000. Op dit moment is al € 1.317.293 bestemd voor geplande uitgaven. Reserve risico Het bedrag dat afgezonderd is voor de reserve risico’s.
Bestemmingsreser- Deze reserves zijn beklemd echter kan de raad besluiten om bestemves mingsreserves te laten vrijvallen in de algemene reserve of kan de raad besluiten tot een andere bestemming van een reserve. Stille reserveDe stille reserve in deze financiële vaste activa wordt niet meegenomen effecten in de berekening, omdat de verhandelbaarheid van deze aandelen (Alliander, Vitens, BNG en ROVA) zeer beperkt is. Stille reserve activa Deze stille reserve bestaat uit de bezittingen waarvan de waarde bij verkoop hoger is dan de boekwaarde. Op basis van ervaring zetten we een derde deel in. Totaal incidentele weerstandscapaciteit Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
3.064 15.526
4.450 14.308 0 1.205 38.553 36
Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belasHieronder wordt voor de OZB de ruimte opgenomen die er is tussen tingcapaciteit onze eigen tarieven en de normtarieven voor de zogenaamde artikel 12 gemeenten. De overige belastingen/heffingen zijn kostendekkend of van geringe betekenis. Rentebaten Aangezien geen rente meer toegevoegd wordt aan de reserves is inzet algemene reserve niet mogelijk. vrij besteedbaar Onvoorzien (structureel) Totaal structurele weerstandscapaciteit Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
3.852
0 350 4.202 42.755
2. Risico’s Het hebben van risico’s is inherent aan het uitoefenen van een organisatie zoals een gemeente. Het is echter van belang deze risico’s te kennen en hier goede maatregelen voor te treffen (verzekeren) dan wel risico’s te wegen bij het aangaan ervan of hier tijdig op in te spelen. Een overzicht van de risico’s wordt steeds geactualiseerd. De basis daarvoor zijn de teams en de medewerkers. Alle risico’s worden beschreven en gekwantificeerd in een groslijst. De grootste risico’s, boven de € 250.000 worden afzonderlijk genoemd in deze nota. Bij een zekerheidsniveau van 90% is de aan te houden reserve voor de gemeente Aalten volgens de nieuwe berekening € 4,45 miljoen. Dit houdt in dat, als de gemeente Aalten dit bedrag als reserve op haar balans aanhoudt, zij in 90 van de 100 jaar voldoende reserves heeft om de schades op te vangen. In de begroting zijn de meest actuele risico’s opgenomen. bedragen x € 1.000
Risico’s boven de € 250.000 1. Budgettaire tekorten bij (verbonden) partijen waar door de gemeente uitbestede gemeentelijke taken zijn neergelegd. 2. Integriteit/intimidatie/grensoverschrijdende problemen 3. Virusaanvallen op ICT-gebied/ Hacks/ Thuiswerken/ Datalekken 4. Natuur en flora, klimaat, rampen 5. Bodemsanering 6. Nieuwkomers, taakstelling uit Spreidingswet
7. Wachtgeld wethouders: bij stoppen 1 of meerdere wethouders ongeacht reden. 8. Gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid personeel
Mogelijk gevolg Politieke druk om financiële steun te bieden of mee te moeten in een bij meerderheid genomen Regio-besluit. Gevolgschades.
250 250
Dataverlies en herstelkosten Gevolgschades Weersinvloeden, droogte bomen, exoten ed. en overige calamiteiten boven de verzekerde waarde, Drugsafval, Slakken en PFAS.
2.000
Tekort opvang Extra aanwijzingen Rijk Extra vraag onderwijs, leerlingenvervoer en zorgbehoefte. Voor zittende wethouders mag volgens het BBV geen voorziening meer bestaan. Eigen risicodrager WGA/gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
250
250 250
700 500
Totaal van de risico’s boven de € 250.000
4.450
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
37
3. Weerstandsvermogen Het vermogen van een gemeente om tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit van deze gemeente in gevaar komt. Dit wordt uitgedrukt als de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van onze gemeente voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming. Ratio weerstandsvermogen 2025 =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Weerstandscapaciteit, incidenteel Weerstandscapaciteit, structureel Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
38.553 4.202 42.755
Gekwantificeerde risico’s Totale benodigde weerstandscapaciteit
4.450 4.450
Saldo/overschot Ratio onder andere gehanteerd door provincie
38.305 9,61
>2 = Uitstekend 1,4 - 2,0 = Ruim voldoende
1,0 - 1,4 0,8 - 1,0
= Voldoende = Matig
0,6 - 0,8 < 0,6
= Onvoldoende = Ruim onvoldoende
De uitkomst van de ratio voor 2025 is 9,61 ten opzichte van 6,76 in 2024. De hogere ratio komt enerzijds door een hogere weerstandscapaciteit en anderzijds door een lager gekwantificeerd risico. Hierbij moet opgemerkt worden dat deze ratio altijd een momentopname betreft. De ratio lijkt en is mooi, maar de solvabiliteit van de gemeente houdt nog niet over, zie ook onderstaand. In de nota wordt dan ook gesteld dat hier de komende jaren aandacht voor moet zijn en blijven. We streven naar een getal boven de 50% voor de solvabiliteit. In 2025 hebben we dit weten te behalen. Kengetallen
Werkelijk 2023
Werkelijk 2024
Raming 2025
Werkelijk 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
Begroot 2029
1a. Netto schuldquote (NS)
25,7% 14,5% 40,8% 0,9% 0,1% 69,1% 1,00
24,3% 12,8% 44,2% -2,4% 0,7% 68,3% 1,14
47,0% 41,3% 28,4% 1,1% -1,3% 70,5% 0,69
21,0% 10,4% 45,0% -0,6% 0,6% 66,9% 1,32
52,9% 39,4% 30,4% 1,1% 0,6% 76,4% 0,50
58,2% 46,9% 28,8% -0,4% 0,4% 76,4% 0,50
58,0% 46,9% 27,2% -2,3% -0,9% 76,4% 0,51
57,6% 46,4% 26,1% -1,9% -0,6% 76,4% 0,58
1b. NS gecorrigeerd alle leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Structurele,exploitatieruimte 4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit 6. Liquiditeit
Norm 1a. Netto schuldquote (NS) 1b. NS gecorrigeerd voor alle leningen 2. Solvabiliteitsratio 3.
Structurele exploitatieruimte
4. 5. 6.
Grondexploitatie Belastingcapaciteit Liquiditeit
Categorie A tot 90% tot 90% hoger dan 50% begroting en meerjaren hoger dan 0% tot 20% tot 95% hoger dan 1
Categorie B tussen 90% tot 135% tussen 90% tot 135% tussen 20% tot 50% begroting of meerjaren hoger dan 0% tussen 20% tot 35% tussen 95% tot 105% tussen 1 en 0,5
Categorie C hoger dan 135% hoger dan 135% kleiner dan 20% begroting en meerjaren kleiner dan 0% hoger dan 35% hoger dan 105% kleiner dan 0,5
Alleen de structurele exploitatieruimte kleurt rood in 2025. Net als bij het weerstandsvermogen zijn het bij de kengetallen momentopnames.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
38
Paragraaf Lokale heffingen De inkomsten van een gemeente komen uit diverse bronnen, waar de gemeentelijke belastingen en heffingen een relatief beperkt onderdeel van zijn. Deze inkomsten bestaan uit belastingen (OZB, honden-, toeristen- en forensenbelasting) en retributies of rechten (afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges). Gemeenten zijn in hoge mate zelfstandig in hun belastingheffing. Daarom vormt de belastingheffing een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. Hieronder volgt een overzicht van de lokale belastingen en heffingen. Een aanduiding van de lokale lastendruk is van belang voor de integrale afweging tussen beleid en inkomsten. Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid maakt het beeld van de lokale lasten compleet. In 2025 heeft de rekenkamer een onderzoek gedaan naar de kostendekkendheid van de leges voor de omgevingsvergunningen met het doel om inzicht te verkrijgen in de opbouw van de legestarieven, de kostentoerekening en de sturingsmogelijkheden van de gemeenteraden. Op basis van dit onderzoek heeft de rekenkamercommissie een aantal aanbevelingen gedaan welke worden uitgewerkt waarover aan de raad in verscheidene P&C documenten verslag wordt gedaan. WOZ-beschikking De WOZ-waarde van woningen en niet-woningen wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld, waarbij het peiljaar telkens een jaar opschuift. Voor 2025 geldt de waarde op 1 januari 2024.
In het jaar 2025 zijn 13.687 WOZbeschikkingen verstuurd en daartegen zijn 294 bezwaarschriften ingediend. Dit is circa 2,1% van het totaal. Het gemiddeld aantal bezwaarschriften in de jaren daarvoor bedroeg 461 stuks (3,3%). Ten opzichte van 2024 (426) zijn de bezwaren weer lager. Het landelijk gemiddeld aantal bezwaarschriften bedraagt in 2025 3,3% (was 3,9% in 2024). Tarieven belastingen en heffingen Vanaf 2020 is een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van lokale lasten inzichtelijker te maken en een gematigde lastenontwikkeling te borgen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. Dit geeft meer inzicht in de hoogte van de eigen lokale lasten ten opzichte van andere gemeenten, zodat hiermee bij de te maken keuzes rekening gehouden kan worden. Voor het jaar 2025 is de totale OZB-opbrengst met 2,2% verhoogd. De tarieven voor de afvalstoffenheffing moesten om kostendekkend te blijven met 28% worden verhoogd. De rioolheffing is verhoogd met 5,5%. In 2025 is de laatste fase (van vier) van de afschaffing van de hondenbelasting ingegaan en is het tarief met 75% verlaagd. Alle andere tarieven voor leges en belastingen zijn met 2,2% verhoogd. Belastingopbrengsten De primitief geraamde en werkelijke opbrengsten zijn: bedragen x € 1.000
Belastingsoort Onroerendezaakbelasting (OZB) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting Reclamebelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting Marktgeld Secretarieleges Bouwleges Begraafrechten Totaal
Geraamde Werkelijke Werkelijke opbrengst 2025 opbrengst 2025 opbrengst 2024 5.860 5.853 5.685 1.984 2.010 1.548 2.112 1.938 1.095 42 39 81 55 61 60 109 108 98 169 180 181 21 17 17 1.381 1.714 1.072 353 357 683 326 329 273 12.412 12.606 10.793
Ten tijde van de vaststelling van de tarieven zijn vaak niet alle gegevens voorhanden. Daarom wordt bij de berekening van de tarieven een zo goed mogelijke inschatting gemaakt. Hierdoor kan in de praktijk de werkelijke opbrengst afwijken van de geraamde opbrengst. Deze zijn bij Voor- of Najaarsnota 2025 al bijgesteld. Ook bij de analyse van de budgetten is een verklaring van de verschillen tussen de geraamde en de werkelijke opbrengst gegeven.
Paragraaf Lokale heffingen
39
Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges zijn zo vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Hieronder staan de werkelijke bedragen ten opzichte van de bedragen uit de primitieve begroting 2025. bedragen x € 1.000
. Afvalstoffenheffing Lasten afvalstoffenheffing Overhead (inclusief btw) Storting voorziening Totale kosten Opbrengst afvalstoffenheffing Totale opbrengsten Dekking
Lijkbezorgingsrechten Lasten begraafplaats Overhead Totale kosten Opbrengst lijkbezorgingsrechten Totale opbrengsten
Primitieve Jaarrekening begroting 2025 2025 Bedrag Dekking Bedrag Dekking 1.540 1.291 451 426 0 293 1.991 2.010 1.991 1.991
2.010 2.010
Opbrengst rioolheffing Totale opbrengsten
100% 100% Primitieve Jaarrekening begroting 2025 2025 Bedrag Dekking Bedrag Dekking 280 312 126 129 406 441 321 321
Dekking
329 329 79%
Rioolheffing Lasten riolering Overhead (inclusief btw) Onttrekking voorziening Totale kosten
Dekking
Primitieve Jaarrekening begroting 2025 2025 Bedrag Dekking Bedrag Dekking 1.753 1.798 577 614 -196 -179 2.134 2.233 2.134 2.134
100% 87% Primitieve Jaarrekening begroting 2025 2025 Bedrag Dekking Bedrag Dekking 54 47 19 19 73 66
Marktgeld Lasten markt Overhead Totale kosten Opbrengst marktgeld Totale opbrengsten
75%
1.934 1.934
21 21
17 17
Dekking
29%
26%
Leges zijn belastingen die de gemeente kan heffen voor het verstrekken van individuele diensten. Uitgangspunt bij het vaststellen van de legestarieven is maximaal 100% kostendekkendheid. Er mag (op begrotingsbasis) geen winst worden gemaakt. Hieronder vindt u de leges op basis van onze legesverordening. bedragen x € 1.000 Primitieve begroting 2025 Toe te Totale rekenen Overhead lasten kosten Titel 1 Algemene dienstverlening 1 Burgerlijke stand 51 25 76 Reisdocumenten 2 en Nederlandse 381 113 494 identiteitskaart 3 Rijbewijzen 180 82 262 Verstrekkingen uit 4 de Basisregistratie 8 3 11 personen 5 t/m 17 Diversen 130 16 146 Subtotaal titel 1 750 239 989 Hoofdstuk/Onderwerp
Jaarrekening 2025
Baten Dekking
Paragraaf Lokale heffingen
383
1.689
Totale lasten
Baten Dekking
33%
55
25
80
30
38%
249
50%
417
113
530
408
77%
118
45%
165
82
247
108
44%
5
45%
7
3
10
10
100%
66 463
45% 47%
117 761
16 239
133 1.000
47 603
35% 60%
834
97
931
383
41%
32
0
32
155
484%
0 866
0 97
0 963
0 538
0% 56%
10%
103
60
163
12
7%
81%
120
12
132
294
223%
0% 41%
0 223
0 72
0 295
0 306
0% 104%
45%
1.850
408
2.258
1.447
64%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Organiseren 2 evenementen of 94 53 147 15 markten Algemene verordening 5A 102 13 115 93 Ondergrondse infrastructuren 1,3,4,5,6 Diversen 0 0 0 0 Subtotaal titel 3 196 66 262 108 1.306
Overhead
25
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Omgevingsvergun3 342 78 420 127 30% ning Bestemmingsplan7 18 0 18 57 317% nen 1,2,4,5,6,8 Diversen 0 0 0 0 0% Subtotaal titel 2 360 78 438 184 42%
Eindtotaal
Toe te rekenen kosten
755
40
Woonlasten Om een indruk te geven van de woonlastendruk in de gemeente Aalten is onderstaand overzicht opgenomen. In dit overzicht is uitgegaan van een woning met een gemiddelde WOZ-waarde en een één- en meerpersoonshuishouden, waarvoor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt betaald. Gemiddeld bedragen de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in Gelderland € 1.055 (landelijk gemiddelde € 994). bedragen in euro’s
Aalten Laagste in Nederland Gemiddeld Hoogste in Nederland
Bruto woonlasten eenpersoonhuishouden 620 596 964 1.860
Rangnummer 2 1 346
Bruto woonlasten meerpersoonhuishouden 727 680 1.055 2.117
Rangnummer 2 1 346
(bron COELO-atlas 2025)
De bruto woonlasten (meerpersoonshuishouden) zijn landelijk gestegen met 5,9%. In Aalten zijn deze met 7,1% gestegen. Dit is een ander percentage dan in de Paragraaf lokale heffingen in de begroting 2025 wordt genoemd. Dit komt omdat COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) in haar rapportage andere berekeningsgrondslagen hanteert. Zo gaat COELO onder andere uit van een standaard hoeveelheid aanbiedingen of ledigingen bij de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding De gemeente Aalten hanteert een volledige kwijtschelding en voert daarmee dus een zo ruim mogelijk beleid. Kwijtschelding kan worden verleend indien men: • AOW heeft, eventueel aangevuld met een klein pensioen; • een bijstandsuitkering heeft; • een inkomen uit werk heeft dat niet hoger is dan een bijstandsuitkering. Kwijtschelding wordt verleend voor de volgende belastingen en heffingen: onroerende zaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing (vastrecht en een gemaximeerd aantal ledigingen of aanbiedingen), rioolheffing (gemaximeerde hoeveelheid per persoon per huishouden) en hondenbelasting (alleen de eerste hond). In het jaar 2025 is aan 184 belastingplichtigen ambtshalve kwijtschelding toegekend. Daarnaast zijn 140 verzoeken binnengekomen. Daarvan zijn er 42 afgewezen en is de rest geheel of gedeeltelijk toegekend. Het totaal kwijtgescholden bedrag bedraagt € 62.000.
In 2024 was dit € 53.500. Invordering De invordering van de gemeentelijke belastingen vereist jaarlijks voor een beperkt deel van de belastingplichtigen veel aandacht en zorg. De (dwang)invordering van openstaande aanslagen bestaat uit de volgende stappen: herinnering - aanmaning - dwangbevel - loonvorderingen en/of beslaglegging. Het debiteurensaldo bedroeg op 31 december 2025 € 259.000 (2024 € 213.000) Dit is inclusief de op 31 december 2025 nog niet vervallen posten. Laten we deze buiten beschouwing dan is de achterstand in betaling een openstaand bedrag van € 122.000 (2024 € 82.000). Na de laatste vervaldatum hebben wij eerst herinneringen verzonden. Daar reageren altijd veel belastingplichtigen op. Het aantal aanmaningen en dwangbevelen daarna was een stuk lager. September 2025 is met de deurwaarder de dwanginvordering (beslaglegging etc.) opgestart. De openstaande vorderingen tot en met 2025 worden voor een deel bepaald door langlopende trajecten zoals faillissementen en schuldsaneringen in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De WSNP is bedoeld voor degenen die buiten hun schuld (‘te goeder trouw’) in een problematische schuldsituatie terecht zijn gekomen. De regeling duurt in beginsel 18 maanden.
Indien de rechtbank na verloop van die periode oordeelt dat de schuldenaar zich aan zijn uit de regeling voortvloeiende verplichtingen heeft gehouden, wordt een zogenaamde ‘schone lei’ verstrekt. De schone lei betekent dat de schulden die bestonden op het moment dat de schuldsaneringsregeling is uitgesproken niet langer afdwingbaar zijn. Wordt de schone lei niet gegeven, dan blijven de schulden bestaan. Van het openstaande saldo belastingen per 31 december 2025 is circa € 27.000 dubieus. Dit was eind 2024 € 22.000. Voor de dubieuze debiteuren is een voorziening getroffen op de balans. In het jaar 2025 is voor € 20.000 (2024 € 20.000) aan vorderingen oninbaar verklaard.
Paragraaf Lokale heffingen
41
Paragraaf Financiering Algemeen De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) geeft de kaders aan waarbinnen decentrale overheden de treasury activiteiten moeten uitvoeren. De wet verplicht gemeenten om een treasury statuut op te stellen waarin de treasury functie verder is uitgewerkt. Het treasury statuut is in 2025 geactualiseerd en loopt weer vier jaar door. Centraal in het statuut staat het beheersen van risico’s, maar ook financiering en betalingsverkeer maken hier onderdeel van uit. De treasury functie dient uitsluitend de publieke taak en het beheer is prudent. Het doel is een verantwoord en optimaal resultaat te bereiken tussen kosten en risico. Interne ontwikkelingen Om de treasury functie goed te kunnen uitvoeren is het tijdig, juist en volledig beschikbaar hebben van financiële informatie van groot belang. Deze informatie wordt vervat in een liquiditeitsplanning. Naast de geraamde lasten en baten uit de begroting zijn in deze planning onder meer de aflossingen op vaste geldleningen en de voorgenomen investeringen uit de begroting opgenomen. Op basis van deze planning en uiteraard de nieuwe ontwikkelingen in de loop van het boekjaar, wordt geld aangetrokken en/of weggezet. Dit is afgelopen jaar ook weer gebeurd. Er hebben zich in 2025 geen bijzondere interne ontwikkelingen voorgedaan die van invloed zijn geweest op de financieringsfunctie.
Externe ontwikkelingen Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasury beleid is het renteverloop. Informatie over de rente wordt verkregen van de grote Nederlandse banken (waaronder de BNG) en de Europese Centrale Bank (ECB). De prognose voor 10 jaar rente (kapitaalmarkt) werd ingeschat op 3,5% eind 2025. De rente was in 2025 vrij stabiel en varieerde van 2,55% tot 3,10% eind 2025. De kapitaalmarktrente wordt bepaald door vraag en aanbod op de kapitaalmarkt. Belangrijke factoren die de rente beïnvloeden zijn economische omstandigheden, inflatieverwachtingen, en het beleid van centrale banken zoals de (ECB). Belangrijkste taak van de ECB is de inflatie in Europa stabiel houden, zo rond de 2%. Om dit te beïnvloeden gebruikt men de herfinancieringsrente. Deze wordt indien nodig bijgesteld. Vorig jaar is dit goed gelukt en schommelde de inflatie het gehele jaar rond deze 2%. De inflatie voor Nederland lag hoger, rond de 3,3%. Als gevolg van de wettelijke eisen wordt in de treasury paragraaf bij het jaarverslag informatie gegeven over de volgende onderwerpen: 1. Kasbeheer 3. Gemeentefinanciering 2. Risicobeheer 4. Schatkistbankieren 1. Kasbeheer Het kasbeheer behelst het geldstromenbeheer en het saldo- en liquiditeitenbeheer.
Met behulp van de liquiditeitsplanning wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is en blijft om aan de betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. De gemeente heeft daarvoor onder meer een financieringsovereenkomst met de BNG gesloten. Daarin is het krediet- en het depotarrangement evenals het betalingsverkeer geregeld. De kredietlimiet is vastgesteld op € 3 miljoen en de intra-dag limiet op € 5 miljoen. Er wordt daarbij voor gewaakt dat de kredietlimiet en de intra-dag limiet bij de BNG niet worden overschreden, omdat daar forse rentevergoedingen (2% en 5%) tegenover staan. Er zijn in 2025 geen problemen ondervonden in het kasbeheer. We zijn met name vanaf de tweede helft van het jaar ruim voldoende liquide geweest. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het ontvangen van grote bijdragen/subsidies vanuit het Rijk waarvoor nog niet direct kosten zijn gemaakt door de gemeente. Er is nauwelijks gebruik gemaakt van de kredietfaciliteit. 2. Risicobeheer Hieronder wordt inzicht verstrekt in het risicoprofiel van de gemeente. Het risicobeheer omvat alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico’s waarvan de belangrijkste zijn: renterisico, koersrisico en kredietrisico.
Renterisico In de navolgende overzichten zijn de renterisico’s op de korte (A) en lange (B) schuld getoetst aan de wettelijke normen uit hoofde van de Wet Fido en is het renteschema opgenomen (C). A) De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rente typische looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het begrotingstotaal, zijnde de totale lasten op de begroting, en geeft het bedrag weer dat de gemeente maximaal met kort geld mag financieren. Als deze limiet drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden moeten er maatregelen worden genomen, bijvoorbeeld door het aantrekken van een langlopende lening.
Paragraaf Financiering
42
Uit het onderstaand overzicht blijkt dat de kasgeldlimiet in 2025 niet is overschreden. Kasgeldlimiet 2025 Omvang begroting per 1-1-2025 1. Toegestane kasgeldlimiet (8,5%) 2. Vlottende korte schuld Maand 1 Maand 2 Maand 3 3. Vlottende middelen Maand 1 Maand 2 Maand 3 4. Saldo (2-3) Maand 1 Maand 2 Maand 3
bedragen x € 1.000 Kwartaal 3 Kwartaal 4 89.157 89.157 7.578 7.578
Kwartaal 1 89.157 7.578
Kwartaal 2 89.157 7.578
0 3.702 732
206 1.435 233
0 0 0
0 0 0
1.374 40 141
83 77 119
4.862 7.172 9.413
9.109 11.566 10.145
-1.374 3.662 591
123 1.358 114
-4.862 -7.172 -9.413
-9.109 -11.566 -10.145
960
532
-7.149
-10.273
6.618
7.046
14.727
17.851
5. Gemiddelde saldo Ruimte (+) Overschrijding (-) (1-5)
B) De renterisiconorm stelt een kader om het risico van renteschommelingen zoveel mogelijk te beheersen. De beheersing bestaat eruit dat de herfinanciering gelijkmatig gespreid moet worden. In enig jaar mag over niet meer dan 20% van de totale leningenportefeuille renteherziening plaats vinden. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel er maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De in 2025 gerealiseerde renterisiconorm wordt in onderstaande tabel weergegeven, hieruit blijkt dat in 2025 ruimschoots binnen de norm is gebleven. Variabelen renterisico (norm) 1. Renteherzieningen 2. Aflossingen 3. Renterisico (1+2) 4. Renterisiconorm 5a Ruimte onder de renterisiconorm (4-3)
2025 0 3.928 3.928 17.831 13.903
bedragen x € 1.000 Berekening renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 89.157 4b. Percentage regeling 20% 4. Renterisiconorm (4a*4b) 17.831
C) Renteschema. In het volgende schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten van de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. bedragen x € 1.000 Renteschema 2025 De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten Rente die wordt doorberekend aan de grondexploitatie Rente die wordt toegerekend aan taakvelden via projectfinanciering Rentebaat van door verstrekte leningen
550 -268 282 -4 0 0 -4 278
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen
0 0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
0 278
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
324
Renteresultaat op het taakveld treasury
46
Koersrisico De koersrisico’s van de gemeente Aalten zijn beperkt, omdat na de invoering van het schatkistbankieren overtollige middelen alleen kunnen worden aangehouden in rekening courant bij de staat, via deposito’s in de schatkist of onderling kunnen worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Eventuele uitzettingen worden afgestemd op de liquiditeitsplanning en hebben veelal een relatief korte looptijd. Er is in 2025 regelmatig geld aangehouden in de schatkist van het Rijk. Dit leverde een aantrekkelijke rente op. Er zijn geen deposito’s aangegaan en er is verder geen geld uitgeleend. Behoudens leningen verstrekt namens de gemeente door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland.
Paragraaf Financiering
43
Kredietrisico Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. De gemeente loopt met betrekking tot de verstrekte geldleningen (waaronder hypotheken) beperkt risico. Er wordt ten aanzien van debiteuren een actief beleid gevoerd. Indien nodig wordt een voorziening getroffen. Voor een aantal debiteurengroepen (algemene debiteuren, maar ook belasting- en bijstands-debiteuren) is dit gebeurd en zijn zodoende de risico’s afgedekt. Ieder jaar met de opmaak van de jaarrekening worden de debiteuren beoordeeld en wordt indien nodig de voorziening bijgesteld. Dit is ook nu weer gebeurd. Het totaal van de voorziening dubieuze debiteuren bedraagt eind 2025 € 27.000 en is daarmee gelijk aan 2024. 3. Gemeentefinanciering De financieringspositie van de gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte wordt voor een groot deel bepaald door het verloop van de investeringen en de aflossingsverplichtingen. Bij het afsluiten van leningen wordt rekening gehouden met de bestaande liquiditeitsplanning, de rentevisie, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. In de begroting voor 2025 was rekening gehouden met een financieringsbehoefte van ongeveer € 9 miljoen.
In januari van het jaar is er een vaste geldlening van € 5 miljoen aangetrokken. Meer vast geld was er in 2025 niet nodig. Dit was ingegeven door een behoorlijke overliquiditeit. Enerzijds veroorzaakt door een lager aflossingsniveau op vaste geldleningen en anderzijds door forse rijksbijdragen/subsidies en specifieke uitkeringen voor diverse taken waarbij de uitgaven vooralsnog achterblijven. Daarbij moet vooral gedacht worden aan de gelden voor de regeling Lokale Aanpak Isolatie. De investeringen in duurzame goederen betrof ongeveer € 6,8 miljoen. Hieronder volgt een opsomming van de grootste investeringen in 2025: - Centrumplan Dinxperlo € 2.576.000; - Aankoop pand ‘t Slaa € 630.000; - Aaltenseweg € 666.000; - Geluidsinstallatie Markt € 324.000. In onderstaand overzicht worden de mutaties weergegeven die zich in 2025 hebben voorgedaan in de leningenportefeuille. bedragen x € 1.000 Mutaties leningenportefeuille 2025 Stand per 1 januari 2025 Nieuwe leningen (conversie) Nieuwe leningen (financieringsbehoefte) Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen (conversie) Stand per 31 december 2025
Bedrag Gemiddelde rente 24.892 1,69% 0 0 5.000 2,725% -3.928 0 0 0 25.964 1,81%
Het aandeel van de totale schuld per 31 december 2025 met betrekking tot verstrekte hypotheken bedraagt € 4,5 miljoen. 4. Schatkistbankieren Vanaf 15 december 2013 is iedere decentrale overheid verplicht om de overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Met deze wet beoogt de wetgever een bijdrage te leveren aan de vereiste daling van de EMU-schuld voor de Nederlandse overheid door de overtollige liquiditeiten van decentrale overheden zoveel mogelijk te bundelen binnen de overheidssfeer. Er zijn enkele uitzonderingen. De belangrijkste is het drempelbedrag. De gemeente mag gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist houden. Voor Aalten is deze drempel voor 2025 berekend op € 1.783.000 zijnde 2% van het begrotingstotaal. Er is in 2025 regelmatig geld aangehouden in de schatkist. Uit de volgende grafiek blijkt dat we het drempelbedrag in 2025 niet hebben overschreden.
Schatkistbankieren: gemiddeld geconsolideerd banksaldo 2025
2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0 Gemiddeld per kwartaal
Paragraaf Financiering
Drempel
44
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Een deel van de gemeentelijke taken richt zich op het onderhoud van de openbare ruimte en kapitaalgoederen. Om deze kapitaalgoederen op een acceptabel niveau te houden, is goed beheer noodzakelijk. Gelet op de omvang van de te beheren kapitaalgoederen legt deze een beslag op budgettaire middelen. Het is daarom van groot belang om de omvang van de te beheren objecten in de openbare ruimte en de huidige kwaliteit volledig in beeld te hebben. Het beleid voor het uitvoeren van onderhoudsactiviteiten aan gemeentelijke kapitaalgoederen is in diverse beleidsplannen vastgelegd. Op basis van de looptijd moeten een aantal beleidsplannen opnieuw worden opgesteld. Aangezien er tot op heden nog wel mee gewerkt kan worden, is gekozen om te bekijken in welke vorm deze beleidstukken mee worden genomen in de nieuwe omgevingsvisie. Hieronder wordt er per taakveld op ingegaan. Openbare ruimte De voortdurende ontwikkeling en zorg die is gericht op het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte waarmee de belanghebbenden tevreden zijn en zich betrokken weten, zodanig dat ook de leefbaarheid en de economische vitaliteit wordt gediend. De komende jaren wordt veel aandacht besteed om het onderhoud van de openbare ruimte integraal aan te pakken waarbij aandacht is voor de klimaatdoelstellingen die zijn opgenomen in de klimaatadaptatie strategie.
Ook krijgt duurzaamheid en biodiversiteit bij verschillende projecten de nodige aandacht. Voor zowel klimaat als duurzaamheid is beleid opgesteld welke geïmplementeerd moet worden voor het onderhoud van de openbare ruimte. In 2025 zijn verschillende infrastructurele werken uitgevoerd, te weten: Allee,Dinxperlo, Ganzenpoelendijk, Lichtenvoordestraatweg, Westrand Aalten. Daarnaast is in 2025 gestart met de werkvoorbereiding voor de Aaltenseweg Dinxperlo, Stationsomgeving, Bredevoortsestraatweg/Oosterkerkstraat en de Groene kamer Onderhoud wegen Voor het onderhoud van de wegen is in 2009 een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wegen vastgesteld. In 2025 is gestart met het opstellen van een nieuw MJOP. De verwachting is dat deze in de tweede helft van 2026 wordt voorgelegd aan de Raad. Het groot onderhoud van de wegen wordt uitgevoerd op basis van jaarlijks geactualiseerde onderhoudsschema’s die uitgewerkt en/of bijgesteld worden na visuele inspecties. In deze onderhoudsschema’s zijn de wegen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, opgenomen die voor de komende vijf jaar op de planning staan. De kosten voor groot onderhoud bedragen voor 2025 € 328.000 en worden gedekt door een onttrekking aan de reserve onderhoud wegen. Deze reserve wordt jaarlijks met een bedrag van € 406.000 gevoed.