Bijlage 1 - ingredienten - versie 19-12-2025
Tekst van het document
Natuur en biodiversiteit: De water- en bodemgesteldheid moet in alle scenario’s de basis zijn voor het Aaltense natuurbeleid. Veel natuurgebieden in en rond gemeente Aalten (zoals het Aaltense Goor en Zwarte Veen) zijn afhankelijk van ondiep grondwater. Door eerdere ontwatering was verdroging een probleem, waardoor karakteristieke soorten achteruit gingen. In de afgelopen jaren is een kentering ingezet: in het Aaltense Goor is het waterpeil hersteld door langer water vast te houden en het gebied uit te breiden. In 2019–2021 zijn sloten ondieper gemaakt, kwelwater is het gebied ingeleid en een waterbergingsgebied aangelegd om neerslagoverschotten op te vangen. Tegelijk is 25 ha voormalige agrarische grond omgezet in nieuwe natuur en zijn landbouwpercelen via kavelruil geherstructureerd. Deze integrale herinrichting versterkt de natuur (herstel van natte heide, hoogveenrelicten en habitat voor soorten als nachtegaal en zomertortel) én maakt omliggende landbouw duurzamer. Ook elders in de gemeente worden natuurlijke waterlopen al hersteld en mogen beken weer meanderen, zodat water trager stroomt en kan infiltreren. Dit komt de biodiversiteit ten goede en vergroot de ecologische infrastructuur van vochtige graslanden en watergebieden.
Het oppervlaktewater is dankzij saneringen en natuurvriendelijk beheer de afgelopen decennia veel schoner geworden, wat zich uit in meer aquatische planten en dieren. Aaltens biodiversiteitsplan zet in op meer samenhangende groengebieden en landschapselementen. Richting 2040 liggen aanbevelingen in het verder verhogen van de grondwaterstanden in verdroogde natuur (waar mogelijk), het creëren van bufferzones rond kwetsbare Natura 2000-gebieden en het toepassen van “natuurinclusief ontwerpen” bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat elke ingreep – van infrastructureel werk tot nieuwbouw – kansen dient te benutten voor extra groen, natte natuur of ecologische verbindingszones. Zo ontstaat een robuust landschap waarin biodiversiteit tegen een stootje kan.
Klimaatadaptatie: Klimaatverandering dwingt Aalten in alle scenario’s tot maatregelen om de leefomgeving weerbaar te maken tegen extremen. Droogte en hitte zijn de grootste aandachtspunten volgens de klimaatadaptatiestrategie van de gemeente Aalten. Daarnaast kunnen hevige kortdurende buien lokaal wateroverlast geven, bijvoorbeeld water op straat of ondergelopen kelders. De gemeente streeft naar een “natuurlijke spons”: in 2050 moet de bodem zoveel mogelijk neerslagoverschotten absorberen en bij droogte vocht geleidelijk terug leveren. Om dit te bereiken dient gemeente Aalten in elk scenario te investeren in groene infrastructuur (parken, wadis, open water) en bewoners te stimuleren om tuinen te ontstenen en regenwater op eigen perceel te houden (o.a. via subsidie voor afkoppelen en regentonnen). Samen met Waterschap Rijn en IJssel is een klimaatatlas opgesteld die de kwetsbare plekken in kaart brengt. Hieruit blijkt dat bepaalde laagtes bij extreme neerslag accumulatie van >20 cm water kunnen krijgen; deze locaties krijgen prioriteit voor verbeterde afwatering of opvang. In 2026 worden nieuwe stresstesten uitgevoerd. Gemeente Aalten doet mee aan regionale programma’s zoals Zoetwatervoorziening Oost-Nederland (ZON) en de Aanpak Droogte en Wateroverlast Achterhoek-Liemers. In
58/86
het ZON-programma heeft de gemeente zich gecommitteerd om te investeren in maatregelen tegen droogte en voor water vasthouden. Regionaal is berekend dat de Achterhoek jaarlijks ongeveer 150 miljoen m³ extra water moet vasthouden (ca. 100 mm grondwaterstandverhoging) om klimaatbestendig te worden. Dit vergt zowel grootschalige ingrepen (bijvoorbeeld herstel van beken, aanleg van nieuwe waterbuffers) als kleinschalige acties op perceelniveau (zoals stuwen in sloten, aangepast drainageniveau). De strategie van gemeente Aalten bestaat uit “weten-willen-werken”: eerst inzicht in klimaateffecten, dan ambitie formuleren, en tot slot concrete uitvoering. Inmiddels is het uitvoeringsprogramma in gang gezet met o.a. een Klimaattoets Aalten (ontwikkeld in 2023) die bij elke ontwikkeling eisen stelt aan waterberging, biodiversiteit en hittebestendigheid. Samengevat richt gemeente Aalten zich in alle scenario’s op “meekoppelen”: klimaatadaptatie wordt standaard meegenomen bij onderhoud en nieuwbouw, zodat de leefomgeving stap voor stap toekomstbestendig wordt. Er wordt samengewerkt met inwoners, buurgemeenten, het waterschap en de provincie om kennis te delen en investeringen te bundelen – versnelling is nodig, want de urgentie is hoog.
Infrastructuur en mobiliteit: Ook infrastructuurontwerp moet in alle scenario’s worden aangepast aan de water- en bodemrealiteit. Wegen, fiets- en wandelpaden moeten klimaatbestendig zijn en zo min mogelijk het watersysteem verstoren. Bij aanleg van nieuwe wegen in gemeente Aalten moet rekening worden gehouden met natuurlijke afwatering: lage delen die fungeren als waterloop of berging moeten worden vrijgehouden of krijgen voldoende duikers/bruggen om waterdoorstroming te garanderen. Bestaande knelpunten – waar bij stortbuien wegen onder water staan – moeten worden aangepakt door extra drainage of het verhogen van het weglichaam. Groenblauwe oplossingen worden geïntegreerd in mobiliteitsprojecten: zo worden langs wegen bermsloten verdiept of verbreed als tijdelijke opvang bij hoosbuien, en parkeerterreinen krijgen halfverharding of infiltratievoorzieningen om plenswater te laten wegzakken. Daarnaast zorgen bomen langs straten voor schaduw en verkoeling, wat het asfalt beschermt tegen extreme hitte en het rijcomfort verhoogt op hete dagen. De gemeente volgt het “Kader Leefbare Verstedelijking”, wat betekent dat bij herinrichting van straten gekeken wordt naar waterbuffering en vermindering van verhard oppervlak. Cruciale verbindingen (hoofdwegen, hulpdienstenroutes) worden getoetst op overstromingsrisico bij scenario’s zoals een wolkbreuk vergelijkbaar met Limburg 2021.
Waar nodig worden alternatieve routes of extra voorzieningen getroffen zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft. Ook de spoorlijn die gemeente Aalten doorkruist verdient aandacht: in samenwerking met ProRail kunnen bijvoorbeeld waterbuffers langs de baan worden gecreëerd om spoordijken stabiel te houden en hittebestendige materialen toegepast worden om spoorvervorming te voorkomen bij hitte. Tot slot draagt goed beheer van de bodem onder infrastructuur bij aan levensduur: door verdroging kunnen bodems inklinken, dus monitort gemeente Aalten de ondergrond (vooral bij bruggen, viaducten en oude dijken) en vult waar nodig grond aan of vernattingsmaatregelen toe.
6.16.2 Inclusie Gemeente Aalten streeft naar een samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen, ongeacht leeftijd, achtergrond, beperking, gender of inkomen. Inclusie betekent dat
59/86
niemand wordt buitengesloten. Iedereen moet kunnen deelnemen aan het dagelijks leven zonder drempels of vooroordelen. Dit vraagt om bewustwording, ontmoeting en toegankelijkheid: niet alleen fysieke toegankelijkheid (zoals gebouwen en stoepen zonder barrières), maar ook begrijpelijke informatie en een houding van wederzijds respect. Een samenleving die niemand wil uitsluiten, moet in alle opzichten toegankelijk zijn – van het openbaar vervoer en openbare ruimte tot scholen, werk, sport en cultuur. Inclusie is belangrijk omdat er nog altijd mensen zijn die om uiteenlopende redenen niet kunnen meedoen. Denk aan mensen met een lichamelijke of mentale beperking, maar ook ouderen, nieuwkomers, LHBTI+ personen, of inwoners die te maken hebben met armoede, schulden, psychische problemen of laaggeletterdheid. Doel van het inclusiebeleid van gemeente Aalten is te zorgen dat inwoners niet langer “buiten de boot vallen”. Een inclusieve gemeenschap bevordert gelijke kansen, sociale samenhang en het welzijn van alle inwoners. Deze ambitie komt niet uit de lucht vallen: sinds 2017 is in Nederland het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap van kracht, dat alle gemeenten verplicht om plannen te maken voor geleidelijke verbetering van toegankelijkheid.
Ook lokaal is er politieke steun: in het gemeentelijke raadsprogramma 2018-2022 van Aalten was de inclusieve samenleving al een speerpunt, met de wens om tot een concreet uitvoeringsprogramma te komen. In 2022 heeft de gemeenteraad de Startnota Inclusie dan ook omarmd als beginpunt om samen te werken aan een meer inclusieve gemeente. Gemeente Aalten ziet het als haar taak én uitdaging om inclusie te bevorderen, maar benadrukt dat dit samen met inwoners en partners moet gebeuren. In gesprekken met inwoners is duidelijk gemaakt dat de gemeente meer verantwoordelijkheid bij de gemeenschap zelf wil leggen en minder van bovenaf wil opleggen. Tegelijkertijd neemt de gemeente een stimulerende en ondersteunende rol op zich. Inclusie moet onderdeel worden van alle beleidsterreinen – van verkeer en wonen tot onderwijs, werk, sport en cultuur – zodat bij elke beslissing wordt nagedacht over toegankelijkheid en gelijke deelname. Het ideaal is dat het op den duur heel normaal is om overal rekening te houden met mensen met diverse behoeften, zodat inclusiviteit geen apart agendapunt meer hoeft te zijn. Concreet betekent dit dat de gemeente haar diensten en communicatie toegankelijker maakt, en barrières zoveel mogelijk wegneemt. Bijvoorbeeld: informatie van de gemeente wordt in begrijpelijke taal aangeboden en iedereen moet de weg naar hulp of ondersteuning kunnen vinden.
De gemeente werkt intern al aan deze bewustwording en zorgt dat inclusie meegenomen wordt bij nieuwe plannen of verbouwingen (denk aan het checken van toegankelijkheid bij vergunningen voor evenementen of bij herinrichting van straten). Daarnaast heeft de gemeente een belangrijke rol in verbinden en informeren: zij brengt inwoners, organisaties en ondernemers bij elkaar, en ondersteunt initiatieven als mantelzorg en vrijwilligerswerk die mensen helpen mee te doen. Als mensen zich inzetten voor hun buurt of medemens – op welke manier dan ook – draagt dat bij aan hun eigenwaarde én aan een hechtere samenleving.
60/86
7. INPUT VAN INWONERS Dan zijn er de wensen, voorkeuren en prioriteiten die door inwoners van Aalten in drie ronden van gebiedsgerichte gesprekken zijn aangegeven voor de ontwikkeling van de leefomgeving in Aalten richting 2040. In het navolgende eerst de wensen, voorkeuren en prioriteiten voor Aalten als geheel, daarna de wensen, voorkeuren en prioriteiten gebiedsspecifiek. Aansluitend op deze uitkomsten van drie gesprekrondes in de tweede helft van 2024 en de eerste helft van 2025, een samenvatting van de uitkomsten van bevragingen op verschillende onderwerpen via het inwonerspanel “U Spreekt”. Daarna twee recente dorpsontwikkelplannen die door inwoners zijn gemaakt, te weten: de Toekomstvisie Bredevoort 2025-2035 en het Dorpsontwikkelplan van De Heurne. Ook deze dorpsontwikkelplannen zijn een belangrijk vertrekpunt voor de Omgevingsvisie Aalten 2040. Tot besluit van dit hoofdstuk en op basis van alle input die inwoners hebben gegeven en gesprekken die met inwoners zijn gevoerd, enkele noties over het belang van sociale cohesie voor de kwaliteit van de leefomgeving.
7.1 Input vanuit gebiedsgesprekken algemeen Inwoners van gemeente Aalten hechten sterk aan het landelijke, groene karakter en de gemoedelijke schaal van hun leefomgeving: Aalten moet een plattelandsdorp blijven met voldoende groen tussen de bebouwing. Men waardeert de goede basisvoorzieningen (scholen, sport, zorg, winkels) en het levendige gemeenschapsleven, en wil deze ook richting 2040 behouden en versterken. Tegelijk ziet men belangrijke opgaven: zo moet er voldoende woningbouw komen (betaalbaar en passend voor jongeren, starters en ouderen) om de leefbaarheid te waarborgen en te voorkomen dat kernen “slaapdorpen” worden of jongeren wegtrekken. Ook werkgelegenheid en lokale bedrijvigheid wil men behouden – unieke bedrijven en industrie zijn welkom voor banen, mits uitbreiding niet ten koste gaat van het waardevolle buitengebied. Verder noemen inwoners regelmatig de verkeersveiligheid en bereikbaarheid: zwaar vrachtverkeer moet om de kernen heen geleid worden en openbare mobiliteit (bijv. OV-verbindingen) verdient verbetering. Ten aanzien van duurzaamheid is men bereid bij te dragen, maar grootschalige windmolens of zonneparken op land liggen gevoelig; veel inwoners geven de voorkeur aan kleinschalige oplossingen (zon op daken e.d.) boven aantasting van het landschap.
Tot slot hebben inwoners duidelijk gemaakt wat zij niet wensen in hun leefomgeving: geen ontwikkelingen die de rust, het groen of de dorpsaard aantasten. Zo ziet men bijvoorbeeld geen ruimte voor laagwaardige industrie in het buitengebied, grootschalige windturbines vlakbij dorpen, toenemend verkeerslawaai of onveilige situaties in woonwijken, langdurige leegstand van panden, of het verder afkalven van voorzieningen. Dergelijke ongewenste trends wil men tijdig tegengaan om de leefomgeving van Aalten aantrekkelijk en leefbaar te houden richting 2040.
7.2 Input vanuit gebiedsgesprekken per deelgebied 7.2.1 Aalten woongebieden (wijken in dorp Aalten) Bewoners van de woonwijken in Aalten waarderen de rust, ruimte en het vele groen in hun buurten en willen die kwaliteiten behouden en uitbreiden (er is nu “te weinig bos” vinden sommigen). Men wil voldoende nieuwe woningen bouwen binnen de dorpsgrenzen – bij voorkeur eerst door lege gebouwen te transformeren – zodat zowel jongeren als ouderen in Aalten kunnen (blijven) wonen. Ook het behouden van goede voorzieningen (scholen, sportfaciliteiten, winkels) staat hoog op de agenda voor de leefbaarheid. Verkeersveiligheid is een punt van zorg: inwoners pleiten voor het omleiden van vrachtverkeer buiten de
61/86
woonwijken om en voor 30 km/u-zones waar nodig. Ongewenst zijn ontwikkelingen die de woonkwaliteit schaden, zoals toenemende verkeersdrukte door de wijken, overmatige rook/geluidsoverlast (bijv. houtkachels) of het vestigen van winkels in rustige woonstraten. 7.2.2 Centrumgebied Aalten In het dorpscentrum van Aalten willen inwoners vooral een levendig en toegankelijk hart behouden. Ze noemen de gezellige markt, oude gebouwen en wirwar aan gängeskes (steegjes) als charme van het centrum, maar zien graag meer verjonging en winkels die ook jongeren aanspreken om leegstand tegen te gaan. Autoverkeer in het kernwinkelgebied wil men graag beperken: het centrum moet voetgangers- en fietsvriendelijker worden, en zwaar vrachtverkeer moet zoveel mogelijk worden geweerd. Leegstand van winkels of panden is een grote zorg – dit wordt als hoogst onwenselijk gezien (meermalen genoemd als “ongewenst”). Liever ziet men dat leegstaande winkelpanden een nieuwe invulling krijgen (bijvoorbeeld door kleinere ambachten of woningen erachter) om het centrum aantrekkelijk en leefbaar te houden. Verder hechten de centrum-bewoners aan voldoende voorzieningen voor ouderen (zoals bereikbare parkeerplekken dichtbij winkels) en aan behoud van het historische karakter, terwijl moderne verbeteringen (betere bestrating, minder verkeersborden, meer groen) welkom zijn.
Samengevat: een bruisend, veilig dorpscentrum met een mix van winkels en ontmoeting, en beslist geen verdere leegstand of verloedering. 7.2.3 Bredevoort In de historische vestingstad Bredevoort staat behoud van het cultuurhistorische karakter én de leefbaarheid centraal. De inwoners zijn trots op de rijke historie, de monumenten en de culturele activiteiten (zoals Bredevoort Schittert, boekenmarkten en evenementen rond de Koppelkerk) en willen deze ook in de toekomst koesteren. Tegelijkertijd beseft men dat Bredevoort alleen leefbaar blijft met een gezonde bevolkingsopbouw – daarom is de grootste wens het creëren van meer woningen, vooral betaalbare huurwoningen en starterswoningen voor jongeren. Er is nu een groot tekort daaraan, wat leidt tot wegtrekkende jeugd en een onevenwichtige leeftijdsopbouw (te weinig 25–40-jarigen). Men juicht de gebiedsontwikkeling Slingeplas-’t Broock (met onder andere 82 woningen, inclusief sociale huur) dan ook toe, zodat jonge gezinnen blijven en de school en verenigingen sterk blijven. Naast woningbouw vraagt men aandacht voor praktische zaken: het parkeren in de binnenstad is lastig (auto’s kriskras, doorstroming belemmert) en het onderhoud van openbaar groen kan beter. Ook mist(e) men enkele voorzieningen – zo was er lange tijd geen snackbar, al is er nu een frietkar op vrijdag gekomen.
Toerisme ziet men als kans én aandachtspunt: de vele culturele toeristen (fietsers, cultuurliefhebbers) brengen levendigheid en inkomsten, maar de balans tussen reuring en rust moet bewaakt worden zodat inwoners geen overlast ervaren. Ongewenst zijn ontwikkelingen die het unieke karakter aantasten – bijvoorbeeld wilde plannen voor grootschalige recreatie die niet passen in het kleinschalige vestingstadje. Duurzaamheid wil men slim aanpakken: Bredevoorters willen best eigen energie opwekken, maar grote windmolens of zonneparken nabij het stadje ziet men niet zitten. Liever benut men daken en innovatieve kleinschalige oplossingen, zodat zowel het erfgoed als het landschap gespaard blijft. Zie tevens Toekomstvisie Bredevoort 2025-2035. 7.2.4 Dinxperlo In de grensplaats Dinxperlo waarderen inwoners de gemoedelijke sfeer en de unieke ligging pal aan Duitsland – de integratie met de buren, tweetaligheid en grensoverschrijdende voorzieningen horen bij het DNA. Men wil de vele voorzieningen die Dinxperlo (nog) heeft graag
62/86
behouden of versterken: van winkels en de weekmarkt tot sportvoorzieningen, scholen en zorg voor ouderen. Tegelijk maken inwoners zich zorgen over de leefbaarheid op langere termijn. Een belangrijk speerpunt is het creëren van meer woonruimte voor de lokale jeugd en starters – nu al vertrekt veel jeugd vanwege gebrek aan woningen of hoger onderwijs/werk, en dat wil men keren. Zo noemt men betaalbare eengezinswoningen, appartementen voor alleenstaanden en voldoende zorgwoningen, opdat jong en oud in Dinxperlo kunnen (blijven) wonen. Daarnaast wordt sterk gehamerd op het verbeteren van de bereikbaarheid: het openbaar vervoer moet beter (verbinding richting Winterswijk, eventueel gratis OV) en in het centrum moet het verkeer veiliger (handhaving 30 km/u, minder autoverkeer door de hoofdstraat). Werkgelegenheid is ook een thema: om Dinxperlo aantrekkelijk te houden voor alle opleidingsniveaus wil men voldoende banen in de regio en het dorp (meer maakindustrie werd genoemd). Ondertussen kampt het dorp met teruglopende middenstand: lege panden en winkelleegstand worden als zeer ongewenst gezien. Inwoners pleiten ervoor die leegstand actief aan te pakken en het centrum op te knappen (rommelige plekken opruimen, ondernemers ondersteunen bij invullen van lege winkels).
Groen en natuur wil men ook binnen Dinxperlo niet vergeten: er klinkt de wens voor meer groen (bomen, biodiversiteit) in de wijken en voldoende schaduw in de zomer. Onwenselijke ontwikkelingen zijn onder andere toename van geluidsoverlast (enkele inwoners klagen nu al over trillingen en lawaai op bepaalde wegen), het ondoordacht kappen van gezonde bomen, verder verloederende wijken, of een centrum dat onveilig of ontoegankelijk wordt. Over het algemeen streeft men naar een veilige, groene en levendige kern, waar men ook in 2040 prettig kan wonen. 7.2.5 Barlo Barlo is een buurtschap met een fraai gebalanceerd landschap van landbouw, natuur en woningen, en die balans willen de bewoners bewaren. Men is trots op de eigen basisschool van Barlo en wil deze absoluut behouden (de school is kleinschalig en trekt ook kinderen van buiten – dat ziet men als pluspunt). Voor de toekomst heeft Barlo een duidelijke wens: meer woningen bouwen rond de kern, vooral voor eigen jongeren en ouderen. Plannen voor nieuwbouw – van een Barlo’s hofje met ~30 woningen tot woningen op vrijkomende boerderijlokaties – worden actief aangedragen. Dit moet de doorstroming bevorderen (senioren verhuizen binnen Barlo naar kleiner, zodat gezinswoningen vrijkomen) en voorkomt dat mensen uit Barlo wegtrekken.
Ook zorg en welzijn wil men dichtbij huis houden; Barloërs denken aan mantelzorg-woningen op erven en het clusteren van seniorenwoningen binnen het dorp. De sociale cohesie is sterk – naoberschap, verenigingsleven en buurtactiviteiten houden Barlo levendig, en men zegt expliciet geen “slaapdorp” te willen worden. Innovatie staat men open voor: zo bespreekt men duurzame energie in combinatie met landbouw (bijv. zonnepanelen op daken van boerderijen of zelfs een windmolen bij het industriegebied). Tegelijk is er fel verzet tegen grootschalige energieprojecten in het buitengebied van Barlo: uitbreiding van het bestaande windmolenpark of het plaatsen van hogere turbines wordt ongewenst geacht. Liever geen extra windmolens op land (investeer die maar op zee of het IJsselmeer, zo klinkt het) en ook geen grote zonneparken op weilanden – wel panelen op grote daken. Overige ongewenste ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld toenemend sluipverkeer door het dorp (dat neemt nu al toe en baart zorgen) of een gedwongen grootschaligheid in de landbouw (Barloërs benadrukken dat schaalvergroting geen doel op zich moet zijn, inkomen wel). Samengevat wenst Barlo groei in eigen beheer – woningen voor de eigen gemeenschap en duurzame innovaties passend bij het dorp – en wil het ongewenste invloeden van buiten (windparken, zware verkeersstromen) buiten de deur houden.
63/86
7.2.6 Dale Dale kenmerkt zich door rust, ruimte en natuur in een coulisselandschap, en die kwaliteiten koesteren de inwoners zeer. De gemeenschap is klein maar hecht (naoberschap werd 5× genoemd als kernwaarde) en men prijst de tolerantie en “live and let live” mentaliteit in het gebied. Er is geen echte kern in Dale, maar verspreid wonen boeren en burgers door het groene landschap. Voor de toekomst vinden Dale-inwoners het belangrijk dat er ruimte voor landbouw blijft – agrarische activiteiten horen bij het landschap en dragen er juist aan bij. Tegelijk wil men de natuurwaarden behouden en versterken: het prachtige Goor-gebied (natuurplas) kan volgens hen nog beter ontwikkeld worden met meer water en beplanting, en men vraagt aandacht voor biodiversiteit en klimaat (hittestress, wateropvang). Verkeersveiligheid is een punt van zorg: op sommige wegen in Dale (bijv. Vellegendijk, Aladnaweg) wordt te hard gereden en men mist verkeersremmende maatregelen. Een concreet idee is het aanleggen van een fietspad langs de Aladnaweg voor veilig fietsverkeer. Wat men nadrukkelijk niet wil in Dale is dat het gebied de “dumpplaats” wordt voor allerlei grootschalige ontwikkelingen die elders ongewenst zijn. Zo verzetten de inwoners zich fel tegen uitbreiding van industriële of energie-installaties in hun buitengebied.
Nieuwe windmolens of zonnevelden ziet men niet zitten (“niet alles in Dale!” is gezegd); men vindt dat industrie thuishoort op industrieterreinen, niet in het agrarische landschap. Ook bijv. een grote EOS-energiebuffer in agrarisch gebied wordt kritisch gezien. Verder wil men geen sluipverkeer door hun rustige buurtschap en vreest men de komst van wolven, die een bedreiging vormen voor vee. Kortom, Dale wil rust, natuur en agrarisch karakter behouden, met hier en daar verbeteringen voor veiligheid en cultuurhistorie, en men zegt “nee” tegen ongewenste windmolens, zonneparken of industrialisatie van hun gebied. 7.2.7 Aaltense Heurne De Aaltense Heurne is een landelijk buurtschap ten westen van Aalten, gekenmerkt door een kleinschalig coulisselandschap met zandwegen, boerderijen en veel groen. Inwoners waarderen de stilte, ruimte en het traditionele boerenland (met mooie bomenlanen en weidse uitzichten) en willen dat dit zo blijft. De gemeenschap is klein maar met sterke saamhorigheid: naoberschap, iedereen kent elkaar en nieuwe inwoners worden snel opgenomen. Er is geen echte dorpskern, wat men enerzijds als onderdeel van de identiteit ziet, maar anderzijds betekent dat voorzieningen beperkt zijn. Voor de toekomst klinkt een belangrijke waarschuwing: vergrijzing. De Heurne veroudert relatief en jongeren trekken weg.
Men wil proberen de jeugd te behouden, maar dat is lastig zonder voorzieningen en nieuwbouw. Sterker nog, veel Heurne-bewoners vinden té veel nieuwe woningen juist onwenselijk: meer burgerwoningen in het buitengebied zouden het karakter aantasten en de boeren in hun werking belemmeren. In de Aaltense Heurne wil men dus géén wildgroei aan nieuwbouwhuizen – men vreest dat de huidige karakteristiek (landelijk agrarisch) dan verdwijnt. Ook uitbreiding van het nabijgelegen bedrijventerrein wordt gevreesd: men heeft 4× genoemd dat men bang is voor oprukkende industrie ten koste van het landelijk gebied. Wel wil men ruimte houden voor agrarische ontwikkeling en recreatie op bescheiden schaal, zolang het landschap maar intact blijft. Verder noemen inwoners het belang van natuurbeheer en biodiversiteit: het buitengebied moet goed onderhouden worden (de vraag “wat doet de gemeente aan onderhoud?” werd
64/86
gesteld) en natuurwaarden verdienen bescherming. Verkeersveiligheid is eveneens een punt: door de Heurne komt relatief veel verkeer en er zijn nauwelijks maatregelen om hardrijden te voorkomen. Men zou graag zien dat dit aandacht krijgt, zodat de rust en veiligheid op de smalle wegen behouden blijft. Tenslotte geldt ook hier: geen horizonvervuiling – hoge windturbines of masten in het uitzicht zijn onacceptabel voor de bewoners. De Aaltense Heurne streeft dus naar behoud van haar landelijke eigenheid, met beperkte groei en geen grote veranderingen, opdat het fraaie coulisselandschap en de stilte intact blijven. 7.2.8 De Heurne (Dinxperlose Heurne) De Heurne is een dorpje ten zuiden van Dinxperlo met een actieve gemeenschap. Uniek aan De Heurne is de groene, kleinschalige omgeving met een open agrarisch landschap – na ruilverkaveling zijn de percelen groter, maar het gebied is nog altijd landelijk en gevarieerd. Er is een kleine kern met een (beperkt) aantal voorzieningen, wat de leefbaarheid ten goede komt. Inwoners roemen het naoberschap en de gemeenschapszin: iedereen kijkt naar elkaar om, er is veel vrijwillige inzet en dankzij verenigingen en activiteiten is de saamhorigheid sterk. De leeftijdsopbouw is vrij gezond – opvallend is dat jongeren na hun studie regelmatig terugkeren naar De Heurne, wat zorgt voor een goede mix van jong en oud.
Toch maakt men zich zorgen over de woningbouw: inwoners geven aan dat er meer en tijdiger gebouwd moet worden om krimp te voorkomen. Nu gaat de ontwikkeling te traag en dreigen tekorten aan woningen, vooral voor jongeren/starters (de zogeheten “Uuthuuskes” zijn een begin, maar er is vervolg nodig). Dus: voldoende nieuwe woningen is een topprioriteit, anders verliezen ze alsnog hun jongeren. Daarnaast leeft het thema duurzame energie sterk: De Heurne wil haar steentje bijdragen, maar inwoners zijn duidelijk dat dit zonder horizonvervuiling moet. Windmolens in of rond het dorp wil men niet (tweemaal expliciet genoemd) en ook zonneparken op agrarische grond wijst men af (liever panelen op daken en gezamenlijke oplossingen). Ideeën als een dorpsbatterij of collectieve energieopwekking worden geopperd, zolang het landschap intact blijft. Ook waterbeheer noemt men: De Heurne ligt laag en heeft te maken met zowel nattere perioden als droogte, dus men wil beter anticiperen op klimaatverandering (bijv. water vasthouden, biodiversiteit stimuleren). De Heurnse bevolking is trots op hun actieve verenigingsleven en evenementen, en wil deze blijvende reuring combineren met de rustige leefomgeving – een balans die ze goed bewaken.
Kortom, De Heurne wil haar voorzieningen en saamhorigheid behouden, woningbouw versnellen voor de jeugd, en duurzame vernieuwingen doorvoeren zonder grootschalige turbines of zonnevelden in hun waardevolle buitengebied. 7.2.9 Haart De Haart is een buurtschap ten oosten van Aalten met een zeer hechte gemeenschap. Sociale samenhang is hier het sleutelwoord: men heeft eigen tradities (openluchtspel, Oranjefeesten), een bloeiend verenigingsleven en ontmoetingsplekken als basisschool Op de Haart en jeugdcentrum Atlantic die de gemeenschap binden. In tegenstelling tot veel andere buurtschappen heeft De Haart een opvallend evenwichtige bevolkingsopbouw – vergrijzing is er nauwelijks; er zijn veel jonge gezinnen en de jeugd blijft betrokken (sommige jongeren die in Aalten wonen komen voor het verenigingsleven
65/86
terug naar De Haart). Deze balans wil men beslist behouden. Dat vergt wel dat er genoeg woningen voor jongeren beschikbaar zijn in de toekomst: men is blij met het pilotproject van een paar tiny houses voor Haartse jongeren, maar vraagt zich af “wat daarna?”. Meer passende woningen voor starters en doorstromers is dus een duidelijke wens, anders kan ook hier op termijn de balans omslaan. Daarnaast is behoud van de basisschool en het jeugdcentrum cruciaal – die voorzieningen worden gezien als motor van de leefbaarheid en moeten beslist blijven. Het landschap van De Haart – open agrarisch gebied met bosjes en vergezichten – wordt gewaardeerd om rust en ruimte. Landbouw is hier intensief aanwezig en boeren worden gezien als “makers van het landschap”. Inwoners willen ruimte voor agrariërs behouden (agrarische bestemming is belangrijk) en tegelijk biodiversiteit verhogen (meer houtwallen, bloemenranden om natuur een plek te geven). Men streeft naar een duurzame leefomgeving: zo is men alert op energievraagstukken en klimaat. Grote windmolens of zonnevelden wil men niet in het Haartse landschap – zowel om het uitzicht als om de Duitse buren niet te belasten (ook net over de grens vreest men windparken). Liever ziet men zonnepanelen op daken en hooguit kleinschalige windmolentjes in eigen beheer.
Ook grootschalige vakantieparken of andere massale recreatie passen niet bij De Haart (kleinschalig is prima, maar geen grote parken). Verder signaleert men dat er voor ouderen weinig vervoer is (hier ligt een behoefte aan oplossingen, bv. buurtbus of vrijwillige vervoersdiensten). Alles bij elkaar wil De Haart haar sterke gemeenschap en leefbaarheid vasthouden door voldoende jeugd te huisvesten en het voorzieningenniveau op peil te houden, met respect voor het agrarisch landschap en zonder ongewenste ontwikkelingen als windparken of verstedelijking. 7.2.10 IJzerlo IJzerlo is een kleine buurtschap bekend van de Farm & Country Fair en gelegen tegen de Duitse grens. Inwoners noemen de saamhorigheid en tolerantie als sterke kanten: IJzerloër naoberschap betekent dat iedereen welkom is (ook nieuwkomers van buiten) en dat men samen de schouders eronder zet. Het dorp heeft een eigen basisschool en Dorpshuus (gemeenschapscentrum), die fungeren als hart van het buurtschap – het behoud van deze voorzieningen is topprioriteit voor de toekomst. Ook hier is wonen een belangrijk thema: IJzerlo wil genoeg woningen voor alle generaties. Men benoemt expliciet dat er voldoende nieuwbouw moet komen in de komende jaren, anders dreigt leegloop.
Op dit moment zijn er te weinig huizen beschikbaar, wat in de weg kan staan van jonge gezinnen die zich willen vestigen; “voldoende woningen” werd genoemd als aandachtspunt. Verder zou men graag een betere bereikbaarheid zien: IJzerlo ligt afgelegen en OV ontbreekt vrijwel. Inwoners pleiten voor verbeterd openbaar vervoer en kijken ook naar de gemeente voor ondersteuning (zelfs voor heel Aalten is bijvoorbeeld een dubbelspoor Winterswijk–Arnhem als wens genoemd, om de regio beter te ontsluiten). Verkeersveiligheid intern is eveneens genoemd – bijvoorbeeld op de Gendringseweg moet beter gelet worden op fietsende jeugd en sluipverkeer door het gebied wil men tegengaan.
66/86
Het landschap rondom IJzerlo – open essenland met coulissen en veel agrarische bedrijvigheid – wordt zeer gewaardeerd. “Leven en laten leven” typeert de mentaliteit: boerenbedrijven (sommige met internationale allure) liggen tussen natuur en er is hoge tolerantie over en weer. Wel vreest men horizonvervuiling in de toekomst: te veel hoge infrastructuur of molens die het uitzicht bederven is ongewenst. Ook klaagt men over “te veel en te knellende regels” – de inwoners voelen zich soms geremd door regelgeving, bijvoorbeeld als het gaat om evenementen (de Farm & Country Fair ligt onder vergunningsdruk) of waterbeheer (bufferzones die boeren hinderen). Tot slot ziet IJzerlo voor de hele gemeente graag meer biodiversiteit (men merkt op dat er nu erg veel monocultuur is, bijv. alleen eiken, dat mag gevarieerder) en meer lokale werkgelegenheid zodat jongeren niet weg hoeven. Alles overziend streeft IJzerlo naar een toekomst waarin de basisvoorzieningen en gemeenschap intact blijven, met wat extra woningen en betere bereikbaarheid, terwijl ongewenste belemmeringen (overregulering, horizonvervuiling) worden weggenomen. 7.2.11 Lintelo Lintelo is een uitgestrekt buurtschap ten noorden van Aalten met een centrale kern rond het Kulturhus en de basisschool. Inwoners waarderen het groene buitengebied – het vlakke akkerland met hier en daar een molen en beken – en de rust van het platteland.
De gemeenschap is hecht: “ons kent ons” geldt hier, met veel naoberschap en oog voor elkaar. Het Kulturhus en verenigingsleven zijn de ruggengraat van de saamhorigheid; deze voorzieningen wil men beslist behouden of versterken. Voor de toekomst heeft men een paar zorgen. Ten eerste de verkeersveiligheid: Lintelo wordt doorkruist door een provinciale weg en een spoorlijn, en wegen als de Halteweg en Gendringseweg kennen gevaarlijke punten. Inwoners pleiten bijvoorbeeld voor een rotonde bij de kruising Halteweg-Varsseveldsestraatweg voor veiligere doorstroming, en voor aanleg van trottoirs zodat voetgangers veilig door het dorp kunnen lopen. Ook mist men openbaar vervoer – nu zijn bewoners zonder auto erg aangewezen op zichzelf. Een ander aandachtspunt is de veranderende economie: men ziet dat agrarische bedrijven afnemen, terwijl er steeds meer kleine andere bedrijven her en der komen. Deze ontwikkeling (“industrie rukt op”) baart zorgen, omdat versnipperde bedrijvigheid het karakter kan veranderen. Biodiversiteit wordt genoemd als iets wat beter kan; meer variatie in groen zou welkom zijn. Op sociaal gebied wil Lintelo voorkomen dat de naoberschap verwatert – men merkt dat de onderlinge betrokkenheid minder vanzelfsprekend wordt dan vroeger, iets wat men wil tegengaan. Wonen is ook hier een thema: voor senioren 65+ zouden meer mogelijkheden in het dorp mogen komen (bijv.
hofjes of gelijkvloerse woningen) zodat ze niet weg hoeven. Men ziet daarnaast graag wat nieuwbouw om jonge gezinnen aan te trekken; een locatie aan de kant van ’t Veld is genoemd als voorkeursplek voor nieuwe woningen. Bij al deze ontwikkelingen hameren de Linteloërs erop dat het landschap groen blijft: behoud van het agrarische landschap en de open ruimte staat voorop. Grote zonneparken op land wijzen zij dan ook af – zonnepanelen graag alleen op daken – en ook nieuwe grootschalige natuurgebieden vindt men onwenselijk (men wil niet dat goede landbouwgrond zomaar wordt omgezet). Ook wil men geen strenge verboden op landbouwverkeer op hun wegen, omdat dat het boerenleven zou hinderen.
67/86
Conclusie: Lintelo streeft naar een evenwichtige dorpsontwikkeling, met hier en daar nieuwe woningen en verbeterde infrastructuur, maar met respect voor het bestaande landelijke karakter. Grotere ingrepen die dat karakter aantasten – of het nu grootschalige natuur, industrie of energieparken zijn – worden door de inwoners van Lintelo als niet wenselijk bestempeld. 7.2.12 Bedrijventerreinen Ruimte en uitbreiding voor bedrijven Er is een duidelijke behoefte aan extra ruimte voor bedrijven op de bedrijventerreinen in Aalten. Ondernemers gaven aan dat er al jaren over uitbreiding wordt gesproken en dat nieuw bedrijventerrein dringend nodig is – zo niet, dan dreigen bedrijven weg te gaan uit Aalten. Men wil ook nieuwe bedrijven die zich willen vestigen, kansen bieden – daarvoor moet voldoende grond beschikbaar zijn. Zowel in Aalten als in Dinxperlo is er nu te weinig ruimte, bijvoorbeeld voor opslagfaciliteiten. In Dinxperlo zijn de uitbreidingsmogelijkheden bovendien beperkt. Er is weliswaar nog wat uitgeefbare ruimte, maar op termijn zal er een nieuw gebied moeten worden ontwikkeld. Sommige bedrijven zitten nu al klem en als er geen ruimte bij komt, zullen zij (wellicht) vertrekken.
Mogelijke oplossingen die werden genoemd: het slopen of herontwikkelen van verouderde panden (aangeduid als “oude meuk”) om plek te creëren, bedrijven onderling laten schuiven of verplaatsen, en waar mogelijk de hoogte in bouwen als uitbreiding in de breedte niet kan. Ook werd geopperd om eventueel ondergronds ruimte te maken voor bijvoorbeeld parkeren of opslag (al is dat niet voor elk type bedrijf geschikt). Bij nieuwbouw is het verstandig vooruit te denken: bouw niet alles precies op maat, maar houd rekening met toekomstig gebruik of verkoopbaarheid van panden. Kortom, meer fysieke ruimte voor bedrijvigheid is nodig. Deze extra ruimte moet tevens plaats bieden aan andere voorzieningen (zoals groen of waterberging), dus een goed doordacht toekomstplan is gewenst. Regelgeving en procedures Ondernemers willen dat regels en bestemmingsplannen in Aalten en Dinxperlo beter op elkaar worden afgestemd. Daarnaast wordt de vergunningverlening als veel te traag ervaren. Aanvragen duren onnodig lang en ondernemers voelen zich van het kastje naar de muur gestuurd bij het bemachtigen van de benodigde vergunningen. De Omgevingsdienst Achterhoek (ODA), die een belangrijke rol heeft bij vergunningen, werd hierbij genoemd; ondernemers zouden graag zien dat de gemeente ingrijpt als die externe dienst niet naar behoren presteert.
Zo is voorgesteld een aanspreekpunt bij de gemeente te hebben waar bedrijven terechtkunnen met klachten over vastlopende vergunningsprocessen. Ook de houding ten opzichte van bedrijven kwam ter sprake. Bedrijven en bedrijvigheid zijn volgens de deelnemers een bron van welvaart voor Aalten en zouden gefaciliteerd moeten worden. Ondernemers voelen zich nu soms behandeld als “kapitalistische vervuilers” en verwachten van de gemeente een (meer) positieve, meedenkende benadering. Duurzaamheid en klimaat Ook verduurzaming en klimaatmaatregelen waren belangrijke onderwerpen. Aanvankelijk plaatsten enkele ondernemers vraagtekens bij thema’s als hittestress, maar al snel werd duidelijk dat ook op bedrijventerreinen rekening moet worden gehouden met het klimaat en de gezondheid van werknemers. Er zal ruimte moeten worden gevonden voor extra groen op de terreinen ter bestrijding van hitte in de zomer. Dit zorgt voor verkoeling en een prettigere werkomgeving tijdens warme periodes. Daarnaast kan gemeente Aalten in de toekomst te maken krijgen met zwaardere regenbuien door klimaatverandering – vergelijkbaar met de stortbuien in Limburg die tot wateroverlast leidden. Daarom moet nu al rekening gehouden worden met opvang en afvoer van
68/86
regenwater op en rond de bedrijventerreinen. Concreet betekent dit dat er bij (her)inrichting van terreinen genoeg plek moet zijn voor wadi’s, vijvers of andere vormen van waterberging. In de plannen voor uitbreiding van het bedrijventerrein in Aalten wordt hier al rekening mee gehouden. De ondernemers erkennen het belang van dergelijke aanpassingen en zien in dat bedrijven er zelf ook baat bij hebben als extreme weersomstandigheden worden opgevangen. Belangrijk is om bij nieuwe terreinen bruto iets meer ruimte te plannen dan netto voor bedrijfsgrond nodig is, zodat er voldoende plek is voor groen en water binnen het gebied. Tegelijk benadrukten ondernemers dat bedrijventerreinen in de eerste plaats bedoeld zijn voor economische activiteiten. Natuur- of recreatieprojecten (zoals voedselbossen of visvijvers) horen volgens hen elders thuis. Mobiliteit en energie Parkeren is een groeiend probleem; er komen steeds meer auto’s en vrachtwagens, en vooral elektrisch rijden vraagt om nieuwe voorzieningen. Verwachting is dat in de nabije toekomst ook vrachtwagens op het terrein kunnen opladen tijdens het laden en lossen. Daarom moeten er voldoende laadpunten komen voor zowel personenauto’s als bedrijfsvoertuigen. De vraag naar stroom zal daardoor flink toenemen.
Wat betreft grote accu- of batterijsystemen op bedrijventerreinen: Consensus was dat zulke opslagsystemen hooguit voor eigen bedrijfsgebruik ingezet zouden moeten worden – niet om energie voor de hele omgeving op te slaan. Wel moet de gemeente samen met de ondernemers een goed plan maken voor de energievoorziening op de terreinen, zodat bijvoorbeeld het elektriciteitsnet de toenemende vraag aankan. Ook de bereikbaarheid van de bedrijventerreinen kwam aan bod. Werknemers zonder auto kunnen nu lastig op hun werk komen. Er is behoefte aan betere verbindingen of vervoersoplossingen, zodat de terreinen voor iedereen toegankelijk zijn – bijvoorbeeld via openbaar vervoer, fietspaden of andere initiatieven. Bedrijventerreinen en woonomgeving Vaak grenzen bedrijfskavels nu direct aan woningen. Wens is om duidelijke fysieke scheidingen te creëren, bijvoorbeeld door groene bufferzones tussen bedrijventerreinen en woongebieden. Zo’n afscherming kan overlast verminderen (denk aan geluid of aan het zicht op panden) en zorgt voor een nette overgang tussen industrie en buurt. Vooral in Dinxperlo is de situatie op dit moment niet ideaal: daar staan bedrijven veelal pal tegen woonwijken aan, wat tot ergernis leidt.
Uit de gesprekken met omwonenden (in andere bijeenkomsten) bleek dat inwoners het belang van bedrijvigheid inzien, maar dat zij zorgen hebben over hinder en de verkeersafwikkeling rond de terreinen. Ook werd de zogeheten “verdozing” van het landschap genoemd – het beeld dat grote, rechthoekige bedrijfshallen domineren. Inwoners willen nieuwe ontwikkelingen dus niet per se tegenhouden, mits deze veilig, gezond en passend in het landschap gebeuren. Natuurlijk moet ontwikkeling voor ondernemers ook rendabel blijven. Dit evenwicht – economische groei versus leefbaarheid – werd getypeerd als een complexe puzzel die gezamenlijk opgelost moet worden binnen de kaders van wet- en regelgeving. De oproep aan de overheid was daarbij om vooral duidelijke keuzes te maken, zodat iedereen weet waar hij aan toe is.
69/86
7.3 Uitkomsten enquêtes In het navolgende een samenvatting van allerlei enquêtes die gemeente Aalten de laatste jaren heeft gedaan onder haar inwoners, gegroepeerd per thema. 7.3.1 Veiligheid en leefbaarheid Hoewel specifieke panelenquêtes over veiligheid op het inwonerspanel ontbreken, wordt de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel in Aalten wel regelmatig via andere onderzoeken gemeten. Over het algemeen ervaren inwoners de leefbaarheid in de gemeente Aalten als goed. In de tweejaarlijkse Veiligheidsmonitor (landelijk onderzoek) geven inwoners doorgaans aan dat zij zich veilig voelen in hun buurt en dat ernstige overlast of criminaliteit relatief zeldzaam zijn. Een belangrijke factor voor de ervaren leefbaarheid is de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. In Aalten hechten inwoners veel waarde aan rust, ruimte en een groene omgeving. Uit diverse panelonderzoeken – bijvoorbeeld naar de woonvisie en naar klimaatadaptatie – komt steeds naar voren dat een rustige buurt, voldoende groen en weinig overlast tot de belangrijkste wensen van inwoners behoren. Ook sociale cohesie en veiligheid spelen mee: inwoners vinden het belangrijk dat de gemeente aangenaam en veilig blijft om in te wonen.
Kortom, de gemeente Aalten wordt overwegend gezien als een prettige en veilige plek om te leven, waarbij inwoners trots zijn op de gemoedelijke sfeer en tegelijkertijd aandacht vragen voor behoud van die leefbaarheid in de toekomst. 7.3.2 Woonomgeving en woningbehoefte Woonomgeving en kwaliteit (2019) Inwoners waarderen de kwaliteit van hun woning en woonomgeving hoog, maar noemen wel aandachtspunten voor de toekomst. Zo vindt een grote meerderheid het belangrijk dat bestaande woningen energiezuinig en duurzaam worden gemaakt en dat men op latere leeftijd in de eigen woning of kern kan blijven wonen. Bijna iedereen (meer dan 80%) gaf aan duurzaamheidsmaatregelen in huis (zoals isolatie) belangrijk te vinden – dit sluit aan bij het duurzaamheidsonderzoek (zie volgende hoofdstuk). Op de vraag wat men het belangrijkste vindt bij nieuwbouwplannen, noemden panelleden onder andere de kwaliteit van woningen (goed bouwen voor de lange termijn) en het voorkomen van toekomstige leegstand. Men wil dus voldoende woningen toevoegen, maar ook weer niet te veel bouwen met het oog op mogelijke krimp op lange termijn. De gemeente moet volgens inwoners vooral “bouwen voor de huidige behoefte, maar behoedzaam voor de toekomst” – samengevat: voldoende én passend bouwen. De woonomgeving zelf moet aantrekkelijk en leefbaar blijven.
Panelleden gaven aan veel waarde te hechten aan rust, privacy en groen in hun buurt. Factoren als verkeersveiligheid, voldoende parkeerruimte en nabijheid van voorzieningen (winkels, zorg) spelen ook een rol in de leefbaarheid van wijken, maar over het algemeen scoorden rust en groen het hoogst als belangrijke eigenschappen. Woningbehoefte (2025) De gemeente Aalten telt begin 2025 ongeveer 27.500 inwoners, verdeeld over 11.740 huishoudens. De bevolking vergrijst sterk: het zwaartepunt ligt bij 50- tot 70-jarigen en verschuift de komende jaren verder omhoog. Jongeren trekken relatief vaak weg, vooral vanwege studie en beperkte lokale woningkansen, terwijl oudere huishoudens juist toestromen. Dit leidt tot ontgroening en een negatieve natuurlijke groei (meer sterfte dan geboorten), die vooralsnog wordt gecompenseerd door een positief migratiesaldo. De demografische prognose laat drie scenario’s zien:
70/86
realistisch scenario: groei van 379 huishoudens tot 2035, daarna lichte krimp; optimistisch scenario: groei van 1.136 huishoudens tot 2035, zonder latere krimp; pessimistisch scenario: lichte daling vanaf 2028.
De belangrijkste uitdaging is het vasthouden en aantrekken van jongeren en jonge gezinnen, om de bevolkingsstructuur in balans te houden. Huidige woningmarkt: De woningmarkt in Aalten is zeer krap. De krapte-indicator bedraagt rond de 1,8, wat betekent dat een koper gemiddeld slechts uit twee woningen kan kiezen. Sinds 2018 zijn de woningprijzen fors gestegen tot circa €2.500 per m² in 2025. Starters hebben het bijzonder moeilijk: slechts 18% slaagt erin daadwerkelijk een woning te vinden, terwijl bijna 60% “verhuisgeneigd” is. Ongeveer driekwart van de starters probeert in Aalten te blijven wonen, maar velen blijven noodgedwongen thuis. Het aandeel starters dat in een koopwoning terechtkomt, daalde van 56% (2020) naar 41% (2022). De gemeente kent een acuut tekort van circa 102 koopwoningen, vooral in het betaalbare segment tussen €250.000 en €400.000. Tekorten doen zich vooral voor bij hoek- en tussenwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen. De sociale huursector staat eveneens onder druk: wachttijden en het aantal reacties per woning stijgen, terwijl het aantal nieuwe verhuringen beperkt is. De voorraad sociale huur is licht gegroeid naar ruim 2.000 woningen, maar door lage mutatiegraad komt er weinig vrij. Sociaaleconomisch beeld: De meeste buurten in Aalten hebben een sterke sociale en economische positie.
Dominant zijn de groepen Rurale Bovenklasse en Jong Hoog Midden – gezinnen met een midden tot hoog inkomen. Buurten voor Jong Laag Midden (starters en lagere inkomens) ontbreken grotendeels, wat de instroom van jonge huishoudens belemmert. De gemeente wordt overwegend als welvarend en suburbaan gekarakteriseerd. Het is raadzaam om bij nieuwbouw ruimte te creëren voor starters en ouderen, om zo de doorstroming en diversiteit te verbeteren. Woningbehoefte en prognoses: Volgens het realistische scenario is tot 2035 een bruto bouwopgave van 803 woningen nodig (935 tot 2040). Na correctie voor herstructurering resteert een netto-opgave van 408 woningen. De vraag concentreert zich op betaalbare huurwoningen, middeldure en duurdere koopwoningen, en op levensloopbestendige en zorgwoningen. Door de vergrijzing zal de behoefte aan dergelijke woningen sterk toenemen. In de beleidsvariant (Regiodeal-scenario), waarbij de gemeente deelneemt aan de regionale Achterhoekse Woondeal, groeit de opgave naar 953 woningen tot 2035 en 1.178 tot 2040. Hiervan zijn circa 60% koopwoningen, 33% huurwoningen en 7% wonen met zorg. Om dit te realiseren moet Aalten nieuwe inwoners aantrekken, vooral gezinnen en jongvolwassenen.
De bouwopgave ligt voornamelijk in de segmenten: middeldure huur en duurdere koopwoningen (doorstromers); betaalbare koopwoningen (starters); levensloopbestendige woningen (senioren). Afstemming met gemeentelijke plancapaciteit: De gemeente beschikt over een plancapaciteit van 1.017 woningen, waarvan 78% “zachte” plannen. Kwantitatief sluit dit goed aan bij de totale behoefte (1.055 woningen, inclusief acute tekorten), maar kwalitatief zijn er aandachtspunten: te weinig plannen voor wonen met zorg (39 gepland tegenover 74 nodig); te beperkte transformatieopgave (20 gepland, 145 nodig); te weinig midden- en hogere segmentwoningen, waardoor doorstroming stokt; zwaartepunt op betaalbare segmenten, wat goed is voor starters maar niet duurzaam evenwichtig. Conclusie en aanbevelingen: De Aaltense woningmarkt is gespannen en wordt gekenmerkt door lage doorstroming, vergrijzing en een tekort aan betaalbare koopwoningen. De
71/86
bevolkingsgroei vlakt af, maar de vraag naar woningen blijft stijgen door kleinere huishoudens en migratie. De gemeente moet sturen op kwaliteit, diversiteit en levensloopbestendigheid van de woningvoorraad. Belangrijkste aanbevelingen: vergroot het aandeel harde plannen om realisatiezekerheid te bieden; stimuleer transformatie van bestaande woningen tot levensloopbestendige of kleinere woningen; breid het aanbod wonen met zorg substantieel uit; creëer meer woningen in het midden- en hogere segment om doorstroming te bevorderen; blijf inzetten op betaalbare koop en startersleningen om jongeren te behouden; monitor jaarlijks de woningbehoefte, omdat migratie en verhuisdynamiek sterk kunnen fluctueren. 7.3.3 Duurzaamheid en klimaat Duurzaamheid als prioriteit Uit meerdere onderzoeken blijkt dat duurzaamheid voor Aaltense inwoners een belangrijk thema is. In de zomer van 2019 namen panelleden deel aan een onderzoek over duurzaamheid, en in 2021 volgde een specifieker onderzoek naar de circulaire economie. De animo hiervoor was groot: in 2021 vulden 605 inwoners de vragenlijst over circulariteit volledig in. De resultaten laten een breed draagvlak voor klimaatbeleid zien. Maar liefst 82% van de deelnemers is (helemaal) eens met de stelling dat klimaatverandering een belangrijk probleem is dat óók in de gemeente Aalten moet worden aangepakt.
Een nog groter deel (85%) vindt bovendien dat een circulaire economie noodzakelijk is om klimaatverandering tegen te gaan. Duurzaamheid is dus niet iets dat men alleen aan “de wereld” of de Randstad overlaat – ook lokaal willen inwoners dat de gemeente actie onderneemt. Afval scheiden en circulaire economie Het panelonderzoek naar circulaire economie (2021) en een deelonderzoek over afvalscheiding (2019) geven inzicht in het gedrag en de houding van inwoners ten aanzien van afval en hergebruik. Hieruit blijkt dat Aaltenaren al zeer actief afval scheiden. In 2019 zei 0% van de paneldeelnemers “ik scheid mijn afval nooit” – iedereen doet minimaal iets aan afvalscheiding. Sterker nog, 79% van de respondenten in 2021 gaf aan dat zij eigenlijk geen mogelijkheid zien om hun afval nóg beter te scheiden, omdat ze nu al alles scheiden wat kan. Dit wijst op een hoge mate van bewustzijn en inzet onder inwoners om afval recyclen. Men steunt ook financiële prikkels daarvoor: bijna 90% staat achter het principe “de vervuiler betaalt” (bijvoorbeeld door goed scheiden te belonen en slecht scheiden duurder te maken). Tegelijk denkt 66% dat zo’n maatregel hun eigen gedrag niet meer zou veranderen, vermoedelijk omdat men al maximaal scheidt. Andere aspecten van circulariteit kwamen in 2021 aan bod.
Zo gaf de helft van de panelleden toe wel eens (een deel van) een maaltijd te moeten weggooien, of ongeopende reclamefolders bij het oud papier te doen. Voedselverspilling blijkt relatief beperkt: ruim een derde zegt bijna nooit eten weg te gooien, 50% hooguit enkele keren per maand, en slechts een kleine groep doet dit vaker. Ook het consumptiegedrag werd bevraagd: ongeveer 37% koopt regelmatig biologische producten en 44% koopt frequent lokale producten, terwijl een vergelijkbaar deel dat maar zelden doet – hier is dus nog ruimte voor groei in duurzame consumptie. Inwoners zijn verder voorstander van circulaire landbouw: 54% vindt dat meer boeren in de regio de komende tien jaar moeten overschakelen op kringlooplandbouw (slechts 7% is het daarmee oneens, de rest neutraal). Daarnaast vindt driekwart van de panelleden het belangrijk dat boeren milieumaatregelen nemen op en rond hun erf, en is tweederde positief over regionale initiatieven als een agro-coöperatie voor natuurbeheer. De gemeente krijgt
72/86
hiermee een duidelijk signaal dat inwoners duurzaamheid omarmen en bereid zijn mee te denken over afvalvermindering, hergebruik en duurzame landbouw. Energiebesparing en klimaatmaatregelen Aansluitend op duurzaamheid is onderzocht in hoeverre inwoners zelf stappen (willen) zetten. Bijna alle panelleden vinden het belangrijk om hun woning te verduurzamen – ruim 80% gaf aan dat duurzaamheid een rol speelt bij renovaties of aanpassingen aan de eigen woning. De belangrijkste motivatie hierbij is het verlagen van de energierekening (83% noemde dat) en “goed voor het milieu” (78%) – men ziet dus zowel financieel voordeel als het maatschappelijke belang. Veel huishoudens hebben al concrete maatregelen getroffen: uit de klimaatadaptatie-enquête van 2023 blijkt dat 69% van de respondenten hun huis heeft geïsoleerd en dat 71% zonwering op het huis heeft aangebracht tegen hitte. Ook is bij twee derde van de mensen de tuin grotendeels groen (niet betegeld). Dit laat zien dat inwoners van Aalten al aanzienlijk bijdragen aan een duurzamere en klimaatbestendige leefomgeving. 7.3.4 Afval en groen Afvalinzameling en tevredenheid Specifiek rond afvalbeleid gaf het panel in 2019 waardevolle feedback, ten tijde van veranderingen in de inzameling (zoals ondergrondse restafvalcontainers). Over het algemeen zijn inwoners tevreden over het afvalbeleid en -voorzieningen, maar met kanttekeningen.
Van de panelleden die gebruikmaken van de ondergrondse restafvalcontainers vond 78% de netheid rond de containers goed en was 70% tevreden over de afstand tot de container. De bediening van de containers en de beschikbaarheid werden door circa 69% positief beoordeeld. Een pijnpunt bleek de inwerpgrootte van de containeropeningen – daarvan zei maar 22% tevreden te zijn, terwijl 56% het (helemaal) oneens was met de stelling dat de opening groot genoeg is. Inwoners hebben dus moeite om grotere vuilniszakken of stukken afval kwijt te kunnen en zien dit graag verbeterd. Uit het onderzoek kwam verder dat niet alle burgers bekend waren met de tarieven van het gedifferentieerde afvalstoffenbeleid (bijvoorbeeld dat een storting in de ondergrondse container €1,50 kost – dit wist 68% correct, de rest dacht meer of minder). Desondanks staat men achter het systeem en is men bereid ernaar te handelen. Panelleden deden ook suggesties om het scheiden nog verder te verbeteren. Voorlichting en educatie werden het meest genoemd als middel om inwoners te helpen beter te scheiden (bij 45% van de respondenten met een container-abonnement). Ook meer controle/handhaving op verkeerd afval aanbieden werd genoemd (30%). Mensen met individuele grijze bakken noemden vergelijkbare punten, plus ideeën als kleinere bakken geven (om te prikkelen minder restafval te hebben).
Groenvoorziening en kapbeleid Een recent panelonderzoek (begin 2025) richtte zich op het kapbeleid – ofwel de regels rondom het kappen van bomen. Hieruit blijkt dat inwoners het groen in de gemeente enorm waarderen. Voor veel panelleden is het openbaar groen (zeer) belangrijk. Slechts een (zeer) klein aantal vindt groenvoorzieningen onbelangrijk. Dit benadrukt dat beleid rond bomen en groen met zorg behandeld moet worden. De meeste deelnemers wonen in een groene omgeving: bijna driekwart heeft een eigen tuin in de bebouwde kom en nog eens 20% woont buitenaf met eigen erf. Men ervaart echter niet overal voldoende schaduw of beschutting van bomen. In 42% van de straten is volgens bewoners genoeg beschutting op zonnige dagen, maar 28% zegt “er zijn wel bomen, maar niet genoeg schaduw” en 28% heeft helemaal geen beschutting van bomen in de straat. Dit resultaat onderstreept het belang van bomen voor het microklimaat; inwoners merken het meteen wanneer ze ontbreken.
73/86
Wat betreft het kappen van bomen zelf lopen de meningen uiteen. Een relatief klein deel van de panelleden heeft ooit een kapvergunning aangevraagd of overwogen (ongeveer 1 op de 5 heeft hier ervaring mee) – meestal omdat een boom ziek of gevaarlijk was, of te groot werd. Als het gaat om de regels, is de gemeenschap verdeeld. Ongeveer 43% vindt dat men op eigen terrein vrij een boom moet kunnen kappen zonder vergunning, maar bijna evenveel (41%) is het daarmee oneens en wil dus wél restricties. Evenzo is 44% voorstander van een vergunningplicht voor alle grote bomen (stamdiameter > 55 cm) terwijl 31% dat overdreven vindt. Wel is er een duidelijke meerderheid (62%) die vindt dat bij kapbeslissingen altijd gekeken moet worden naar de ecologische waarde van de boom (bijdrage aan biodiversiteit, klimaat, etc.). Hier tekent zich een nuance af: inwoners willen enerzijds dat particuliere vrijheid gerespecteerd wordt, maar anderzijds ook waarborgen dat waardevol groen behouden blijft. 7.3.5 Vrije tijd, sport en recreatie Sportdeelname en beweging In juni 2019 peilde de gemeente voor het eerst de mening van inwoners over sport, bewegen en cultuur. Uit die enquête bleek dat Aalten een actieve gemeenschap heeft: veel inwoners sporten wekelijks en doen mee aan culturele activiteiten.
In de winter van 2024 is dit onderwerp opnieuw belicht in een onderzoek naar sporten en bewegen, waaraan 802 inwoners deelnamen. Hieruit kwam naar voren dat een overgrote meerderheid voldoende in beweging is, al zijn er variaties in sportfrequentie. Ongeveer 74% van de ondervraagden sport ten minste één dag per week, waarvan een deel meerdere keren per week. Ruim 20% is zelfs vier dagen of vaker per week sportief bezig. Tegelijk geeft 26% aan op dit moment (bijna) niet te sporten – vaak betreft dit ouderen of mensen met een beperking, maar ook mensen die wel bewegen maar geen sport beoefenen. Als we breder kijken naar bewegen (waarbij ook wandelen of fietsen voor plezier meetelt), zijn de cijfers nog hoger: een derde van de inwoners beweegt dagelijks minstens 30 minuten aan één stuk, en in totaal 90% haalt minstens één dag per week beweging. Slechts 9% geeft toe eigenlijk te weinig te bewegen. Populaire activiteiten en faciliteiten Wandelen en fietsen blijken veruit de populairste activiteiten. In het 2024-onderzoek noemde 61% van de deelnemers wandelen als een van de manieren waarop ze bewegen of sporten. Ook recreatief fietsen (42%) en fitness/krachttraining (24%) staan hoog in de top 5. Hardlopen/joggen (15%) en wielrennen/MTB (13%) zijn wat minder breed verspreid, maar nog steeds door een aanzienlijke groep genoemd.
Dat wandelen zo populair is, hangt samen met de mooie omgeving: veel inwoners geven aan regelmatig gebruik te maken van wandelpaden (70% buiten de bebouwde kom, 57% binnen de kom) en fietspaden (69% buiten de kom). Ook bospaadjes (in de natuurgebieden) worden door 57% genoemd. Deze cijfers illustreren dat de openbare ruimte en natuur in Aalten belangrijk zijn voor de vrijetijdsbesteding. Inwoners waarderen de beschikbare voorzieningen: er zijn voldoende routes en paden om te wandelen en te fietsen, en men maakt daar gretig gebruik van. Op het gebied van sportaccommodaties (sporthallen, velden, etc.) was de algemene tevredenheid in 2019 goed – al wilden sommigen meer variatie in het aanbod van binnensporten en aandacht voor toegankelijkheid. De gemeente heeft de panelresultaten destijds benut om bijvoorbeeld bij de sportverenigingensubsidies en accommodatieplannen rekening te houden met de behoeften van inwoners. Veel Aaltenaren sporten bij verenigingen of in informeel verband; de sociale waarde van sportclubs kwam ook naar voren in het panel: het verbindt mensen. In het panelonderzoek is tevens gevraagd welke belemmeringen mensen ervaren om (meer) te sporten. De meest gehoorde redenen onder niet-sporters zijn gezondheidsredenen of hoge leeftijd, gebrek aan tijd, of simpelweg geen interesse.