A4. Raadsmededeling 40-2026 Overdrachtsdocument bestuurswisseling 2026
Tekst van het document
De uitkomsten hiervan leggen we in Q1 2027 voor aan de raad, waarna we starten met de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan. 3.1.5 Schaersvoorde Slingelaan De locatie van Schaersvoorde aan de Slingelaan is gebouwd in 1959 en sindsdien nog twee keer uitgebreid. In het Integraal Huisvestingsplan (IHP), dat in september 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld, is aangegeven dat het huidige pand niet meer voldoet aan de eisen die het onderwijs stelt. Daarom zijn verschillende scenario’s onderzocht: renovatie, vernieuwbouw en nieuwbouw. Wat betreft stichtingskosten verschillen de scenario’s niet veel. De tijdelijke huisvestingskosten bij renovatie en vernieuwbouw zijn echter dusdanig hoog dat deze scenario’s niet realistisch zijn om uit te voeren. De raad is in oktober 2025 akkoord gegaan met het verder onderzoeken van het scenario nieuwbouw inclusief de mogelijke toevoeging van maatschappelijke functies. Met dit scenario kan de onderwijskundige visie van Schaersvoorde optimaal worden gerealiseerd en kunnen we voor een langere periode vooruit. Inmiddels is het onderzoek voor het scenario nieuwbouw gestart. In de tweede helft van 2026 worden de uitkomsten van dit onderzoek (advies waar nieuwbouw mogelijk is en verkenning van (on)mogelijkheden voor het toevoegen van maatschappelijke functie) aan de raad voorgelegd.
3.1.6 Regionaal Programma Werklocaties Het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) is het regionale afsprakenkader tussen acht gemeenten en provincie Gelderland met betrekking tot de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Momenteel werken we op basis van afspraken in het RPW 2024-2028. In 2028 wordt het nieuwe RPW uitgewerkt en bestuurlijk vastgesteld, zodat het per 1 januari 2029 in werking kan treden.
Pagina 19 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier
3.1.7 Toekomstbestendige bedrijventerreinen In de afgelopen bestuursperiode is door het college van B&W een speerpuntennotitie vastgesteld, als uitgangspunt voor gesprekken met het bedrijfsleven over toekomstbestendige bedrijventerreinen, bijvoorbeeld in het kader van de Omgevingsvisie, en om aan te haken op initiatieven vanuit het bedrijfsleven. Door de beperkte organisatiegraad op de bedrijventerreinen blijkt het lastig om tot concrete projecten te komen. In 2025 is wel mede door bedrijven op de twee bedrijventerreinen het initiatief genomen de mogelijke oprichting van een Smart Energy Hub (SEH) te onderzoeken. De aanvraag voor een bijdrage hiervoor vanuit de Regiodeal wordt in het tweede kwartaal van 2026 behandeld. In de komende bestuursperiode wordt onderzocht of een SEH kan dienen als platform voor het oppakken van projecten rond verduurzaming, klimaatbestendigheid en circulariteit op bestaande bedrijventerreinen. Daarbij wordt bekeken of dit platform ook andere duurzaamheidsopgaven binnen het RPW kan ondersteunen. Het doel is om binnen deze bestuursperiode duidelijkheid te krijgen over de rol en inzet van de SEH in relatie tot deze opgaven. 3.1.8 Uitbreiding bedrijventerrein In het raadsprogramma 2022-2026 is gevraagd om voldoende vestigingsplekken voor bedrijven te realiseren.
In het Uitvoeringsprogramma 2022-2026 is aangegeven dat we volgens de afspraken in het Regionale Programma Werklocaties de mogelijkheid tot uitbreiding van het bedrijventerrein bij de kern Aalten gaan onderzoeken. Na onder meer een locatiestudie en financiële haalbaarheidsscan is de gemeenteraad eind 2024 akkoord gegaan met het uitvoeren van verdiepende onderzoeken voor ontwikkeling van het gebied ten zuidwesten van het bestaande bedrijventerrein en ten noorden van de Keizersbeek. De benodigde onderzoeken zijn gestart en worden in de eerste helft van 2026 (grotendeels) afgerond. Op dat momentkunnen we bepalen of en hoe uitbreiding van het bedrijventerrein op de beoogde locatie mogelijk is. In de tweede helft van 2026 worden de uitkomsten met een voorstel voor het vervolgproces aan de raad voorgelegd. 3.1.9 Biodiversiteitsplan De gemeente werkt aan het versterken van de biodiversiteit, onder meer via het biodiversiteitsplan, ecologisch bermbeheer, het bomenplan en natuur- en milieueducatie op basisscholen. In de komende bestuursperiode wordt deze inzet verder verdiept en verbreed. Biodiversiteit wordt een vanzelfsprekend onderdeel van ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw en de herinrichting van straten. Het ecologisch beheer van bermen wordt voortgezet en intensiever gemonitord om de effecten beter inzichtelijk te maken.
Daarnaast zet de gemeente in op uitbreiding van het bomenbestand, met als doel jaarlijks minimaal 250 bomen te planten. Het project rond de geboorteboom wordt verder uitgewerkt. Ook wordt verkend of natuur- en milieueducatie kan worden uitgebreid naar het voortgezet onderwijs. 3.1.10 Circulariteit Nederland werkt toe naar een volledig circulaire economie in 2050. Omdat grondstoffen steeds schaarser worden, is het belangrijk om materialen zo lang mogelijk in de keten te houden door hergebruik of door het toepassen van duurzame biobased alternatieven. Aalten is aangesloten bij de Cirkelregio Achterhoek en neemt deel aan de regionale werkgroep circulariteit. In januari 2026 is de uitvoeringsagenda Aalten Circulair geëvalueerd. Uit deze evaluatie kwam naar voren dat vooral meer bewustwording, beter inzicht in circulair werken binnen de bouw en de openbare ruimte en aandacht voor afval en hergebruik van grondstoffen, belangrijke aandachtspunten zijn. In de komende periode richten we ons op het actualiseren van beleid en het opstellen van een nieuwe uitvoeringsagenda voor circulariteit. Toekomstbestendig bouwen en circulair werken worden daarbij zoveel mogelijk geïntegreerd in woningbouwprojecten en in werkzaamheden in de openbare ruimte. Samen met de Cirkelregio wordt gewerkt aan een regionale uitvoeringsagenda voor de circulaire economie.
Daarnaast wordt een huishoudelijk grondstoffenbeleidsplan opgesteld, met een uitvoeringsprogramma dat onder andere gericht is op het verbeteren van de kwaliteit van de grondstoffeninzameling. Tot slot blijft het vergroten van bewustwording een belangrijk onderdeel van het beleid, onder meer door activiteiten op scholen, aandacht in de media en initiatieven tijdens de een duurzaamheidsdag.
Pagina 20 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier 3.1.11 Duurzame opwek In het landelijke Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt om de CO₂-uitstoot in Nederland sterk terug te dringen. Binnen de Regionale Energiestrategie (RES) Achterhoek werken gemeenten, het waterschap, provincie Gelderland, netbeheerder Liander en verschillende maatschappelijke partijen samen aan deze doelstelling. Voor 2030 moet de regio Achterhoek in totaal 1,35 TWh aan duurzame energie opwekken. De uitvoering hiervan wordt bemoeilijkt door netcongestie, wat de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet onder druk zet. In januari 2026 is de RES 2.0 vastgesteld door de Achterhoekse colleges. Daarbij hebben alle gemeenten een iets hogere opgave voor windenergie gekregen. Voor de gemeente Aalten betekent dit een windopgave van 0,097 TWh. Daarnaast is in de RES 2.0 de focus verbreed naar het gehele energiesysteem, waarbij onder meer netcapaciteit, energieopslag, energiegemeenschappen en de samenhang met de warmtetransitie centraal staan. De komende periode richt de gemeente zich op het herijken van het uitnodigingskader voor zon en wind. Dit kader vormt de ruimtelijke basis voor duurzame energieopwekking en zal ook aandacht besteden aan energieopslagsystemen. Daarnaast wordt beleid ontwikkeld voor energiegemeenschappen.
Samen met mogelijke initiatiefnemers, omwonenden en organisaties die betrokken zijn bij landschap en natuur onderzoekt de gemeente hoe de windopgave van 0,097 TWh op een passende manier kan worden gerealiseerd binnen de geldende wettelijke eisen en voorwaarden. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een strategie waarin duurzame opwek en opslag, de uitdagingen van netcongestie en de ontwikkeling van een toekomstbestendig energiesysteem in samenhang met de warmtetransitie worden meegenomen. Hierbij blijft de gemeente nauw samenwerken met de RES Achterhoek en andere betrokken partijen 3.1.12 Isolatieopgave In het landelijke Klimaatakkoord en in het Akkoord van Groenlo is afgesproken om zo snel als mogelijk, maar uiterlijk in 2050 energieneutraal te zijn. Isoleren is hierbij de eerste stap. De Achterhoekse gemeenten en het Energieloket Achterhoek werken samen bij de uitvoering. Voor de isolatieopgave richt de gemeente zich de komende periode op het versnellen en verbeteren van de verduurzaming van woningen, met speciale aandacht voor woningen met een laag energielabel en huishoudens met een beperkt besteedbaar inkomen. Met de middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld via het Nationaal Isolatieprogramma moeten uiterlijk in 2030 minimaal 2.239 woningen met energielabel D tot en met G zijn geïsoleerd.
Dit vormt een belangrijke stap in het terugdringen van energieverbruik en het verbeteren van het wooncomfort. Daarnaast wordt in 2026, samen met de regio en het Energieloket Achterhoek, een programmatische aanpak opgesteld om de uitvoering en dienstverlening richting inwoners zo effectief en toegankelijk mogelijk te houden. Het Energieloket moet inwoners laagdrempelig kunnen ondersteunen en faciliteren bij vragen over isolatie en andere verduurzamingsmaatregelen. Ook wordt in samenwerking met het sociaal domein de huidige aanpak rond energiearmoede geëvalueerd. Op basis daarvan wordt een nieuwe aanpak ontwikkeld, inclusief bijbehorende subsidieregelingen, om huishoudens met een laag besteedbaar inkomen beter te kunnen helpen. Verder wordt gewerkt aan het eenvoudiger maken van natuurvriendelijk isoleren. Voor een deel van de gemeente wordt in 2026 een soortenmanagementplan opgesteld, waarmee inwoners vooraf duidelijkheid krijgen over de aanwezigheid van beschermde diersoorten en de voorwaarden voor isolatiewerkzaamheden. Dit plan wordt jaarlijks gecontroleerd en gemonitord, zodat het zowel de biodiversiteit beschermt als de uitvoering van isolatiemaatregelen vergemakkelijkt. 3.1.13 Klimaatadaptatie De Nederlandse gemeenten hebben zich via het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie verbonden aan het doel om in 2050 een klimaatbestendig en waterrobuust Nederland te realiseren.
Voor de gemeente betekent dit dat zij inwoners en bedrijven ondersteunt bij het zich aanpassen aan een veranderend klimaat en dat zij actief werkt aan het verminderen van problemen in de openbare ruimte, zoals wateroverlast, droogte en hittestress. In dit proces wordt nauw samengewerkt met de provincie, de regio en het waterschap binnen het netwerk Samenwerking Water Achterhoek+. De gemeente richt zich de komende jaren op het vergroenen van wijken en het creëren van extra koelteplekken, vooral in de omgeving van scholen en ouderencentra. Daarnaast wordt bij projecten structureel aandacht besteed aan water- en bodemsturend werken, zodat klimaatadaptatie een vast onderdeel vormt van de ruimtelijke inrichting. De regionale samenwerking blijft van groot belang om
Pagina 21 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier droogte tegen te gaan en water beter vast te houden. Ook wordt klimaatadaptatie steeds meer geïntegreerd in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en bij de reconstructie van straten. Om inwoners te betrekken en te stimuleren, worden bewustwordingsacties georganiseerd die zich richten op het afkoppelen van hemelwater en het vergroenen van tuinen. 3.1.14 Warmte- en koudeprogramma In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat gemeenten de regie voeren over de warmtetransitie: de overgang van aardgas naar duurzame warmtebronnen voor woningen en andere gebouwen. Om deze regierol goed te kunnen vervullen, stelde de gemeente in 2021 de Transitievisie Warmte vast. Deze visie wordt vervangen door een Warmteprogramma, zoals verplicht is onder de Omgevingswet. Dit programma geeft gemeenten de mogelijkheid om in het omgevingsplan regels op te nemen over de verduurzaming van bestaande gebouwen en het aardgasvrij maken van wijken. Omdat de vraag naar koelte door klimaatopwarming steeds belangrijker wordt, is ervoor gekozen om in Aalten – net als in andere gemeenten – een Warmte- en koudeprogramma op te stellen. Vanuit dit programma worden verschillende wijkaanpakken ontwikkeld. Ook bedrijven, verenigingen en het gemeentelijk vastgoed maken onderdeel uit van de opgave.
Elektrificatie zal een belangrijke rol spelen, waarbij netcongestie een aanzienlijke uitdaging vormt. De komende jaren werkt de gemeente samen met Achterhoekse gemeenten, organisaties en inwoners aan het opstellen van een Warmte- en koudeprogramma, dat uiterlijk in 2027 gereed moet zijn. Vanuit dit programma worden minimaal twee wijkaanpakken opgezet. Eén daarvan, binnen het Europese Interregproject FutureBEEing, bevindt zich al in de voorbereidingsfase: pilotwijk Dinxperlo-Suderwick. In de wijkaanpakken wordt gebiedsgericht en integraal gewerkt, zodat ook sociale kansen en vergroening kunnen worden meegenomen. Daarnaast blijft de gemeente inwoners, verenigingen en bedrijven laagdrempelig ondersteunen bij de warmtetransitie, onder andere via Duurzaam Ondernemerscentrum Achterhoek en het Energieloket. Verder wordt een pilot ondersteund die zich richt op energiegemeenschappen of kleine warmtenetten, als mogelijke manier om lokale energievoorziening te versterken en de druk op het elektriciteitsnet te verminderen. Tot slot wordt een strategie ontwikkeld voor de inrichting van het energiesysteem van de toekomst, waarbij ontwikkelingen bij verenigingen, organisaties, scholen, bedrijven, wijken en de gemeentelijke organisatie worden meegenomen.
3.1.15 Netcongestie Tennet geeft aan dat het elektriciteitsnet in de Flevopolder, Utrecht en Gelderland zijn maximale capaciteit heeft bereikt. Ondanks eerdere maatregelen zijn ingrijpende nieuwe stappen nodig om een aansluitstop te voorkomen. De Autoriteit Consument & Markt heeft een nieuw prioriteringskader vastgesteld dat bepaalt hoe netbeheerders de schaarse transportcapaciteit moeten verdelen. Hierdoor zullen wachtrijen voor nieuwe aansluitingen toenemen, met gevolgen voor opgaven, projecten en zowel groot- als kleinverbruikers in onze gemeente. Het is duidelijk dat er een structurele coördinatie nodig is waarin de gemeente, de netbeheerder en andere betrokken partijen gezamenlijk ontwikkelingen volgen, knelpunten signaleren en tijdig besluiten voorbereiden. Dit vraagt bestuurlijke aandacht voor samenhang, prioritering en het maken van keuzes wanneer capaciteit of ruimte op het net beperkt is. Daarnaast vraagt de situatie om een systematische analyse van de gevolgen van netcongestie voor lokale opgaven zoals woningbouw, energietransitie en bedrijfsontwikkeling. De komende periode worden de effecten en risico`s inzichtelijk gemaakt om vervolgens alternatieve scenario’s te kunnen voorbereiden. 3.1.16 PFAS De PFAS-problematiek staat inmiddels nadrukkelijk op de Europese en landelijke agenda.
Door het brede gebruik van PFAS en de hoge verspreidingsgraad wordt gewerkt aan een Europees verbod op de toepassing van deze stoffen. Ondanks tijdelijke vrijstellingen zou dit verbod naar verwachting leiden tot een emissiereductie van ongeveer 83 procent. De landelijke aandacht is de afgelopen jaren toegenomen, mede door grote casussen die veel media-aandacht kregen. PFAS kent een grote variëteit aan stoffen en daarmee ook verschillen in schadelijkheid, wat de aanpak complex maakt. In deze bredere context werd in het voorjaar van 2024 bij de jaarlijkse keuring van het zwemwater in het Blauwe Meer in Dinxperlo een PFAS-vervuiling vastgesteld. Naar aanleiding daarvan is een zwemverbod ingesteld en is vissers afgeraden om gevangen vis te consumeren. Hiermee zijn de
Pagina 22 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier directe gezondheidsrisico’s voldoende ingeperkt. In de periode daarna zijn meerdere bodem- en wateronderzoeken uitgevoerd, waardoor het mogelijke brongebied steeds verder is afgebakend. Begin 2026 zijn in het onderzoeksgebied overschrijdingen van grenswaarden aangetroffen. Om de bron definitief vast te stellen wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek moet de komende periode uitwijzen welke vervolgstappen er noodzakelijk zijn om de vervuiling te saneren. De verwachting is dat de landelijke en Europese ontwikkelingen rond PFAS de komende jaren doorwerken in lokale opgaven en vervolgonderzoeken. 3.1.17 Huisvesting nieuwkomers De gemeente Aalten staat voor een omvangrijke opgave op het gebied van de fysieke huisvesting van nieuwkomers. De verschillende groepen die gehuisvest moeten worden zijn asielzoekers, statushouders, nareizigers van statushouders, meerderjarig wordende alleenstaande minderjarige vluchtelingen en Oekraïense ontheemden. Hoewel elke groep om wellicht een andere vorm van huisvesting vraagt, hebben ze gezamenlijk een aanzienlijke ruimtelijke impact. Deze opgave vraagt in de komende bestuursperiode om duidelijke keuzes binnen de fysieke leefomgeving. Voor de opvang van asielzoekers geldt op dit moment de wettelijke verplichting om minimaal 200 opvangplaatsen te realiseren.
De gemeenteraad heeft hiervoor begin 2026 kaders vastgesteld, waaronder onder meer een duur van vijf jaar en de mogelijkheid om de opvang op één of twee locaties te organiseren. Op het moment van schrijven heeft de minister van Asiel en Migratie de landelijke capaciteitsraming voor de tweede wetcyclus vastgesteld (periode 2027 en 2028). Voor de gemeente Aalten is de indicatieve opgave vastgesteld op 143 opvangplekken, waarvan 9 voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’ers). Ook heeft de gemeente een brief ontvangen waarin de minister een klemmend beroep doet om zo snel als mogelijk plekken voor acuut inzetbare spoednoodopvang te realiseren. De huidige ontwikkelingen rondom de huisvesting van nieuwkomers worden intensief gemonitord. In de komende bestuursperiode is nader ruimtelijk onderzoek nodig, gevolgd door besluitvorming over de definitieve locatie(s) en realisatie van de opvangcapaciteit. Daarnaast krijgt de gemeente vanaf 2026 mogelijk te maken met een toenemende druk op de voorraad sociale huurwoningen. Een belangrijk deel van deze vraag komt van nieuwkomers, waaronder statushouders en hun nareizigers, alleenstaande minderjarige vluchtelingen die meerderjarig worden en zelfstandig willen wonen en Oekraïense ontheemden van wie de RTB-status op 4 maart 2027 afloopt en die mogelijk in de gemeente willen blijven.
Deze ontwikkelingen leiden tot een structurele toename van de vraag naar passende woonruimte. De bestaande woningvoorraad biedt hiervoor onvoldoende capaciteit, waardoor aanvullende en mogelijk flexibele woonvormen noodzakelijk worden. In de komende bestuursperiode is nader onderzoek nodig naar de wijze waarop dergelijke woonvormen kunnen bijdragen aan het opvangen van deze opgave en hoe deze binnen de ruimtelijke kaders van de gemeente kunnen worden ingepast. 3.1.18 Drinkwaterwinning De drinkwaterwinning in de regio ligt primair bij Vitens en de provincie, maar de ruimtelijke voorwaarden waarbinnen deze winning plaatsvindt raken direct aan de verantwoordelijkheid van de gemeente Aalten. Activiteiten in de bovengrond moeten passen binnen de beschermingszones rond bestaande en nieuwe winputten, waardoor ruimtelijke keuzes van de gemeente invloed hebben op de continuïteit van de drinkwatervoorziening. Vitens is binnen de gemeente inmiddels gestart met het realiseren van nieuwe winputten, wat vraagt om blijvende afstemming over de ruimtelijke inpassing en de gevolgen voor de omgeving. Tegelijkertijd geven de waterbedrijven aan dat er op termijn knelpunten worden verwacht bij het zekerstellen van voldoende drinkwater.
Zij hebben een leveringsplicht aan particulieren, maar niet aan bedrijven, waardoor de beschikbaarheid van drinkwater voor economische activiteiten onder druk kan komen te staan. Binnen de Samenwerking Water Achterhoek+ is daarom aangesloten bij de landelijke koers uit de Kamerbrief Water en Bodem Sturend van 25 november 2022, waarin wordt toegewerkt naar een lager drinkwatergebruik per inwoner en een beperking van laagwaardig gebruik van drinkwater. Ook worden grootverbruikers gevraagd hun drinkwatergebruik substantieel te reduceren. Voor de gemeente Aalten betekent dit dat zij samen met de regionale partners moet blijven werken aan het zekerstellen van voldoende drinkwater voor de toekomst. De inzet richt zich op het stimuleren van zuinig drinkwatergebruik, het vergroten van het gebruik van regenwater, het onderzoeken van mogelijkheden om drinkwaterbesparing en regenwatergebruik bij nieuwbouw toe te passen en het versterken van communicatie en educatie om de waardering voor water te vergroten.
Pagina 23 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier
3.1.19 Verduurzaming gemeentelijk vastgoed In januari 2026 heeft de gemeenteraad de Nota Vastgoedbeleid 2026–2029 vastgesteld. In deze nota is het beleidskader vastgelegd voor het beheer, de ontwikkeling en de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. De gemeente Aalten heeft daarbij de ambitie uitgesproken om haar vastgoedportefeuille stapsgewijs te verduurzamen en toekomstbestendig te maken. Om invulling te geven aan deze ambitie is de Uitvoeringsagenda Verduurzamen Gemeentelijk Vastgoed 2026–2029 opgesteld. In deze uitvoeringsagenda zijn de voorgenomen maatregelen, prioriteiten en planning voor de komende jaren opgenomen. De uitvoeringsagenda geeft richting aan een planmatige aanpak voor het verbeteren van de energieprestatie van gemeentelijke gebouwen en het verminderen van de CO₂-uitstoot. De komende bestuursperiode wordt gewerkt aan de uitvoering van deze agenda en in 2026 zal een start gemaakt worden aan het verduurzamen van het eerste pand uit de uitvoeringsagenda conform planning.
Pagina 24 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier
3.2 Sociaal domein 3.2.1 Gezond leven en preventie De afgelopen jaren is met het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) de beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag ingezet. Deze plannen worden op dit moment vertaald in het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA). Het regionaal IZA-plan bevat onder andere het thema gezond leven en preventie. De ambitie van dit thema is dat Achterhoekers (langer) gezond leven, en de jeugd gezond en kansrijk opgroeit. We willen ervoor zorgen dat gezonde keuzes gemakkelijker worden. We willen dat het meer vanzelfsprekend wordt om bijvoorbeeld gezond te eten, genoeg te bewegen en verslavende verleidingen te weerstaan. Dan hoeven mensen minder snel medicijnen te nemen of een beroep te doen op zorg. We hebben hierin extra aandacht voor inwoners in een kwetsbare positie en patiënten, zodat ze volwaardig kunnen meedoen en een betere gezondheid hebben. Hierin staan de volgende opgaven centraal: • Terugdringen gezondheidsachterstanden • Stimuleren eigen regie en gezondheidsvaardigheden • Informele zorg • Stimuleren leefstijl in de zorg • Inrichting van de ketenaanpakken De afgelopen jaren lag de focus op het terugdringen van gezondheidsachterstanden door inzet op basisvaardigheden en het stimuleren van deelname aan sport/bewegen en kunst/cultuur door kwetsbare doelgroepen.
We zijn gestart met de ketenaanpakken de ketenaanpakken Welzijn op Recept, Kansrijke Start, Valpreventie, GLI’s volwassenen en Overgewicht kinderen. Deze willen we waar nodig doorontwikkelen en borgen. Het lokale gezondheidsbeleid is onderdeel van de (herijkte) nota sociaal domein. Ook is eind 2025 het landelijk preventiebeleid vastgesteld. Binnen twee jaar moet hiervoor op lokaal niveau gezondheidsbeleid worden opgesteld. 3.2.2 Mantelzorgondersteuning Maatschappelijke ontwikkelingen zoals vergrijzing en tekorten in de zorg, maken dat er een steeds groter beroep wordt gedaan op mantelzorgers. Mantelzorgers zijn zich er niet altijd van bewust dat zij mantelzorger zijn. Overbelasting van mantelzorgers komt vaak voor. We willen mantelzorg onderdeel maken van de brede intake door professionals. Mantelzorgondersteuners kunnen hierbij helpen. Daarnaast willen we het gebruik van respijtmogelijkheden stimuleren. We werken regionaal samen om op maat ondersteuning te kunnen bieden aan specifieke doelgroepen. Ook werken we samen om werkgevers voor te lichten over mantelzorg(ondersteuning). De komende jaren willen we de jaarlijkse mantelzorgwaardering evalueren en vernieuwen. 3.2.3 Vrijwillige inzet Maatschappelijke ontwikkelingen zoals vergrijzing, tekorten in de zorg, maar ook demografische ontwikkelingen maken dat het stimuleren van vrijwillige inzet nodig is.
Eind 2024 heeft de raad hiervoor de visie Iedereen is een Naober vastgesteld. Daar geven we verder uitvoering aan door gerichte ondersteuning te bieden aan verenigingen, nieuwe doelgroepen kennis te laten maken met vrijwillige inzet en het vergroten van kennis en vaardigheden van vrijwilligers. Daarnaast willen we vraag en aanbod van vrijwilligers beter zichtbaar maken. 3.2.4 Sociale basis De sociale basis is een steeds belangrijker onderdeel in het sociaal domein. Echter, families worden kleiner, cohesie in de buurt is niet (meer) vanzelfsprekend en ook verenigingen staan onder druk. Om nu en in de toekomst inwoners goed met elkaar samen te laten leven en samenredzaamheid te bevorderen en te stimuleren en ondersteunen we informele zorg door middel van mantelzorgondersteuning, het Vrijwilligers Servicepunt (VSP) en aanbod via De Academie. We blijven inzetten op verenigingsondersteuning in samenwerking met de talentverbinder, het VSP en de Aaltense Uitdaging.
Pagina 25 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier In het kader van het IZA-plan Veerkrachtig ouder worden gaan we aan de slag in drie buurten waar veel ouderen wonen. We werken hierin samen met Figulus Welzijn, De Woonplaats en zorgorganisaties. Voor de jeugd werken we integraal samen aan gezonde jeugd, gezonde toekomst (JOGG). In het kader van leefbaarheid werken we samen met De Woonplaats. Professionals in de sociale basis in de gemeente Aalten werken samen in het Vraag- en Adviesteam (VAT) Aalten. De komende jaren wordt de samenhang en samenwerking verder versterkt en vormt dit onderdeel van Sterke Lokale Teams. 3.2.5 Plan Talent Vanaf 2019 kennen we in de gemeente het Plan Talent. Het doel is (kwetsbare) inwonersgroepen mee te laten doen in bewegen/sport en kunst/cultuur. In 2025 is het huidige plan geëvalueerd en begin 2026 herijkt. De nadruk van Plan Talent ligt op de rol van talentverbinders in het signaleren van trends en innovaties om meer mensen mee te laten doen. Daarnaast heeft een van de talentverbinders de rol van verenigingsondersteuner. Plan Talent wordt gecontinueerd en activiteiten die effectief zijn gebleken borgen we structureel in sport- en cultuurbeleid. Daarnaast werken we toe naar een structurele subsidierelatie voor de uitvoering.
3.2.7 Toekomstbestendige jeugdgezondheidszorg De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) wordt momenteel uitgevoerd door twee organisaties: Yunio (0–4 jaar) en GGD Noord- en Oost-Gelderland (5–18 jaar). De GGD-NOG heeft aangegeven dat deze verdeling op termijn niet houdbaar is. Daarom wordt een onderzoek uitgevoerd naar de toekomstige organisatie van de JGZ. Op basis van dit onderzoek wordt bepaald of de huidige structuur wordt voortgezet met eventuele aanpassingen, of dat de JGZ volledig wordt ondergebracht bij Yunio of bij de GGD-NOG. Hiervoor is een afwegingskader opgesteld. Als wordt gekozen voor behoud van de huidige verdeling, zullen bestaande knelpunten moeten worden opgelost. Bij een eventuele centralisatie bij één van beide organisaties zijn organisatorische veranderingen en implementatie-inspanningen noodzakelijk. 3.2.8 Veerkrachtig ouder worden De afgelopen jaren is met het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) de beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag ingezet. Het regionaal IZA-plan bevat onder andere het plan Veerkrachtig ouder worden.
In de gemeente Aalten zetten we al een aantal jaren in op het veerkrachtig ouder worden door bewustwording (Mooie Toekomst), ontmoeting (inloop en activiteiten), stimuleren vernieuwende woonvormen (hofje, (pre)mantelzorg, zorgzame buurten), bevorderen vitaliteit (valpreventie), zingeving (Op-je-plekgesprekken). Daarnaast zijn we een dementievriendelijke gemeente. We willen hetgeen we hebben ontwikkeld, behouden. Daarnaast willen we lokaal uitvoering geven aan het regionale IZA-plan op de thema's: Zelfredzaamheid en samenredzaamheid (inzet zorgzame buurten en buurtverbinders) Integrale wijkteams (domeinoverstijgend samenwerken in samenhang met Sterke lokale teams) Bewustwording (regionale campagne en individuele gesprekken met ouderen). 3.2.9 Mentaal gezond Het regionale IZA-plan bevat onder andere het thema mentaal gezond. Steeds meer mensen ervaren mentale klachten, terwijl de druk op de zorg blijft toenemen. Daarom willen we met deze beweging échte impact maken, door eerder te signaleren, sneller passende hulp te bieden en dichter bij het dagelijks leven van inwoners te blijven. We werken focussen daarin op de thema's: Welzijn en herstel Mentaal gezondheidsnetwerk Digitalisering en technologie Vanuit het transformatieplan maken we een lokale doorvertaling voor het thema mentaal gezond.
We versterken de inloopvoorzieningen, werken samen met ervaringsdeskundigen, zetten ervaringskennis
Pagina 26 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier in en doen gezamenlijk het verkennend gesprek waarbij mogelijkheden in de sociale basis vertrekpunt zijn. 3.2.10 Ontwikkelingen sport- en beweegbeleid Momenteel is de uitvoering van het gemeentelijk beleid voor sport, bewegen en een gezonde leefstijl versnipperd in meerdere opdrachten, subsidies en over meerdere uitvoeringspartners. De afspraken over monitoring en evaluatie zijn telkens anders. Het wordt op deze manier lastig om de impact en het effect van de uitvoering goed te meten en waar nodig bij te sturen. In de afgelopen bestuursperiode is de visie op het sportbeleid geactualiseerd. Momenteel heeft de gemeente dan ook goed in beeld wat haar doelen zijn op het gebied van bewegen en een gezonde leefstijl voor alle inwoners en wat ervoor nodig is om gezondheidsverschillen te verkleinen. Daarnaast is naar aanleiding van het uitvoeringsprogramma, in 2023 de uitgangspuntennotitie sportbeleid vastgesteld. Deze notitie gaf als vervolgopdracht om enkele onderdelen verder uit te splitsen in een adviesnota, waaronder verenigingsondersteuning, sportvoorzieningen en een beweegvriendelijke buitenruimte c.q. het borgen van sporten en bewegen in de omgevingsvisie.
De adviesnota Toekomstbestendig Sportlandschap, die in december 2024 is vastgesteld, geeft de belangrijkste uitgangspunten en contouren voor verder uit te werken beleid, namelijk het sportvoorzieningenbeleid en de beleidsvisie op een beweegvriendelijke leefomgeving. Dit zijn de laatste stappen in het actualisatieproces van het sportbeleid om tot een hernieuwde visie op een toekomstbestendig sportlandschap te komen. De verwachting is dat het sportvoorzieningenbeleid in Q2 2026 kan worden vastgesteld en de visie op een beweegvriendelijke leefomgeving in Q3 2026. Onder beide beleidsstukken liggen uitvoeringsagenda’s voor de komende bestuursperiode. In beide visies is integraliteit belangrijk. Er worden verbindingen gelegd met andere beleidsterreinen: vastgoed, mobiliteit, omgevingsvisie, inclusie en natuurlijk gezondheid. De beleidsvisie op een beweegvriendelijke leefomgeving hangt ook samen met de JOGG-doelen van de gemeente Aalten. Sinds april 2025 is de gemeente Aalten, samen met alle andere Achterhoekse gemeenten, JOGG-gemeente. JOGG staat voor Gezonde Jeugd, Gezonde Toekomst. De JOGGaanpak richt zich op het creëren van een omgeving waarin het voor kinderen en jongeren normaal en makkelijk is om gezond te leven.
De openbare ruimte speelt hierin een sleutelrol: speelplekken, sportveldjes en veilige beweegroutes helpen kinderen om volop te bewegen, te ontdekken en samen te spelen. Vandaar dat de herijking van het speelvoorzieningenbeleid breder getrokken wordt naar een beleidsvisie op een beweegvriendelijke leefomgeving. Om verder uitvoering te geven aan de JOGG-doelen zijn samenwerkingsafspraken gemaakt: zo pakken we het thema ‘voeding’ op regionaal niveau op en rollen we Achterhoekbreed campagnes en actielijnen uit. Op lokaal niveau zoeken we vooral samenwerking met het jongerenwerk en de basisscholen om in te zetten op sport- en beweegaanbod tijdens en na schooltijd. Tot slot willen we uitvoering blijven geven aan het Beweeg- Sport- en Leefstijlakkoord. De ambitie is om de pijler ‘verenigingsondersteuning’ binnen dit akkoord steviger neer te zetten omdat de andere pijler, ‘verkleinen gezondheidsverschillen’, al grotendeels gedekt wordt binnen de reguliere beleidsdoelen van het gemeentelijk sport- en beweegbeleid. Om verenigingen te blijven ondersteunen is continuering van de laagdrempelige en effectieve micro-impulsenregeling een voorwaarde. 3.2.11 Visie zwembaden De huidige exploitatieovereenkomst voor de zwembaden 't Walfort en Het Blauwe Meer eindigt per 1 januari 2032. In die wetenschap heeft de raad op 30 januari 2024 de startnotitie Toekomst zwembaden vastgesteld.
Daarin staat hoe het nu gaat met beide zwembaden en wat belangrijk is voor de toekomst. In vervolg op deze startnotitie zijn voor zwembaden in onze gemeente verschillende scenario's onderzocht. In november 2025 heeft het college de raad een uitgewerkt scenariovoorstel voorgelegd. Vanuit de raad waren er vragen over dit voorstel. De beantwoording daarvan, inclusief het scenariovoorstel, ontvangt de raad naar verwachting in de Q3 of Q4 2026. 3.2.12 Uitwerking IHP Onderwijshuisvesting Op 26 september 2023 is het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP), door de gemeenteraad vastgesteld. Dit beleidskader geeft richting aan de aanpak van de meest urgente huisvestingsvraagstukken voor de komende bestuursperiode. In de komende bestuursperiode is de realisatie van
Pagina 27 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier de plannen voor IKC Triangel op locatie Dalweg in Aalten gepland en zal de planvorming voor de vervangende nieuwbouw voor Chr. College Schaersvoorde in Aalten verder vorm krijgen. Daarnaast wordt in 2026 gestart met actualisatie van het IHP2023. In samenspraak met de schoolbesturen zal aandacht besteed worden aan de verduurzaming van de schoolgebouwen en de financiële kaders. Samen met actuele data en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting zal dit leiden tot een geactualiseerd IHP2027 dat in 2027 voorgelegd wordt aan de gemeenteraad. We willen zijn voorbereid op een toestroom van kinderen en op tijdelijke opvanglocaties waar kinderen worden opgevangen en onderwijs volgen. Dit betekent dat we afspraken moeten maken met het onderwijs en dat er budget beschikbaar moet komen om onderwijs te organiseren. 3.2.13 Onderwijs nieuwkomers Het onderwijs voor nieuwkomers staat onder druk. De scholen zitten vol en de doorstroom stagneert. Kinderen van nieuwkomers hebben vaak trauma's opgelopen en dit uit zich ook op school. De komende jaren verwachten we een heel aantal nareizigers waarbij het overgrote deel kinderen. Om dit op te kunnen vangen is goed onderwijs nodig en willen we in de regio Oost-Achterhoek ook voor het primair onderwijs tot afspraken komen.
Ook willen we voorbereid zijn op opvanglocaties die via particuliere ondernemers worden gefaciliteerd. Ook dan hebben kinderen recht op onderwijs en moeten we dit zo spoedig mogelijk organiseren, binnen het reguliere nieuwkomersonderwijs of via een Tijdelijke Nieuwkomers Voorziening. 3.2.14 Van lokale omroep naar streekomroep Elke gemeente in Nederland heeft een lokale publieke omroep. Deze zijn op advies van de gemeente aangewezen door het Commissariaat voor de Media. De gemeente heeft een bekostigingsplicht voor de lokale omroep en ontvangt hiervoor een bijdrage in het gemeentefonds. Er komt binnenkort een stelselwijziging voor de lokale publieke omroep. Het wetsvoorstel voor wijziging van de Mediawet (verwachte ingangsdatum 1 januari 2028) wijzigt de financiering van de lokale publieke omroep; de Rijksoverheid neemt de bekostiging over. Dan wordt er in plaats van een lokale omroep een streekomroep voor de streek ’De Achterhoek’ aangewezen. De geoormerkte bijdrage die de gemeente in het gemeentefonds ontvangt voor de lokale omroep vervalt in de toekomst.
De verantwoordelijke portefeuillehouders hebben afgesproken om na wijziging van de Mediawet (waarschijnlijk per 1 juli 2026) met de negen betrokken gemeenten af te stemmen op welke onderdelen we in onze streek al dan niet gezamenlijk in actie (moeten) komen om straks tot een advies voor aanwijzing van de streekomroep te komen en binnen deze streekomroep een lokaal toereikend media-aanbod te borgen. Gevolg van deze stelselwijziging is dat bekostigingsplicht voor de lokale omroep eindigt en de structurele en tijdelijke extra subsidie voor de lokale omroep eindigt. Met de huidige lokale omroep zijn er gesprekken gevoerd over de gevolgen van de wetswijziging en de mogelijkheid om in te schrijven als nieuwe streekomroep. De lokale omroep heeft aangegeven na te denken over de scenario's om hun activiteiten voort te kunnen zetten. In de gesprekken is ook aandacht voor de positie van vrijwilligers die bij de lokale omroep betrokken zijn. 3.2.15 Meerjarenplan bibliotheekwerk Op basis van wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), die vermoedelijk op 1 januari 2027 ingaat, heeft de gemeente een zorgplicht voor het in stand houden van een bibliotheekvoorziening voor inwoners. Volgens deze wet moeten we binnen één jaar na publicatie (van deze wet) samen met onze lokale bibliotheek (Bibliotheek Poort van Gelre) een meerjarenplan opstellen.
Dit plan beschrijft hoe wij als gemeente invulling geven aan onze zorgplicht en wat onze beleidskeuzes zijn ten aanzien van het bibliotheekwerk. Het plan beschrijft daarnaast hoe de bibliotheek past binnen de maatschappelijke opgaven waar we als gemeente voor staan en op welke wijze de bibliotheek deze ondersteunt. 3.2.16 Wet van school naar duurzaam werk Het doel van de wet Van school naar duurzaam werk is om jongeren tot 27 jaar met een afstand tot de arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te geven richting economische zelfstandigheid. Dit om jongeren aan het werk te krijgen en te houden en de kansengelijkheid onder jongeren te vergroten.
Pagina 28 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier De wet stimuleert de regionale samenwerking tussen onderwijs, doorstroompunten en de gemeente. Dit gebeurt via een aantal samenhangende maatregelen: Scholen moeten aanvullende loopbaanbegeleiding bieden tot een jaar na diplomering of het verlaten van de school in het beroepsonderwijs, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Doorstroompunten gaan jongeren zonder startkwalificatie tot 27 jaar begeleiden (nu tot 23 jaar) terug naar school of werk. Gemeenten worden verplicht om vanuit de Participatiewet jongeren preventief te helpen, zodat zij met passende ondersteuning terug kunnen naar school, naar werk of een combinatie van beiden. De ingangsdatum van de wet is 1 januari 2026 en richt zich op een meer regionale aanpak, borging en aansturing, met als doel de dienstverlening aan de doelgroep beter aan te laten sluiten. In de Achterhoek werken organisaties in het onderwijs, gemeenten, werkgevers en het Doorstroompunt al jaren samen aan de toekomst van jongeren die hier wonen, leren of werken. De nieuwe wet Van school naar duurzaam werk bouwt hierop voort. In 2025 is er in de arbeidsmarktregio Achterhoek gewerkt aan een regionale aanpak die aansluit op de decentrale manier van werken in de Achterhoek en vanzelfsprekend is – in lokale teams, dichtbij jongeren en hun leefwereld.
Centrumgemeente Doetinchem vraagt namens de arbeidsmarktregio Achterhoek in het eerste kwartaal van 2027 subsidie aan bij het ministerie van OCW voor de uitvoering van het regionale programma. Wanneer het ministerie akkoord is kan er gestart worden met de uitvoering en implementatie van het regionale programma. Laborijn maakt in 2026 een plan van aanpak om, aansluitend op de regionale aanpak, de (preventieve) dienstverlening aan jongeren te verbeteren. 3.2.17 Implementatie Participatiewet in Balans In 2021 is het toenmalige kabinet een traject gestart om de huidige Participatiewet aan te passen. De toepassing van de huidige Participatiewet wordt door inwoners en professionals als te complex en te 'hard' ervaren, met te veel focus op regels en te weinig op de menselijke maat. Op 30 september 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Participatiewet in Balans. Doel van de wet is om de regels en ondersteuning op grond van de Participatiewet beter af te stemmen op de mogelijkheden en behoeften van inwoners die afhankelijk zijn van bijstand. Kernbegrippen hierbij: vereenvoudiging, vertrouwen en menselijke maat. Om het doel van de wet te bereiken, is wijziging van regels nodig en ook een cultuurverandering en andere manier van kijken naar mensen: van denken in systemen naar denken in wat mensen nodig hebben.
Laborijn voert de Participatiewet uit voor de gemeente Aalten. Laborijn werkt al een aantal jaren volgens de bedoeling van Participatiewet in Balans. Ook de eerste technische wetswijzigingen zijn per 1 januari 2026 ingevoerd en geïmplementeerd door Laborijn. Nieuwe wijzigingen worden in de tweede fase per 1 januari 2027 verwacht, waarmee de wet dan volledig in werking zal zijn. Als gevolg van de wetswijziging moet uiterlijk op 1 januari 2027 de gemeentelijke reintegratieverordening zijn aangepast. Naast re-integratie naar werk wordt maatschappelijke participatie expliciet als doel geïntroduceerd, wat moet worden vastgelegd in de verordening. In 2026 gaan we samen met Laborijn en andere partners in de sociale basis in kaart brengen wat er al is op het gebied van maatschappelijke participatie voor inwoners en hoe we dit verder vorm gaan geven. 3.2.18 Toekomstbestendigheid Laborijn Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wsw, Participatiewet en Wet inburgering. Aalten heeft dit, samen met Doetinchem en Montferland, bij Laborijn gelegd. Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is de instroom in de Wsw gestopt en is de Wajong alleen nog beschikbaar voor mensen die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn. Het gevolg hiervan is dat er een steeds grotere, nieuwe doelgroep met een arbeidsbeperking een beroep doet op Laborijn voor ondersteuning.
De middelen die voor de nieuwe doelgroep vanuit de Rijksoverheid beschikbaar zijn, zijn een stuk lager dan voorheen onder de Wsw. De middelen die gemeenten van het Rijk ontvangen voor de uitvoering van de Participatiewet en de Wet Inburgering zijn onvoldoende om de huidige infrastructuur van Laborijn in de toekomst overeind te houden.
Pagina 29 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier Dit maakt dat we voor strategische vraagstukken staan. Hoe zorgen we ervoor dat ook in de toekomst inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt gebruik kunnen maken van de dienstverlening van Laborijn? En hoe houden we dit betaalbaar? De komende jaren zijn er vanuit de Rijksoverheid middelen beschikbaar gesteld om aan dit te onderzoeken. In 2026 onderzoeken de gemeenten die samenwerken binnen Laborijn in samenwerking met experts vanuit het landelijk adviesteam van het ministerie van SZW in hoeverre de huidige koers van Laborijn toekomstbestendig is. In Q1 2026 vindt er een spiegelsessie plaats met het landelijk adviesteam van het ministerie van SZW, waarbij de vraag centraal staat in hoeverre de huidige koers van Laborijn toekomstbestendig is. Dit expertteam levert een rapport op met een financiële doorrekening. Dan zijn de GR-gemeenten aan zet. Wat is de visie van de gemeente Aalten op het begeleiden van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt in het brede sociale domein? En wat is de plek van het sociaal ontwikkelbedrijf Laborijn in deze toekomstvisie? Om dit te onderzoeken kan gebruik worden gemaakt van de impulsmiddelen die we hiervoor ontvangen van het Rijk. 3.2.19 Doorontwikkeling Wet Inburgering 2021 Door de Wet Inburgering 2021 is het inburgeringsstelsel ingrijpend veranderd.
Gemeenten hebben hierdoor sinds 2022 een belangrijke rol bij de begeleiding van nieuwkomers die inburgeringsplichtig zijn. Deze taak is door Aalten belegd in bij Laborijn. Het doel van de Wet inburgering 2021 is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland. En dat ze daarnaast zo snel mogelijk werk vinden. In 2025 vond de eerste uitstroom uit de wet plaats, en worden de eerste resultaten zichtbaar. Samen met Laborijn en in samenwerking met de regio wordt in 2026 de huidige werking van de Wet Inburgering geëvalueerd en doorontwikkeld. Zo wordt er gewerkt aan beter passende trajecten voor jongeren en wordt het taalonderwijs voor inburgeraars verbeterd. Daarnaast blijft het faciliteren van duale trajecten en vooral de combinatie van werk en inburgering van groot belang. Voor de uitvoering van deze wet ontvangt de gemeente uitvoeringsgelden en de Specifieke Uitkering (SPUK) om de inburgering te betalen, deze worden één op één overgeheveld naar Laborijn. In 2026 zijn er een aantal praktische wijzigingen in de SPUK’s, zoals invoering van een prestatiebekostiging en aanpassing van de SPUK-onderwijsroute en het betaalritme. De doorontwikkeling van dit beleid vindt binnen deze context plaats.
3.2.20 Beëindiging RTB & tijdelijk transitiedocument voor Oekraïense ontheemden Vluchtelingen uit Oekraïne hebben verblijfsrecht in Nederland onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) tot en met 4 maart 2027. Na beëindiging van de RTB komen vluchtelingen (ontheemden) uit Oekraïne in aanmerking voor een tijdelijk transitiedocument dat drie jaar geldig is. Bij het transitiedocument horen op termijn rechten, plichten en voorzieningen die vergelijkbaar zijn met andere inwoners van Nederland. Zo kunnen ontheemden uit Oekraïne zoveel mogelijk voor zichzelf zorgen en actief bijdragen aan de Nederlandse samenleving. Door het rijk wordt er gewerkt aan een samenhangend pakket van rechten, plichten en voorzieningen voor Oekraïense ontheemden. Bijvoorbeeld op het gebied van het verblijfsrecht, onderwijs, zorg, participeren & inkomen en wonen. Deze verschuivingen zullen impact hebben op het sociaal domein, maar nog niet alle details en risico’s zijn door het rijk in beeld gebracht. Dit is deels ontstaan door de recente publicatie van de contouren (november 2025), de verschuivingen in de nationale politiek en de keuze om de allocatie van middelen en financiële besluitvorming mee te laten lopen in het reguliere proces van de voorjaarsbesluitvorming.
Eén ontwikkeling waar al enige zekerheid over is, is de gefaseerde instroom in de Participatiewet voor bijstandsgerechtigde Oekraïners. De gemeente anticipeert hierop door middel van het project casemanagement waarin voor alle Oekraïners een zo hoog mogelijke vorm van participatie (waar mogelijk betaald werk) wordt nagestreefd om zo de instroom in de Participatiewet te verkleinen. Hiermee anticiperen we ook op het uitblijven van een inburgeringsplicht voor de doelgroep, en zetten we in op andere trajecten voor de doelgroep om de taal te leren. Aanvullende maatregelen (zoals een vangnet tijdens de transitieperiode en aanvullende financiële middelen voor arbeidstoeleiding) zijn nog in ontwikkeling. Veel ontheemden verblijven nu in een gemeentelijke opvang, waarvoor zij afhankelijk van hun inkomen een eigen bijdrage betalen. Volgens het kabinet hoort bij het normaliseren van de rechtspositie ook, dat zo snel mogelijk een einde komt aan deze overheidsopvang. Het kabinet werkt
Pagina 30 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier aan een aanpak voor de overgang van opvang naar huisvesting. Deze aanpak zal in samenwerking met gemeenten en woningcorporaties worden uitgewerkt. De uitvoerbaarheid van deze taak blijft een groot risico in de verdere uitwerking van dit beleid, en zal grote impact hebben op de gemeente. Door deze wijziging verandert ook de financieringsstructuur van de opvang van Oekraïense ontheemden. Er wordt gewerkt aan een doelgroepflexibele opvangregeling om lokale overheden langjarig (vijf jaar) beter in staat te stellen opvang voor de diverse doelgroepen te realiseren. Deze regeling vervangt onder andere de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne. Hierbij worden de gemeentelijke locaties onafhankelijk van de daarin verblijvende doelgroepen gefinancierd (te weten ontheemden, statushouders in doorstroomlocaties en/of asielzoekers). De beoogde inwerkingtreding van de regeling is 1 mei 2026, aansluitend aan en onder voorbehoud van de definitieve financiële besluitvorming over de regeling bij de Voorjaarsnota 2026. Tot de inwerkingtreding lopen de huidige regelingen door. 3.2.21 Realisatie asielopvang vanuit de Spreidingswet Gemeenten hebben met de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers.
Afhankelijk van de uiteindelijke uitvoering van de door de gemeenteraad vastgestelde kaders (voorjaar 2026) kan hier op verschillende manieren invulling aan worden gegeven. Per uitwerking verschilt de impact op het sociaal domein en ander beleidsterreinen van de gemeente. De nationale implementatie van het Europees migratiepact (medio 2026) kan hier invloed op hebben. Gemeenten krijgen te maken met strengere opvangnormen, snellere asielprocedures en verplichtingen op het gebied van crisisvoorbereiding en integratie (bijvoorbeeld snellere arbeidstoeleiding voor kansrijke asielzoekers en wijzigingen in de periode van leerplicht). Afhankelijk van het gekozen model van asielopvang zal de naleving van deze eisen bij het COA of bij de gemeenten belegd worden. 3.2.22 Stelselherziening kinderopvangtoeslag Het Ministerie van SZW werkt aan het wetsvoorstel Financiering kinderopvang. Dit is de basis voor een nieuw financieringsstelsel, waarmee de kinderopvangtoeslag wordt vervangen door een hoge, inkomensonafhankelijke vergoeding voor kinderopvang. Deze vergoeding zal als subsidie direct aan de houders van kindercentra en gastouderbureaus worden uitgekeerd.
Gemeenten hebben verschillende rollen met betrekking tot de kinderopvang, waarop dit wetsvoorstel mogelijk impact heeft, waaronder: - De ontwikkeling van het kind: De gemeente is verantwoordelijk voor het aanbieden van peuteropvang aan kinderen van niet-werkende ouders en voor- en vroegschoolse educatie (VVE), waardoor de ontwikkeling van het kind bevorderd wordt. Daarnaast kunnen gemeenten sociaal-medische indicaties (SMI) afgeven. - Bestaanszekerheid en kansengelijkheid: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vergroten van de bestaanszekerheid van inwoners, onder andere door ervoor te zorgen dat zij via (betaald) werk kunnen participeren in de samenleving. Toegankelijke en betaalbare kinderopvang kan bijdragen aan de arbeidsparticipatie van ouders. Ook hebben gemeenten (en kinderopvangorganisaties) de maatschappelijke opdracht om te werken aan inclusieve kinderopvang. - Kwaliteit en veiligheid: De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving op kwaliteit en veiligheid van de kinderopvang. GGD-NOG voert in opdracht van de gemeente het toezicht uit. - Huisvesting: De gemeente heeft geen wettelijke taak in de huisvesting van kinderopvang. Wel heeft de gemeente een wettelijke taak in onderwijshuisvesting. In de praktijk worden schoolgebouwen vaak gebruikt als huisvesting voor kinderopvang.
Voor het openen van nieuwe locaties is bovendien soms ook aanpassing van het bestemmingsplan nodig. Op dit moment is onduidelijk wat de gevolgen zijn van de stelselherziening. Het is onduidelijk of de vraag van ouders naar kinderopvang in onze gemeente hierdoor toe gaat nemen. Ook is niet duidelijk of de bestaande kinderopvanglocaties in onze gemeente de eventuele extra vraag op kunnen vangen of dat er aanvragen voor nieuwe locaties zullen komen en of dat al dan niet binnen de huidige onderwijshuisvesting is. Het is nog niet duidelijk of de kosten voor kinderopvang gaan stijgen en wat de eventuele gevolgen zijn voor de bijdrage die de gemeente betaalt voor ouders die geen kinderopvangtoeslag ontvangen. Ook is het nog niet duidelijk wat dit voor gevolgen heeft voor VVEaanvragen en -plaatsingen en voor SMI. De gevolgen worden in de periode na de stelselherziening duidelijk.
Pagina 31 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier
3.2.23 Hervormingsagenda Jeugd en Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming In de komende bestuursperiode moeten we verder uitvoering geven aan de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Dit is belangrijk omdat het bijdraagt aan betere, tijdige en samenhangende ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen, waardoor problemen eerder worden aangepakt en passende hulp duurzamer en effectiever wordt ingezet. Onder deze twee actuele ontwikkelingen vallen verschillende opgaven. Een deel van deze opgaven wordt geborgd in het project Sterke Lokale Teams, zoals: normaliseren, meer integraal en domeinoverstijgend werken, één gezin één plan één regisseur, meer datagedreven werken en monitoren, het versterken van de pedagogische en sociale basis en beter vindbare en toegankelijke lokale teams. Zie voor deze opgaven 3.2.24 Sterke Lokale Teams Het andere deel van de opgaven is specifiek gericht op jeugd, zoals het wetsvoorstel Reikwijdte, waarbij de focus ligt op een duidelijkere afbakening van jeugdhulp, om zo de beschikbare hulp te richten op jeugdigen en gezinnen die deze het meest nodig hebben en om het jeugdzorgstelsel financieel houdbaar te houden. Daarnaast wordt ingezet op het voorkomen van residentiële zorg, met als doel jeugdigen zoveel mogelijk in een zo thuis mogelijke omgeving te laten opgroeien.
Ook betreft dit de af- en ombouw van Jeugdzorg+, in het kader van de beweging naar nul gesloten plaatsingen in 2030, waarbij het tijdig ontwikkelen en versterken van passende alternatieven essentieel is, zodat deze jeugdigen een geschikte plek krijgen. Verder is er aandacht voor regionale samenwerking, onder andere naar aanleiding van de Wet Verbetering Beschikbaarheid Jeugdzorg, ten behoeve van kennisuitwisseling, het bundelen van expertise, samen leren en verbeteren en de gezamenlijke inkoop van specialistische jeugdhulp. Tot slot wordt ingezet op standaardisatie van processen, om administratieve lasten te verminderen. In de komende tijd moeten we verder uitvoering geven aan de Hervormingsagenda Jeugd (20232028) en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (2023-2026+, na 2026 volgt doorontwikkeling en verdere borging in de praktijk). Dit doen we onder andere via het project Sterke Lokale Teams en de opgaven die hierboven genoemd zijn. 3.2.24 Sterke Lokale Teams Landelijk wordt gezien dat gezinnen en huishoudens nu te vaak vastlopen in regels, doorverwijzingen en versnipperde hulp. Problemen binnen een huishouden hangen meestal met elkaar samen en vragen daarmee om een team dat dichtbij is, vroegtijdig signalen oppakt, passende ondersteuning inzet en waar nodig deskundigheid bijschakelt.
Normaliseren is hierbij leidend: uitgaan van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk, en vragen zoveel mogelijk oplossen in het gewone leven. We ontwikkelen een sterk lokaal team omdat we als gemeente een wettelijke én maatschappelijke opdracht hebben om inwoners passende, toegankelijke en samenhangende ondersteuning te bieden. Deze opdracht komt voort uit de wetgeving binnen het sociaal domein (o.a. Jeugdwet, Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Participatiewet, Wet Inburgering en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) en vraagt van gemeenten om ondersteuning integraal en dichtbij inwoners te organiseren. Een sterk lokaal team maakt het mogelijk om breed te kijken, eenvoudiger te handelen en sneller passende ondersteuning te bieden, in nauwe samenwerking met de sociale basis en het informele netwerk. Op deze manier versterken we eigen regie, zorgen we voor de meest passende oplossing en dragen we bij aan een toekomstbestendig, betaalbaar en inwonersgericht sociaal domein. De Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (0–100 jaar) versterken deze opdracht. Zij vragen onder andere van gemeenten dat we uiterlijk in 2028 de schotten tussen jeugd, volwassenen en participatie doorbreken, en ook de schotten tussen de sociale basis en geïndiceerde zorg opheffen.
Dit betekent dat we integraal naar huishoudens moeten kijken en de ondersteuning samen met het huishouden moeten organiseren via één herkenbaar, toegankelijk en sterk lokaal team, ook als er sprake is van een onveilige situatie. Omvang en expertise moeten worden afgestemd op onze lokale situatie. Het lokale team krijgt een spilfunctie en moet zorgen voor een samenhangende aanpak met minder loketten, minder overdrachtsmomenten en minder complexiteit voor inwoners. Ook de regiovisie Samen Veilig versterkt de opdracht om een Sterk Lokaal Team te ontwikkelen. In de herijkte regiovisie Samen Veilig 2024-2028 van de regio Arnhem-Achterhoek worden vijf speerpunten
Pagina 32 van 44
Gemeente Aalten
Bestuurswisseling 2026, beleidsmatig & financieel overdrachtsdossier benoemd die ook richting geven aan hoe het lokale team in de ideale situatie functioneert. Gemeente Aalten heeft twee speerpunten geprioriteerd; 1. het sterke lokale team biedt één vast gezicht dat langdurig betrokken blijft en waar nodig optrekt met het regionaal veiligheidsteam of een andere specialistische expertise 2. het sterke lokale team hanteert een brede blik, biedt maatwerk en heeft tijd voor het gezin. Deze speerpunten worden nadrukkelijk meegenomen bij de ontwikkeling naar een Sterk Lokaal Team. Na afronding van de startnotitie, waarin in kaart is gebracht waar de gemeente op dit moment staat en welke ontwikkelstappen noodzakelijk zijn, werken we aan een onderbouwde blauwdruk voor een sterk lokaal team binnen de gemeente Aalten. Deze blauwdruk wordt opgesteld op basis van data-analyse en bewezen werkwijzen, en wordt zorgvuldig afgestemd op de lokale context. Zowel interne als externe partners worden hierbij betrokken, onder begeleiding van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De inzichten die tijdens dit proces worden opgedaan, worden vertaald naar een voorstel dat eind 2026 ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.
3.2.25 Herinrichten toegang De afgelopen periode zijn stappen gezet op het gebied van de herinrichting van de toegang tot het sociaal domein, in lijn met de ambities uit de Kadernota Sociaal Domein 2021 en het Uitvoeringsprogramma 2022–2026. Doel is een minder versnipperde, duidelijk gepositioneerde en voor inwoners vindbare, zichtbare en laagdrempelige toegang tot hulp en ondersteuning, waarbij de menselijke maat en persoonlijke ondersteuning centraal staan. De druk op gemeenten binnen het sociaal domein is de afgelopen jaren toegenomen. Gemeenten hebben de wettelijke verantwoordelijkheid om inwoners een begrijpelijke, toegankelijke en samenhangende toegang tot zorg en ondersteuning te bieden. Tegelijkertijd spelen nieuwe ontwikkelingen, zoals de verplichting tot een Sterk Lokaal Team, de doorontwikkeling van thema’s als veerkrachtig ouder worden en mentale gezondheid, het beleidskader Welzijn, Wonen en Zorg en de wijkgerichte aanpak binnen het IZA. Deze ontwikkelingen bevestigen de noodzaak van één integraal toegangsmodel voor alle inwoners en alle onderdelen van het sociaal domein. Het afgelopen jaar is gewerkt aan een onderbouwd voorstel voor de herinrichting van de toegang.