CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

A25. Raadsmededeling 26-2026 Onderzoeksrapport inkomenseffectmeting KWIZ en doorontwikkeling financiële bestaanszekerheid

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Mededelingen van de voorzitter en advies van de agendacommissie over de ingekomen stukken28.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

14

Kinderen in de gemeente Aalten kunnen gebruik maken van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Tegelijkertijd wordt de regeling in de praktijk door een relatief kleine groep aangevraagd. Om de maximale impact van het gemeentelijke beleid in deze rapportage weer te geven, is ervoor gekozen om het Jeugdfonds mee te nemen in de berekening. Per kind gaat dit om een bedrag van € 25 aan vergoeding per maand. 15 Er is geen officiële check, intermediairs hanteren geen harde inkomenstoets. In het rapport gaan we uit van de inkomensgrens 120% Wsm.

5

Gemeente Aalten

Versie 0.2

1.5. Uitgangspunten Voor de inkomenseffecten doen we de volgende aannames. Algemeen • De huishoudens ontvangen alle landelijke toeslagen waar ze recht op hebben. • De huishoudens maken ofwel gebruik van alle lokale regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag ofwel maken van geen enkele regeling gebruik (zie paragraaf 1.4). • De huishoudens hebben geen schulden. • De huishoudens wonen in een huurwoning waarin zij recht hebben op huurtoeslag. • Voor de uitgaven wordt uitgegaan van gemiddelden per huishoudtype. Dit betekent dat een ongunstige situatie, bijvoorbeeld een hogere huurprijs of een slecht geïsoleerd huis, direct gevolgen kan hebben voor de inkomenseffecten zoals in dit rapport zijn weergegeven. • Voor de uitgaven geldt bovendien de aanname dat deze stabiel blijven op de verschillende inkomensniveaus. Het gaat dan om de basisuitgaven: uitgaven voor vaste lasten, reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven en het normbudget voor maatschappelijke deelname. Uitzondering hierop vormen de werk gerelateerde kosten. Huishoudens hebben vanaf een inkomensniveau van 110 procent Wsm ook werk gerelateerde kosten (woon-werkverkeer en werkkleding). De basisuitgaven blijven stabiel in de inkomenseffectrapportage zodat zichtbaar wordt of huishoudens meer budget overhouden voor extra uitgaven bij een hoger inkomensniveau.

• Het normbedrag voor sociale participatie betreft een bedrag dat huishoudens besteden om sociaal mee te doen in de samenleving. Dit is het bedrag voor alle vrijetijdsactiviteiten van een huishouden als sport, hobby, recreatie, uitjes, abonnementen, op bezoek gaan bij anderen (inclusief vervoer) en bezoek ontvangen. Het normbedrag is gebaseerd op een gemiddelde situatie specifiek gericht op minimahuishoudens. In hoeverre dit bedrag toereikend is voor alle minimahuishoudens kan in de praktijk afwijken. • Het vermogen van de huishoudens ligt binnen de grenzen van de Participatiewet16. BSO •

•

Alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Voor alleenstaande ouders met een inkomen van 110 procent Wsm of hoger zal het 8-jarige kind naar de buitenschoolse opvang (BSO) zodat de ouder kan werken. Daarbij gaan we uit van de volgende uren en tarieven: o Inkomen van 110 en 120 procent Wsm: twee dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarig kind tegen een tarief van € 9,52 (maximum uurtarief Rijksoverheid 2025). o Inkomen van 130 procent Wsm: drie dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarig kind tegen een tarief van € 9,52 (maximum uurtarief Rijksoverheid 2025). Bij een paar met twee kinderen met een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger. We gaan ervan uit dat deze huishoudens geen BSO nodig hebben, omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen. Dit is eveneens waarom een paar met kinderen geen combinatiekorting krijgt bij werkaanvaarding.

Gemeentelijke regelingen • (Collectieve) zorgverzekering o De gemeente biedt middels Menzis gemeentelijke zorgpolissen aan. Inwoners kunnen kiezen uit verschillende pakketten. In deze rapportage is gerekend met het pakket Menzis Basis, Garant Verzorgd 1, Garant Tand Verzorgd 250 voor de huishoudens onder de AOW-leeftijd. Voor de huishoudens boven de AOWleeftijd is pakket Menzis Basis, Garant Verzorgd 2, Garant Tand Verzorgd 250 16

Die vermogensgrens is € 15.540 voor paren, een gezin of alleenstaande ouder en € 7.770 voor een alleenstaande.

6

Gemeente Aalten

•

•

•

•

Versie 0.2

doorgerekend. Deze pakketten worden in de gemeente het meest gebruikt. De huishoudens met een inkomen t/m 120 procent Wsm maken gebruik van deze zorgpolissen. o We doen de aanname dat huishoudens een reguliere zorgverzekering hebben afgesloten (een gemiddeld premiebedrag van acht grote zorgverzekeraars), wanneer zij niet (meer) in aanmerking komen voor de gemeentelijke zorgpolis. Voor huishoudens met AOW is een uitgebreid zorgpakket samengesteld. Dit bestaat opnieuw uit een gemiddeld premiebedrag op basis van zorgverzekeraars17. Vanuit de meedoenregeling worden twee vergoedingen aangeboden. In deze rapportage rekenen wij voor de kinderen tot 18 jaar de vergoeding door van € 250 en voor volwassenen de vergoeding van € 175 per jaar. Deze kan worden ingezet voor sportieve, sociale, culturele en educatieve activiteiten. Met het Kindpakket kunnen kinderen een vergoeding ontvangen voor educatie en schoolgerelateerde activiteiten. Voor kinderen op het basisonderwijs (4 - 11 jaar) is de vergoeding € 250 en voor kinderen op het voortgezet onderwijs (12 - 18 jaar) is deze € 350. Deze vergoedingen rekenen wij door aan de huishoudens met kinderen. Via het Jeugdfonds Sport en Cultuur kunnen kinderen vergoedingen ontvangen voor (een lidmaatschap voor) sportieve en culturele activiteiten. De vergoeding voor sport bedraagt € 300 en voor cultuur € 500.

De kinderen in deze rapportage ontvangen beide de vergoeding voor sport, deze wordt in de gemeente het meest gebruikt. De individuele inkomenstoeslag wordt toegekend aan de voorbeeldhuishoudens die drie jaar of langer een minimuminkomen hebben.

Huishouden met inwonende meerderjarige kinderen • Het jongste inwonende kind van 18 jaar ontvangt een bijstandsuitkering en het oudste inwonende kind van 23 jaar studeert. In deze rapportage kijken we wat deze situatie betekent voor de maandbegroting van het paar waarbij deze meerderjarige kinderen inwonen. • Het inkomen van de inwonende kinderen wordt niet opgeteld bij het inkomen van de ouders. Het ouderpaar ontvangt geen toeslagen of regelingen voor de kinderen (meer). Tegelijkertijd behoudt het ouderpaar wel de kosten voor een huishouden dat is gebaseerd op vier personen. Dit geldt voor de vaste lasten en kosten voor boodschappen. Logischerwijs zijn de gemeentelijke regelingen niet berekend voor de inwonende meerderjarige kinderen en wél bij de ouders. • Meerderjarige kinderen betalen niet mee aan vaste kosten zoals gemeentelijke heffingen, huur, gas, water en elektra. Ook betalen zij niet (mee aan) de boodschappen (onderdeel van huishoudelijke uitgaven). Dit zijn dus extra uitgaven voor de ouders. • De meerderjarige kinderen betalen zelf huishoudelijke (m.u.v. boodschappen) en reserveringskosten. Daarnaast betalen zij ook hun eigen telecom kosten, vervoer en kosten voor sociale participatie. Het is namelijk aannemelijk dat de inwonende kinderen voldoende budget hiervoor ontvangen, vanuit de bijstandsuitkering of de basis- en aanvullende beurs in 2025.

De kosten die inwonende meerderjarige kinderen zelf betalen, zijn niet meegenomen in de begroting van ouder(s). • Beide meerderjarige kinderen betalen zelf de zorgverzekering en ontvangen daar de zorgtoeslag voor.

17

Het gemiddelde premiebedrag voor een reguliere zorgverzekering voor huishoudens onder de AOWleeftijd is gebaseerd om de meest gekozen pakketten bij acht grote zorgverzekeraars. In het pakket zit een basisverzekering, aanvullende verzekering (wisselende samenstelling aan vergoeding: bijvoorbeeld 6 tot 12 fysiobehandelingen per jaar, spoedeisende hulp, anticonceptie) en een basis tandverzekering (circa 75 procent vergoeding tot € 250 per jaar). Voor een uitgebreide zorgverzekeringspakket is opnieuw een gemiddelde genomen op basis van acht grote zorgverzekeraars. In het uitgebreide pakket zit een basisverzekering (streven is 100 procent vergoeding bij zorgverleners met en zonder contract), aanvullende verzekering (wisselende samenstelling aan vergoeding: bijvoorbeeld 9 tot 25 fysiobehandelingen per jaar, alternatieve zorg, brillen/ lenzen) en een duurdere tandverzekering.

7

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Huishouden met een zorgvraag • Bij het huishouden dat een zorgvraag heeft, zijn extra kosten doorgerekend voor reiskosten naar het ziekenhuis of specialist, de maximale eigen bijdrage voor medicatie én reserveringskosten voor maaltijdvoorziening, dieetkosten, huishoudelijke hulp, waskosten en personenalarmering. • Het huishouden met de zorgvraag ontvangt naast de andere gemeentelijke regelingen, de bijzondere bijstand zorgkosten en de bijzondere bijstand eigen risico zorgkosten. o Met de bijzondere bijstand zorgkosten worden in de gemeente vaak kosten vergoed als de CAK, extra reiskosten, dieetkosten en tandartskosten. In deze rapportage ontvangen de huishoudens maandelijks € 21 voor het CAK, € 15 voor extra reiskosten en € 33,33 voor dieetkosten aan vergoeding uit deze regeling. o Middels de bijzondere bijstand eigen risico zorgkosten wordt een deel van het eigen risico vergoed. Als er € 100 of meer van het eigen risico in rekening is gebracht, wordt de helft vergoed. De eerste € 100 betaalt een inwoner altijd zelf. Van de resterende € 285 wordt maximaal de helft vergoed door de gemeente. Dat betekent dat het huishouden met een zorgvraag vanuit deze regeling per jaar € 142,50 terugkrijgt in deze rapportage.

1.6. Kanttekening Bij een doorrekening die gestoeld is op een aantal aannames, behoort ook een kanttekening. De uitgaven betreffen de minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om in bepaalde kosten te kunnen voorzien. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks meer (of minder) uitgeeft dan de (norm)bedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden een ander bedrag per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven. Individuele situaties kunnen daarom afwijken van de begrotingen zoals opgenomen in deze rapportage. Een andere kanttekening zit in de toekenning van de vergoedingen uit de gemeentelijke regelingen in deze rapportage. Voor meerdere regelingen geldt een draagkrachtberekening. Dit betekent dat inwoners in sommige gevallen een vergoeding kunnen ontvangen uit een gemeentelijke regeling met een inkomen bóven de inkomensgrens van de betreffende regeling. Dit is niet weer te geven in de cijfers van dit rapport. Waar er in de maandbegrotingen van de huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm is weergegeven dat ze maandelijks € 0 uit gemeentelijke regelingen ontvangen, kan de werkelijkheid zo zijn dat ze wel een vergoeding ontvangen op basis van de draagkrachtberekening.

8

Gemeente Aalten

Versie 0.2

2. Inkomenseffecten In dit hoofdstuk gaan we per voorbeeldhuishouden in op het effect van inkomensverhoging. Daarbij kijken we naar het budget dat maandelijks overblijft na het doen van de basisuitgaven en uitgaven voor participatie. De invloed van het gebruik van gemeentelijke regelingen is hierbij te zien. In bijlage 2 staan de volledig begrotingen per voorbeeldhuishouden.

2.1. Alleenstaande

Budget na uitgaven: alleenstaande Geen gebruik

Volledig gebruik

€ 600 € 398

€ 400 € 254 € 200 € 52

€ 112

€ 120

€ 398

€ 282

€ 148

€0 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

Alleenstaanden hebben na hun basisuitgaven voldoende geld over om uit te geven aan participatie; als zij gebruikmaken van alle regelingen én ze besteden maandelijks het normbedrag van € 121 aan participatie dan hebben zij € 112 over. Wanneer alleenstaanden geen regelingen ontvangen is het resterende budget € 52 per maand. Verder loont het voor alleenstaanden om telkens meer te gaan werken. De loonstijging vangt het wegvallen van landelijke en gemeentelijke regelingen op. Hier is zowel sprake van wanneer alleenstaanden geen regelingen gebruiken, alsook wanneer zij een aantal of alle regelingen gebruiken Leeswijzer tabel: het huishouden heeft inkomsten uit uitkering of werk, aangevuld met maximale landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Hiervan trekken we de uitgaven af: basisuitgaven en sociale participatie uitgaven. Dit leidt uiteindelijk tot een resterend maandbudget.

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.345 543 59

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

1.715 121

1.782 121

1.782 121

1.773 121

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

112 52

148 120

282 254

398 398

9

110% 1.480 543 28

120% 1.615 543 28

130% 1.749 543 0

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Uitgelicht: voorbeeldcasus van een alleenstaande Bijstandsuitkering Hilda is alleenstaand. Zij krijgt een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.345 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij heeft maandelijks recht op € 543 aan toeslagen van het Rijk. Voor Hilda bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Hilda rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 59 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering en de Meedoenregeling. Naast deze inkomsten heeft zij natuurlijk verschillende uitgaven; basisuitgaven van € 1.715 per maand en uitgaven om mee te doen in de samenleving van € 121 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houdt zij maandelijks nog € 112 over. Maakt zij van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan houdt ze € 52 over aan het eind van de maand. 110 procent Wsm Als Hilda werk krijgt tegen een loon van 110 procent Wsm, dan stijgt haar netto-inkomen naar € 1.480 per maand. Zij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd, dus € 543 per maand. Het recht op de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen vervalt, maar Hilda behoudt het recht op de andere minimaregelingen, een totaalbedrag van € 28.

Haar uitgaven stijgen licht door werk gerelateerde kosten die zij nu moet maken. In totaal houdt zij, na alle uitgaven, maandelijks € 148 over. Als Hilda helemaal geen gebruik van de gemeentelijke regelingen maakt, dan houdt zij 120 per maand over.

10

Gemeente Aalten

Versie 0.2

2.2. Paar zonder kinderen Paren zonder kinderen hebben, indien zij gebruikmaken van alle regelingen, na de basisuitgaven genoeg geld over om te voldoen aan het normbedrag voor de uitgaven van participatiekosten (€ 200). Als dit huishouden in een bijstandssituatie van geen enkele regeling gebruik zou maken dan kan dit huishouden net rondkomen. Het huishoudens houdt € 2 aan bestedingsruimte over per maand na het doen van zowel de basis als participatie uitgaven.

Budget na uitgaven: paar zonder kinderen Geen gebruik

Volledig gebruik

€ 600

€ 401

€ 400

€ 401

€ 356 € 300 € 184

€ 200 € 107

€0

Daarnaast houden paren zonder kinderen meer geld over als zij gaan werken vanuit de bijstand. Een hoger loon leidt tot een hoger budget voor dit huishouden. De loonstijging vangt het wegvallen van landelijke en gemeentelijke regelingen bij een hoger inkomen op. Wanneer een huishouden geen gebruikmaakt van de gemeentelijke regelingen neemt het budget steeds iets evenrediger toe.

€ 127

€2 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.922 682 105

110% 2.114 682 56

120% 2.306 662 56

130% 2.499 552 0

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

2.402 200

2.469 200

2.469 200

2.449 200

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

107 2

184 127

356 300

401 401

11

Gemeente Aalten

Versie 0.2

2.3. Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar

Budget na uitgaven: alleenstaande ouder Geen gebruik

€ 600

€ 539

€ 494

Volledig gebruik € 679

€ 654 € 654

€ 510

€ 369

€ 400 € 271

Een alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar heeft na de basisuitgaven nog voldoende budget over voor participatie uitgaven van € 260; op bijstandsniveau houdt dit huishouden € 494 per maand over als het huishouden gebruikmaakt van alle regelingen. Als een alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar geen gebruik maakt van de gemeentelijke regelingen, houdt hij ook voldoende budget over. Voor dit huishouden is het gebruik van regelingen dus niet noodzakelijk om rond te kunnen komen, maar zorgt het voor meer bestedingsruimte. Dit extra budget loopt op bijstandsniveau op tot € 223 per maand (het verschil in bestedingsruimte tussen wel en geen gebruik van minimaregelingen).

€ 200

Het loont echter niet altijd voor alleenstaande ouders om meer te gaan werken; de loonstijging kan het wegvallen van landelijke en gemeentelijke regelingen niet altijd opvangen. Dit is te zien bij €0 de stijging van het inkomen van 120 naar 130 procent Wsm. Huishoudens met een inkomen van 130 procent Wsm (€ 654) 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm houden maandelijks minder budget over dan huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm die alle gemeentelijke regelingen ontvangen (€ 679). In dit geval loont het niet om meer te gaan werken. Dit komt door het wegvallen van de gemeentelijke regelingen; dit is meer dan dat er aan inkomen extra binnenkomt. Waar huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm recht hebben op € 170 aan gemeentelijke regelingen, neemt de bijdrage aan gemeentelijke regelingen bij een inkomen tot 130 procent Wsm af naar € 018.

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.345 1.586 223

110% 1.480 1.630 170

120% 1.615 1.636 170

130% 1.749 1.642 0

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

2.401 260

2.481 260

2.481 260

2.477 260

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

494 271

539 369

679 510

654 654

18

Tenzij een huishouden middels de draagkrachtberekening nog in aanmerking komt voor een vergoeding

12

Gemeente Aalten

Versie 0.2

2.4. Paar met kinderen van 8 en 13 jaar

Budget na uitgaven: paar met kinderen Geen gebruik

Volledig gebruik € 544

€ 600 € 400 € 200

€ 372

€ 305

€ 447 € 447 € 346

€ 174

Paren met twee kinderen van 8 en 13 jaar hebben na de basisuitgaven genoeg geld om te voldoen aan het normbedrag voor de uitgaven aan participatie (€ 337) als zij van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaken én als zij geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen. Het gebruik van de regelingen is niet noodzakelijk om rond te komen. Het extra budget dat dit huishouden uit de regelingen kan krijgen, is in verhouding met de andere huishoudens het grootst. Op bijstandsniveau kan dit huishouden maximaal € 256 per maand ontvangen aan gemeentelijke regelingen.

€ 48

Daarnaast loont het niet altijd om te gaan werken tegen een hoger inkomen: bij dit huishoudtype is te zien dat een stijging in het inkomen van 120 procent Wsm naar 130 procent Wsm zorgt voor 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm een achteruitgang in het maandelijkse budget van € 97. Ook hier heeft het te maken met het wegvallen van gemeentelijke regelingen: bij een inkomen van 120 procent Wsm kan het huishouden de korting op de collectieve zorgverzekering en vergoedingen uit de Meedoenregeling, Kindpakket én het Jeugdfonds Sport en Cultuur ontvangen. Boven een inkomen van 120 procent Wsm vallen alle gemeentelijke bijdragen weg19. Daarnaast daalt de bijdrage dat dit huishouden vanuit het Rijk kan ontvangen: bij een inkomen van 120 procent Wsm ontvangen zij € 1.403 en op 130 procent Wsm is deze bijdrage gedaald met € 110 naar € 1.293. We zien hier dat de stijging van het inkomen niet voldoende compenseert voor een combinatie van de daling in landelijke toeslagen en het wegvallen van gemeentelijke regelingen €0

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.922 1.423 256

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

2.960 337

3.027 337

3.027 337

3.008 337

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

305 48

372 174

544 346

447 447

19

Tenzij een huishouden middels de draagkrachtberekening nog in aanmerking komt voor een vergoeding.

13

110% 2.114 1.423 198

120% 2.306 1.403 198

130% 2.499 1.293 0

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Uitgelicht: voorbeeldcasus van een paar met twee kinderen Bijstandsuitkering Sam en Rosanne hebben twee kinderen van 8 en 13 jaar en ze krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.922 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Ze hebben maandelijks recht op € 1.423 aan toeslagen van het Rijk, bestaande uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag. Tot slot kunnen ze een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 256 per maand ontvangen. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, Meedoenregeling, Kindpakket én het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Naast deze inkomsten hebben zij natuurlijk verschillende uitgaven; basisuitgaven van € 2.960 per maand en uitgaven om mee te doen in de samenleving van € 337 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houden zij maandelijks € 305 over bij het gebruiken van alle regelingen. Maakt dit gezin van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, houden zij € 48 over.

120 procent Wsm Als Sam of Rosanne werk krijgt tegen een loon van 120 procent Wsm, dan stijgt het netto-inkomen van het huishouden naar € 2.306 per maand. Ze behouden het recht op huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag, maar de zorgtoeslag is lager. Totaal ontvangen zij nu € 1.403 aan toeslagen van het Rijk per maand. Zij kunnen geen aanspraak meer maken op de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, maar behouden het recht op de overige gemeentelijke regelingen. De uitgaven zijn licht gestegen door werk gerelateerde kosten die zij nu moeten maken. In totaal houdt dit voorbeeldhuishouden, na alle uitgaven en bij gebruik van alle regelingen, maandelijks € 544 over. Als het huishouden geen gemeentelijke regelingen ontvangt; dan houdt het maandelijks € 346 over. 130 procent Wsm Als Sam of Rosanne een hoger loon krijgen van 130 procent Wsm, dan stijgt het netto-inkomen van het huishouden naar € 2.499 per maand. Doordat toeslagen verder dalen ontvangen zij nu in totaal € 1.293 aan toeslagen van het Rijk per maand. Het recht op alle gemeentelijke regelingen is vervallen. Het huishouden houdt nu € 447 over. Ondanks de toename in netto inkomen uit werk, is dit maandbudget lager dan het budget dat Sam en Rosanne overhouden als hun inkomen 120 procent Wsm is (als ze gebruikmaken van alle gemeentelijke regelingen).

14

Gemeente Aalten

Versie 0.2

2.5. Paar met thuiswonende meerderjarige kinderen van 18 en 23 jaar Paren met twee meerderjarige kinderen met de leeftijd van 18 (met een bijstandsuitkering) en 23 jaar (studeert) hebben bij de lagere inkomens niet voldoende budget om een basisuitgaven en participatie uitgaven te betalen. In de bijstandssituatie komt een paar met inwonende meerderjarige kinderen bij het niet-gebruiken van regelingen op een tekort van € 249 uit, wanneer het huishouden wel gebruik maakt van alle regelingen is er een tekort van € 134. Vanaf het moment dat het paar een inkomen krijgt van 120 procent Wsm, heeft het paar voldoende budget om de uitgaven te bekostigen.

Budget na uitgaven: paar met thuiswonende kinderen Geen gebruik

Volledig gebruik

€ 600 € 400 € 200 € 49

€ 105

€ 150

€ 150

€0 € -200

€ -134

€ -124

Verder krijgt dit huishoudtype te maken met het stapsgewijs toenemen van het maandelijkse budget, wanneer het inkomen stijgt. Dit geldt zowel bij het gebruiken van alle gemeentelijke regelingen als bij het niet-gebruiken van gemeentelijke regelingen. De stijging van het inkomen compenseert voldoende voor het afnemen van landelijke toeslagen en wegvallen van gemeentelijke regelingen.

€ -67

€ -249 € -400 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.922 694 115

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

2.665 200

2.732 200

2.732 200

2.712 200

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

-134 -249

-67 -124

105 49

150 150

15

110% 2.114 694 56

120% 2.306 674 56

130% 2.499 564 0

Gemeente Aalten

Versie 0.2

2.6. Alleenstaande AOW-leeftijd Alleenstaanden met de AOW-leeftijd hebben in alle voorbeeldsituaties na alle basisuitgaven voldoende budget over om uit te geven aan participatie. Natuurlijk leidt het gebruiken van de gemeentelijke regelingen tot een hogere bestedingsruimte dan het niet gebruiken van de regelingen, op bijstandsniveau loopt dit verschil op tot € 61 bij volledig gebruik van de regelingen.

Budget na uitgaven: alleenstaande AOW-leeftijd Geen gebruik

Volledig gebruik

€ 600

€ 509 € 426

€ 400

€ 330

€ 509

Daarnaast hebben alleenstaande AOW’ers met een inkomen hoger dan 100 procent Wsm een hoger budget na alle uitgaven, ten opzichte van de bijstandssituatie.

€ 455

€ 359

€ 241 € 200

Alleenstaanden met de AOW-leeftijd die een hoger inkomen hebben, houden daarnaast ook meer budget over. Het wegvallen van de landelijke en gemeentelijke regelingen wordt voldoende opgevangen.

€ 181

€0 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.501 543 61

110% 1.651 542 30

120% 1.801 488 30

130% 1.951 429 0

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

1.748 115

1.748 115

1.748 115

1.756 115

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

241 181

359 330

455 426

509 509

16

Gemeente Aalten

Versie 0.2

2.7. Alleenstaande AOW-leeftijd met zorgvraag

Budget na uitgaven: alleenstaande chronisch ziek AOW-leeftijd Geen gebruik

Volledig gebruik

€ 600 € 400

€ 319 € 223

€ 200

€ 105

€ 291

€ 291

€ 208

€ 112

€0 € -37 € -200 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

Alleenstaanden met de AOW-leeftijd en een zorgvraag hebben niet in alle voorbeeldsituaties voldoende budget om alle uitgaven te betalen. Op bijstandsniveau komt dit huishouden namelijk € 37 te kort in haar maandbegroting als er geen gebruik wordt gemaakt van de regelingen. Als het huishouden wel alle regelingen ontvangt, dan houdt het huishouden aan het eind van de maand € 105 over op bijstandsniveau. Dit komt mede doordat dit huishouden, naast de andere gemeentelijke regelingen, gebruik kan maken van twee regelingen voor zorgkosten. Alleenstaanden met de AOW-leeftijd en zorgvraag die een hoger inkomen hebben, houden daarnaast bijna altijd meer budget over. Het wegvallen van de landelijke en gemeentelijke regelingen wordt voldoende opgevangen, behalve bij een inkomen van 130 procent Wsm. In vergelijking met een inkomen van 120 procent Wsm dalen de toeslagen met € 59 en alle regelingen (€ 111) vallen weg. Ondanks het hogere inkomen op 130 procent Wsm, valt het maandbudget hier lager uit dan bij 120 procent Wsm.

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.501 543 142

110% 1.651 542 111

120% 1.801 488 111

130% 1.951 429 0

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

1.966 115

1.966 115

1.966 115

1.974 115

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

105 -37

223 112

319 208

291 291

17

Gemeente Aalten

Versie 0.2

2.8. Paar AOW-leeftijd Paren met de AOW-leeftijd hebben na de basisuitgaven genoeg geld over om te voldoen aan het normbedrag van participatiekosten (€ 188); zij houden in dit geval namelijk geld over. Huishoudens die gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen hebben maandelijks een hoger budget over dan huishoudens die dit niet doen (een verschil van € 108 op bijstandsniveau).

Budget na uitgaven: paar AOW-leeftijd Geen gebruik

Volledig gebruik

€ 600 € 486

€ 536

€ 536

Verder geldt dat paren met de AOW-leeftijd die op een hoger inkomensniveau zitten ook een hoger budget na alle uitgaven overhouden. Het wegvallen van landelijke en gemeentelijke regelingen bij een hoger inkomen wordt voldoende opgevangen.

€ 427 € 356

€ 400 € 297 € 221 € 200

Wanneer paren met de AOW-leeftijd geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen, hebben zij alsnog voldoende budget voor al hun uitgaven. De gemeentelijke regelingen zorgen logischerwijs wel voor extra budget.

€ 113

€0 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 2.053 682 108

110% 2.259 660 59

120% 2.464 585 59

130% 2.670 505 0

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

2.434 188

2.434 188

2.434 188

2.450 188

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

221 113

356 297

486 427

536 536

18

Gemeente Aalten

Versie 0.2

2.9. Huishoudens met een langdurig minimuminkomen Huishoudens kunnen de individuele inkomenstoeslag ontvangen wanneer zij minimaal 3 jaar een inkomen hebben op 120 procent Wsm en geen zicht hebben op inkomensvooruitgang. De huishoudens in deze paragraaf ontvangen alle gemeentelijke regelingen. In de grafieken laten we zien wat er gebeurt als het inkomen stijgt en de individuele inkomenstoeslag wegvalt. In de grafieken is te zien dat de inkomensstijging meestal niet voldoende compenseert voor het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag, behalve bij alleenstaanden. Het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag bij 120 procent Wsm maakt dat er een daling van het maandbudget ontstaat als het inkomen van 120 naar 130 procent Wsm stijgt (bij paren zonder kinderen en paren met thuiswonende meerderjarige kinderen), óf de daling die al in maandbudget zat, wordt groter als de individuele toeslag wegvalt (bij alleenstaande ouders en paren met kinderen).

Paar zonder kinderen Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag Maandbudget incl. individuele inkomenstoeslag € 600 € 400 € 200 €0

Alleenstaande Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag Maandbudget incl. individuele inkomenstoeslag € 324

€ 400 € 200 €0

€ 153 € 112 100% Wsm

€ 107 100% Wsm

€ 356 € 184 110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

€ 398

Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag

130% Wsm

Maandbudget incl. individuele inkomenstoeslag € 603 € 447 € 431 € 364 € 544 € 372 € 305

€ 600

€ 282

€ 400

€ 148 120% Wsm

€ 167

€ 401

Paar met kinderen

€ 189

110% Wsm

€ 415 € 243

€ 200 €0

100% Wsm

Alleenstaande ouder Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag

€ 800 € 600 € 400

€ 200

€ 539

€ 200 €0 110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag

€ 679

100% Wsm

120% Wsm

Paar met thuiswonende meerderjarige kinderen

Maandbudget incl. individuele inkomenstoeslag € 737 € 654 € 597 € 551

€ 494

110% Wsm

130% Wsm

19

Maandbudget incl. individuele inkomenstoeslag € 164 € 150

€0

-€ 75

-€ 200

-€ 134 100% Wsm

-€ 8 € 105 -€ 67 110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

Gemeente Aalten

Versie 0.2

3. Analyse van de resultaten 3.1. Effect van de gemeentelijke regelingen op rondkomen Huishoudens die van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaken waar zij recht op hebben, hebben daardoor logischerwijs een groter budget over aan het einde van de maand dan huishoudens die van geen enkele regeling gebruikmaken. Dit effect is het grootst voor gezinnen; door de samenstelling van hun huishouden kunnen zij namelijk de meeste vergoedingen vanuit de regelingen ontvangen. Daarbij is in deze rapportage gerekend met de volledige vergoedingen die vanuit de verschillende regelingen aangevraagd kunnen worden. Zo ontvangen huishoudens met kinderen bijvoorbeeld én een vergoeding vanuit het Kindpakket én een sportvergoeding vanuit het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Dit zal in de werkelijkheid niet altijd zo zijn. Doordat de gemeente verschillende vergoedingen aanbiedt kan het totaal aan gemeentelijke vergoedingen hoog uitvallen. In de werkelijkheid zien we dat huishoudens vaak van één tot drie regelingen ontvangen, afhankelijk van hun situatie. In dat geval is de impact van het gemeentelijke beleid minder groot. Voor twee van de acht voorbeeldhuishoudens is er zonder de (maximale) bijdrage van de gemeente, maandelijks geld tekort na het doen van alle uitgaven (dat wil zeggen: zowel de basisuitgaven als een bedrag dat wordt uitgegeven aan sociale participatie).

Dit geldt op bijstandsniveau voor paren met thuiswonende meerderjarige kinderen en voor alleenstaanden met de AOW-leeftijd en een zorgvraag. Alle overige voorbeeldhuishoudens hebben bij elk inkomen voldoende budget om zowel de basis- als de participatie uitgaven te bekostigen. Voor alleenstaanden, paren met kinderen en paren zonder kinderen geldt daarnaast dat zij zonder het gebruik van de gemeentelijke regelingen nét rond kunnen komen op bijstandsniveau (ze houden respectievelijk € 52, € 48 of € 2 euro over per maand). Bij financiële tegenslagen komen zij maandelijks al snel in de min uit. Het resterende maandbudget in context • Het maximale bedrag dat minima vanuit de toeslagen van het Rijk kunnen ontvangen (onder andere huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget) is een stuk hoger dan het maximale bedrag van de gemeentelijke regelingen. Dit is ook in andere gemeenten het geval. In deze rapportage is de aanname gemaakt dat de huishoudens alle toeslagen ontvangen, waar zij recht op hebben. De ervaring is echter dat het aanvragen van bijvoorbeeld (alle) toeslagen, vanwege meerdere redenen (bijvoorbeeld angst om het later terug te betalen, weinig vertrouwen in de overheid of het te ingewikkeld vinden), in de praktijk niet altijd gebeurt.

Wanneer huishoudens geen of niet alle toeslagen ontvangen, dan is er bij de huishoudens al snel sprake van een maandbudget dat minder groot is of in de min uitkomt. • Verder zijn de uitgaven van de huishoudens gebaseerd op gemiddelde situaties specifiek gericht op huishoudens met een minimuminkomen. Er is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met huisdieren of rokers, duurdere kostenposten als een auto en er worden gemiddeld lagere bedragen gerekend voor een aantal uitgaven waaronder kleding, voedsel en de inboedel in vergelijking met huishoudens met een hoger inkomen. Bij een niet-gemiddelde situatie met een aantal hogere kostenposten, kan het financiële plaatje er dus al snel anders uitzien.

3.2. Financiële effecten bij werkaanvaarding In hoeverre loont het financieel gezien om (meer) te gaan werken? Dit hangt van een aantal factoren af: huishoudsamenstelling, de nieuwe inkomenshoogte en daarmee het (verliezen van het) recht op gemeentelijke regelingen en de eventuele afname van landelijke toeslagen. De effecten worden in grote lijnen veroorzaakt door drie veranderingen: • Voor de gemeentelijke regelingen geldt dat bij een inkomen boven 100 procent Wsm, het recht op kwijtschelding vervalt. Bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm vervalt het recht op de korting op de collectieve zorgverzekering, Meedoenregeling, het Kindpakket, 20

Gemeente Aalten

•

•

Versie 0.2

Jeugdfonds Sport en Cultuur20 en de beide regelingen voor zorgkosten. Van hoe meer regelingen een huishouden gebruik kan maken, hoe groter het bedrag is dat het huishouden kan ‘verliezen’ indien het inkomen stijgt. Daarbij vallen bijna alle regelingen op hetzelfde moment weg, hier zit weinig verloop in. Tegelijkertijd heeft de gemeente Aalten voor meerdere regelingen21 een draagkrachtberekening ingesteld. Het kan mogelijk zijn dat een inwoners van de gemeente Aalten nog een (deel van) de vergoedingen ontvangt als ze een inkomen hebben boven de inkomensgrens van de regeling. In dat geval vallen niet alle regelingen op hetzelfde moment weg22. Voor de landelijke toeslagen en regelingen geldt dat deze afnemen bij een hoger inkomen, behalve bij alleenstaande ouders. De toeslagen dalen bij paren (met en zonder kinderen) eerder én sneller in vergelijking met alleenstaanden. Bij alleenstaande ouders zien we dat het bedrag aan landelijke toeslagen toeneemt door belastingvoordeel. Tot slot krijgen huishoudens die vanuit de bijstand aan het werk gaan, te maken met werkgerelateerde kosten, waardoor hun uitgaven iets stijgen. Voor alleenstaande ouders komen hier de kosten voor kinderopvang bij (al krijgen ze daar via de kinderopvangtoeslag weer een (groot) deel van terug).

In combinatie met elkaar zorgen bovenstaande ontwikkelingen en gegevens voor verschillende effecten in de resterende maandbudgetten van de huishoudens. In de volgende paragrafen schetsen we de effecten van een inkomensstijging op het maandbudget. WSM en WML Om de effecten van de inkomensstijging door werkaanvaarding meer te kunnen duiden geven we eerst weer hoe het Wettelijk sociaal minimum zich verhoudt tot werken tegen het Wettelijk minimumloon bij de verschillende type huishoudens in 202523. Voor een alleenstaande (ouder) staat voltijds (40 uur per week) werken tegen een minimumloon ongeveer gelijk aan een nettoinkomen van 174 procent Wsm, deeltijd werken (24 uur per week) komt neer op een nettoinkomen van 111 procent Wsm. Voor een paar met en zonder kinderen staat voltijds werken (één volwassene werkt dan 40 uur) tegen een minimumloon ongeveer gelijk aan een netto-inkomen van 122 procent Wsm. Deeltijd werken (één volwassene werkt 24 uur per week) komt neer op een netto-inkomen van 78 procent Wsm. In het laatste geval verdient het paar met werken dus minder dan het sociaal minimum.

3.2.1. Effect van de inkomensstijging ten opzichte van de bijstand Werken zorgt er altijd voor dat het maandelijkse budget hoger is dan in de bijstand. Dit geldt zowel voor de huishoudens die van geen gemeentelijke regelingen gebruikmaken als voor de huishoudens die gebruikmaken van alle regelingen van de gemeente. In onderstaande tabel (volgende pagina) is het effect van de inkomensstijging (in Wsm) op de verandering in het maandbudget (in euro’s per maand) ten opzichte van de bijstandssituatie te zien per huishouden. Een alleenstaande die van alle regelingen gebruikmaakt heeft bijvoorbeeld bij een inkomen van 120 procent Wsm een maandbudget dat € 171 ruimer is dan in de bijstand (100 procent Wsm).

20

In de praktijk hanteert het Jeugdfonds Sport en Cultuur de inkomensgrens niet als harde grens. De Meedoenregeling, het Kindpakket en de individuele inkomenstoeslag. 22 Hoe groot de groep inwoners is die door de draagkrachtberekening in aanmerking komt voor een vergoeding is niet bekend. Aangezien het een groep inwoners betreft die vaak geen of minder regelingen aanvraagt (en daarom mogelijk denkt dat ze niet in aanmerking komen voor een vergoeding), zal het waarschijnlijk geen grote groep inwoners betreffen. 23 Aangezien er per 1 januari 2024 gerekend wordt met minimumuurlonen, zijn er geen vaste minimum maand-, week- en daglonen meer. Het loon per week of maand hangt af van het aantal gewerkte uren, waardoor het geschetste beeld per maand in deze paragraaf kan afwijken van de werkelijkheid. De berekening is gebaseerd op de Rijksoverheid. 21

21

Gemeente Aalten

Alleenstaanden Paar zonder kinderen Alleenstaande ouder Paar met kinderen Paar met thuiswonende meerderjarige kinderen

Versie 0.2

Gemeentelijke regelingen

110%

120%

130%

Volledig gebruik

+36 +68 +76 +125

+171 +202 +249 +297

+287 +346 +294 +399

+45

+186

+160

+98 +67 +125

+239 +239 +297

+383 +143 +399

+67 +125

+239 +210

+285 +285

Geen gebruik Volledig gebruik Geen gebruik Volledig gebruik Geen gebruik Volledig gebruik Geen gebruik Volledig gebruik Geen gebruik

3.2.2. Effect van de inkomensstijging voor huishoudens die niet uit de bijstand komen •

•

Bij het gebruiken van alle gemeentelijke regelingen: De voorbeeldhuishoudens houden niet altijd een hoger maandelijks budget over, bij elke inkomensstijging (van 110 tot 130 procent Wsm). Bij alleenstaande ouders en paren met kinderen zien we dat het maandbudget afneemt, wanneer het netto inkomen uit werk hoger wordt. Dit kantelpunt zit wanneer de huishoudens eerst een inkomen hebben van 120 procent Wsm en vervolgens te maken krijgen met een hoger inkomen van 130 procent Wsm. Bij alleenstaanden, paren zonder kinderen en paren met thuiswonenden meerderjarige kinderen neemt het maandbudget toe bij elk hoger inkomen. Bij het niet gebruiken van de gemeentelijke regelingen: alle huishoudens houden een hoger maandelijks budget over, bij elke inkomensstijging (van 110 tot 130 procent Wsm). In dit geval zorgt een hoger inkomen altijd voor een hoger maandbudget. Het landelijke beleid is er dan ook op ingesteld dat een hoger inkomen in combinatie met een mogelijke daling van toeslagen er niet voor zorgt dat het totale inkomen lager uitvalt. Het is daardoor goed te verklaren dat het maandbudget in deze situatie stijgt bij een inkomensstijging.

3.3. Huishoudens met een langdurig minimuminkomen Huishoudens met een langdurig minimuminkomen (drie jaar of langer een inkomen tot 120 procent Wsm) en geen zicht op inkomensverbetering, kunnen in de gemeente Aalten aanspraak maken op de individuele inkomenstoeslag. In de berekening van de inkomenseffecten is naar voren gekomen dat een inkomensverbetering van 120 naar 130 procent Wsm (en daarmee onder andere het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag) ervoor zorgt dat bijna alle voorbeeldhuishoudens met een langdurig minimuminkomen er financieel op achteruitgaan. Het enige huishouden waarvoor dit niet geldt is voor een alleenstaande.

22

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen Tabel B1.1 Gemeentelijke regelingen in gemeente Aalten Soort regeling

Inkomensgrens t.o.v. Wsm

(Maximaal) bedrag

Individuele bijzondere bijstand

100% Wsm

Individuele vergoedingen

Bijzondere bijstand zorgkosten

120% Wsm

Bijzondere bijstand eigen risico zorgkosten

120% Wsm

Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen

100% Wsm

Vergoeding van de noodzakelijke kosten, vergoedingen zijn vaak: - CAK (huishoudelijke hulp) - Maandelijkse extra reiskosten - Dieetkosten - Tandartskosten Als er €100 of meer van het eigen risico in rekening is gebracht, wordt de helft vergoed. De eerste € 100 betaalt een inwoner altijd zelf. Van de resterende € 285 wordt maximaal 50% (dus € 142,50) vergoed door de gemeente. Afvalstoffenheffing: Vastrecht: € 129 Diftar: eenpersoonshuishouden max € 22,80, meerpersoonshuishouden max € 29,20 per jaar. Rioolheffing: Per persoon in het huishouden wordt 45 m3 x € 1,53 kwijtgescholden. Watersysteemheffing: € 86,60 per woonruimte Zuiveringsheffing: € 68,02 per v.e.

Individuele inkomenstoeslag

Collectieve zorgverzekering (via Menzis)

120% Wsm, 3 jaar

Alleenstaande: € 499 Alleenstaande ouder: € 693 Gehuwden: € 710 Keuze uit vier aanvullende pakketten: Basis Voordelig + Garant Aanvullend • € 166,22 i.p.v. € 169,58 • € 1,65 collectiviteitskorting • € 1,71 gemeentelijke bijdrage

120% Wsm Basis + Garant Verzorgd 1 + Garant Tand Verzorgd 250 • € 176,68 i.p.v. € 190,28 • € 3,06 collectiviteitskorting • € 10,54 gemeentelijke bijdrage

23

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Basis + Garant Verzorgd 2 + Garant Tand Verzorgd 250 • € 190,15 i.p.v. € 205,08 • € 4,39 collectiviteitskorting • € 10,54 gemeentelijke bijdrage

Meedoenregeling

120%

Kindpakket

120%

Jeugdfonds Sport en Cultuur

Uitgangspunt is 120%24

Studietoeslag

N.v.t.

Basis + Garant Verzorgd 3 + Garant Tand Verzorgd 250 • € 209,40 i.p.v. € 228,98 • € 6,54 collectiviteitskorting • € 13,04 gemeentelijke bijdrage Inwonende kinderen tot 18 jaar: € 250 per jaar Volwassenen van 18 jaar en ouder: € 175 per jaar Voor kinderen tussen de 4 en 18 jaar, bijdrage voor educatie/schoolgerelateerde activiteiten PO, 4-11 jaar: € 250 per jaar VO, 12-18 jaar: € 350 per jaar Voor kinderen tot 18 jaar Sport: € 300 per jaar Cultuur: € 500 per jaar Individuele vergoedingen

24

Er is geen officiële check, intermediairs hanteren geen harde inkomenstoets. In het rapport gaan we uit van de inkomensgrens 120% Wsm.

24

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Bijlage 2. Financieel maandoverzicht In deze bijlage staat per huishoudtype het financieel maandoverzicht. De tabellen geven een overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven, bij gebruikmaking van alle landelijke en lokale regelingen. Tabel B2.1 Alleenstaande zonder kinderen, niet AOW-gerechtigd 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

1.345

1.480

1.615

1.749

1.345

412 131 543

412 131 543

412 131 543

412 131 543

412 131 543

1.888

2.023

2.158

2.292

1.888

Basis uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven

685 171 70 35 190 25 19 217 303 0

685 171 70 35 190 25 19 217 303 67

685 171 70 35 190 25 19 217 303 67

685 171 70 35 181 25 19 217 303 67

685 171 70 35 190 25 19 217 303 0

Participatie uitgaven Participatie uitgaven

121

121

121

121

121

1.836

1.903

1.903

1.894

1.836

52

120

254

398

52

31

0

0

0

31

14

14

14

0

14

0 15 59

0 15 28

0 15 28

0 0 0

42 15 101

112

148

282

398

153

Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. vakantietoeslag (VT) Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk Totaal inkomsten

Totaal uitgaven Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Meedoenregeling Totaal regelingen gemeente Budget inclusief alle regelingen gemeente

25

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Tabel B2.2 Paar, niet AOW-gerechtigd, geen kinderen 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

1.922

2.114

2.306

2.499

1.922

432 250 682

432 250 682

432 230 662

367 185 552

432 250 682

2.604

2.796

2.968

3.051

2.604

Basis uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven

731 208 79 51 381 41 39 326 547 0

731 208 79 51 381 41 39 326 547 67

731 208 79 51 381 41 39 326 547 67

731 208 79 51 361 41 39 326 547 67

731 208 79 51 381 41 39 326 547 0

Participatie uitgaven Participatie uitgaven

200

200

200

200

200

2.602

2.669

2.669

2.649

2.602

2

127

300

401

2

49

0

0

0

49

27

27

27

0

27

0 29 105

0 29 56

0 29 56

0 0 0

59 29 164

107

184

356

401

167

Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. vakantietoeslag (VT) Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk Totaal inkomsten

Totaal uitgaven Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Meedoenregeling Totaal regelingen gemeente Budget inclusief alle regelingen gemeente

26

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Tabel B2.3 Alleenstaande ouder, niet AOW-gerechtigd, met 2 kinderen (8 en 13 jaar)25 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

1.345

1.480

1.615

1.749

1.345

Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk

444 131 0 252 759 1.586

444 131 44 252 759 1.630

444 131 50 252 759 1.636

444 131 56 252 759 1.642

444 131 0 252 759 1.586

Totaal inkomsten

2.932

3.110

3.250

3.391

2.932

Basis uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven

731 260 79 56 190 31 85 0 52 340 578 0

731 260 79 56 190 31 85 13 52 340 578 67

731 260 79 56 190 31 85 13 52 340 578 67

731 260 79 56 181 31 85 19 52 340 578 67

731 260 79 56 190 31 85 0 52 340 578 0

Participatie uitgaven Participatie uitgaven

260

260

260

260

260

2.661

2.741

2.741

2.737

2.661

271

369

510

654

271

53

0

0

0

53

14

14

14

0

14

0 56 50 50 223

0 56 50 50 170

0 56 50 50 170

0 0 0 0 0

58 56 50 50 281

494

539

679

654

551

Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. vakantietoeslag (VT)

Totaal uitgaven Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Meedoenregeling Kindpakket Jeugdfonds Sport & Cultuur Totaal regelingen gemeente Budget inclusief alle regelingen gemeente

25

Bij de kosten BSO is de tegemoetkoming kinderopvang al verrekend.

27

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Tabel B2.4 Paar, niet AOW-gerechtigd, met 2 kinderen (8 en 13 jaar) 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

1.922

2.114

2.306

2.499

1.922

Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk

444 250 252 477 1.423

444 250 252 477 1.423

444 230 252 477 1.403

379 185 252 477 1.293

444 250 252 477 1.423

Totaal inkomsten

3.345

3.538

3.710

3.792

3.345

Basis uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven

731 317 87 61 381 45 85 71 453 730 0

731 317 87 61 381 45 85 71 453 730 67

731 317 87 61 381 45 85 71 453 730 67

731 317 87 61 361 45 85 71 453 730 67

731 317 87 61 381 45 85 71 453 730 0

Participatie uitgaven Participatie uitgaven

337

337

337

337

337

3.297

3.364

3.364

3.345

3.297

48

174

346

447

48

58

0

0

0

58

27

27

27

0

27

0 71 50 50 256

0 71 50 50 198

0 71 50 50 198

0 0 0 0 0

59 71 50 50 315

305

372

544

447

364

Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. vakantietoeslag (VT)

Totaal uitgaven Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Meedoenregeling Kindpakket Jeugdfonds Sport & Cultuur Totaal regelingen gemeente Budget inclusief alle regelingen gemeente

28

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Tabel B2.4 Paar, niet AOW-gerechtigd, met 2 inwonende meerderjarige kinderen (18 en 23 jaar) 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

1.922

2.114

2.306

2.499

1.922

444 250 694

444 250 694

444 230 674

379 185 564

444 250 694

2.616

2.808

2.980

3.063

2.616

Basis uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven

731 317 87 61 381 41 39 326 683 0

731 317 87 61 381 41 39 326 683 67

731 317 87 61 381 41 39 326 683 67

731 317 87 61 361 41 39 326 683 67

731 317 87 61 381 41 39 326 683 0

Participatie uitgaven Participatie uitgaven

200

200

200

200

200

Totaal uitgaven

2.865

2.932

2.932

2.912

2.865

Budget exclusief regelingen gemeente

-249

-124

49

150

-249

58

0

0

0

58

27

27

27

0

27

0 29 115

0 29 56

0 29 56

0 0 0

59 29 174

-134

-67

105

150

-75

Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. vakantietoeslag (VT) Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk Totaal inkomsten

Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Meedoenregeling Totaal regelingen gemeente Budget inclusief alle regelingen gemeente

29

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Tabel B2.5 Alleenstaande, AOW-gerechtigd 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

1.501

1.651

1.801

1.951

412 131 543

411 131 542

357 131 488

298 131 429

2.044

2.193

2.289

2.380

Basis uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven

685 210 70 35 205 13 16 220 294

685 210 70 35 205 13 16 220 294

685 210 70 35 205 13 16 220 294

685 210 70 35 213 13 16 220 294

Participatie uitgaven Participatie uitgaven

115

115

115

115

1.863

1.863

1.863

1.871

181

330

426

509

31

0

0

0

15

15

15

0

15 61

15 30

15 30

0 0

241

359

455

509

Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. vakantietoeslag (VT) Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk Totaal inkomsten

Totaal uitgaven Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Meedoenregeling Totaal regelingen gemeente Budget inclusief alle regelingen gemeente

30

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Tabel B2.5 Alleenstaande met een zorgvraag, AOW-gerechtigd 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

1.501

1.651

1.801

1.951

412 131 543

411 131 542

357 131 488

298 131 429

2.044

2.193

2.289

2.380

Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven

685 210 70 35 205 13 31 21 402 294

685 210 70 35 205 13 31 21 402 294

685 210 70 35 205 13 31 21 402 294

685 210 70 35 213 13 31 21 402 294

Participatie uitgaven Participatie uitgaven

115

115

115

115

2.081

2.081

2.081

2.089

-37

112

208

291

31

0

0

0

15

15

15

0

15 69

15 69

15 69

0 0

12

12

12

0

142

111

111

0

105

223

319

291

Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. vakantietoeslag (VT) Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk Totaal inkomsten Basis uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer

Totaal uitgaven Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Meedoenregeling Bijzondere bijstand zorgkosten Bijzondere bijstand eigen risico zorgkosten Totaal regelingen gemeente Budget inclusief alle regelingen gemeente

31

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Tabel B2.6 Paar, AOW-gerechtigd 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

2.053

2.259

2.464

2.670

432 250 682

432 228 660

387 198 585

337 168 505

2.735

2.919

3.049

3.175

Basis uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven

731 256 79 51 410 16 33 329 530

731 256 79 51 410 16 33 329 530

731 256 79 51 410 16 33 329 530

731 256 79 51 426 16 33 329 530

Participatie uitgaven Participatie uitgaven

188

188

188

188

2.622

2.622

2.622

2.638

113

297

427

536

49

0

0

0

30

30

30

0

29 108

29 59

29 59

0 0

221

356

486

536

Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. vakantietoeslag (VT) Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk Totaal inkomsten

Totaal uitgaven Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Meedoenregeling Totaal regelingen gemeente Budget inclusief alle regelingen gemeente

32

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Bijlage 3. Uitsplitsing gemeentelijke bijdragen Figuur B3.1. Maandelijkse gemeentelijke bijdrage per huishouden bij een (langdurig) inkomen van 100 procent Wsm.

Maandelijkse gemeentelijke bijdragen Kwijtschelding

Collectieve Zorgverzekering

Meedoenregeling

Kindpakket

Jeugdfonds Sport & Cultuur

Bijzondere bijstand zorgkosten

Bijzondere bijstand eigen risico zorgkosten

Individuele inkomenstoeslag

€ 14 Alleenstaande

€ 31

€ 15 € 42

Paar zonder kinderen

€ 49

€ 27 € 29

Alleenstaande ouder met kinderen (8 en 13 jaar)

€ 53

€ 14

Paar met kinderen (8 en 13 jaar)

€ 58

€ 27

Paar met thuiswonende kinderen (18 en 23 jaar)

€ 58

€ 27 € 29

€ 59

€ 56

€ 50

€ 71

€ 50

€ 50

€ 58

€ 50

€ 59

€ 59

€ 15 Alleenstaande AOW-leeftijd

€ 31

€ 15

€ 15 Alleenstaande chronisch ziek, AOW-leeftijd

€ 31

Paar AOW-leeftijd

€ 49

€ 15

€ 69

€ 12

€ 30 € 29

€0

€ 100

33

€ 200

€ 300

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Bijlage 4. Kosten en kwijtschelding gem. belasting Tabel B4.1 Overzicht van gemeentelijke belastingen per huishoudgrootte per jaar (in €) Huishoudgrootte Een persoon Twee personen Drie personen Vier personen

Belasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing Afvalstoffenheffing Rioolheffing Afvalstoffenheffing Rioolheffing Afvalstoffenheffing Rioolheffing

Kosten € 158,00 € 104,00 € 173,00 € 145,00 € 187,00 € 188,00 € 187,00 € 249,00

34

Maximale kwijtschelding € 151,80 € 68,85 € 158,20 € 137,70 € 158,20 € 206,55 € 158,20 € 275,40

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Bijlage 5. Informatie huurprijzen In de berekeningen van de inkomenseffecten werken we met lokale, gemiddelde huurprijzen voor Aalten. Hieronder zetten we uiteen hoe deze huurprijzen zich verhouden tot de landelijke minimale basishuurnormen, en wat dit betekent voor de huurquote. Basishuurnormen Volgens de Wet goed verhuurderschap zijn sinds 1 juli 2023 de landelijke minimale basishuurnormen vastgesteld26. Dit betekent dat, ongeacht toeslagen en andere kortingen, iedere huurder minimaal dit bedrag aan huur betaalt aan de verhuurder: • Eenpersoonshuishouden: € 199,05 per maand • Meerpersoonshuishouden: € 197,24 per maand Daarbinnen is de ‘aftoppingsgrens’ van belang. De aftoppingsgrens is een inkomensafhankelijke huurgrens die bepaalt tot welk huurbedrag inwoners volledige huurtoeslag kunnen krijgen. Boven deze grens wordt de extra huur niet volledig gecompenseerd door huurtoeslag. De grens is afhankelijk van de samenstelling van het huishouden. In de gemeente Aalten zien we dat de huurprijs waarmee is gerekend circa 30 tot 40 euro boven de aftoppingsgrens ligt. Netto huurquote Vervolgens is de huurtoeslag meegerekend in de begrotingen van huishoudens (en daarmee ook in de inkomenseffecten). De netto huurquote is het percentage van het besteedbaar inkomen (zonder huurtoeslag) dat een huishouden uitgeeft aan netto huur (huur minus huurtoeslag).

Voor huishoudens met een minimuminkomen hanteert het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties – in het kader van het Programma Betaalbaar Wonen – indicatieve streefwaarden voor de netto huurquote27: • Voor eenpersoonshuishoudens met een minimuminkomen (100 – 120% Wsm): 30 procent; • Voor meerpersoonshuishoudens, zoals gezinnen, met een minimuminkomen (100 – 120% Wsm): 20 procent. Oftewel: de netto huurquote geeft aan wat het maximale percentage moet zijn dat een huishouden met een minimuminkomen uitgeeft aan netto huur. Hieronder de woonquote en cijfers op basis van een inkomen van 100 procent Wsm. Tabel 3.3.1 Informatie huurprijzen in Aalten i.r.t. basisnormen en netto huurquote Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Gemiddelde huur in Aalten 685 731 (meegenomen in berekeningen inkomenseffecten) Aftoppingsgrens 647,19 693,60 Huurtoeslag 412 432 Netto huur (Incl. 273 299 huurtoeslag) Netto besteedbaar 1.476 2172 inkomen (zonder huurtoeslag) Netto huurquote Aalten 18,5% 13,8% Indicatieve 30% 20% streefwaarden BZK 26

Tweede Kamer der Staten-Generaal. (2023). Wijziging van de Wet goed verhuurderschap. Geraadpleegd in juli 2025 van: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36496-3 27 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2022). Programma betaalbaar wonen. Geraadpleegd in juli 2025 van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-1030355

35

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Conclusie Op basis van bovenstaande kunnen we de volgende conclusies trekken: • In de gemeente Aalten geven huishoudens op bijstandsniveau gemiddeld € 273 (eenpersoonshuishouden) en € 299 (meerpersoonshuishouden) uit aan netto huur; oftewel dit is het bedrag dat huishoudens aan huur betalen nadat de huurtoeslag is verrekend. • Respectievelijk geven eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens 18,5 procent en 13,8 procent van hun inkomen uit aan huur (= netto huurquote). • De netto huurquote ligt in Aalten, in de berekeningen van de inkomenseffecten, lager dan de streefwaarden. Oftewel: minimahuishoudens geven – op bijstandsniveau – gemiddeld een minder groot aandeel van hun inkomen uit aan huur dan de maximale grenzen die hiervoor zijn vastgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

36

Duidingsrapport Dashboard Minima 2024 Gemeente Aalten

Versie 1.0

Opdrachtgever Gemeente Aalten Datum September 2025 Auteurs Jitske Kooistra Anieta Boer Maaike Bonnema KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.

Versie 1.0

Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................................... 1 1. Minimahuishoudens .............................................................................................................. 3 2. Kinderen in minimahuishoudens (tot 18 jaar) ......................................................................... 6 3. Minimaregelingen .................................................................................................................. 9 4. Gebruik en overlap gemeentelijke voorzieningen ................................................................. 12 4.1. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)................................................................. 12 4.2. Schuldhulpverlening ...................................................................................................... 12 4.3. Vroegsignalering ........................................................................................................... 12 4.4. Jeugdwet ...................................................................................................................... 13 5. Betalingsachterstanden bij zorgverzekeraars ....................................................................... 14 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=2ec76fbf-794f-470c-b5eb-4838b4788fc6