CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

A25. Raadsmededeling 26-2026 Onderzoeksrapport inkomenseffectmeting KWIZ en doorontwikkeling financiële bestaanszekerheid

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Mededelingen van de voorzitter en advies van de agendacommissie over de ingekomen stukken28.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ten tijde van de oplevering van het rapport, is hier al op geacteerd. Meerkosten komen inmiddels niet meer bij ouders terecht.

14

algemene constatering dat mensen de informatie niet lezen, of deze vergeten. Een nieuw initiatief met ervaringsverhalen in de lokale krant wordt positief beoordeeld, maar ook hier wordt verwacht dat niet iedereen de informatie zal oppikken. Verbeterpunten zijn het prominenter onder de aandacht brengen van regelingen in lokale weekbladen, zoals Aalten Vooruit. Hoewel er al een meedoenbijlage is, worden regelingen hier niet specifiek per regeling benoemd. Daarnaast wordt benadrukt dat het belangrijk is om mensen actief te begeleiden en maatwerk te bieden, omdat geldzorgen en sociale uitsluiting ervoor kunnen zorgen dat informatie niet binnenkomt. Het doorverwijzen naar gespecialiseerde teams (zoals het VAT Aalten) wordt gezien als een manier om deze individuele begeleiding te bieden. Samenwerking De samenwerking tussen de ketenpartners wordt over het algemeen als goed ervaren. Veel ketenpartners zijn al lang actief in de gemeente, de basis is stevig. Ook de samenwerking met de gemeente is over het algemeen goed, zowel op bestuurlijk niveau als met VAT Aalten. Echter zijn er verbeterpunten. Een terugkerend punt is het hoge personeelsverloop bij zowel de gemeente als bij diverse partnerorganisaties (zoals thuiszorg en laaggeletterdheidsprojecten). Dit leidt tot verlies van kennis en continuïteit.

Verder wordt de samenwerking soms bemoeilijkt door een gebrek aan terugkoppelingen, hier wordt bij onderwijsinstellingen ook vaker tegenaan gelopen. Daarbij wordt dit door de AVG wetgeving bemoeilijkt, onderschrijven de ketenpartners. Ketenpartners zien dat inwoners de drempel naar het gemeentehuis als hoog ervaren, ondanks de inspanningen van de gemeente. Mensen zoeken juist laagdrempelige hulp en lopen liever direct bij een partnerorganisatie binnen. Het VAT team wordt door veel mensen niet gevonden, waarschijnlijk door de connectie met de gemeente.

15

Conclusie & aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten is een aantal conclusies te formuleren. In dit hoofdstuk zijn deze per thema uiteengezet.

C1. Doelgroep De gemeente Aalten heeft naar verhouding evenveel huishoudens met een laag inkomen als we gemiddeld bij andere (vergelijkbare) gemeenten zien: naar schatting heeft 7 procent van alle huishoudens in de gemeente een inkomen tot 120 procent Wsm. Gemiddeld zien we bij andere (vergelijkbare) gemeenten dat dit aandeel tussen de 7 en 9 procent ligt. Als we kijken naar de kenmerken van deze doelgroep, dan is te zien dat de meerderheid bestaat uit alleenstaanden en ongeveer een derde uit huishoudens met kinderen. In verhouding zien we daarnaast in de gemeente Aalten een lager aandeel langdurige minima, dan in vergelijkbare gemeenten. Tegelijkertijd heeft in verhouding een grotere groep minima een inkomen uit een AOW in de gemeente Aalten ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Uit de inkomenseffect rapportage blijkt daarnaast dat sommige huishoudens afhankelijk zijn van de gemeentelijke regelingen om maandelijks rond te komen bij de laagste inkomens. Dit geldt voor alleenstaande AOW’ers met een zorgvraag en paren met meerderjarige inwonende kinderen. Voor hen is het dus essentieel dat zij gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen. Daarnaast geeft de doelgroep in de vragenlijst wisselend aan dat ze wel of niet kunnen rondkomen. Rondkomen lukt soms wel door zuinig te leven en te budgetteren, aan de andere kant lukt rondkomen niet door hoge kosten.

Dit beeld wordt door ketenpartners herkend. Ook het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met een minimuminkomen ligt in de gemeente Aalten in lijn met het gemiddelde. Op basis van de Armoede Index schatten wij dat 9 procent van alle kinderen in de gemeente opgroeit in een huishouden met een inkomen van 120 procent Wsm. Opvallend is dat het merendeel van deze kinderen opgroeit in een tweeoudergezin (56 procent). Vaak zien we dat de helft van de kinderen opgroeit in een eenoudergezin en de andere helft in een meerpersoonshuishouden. Uit de Armoedemonitor blijkt dat kinderen in een eenoudergezin verhoudingsgewijs vaker opgroeien in een huishouden met een minimuminkomen dan kinderen uit tweeoudergezinnen. Dit geldt eveneens voor kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond. Ketenpartners signaleren verder dat er in de gemeente een groeiende groep ouderen en werkenden is dat moeite heeft met rondkomen, maar geen gebruikt maakt van de minimaregelingen (en daardoor niet in beeld is bij de gemeente).

Aanbeveling 1 Besteed in het gemeentelijke beleid aandacht aan financieel kwetsbare groepen (zoals alleenstaanden, eenoudergezinnen, ouderen) die vaker dan gemiddeld moeten rondkomen van een minimuminkomen en hoe deze bereikt kunnen worden. Besteed ook aandacht aan inwoners met een zorgvraag of met inwonende meerderjarige kinderen; voor hen kunnen de gemeentelijke regelingen namelijk het verschil maken tussen wel of niet rond kunnen komen. Vroegsignalering speelt hierin een belangrijke rol, maar ook de samenwerking met partners zoals woningcorporaties, scholen en zorginstellingen. Aanbeveling 2 Inwoners met een AOW-uitkering hebben minder kans op inkomensvooruitgang. Voor hen is het van belang dat voldoende ondersteuning mogelijk is, ook op het gebied van participatie. Investeer daarom in contact met deze doelgroep om de specifieke situatie en behoeften van inwoners in beeld te krijgen en houden, en daar adequaat op in te kunnen spelen.

16

C.2 Gemeentelijke regelingen Het regelingenaanbod voor inwoners met een laag inkomen is in de gemeente Aalten breed: er zijn regelingen voor diverse groepen en kostensoorten. Vanuit de ketenpartners komen een aantal opmerkingen over het aanbod aan regelingen en zij geven signalen af over de uitwerking van bepaalde regelingen in de gemeente. Bereik en niet-gebruik Het bereik van de regelingen ligt óf in lijn met het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten (geldt voor vijf regelingen) óf lager dan het gangbare bereik (geldt voor twee regelingen). Over het algemeen zijn de meest genoemde redenen voor het niet-gebruik maken van regelingen dat de doelgroep niet op de hoogte is van (een deel van) de regelingen of hier niet voor in aanmerking komt. Ketenpartners zien dat de gemeente veel middelen inzet om inwoners te informeren over de regelingen. Tegelijkertijd geeft ‘slechts’ een derde van de respondenten in de vragenlijst aan dat ze de informatie over de regelingen goed vindbaar vinden. De respondenten gaan over het algemeen het vaakst naar de website van de gemeente, consulenten van de gemeente of richten zich tot een eigen sociaal netwerk voor het zoeken naar informatie over de gemeentelijke regelingen.

Aanbeveling 3 Besteed aandacht aan de informatievoorziening van de regelingen vanuit de gemeente. Over het algemeen gaan inwoners het vaakst naar de gemeente om informatie te krijgen, het is daarom belangrijk om hierop in te zetten. • •

•

Neem bijvoorbeeld de informatie over de regelingen op de website onder de loep: is deze actueel? Is deze makkelijk te begrijpen? Informeer potentiële doelgroepen actief op de beschikbare individuele regelingen, bijvoorbeeld via lokale media en maatschappelijke organisaties en samenwerkingspartners in de gemeente. Zet hiervoor ook in op samenwerking met maatschappelijke organisaties. Zet daarnaast in op de beschikbare ondersteuningsplekken in de gemeente, zoals het VAT Aalten, om inwoners persoonlijke ondersteuning en begeleiding te bieden.

Aanvraagproces Het aanvragen van regelingen is voor een deel van de doelgroep moeilijk. In de vragenlijst heeft de helft van de respondenten dit aangegeven en hier verschillende redenen voor gegeven. Ketenpartners hebben dit in het groepsgesprek onderschreven: zij zien ook dat dit voor inwoners lastig kan zijn.

Aanbeveling 4 Neem de aanvraagprocedure van de minimaregelingen onder de loep en onderzoek of deze versimpeld kan worden. • • •

Kijk bijvoorbeeld of het mogelijk is om meerdere regelingen aan te vragen binnen één aanvraag, zodat inwoners informatie slechts één keer hoeven aan te leveren. Verken de mogelijkheden om regelingen bij één loket aan te vragen, en bied daarbij laagdrempelige hulp en advies via consulenten of maatschappelijke organisaties. Andere aandachtspunten zijn het jaarlijks opnieuw moeten aanvragen van regelingen en het printen van documenten.

17

Rondkomen In de inkomenseffect rapportage viel op dat de gemeentelijke regelingen (extra) financiële bestedingsruimte bieden voor alle huishoudens bij de laagste inkomens. Voor verschillende voorbeeldhuishoudens zijn de gemeentelijke regelingen ook noodzakelijk om te kunnen rondkomen. Daarnaast hebben we gezien dat alle voorbeeldhuishoudens erop vooruitgaan in hun bestedingsruimte als zij gaan werken vanuit de bijstand. Echter, voor sommige huishoudtypen kan extra werkaanvaarding zorgen voor een terugval in het maandbudget, wanneer de regelingen wegvallen – dit komt voor bij alleenstaande ouders, paren met kinderen en paren met inwonende meerderjarige kinderen, wanneer het inkomen van 120 naar 130 procent Wsm stijgt. Dit is een vrij specifieke situatie: inwoners kunnen bijvoorbeeld vanuit de bijstand gaan werken tegen een inkomen van 110, 120 of 130 procent Wsm en gaan er dan op vooruit – de terugval ontstaat alleen in de stap tussen 120 en 130 procent Wsm.

Aanbeveling 5 Begeleid huishoudens die een eventuele terugval in hun maandbudget kunnen ervaren, bijvoorbeeld door persoonlijk advies en budgetcoaching tijdens de overgang naar werk. Overweeg of een tijdelijk vangnet bij uitstroom naar werk wenselijk is. Bijvoorbeeld door het behoud van (bepaalde) minimaregelingen, extra begeleiding of een overgangsperiode. Hierin is een goede samenwerking met welzijnsorganisaties en schuldhulp ook wenselijk.

C.3 Sociaal veld De samenwerking tussen de verschillende partijen in Aalten wordt over het algemeen positief beoordeeld, mede dankzij de lange termijn relaties die er bestaan. Ook de samenwerking tussen de gemeente en de partnerorganisaties wordt goed beoordeeld: zowel op bestuurlijk niveau als met VAT Aalten. Er zijn echter verbeterpunten. Vooral het personeelsverloop bij de gemeente en partnerorganisaties zorgt voor kennisverlies en gebrek aan continuïteit. Daarnaast wordt de samenwerking soms lastiger gemaakt door een gebrek aan terugkoppeling, wat mede wordt veroorzaakt door de privacyregels van de AVG. In de vragenlijst geeft de doelgroep aan over het algemeen bekend te zijn met andere organisaties die in de gemeente (financiële) ondersteuning bieden, zoals het Meedoenpact, bespaarhulp aan huis, Jeugdfonds Sport en Cultuur en de Voedselbank. Ketenpartners geven aan dat dat zij signalen krijgen dat de drempel naar een partnerorganisatie voor inwoners lager kan zijn dan naar de gemeente.

Aanbeveling 6 Blijf werken aan goed contact tussen de ketenpartnerorganisaties en de gemeente. De periodieke bijeenkomsten van het Lokale Netwerk Armoede zorgt voor uitwisseling van signalen en informatie biedt mogelijkheden voor contact en samenwerkingsafspraken – blijf hier als gemeente een faciliterende rol in spelen. Dit biedt mogelijkheden om een herkenbaar netwerk te vormen richting de inwoner. Evalueer regelmatig de samenwerking tussen ketenpartners en met de gemeente. Aanbeveling 7 Werk aan de mogelijkheden voor onderlinge doorverwijzing zodat dit eenvoudiger en laagdrempeliger wordt, ook voor ketenpartners om door te verwijzen naar de gemeente. Maak bijvoorbeeld afspraken over doorverwijzing en terugkoppeling. Maar ook over de informatie-uitwisseling binnen de AVG: bijvoorbeeld door met toestemming van inwoners te werken om gegevens te (mogen) delen.

18

19

Behoeftepeiling minima De ervaringen van minimahuishoudens met rondkomen en de beschikbare ondersteuning in de gemeente Aalten

Opdrachtgever Gemeente Aalten Datum Augustus 2025 Auteurs Jitske Kooistra Juliette Maatman Anieta Boer KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 1 Samenvatting................................................................................................................................. 2 1. Contact ...................................................................................................................................... 5 2. Financiële ondersteuning .......................................................................................................... 7 2.1. Gemeentelijke regelingen ................................................................................................... 7 2.2. Ondersteuning van andere organisaties ........................................................................... 10 3. Meedoen.................................................................................................................................. 11 4. Financiële situatie .................................................................................................................... 13 4.1. Rondkomen....................................................................................................................... 13 4.2.

Kosten ............................................................................................................................... 14 5. Tips en opmerkingen ............................................................................................................... 17 Bijlage 1. Kenmerken respondenten ........................................................................................... 19 Bijlage 2. Aanvullende analyses.................................................................................................. 21

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Inleiding De gemeente Aalten voert een actief beleid ter bestrijding van armoede en schulden. Hiertoe biedt de gemeente een pakket aan inkomensondersteunende voorzieningen aan voor inwoners met een minimuminkomen. De gemeente wil graag weten hoe de ontvangers deze voorzieningen beoordelen: wat zijn hun bevindingen met het minimabeleid en passen de regelingen ook bij hun behoeften? De gemeente heeft KWIZ daarom gevraagd om een behoeftepeiling uit te voeren onder de minimapopulatie van de gemeente Aalten. De resultaten hiervan worden in het huidige rapport weergegeven en zijn onderdeel van een bredere effectmeting van het minimabeleid. Opzet van het onderzoek Om de ervaringen van de minimapopulatie in kaart te brengen is er een enquête verspreid onder de doelgroep. In de vragenlijst kwamen de volgende thema’s aan bod: • Contact (met de gemeente); • Financiële ondersteuning: gemeentelijke regelingen en andere organisaties; • Meedoen; • Financiële situatie: rondkomen en aanvullende ondersteuningsbehoefte • Tips en opmerkingen De inhoud en vorm van de vragenlijst is in nauwe samenwerking met de gemeente Aalten (inclusief communicatieafdeling) en klankbordgroep van inwoners tot stand gekomen.

Doelgroep en respons De doelgroep van dit onderzoek bestaat uit inwoners van de gemeente Aalten die in 2025 gebruik hebben gemaakt van de Meedoenregeling (356 huishoudens) en/of ondersteuning van het Meedoenpact (circa 400 huishoudens). Er kan overlap bestaan tussen deze groepen, dus het aantal unieke huishoudens dat een uitnodiging heeft gekregen om deel te nemen aan het onderzoek kan niet berekend worden1. De vragenlijsten zijn in mei 2025 verstuurd. Respondenten konden de vragenlijst zowel schriftelijk als digitaal invullen: • Gebruikers Meedoenregeling: deze huishoudens hebben de vragenlijst schriftelijk ontvangen via de post en konden de vragenlijst schriftelijk én online invullen. • Gebruikers Meedoenpact: deze huishoudens zijn online aangeschreven via een e-mail en konden de vragenlijst online invullen. Halverwege juni is een herinneringsmail gestuurd aan deze groep. In totaal hebben 111 respondenten de vragenlijst ingevuld (51 digitaal, 60 op papier). Dat is 31 procent van de aangeschreven doelgroep. Dit is een gemiddeld tot hoog responspercentage onder deze doelgroep. Echter, aangezien de totale doelgroep relatief klein is, is de respons niet voldoende groot om betrouwbare uitspraken te doen over de doelgroep2. De resultaten dienen als indicatief te worden beschouwd. Opzet rapport Het rapport begint met een grafische samenvatting.

Per hoofdstuk wordt vervolgens een thema uit de vragenlijst gepresenteerd3. Het rapport wordt afgesloten met een bijlage waarin de kenmerken van de respondenten worden weergegeven en een bijlage met daarin figuren behorende bij de aanvullende analyses.

1 Het was niet mogelijk om deze groepen te ontdubbelen omdat de gebruikers van de Meedoenregeling bij

de gemeente in beeld zijn, en de gebruikers van het Meedoenpact bij het Meedoenpact in beeld zijn. Deze organisaties hebben voor dit onderzoek geen persoonsgegevens uitgewisseld. 2 Voor een doelgroep van deze omvang is bij een betrouwbaarheidsniveau van 905 procent een respons nodig van 154 ingevulde enquêtes (43 procent) om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. 3 De vragenlijst bestond uit vragen met verschillende antwoordmogelijkheden. Bij vragen waar ‘Geen mening/n.v.t.’ een antwoordmogelijkheid was, is ervoor gekozen om deze in de analyse buiten beschouwing te laten. Het weglaten van deze antwoordcategorie komt de leesbaarheid en de inhoudelijke analyse ten goede. Per vraag wordt het aantal respondenten weergegeven die de vraag heeft ingevuld (n =…).

1

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Samenvatting

2

Gemeente Aalten

Versie 0.1

3

Gemeente Aalten

Versie 0.1

4

Gemeente Aalten

Versie 0.1

1. Contact De gemeente Aalten vindt het belangrijk dat iedereen de hulp krijgt die nodig is. Hiervoor kunnen inwoners in contact komen met verschillende organisaties. Dit hoofdstuk geeft inzicht in met wie de respondenten contact hebben gehad en hoe zij het contact met de consulent van de gemeente hebben ervaren. Het eerste contact De meerderheid van de respondenten geeft aan het eerste contact te hebben gehad met een consulent van de gemeente (29 procent) of Laborijn (28 procent) bij vragen over geld. Figulus Welzijn is ook nog een aantal keer benoemd door de respondenten, maar aanzienlijk minder dan de gemeente en Laborijn (11 procent). Bij anders geven de respondenten aan: • familie; • Sensire; • kerk; • ambulant begeleider; • andere organisaties. Figuur 1.1.1. Met wie hadden de respondenten het eerste contact bij vragen over geld? (n = 110)4 Consulent van de gemeente

29%

Laborijn

28%

Figulus

11%

Meedoenpact

9%

Weet ik niet

7%

Maatschappelijk werk

7%

Sociaal Raadslieden werk VAT Aalten (voorheen: GRIP-team)

2% 1%

Anders

20%

Contact met de consulent De respondenten die contact hebben gehad met de consulent van de gemeente zijn tevreden over dit contact. De ruime meerderheid vindt dat de consulent de tijd voor hen nam (90 procent) en naar hen luisterde (90 procent). Ook op de andere stellingen met betrekking tot het contact heeft het merendeel van de respondenten positief gereageerd (variërend van 65 tot en met 85 procent). Hoewel er weinig negatieve reacties zijn, geven de respondenten het vaakst aan niet tevreden te zijn over de informatie die de consulent geeft over de beschikbaarheid van andere regelingen (12 procent oneens).

4 In de online lijst konden respondenten slechts één optie kiezen, op papier gaven respondenten

regelmatig meer dan een antwoord. Daarom telt het totaal hoger op dan 100%.

5

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Figuur 1.1.2. Contact met de consulent van de gemeente (n = 47 ~ 51)5 Eens

Neutraal

Oneens

De consulent luisterde naar mij

90%

10%

De consulent nam de tijd voor mij

90%

10%

De consulent nam mij serieus

85%

15%

De consulent had begrip voor mijn situatie

85%

15%

De consulent heeft alles goed uitgelegd

83%

17%

De consulent gaf mij een duidelijk advies waar ik mee verder kon

79%

17% 4%

De consulent is goed bereikbaar

74%

24%

2%

De consulent dacht met mij na over een oplossing

71%

25%

4%

De consulent heeft mij verteld over andere regelingen die beschikbaar zijn

65%

5

23%

12%

Deze resultaten gaan over de respondenten die contact hebben gehad met een consulent van de gemeente. Het gaat hierbij zowel om respondenten die bij vraag 1 hebben aangegeven dat hun eerste contact met de gemeente was én om respondenten die later in het proces contact met de gemeente hebben gehad.

6

Gemeente Aalten

Versie 0.1

2. Financiële ondersteuning De gemeente Aalten biedt verschillende regelingen voor inwoners die moeite hebben met rondkomen. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de bekendheid en het gebruik van deze regelingen. Daarnaast komt aan bod waar respondenten informatie over de gemeentelijke regelingen vinden. En hoe ze het aanvragen ervan ervaren. Tot slot zijn er ook nog andere ondersteuningsmogelijkheden in de gemeente, gebruiken respondenten die? En kennen ze deze?

2.1. Gemeentelijke regelingen Gebruik en bekendheid gemeentelijke regelingen In totaliteit heeft 92 procent van de respondenten gebruikgemaakt van één of meer gemeentelijke regelingen6. De meedoenregeling is de meest gebruikte en meest bekende gemeentelijke regeling. De vergoeding van het eigen risico (63 procent), de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen (62 procent) en de vergoeding zorgkosten (61 procent) zijn de daarna meest gebruikte regelingen. De rest van de regelingen is bekend onder ongeveer driekwart van de respondenten. De minst gebruikte regelingen zijn de collectieve zorgverzekering (39 procent), het Kindpakket (25 procent) en de vergoeding van de zwemlessen (15 procent). Dat het gebruik, en tevens de bekendheid, laag ligt bij de laatste twee regelingen kan komen doordat deze regelingen zijn voor gezinnen met kinderen. Wanneer hetzelfde figuur wordt gemaakt (zie bijlage 2), maar dan alleen voor de respondenten die hebben aangegeven thuiswonende, minderjarige kinderen te hebben; blijkt dat het gebruik van het Kindpakket op 57 procent ligt en het gebruik van de vergoeding van de zwemlessen op 34 procent. Daarnaast daalt de onbekendheid naar respectievelijk 10 en 14 procent. Figuur 2.1.1. Gebruik en bekendheid gemeentelijke regelingen (n = 88 ~ 104) Ja

Nee, maar ken ik wel

Nee, ken ik niet

Meedoenregeling

82%

Vergoeding eigen risico

63%

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

62%

Vergoeding zorgkosten

61%

Bijzondere bijstand

55%

Individuele inkomenstoeslag

51%

Collectieve zorgverzekering Kindpakket Vergoeding zwemlessen

19%

15%

23% 28% 26% 40%

44% 57%

6

18%

30%

39%

25%

13% 5%

8% 16% 17% 23% 21%

31% 28%

Het kleine percentage dat geen gebruik heeft gemaakt van één van de gemeentelijke regelingen is vermoedelijk via de aanschrijflijst van het Meedoenpact in beeld gekomen.

7

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Redenen niet-gebruik De respondenten is gevraagd waarom zij (sommige) regelingen niet gebruiken. Zeventig respondenten hebben hier antwoord op gegeven met één of meerdere redenen. De meest genoemde redenen voor niet-gebruik van gemeentelijke regelingen zijn: • Onbekendheid met de regelingen – de meest voorkomende reden voor het niet gebruik maken van de regelingen, is door onbekendheid hierover (n = 17). Respondenten geven aan niet op de hoogte te zijn van het bestaan van (een deel van) de regelingen. • Niet in aanmerking – een andere, veelgenoemde reden is dat respondenten niet in aanmerking komen voor het gebruik van de gemeentelijke regelingen (n = 15). Sommigen geven een toelichting waarin zij benoemen dat hun inkomen of eigen vermogen te hoog is. • Geen kinderen – een grote groep respondenten benoemen dat zij geen kinderen hebben waarvoor bepaalde regelingen zijn (n = 16), waardoor zij ook geen gebruik maken van deze regelingen. • Niet nodig of passend – er zijn ook respondenten die vinden dat zij de regelingen niet nodig hebben of (nog) niet relevant waren voor de kosten die zij maken (n = 11). • Aanvraagproces – een paar respondenten antwoordden dat het proces van aanvragen een reden is waarom zij geen gebruikmaken van de regelingen (n = 5). Het uitzoeken en papierwerk worden benoemd als ‘gedoe’, of ‘veel werk’.

Informatie over de regelingen Uit de antwoorden op de vraag waar respondenten de informatie over de gemeentelijke regelingen vinden, blijkt dat de gemeentelijke website en de consulenten van de gemeente de meest gebruikte informatiepunten zijn (respectievelijk 35 en 33 procent). Andere plekken waar respondenten de informatie vinden, is bij familie, vrienden of kennissen (24 procent) of via een andere organisatie (21 procent). De minderheid haalt de informatie van sociale media (8 procent). Bij de optie ‘anders’ kregen de respondenten de gelegenheid om aan te vullen op welke andere manieren zij de informatie over de gemeentelijke regelingen hebben gevonden. Terugkerende antwoorden zijn: Laborijn, Figulus, maatschappelijk werk en de ambulant begeleider. Figuur 2.1.2. Informatie over de regelingen vinden (n = 111) Via de website van de gemeente

35%

Via een consulent van de gemeente

33%

Via familie, vrienden of kennissen

24%

Via een andere organisatie

21%

via Aalten Vooruit / de Band Via sociale media van de gemeente

19% 8%

Anders

21%

Twee derde van de respondenten vindt dat de informatie die zij vinden over de regelingen belangrijk is (69 procent) en een vergelijkbaar deel weet ook waar zij terecht kunnen als ze vragen hebben over de regelingen (65 procent). De respondenten zijn echter minder tevreden over de hoeveelheid informatie die zij ontvangen over de regeling en de vindbaarheid van de regelingen. Hoewel niet uitgesproken negatief, worden deze stellingen minder vaak met ‘eens’ beantwoord. Zo geeft slechts 36 procent van de respondenten dat de informatie goed vindbaar is. 8

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Figuur 2.1.3. Informatie over de regelingen (n = 99 ~ 104) Eens

Neutraal

Oneens

Ik vind de informatie over de regelingen belangrijk.

69%

Als ik vragen heb over de regelingen, weet ik waar ik terecht kan.

65%

Ik ontvang voldoende informatie over de regelingen.

25%

26%

45%

Ik vind de informatie over de regelingen goed vindbaar.

6%

9%

43%

36%

51%

12%

13%

Aanvragen van de regelingen De ene helft van de respondenten vindt het aanvragen van regelingen moeilijk, en de andere helft geeft aan het niet moeilijk te vinden. Degenen die tot de eerste categorie behoren, is gevraagd waarom zij de aanvraag moeilijk vinden. Het digitaal (niet) vaardig zijn is een veel genoemde reden, maar ook het papierwerk dat aangeleverd moet worden is een reden waarom het aanvragen van de regelingen als moeilijk wordt ervaren. Een paar respondenten geven aan dat het vervelend is dat alles elk jaar opnieuw moet worden aangeleverd. Er zijn ook een aantal respondenten die benoemen dat zij onvoldoende informatie hebben om de aanvraag te doen. Ook de (Nederlandse) taal is in sommige gevallen een barrière. Figuur 2.1.4. Is het aanvragen van de regelingen moeilijk? (n = 106) Ja

Nee

50%

50%

Respondenten gaven onder meer de volgende antwoorden:

“Elk jaar weer hetzelfde aan moeten leveren terwijl er niets verandert voor mij!” “Ik ben niet handig met de computer.” “Je zoveel moet doen om in aanmerking te komen, elk jaar opnieuw.” “Soms wel, zonder hulp van consulent zijn papieren moeilijk.” “Veel papierwerk opzoeken en printen.” “De verspreiding van informatie is gering.” Er is soms heel veel informatie nodig, maar het laatste jaar gaat het makkelijker.”

9

Gemeente Aalten

Versie 0.1

2.2. Ondersteuning van andere organisaties Naast de gemeentelijke regelingen, zijn er ook andere organisaties actief in de gemeente die (financiële) ondersteuning bieden. Van deze organisaties is het Meedoenpact het meest gebruikt en meest bekend; 60 procent van de respondenten geeft aan hier gebruik van te maken. Bespaarhulp aan huis is ook relatief goed bekend onder 72 procent van de respondenten, en wordt door 29 procent ook gebruikt. De overige drie organisaties worden relatief weinig gebruikt, variërend van 3 tot 18 procent, waarbij Stichting Babyspullen het meest onbekend is (64 procent onbekend). Dat het gebruik en de bekendheid van Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Babyspullen relatief laag ligt, kan te maken hebben met dat deze organisaties alleen hulp bieden aan huishoudens met kinderen. Als we, net als bij de gemeentelijke regelingen, kijken naar het gebruik en de bekendheid onder de respondenten met kinderen, blijft de onbekendheid van het Jeugdfonds gelijk maar stijgt het gebruik naar 46 procent. Voor Stichting Babyspullen stijgt echter de onbekendheid naar (61 procent) en maakt 8 procent gebruik van deze ondersteuning (zie bijlage 2 voor figuur). Figuur 2.2.1. Gebruik en bekendheid ondersteuning van andere organisaties (n = 96 ~ 105) Ja

Nee, maar ken ik wel

Meedoenpact

60%

Bespaarhulp aan huis

23%

29%

Jeugdfonds Sport en Cultuur Voedselbank

Nee, ken ik niet

43%

18%

Stichting Babyspullen 3%

28%

53%

8%

29%

72% 43%

10

17%

20% 54%

Gemeente Aalten

Versie 0.1

3. Meedoen Dit hoofdstuk bespreekt in hoeverre de respondenten vinden dat zij kunnen meedoen in de samenleving. Onder meedoen wordt onder meer lid zijn van een club, contact hebben met anderen of vrijwilligerswerk doen, verstaan. Een derde van de respondenten geeft aan het gevoel te hebben te kunnen meedoen in de samenleving. De helft vindt dat hij dat soms wel, maar soms ook niet kan. En 18 procent zegt niet te kunnen meedoen in de samenleving. Het merendeel van de respondenten ervaart dus dat zij niet volledig mee kunnen doen in de samenleving. Figuur 3.1.1. Mee kunnen doen in de samenleving (n = 100) Ja

Soms wel, soms niet

32%

Nee

50%

18%

De respondenten in de laatste twee categorieën kregen de vraag waarom zij niet (volledig) mee kunnen doen in de samenleving. De voornaamste reden is de gezondheid van de respondenten, twee derde van hen geeft aan dat hun gezondheid het niet toelaat. Geld is ook een veel genoemde reden (50 procent). Respondenten geven ook aan dat weinig contact met anderen ervoor zorgt dat zij niet (volledig) mee kunnen doen in de samenleving (28 procent). Figuur 3.1.2. Redenen voor niet kunnen meedoen in de samenleving (n = 68) Mijn gezondheid (fysiek en/of mentaal)

68%

Ik heb er geen geld voor

50%

Ik heb weinig contact met anderen Geen werk of vrijwilligerswerk

28% 6%

Anders

15%

Voor een deel herhalen respondenten de redenen uit bovenstaande figuur onder de optie ‘anders’, maar andere terugkerende redenen voor het niet kunnen meedoen in de samenleving is omdat respondenten er geen tijd voor hebben en/ of te druk zijn met andere dingen (vrijwilligerswerk, werk zoeken). Als we nog wat dieper inzoomen op de redenen waarom de respondenten niet (volledig) mee kunnen doen in de samenleving, zijn er opvallende verschillen te zien tussen de respondenten die aan hebben gegeven soms wel, soms niet mee te kunnen doen (n = 50) en de respondenten die ‘nee’ hebben geantwoord (n = 18). De respons is echter erg klein in de tweede groep, dus enige voorzichtigheid in de interpretatie is geboden. Het verschil dat we zien, is dat de groep ‘soms wel, soms niet’ vaker aangeeft geen geld te hebben voor deelname aan de samenleving; en dat de groep ‘nee’ juist vaker weinig contact heeft met anderen. De gezondheid en het gebrek aan werk of vrijwilligerswerk is voor beide groepen evenveel reden om niet te kunnen meedoen aan de samenleving.

11

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Figuur 3.1.3. Redenen voor niet mee kunnen doen, naar mate van participatie (n = 18 ~ 50) Soms wel, soms niet

Nee 68% 67%

Mijn gezondheid (fysiek en/of mentaal) 54%

Ik heb er geen geld voor

39% 22%

Ik heb weinig contact met anderen Geen werk of vrijwilligerswerk Anders

44% 6% 6% 14% 17%

12

Gemeente Aalten

Versie 0.1

4. Financiële situatie In dit hoofdstuk bespreken we verschillende thema’s met betrekking tot het kunnen rondkomen. Allereerst komt aan de orde of de respondenten maandelijks kunnen rondkomen van hun geld en waarom dat zo is. Daarna komt het wel of niet om hulp vragen bij geldzorgen aan bod. En tot slot gaat het hoofdstuk in op het budget voor bepaalde kosten.

4.1. Rondkomen Een kleine meerderheid van de respondenten geeft aan dat zij iedere maand kunnen rondkomen van hun geld (52 procent). Ongeveer een derde benoemt dat dit hen niet lukt en een klein deel deelt dit liever niet. Figuur 4.1.1. Maandelijks rondkomen (n = 102) Ja

Nee

Zeg ik liever niet

52%

32%

16%

Aan zowel de respondenten die wel kunnen rondkomen als degenen die niet kunnen rondkomen is gevraagd om een toelichting. De respondenten die wel rond kunnen, geven aan dat dit met heel zuinig leven en goed budgetteren lukt. Sommigen geven aan dat het maar nét lukt, dat zij aan het einde van de maand eigenlijk niets overhouden. Dit betekent ook dat deze mensen geen ruimte hebben voor onverwachte uitgaven. Voor de respondenten die niet elke maand kunnen rondkomen van hun geld, heeft dat met name te maken door de hoge kosten. Zij geven aan dat alles duurder is geworden: boodschappen en vaste lasten in het bijzonder. Deze kosten kunnen zij niet, of met moeite betalen. Een aantal respondenten geven aan dat hun uitgaven hoger liggen dan hun inkomsten. Respondenten gaven onder meer de volgende antwoorden:

“Ik ben heel zuinig.” “Maar niet als er onverwachte kosten komen!” “Ik ben steeds beter geworden in budgetteren.” “Ik draai ieder dubbeltje om, maar houd niks over. Ik kan niet sparen om een bijvoorbeeld een apparaat te kunnen vervangen.” “We zorgen gewoon dat het lukt.” “Ik kan precies rondkomen, maar dan moeten er geen bijzondere dingen langskomen zoals een kapotte wasmachine, fiets, auto, extra ritjes.” “Alles wordt duurder, ik kan nooit iets leuks doen. Hulp vragen bij geldzorgen Aan de respondenten is voorgelegd of zij om hulp vragen “Meer uitgaven dan dat zouden ik binnen krijg.” als zij (tijdelijk) niet zouden kunnen rondkomen van hun geld. Het merendeel van de respondenten geeft aan wel om hulp te zullen vragen (65 procent). Een kwart van de respondenten zou dit niet doen en een klein groepje geeft aan dit niet te willen zeggen (8 procent).

13

Gemeente Aalten

Versie 0.1

De voornaamste reden waarom respondenten niet om hulp zouden vragen, is hun gevoel daarbij. Schaamte wordt het meest genoemd, anderen zeggen er te trots of eigenwijs voor te zijn, of hebben zelfredzaamheid hoog zitten. Figuur 4.1.2. Hulp vragen voor rondkomen (n = 103) Ja

Nee

Zeg ik liever niet

65%

27%

8%

Vervolgens is aan de respondenten die hulp zouden vragen en de respondenten die dit liever niet willen zeggen gevraagd waar zij dan hulp zouden vragen. De gemeente is met 49 procent de meest genoemde plek waar de hulp gevraagd zou worden. Familie en vrienden staat op een tweede plek met 43 procent. En ook het Meedoenpact is regelmatig gekozen door de respondenten om heen te gaan voor hulp bij geldzorgen (31 procent). De antwoorden bij ‘anders’ zijn wisselend: ambulante begeleiding, Laborijn, de kerk, huisarts of bewind. Figuur 4.1.3. Hulp vragen bij … (n = 75) Gemeente

49%

Familie/ vrienden

43%

Meedoenpact VAT Aalten Anders

31%

1% 17%

4.2. Kosten Te weinig geld Het lukt de meeste respondenten redelijk om de noodzakelijke spullen en vaste lasten te betalen, slechts een vijfde geeft hiervan aan dat het vaak niet lukt. Van het betalen van kosten voor leuke dingen of voor het lid zijn van een vereniging, geeft ongeveer de helft aan dat het vaak niet lukt (respectievelijk 54 en 48 procent). De zorgkosten zijn ook nog vaak moeilijk te betalen (44 procent), al is het aandeel respondenten dat dit (bijna) nooit kan betalen het kleinste voor deze kostenpost van alle kosten die de respondenten zijn voorgelegd (14 procent).

14

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Figuur 4.2.1. Te weinig geld voor … (n = 94 ~ 106) Ja, vaak

Nee, soms

Nee, (bijna) nooit

Leuke dingen doen

54%

Lid zijn van een vereniging

48%

Zorgkosten betalen

44%

Op bezoek gaan bij vrienden en/of familie

33%

Opleiding/cursus volgen of vrijwilligerswerk doen

32%

Boodschappen

31%

30%

16%

23%

29%

42%

14%

37% 25%

30% 43%

39%

30%

Het betalen van de vaste lasten

19%

32%

49%

Noodzakelijke spullen kopen

19%

32%

49%

Te weinig geld voor kosten van kinderen De respondenten hebben voor hun kind(eren) het vaakst te weinig geld voor leuke dingen en het lid zijn van een vereniging (respectievelijk 63 en 61 procent). Ook de schoolkosten en het kopen van de noodzakelijke spullen voor de kinderen gaan vaak met moeite. Weinig respondenten geven aan dat ze te weinig geld voor zwemles7. Figuur 4.2.2. Te weinig geld voor kinderen voor … (n = 26 ~ 30)8 Ja, vaak

Nee, soms

Leuke dingen doen

63%

Lid zijn van een vereniging

61%

Nee, (bijna) nooit

37%

18%

21%

Schoolkosten

41%

45%

14%

Noodzakelijke spullen kopen

40%

47%

13%

Zwemles volgen

19%

15%

66%

7 Dit kan betekenen dat ouders over het algemeen geen/weinig moeite hebben om de zwemlessen van

hun kinderen te betalen. Het kan ook zijn dat deze ouders geen kosten voor zwemles hebben (omdat hun kind bijvoorbeeld al een diploma heeft) of dat dit niet de eerste uitgave is die ouders doen. 8 De resultaten worden hier weergegeven voor huishoudens met thuiswonende kinderen tot en met 17 jaar.

15

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Andere kosten Tot slot, kregen de respondenten de vraag of er nog andere kosten zijn waarvoor zij graag ondersteuning ontvangen. De helft geeft aan van niet; 43 procent geeft aan kosten voor zichzelf te missen en een klein deel mist kosten voor hun kind(eren) (11 procent). Figuur 4.2.3. Zijn er andere kosten waarvoor ondersteuning nodig is? (n = 111) Ja, voor mijzelf

43%

Ja, voor mijn kind(eren)

Nee

11%

51%

Respondenten die aangaven ondersteuning in kosten voor hunzelf te missen, geven aan dat het gaat om de kosten: • boodschappen en/ of vaste lasten (n = 5); • grote uitgaven (n = 14), zoals een fiets, meubels, onderhoud, dierenartskosten en reparatie van dure apparaten; • zorgkosten (n = 7), zoals dieet- en waskosten, door zorgprofessionals aangeraden hulpmiddelen en medicijnen. Voor kinderen missen respondenten ondersteuning bij de kosten voor sporten, een fiets, kleding en uitjes.

16

Gemeente Aalten

Versie 0.1

5. Tips en opmerkingen Aan het einde van de vragenlijst kregen respondenten de gelegenheid om tips of opmerkingen te delen met de gemeente. In dit hoofdstuk worden de antwoorden hierop besproken. In totaal hebben 56 respondenten deze vraag beantwoord. Een deel van hen heeft complimenten of dankbaarheid voor de gemeente achtergelaten. Sommigen hebben aangegeven geen aanvullingen te hebben, anderen hebben tips of opmerkingen achtergelaten voor de gemeente. Deze tips en opmerkingen van de respondenten zijn onder te verdelen in 3 thema’s. Per thema staan in de onderstaande kaders enkele quotes weergegeven. 1. Informatievoorziening Zes respondenten geven aan dat de informatieverstrekking over de gemeentelijke regelingen beter kan. Zo benoemt iemand dat hij als nieuwe bewoner kreeg onvoldoende was. Anderen geven aan dat de gemeente inwoners jaarlijks zou kunnen informeren over de regelingen die aangeboden worden aan mensen met een laag inkomen.

“Geef nieuwe bewoners duidelijkere informatie.” “Jaarlijks een brief waarin alle regelingen staan (of heb ik dit gemist?)” “Gesprekken aangaan met mensen met laag inkomen, zodat ze weten van hoe en waar ze terecht kunnen voor hulp, zodat die schaamte minder wordt.”

2. De aanvraag en het verstrekken van de regelingen In het verlengde van bovenstaande, benoemen acht respondenten dat de aanvraagprocedure ingewikkeld is en dat de drempel om een regeling aan te vragen te hoog ligt. Zij benoemen bijvoorbeeld dat de gemeente (volgens hen) de nodige informatie over inwoners heeft om hen te kunnen informeren dat zij recht hebben op regelingen. Iemand anders oppert om een dossier aan te maken waarin alle regelingen, indien van toepassing, aangevinkt kunnen worden zodat mensen direct alles krijgen waar ze recht op hebben. Oftewel: om de aanvraagprocedure te vereenvoudigen en proactief te informeren over de mogelijkheden.

“Benader zelf de mensen met een laag inkomen. Ik kwam er bij toeval achter dat de gemeente steun aanbiedt. Maak de hulp gemakkelijker te begrijpen.” “Maak 1 dossier met gegevens. Is het een laag inkomen? Geef het die status en vink alle aanvragen daar aan. En een verlenging (…) niet steeds weer opnieuw moeten aanvragen.” “Misschien laagdrempelig maken. Mensen schamen zich vaak.” “Maak de aanvragen voor Kindpakket, Meedoenregeling minder ingewikkeld.”

3. Extra regelingen/ vergoedingen Elf respondenten maken hier ook van de gelegenheid gebruik om aan te geven waarvoor zij nog (meer) vergoeding zouden willen zien. Hier komen deels de antwoorden terug die ook zijn gegeven in hoofdstuk 4.2: zorgkosten, dierenartskosten, vervoer en grote uitgaven. Ouders benoemen dat zij graag Stichting Leergeld terug zouden zien in het ondersteuningsaanbod en dat ondersteuning bij zwemlessen nodig is.

17

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Complimenten Respondenten maken ook van de gelegenheid gebruik om hun complimenten over te brengen. Hieronder laten we de respondenten zelf aan het woord.

“Ik heb van m'n leven nog niet een gemeente ervaren die zo meegaand en -denkend is als gemeente Aalten. Erg fijn om te ervaren.” “We krijgen ondersteuning en ik ben dankbaar daarvoor, het probleem is dat dat de prijzen stijgen constant en wat we extra krijgen bijna niet genoeg is om rond te komen.” “Bedankt voor alles!” “We zijn enorm blij met wat gegund wordt en hoe hedendaags de gemeente ons veel, vanuit brieven, vooraf aan het jaar informeert over de financiële mogelijkheden. Ook weer voor het jaar erop. Daarmee ervaren wij meer welkom om financiële hulp ook te nemen.” “Ik ben dol blij met de tegemoetkoming extra ziekenkosten. Ik heb veel pech met mijn gezondheid, was afgekeurd en zag het niet meer zitten, vooral financieel niet. Door de hulp van de gemeente ging er toch weer een lichtje branden.” “In mijn geval, wil ik zeggen, dat de gemeente Aalten mij ontzettend geholpen heeft met alles.” “Vind het Meedoenpact heel positief.” “Ik ben heel tevreden hoe alles is gegaan.” “Ik denk dat de gemeente ons goed helpt.” “Ik zou zeggen: bedankt voor de gemeente. Want de gemeente doet het best. Echt bedankt.”

18

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Bijlage 1. Kenmerken respondenten In deze bijlage worden de kenmerken van de inwoners die de enquête hebben ingevuld weergegeven. Figuur B1.1 Leeftijd (n = 110) 18 t/m 26 jaar

3%

27 t/m 45 jaar

24%

46 t/m 66 jaar

48%

67 jaar of ouder

25%

Figuur B1.2 Huishouden (n = 108) Alleenstaand

50%

Alleenstaande ouder met kind(eren) Samenwonend zonder kind(eren)

17% 8%

Samenwonend met kind(eren) Anders

16% 9%

Onder ‘anders’ is aangegeven: • wonend met ouder of volwassen kind; • begeleid wonen. Figuur B1.3 Thuiswonende kinderen tot en met 17 jaar (n = 106) Ja

28%

Nee

72%

19

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Figuur B1.4 Inkomensbron (n = 107) AOW en/of pensioen

55%

Uitkering: Participatiewet (bijstand), WW, WIA, WAJONG

23%

Dat zeg ik liever niet Loon of salaris

16% 2%

Anders

4%

20

Gemeente Aalten

Versie 0.1

Bijlage 2. Aanvullende analyses Figuur B2.1 Gebruik en bekendheid gemeentelijke regelingen onder huishoudens met kinderen (n = 28) Ja

Nee, maar ken ik wel

Kindpakket

Nee, ken ik niet

57%

Vergoeding zwemlessen

33%

34%

10%

52%

14%

Figuur B2.2 Gebruik en bekendheid ondersteuning van andere organisaties onder huishoudens met kinderen (n = Ja

Nee, maar ken ik wel

Jeugdfonds Sport en Cultuur

Stichting Babyspullen

46%

7%

Nee, ken ik niet

25%

32%

29%

61%

21

Inkomenseffect Rapportage De bestedingsruimte van minimahuishoudens in de gemeente Aalten

Opdrachtgever Gemeente Aalten Datum September 2025 Auteurs Jitske Kooistra Anieta Boer KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.

Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................................... 1 Samenvatting ............................................................................................................................ 2 1. Introductie op de inkomenseffecten ....................................................................................... 3 1.1. Voorbeeldhuishoudens ................................................................................................... 3 1.2. Totaal inkomen ............................................................................................................... 3 1.3. Totale uitgaven ............................................................................................................... 3 1.4. Impact van het gemeentelijke beleid ............................................................................... 4 1.5. Uitgangspunten............................................................................................................... 6 1.6. Kanttekening................................................................................................................... 8 2. Inkomenseffecten .................................................................................................................. 9 2.1.

Alleenstaande ................................................................................................................. 9 2.2. Paar zonder kinderen .................................................................................................... 11 2.3. Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar ...................................................... 12 2.4. Paar met kinderen van 8 en 13 jaar............................................................................... 13 2.5. Paar met thuiswonende meerderjarige kinderen van 18 en 23 jaar ................................ 15 2.6. Alleenstaande AOW-leeftijd .......................................................................................... 16 2.7. Alleenstaande AOW-leeftijd met zorgvraag ................................................................... 17 2.8. Paar AOW-leeftijd ......................................................................................................... 18 2.9. Huishoudens met een langdurig minimuminkomen ........................................................ 19 3. Analyse van de resultaten ................................................................................................... 20 3.1. Effect van de gemeentelijke regelingen op rondkomen .................................................. 20 3.2.

Financiële effecten bij werkaanvaarding ........................................................................ 20 3.2.1. Effect van de inkomensstijging ten opzichte van de bijstand ................................... 21 3.2.2. Effect van de inkomensstijging voor huishoudens die niet uit de bijstand komen ..... 22 3.3. Huishoudens met een langdurig minimuminkomen ........................................................ 22 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ..................................................................................... 23 Bijlage 2. Financieel maandoverzicht ...................................................................................... 25 Bijlage 3. Uitsplitsing gemeentelijke bijdragen ......................................................................... 33 Bijlage 4. Kosten en kwijtschelding gem. belasting .................................................................. 34 Bijlage 5. Informatie huurprijzen .............................................................................................. 35

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Inleiding In 2024 is het nieuwe beleidskader ‘van armoedebeleid naar financiële bestaanszekerheid’ vastgesteld in de gemeente Aalten. Deze nota beoogt een doorontwikkeling van het armoedebeleid in 2025 vanuit de visie op financiële bestaanszekerheid. Onderdeel uit deze nota is de monitoring van het armoedebeleid middels een effectmeting. KWIZ voert de effectmeting voor de gemeente Aalten uit. Het onderzoek bestaat uit een Dashboard Minima, behoeftepeiling onder de doelgroep van het minimabeleid en de Inkomenseffect Rapportage. Het voorliggende rapport betreft de Inkomenseffect Rapportage. Inwoners van de gemeente Aalten met een laag inkomen kunnen van verschillende lokale – naast de landelijke – regelingen gebruikmaken. Dit rapport geeft inzicht in de effecten die de regelingen hebben op de bestedingsruimte van minimahuishoudens. Inkomenseffect Rapportage (IER) We berekenen voor acht verschillende voorbeeldhuishoudens met verschillende inkomensniveaus hoeveel zij maandelijks aan gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen kunnen ontvangen. Het gaat om inkomens van 100, 110, 120 en 130 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), en voor langdurige minimahuishoudens. Meer specifiek gaat het om de effecten van het vergaren van meer inkomen (bijv. vanuit een bijstandssituatie).

Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Vanuit verschillende bronnen stellen we daarnaast per huishoudtype een bedrag aan uitgaven vast. Waar mogelijk baseren wij de uitgaven op lokale tarieven. Ten slotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op die manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand. Opzet rapport Allereerst worden de belangrijkste resultaten besproken in de samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt de onderzoeksmethodiek nader toegelicht. In hoofdstuk 2 geven we de inkomenseffecten weer per huishouden, waarbij we onderscheid maken tussen huishoudens die wel of niet langdurig een minimuminkomen hebben. In hoofdstuk 3 staat een analyse van de inkomenseffecten. Het rapport wordt afgesloten met een viertal bijlagen. Bijlage 1 geeft een overzicht van de beschikbare minimaregelingen in de gemeente. In bijlage 2 wordt het financiële maandoverzicht van ieder huishoudtype weergegeven. In bijlage 3 staat per huishoudtype een uitsplitsing van de gemeentelijke bijdragen. In bijlage 4 staat een overzicht van de kosten en maximale kwijtschelding van gemeentelijke belastingen per huishoudgrootte.

1

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Samenvatting (Maximale) effect van de gemeentelijke regelingen op rondkomen •

•

•

De gemeentelijke regelingen bieden (extra) financiële bestedingsruimte voor alle huishoudens bij de laagste inkomens. • Alleenstaande AOW’ers met een zorgvraag zijn op bijstandsniveau afhankelijk van de gemeentelijke regelingen om rond te komen. • Paren met meerderjarige inwonende kinderen zijn bij inkomens van 100 en 110 procent Wsm afhankelijk van de gemeentelijke regelingen om rond te komen. Alleenstaanden, paren met kinderen en paren zonder kinderen kunnen zonder het gebruik van de gemeentelijke regelingen nét rondkomen op bijstandsniveau. Bij financiële tegenslagen komen zij maandelijks al snel in de min uit. De overige drie huishoudens kunnen maandelijks rondkomen met en zonder de gemeentelijke regelingen. Dit zijn de alleenstaande ouders en de twee AOW-huishoudens zonder zorgvraag.

De berekende inkomenseffecten in dit rapport zijn gebaseerd op gemiddelden. De bestedingsruimte van huishoudens met een andere situatie, zoals het hebben van schulden of andere kostenposten (bijvoorbeeld voor huisdieren, roken of hogere zorgkosten), ziet er al snel anders uit. De resultaten geven een indicatie van de bestedingsruimte van de doelgroep en de impact van het gemeentelijke beleid hierop.

Financiële effecten bij werkaanvaarding •

•

•

Alle huishoudens gaan erop vooruit wanneer zij gaan werken vanuit de bijstand. Ze krijgen namelijk te maken met een maandbudget dat in de plus uitkomt of ruimer wordt bij een inkomensstijging ten opzichte van de bijstand (dit geldt zowel voor de huishoudens die van geen gemeentelijke regelingen gebruikmaken als voor de huishoudens die gebruikmaken van alle regelingen van de gemeente). Het wegvallen van gemeentelijke regelingen (al dan niet in combinatie met afnemende toeslagen) kan bij extra werkaanvaarding zorgen voor een terugval in het maandbudget. Dit komt voor bij alleenstaande ouders, paren met kinderen en paren met inwonende meerderjarige kinderen, die gebruikmaken van alle regelingen, wanneer het inkomen van 120 naar 130 procent Wsm stijgt. Voor hen loont werken dus niet altijd. Bijna alle huishoudens krijgen minder bestedingsruimte als zij vanuit een situatie van een langdurig minimuminkomen gaan werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm. Het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag zorgt (al dan niet in combinatie met wegvallen van andere gemeentelijke regelingen en het dalen van toeslagen) voor een lager maandbudget op 130 procent Wsm dan bij een inkomen van 120 procent Wsm bij de meeste huishoudens.

2

Gemeente Aalten

Versie 0.2

1. Introductie op de inkomenseffecten In deze paragraaf bespreken we de onderzoeksmethode en aannames van de Inkomenseffect Rapportage (IER). Hierbij geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden in dit rapport.

1.1. Voorbeeldhuishoudens We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2025 voor de volgende acht huishoudtypen: Niet AOW-gerechtigden • Alleenstaande • Paar zonder kinderen • Alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar) • Paar (twee volwassenen) met twee kinderen (8 en 13 jaar) • Paar (twee volwassenen) met twee inwonende meerderjarige kinderen (18 en 23 jaar) AOW-gerechtigden • Alleenstaande • Alleenstaande met een zorgvraag • Paar (twee volwassenen) Inkomenshoogte We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120 en 130 procent wettelijk sociaal minimum (Wsm). Daarnaast berekenen we de inkomenseffecten voor huishoudens die al langer dan drie jaar een minimuminkomen hebben (langdurige minima).

1.2. Totaal inkomen Het totaal inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit het netto-inkomen, eventuele gemeentelijke regelingen en diverse toeslagen van het Rijk. Specifiek gaat het om de volgende categorieën: • •

•

Netto-inkomen inclusief vakantietoeslag Bijdrage Rijk: o huurtoeslag o zorgtoeslag o kinderbijslag o kindgebonden budget o combinatiekorting Gemeentelijke minimaregelingen1

1.3. Totale uitgaven De uitgaven2 zijn gecategoriseerd naar: •

Basisuitgaven:

1

Onder deze categorie zijn ook de kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen en waterschapsbelastingen meegenomen, ook al valt dit formeel niet onder de minimaregelingen. 2 Per uitgave is gespecificeerd vanuit welke bron de informatie afkomstig is. De volgende kostenposten zijn gebaseerd op normbedragen van het Nibud: overige verzekeringen, vervoerskosten, reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven, werkgerelateerde kosten en sociale participatie. De cijfers zijn afkomstig uit het Budgethandboek 2024 van het Nibud (eenenveertigste editie).

3

Gemeente Aalten

Versie 0.2

vaste lasten: uitgaven die maandelijks terugkomen. Voorbeelden zijn huur 3, energie- en waterkosten4, zorgverzekering5, overige verzekeringen en vervoerskosten; o reserveringsuitgaven: uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; o huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; o uitgaven voor onderwijs6 en (buitenschoolse) opvang7; o werkgerelateerde uitgaven: uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding. Uitgaven om mee te doen in de samenleving (participatie uitgaven): o kosten voor sociale participatie. Dit kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten, dit is het bedrag waardoor mensen kunnen meedoen. o

•

Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur, water, energiekosten en lokale heffingen8. De andere uitgaven zijn gebaseerd op gemiddelde normbedragen. Deze zijn terug te vinden in de begrotingen per huishoudtype in bijlage 2.

1.4. Impact van het gemeentelijke beleid Specificatie gemeentelijke minimaregelingen9 In onderstaande tabel is weergegeven welke regelingen in de begrotingen van de voorbeeldhuishoudens zijn verwerkt. Tabel 1.4.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Aalten Regelingen opgenomen in begrotingen Kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen10 Collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Meedoenregeling Kindpakket

3

Inkomensgrens 2025 100% Wsm 120% Wsm Minimaal 3 jaar 120% Wsm11 120% Wsm12 120% Wsm13

Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid (HCIB). De Rijksoverheid publiceert de gemiddelde huurkosten per gemeente. De huurbedragen in deze rapportage zijn gebaseerd op de gemiddelde huurkosten in de gemeente Aalten. 4 De kosten voor water zijn gebaseerd op de tarieven van Vitens. De kosten voor gas en elektriciteit zijn gebaseerd op de tarieven van maatschappij Eneco, Hollandse Wind&Zon en Aardgas 1 jaar vast. 5 De premie voor de zorgverzekering is gebaseerd op een gemiddeld bedrag van zes grote zorgverzekeraars. 6 Deze kosten zijn gebaseerd op de Schoolkostenmonitor van de Rijksoverheid. 7 De tarieven voor buitenschoolse opvang en kinderopvang zijn gebaseerd op de maximale uurtarieven van de Rijksoverheid. 8 De kosten voor de rioolheffing zijn gebaseerd op de lokale lasten voor de gemeente Aalten in 2025 zoals deze zijn weergegeven bij het COELO. 9 In bijlage 1 staan de voorwaarden en vergoedingen per regeling beschreven. 10 Formeel zijn dit geen minimaregelingen; de uitvoering en kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen is geen onderdeel van het minimabeleid. We nemen de kosten en kwijtschelding wel mee in de inkomenseffectrapportage omdat het lokale kosten en ook een regeling voor de minimadoelgroep betreft. 11 Met draagkrachtberekening.

Inwoners kunnen in sommige gevallen ook de vergoeding uit de regeling ontvangen met een hoger inkomen dan het drempelbedrag. 12 Met draagkrachtberekening. Inwoners kunnen in sommige gevallen ook de vergoeding uit de regeling ontvangen met een hoger inkomen dan het drempelbedrag. 13 Met draagkrachtberekening. Inwoners kunnen in sommige gevallen ook de vergoeding uit de regeling ontvangen met een hoger inkomen dan het drempelbedrag.

4

Gemeente Aalten

Versie 0.2

Jeugdfonds Sport en Cultuur14 Bijzondere bijstand zorgkosten Bijzondere bijstand eigen risico zorgkosten Regelingen niet opgenomen in begrotingen Bijzondere bijstand Studietoeslag

120% Wsm15 120% Wsm 120% Wsm 100% Wsm Situatieafhankelijk

Niet meegenomen regelingen Een aantal regelingen wordt niet meegenomen in de berekeningen en begrotingen. In de meeste gevallen gaat het om een regeling die incidenteel wordt verstrekt of een beperkte doelgroep heeft. Hieronder staat beschreven wat de precieze reden is dat de regeling niet is meegenomen. • De bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voorkomt. • De studietoeslag is eveneens niet doorgerekend in de financiële overzichten. Deze regeling kent een specifieke doelgroep; studenten met een lichamelijke of psychische beperking, die niet in staat zijn naast hun te studie werken. In deze inkomenseffectrapportage is geen huishouden opgenomen waarbij deze regeling van toepassing is. Gebruik en effect van gemeentelijke minimaregelingen In deze rapportage berekenen wij de inkomenseffecten van de verschillende huishoudens wanneer zij gebruikmaken van de beschikbare gemeentelijke regelingen. In de praktijk is de ervaring echter dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruikmaken van de regelingen. In werkelijkheid zal het budget na alle uitgaven waarschijnlijk vaak lager uitvallen. Ter vergelijking geven wij daarom ook de inkomenseffecten weer wanneer de voorbeeldhuishoudens van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaken.

In deze gevallen blijven alle uitgaven gelijk. Dat betekent bijvoorbeeld dat huishoudens nog altijd de gemeentelijke belastingen moeten betalen, maar hier dan geen kwijtschelding meer voor ontvangen of dat huishoudens nog wel een uitgebreide zorgverzekering hebben, maar vanuit de gemeente geen korting meer hierop krijgen. De impact van de individuele inkomenstoeslag op het inkomen van langdurige minimahuishoudens is in een losse paragraaf weergegeven (paragraaf 2.9). In het rapport geven we dus het resterende maandbudget weer voor twee situaties: bij een volledig en bij geen gebruik van de gemeentelijke regelingen. • Volledig gebruik: voor het weergeven van het volledige gebruik hebben we de regelingen uit tabel 1.4.1. doorgerekend. Indien een huishouden aanspraak kan maken op een regeling, is deze verrekend in het maandbudget. Voor huishoudens met kinderen zijn bijvoorbeeld de kindregelingen doorgerekend, bij huishoudens zonder kinderen zijn deze logischerwijs niet doorgerekend. • Geen gebruik: in deze situatie ontvangen de huishoudens geen vergoedingen vanuit de minimaregelingen van de gemeente. Om inzichtelijk te maken in hoeverre de opbouw van gemeentelijke bijdrage verschilt per huishouden, is in bijlage 3 per huishouden weergegeven welke en hoeveel gemeentelijke vergoedingen zij maandelijks kunnen ontvangen bij een inkomen op 100 procent Wsm.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=2ec76fbf-794f-470c-b5eb-4838b4788fc6