CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

A25. Raadsmededeling 26-2026 Onderzoeksrapport inkomenseffectmeting KWIZ en doorontwikkeling financiële bestaanszekerheid

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Mededelingen van de voorzitter en advies van de agendacommissie over de ingekomen stukken28.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

ZZP..................................................................................................................................... 15 7. Participatieladder ................................................................................................................ 15 Bijlage 1. Gekoppelde en niet-gekoppelde gebruikers ............................................................. 16 Bijlage 2. CBS Statline & Dashboard Minima Aalten ................................................................ 17

Versie 1.0

Inleiding De gemeente Aalten voert een actief beleid ter bestrijding van armoede en schulden. De Armoedemonitor biedt de gemeente een overzicht van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het bereik van de minimaregelingen. Aanleiding In 2024 is het nieuwe beleidskader ‘van armoedebeleid naar financiële bestaanszekerheid’ vastgesteld in de gemeente Aalten. Deze nota beoogt een doorontwikkeling van het armoedebeleid in 2025 vanuit de visie op financiële bestaanszekerheid. Onderdeel uit deze nota is de monitoring van het armoedebeleid middels een effectmeting. KWIZ voert de effectmeting voor de gemeente Aalten uit. Het onderzoek bestaat uit een Armoedemonitor (met Dashboard Minima), behoeftepeiling onder de doelgroep van het minimabeleid en de Inkomenseffect Rapportage. Het voorliggende rapport betreft het duidingsrapport bij het Dashboard Minima. Weergave van de minimahuishoudens De cijfers worden in een online dashboard gepresenteerd waarin de gemeente zelf diverse analyses kan maken. In deze begeleidende duidingsrapportage worden de belangrijkste bevindingen benoemd. Het dashboard bevat één meetmoment: •

Peildatum 31-12-2024, gebruik van regelingen over geheel 2024.

De Armoedemonitor geeft het aantal minimahuishoudens weer dat bij de gemeente in beeld is op de betreffende peildatum, op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Meer specifiek gaat het om de minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de diverse regelingen is gemeten over het gehele jaar voorafgaand aan de peildatum: dus van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024. De doelgroep wordt weergegeven aan de hand van verschillende kenmerken zoals die in de BRP staan. Huishoudens die een inkomen tot 120 procent Wsm hebben maar niet van een uitkering of (minima)regeling gebruikmaken, komen niet voor in de registratiebestanden die voor dit onderzoek zijn gebruikt. Om een beeld te geven van de omvang en kenmerken van de volledige doelgroep inclusief de huishoudens/kinderen die niet in beeld zijn, geven we een schatting op basis van de Armoede Index (zie hoofdstuk 1). Methodiek Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft.

Daarvoor heeft de gemeente registraties van de volgende voorzieningen aangeleverd: de Participatiewet, AIO, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding gemeentelijke heffingen en het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Daarnaast zijn bestanden van gemeentelijke voorzieningen aangeleverd: Wmo, Jeugdwet en schuldhulpverlening. Tot slot is de overlap met betalingsachterstanden bij het CAK en de Participatieladder in beeld gebracht. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het gebruik van voorzieningen. De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op die van de oudste persoon in het huishouden. De verdeling naar inkomensbronnen is dus ook op huishoudniveau en daarbij kijken we naar de hoofd inkomensbron van het huishouden. De gebruikers van regelingen betreffen diegenen die gekoppeld konden worden aan de BRP en als minima zijn geclassificeerd.

1

Versie 1.0

Schatting totale doelgroep Aangezien zowel KWIZ als de gemeente niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep minimahuishoudens die, doordat ze geen gebruikmaakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima hoger ligt dan het aantal dat de gemeente op basis van de genoemde bestanden in beeld heeft. Wanneer we het in deze rapportage hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de beschreven onderzoeksmethode (zie hierboven). Daarnaast maken we, op basis van de door KWIZ ontwikkelde Armoede Index, een schatting van het aantal minimahuishoudens dat niet bij de gemeente in beeld is, maar wél een laag inkomen en laag vermogen heeft. Zo maken we een inschatting van de totale doelgroep van het minimabeleid. Het is op basis van de onderzoeksmethodiek niet mogelijk om gedetailleerde kenmerken van deze ‘ontbrekende’ doelgroep in beeld te krijgen. Wel geven we een verdeling naar inkomensbronnen en huishoudtypen weer van de totale geschatte doelgroep. Opzet rapport en dashboard Het eerste hoofdstuk geeft inzicht in de omvang en kenmerken van de groep minimahuishoudens. In het tweede hoofdstuk volgen de belangrijkste bevindingen over de kinderen in minimahuishoudens. Het derde hoofdstuk gaat over het gebruik en bereik van de minimaregelingen.

Vervolgens wordt de overlap met gemeentelijke voorzieningen zoals schuldhulpverlening, Wmo en Jeugdwet in beeld gebracht. Tot slot kijken we naar de betalingsachterstanden bij zorgverzekeraars (CAK) en het aantal minimahuishoudens dat op de participatieladder geplaatst kan worden. Het rapport wordt afgesloten met twee bijlagen waarin achtergrondinformatie wordt weergegeven. In het dashboard en duidingsrapport worden de kenmerken weergegeven van de doelgroep die in beeld is, tenzij anders aangegeven. Bij het bereik van de minimaregelingen gaat het om de totale geschatte doelgroep (dus inclusief de minima die niet in beeld zijn). Vergelijkingen met landelijke cijfers zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ en/of openbare cijfers van het CBS.

2

Versie 1.0

1. Minimahuishoudens • • •

Het aandeel minimahuishoudens ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten; 40 procent van de minimahuishoudens heeft een uitkering vanuit de Participatiewet; De meerderheid (64 procent) van de minimahuishoudens is langdurig minima.

Schatting totale doelgroep huishoudens Op basis van de Armoede Index schatten we de totale minimapopulatie met een inkomen op 100 procent Wsm – bijstandsniveau – op 519 huishoudens. Dat komt neer op 4 procent van alle huishoudens in de gemeente Aalten1. Dit ligt onder het gemiddelde aandeel minimahuishoudens met een inkomen op bijstandsniveau in vergelijkbare gemeenten: 5 tot 7 procent. De totale minimapopulatie met een inkomen op 120 procent Wsm schatten we op 852 huishoudens; 7 procent van alle huishoudens in de gemeente Aalten. Dit aandeel ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten, waar een aandeel van 7 tot 9 procent gangbaar is. Minimahuishoudens in beeld Niet alle minimahuishoudens maken gebruik van een uitkering of een regeling; daarom heeft een gemeente niet alle huishoudens met een minimuminkomen in beeld. Op 31 december 2024 had de gemeente 374 huishoudens in beeld met een inkomen op bijstandsniveau (3 procent van alle huishoudens in de gemeente). Op 120 procent Wsm had de gemeente in totaal 654 huishoudens in beeld (5 procent van alle huishoudens in de gemeente Aalten). • Bijstandsniveau Deze 374 huishoudens zijn bij de gemeente in beeld door het gebruik van een uitkering of kwijtschelding van gemeentelijke heffingen.

• Inkomen tot 120 procent Wsm Deze 654 huishoudens zijn in beeld omdat ze gebruikmaken van de bijzondere bijstand, een collectieve zorgverzekering, Meedoenregeling, Kindpakket, Jeugdfonds Sport & Cultuur of de individuele inkomenstoeslag. Van deze 654 huishoudens waren 374 huishoudens al in beeld op bijstandsniveau. Tabel 1.1.1 Minimahuishoudens naar inkomensverdeling Inkomen t.o.v. Wsm In beeld Tot 100% Wsm 374 3% 100 tot 120% Wsm 280 2% Totaal 654 5%

Schatting totale doelgroep 519 4% 333 3% 852 7%

Kenmerken geschatte doelgroep Inkomensbron. Onderstaande tabel geeft de kenmerken weer van de totale, geschatte doelgroep met een inkomen op 120 procent Wsm. Een derde van de minimahuishoudens, 31 procent, heeft als voornaamste inkomensbron een uitkering vanuit de Participatiewet. Het aandeel huishoudens met een AOW-uitkering ligt in de geschatte doelgroep op 38 procent. Verder heeft 31 procent een overig inkomen zoals inkomen uit loondienst, zzp of een WWuitkering.

1

Het percentage is gebaseerd op het aantal minimahuishoudens ten opzichte van alle huishoudens in de gemeente Aalten. Op de peildatum van het onderzoek (en de BRP) vinden we in de analyse in totaal 12.272 huishoudens in de gemeente Aalten. Dit totale aantal ligt iets boven het aantal huishoudens dat het CBS rapporteert op dat moment (11.845 huishoudens). De verklaring hiervoor is dat het CBS alleen het aantal particuliere huishoudens weergeeft. In Aalten wonen ook 495 huishoudens in een institutioneel huishouden – het CBS deelt deze personen niet in huishoudens in bij haar telling. KWIZ deelt die personen wel in huishoudens in. Veel van deze personen worden als alleenstaand gezien.

3

Versie 1.0

Tabel 1.1.2 Inkomensbronnen geschatte doelgroep Inkomensbron Participatiewet AOW Inkomen uit arbeid Inkomen uit onderneming WW-ontvangers Arbeidsongeschikten Totaal

Geschatte doelgroep 261 31% 325 38% 98 12% 50 6% 44 5% 73 9% 852 100%

Huishoudtype. Ruim de helft van de minimahuishoudens is alleenstaand (55 procent). Verder bestaat naar schatting 29 procent van de totale, geschatte doelgroep huishoudens uit gezinnen met minderjarige kinderen. Tabel 1.1.3 Huishoudtypen geschatte doelgroep Inkomensbron Alleenstaanden Eenoudergezinnen Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen Meerpersoonshuishoudens met kinderen Totaal

Geschatte doelgroep 472 55% 119 14% 140

17%

121

14%

852

100%

Kenmerken 654 minimahuishoudens tot 120 procent in beeld Op basis van de bestandskoppeling geven we hieronder de kenmerken weer van de huishoudens die bij de gemeente Aalten in beeld zijn. Deze huishoudens zijn in beeld omdat ze gebruikmaken van een uitkering of een minimaregeling. Inkomensbron. Van de 654 huishoudens met een inkomen tot 120 procent die de gemeente Aalten in beeld heeft, heeft veertig procent een uitkering vanuit de Participatiewet. Een derde heeft een inkomen vanuit een overige inkomensbron (zoals werk of een WW-uitkering) en ruim een kwart heeft een AOW-uitkering. Het aandeel huishoudens met een inkomen vanuit de Participatiewet ligt in lijn met het gemiddelde dat we bij andere gemeenten zien (het gangbare gemiddelde is tussen de 40 en 45 procent). Gemiddeld zien we bij andere gemeenten dat het aandeel AOW’ers rond de 20 procent ligt. Het aandeel in de gemeente Aalten ligt hier iets boven. Tabel 1.1.4 Inkomensbron minima, inkomen tot 120% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal

In beeld 261 172 221 654

40% 26% 34% 100%

Huishoudtype. Het aandeel alleenstaanden onder de minimahuishoudens die in beeld zijn bij de gemeente Aalten, ligt met 61 procent hoger dan gemiddeld; landelijk ligt dit aandeel tussen de 50

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=2ec76fbf-794f-470c-b5eb-4838b4788fc6