CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

3. VNOG Regionaal beleidsplan, risicoprofiel en dekkingsplan 2025-2028 (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 25 februari 2025, gemeente AaltenBij agendapunt: Mededelingen van de voorzitter en advies van de agendacommissie over de ingekomen stukken28.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

wat bijdraagt aan adequate alarmering en bestrijding (zie ook speerpunt 3) en hebben onze mensen goed opgeleid en geoefend (optimalisatie vakbekwaamheid). De crisisbeheersingsorganisatie van alle kolommen is

geoptimaliseerd. VNOG wordt gezien als autoriteit 4 _ Begin 2024 is een twee jaor durende versnelling voor de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing voor risicovolle objecten en locaties gestart. Dit s een samenwerking van de veiligheidsregio's Gelderland-Zuid, Gelderland-Midden en VNOG, de provincie en de gemeenten. Dit speerpunt gaat onder andere hierop verder.

We willen meewerken en inhoudelijk bijdragen aan het oprichten van een landelijk kennis- en expertisecentrum, van waaruit de samenwerkende partners de opgedane kennis en ervaringen beschikbaar kunnen stellen aan het hele land.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

e e OE eederland

RISICOBEWUSTZIJN VEILIG GEDRAG “Gedragspsychologie is een opkomend specialisme, dat zich snel ontwikkelt. Ik ontwikkel dit graag mee met mijn collega's uit het land. Het blijft intrigerend hoe gedrag werkt en hoeje veilig gedrag kan stimuleren.” Leonie Webbink, procesregisseur gedrag en veilige leefomgeving

EN

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Speerpunt 6. Risicobewustzijn en Veilig Gedrag (excelleren)

Doelgroepbenadering inzetten en daarbij gezamenlijk optrekken met partners

Wat

willen

we

bereiken

VNOG brengt voor een effectieve gedragsinterventie de doelgroepen in beeld. Doelgroepen die extra risico lopen, zoals minder zelfredzamen,

zijn hier een voorbeeld van. Ook kunnen professionals /strategische Met behulp van innovatieve risico- en crisiscommunicatie en gedrags-

partners een doelgroep

interventies hebben we invloed op de manier waarop mensen zich gedragen en hoe mensen zichzelfen (samen) kunnen redden. De afge-

de doelgroep. VNOG brengt de strategische (samenwerkings)partners in beeld, hun behoeften en wat zij samen met VNOG in het kader van

kunnen optreden als beïnvloeder van

lopen jaren zijn goede resultaten behaald met doelgroep- en risico-

risicobewustzijn en gedragsverandering willen en kunnen betekenen. Daar

gerichte gedragsinterventies (met name voor brand). We zijn trots op het werk dat wij hiervoor verzetten en de resultaten die wij behalen.

waar mogelijk wordt aangesloten bij landelijke (overheids)programma's en initiatieven, zoals Denk vooruit. Daarnaast wordt er gekeken of er bij

VNOG is momenteel koploper in het land binnen dit aandachtsveld.

activiteiten een koppeling kan komen met activiteiten die gemeenten en

Dit betekent dat wij steeds betere gedragsinterventies ontwikkelen die gestoeld zijn op gedragswetenschappelijke methodes, toonaangevend zijn/blijven en een deskundige gedragsadviseur zijn voor regionale en gemeentelijke gedragsvraagstukken. VNOG wil deze koppositie behouden

GGD organiseren. De burgemeester wordt (meer) in positie gebracht om de gedragscampagnes een lokaal karakter te geven. Zo werken we samen

door haar expertise bij te houden en verder uit te bouwen, nu ook meer naar multidisciplinaire risico’s. Zeker omdat wij toewerken naar

VNOG positioneert zich als expertisecentrum gedrag en veilige

een veerkrachtige en weerbare samenleving. VNOG wil haar kennis en expertise delen en hierin excelleren.

VNOG werkt als platform voor multidisciplinaire campagnes. Vanuit het platform met veiligheidspartners wordt actief samengewerkt op risico-

aan veiligheid.

leefomgeving in de regio.

thema's vanuit een gezamenlijke boodschap. VNOG biedt haar desWat gaan we doen om daar te komen

kundigheid en advies op dit aandachtsveld actief aan bij gemeenten en veiligheidspartners voor gedragsvraagstukken op het gebied van veiligheid. VNOG denkt dan mee in de interventieontwikkeling waarbij het ont-

+ Effectieve gedragsinterventies inzetten door verdieping van het huidige werk op basis van het regionaal risicoprofiel.

wikkelde gedragsinstrument de tool is.

Op basis van meer en verdiepende data kunnen gerichtere campagnes

Delen van VNOG Gedragsinstrument en best practices met andere

en activiteiten worden ontwikkeld, wat het effect op gedrag vergroot. Ook geeft data meer inzicht in multi-veiligheidsthema's. Wij verzamelen data uit het (regionaal) gedragsonderzoek waar verdiepende analyses op worden uitgevoerd en ontsluiten data ook uit andere bronnen. Er vindt daarbij ook effectmeting plaats: VNOG kan (beter) aantonen wat het effect

veiligheidsregio's en partners. VNOG staat binnen dit aandachtsveld voorop in Nederland. Zo heeft ze een

is van genomen acties en interventies.

de ontwikkeling die VNOG heeft doorgemaakt een landelijke spin-off krijgt

gedragsinstrument ontwikkeld die andere regio's en regionale partners kan

helpen om tot onderbouwde gedragsinterventies te komen. Dit instrument wordt landelijk opgeschaald en gedeeld met andere regio's. Het doel is dat en VNOG leert van ervaringen in andere regio’s.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

3.3. Ontwikkeling organisatie VNOG

Wat gaan we doen om daar te komen

A. Innoverend vermogen Samenwerking met start-ups Wat

willen

we

bereiken

VNOG verbindt maatschappelijke vraagstukken aan startende bedrijven in de regio om met elkaar tot innovatieve oplossingen te komen. Zo participeren wij in de mede voor VNOG geïnitieerde StartUp Residence

In een snel veranderende wereld is innovatie onontbeerlijk om bij

Achterhoek. Hierin wordt laagdrempelig samengewerkt met startende

te blijven bij de ontwikkelingen n de maatschappij. Wij stellen ons

ondernemers, dus kennis van buiten naar binnen gehaald. Specifieke kennis die voor een bepaald probleem nodig is, maar VNOG zelf niet in

voldoende flexibel op om in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Daarmee stimuleren wij, waar mogelijk, innovatie en

huis heeft.

omarmen wij kansen. De organisatie is ingericht en toegerust op het

faciiteren van onderzoek en ontwikkeling, en samenwerken met partijen die innovatie kunnen (helpen) stimuleren. Daarbij moeter ruimte zijn

Informatiegestuurd werken VNOG bevindt zich n de positie om risico's te identificeren, analyseren

om nieuwe dingen te proberen, voor de werkvloer om mee te denken

en in perspectief te plaatsen, zodat op basis hiervan onderbouwde

over nieuwe ontwikkelingen en om mee te liften op goede ideeën van

afwegingen worden gemaakt. Openbare data is steeds beter beschikbaar en te combineren met onze eigen data. Met behulp van applicaties

anderen.

zoals PowerBI en de digital twin (RISQ) ontwikkelen wij risicoanalyses.

De cruciale ontwikkelingen en thema's hebben wij omschreven in hoofdstuk 2. Deze veranderingen vinden overal om ons heen plaats en leiden tot

De mogelijkheden van machine learning en artificiële intelligentie (Al) nemen n rap tempo toe. VNOG volgt deze ontwikkelingen en duidt de

nieuwe risico's en kansen. Wij kijken naar wat nodig is om in de snel (digitaal)

toepasbaarheid in het werk, op een ethisch verantwoorde manier. VNOG

transformerende wereld onze taken op een goede manier te kunnen blijven uitvoeren en onze meerwaarde mogelijk te vergroten.

werkt in Oost-5 verband samen en deelt gericht informatie daar waar nodig voor de gezamenlijke (operationele) informatiepositie. Zo leren wij van elkaaren versterken wij elkaar. Het streven is de komende jaren

het VIK door te ontwikkelen naar een informatiegestuurd interregionaal veiligheidsbeeld, dat zich automatisch vult, op de schaal van Oost-5. Zie verder ook speerpunt 3.

Uitdragen en ontwikkelen van onze risicogerichte dienstverlening naar

Basisprincipes brandweerzorg i.rt. nieuw materieel

gemeenten en partners.

De incidenten waar brandweer

De adviseurs van VNOG staan gemeente en initiatiefnemers als deskundige

Dit hangt vooral samen met klimaatverandering en de daarmee samenhangende energietransitie. Daarnaast staat VNOG in verbinding met de

bij in het omgaan met rÍsico's (waaronder nieuwe risico’s vanuit de klimaatadaptatie en energietransitie). Onze rol is onafhankelijk en zonder daarbij onderdeel te willen zijn/worden van een besluitvormingsproces van andere actoren. Deze risicoadviseur-rol is dan ook onlosmakelijk verbonden aan de benaderingsmethode voor risicogerichtheid. VNOG

VNOG

mee te maken krijgt veranderen.

brandweer in Nederland en Europa, waar op basis van geleerde lessen en onderzoek de basisprincipes brandbestrijding zijn doorontwikkeld. Deze basisprincipes hebben zich vertaald in de opbouw en inrichting van de

nieuwe blusvoertuigen die in de komende periode worden uitgeleverd op

bekijkt brand- en omgevingsveiligheid vanuit een integraal perspectief en

de posten in VNOG. Voor onze brandweermedewerkers betekent dit dat

zet de doelen van de veiligheidsregio hierbij centraal. Door onze capaciteit evenwichtig in te zetten op de verschillende sporen van invloed wordt

ze vakbekwaam moeten worden en blijven op de nieuwe voertuigen en de bepakkingsonderdelen.

een optimaal niveau van veiligheid gerealiseerd. Dit betekent dat wij

vooral adviseren op situaties met een middelmatig tot hoog risico, zowel objecten en gebieden als evenementen. Bij laag risico situaties volstaat

Innovaties n.a.v. de energietransitie De energietransitie brengt nieuwe risico's met zich mee. Decentraal op

een zelfstandige be-oordeling door de gemeente. Ons risicogerichte

een andere wijze van energie opwekken (zonnepanelen, windmolens)

advies wordt door de verantwoordelijke beslissers meegewogen om tot een besluit te komen. Het wettelijk kader is daarbij altijd de ondergrens.

en werken met andere energiedragers (waterstof, grote batterijen) betekent een ander type incidenten. VNOG werkt nauw samen op Oost-5

De Omgevingswet biedt een kans om meer naar de voorkant van het

niveau en op de schaal van Brandweer Nederland om de noodzakelijke

beleids- en besluitvormings-proces te bewegen. Wij leveren een bijdrage bij de start van het samenspel tussen initiatiefnemers, belanghebbenden

kennis voor risicobeheersing en incidentbestrijding te ontwikkelen. Deze kennis wordt vertaald in de inrichting van de nog aan te besteden

en bevoegd gezag met als doel een veiligere fysieke leefomgeving. Het

schuimblusvoertuigen, die daarmee een specifieke extra taak kunnen

ontwikkelen van het risicogericht gedachtegoed krijgt de komende jaren de aandacht om aan te blijven sluiten bij de ontwikkelingen.

krijgen. Natuurbrandbestrijding en technologie

Er wordt fors ingezet op het voorkomen van grootschalige natuurbranden (zie ook speerpunt 5), maar ontwikkeling op het gebied van bestrijding blijft ook noodzakelijk. VNOG verkent daarom de mogelijkheid om

met autonoom vliegende drones te gaan werken voor vroegtijdige ontdekking op momenten van verhoogd natuurbrandrisico. Dit kan op termijn eventueel de luchtverkenning die al jaren plaatsvindt vervangen.

Daarnaast is de dekking van C2000 en 4G/5G op de Veluwe niet altijd gegarandeerd, wat de communicatie tussen brandweereenheden onderling en met de meldkamer bemoeilijkt. In samenwerking met externe

partners onderzoekt VNOG mogelijkheden om communicatiesystemen -al of niet ad hoc- in natuurgebieden op te zetten.

Wat gaan we doen om daar te komen Wat

willen

we

bereiken

We voeren maatregelen uit om ons streven te halen:

* Verduurzamen transportmiddelen en verminderen We spannen ons in voor de toekomst van onze planeet. Dit doen we niet

alleen omdat het moet, maar omdat wij ons realiseren dat de klimaatverandering ook een directe impact heeft op de veiligheid in onze regio. Ons streven

is:

* in 2025: 38,5% emissieloos personenvervoer en bestelbussen en 20%-30% CO;-reductie. * en in 2030: 50% circulaire inkoop t.0.v. 2022, 40% eigen opwek op de kazernes, 50% reductie op afval, 30% van de dienstreizen

CO-neutraal uitvoeren, 55% CO‚-reductie op woon-werkverkeer, gedrag/kennis versterken zodat onze medewerkers meer duurzaam gedrag vertonen.

vervoersbewegingen, ook woon-werkverkeer; « Minder inkopen en als we inkopen zo duurzaam en circulair mogelijk;

« Afvalstromen beperken en waar mogelijk als grondstof hergebruiken; « Grondstoffen circulair / bio-based inkopen; + Duurzaam gedrag bevorderen;

* Verduurzamen van gebouwen (in nauw overleg met de gemeenten als gebouweigenaren);

+ Energieverbruik reduceren, 1,5% per jaar .0.v. 2020. De maatregelen zijn intern in VNOG en met onze gemeenten besproken om

te komen tot acties per jaar; de bijbehorende impact is in beeld gebracht in het klimaatplan VNOG. Dit is separaat ter besluitvorming aangeboden aan het AB.

3.4. Uitvoering speerpunten Voor de uitvoering van onze speerpunten hebben we op hoofdlijnen een aantal concrete acties geformuleerd. Deze acties voeren we gefaseerd de

komende jaren uit. De acties staan in één overzichtstabel, zie bijlage 3. In deze tabel staan ook de acties uit de Toekomstvisie 2020-2026 die nog niet waren afgerond. Op die manier is een totaaloverzicht beschikbaar. We rapporteren ieder half jaar op de stand van de acties uit de

overzichtstabel in de reguliere P&C-documenten (in de Halfjaarrapportage en in de jaarrekening). Op die manier kunnen we de voortgang van het beleidsplan volgen en focus houden op de grotere doelstellingen, naast de

uitvoering van onze reguliere taken en de dagelijkse werkzaamheden.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

BIJLAGEN

veligeiderege

_ 4i

BIJLAGE

1 WETTELIJKE

BEPALINGEN

a Beschrijving van de beoogde operationele prestaties Onze beoogde operationele prestaties vloeien grotendeels voort uit het Besluit veiligheidsregio's. Het regionaal crisisplan (RCP) beschrijft de

Het beleidsplan omvat in ieder geval:

inrichting van de regionale multidisciplinaire crisisorganisatie. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de organisatie in het kader

a

van de rampenbestrijding en crisisbeheersing zijn daarin vastgelegd.

Wet veiligheidsregio’s, artikel 14 een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de diensten en organisaties van de veiligheidsregio, en van de politie, alsmede van de

gemeenten in het kader b

c

d

e

van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;

Het RCP wordt samen met het beleidsplan door het algemeen bestuur van VNOG vastgesteld.

een uitwerking, met inachtneming van de omstandigheden in de betrokken veiligheidsregio, van door onze Minister vastgestelde landelijke

Crisisorganisatie

doelstellingen als bedoeld in artikel 37;

In bijlage 2 staan de operationele prestaties van de crisisorganisatie. We

een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt gegeven van de

kunnen minimaal twee GRIP-1 incidenten tegelijkertijd aan of één incident

informatievoorziening binnen en tussen de onder a bedoelde diensten en

vanaf

organisaties; een oefenbeleidsplan;

Brandweer Incidentbestrijding

een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie, bedoeld in artikel 10, onder b; waaronder de adviesfunctie met betrekking tot

De operationele prestaties brandweer zijn vastgelegd in het dekkings- en spreidingsplan (zie onder f hierna en bijlage 4).

GRIP-2.

omgevingsplannen, en van de wijze waarop de gemeenten het bestuur

f

van de veiligheidsregio in de gelegenheid stellen zijn adviesfunctie uit te oefenen met betrekking tot omgevingsplannen;

Brandweer Risicobeheersing Basistakenpakket: kwalitatieve, onafhankelijke en bruikbare adviezen en

de voor de brandweer

diensten met betrekking tot: ruimtelijke ordening en infrastructuur

geldende

opkomsttijden en een beschrijving van

de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om

daaraan te voldoen.

© industriële veiligheid en milieu © Seveso en bedrijfsbrandweer © bouwen en brandvellig gebruik

© risicogerichte objectbezoeken *

evenementen

e risicobewustwording & maatschappelijke beïnvloeding

Zie verder ook beschrijving van wettelijke en niet-wettelijke taken hierna.

Bevolkingszorg

GHOR

Bevolkingszorg wordt georganiseerd vanuit de lokale gemeentelijke

* Een 24/7 parate crisisorganisatie met crisisfunctionarissen die zijn

crisisorganisatie en VNOG, in onderlinge samenwerking en afstemming.

toegerust voor het werk. © Een mono- en multidisciplinaire betrouwbare partner in de

Per proces kiezen we de best passende vorm, dit is vastgelegd in de Notitie en het Invoeringsplan Expertteams Bevolkingszorg 1e Fase. De piketten van de expertteams

worden door de gemeenten gezamenlijk

gevuld door

medewerkers uit de gemeenten, indien nodig uit de veiligheidsregio of

vanuit externe partners. Door de expertteams Bevolkingszorg is een 24/7 crisisorganisatie geborgd. Bevolkingszorg zorgt minimaal voor uitvoering van

haar wettelijke taken: * het verzorgen van de crisiscommunicatie;

ketensamenwerking zowel tijdens incidenten en crisis als in de voorbereiding daarop. © Een ter zake kundige vertegenwoordiging van de geneeskundige

en publieke gezondheidsprocessen in de multidisciplinaire crisisorganisatie. © Een deskundig adviseur voor het openbaar bestuur in de regio bij

vraagstukken op het snijvlak van zorg en veiligheid.

« het voorzien in opvang en verzorging van de bevolking; e het verzorgen van nazorg voor de bevolking;

Meldkamer

* het registreren van de slachtoffers;

Calamiteitencoördinator (24/7):

« het registreren van schadegevallen; e het adviseren van het regionaal operationeel team. Waar nodig en

mogelijk worden andere reguliere taken van de gemeente opgepakt

© geeft leiding aan het gemeenschappelijke en multidisciplinaire meldkamerproces;

© geeft sturing aan de informatievoorziening bij GRIP-situaties.

indien de aanpak van een incident hierom vraagt. Politie-eenheid Oost-Nederland

Bevolkingszorg kan tegelijkertijd minimaal twee GRIP 1-incidenten aan of één

VNOG en Politie-eenheid Oost-Nederland hebben afspraken gemaakt over

incident vanaf GRIP 2.

operationele prestaties, die zijn opgenomen in bijlage 2. Er vindt voorts

afstemming/samenwerking plaats bij het opstellen, actualiseren en uitvoeren van operationele plannen in het kader van de samenwerking op het gebied van crisisbeheersing.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028 b

W&

Uitwerking van de landelijke doelstellingen

Wettelijke adviestaken

Tot op heden heeft de minister van Justitie en Veiligheid geen landelijke

Sinds de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio's (Wvr) op 1 oktober

doelstellingen geformuleerd. De landelijke agenda van het Veiligheidsberaad

is wel zo op te vatten.

2010 zijn de veiligheidsregio's zelfstandige bestuursorganen. De wetgever heeft deze bestuursorganen een aantal wettelijke taken toebedeeld voor het

<

taken:

hierboven beschreven complexe werkveld. Het betreft de volgende wettelijke Informatieparagraaf

We zorgen voor een goed georganiseerde en betrouwbare informatievoorziening zoals gesteld in hoofdstuk 3 van dit beleidsplan. Een verdere

e Aanwijzen van locaties waarop één of meer milieubelastende

beschrijving van de informatievoorziening tussen diensten en organisaties

een bedrijfsbrandweerte beschikken (bedrijfsbrandweeraanwijzing). © Houden van toezicht op de naleving van het gestelde in artikel 31 Wvr

maakt onderdeel uit van het regionaal crisisplan.

activiteiten zoals bedoeld

in artikel 7.1 Bvr worden

verricht om

over

en het inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet-naleving. d

Oefenbeleidsplan

Naast dit beleidsplan is een meerjarenbeleidsplan MOTO (multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen) opgesteld: het ‘Beleidsplan vakbekwaamheid multidisciplinaire teams 2024-2025’.

e

Beschrijving niet-wettelijke adviesfunctie (art 14, lid 2, onder e Wvr)

Op basis van art 10 van de Wet Veiligheidsregio's hebben de veiligheids-

regio's de belangrijke rol van adviseur op het terrein van fysieke veiligheid gekregen. VNOG heeft op grond van de Wet veiligheidsregio's de taak om het bevoegd gezag, bedrijven en inwoners te adviseren over 0.3.:

* het voorkomen, beperken en bestrijden van brand(gevaar); * het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand; e risico’s van branden, rampen en crisis.

Enkele van de hieraan gekoppelde (advies)taken worden bepaald in de relevante wet- en regelgeving (wettelijke adviestaken). Andere staan

bepaald in het beleidsplan (niet-wettelijke adviestaken). In beide gevallen omarmen wij het landelijke model voor Risicogericht Werken van Brandweer Nederland.

© Houden van toezicht op de naleving van artikel 48 Wvr (verschaffen van informatie die nodig is voor een adequate voorbereiding op

de rampenbestrijding en de crisisbeheersing) en inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet-naleving. Besluit activiteiten

leefomgeving (Bal) © Het adviseren van het bevoegd gezag over aanvragen omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten zoals bedoeld in artikel 4.33 Omgevingsbesluit.

© Houden van toezicht op Seveso-inrichtingen (op grond van afdeling 13.3 Omgevingsbesluit). © Houden van toezicht op de naleving van de artikelen die zijn opge-

nomen in 4.2 van het Bal die zich tot de veiligheidsregio's richten. e Inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet naleving van de artikelen die zijn opgenomen in 4.2 van het Bal die zich tot de

veiligheidsregio's richten. © Adviseren over ontbrandingstoestemmingen op grond van het Vuurwerkbesluit

Insteek VNOG bij haar advisering en randvoorwaarden daarvoor Bij de advisering focussen we ons op de risico's die er toe doen, waar-

Niet-wettelijke taken

onder het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen, brandveiligheid,

wettelijke adviestaak, die we hieronder uitwerken. Onze adviesrol heeft een multidisciplinair karakter. Wij brengen adviezen uit over onderwerpen

omgevingsveiligheid en de relatie tussen risicobronnen en risicoontvangers. Deze risico's staan onder meer benoemd en uitgewerkt ons Regionaal Risicoprofiel. Ook maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de

energietransitie, klimaatverandering, verdichting en vergrijzing, die de bestaande risico's beïnvloeden, wegen mee. Om uitvoeringte geven aan de

Naast de hiervoor beschreven wettelijke adviestaak hebben we een niet-

waarvan wij het wenselijk vinden dat deze aandacht krijgen van de gemeenten en waarbij een eenduidige en uniforme aanpak nodig is. De dienstverlening richting de gemeenten in dit kader heeft VNOG in 2024

uitgewerkt naar een helder en concreet ‘Risicogericht Dienstverlenings-

wettelijke en niet-wettelijke taken, voor die risico's die ertoe doen, moet niet

concept’. Hierin wordtde mate van dienstverlening, daar waar mogelijk,

alleen geïnvesteerd worden in de samenwerking met gemeenten, maar ook

gekoppeld aan de risicoklasse hoog/middel/laag. Het gaat hierbij om: « participeren en adviseren bij de ontwikkeling van omgevingsvisies,

met het netwerk rondom

dat betreffende risico.

Met het oog op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet en de taken overeenkomstig de Wet veiligheidsregio’s is een aantal zaken randvoorwaardelijk: * Betrekt het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio

vroegtijdig bij het opstellen van het omgevingsplan, omgevingsvisie, eventuele omgevingsprogramma's en daarvan afgeleide projectbesluiten;

* Stelt het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio voorafgaand aan de vaststelling van het ontwerp-omgevingsplan en het definitieve omgevingsplan in de gelegenheid om advies uit te brengen;

« Informeert het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio bij wijzigingen in het omgevingsplan en stelt het hen in de gelegenheid advies uit te brengen;

* Betrekt het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio vroegtijdig (initiatieffase) bij een (binnen/buitenplanse) omgevingsplanactiviteit;

e Adviseert de veiligheidsregio (schriftelijk) op bovenstaande zaken.

omgevingsprogramma's en omgevingsplannen van gemeenten; * participeren en adviseren over omgevingsveiligheid, ruimtelijke

en industriële veiligheid, veilige fysieke leefomgeving, brandveiligheid, best-beschikbare technieken, bluswater- en bereikbaarheidsvraagstukken, natuurbrandbeheersing, zelfredzaamheid en

zorgcontinuiteit bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen gemeenten; * participeren en adviseren over bouw, gebruik, evenementen en milieu; e risicogericht toezicht met verschillende uitvoeringsvormen bij bouw,

gebruik, evenementen en milieu; * participeren en adviseren op (her)nieuw(d)e wet- en regelgeving en beleid hierover;

* kennisdeling en communicatie over (rest)risico's. De verbinding met andere schakels in de veiligheidsketen en het risicogericht

en meer ‘Omgevingswetproof’ maken van de werkprocessen vergen ook in de komende beleidsperiode een inspanning van gemeenten en veiligheidsregio.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

E e

°

Resumerend is het noodzakelijk voor onze taakuitvoering dat wij in het proces van de beleidscyclus betrokken worden in de volgende zaken: 8

Beleidsontwikkeling

De veiligheidsregio wil vroegtijdig betrokken worden bij het opstellen van omgevingsisies en -programma's. Hierin wil ij : « Veiligheid n de fysieke leefomgeving met aandacht voor risicobewustwording en zelfredzaamheid; « Veiligheid t.3.v. het produceren van, het werken met, het opslaan van en vervoeren van gevaarlijke stoffen; « Veilige ruimtelijke indeling van de fysieke leefomgeving; « Kernwaarden voor een veilige leefomgeving.

de volgende belangen inbrenger

Beleidsdoorwerking

De veiligheidsregio wil de volgende themas borgen in het omgeví splan van gemeenten: * Veiligheidsthema's binnen het omgevingsplan, bijv. £.3.v. gevaarli e stoffen en de indeling van de omgeving rondom bedrijven, transport en activiteiten waar met dergelijke stoffen wordt gewerkt (aandachtsgebieden); « Bluswater, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid in geval van calamiteiten en andere relevante bepalingen uit de bruidsschat; * Natuurbrandrisico's;

* Veiligheid tegen water als ook veilig op en rond het water wonen, werken en recreëren; * Initiatieven rondom klimaateiligheid en de veilige energietransitie Uitvoering

De veiligheidsregio wil graag in de initiatieffase (vooroverleg, omgevingstafel, etc.) van een ruimtelijke ontwikkeling en/of vergunningaanvraag betrokken zijn, om in een vroeg stadium input en advies te geven over brand- en omgevingsveiligheid en een veilige fysieke leefomgeving. De veiligheidsregio wil door vroegijdige betrokkenheid bij omgevingsvergunningen adviseren over de volgende aspecten bij de rsico's die er toe doen: * Brandveiligheid; * Borging van fysieke velligheid, ook wanneer er geen sprake i van het gebruik/transport/opslag/productie van gevaarijke stoffen; * Bluswater, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid in geval van calamiteiten. In het risicogericht dienstverleningsconcept wordt dit nader uitgewerkt. De veiligheidsregio wil het thema fysieke veiligheid borgen n de projectbesluiten binnen de regio. Het projectbesluit s bedoeld voor complexe publieke projecten in de fysieke leefomgeving van nationaal of provinciaal belang. De veiligheidsregio heeft geen directe invloed op de invulling en strekking van algemene rijksregels. Zij stelt wel alles in het werk om de algemene regels in acht te nemen bij het adviseren van het bevoegd gezag bij hoog-rsico-objecten. Daarnaast zal de veiligheidsregio het bevoegd gezag van risicogericht advies voorzien m.b.t. het voldoen aan deze regels, of gelijkwaardige alternatieve oplossingen.

Terugkoppeling

De veiligheidsregio wi « betrokken worden bij de kwaliteitsborging bij gereed-gemelde bouwwerken met een middel of een hoog isi « betrokken worden bij de melding it. brandveilig gebruik bij een middel of een hoog risico; « terugkoppeling krijgen over de afwegingen van de gemeenten om tot een verleende vergunning of plan te komen, zodat zij weet wat er met haar adviezen s gedaan en zi zich waar nodig operationeel kan voorbereiden.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028 f

&ä'ä:‚ä

Dekkings- en spreidingsplan brandweer

De operationele prestaties van de brandweer bij incidentbestrijding zijn vastgelegd in het dekkings- en spreidingsplan. Dit plan maakt onderdeel uit van dit beleidsplan, zie bijlage 4. Het fundament voor de operationele

prestaties van de brandweer is een fijnmazig netwerk van 56 brandweerposten. Met dit netwerk van brandweerposten wordt optimale slagkracht en uithoudingsvermogen georganiseerd.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

E e

BIJLAGE 2 OPERATIONELE PRESTATIES CRISISORGANISATIE In de beleidsperiode van 2025-2028 wordt het uitgangspunt gehandhaafd dat binnen 80% van de gevallen de opkomsttijden worden behaald. De keuze

Vanaf het moment dat de meldkamer tot grootschalige alarmering overgaat

voor dit percentage komt voort uit de uitgestrektheid van onze regio in

(het afkondigen van GRIP situatie), moeten de volgende functionarissen binnen de vastgestelde tijd starten met de uitvoering van hun werkzaam-

relatie tot de bevolkingsdichtheid en kosteneffectiviteit. Het is niet te allen tijde haalbaar om binnen de gestelde tijd op de opkomstlocatie aanwezig

heden. Wij streven ernaar om binnen de gestelde normen fysiek op de locaties aanwezig te zijn, maar dit is niet in alle gevallen noodzakelijk omdat

te zijn. Daarnaast wordt voor bepaalde operationele rollen met een vrije

het starten van de werkzaamheden ook op afstand mogelijk i. Digitale

instroom van functionarissen gewerkt, wat betekent dat een deel van de

technieken maken de afstemming op afstand immers mogelijk over de te

ondersteunende functionarissen niet n een piket is georganiseerd.

nemen besluiten, informatie-uitwisseling en coördinatie van noodzakelijke activiteiten.

Norm

Meldkamer Oost Nederland

Copl

_ | * Calamiteitencoördinator (CaCo)

(Bvr)

Binnen 2 min begint de meldkamer _ | start binnen 2 min. van de alarmering met de alarmering (art. 2.2.3 lid 1)

e Leider CoPi « Officier van Dienst Bevolkingszorg

Binnen 30 min. gestart met de uitvoering van taken

« Officier

van

Art.232

« Officier

van Dienst Geneeskundig

Dienst Brandweer

MKON

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 minuten op de opkomstlocatie

« Officier van Dienst Politie « Officier van Dienst Communicatie

CoPl-ondersteuning

* Informatiemanager CoP!

CoPl-ondersteuning

«* Plotter Logger

ROT

*+ Algemeen Regionaal Operationeel Leider Commandant Bevolkingszorg

Binnen 30 min gestartmet de uit- _ | 30Na minuten alarmeringop inde 80%opkomstlocatie van de gevallen binnen _ | Plaats incident

voering van taken Art.2.3.2

Geen norm ‚nen 45 min gestart met de

voeringvantaken. Art.2.3.2lidb

Na alarmering in 809 van de gevallenbinnen _ | Plaats incident

45 minuten op de opkomstlocatie

Na alarmering in 809% van de gevallen binnen _ | VNOG Europaweg of digitaal

_ | 45 minuten op opkomstlocatie

+ Algemeen Commandant Brandweer + Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg « Algemeen Commandant Politie

ROT

« Algemeen Commandant Crisiscommunicatie

Binnen 30 minuten gestart met de uitvoering van taken

Na alarmering in 8096 van de gevallen binnen _ | VNOG Europaweg of digitaal 30 min. op opkomstlocatie

N 6E

velligheidsregio

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

G

Norm ROT

* Regionaal

Militair Operationeel Adviseur

(Bvr)

ven VNOG

RMOA niet in Besluit (art. 2.1.4,)

streeftijd max. 2 uur. Hiervoor is het convenant

VR benoemd

NOG

Loaatie

VNOG Europaweg of digitaal

- Defensie de basis

ROT-ondersteuning sectie Informatiemanagement

* Informatiemanager ROT

‚nen 30 minuten gestart met de uitvoering van taken. Art. 2.3.2lid b

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 min. op opkomstlocatie

VNOG Europaweg of digitaal

ROT sectie Informatie-

* Beleidsondersteuner ROT . Plotter

Binnen 40 min gestart met de uitvoering van taken. Art.232lidd

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 40 minuten op opkomstlocatie (voor beleidsondersteuner en plotter s dit een streeftijd)

VNOG Europaweg of digitaal

‘management

Binnen 60 min gestart met de uitvoering van taken. Art. 2.3.2lid e

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 60 minuten op de opkomstlocatie

VNOG Europaweg of digitaal

innen 60 min. gestart met de uitvoering van taken vanaf het moment dat de burgemeester het beleidsteam bijeen heeft geroepen. Art.2326

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 60 minuten op opkomstlocatie

Gemeentehuis getroffen

ROT- kolomsecties

+ sectie + sectie + sectie + sectie

Bevolkingszorg Geneeskundige Zorg Brandweerzorg Politiezorg

+ sectie Crisiscommunicatie

+ sectie Bevolkingszorg GBT

+ Burgemeester (voorzitter) + Adviseur Bevolkingszorg (gemeentesecretaris) + Adviseur Crisisbeheersing (ambtenaar openbare orde en veiligheid) + Adviseur

Brandweer

gemeente

+ Adviseur Geneeskundige Zorg + Adviseur

Politie

+ Communicatieadviseur

GBTondersteuning

GBT

* Informatiemanager GBT * Verslaglegger G8T

Geen

gemeente

Binnen 90 min. gestart met de uitvoering van werkzaamheden

Team Bevolkingszorg

Gemeentehuis getroffen

norm

Na alarmering in 8096 van de gevallen binnen

Gemeentehuis getroffen

90 min. op opkomstlocatie

gemeente

Na alarmering in 8096 van de gevallen binnen 90 minuten op opkomstlocatie

VNOG Europaweg of digitaal,

Art.23.2f RBT

* Burgemeesters van de betrokken gemeenten * Hoofd Officier van Justitie (HOVI) * Voorzitter{s) betrokken waterschap{pen} * Betrokken Rijksheren * strategisch adviseurs hulpdiensten (Brandweer, GHOR, * Politie, Bevolkingszorg)

Geen

norm

of een alternatieve locatie in

overleg met de voorzitter RBT en burgemeester getroffen gemeente

* Communicatieadviseur RBT

* Regionaal Operationeel Leider * Externe deskundigen/ adviseurs RBT- ondersteuning

Informatiemanager RBT Verslaglegger RBT

Geen

norm

Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 90 minuten op de opkomstiocatie

VNOG Europaweg of digitaal, of een alternatieve locatie in

overleg met de voorzitter RBT en burgemeester getroffen gemeente

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

E e

BIJLAGE 3 OVERZICHTSTABEL ACTIES VOOR UITVOERING SPEERPUNTEN n Speerpunt 3. Informatievoorziening

Speerpunt 1. Crisisbeheersing 01

02

Informatiegestuurd veiligheidsbeeld Oost-5: samenwerking met Oost-5 ingericht. Automatisch gevuld veiligheidsbeeld, 24/7 bezet en beschikbaar

2026

Preparatie: nieuw en volwaardig modern crisiscentrum in

2027

2026

2027

nieuw te openen 1-post 03

2026

2026

2027

2027

2025

2025

15

Dynamisch alarmeren bij Brandweerzorg.

2024

2025

16

Strategische visie op de complete informatievoorziening.

2025

2025

17

Landelijke SOC/CERT.

2026

2026

18

Verbindingen conform NOOVA.

2027

2029

19

Onderzoek alarmeren via de smartphone, niet meer pagers.

2027

2028

Speerpunt 4. Arbeidsmarkt 04

Respons: Crisisplan 2028-2032 aangepast op basis van nieuwe Wvr inclusief de flexibilisering van de bestaande

2

Uitvoeren van de in 2024 vastgestelde strategisch personeelsplanning.

2025

2028

21

Verder inrichten secundaire arbeidsvoorwaarden.

2025

2027

2

stimuleren diversiteit: Ieren van organisaties die hieral verder mee zijn en best practises uittesten, langsgaan bij scholen, landelijke aanpak stimuleren.

2025

2028

23

Verbinding met directe partners (gemeenten, GGD, veiligheidsregio's): HRM-alliantievorming, specialistische functies delen, onderzoek generieke taken gezamenlijk organiseren, onderlinge uitwisseling personeel (stages).

2025

2028

24

Verbinding met onderwijsinstellingen versterken.

2025

2027

25

Blijvende en doorlopende aandacht voor duurzame inzetbaarheid/vitaliteit, leiderschapsontwikkeling en een veilige werkomgeving: uitvoeren programma's hiervoor.

2025

2025

erisistructuur. o5

Herstel en nafase: standaardmethode voor de nafase

ontwikkeld met en voor gemeenten. 06

Evalueren en leren:

lerend vermogen van de operationele

2025

2025

{erisis) organisatie is uitgewerkt (als onderdeel van. kwaliteitszorg). Speerpunt 2. Grensoverstijgende samenwerking 07

Twee Bestuurdersbijenkomsten NL/D (daarna structureel ieder jaar weer),

2025

2025

08

Afgestemde convenanten.

2025

2025

o9

Namen- en functieoverzicht gereed NL/D.

2025

2025

10

Gezamenlijke scenario-ontwikkeling (internationaal en Oost5).

2026

2026

ew.

Speerpunt 5. Natuurbrandbeheersing (excelleren)

u

Informatie team (internationaal en Oost-5 en met kolommen).

2026

2026

26

12

Grote oefening NL/D (t/m GRIP 4).

2027

2027

27

3

Conferentie veiligheid grensstreek VNOG.

2027

2027

14

Realisatie internationale post Dinxperlo-Süderwick (Dinxperwick).

2020

2028

van het toezicht door bestuurders op integrale natuurbrandbeheersing.

2025

2028

Verhoging van de bewustwording bij gebruikersgroepen (natuur, infra, recreatie, zorg, wonen en werken) op het gebied van gewenste handeling en gedrag in en nabij

2025

2026

2026

2026

natuur, 28

Monitoring van de realisatie van maatregelen vanuit de gebiedsgerichte aanpak, samen met partners.

ew.

ew.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

E e

K 2

Advisering op een effectieve beheersing van natuurbranden, door optimalisatie van bereikbaarheid, berijdbaarheid en

ndin |2025

_

| 2028

30

e Verbetering informatiepositie door toepassing van

2026

|2026

31

EA GB r 3. Hetuitwerken vaneeen vakbekwaamheidsplanvoorde

|2025

| 2026

innovatieve echnieken op het gebied van detectie,

Duurzaamheid

39

‘ HetOverigKlimaatplan 2024-2030 uitvoeren.

‘ 2024

end2ms

“

Resterende punten uit Toekomstvisie 2020-2026 DS criisorganisatie met burgersals hulpverleners í

221

|2026

implementatie van de nieuwe blusvoertuigen.

E

b. Het utwerken van een vakbekwaamheidsplan voor het

2

onderhouden van de vakbekwaamheid na implementatie. | 2027 |2025 _ 2027 |2026

Meewerken aan het oprichten van een landelik kennis-en

expertisecentrum, van waaruit de samenwerkende partners de opgedane kenris en ervaringen beschikbaar kunnen stellen aan het hele and.

Speerpunt 6 Risicobewustzijn en vilig gedrag (exceleren} 3

Effectievere gedragsinterventies: Voorrisico'smeteen _ gedragscomponent zin verdiepende gedragsinzichten opgehaald op thema's uit het regionaal risicoprofiel, Voor geselecteerde risico's uit het regionaal risicoprofiel is waar mogelijk een campagne met passende communicatietoolkit

|2027

|2028

ontwikkeld.

34

Doelgroepbenadering: VNOG is beter in staat om doelgroepen gericht, snel en effectief te bereiken met ‘behuip van onze informatiepositie en data.

2026

2026

35

Regionaal expertisecentrum gedrag en veilige leefomgeving: | 2025 VNOG werkt actief samen met partners en campagnes worden gezamenlijk opgezet en uitgerold.

2028

36

Regionaal expertisecentrum gedrag en veilige leefomgeving: | 2026 VNOG heeft kennis over gedrag{sverandering) in relatie tot {nieuwe) veiligheidsrisico's verder doorontwikkeld.

2026

37

Regionaal expertisecentrum gedrag en veilige leefomgeving: | 2025 Het gedragsinstrument wordt in pilotvorm ingezet n twee VNOG-gemeenten voor gemeentelijke veiligheidsthema's n vervolgens breed in de regio ingezet waarbij gemeenten VNOG kunnen consuiteren bij het ontwikkelen van campagnes in het veiligheidsdomein.

2025

38

Delen van best-practices met andere regio'sen partners: _ | 2025 Het gedragsinstrument, expertise en effectieve interventies worden gedeeld met andere regio's en eventuele partners.

2028

enranserdyrband

a

‘ Ontwikkeling centrale brandweerpost Apeldoorn / pelghedieennimen antserbsaieNNDS}

‘ 2021

| 2027

a

De Logistieke Eenheden worden, waar operstioneel verantwoord, vereenwoudigd en waar mogelik wordt overgegaan van twee naar één team.

2021

|2027

M

eGelderland enOsst

(GNCHOR Gelderland (

BRANDWEER Noord: en Oost-Gelderland

veiligheidsregio

Regionaal Dekkings-

en spreidingsplan 2025-2028

velgheldersgie

e

p

(geanonimiseerd) (geanonimise rd) N Het dekkings- en spreidingsplan 2025-2028 is opgesteld in opdracht van Carla

Kats en Olav Strotmann.

Datum vaststelling Vastgesteld op 12 december 2024 door het Algemeen Bestuur van

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Redactie

Projectleider: Leo van Ruiven Medeauteurs Adriaan Westland, Richard Holtman, Thari Hazelaar, William Qualm en Carola van Ingen Beheer

Het beheer

van het dekkings- en spreidingsplan ligt bij Veiligheidsregio

Noord- en Oost-Gelderland.

Contactgegevens Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Postbus

234

7300 AE Apeldoorn

Regionaal Dekkings-

en spreidingsplan 2025-2028

velgheldersgie

e

p

INHOUDSOPGAVE Inleiding

Overzicht materieel per post

35

Bijlage 2a

Technische uitgangspunten berekeningen

38

Rekensysteem

38

Bijlage 2b

Relevante bestuurlijke besluiten

40

Leeswijzer

no

Bijlage 1

Bijlage 3

Opkomstprestaties

a1

Dekking bijstellen | Processtap 1

10

Bijlage 4

Repressieve dekking van de overige kerntaakgebieden

43

43

Kenschets Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen

Relatie met het risicoprofiel

Interne ontwikkelingen

10

4a. Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening

Interne ontwikkelingen

10

Externe ontwikkelingen

13

4b. Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig

Dekking beschrijven | Processtap 2 Beschrijving onderdelen snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk Dekking beoordelen

watertransportsystemen 24

Indeling gebieden in categorieën Gebiedsgerichte Opkomsttijden)

24

Beoordeling van de basisbrandweerzorg

25

Aandachtsgebieden

28

Risicogericht werken

30

Voorlichting en campagnes voor een risicobewuste samenleving

30

Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing

30

Een sluitende veiligheidsketen

31

Regionale conclusies en aanbevelingen

31

Dekkings- en spreidingsplan vaststellen | Processtap 4

32

Uitvoering

33

Dekking uitvoeren en beoordelen | Processtap 6 en 7

45

4d. Beoordeling operationele prestaties bij

16

| Processtap 3

bijstellen | Processtap 5

4c. Beoordeling operationele prestaties bij waterongevallen

16

47

4e. Beoordeling operationele prestaties bij natuurbranden

48

Beoordeling operationele prestaties bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen

50

4g. Beoordeling operationele prestatie van Redding Groot Vee

51

4h. Beoordeling operationele prestatie van Schuimblusvoertuigen

52

Aandachtsobjecten

53

1. Oude

53

4f.

Bijlage 5

binnenstad

2. Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen

53

3. Hoge woongebouwen

s4

4. Portiekwoningen

54

DN

ligheidsregio

i

INLEIDING Vanuit de Wet veiligheidsregio's is ons bestuur verplicht om elke vier jaar een dekkings- en spreidingsplan voor de (basis) brandweerzorg vast te stellen. Hierin onderzoeken wij hoe de operationele prestaties van de brandweer zich verhouden tot de daaraan gestelde eisen. leder half jaar houden we ons Algemeen Bestuur op de hoogte van de operationele prestaties van de brandweer, met een prestatiekaart. Kenschets Vei

Isregio

Noord- en Oost-Gelderland

Onze regio bestaat uit 22 gemeenten. De regio is te typeren als een plattelandsregio met een aantal stedelijke kernen. De totale

In onze planvorming en activiteiten houden we rekening met maatschappelijke ontwikkelingen. In onze regio is bijvoorbeeld sprake van een toenemende druk op de zorg door een vergrijzende bevolking. Ook verandert het zorglandschap door centralisatie van de meer complexe zorg. Er is een toename van toerisme in natuurgebieden. Daarnaast worden we in de regio geconfronteerd met de gevolgen van de klimaatverandering en het effect daarvan op extreem weer, overstromingen en het natuurbrandrisico. De kans op infectieziekten, die zich kunnen ontwikkelen tot een pandemie, heeft zich met de uitbraak van het coronavirus in 2020 daadwerkelijk voorgedaan. Ook polarisatie, wat verstoringen in de openbare orde kan veroorzaken, digitale verstoringen en cybercrime dragen bij aan het veranderende risicobeeld. Deze aspecten zijn van invloed op de taakuitoefening van ons als veiligheidsregio en spelen een belangrijke rol bij het inrichten van de organisatie. Het regionaal risicoprofiel is hierin leidend.

oppervlakte van het gebied bedraagt (ruim) 3.000 km? en er wonen ruim 842.000 mensen. In de zomer verblijven daarnaast circa 0,9 miljoen recreanten op de Veluwe en circa 0,5 miljoen in de

Achterhoek. Noord- en Oost-Gelderland kent veel natuur, agrarisch en recreatief gebied. Ongeveer 25% van de totale oppervlakte bestaat uit bos en heide. De regio ligt aan de landsgrens met Duitsland en wordt doorsneden door de IJssel. Binnen VNOG

worden veel

(grote) evenementen georganiseerd. Ook zijn er veel recreatieparken en zorginstellingen. De regio telt verschillende risicovolle milieulocaties, waaronder zes SEVESO-inrichtingen (op acht locaties). Dit zijn bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke

stoffen aanwezig zijn boven een bepaalde drempelwaarde en die vallen onder de werking van de SEVESO 3-richtlijn.

mm Figuur 1 Kenschets gebied VNOG

K3 z=== -

mü

Tmmm m

*

og9G0se

22 gemeenten 3.000 km? oppervlakte 842.000

inwoners

14 miljoen recreanten 25%

bos en

heide

1 regionaal vliegveld

4 snelwegen

15 categorie C-evenementen $ ziekenhuizen 400 huisartsen

Regionaal Dekkings-

en spreidingsplan 2025-2028

velgheldersgie

_3C

Met de omliggende veiligheidsregio's (IJsselland, Gelderland-Midden,

De minister van Justitie en Veiligheid heeft de handreiking omarmd. Dit

Gelderland-Zuid en Twente — samen Oost -) en Defensie hebben we samenwerkingsafspraken gemaakt op het gebied van brandweerinzet. Een voorbeeld hiervan is het gezamenlijk oefenen in natuurbrandbestrijding.

markeert het einde van het systeem van objectgerichte opkomsttijden en

'We nemen ook deel aan de Samij (Samenwerkingsregeling Incident-

spreidingsplan VNOG 2021-2024 op het gedachtegoed van gebiedsgerichte

bestrijding IJsselmeergebied) in verband met de randmeren. Daarnaast is

opkomsttijden geschreven.

de overgang op de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Ondanks dat onze veiligheidsregio niet tot de pilot behoorde is het dekkings- en

er een grensoverstijgende samenwerking met de gemeente Bocholt (D) (Dinxperlo-Süderwick).

2 dekking chrijven

Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen In de afgelopen jaren is door het Veiligheidsberaad en de Raad van

Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), in afstemming met het ministerie van Justitie en Veiligheid, de vakbonden en de

Vereniging van brandweervrijwilligers (VBV), gewerkt aan een nieuwe (landelijke) systematiek voor het opstellen van dekkingsplannen. Deze systematiek is vastgelegd in een handreiking en draagt bij aan een uniforme landelijke werkwijze en realistische opkomsttijden.

De handreiking bestaat uit het beschrijven van het dekkingsplanproces (inclusief rekenvoorschriften) en beoordelingskaders voor gebiedsgerichte opkomsttijden, slagkracht en grootschalig brandweeroptreden. Het proces

verantwoorden

bestaat uit zeven stappen waarmee de brandweer cyclisch de inrichtings- en uitvoeringsfase van het dekkings- en spreidingsplan doorloopt. Het vormt

een PDCA-cyclus (plan-do-check-act) voor het beoordelen van de geleverde brandweerzorg ten opzichte van de verwachte basisbrandweerzorg in de vorm van opkomsttijden.

Figuur 2 Landelijke systematiek dekking

voor dekkingsplannen

Regionaal Dekkings-

en spreidingsplan 2025-2028

velligheidsregio

e

In 2022 hebben we in de herziening handreiking versie 3.0 een aanvulling

In het regionaal risicoprofiel VNOG 2025-2028 hebben we de volgende

opgenomen in de vorm van aandachtsgebieden en aandachtsobjecten.

scenario’s opgenomen, waarbij de brandweer proceseigenaar is:

Het nieuwe kader voor gebiedsgerichte opkomsttijden zorgt voor een eenduidige werkwijze en landelijke regels omtrent het minimumniveau

1

van brandweerzorg. Kanttekening hierbij is dat het leveren van adequate

Natuurlijke omgeving * Natuurbranden (maatgevend scenario: bosbrand met loopvuur in

naaldhout, heideveld en brand in natuurgebied) (tevens speerpunt

brandweerzorg niet louter wordt bepaald door de opkomsttijd. 2

Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028 is vormgegeven op basis van de

regionaal beleidsplan 2025-2028) Gebouwde omgeving

« Branden in kwetsbare objecten (maatgevend scenari

processtappen uit de landelijke systematiek.

: brand

in

gebouw met kwetsbare doelgroepen)

« Branden in kwetsbare objecten (maatgevend scenario: brand in een geschakelde energie neutrale woning met verminderd zelfredzamen)

Relatie met het risicoprofiel

« Branden in kwetsbare objecten (maatgevend scenario: brand in historische binnenstad, een of meerdere gebouwen in brand en

Er bestaat een relatie tussen het risicoprofiel en het dekkings- en spreidingsplan. Daarbij hebben we ook gekeken naar de risico's die al zijn geïdentificeerd in het regionaal risicoprofiel. In de opmaat van het

rookverspreiding in omgeving) 3

Technologische omgeving « Incidenten met giftige stof in open lucht (maatgevend scenario: botsing

regionaal risicoprofiel zijn binnen onze regio de voor de brandweer

tussen goederentrein geladen met gevaarlijke stoffen (brandbaar

relevante risico's geïnventariseerd en geanalyseerd. Deze vormen, net als de landelijke richtlijnen, de focus van het risicogerichte operationele beleid

gas, toxisch gas, brandbare vloeistof en toxische vloeistof) en een vrachtwagen

van risicobeheersing. Uitkomsten hiervan zijn bijvoorbeeld het postgericht

* Incidenten met brandbare/explosieve stofin open lucht (maatgevend

oefenen op basis van daadwerkelijk gebeurde scenario's.

scenario: bedrijfsongeval met brandbare vloeistof methanol) * Incidenten met giftige stof in open lucht (maatgevend scenario: brand

in opslag van Li-ion accu's)

Regionaal Dekkings- en spreidingsplan 2025-2028

_ & ttn

1. Natuurlijke omgeving De interactie tussen al deze functies kan een verhoogd risico op het effect van natuurbrand met zich meebrengen. Natuurbrand kan hier ernstige impact op de gezondheid van mensen en natuurwaarden hebben en leiden tot een ontwrichting van de samenleving.

Binnen het verzorgingsgebied van onze regio ligt een aantal natuurgebieden dat kwetsbaar is voor natuurbrand. Deze staan onder waarneming van een provinciale projectgroep. De natuurgebieden worden doorsneden en mede gebruikt voor een grote variatie aan functies, zoals: * Zorginstellingen «

Mobiliteitsinfra

* Recreatieondernemingen

Figuur 3 Infographic gebiedsgerichte

* Gebieden wonen/werken

aanpak natuurbrandbeheersing

Gelderse gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheers

ò

Gemeenten

Herzien

Plan

Van aanpak

SPOOR

z

2

geheerase / adviescpschet

geheerase / adviescpsctelt vanaf 2026 VGGM.VNOG,

VAGZ

Gelderland

e

Gemeerse

A

Regionaal Dekkings-

en spreidingsplan 2025-2028

velgheldersgie

e

p

2. Gebouwde omgeving

3. Technologische omgeving

Brand in een gebouw met kwetsbare doelgroepen

Treinongeval met brandbare en giftige stoffen

In onze regio zien we twee demografische ontwikkelingen die zorgen voor

Het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen brengt risico's met zich

een grotere behoefte aan zorg. Ten eerste is er sprake van vergrijzing.

mee. Ongevallen met gevaarlijke stoffen zijn denkbaar bij het vervoer over

Daarnaast stijgt het aantal personen dat verminderd zelfredzaam is en

weg, water, spoor, per buisleiding en bij de stationaire inrichting zelf. Daarbij kunnen incidenten plaatsvinden. In het regionaal risicoprofiel is een scenario

zelfstandig woont. De verwachting is dat mensen (zowel oud als jong) steeds langer thuis blijven wonen.

uitgewerkt van een botsing tussen een goederentrein met gevaarlijke stoffen en een vrachtwagen op een gelijkvloerse kruising.

Brand in een energieneutrale woning met verminderd zelfredzamen

In het kader van de energietransitie worden veel gebouwen, waaronder

Bedrijfsongeval met brandbare vloeistof

woningen, aangepast. Een voorbeeld hiervan zijn de Bijna Energie Neutrale

Een incident in de open lucht met brandbare of explosieve stoffen kan bijvoorbeeld plaatsvinden bij opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen,

Gebouwen (BENG). Om de risico's hiervan, bijvoorbeeld vanwege isolatie en zonnepanelen, nader te duiden is een scenario opgenomen voor een brand

productie- en verwerkingsfaciliteiten, of tijdens het gebruik en vervoer van

in een geschakelde energieneutrale woning met verminderd zelfredzamen.

deze stoffen. Deze situaties kunnen leiden tot branden, explosies, en ernstige milieuschade, afhankelijk van de aard en hoeveelheid van de betrokken

Brand in dichte binnenstad

stoffen. In het regionaal risicoprofiel is een scenario uitgewerkt waarin een

In de regio is een aantal |ocaties met een historische binnenstad met dichte bebouwing. De kans op een grote brand in een historische binnenstad is

heftruck botst op een IBC met een brandbare vloeistof.

daardoor aanwezig. Dat maakt dat voor dit incidenttype een scenario is

Brand in bedrijfspand met opslag Li-ion accu's

uitgewerkt.

Gevolg van de energietransitie is dat in de komende jaren steeds meer gebruik zal worden gemaakt van Li-ion energiedragers. Denk hierbij aan de

De RCDV heeft op 22 november 2022 een nieuwe versie van de doctrine brandbestrijding uitgebracht. Alle vernieuwde inzichten rondom brandbestrijding in relatie tot het risicogericht werken zijn verwerkt in de

buurtbatterij maar ook aan grote magazijnen vol met fietsaccu's. Er komen daarom steeds meer locaties waar deze, of gelijksoortige energiedragers, worden opgeslagen. In het regionaal risicoprofiel is een nieuw scenario

scenariobeschrijvingen van het regionaal risicoprofiel.

toegevoegd in het kader van deze energietransitie.

Regionaal Dekkings-

en spreidingsplan 2025-2028

velgheldersgie

e

p

© LEESWIJZER In dit dekkings- en spreidingsplan hebben we de processtappen uit de

Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen doorlopen: * Processtap 1 beschrijft wijzigingen in de geografische en

maatschappelijke context van het dekkings- en spreidingsplan ten opzichte van 2021-2024. * Processtap 2 beschrijft de operationele prestaties van de brandweer

aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, slagkracht en werkdruk.

* Processtap 3 beschrijft de indeling van de regio in gebieden, de

daarvoor geldende opkomsttijden, de mate waarin we aan deze tijdsnormen kunnen voldoen en of maatregelen noodzakelijk zijn. * Processtap 4 tot en met 6 hebben betrekking op bestuurlijke

vaststelling, implementatie en monitoring.

Bijlagen De bijlagen zijn integraal opgenomen in dit document.

Regionaal Dekkings-

en spreidingsplan 2025-2028

velligheldsregio

Ndernd

DEKKING BIJSTELLEN | PROCESSTAP

1

In dit hoofdstuk beschrijven we de bestaande regionale context, die als vertrekpunt in het opstellingsproces dient. Ook zijn de verschillende interne en externe ontwikkelingen beschreven die invloed kunnen hebben op de dekking. Het referentiekader i hierbij het vorige bestuurlijk vastgestelde dekkings- en spreidingsplan.

In Apeldoorn komt in de Matenhoek een nieuwe locatie voor de brandweer. Dit wordt tevens ons hoofdkantoor. De vrijwillige post de Maten, de vrijwilligers van post Apeldoorn-Centrum en post Apeldoorn-Zuid (Logistiek) en de beroepsposten Apeldoorn-Centrum en Apeldoorn-Zuid worden gehuisvest op de nieuwe locatie In Bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de voertuigen die gestationeerd staan per post en de organisatievorm (gekazerneerd of niet gekazerneerd -instroomprofiel).

zijn met bijv. 40 appartementen.

Organisatievorm Brandweerzorg wordt vanuit 56 posten verzorgd, het grootste deel hiervan is niet gekazerneerd en wordt bemenst door het zogenaamde vrije-instroomprofiel van medewerkers met een vrijwillige aanstelling. Het overige deel van de posten is gekazerneerd door medewerkers met een beroepsaanstelling, mogelijk aangevuld met ingehuurde medewerkers met een vrijwillige aanstelling. We zoeken continu naar verbetering, zowel binnen als buiten onze organisatie. Hierbij zetten we het bieden van maatschappelijke meerwaarde centraal. In dit verband is de brandweer op enkele posten ook vraaggestuurd gaan uitrukken voor reanimatiemeldingen. Verderop in dit plan gaan we hier verder op in (First Responder Team).

Sinds 2021 is/wordt een aantal posten verplaatst. Het betreft de volgende

Interne ontwikkelingen

Interne ontwikkelingen Ontwikkelingen in organisatie en werkveld maken dat de brandweer zich blijvend slim moet organiseren. Flexibilisering en modernisering

van brandweerzorg zijn noodzakelij Repressieve inrichting

Onze repressieve organisatie bestaat uit een fijnmazig netwerk van 56 brandweerposten in 22 gemeenten met een gebouwenbestand van circa 450.000 objecten. Een object kan ook een appartementsgebouw

posten: Didam (2022), Almen (2023), Oldebroek (2024), Twello (2025),

Wapenveld (2025) en Apeldoorn (2027). Voor post Dinxperlo/Süderwick(D), Voorst, Terwolde, Oene, Hoog Soeren, Klarenbeek, Loenen en Ugchelen

zal in 2024 een locatiekeuze gemaakt worden. Er is momenteel nog geen informatie over wanneer deze nieuw te bouwen posten operationeel zijn en vanaf welke [ocatie. In het dekkingsplan 2021-2024 werd vermeld dat

onderzocht zou worden of de posten Gendringen en Silvolde samengevoegd konden worden. Dit levert niet de verwachte verbetering op, het college van gemeente Oude IJsselstreek heeft daarom het advies gekregen om te

overwegen om de post Silvolde op een nieuwe locatie te herhuisvesten.

1. Uitruk op maat (UOM) Op 15 januari 2020 heeft het Algemeen Bestuur (AB) besloten om Variabele Voertuigbezetting/Uitruk op Maat (UOM) mogelijk te maken voor alle posten binnen onze regio. Dit is opgenomen n onze toekomstvisie, als onderdeel van Opdracht 46 Ook wordt ingezet op variabele voertuigbezetting. Daar waar het incident dit toelaat - bepaald door de bevelvoerder - wordt met vier personen uitgerukt. Deze maatregelen dienen ervoor te zorgen dat vrijwilligers en hun werkgevers, zo min mogelijk (onnodig) belast worden en gemotiveerd blijven.

Regionaal Dekkings-

velgheldersgie

en spreidingsplan 2025-2028

e

p

Het biedt ruimte voor een TS-Flex en de wijze waarop deze wordt ingezet:

Post Apeldoorn-Centrum wordt 24/7 bemand met een beroepsbezetting, aangevuld met kantoormedewerkers met een harde koppeling. In de

1 De basis van het operationele optreden bij een maatgevend incident, een binnenbrand in een woning, is de alarmering van een TS6, die

avond, nacht en weekenden wordt dit aangevuld met gekazerneerde vrijwilligers. Posten Apeldoorn-Zuid, De Maten en Beekbergen verzorgen

Het kader voor UOM

is vereenvoudigd ten opzichte van het eerdere kader.

eventueel modulair samengesteld kan worden. 2 Mits veilig (en) verantwoord kan een TS-Flex, wanneer deze als eerste eenheid ter plaatse is, starten met het bestrijden van het

de basisbrandweerzorg voor het zuidelijke deel van Apeldoorn en Beekbergen. Post Apeldoorn-Zuid doet dit alleen tijdens kantooruren met een gekazerneerde bezetting. Buiten kantooruren verzorgen de posten

maatgevende incident. Dit is een keuze die enkel kan worden gemaakt

De Maten en Beekbergen de basisbrandweerzorg, door middel van het

door de bevelvoerder

vrije instroomprofiel.

van de eerste eenheid

en valt ook onder diens

verantwoordelijkheid.

3 In de opleiding en training van manschappen en bevelvoerders dient aandacht te zijn voor de inzetmogelijkheden en beperkingen van de TS-Flex. Hierbij wordt getraind op basis van de minimale bezetting (TS4).

De toename van de inzet van slimme pagers (Precom) geeft de brandweer steeds

meer

inzicht in de beschikbaarheid

van medewerkers

na een

alarmering. Dit gebeurt nu op postniveau. Direct na een melding op hun

pager geven brandweermensen aan of zij naar de post komen. Op de post

medeverantwoordelijk voor de veiligheid, gezondheid en welzijn van de brandweermensen. Dit uit zich in een aantal onderlinge afspraken, waar

hangt een digitaal scherm dat aangeeft of er voldoende mensen opkomen. Voor sommige vrijwillige posten zitten met name overdag kritische momenten qua beschikbaarheid van voldoende personeel voor de noodzakelijke bezetting. Brandweermensen kunnen in Precom aangeven of zij beschikbaar zijn voor een uitruk. Zij kunnen zich ook afmelden als ze

regelmatig in gezamenlijkheid aan getoetst wordt.

bijvoorbeeld niet in de plaats zijn vanwege vakantie, werk, etc. Z staan dan

Bezetting, huisvesting en slimme technieken

buiten dienst. Postcommandanten worden door het systeem geïnformeerd indien een post door de ondergrens gaat, zodat zij maatregelen kunnen

Dit is sindsdien ook onderwerp van gesprek met onze ondernemingsraad.

Zij staat positief tegenover de variabele voertuigbezetting en voelt zich

De paraatheid van de vrijwillige kazerne in Doetinchem en Zutphen wordt

nemen. Een post kan bijvoorbeeld buitendienst worden gesteld. In dat geval

door een dagdienstbezetting geleverd door het aanwezige kantoorpersoneel. Door posten, beperkt, te voorzien van een goede werkplek worden

wordt de post niet gealarmeerd. Op de meldkamer alarmeert het systeem dan automatisch de dichtstbijzijnde post.

vrijwilligers aangemoedigd om op hun post te gaan werken voor hun werkgever. Dit is in verschillende vormen terug te zien. Deze plekken worden

soms gebruikt door sleutelfunctionarissen (bevelvoerder en/of chauffeur). Het thuiswerken raakt meer ingeburgerd en op deze manier sluiten we als organisatie aan op de veranderende arbeidssituatie.

Regionaal Dekkings-

en spreidingsplan 2025-2028

velgheldersgie

e

p

Interregionale operationele grenzen

Informatiegestuurd werken in de brandweervoertuigen

We hebben goede contacten met onze aangrenzende regio's IJsselland,

Uitrukkende eenheden zijn voorzien van een tablet waarop ze een overzichtskaart van de incidentlocatie/situatie kunnen bekijken. Zo kunnen

Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid en Twente. De interregionale samenwerking gaat als vanzelfsprekend. Vanuit Meldkamer Oost-Nederland

ze aanrijdend snel een beeld van de incidentlocatie vormen, zoals de aard

worden de eenheden die het snelst bij een incident kunnen zijn gealarmeerd,

van de bebouwing, de omgeving en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen.

zoals vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. Ook de afspraken over

Tevens kunnen ze op de tablet aandachtskaarten en operationele informatie

(landelijke) bijstand bij Grootschalige Optreden Brandweer (GBO) blijven

(Repressieve Object Informatie) bekijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=d50e54be-ce08-44d9-a755-b0ce5470b305