3. VNG Ledenbrief 43-2024 Uitnodiging Najaars ALV 29 november 2024
Tekst van het document
Concluderend: nu stoppen, totdat Op inhoud onderschrijven gemeenten de beweging die IZA beoogt en dragen zij daar ook graag aan bij. Zonder gemeenten en het sociaal domein zal de beoogde transformatie ook niet kunnen slagen. Vanuit die overtuiging zijn we in 2022 mee gaan doen. We hebben toen tevens, noodgedwongen, onze voorwaarden gesteld om ook duurzaam mee te kúnnen doen. Daar is niet aan voldaan en de financiële situatie is er voor gemeenten zeker niet beter op geworden. Gemeenten zijn nog onvoldoende in positie om te kunnen sturen op de transformatie. Er is onder de leden draagvlak voor een stevig statement naar het rijk: tot hier en niet verder. Aan het besluit om nu te stoppen zitten risico’s, maar daarnaast is er het besef dat doorgaan onder deze condities niet realistisch is. Die maken immers dat gemeenten de verwachtingen niet waar kunnen maken en ook niet in de positie zijn om te sturen. Daarom roept deze resolutie op tot stoppen met deelname aan IZA en niet meepraten over het nieuwe akkoord totdat er duidelijke afspraken zijn gemaakt. Eerst met VWS en ZN over gelijkwaardig partnerschap, op basis waarvan we in ieder geval in gesprek kunnen gaan over het nieuwe akkoord. Waarbij nog steeds de randvoorwaarde geldt dat de financiële positie van gemeenten moet zijn verbeterd om ook daadwerkelijk mee te kunnen doen in het nieuwe akkoord.
Bijlage 1 bij resolutie IZA Uitwerking gelijkwaardigheid In de Resolutie van het VNG bestuur tbv de ALV 29 november 2024 staat: Er is niet aan onze randvoorwaarden voldaan. We gaan niet in gesprek over een nieuw akkoord, totdat we afspraken hebben kunnen maken over een gezamenlijke, gelijkwaardige start. Wat bedoelen we hier met gelijkwaardig? 1. Governance: rijk en gemeenten staan als medeoverheden samen aan de lat voor de transformatie van zorg naar gezondheid en de aanpak daartoe. Gemeenten en zorgverzekeraars staan samen aan de lat voor de inkoop en organisatie van zorg en ondersteuning. => VWS, ZN en VNG regisseren samen de totstandkoming van het nieuwe akkoord waarbij gewerkt wordt volgens de werkwijze van de UDO. => VWS, ZN en VNG zijn gezamenlijk en gelijkwaardig opdrachtgever van het akkoord, onverlet de systeemverantwoordelijkheid van VWS en met respect voor elkaars taken en verantwoordelijkheden. We sturen gezamenlijk vanuit de verschillende rollen en aandachtsgebieden op de uitvoering daarvan en richten gezamenlijk het proces daartoe in. => in het verlengde hiervan wordt de toetsing van de transformatieplannen ook gezamenlijk gedaan door zorgverzekeraars en gemeenten. 2. Financiën: het rijk is verantwoordelijk voor een balans tussen taken, middelen en uitvoerbaarheid voor gemeenten. De transformatie vraagt om duurzame sturing op verandering.
Voldoende structurele middelen voor gemeenten zijn uitgangspunt in het nieuwe akkoord. VWS blijft zich zichtbaar inzetten om dit te realiseren. 3. Mandaat: gemeenten zijn eerste overheid voor hun inwoners, met democratische prioriteiten en autonome bevoegdheden tav begroting. Samenwerking op het niveau van de regio is cruciaal om het IZA tot een succes te maken. Gemeenten maken daar onderling en met ketenpartners afspraken over, passend bij hun lokale rol en positie. 4. Brede toegankelijkheid zorg en ondersteuning: het toegankelijkheidsvraagstuk betreft zowel de zorg als het sociaal domein. Voor de beweging naar voren is de betaalbaarheid en het absorptievermogen van het brede sociaal domein cruciaal. 5. Paradigma: gemeenten hebben belangrijke taken op gezondheidsbevordering en gezondheidsbescherming. Allereerst in het belang van hun inwoners en ook om maatschappelijke en economische redenen, waaronder het uitstellen en voorkomen van zorg. De wijze waarop gemeenten het sociaal domein inrichten en organiseren is van waarde voor de houdbaarheid van zorg en ondersteuning, met name door de positionering van collectieve faciliteiten en de verbinding met sociale basis.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
vng.nl
NB: • In het nieuwe akkoord blijft – bij deelname van gemeenten – de regionale samenwerking tussen gemeenten en onderlinge vertegenwoordiging in de mandaatstructuur bestaan en kunnen we met VWS en ZN kijken naar mogelijke versteviging daarvan. • Zorgverzekeraars en gemeenten hebben beide een zorgplicht, die verschillend (wettelijk) is vormgegeven. Waar nodig en mogelijk helpen we elkaar bij de naleving daarvan. Voor de ketenaanpakken willen we verkennen of en welke nadere afspraken we kunnen maken over de invulling van het deel van de aanpak waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn evenals afspraken over niet-vrijblijvende gezamenlijke prioritering.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Bijlage 2 bij Resolutie IZA Wat betekent stoppen? Wat betekent een besluit van de ALV om te stoppen met IZA? Gemeenten houden hun wettelijke taken ten aanzien van preventie en ondersteuning en zetten dat onverminderd voort. Goede samenwerking met zorgpartijen blijft daarbij belangrijk. Het IZA bouwt voor een belangrijk deel voort op wat gemeenten al deden. Met stoppen vervalt het collectieve commitment daarop, inclusief de aanjaagrol van de VNG. Denk daarbij aan het meepraten aan de landelijke tafels door de VNG en het maken van landelijke afspraken namens gemeenten, de inzet op de organisatie en coördinatie van regionale gemeentelijke samenwerking en de gemeentelijke inzet op specifieke domeinoverstijgende samenwerkingen zoals bijvoorbeeld die rond de mentale gezondheidsnetwerken en eerstelijnszorg. De extra middelen die gemeenten ontvangen uit het IZA (€150 mln) zullen komen te vervallen. In grote lijnen komt het hier op neer: • VNG trekt zich terug uit alle landelijke tafels, maakt geen afspraken meer met de landelijke partijen over de inzet van gemeenten, jaagt die ook niet meer aan en is niet meer aanspreekbaar op de individuele keuzes van gemeenten met betrekking tot de afspraken in de akkoorden. Dit kan leiden tot grotere lokale diversiteit, vertraging en versmalling.
• Geen landelijke afspraken meer over de organisatie en coördinatie van de regionale samenwerking en VNG jaagt dit ook niet meer aan. Gemeenten kunnen niet worden aangesproken op de mandaatstructuur en of, hoe en waarop gemeenten onderlinge samenwerking organiseren is aan henzelf. Evenals welke regio indeling ze daarbij hanteren. NB: voor de regioplannen waar gemeenten onderdeel van zijn geldt dezelfde voorwaardelijkheid als voor de handtekening onder IZA. • De afspraken in IZA ten aanzien van de inzet op de netwerksamenwerking met huisarts en GGZ (mentale gezondheidsnetwerken en verkennend gesprek) gelden niet meer onverkort voor gemeenten. Deze zullen regionaal en lokaal moeten worden herbevestigd of er worden nieuwe afspraken over gemaakt. • Voor de inzet op samenwerking met de eerstelijn geldt hetzelfde. Sociaal domeinpartijen die onderdeel zijn van deze samenwerking (bijv. sociaal werk) kunnen zich richting hun financier ook niet beroepen op de IZA afspraken. • Gemeenten zijn niet meer gehouden aan afspraken over inzet op de coördinatie, organisatie en uitvoering van de domeinoverstijgende keteninterventies en gaan eigen (lokale) prioriteiten stellen. • Gemeenten gaan eigen keuzes maken over of, hoe en hoeveel zij inzetten op inrichten van laagdrempelige steunpunten.
VNG is geen trekker meer van de landelijke werkgroep voor het landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
vng.nl
• •
Opdrachtgeverschap aan de GGD-en is niet meer gekoppeld aan de afspraken in de akkoorden, maar gebeurt enkel nog op basis van landelijke en regionale prioriteiten van gemeenten zelf. Voor gemeenten geldt dat de spanning op het moeten bekostigen van activiteiten zonder structurele financiële dekking, niet meer op de landelijke tafel van IZA-partners gelegd kan worden. Daarmee wordt het een spanning die tussen gemeenten en hun samenwerkingspartners gehanteerd zal moeten worden.
Doorgaan houdt in dat VNG en gemeenten onder de huidige omstandigheden gecommitteerd doorgaan met uitwerking en uitvoering van de afspraken in IZA. In de gesprekken over het nieuwe akkoord kunnen we (wederom) inbrengen welke randvoorwaarden nodig zijn. Dat kan worden opgevat als wanneer die randvoorwaarden niet of niet geheel ingevuld worden, het commitment er toch wel is. En leidt in ieder geval tot verwachtingen bij de IZA partners. Ook zal de positie van gemeenten ten opzichte van rijk en zorgverzekeraars ongelijkwaardig blijven en daarmee in termen van invloed op financiële en inhoudelijke sturing niet verbeteren. VNG zal gelijk aan de branchepartijen, waaronder Sociaal Werk Nederland, huisartsen en V&V aanbieders, deelnemen in de gesprekken over het nieuwe akkoord.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
08c. Contractstandaarden Wmo 2015 Bijlage bij ledenbrief “Uitnodiging Najaars ALV 29 november 2024” van 1 november 2024 Samenvatting De ALV wordt gevraagd de Contractstandaarden Wmo 2015 vast te stellen. Het betreft hier de Contractstandaarden voor de Wmo voorzieningen voor dienstverlening. Voor de Wmo hulpmiddelen wordt t.z.t een aparte contractstandaard ontwikkeld. Het doel van contractstandaarden is vermindering van diversiteit in bepalingen in Wmo contracten en daardoor vermindering van administratieve lastendruk bij aanbieders en gemeenten. Met de vaststelling in de ALV is de toepassing van deze contractstandaarden een verplichting voor de gemeenten geworden. Het is een vorm van zelfbinding. Er is tevens een proces voor toekomstige wijzigingen ingericht waarbij jaarlijks een update plaatsvindt van de Contractstandaarden Wmo 2015. Op 2 december 2022 heeft de ALV van de VNG de contractstandaarden jeugdhulp vastgesteld. Momenteel zijn gemeenten bezig om de contractstandaarden voor jeugdhulp te implementeren in hun inkooppraktijk. Het Ketenbureau I-sociaal domein en de VNG ondersteunen gemeenten daarbij. In deze bijlage wordt achtereenvolgens uitgelegd wat Contractstandaarden Wmo 2015 inhouden, hoe en met welke partijen ze tot stand gekomen zijn, wat hun status is, hoe ze worden ingevoerd en op welke wijze ze jaarlijks worden geactualiseerd.
Inhoud contractstandaarden Wmo 2015 Bij de aanpak om te komen tot een contractstandaard wordt onderscheid gemaakt tussen kernbedingen, niet kernbedingen (ook wel randvoorwaarden genoemd) en algemene voorwaarden. Kernbedingen bevatten essentiële prestatie-informatie (prijs, kwaliteit, inspanning of resultaat) en worden niet gestandaardiseerd. Daarmee blijft de beleids- en inkoop vrijheid van de gemeente gewaarborgd. Algemene voorwaarden, voorwaarden die bij alle denkbare kernbedingen een rol kunnen spelen gaan bijvoorbeeld over opzegging, ontbinding en overmacht. Gemeenten hanteren vaak de algemene voorwaarden van de VNG. In de contractstandaarden zijn de Algemene voorwaarden van de VNG onderdeel van de afspraken die gelden voor alle gemeenten en alle aanbieders die maatschappelijke ondersteuning bieden. Het zijn de randvoorwaarden (niet-kernbedingen) die in de contractstandaarden zijn gestandaardiseerd. Randvoorwaarden zijn afspraken of bedingen die richting geven aan de wijze waarop aanbieders de Wmo hulp leveren. Randvoorwaarden gaan bijvoorbeeld - maar niet uitsluitend - over bekostiging, doelgroepen, toegangsmanagement, verantwoording, uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en contractmanagement. In de Contractstandaard Wmo 2015 zijn de vorm en waar mogelijk de inhoud van de randvoorwaarden gestandaardiseerd.
De aanpak resulteert in een standaard inkoopdocument en een standaard overeenkomst. In de contractstandaarden Wmo 2015 rekening gehouden met verschillen in overeenkomsten als gevolg van de keuze voor een bepaalde inkoopprocedure: de overeenkomst die tot stand komt na het volgen van een procedure voor de inkoop van SAS-diensten (sociale en andere specifieke diensten) en de overeenkomst die tot stand komt na het volgen van een toelatingssysteem (open house).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
vng.nl
Tenslotte is in de contractstandaarden Wmo 2015 rekening gehouden met de drie uitvoeringsvarianten die gemeenten kunnen toepassen: inspannings-, output- en taakgericht.
Werkwijze totstandkoming Contractstandaarden Wmo De Contractstandaarden Wmo 2015 zijn tot stand gekomen op voordracht van een expertteam en zijn diverse malen besproken met een vaste begeleidingsgroep bestaande uit 27 vertegenwoordigers van VWS, VNG, zorgaanbieders, branches en gemeenten. De begeleidingsgroep bestond uit een evenwichtige samenstelling met vertegenwoordigers vanuit grote, kleine en middelgrote gemeenten. Begin maart van dit jaar heeft een consultatieronde plaatsgevonden waaraan 55 deelnemers vanuit de praktijk hun bijdrage hebben geleverd waaronder, naast zorgaanbieders, 26 afzonderlijke gemeenten en een aantal gemeentelijke regionale inkooporganisaties waren vertegenwoordigd. Ook is input verzameld bij vertegenwoordigers van het Netwerk van Directeuren Sociaal Domein, strategisch afstemmingsoverleg, landelijke strategisch beleidsoverleg Wmo 2015 en de vakvereniging van inkoopmanagers. Met de begeleidingsgroep zijn alle bepalingen in de contractstandaard doorgenomen waarbij zoveel mogelijk tot overeenstemming is gekomen. Verplicht gebruik Wanneer de ALV akkoord gaat met de invoering van CS Wmo 2015 betekent dit dat de leden van de VNG zich verplichten de CS Wmo 2015 te gebruiken. Het is een vorm van zelfbinding. Wanneer alle leden de standaarden gaan gebruiken geeft dat het grootste effect op de vermindering van de administratieve lasten.
Hierdoor ontstaat uniformiteit in de manier waarop gemeenten contracten afsluiten binnen de Wmo, wat kan helpen om verschillen in de uitvoering die geen betrekking hebben op de kernbedingen te verminderen. Geleidelijke Implementatie Er wordt uitgegaan van een geleidelijke overgang van de bestaande, naar de nieuwe situatie die blijft aansluiten op de afspraken die gemeenten en aanbieders gemaakt hebben. Dat wil zeggen dat gemeenten of regio’s de standaarden kunnen gebruiken op het moment dat er nieuwe contracten worden afgesloten. Uiteraard bestaat ook de mogelijkheid – als contractpartijen gemeente en aanbieders hierover overeenstemming hebben bereikt – de contractstandaarden in de lopende contractperiode toe te passen. Contractpartijen die de eerder aangeraden wijzigingsclausule hebben gebruikt, kunnen de contractstandaarden overnemen zodra ze officieel vastgesteld zijn. Jaarlijkse update Na vaststelling kunnen de contractstandaarden nog beïnvloed worden door bijvoorbeeld praktijkervaringen, voortschrijdend inzicht, wijzigingen in wet- en regelgeving, uitspraken van de Geschillencommissie Sociaal Domein of gerechtelijke uitspraken. De opgeleverde standaarden zullen worden bijgehouden en doorontwikkeld. Voor de update van de standaarden wordt voorgesteld het proces te volgen zoals is afgesproken en vastgelegd bij de Contractstandaarden Jeugd.
In dit proces worden jaarlijks de wijzigingen geïnventariseerd door het Ketenbureau en beoordeeld door een reviewgroep bestaande uit gemeenten, aanbieders en branches. De afweging of er sprake is van een kleine of grote wijziging is onderdeel van het advies van de Stuurgroep. Vervolgens geeft de Stuurgroep i-Sociaal Domein een zwaarwegend advies aan de VNG en betrokken brancheorganisaties. De impact van (kleine of grote) wijzigingen wordt hierbij afgewogen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/3
In dit proces worden grote wijzigingen aan het College voor Dienstverleningszaken en de Commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs voorgelegd. Na positieve advisering worden de wijzigingsvoorstellen ter besluitvorming voorgelegd aan het bestuur van de VNG. Vervolgproces contractstandaarden overige Wmo voorzieningen Met het vaststellen van de CS Wmo 2015 door de ALV is de inkoop van een deel van de Wmo voorzieningen, te weten de diensten, gestandaardiseerd. De standaardisatie van de inkoop van de voorziening hulpmiddelen zal vervolgens in gang worden gezet. Inkoop van hulpmiddelen valt niet onder SAS-diensten, maar onder het Europese aanbestedingsregime. Hiervoor zal een apart traject in gang worden gezet. De eerste gesprekken met Firevaned, de brancheorganisatie voor aanbieders van revalidatie- en mobiliteitshulpmiddelen, hebben reeds plaats gevonden. De aparte contractstandaard voor hulpmiddelen zal t.z.t. ter besluitvorming aan de ALV worden voorgelegd. Standpunt en besluitvorming VNG-bestuur Het VNG-bestuur heeft in zijn vergadering van 30 oktober positief geadviseerd over de Contractstandaarden Wmo 2015. Ze zijn een logisch gevolg van een eerder besluit van de ALV om Contractstandaarden voor jeugdhulp te ontwikkelen die door alle gemeenten gebruikt moeten gaan worden. Deze ontwikkeling draagt bij aan administratieve lastenverlichting voor gemeenten en Wmo aanbieders.
Meer informatie De documenten behorend bij de contractstandaarden Wmo 2015 zijn te vinden via onderstaande linken. Microsoft Word - 1.-CS-Wmo-Overeenkomst (i-sociaaldomein.nl) Microsoft Word - 2. Toelichting Contractstandaard in sjabloon (i-sociaaldomein.nl) Microsoft Word - 3.-Inkoopdocument-SAS-met-EMVI-in-sjabloon (i-sociaaldomein.nl) Microsoft Word - 4.-Inkoopdocument-Wmo-2015-SAS-zonder-EMVI-in-sjabloon (i-sociaaldomein.nl) Microsoft Word - 5.-Inkoopdocument-Toelatingsprocedure-Wmo-in-sjabloon (i-sociaaldomein.nl) Microsoft Word - 6. Toelichting Inkoopdocument Contractstandaard Wmo in sjabloon (isociaaldomein.nl)
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/3
9. Verantwoording over uitvoering moties ALV-en
(Bijlage bij ledenbrief “Uitnodiging Najaars ALV 29 november 2024” van 1 november 2024) Samenvatting Hierbij legt het VNG bestuur verantwoording af aan de leden over de uitvoering van de moties die zijn aangenomen in de Extra ALV van 24 mei 2024 en de ALV van 26 juni 2024 en over de moties die in deze ledenvergaderingen zijn aangehouden. Bij iedere motie is aangegeven of het bestuur voorstelt om de motie af te doen of langer aan te houden. Uitgangspunt is dat moties worden afgedaan, waarbij de oproep in de motie integraal onderdeel wordt van de VNG-inzet op betreffende onderwerp. Bij uitzondering kan het bestuur om politiek-strategische of meer inhoudelijke overwegingen voorstellen om moties aan te houden. Voorstel aan de leden Het bestuur stelt de leden voor om in te stemmen met de verantwoording van het bestuur over de uitvoering van moties, inclusief de voorstellen om de betreffende moties als afgedaan te beschouwen dan wel aan te houden.
1
Inhoudsopgave verantwoording uitvoering moties Aangehouden moties: - Motie Almere en Tilburg “Een uitvoerbaar en betaalbaar inburgeringsstelsel, anders niet acceptabel voor gemeenten deel II” aangenomen in ALV 29 juni 2022 - Motie Land van Cuijk “Verhogen NHG norm voor woonwagens en standplaatsen” aangenomen in Najaars ALV 1 december 2023 - Motie Enschede “Herstel financiële verhouding met nieuwe regering” aangenomen in Najaars ALV 1 december 2023 - Motie Beesel “Rechtvaardige, langjarige, solide, duurzame gemeentefinanciën” aangenomen in ALV 14 juni 2023 -
Motie Leidschendam-Voorburg “Afschaffing opschalingskorting” aangenomen in ALV 14 juni 2023 Motie Brummen en anderen “Richtlijn gezamenlijke inzet en financiering praktijk ondersteuner huisartsen Jeugd GGZ” aangenomen in Najaars ALV 1 december 2023.
Aangenomen moties Extra ALV 24 mei 2024: - Motie Enschede “Geen woorden maar daden” - Motie Krimpenerwaard, Molenlanden, Gorinchem en Gouda “Zorg voor goede basis voor de lokale democratie en investeer in de relatie stad en land”. Aangenomen moties ALV 26 juni 2024: - Zaanstad “Wendt het ravijn af: compensatie voor 2026 en 2027” - Wijk bij Duurstede “Moeilijke keuzes maken we samen (met de leden van de Tweede Kamer)” - Zeist “Langdurig en samenhangend investeren voor alle inwoners van probleemgebieden” - Castricum “Gelijke subsidieregeling voor landelijke en lokale partijen” - Fryske Marren “Bingo als sociaal-maatschappelijke activiteit” - Heemstede “Rechtmatigheidsverantwoording moet het voor gemeenteraden makkelijker maken” - Katwijk en Gouda “Tweejaarlijkse herwaardering WOZ” - De Bilt “NIS2, geen taken zonder knaken” - Gouda en Krimpenerwaard “Nieuwkomersonderwijs” - Ridderkerk “Een adequate en reële financiering van jeugdhulp” - Veenendaal “Middelen ten behoeve van specifieke inzet voor verhoging landelijke vaccinatiegraad” - Veldhoven “Voorgenomen btw-verhoging” - Kampen “Asielzoekers aan het werk” - Deventer “Warmtetransitie: alleen als die betaalbaar is!” - West-Betuwe “Warmtegemeenschappen” - Druten “Beleidsaanpassing op basis van vervallen salderingsregeling en doorberekening kosten op het gebied van verduurzaming” - Schagen “Verlichten van netcongestie door inzet op
lokale energiehubs” - Goirle “Grenzen aan investeringsruimte woningcorporaties” - Gooise Meren “Het milieurendement centraal stellen bij vergoedingen PMD” - Gouda “Slappe bodem, sterke samenwerking” - Gulpen-Wittem “Uitvoering soortenmanagementplannen” - Roerdalen “Financiële tegemoetkoming bij uitbreiding woonwagenstandplaatsen”. 2
Aangehouden moties eerdere ALV-en Onderwerp:
Inburgering
Motie en indiener:
Motie Almere en Tilburg “Een uitvoerbaar en betaalbaar inburgeringsstelsel, anders niet acceptabel voor gemeenten deel II” (ALV 29 juni 2022)
Inhoud/oproep: (samengevat)
Draagt het bestuur op: - Zich te blijven inzetten voor een betaalbaar en uitvoerbaar inburgeringsstelsel voor gemeenten - Ervoor te zorgen dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid neemt om samen met de gemeenten de gesignaleerde knelpunten, ten aanzien van structurele passende financiën, sturingsmogelijkheden, (ICT)systemen, privacy en verantwoording, aan te pakken en op te lossen, anders wordt de regiefunctie voor gemeenten onuitvoerbaar - Ervoor te zorgen dat gemeenten kunnen leren van (praktijk)ervaringen. Het inburgeringstraject is gebaat bij een adaptief systeem, dat qua wet- en regelgeving aan kan sluiten op nieuwe inzichten en ervaringen uit de praktijk.
Verantwoording:
De uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van het inburgeringsstelsel vraagt onverminderd inzet van de VNG. De VNG is hierover structureel in gesprek met het rijk. De motie ondersteunt die gesprekken en onderschrijft de Wet inburgering Wi) als adaptief en lerend stelsel. Onderdeel daarvan is de tussenevaluatie inclusief kostenonderzoek waarmee nu gestart wordt (oplevering eind 2025). Er is nog geen financiële tegemoetkoming voor 2024, 2025 en 2026 voor de uitvoeringskosten in relatie tot de hogere aantallen inburgeraars. De inschatting komt neer op respectievelijk (afgerond) 60 miljoen, 100 miljoen en 100 miljoen euro. Daarnaast is in de rijksbegroting een budgetkorting van 10% aangekondigd op de spuk Wi2021, is het budget voor de onderwijsroute na 2025 onzeker én zijn er ingeboekte effecten op de voorzieningenkosten inburgering als gevolg van een verwachte lagere instroom van statushouders. De VNG blijft zich daarom inzetten voor passende middelen zodat gemeente alle inburgeraars passende ondersteuning kunnen bieden conform de Wi 2021, zoals ook herbevestigd in ‘Bestuurlijke afspraken over de doorstroommigratie tussen de VNG, het Veiligheidsberaad, het IPO en het Rijk’ op 26 augustus 2022
Voorstel:
De motie aan te houden
3
Onderwerp:
Woonwagens
Motie en indiener:
Motie Land van Cuijk “Verhogen NHG norm voor woonwagens en standplaatsen” (aangehouden in Najaars ALV 1 december 2023) Motie Hoorn “Starterslening voor woonwagenbewoners” (afgedaan in Najaars ALV 2023)
Inhoud/oproep: (samengevat)
Motie Land van Cuijk Oproep aan bestuur: In contact te treden met de minister van BZK om de NHG-normen voor standplaatsen en woonwagens te verhogen en om samen te bevorderen dat financiële instellingen geen onnodige beperkingen opleggen aan de uitvoering van het landelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid. Motie Hoorn Oproep aan het bestuur: In overleg te gaan met SVN om het product starterslening ook open te stellen voor woonwagens.
Verantwoording
Het ligt in de lijn der verwachting dat er geen extra geld komt in het gemeentefonds voor de extra investeringskosten. Waar de VNG wel mee aan de slag is gegaan met het Rijk en financiële instellingen (SVn, NHG en RABObank) zijn oplossingen voor de hypotheekverstrekking en verhoging van de hypothecaire waarde van standplaatsen en woonwagens. De eerste resultaten zijn hoopvol.
Voorstel:
De motie Land van Cuijk “Verhogen NHG norm voor woonwagens en standplaatsen” als afgedaan te beschouwen.
Onderwerp:
Financieel meerjarenperspectief gemeenten
Motie en indiener:
Motie Enschede “Herstel financiële verhouding met nieuwe regering” (Najaars ALV 1 december 2023)
Inhoud/oproep: (samengevat)
Oproep aan het bestuur om: - Samen met de nieuwe regering werk te maken van het herstel van de financiële verhouding. Dit zodat de oeverloze strijd over geld kan stoppen en we aan de slag kunnen met de grote maatschappelijke opgaven waar we gezamenlijk voor staan - Hiervoor als voorwaarde bij de nieuwe regering neer te leggen dat de volledige korting op het gemeentefonds van structureel 3 miljard euro moet worden teruggedraaid - Als de nieuwe regering hiertoe onverhoopt niet overgaat zogenaamde "teruggeefgesprekken" te starten waarbij een nader te bepalen takenpakket dat gemeenten in medebewind voor het Rijk uitvoeren wordt teruggegeven aan het Rijk. Dit om daarmee het takenpakket voor gemeenten weer passend te laten zijn bij de beschikbare middelen in het gemeentefonds.
4
Onderwerp:
Financieel meerjarenperspectief gemeenten
Verantwoording
Het bestuur zal bij de verzending van de ALV-stukken op 1 november a.s. een actuele stand van zaken geven over de inzet richting het kabinet. Daarna zal het bestuur de uitkomsten van het overhedenoverleg van 21 november met de leden delen en voorstellen doen het vervolgproces. Hiermee legt het bestuur ook verantwoording af over de uitvoering van de moties die betrekking hebben op de inzet van de VNG richting het kabinet.
Voorstel:
De motie aan te houden
Onderwerp:
Financieel meerjarenperspectief gemeenten
Motie en indiener:
Motie Beesel “Rechtvaardige, langjarige, solide, duurzame gemeentefinanciën” (Najaars ALV 1 december 2023)
Verantwoording
Oproep aan het bestuur om: - Alles in het werk te stellen om bij het Rijk structureel € 3 miljard bij te plussen in het gemeentefonds en de daarbij horende (beleids-)vrijheid met ingang van de Rijksmeerjarenbegroting 2024; - Zo lang het tekort van € 3 miljard niet is opgelost en er geen sprak is van stabiele, solide en duurzame gemeentefinanciën: o Geen nieuwe bestuurlijke akkoorden te sluiten of afspraken te maken met het Rijk; o Bestaande taken en akkoorden met het Rijk, ook die zich in de fase van invoering bevinden, door te lichten op mogelijkheden om deze te bevriezen of in te trekken en de leden hierover te informeren uiterlijk in de aanloop naar de BALV in het najaar; o Zorg te dragen dat de meest kwetsbare groepen in onze samenleving hierdoor niet in de knel komen;
5
Onderwerp: Inhoud/oproep: (samengevat)
Financieel meerjarenperspectief gemeenten -
-
-
-
-
Verantwoording
Langjarige, rechtvaardige en ruimere financiële positie van gemeenten centraal te stellen in elke boodschap van de VNG; Daarbij gebruik te maken van een breed instrumentarium in relatie tot de inzet van de vereniging om het gesprek met het Kabinet te voeren en een oplossing te bereiken; Om mee te werken aan een oplossing met betrekking tot het financieel toezicht, door in gesprek te gaan met de provinciale toezichthouders over wat wel en wat niet kan. Alles in het werk te stellen om bij het Rijk de begrotingsregels met betrekking tot de inzet van incidentele middelen te versoepelen en bij de beoordeling van de financiële positie in te steken op financiële wendbaarheid en weerbaarheid, in navolging van de essaybundel van de raad voor het openbaar bestuur; De punten uit deze motie in te brengen in het begrotingsproces 2024 van het Rijk en te laten verwerken in de septembercirculaire 2023 en/of zo spoedig mogelijk daarna; Gezamenlijk te pleiten bij het Kabinet voor het uitwerken van de aanbevelingen van de adviesraden in het rapport “Elke Regio Telt”; Vanuit de VNG een voorstel aan het Rijk wordt opgesteld op basis van het rapport “Elke Regio Telt”, met input van de netwerken, en dit zo spoedig mogelijk en niet later dan 2 september aan te bieden aan het Kabinet en de Tweede Kamer.
Het bestuur zal bij de verzending van de ALV-stukken op 1 november a.s. een actuele stand van zaken geven over de inzet richting het kabinet. Daarna zal het bestuur de uitkomsten van het overhedenoverleg van 21 november met de leden delen en voorstellen doen het vervolgproces. Hiermee legt het bestuur ook verantwoording af over de uitvoering van de moties die betrekking hebben op de inzet van de VNG richting het kabinet.
Voorstel:
De motie aan te houden
6
Onderwerp:
Financieel meerjarenperspectief gemeenten
Motie en indiener:
Motie Leidschendam-Voorburg “Afschaffing opschalingskorting” (ALV 13 juni 2023)
Inhoud/oproep: (samengevat)
Oproep aan het bestuur van de VNG om: - Het rijk te verzoeken om de opschalingskorting na jarenlange bevriezing (2020-2025) definitief af te schaffen, dat bekend te maken in duidelijke taal en zonder voorbehouden, en dit te verwerken bij de septembercirculaire 2023; - Totdat deze beëindiging van de opschalingskorting is bekend gemaakt als uitgangspunten in de gesprekken met het rijk te hanteren: - Geen nieuwe bestuurlijke akkoorden te sluiten of andere (tijdelijke) afspraken te maken met het rijk; - Bestaande akkoorden met het rijk die zich in de fase van invoering bevinden, door te lichten op mogelijkheden om deze te bevriezen of in te trekken en de leden hierover te informeren uiterlijk in de aanloop naar de BALV in het najaar; - Bij voorgaande twee punten wel zorg te dragen dat de meest kwetsbare groepen in onze samenleving hierdoor niet in de knel komen.
Verantwoording
De Voorjaarsnota liet betekenisvolle stappen zien voor gemeenten. De oploop van de opschalingskorting is structureel geschrapt. Door heldere afspraken over objectieve indexering en fondsvorming is een rechtvaardige risicoverdeling van de zorgkosten (Wmo) geregeld.
Voorstel:
De motie als afgedaan te beschouwen.
7
Onderwerp: Motie en indiener: Inhoud/oproep: (samengevat)
Verantwoording
Hervormingsagenda Jeugd Brummen en anderen “Richtlijn gezamenlijke inzet en financiering praktijk ondersteuner huisartsen Jeugd GGZ” (Najaars ALV 1 december 2023) De motie bevestigt het belang van de functie Praktijkondersteuner Huisartsen Jeugd en roept op om het gesprek aan te gaan met zorgverzekeraars om een richtlijn te maken, die duidelijkheid geeft over de financiering en verantwoordelijkheden van de POH Jeugd GGZ. Vóór de zomer heeft de VNG twee overleggen geïnitieerd waarin de mogelijkheden om te komen tot een richtlijn en borgen daarvan in de leidraad samenwerking VNG-LHV zijn verkend. Helaas bleek ZN tijdens deze gesprekken zeer ongenegen om zich te verbinden aan een richtlijn t.a.v. dit onderwerp en gaven zij te kennen hier ook geen verdere gesprekken over te willen voeren. Nu kiezen we ervoor om via gesprekken met de LHV verkennen hoe een dergelijke richtlijn zonder medewerking van ZN toch gestalte zou kunnen krijgen. Daarin is overeenstemming bereikt over een richtlijn waarin de twee basismodellen (jeugdconsulent vanuit de gemeente en POH-GGZ met aandachtsgebied jeugd) als uitgangspunt en te prefereren opties worden beschreven. Wel zal, gevoed door kennis vanuit het Zorginstituut Nederland, nadere, objectieve informatie worden opgenomen over welk type zorg onder welke wet valt. Deze kunnen gemeenten benutten in hun afspraken met zorgverzekeraars over dit thema.
Deze oplossing lijkt vooralsnog het hoogst haalbare. De verwachting is dat de richtlijn en herijkte leidraad begin 2025 worden gepubliceerd en willen we in ieder geval afronden voor de ALV van juni 2025.
Voorstel:
De motie aan te houden
8
Aangenomen moties Extra ALV 24 mei 2024 Onderwerp:
Gemeentefinanciën
Motie en indiener:
Motie Enschede “Geen woorden maar daden”
Inhoud/oproep: (samengevat)
De motie ‘Geen woorden, maar daden’ constateert kort samengevat dat de financiële verhoudingen met het hoofdlijnenakkoord niet meteen zijn hersteld en dat taken en middelen van gemeenten vanaf 2026 niet vanzelf in balans zijn gebracht. Zonder goede afspraken betekent dit dat gemeenten (forse) bezuinigingen in gang zullen moeten gaan zetten. De motie roept het bestuur op: - Geen nieuwe taken of uitbreiding in bestaande taken meer te accepteren totdat er weer sprake is van verbetering in de financiële vooruitzichten voor gemeenten. - In beeld te brengen uit welke bestuurlijke akkoorden we ons terug kunnen trekken omdat gemeenten niet voldoende financiële middelen hebben - Daadwerkelijk en per direct te starten met een “takengesprek” met het kabinet. Dit met de insteek om het takenpakket van gemeenten weer passend te laten zijn bij de beschikbare middelen in het gemeentefonds. Die gesprekken te voeren langs 3 invalshoeken: o wettelijke aanpassingen die gemeenten kunnen helpen om inhoudelijk en financieel meer grip te krijgen o taken die verlegd kunnen worden naar een ander overheidsniveau omdat ze daar voortvarender danwel efficiënter opgepakt kunnen worden o taken die juist bij gemeenten moeten blijven omdat het daarop van wezenlijk belang is dat zij het dichtst bij burgers staan.
Verantwoording:
Het bestuur zal bij de verzending van de ALV-stukken op 1 november a.s. een actuele stand van zaken geven over de inzet richting het kabinet. Daarna zal het bestuur de uitkomsten van het overhedenoverleg van 21 november met de leden delen en voorstellen doen het vervolgproces. Hiermee legt het bestuur ook verantwoording af over de uitvoering van de moties die betrekking hebben op de inzet van de VNG richting het kabinet.
Voorstel:
De motie aan te houden
9
Onderwerp:
Gemeentefinanciën
Motie en indiener:
Motie Krimpenerwaard, Molenlanden, Gorinchem en Gouda “Zorg voor goede basis voor de lokale democratie en investeer in de relatie stad en land”
Inhoud/oproep: (samengevat)
De motie benoemt een aantal onderwerpen op het terrein van de financiële verhoudingen en legt daarbij de verbinding met brede welvaart, de verbinding tussen stad en platteland, en het vertrouwen in de overheid. Oproep aan het bestuur: - Nadrukkelijk af te spreken met de provincies dat de korting in 2025 een eenmalige korting is, die door gemeenten incidenteel gedekt kan worden - Te onderzoeken of het mogelijk is om op termijn een goede koppeling met de brede welvaart te maken bij de wijze van indexeren.
Verantwoording:
De planbureaus werken komende jaren aan de verankering van brede welvaart in de begrotingssystematiek van het rijk. Dat proces loopt trager dan verwacht. Daardoor hebben we nu nog geen beeld van hoe die verankering eruit komt te zien. In de huidige situatie worden sommige indicatoren voor brede welvaart wel meegenomen in de rijksbegroting maar deze leveren vooralsnog een vrij beperkt beeld van brede welvaart op. Als VNG zullen wij te zijner tijd aanhaken bij het proces van de planbureaus en de leden op dat moment nader informeren.
Voorstel:
De motie als afgedaan te beschouwen.
10
Aangenomen moties ALV 26 juni 2024 Kabinetsformatie/financiën Onderwerp: kabinetsformatie/financiën Motie en indiener: Inhoud/oproep: (samengevat)
Verantwoording:
Motie Zaanstad “Wendt het ravijn af: compensatie voor 2026 en 2027” Oproep aan het bestuur om het kabinet, en in het bijzonder de nieuwe ministers van Financiën en BZK, te wijzen op de verplichting om gemeenten de komende jaren te compenseren op grond van de Gemeentewet artikel 108 lid 3. Het bestuur zal bij de verzending van de ALV-stukken op 1 november a.s. een actuele stand van zaken geven over de inzet richting het kabinet. Daarna zal het bestuur de uitkomsten van het overhedenoverleg van 21 november met de leden delen en voorstellen doen het vervolgproces. Hiermee legt het bestuur ook verantwoording af over de uitvoering van de moties die betrekking hebben op de inzet van de VNG richting het kabinet.
Voorstel:
De motie aan te houden
Onderwerp: kabinetsformatie/financiën Motie en indiener: Inhoud/oproep: (samengevat)
Motie Wijk bij Duurstede “Moeilijke keuzes maken we samen (met de leden van de Tweede Kamer)” Oproep aan de VNG om: - Alle 150 leden van de Tweede Kamer, de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Financiën uit te nodigen voor de college- en raadsvergaderingen waarin deze moeilijke beslissingen worden genomen zodat zij kunnen bijdragen, meebeslissen en medeverantwoordelijkheid kunnen dragen voor deze keuzes, - De Kamerleden en bewindslieden die op deze uitnodiging in gaan te koppelen aan een college- en gemeenteraad zodat zij een zo breed mogelijk beeld krijgen van de gevolgen van deze bezuiniging.
11
Onderwerp: kabinetsformatie/financiën Verantwoording:
VNG was en blijft bereid om een ondersteunende rol te spelen als gemeenten leden van de Tweede Kamer willen uitnodigen. Maar colleges en raden gaan daar natuurlijk zelf over. Dit is ook de interpretatie van deze motie nav de bespreking bij indiening, die leidde tot een positief preadvies. Via de publiekscampagne heeft de VNG het initiatief genomen om het belang van gemeenten bij het bredere publiek onder de aandacht te brengen. Ook via de landelijk media brengt de VNG dit continu actief onder de aandacht. Daarnaast heeft de VNG op bestuurlijk en ambtelijk niveau contact met Kamerleden om de belangen van gemeenten en de moeilijke keuzes waarvoor zij staan, onder de aandacht te brengen.
Voorstel:
De motie als afgedaan te beschouwen
Onderwerp: kabinetsformatie/financiën Motie en indiener: Inhoud/oproep: (samengevat)
Motie Zeist “Langdurig en samenhangend investeren voor alle inwoners van probleemgebieden” Verzoekt het bestuur: - Bij het Rijk intensiever te pleiten voor een aanvullend programma op het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid om meer gemeenten te kunnen ondersteunen die ook te maken hebben met soortgelijke probleemgebieden. - Als VNG nauw samen te werken met de gemeenten die ook bij het NPLV willen sluiten en de behoeften en uitdagingen van deze gemeenten op het gebied van leefbaarheid en veiligheid effectief te vertegenwoordigen. - Bij voorkeur hier ook de samenwerking met andere maatschappelijke partners te zoeken die actie met dit thema bezig zijn en hiervoor met het Rijk overleggen, zoals de koepel van woningcorporaties Aedes.
12
Onderwerp: kabinetsformatie/financiën Verantwoording:
Het pleidooi voor middelen ten behoeve van een aanvullend NPLV programma voor middelgrote gemeenten vraagt nog steeds inzet van de VNG. De VNG is hierover structureel in gesprek met het rijk, in bijzonder de betrokken ministeries. De motie ondersteunt die gesprekken. Tevens vragen we ambtelijk aandacht in de lessen uit NPLV-gebieden die voor middelgrote gemeenten relevant zijn, evenals in de vertaling van deze lessen naar het schaalniveau. In dit kader zien we een belangrijke rol voor een NPLVondersteuningsprogramma van het ministerie van BZK, waarbij we via de ambtelijke lijn onderzoeken welke mogelijkheden er zijn binnen het ministerie. Ondanks dat de beschikbaarheid van middelen niet in het vooruitzicht zijn, zal de VNG in vervolggesprekken bestuurlijk aandringen op de wens van middelgrote gemeenten voor een toegesneden programma waarin wordt samengewerkt met maatschappelijke partners.
Voorstel:
De motie aan te houden
13
Bestuur/handhaving Onderwerp: bestuur/handhaving Motie en indiener: Inhoud/oproep: (samengevat)
Verantwoording:
Motie Castricum “Gelijke subsidieregeling voor landelijke en lokale partijen” Landelijke politieke partijen krijgen subsidie vanuit het Rijk, lokale politieke partijen ontvangen niets. Vanuit democratisch oogpunt is het niet meer dan logisch dat alle politieke partijen vanuit de overheid de beschikking krijgen over dezelfde middelen en mogelijkheden. De motie roept het VNG bestuur op om zich positief uit te spreken over de kwestie van structurele gelijke subsidieregelingen voor landelijke en lokale partijen en daarvoor aandacht te vragen bij het kabinet. Deze motie ondersteunt de inzet van de VNG. Wij pleiten al jaren voor een gelijk speelveld voor lokale politieke partijen. In gemeenten zijn ruim een derde van de raadsleden afkomstig van een lokale politieke partij en ook in een derde van de colleges zijn lokale politieke partijen vertegenwoordigd. Het is vreemd dat lokale politieke partijen geen toegang hebben tot middelen om bijvoorbeeld kandidaat raadsleden op te leiden in aanloop naar de verkiezingen. Gelijke ondersteuning van alle partijen komt ten goede aan onze democratie. Inmiddels is er een wetsvoorstel; de Wet op de politieke partijen waarin er gesproken wordt over een subsidieregeling voor alle lokale politieke partijen. Dit voorstel ligt nu ter advies voor bij de Raad van State. Het wetsvoorstel is een stap vooruit.
De VNG blijft zich inzetten voor een structurele subsidieregeling, in het wetsvoorstel wordt wel gesproken over een subsidie voor lokale politieke partijen, maar er is slechts financiering geregeld voor de eerste drie jaar. Deze financiering dient structureel geregeld te worden. Ook blijft de VNG pleiten voor een tijdelijke regeling op korte termijn waardoor er volgend jaar een subsidie beschikbaar komt zodat lokale politieke partijen dit kunnen gebruiken in aanloop naar de raadsverkiezingen van 2026.
Voorstel:
De motie als afgedaan te beschouwen
14
Onderwerp: bestuur/handhaving Motie en indiener: Inhoud/oproep: (samengevat)
Motie Fryske Marren “Bingo als sociaal-maatschappelijke activiteit” Veel verenigingen, bijvoorbeeld sportverenigingen, dorps- en wijkverenigingen, seniorenbonden organiseren incidenteel bingo-middagen en -avonden. Een aantal jaren geleden is er door een wijziging van de Alcoholwet een verbod gekomen op het organiseren van een bingo in een lokaliteit waarop een alcoholwet-vergunning van toepassing is. Gemeenten zijn verplicht te handhaven op de naleving van de Alcoholwet. Maar ook andere instanties kunnen controleren en handhavend optreden. Hierdoor zijn de bingobijeenkomsten in vele dorpen en wijken in de praktijk onmogelijk geworden. De motie roept het VNG bestuur op om ervoor te pleiten dat bingo’s georganiseerd door een sociaal-maatschappelijke vereniging of organisatie mogelijk blijven ook als ze worden gehouden in een lokaliteit waarop de Alcoholwet van toepassing is. Ook als er geen andere lokaliteit beschikbaar is dan een lokaliteit waar de Alcoholwet op van toepassing is zou de activiteit plaats moeten kunnen vinden.
Verantwoording:
De staatssecretaris heeft in beantwoording van Kamervragen over dit onderwerp toegezegd de Alcoholwet zodanig aan te passen dat kleine kansspelen (waaronder bingo’s) in horecagelegenheden met een alcoholwetvergunning kunnen worden georganiseerd. Hierover heeft overleg plaatsgevonden tussen de VNG en het ministerie van VWS en is een concepttekst voor de aanpassing van de Alcoholwet besproken. De verwachting is dat het aangepaste voorstel nog dit najaar ter internetconsultatie wordt aangeboden.
Voorstel:
De motie als afgedaan te beschouwen
15
Financiën Onderwerp: financiën Motie en indiener: Inhoud/oproep: (samengevat)
Verantwoording:
Voorstel:
Motie Heemstede “Rechtmatigheidsverantwoording moet het voor gemeenteraden makkelijker maken” 1. In gesprekken met het rijk aan te geven dat de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording en de huidige spelregels niet lijken te leiden tot het gewenste resultaat 2. In te zetten op een goede evaluatie van de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording en daarbij expliciet in te gaan op de mate waarin dit gemeenteraden helpt om voortvarend hun controlerende taak in te vullen. Het is de bedoeling om de veranderingen rondom de rechtmatigheidsverantwoording te evalueren. Dit proces is door het ministerie van BZK echter nog niet in gang gezet. De VNG zal daarop aandringen en wanneer het proces is gestart de oproep uit de motie uiteraard daarin meenemen. De motie aan te houden.
Onderwerp: financiën Motie en indiener:
Motie Katwijk en Gouda “Tweejaarlijkse herwaardering WOZ”
Inhoud/oproep: (samengevat)
De motie “Tweejaarlijkse herwaardering WOZ” overweegt dat een tweejaarlijkse herwaardering van de WOZ-waarde, in plaats van de nu geldende jaarlijkse herwaardering leidt tot minder druk op de capaciteit in de uitvoering en tot verbetering van de kwaliteit. De motie roept het bestuur op een onderzoek op te starten naar de mogelijkheden van een tweejaarlijkse herwaardering in samenspraak met de Landelijke Vereniging van Lokale Belastingen (LVLB) en in afstemming met de betrokken ministeries. De VNG heeft in afstemming met de voorzitter van de Landelijke Vereniging van Lokale Belastingen (LVLB) het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (het ESBL) de opdracht gegeven een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een tweejaarlijkse herwaardering. Het onderzoek zal worden uitgevoerd door prof. mr. dr. Arjen Schep en Robert Kastelein LL.M. Ten behoeve van het onderzoek is een klankbordgroep geformeerd met afgevaardigden van de LVLB, de Unie van Waterschappen, de Belastingdienst, het Ministerie van Financiën, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Vereniging Eigen Huis en team Belastingen van de VNG. De uitkomsten van het onderzoek worden medio maart 2025 verwacht.
Verantwoording:
Voorstel:
De motie als afgedaan te beschouwen
16
Onderwerp: financiën
1
Motie en indiener:
Motie De Bilt “NIS2, geen taken zonder knaken”
Inhoud/oproep: (samengevat)
Oproep aan bestuur om bij de internetconsultatie van de Cyberbeveiligingswet 1 en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, naast de uitkomsten uit de uitgevoerde impactanalyse de volgende punten naar voren te brengen: - Zorg dat er geen interpretatieverschil tussen de NIS2 richtlijn en de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten bestaat; - Neem daartoe de categorieën die bedrijven op grond van de NIS2 richtlijn moeten nemen, in de Nederlandse wetgeving over; - Maak duidelijk voor welke organisaties de NIS2 richtlijn van toepassing is; - Voorzie de gemeenten van structureel budget voor de implementatie en uitvoering; - Coördineer de implementatie van deze wet, zodat de verantwoordelijken gelijk kunnen oplopen bij de implementatie, de wijze van uitvoering en het beheersen van de risico’s in de keten; - Geef een handelingsperspectief waarmee bestuurders invulling kunnen geven aan hun verantwoordelijkheid, zonder de bestuurdersaansprakelijkheid als een zwaard van Damocles boven zich te hebben hangen; - In dialoog met het Ministerie van JenV, BZK en andere relevante ministeries overeenstemming te bereiken over het geheel aan Europese richtlijnen die op het terrein van digitale veiligheid worden verwacht met als algemene uitgangspunten dat nationale wetgeving tijdig, gebundeld, geïntegreerd en integraal afgewogen (niet versnipperd) wordt aangeboden vanuit de
verschillende ministeries en voorzien wordt van een prioritering in de tijd.
Verantwoording:
In de Miljoenennota is geen geld vrijgemaakt voor NIS-2 voor gemeenten. De scope van de Cyberbeveiligingswet is vooralsnog niet geheel duidelijk en de invoering van de wet is uitgesteld naar halverwege 2025. De VNG werkt aan impactanalyses en businesscases om een onderbouwde financiële claim naar bij de staatsecretaris of het NCTV in te dienen.
Voorstel:
De motie aan te houden.
https://www.internetconsultatie.nl/cyberbeveiligingswet/b1 17
Sociaal domein Onderwerp: sociaal domein Motie en indiener:
Motie Gouda en Krimpenerwaard “Nieuwkomersonderwijs”
Inhoud/oproep: (samengevat)
Gemeenten worden geconfronteerd met meerdere urgente knelpunten bij het regelen van nieuwkomersonderwijs. Dit speelt met name bij de Internationale Schakelklassen (ISK) door een onvoorspelbare exponentiële groei van leerlingen. Er zijn extra en onvoorziene investeringen nodig voor ISK onderwijshuisvesting die nog jarenlang drukken op de gemeentelijke kapitaallasten en concurreren met de enorme onderwijshuisvestingsopgave (IHP). Terwijl er geen sprake is van een regionale gemeentetaak. Gemeenten betalen daarnaast afgeleide kosten voor de inzet van regiocoördinatie en op diverse aanpalende beleidsdomeinen zoals bijv. leerlingenvervoer en openbare orde& veiligheid. De gemeenten roepen het VNG-bestuur op in gesprek te gaan met de verantwoordelijke ministers voor: Roept het VNG-bestuur op: • meer (boven)regionale regie vanuit OCW en J&V op het vraagstuk van nieuwkomersonderwijs, zowel PO als VO niveau (ISK’s); ; • concrete oplossingen op acute financiële en inhoudelijke knelpunten rond ISK-onderwijs zoals onderwijshuisvesting, regio coördinatie, leerlingenvervoer, leerplicht, doorstroom en COA op de korte termijn te realiseren, zodat e.e.a. toekomstbestendiger is ingericht en voor het voorkomen van de groei van thuiszitters, voortijdige schoolverlaters en het “verdwijnen” van AMV’ers.
Verantwoording
De VNG en OCW hebben ambtelijk de situatie in Gouda besproken. Dit in samenhang met een AEF-rapport over de kosten van nieuwkomersonderwijs voor gemeenten. Ambtelijk geeft OCW geen middelen te hebben om te voorzien in de extra kosten nieuwkomersonderwijs. Dit vanwege bezuinigingen op de eigen OCW-begroting en de inschatting dat dit onderwerp niet tot meer middelen vanuit het brede kabinet leidt. De VNG heeft met OCW ook gesproken over de rol die zij heeft in de coördinatie van het nieuwkomersonderwijs omdat er nu “gedwongen” centrumgemeenten ontstaan zonder de bevoegdheden of beschikbaar budget. OCW antwoordde dat zij gaat onderzoeken hoe het ministerie vanuit een bestaande regio-indeling het nieuwkomeronderwijs kan coördineren. Er wordt bijvoorbeeld gedacht aan de onderwijsregio’s. Dit wordt eind 2024/begin 2025 verder opgepakt door OCW.
18
Onderwerp: sociaal domein Verantwoording:
Onze inschatting is dat verdere bestuurlijke druk op OCW nu de situatie niet doet veranderen. Daarom zullen we onze inzet plegen op de lobby richting de Tweede Kamer. We starten de lobby om in november aan te sluiten bij de begrotingsbehandeling van OCW. We leggen er de nadruk op dat er geld moet komen voor het ISK’s. Het aanknopingspunt voor deze lobby is het onderzoek over de gemeentelijke kosten nieuwkomersonderwijs dat medio oktober wordt gepubliceerd en met de kamer wordt gedeeld. Daarnaast nemen we dit onderwerp mee in onze brede lobby over alle onderwerpen die het kabinet ten aanzien van asiel en migratie onvoldoende regelt waardoor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk verder onder druk komt te staan.
Voorstel:
De motie aan te houden
Onderwerp: sociaal domein Motie en indiener:
Motie Ridderkerk “Een adequate en reële financiering van jeugdhulp”
Inhoud/oproep: (samengevat)
Verzoekt het VNG-bestuur: 1. Er bij het Rijk op aan te dringen dat artikel 108 van de Gemeentewet in acht wordt genomen, hetgeen betekent dat gemeenten een vergoeding van het Rijk ontvangen die in verhouding staat tot de uitvoeringskosten jeugdhulp. Hier ook het financieringsstelsel van Jeugd op aan te passen waarbij de risico’s niet alleen bij gemeenten liggen. 2. Gezien de steeds verder stijgende kosten voor de jeugdhulp de besparing van 1 miljard euro per 2026 als niet reëel aan te merken. Dit onderbouwd vanuit de gemeentelijke praktijk voor te leggen aan de deskundigencommissie en op basis van de uitspraak van de commissie zich in te spannen om met het Rijk te komen tot realistische budgetten voor de uitvoering van de Jeugdwet conform artikel 108 lid 3 Gemeentewet. 3. Het Rijk met spoed te verzoeken om duidelijke, rechtvaardige en toekomstbestendige financiële- en juridische kaders voor de uitvoering van de Jeugdwet (reikwijdte), en daarbij oog te hebben voor: - De kracht van de nabijheid van gemeenten en voldoende investeringsruimte op het gebied van o.a. gezondheid, welzijn en onderwijs - De bestaanszekerheid voor onze burgers - De noodzaak in het kader van de houdbaarheid van de zorg om te demedicaliseren en te normaliseren, en daartoe de maatschappelijke dialoog te initiëren en te continueren.
19
Onderwerp: sociaal domein Verantwoording:
Deze motie is een belangrijke basis voor de bestuurlijke gesprekken over de financiën jeugd en de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd. Momenteel leggen we onderbouwd aan de deskundigencommissie voor waarom de 1 miljard bezuiniging niet haalbaar is en wat gemeenten in de praktijk doen om te sturen op de jeugdhulp. De uitspraak van de deskundigencommissie van januari 2025 biedt de basis voor het bestuurlijke gesprek tussen rijk en VNG over het financieel kader jeugd. Onze inzet is om voor de voorjaarsnota tot een aangepast kader te komen waardoor gemeenten weer realistische budgetten hebben voor de uitvoering van de Jeugdwet, conform artikel 108 lid 3 Gw. Daarnaast werken we in het kader van de hervormingsagenda met het rijk aan een nieuw financieringsmodel die recht doet aan de sturingsmogelijkheden van gemeenten. De VNG-inzet is om tot komen tot toekomstbestendige interbestuurlijke verhoudingen waarbij de risico’s voor de tekorten jeugdhulp niet enkelzijdig bij gemeenten liggen. We stellen voor om de motie aan te houden tot na de voorjaarsbesluitvorming n.a.v. de uitspraak van de deskundigencommissie.
Voorstel:
De motie aan te houden
Onderwerp: sociaal domein Motie en indiener:
Motie Veenendaal “Middelen ten behoeve van specifieke inzet voor verhoging landelijke vaccinatiegraad”
Inhoud/oproep: (samengevat)
De landelijke vaccinatiegraad daalt en dit baart zorgen. Het verhogen hiervan vraagt onder andere om inspanning door gemeenten en GGD’en voor een wijkgerichte werkwijze met een fijnmazige aanpak. Het VNG bestuur wordt opgeroepen om met het Rijk het gesprek aan te gaan over het gezamenlijk belang van het verhogen van de vaccinatiegraad, met als inzet om gemeenten van de juiste randvoorwaarden te voorzien om de benodigde extra inspanning voor gemeenten en GGD’en voor deze aanpak te kunnen realiseren.
20
Onderwerp: sociaal domein Verantwoording:
De motie weerspiegelt de zorgen die leven bij gemeenten en de VNG over de dalende vaccinatiegraad. Sinds de ALV in juni heeft het ministerie van VWS in het regeerprogramma opgenomen dat een wijkgerichte lokale aanpak nodig is voor het verhogen van deze vaccinatiegraad. Deze beleidsambitie wordt niet ondersteund met een financiële doorvertaling. De motie Veenendaal versterkt onze positie in de gesprekken met VWS, waarin we de boodschap meenemen dat gemeenten, samen met de GGD, een essentiële rol spelen; Het is van belang dat in de te ontwikkelen plannen hier rekening mee wordt gehouden en dat hier voldoende middelen voor vrijgemaakt worden. De contacten met GGD GHOR zijn gelegd, waarbij we onderzoeken waar we mogelijk samen kunnen optrekken. Het onderwerp is aangekaart in onze bijdrage aan het begrotingsdebat van VWS, en we agenderen het richting het debat over medische preventie van VWS. Op dit moment is er nog geen (financieel) perspectief, maar we gaan het gesprek met VWS aan over wat er nodig is voor een succesvolle aanpak.
Voorstel:
De motie aan te houden.
21
Onderwerp: sociaal domein Motie en indiener:
Motie Veldhoven “Voorgenomen btw-verhoging”
Inhoud/oproep: (samengevat)
Het VNG bestuur wordt verzocht de Tweede Kamer en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap te wijzen op de zorgen vanuit gemeenten ten aanzien van de voorgenomen btw verhoging door een verzoek te leggen aan de (nog aan te stellen) bewindspersoon op cultuur om eerst stevig en fundamenteel onderzoek te doen naar de gevolgen hiervan op de samenleving, economie én cultuursector. En de btw verhoging mee te nemen in gesprekken van VNG met het nieuwe kabinet.
Verantwoording:
De VNG heeft de zorgen van gemeenten over de voorgenomen btw-verhoging al geuit in de felicitatiebrief aan de nieuwe bewindspersoon, minister Bruins van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De VNG heeft zich in de zomer van 2024 verbonden aan een consortium van particuliere cultuurfinanciers en gemeenten voor het opstellen van een impactanalyse van de btw-verhoging op cultuur. Daarover verscheen een persbericht op 11 september en stond de bestuurlijk woordvoerder cultuur van de VNG verschillende pers te woord. In de Algemene Ledenbrief van de VNG in reactie op de Rijksbegroting 2025 is het standpunt van de VNG verwoord. Voor een rondetafelgesprek geïnitieerd door de Tweede Kamer over de effecten van de btw-verhoging voor onderwijs, cultuur en media op 26 september jl. bracht de VNG het standpunt in via de genodigden aan tafel. De VNG zelf was niet uitgenodigd, ondanks een verzoek. Zolang het nodig is, blijft de VNG aansturen bij o.a. minister Bruins dat de impactanalyse en ander onderzoek aantoont dat de gevolgen van de btwverhoging grote impact heeft op de samenleving, economie en culturele sector én dat gemeenten hier straks ook tegen aan lopen.
Voorstel:
De motie als afgedaan te beschouwen
22
Onderwerp: sociaal domein Motie en indiener:
Motie Kampen “Asielzoekers aan het werk”
Inhoud/oproep: (samengevat)
In 2023 is de 24-weken-eis komen te vervallen: asielzoekers mogen langer dan 24 weken per jaar werken, mits hun asielaanvraag minstens 6 maanden in behandeling is en de werkgever een tewerkstellingsvergunning (TWV) heeft. Activering is goed voor het welzijn van nieuwkomers, vroegtijdige participatie via betaald werk draagt bij aan (het tempo van) integratie en meedoen heeft een positief effect op inburgering. In de praktijk zijn er echter nog belemmeringen om asielzoekers te laten werken. Dit zijn meerdere factoren, van aanvragen VOG tot de lange wachttijden in de BRP-straten. Gezien de huidige arbeidsmarktkrapte is het zonde om geen gebruik te maken van de talenten onder asielzoekers. Het hoofdlijnenakkoord 2024-2028 van PVV, VVD, NSC en BBB spreekt zich niet uit over asielzoekers en werken. Daarom dient gemeente Kampen deze motie in en roept de VNG op om; • In samenwerking met ketenpartners zoals COA, het UWV en werkgeversorganisaties met het nieuwe kabinet in gesprek te gaan over het creëren van de juiste kaders en randvoorwaarden om begeleiding en ondersteuning naar betaald werk onder asielzoekers te stimuleren; • De benodigde financiële middelen daarvoor beschikbaar te laten stellen; • Daarbij te verkennen wat dat betekent voor de rol van gemeenten; • In te zetten op het snel oplossen van belemmeringen om asielzoekers aan het werk te krijgen en houden
23
Onderwerp: sociaal domein Verantwoording:
Er is een verkenning gedaan onder gemeenten. In deze verkenning komt naar voren dat gemeenten een regierol voor zichzelf zien, met de daarbij behorende randvoorwaarden. Deze bevindingen zullen 14/11 gedeeld worden met de CIE PSI en op 15/11 met de TCAM. Het is helpend als asielzoekers worden toegevoegd aan het besluit SUWI. Momenteel zijn het UWV en VNG in gesprek hierover met SZW. Ondersteuning wordt voor gemeenten dan eenvoudiger gemaakt. Het eerste bestuurlijke gesprek met het rijk volgt op 21/11. Dit is het reguliere bestuurlijk overleg met SZW. UWV, COA en VNG hebben de intentie uitgesproken om samen de lobby richting het rijk op te pakken. Het G40 stedennetwerk heeft aangegeven de VNG lobby te steunen en dezelfde lijn te volgen. VNO-NCW heeft haar steun hier ook voor uitgesproken. Momenteel lopen er nog gesprekken met andere stakeholders. Momenteel lopen er meerdere proeven in het land om asielzoekers (en statushouders) toe te leiden naar werk, deze worden nu in kaart gebracht en meegenomen voor de geleerde lessen. Er loopt een verkenning naar de samenwerking in bestaande structuren. Hiervoor zullen er 3 pilots in het land volgen. Dit zijn pilots waar UWV, COA en VNG in samenwerken. De afspraken hieromtrent zullen eind oktober bestuurlijk vastgelegd worden.
Voorstel:
De motie aan te houden
24
Fysiek domein Onderwerp: fysiek domein Motie en indiener:
Motie Deventer “Warmtetransitie: alleen als die betaalbaar is!”
Inhoud/oproep: (samengevat)
Betaalbaarheid van de warmtetransitie is al sinds het sluiten van het klimaatakkoord een gespreksonderwerp tussen gemeenten en het Rijk. Ondanks het feit dat er verschillende (financiële) instrumenten zijn ontwikkeld constateren de indieners dat dit nog steeds niet genoeg is en dat het nog steeds ontbreekt aan een eenduidige definitie om gezamenlijk te bepalen wat we onder betaalbaarheid verstaan. Willen gemeenten hun regierol in de warmtetransitie kunnen invullen dan is het essentieel dat de betaalbaarheid goed wordt geregeld. Zeker wanneer de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) in werking is getreden (medio 2025) en gemeenten in hun besluitvorming ook moeten kunnen onderbouwen dat de betaalbaarheid voor gebouweigenaren is geborgd. Zonder duidelijke en voor inwoners uitlegbare definitie en een ruimhartig financieel instrumentarium om dit te organiseren winnen we het draagvlak en vertrouwen van inwoners in de warmtetransitie niet terug. Deze motie roept het VNG-bestuur op om er bij het rijk op aan te dringen om voor het einde van het jaar tot een gezamenlijke definitie en uniforme uitlegbaarheid van betaalbaarheid te komen waarbij inwoners centraal staan. Tot slot roept de motie het bestuur op in overleg met de minister te treden en erop aan te dringen de betaalbaarheid voor (collectieve) oplossingen voor aardgasvrij te organiseren.