26. Raadsmededeling 141-2024 Evaluatie inlooppunt Dinxperlo Centrum Oost en het vervolgtraject
Tekst van het document
je in het omgevingsplan gebiedsgerichte voorschriften opnemen voor de gekozen duurzame warmtevoorziening, de aansluitplicht op de gekozen warmtevoorziening en de voor de gekozen warmtevoorziening geldende energieprestatie-eisen. Deze zogeheten planregels zijn juridisch bindend voor burgers en bedrijven. Warmteplan en voormalig Bouwbesluit Voorheen voorzag het instrument warmteplan – naast uitvoeringsmaat regelen – in de hiervoor genoemde juridisch bindende regels. Het voormalige Bouwbesluit bood hiervoor de juridische basis. Warmteplannen, die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn vastgesteld door gemeenten, vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet en maken deel uit van de zogeheten Bruidsschat, het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
5. Communicatie en verwachtingsmanagement De lokale warmtetransitie vraagt acties en investeringen van veel verschillende partijen. Het is belangrijk dat deze partijen weten waar ze aan toe zijn en wat er van ze verwacht wordt. Dit noemen we het bieden van handelingsperspectief. Het vraagt om duidelijkheid over het (eind)doel en de route daarnaartoe. Vanuit je regierol draag je als gemeente bij aan deze duidelijkheid. Rol van het warmteprogramma bij verwachtingsmanagement Het warmteprogramma speelt een belangrijke rol bij het bieden van duidelijkheid en het managen van verwachtingen. Daarvoor moet je als gemeente wel helder maken waar je de komende periode een gebiedsgerichte aanpak voorziet – en betrokkenen hierop dus kunnen aanhaken – en waar dit niet het geval is. Hiervoor zijn gebieden binnen de gemeente onder te verdelen in vier groepen: • Gebieden waar de gemeente de komende 10 jaar een collectieve aanpak voor een warmtenet voorziet. • Gebieden waar de gemeente de komende 10 jaar een collectieve aanpak voor volledig elektrische warmtepompen voorziet. • Gebieden waar de gemeente de komende 10 jaar een collectieve aanpak voor hybride warmtepompen en/of isolatie voorziet. • Gebieden waar de gemeente de komende 10 jaar geen collectieve aanpak voorziet. Collectieve aanpak Betrokkenen uit de groepen 1 t/m 3 kunnen aansluiten bij een collectieve aanpak.
Voor hen is het van belang om te weten hoe die aanpak eruitziet. Nuttige informatie is bijvoorbeeld de planning en of de gemeente de inzet van de aanwijsbevoegdheid overweegt of niet. Tijdens het verder uitwerken van de aanpak voor het gebied volgt meer duidelijkheid, zoals over de definitieve keuze voor de warmtetechniek. Een gebied kan in deze fase dus ook een combinatie van opties 1, 2 en/of 3 zijn.
17
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
(Nog) geen collectieve aanpak Voor betrokkenen waar voorlopig geen collectieve aanpak is voorzien, is het van belang om duidelijkheid te bieden over het eindbeeld en de route daarnaartoe. Dit helpt gebouweigenaren bijvoorbeeld te bepalen wat een spijtvrij isolatieniveau is om naartoe te werken.
Meer informatie Lees de brief van de minister van juli 2023 over het belang van het bieden van handelingsperspectief. Voor meer informatie over de communicatie over de warmtetransitie en het managen van verwachtingen, zie het narratief voor de lokale warmtetransitie.
Vervallen: de normering verwarmingsinstallaties In 2023 heeft de Rijksoverheid een normering voor verwarmingsinstallaties aangekondigd. Deze normering zou de eisen aan de efficiëntie van verwarmings installaties aanscherpen, waarmee het voor veel gebouwen verplicht wordt om bij vervanging van een cv-ketel over te stappen op een hybride warmtepomp of efficiëntere installatie. Tijdens het schrijven van deze handreiking heeft de nieuwe coalitie aangekondigd dat de aanscherping van de normering niet doorgaat. In deze handreiking zijn wij daarvan uitgegaan. Voor de vervallen normering zouden enkele uitzonderingen gelden. Een daarvan was dat het gebied op korte termijn een collectieve wijkoplossing wordt gerealiseerd. Het selecteren van een gebied in het warmteprogramma zou naar verwachting nog niet hebben betekend dat deze uitzondering voor dat gebied van toepassing is. De reden hiervoor is dat het warmteprogramma daarmee directe rechtsgevolgen voor anderen zou krijgen, terwijl het als zelfbindend instrument bedoeld is.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Goed om te weten: hernieuwbare gassen in het warmteprogramma Naast warmtenetten en individuele warmtepompen kunnen gebouwen ook met hernieuwbare gassen zoals groengas en waterstof verwarmd worden. In 2050 heeft deze optie naar verwachting een plek in de gebouwde omgeving. In collectieve aanpakken zal dit voorlopig echter zelden zo zijn. Hiervoor is een aantal redenen: • Voor alle hernieuwbare gassen geldt dat de toekomstige beschikbaarheid en prijs erg onzeker zijn. De beschikbaarheid voor de hele gebouwde omgeving zal in elk geval beperkt zijn. Daarom wordt geadviseerd waar mogelijk andere warmtetechnieken te kiezen. • De overgang op groengas verloopt niet via een collectieve aanpak voor een gebied. Groengas wordt in toenemende mate bijgemengd in het aardgasnet. Gebouwen die op het aardgasnet aangesloten blijven, gaan dus vanzelf geleidelijk over op groengas. Hybride warmtepompen en isolatie blijven wel noodzakelijk en de gemeente kan hiervoor een collectieve aanpak opzetten. • Er wordt landelijk gewerkt aan een waterstofnetwerk. Dit richt zich voorlopig op levering aan industriële clusters en, op enkele pilots na, niet op de gebouwde omgeving. Het Nationaal Plan Energiesysteem voorziet voor 2035 geen grootschalige inzet in de gebouwde omgeving (en daarna alleen inzet op plekken waar geen goed alternatief beschikbaar is).
Zie voor meer informatie over dit onderwerp de Webinar Duurzame gassen van het NPLW. Of lees de brief van de minister van juli 2023 over keuzes met betrekking tot hernieuwbare gassen.
Of de normering echt helemaal verdwijnt, is nog onduidelijk. Hou de website van het NPLW in de gaten voor meer informatie.
18
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Deel II
Opbouw warmteprogramma Deel II van deze handreiking beschrijft de opbouw van een warmteprogramma.
19
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Inhoudsopgave deel II Inleiding
21
Samenvatting
22
1.
Inleiding
23
1.1 Aanleiding 1.2 Gevolgen voor de gemeente 1.3 Over dit warmteprogramma
23 23 23
Leidende principes
24
2.1 Participatie
24
Aanpak voor de hele gemeente
25
3.1 3.2 3.3 3.4
25 25 26 28
2.
3.
4.
5.
Verwachte resultaten van het warmteprogramma Sturen in transitie Overzicht van de plannen Onderbouwing van de keuzes
Aanpak per gebied
30
4.1 Onderbouwing keuze 4.2 Hoofdlijnen aanpak 4.3 Randvoorwaarden
30 30 30
Monitoring en evaluatie
31
Bijlage A: Feiten en onderzoeksgegevens
31
Bijlage B: Participatieverslag
32
Bijlage C: Evaluatie
32
20
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we hoe een warmteprogramma kan worden opgebouwd. We geven een overzicht van de structuur en vertellen per onderdeel wat de belangrijkste inhoud is. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: •
•
•
• •
•
•
e handreiking beschrijft een opbouw die voor veel gemeenten logisch is, maar D maatwerk blijft nodig. Afhankelijk van de lokale situatie kunnen sommige onderdelen worden weggelaten of toegevoegd. Het warmteprogramma richt zich minimaal op de drie functies die worden genoemd in hoofdstuk 1: het warmteprogramma als verplicht programma, als start van de gebiedsgerichte aanpak en als houvast bij het communiceren over en het managen van verwachtingen met betrekking tot de warmtetransitie. De belangrijkste doelgroepen van het warmteprogramma zijn het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, interne afdelingen van de gemeente en professionele partners, zoals woningbouwcorporaties en de regionale netbeheerder. Daarnaast is het relevant voor gebouweigenaren, ondernemers en bewoners. Het principe van piramidaal schrijven wordt toegepast. Dat betekent dat je eerst de kern verwoordt en daarna dieper ingaat op de achtergrond en onderbouwing. Het warmteprogramma is zelfbindend. Dit betekent dat het alleen het bestuur zelf bindt. Het warmteprogramma kan wel burgers en bedrijven stimuleren om die dingen te doen, die helpen om de doelstellingen te behalen. Maar er is geen sprake van direct toezicht op of handhaving van een programma. Het warmteprogramma is daarom gericht op de acties van de gemeente en niet op samenwerkingsafspraken.
In principe stel je het warmteprogramma elke 5 jaar vast, maar het kan vaker geactualiseerd worden als dat nodig is. Plannen die vaker geactualiseerd worden, benoem je daarom kort, maar werk je elders uit. Het warmteprogramma is ruimtelijk expliciet: dat betekent dat er naast het tekstdocument kaarten beschikbaar zijn die per adres inzichtelijk maken of er plannen zijn en wat deze inhouden.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Dit leidt tot de volgende inhoudsopgave, die in de onderstaande paragrafen puntsgewijs is uitgewerkt: Samenvatting 1. Inleiding 2. Leidende principes 3. Programma 4. Aanpak voor de geselecteerde gebieden 5. Monitoring en evaluatie Bijlage(n): feiten en onderzoeksgegevens Bijlage: participatieverslag Bijlage: evaluatie
Verplichte onderdelen van een warmteprogramma Dit hoofdstuk beschrijft een aanbevolen opbouw voor een warmteprogramma. Hoofdstuk 1 van deze handreiking beschrijft de minimale vereisten die voor een warmteprogramma gelden. In hoofdstuk 2 werken we deze eisen verder uit in paragrafen 2.4, 2.8 en 2.9.
21
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Samenvatting Het warmteprogramma kun je samenvatten in een kaart die de inhoud van het programma weergeeft. Figuur 2 toont een fictief voorbeeld. De kaart laat de geplande gebiedsaanpakken zien voor de komende 10 jaar en de voorziene warmtetechniek(en). Is er ook duidelijkheid over de fasering en/of techniek voor gebieden die pas na deze 10 jaar aan bod komen? Dan is het goed om dit ook weer te geven. Als de gemeente een of meer warmtekavels heeft vastgesteld of dit van plan is, zet je deze ook op de kaart. Zie de factsheet Juridisch planproces voor een toelichting op warmtekavels.
Figuur 2. Een fictieve voorbeelduitwerking van de samenvattende kaart van een warmteprogramma. Deze basis kan verder worden uitgebreid, bijvoorbeeld door bewonersinitiatieven op de kaart te zetten of met een toelichting op het handelingsperspectief.
22
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Met de kaart of een bijbehorende tabel kun je op gebouwniveau inzicht geven in de geplande aanpak. De kaart maak je toegankelijk via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Deel V Factsheets
1. Inleiding In de inleiding beschrijf je de context en inhoud van het warmteprogramma.
1.1 Digitaal beschikbaar Het warmteprogramma bevat belangrijke informatie over de leefomgeving. Daarom moet je het publiceren in het DSO om de informatie zo toegankelijk te maken voor bewoners en bedrijven. Hoe je dat precies moet doen, is nog onbekend. Het NPLW werkt aan een voorstel hiervoor. Houd de website van het NPLW in de gaten voor meer informatie over de manier waarop je de informatie in het warmteprogramma kunt publiceren in het DSO. Lees meer over het DSO op de website van het Informatiepunt voor de Leefomgeving.
Deel IV Fictief voorbeeld
Aanleiding
Beschrijf waarom het warmteprogramma is opgesteld. Je kunt daarbij gebruikmaken van het narratief voor de lokale warmtetransitie van het NPLW. Internationale klimaatafspraken (het Klimaatakkoord van Parijs) en nationale afspraken en beleid (het Nationaal Klimaatakkoord, de Klimaatwet) zijn hierbij van belang. Verwijs ook naar de Regionale Structuurvisie Warmte als dat relevant is. En leg de verbinding met het eigen gemeentebeleid en ambities uit het collegeakkoord.
1.2 Gevolgen voor de gemeente Lees meer over het publiceren van een warmteprogramma in de factsheet Data.
Beschrijf wat deze landelijke context betekent voor je eigen gemeente. Wat zijn de gemeentelijke doelstellingen rond de warmtetransitie?
1.3 Over dit warmteprogramma Beschrijf de rol die dit warmteprogramma heeft in de lokale warmtetransitie. Relevante vragen zijn: • Wat is de functie van dit warmteprogramma? • Wat hebben de gemeente en partners de afgelopen jaren al gedaan en hoe bouwt dit warmteprogramma hierop voort of wijkt het hiervan af? • Hoe is het warmteprogramma tot stand gekomen? Beschrijft dit hier kort; het volledige participatieverslag kan in een bijlage. • Wat gaat de gemeente vanuit het warmteprogramma doen en wat zijn de volgende stappen, zoals aanpakken in specifieke gebieden?
23
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
2. Leidende principes Beschrijf hier de uitgangspunten voor je gemeente. Dit is gebaseerd op bestaand beleid en eerdere visies op dit onderwerp, zoals de transitievisie warmte en de provinciale energievisie. Je kunt de publieke belangen van het Nationaal Programma Energiesysteem als vertrekpunt nemen: • Betaalbaar en economisch krachtig • Betrouwbaar en veilig • Duurzaam • Rechtvaardig en participatief • Ruimte en milieu
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Meer informatie Zie de factsheet Participatie voor meer informatie over toelichting op de verplichtingen rond participatie en het belang ervan tijdens en na het warmteprogramma.
Werk dit uit voor je eigen gemeente en beschrijf welke afwegingen van belangen je maakt voor de warmtetransitie. Het Nationaal Plan Energiesysteem beschrijft ook richtinggevende hoofdkeuzes voor het energiesysteem, bijvoorbeeld over de duurzaamheid van warmtebronnen. Deze kun je ook gebruiken bij het opstellen van de eigen leidende principes. Besteed daarnaast aandacht aan de uitvoerbaarheid. Dit kan in een korte, vormvrije paragraaf. Voor participatie geef je een uitgebreidere beschrijving.
2.1
Participatie
Beschrijf hier de uitgangspunten voor participatie door bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden. Iedere gemeente heeft lokaal participatiebeleid. Verwijs hiernaar of werk het verder uit, afhankelijk van hoe specifiek en toepasbaar dit beleid is. Belangrijke elementen zijn in elk geval: • Hoe ziet de participatie eruit in gebieden die de gemeente kiest voor een collectieve aanpak? • Hoe gaat de gemeente om met initiatieven van bewoners en bedrijven? Let op: hier gaat het om hoe belanghebbenden en belangstellenden bij de uitvoering van het warmteprogramma betrokken worden. Hoe ze bij de totstandkoming van dit warmteprogramma zelf zijn betrokken, beschrijf je in het participatieverslag in de bijlage. In het participatieverslag geef je aan of en hoe de uitkomsten van de participatie zijn meegenomen in het programma.
24
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
3. Aanpak voor de hele gemeente
•
Beschrijf hier de aanpak voor de warmtetransitie voor de hele gemeente voor de komende 10 jaar. In het volgende hoofdstuk werk je de aanpak per gebied uit, inclusief de gebiedsspecifieke randvoorwaarden. Dit onderdeel bevat: • De verwachte resultaten. • De uitgangspunten voor de rolverdeling. • Een overzicht van de keuzes per gebied. • De randvoorwaarden om de aanpak succesvol uit te kunnen voeren.
•
Gebiedsgerichte aanpak versus gebiedsaanpak De gebiedsgerichte aanpak komt voort uit het Klimaatakkoord. Daarmee wordt bedoeld dat gemeenten wijk-voor-wijk aan de slag gaan met de energietransitie in de bestaande gebouwde omgeving. Het verwijst naar de overkoepelende aanpak van gemeenten om aardgasvrij te worden. Zie ook figuur 2. De gebiedsgericht aanpak staat tegenover de zogenaamde contingentenaanpak, waarbij woningen of gebouwen seriematig verduurzaamd worden op basis van clustering van soortgelijke gebouwen. In dit hoofdstuk verwijst ‘gebiedsaanpakken’ naar de voorziene aanpak in een wijk, buurt of dorp in de gemeente. Deze aanpak bestaat uit de stappen die de gemeente en partners zetten na het warmteprogramma om de plannen te concretiseren, bijvoorbeeld in een uitvoeringsplan. De gebiedsaanpakken moeten dus niet verward worden met de gebiedsgerichte aanpak.
3.1
Verwachte resultaten van het warmteprogramma
Beschrijf hier wat je verwacht te realiseren in de gemeente aan het einde van de periode die het warmteprogramma beslaat, dus na 10 jaar. Dit maakt het mogelijk om het warmteprogramma te evalueren op doelmatigheid en eventueel te herijken. Schat de verwachte resultaten in door per gebied te analyseren wat de beoogde resultaten van de gebiedsaanpakken zijn. Je geeft dit in ieder geval aan in het verwachte aantal aardgasvrije gebouwen.
•
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
ijn er gebieden waar je van plan bent om de aanwijsbevoegdheid in te zetten? Z Schat dan in hoeveel gebouwen er van het aardgas af zijn aan het einde van de programmaperiode. Dit doe je op basis van een (beoogde) startdatum (na het besluit wijziging van het omgevingsplan) en de daarin vastgestelde termijn tot de afsluiting (zonder bijzondere omstandigheden is dat minimaal acht jaar). Zijn er gebieden waar je een collectieve aanpak voorziet zonder dat je een afsluitdatum wilt vastleggen in het omgevingsplan? Doe dan op basis van de aanpak een uitspraak over de verwachte uitkomsten. Voor de gebieden waar je nog geen collectieve aanpak voorziet, kun je bijvoorbeeld uitgaan van de autonome ontwikkeling in combinatie met gemeentebrede maatregelen, zoals een isolatieprogramma. In de autonome ontwikkeling ga je uit van een geleidelijke verbetering van het isolatieniveau van woningen richting standaardwaarden.
3.2 Sturen in transitie De warmtetransitie doe je als gemeente niet alleen. In dit hoofdstuk beschrijf je de rollen van de verschillende betrokken partijen. Daarbij maak je onderscheid tussen de eigen rol van de gemeente en de rollen van partnerorganisaties. De rol van de gemeente Als gemeente heb je de regierol binnen de warmtetransitie. Gemeenten vullen dit op verschillende manieren in. Beschrijf hier de invulling die je gemeente kiest en die aan de basis ligt van de activiteiten in de volgende hoofdstukken. Rollen zijn: • Coördinatie: zorg dragen voor de samenwerking tussen de partijen die nodig zijn voor het realiseren van gezamenlijke oplossingen. • Participatie en communicatie: bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden op een passende manier betrekken om hun belangen en wensen zichtbaar te maken en een plek te geven in de besluitvorming. • Stimuleren/motiveren: maatregelen en acties aantrekkelijk maken met bijvoorbeeld subsidie, adviezen, collectieve inkoopacties en ondersteuning voor warmte-initiatieven. • Regelgeving: inzet en handhaving van juridische instrumenten zoals de aanwijsbevoegdheid en kaders voor de verlening van vergunningen en ontheffingen.
25
Deel I Wat is een warmteprogramma?
•
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
eelname: een rol als deelnemer. Bijvoorbeeld door het verduurzamen van D gemeentelijk vastgoed of de mogelijke deelname in een warmtebedrijf of energiedienstenbedrijf.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Is er over bepaalde onderwerpen gezamenlijke besluitvorming, bijvoorbeeld in een stuurgroep of in RES-verband? Beschrijf dat dan ook.
3.3 Overzicht van de plannen Sturen in transitie Veel gemeenten zijn nog zoekende naar de invulling van hun regierol. Zij worstelen met de vraag hoe zij kunnen sturen en wat dit betekent voor de interne organisatie en de samenwerking met burgers en organisaties zoals woningcorporaties, netbeheerders en andere belanghebbenden. Het voormalig Programma Aardgasvrije Wijken – nu NPLW – heeft onderzoek laten doen om gemeenten te helpen bij het maken van keuzes die te maken hebben met de invulling van de regierol. Het resultaat daarvan is het rapport Sturen in transitie. Hierin vind je inzichten die uit de proeftuinen zijn opgehaald, concrete handvatten voor het invullen van de regierol en inzichten die bruikbaar zijn voor opschaling.
Beschrijf hier de aanpak op hoofdlijnen voor de hele gemeente, voor de komende 10 jaar. Tijdens het uitwerken van je warmteprogramma maak je een analyse op basis van een zogeheten WAT- en WANNEER-spoor. Wat ga je wanneer doen? Dit vormt de basis voor de aanpak voor de hele gemeente. Maak een gebiedskaart die samenvat wat het beoogde alternatief is voor aardgas en wanneer je die aanpak wilt uitwerken in een gebiedsgericht plan. Geef aan waar je welke collectieve gebiedsaanpak voorziet en of je de aanwijsbevoegdheid wil inzetten. Je hoeft alleen een aanpak aan te geven voor gebieden waar je in de periode van het warmteprogramma start met het maken van een gebiedsgericht plan. Voor gebieden zonder collectieve aanpak in de komende 10 jaar geef je aan op welke manier deze uiteindelijk aardgasvrij worden: ofwel via een gebiedsaanpak in een toekomstig warmteprogramma, ofwel door individuele verduurzaming.
Lees het rapport Sturen in transitie >
Partnerorganisaties Partnerorganisaties ontwikkelen veel van de benodigde activiteiten om aardgasvrij te worden. Beschrijf hier kort wie de belangrijkste partners zijn en wat hun rol is. Houd er rekening mee dat de focus van het warmteprogramma ligt op wat de gemeente zelf gaat doen. Dit is niet de plek om bijvoorbeeld samenwerkingsafspraken vast te leggen. Relevante partners zijn: • Medeoverheden: provincies, waterschappen en andere gemeenten • Georganiseerde bewoners en bedrijven, zoals bewonersinitiatieven, bedrijvenverenigingen en energiecoöperaties. • Grote vastgoedbezitters, waaronder woningcorporaties en eigenaren van utiliteiten. • De regionale netbeheerder(s). • Warmtebedrijven. • Regionale samenwerkings- en uitvoeringsverbanden.
Meer informatie Lees meer over het WAT- en WANNEER-spoor in de factsheet Data >
Het warmteprogramma op de kaart Beschrijf de keuzes van de gebiedskaart uit de samenvatting (figuur 2) en onderbouw waarom je in specifieke gebieden begint met een collectieve aanpak en in andere gebieden niet. Werk daarna de aanpak per gebied uit. Beschrijf de aanpak om het gebied aardgasvrij te maken in grote lijnen. In tabel 4 staan mogelijke gebiedsaanpakken en varianten. Geef ook combinaties van mogelijke aanpakken aan. Bijvoorbeeld als er binnen een heterogeen gebied twee aanpakken mogelijk zijn en het gebied niet logisch is op te delen. Of als er twee aanpakken even aantrekkelijk lijken, maar er nader onderzoek nodig is om te bepalen welke het meest geschikt is.
26
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Gebiedsaanpak
Variant
Dat betekent
Al aardgasvrij
n.v.t.
Collectieve aanpak warmtenet
Met mogelijke afsluitdatum gas
Opstellen uitvoeringsplan (optioneel), wijziging omgevingsplan. Bij meer dan 1.500 aansluitingen: vaststellen warmtekavel.
Zonder afsluitdatum gas
Onderzoek naar de mogelijkheid om een warmtenet te realiseren. Als een warmtenet mogelijk is, dan het warmteprogramma aanpassen naar aanpak met afsluitdatum, opstellen uitvoeringsplan (optioneel) en warmtekavel vaststellen bij meer dan 1.500 aansluitingen.
Collectieve aanpak voor volledig elektrische warmtepompen
Met mogelijke afsluitdatum gas
Opstellen uitvoeringsplan (optioneel), wijziging omgevingsplan.
Zonder afsluitdatum
Collectieve aanpak voor individuele oplossingen. Als er zicht is op voldoende deelname, dan warmteprogramma aanpassen naar aanpak met afsluitdatum en opstellen uitvoeringsplan (optioneel).
Collectieve aanpak voor hybride warmtepompen en isolatie
Zonder afsluitdatum
Collectieve aanpak voor individuele oplossingen. Als er zicht is op voldoende deelname, dan in warmteprogramma aanpak aanpassen naar collectieve aanpak voor volledig elektrische warmtepompen
Nog geen collectieve aanpak voorzien
n.v.t.
Op natuurlijke momenten isoleren en vervangen verwarmingsinstallatie
Tabel 4. Een toelichting op de mogelijke gebiedsaanpakken in een warmteprogramma
Geef ook aan waar warmtekavels zijn voorgesteld of vastgesteld. Wat dit betekent, is afhankelijk van de gekozen gebiedsaanpak binnen die kavels, zoals toegelicht in tabel 5.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Warmtekavel
Gebiedsaanpak
Dat betekent
Voorgesteld warmtekavel
Collectieve aanpak warmtenet
De gemeente overweegt een warmtekavel vast te stellen. Na aanwijzing van een warmtebedrijf stelt het warmtebedrijf een globaal kavelplan op. De gemeente stelt mogelijk een uitvoeringsplan op. Zie verder onder vast gesteld warmtekavel.
nog geen collectieve aanpak voorzien Vastgesteld warmtekavel (met een globaal kavelplan)
Collectieve aanpak warmtenet met mogelijke afsluitdatum gas.
Het warmtebedrijf maakt een uitgewerkt kavelplan. De gemeente stelt mogelijk een uitvoeringsplan op en wijzigt het omgevingsplan.
Collectieve aanpak warmtenet zonder afsluitdatum gas.
Er is geen recht op aansluiting voor gebouwen binnen de kavel, maar het warmtebedrijf mag aansluitingen realiseren. De gemeente kan het warmtebedrijf vragen om een uitgewerkt kavelplan op te stellen. Als er zicht ontstaat op de mogelijkheid voor een aardgasvrij gebied, dan kan de gemeente het warmteprogramma aanpassen naar aanpak met afsluitdatum, een uitvoeringsplan opstellen (optioneel) en het omgevingsplan wijzigen.
Nog geen collectieve aanpak voorzien
Er is geen recht op aansluiting voor gebouwen binnen de kavel, maar het warmtebedrijf mag aansluitingen realiseren. Als de situatie er aanleiding toe geeft, kan de gemeente het warmteprogramma aanpassen.
Tabel 5. Een toelichting op de combinatie van warmtekavel en gebiedsaanpak (zie ook de factsheet Juridisch planproces).
Hernieuwbare gassen en het warmteprogramma Hernieuwbare gassen zijn een optie voor aardgasvrije verwarming van de gebouwde omgeving, maar zijn meestal niet logisch voor gebiedsaanpakken in de komende 10 jaar. Om deze reden staan ze hier niet verder uitgewerkt. Zie Hoofdstuk 5 Communicatie en verwachtingsmanagement in Deel 1 van de handreiking voor meer informatie.
27
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
3.4 Onderbouwing van de keuzes Onderbouw hier de gebiedskeuzes. De uitgebreide analyse en eventuele vooronderzoeken plaats je in een bijlage. Baseer deze onderbouwing op een beschouwing van het hele warmtesysteem van bron tot gebouw. Figuur 3 geeft een schematisch overzicht.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Warmteprogramma’s moeten gericht zijn op een doelmatige en voor eigenaren en huurders haalbare en betaalbare verduurzaming van de warmtevoorziening. Dit op basis van aangenomen amendementen op het wetsvoorstel Wgiw. Om deze aspecten vroegtijdig in het proces mee te nemen, bespreek je hier in ieder geval de haalbaarheid en betaalbaarheid in termen van nationale kosten en eindgebruikerskosten.
Figuur 3. Een schematisch overzicht van de infrastructuuropties voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Er zijn combinaties en conversies mogelijk. Voor de overzichtelijkheid zijn die hier niet weergegeven.
28
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Goed om te weten: doelmatigheid, haalbaarheid en betaalbaarheid Het is nog niet bekend op welke wijze in de Wgiw invulling gegeven wordt aan het onderbouwen van de doelmatigheid, haalbaarheid en betaalbaarheid.
Meer informatie: nationale kosten Om gemeenten te ondersteunen bij het opstellen van de transitievisies warmte is in 2020 een leidraad gepubliceerd waarin 5 strategieën om gebouwen aardgasvrij te maken zijn doorgerekend. Dit deel van de leidraad heet de startanalyse. Het beschrijft de nationale kosten van verschillende aardgasvrije warmtetechnieken. Op dit moment werkt het Planbureau voor de Leefomgeving aan een update van de Startanalyse, die gericht is op warmteprogrammas. Deze komt naar verwachting tegen het einde van 2024 beschikbaar.
•
•
•
•
Lees voor meer informatie de factsheet Data > • Noem hier ook andere factoren die vaak een rol spelen bij de keuze om met een specifieke aanpak te starten, zoals: • Warmtebronnen, lokaal en bovenlokaal. Beschrijf kort hoe de beschikbaarheid en toekomstbestendigheid van warmtebronnen de keuzes beïnvloeden. Je kunt verwijzen naar eerdere inventarisaties of een (actualisatie van) het bronnenoverzicht in de bijlage plaatsen. • Temperatuurniveaus van de warmtetechnieken in relatie tot de warmtevraag en de isolatiemogelijkheden. In het algemeen zijn bronnen met hogere temperatuurniveaus schaarser en wil je de middentemperatuuroplossingen bij voorkeur inzetten voor die gebouwen die weinig alternatieve mogelijkheden hebben om te verduurzamen. • Warmtenetmogelijkheden. Beschrijf kort de uitkomsten naar verkenningen of (eerdere) onderzoeken naar warmtenetten op lokaal en bovenlokaal niveau. Maak inzichtelijk hoe de warmtenetoptie is vergeleken met ander aanpakken en welke overwegingen hebben geleid tot de voorlopige keuze.
•
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Verwijs naar gepubliceerde onderzoeken of gebruik de bijlage voor een samenvatting van de onderzoeksresultaten. Netcongestie. De capaciteit van het elektriciteitsnet en uitbreidingsplannen hiervoor zijn een beperkende factor voor de mogelijkheden van elektrische oplossingen. Beschrijf aan de hand van de inzichten van de regionale netbeheerder op welke wijze dit de keuzes heeft beïnvloed. Ruimtevraag. De beschikbaarheid van ruimte in de openbare ruimte en ondergrond, en regels voor het gebruik hiervan (bijvoorbeeld vanuit archeologische waarden), kunnen effect hebben op de mogelijkheden en kosten van warmtetechnieken. Meestal is hierover informatie beschikbaar intern bij de gemeente. Soortenbescherming. De invloed van beschermde diersoorten op de mogelijkheden voor warmtetechnieken, zoals isolatie van daken en spouwmuren. Initiatieven van bewoners of energiecorporaties die al gestart zijn of willen starten met een eigen aanpak. Maak deze initiatieven zichtbaar op de gebiedskaart, zodat je laat zien hoe deze zijn meegenomen in de afweging. Meekoppelkansen. Mogelijkheden om zaken te koppelen aan werkzaamheden in de openbare ruimte of renovatie- of onderhoudsplannen van grote vastgoedeigenaren zoals woningcorporaties. Inventariseer dit in het participatietraject. Sociale overwegingen.
Sociale overwegingen die te maken hebben met de investerings- en financieringsmogelijkheden van de bewoners en hun doenvermogen.
Een gedetailleerde analyse hierop hoort in een uitvoeringsplan. Gebruik in het warmteprogramma kengetallen op buurtniveau en lokale kennis uit het participatieproces.
29
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
4. Aanpak per gebied Beschrijf in dit hoofdstuk wat de gemeente en partners in de geselecteerde gebieden gaan doen. Na de vaststelling van het warmteprogramma volgt het concretiseren van deze plannen, bijvoorbeeld in een uitvoeringsplan. Het warmteprogramma sorteert voor op uitvoeringsplannen en legt de basis voor vervolgstappen. Beschrijf de aanpak per individueel gebied of groepeer soortgelijke gebieden. Gebieden kunnen gelijksoortig zijn vanwege de beoogde warmtetechniek – bijvoorbeeld bij een gebiedsoverstijgend warmtekavel – of vanwege de eigendomssituatie van gebouwen. Onderbouw per gebied of groep gebieden de keuze voor dat gebied, beschrijf de hoofdlijnen van de aanpak en benoem de randvoorwaarden voor de gewenste uitkomst.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
4.3 Randvoorwaarden Wat zijn de specifieke randvoorwaarden voor de aanpak van dit gebied? Voorbeelden zijn: • De daadwerkelijke potentie van een warmtebron of kosten van een warmtenet, nog uit te werken in nader technisch onderzoek. • De ontwikkeling van de plannen van een bewonersinitiatief. • De haalbaarheid van een meekoppelkans zoals rioolvervanging. • De uitkomsten van onderzoek naar de tijdig beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet. • De mogelijkheden die er zijn voor na-isolatie van gebouwen na het nemen van soortenbeschermingsmaatregelen.
4.1 Onderbouwing keuze Waarom is dit gebied gekozen om met een collectieve aanpak aan de slag te gaan? In de bijlagen beschrijf je de analyses die gedaan zijn om tot de selectie te komen. Onderbouw aan de hand van de uitkomsten waarom dit gebied geschikt is.
4.2 Hoofdlijnen aanpak Wat is er nu al te zeggen over de aanpak voor het gebied? Geef zoveel mogelijk duidelijkheid aan de inwoners van het gebied en noem daarbij: • De planning: het jaar waarin de gemeente de gebiedsaanpak wil uitwerken en, indien al gekozen, de beoogde start- en einddatum van de uitvoering. • Het beoogde resultaat van de aanpak, zoals aardgasvrije of aardgasvrij-ready bebouwing. • Welke warmtetechniek of warmtetechnieken verkend worden. • De betrokken partijen, zowel extern (zoals bewonersinitiatieven, warmtebedrijven en woningcorporaties) als intern (betrokken gemeenteafdelingen) en hun beoogde rollen in het proces. • Uitgangspunten voor het participatieproces (tenzij dit al voldoende in de leidende principes van hoofdstuk 2 staat beschreven). • Potentiële meekoppelkansen voor de aanpak. • De eerste stappen om de aanpak verder uit te werken, zoals het uitvoeren van een sociaal onderzoek in de wijk of het vaststellen van een warmtekavel.
30
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
5. Monitoring en evaluatie Beschrijf in dit hoofdstuk de monitoring en evaluatie van het warmteprogramma. Monitor in elk geval de verwachte resultaten die je beschreven hebt in hoofdstuk 3 van het warmteprogramma. Zie verder de factsheet Data.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Bijlage A: Feiten en onderzoeksgegevens Geef in deze bijlage(n) de feitelijke onderbouwing voor de keuzes in het warmteprogramma. Hoe deze onderbouwing eruit ziet, hangt sterk af van: • De lokale situatie. • De beschrijving van gemaakte keuzes uit hoofdstuk 4 Aanpak per gebied. • Welke onderzoeken uitgevoerd zijn. De volgende zaken zijn belangrijk om te onderbouwen: • De fasering van de gebiedsaanpak en vooral in welke gebieden de komende 10 jaar gestart wordt (uit paragraaf 3.3). • De beoogde warmtetechniek per gebied. De diepgang van deze bijlagen kan verschillen. Zorg ervoor dat de belangrijkste informatie begrijpelijk is voor het college (besluitvormers), de raad, interne afdelingen en professionele partners. Aanvullende informatie kan technischer van aard zijn.
31
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Bijlage B: Participatieverslag
Bijlage C: Evaluatie
Beschrijf in deze bijlage hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding voor het opstellen van het warmteprogramma en wat de resultaten daarvan zijn. Hiermee geef je invulling aan de wettelijke verplichting voor het lokale participatiebeleid. Zie voor meer informatie de factsheet Participatie.
Beschrijf in deze bijlage de evaluatie van het warmteprogramma (of de transitievisie warmte) voor de afgelopen periode. Deze evaluatie kun je goed aan het begin van het proces doen. De bijlage kan een publieksversie zijn. Beschrijf significante veranderingen ten opzichte van de transitievisie warmte of het vorige warmteprogramma al in de hoofdtekst van het warmteprogramma. Zorg ervoor dat wettelijk verplichte informatie erin staat. Zie voor meer informatie 1.3 Verplichtingen rond het warmteprogramma en de factsheet Data.
32
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III
Opstellen warmteprogramma
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Deel III
Opstellen warmteprogramma Deel III beschrijft het proces rond het opstellen van een warmteprogramma.
33
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III
Opstellen warmteprogramma
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Inhoudsopgave deel III Inleiding
35
Samenwerkingspartners
36
Fase 1: Verkennen en inventariseren
37
Fase 2: Voorbereiden
39
Fase 3: Uitwerken warmteprogramma
40
Fase 4: Toetsen en verfijnen warmteprogramma
42
Fase 5: Vaststellen warmteprogramma
43
34
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III
Opstellen warmteprogramma
Inleiding In het vorige hoofdstuk hebben we de mogelijke opbouw van het warmteprogramma besproken. In dit hoofdstuk beschrijven we het proces dat je als gemeente kan doorlopen om te komen tot een vastgesteld warmteprogramma: het hoe. Tijdens het opstellen van het warmteprogramma werk je samen met interne en externe stakeholders. Deze beschrijven we aan het begin van dit hoofdstuk. Vervolgens werken we de stappen om tot een warmteprogramma te komen uit in 5 fases. We beschrijven stap voor stap wat je moet doen, welke aandachtspunten er zijn en wat je hebt bereikt na het afronden van elke fase.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Verplichte onderdelen warmteprogramma Dit hoofdstuk beschrijft een aangeraden proces om een warmteprogramma op te stellen. Hoofdstuk 1 Wat is een warmteprogramma beschrijft de procedurele vereisten voor een warmteprogramma. In dit hoofdstuk komen deze terug in Fase 5. De planmer(-beoordeling) komt op meerdere plekken terug. Planning van je warmteprogramma Op 31 december 2026 moeten alle gemeenten naar verwachting hun eerste warmteprogramma vastgesteld hebben. Voor die tijd vinden er nog gebeurtenissen plaats die invloed kunnen hebben op het proces om je warmteprogramma op te stellen. Lees de factsheet Planning opstellen warmteprogramma voor de belangrijkste bekende gebeurtenissen.
Figuur 4. Het proces om een warmteprogramma op te stellen op hoofdlijnen.
35
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III
Opstellen warmteprogramma
Samenwerkingspartners Bij het opstellen van het warmteprogramma zijn diverse partijen betrokken die per fase een grotere of kleinere rol spelen. In een participatiestrategie en -plan kun je in detail uitwerken hoe, op welk niveau en wanneer je stakeholders betrekt. Denk daarbij aan: • Het college van burgemeester en wethouders: zij zijn het bevoegd gezag en stellen uiteindelijk het warmteprogramma vast. Houd hen gedurende het hele proces geïnformeerd. Het is zinvol om de gemeentesecretaris vroegtijdig in het proces te betrekken, onder meer om mee te denken over de ambtelijke capaciteit voor het opstellen en het uitvoeren van het warmteprogramma. • Gemeenteraad: de gemeenteraad vertegenwoordigt de inwoners en heeft een kaderstellende en controlerende rol. Deze formele rol is met name sterk bij de omgevingsvisie, die voorafgaat aan het warmteprogramma en bij het wijzigen van het omgevingsplan. We raden aan hen ook bij het warmteprogramma zelf periodiek te betrekken en te informeren, zodat ze goed op de hoogte zijn. In overleg met het college, de gemeentesecretaris en/of de griffie bepaal je hoe je de gemeenteraad het beste betrekt. • Interne afdelingen: de warmtetransitie staat niet op zichzelf. De inhoud van het warmteprogramma beïnvloedt soms de activiteiten, planningen en budgetten van collegas en kan meekoppelkansen opleveren.
Stem daarom tijdig inhoudelijk af met de belangrijke interne afdelingen. Dat begint direct in de verkenningsfase bij het ophalen van relevante informatie. Bekijk welke afdelingen eerder al betrokken waren en vul aan waar nodig. • Partners in de uitvoering: de warmtetransitie is in veel gemeenten al gestart. Er zijn al overlegstructuren. Misschien zijn ook al afspraken gemaakt met (investerende) partners zoals een warmtebedrijf, de woningcorporatie, de netbeheerder, het waterschap en wellicht ook bewonersinitiatieven, energiecoöperaties en warmtegemeenschappen, vertegenwoordigers van bedrijven(terreinen) of overig grootschalig (maatschappelijk) vastgoed, grondeigenaren, natuur- en milieuorganisaties en andere partijen. Informeer de partners over de start van het opstellen van het warmteprogramma en betrek hen actief bij iedere fase. Daarbij zijn er verschillen in het niveau van participatie tijdens het proces. Stem rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen tijdig af.
•
•
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
ewoners (en ondernemers): de gemeente kan vanaf de start van het opstellen B van het warmteprogramma samenwerken met vertegenwoordigers van bewoners of ondernemers. Individuele bewoners en ondernemers worden vaak nog niet breed betrokken, maar kunnen wel geïnformeerd worden over het opstellen van het warmteprogramma. Een logisch moment daarvoor is de afronding van het plan van aanpak en de participatiestrategie. Op dat moment kun je voldoende informatie bieden en weet je wat je kunt en wilt vragen aan de bewoners, hoe ze mee kunnen denken en waarover. Betrek en informeer hen tijdens het proces volgens je participatie- en communicatiestrategie. Besteed extra aandacht aan gebieden waar de gemeente overweegt om de aanwijsbevoegdheid in te zetten. Ons advies: betrek sleutelspelers en denk samen met hen na over hoe participatie en samenwerking met de buurt op te stellen. De RES-regio, provincie en buurgemeenten: informeer en betrek buurgemeenten en de regio als het gaat om bovengemeentelijke warmtebronnen, ruimtegebruik of eventuele samenwerking.
36
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III
Opstellen warmteprogramma
Fase 1: Verkennen en inventariseren In deze eerste fase wil je een goed beeld krijgen van waar je staat, waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat. Hierbij neem je de hele gemeente onder de loep met zowel een brede als een gedetailleerde blik. Dit stelt je in staat om rekening te houden met lokale kwesties binnen specifieke wijken of buurten en met thema’s die de gemeentegrenzen overstijgen. Voorbeelden zijn een actief bewonersinitiatief of een warmtebron die mogelijk ook door een aangrenzende gemeente wordt benut. Deze fase focust op het samenbrengen van bestaande informatie om terug te blikken op eerder uitgevoerde acties en te bepalen welke onderzoeken en actualisaties nog nodig zijn. Doel van deze fase Het doel van deze fase is om voor alle betrokkenen duidelijk te maken hoe het proces verloopt en wat er nodig is om het warmteprogramma succesvol op te stellen. In deze fase wil je: • Terugkijken: wat zouden we doen vanuit de vorige transitievisie warmte of het warmteprogramma en wat is er gebeurd in de afgelopen 5 jaar? • Het speelveld in kaart brengen door informatie te verzamelen of te actualiseren. • Inzicht krijgen in de ambities en (globale) plannen van de gemeentelijke partners. • Een participatiestrategie ontwikkelen voor de volgende fases. Stap 1.
Evalueer het vorige warmteprogramma of de transitievisie warmte Begin met het evalueren van het vorige warmteprogramma of de transitievisie warmte en stel vast wat er sindsdien is gerealiseerd. Denk daarbij aan: • Wat was het doel? • Welke afspraken zijn gemaakt? • Wat is er bereikt? • Wat zijn de belangrijkste lessen? (Een deel van) deze terugblik en evaluatie worden onderdeel van het nieuwe warmteprogramma, waarin je verplicht terug moet kijken op de uitvoering en resultaten van het vorige warmteprogramma of de transitievisie warmte. Om verrassingen te voorkomen, is het verstandig tussentijds te monitoren en evalueren. Zie de factsheet Data.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
In het vorige warmteprogramma zijn keuzes gemaakt over voorkeurstechniek en fasering. Ook is toen en in de opvolgende periode voor de wijkaanpak al samengewerkt met partners, bewoners en ondernemers. De transitievisie warmte of het warmteprogramma bevat relevante informatie waarop wordt voortgebouwd of waarvan onderbouwd wordt afgeweken. Bekijk welke afspraken er in het verleden zijn gemaakt met de partners en ga na welke nog van toepassing zijn. Welke onderdelen je terug laat komen in de terugblik en evaluatie vind je in de bijlage Evaluatie van Hoofdstuk 2. Stap 2. Verzamel en actualiseer informatie Het speelveld in kaart brengen door informatie te verzamelen of te actualiseren. Je moet hierbij denken aan: • Een overzicht van de beschikbare informatie over belangrijke kenmerken per gebied voor de hele gemeente. • Een overzicht van de realistische warmteopties (gebaseerd op kengetallen en uitkomsten van onderzoek zoals de startanalyse). • Een overzicht van bestaande warmtenetten en warmtekavels. • Een overzicht van kansen en uitdagingen in de fysieke leefomgeving. • Een overzicht van meekoppelkansen en de samenhang met andere opgaven, bij andere afdelingen en bij partnerorganisaties. Een eerste verkenning van de zorgen en wensen van de lokale gemeenschap (op basis van gesprekken met sleutelfiguren). Stap 3.
Start gesprekken met de partners en sleutelfiguren over het warmteprogramma De warmtetransitie is al gestart en er zijn al organisaties en mensen betrokken. Maak een lijst van eerder betrokkenen en vul deze aan waar nodig. Start gesprekken met huidige en nieuwe partners en sleutelfiguren zoals bewonersinitiatieven, de netbeheerder, woningcorporaties en andere belanghebbenden. Kijk ook naar partners in de regio. Breng de planningen van partnerorganisaties in kaart en identificeer meekoppelkansen.
37
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III
Opstellen warmteprogramma
Stap 4. Organiseer een project kick-off voor de partners Omdat je het warmteprogramma samen met partners ontwikkelt, is het zinvol om een kick-off te organiseren. Een gezamenlijke, officiële start draagt bij aan het versterken van het netwerk en aan het vertrouwen en de verwachtingen. Stap 5. Bereid je participatiestrategie voor Het betrekken van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het warmteprogramma is verplicht vanuit de Omgevingswet. Bereid in deze fase de participatie voor het hele programma voor, van het opstellen van de aanpak tot en met het ter inzage leggen. • Bekijk de participatieverordening en bepaal of er specifieke afspraken nodig zijn voor de warmtetransitie. De meeste gemeenten hebben een participatieverordening opgesteld, in lijn met de vereisten uit de Omgevingswet. • Neem de lessen van eerdere ervaringen mee en bepaal of er voor de warmtetransitie aanvullende uitgangspunten nodig zijn. • Onderzoek het sentiment in de samenleving ten opzichte van aardgasvrij, bijvoorbeeld met een (online) peiling. Onderzoek de investeringsbereidheid van inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren. Stap 6. Stel je participatiestrategie op In fase 6 leg je de basis voor je participatiestrategie. Hierin zet je: • Je eigen rol als gemeente.
Welke keuzes zijn al gemaakt over deze rol? • Een overzicht van participatie in het verleden • Uitgangspunten of leidende principes voor participatie • Doelen van de participatie in deze fase van het opstellen van een warmteprogramma • Diverse doelgroepen waarmee wordt samengewerkt en de verschillende niveaus van participatie die je voorziet • Activiteiten voor de komende periode die bijdragen aan de doelen en passen bij de niveaus van participatie. • Een monitoring- en evaluatieplan om te leren, bij te sturen en bij te houden hoe de participatie verloopt en wat de resultaten zijn. Ontwikkel gelijktijdig met de participatiestrategie ook een communicatiestrategie. Meer informatie over participatie in de wet- en regelgeving, aandachtspunten bij
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
het warmteprogramma en verwijzingen naar verdiepende informatie vind je in de factsheet Participatie. Stap 7. Stel een startnotitie voor het warmteprogramma op Je sluit deze fase af met een startnotitie voor het warmteprogramma. Hierin zet je als gemeente uiteen: • Wat jullie ambitie is. • Wat het doel is van dit warmteprogramma. • Hoe het warmteprogramma past binnen het gehele planproces. • Wat de globale stappen zijn voor het opstellen. • Wie erbij betrokken zijn of worden. De startnotitie biedt een helder overzicht voor gemeente en partners. Het bevat deze onderdelen: • Aanleiding, achtergrond en context. • Doelstellingen. • De opgave voor de gemeente. • Scope en afbakening. • Overzicht betrokkenen, rollen, verwachtingen. • Aanpak en planning op hoofdlijnen. Aandachtspunten • Analyseer de (toekomstige) situatie van het elektriciteitsnet, de investeringsplanning van de buurtaanpak van de netbeheerder, voorziene uitbreidingen en overige ontwikkelingen. • Inventariseer de ruimtelijke situatie, zowel boven- als ondergronds.
Hoe zit het met de infrastructuur, de plannen voor mobiliteit, uitbreidingen van elektrainfrastructuur, bestaande warmtenetten en warmte-koudeopslagsystemen? En wat is bekend over (bodem-)beschermingsgebieden en boringsbeperkingen? • Bepaal welke capaciteit binnen de ambtelijke organisatie beschikbaar is voor het opstellen en uitvoeren van het warmteprogramma. Dit bepaalt wat haalbaar en realistisch is binnen de bestaande organisatorische mogelijkheden. Een schatting van de benodigde capaciteit voor de uitvoering van decentraal warmtebeleid is gemaakt in onderzoek voor de Raad voor het Openbaar Bestuur.
38
Deel I Wat is een warmteprogramma?
•
•
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III
Opstellen warmteprogramma
tel een lijst op met mogelijke meekoppelkansen met professionele partners. S Bespreek lopende processen en planningen, zoals de aanpak die de netbeheerder voorziet voor de verzwaring van het elektriciteitsnet en regulier onderhoud van de woningcorporatie en gemeentelijk vastgoed. Inventariseer of er bestaande plannen zijn voor warmtenetten, zoals een bronnenstrategie, voorgenomen warmtekavels en onderzoeken naar de mogelijkheden voor deelname aan een publiek warmtebedrijf.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Fase 2: Voorbereiden Met alle kennis die je hebt verzameld in de vorige fase heb je een goed beeld van de huidige stand van zaken, de (on)mogelijkheden en de speelruimte die er is om het warmteprogramma te ontwikkelen. In fase 2 denk je uit HOE je het warmteprogramma ontwikkelt, met wie en in welke stappen. Deze aanpak ontwikkel je samen met gemeentelijke partners en relevante interne afdelingen. Betrek ook (vertegenwoordigers van) bewoners en ondernemers als dat in je participatiestrategie staat. Doel van deze fase • Het ontwikkelen van een praktisch, samenhangend plan voor de volgende fases. Met daarin een beschrijving van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Praktische werkafspraken met de betrokken partijen horen hier ook bij. • Het op orde hebben van de eigen organisatie. In de vorige fase heb je in kaart gebracht hoeveel menskracht er beschikbaar is voor het opstellen van je warmteprogramma en de fase daarna. Nu wil je je organisatie en het team gereed hebben om het programma te ontwikkelen. Stap 1. Formuleer hoe je afwegingen maakt voor het warmteprogramma Bij het maken van een warmteprogramma maak je verschillende afwegingen. Denk aan overwegingen met betrekking tot kosten, ruimtelijke inpassing en het effect op netcongestie.
Beschrijf op basis van welke randvoorwaarden en beoordelingscriteria deze afwegingen gemaakt zijn en hoe de voorlopige keuze voor warmtetechnieken in gebieden en de fasering van gebiedsaanpakken tot stand is gekomen. Bespreek met de partners wat hun randvoorwaarden zijn voor de uit te werken plannen en hoe zij deze willen beoordelen. Stap 2. Ontwikkel een plan van aanpak In je plan van aanpak schrijf je op hoe het proces naar een warmteprogramma eruitziet. Welke stappen zet je als gemeente om te komen tot een gedragen warmteprogramma? Stem dit af met je partners en interne afdelingen. Weet hoe ze betrokken willen worden, welke informatie ze op welk moment nodig hebben om de eigen besluitvorming te ondersteunen en welke informatie ze op welk moment
39
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III
Opstellen warmteprogramma
kunnen bieden. Dat betekent onder andere dat je een planning maakt voor het uitwerken van het warmteprogramma waarin je verschillende mogelijkheden onderzoekt en keuzes onderbouwt. In het plan van aanpak staan: • Ambities, uitgangspunten en status van het warmteprogramma. • Begrenzing gebied en kenmerken van gemeente (gebouwtype). • Leidende principes om straks onderbouwde keuzes te kunnen maken. • Activiteiten, rollen en planning. • De projectorganisatie en capaciteitsplanning. • Financiële begroting. • Risicoanalyse en risicobeheersing. Gebruik bestaande overlegstructuren om je plan van aanpak op te stellen. Zorg voor duidelijke afspraken over de rollen, verantwoordelijkheden en individuele en gezamenlijke besluitvorming. Aandachtspunten • Het warmteprogramma stel je op in overleg met partners, interne afdelingen en eventueel met vertegenwoordigers van bewoners en ondernemers. Met als doel het verbeteren van het programma, het vergroten van draagvlak en het voorbereiden op mogelijke meekoppelkansen. Het blijft een gemeentelijk document dat nodig is voor de besluitvorming richting aardgasvrij. • Maak afspraken met stakeholders en partners expliciet. • Een warmteprogramma kan plan-mer-plichtig zijn en is doorgaans op zijn minst plan-mer-beoordelingsplichtig. Of dit zo is, hangt af van de inhoud van het warmteprogramma.
Dit weet je nu nog niet, maar het uitvoeren van een mer heeft grote invloed op je planning. Bespreek daarom met juristen de plan-mer(beoordelings)plichtigheid van het warmteprogramma. Is de verwachting dat een plan-mer nodig is? Houd hiermee rekening in de planning. Een goede planning vergroot de bijdrage die de mer aan de planvorming kan leveren en zorgt dat activiteiten deels parallel kunnen lopen. Dat beperkt de doorlooptijd. Zie voor meer informatie de factsheet Juridisch planproces en het Werkblad RES en mer).
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Fase 3: Uitwerken warmteprogramma Op basis van de richtlijnen van het projectplan en de gemaakte afspraken met de stakeholders begin je met het opstellen van het warmteprogramma. Deze fase is meestal de meest tijdrovende, waarin je de eerder geselecteerde warmtetechnieken en -strategieën verder onderzoekt en toetst. Naast deze onderzoeken praat je met partners en vertegenwoordigers van bewoners en ondernemers om inhoud op te halen voor het warmteprogramma. Het is belangrijk om te beseffen dat de betrokkenheid van de lokale gemeenschap in deze periode enigszins beperkt kan zijn. In een later stadium wil je de plannen echter wel aan hen voorleggen. Zorg daarom voor een transparante onderbouwing van de gemaakte keuzes in je warmteprogramma, die aansluit bij de eerder gemaakte afspraken, uitgangspunten en leidende principes. Doel van deze fase • Onderzoeken en actualiseren. • Input ophalen bij partners. • Je participatiestrategie uitvoeren en verslag doen van de activiteiten en uitkomsten. • De (maatschappelijke) impact van keuzemogelijkheden in beeld brengen, bijvoorbeeld op de openbare ruimte, de kosten voor de samenleving en eindgebruikers en de capaciteit van het elektriciteitsnet. • Keuzes maken over de voorlopige warmtetechnieken per gebied en de prioritering van gebieden voor gebiedsaanpakken. • In planningen aansluiten op meekoppelkansen.
• Voorbereidingen treffen om de samenwerking met de uitvoerende partners te organiseren en je relatie met de partners te onderhouden. • Zichtbaar zijn voor de lokale gemeenschap. • De plan-mer-plichtigheid van je warmteprogramma bepalen. Stap 1. Voer verdiepend onderzoek uit In de verkenningsfase heb je geïnventariseerd welke informatie beschikbaar is. Nu voer je de onderzoeken uit die nodig zijn om de gaten hierin op te vullen.
40
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III
Opstellen warmteprogramma
Verzamel informatie en data voor de overzichtskaart. Zie voor meer informatie de factsheet Data. Stap 2. Actualiseer verouderde informatie De situatie ten opzichte van de vorige transitievisie warmte of warmteprogramma is op sommige punten veranderd. Actualiseer de informatie, denk bijvoorbeeld aan de sociaaleconomische kenmerken van de gemeente, de eigendomssituaties van gebouwen en technische en financiële zaken. Stap 3. Sluit aan op meekoppelkansen Meekoppelkansen kunnen de warmtetransitie goedkoper en sneller laten verlopen. Daarnaast kan het voor minder overlast zorgen bij bewoners door meerdere werkzaamheden gelijktijdig uit te voeren. Beschrijf bij het uitwerken van je warmteprogramma hoe je gebruikmaakt van meekoppelkansen en neem dit op in de gemeentelijke planning. Stap 4. Organiseer de samenwerking met de uitvoerende partners Maak expliciet hoe je bij de uitvoering van het warmteprogramma samenwerkt. Doe dit in overleg met de partners. Stap 5. Zorg voor zichtbaarheid en participatiemogelijkheden Tussen het uitwerken van het projectplan en het concept-warmteprogramma kan veel tijd zitten. Je hebt misschien al vertegenwoordigers van de gemeenschap betrokken bij het opstellen van het projectplan. Houd hen op de hoogte van de ontwikkelingen rondom het warmteprogramma en informeer hen over de voortgang, dilemma’s, afwegingen en keuzes.
Tijdens het ontwikkelen van het conceptwarmteprogramma wil je ook zichtbaar zijn voor het brede publiek. Bijvoorbeeld met een informatiebijeenkomst, verdiepende thematafels of artikelen in het lokale blad. Bekijk je participatie- en communicatiestrategie en voer de geplande activiteiten uit of wijk daar onderbouwd van af.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
warmteprogramma. Zie voor meer informatie over de procedure voor een plan-merbeoordeling het Informatiepunt Leefomgeving. Blijkt dat een plan-mer noodzakelijk is? Dan raden we aan om het proces daarvoor al in deze fase te starten. Zie voor meer informatie de factsheet Juridisch planproces en het overzicht van de procedure voor een plan-mer de informatie op de website van Informatiepunt Leefomgeving. Stap 7. Stel een concept-warmteprogramma op Je rondt deze fase af met een concept-warmteprogramma. Dit plan is inhoudelijk bijna volledig uitgewerkt en voldoet aan de leidende principes. Het is echter nog niet voorgelegd aan de lokale gemeenschap, het college en de raad. De detaillering van het concept voor de toetsingsfase is flexibel. Je kunt kiezen voor een bijna volledig uitgewerkt concept (een ‘99%-versie’), waarbij tijdens de toetsingsfase slechts kleine aanpassingen nodig zijn. Een andere optie is een minder uitgewerkt concept (een ‘80%-versie’), dat je na de toetsing verder verfijnt. Sommige onderdelen kunnen verder uitgewerkt zijn dan andere. Aandachtspunten • Na vaststelling wordt het warmteprogramma gepubliceerd in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Bedenk nu vast welke acties je daarvoor moet nemen en betrek de juiste interne afdeling om dit voor te bereiden. Zie voor meer informatie de factsheet Data.
• Toets het concept-warmteprogramma eerst bij de netbeheerder om te zien of de benodigde netcapaciteit tijdig geborgd kan worden. Daarna kun je het conceptwarmteprogramma toetsen bij de andere partners, de lokale gemeenschap, het college en de raad.
Stap 6. Voer een plan-mer-beoordeling en/of plan-mer uit Een warmteprogramma is meestal plan-mer-beoordelingsplichtig. Voer deze beoordeling uit op basis van de voorgenomen keuzes in het concept
41
Deel I Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III
Opstellen warmteprogramma
Fase 4: Toetsen en verfijnen warmteprogramma In deze fase leg je het voorlopige warmteprogramma voor aan de stakeholders en de lokale gemeenschap. Indien je een plan-mer uitvoert, loopt deze deels gelijktijdig en kan deze de gesprekken over de plannen voeden. Het toetsen van het plan heeft twee doelen: • Brede steun van de lokale gemeenschap verkrijgen voor de gemaakte keuzes en voorgestelde strategieën. • Het concept-warmteprogramma aanscherpen en afstemmen op de specifieke behoeften en wensen van de gemeente. Door transparantie te bieden over de gemaakte afwegingen en beslissingen binnen het vastgestelde kader, maak je de keuzeprocessen helder en navolgbaar. Deze evaluatiefase biedt inzicht in de daadwerkelijke steun voor de voorgestelde acties binnen de gemeenschap. Doel van deze fase De doelstellingen in deze fase zijn: • Verfijnen van het concept-warmteprogramma. • Bepalen en uitbreiden van de steun voor het plan binnen de wijk. • Verder ontwikkelen van een eventuele ondersteuningsaanpak. Stap 1. Voer een nieuwe draagvlakmeting uit Voer een nieuwe draagvlakmeting uit onder de lokale gemeenschap om de steun voor de voorlopige keuzes in het concept-warmteprogramma te toetsen. Deze meting helpt ook bij het verzamelen van ideeën om de plannen te verbeteren en beter af te stemmen op de wensen van de bewoners, ondernemers en andere gebouweigenaren.