26. Raadsmededeling 141-2024 Evaluatie inlooppunt Dinxperlo Centrum Oost en het vervolgtraject
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
141-2024 2 september 2024 Rik Gommers H.J. Groters Evaluatie inlooppunt Dinxperlo Centrum Oost en het vervolgtraject
Aanleiding In het Nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse woningen en gebouwen in 2050 geen aardgas meer gebruiken om te verwarmen en te koken. In oktober 2021 heeft de gemeente Aalten samen met woningbouwcorporatie De Woonplaats (DWP) haar “Transitievisie Warmte - Stap voor stap naar aardgasvrij” vastgesteld. Die stappen zijn daarin in beeld gebracht, te beginnen met kansrijke buurten waar we al vóór 2030 een start zouden kunnen maken met de aanpak naar aardgasvrij. Op basis daarvan is gekozen voor het cluster Dinxperlo Centrum Oost en de daar opgedane ervaring te gebruiken voor het opzetten van het vervolgtraject. Samenvatting Evaluatie inlooppunt Dinxperlo Centrum Oost De gemeente Aalten wil de overgang naar duurzame energie stapsgewijs realiseren, beginnend met Dinxperlo Centrum Oost als pilotwijk (ca 230 woningen waarvan 181 huur). Een laagdrempelig inlooppunt in de wijk (Eurohal) werd opgezet om bewoners te informeren en om ambassadeurs uit de wijk te rekruteren om samen met de gemeente verder te schrijven aan een buurtuitvoeringsplan. In totaal zijn 10 huurders en 4 particulieren op de uitnodiging ingegaan. Deze uitnodiging heeft tot een verhoogde interesse van huurders voor de verduurzamingsaanpak van DWP geleid en daarnaast heeft het DWP waardevolle contactmomenten met haar huurders opgeleverd.
Bij de particulieren is op basis van deze aantallen die conclusie niet te trekken. Overall was de animo om samen een buurtuitvoeringsplan te maken zeer beperkt tot geen. Daarnaast blijkt, uit de rapportages van de nationale ombudsman en het NLPW (Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie), dat wet- en regelgeving, financieringsinstrumenten en gebrek aan overtuiging bij bewoners de belangrijke obstakels zijn, hetgeen wij in Dinxperlo ook konden constateren. Hoewel dat de verwachting, om samen met bewoners een buurtuitvoeringsplan te maken, op zich niet is waargemaakt; is die wetenschap op zichzelf belangrijke informatie om mee te nemen in de toekomstige aanpak van de warmtetransitie. Vervolgtraject; hoe te komen tot een warmteprogramma inclusief uitvoeringsprogramma. Ondanks (tijdelijke) belemmeringen vanwege natuurinclusief isoleren en netcongestie, blijft het isoleren van hun woning voor woningeigenaren de beste eerste stap en blijft het toepassen van een (hybride) warmtepomp nog steeds voor de hand liggen.
Pagina 1 van 9
Qua communicatie blijven we inzetten op het informeren van de individuele woningeigenaar; zodat huishoudens en bedrijven weten wat de mogelijkheden zijn en verduurzamen ook onder de huidige omstandigheden blijft lonen. Zoals bijvoorbeeld over de Isolatie Subsidie Achterhoek. Persoonlijke benadering, zoals via het energieloket, blijft daarbij van belang, want infoavonden, brieven, en social-media berichten alleen blijken onvoldoende om mensen actief aan de slag te laten gaan met verduurzaming. Zo kunnen de individuele voordelen, de mogelijkheden, het belang en de eigen verantwoordelijkheid van verduurzaming van de woning beter in beeld komen. En natuurlijk ook de financiële mogelijkheden die er zijn voor verduurzaming; zoals stapeling van alle beschikbare subsidieregelingen, We willen de komende maanden werken aan een nieuwe aanpak. Daarin worden ook de doorwerking van het hoofdlijnenakkoord van het kabinet meegenomen, de nieuwe energiewet en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Met de Wgiw wijzigt de Omgevingswet en verandert de naam transitievisie warmte in warmteprogramma. Verder worden de beperkingen door de regelgeving omtrent natuurinclusief isoleren en de problematiek rondom netcongestie ook meegenomen in de aanpak. Ook wordt op dit thema nadrukkelijk de regionale samenwerking gezocht.
Veel is niet gemeente specifiek en kan dus beter regionaal worden opgepakt; zoals bijvoorbeeld het monitoren van de best beschikbare technieken en de mogelijkheden die de nieuwe energiewet kan bieden. Duidelijk is dat de doelstellingen uit het klimaatakkoord in het hoofdlijnenakkoord zijn overgenomen. Daarmee blijft de doelstelling om per 2050 “van het gas af” te zijn overeind. Doorgaan met deze wijkaanpak is niet langer opportuun. De belangrijkste redenen daarvoor zijn dat: • • •
Voordat er een volledig soorten managementplan (SMP) is, de regels rond het natuurinclusief isoleren niet toestaan om een wijk volledig aan te pakken (max 6%); De congestie op het elektriciteitsnet grootschalige vraagverhoging niet toestaat; Uit de evaluatie bleek dat er weinig animo onder bewoners is om een buurtuitvoeringsplan te helpen opstellen.
Verder wordt zowel in het wamte- als in het uitvoeringsprogramma, ingegaan op de verkenning wat de nieuwe wetgeving aan mogelijkheden biedt; denk daarbij energiegemeenschappen, buurtbatterijen met warmtepompen e.d. Alhoewel de nieuwe wetgeving nog niet van kracht is, worden zowel het warmte- als het bijbehorende uitvoeringsprogramma dit najaar ambtelijk opgepakt. De handreiking van het NPLW vormt daarbij een prima basis voor het vervolg om tot het noodzakelijke warmteprogramma met bijbehorend uitvoeringsprogramma te komen, dat helpt de warmtetransitie in Aalten verder vorm te geven. De handreiking van het NPLW geeft hiervoor heldere formats en voorbeelden. Het NPLW levert daarbij de benodigde ondersteuning; beginnend met de handreiking.
Pagina 2 van 9
Inleiding Aardgasvrij is geen doel op zich. Het belangrijkste is dat Nederland haar CO2-uitstoot terugdringt. De Transitievisie Warmte geeft hiervoor de volgende vuistregels: • • • •
Energie besparen, want energie die we niet verbruiken, hoeven we ook niet op te wekken. Isoleren, want zo besparen we warmte en dus energie. Ventileren, want dat is nodig om gezonde en comfortabele woningen te houden. Groene energie opwekken, hiermee verwarmen we onze woningen in de toekomst.
Dit doen we door de clusters waar men veel aardgas verbruikt eerst aan te pakken. Bij woningen gaat dat doorgaans om clusters met daarin veel oudere woningen waar goed isolatiemaatregelen toe te passen zijn. Gefaseerd, dus per wijk, van het gas af zodat heel Aalten van het gas af is in 2050; een wettelijke opgave. De Transitievisie Warmte is vastgesteld met daarin een grove wijkanalyse; Er is dus al een eerste selectie gemaakt van mogelijke maatregelen die effectief zouden kunnen zijn. Het betreft individuele oplossingen (zie onderstaande figuur).
Transitievisie Warmte Figuur 6.1 Maatregelen aan de woning Voor de woning zijn de belangrijkste stappen: isoleren en daarna de inzet van (hybride) warmtepompen. De wijk Dinxperlo Centrum Oost (ca 230 woningen waarvan 181 huur) is aangewezen als eerste wijk. Het Klimaatakkoord wijst de woningcorporaties aan als de ‘startmotor’ van de warmtetransitie als het gaat om woningen. Ook in Dinxperlo Centrum Oost is, zoals afgesproken in de Transitievisie Warmte, samengewerkt met de corporatie DWP. Evaluatie inlooppunt Dinxperlo Centrum Oost Voorbereiding Alvorens tot een aanpak over te gaan is gekeken naar voorbeelden van andere gemeenten en daarbij bleek dat een grootschalige aanpak met veel inzet van mensen en middelen niet automatisch bewoners tot actie deed overgaan. Zo bleek uit de evaluatie van de wijkaanpak “De Pas” (70-80 jaren wijk met ruim 400 woningen waarvan 25% huur) in Winterswijk o.a. dat de informatiebijeenkomsten maar beperkt eigenaren had kunnen overhalen; hoewel de promotie door eigen bewoners werd verzorgd. Winterswijk heeft vervolgens gekozen voor een meer individuele aanpak. DWP is positief over deze aanpak, die vooral Pagina 3 van 9
is gericht op bewustwording en kleine maatregelen, maar ook om de verduurzamingsaanpak van DWP onder de aandacht te brengen. Ook Oost-Gelre heeft gekozen voor een meer individuele aanpak. Aanpak Op basis van bovenstaande analyse is voor de eerste wijk, Dinxperlo Centrum Oost, gekozen voor een laagdrempelig inlooppunt in de wijk en een eenvoudige brief (zie bijlage) aan huurders en eigenaren met een oproep zich te laten informeren over de (on)mogelijkheden voor verduurzamingsmaatregelen. Op deze manier kon beter op de persoonlijke behoefte en casuïstiek worden ingegaan. Deze boodschap is daarnaast gedeeld op sociale media, de websites van de gemeente en DWP, maar ook in De Band. Inlooppunt Eurohal Vanaf 7 juli t/m 17 november 2023 was het inlooppunt iedere vrijdag geopend. Men kon zich ook telefonisch of per mail melden, maar daar heeft niemand gebruik van gemaakt. Voor huurders heeft DWP info-flyers geleverd met uitgebreide informatie over hun verduurzamingsmaatregelen. Voor particuliere woningbezitters was de informatie uit de duurzaamheidspagina’s beschikbaar en is vooral mondeling de mogelijkheden toegelicht. Het inlooppunt leverde 10 bezoeken van huurders, 4 van particulieren. Voornamelijk al in de eerste 3 weken van opening.
Daaruit is er 1 huurder die wellicht een ambassadeur voor de wijk zou kunnen zijn en 1 eigenaar (buiten de wijk) die zich sterk wil maken voor een buurtbatterij in zijn straat. Dit heeft uiteindelijk tot een verhoogde interesse van huurders voor de verduurzamingsaanpak van DWP en belangrijke contactmomenten met haar huurders geleid. Bij de particulieren is op basis van deze aantallen die conclusie niet te trekken. Alle vier hadden al één of meerdere maatregelen getroffen en waren vooral geïnteresseerd in wat ze nog meer konden doen; in die informatiebehoefte is voorzien. Van de bezoeken aan het inlooppunt is een logboek bijgehouden; deze data vormen de basis voor deze analyse en kunnen ook bij de vervolgaanpak worden gebruikt; zo zullen ook in de toekomst deze bewoners benaderd worden over een eventueel vervolg en om te horen of, en hoe, ze zijn overgegaan tot het nemen van verduurzamingsmaatregelen. Al met al is er dus niet veel animo om voor de buurt een buurtuitvoeringsplan te maken. De aanpak ‘De wijk schrijft zijn eigen wijkuitvoeringsplan’ als route om de doelstellingen (van het gas af) te bereiken lijkt daarmee niet de juiste aanpak. Als het spontaan ontstaat is het natuurlijk wel zaak om het initiatief te omarmen en te faciliteren.
Landelijke ervaringen Eind vorig jaar zijn twee belangrijke rapportages gepubliceerd over de warmtetransitie; Het rapport van Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW): “Lokale Warmtetransitie in Beeld 2023” en het rapport van de nationale ombudsman: “Een warme transitie?”. Beide zijn opgenomen als bijlage. De ervaringen met het inlooppunt stroken met de bevindingen uit deze rapportages. Op basis van onze eigen ervaringen en de landelijke rapportages zijn de belangrijkste bevindingen: • • • • •
Een inlooppunt helpt bij bewustwording, maar is ook niet het instrument om de buurt te mobiliseren voor, het opstellen van, een buurtuitvoeringsplan; Lang niet alle bewoners zijn ervan overtuigd dat ze wat moeten gaan doen en dat verduurzaming van hun woning op de lange termijn ook financieel voordeel oplevert; Er zijn onvoldoende middelen en capaciteit (in de markt) om alles uit te voeren; Mensen zijn huiverig voor allerlei leenconstructies, wat een belangrijke drempel vormt voor de noodzakelijke investeringen; Een meer persoonlijke benadering weliswaar arbeidsintensief is, maar wel beter werkt;
Pagina 4 van 9
•
• •
Als je je daarbij op de primaire doelgroep je richt: de EFG-label woningen (fysiek) en de inwoners uit de risicogroep energiearmoede (sociaal), bereik je de meeste maatschappelijke winst; Een oplossing voor de belemmerende regelgeving voor isolatiemaatregelen is een belangrijke randvoorwaarde voor het vervolg; Tot slot zijn acties richting aardgasvrij ready op zich prima realiseerbaar, maar is volledig aardgasvrij voorlopig niet haalbaar i.v.m. de netcongestie.
Conclusie Ondanks dat de verwachting, om samen met bewoners een buurtuitvoeringsplan te maken, op zich niet is waargemaakt; is die wetenschap op zichzelf belangrijke informatie. Samen met de bovenvermelde bevindingen, opgedaan met het inlooppunt en uit de landelijke rapportages, geeft het mede richting aan de toekomstige aanpak van de warmtetransitie. Vervolgtraject; hoe te komen tot een warmteprogramma inclusief uitvoeringsprogramma Allereerst beschouwen we daarvoor de belangrijkste betreffende bepalingen uit het hoofdlijnenakkoord van het kabinet, de nieuwe energiewet, de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), de beperkingen omtrent natuurinclusief isoleren en de gevolgen van netcongestie. Verder wordt ingegaan op de regionale samenwerking. Tot slot wordt ingegaan op het op te stellen uitvoeringsprogramma. Het hoofdlijnenakkoord Klimaatdoelen gehandhaafd Ten aanzien van klimaatbeleid stelt men vooral stabiel beleid na te streven. Het klimaatbeleid moet draagbaar, haalbaar en uitvoerbaar zijn; Er komen geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid. Daarmee blijft dus ook de belangrijkste doelstelling, per 2050 van het gas af, overeind. Energieonafhankelijkheid Men wil inzetten op meer energieonafhankelijkheid en eigen duurzame energieproductie.
Daarnaast krijgt het oplossen van netcongestie prioriteit, waarbij het kabinet de regie houdt over de (her)prioritering van wie wanneer op het net wordt aangesloten. De kosten voor energie mogen daarbij niet significant uit de pas lopen met de buurlanden; Bezien wordt welke maatregelen nodig zijn om bedrijven en consumenten te ondersteunen. Daardoor is niet direct duidelijk wat dit voor consequenties heeft voor investeringen in verduurzamende maatregelen. Zonnepanelen: salderingsregeling geschrapt Per 1 januari 2027 wordt de salderingsregeling geschrapt. Dit heeft zeker gevolgen voor de businesscases van de aanschaf van zonnepanelen, maar is goed nieuws voor de opmars van de thuisbatterij. Als zonnepaneelbezitters niet meer mogen salderen, is het voor hen namelijk interessant om de opgewekte zonne-energie overdag op te slaan en ’s avonds als de zon niet meer schijnt weer te gebruiken. Dat heeft ook effect op de netcongestie, maar de omvang daarvan inschatten vergt nader onderzoek. Warmtepomp: verplichting geschrapt De aangekondigde verplichting om vanaf 2026 bij het vervangen van een cv-ketel een hybride warmtepomp te installeren wordt geschrapt. Dit zal zeker invloed hebben op het aantal warmtepompinstallaties en daarmee op het (blijvend) gebruik van gas.
Warmtenet: hogere energierekening stoppen In het akkoord staat het voornemen om de financiële middelen voor klimaat voor een deel te willen gebruiken om mensen met een laag of middeninkomen en kleine ondernemers te helpen in de Pagina 5 van 9
energietransitie, door hen te helpen bij het verduurzamen van hun woningen en. Er wordt specifiek aandacht besteed aan mensen die als gevolg van aansluiting op een warmtenet geconfronteerd worden met een veel hogere energierekening. Aalten kent geen warmtenetten; daarmee gaat dit voornemen waarschijnlijk (helaas) geen gevolgen hebben voor Aalten. Verhoging energiebelasting teruggedraaid De in de Voorjaarsnota 2024 aangekondigde verhoging van de energiebelasting op aardgas wordt teruggedraaid. Bovendien willen men de energiebelasting op aardgas verlagen. Daarmee wordt “van het gas af gaan” niet aantrekkelijker gemaakt. De nieuwe energiewet (ter behandeling in de eerste kamer) De nieuwe energiewet beoogt, naast een betere positie creëren voor de consument, de energietransitie te versnellen door bestaande te versimpelen en onnodige verschillen tussen gas en elektriciteit te elimineren. De nieuwe regels sluiten aan bij het energiesysteem van de toekomst, met meer duurzame lokale energieproductie, opslag en flexibiliteit. Het wetsvoorstel biedt ook meer mogelijkheden om problemen met het volle elektriciteitsnet aan te pakken, bijvoorbeeld door bestaande ruimte op het net slimmer en flexibeler te kunnen gebruiken en meer mogelijkheden te bieden voor gezamenlijk gebruik van een aansluiting.
Verder biedt de wet nieuwe mogelijkheden voor burgers en bedrijven om zelf actief te worden op de energiemarkt, bijvoorbeeld via energiegemeenschappen. Daarmee opent de wet nieuwe mogelijkheden en vooral flexibiliteit voor gezamenlijke oplossingen voor bedrijven en huishoudens die van invloed zijn voor, het opstellen van, het warmteprogramma. Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) (ter behandeling in de eerste kamer) Met ingang van de Wgiw wijzigt de Omgevingswet en verandert de naam transitievisie warmte in warmteprogramma. Met de Wgiw wordt het warmteprogramma als verplicht programma in de Omgevingswet opgenomen. Het bijbehorende besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie stelt eisen aan de vaststellingsen actualisatietermijn en de inhoud van het warmteprogramma. Verder moet het programma voldoen aan de algemene eisen vanuit de omgevingswet; deze vereisten zijn voornamelijk procedureel van aard. Het is de bedoeling dat het warmteprogramma voor eind 2026 door B&W wordt vastgesteld. Het Warmteprogramma is de routekaart naar een aardgasvrije gemeente in 2050. Hierin beschrijf je welke wijken, buurten en dorpskernen in jouw gemeente komende 10 jaar van het aardgas afgaan en op welke wijze. Niet alles hoeft in één keer; er zijn verschillende scenario’s denkbaar. (Zie onderstaande figuur)
Pagina 6 van 9
Het nationaal programma lokale warmtetransitie (NPLW) heeft vooruitlopend op het definitief in werking treden van de wet een handreiking voor het opstellen van een warmteprogramma uitgebracht. Passend bij de ambities van de gemeente Aalten wordt op basis van de handreiking en vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wgiw en de energiewet een vrijwillig programma uitgewerkt. Voldoet dit vrijwillige programma aan de wettelijke vereisten, dan krijgt het automatisch de status van verplicht programma na de inwerkingtreding van de Bgiw en Wgiw. Uiteindelijk is het streven om zonder gebruikmaking van de aanwijsbevoegdheid van het gas af te gaan. Daarvoor is het van belang om in het bijbehorende uitvoeringsprogramma huishoudens en bedrijven maximaal te ondersteunen; afhankelijk van de beschikbare mogelijkheden en beperkingen. Daarbij rekening houden met landelijke en regionale mogelijkheden. (Zie onderstaande figuur uit de handreiking)
Gevolgen natuurinclusief isoleren en netcongestie Totdat er een gemeente breed soortenmanagementplan is vastgesteld, een proces wat minimaal een aantal jaren gaat duren, heeft de verplichting tot natuurinclusief isoleren tot gevolg dat er maar een beperkt aantal woningen per jaar per CBS-wijk kunnen worden verduurzaamd. Voor de komende drie jaar maximaal 6% per CBS-wijk.; Dit terwijl isoleren altijd de logische eerste stap is. Dat maakt sowieso dat een wijk-/buurtaanpak geen logisch vervolg is. Ook de congestie op het elektriciteitsnet laat niet toe dat een hele wijk ‘ineens’ massaal aan de warmtepomp gaat. De warmtepomp verbruikt wel veel minder energie (geen aardgas), haalt de warmte uit de directe buitenomgeving, maar zorgt wel voor een fors hoger elektriciteitsverbruik. En dat vooral op de piekmomenten in de winter. De alternatieven voor aardgas zijn in de gemeente Aalten beperkt. Biogas, aardwarmte, warmtenetten, restwarmte, waterstof zijn om diverse redenen niet geschikt, beschikbaar of haalbaar. Het komt erop neer dat voor woningen een individuele oplossing het meest voor de hand ligt. Een wijkaanpak draagt daar dus niet aan bij. Hier zal bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma als onder deel van het warmte programma rekening moeten worden gehouden. Het NPLW ondersteunt de gemeente hierbij.
Ook maakt de door het NPLW verstrekte SPUK eind ’23 mogelijk dat er een regionale coördinator kan worden ingezet.
Pagina 7 van 9
Regionale samenwerking Los van de samenwerking op milieugebied en de RES, overleggen de warmtecoördinatoren regelmatig over de warmtetransitie. Daaruit blijkt, niet geheel verrassend, dat gemeenten tegen dezelfde problemen aanlopen. Om die reden wordt de NPLW SPUK, die einde ’23 is aangevraagd en gehonoreerd, voor een regionale coördinator ingezet. Deze krijgt globaal de volgende taken. • • • • •
• •
Het organiseren van het regionaal afstemmingsoverleg over de lokale warmtetransitie. Het regionaal aanspreekpunt zijn voor accounthouders (gemeenten) van het NPLW. Het verspreiden van kennis en het ontvangen van informatie (van het NPLW) en het doorgeven van signalen en lessen. Het deelnemen aan bijeenkomsten voor het netwerk van regiocoördinatoren en hierin als schakel fungeren richting de regio. Het regionaal aanspreekpunt zijn voor andere regionale, provinciale en landelijke stakeholders in relatie tot de warmtetransitie, zoals de provincie Gelderland, het provinciale Expertteam Warmte en Liander. Het coördineren van de aansluiting van relevante partijen bij het regionale afstemmingsoverleg in relatie tot de warmtetransitie naar behoefte van de regio. Het bijwonen van relevante werkgroepen, zoals de werkgroepen natuurlijk isoleren en energiearmoede, en de schakel zijn tussen de rest van de regio en de werkgroepen.
Hiermee wordt beoogd de diverse overleggen en informatiestromen te verbeteren en ook de warmtecoördinatoren te ontzorgen. Niet iedere gemeente hoeft zelf op zoek naar de ontwikkelingen van de best beschikbare techniek, beschikbare alternatieve warmte/energiebronnen en de mogelijkheden voor inzet daarvan onder de nieuwe wetgeving. Dit kan het opstellen van het warmteprogramma en bijbehorend uitvoeringsprogramma verbeteren en versnellen. Het uitvoeringsprogramma van het warmteprogramma. Ondanks bovenstaande (tijdelijke) belemmeringen vanwege natuurinclusief isoleren en netcongestie, blijft tegelijkertijd voor woningeigenaren het isoleren van hun woning naar ten minste energielabel B, liefst beter, de beste eerste stap. Wil men ook (deels) van het gas af, dan is het toepassen van een (hybride) warmtepomp nog steeds voor de hand liggend als overzienbaar en betaalbaar alternatief; Daar kan/moet qua communicatie nog steeds op worden ingezet, wel met dien verstande dat ook bovenvermelde beperkingen worden meegegeven. Dus blijven we inzetten op het informeren van de individuele woningeigenaar (m/v/h) dat isolatie van de woning en overstappen een (hybride) warmtepomp nuttig, overzienbaar en betaalbaar is. Zoals bijvoorbeeld over de Isolatie Subsidie Achterhoek.
Een persoonlijke benadering blijft daarbij van belang, bijvoorbeeld via het energieloket, want infoavonden, brieven, en social-media berichten alleen blijken onvoldoende om mensen actief aan de slag te laten gaan met verduurzaming. Daar is meer voor nodig. Informatieverstrekking, die deur aan deur komt, of nog beter de keukentafel weet te bereiken. Zo kunnen de voordelen, de mogelijkheden, het belang en de eigen verantwoordelijkheid van verduurzaming van de woning beter in beeld komen. En natuurlijk ook de financiële mogelijkheden die er zijn voor verduurzaming en van het gas af te gaan; Denk daarbij aan stapeling van alle beschikbare subsidieregelingen, duurzaamheidsregelingen en informatievoorziening. Dat wil zeggen: duurzaamheidslening (TBWL), ISDE-subsidie van het Rijk (RVO), de NIP-subsidie (ISA). Verder wordt zowel in het wamte-, en meer gedetailleerd in het uitvoeringsprogramma, ingegaan op de verkenning wat de nieuwe wetgeving aan mogelijkheden biedt; denk daarbij energiegemeenschappen, buurtbatterijen met warmtepompen e.d.
Pagina 8 van 9
Alhoewel de nieuwe wetgeving nog niet van kracht is, worden zowel het warmte- als het bijbehorende uitvoeringsprogramma dit najaar ambtelijk opgepakt. De handreiking van het NPLW vormt daarbij een prima basis voor het vervolg om tot het noodzakelijke warmteprogramma met bijbehorend uitvoeringsprogramma te komen, dat helpt de warmtetransitie in Aalten verder vorm te geven. De handreiking van het NPLW geeft hiervoor heldere formats en voorbeelden. Het NPLW levert daarbij de benodigde ondersteuning; beginnend met de handreiking.
De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: NPLW - Lokale warmtetransitie in beeld - Handreiking Warmteprogramma Onderzoek nationale ombudsman – Een warme transitie? Bewonersbrief buurtuitvoeringsplan Dinxperlo Pagina 9 van 9
Handreiking Warmteprogramma Wat staat er in een warmteprogramma en hoe ga je aan de slag?
Voorwoord “Voor je ligt de Handreiking Warmteprogramma. Een ondersteunend middel dat met hulp van velen is opgesteld om jou als gemeentemedewerker te helpen bij het opstellen van een warmteprogramma. De handreiking beschrijft aan welke vereisten een warmteprogramma moet voldoen en biedt praktisch advies om hier als gemeente mee aan de slag te gaan. Het Warmteprogramma is de routekaart naar een aardgasvrije gemeente in 2050. Hierin beschrijf je welke wijken, buurten en dorpskernen in jouw gemeente komende 10 jaar van het aardgas afgaan en op welke wijze. Het warmteprogramma is de opvolger van de transitievisie warmte (tvw). Met ingang van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wijzigt de Omgevingswet en verandert de naam transitievisie warmte in warmteprogramma. Het is de bedoeling dat het warmteprogramma voor eind 2026 door B&W wordt vastgesteld. Bij het opstellen van deze handreiking hebben we hulp gehad van collega’s van een aantal gemeenten, provincies en van EZK, BZK, VNG en IPO. In werksessies hebben ze meegedacht, feedback gegeven en inzichten geboden. Ik dank deze collega’s voor het delen van hun kennis en ervaringen en het bieden van een kritische blik. Deze hebben in sterke mate bijgedragen aan de Handreiking Warmteprogramma zoals die nu beschikbaar is.
Ik hoop dat deze handreiking je inzicht- en overzicht biedt van wat er in een warmteprogramma moet komen en je daarmee inspireert en ondersteunt. Mocht je toch vragen hebben na het lezen van deze handreiking, neem dan gerust contact op met je accounthouder van het NPLW.” Maureen van Eijk Directeur NPLW
2
Over deze handreiking De gebouwde omgeving is in transitie naar een aardgasvrije verwarming. Gemeenten hebben hun visie op deze transitie vastgelegd in een transitievisie warmte (tvw). Naar verwachting moeten gemeenten voor het einde van 2026 de opvolger van de transitievisie warmte vaststellen: het warmteprogramma. Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) wil gemeenten met deze handreiking ondersteunen bij het opstellen van een warmteprogramma. Doel van de handreiking Het NPLW wil gemeenten helpen bij het maken van een warmteprogramma door praktische richtlijnen te bieden. De handreiking beschrijft onder andere aan welke vereisten een warmteprogramma moet voldoen en wat handig of verstandig is om te doen. Het gaat daarnaast in op wat nog niet zeker is, omdat de wet- en regelgeving nog in ontwikkeling is. De handreiking zorgt voor meer uniformiteit en vergelijkbaarheid van warmteprogramma’s. Dit bevordert het opstellen van bovenlokale warmteplannen, de opdrachtverlening bij het laten opstellen van warmteprogramma’s en de helderheid van de relatie tussen warmteprogramma’s en gerelateerde beleidsdocumenten. Inhoud Deze handreiking beschrijft de inhoud van een warmteprogramma en het proces voor het opstellen ervan. We beschrijven daarbij zowel verplichte als aanbevolen zaken.
• Verplichte zaken moet je als gemeente opnemen in het warmteprogramma of moet je doen bij het opstellen en vaststellen van het warmteprogramma. • Aanbevolen zaken zijn relevant voor vrijwel alle gemeenten met ambities rondom warmte of noodzakelijk voor een doelmatige en doeltreffende invulling van je regierol als gemeente in de warmtetransitie.
Voor wie Deze handreiking is bedoeld voor gemeenteambtenaren die bezig zijn met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Ook partners van gemeenten, ondernemers, bewoners en andere stakeholders kunnen met deze handreiking worden geïnformeerd over wat een warmteprogramma inhoudt en hoe het tot stand komt. Leeswijzer De handreiking bestaat uit 5 delen: • Deel 1 beschrijft wat een warmteprogramma is en met welke juridische aspecten je rekening moet houden. • Deel 2 beschrijft de opbouw van een warmteprogramma. • Deel 3 beschrijft het proces rond het opstellen van een warmteprogramma. • Deel 4 geeft een fictief voorbeeld van een warmteprogramma. • Deel 5 bevat factsheets met verdiepende informatie over het juridisch planproces, data, participatie en de planning voor het opstellen van een warmteprogramma.
Goed om te weten: Lokale Warmtetransitie in Beeld 2023 De Lokale Warmtetransitie in Beeld (LWiB) geeft een indruk van wat er speelt rondom de warmtetransitie bij gemeenten. De belangrijkste bron bestaat uit gesprekken met ambtenaren van ruim 300 gemeenten. Deze handreiking draagt bij aan het beantwoorden van vragen die aan het licht kwamen bij dit project. Lees meer over het project Lokale Warmtetransitie in Beeld 2023>
3
index
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Direct naar deel I
Deel II
Opbouw warmteprogramma
Direct naar deel II
Deel III
Opstellen warmteprogramma
Direct naar deel III
Deel IV
Fictief voorbeeld
Direct naar deel IV
Deel V
Factsheets
Direct naar deel V
4
Deel I
Wat is een Opbouw uitvoeringsplan warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Deel I
Wat is een warmteprogramma? Deel I van deze handreiking beschrijft wat een warmteprogramma is en met welke juridische aspecten je rekening moet houden.
5
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Inhoudsopgave deel I Inleiding
7
1.
De functies van het warmteprogramma
7
2.
Doel van een warmteprogramma
8
2.1 Strategisch beleidsinstrument 2.2 Verplicht programma
8 8
3.
4.
5.
Verplichtingen rond het warmteprogramma
9
3.1 Actualisatietermijn 3.2 Inhoudelijke vereisten 3.3 Procedurele vereisten
10 10 12
Gebiedsgerichte aanpak en juridisch planproces
12
4.1 Warmteprogramma en uitvoeringsplan 4.2 Juridisch planproces voor inzet van de aanwijsbevoegdheid
14 15
Communicatie en verwachtingsmanagement
17
6
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Inleiding Het warmteprogramma is een programma onder de Omgevingswet. In een warmteprogramma beschrijft een gemeente haar plannen voor de verduurzaming van wijken voor de komende 10 jaar. Het warmteprogramma is de opvolger van de transitievisie warmte die gemeenten in 2021 hebben vastgesteld. Het warmteprogramma wordt op basis van verwachte wetgeving een verplicht programma waarvoor specifieke eisen gelden. In dit hoofdstuk beschrijven we de functies en het doel van een warmteprogramma.
1. De functies van het warmteprogramma Het warmteprogramma heeft verschillende functies: • Verplicht programma. In hoofdstuk 3 Verplichtingen rond het warmteprogramma beschrijven we de inhoudelijke vereisten en procedurele eisen die gelden voor een verplicht programma onder de Omgevingswet. • Start van de gebiedsgerichte aanpak. Het warmteprogramma staat aan de start van de gebiedsgerichte aanpak. De gemeente geeft daarmee invulling aan de afspraken in het Klimaatakkoord door duidelijkheid te bieden over het tijdspad en de mogelijke alternatieve warmtetechnieken in de geselecteerde gebieden. Wil je als gemeente de aanwijsbevoegdheid inzetten om het transport van aardgas te beëindigen? Dan moet het gebied daarvoor geselecteerd zijn in het warmteprogramma. In hoofdstuk 4 Gebiedsgerichte aanpak en juridisch planproces beschrijven we wat de gevolgen van het inzetten van de aanwijsbevoegdheid zijn voor de inhoud van het warmteprogramma. • Houvast bij communicatie en verwachtingsmanagement richting stakeholders. Het warmteprogramma beschrijft de gemeentelijke plannen voor de komende jaren. Hierdoor weet iedereen wat er gaat gebeuren in een gebied en kunnen eigen verduurzamingskeuzes worden afgestemd op het toekomstige warmtealternatief. Ook partners, zoals woningcorporaties en netbeheerders, kunnen hiermee rekening houden in hun plannen.
In Hoofdstuk 5 Communicatie en verwachtingsmanagement beschrijven we hoe het warmteprogramma
•
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
houvast biedt bij het managen van verwachtingen en communiceren over de warmtetransitie richting professionele partners, bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Rapportage van de plannen voor en voortgang van de lokale warmtetransitie. Aan de hand van het warmteprogramma kun je als gemeente over de plannen voor de komende 10 jaar en de voortgang van de plannen uit het vorige warmteprogramma rapporteren. Dit helpt partners en de landelijke overheid om ondersteuning te bieden.
Meer weten? Onder de Omgevingswet heb je een rapportageverplichting. Dat betekent dat je (ruimtelijke) keuzes moet vastleggen in een rapportage. Veel van de inhoudelijke eisen die aan een warmteprogramma worden gesteld, hebben betrekking op die rapportage. Je leest meer over de rapportage en de data die daaraan ten grondslag liggen in de factsheet Data >
7
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
2. Doel van een warmteprogramma In de transitievisie warmte heb je als gemeente een realistisch tijdspad vastgelegd waarop wijken van het aardgas gaan. Met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wordt de transitievisie warmte vervangen door het warmteprogramma en een verplicht programma onder de Omgevingswet. Dit geeft gemeenten de mogelijkheid regels op te stellen in het omgevingsplan over de verduurzaming van de energievoorziening van bestaande gebouwen.
2.1
2.2 Verplicht programma Volgens verwachte wetgeving wordt het warmteprogramma een verplicht programma onder de Omgevingswet. Volgens het wetsvoorstel Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) moeten uiterlijk eind 2026 alle gemeenten hun warmteprogramma hebben vastgesteld en elke 5 jaar herijken.
Deel V Factsheets
Inhoud
Schaal
Afspraak
Meer weten?
Warmte programma
Gebiedsaanpakken naar aardgasvrije gebouwde omgeving in komende 10 jaar
Gemeente
Wettelijk verplicht (voorstel Wgiw)
Deze handreiking
Transitievisie warmte
Route naar aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050
Gemeente
Klimaatakkoord
NPLW
Regionale structuur warmte
Bovenlokale afstemming warmtetransitie
RES-regio
Klimaatakkoord
NP RES
Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat
Energie-infrastructuurprojecten van regionaal belang
Provincie
Inter bestuurlijke afspraak
IPO
Uitvoeringsplan
Plan voor aardgasvrije warmte voorziening
Buurt, wijk of vergelijkbaar
Klimaatakkoord en voorstel Wgiw
NPLW
Omgevingsplan
Algemene regels voor de fysieke leefomgeving
Gemeente
Wettelijke verplicht (Omgevingswet)
IPLO
Kavelplan
Plan van het warmtebedrijf voor realisatie en exploitatie van collectieve warmtevoor ziening
Warmtekavel (schaal varieert)
Wettelijk verplicht voor grootschalig warmtenet (concept-Wcw)
NPLW
Strategisch beleidsinstrument
Het warmteprogramma beschrijft het warmtebeleid van een gemeente. Het is een strategisch beleidsinstrument, waarin je als gemeente aangeeft in welke gebieden je de komende 10 jaar aan de slag gaat en wat voor de komende 10 jaar het plan van aanpak voor deze gebieden is. Je concretiseert de aanpak stap voor stap door middel van verschillende beleidsinstrumenten. Tabel 1 beschrijft hoe het warmteprogramma zich verhoudt tot deze beleidsinstrumenten.
Deel IV Fictief voorbeeld
Tabel 1. Vergelijking van het warmteprogramma en gerelateerde documenten.
8
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Goed om te weten: verwachte wet- en regelgeving De juridische kaders voor de warmtetransitie zijn in ontwikkeling. Zo heeft de Tweede Kamer in april 2024 ingestemd met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en in juni 2024 met de Energiewet. Tegelijkertijd loopt de behandeling van de Wet collectieve warmte. Houd daarom rekening met het volgende: • Deze handreiking anticipeert op deze verwachte wet- en regelgeving, maar het is belangrijk om te beseffen dat het gaat om concept- en ontwerpwetgeving. • Voor deze handreiking zijn de publiekelijk beschikbare versies van april 2024 geraadpleegd. Eventuele wijzigingen daarna zijn niet meegenomen. • Bij het opstellen van een warmteprogramma is het altijd verstandig om de actuele wet- en regelgeving te raadplegen en/of (juridische) experts met kennis van de warmtetransitie, ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling te betrekken. Lees meer over de huidige stand van het wetsvoorstel Wgiw op de website van de Eerste Kamer.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
3. Verplichtingen rond het warmteprogramma Uit de huidige en verwachte wetgeving vloeit een aantal verplichtingen en vereisten voort over de inhoud van een warmteprogramma en het proces rondom de totstandkoming daarvan: • Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Met de Wgiw wordt het warmteprogramma als verplicht programma in de Omgevingswet opgenomen. Dit betekent dat iedere gemeente een warmteprogramma moet vaststellen. • Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Het bijbehorende Bgiw stelt eisen aan de vaststellings- en actualisatietermijn en de inhoud van het warmteprogramma. • Omgevingswet. De Omgevingswet stelt eisen aan ieder programma, dus ook aan het warmteprogramma. Deze vereisten zijn voornamelijk procedureel van aard.
Let op: concept wetgeving Wet- en regelgeving is nog in ontwikkeling. Het wetsvoorstel Wgiw en het Bgiw kunnen nog worden aangepast. Waar we in de handreiking spreken over Bgiw en Wgiw bedoelen we de conceptwetgeving.
Goed om te weten: Bgiw en andere wet- en regelgeving De Bgiw voegt eisen toe aan al bestaande of nieuwe wet- en regelgeving. • Eisen over de actualisatietermijn worden toegevoegd aan het Omgevingsbesluit als artikel 10.16a. • Eisen over de inhoud van een warmteprogramma worden toegevoegd aan het Besluit kwaliteit leefomgeving als artikel 4.25a.
9
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
3.1
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Actualisatietermijn
Het Bgiw werkt de eisen uit die betrekking hebben op de termijn waarop het warmteprogramma wordt vastgesteld en geactualiseerd: • Het eerste warmteprogramma wordt vastgesteld uiterlijk 31 december 2026. • Het warmteprogramma wordt ten minste elke 5 jaar geactualiseerd. • Het eerste warmteprogramma heeft betrekking op de periode tot 31 december 2035. Voor daaropvolgende warmteprogramma’s verschuift dit telkens 5 jaar.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Goed om te weten: nationale kosten In deze handreiking gebruiken we in navolging van het Planbureau voor de Leefomgeving het begrip ‘nationale kosten’ als benadering voor deze kosten voor de maatschappij. De nationale kosten zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om ergens een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten. De term ‘maatschappelijke kosten’ kan associaties oproepen met een maatschappelijke kosten-batenanalyse, waarin ook niet-financiële kosten en baten zitten. Zie voor meer informatie de factsheet Data >
3.2 Inhoudelijke vereisten Het Bgiw bevat ook eisen over de inhoud van een warmteprogramma. Zo moet een warmteprogramma een vooruitblik en een terugblik bevatten: Vooruitblik Deze vooruitblik bestaat uit: • Een overzicht van de locaties en het aantal daarin aanwezige gebouwen en milieubelastende activiteiten waarvoor de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten. • Een overzicht van het aantal gebouwen dat ter voorbereiding op de inzet van de aanwijsbevoegdheid zal worden geïsoleerd. • Een overzicht van de energie-infrastructuur die ter vervanging van aardgas wordt ingezet voor locaties waar de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten. • Een beschrijving van de totale kosten voor de maatschappij die de realisatie van deze energie-infrastructuur met zich meebrengt. • Een beschrijving van de verwachte gemiddelde warmtebehoefte van de gebouwen waarvoor de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten aan het begin en einde van de periode van het warmteprogramma.
Goed om te weten: milieubelastende activiteiten Bij milieubelastende activiteiten moet je denken aan het gebruik van aardgas in utiliteiten, zoals horeca en detailhandel. Zie paragraaf 4.2 juridisch planproces voor meer informatie over de aanwijsbevoegdheid en aardgasverbruik in de industrie.
Terugblik Een terugblik met een beschrijving van de uitvoering en de resultaten van het vorige warmteprogramma inclusief een samenvatting van de 5 elementen uit de vooruitblik hierboven. De transitievisie warmte kan op basis van het overgangsrecht als warmteprogramma gelden. Minimale invulling warmteprogramma Iedere gemeente moet met haar warmteprogramma aan bovenstaande vereisten voldoen. Dit ‘minimale warmteprogramma’ is beperkt in omvang. Tabellen 2 en 3 geven een voorbeelduitwerking die aan de verwachte inhoudelijke vereisten voor het warmteprogramma voldoet. Het is goed om te beseffen dat: • Het warmteprogramma alleen een overzicht hoeft te geven van gebieden waarin de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten. • De gemeente niet verplicht is om de aanwijsbevoegdheid in te zetten. Tabellen 2 en 3 kunnen dus ook leeg zijn. • Deze minimale invulling van het warmteprogramma voldoet aan de vereisten die op dit moment verwacht worden, maar niet meer dan dat. Een uitgebreider warmteprogramma draagt effectiever bij aan een goed verloop van de gebiedsgerichte aanpak en het creëren van duidelijkheid en handelingsperspectief. We raden daarom aan ook de gebieden op te nemen waar je niet van plan bent de aanwijsbevoegdheid in te zetten, maar waar je wel al een beoogde aanpak voor hebt.
10
Deel I
Deel II Opbouw warmteprogramma
Wat is een warmteprogramma?
Deel III Opstellen warmteprogramma
Locatie
Goed om te weten: wetgeving in ontwikkeling De voorbeelduitwerking in tabellen 2 en 3 voldoet aan de vereisten uit het concept van het Bgiw van 2022. Deze vereisten kunnen in het definitieve besluit nog veranderen en mogelijk uitgebreid worden. Houd er daarom rekening mee dat een warmteprogramma dat voldoet aan deze minimumeisen mogelijk niet aan de uiteindelijke vereisten voldoet na inwerkingtreding van het Bgiw. Houd voor updates en meer informatie de website van het NPLW in de gaten.
Locatie
Voor nemen tot aan wijzing
Aantal gebouwen
Waarvan te isoleren
Infrastructuur ter vervanging aardgas
Totale kosten infra (mln. €)
Gemiddelde warmte behoefte (kWh/m2) 2026
2035
Gebied 1
Ja
1.000
200
Warmtenet
6,0
35
31
Gebied 2
Ja
800
100
Warmtenet
4,8
35
31
Gebied 3
Ja
500
400
Volledig elektrisch
1,0
35
28
Gebied 4
Ja
1.100
0
Warmtenet of volledig elektrisch
1,5
35
29
Tabel 2. Een voorbeeldinvulling van de minimale vereisten aan de vooruitblik in een warmteprogramma (in 2026). We gaan bij de infrastructuur ervan uit dat de elektrische infrastructuur in alle gevallen gehandhaafd blijft.
Resultaat
Deel IV Fictief voorbeeld
Aantal gebouwen aardgasvrij
Aantal gebouwen geïsoleerd
Deel V Factsheets
Infrastructuur ter vervanging aardgas
Totale kosten infra (mln. €)
Gemiddelde warmte behoefte (kWh/m2)
Realisatie/ doel
2026
2035
Gebied 1
Uitgesteld
0/1.000
50/ 200
Warmtenet
n.v.t./ 6,0
35
33/ 31
Gebied 2
Aardgasvrij
800/800
100/ 100
Warmtenet
4,7/ 4,8
35
31/ 31
Gebied 3
Aan gewezen, uitvoering loopt
400/500
290/ 400
Volledig elektrisch
0,9/ 1,0
35
27/ 28
Gebied 4
Uitgesteld
0/1.100
0
Volledig elektrisch
n.v.t./ 0,4
35
28/ 29
Tabel 3. Een voorbeeldinvulling van de minimale vereisten aan de terugblik in een warmteprogramma (in 2035 over dezelfde gebieden).
Goed om te weten: planning opstellen warmteprogramma Naar verwachting moeten alle gemeenten op 31 december 2026 een warmteprogramma hebben vastgesteld. In de periode tot de deadline op 31 december 2026 vinden echter ontwikkelingen plaats die invloed hebben op het proces om een warmteprogramma op te stellen. Het is verstandig om hiermee in de planning rekening te houden. In de factsheet Planning opstellen warmteprogramma bespreken we onder andere met welke belangrijke ontwikkelingen je rekening moet houden in de periode tot eind 2026. En wat het moment van vaststelling betekent voor je mogelijkheden om de aanwijsbevoegdheid in te zetten, mede op basis van het overgangsrecht. Lees meer in de factsheet Planning opstellen warmteprogramma >
11
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
3.3 Procedurele vereisten Naast de inhoudelijke vereisten zijn op het vaststellen van een warmteprogramma ook procedurele vereisten van toepassing. Deze procedurele vereisten volgen uit de Omgevingswet en gelden voor ieder verplicht programma: • Het programma wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. • Bij het vaststellen van een programma wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. • De voorbereiding van de besluitvorming over het warmteprogramma moet volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure plaatsvinden. Zie voor meer informatie de procesbeschrijving in hoofdstuk 4 Gebiedsgerichte aanpak en juridisch planproces. • Een warmteprogramma is vaak plan-mer-(beoordelings)plichtig. Zie voor meer informatie de factsheet Juridisch planproces. Naast bovenstaande regels is bij besluitvorming ook ongeschreven recht van toepassing. Dit vind je terug in de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Goed om te weten: participatie bij het warmteprogramma Bij elk programma dat de overheid maakt, moet worden vermeld met wie en op welke manier participatie heeft plaatsgevonden. Dit geldt ook voor een warmteprogramma. Deze motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
4. Gebiedsgerichte aanpak en juridisch planproces Het warmteprogramma is de eerste stap in de gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. Aan de hand van deze aanpak gaan bewoners, ondernemers, partners van de gemeente, netbeheerders, woningcorporaties en andere betrokkenen onder regie van de gemeente per gebied op zoek naar het beste alternatief voor aardgas. De gebiedsgerichte aanpak komt voort uit het Nationaal Klimaatakkoord. Het richt zich op het uitvoeren van een set collectieve maatregelen voor een gebied, buurt of wijk. Naast de gebiedsgerichte aanpak is ook de individuele aanpak een mogelijkheid. Gebouw- en woningeigenaren zijn dan zelf verantwoordelijk voor het verduurzamen van hun pand. Als gemeente kun je hen daarbij helpen, bijvoorbeeld met subsidies en voorlichting. Samenhang gebiedsgerichte aanpak en juridisch planproces De toelichting op het voorstel voor de Wgiw introduceert hiernaast het juridisch planproces. Dit hangt nauw samen met de gebiedsgerichte aanpak, maar is niet hetzelfde: • De gebiedsgerichte aanpak is een werkwijze om plannen te maken om de warmtevoorziening in een gebied te verduurzamen. Het vaststellen van regels kan onderdeel zijn van deze plannen, maar dit hoeft niet. Het volgen van de gebiedsgerichte aanpak is niet verplicht.
• Het juridisch planproces is een proces om op een zorgvuldige manier regels op te nemen in het omgevingsplan over de warmtevoorziening in een gebied, waaronder de inzet van de aanwijsbevoegdheid. Sommige onderdelen van het juridisch planproces zijn verstandig om te doen, maar zijn niet verplicht.
Lees meer over participatie bij het warmteprogramma in de factsheet Participatie >
12
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Figuur 1. De relatie tussen de gebiedsgerichte aanpak en het planproces.
Basis voor investeringsbesluiten en uitvoering Samen leiden de gebiedsgerichte aanpak en het planproces naar hetzelfde doel: verduurzaming van de warmtevraag in de gebouwde omgeving. Ze vormen samen de basis voor investeringsbesluiten van betrokkenen, zoals netbeheerders, woningcorporaties, individuele woningbezitters en ondernemers, en voor de daadwerkelijke uitvoering.
Wijkgerichte aanpak versus gebiedsgerichte aanpak De termen wijkgerichte aanpak en gebiedsgerichte aanpak worden soms door elkaar gebruikt. Vaak wordt een wijk genoemd als schaalniveau voor deze aanpak, maar de keuze voor het schaalniveau staat gemeenten vrij. Naast (CBS-)wijken kunnen ook (CBS-)buurten, dorpskernen of andersoortige gebieden logische afbakeningen zijn voor het gebied waar een aanpak voor ontwikkeld wordt. Daarom spreken we hier van gebiedsgerichte aanpak.
13
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Samenwerkingsafspraken in het warmteprogramma Gemeenten hebben de regie in de lokale warmtetransitie, maar voeren niet alle activiteiten zelf uit. Maak daarom goede samenwerkingsafspraken met partnerorganisaties zoals netbeheerders, woningcorporaties, energiecoöperaties en warmtebedrijven. En leg deze vast, bijvoorbeeld in samenwerkingsovereenkomsten. Samenwerkingsafspraken leg je niet vast in het warmteprogramma zelf.
4.1 Warmteprogramma en uitvoeringsplan De kern van de gebiedsgerichte aanpak is dat gemeenten samen met partners identificeren welke gebieden kansen bieden voor verwarming zonder of met minder aardgas en vervolgens een plan ontwikkelen en dit uitvoeren. Het identificeren van geschikte gebieden gebeurt in het warmteprogramma. Het plan voor het gebied kan de vorm krijgen van een uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan concretiseert dus de plannen uit het warmteprogramma voor een specifiek gebied. Dit heeft gevolgen voor wanneer je welke keuzes maakt. Sommige keuzes hoeven pas ná het vaststellen van het warmteprogramma gemaakt te worden, terwijl andere al in het warmteprogramma nodig of nuttig zijn, zelfs als ze niet verplicht zijn. Keuzes maken in het warmteprogramma Het is verstandig keuzes al in het warmteprogramma te maken als deze gebiedsoverstijgend zijn of vroeg in het proces nodig zijn voor een goed verloop van de gebiedsgerichte aanpak. Gebiedsoverstijgende keuzes zijn bijvoorbeeld: • De fasering van de warmtetransitie in de hele gemeente: wanneer start je in welk gebied? • De verdeling van warmtebronnen als deze in meerdere gebieden ingezet kunnen worden. Keuzes die vroeg in de gebiedsgerichte aanpak nodig zijn, zijn bijvoorbeeld: • Voorlopige keuze voor een aardgasvrije warmtetechniek. • Uitgangspunten voor het participatieproces.
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Keuzes maken na het warmteprogramma Andere keuzes kunnen doorgaans beter pas na het warmteprogramma gemaakt worden. Deze keuzes vragen om aanvullende participatie en inzichten die tijdens het opstellen van het warmteprogramma onvoldoende beschikbaar zijn. Denk bijvoorbeeld aan inzicht in de specifieke wensen en behoeften van bewoners van het gebied, de vereiste gebouwaanpassingen, infrastructuur voor de warmtetechniek en de kosten voor de samenleving en eindgebruikers. Deze informatie is bijvoorbeeld belangrijk voor: • De definitieve keuze voor een aardgasvrije warmtetechniek voor een gebied. • De keuze voor een specifieke ondersteuningsaanpak voor gebouweigenaren. • De planning voor de uitvoering en realisatie.
Meer informatie: opstellen uitvoeringsplan Het NPLW heeft meer hulpmiddelen beschikbaar voor de gebiedsgerichte aanpak: • De Handreiking Opbouw Uitvoeringsplan beschrijft een invulling van de inhoud van een uitvoeringsplan. • Het Proces Totstandkoming Uitvoeringsplan beschrijft een invulling van het proces om een uitvoeringsplan op te stellen.
Regionale afstemming bij de gebiedsgerichte aanpak Het merendeel van de gebiedsgerichte aanpak vindt plaats op het schaalniveau van één gemeente of een gebied daarbinnen. Maar waar het gaat om warmtebronnen of energie-infrastructuur kan regionale afstemming van belang zijn. Regionale Structuur Warmte (RSW) Voor warmtebronnen vindt de afstemming plaats in de Regionale Structuur Warmte (RSW), een onderdeel van de RES dat een overzicht van warmtebronnen in de regio bevat. Regionale afstemming kan om een aantal redenen nuttig zijn: • Soms is een warmtebron in het grondgebied van één gemeente een logische verwarmingsoptie voor bebouwing in een andere gemeente. • Warmtebronnen hebben een beperkte capaciteit. Waar het gaat om bovenlokale
14
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
bronnen, zoals warmte uit een rivier, kan niet iedere gemeente deze dus maximaal benutten. Voor sommige warmtebronnen is de provincie of het waterschap bevoegd gezag. Goede afstemming met hen geeft inzicht in de randvoorwaarden voor de benutting van deze bronnen.
gebruik mag worden gemaakt van aardgas en dat het transport van aardgas door de netbeheerder wordt beëindigd. De aanwijsbevoegdheid kan een waardevol instrument zijn om zekerheden te bieden en de kosten van de warmtetransitie te beperken, bijvoorbeeld als het gaat om het onderhouden van het gasnet voor een klein aantal gebruikers.
Provinciale energievisie en provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Voor regionale afstemming over de energie-infrastructuur zijn de provinciale energievisie en het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) van belang. De energievisie beschrijft het toekomstbeeld van de ontwikkeling van het energiesysteem. Het pMIEK geeft een overzicht van de belangrijkste maatschappelijke projecten in een provincie die daarvoor nodig zijn.
Wijzigen van het omgevingsplan Het daadwerkelijk aanwijzen van het gebied waar de aanwijsbevoegdheid wordt ingezet, gebeurt in het omgevingsplan. In het warmteprogramma bereid je het besluit om een gebied aan te wijzen beleidsmatig voor en geef je de begrenzing van het gebied aan. Daarnaast moet de motivatie van de inzet van aanwijsbevoegdheid en de wijziging van het omgevingsplan aan een aantal vereisten voldoen: • De haalbaarheid van de gekozen warmtevoorziening en de aanpak, waaronder voor bewoners, ondernemers en andere gebouweigenaren. • De betaalbaarheid van de gekozen warmtevoorziening, zowel wat betreft nationale kosten als de eindgebruikerskosten. • De totale kosten voor de maatschappij die de realisatie van de energieinfrastructuur met zich meebrengt. • De gevolgen voor de aanleg en het beheer van de energie-infrastructuur.
•
Afspraken tussen gemeenten onderling Het is ook mogelijk dat gemeenten onderling gezamenlijke afspraken maken om een warmtealternatief te realiseren, zoals een bovenlokaal warmtenet. Houd rekening met deze afspraken door in het warmteprogramma deze afspraken te benoemen en het warmtealternatief nader uit te werken voor de eigen gemeente. Zijn er bijvoorbeeld concrete afspraken over het jaar waarin de uitvoering moet starten? Dan is dit van invloed op de doorlooptijd van het planproces. Dat geldt ook voor een warmtenet. Denk goed na over de relatie tussen het warmteprogramma en warmtekavels. • Meer informatie over samenwerken binnen de RSW lees je in het werkblad Uitwerking Regionale Structuur Warmte van het NP RES. • Lees meer over integraal programmeren op de website van het Interprovinciaal Overleg. • Lees meer over regionale afstemming in de factsheet Juridisch planproces >.
4.2 Het juridisch planproces voor de inzet van de aanwijsbevoegdheid Het wetsvoorstel voor de Wgiw geeft gemeenten de aanwijsbevoegdheid. Hiermee kunnen gemeenten gebieden aanwijzen die op termijn overgaan op een duurzame warmtevoorziening ter vervanging van het aardgas. Voor die gebieden bepaalt de gemeente in het omgevingsplan dat er op een bepaald moment niet langer
Deze motivatie werk je pas uit in vervolgstappen na het warmteprogramma, maar in het warmteprogramma leg je hiervoor wel een basis. Wijzigen van het aangewezen gebied Tijdens het concretiseren van de plannen voor het gebied kan blijken dat de begrenzing moet worden aangepast. Misschien is een cluster gebouwen niet geschikt voor de warmtetechniek of biedt een cluster net buiten het gebied juist kansen. Het is mogelijk om bij het wijzigen van het omgevingsplan ook het geselecteerde gebied uit het warmteprogramma iets aan te passen. Daarvoor geldt het volgende: • Je kunt ervoor kiezen om bebouwing buiten de oorspronkelijke grenzen aan het gebied toe te voegen, maar slechts beperkt. • Je kunt er ook voor kiezen om bebouwing binnen de oorspronkelijke grenzen toch buiten het gebied te laten vallen. Sowieso verplicht selectie in het warmteprogramma niet om de aanwijsbevoegdheid in te zetten.
15
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma
Aanvullende processtappen bij een warmtenet Voor warmtenetten gelden op basis van het wetsvoorstel Wet collectieve warmte aanvullende processtappen. Zie voor meer informatie de factsheet Juridisch planproces.
•
• Uitzonderingen op de aanwijsbevoegdheid De aanwijsbevoegdheid is ontwikkeld als instrument voor de gebouwde omgeving. In de praktijk kan dit raken aan ander aardgasgebruik. Daarom gelden er uitzonderingen voor de inzet van de aanwijsbevoegdheid: • De aanwijsbevoegdheid kan niet uitsluitend worden gebruikt in gebieden met industriële bedrijven die afhankelijk zijn van aardgas om het procesgebonden aardgasverbruik te beëindigen, omdat hier niet het verduurzamen van gebouwen centraal zou staan, maar het verduurzamen van de milieubelastende activiteiten. Dit geldt niet voor bedrijven binnen een gebied waar wel het verduurzamen van gebouwen centraal staat. • De aanwijsbevoegdheid geldt niet voor bedrijven die vallen onder het emissiehandelssysteem voor broeikasgassen (ETS). • De aanwijsbevoegdheid geldt niet voor activiteiten die nodig zijn voor de leveringszekerheid van het energiesysteem. Let op dat de aanwijsbevoegdheid wel geldt voor productie-installaties van warmte, zoals een back-upinstallatie van een warmtenet die op aardgas draait. Het is doorgaans niet aan te raden deze aan te wijzen.
Goed om te weten: wet- en regelgeving Meer informatie over de wet- en regelgeving die betrekking heeft op de aanwijsbevoegdheid vind je in onderstaande bronnen: • Meer over de begrenzing van het gebied lees je in paragraaf 2.5 instructieregels Omgevingsplan in de Nota van toelichting op het concept Bgiw op internetconsultatie.nl • Het Bgiw voegt deze eisen met betrekking tot de inzet van de wijziging van het omgevingsplan toe aan het Besluit kwaliteit leefomgeving als artikel 5.131d.
•
Deel IV Fictief voorbeeld
Deel V Factsheets
Meer over uitzonderingen op de aanwijsbevoegdheid vind je in paragraaf 2.6 De aanwijsbevoegdheid in relatie tot milieubelastende activiteiten en landelijke uitzonderingen van de Nota van toelichting op het concept Bgiw op internetconsultatie.nl. Een uitgebreidere toelichting op de stappen uit het planproces en gemeentelijke taken die hierbij komen kijken – zoals de vergewisplicht – vind je in de factsheet Juridisch planproces. De vereisten voor de inzet van de aanwijsbevoegdheid worden ook uitvoeriger besproken in de Handreiking Uitvoeringsplan.
Goed om te weten: nieuwbouw in het warmteprogramma Een warmteprogramma is in verband met de mogelijke inzet van de aanwijsbevoegdheid gericht op het beëindigen van aardgasgebruik in de bestaande bouw. Nieuwbouw wordt al sinds 1 juli 2018 verplicht aardgasvrij gebouwd. De inzet van de aanwijsbevoegdheid speelt bij nieuwbouw dan ook geen rol. Het kan echter logisch zijn om toch de verwarming van nieuwbouw mee te nemen in het warmteprogramma vanwege bijvoorbeeld: • Het gebruik van schaarse warmtebronnen. • Het effect op de beschikbare capaciteit van het elektriciteitsnet. • Het aantal aansluitingen op een warmtenet en daarmee de businesscase. • Nieuwbouw in zelfstandig vrijwillig programma. In plaats van het warmteprogramma kan een gemeente ook ervoor kiezen de verwarming van nieuwbouw op te nemen in een zelfstandig (vrijwillig) programma onder de Omgevingswet. Op dit moment kunnen we niet zeggen wat in welke situaties de meest logische optie is. Maatregelen voor duurzaamheidsdoelstellingen Als je als gemeente ervoor kiest om nieuwbouw op te nemen in het warmteprogramma of in een zelfstandig (vrijwillig) programma, dan kunnen hierin maatregelen worden beschreven die nodig zijn om gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen voor nieuwbouw uit te voeren. Vervolgens kun
16
Deel I
Wat is een warmteprogramma?
Deel II Opbouw warmteprogramma
Deel III Opstellen warmteprogramma