Toelichting bp Kudelstaart 2020.pdf
Tekst van het document
De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysischchemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 20162021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009 – 2015. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 20162021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 65 van 91
tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het Nationaal Waterplan is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen.
Bestuursakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: <0000> heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; <0000> beheersbaar programma voor de waterkeringen; <0000> doelmatig beheer van de waterketen, <0000> werkzaamheden slim combineren; <0000> het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het ‘oude’ Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is een landelijk, gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het versnelt en intensiveert de aanpak van 4 thema’s: wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Het is plan is landelijk gepresenteerd op Prinsjesdag 2017. Het DPRA legt de gemeenten direct op om in 2020 over vastgesteld beleid per gemeente te beschikken over de 4 thema’s. In 2050 dienen alle Nederlandse gemeenten “klimaatrobuust” te zijn, d.w.z. alle maatregelen moeten dan zijn uitgevoerd. Het Deltaplan is het leidende plan voor gemeenten voor het opstellen en uitvoeren van klimaatadaptieve inrichting.
De voornemens van dit plan worden in nauwe afstemming met waterschappen en andere overheden en met particuliere partijen en inwoners, door de gemeenten ten uitvoer gebracht. In Aalsmeer gebeurt dat met een actieplan klimaatadaptatie 20212026. Provinciale Watervisie 2016-2021 De Provinciale Watervisie is van kracht sinds 23 december 2015 en geldt tot 2021. Het plan geeft duidelijkheid over de strategische waterdoelen tot 2040 en de acties tot 2021. De volgende doelen worden nagestreefd: <0000> waarborgen van voldoende bescherming van mens, natuur en bedrijvigheid tegen overstromingsrisico’s; <0000> zorgen voor schoon en voldoende drinkwater; <0000> kader stellen voor regionale waterkeringen; <0000> beoordelen versterkingsplannen primaire waterkeringen en bevorderen ruimtelijke kwaliteit; <0000> waterrobuust inrichten bevorderen; <0000> bijdragen aan schoon en voldoende oppervlaktewater; <0000> Zorgen voor schoon en voldoende grondwater.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 66 van 91
Een belangrijk middel voor het realiseren van deze waterdoelen is het via integrale gebiedsontwikkeling proactief zoeken naar kansrijke combinaties met veiligheid, economie, recreatie, landbouw, milieu, landschap, cultuur en natuur. Het Waterplan heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van een structuurvisie op basis van de Wro. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het waterschap van Amstel, Gooi en Vecht. Waterbeheerplan 20162021 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is de beheerder van de regionale wateren in een gebied van 700 km2, grofweg tussen Amsterdam en Utrecht. Het waterschap is een overheidsorganisatie, die zorgt voor veiligheid achter de dijken en voor voldoende en schoon oppervlaktewater. Elke zes jaar maakt het waterschap een waterbeheerplan, tegelijkertijd met (en afgestemd op) het Nationale Waterplan van het Rijk en de provinciale waterplannen. In dit Waterbeheerplan beschrijft het waterschap wensbeelden per thema voor 2030, en daaruit afgeleid doelen voor de planperiode 20162021 en een aanpak op hoofdlijnen.
Uitgangspunten <0000> samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit; <0000> een klimaatbestendig en waterrobuust gebied; <0000> steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte; <0000> een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid; <0000> water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie; <0000> gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water; <0000> gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen; <0000> vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit; <0000> afstemming over alle watertaken per stroomgebied; <0000> behoud van de zelfstandige bevoegdheid. Beleidsregels Keur 2019 Sinds 1 november 2019 is een nieuwe Keur AGV 2019 van kracht die meer geënt is op de Omgevingswet en ruimte biedt aan maatwerk. De uitganspunten zijn grotendeels hetzelfde gebeleven als de Keur die op 1 november 2017 in werking is getreden. De Keur is een verordening met wettelijke regels (gebod en verbodsbepalingen) voor: <0000> Waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), <0000> Watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken), <0000> Andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen).
De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als AGV daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een Watervergunning op grond van de Keur. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. De Keur is te vinden op de website: www.agv.nl. Watercompensatie Bij beoogde ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met het beleid van het AGV. Een van de beleidsregels betreft het aanleggen van verhard oppervlak. Deze beleidsregels vormen het afwegingskader voor vergunningverlening: in dit geval voor Watervergunningen op het gebied van aanleggen van verhard oppervlak waardoor
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 67 van 91
hemelwater niet in de bodem kan infiltreren. Deze beleidsregels gelden voor situaties met aanleg van verhard oppervlak van meer dan 1.000 m2. In de keur is bepaald, dat bij nieuwe bebouwing en aanleg van nieuwe verharding naast de bestaande wateroppervlakte extra open water zal worden toegevoegd ter grootte van 10% van die verharding. Dat houdt in dat bij iedere nieuwbouwontwikkeling voldoende oppervlaktewater gerealiseerd moet worden. Deze uitbreiding kan niet alleen in de openbare ruimte gezocht worden, maar zal bij voorkeur (in ieder geval gedeeltelijk) op eigen terrein opgelost moeten worden. Klimaatadaptatie Klimaatadaptieve maatregelen moeten bijdragen aan de lokale hydrologische optimalisatie van een plangebied. Minimaal moet rekening worden gehouden met het goed kunnen (blijven) verwerken van regenbuien van 70 mm per 1 m2 in 1 uur om overlast te voorkomen. De maatregelen zijn er op gericht dat: <0000> Hemelwater zoveel mogelijk infiltreert in de grond, waardoor zowel wateroverlast als droogte worden tegengegaan (maximaal bufferen) en overbelasting van riolering wordt tegengegaan. Het effect op het verminderen van wateroverlast zal het sterkst zijn. Het toepassen van geschikte vormen van waterpasserende verhardingen hebben prioriteit. <0000> Extra bomen bijdragen aan vermindering van toenemende hittestress.
Daarvoor kunnen ook geschikte vormen van groene gevels worden ingezet. <0000> De openbare riolering wordt geheel gescheiden uitgevoerd. Alle bebouwing levert gescheiden het afvalwater en het hemelwater aan. Watergebiedsplan Westeramstel Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft naast haar Waterbeheerplan voor verschillende gebieden aparte Watergebiedsplannen opgesteld met als doel gebiedsgerichte maatregelen te formuleren om het watersysteem te verbeteren. Daarvoor is zowel het grond als oppervlaktewater kwalitatief en kwantitatief in beeld gebracht. Tevens is de ecologische toestand onderzocht met het oog op het behalen van de Kaderrichtlijn Water doelen. Het hoofddoel van het watergebiedsplan is het nemen van een peilbesluit voor de polders in het Westeramstelgebied. Het watergebiedsplan focust op de volgende aandachtsgebieden: <0000> een peilbesluit voor de vier polders in het Westeramstelgebied; <0000> de kans op wateroverlastsituaties en eventuele maatregelen; <0000> de waterkwaliteit in het hele gebied en maatregelen voor de korte en lange termijn om de KRW doelen te halen; <0000> actualiseren van de legger; <0000> gebiedsgerichte maatregelen van reguliere waterschapstaken. Gemeentelijk rioleringsplan Aalsmeer (GRP) 2021-2026 Op hoofdlijnen wordt de koers uit het vorige rioleringsplan gehandhaafd en bijgesteld om in te spelen op aandachtspunten.
In het verlengde hiervan bestaat de ambitie om, binnen de reikwijdte van de watertaken, bij te dragen aan gemeenschappelijke doelen zoals klimaatadaptatie, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. Om invulling te geven aan deze visie en bijbehorende ambities/gemeenschappelijke doelen zijn voor de komende planperiode de volgende speerpunten geformuleerd: <0000> Werken aan een robuust en klimaatbestendig systeem; <0000> Werken volgens duurzame en levenscyclusgerichte principes; <0000> Werken aan professionalisering van rioleringszorg. Per speerpunt zijn ambities geformuleerd en strategieën vastgesteld om die ambities te behalen. 7.3.2 Relevantie plangebied Zuider Legmeerpolder
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 68 van 91
Het plangebied Kudelstaart is gelegen in de Zuider Legmeerpolder. De Zuider Legmeerpolder is gelegen in het zuidwesten van het beheergebied Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Het noordelijk deel van de polder is gelegen op het grondgebied van de gemeente Aalsmeer, het zuidelijk deel behoort tot de gemeente Uithoorn. De Zuider Legmeerpolder, voor zover gelegen op het grondgebied van de gemeente Aalsmeer, wordt begrensd door de Geniedijk, de HerenwegKudelstaartseweg en de Bilderdammerdijk. Deze begrenzingen zijn waterkeringen en tevens de scheidingen tussen de beheersgebieden van het hoogheemraadschap van Rijnland en AGV. De Zuider Legmeerpolder omvat 898 hectare. De polder is eind 19de eeuw drooggemalen. Door de zavelige grond krijgt de diepe polder kwel te verwerken. De komst van de stroomgemalen bood uitkomst: de capaciteit kon nu voldoende worden opgevoerd om de polder daadwerkelijk droog te malen. In eerste instantie werd het water uit de Zuider Legmeerpolder via het gemaal van de Noorder Legmeerpolder uitgeslagen. Later is het gemaal van de Zuider Legmeerpolder geplaatst. Er kan water uit de Noorder Legmeerpolder afgelaten worden naar de Zuider Legmeerpolder. De Herenweg is de oude weg op een veenstrook die de Westeinderplassen van het Legmeer scheidde.
Bij de drooglegging van de laaggelegen Legmeerpolders is een kleikade tegen de veenstrook aangelegd om kwel uit de Westeinder Plassen tegen te gaan. Tegenwoordig is in de polder veel verharding en zijn er veel kassen. De polder bestaat uit de woonkernen Kudelstaart en (een deel van) De Kwakel. Het is de diepste droogmakerij van Westeramstel met het grootste aandeel verhard gebied van Westeramstel. Er wordt veel water vanuit de Westeinderplassen ingelaten via een cascade systeem naar beneden, de polder in. Een deel van het water wordt bij droog weer gebruikt voor de Ringvaart van de Uithoornse polder om het peil daar te kunnen handhaven. De ontwikkeling in de polder is economisch. De kassen hebben invloed op het watersysteem. Wanneer veel regenwater in een groter aaneengesloten gebied wordt opgevangen is de natuurlijke infiltratie van regenwater naar de bodem veel minder. Dit kan leiden tot grondwaterstandsdaling en verzilting. Tegelijkertijd is er vaak behoefte aan extra gietwater en/of een gewenst grondwaterregime en bestaat er behoefte om het waterpeil hier op af te stemmen. De bodem kan via wateronttrekkingen en ondergrondse wateropslag hier aan bijdragen maar dit zal invloed hebben op het ondergrondse ruimtegebruik. Eventuele verontreiniging die in het grondwater aanwezig is kan botsen met andere gebruiksvormen van de ondergrond.
In de Zuider Legmeerpolder zijn veel duikers en stuwen aanwezig Het is dus een gesegmenteerd systeem, maar functioneert voldoende. Er zijn geen omvangrijke maatregelen aan technische systemen (gemalen, stuwen) noodzakelijk. In het plangebied Westeramstel zijn door het waterschap de afgelopen jaren een aantal maatregelen getroffen die het risico op wateroverlast in de polders aanzienlijk hebben verkleind. De wateroverlaststudie wijst uit het er geen noodzaak is om nu in de Zuider Legmeerpolder, opnieuw, grootschalige maatregelen op te nemen. Peilgebied De polder kent een variatie aan grondgebruik en maaiveldhoogtes. Het maaiveld loopt sterk af vanaf de Westeinderplassen naar het zuidoosten toe. De drooglegging varieert sterk. Het is een cascade systeem waar de maaiveldhoogte verloopt. In het gebied rond Kudelstaart heeft dit geleid tot meerdere kleine peilvakken met ieder een eigen peil.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 69 van 91
Peilgebieden Kudelstaart
In het plangebied Kudelstaart komt een groot aantal verschillende peilgebieden voor. De peilhoogtes van deze gebieden variëren van – 1,84 tot circa – 6,40 meter ten opzichte van NAP. Vanwege de diverse peilgebieden zijn er in het plangebied gemalen, duikers, dammen, stuwen en inlaten aanwezig. Waterkeringen In het plangebied zijn meerdere waterkeringen gelegen. De HerenwegKudelstaartseweg is een directe waterkering. De Geniedijk, Bilderdammerdijk en de Vuurlijn zijn indirecte waterkeringen. Daarnaast zijn er nog enkele overige keringen. In de Legger van AGV zijn de primaire en secundaire waterkeringen opgenomen met de bijbehorende beschermingszones. Voor overige keringen kunnen de beschermingszones worden uitgerekend aan de hand van de regels uit de Keur van AGV. Ter bescherming van de waterkeringen gelden binnen deze zoneringen verboden. In de Keur van AGV staan deze verboden en de voorwaarden waaronder een vergunning of een vrijstelling kan worden verleend beschreven.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 70 van 91
Waterkeringen Kudelstaart
In het plangebied worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die van invloed zijn op de waterkeringen. Waterkwaliteit Uit analyses blijkt dat de huidige situatie van de waterkwaliteit en waternatuur in Westeramstel (Kudelstaart valt binnen dit gebied) slecht is en verder achteruit gaat. Om een halt toe te roepen aan de achteruitgang in Westeramstel en te komen tot een verbetering, zijn ingrijpende maatregelen op verschillende terreinen en door verschillende partijen nodig. De belangrijkste beperkende randvoorwaarden in het gebied zijn: te veel voedingsstoffen in het water, te ondiepe sloten en te veel bagger op de bodem. Daarnaast zijn slootkanten vaak te steil en is het onderhoud niet afgestemd op de natuur. Lokaal vormen troebel water, bodemwoelende vissen, woekerende waterplanten, lozing door glastuinbouw en toxiciteit een knelpunt. In het Waterbeheer Plan AGV 20162021 staat als algemeen doel voor 2030: een goede waterkwaliteit en volop mogelijkheden voor planten en dieren die in het water en langs de oevers thuis horen om zich daar te ontwikkelen, te schuilen, paaien, paren, broeden en van leefgebied naar leefgebied te trekken. Dit is ook het doel voor 2030 voor de Kader Richtlijn Water (KRW). De KRW stelt dat de ecologische toestand van alle oppervlaktewateren niet (verder) achteruit mag gaan.
Ook mag er geen afwenteling plaatsvinden van overig water naar waterlichaam en van waterlichaam naar waterlichaam. Om het doel van een goede waternatuur en –kwaliteit te kunnen bereiken, moeten bepaalde randvoorwaarden aanwezig zijn. Denk daarbij aan voldoende diepe sloten, op diepte houden van primaire en secundaire wateren, zorgdragen voor minder voedingsstoffen in de wateren, minder gebiedsvreemd water inlaten, verminderen
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 71 van 91
emissies glastuinbouw, etc. In het watergebiedsplan Westeramstel is dit nader uitgewerkt. In het plangebied worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die van invloed zijn op de waterkwaliteit. Watercompensatie Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkeling mogelijk die een oppervlakte heeft van meer dan 1000m². In het bestemmingsplan zitten nog wel onbenutte bouwmogelijkheden, waarvoor de compensatieplicht geldt vanuit de Keur AGV voor de aanleg van meer dan 1000 m² verharding. Grondwater In het plangebied worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die van invloed zijn op het grondwater. Watergangen In het plangebied zijn diverse primaire en secundaire watergangen gelegen. Een deel van de watergangen is gelegen in de dorpskern en staat in onderlinge verbinding met elkaar. De functie van het stedelijk water is stedelijk leefwater. Deze watergangen hebben de bestemming 'Water' gekregen. AGV als waterbeheerder ziet toe op de waterkwaliteit en waterkwantiteit van het oppervlaktewater. Voor het onderhoud van primaire watergangen is AGV verantwoordelijk. Deze onderhoudsplicht geldt niet voor secundaire wateren en voor het water in geïsoleerde stadsparken. Afvalwater In het plangebied zijn verschillende rioolstelsels. Bij de lintwegen is voornamelijk een gescheiden rioolstelsel aanwezig terwijl de kern Kudelstaart is voorzien van een gemengd rioolstelsel.
De kernuitbreidingen vanaf 1990 beschikken zowel over een verbeterd gescheiden als een gescheiden rioolstelsel. Klimaatadaptatie In het plangebied worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die van invloed zijn op de veranderende klimaat zoals hitte, droogte en wateroverlast.
7.4 Archeologie en cultuurhistorie 7.4.1 Beleid en regelgeving Wet op de archeologische monumentenzorg De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de archeologie in Nederland. Onderdelen van de voormalige Monumentenwet over archeologie worden overgeheveld naar de Omgevingswet. Voorbeelden daarvan zijn de verplichting om rekening te houden met archeologie bij het opstellen van bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen) en de vergunningverlening voor het verstoren van archeologische rijksmonumenten. Dit houdt in dat de gemeente bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan moet onderzoeken of de grond een archeologische waarde of verwachting bezit. In het bestemmingsplan kunnen archeologische voorschriften worden opgenomen wanneer de gemeente de grond bestemd heeft als archeologisch waardevol of onderzoeksgebied. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta) uit 1992. Dit gaat uit van de bescherming van het archeologische erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. Om dat
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 72 van 91
doel te bereiken moet de wetgever het archeologisch erfgoed betrekken bij de ruimtelijke ordening. Tevens dient de financiering van het archeologisch onderzoek en het behoud in de bodem te worden geregeld. Kern van de wet is dat gemeenten verantwoordelijk worden voor de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrenzen. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt”, dat ervan uitgaat dat de aanvrager van een omgevingsvergunning en een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten zelf de kosten moet dragen voor het voldoen aan de archeologische voorschriften, worden meer archeologische resten in situ behouden. Het principe dat de veroorzaker betaalt geldt uitsluitend wanneer de wet uitdrukkelijk bepaalt dat er een archeologisch voorschrift aan de vergunning kan worden verbonden. De volgende archeologische voorschriften worden in de wet genoemd: <0000> Het treffen van maatregelen waardoor de archeologische resten in situ behouden <0000> blijven; <0000> De verplichting tot het doen van opgravingen; <0000> Het werk laten begeleiden door een deskundige. Het rijk is het bevoegd gezag bij toevalsvondsten, waarvan sprake is wanneer er bij werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen (paragraaf 5.4 Erfgoedwet).
Vondsten met archeologische waarde zijn eigendom van de provincie NoordHolland en dienen te worden aangegeven bij het provinciaal depot voor archeologie van de provincie NoordHolland. Modernisering Monumentenzorg (MoMo) Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd waarbij onder meer artikel 3.1.6 vijfde lid onder a van het Bro is aangevuld. Deze wijziging houdt in dat een bestemmingsplan een paragraaf moet bevatten met "een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden”. Naast archeologische waarden zullen hiermee ook cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk moeten worden meegewogen bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. Vergelijkbaar met de huidige regelgeving voor beschermde stadsen dorpsgezichten dient in ieder bestemmingsplan een afweging gemaakt te worden over de wijze waarop met de cultuurhistorische belangen wordt omgegaan. Het opnemen van cultuurhistorie in het proces van de ruimtelijke ordening past binnen de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009. In lijn met de Belvedèregedachte wordt in de beleidsbrief aangegeven dat het belang van cultuurhistorie vroegtijdig in het planproces moet worden ingebracht.
Inzet is een meer generieke borging van cultuurhistorie vooraf in het proces van de ruimtelijke ordening, waarmee vermindering van sectorale regelgeving achteraf mogelijk is. Leidraad Landschap en Cultuurhistorie NoordHolland biedt een rijke variatie aan landschappen, kernen en cultuurhistorische monumenten. Er zijn wadden, duinen, polders, heidevelden, veenweiden en droogmakerijen. De provincie onderscheidt zich door zijn openheid, de grote afwisseling en de contrasten in het landschap. Elk deel heeft zijn eigen ontstaansgeschiedenis, die vaak nog goed afleesbaar is in het landschap. Het huidige landschap van NoordHolland is een erfenis met een grote aantrekkingskracht op mensen die in de provincie wonen, werken en recreëren. De hoge kwaliteit ervan draagt bij aan het economische vestigingsklimaat in de provincie. Het landschap is een dynamische leefomgeving die al sinds mensenheugenis verandert en dat ook zal blijven doen. De provincie wil ruimte blijven bieden aan nieuwe ontwikkelingen, op een manier die bijdraagt aan de waarden en kwaliteiten van het landschap en waarbij de ontstaansgeschiedenis herkenbaar blijft.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 73 van 91
Inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap is maatwerk. Sommige gebieden hebben unieke of kwetsbare cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten, terwijl andere tegen een stootje kunnen of waar ruimtelijke dynamiek het landschap juist kan versterken. Het is de uitdaging om bij nieuwe ontwikkelingen de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk te houden en bij voorkeur te versterken. De provincie NoordHolland heeft in de ‘Structuurvisie 2040’ ruimtelijke kwaliteit, naast klimaatbestendigheid en duurzaam ruimtegebruik, opgenomen als één van de drie hoofdbelangen. De ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie’ (vastgesteld 10 april 2018) is een belangrijk instrument om daar richting aan te geven. Deze Leidraad is een vernieuwde versie van de Leidraad uit 2010. Het doel en de werking van de Leidraad zijn vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De PRV beschrijft de provinciale belangen ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn alleen mogelijk indien de Leidraad daarbij wordt toegepast. Die ruimtelijke ontwikkelingen betreffen bijvoorbeeld nieuwe bebouwing, uitbreiding van agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking.
Met de Leidraad wil de provincie partijen zoals gemeenten, initiatiefnemers, beheerders en ontwerpers stimuleren en inspireren om tot kwalitatieve en duurzame ruimtelijke ontwerpen te komen. De Leidraad is daarbij ook bedoeld om inzichtelijk te maken welke landschappelijke en cultuurhistorische waarden van belang zijn. Aansluitend op de uitgangspunten van de Provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, bestaat ook in Aalsmeer de wens de kenmerkende kwaliteiten, de diversiteit en identiteit van de gemeente te koesteren en te benutten bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Verschillende ruimtelijke analyses en beleidsnota's van de gemeente Aalsmeer (bijv. Lintenbeleid en cultuurhistorische analyse 'Gebroken landen, geheelde gronden') biedt hier een goed startpunt toe. De meest karakteristieke objecten, die ons doen herinneren aan vroeger tijden, zijn aangewezen als monument of beschermd gezicht. Voor grotere landschappelijke structuren die karakteristiek zijn voor de gemeente kunnen ruimtelijke plannen als bestemmingsplannen, beeldkwaliteitplannen en structuurplannen als beoordelingskader gebruikt worden. Beleidsnota Archeologie Aalsmeer De Beleidsnota Archeologie (bijlage 4) zet uiteen op welke wijze de gemeente Aalsmeer verantwoordelijkheid neemt voor het eigen bodemarchief.
Door bij het ontwikkelen van nieuwe of het aanpassen van bestaande bestemmingsplannen archeologische waarden en verwachtingen op te nemen en in de toelichting te verwijzen naar het gemeentelijk archeologiebeleid kunnen de kosten van eventueel archeologisch onderzoek worden verhaald op de verstoorder van het bodemarchief. In het bestemmingsplan wordt ook voorgeschreven welke verplichtingen de vergunningaanvrager heeft op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 7.4.2 Relevantie plangebied Leidraad Landschap en cultuurhistorie De Leidraad Landschap en cultuurhistorie (Leidraad) van de provincie Noord Holland is onderverdeeld in twintig landschappelijke eenheden, zogenaamde ensembles, en 10 provinciale structuren. Voor Kudelstaart is het ensemble AalsmeerUithoorn en de provinciale structuren (Bebouwings) linten en Stelling van Amsterdam van toepassing. Ensemble AalsmeerUithoorn
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 74 van 91
Dit ensemble bevat een complex samenstel van droogmakerijenlandschap en veenpolderlandschap met plassen, ontginningslinten en restanten van het voormalige veenontginningslandschap (veenbovenlanden). Als gevolg van de nabijheid van Schiphol ontwikkelde zich rondom de bloemenveiling van Aalsmeer een ‘landschap’ van kassen en logistieke bedrijvigheid. De as Amsterdamse BosWesteinderplassen verbindt Amsterdam met het Groene Hart. De provinciale weg N201 loopt dwars door het ensemble, evenals de Stelling van Amsterdam. Ontstaansgeschiedenis De bewoners van Aalsmeer zagen rond de 13e eeuw hun omgeving verdwijnen door de vervening, het afgraven en wegbaggeren van veengrond voor turf als brandstof voor de groeiende steden. Zo ontstonden de Oosteinderpoel, de Schinkelpoel, het Stommeer, Hornmeer, het Legmeer en de Westeinderplassen. Ook de Haarlemmermeer werd als gevolg van de afslag van het veenland aan de noord een oostzijde steeds groter. In de 17e eeuw werd begonnen met het terugwinnen van landbouwgrond. Eerst werd het Stommeer drooggemaakt (1650) en daarna het Hornmeer (1674). De historische kaart van omstreeks 1850 toont een groot uitgeveend plassengebied ten oosten van Aalsmeer waarin de Legmeerdijk de scheiding vormt tussen de Oosteinderpoel en het Legmeer. De Ringvaart van de Haarlemmermeer werd tussen 1839 en 1845 gegraven en in 1852 kwam het meer droog te liggen.
Vijftig jaar later waren ook de Legmeer en de Oosteinderpoel ingepolderd. De Westeinderplassen bleven open. Het ontginningslint van Aalsmeer behoort tot een strook oorspronkelijk veenontginningslandschap met smalle kavels, het zogenoemde veenbovenland. De petgaten (langwerpige putten) in het gebied laten zien dat ook hier veen is gewonnen, maar het gebied is nooit opgeslokt door de groter wordende meren. Rond 1900 werd de Stelling van Amsterdam aangelegd. Hierbij maakte men gebruik van de in het gebied aanwezige dijken. De scheidingsdijk tussen de Noorder en Zuider Legmeerpolder werd ingericht als liniedijk. Aan deze liniedijk, hier Vuurlijn genaamd, werden drie vooruitgeschoven forten gekoppeld. Rond het ontginningslint van Aalsmeer ontwikkelde zich in de tweede helft van de 19e eeuw de bloementeelt. In reactie op de toegenomen macht van de tussenhandel, bundelden kwekers in Aalsmeer hun krachten en organiseerden ze in 1911 de eerste veiling. De bloemen en plantenexport groeide explosief en profiteerde van de nabijheid van Schiphol. In 1972 werd een nieuw veilingcomplex aan de Legmeerdijk in gebruik genomen. Het centrale veilinggebouw had in 2007 een oppervlakte van rond de 860.000 m² en was daarmee het grootste overdekte handelsgebouw ter wereld.
Ruimtelijk karakteristiek Ten aanzien van de landschappelijke karakteristiek valt Kudelstaart onder de Zuider Legmeerpolder en betreft een droogmakerijlandschap. Deze droogmakerijen zijn verdicht met een verzameling van woonbebouwing, bedrijven(terreinen) en kassen. De hoofdrichtingen van de polders zijn nog zichtbaar in de verstedelijking. Ook in de Zuiderlegmeerpolder volgen de kassencomplexen de verkavelingsrichting. De Groote Poel van de Westeinderplassen, de Bovenkerkerpolder (ensemble Amstelscheg) en de veenweidegebieden aan de zuidzijde langs de Amstel vormen de grootste open ruimten, voor de rest geeft het ensemble een aangesloten bebouwingsbeeld. Specifiek voor het ensemble zijn de grote aaneengesloten complexen van kwekerijen met kassen gelegen tussen de kernen Aalsmeer, Amstelveen, Uithoorn en Kudelstaart.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 75 van 91
De bovenlanden van Aalsmeer hebben smalle, veelal met bebouwing en beplanting verdichte, kavels met enkele doorzichten haaks op de ontginningsassen naar de achterliggende ringvaart en lagergelegen Poelpolder en Westeinderplas. De droogmakerijen geven een verdicht landschapsbeeld. Van openheid is hier nauwelijks sprake. Waar die openheid nog wel in beperkte mate ervaarbaar is, zoals in de Thamerpolder, is deze kwetsbaar. Aan de oostzijde van het ensemble liggen enkele grote ruimten (Legmeer) die overgaan in het ensemble Amstelscheg en het Groene Hart. De bovenlanden langs de Amstel zijn het laatste stukje zichtbaar open veenweidelandschap binnen dit ensemble. Van de schootsvelden van de forten van de Stelling van Amsterdam is weinig meer ervaarbaar omdat de forten in de beplanting zijn opgenomen of in bebouwd gebied zijn komen te liggen. Aan de westrand van het ensemble vormen de Ringvaart en Ringdijk van de Haarlemmermeerpolder samen een ruimtelijke drager. Het ontginningslint van Aalsmeer met zijn zuidwestnoordoostelijke richting is de ruimtelijke drager voor de orthogonale opbouw van de Oosteinderpoelpolder. Aan de noordzijde van de Westeinderplas bevindt zich een langgerekt eilandenrijk van veenbovenlanden met verspringende kavels. Het bestaat uit een dubbele reeks eilanden in dezelfde zuidwestnoordoost richting.
Deze vormen een aantrekkelijke (recreatieve) zone tussen Amsterdam en het Groene Hart. De Aalsmeerderweg, Hornweg, Legmeerdijk (N231), Noorddammerweg en Bovenkerkerweg (N251) zijn structurerend voor de droogmakerijen. In de Zuider Legmeer is de Hoofdweg de ruimtelijke drager. De Stelling van Amsterdam, opgebouwd met de in het gebied aanwezige dijken, is ook een ruimtelijke drager in het gebied. De liniedijk, de Vuurlinie, is hier tevens de scheidingsdijk tussen de Noorder en Zuider Legmeerpolder en vormt een samenhangend geheel met de drie vooruitgeschoven forten. De forten manifesteren zich als groene pareltjes in het gebied. De aanwezigheid van de bloemenveiling en de nabijheid van Schiphol zorgen voor grote dynamiek in het gebied. De maat van de bedrijfsontwikkeling leidt ertoe dat historische structuren ruimtelijk hun betekenis verliezen. Herstructurering van de glastuinbouw is een opgave in de hele regio, maar in de Bovenlanden van Aalsmeer het meest. Woningbouw wordt steeds belangrijker. De gebieden langs de N201 en N231 zijn in ontwikkeling en verdichten. De recreatieve betekenis van het Amsterdamse Bos wordt steeds groter en daarmee groeit het belang van de recreatieve as naar de Westeinderplassen. De watersport is hier van oudsher al een grote recreatietak, het sloepvaren wordt steeds belangrijker.
Ambitie bij ruimtelijke ontwikkelingen Het ensemble valt onder het Luchthaven Indelingsbesluit (LIB). De Westeinderplassen en de Bovenlanden vormen onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de zuidelijke polders langs de Amstel zijn weidevogelleefgebied. De Stelling van Amsterdam is UNESCOWerelderfgoed. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: <0000> bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek <0000> bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en <0000> helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 76 van 91
Voor alle ambities uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie die van toepassing zijn voor Kudelstaart zijn, ziet u https://leidraadlc.noordholland.nl/ensembles/aalsmeeruithoorn/ (Bebouwings) linten Linten zijn onlosmakelijk verbonden met het NoordHollandse landschap. Het zijn lineaire structuren die zijn ontstaan als organisch gegroeide, vaak historische routes en ontginningsassen met een eigen karakteristieke ontwikkelingsgeschiedenis. Elk lint heeft een ‘structuurdrager’ waaraan het lint is gegroeid, meestal een dijk, een weg, een kanaal of een vaart. De woningen zijn op deze structuurdrager georiënteerd en het lint ontleent daar, samen met de opbouw van het landschap, zijn verschijningsvorm en identiteit aan. Vaak staan er aan een lint stolpen die de identiteit ervan versterken. Voor alle ruimtelijke ambities uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie die van toepassing zijn voor het (bebouwings)lint Kudelstaart zijn, zie https://leidraadlc.noordholland.nl/ervenlinten/linten/. Voor de lintbebouwing in Aalsmeer (Kudelstaart) heeft de gemeente Aalsmeer de beleidsnota "Ruimtelijke beoordeling bouwen in de Linten van Aalsmeer" (Het Lintenbeleid 1e herziening) vastgesteld. Zie tevens paragraaf 5.1.3 en 6.4.9.
Stelling van Amsterdam De Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam zijn twee verdedigingslinies die Amsterdam en de steden in het westen van Nederland moesten beschermen. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een modernisering van de Oude Hollandse Waterlinie die in de 17e en 18e eeuw de steden van Holland beschermde door middel van vestingsteden en inundatiezones. De Stelling van Amsterdam kreeg in 1996 een plaats op de UNESCOWerelderfgoedlijst. De Nieuwe Hollandse Waterlinie werd in 2011, als uitbreiding van het bestaande Werelderfgoed de Stelling van Amsterdam, op de voorlopige Werelderfgoedlijst geplaatst. Voor de ambities en ontwikkelprincipes voor de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zie https://leidraadlc.noordholland.nl/ensembles/aalsmeeruithoorn/. De fort bij Kudelstaart is gelegen buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. De ambities met betrekking tot de Stelling van Amsterdam hebben hoofdzakelijk betrekking op de liniedijk/vuurlinie die in het plangebied is gelegen. Beleidsnota Archeologie Aalsmeer In de beleidsnota Archeologie gemeente Aalsmeer zijn voor het grondgebied van Aalsmeer diverse archeologiegebieden onderscheiden.
Voor Kudelstaart betreft dit de volgende gebieden: historische kernen, bewoningslinten, kerkterreinen in de historische dorpskernen, Stelling van Amsterdam en overig onbebouwd grondgebied. Historische kernen De gemeente Aalsmeer kent vijf historische kernen, te weten Aalsmeer, Oosteinde, Vrouwentroost, Calslagen en Kudelstaart. Deze kernen bevatten sporen van bewoning vanaf de Late Middeleeuwen. De resten kunnen een veelheid aan informatie leveren over de ruimtelijke ontwikkeling van de kernen en het leven in steden en dorpen. De archeologische waarde van historische kernen bestaat uit de reeds aangetroffen of te verwachten aanwezigheid, boven of onder de grond, van bouwhistorische resten en
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 77 van 91
archeologische sporen en voorwerpen. Samen bevatten zij een veelheid aan historische informatie over ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling van de kern. Ondanks het ontbreken van bekende archeologische waarnemingen in de meeste dorpskernen kunnen, gebaseerd op de geschiedenis, sporen van bewoning vanaf de Late Middeleeuwen verwacht worden. Deze kunnen zich reeds binnen enkele decimeters onder de oppervlakte bevinden en kunnen concreet bestaan uit fundamenten van huizen, ophogingen, afvalkuilen, waterputten, beerputten, paalsporen van huizen, slootvullingen, gebruiksvoorwerpen alsmede sporen van werkplaatsen en handelsactiviteiten. Binnen deze gebieden dient bij werkzaamheden met een oppervlakte van 50 m2 of groter en dieper dan 40 cm onder maaiveld rekening worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Bewoningslinten De oude bewoningslinten de Uiterweg, de Kudelstaartseweg, de Oosteinderweg en de Herenweg hebben een hoge archeologische waarde. De linten lagen te midden van veenplassen. Sporen van bewoning vanaf de Late Middeleeuwen worden in de linten verwacht. Deze kunnen zich reeds binnen enkele decimeters onder de oppervlakte bevinden en kunnen concreet bestaan uit huisplaatsen, ploegsporen, afvalkuilen, waterputten, slootvullingen, gebruiksvoorwerpen en gereedschappen.
De Kudelstaartseweg en de Herenweg maakten deel uit van de doorgaande landweg van Amsterdam naar Leiden. Dergelijke wegen zijn kenmerkend voor de MeerlandenAmsterdam en lopen over kaden en dijken. De grenzen van de middeleeuwse ontginningsblokken: rechte en slingerende ontginningsassen en rechte zij en achterkaden vormden vaak de basis van het wegenpatroon. De Kudelstaartseweg en de Herenweg komen voort uit een dergelijke ontginningsas en zijn nog duidelijk herkenbaar. De wegen hebben een ruimtelijke en genetische samenhang met de lintbebouwing van de nederzetting Kudelstaart. Binnen deze gebieden dient bij werkzaamheden met een oppervlakte van 50 m2 of groter en dieper dan 40 cm onder maaiveld rekening worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Aan de Herenweg 83 staat een gemeentelijk monument. Deze woning ligt tegenover de funderingsresten van het kerkgebouw Calslagen en behoort tot het laatste overblijfsel van de voormalige dorpskern. Het is een bakstenen woning van voor 1830 uitgevoerd in gele IJsselsteen met getoonde voeg. Kerkterreinen in de historische dorpskernen De bestaande kerkterreinen kunnen resten uit de Late Middeleeuwen en later bevatten. In de ondergrond van deze terreinen zijn (mogelijk) fundamenten aanwezig van oudere voorlopers van de huidig kerkgebouwen, menselijke resten en sporen van grafrituelen.
Dit is echter nog niet door middel van onderzoek geverifieerd. Ter plaatse van deze terreinen is een bijzonder archeologieregime van kracht vanwege de aanwezigheid van belangwekkende archeologische bodemsporen en begravingen op een relatief klein oppervlakte. Bij alle nietreguliere grondroerende werkzaamheden in de bodem van deze terreinen moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van archeologische waarden, ook bij grondroerende werkzaamheden tijdens restauratiewerk. Stelling van Amsterdam Ter verdediging en afsluiting van de Herenweg en Westeinderplassen is in 1890 (het aardwerk) en 1906 (de bomvrije gebouwen) het fort bij Kudelstaart aangelegd. Het fort ligt langs de Westeinderplassen. Tussen dit fort en dat van Uithoorn ligt de Linie KudelstaartUithoorn. De originele situatie van het water en de infrastructuur rond het fort zijn behouden. De rest van de polder is ingericht voor kassenteelt.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 78 van 91
De Stelling van Amsterdam is voor de gemeente van sociaal en cultuurhistorische waarde vanwege de rol die de gemeente speelde in de militaire geschiedenis en de versterkingsbouw in de periode 18741920. Bij alle grondwerkzaamheden op en rond de stelling van Amsterdam dient een vergunning te worden aangevraagd bij Gedeputeerde Staten van de Provincie NoordHolland. Overig onbebouwd grondgebied Het grootste deel van Aalsmeer valt in deze categorie. Het gaat om onbebouwde of lichtbebouwde grond, die niet deel uitmaakt van De Bovenlanden of de drooggemaakte polders. De verwachting op het aantreffen van archeologische resten is er laag. Alleen bij grootschalige ontwikkelingen (groter dan 10.000 m2 en dieper dan 40 centimeter) bestaat de noodzaak nader archeologisch onderzoek uit te voeren. Beleidskaart archeologie Van alle gebieden in Aalsmeer met archeologische waarden is een beleidskaart opgesteld (zie tevens bijlage 4). Op deze kaart is te zien voor welke gebieden bij welke werkzaamheden onderzoek gedaan moet worden naar de archeologische waarden.
Voor Kudelstaart is sprake van 3 archeologische regimes. Deze zijn ook als dubbelbestemming met planregels in het bestemmingsplan geborgd. Voor de kerk en Stelling van Amsterdam (rood) geldt dat bij alle bodemingrepen onderzoek gedaan moet worden. Voor de gronden ten zuiden van de Westeinderplas (groen) geldt dat bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 40 centimeter onderzoek gedaan moet worden. Voor het agrarisch gebied ten westen van de kern van Kudelstaart en de tuinbouwgronden ten oosten van de kern van Kudelstaart (grijs) geldt dat bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 40 centimeter onderzoek gedaan moet worden. Cultuurhistorische analyse Gebroken landen, geheelde gronden Op basis van de 'Cultuurhistorische analyse Gebroken landen, geheelde gronden' is voor het grondgebied van Aalsmeer een onderverdeling gemaakt van gebieden met specifieke cultuurhistorische waarden en met daarbij beleidsaanbevelingen om de specifieke landschapskarakteristiek te behouden. Voor Kudelstaart zijn de deelgebieden 'jonge droogmakerijen' en de 'Stelling bij Kudelstaart' van toepassing.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 79 van 91
Kaart voorgestelde indeling in cultuurhistorische gebieden
Het deelgebied 'jonge droogmakerijen' betreft de Oosteinderpoelpolder, de ZuiderLegmeerpolder en de Schinkelpolder. Alle drie zijn in meerdere of mindere mate grootschalige droogmakerijen uit de tweede helft van de 19e eeuw, met een rationele en blokvormige verkaveling. Voor het deelgebied 'jonge droogmakerijen' zijn de volgende aanbevelingen opgenomen: <0000> behoud en eventueel versterking van de ruimtelijke hoofdindeling behorend bij jonge droogmakerijen <0000> behoud van de bebouwingslinten met hun bebouwingskarakteristieken en variatie zoals die met name in de Oosteinderpoelpolder zichtbaar zijn <0000> behoud van de aanwezige cultuurhistorische objecten, structuren en samenhangen <0000> het beleid voortzetten van aan de oude huizentypen en stijl aangepaste nieuwbouw <0000> <0000> <0000>
handhaven en eventueel versterken van de historisch bepalende spoorwegtracés, wegen, dijken en kaden, zo nodig met inbegrip van hoogte, profiel en groene uitstraling behoud van historisch waardevolle molens en gemalen, inclusief hun ruimtelijke context (waterlopen, etc.) behoud van nog bestaande schoorstenen (en bijbehorende ketelhuizen)
Het deelgebied van de Stelling van Amsterdam bij Kudelstaart tevens het meeste zichtbare deel van de vroegere Stelling in Aalsmeer bestaat uit het fort en bijbehorende gebouwen, en uit de Bachlaan en de Geniedijk, op de grens van de Zuiderlegmeerpolder en de Hornmeer.
7.5 Geluid 7.5.1 Beleid en regelgeving In het algemeen maakt een bestemmingsplan de aanwezigheid van geluidproducerende bronnen, zoals industrie en wegverkeer, ruimtelijk mogelijk. Ook worden bestemmingen mogelijk gemaakt die een zekere mate van rust behoeven, zoals woningen en ziekenhuizen. Wet geluidhinder Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 80 van 91
De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag voor spoor en wegverkeerslawaai en gezoneerde industrieterreinen in de Wet geluidhinder en voor vliegverkeerlawaai in de Wet luchtvaart en het bijbehorende Luchthavenindelingbesluit. Daarnaast vindt de beoordeling van geluid zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening, op grond van een goed woon en leefklimaat. In de Wet geluidhinder zijn voorkeursgrenswaarden vastgesteld. Als daar niet aan voldaan kan worden, is het in bepaalde situaties mogelijk om zogenoemde hogere waarden vast te stellen. De gemeenteraad van Aalsmeer heeft de "Deelnota Hogere Waarden" Regio AmstellandMeerlanden vastgesteld. In deze nota is de procedure uitgewerkt om de hogere waardenprocedure te doorlopen. In het hogere waardenbeleid is een aantal aspecten opgenomen die bij de afweging van een hogere waarde een rol speelt. Deze aspecten zijn: 1. het heersende geluidsniveau; 2. het toetsingskader om af te wijken van het heersende geluidsniveau; 3. cumulatie en compensatie. Industrie algemeen Voor de kleinere bedrijfsterreinen waarvoor zonering niet verplicht is geven de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening (VROM 1998) en de VNGuitgave 'Bedrijven en milieuzonering', richtlijnen over de wijze waarop met het aspect geluid in bestemmingsplannen moet worden omgegaan.
De Handreiking geeft onder meer, ter voorkoming van geluidshinder bij geluidsgevoelige bestemmingen, streefwaarden. Voor de grote industrieterreinen, spoor en verkeerswegen is in de Wet geluidhinder (Wgh) een wettelijk kader ontwikkeld voor geluidzonering gekoppeld aan een systeem van grenswaarden. Wegverkeer Tijdens de voorbereiding van een bestemmingsplan moet inzicht worden gegeven in de geluidsbelasting op nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die gesitueerd worden binnen de zone van een weg. In geval sprake is van aanleg van een nieuwe weg zal ook de geluidsbelasting veroorzaakt door verkeer op de nieuwe weg op de bestaande geluidgevoelige bestemmingen in beeld moeten worden gebracht. Luchtverkeer Bij de ingebruikname van de vijfde baan van Schiphol (Polderbaan) op 20 februari 2003 is het Luchthavenindelingbesluit (Lib) in werking getreden. Hiermee zijn nieuwe beperkingen gesteld aan het ruimtegebruik rond de luchthaven. Naast het luchthavengebied is een beperkingengebied aangegeven. In het beperkingengebied zijn een aantal deelgebieden onderscheiden, waarvoor verschillende regels gelden. Het gaat om o.a. een geluidssloopzone en een beperkingen geluidszone. Deze bepalingen moeten in de bestemmingsplannen worden verwerkt. 7.5.2 Relevantie plangebied Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen zones van een gezoneerd industrie of bedrijventerrein.
Een onderzoek naar industrielawaai is daarom niet aan de orde. Wegverkeerslawaai De geluidszone voor 50 km/u wegen (2baans) is ingevolge de Wet geluidhinder 200 meter. Binnen het plangebied zijn de Ambachtsheerweg, Bachlaan, Hoofdweg, Legmeerdijk, Mijnsherenweg en een deel van de Bilderdammerweg (tussen Ambachtsheerweg en Calslagen Banchen) en Kudelstaartseweg (tussen Madame Curiestraat en Geniedijk) 50 km/u wegen.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 81 van 91
Er dient akoestisch onderzoek te worden verricht indien er ten opzichte van de bestaande situatie nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (dit zijn volgens de Wet geluidhinder onder meer woningen, scholen en medische voorzieningen) in het plangebied mogelijk worden gemaakt en deze locaties binnen de geluidszone van één van de bovengenoemde wegen vallen. De uitvoering van akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is vereist om te bezien of en waar de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai 50 dB(A) wordt overschreden en wat de geluidsbelasting ter plaatse van de desbetreffende locatie is. De maximaal toelaatbare waarde waar ontheffing voor kan worden verleend bedraagt 65 dB(A) voor woningen binnen de geluidszones van de stedelijke wegen en 55 dB(A) voor woningen binnen de geluidszones van de buitenstedelijke wegen (Bachlaan en Legmeerdijk). In het plangebied worden geen ontwikkelingen van geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt binnen zones van wegen. Vliegtuiglawaai Een tweetal delen van het plangebied Kudelstaart ligt binnen zone 4 van het Luchthavenindelingbesluit. Het gaat om een klein deel van het oostelijk plangebied en een groter deel aan de westkant van het plangebied.
Zone 4 LIB
Binnen deze zone is in principe geen nieuwbouw van geluidgevoelige objecten toegestaan behoudens bestaand gebruik, het toevoegen van 25 woningen per bouwplan of 3 woningen binnen lintbebouwing binnen bestaand stedelijk gebied. Tevens is binnen deze zone de vervanging van een geluidgevoelig gebouw toegestaan mits van gelijke aard en schaal en is de herstructurering van een bestaand stedelijk gebied toegestaan, indien dit niet leidt tot een toename van meer dan 25 woningen. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk en leidt dus met betrekking tot het aspect geluid niet tot problemen. Ontwikkeling hooibergwoning Kudelstaartseweg 67-73 Vanwege de verplaatsing van de hooibergwoning richting de Kudelstaartseweg, is een nieuw akoestisch onderzoek voor deze woning uitgevoerd. Onderzoek is gedaan naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer (zie bijlage 5; rapport d.d. 22 april 2020, rapportnummer 2007678.R01.V01). Het bouwplan is gelegen binnen de zone wegverkeerslawaai van de Kudelstaartseweg en Bachlaan te Aalsmeer. Het Vrouwentroostpad en de Geniedijk (beide doodlopend) zijn niet relevant voor het onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat de berekende geluidsbelasting voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Wet geluidhinder.
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 82 van 91
<0000> <0000> <0000>
De berekende geluidbelasting (incl. aftrek) ten gevolge van de Kudelstaartseweg bedraagt ten hoogste 55 dB Lden; De berekende geluidbelasting (incl. aftrek) ten gevolge van de Bachlaan bedraagt ten hoogste 34 dB Lden. De gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer bedraagt ten hoogste 60 dB Lden. Er is geen sprake van relevante cumulatie ten gevolge van andere zoneringsplichtige geluidsbronnen.
Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is van een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde (48 dB) ten gevolge van de Kudelstaartseweg. Daarom dient de toepassing van geluidsreducerende maatregelen te worden onderzocht. Gebleken is dat geluidsreducerende maatregelen niet eenvoudig inpasbaar zijn. Het verlenen van ontheffing voor een hogere waarde is daarom de meest reële oplossing. In geen geval wordt de maximale ontheffingswaarde (63 dB) overschreden. Bij het verlenen van ontheffing voor een hogere waarde wordt rekening gehouden met de eisen ten aanzien van de maximale binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012 en met de eisen ten aanzien van het gemeentelijk geluidsbeleid. Het hogere waardenbesluit is opgenomen als bijlage 6. Het Bouwbesluit 2012 stelt eisen aan de geluidwering van de buitengevels van woningen. In het kader van de Wabovergunning voor de activiteit bouwen zal aangetoond moeten worden dat wordt voldaan aan de gestelde eisen.
7.6 Luchtkwaliteit 7.6.1 Beleid en regelgeving Sinds 15 november 2007 zijn de hoofdlijnen voor regelgeving van de luchtkwaliteitseisen vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Artikel 5.16 Wm geeft weer onder welke voorwaarden de bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (zoals wijzigingen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in principe geen belemmering: <0000> er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; <0000> een project leidt per saldo niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit; <0000> een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; <0000> een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Vanaf 1 augustus 2009 is het NSL in werking getreden. In het NSL zijn alle maatregelen opgenomen die de luchtkwaliteit moeten verbeteren en tevens zijn ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Overheden zijn gehouden de in het NSL opgenomen maatregelen uit te voeren en kunnen het NSL gebruiken als onderbouwing bij plannen voor de NSLprojecten. Met het NSL laat de Nederlandse overheid zien hoe zij aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit gaat voldoen.
Grenswaarden Voor de beoordeling van de situatie in de omgeving van het plan zijn met name de volgende grenswaarden uit de Wet milieubeheer relevant: <0000> de jaargemiddelde concentraties voor stikstofdioxide (NO2) moeten vanaf 2015 voldoen aan de grenswaarde van 40 µg/m3;
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 83 van 91
<0000> <0000> <0000>
voor fijn stof (PM10) geldt vanaf 2011 een grenswaarde van 40 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie; de 24uurgemiddelde waarde voor PM10 mag niet vaker dan 35 keer per jaar overschreden worden (39 keer als rekening wordt gehouden met de zogenoemde zeezoutaftrek); voor PM2,5, deeltjes nog kleiner dan PM10, zijn ook grenswaarden vastgesteld. Deze zijn niet strenger dan de huidige norm voor daggemiddelde concentraties van PM10.
Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Met het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' zoals een school of kinderopvang in de nabijheid van provinciale wegen (binnen 50 meter) en rijkswegen (binnen 300 meter) beperkt. Dat geldt voor nieuwe situaties en bestaande situaties die worden uitgebreid, waarbij sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden voor NO2 of PM10. Binnen dit bestemmingsplan bevinden zich geen gevoelige bestemmingen. Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) In het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project is NIBM als het niet meer dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10 bijdraagt; concreet betekent dit een bijdrage van maximaal 1,2 µg/m3. Met name NO2 en PM10 zorgen in Nederland nog voor overschrijdingen van grenswaarden, vandaar dat deze grens is gekozen. In de Regeling NIBM is een aantal categorieën met maximale groottes aangewezen die NIBM zijn, waaronder woningbouw, kantoren en bepaalde inrichtingen. Als een project binnen de grenzen van deze Regeling valt, is verdere toetsing aan de grenswaarden niet nodig.
7.6.2 Relevantie plangebied In algemeenheid kan worden gesteld dat de luchtkwaliteit in Aalsmeer voldoet aan de maximale grenswaarden. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die een nadere beoordeling hiervan nodig maakt, danwel waarvoor reeds een beoordeling is gemaakt in het kader van de verleende omgevingsvergunning.
7.7 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de risico's die derden lopen als gevolg van bepaalde activiteiten. In Aalsmeer gaat het met name om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en door buisleidingen. 7.7.1 Beleid en regelgeving Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen in de omgeving van het bedrijf. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPGtankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".
Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020
pagina 84 van 91
Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 106 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties. Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Op 1 april 2015 is de Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen inwerking getreden. Deze wet vervangt de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen.
Het doel van Basisnet is om gevaarlijke stoffen te kunnen vervoeren tussen de belangrijkste industriële plaatsen in Nederland en in het buitenland en de risico's voor omwonenden langs de routes binnen de wettelijke grenzen te houden. Het systeem Basisnet heeft betrekking op het vervoer van gevaarlijke stoffen over grote vaarwegen, spoorwegen en autowegen. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Besluit externe veiligheid buisleidingen regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingsplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. 7.7.2 Relevantie plangebied Het plangebied is gelegen buiten de invloedsgebieden van buisleidingen en risicovolle inrichtingen. Binnen het plangebied bevindt zich een inrichting (Kudelstaartseweg 117) waar gasflessen gevuld met propaan worden opgeslagen en petroleum in jerrycans. De opslag van petroleum in jerrycans en gasflessen moeten plaatsvinden in een opslagvoorzieningen, die voldoen aan de eisen zoals gesteld in PGS 15 'Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen'.